26-05-07.12 Relevant stuk 3. Regels met bijlagen De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
Tekst van het document
Artikel 12 12.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, het beheer en de bescherming van de waterkering. 12.2
Bouwregels
Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de waterkering, waaronder constructies, merktekens en keermuren met een maximale bouwhoogte van 1,5 m boven maaiveld. 12.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 ten behoeve van op grond van de andere daar voorkomende bestemmingen toegestane bebouwing, mits het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig wordt geschaad en in dit kader de beheerder van de waterkering wordt gehoord. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op en in de in lid 12.1 bedoelde gronden de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uit te voeren: a. het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het planten, vellen of rooien van houtgewas en bomen; d. het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of verhogen van het waterpeil; f. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, aanlegplaatsen of verhardingen ten behoeve
Regels (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk van de watersport. 12.4.2 Voorwaarden aan omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.4.1 moet worden geweigerd: a. indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, tijdelijk of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het beheer en het functioneren van de waterkering en daaraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen; b. indien is gebleken dat de in lid 12.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan, zullen leiden tot een inbreuk op het beheer en het functioneren van de waterkering. 12.4.3 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.4.1 is vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden voor zover het werkzaamheden betreft die door de beheerder van de waterkering worden uitgevoerd; b. werken en/of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. werken en/of werkzaamheden welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
26
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
Hoofdstuk 3 Artikel 13
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 14 14.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan de regels van de bestemmingen toestaan; e. het verwijderen van landschapselementen die zijn aangelegd ter uitvoering van het bepaalde in 8.1.2, uitgezonderd het verwijderen van landschapselementen ten behoeve van normaal onderhoud en beheer.
Artikel 15 15.1
Algemene aanduidingsregels
Vrijwaringszone - dijk 1
a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk 1' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangeduid voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering; b. Ter plaatse van de gronden met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk 1' mag niet worden gebouwd met uitzondering van verankering ten dienste van de waterkering; c. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van 15.1 onder b, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; 2. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 15.2
Vrijwaringszone - dijk 2
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering
Artikel 16 16.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking maatvoering
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen met uitzondering van inhoudsmaat van woningen; b. de regels en toestaan dat bouwvlakken worden overschreden, waarbij een overschrijding is
Regels (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; d. van de regels en de bouw toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, transformatorhuisjes, telefooncellen, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden en lichtmasten; gasdrukmeetstations en verkooppunten voor motorbrandstoffen uitgezonderd; 16.2
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld, de stedenbouwkundige kwaliteiten en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
16.3
Algemene voorwaarden voor toepassing afwijkingsbevoegdheden
a. Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken als een aanvraag voldoet aan het in artikel 16.4 tot en met artikel 16.8 van deze regels bepaalde en in ieder geval aan de volgende criteria, voor zover van toepassing op de specifieke aanvraag: 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefmilieu; 2. er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de ruimtelijke kwaliteit; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen mogen niet onevenredig worden beperkt; 4. de activiteit mag voor de omliggende bedrijven niet tot gevolg hebben dat zij in hun bestaande milieurechten worden beperkt; 5. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en parkeersituatie ter plaatse; 6. er zijn geen belemmeringen met betrekking tot het aspect externe veiligheid aan de orde, waarbij dit aspect indien nodig wordt verantwoord; 7. het aantal woningen blijft gelijk, met uitzondering van artikel 16.6, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg, en artikel 16.8; b. Indien sprake is van een financieel risico kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat vooraf een overeenkomst dient te worden afgesloten met de aanvrager/initiatiefnemer omtrent het verhaal van kosten, daaronder mede begrepen eventuele planschade c.q. nadeelcompensatie. c.
Indien sprake is van een exploitatieplicht op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), kan, voordat wordt beslist over het verlenen van de afwijking, een overeenkomst in de zin van artikel 6.24, eerste lid Wro met de aanvrager/initiatiefnemer worden aangegaan danwel door de gemeenteraad een exploitatieplan worden vastgesteld. d. In aanvulling op de in dit bestemmingsplan opgenomen criteria voor afwijken van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning, geldt dat de omgevingsvergunning niet wordt verleend indien: 1. er sprake is van een de activiteit plaatsvindt in, aan, op of bij een bouwwerk, dat reeds in strijd met artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt gebruikt; 2. er sprake is van een tijdelijke situatie, tenzij in dit bestemmingsplan explicitiet is opgenomen; e. Voor de toepassing van de regels uit dit bestemmingsplan wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw. f. Indien op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming of indien het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, wordt het achtererfgebied
28
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk bepaald door het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied. 16.4
Afwijkingsbevoegdheid antenne-installaties
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en gebruiksregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van een antenne-installatie met dien verstande dat: a. de hoogte van de te bouwen installatie met hulpconstructie maximaal 40 meter mag bedragen; b. bij plaatsing van een antenne-installatie de verschillende operators gebruik dienen te maken van elkaars opstelpunten (sitesharing), tenzij uit een technische onderbouwing blijkt dat dit niet mogelijk is. 16.5
Afwijkingsbevoegdheid dakterras, etc.
a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en gebruiksregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard, dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw, met dien verstande dat het bouwvlak met maximaal 2 meter mag worden overschreden door balkons en bouwdelen van ondergeschikte aard. b. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en gebruiksregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van een dakkapel, dakopbouw of een daarmee naar aard en omvang vergelijkbare uitbreiding van een gebouw, met dien verstande dat de bouwhoogte die maximaal is toegestaan op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan met niet meer dan 10% wordt overschreden. 16.6
Afwijkingsbevoegdheid bijbehorende bouwwerken
16.6.1 Afwijkingsbevoegdheid bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom Het college van burgemeester en wethouders kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom, met dien verstande dat: a. ondergrondse gebouwen (kelders) uitsluitend zijn toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein de ondergrondse bebouwing de bovengrondse bebouwing met een (horizontale) diepte van 3 meter mag overschrijden. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds; b. voor bijbehorende bouwwerken bij een woning in de bebouwde kom de volgende voorwaarden gelden:
Regels (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
c. voor bijbehorende bouwwerken bij een woning in de bebouwde kom buiten het bouwvlak (zoals erkers) de volgende voorwaarden gelden:
30
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
d. voor een uitbreiding van een woning in de vorm van een hoofdgebouw, binnen de bebouwde kom buiten het bouwvlak de volgende voorwaarden gelden:
e. voor een bijbehorend bouwwerk voor een Wmo-behoefte bij een woning binnen de bebouwde kom de volgende voorwaarden gelden:
f.
voor een bijbehorend bouwwerk bij een ander gebouw dan een woning of bij een bedrijfswoning, binnen de bebouwde kom alleen de voorwaarden als bedoeld in artikel 16.3 gelden.
