CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-05-07.12 Relevant stuk 3. Regels met bijlagen De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

Gemeenteraadsvergadering 7 mei 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk”20.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Regels

Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

Bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

Januari 2026

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0233BUITdanenberg-ON01

Landschapspark De Danenberg, Deelgebieden Boerderij En Nieuwedijk

Datum Januari 2026

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 5 10

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Groen Natuur Verkeer Water Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 6 Waterstaat - Waterkering

12 12 13 13 14 15 15 18 20 23 25

Hoofdstuk3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

27 27 27 27 27 34

Hoofdstuk4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

35 35 35

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk met identificatienummer NL.IMRO.1734.0233BUITdanenberg-ON01 van de gemeente Overbetuwe; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan- en uitbouwen:

een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is; 1.6

aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit:

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn, en dat op kleine schaal in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.7

aansluitend terrein:

Het terrein zoals gelegen direct aansluitend aan het bouwwerk. 1.8

achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.9

ander gebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, geen woning zijnde, zoals een winkel, kantoor, schoolgebouw, bedrijfsgebouw of kerk. 1.10

antennedrager:

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne 1.11

antenne-installatie:

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

Regels (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

1.12

archeologisch deskundige:

de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.13

archeologisch onderzoek:

onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een door een erkende certificerende instelling afgegeven certificaat voor opgraven en werkend conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD); 1.14

archeologische verwachting:

een toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.15

archeologische waarde:

een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.16

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.17

bebouwde kom:

Het gebied waarvoor de bebouwde komkaart zoals opgenomen in Bijlage 3 bepalend is; deze begripsbepaling is specifiek en uitsluitend beoogd voor de toepassing van algemene afwijkingsregels in artikel 16.3 tot en met 16.9. 1.18

bed & breakfast:

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in de bestaande bebouwing in combinatie met het serveren van ontbijt; 1.19

bedrijfswoning:

een woning die een functionele binding heeft met het ter plaatse gevestigde bedrijf, de instelling of de inrichting ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting. 1.20

begane grondvloer:

De vloer van een gebouw, niet zijnde een keldervloer, op het peilniveau. 1.21

bestaand:

a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en is gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen, of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag vóór het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime; 1.22

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.23

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

6

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

1.24

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.25

bijgebouw:

een niet aan een hoofdgebouw verbonden gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.26

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.27

bouwgrens:

de grens van het bouwvlak: 1.28

bouwlaag:

een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 1.29

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.31

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.32

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.33

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.34

erotisch getinte horeca:

a. Een horecabedrijf dat tot doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno- erotische aard en tevens het volumineuze volumineuze bedrijfsmatig ten behoeve van verbruik ter plaatse verstrekken van alcoholische en niet- alcoholische dranken; b. hoewel niet horeca in de strikte zin betreffend, vallen onder dit begrip tevens een bordeel, een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.35

extensieve dagrecreatie:

recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte;

Regels (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

1.36

geaccidenteerd terrein:

een (gedeelte van een) bouwperceel met een helling van tenminste 1:10 gemeten over een afstand van 5 m; 1.37

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.38

gebruiken:

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.39

(glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt

agrarische bedrijfsactiviteiten, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen; 1.40

hobbymatig agrarisch grondgebruik:

het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet- bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin; 1.41

hoofdgebouw

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.42

huishouden:

een persoon die of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert; 1.43

huisvesting in verband met mantelzorg:

huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.44

kelder:

een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; bij bebouwing gelegen in geaccidenteerd terrein gelegen beneden peil; 1.45

landschappelijke waarde:

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare -al dan niet begroeide- deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur; 1.46

lawaaisporten:

sportbeoefening die met veel lawaai gepaard gaat zoals bijvoorbeeld motor- en autosport, karten, modelvoer- en vaartuigen; 1.47

mantelzorg:

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

8

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

1.48

natuurwaarden:

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge ecologische samenhang; 1.49

normaal onderhoud, gebruik en beheer:

werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde; 1.50

nutsvoorziening:

voorziening ten behoeve van algemeen nut in ruime zin, zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.; 1.51

omgevingsvergunning:

een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.52 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden : een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.53

ondergeschikte bouwdelen:

bouwonderdelen van beperkte afmetingen die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen en dakoverstekken; 1.54

ondergronds:

onder peil: 1.55

peil:

voor bebouwing in geaccidenteerd terrein voor zover de bebouwing met de gevel is gericht naar het openbare gebied waarop het bouwperceel ontsloten wordt (de dijk) en is gesitueerd op of binnen een afstand van 3 m uit de grens van het openbaar gebied: 35 cm boven de kruin van de dijk; voor overige bebouwing in geaccidenteerd terrein: de bestaande gemiddelde bouwhoogte van het terrein op het punt waar dit direct grenst aan de gevel welke is gericht naar het openbare gebied waarop het bouwperceel ontsloten wordt; voor gebouwen op een perceel in niet geaccidenteerd terrein, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst, mits het gebouw op een afstand van niet meer dan 20 m van die weg is gelegen: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor overige bouwwerken: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein; 1.56

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.57

publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis:

een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan.

Regels (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

1.58

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.59

uitvalsweg:

naar een dorpskern leidende of uit een dorpskern komende belangrijke weg. 1.60

uitvoeren:

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.61

verblijfsrecreatie:

recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben. 1.62

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt; 1.63

woning:

een complex van ruimten inclusief aan- en uitbouwen, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.64

zone bijbehorende bouwwerken:

een zone waarbinnen bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd. De begrenzing van de 'zone bijbehorende bouwwerken' wordt vastgesteld op grond van de in Bijlage 4 opgenomen basisregels. Deze begripsbepaling is specifiek en uitsluitend beoogd voor de toepassing van algemene afwijkingsregels in artikel 16.3 tot en met 16.9.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

De goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel; 2.3

De oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

10

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

2.4

De afstand tot perceelsgrenzen:

tussen de grenzen van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.5

Bebouwingspercentage:

de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken gelegen binnen een bepaald vlak gedeeld door de oppervlakte van dat vlak, uitgedrukt in procenten. 2.6

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt.

Regels (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch met waarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, de bescherming, het herstel en de ontwikkeling van landschapswaarden; b. de aanleg en het beheer van paden, water, oevers en groenvoorzieningen ten behoeve van de ontwikkeling van het landschapspark de Danenberg; c. agrarisch gebruik in de vorm van beweiden; d. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; e. waterstaatkundige doeleinden, zoals de berging en afvoer van water, ijs en sediment; f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende bouwwerken, ontsluitingsvoorzieningen en groenvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan ten dienste van deze bestemming. 3.2.2

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming, waaronder speelvoorzieningen en beeldende kunstwerken met een maximale bouwhoogte van 3 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Gebouwen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1 voor het bouwen van gebouwen mits: a. het schuilgelegenheden en andere gebouwtjes betreffen, noodzakelijk zijn in het kader van een doelmatig beheer en onderhoud van het landschap; b. de bebouwde oppervlakte per gebouw niet meer bedraagt dan 30 m2; c. de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt; d. sprake is van maximaal 1 gebouw per hectare grond e. er een landschapsplan wordt overlegd, waaruit de landschappelijke inpassing blijkt. 3.3.2

Afwijken bouwwerken geen gebouwen zijnde

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 voor het bouwen van bouwwerken met een hogere bouwhoogte, zoals lichtmasten, speelvoorzieningen en beeldende kunstwerken mits: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; b. er geen aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving; c. de afwijking past binnen de landschappelijke inpassing als bedoeld in Bijlage 1 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Spuitzone

De uitoefening van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt is niet toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Dit zijn alle functies behoudens de agrarische bedrijvigheid.

12

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

3.4.2

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten.

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' groenvoorzieningen ten behoeve van een landschappelijke inpassing; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; d. beeldende kunstwerken; met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, en verhardingen 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 4.2.2

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming met een maximale bouwhoogte van 3 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken: a. voor (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt; b. ten behoeve van lawaaisporten.

