CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-01-27 A14 TIC; Lokale energiestrategie (LES), uitvoeringsagenda en blauwdruk programma warmte, blauwdruk warmteprogramma

Voorronde Zaal 2 13 januari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RTGC Warmteprogramma en Lokale Energiestrategie (LES)25.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

-

Zonnevelden

Voor een warmtenet kan warmte gewonnen worden via zonthermie panelen op een zonneveld. Gewonnen warmte kan via een warmtenet wordt gedistribueerd. Alternatief is om daken van gebouwen te benutten. Collectieve zonthermie kan in combinatie met seizoensopslag een belangrijk deel van de warmtevraag leveren. De ruimtelijke inpassing staat echter onder druk. In Gelderland wordt de ontwikkeling van zonnevelden gestuurd door de Zonneladder. Deze ladder schrijft voor dat

eerst daken, gevels, parkeerterreinen en andere onbenutte bebouwde locaties worden benut voordat landbouwgrond in beeld komt. Door dit beleidskader is het realiseren van zonthermische veldopstellingen op landbouwgrond niet zomaar toegestaan. Zodra een zonneveld bijdraagt aan het verminderen van netcongestie, dan zijn er wél mogelijkheden om deze te realiseren. Er zijn op dit moment geen daken in beeld waar grootschalige zonthermie gerealiseerd kan worden. -

Collectieve warmtepompen

In Overbetuwe kan een collectieve warmtepomp worden ingezet als warmtebron voor kleinschalige warmtenetten in buurten met voldoende bouwdichtheid. Dit type oplossingen zijn te realiseren vanaf 250 aansluitingen. Een grote, of meerdere kleine warmtepompen staan op een centrale locatie in de buurt. Vanwege geluidseisen moet die locatie minimaal 30 meter afstand houden tot woningen. Een distributienet verspreid warmte op circa 70 graden, waarmee woningen met minimale aanpassingen kunnen worden aangesloten. Dit systeem kan gecombineerd worden met een piek- en backup voorziening op (duurzaam) gas en met warmtebuffers, zodat deze oplossing minder belasting geeft op het elektriciteitsnet. In Overbetuwe is deze oplossing onderzocht voor de twee Wijk van de Toekomst buurten. De onderzoeken zijn als bijlage bij het Warmteprogramma gevoegd. Deze systemen zijn bekend als Buurt Energie Systeem (BES) of Modulair Energie Systeem (MES). Uit deze rapportages kwam onderstaande voordelen • •

• •

Sterke CO₂-reductie ten opzichte van aardgas (warmtepomp levert grootste deel van de warmte). Collectieve oplossing zonder ingrijpende verbouwingen. Woningen hoeven vaak niet volledig naar warmtepompeisen te worden gebracht vanwege de hoge aanvoertemperatuur van het net. Schaalbaar en uitbreidbaar; ook inzetbaar als meerdere buurten later worden verbonden. Kan inspelen op dynamische elektriciteitsprijzen bij grotere buffers

Uitdagingen •

•

Hogere kosten voor eindgebruikers dan all-electric oplossingen, vooral door de aanleg van de geisoleerde leidingen van het warmtenet. In beide buurten komt all-electric in de TCO goedkoper uit. Beperkingen door netcongestie kunnen invloed hebben op de inzet van warmtepompen op piekmomenten

Het realiseren van een collectief warmtepompsysteem is zinvol om nader te onderzoeken als: 1. Veel woningen tegelijk kunnen worden aangesloten, waardoor de kosten per woning dalen. Er moet sprake zijn van een gebiedsaanpak, dit kan bijvoorbeeld ook in een koppeling met rioleringswerkzaamheden. 2. Woningen niet eenvoudig of betaalbaar all-electric geschikt te maken zijn omdat ze moeilijk te isoleren zijn. 3. Er lokale opwek beschikbaar is, zoals zonne-energie via een directe lijn, waardoor de warmtekosten kunnen dalen. -

Biomassa

Biomassa omvat een brede groep natuurlijke reststromen en plantaardige grondstoffen, waaronder hout uit snoeiwerkzaamheden, dierlijke mest en speciaal geteelde houtachtige gewassen. Dit materiaal kan op verschillende manieren worden benut. Wanneer biomassa voor warmteopwekking wordt gebruikt, gebeurt dat meestal in grootschalige energie-installaties waar het als bijstook dient. De verwachting is dat de rol van biomassa in de verwarming van woningen beperkt is. Dit komt vooral doordat duurzaam beschikbare biomassa schaars is en omdat deze grondstof vaak

waardevoller is in andere sectoren, zoals de productie van biobrandstoffen, chemische bouwstenen of hoge temperatuurwarmte voor de industrie. Biomassa wordt officieel als hernieuwbaar gezien, omdat bomen en gewassen weer aangroeien. In de praktijk kan het decennia duren voordat een gekapte boom de uitgestoten CO₂ weer heeft opgenomen. Daarbij zorgt een grote vraag naar biomassa voor ongewenste kap van bossen in Nederland en het buitenland. Om die reden worden er geen biomassa centrales in Overbetuwe voorzien. •

Duurzaam gas. Biogas en Groen Gas

Biogas ontstaat door vergisting van organische reststromen zoals mest, slib, groenafval of voedselresten. Tijdens dit vergistingsproces komt een gasmengsel vrij dat voornamelijk bestaat uit methaan en koolstofdioxide. Wanneer dit gas wordt opgewerkt tot dezelfde kwaliteit als aardgas kan het worden ingevoed in het bestaande gasnet. Op dat moment wordt het aangeduid als Groen Gas. Biogas en Groen Gas kunnen een belangrijke rol spelen als alternatieve duurzame energiebron voor gebouwen die nog niet kunnen worden aangesloten op een warmtenet of volledig elektrisch verwarmd kunnen worden. Groen Gas is volledig uitwisselbaar met aardgas en kan rechtstreeks worden gebruikt in bestaande gasgestookte installaties. Daarmee is het met name interessant voor moeilijk te isoleren panden, bedrijven met een specifieke warmtevraag of als tijdelijke overbruggingsoplossing tijdens de energietransitie. De beschikbaarheid van duurzame vergistingsmaterialen in de regio bepaalt hoeveel Groen Gas lokaal geproduceerd kan worden. Regionale landbouw, tuinbouw en afvalverwerking kunnen hieraan bijdragen, maar de totale potentiële productie is beperkt en staat niet in verhouding tot het huidige aardgasverbruik. Daarom wordt Groen Gas vooral gezien als een schaarse energiebron die gericht moet worden ingezet, bijvoorbeeld voor lastig te verduurzamen gebouwen of sectoren •