16.6.2 Afwijkingsbevoegdheid bijbehorende bouwwerken buiten de bebouwde kom Het college van burgemeester en wethouders kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom, met dien verstande dat: a. ondergrondse gebouwen (kelders) uitsluitend zijn toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein de ondergrondse bebouwing de bovengrondse bebouwing met een (horizontale) diepte van 3 meter mag overschrijden. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds; b. voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning buiten de bebouwde kom aan het volgende moet worden voldaan:
Regels (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
c. voor een bijbehorend bouwwerk voor een Wmo-behoefte bij een woning buiten de bebouwde kom gelden de volgende voorwaarden:
d. voor een bijbehorend bouwwerk bij een ander gebouw dan een woning of bij een bedrijfswoning, buiten de bebouwde kom, geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m. 2. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 150 m². 16.7 Afwijkingsbevoegdheid voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijke bouwwerk Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van: a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij woningen, zoals speeltoestellen en zwembaden, met dien verstande dat: 1. het bouwwerk is gelegen in de 'zone bijbehorende bouwwerken'; 2. de afstand tot de zijdelingse en de achterste perceelsgrens minimaal 1 meter bedraagt; 3. de bruto-oppervlakte niet meer dan 50 m² mag bedragen dan wel het bruto-oppervlak dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is toegestaan met niet meer dan 50 m² wordt overschreden; 4. de hoogte gemeten vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 3,5 meter bedraagt met uitzondering van zwembaden waarvan de hoogte gemeten vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 1 meter mag bedragen; én
32
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
b. c. d.
e.
f.
5. het bebouwingspercentage van de 'zone bijbehorende bouwwerken' niet meer dan 50% mag bedragen; Erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel, waarbij geldt dat de hoogte gemeten vanaf het aansluitend terrein niet meer dan 2 meter mag bedragen; Erfafscheidingen bij een bedrijfsterrein, waarbij geldt dat de hoogte niet meer dan 3,3 meter mag bedragen; Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals speeltoestellen op openbare speelterreinen, geluidsschermen, lichtmasten, vlaggenmasten, (beeldende) kunstwerken en 'Jongeren ontmoetingsplekken', of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, met dien verstande dat: 1. de bruto-oppervlakte niet meer dan 50 m² mag bedragen dan wel het bruto-oppervlak dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is toegestaan met niet meer dan 50 m² wordt overschreden, met uitzondering van 'jongeren ontmoetingsplekken', waarbij de bruto oppervlakte niet meer dan 25 m² mag bedragen; 2. de hoogte van lichtmasten, vlaggenmasten en beeldende kunstwerken niet meer dan 10 meter mag bedragen; 3. de hoogte van 'jongeren ontmoetingsplekken' niet meer dan 3,5 meter mag bedragen; 4. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde niet meer dan 5 meter mag bedragen. Reclame-uitingen, met dien verstande dat: 1.
de reclame-uiting betrekking heeft op activiteiten die op hetzelfde perceel danwel binnen het gebied waar de activiteit plaatsvindt als waar de reclame-uiting geplaatst wordt, met dien verstande dat reclame- uitingen bij 'aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten' en 'publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis' niet zijn toegestaan; 2. vrijstaande bouwwerken in de vorm van reclame-uitingen zijn toegestaan, waarbij: de hoogte gemeten vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 7,5 meter mag bedragen; de breedte niet meer dan 2 meter mag bedragen, én plaatsing in de directe nabijheid van de entree van het gebouw moet geschieden of plaatsing in het openbaar gebied uitsluitend is toegestaan op rotondes en bij uitvalswegen. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer dan 10 meter mag bedragen; 2. de bruto oppervlakte niet meer dan 50 m² mag bedragen, dan wel het bruto oppervlak dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is toegestaan met niet meer dan 50 m² mag worden overschreden.
16.8 Afwijkingsbevoegdheid gebruik van bouwwerken en van bij die bouwwerken aansluitend terrein 16.8.1 Afwijkingsbevoegdheid binnen de bebouwde kom Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en gebruiksregels in het geldende bestemmingsplan binnen de bebouwde kom ten behoeve van: a. een gebruiksverandering van een woning ten behoeve van 'aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten' en voor 'publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis', met dien verstande dat: 1. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond en verdiepingen) met in begrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen; 2. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, tevens de bewoner van de woning is, waarbij de bewoner eventueel wel personeel in dienst mag hebben; 3. er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit én in verband met de activiteit. b. een gebruiksverandering c.q. realisatie van een bijbehorend bouwwerk bij een woning ten behoeve van mantelzorg, met dien verstande dat: 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; 2. duidelijk is wie de zorgbehoevende(n) is (zijn); 3. er gebruik wordt gemaakt van één in-/uitrit door zowel verzorger als zorgbehoevende(n); 4.
de bereikbaarheid voor (aanleg van) algemene voorzieningen en nutsvoorzieningen en voor
Regels (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
c.
d.
e. f. g.
hulpdiensten gewaarborgd blijft; 5. de oppervlakte niet meer dan 90 m2 mag bedragen. het splitsen van een woning in één of meerder woningen mits: 1. de gebruiksoppervlakte woonfunctie van de bestaande woning groter is dan of gelijk is aan 140 m², en; 2. de gebruiksoppervlakte woonfunctie van elke zelfstandige woning die als gevolg van de splitsing ontstaat niet kleiner is dan 50 m². een gebruiksverandering danwel bouwen of verbouwen van een gedeelte van een woning of een ander gebouw, eventueel met bijhorende bouwwerken, voor een bed & breakfast, met dien verstande dat de bed & breakfast door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag functioneren als zelfstandige woning. een gebruiksverandering van een ander gebouw eventueel met bijhorende bedrijfswoning, met dien verstande dat er geen sprake is van erotisch getinte horeca, een seksinrichting of prostitutie. het gebruiken van een bestaand ander gebouw ten behoeve van bewoning. het gebruiken van overige bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein.