Artikel 5 5.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden; b. de aanleg en het beheer van paden, water, oevers en groenvoorzieningen ten behoeve van de ontwikkeling van het landschapspark de Danenberg; c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en paden. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Bouwwerken

Het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is niet toegestaan.

Regels (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanbrengen, bebossen en aanplanten van diepwortelende beplantingen en andere houtachtige gewassen; c. het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van vijvers, poelen, kolken en waterlopen; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en/of aanleg- en vissteigers; 5.3.2

Toetsing aan aanwezige waarden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 5.3.3

Uitzonderingen vergunningplicht

Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die de landschappelijke inrichting als bedoeld in Bijlage 1 betreffen.

Artikel 6 6.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wegen en straten, wandel- en fietspaden; parkeer- en groenvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;

met bijbehorende gebouwen, waaronder nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Gebouwen mogen niet worden gebouwd, met uitzondering van nutsvoorzieningen, die voldoen aan de volgende kenmerken: a. bouwhoogte maximaal 3 m; b. inhoud maximaal 36 m³; 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 10 m bedragen.

14

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

6.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een doelmatig wegbeheer met een maximale hoogte van 15 m.

Artikel 7 7.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

waterhuishoudkundige doeleinden; waterberging en waterlopen; extensieve dagrecreatie; waterstaatkundige kunstwerken en andere waterstaatswerken; het behoud en versterking van de natuurlijke en/of ecologische waarden;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming. 7.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale hoogte van 2 m.

Artikel 8

Wonen

8.1

Bestemmingsomschrijving

8.1.1

Algemeen

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met bijbehorende bouwwerken; b. paden en ontsluitingswegen; c. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen en groenvoorzieningen. 8.1.2

Voorwaardelijke verplichting

De omgevingsvergunningen voor bouw van de woningen worden pas verleend nadat is aangetoond dat voldaan is, of voldaan kan en zal worden aan het volgende: De gronden gelegen binnen de bestemming Agrarisch met waarden alsmede de gronden gelegen binnen de bestemming Natuur worden in het eerst mogelijke plantseizoen na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan landschappelijk ingericht, conform het in Bijlage 1 opgenomen landschapsplan. Het landschapspark wordt vervolgens in stand gehouden. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het bouwvlak; b. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn of worden gebouwd, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein de

Regels (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk ondergrondse bebouwing de bovengrondse bebouwing met een (horizontale) diepte van 3 meter mag overschrijden. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één laag ondergronds. 8.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal hoofdgebouwen in de vorm van woningen toegestaan; b. de maximale goothoogte en maximale bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. de inhoud van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 750 m3; d. uitsluitend is de volgende bouwwijze toegestaan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneengebouwde woningen toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen toegestaan. 8.2.3

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en carports

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en carports bij woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.

de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; de goothoogte van bijgebouwen bedraagt niet meer dan 3 m; de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt niet meer dan 5 m; per hoofdgebouw is 1 carport toegestaan; de goothoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 meter; de maximale gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en carports bedraagt niet meer dan 150 m2.

8.2.4

Gebouwde parkeervoorzieningen

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - parkeervoorzieningen' zijn gebouwde parkeervoorzieningen (garages) toegestaan, met de volgende maatvoering: a. de bouwhoogte van de parkeervoorzieningen mag niet meer bedragen dan 4 m; b. het aantal parkeergarages bedraagt maximaal 6. 8.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag maximaal 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m. 8.2.6

Afwijken van de bouwregels

8.2.7

Ondergronds bouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder b, teneinde ondergrondse gebouwen toe te staan daar waar bovengronds geen gebouwen zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. het betreft geen bebouwing in geaccidenteerd terrein; b. de bebouwde oppervlakte van de ondergrondse gebouwen bedraagt niet meer dan 25 m², in afwijking van het bepaalde artikel 2, de oppervlakte van de vloer gemeten, inclusief muren; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;

16

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk d. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 8.3