Waterstof

Waterstof is een gas die kan worden gebruikt als brandstof in industrie, transport of in sommige gevallen voor verwarming. Waterstof is een energiedrager die kan worden geproduceerd uit elektriciteit of uit fossiele bronnen. Wanneer waterstof wordt gemaakt uit duurzame elektriciteit wordt dit aangeduid als groene waterstof. De productie van waterstof met, op dit moment schaarse groene stroom, brengt veel elektriciteitsverlies met zich mee. Elektrolyse, de techniek waarmee water wordt gesplitst in waterstof en zuurstof, is namelijk niet efficiënt. Ongeveer dertig tot vijftig procent van de oorspronkelijke elektriciteit gaat verloren als warmte. Duurzaam opgewekte energie zorgt in toenemende mate voor tijdelijke situaties waarin de duurzame productie hoger is dan het elektriciteitsnet kan verwerken. Dat overschot wordt dan afgeschakeld of slecht vergoed. In zulke situaties kan elektrolyse, het maken van waterstof, juist een nuttige rol spelen. Belangrijkste is dat op dit moment waterstof zeer beperkt beschikbaar is en relatief kostbaar is om te produceren. Vooral wanneer het gaat om duurzame groene waterstof. De verwachting is niet dat dit de komende jaren gaat veranderen. Daarnaast is grootschalige infrastructuur voor transport en opslag nog volop in ontwikkeling. Het gebruik van waterstof voor ruimteverwarming in woningen wordt daarom niet als logische route gezien.

De beperkt beschikbare duurzame waterstof is vooral interessant voor sectoren met een hoge temperatuurbehoefte of waar alternatieven beperkt zijn, zoals industriële processen of zwaar transport.

Voorziene oplossingen per gebied Verduurzaming van warmtebronnen 2050 De energiemix verandert sterk richting 2050: • • •

In 2030 is verwarming nog grotendeels afhankelijk van gas en biomassa (ongeveer 70%), maar het aandeel all-electric groeit naar 10%. In 2040 verschuift het beeld verder: 39% all-electric, 36% gas/biogas, en 16% warmtenetten. In 2050 wordt 65% van de woningen en utiliteiten all-electric verwarmd, met daarnaast warmtenetten (MT en LT) en een beperkt aandeel hybride systemen.

De warmtetransitie verloopt dus richting een mix van elektriciteit en collectieve warmte, afhankelijk van locatie en gebouwtype. Voor utiliteitsgebouwen verloopt de ontwikkeling vergelijkbaar, maar met snellere elektrificatie: • •

In 2030 al 25% all-electric en 27% hybride. In 2050 zijn de warmteoplossingen voor utiliteit in lijn met de warmteoplossingen bij de woningen.

De grafieken hieronder geven de ontwikkeling van het energiegebruik bij woningen en utiliteit in 2050 weer inclusief het groeiscenario vanaf 2019.

Startanalyse De in 2025 gepubliceerde Startanalyse warmte van het PBL beoogt gemeenten een praktisch vertrekpunt te bieden voor het plannen van de warmtetransitie. Deze analyse brengt per buurt in kaart welke warmteopties kansrijk zijn en ondermeer welke oplossing tot de laagste nationale kosten leiden. Het is een hoog-over startpunt om verder mee aan de slag te gaan. Hieronder is de basiskaart weergegeven. Indien in een gebied twee of meer warmteoplossingen wat betreft nationale kosten dichtbij elkaar liggen (20%) zijn deze wit gekleurd. De groen gekleurde gebieden betreffen gebieden met hybride systemen, de paarse gebieden (Z)LT-warmtenetten en de rode gebieden de MTwarmtenetten. Belangrijke nuance is dat bij de (Z)LT-warmtenetten er vaak sprake is van een combinatie tussen individuele oplossingen en warmtenetten. De startanalyse geeft een versnipperd beeld in oplossingen per kern en geen duidelijke houvast om collectieve gebieden te bepalen. Wel geeft het duidelijk aan dat er geen zeer hoge warmtevraagdichtheid in Overbetuwe aanwezig is en er veel optimalisatie moet plaatsvinden voordat collectieve oplossingen haalbaar zijn.

Businesscases berekenen per gebied Vanuit de gemeente maken we gebruik van het ‘Tomahawk systeem’ om nauwkeurige warmteberekeningen uit te voeren voor gebouwen en installaties in een te selecteren gebied. Met dit systeem kunnen we verschillende warmtebronnen, afgiftesystemen en isolatiewaarden modelleren voor een gebied en de businesscases doorrekenen. Het maakt het mogelijk om scenario’s te vergelijken, zoals verschillende warmtepomptypes of warmtenetten, en direct inzicht te krijgen in verbruik, kosten en efficiëntie. Ter illustratie zijn enkele resultaten van het dorp Oosterhout hieronder weergegeven, zonder specifieke optimalisaties. De uitgebreide analyses worden hieronder per dorp niet weergegeven, aangezien dit technisch-financiële analyses betreffen die wat betreft warmte-oplossingen volledig aansluiten bij hoog-over analyses. Denk hierbij aan de beschikbaarheid van warmtebronnen in een gebied en met name warmtevraagdichtheid. Indien er een relatief lage warmtevraag per km2 is, wordt de realisatie van een, duur aan te leggen, warmtenet met de huidige financiële ondersteuningsmogelijkheden niet mogelijk. Het weergeven van een gedetailleerde businesscase voegt dan weinig toe. Hieronder wordt inzichtelijk gemaakt dat detail informatie wel beschikbaar is en meeweegt bij keuzes die we maken.