16.9
Afwijkingsbevoegdheid tijdelijke woonunit/stacaravan bij een woning
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en gebruiksregels in het geldende bestemmingsplan ten behoeve van het plaatsen van een tijdelijke woonunit of stacaravan bij een woning indien: a. op hetzelfde bouwperceel sprake is van bouwen, herbouw, renovatie, restauratie of nieuwbouw van een woning en hiervoor een ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend of er sprake is van een omgevingsvergunningvrije verbouwing van de woning en de initiatiefnemer aannemelijk heeft gemaakt dat de woning gedurende de verbouwing niet bewoonbaar is; b. het gebruik van de tijdelijke woonunit/stacaravan geschiedt door de hoofdgebruiker van de woning en/of diens huishouden; c. de tijdelijke woonunit/stacaravan in stand mag worden gehouden gedurende de termijn die redelijkerwijs nodig is voor het bouwen, herbouwen, renoveren of restaureren van het hoofdgebouw, met een maximum van twee jaar na het plaatsen van de unit.
Artikel 17
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor: a. het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad; d. het toestaan van de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 m en een inhoud van ten hoogste 75 m3 ten dienste van het openbare nut en overige openbare dienstverlening; e. de reconstructie van de binnen het plangebied gelegen wegen, met dien verstande dat de op de kaart gegeven bestemming Verkeer ter weerszijden van de weg met ten hoogste 25 m mag worden verbreed.
34
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk
Hoofdstuk 4 Artikel 18 18.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
18.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 18.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 18.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 18.1.1 met maximaal 10 %. 18.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 18.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 18.2
Overgangsrecht gebruik
18.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 18.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 18.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 18.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 18.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 19
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk.
Regels (vastgesteld)
35
Dorpstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon (0481) 362 300 fax (0481) 372 482 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl
Pagina 2 van 26
Inhoudsopgave
............................................................................................. 3
............................................. 16
......................................................................................................... 22 ...................................................................................... 22 ......................................................................................................... 24 .................................................................................... 24 ........................................................................................................... 26
Pagina 3 van 26
Pagina 4 van 26
Pagina 5 van 26
Pagina 6 van 26
Pagina 7 van 26
Pagina 8 van 26
Pagina 9 van 26
Pagina 10 van 26
Pagina 11 van 26
Pagina 12 van 26
Pagina 13 van 26
Pagina 14 van 26
Pagina 15 van 26
Pagina 16 van 26
Pagina 17 van 26
Pagina 18 van 26
Pagina 19 van 26
Pagina 20 van 26
Pagina 21 van 26
Pagina 22 van 26
Pagina 23 van 26
Pagina 24 van 26
Pagina 25 van 26
Pagina 26 van 26
Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Samenvatting Aanleiding Aanleiding In de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014 (vastgesteld 18 februari 2014) zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen die in de praktijk niet altijd werkzaam of toepasbaar bleken te zijn. Hierdoor bestaat de kans dat initiatieven geen doorgang kunnen vinden. Een actualisatie van de nota uit 2014 is noodzakelijk om meer duidelijkheid en flexibiliteit in de afwijkingsbevoegdheden te krijgen. Waar wordt de Nota parkeernormen voor gebruikt? Primair wordt de Nota parkeernormen gebruikt bij het verlenen van omgevingsvergunningen, waarmee de koppeling met de gemeentelijke bouwverordening is gemaakt (art. 2.5.30). Secundair wordt de Nota parkeernormen gebruikt als onderlegger voor herziening van een bestaand dan wel vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, waarmee een nieuwe ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt. Wijzigingen in de Nota parkeernormen 2016 In de praktijk is gebleken dat bij het toetsen van initiatieven op de parkeernorm, de opgenomen afwijkingsbevoegdheden (hoofdstuk 3 uit de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014) niet voor de hele gemeente toepasbaar zijn. Ook waren ze niet altijd even duidelijk. In de nota van 2016 zijn deze daar waar nodig aangepast. Parkeernormen (auto) • De parkeernormen voor de auto zijn vanuit de landelijke parkeerkencijfers specifiek vertaald naar de situatie in Overbetuwe.
In de Nota Parkeernormen 2014 is hiervoor dezelfde redenatie gehanteerd als in de Nota parkeernormen 2011. Deze vertaling is gebaseerd op: • de Toekomstvisie+; • de specifieke stedelijkheidsgraad van Overbetuwe; • het autobezit in Overbetuwe. Op basis hiervan zijn de volgende keuzen gemaakt die relevant zijn voor de parkeernormen. Stedelijkheidsgraad Het CROW hanteert voor het bepalen van de stedelijkheidsgraad het aantal adressen per vierkante kilometer. Op basis hiervan zou voor de gehele gemeente Overbetuwe de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ gelden. Voor de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2011 is daarnaast aansluiting gezocht bij de Toekomstvisie+. Hierin is vastgesteld dat de kern Elst een regionale verzorgingsfunctie en Zetten een subregionale verzorgingsfunctie heeft. Hierbij past de verstedelijkingsgraad ‘matig stedelijk’. De overige kernen worden gezien als ‘weinig stedelijk’ en het buitengebied als ‘niet stedelijk’.