Specifieke gebruiksregels

8.3.1

Aan huis gebonden beroep- of bedrijfsactiviteit

Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit; f. het aan huis gebonden beroep of bedrijf is in hoofdzaak niet publieksgericht. 8.3.2

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in dit artikel in ieder geval begrepen het gebruik of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. zelfstandige bewoning, voor zover het betreft bijgebouwen; b. standplaats voor onderkomens; c. recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast. 8.4

Parkeren

Ten behoeve van het gebruik als bedoeld in 8.1 dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar te zijn, waarbij moet worden voldaan aan de maximale parkeernorm als opgenomen in de Nota Parkeernormen 2016 in Bijlage 2 bij deze regels. Als na vaststelling van het plan nieuwe parkeernormen worden vastgesteld, zijn de nieuw parkeernormen van overeenkomstige toepassing. 8.5

Afwijken van de gebruiksregels

8.5.1

Publieksgerichte aan huis gebonden beroep en bedrijf

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.3.1 onder f, teneinde binnen een woning en/of bijgebouwen de uitoefening van publieksgerichte aan huis gebonden beroep of bedrijf toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria te worden voldaan: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdieping) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksgerichte aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 8.5.2

Bed & Breakfast

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.3.2 onder c voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast, mits: a. opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande

Regels (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk bebouwing; b. gezamenlijke oppervlakte maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; c. er verder geen voorzieningen als speeltuin, stallingen, detailhandel e.d. worden opgericht; d. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit maximaal 14 bedraagt; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; f. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemeen

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 50 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.

het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 9.2.2

Archeologisch deskundige

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 9.2.1 onder a winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 9.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld. 9.2.3

Uitzondering bouwregels

Het bepaalde in artikel 9.2.1 onder a is niet van toepassing indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 50 m2 mag worden vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met uitzondering van

18

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk nieuwe kelders. 9.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1

Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden

Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 9.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m2 b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 50 m2, , waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het verlagen of afgraven van de bodem; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 9.4.2

Voorwaarde

Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 9.4.3

Uitzonderingen

Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedweg nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 9.4.4

Beoordelingscriteria

Ten aanzien van de in artikel 9.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden;

Regels (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 9.4.5

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen. 9.4.6

Archeologisch deskundige

Voordat het bevoegd gezag beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 9.5

Wijzigingsbevoegdheid

9.5.1

Verwijderen dubbelbestemming

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologie 3', indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 200 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of;

20

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 10.2.2 Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 10.2.1 onder a winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 10.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld. 10.2.3 Uitzondering bouwregels Het bepaalde in artikel 10.2.1 onder a is niet van toepassing indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b.

het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 200 m2 mag worden vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met uitzondering van nieuwe kelders. 10.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 10.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m2 b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 200 m2, , waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het verlagen of afgraven van de bodem; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f.

het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 10.4.2 Voorwaarde Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.

Regels (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

10.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedweg nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 10.4.4 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in artikel 10.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 10.4.5 Voorschriften aan omgevingsvergunning Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen.

10.4.6 Archeologisch deskundige Voordat het bevoegd gezag beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 10.5

Wijzigingsbevoegdheid

10.5.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologie 4', indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

22

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

Artikel 11 11.1

Waarde - Archeologie 6

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Algemeen Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 1 ha dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.

het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 11.2.2 Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 11.2.1 onder a winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 11.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld. 11.2.3 Uitzondering bouwregels Het bepaalde in artikel 11.2.1 onder a is niet van toepassing indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met uitzondering van nieuwe kelders. 11.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

Regels (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 11.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m2 b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 1 ha, , waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het verlagen of afgraven van de bodem; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

11.4.2 Voorwaarde Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 11.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedweg nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 11.4.4 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in artikel 11.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a.

de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 11.4.5 Voorschriften aan omgevingsvergunning Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het

24

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwedijk aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen. 11.4.6 Archeologisch deskundige Voordat het bevoegd gezag beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 11.5

Wijzigingsbevoegdheid

11.5.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologie 6', indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=7c125418-618d-4810-b9f8-4331539670ee