Figuur 18 geselecteerd gebied van Oosterhout

Figuur 19 Totale jaarlijkse kosten per stakeholder

Figuur 20 Totale operationele kosten

Figuur 21 Totale jaarlijkse eindgebruikerskosten 70 °C Warmtenet (TEO)1 Het warmtebedrijf heeft een bijdrage aansluitkosten nodig van € 12.883 per aansluiting om de business case rendabel te maken. De huidige bijdrage aansluitkosten zijn € 4.339 per aansluiting. Beschrijving / Jaar

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

UITGAVEN Aquathermie uit oppervlaktewater (15 °C) (2.343 kW) Generieke bronleiding Bodemenergiesysteem (WKO) (4806 kW) 770m hoofdnet (Staal 2-pijps (15 °C)) Energiecentrale met 15°C - 70°C warmtepomp (8010 kW) 10.880m distributienet (Staal 2-pijps (70 °C)) 6.352m gebouwaansluitingen (Staal 2-pijps (70 °C)) Afleverset warmte + tapwater (direct) Elektriciteit (3.151.717 kWh) 11% Proces en ontwerpkosten 10% Post onvoorzien

-341.772 € -6.835 € -6.972 € -7.112 € -7.254 € -7.399 € -7.547 € -7.698 € -7.852 € -8.009 € -8.169 € -8.332 € -8.499 € -8.669 € -8.842 € -441.875 € -4.463 € -4.552 € -4.643 € -4.736 € -4.830 € -4.927 € -5.025 € -5.126 € -5.229 € -5.333 € -5.440 € -5.549 € -5.660 € -5.773 € -2.410.129 € -88.659 € -90.432 € -92.240 € -94.085 € -95.967 € -97.886 € -99.844 € -101.841 € -103.878 € -105.955 € -108.074 € -110.236 € -112.441 € -114.689 € -1 -768.340 € -7.759 € -7.915 € -8.073 € -8.234 € -8.399 € -8.567 € -8.738 € -8.913 € -9.091 € -9.273 € -9.459 € -9.648 € -9.841 € -10.038 € -9.687.146 € -118.053 € -120.414 € -122.822 € -125.278 € -127.784 € -130.340 € -132.947 € -135.605 € -138.318 € -141.084 € -143.906 € -146.784 € -149.719 € -152.714 € -11.6 -6.665.700 € -67.317 € -68.663 € -70.037 € -71.437 € -72.866 € -74.323 € -75.810 € -77.326 € -78.873 € -80.450 € -82.059 € -83.700 € -85.374 € -87.082 € -3.153.629 € -31.849 € -32.486 € -33.135 € -33.798 € -34.474 € -35.163 € -35.867 € -36.584 € -37.316 € -38.062 € -38.823 € -39.600 € -40.392 € -41.199 € -1.177.423 € -27.001 € -27.541 € -28.092 € -28.654 € -29.227 € -29.812 € -30.408 € -31.016 € -31.636 € -32.269 € -32.914 € -33.573 € -34.244 € -34.929 € -1.5 -468.895 € -478.273 € -487.839 € -497.595 € -507.547 € -517.698 € -528.052 € -538.613 € -549.385 € -560.373 € -571.581 € -583.012 € -594.672 € -606.566 € -618.697 € -6 -2.762.640 € 0€ 0€

0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ -2.511.491 € 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€ 0€

INKOMSTEN Bijdrage aansluitkosten (BAK)

3.718.523 €

Inkomsten energiefacturen

2.188.417 € 2.232.185 € 2.276.829 € 2.322.366 € 2.368.813 € 2.416.189 € 2.464.513 € 2.513.803 € 2.564.079 € 2.615.361 € 2.667.668 € 2.721.022 € 2.775.442 € 2.830.951 € 2.887.570 €

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

0€

2.9

TOTALEN Totaal: Contante waarde:

-24.482.100 € 1.401.977 € 1.430.016 € 1.458.617 € 1.487.789 € 1.517.545 € 1.547.896 € 1.578.853 € 1.610.431 € 1.642.639 € 1.675.492 € 1.709.002 € 1.743.182 € 1.778.045 € 1.813.606 € -11.2 -24.482.100 € 1.316.410 € 1.260.787 € 1.207.514 € 1.156.493 € 1.107.627 € 1.060.826 € 1.016.002 € 973.072 € 931.957 € 892.578 € 854.864 € 818.743 € 784.148 € 751.015 € -4.3

Netto contante waarde: -7.322.535 €

Figuur 22 Uitsnede businesscase berekening 70 graden TEO warmtenet

Elst Elst – Brienenshof / Omgeving Oude Bemmelseweg In deze buurten is een technisch-financieel onderzoek uitgevoerd9 naar de toekomstige warmtevoorziening. Hierbij is een collectief warmtenet vergeleken met de all-electric warmtepomp. Uit het onderzoek komt naar voren dat de collectieve oplossing niet kan concurreren met de individuele all-electric oplossing. De investering en operationele kosten zijn hoger bij de collectieve oplossing. De grootste uitdaging is de investering in de warmteleidingen in de grond. In het Wijk van de toekomst proces is om die reden geconcludeerd dat de toekomstige aardgasvrij oplossing in deze buurten een individuele oplossing betreft. Voor diverse woningen in deze wijk zijn uitgebreide verduurzamingsrapportages opgesteld, deze zijn ook generiek gemaakt zodat voor de meeste huizen in de wijk duidelijk is welke verduurzamingsstappen in de toekomst gezet moet worden.

9 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/1a4b5189-fa55-4b91-86b8-

db6a838352e3?documentId=24734b02-d60f-4787-89bb-7c2dc0f0e363

Om overlast van cumulatie van geluid door warmtepompen te voorkomen, wordt in 2026 onderzoek gedaan naar de plaatsing van warmtepompen in de wijk en het geluidseffect, rekening houdend dat elke woning een warmtepomp heeft. No regret: isoleren, (hybride) warmtepomp Planning: • • • • •

Tussen 2026 en 2030: alle woningen isoleren zodat ze gereed zijn voor een toekomst zonder aardgas. Vanaf 2026: overstappen op (hybride) warmtepomp in plaats van cv-ketel. In 2028 kijken of er een datum vastgesteld kan worden wanneer de wijken aardgasvrij worden. Vanaf 2029: verbod op aanschaf nieuwe cv-ketels. Het streven om in 2041 te stoppen met het gebruik van aardgas in deze wijken.

Elst – geothermie gebied Uit onderzoek10 komt naar voren dat er ten noorden van Elst potentieel warmte gewonnen kan worden uit geothermie. Deze duurzame aardwarmte kan getransporteerd worden middels een middentemperatuur warmtenet naar grote delen van Elst. Om een warmtenet rendabel aan te leggen is er een vrij hoge warmtevraagdichtheid nodig. De gebieden die hiernaast paars en groen zijn gekleurd komen hiervoor het beste in aanmerking. Dat wil niet zeggen dat een warmtenet in de ander kleurige gebieden (aubergine en rood) niet mogelijk is, maar deze zal sterk afhankelijk zijn van de businesscase van de warmte die afkomstig is uit de geothermie bronnen en de beschikbare Rijksfinanciering. De focus voor de realisatie van een warmtenet ligt op de paars en groene gebieden. Daarnaast is nog geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de bedrijventerreinen aan te sluiten op het warmtenet. Ook deze panden aan de Zuid-oost zijde van Elst moeten in de toekomst aardgasvrij worden. Een aansluiting op een warmtenet kan in veel gevallen mogelijk een eenvoudige manier zijn om hier invulling aan te geven. De komende jaren wordt dit nader onderzocht samen met het bedrijfsleven. Aan de linkerzijde is middels een nettracé weergegeven, hoe een warmtenet gevoed vanuit geothermiebronnen de woningen in dit gebied van warmte kunnen voorzien.