2
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Stedelijke zone Voor het bepalen van de parkeernorm is ook de stedelijke zone (locatie van de ontwikkeling) van belang. Het CROW maakt hiervoor onderscheid in ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Gezien de functie van de kernen Elst en Zetten is alleen hier sprake van een ‘centrum’. In alle andere kernen is de omvang en functie van het centrum te gering om te spreken van een centrumgebied. Het hele bestaand bebouwd gebied van alle kernen, uitgezonderd de 2 genoemde centra, wordt dan ook aangewezen als ‘rest bebouwde kom’. Vanwege de relatief beperkte omvang van alle kernen is er geen sprake van een ‘schil/ overloopgebied’. In bijlage 1 is de stedelijke zone ‘centrum’ voor de kernen Elst en Zetten aangegeven. Hoogte parkeernorm Het CROW geeft een minimum en een maximum parkeerkencijfer aan waarbinnen een keuze kan worden gemaakt voor de vast te stellen parkeernormen binnen een gemeente. Op basis van het relatief hoge autobezit van de inwoners van Overbetuwe (bron CBS) worden de maximale parkeerkencijfers van het CROW binnen Overbetuwe gehanteerd als parkeernormen. In bijlage 2 is per voorziening en gebiedsindeling de parkeernorm opgenomen. Afwijking van de parkeernorm In deze nota worden alternatieven genoemd als door een parkeerbalans aangetoond wordt dat niet aan de parkeernorm op eigen terrein voldaan kan worden.
Deze zijn: - parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte; - aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte; - afwijkingsbevoegdheid. Voor initiatieven die al lopen op het moment van inwerkingtreding van deze Nota, is een overgangsregeling opgenomen. Parkeernormen (fiets) Voor het bepalen van de parkeernorm voor de fiets is aansluiting gezocht bij de kencijfers uit de CROW-publicatie 317. Uit een onderzoek van het Fietsberaad blijkt dat 21% van het totaal aantal verplaatsingen in Overbetuwe per fiets plaatsvindt. Wij scoren hiermee gemiddeld. De CROW-publicatie geeft aan dat in dat geval van het gemiddeld kencijfer als parkeernorm kan worden uitgegaan. In bijlage 3 zijn de tabellen met de normen voor het fietsparkeren opgenomen.
3
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Inhoudsopgave 1. Inleiding
5
1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Status 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6
2. Parkeernormen auto
7
2.1 Uitgangspunten 2.2 Gebiedsindeling 2.3 Hoogte parkeernorm 3. Afwijking van de parkeernormen 3.1 Parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte 3.2 Aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte 3.3 Realisatie centrale parkeervoorziening 3.4 Afwijkingsbevoegdheid 3.5 Overgangsregeling
7 8 9 11 11 12 12 12 12
4. Parkeernormen fiets
13
Bijlagen Bijlage 1: Kaarten stedelijke zone ‘centrum’ Bijlage 2: Parkeernormen auto 2016 Bijlage 3: Parkeernormen fiets 2016
14 16 26
4
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2011 In de Toekomstvisie+ is de beleidslijn van de gemeente Overbetuwe voor de komende periode bepaald. Het thema verkeer is verder uitgewerkt in het ‘Gemeentelijk Mobiliteitsplan Overbetuwe 2003 – 2013’ (GMO). Als uitwerking van het GMO op het onderdeel parkeernormen is een Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2011 opgesteld. Op 30 augustus 2011 is de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe. Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014 Bij de totstandkoming van de Nota parkeernormen 2011 zijn de toenmalige parkeerkencijfers van het CROW als vertrekpunt gebruikt. In 2012 heeft het CROW in publicatie 317 nieuwe, meer gedifferentieerde parkeerkencijfers gepubliceerd. In de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014 (vastgesteld 18 februari 2014) zijn de parkeernormen geactualiseerd op basis van de nieuwe CROW parkeerkencijfers. Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 In de praktijk is gebleken dat bij het toetsen van initiatieven op de parkeernorm, de opgenomen afwijkingsbevoegdheden (hoofdstuk 3 uit de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014) niet voor de hele gemeente toepasbaar zijn. Ook waren ze niet altijd even duidelijk. In de nota van 2016 zijn deze daar waar nodig aangescherpt.
Primair wordt de Nota parkeernormen gebruikt bij het verlenen van omgevingsvergunningen, waarmee de koppeling met de gemeentelijke bouwverordening is gemaakt (art. 2.5.30). Secundair wordt de Nota parkeernormen gebruikt als onderlegger voor herziening van een bestaand dan wel vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, waarmee een nieuwe ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Doel
In de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 zijn de afwijkingsbevoegdheden verruimd. Het uitgangspunt hierbij was om initiatieven mogelijk te maken die niet (geheel) kunnen voldoen aan de vastgestelde parkeernorm. De Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 bevat parkeernormen die op identieke wijze specifiek toegesneden zijn op de situatie in Overbetuwe als de vorige Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014.
1.3
Status
De Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 heeft de status van een beleidsregel in de zin van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht. Dit heeft tot gevolg dat overeenkomstig deze beleidsregel wordt gehandeld, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou heb-
5
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
ben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid, artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht). Primair worden de uitgangspunten in deze nota gebruikt bij het verlenen van omgevingsvergunningen, waarmee de koppeling met de gemeentelijke bouwverordening is gemaakt (art. 2.5.30). In artikel 2.5.30 lid 1 van de bouwverordening Overbetuwe staat namelijk dat ‘ten behoeve van parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort’. Deze nota is een nadere uitwerking van de term ‘in voldoende mate’. Secundair dienen de uitgangspunten in deze Nota als onderlegger voor herziening van een bestaand dan wel vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, waarmee planologische ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt. In een bestemmingsplan kan een link worden gelegd met deze nota of kunnen de relevante parkeernormen uit de nota worden overgenomen. Parkeereisen voor fiets en auto kunnen worden opgenomen in de regels van een nieuw/herzien bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Eerst zal in hoofdstuk 2 de doorvertaling van de CROW kencijfers voor het autoparkeren naar de parkeernorm voor Overbetuwe gemaakt worden. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 mogelijke alternatieven besproken als een nieuwe ontwikkeling niet aan de parkeernorm voldoet. Tevens is in dit hoofdstuk de overgangsregeling opgenomen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de norm voor het fietsparkeren behandeld.
6
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
2. Parkeernormen auto De landelijke CROW-richtlijnen geven een minimum en een maximum parkeerkencijfer aan dat gehanteerd kan worden als basis voor de vaststelling van een specifieke parkeernorm. In dit hoofdstuk wordt de analyse weergegeven welke vaste parkeernorm binnen de range tussen minimum en maximum parkeerkencijfer voor de specifieke situatie in Overbetuwe aangehouden zal worden. Deze analyse is identiek aan de analyse die in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014 is opgenomen.
2.1
Uitgangspunten
Hoofddoel van het opstellen en hanteren van parkeernormen is het voorkomen van een te hoge parkeerdruk in de openbare ruimte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Voordat ingegaan wordt op de parkeernormen is het belangrijk enkele uitgangspunten vast te stellen. Parkeernormen niet van toepassing op de bestaande omgeving Op parkeervraagstukken (zoals bijvoorbeeld een bestaande parkeerdruk) in een bestaande (woon)omgeving zijn de normen uit deze nota niet van toepassing. De reden hiervoor is dat bestaande (woon)omgevingen ontwikkeld en gerealiseerd zijn op basis van oudere normen. Oplossingen voor deze parkeervraagstukken is maatwerk en in veel gevallen alleen te realiseren met een integrale aanpak, bijvoorbeeld om bij een reconstructie te kijken of extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Parkeernormen wel van toepassing op nieuwe ontwikkelingen Als uitgangspunt geldt dat nieuwe ontwikkelingen meer parkeerdruk zullen genereren. De normen in deze nota zijn dan ook van toepassing op nieuwe ontwikkelingen: • nieuwbouw; • splitsing van een woning in meerdere woningen c.q.
wooneenheden; • gehele en gedeeltelijke verbouwing van een pand met een bestemmingswijziging of –afwijking waarbij het nieuwe gebruik / de nieuwe functie een meer verkeersaantrekkend karakter heeft; • vergroting van een pand, waarbij de vergroting zal leiden tot een verhoogde vraag naar parkeercapaciteit; • etc. Tekort parkeerplaatsen niet compenseren Bij nieuwbouw ter vervanging van bestaande bebouwing, bij uitbreiding van bebouwing en/of bij een functieverandering is het niet vereist het eventueel bestaande tekort aan parkeerplaatsen te compenseren bij de nieuwe benodigde parkeervoorzieningen. Compensatie is uiteraard wel gewenst en toegestaan. Afronding naar boven van het aantal parkeerplaatsen Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt berekend op 1 decimaal achter de komma, net zoals de norm wordt uitgedrukt in 1 decimaal achter de komma. Het totaal aantal parkeerplaatsen wordt, in tegenstelling tot de gebruikelijke afrondingsregels, naar boven afgerond. Een norm van
7
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
4,1 wordt dus afgerond naar 5 parkeerplaatsen. Zou de gebruikelijke afrondingsregel toegepast worden dan kan naar verloop van tijd een tekort aan parkeerplaatsen ontstaan. Als er 1 parkeerplaats gerealiseerd moet worden dan geldt de norm niet. Op deze wijze wordt voorkomen dat een ontwikkeling met een kleine parkeeraantrekkende werking, zoals een bedrijf aan huis, niet door zou kunnen gaan. Of alleen tegen een relatief grote/dure ingreep.
2.2
Gebiedsindeling
De theoretische parkeernormen bestaan uit een uitgebreide reeks van parkeerkencijfers, met een minimum en een maximum parkeernorm. Deze zijn omschreven in publicatie 317; ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (CROW, oktoberber 2012), waarin onderscheid wordt gemaakt in: • stedelijkheidsgraad: uiteenlopend van ‘zeer sterk stedelijk’ tot ‘niet stedelijk’; • stedelijke zone: ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’; • type voorziening: wonen, werken, winkelen / boodschappen, sport / cultuur / ontspanning, horeca / (verblijfs)recreatie, gezondheidszorg / (sociale) voorzieningen en onderwijs. Stedelijkheidsgraad Door het CBS worden, aan de hand van de omgevingsadressendichtheid (het aantal adressen per vierkante kilometer), vijf stedelijkheidsgraden onderscheiden. Doorvertaling stedelijkheidsgraad naar Overbetuwe De gemeente Overbetuwe heeft per 30 oktober 2015 een omgevingsadressendichtheid van 773 adressen per km2 (bron: CBS Statline). De gemeente Overbetuwe als geheel valt daarmee precies in het midden van de klasse ‘weinig stedelijk’ (500-1.000 adressen per km2). Voor een nadere specificering van de stedelijkheidsgraad binnen de gemeente Overbetuwe wordt uitgegaan van de Toekomstvisie+. Hierin is vastgelegd dat Elst een regionale verzorgingsfunctie en Zetten een subregionale verzorgingsfunctie heeft.
Voor deze twee kernen wordt dan ook uitgegaan van de iets hogere stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’. Voor de overige kernen geldt dat ze een minder regionale verzorgingsfunctie hebben, waardoor uitgegaan wordt van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’. Voor ontwikkelingen in het buitengebied wordt bij het bepalen van de parkeernorm uitgegaan van de iets lagere stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’. Stedelijke zone Voor het bepalen van de parkeernorm is ook de ligging van de locatie van belang. Zo is uit landelijke parkeerstudies gebleken dat een functie in een centrum een lagere parkeervraag heeft dan dezelfde functie buiten een centrum. Dit komt door het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen, zoals openbaar vervoer. Het CROW maakt voor de parkeernormen onderscheid in ‘centrum’, ‘schil / overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Doorvertaling stedelijke zone naar Overbetuwe In Elst en Zetten is er sprake van een ’centrum’. In alle andere kernen is de omvang van het centrum te gering om te spreken van een centrumgebied. Voor Elst is aansluiting gezocht bij de plangrenzen van Elst Centrum en Elst Centraal. Voor Zetten is de begrenzing van het ‘centrum’ de huidige blauwe zone aangehouden.
8
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Vanwege de relatief beperkte omvang van de kernen is er in Elst en Zetten geen sprake van een ‘schil/overloopgebied’. De rest van Elst en Zetten, inclusief de overige kernen, zijn dan ook aangewezen als ‘rest bebouwde kom’. In bijlage 1 is geografisch de stedelijke zone ‘centrum’ voor de kernen Elst en Zetten aangegeven.