10 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/1a4b5189-fa55-4b91-86b8-

db6a838352e3?documentId=4c56bed8-d7e9-4991-a0c1-90f213882b08

Vervolgonderzoek richt zich onder meer op de onderstaande drie onderdelen: 1. Kan er voldoende warmte gewonnen worden vanuit geothermiebronnen en is deze betaalbaar? 2. Hoe ziet de businesscase van het warmtenet eruit en voor welke gebieden? Hierbij dient rekening gehouden te worden met de betaalbaarheid van de warmte uit de geothermie bron. 3. Op welke manier kan het warmtenet uitgerold worden? Hierbij dient gebruik gemaakt te worden van tijdelijke warmtebronnen. En dient onderzocht te worden of het mogelijk is om de realisatie van een warmtenet te koppelen aan andere grootschalige opgaven in de openbare ruimte, met name de rioleringsopgave. No regret: Isoleren, koelingsvraag verminderen Planning: • • • • •

Tussen 2026 en 2030: alle woningen isoleren zodat ze gereed zijn voor een toekomst zonder aardgas. Vanaf 2026: overstappen op (hybride) warmtepomp in plaats van cv-ketel. In 2028 kijken of er een datum vastgesteld kan worden wanneer de wijken aardgasvrij worden. Vanaf 2029: verbod op aanschaf nieuwe cv-ketels. Het streven om in 2041 te stoppen met het gebruik van aardgas in deze wijken.

Elst – centrumgebied Het centrumgebied van Elst is onderdeel van het geothermie gebied wat hierboven staat beschreven. Omdat dit gebied vrij complex is met een diversiteit van eigenaren, gebruikers en gebruiksdoeleinden, wordt het komende jaar nader onderzocht hoe deze panden kunnen verduurzamen en op welke wijze een stap naar aardgasvrij mogelijk is. Dit vraagt om nadere analyse van panden en gebruikers. Hierbij wordt een warmtenet op basis van geothermie warmte vooralsnog als basis oplossing gezien. Vervolgonderzoek richt zicht op: 1. Hoe kunnen de diverse eigenaren en gebruikers samenwerken om te verduurzamen en welke businesscases/financiële afspraken zijn er beschikbaar of mogelijk? 2. Kan een warmtenet een oplossing zijn voor de diversiteit aan gebruikers/gebruiksdoeleinden? No regret: Isoleren Planning: -

2026: onderzoeken welke behoeftes de eigenaren en gebruikers hebben in het centrumgebied 2026: onderzoeken of, hoe en op welke manier een warmtenet de oplossing kan zijn voor de warmtevraag

Elst - overig Op de vorige pagina zijn gebieden in Elst op kaart ingekleurd. De aubergine en rood gekleurde gebieden kennen een lagere warmtevraagdichtheid, met name door de bouwjaren van de woningen. Deze gebieden betreffen ook de eerder genoemde wijken Brienenshof en Omgeving Oude Bemmelseweg. Hoe recenter de woningen gebouwd, hoe minder warmtevraag een woning heeft. De verwachting is dat in deze gebieden het financieel niet haalbaar is om een warmtenet te realiseren

die betaalbaar is voor de gebruikers. De gebouweigenaren in deze gebieden kunnen om die reden stappen zetten gericht op de individuele all-electric oplossing. No regret: Isoleren, (hybride) warmtepomp

Herveld/Andelst/Zetten - Energiegemeenschap De energie- en warmtetransitie vraagt om een integrale benadering. Eerder werd de verbinding tussen warmte, koude, verlagen warmtevraag en elektriciteit benoemd. Tevens werden Gelderse leidende principes (Context) beschreven waarin een decentraal energiesysteem gezien wordt als toekomstige oplossing om invulling te geven aan decentrale opwek en vermindering van netcongestie. In deze integrale context komt lokale opwek, infrastructuur, afname en sturing van energie samen in één samenhangend systeem. Momenteel wordt dit in Nederland vormgegeven door een mix van publieke en private ontwikkelpartijen. Mede door veranderende wetgeving krijgen lokale initiatieven steeds meer ruimte en erkenning binnen dit energiesysteem. De aankomende Energiewet en de Wet collectieve warmte markeren een belangrijke verschuiving: van centrale sturing naar decentrale participatie en eigenaarschap. De kamerbrief van 29 september 2025 van demissionair Minister Sophie Hermans, waarin energiegemeenschappen worden gepositioneerd als essentiële schakels in de energietransitie, onderstreept deze ontwikkeling. Een energiegemeenschap is een juridische entiteit waarin burgers, lokale overheden en kleine ondernemingen samen energie opwekken, delen en verkopen.11 In het schema hierboven is de energiegemeenschap als principe weergegeven.

Actieve bewonersgroepen (Energiewerkgroep Herveld/Andelst/Zetten, Dorpsbelangen HerveldAndelst, Zicht op Zetten) zien kansen om in dit gebied toe te werken naar een Energiegemeenschap die voor een groot deel in de eigen energie kan voorzien. Daarmee particulieren en bedrijven samen te brengen met opwek, opslag, sturing en afname van energie. De Energiewerkgroep heeft in 2024 in de dorpen een enquête gehouden onder de inwoners. De mensen willen regie nemen over Energie. Ze willen dit thema niet over zich heen laten komen maar zelf daarover kunnen beslissen en niet marktpartijen. Hierbij zien ze de energietransitie als een lokale kans van de dorpen. Op dit moment werkt Haskoning aan de afronding van een onderzoeksrapport naar de vraag of energiegemeenschappen waarde hebben in de gemeente Overbetuwe. Daarin staan onder meer de volgende vragen centraal: 1. Hoe ziet het ontwerp van een lokaal, integraal energiesysteem er uit? 2. Wat is de rol en meerwaarde van lokaal eigendom voor de gemeenten? Bij dit onderzoek is rekening gehouden met decentrale energieopwek middels wind én zon. Het realiseren van een vorm van energieopslag en het aanleggen van een ZLT-net en dus ook warmtepompen in de woning. Ondanks dat het rapport nog niet definitief is, zijn de eerste resultaten positief: • Er is een (klein) financieel voordeel in het gebied • Bestand tegen volatiele marktprijzen 11