2.3
Hoogte parkeernorm
Per voorziening geven de CROW-richtlijnen een minimum en maximum parkeerkencijfer aan, waarbinnen voor de specifieke situatie in Overbetuwe een parkeernorm moet worden gekozen. In dit hoofdstuk wordt een analyse gemaakt welke parkeernorm (minimum,maximum of er tussenin) voor Overbetuwe aangehouden moet worden. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van diverse onderzoeken. Planbureau voor de Leefomgeving Het Planbureau heeft een brede (statistische) analyse uitgevoerd naar de relatie tussen autobezit, aantal huishoudens, ruimtelijke- en huishoudenskenmerken en de parkeersituatie en parkeerdruk. Het betreft een landelijk onderzoek, met voor deze parkeernota als belangrijkste conclusies: • Het autobezit per huishouden is de afgelopen twee decennia met 25 procent toegenomen, maar de ontwikkeling van het aantal parkeerplaatsen is hierbij achtergebleven. • Het aantal auto’s in Nederland zal tot 2030 naar verwachting verder toenemen met 9 tot 50%. • Ruimtelijke kenmerken hebben maar beperkt invloed op het autobezit. De aanwezigheid van openbaar vervoer en een lage parkeernorm halen mensen niet uit hun auto. • Op dit moment betalen bewoners en bezoekers geen reële prijs voor het parkeren van hun private auto’s in de openbare ruimte.
Doorvertaling naar Overbetuwe De Toekomstvisie+ geeft aan dat het oostelijk deel van de gemeente een intermediair gebied is in de Stadsregio Arnhem Nijmegen, het westelijk deel van Overbetuwe heeft een meer landelijke functie. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving geldt voor het oostelijk deel dat de parkeerdruk verder zal gaan toenemen door een te verwachten inhaalslag van het autobezit. In het westelijk deel geldt dat hier al van een hoger autobezit moet worden uitgegaan. Volgens het Planbureau is het autobezit in de gebieden met een landelijke functie namelijk beduidend hoger dan gemiddeld. Autobezit Een belangrijk gegeven om de parkeersituatie te kunnen beoordelen, is het autobezit. Een hoog autobezit leidt immers tot een hoge parkeerdruk. Het autobezit en de groei daarvan in Overbetuwe, provincie Gelderland en geheel Nederland is weergegeven in tabel 1.
9
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Gebied
Autobezit per 1.000 inwoners
Groeipercentage
2013
2014
2015
Gemeente Overbetuwe
504
509
516
2,4%
Provincie Gelderland
472
473
475
0,6%
471
472
0%
Nederland 472 Tabel 1: ontwikkeling autobezit (CBS 2015)
Als naar het autobezit wordt gekeken ten opzichte van heel Nederland en de provincie Gelderland kan worden geconcludeerd dat de groei in Overbetuwe nagenoeg een gelijke trend houdt. Ook het aantal auto’s per 1.000 inwoners in Overbetuwe is relatief hoog. Conclusie Op basis van voorgaande analyse kan geconcludeerd worden dat het autobezit in Overbetuwe hoog is. Dit blijkt niet alleen uit het feitelijke autobezit maar ook uit het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. In deze Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 zijn dan ook (net als in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2014) de maximum parkeerkencijfers uit CROW publicatie 317 overgenomen. Deze zijn in bijlage 2 per voorziening en gebiedsindeling terug te vinden, inclusief de rekenregels en mogelijkheid van dubbelgebruik. Er is getracht de nota zo algemeen mogelijk te houden, maar wel bruikbaar te laten zijn voor specifieke situaties. Bij functies waar de nota niet in voorziet, zal maatwerk geleverd moeten worden. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de door de CROW opgenomen functies.
10
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
3. Afwijking van de parkeernormen Als uit de ingediende parkeerbalans en situatietekening blijkt dat het aantal parkeerplaatsen niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden, kan hiervan op drie manieren worden afgeweken. De voorkeursvolgorde hierbij is: 1. parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte (paragraaf 3.1); 2. aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte (paragraaf 3.2); 3. afwijkingsbevoegdheid (paragraaf 3.3). Verder is een overgangsregeling voor lopende initiatieven (paragraaf 3.5) opgenomen.
3.1
Parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte
Wanneer in de omgeving van een ontwikkeling nog parkeergelegenheid beschikbaar is, kan wellicht een deel van de parkeerdruk van de ontwikkeling op de omgeving worden afgewenteld. Om die mogelijkheid aan te tonen is een parkeerbalans nodig. De parkeerbalans moet voor een ruim gebied rond de ontwikkeling bepaald worden. Hierbij moet rekening gehouden worden met aanwezigheidspercentages en acceptabele loopafstanden zoals die door het CROW worden gehanteerd. Het gebied waar de parkeerbalans voor gemaakt moet worden kan onder andere bepaald worden aan de hand van: • wat voor soort initiatief is het, in combinatie met de acceptabele loopafstanden die het CROW (publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”) hanteert voor het initiatief; • een natuurlijke begrenzing zoals een spoorbaan; • een functionele gebiedsindeling zoals een scholencluster of bedrijventerrein. De bezettingsgraad in de omgeving mag, inclusief die van de nieuwe ontwikkeling, niet hoger worden dan 85%. De parkeerbalans moet uitgevoerd worden door een onafhankelijk adviesbureau, waarbij de kosten voor rekening van de initiatiefnemer zijn. Voert de gemeente dit onderzoek uit, dan zullen de kosten doorberekend worden aan de initiatiefnemer. Dit onderzoek is nodig in het kader van een zorgvuldige belangenafweging (artikel 3:2 Awb).
Voor het onderzoek worden vaste tijdstippen aangehouden zodat deze vergelijkbaar zijn en gebruikt kunnen worden om de parkeernormen te monitoren. De teldagen zijn: dinsdag, donderdag (of een andere koopavond) en de zaterdag. De telmomenten zijn: 07:00 uur, 10:00 uur, 13:00 uur, 16:00 uur, 19:00 uur en 22:00 uur.