CONCEPT rapport "Waarde van energiegemeenschappen", Haskoning, 20 november 2025

• •

• •

– 50 euro voordeel t.o.v. prijzen 2024 is ruim 500 euro voordeel t.o.v. prijzen 2022 Stimuleert betrokkenheid bij de energietransitie en vervolgacties Helpt bij het verminderen van netcongestie = financiële waarde voor Nederland – Aansluitingen bedrijven – Aansluiting woningbouw Versterken sociale cohesive, vervolgmogelijkheden op andere terreinen Eerlijke Kosten én lokale verdeling van opbrengsten

Naast het onderzoek van Haskoning start in 2026 de dorpendeal in Herveld en Andelst, met ook acties op energiegebied in Zetten. Met de dorpendeal wordt ingezet op de sociale verbinding die ook nodig is om tot een energiegemeenschap te komen. Vervolgonderzoek en activiteiten richt zicht op: - Verdere uitwerking van de financiële waarde van de Energiegemeenschap. Een nadere businesscase berekening zal nodig zijn om beter zich te krijgen op de facetten die van invloed zijn op de financiële waarde en betaalbaarheid. - De mogelijkheden om een ZLT-net aan te leggen in dit gebied en kan warmte uit de Waal worden gewonnen? ZLT-netten zijn vrij nieuw en de wijze waarop deze netten zo kosten efficiënt mogelijk aangelegd kunnen worden, dienen nader onderzocht te worden. Inclusief de mogelijkheden om in een ZLT-net kosten efficiënt opslag toe te voegen en de temperatuur te beïnvloeden. Het doel daarvan is om de gelijktijdigheid van warmtevraag en energie opwek te verhogen waarmee een stabiele prijs en betaalbaarheid wordt bereikt. - Sociale verbinding in alle buurten op het thema Energie middels de dorpendeal. No regret: Isoleren Planning: -

2026 en 2027: dorpendeal, sociale verbinding dorpen rondom Energie 2026 en 2027: nadere berekening businesscase waarde Energiegemeenschap inclusief oplossingen ZLT en MT net, verbinding lokale opwek én opslag energie 2028: Besluit warmtetransitie route

Driel Vogelbuurt en Kern Driel In deze buurten is een technisch-financieel onderzoek uitgevoerd12 naar de toekomstige warmtevoorziening. Hierbij is een collectief warmtenet vergeleken met de all-electric warmtepomp. Uit het onderzoek komt naar voren dat de collectieve oplossing niet kan concurreren met de individuele all-electric oplossing. De investering en operationele kosten zijn hoger bij de collectieve oplossing. De grootste uitdaging is de investering in de warmteleidingen in de grond. In het Wijk van de toekomst proces is om die reden geconcludeerd dat de toekomstige aardgasvrij oplossing in deze buurten een individuele oplossing betreft. Ook de woningcorporatie heeft deze conclusie omarmd.

12 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/1a4b5189-fa55-4b91-O86b8-

db6a838352e3?documentId=1840692d-28f9-4709-96e8-148ce3f8f5d1

Voor diverse woningen in deze wijk zijn uitgebreide verduurzamingsrapportages opgesteld, deze zijn ook generiek gemaakt zodat voor de meeste huizen in de wijk duidelijk is welke verduurzamingsstappen in de toekomst gezet moet worden. Om overlast van cumulatie van geluid door warmtepompen te voorkomen, wordt in 2026 onderzoek gedaan naar de plaatsing van warmtepompen in de wijk en het geluidseffect, rekening houdend dat elke woning een warmtepomp heeft. No regret: isoleren, (hybride) warmtepomp Planning: • • • • •

Tussen 2026 en 2030: alle woningen isoleren zodat ze gereed zijn voor een toekomst zonder aardgas. Vanaf 2026: overstappen op (hybride) warmtepomp in plaats van cv-ketel. In 2028 kijken of er een datum vastgesteld kan worden wanneer de wijken aardgasvrij worden. Vanaf 2029: verbod op aanschaf nieuwe cv-ketels. Het streven om in 2041 te stoppen met het gebruik van aardgas in deze wijken.

Driel overig Driel met uitzondering van Vogelbuurt en Kern Driel kent grofweg een tweedeling wat betreft bouwjaar, zoals hiernaast zichtbaar. In het Zuidelijk deel van Driel bevindt zich met name woningbouw gebouwd vanaf de jaren 90. Dit zijn woningen die vanaf de bouw al goed geïsoleerd zijn en met vaak verbetering van isolerend glas en afgiftesysteem een warmtepomp kunnen installeren. De warmtevraag is beperkt en de woningen hebben vaak een energielabel B of A. In het Noordelijke deel zijn de bouwjaren diverser en zo ook zijn er energielabels G tot en met A. Deze woningen zijn vanaf de bouw vaak onvoldoende geïsoleerd en (na)isolatie van spouw, vloer, muur en glasisolatie kan nodig zijn om efficiënt gebruik te maken van een warmtepomp. Op dit moment onderzoeken we samen met bewonersgroep Samen Driel Duurzaam de mogelijkheden voor dit gebied. Hierbij kijken we naar de lokale context en de potentiële warmtebronnen. Mogelijkheden voor energieopwek bij de Stuw en het Stuweiland zijn recent afgewezen door Rijkswaterstaat. Waardoor een koppeling tussen elektriciteitsopwek en warmtelevering daarmee niet mogelijk is. Een van de andere lokale mogelijkheden betreft Fikkersdries. Het dorp Driel ligt nabij de productielocatie Fikkersdries, een belangrijk drinkwaterwingebied van Vitens.

Het voorziet een groot deel van de regio, waaronder de omgeving van Driel, Huissen, Bemmel, Beuningen, Nijmegen en Arnhem, van drinkwater. Vitens is bezig met de vernieuwing en verduurzaming van de zuiveringslocatie (Fikkersdries III) om voorbereid te zijn op de stijgende drinkwatervraag. Uit drinkwater kan warmte gewonnen worden, zoals omschreven bij de warmtemogelijkheden (Thermische Energie uit Drinkwater). Om die reden kan nog geen uitspraak gedaan worden over de verwachte warmteoplossing in dit gebied.

Vervolgonderzoek en activiteiten richt zicht op: Samen met Samen Driel Duurzaam en Vitens wordt gekeken wat de realistische mogelijkheden zijn, o.a. met Fikkersdries, om Driel van warmte te voorzien. Op basis van de verkregen informatie dient een warmtestrategie bepaald te worden die recht doet aan de opbouw van Driel. Hierbij kan gedacht worden aan het opwaarderen van de laag temperatuur warmte naar 70 graden voor het Noordelijk deel van Driel, waarbij de retortemperatuur gebruikt kan worden in het Zuidelijke deel van Driel. De te overbruggen afstanden vormen een uitdaging. Een technisch-financiele analyse dient hierna uitsluitsel te geven over de mogelijkheden. No regret: Isolatie Planning: • •

2026: onderzoeken warmtemogelijkheden samen met Samen Driel Duurzaam inclusief optimalisaties 2027: bepalen warmtestrategie voor Driel

Heteren De kern Heteren heeft ongeveer 2000 woningen met een diversiteit aan bouwjaren. De geschatte energielabels zijn desondanks veelal redelijk goed met een grote meerderheid van energielabels tussen label A en C. Het planbureau voor de leefomgeving heeft voor alle wijken in Nederland een hoogover analyse gemaakt wat per wijk mogelijk de warmteoplossing is met de laagste nationale kosten. De buurt Liefkenshoek is een van de twee buurten in Overbetuwe (naast een buurt in Elst), waar een middentemperatuur warmtenet als voorkeursscenario is aangegeven. Bij de buurten De Haantjes-Vogelbuurt en Kern Heteren is er geen duidelijke voorkeursoplossing omdat meerdere warmteoplossingen wat betreft nationale kosten dichtbij elkaar liggen, waaronder het MT-warmtenet. De bebouwingsdichtheid en de warmtedichtheid zijn relatief hoog in Heteren. Ook Heteren is gelegen nabij de Rijn waar warmte uit gewonnen kan worden. Wat betreft winning van warmte uit de Waal kijken we allereerst naar Herveld/Andelst/Zetten. Aangezien er op geen enkele plek in Nederland al warmte uit de grote rivieren gewonnen wordt, is het nog niet duidelijk onder welke voorwaarden dit in de toekomst mogelijk zal zijn. Nabij Heteren is onderzocht of een koppeling met een steenfabriek gemaakt kan worden. Er is veel energie nodig om stenen te maken.

De warmte die echter, met veel moeite, gewonnen kan worden voor een warmtenet is echter beperkte tot de warmte die ongeveer 100 woningen nodig hebben. Dit is te weinig om een warmtenet op aan te leggen. Vanwege de grootschalige nieuwbouw die voorzien is aan de Zuid-West zijde van Heteren loopt er een onderzoek door Arcadis ten aanzien van de energievoorziening van de toekomst. Dit onderzoek richt zich op de nieuwbouw zelf, maar ook op de verbinding met de bestaande bouw in Heteren. De voorlopige conclusies zijn dat voor de nieuwbouw gekeken wordt naar een toekomstbestendige en netbewuste warmtevoorziening, mogelijk in de vorm van een zeer-laagtemperatuurnet met individuele warmtepompen, omdat dit scenario volgens het handelingsperspectief de beste balans biedt tussen haalbaarheid, flexibiliteit en lage netbelasting. Koppeling met de bestaande bouw wordt niet uitgesloten en zou eventueel kunnen profiteren. Gelijktijdig wordt geconstateerd dat dit niet vanzelfsprekend haalbaar is. Alhoewel dit nader

onderzocht en berekend moet worden, lijkt individuele verduurzaming, oftewel isoleren en vervolgens (hybride) warmtepompen vooralsnog het meest realistische pad. We maken nog geen definitieve keuze voor een warmteoplossing, maar richten ons eerst op het versterken van de sociale verbinding met de samenleving en het activeren van bewoners rondom de energietransitie, onder andere door thermografische dronebeelden te laten maken en deze te vertalen naar vervolgstappen op individueel en kleinschalig groepsniveau. Tegelijk zetten we een energie-opbouwwerker in, in samenwerking met het welzijnswerk, om bewoners te ondersteunen bij bewustwording en uitvoering. Daarnaast onderzoeken we de mogelijke verbinding met de nieuwbouw verder, terwijl we ook invulling geven aan de energieoplossing van de toekomst voor het gehele dorp Heteren. No regret: isolatie Planning: -

2026: individuele en klein-groepsniveau activering doormiddel van thermografische dronebeelden inclusief vervolgproces 2026 en 2027: inzet energie-opbouwwerker om verbindingen te realiseren rondom enrgie in het dorp 2026: verder onderzoeken warmteoplossing voor nieuwbouw en verbinding bestaande bouw 2027: voorlopig besluit warmteoplossing nieuwbouw en (delen van de) bestaande bouw

Oosterhout Oosterhout is wat betreft bebouwing een gevarieerd dorp. Dit is ook zichtbaar in de spreiding van de voorlopige energielabels. Het dorp heeft een duidelijke dorpskern met lintbebouwing en veelal ruime kavels. Voor veel woningen zijn isolatiemaatregelen een belangrijke eerste stap, ongeacht de toekomstige warmteoplossing. Bijzonder is dat het dorp Oosterhout gelegen is naast het warmtenet gebied in Nijmegen-Noord. Bij de aanleg van het warmtenet in Nijmegen-Noord is er geen rekening gehouden met uitbreiding naar het dorp Oosterhout. Er zijn om die reden geen nabijgelegen warmteleidingen waarop aangehaakt kan worden. Oosterhout ligt ook nabij de Waal als warmtebron. De totale omvang van Oosterhout is echter beperkt om aquathermie te realiseren en gezien de ruimte opzet van het dorp is het realiseren van een warmtenet een forse financiële opgave. Gezien de afwezigheid van een eenvoudig en betaalbaar winbare warmtebron in combinatie met een lage warmtevraagdichtheid is de verwachting dat de warmtetransitie in het dorp Oosterhout zich ontwikkelt richting all-electric oplossingen. In het dorp Oosterhout, waar wél veel samenhang is en veel actieve dorpsbewoners zijn, is er nog weinig dorpsactiviteit rondom de energie- en warmtetransitie.

Omdat we deze transitie samen met de samenleving vormgeven, wordt het komende jaar ingezet om samen met het dorp te bepalen welke strategie gevolgd gaat worden de komende jaren. No regret: Isolatie en (hybride) warmtepomp Planning: 2026: Opstarten dorpsproces energie- en warmtetransitie op een passende manier die is afgestemd met het dorp.