3.2
Aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte
Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te vangen met de bestaande parkeerplaatsen, kan onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehou-
11
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
den worden met: • de door het CROW (publicatie 317) aangehouden acceptabele loopafstanden; • de kwaliteit van de omgeving mag niet ten koste gaan van de aanleg van parkeerplaatsen; • afmeting van de parkeerplaats moet voldoen aan de eisen zoals deze opgenomen zijn in de laatste versie van het “Handboek locatie-eisen” gemeente Overbetuwe; • de aanleg van de parkeerplaatsen moet binnen het geldend bestemmingsplan passen. De kosten voor het realiseren van deze openbare parkeerplaatsen komen geheel ten laste van de initiatiefnemer.
3.3
Afwijkingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten tot afwijking van de parkeereis die de ‘Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016’ voorschrijft indien de initiatiefnemer aantoonbaar maakt dat er gegronde redenen zijn om van de parkeernorm af te wijken, dan wel de parkeerplaatsen niet of deels niet op eigen terrein aan te leggen. De initiatiefnemer dient door een onafhankelijke adviseur een parkeerprofiel op te laten stellen met daarin: • de onderbouwing waaruit de lagere parkeerbehoefte blijkt; • aangetoond dat het financieel, dan wel ruimtelijk onmogelijk is om het vastgestelde aantal parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen; • een beschrijving van de initiatieven die hij heeft genomen om toch aan de parkeernorm te voldoen. Het team Vergunning en Handhaving toetst het parkeerprofiel en adviseert hierover het college.
3.5
Overgangsregeling
De in deze nota opgenomen parkeernormen zijn niet van toepassing in de volgende gevallen: 1. Initiatieven waarvoor het college van burgemeester en wethouders vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met een parkeernorm welke is vastgelegd in een door burgemeester en wethouders geaccordeerd document zoals een stedenbouwkundig plan c.q. programma van eisen / nota van uitgangspunten en/of in een intentie- of exploitatieovereenkomst. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals vastgelegd in het door burgemeester en wethouders geaccordeerde document. 2. Initiatieven die passen binnen een voorontwerpbestemmingsplan waarvan het college van burgemeester en wethouders vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met ter inzage legging. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. 3. Op een aanvraag om omgevingsvergunning, afwijking, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota en waarop op die datum nog niet is beschikt. In deze gevallen gelden de vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota geldende parkeernormen.
12
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
4. Parkeernormen fiets Het Fietsberaad heeft samen met het CROW in 2010 een landelijk onderzoek naar de behoefte van het aantal fietsparkeerplaatsen gehouden. Het doel hiervan was om betrouwbare normen voor het aantal fietsparkeerplaatsen te bepalen. Dit onderzoek is in twee stappen uitgevoerd: 1. een theoretische benadering die vergelijkbaar is met de bepaling van de norm voor het aantal autoparkeerplaatsen; 2. een toets aan de praktijk. Het resultaat hiervan is de uitgave “Leidraad fietsparkeren” (CROW publicatie 291 van december 2010). In CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ zijn de fietsparkeerkencijfers uit de ‘Leidraad fietsparkeren’ geactualiseerd. De fietsparkeerkencijfers bestaan uit een kencijfer dat gebaseerd is op een gemeente met een gemiddeld fietsgebruik en een minimum en maximum kencijfer. Het minimum geldt voor een gemeente met een zeer laag fietsgebruik en het maximum voor een gemeente met een zeer hoog fietsgebruik. Uit een onderzoek van het Fietsberaad (juni 2010) is naar voren gekomen dat 21% van het totaal aantal verplaatsingen in Overbetuwe per fiets plaatsvindt. Wij scoren hiermee gemiddeld. Als we naar de korte afstanden kijken (< 7,5 km) groeit het aandeel van de fiets naar 32%.
Doorvertaling naar Overbetuwe Gezien het feit dat wij voor het aantal verplaatsingen per fiets gemiddeld scoren wordt voor het bepalen van het aantal fietsparkeerplaatsen als uitgangspunt het gemiddelde kencijfer aangehouden. In bijlage 3 zijn de tabellen met de normen opgenomen. De normen gelden voor solitaire functies en zijn dus niet geschikt voor gebieden met grote menging van functies, zoals winkelgebieden. Het aantal fietsparkeerplaatsen dat nodig is moet voor het hele gebied bepaald worden en niet apart per functie. Om deze reden zullen de kosten voor het aanleggen van de parkeerplaatsen ook voor rekening van de gemeente zijn. Bij een solitaire functie zullen de kosten ten laste van de initiatiefnemer komen.
13
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Bijlage 1: Kaarten stedelijke zone ‘centrum’ Elst (matig stedelijk)
14
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Zetten (matig stedelijk)
15
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Bijlage 2: Parkeernormen auto 2016 Wonen
Elst-Zetten
Overige kernen
Buitengebied
Aandeel bezoekers
Eenheid per
Centrum
Rest bebouwde kom
Rest bebouwde kom
Koop, vrijstaand
2,2
2,6
2,7
2,8
0,3 pp/woning
Woning
Koop, 2 onder 1 kap
2,1
2,5
2,6
2,6
0,3 pp/woning
Woning
Koop, tussen/hoek
1,9
2,3
2,4
2,4
0,3 pp/woning
Woning
Koop, etage, duur
2,0
2,4
2,5
2,5
0,3 pp/woning
Woning
Koop, etage, duur/midden
1,9
2,3
2,4
2,4
0,3 pp/woning
Woning
Koop, etage, midden
1,8
2,2
2,3
2,3
0,3 pp/woning
Woning
Koop, etage, goedkoop
1,7
2,0
2,0
2,0
0,3 pp/woning
Woning
Huurhuis, vrije sector
1,9
2,3
2,4
2,4
0,3 pp/woning
Woning
Huurhuis, sociale huur
1,7
2,0
2,0
2,0
0,3 pp/woning
Woning
Huur, etage, duur
1,8
2,2
2,3
2,3
0,3 pp/woning
Woning
Huur, etage, duur/midden
1,7
2,0
2,1
2,1
0,3 pp/woning
Woning
Huur, etage, midden
1,5
1,8
1,8
1,8
0,3 pp/woning
Woning
Huur, etage, goedkoop
1,5
1,8
1,8
1,8
0,3 pp/woning
Woning
Serviceflat/ Aanleunwoning
1,3
1,3
1,4
1,4
0,3 pp/woning
Woning
Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
0,6
0,8
0,8
0,8
0,2 pp/woning
Kamer
Kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig
0,3
0,3
0,3
0,3
0,2 pp/woning
Kamer
Voor grondgebonden koop- en huurwoningen hanteert het CROW alleen een indeling in bebouwingstypologie. Voor niet-grondgebonden koop- en huurwoningen hanteert het CROW een indeling in prijsklassen. De typologie die het CROW aanhoudt (duur, midden en goedkoop) is te vaag en dient geconcretiseerd te worden. Hiervoor zijn de bedragen aangehouden uit de Provinciale Woonvisie Gelderland 2010-2019. Omdat de provincie 4 prijsklassen aanhoudt is de omschrijving duur/midden toegevoegd. Koop
Huur
Duur: boven
€ 250.000,-
boven huursubsidietoeslag
Duur/midden: van – tot
€ 200.000,- tot € 250.000,-
-
Midden: van – tot
€ 170.000,- tot € 200.000,-
-
Goedkoop: tot
€ 170.000,-
onder huursubsidietoeslag
Verklaring Serviceflat/aanleunwoning: zelfstandige woning met beperkte zorgvoorziening.