Slijk-Ewijk, Valburg, Hemmen, Randwijk, Homoet en buitengebied In dunbevolkte gebieden ligt bij het verduurzamen van warmte de focus op individuele oplossingen. De kleine kernen en het buitengebied hebben vaak grote afstanden tussen woningen en dus een lage bebouwingsdichtheid. Het aanleggen van warmtenetten is geen mogelijkheid in die situatie. Daarom is de individuele oplossing van een warmtepomp logisch. Voor veel woningen is de hybride warmtepomp een aantrekkelijke optie omdat de isolatie van de woningen niet altijd goed is. In de kleine kernen en het buitengebied is de verwachting dat het gasnet vaak nog lang blijft liggen. De overgang naar all-electric warmtepompen vraag om verzwaring van het elektriciteitsnet. De beperkte capaciteit om deze verzwaring mogelijk te maken, vraagt om het maken van keuzes. Het verzwaren van het elektriciteitsnet én het verwijderen van het gasnet zal in deze gebieden naar verwachting langzamer gaan dan in dichterbewoonde gebieden. No regret: Isoleren en aanschaffen van een hybride warmtepomp die het grootste deel van de warmtebehoefte opvangt met elektriciteit, maar schakelt bij piekvraag over op gas. Planning: 2026 – 2027: aansluiten bij de behoeftes in de gebieden en waar gewenst gezamenlijk zoeken naar alternatieve mogelijkheden.

Monitoring Als gemeente vinden we het essentieel om de uitvoering van ons warmteprogramma actief te monitoren. Monitoring helpt ons om onze aanpak tijdig bij te sturen, keuzes te onderbouwen en richting te geven aan zowel het uitvoeringsproces als de wettelijke verplichtingen die horen bij de warmtetransitie. Door gericht en systematisch gegevens te verzamelen voorkomen we dat we versnipperd of ongericht informatie bijhouden; we zorgen juist voor focus en duidelijkheid in wat we volgen en waarom. Monitoring begint bij de doelen die gesteld zijn in de Lokale Energie Strategie. Daarin staat beschreven hoe we toe willen werken naar een energieneutraal Overbetuwe, met doelen voor 2050, 2040 en 2030. Het Warmteprogramma moet bijdragen en aansluiten bij de Lokale Energie Strategie. Ten behoeve van de monitoring maken we de hierboven genoemde planning SMART en vertalen we die naar concrete monitoronderwerpen. Op basis hiervan bepalen we jaarlijks of we met de uitgevoerde acties de tussentijdse resultaten hebben behaald. Hieruit volgt de mogelijkheid om bij te sturen om de 2030, 2040, 2050 doelen te realiseren. Jaarlijkse evaluatie: van reflectie naar actie We monitoren jaarlijks de voortgang in een cyclus van reflectie naar actie. In deze jaarlijkse rapportage beantwoorden we systematisch de volgende vragen: 1. Wat hebben we gedaan om de doelen te behalen? 2.

Wat heeft dat opgeleverd? 3. Wat leren we hiervan? 4. Waar hebben we invloed op en welke factoren zijn extern? 5. Wat moeten we aanpassen in onze aanpak? Deze reflectie maakt het mogelijk om continu te verbeteren en om zorgvuldig afwegingen te maken binnen een veranderend speelveld van techniek, kosten, beleid en maatschappelijke verwachtingen. Tweejaarlijkse herijking van het warmteprogramma Naast de jaarlijkse rapportages herijken we eens per twee jaar ons warmteprogramma. In een update worden de belangrijkste monitoringresultaten gebundeld en gecombineerd met interne en externe ontwikkelingen en vervolgens vertaald naar een aangescherpte uitvoeringsstrategie. Hierdoor blijft ons warmteprogramma actueel, realistisch en goed onderbouwd.

Begroting De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) concludeerde in zijn advies "Koersen op klimaatneutraal" dat er een significant en structureel tekort is in de financiering door het Rijk van de decentrale klimaattaken. Het Rijk financiert de decentrale overheden onvoldoende voor de taken en verantwoordelijkheden die zij hebben gekregen bij de uitvoering van het Klimaatakkoord en de Warmtetransitie. Het Nationale Programma Lokale Warmtetransitie heeft een berekening gemaakt wat dit per gemeente betekent aan activiteiten en financiering. Hieronder is voor Overbetuwe inzichtelijk gemaakt wat idealiter de begroting is om de gedecentraliseerde taken uit te voeren. Voor 2026 is een begroting van bijna 5 miljoen berekend om de beoogde taken goed uit te voeren. De vastgestelde CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid) middelen van het Rijk zijn bijna 1,5 miljoen euro, met name bedoeld voor uitvoeringscapaciteit binnen gemeenten. Dit betekent dat het tempo waarop we invulling kunnen geven aan de doelen, lager is dan wenselijk en we minder snel tot uitvoering kunnen overgaan. Meerjarenbegroting Overkoepelende taken Gebouwde omgeving Mobiliteit Industrie Elektriciteit Ondersteunende processen

2025 € 193.000 € 3.363.000 € 257.000 € 182.000 € 311.000 € 150.000

2026 € 193.000 € 3.806.000 € 257.000 € 182.000 € 311.000 € 150.000

Totaal alle taken

€ 4.456.000

€ 4.899.000

Omdat het onderdeel Gebouwde omgeving veruit het grootste deel van de begroting betreft is deze hieronder uitgesplitst. Gebouwde omgeving Aardgasvrije wijken met wijkgerichte collectieve oplossingen Aardgasvrije wijken met wijkgerichte individuele oplossingen Verzorgen gemeentebrede communicatie (energieloket) Verduurzamen eigen vastgoed Actualiseren warmteprogramma Oprichten publiek warmtebedrijf Soortenbescherming Totaal gebouwde omgeving

2025 € 692.000 € 1.800.000 € 470.000 € 134.000 € 47.000 € 110.000 € 111.000 € 3.364.000

2026 € 798.000 € 2.137.000 € 470.000 € 134.000 € 47.000 € 110.000 € 111.000 € 3.807.000

Met gelijkblijvende CDOKE financiering (hieronder de crème doorlopende lijn) vanuit het Rijk wordt het gat tussen begroting en financiering steeds groter. Dit is hieronder weergegeven. Het is dus belangrijk om de beschikbaarheid van middelen goed mee te nemen in de jaarlijkse monitoring en keuzes te maken in wat we wel en niet kunnen doen.