16
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Parkeren eigen terrein In de praktijk wordt niet alle beschikbare parkeergelegenheid op eigen terrein als zodanig benut. Daarom worden de volgende berekeningsaantallen aangehouden voor de mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegeteld aan de aanbodzijde. Deze zijn een afgeleide van de waarden zoals opgenomen in CROW-publicatie 317. Een uitzondering hierop is dat wij een garage zonder oprit niet als parkeergelegenheid meerekenen. De ervaring is dat in deze gevallen de garage meer gebruikt wordt als bergruimte dan als garage. Verder zijn de afmetingen aangescherpt zodat de parkeerplaatsen een zodanige afmeting krijgen dat deze ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden als parkeerplaats.
Rekenwaarden
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Opmerking afmeting
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Oprit min. 5,0 meter diep
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
Oprit min. 10,5 meter diep
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Oprit min. 5,0 meter breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0
-
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
-
Garage met enkele oprit
2
1,0
Oprit min. 5,0 meter diep
Garage met lange oprit
3
1,3
Oprit min. 10,5 meter diep
Garage met dubbele oprit
3
1,8
Oprit min. 5,0 meter breed
Winkelen en boodschappen
Elst-Zetten Centrum
Overige kernen
Rest bebouwde kom
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aandeel bezoekers
Eenheid per
Buurtsupermarkt
2,9
4,5
5,1
n.v.t.
89%
100 m² bvo
Discountsupermarkt
4,3
7,5
8,5
n.v.t
96%
100 m² bvo
Fullservice supermarkt laag en middellaag prijsniveau)
4,1
6,4
7,2
n.v.t
93%
100 m² bvo
Fullservice supermarkt middelhoog en hoog prijsniveau)
4,6
5,9
6,6
n.v.t.
93%
100 m² bvo
Grote supermarkt
7,0
8,7
9,6
n.v.t.
84%
100 m² bvo
Groothandel in levensmiddelen
n.v.t.
7,4
8,1
n.v.t.
80%
100 m² bvo
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners
3,8
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
82%
100 m² bvo
Buurt- en dorpscentrum
n.v.t.
4,7
5,0
n.v.t.
72%
100 m² bvo
Wijkcentrum (klein)
n.v.t.
5,5
5,9
n.v.t.
76%
100 m² bvo
17
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Wijkcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
6,1
6,5
n.v.t.
79%
100 m² bvo
Wijkcentrum (groot)
n.v.t.
6,7
7,1
n.v.t.
81%
100 m² bvo
Kringloopwinkel
n.v.t.
2,1
2,2
2,5
89%
100 m² bvo
Bruin- en witgoedzaken
4,7
8,6
8,9
10,0
92%
100 m² bvo
Woonwarenhuis/ woonwinkel
1,5
2,1
2,2
2,2
91%
100 m² bvo
Woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
5,8
5,9
5,9
95%
100 m² bvo
Meubelboulevard/woonboulevard
n.v.t.
2,6
2,8
n.v.t.
93%
100 m² bvo
Winkelboulevard
n.v.t.
4,4
4,7
n.v.t.
94%
100 m² bvo
Outletcentrum
n.v.t.
11,1
11,4
11,4
94%
100 m² bvo
Bouwmarkt
n.v.t.
2,6
2,7
2,7
87%
100 m² bvo
Tuincentrum
n.v.t.
2,8
2,9
3,1
89%
100 m² bvo
Groencentrum
n.v.t.
2,8
2,9
3,1
89%
100 m² bvo
Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum)
0,24
0,24
0,27
n.v.t.
85%
1 m¹ kraam
Verklaring Buurtsupermarkt: kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak). Discountsupermarkt: relatief laag prijsniveau en serviceniveau, beperkt assortiment (bijvoorbeeld Aldi en Lidl). Fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau): relatief laag prijsniveau, middelmatig serviceniveau, uitgebreid assortiment, vaak meer dan 1.000 m2 winkelvloeroppervlak (bijvoorbeeld Nettorama, C1000 en Jumbo). Fullservice supermarkt (middelhoog en hoog prijsniveau): hoog prijs- en serviceniveau, uitgebreid assortiment, vaak meer dan 1.000 m2 winkelvloeroppervlak (bijvoorbeeld Plus en Albert Heijn). Grote supermarkt: (zeer) uitgebreid assortiment, zeer hoog serviceniveau, verkoopvloeroppervlak groter dan 2.500m2 (bijvoorbeeld Albert Heijn XL). Groothandel in levensmiddelen: meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad (bijvoorbeeld Makro, Hanos en Sligro). Winkelboulevard: Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).
Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): Het betreft grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment voeren met betrekking tot het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Voorbeelden van dergelijke woonwinkels zijn Kwantum, Profijtmeubel, Trendhopper en Leen Bakker. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
18
Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016
Outletcentrum: Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m² wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. Tuincentrum (inclusief buitenruimte): Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m² wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). Groencentrum (inclusief buitenruimte): Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m² wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoensartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).