Bijlage 1 Uitgebreide context van het warmteprogramma Landelijk In Nederland is de opgave voor de warmtetransitie groot: alle circa 7,5 miljoen woningen en ongeveer 1 miljoen utiliteitsgebouwen moeten uiterlijk in 2050 emissievrij worden verwarmd, in lijn met de Klimaatwet en de herziening van de Europese richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD IV). Om dit te bereiken heeft het Rijk het instrumentarium versterkt: via de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en het bijbehorende Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) krijgen gemeenten vanaf inwerkingtreding (naar verwachting 1 juli 2026) de bevoegdheid om warmtetransitiegebieden aan te wijzen en via een wijkgerichte aanpak te sturen op de afbouw van aardgasaansluitingen. Het warmteprogramma vormt de sleutel in deze aanpak: gemeenten stellen dit document op (ter vervanging van de voorgaande Transitievisie Warmte) en daarin worden de wijken, tijdspaden, warmtealternatieven en kostenramingen opgenomen. Het Rijk stelt via diverse subsidie- en investeringsregelingen middelen beschikbaar, bijvoorbeeld voor de aanleg van warmtenetten, isolatie en warmtepompen. Tevens stelt ze middelen beschikbaar voor de gemeentelijke uitvoering.

Daarnaast werkt het Rijk aan instrumenten om financiële risico’s te verlagen, zoals garantiefondsen of publiek-private samenwerking voor warmtenetten, zodat de business case haalbaarder wordt voor gemeenten en marktpartijen. Uitvoering van de warmtetransitie hangt sterk af van het in de toekomst beschikbaar komen van voldoende middelen om de betaalbaarheid te borgen. Én van het juiste lange termijn narratief.

NPLW Het NPLW is een interbestuurlijk programma, opgezet door het Rijk in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO), dat als doel heeft gemeenten te ondersteunen bij de aanpak van de warmtetransitie en specifiek bij het opstellen van (komende) warmteprogramma’s. Het NPLW richt zich met name op: -

-

het signaleren en agenderen van knelpunten en kansen in de lokale warmtetransitie. het informeren en ondersteunen van gemeenten bij onder meer proces, data, monitoring, regierol en uitvoering. het verbinden van gemeenten onderling én met andere stakeholders (zoals provincies, netbeheerders, woningcorporaties) om kennisdeling en gezamenlijke oplossingsrichtingen te bevorderen. Voor het warmteprogramma biedt het NPLW specifieke hulpmiddelen en ondersteuning

Provinciaal De provincie Gelderland heeft een Beleidskader Energiesysteem Gelderland vastgesteld waarin kaders worden meegegeven die ook relevant zijn voor het Warmteprogramma van de gemeente Overbetuwe. Hieronder worden enkele leidende principes toegelicht.

-

We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik.

Voor het warmteprogramma betekent dit dat we voor warmteoplossingen op een integrale manier kijken naar energie in een gebied. Decentrale verbonden vormen van elektriciteitsopwek, warmteoplossingen, opslag en alle vormen van lokale bronnen kunnen bijdragen aan een decentraal energiesysteem. - We besparen zo veel mogelijk energie. Het is belangrijk om eerst de warmtevraag te verlagen middels isolatie, gedragsverandering en optimalisatie. Pas daarna, of parallel, de keuze van duurzame warmteoplossing nemen. Dit voorkomt dat je grote infrastructuur moet aanleggen voor een hoge vraag die teruggedrongen kan worden. - We zetten in op een diverse energiemix. Voor warmte betekent dit dat niet één oplossing voor alle wijken hoeft te zijn. Afhankelijk van wijkkarakteristieken (bebouwingstype, dichtheid, restwarmtemogelijkheden, bodemgesteldheid) kunnen verschillende warmteconcepten ingezet worden: bijvoorbeeld warmtepompen, geothermie, restwarmte, biomassa, warmtenet, etc. Diversiteit vergroot robuustheid. We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie, onder andere via participatie en de mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag. Het warmteprogramma moet ruimte bieden voor participatie van inwoners en bedrijven. Dit kan met gezamenlijke wijkwarmtenetten, coöperaties en bewonersinitiatieven. Dit vergroot draagvlak en maakt de uitvoering makkelijker. -

Provinciale ondersteuning De provincie ondersteunt gemeenten via het Expertteam Warmte (een provinciaal kennis- en steunplatform) om gemeenten gezamenlijk op gang te helpen, en het stimuleren van collectieve warmteinfrastructuur zoals warmtenetten. Tevens heeft de provincie Gelderland het Gelders Warmte Bedrijf (GWB) opgericht die een cruciale rol kan spelen in de realisatie van collectieve warmtevoorzieningen. Het GWB ondersteunt gemeenten bij de ontwikkeling, aanleg en exploitatie van publieke warmtenetten, met als doel betaalbaarheid, duurzaamheid en publieke zeggenschap te waarborgen. Voor gemeenten betekent dit dat bij de gebiedsgerichte keuzes voor warmtealternatieven het GWB als partner beschikbaar is om technische, financiële en organisatorische vraagstukken te ondersteunen.

Regionaal, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) is een samenwerkingsverband van 18 gemeenten in Gelderland, waaronder ook Overbetuwe. De samenwerking op het gebied van warmtetransitie binnen de GMR zorgt ervoor dat gemeenten niet geïsoleerd hun warmteopgave uit voeren, maar samenwerken richting gezamenlijke instrumenten, gedeelde data, en regionaal afgestemde tijdspaden en warmteopties. Hiervoor is onder meer een regiocoördinator aangesteld die het delen van goede voorbeelden borgt, gezamenlijke onderzoeken coördineert, etc. In de samenwerking binnen de GMR werken gemeenten samen aan de Regionale Energiestrategie (RES). Hierin staat beschreven hoe de regio wil omgaan met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, collectieve warmteoplossingen, rest-warmtebronnen en lokale warmteopwekking. Een belangrijke focus ligt hierin op warmtenetten én de leidende principes die hierboven bij de provincie Gelderland staan beschreven. De gemeente Overbetuwe werkt onder meer samen met Lingewaard, Arnhem en Nijmegen aan onderzoeken gericht op warmtewinning middels geothermie.

Omgevingsvisie Overbetuwe •

•

•

De warmtetransitie maakt deel uit van integrale ruimtelijke afwegingen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt Energie (waaronder netcongestie, ruimtelijke inpassing van leidingen, netwerken en bronnen) meegewogen. Warmte hoort bij een brede toekomstbenadering waarin wonen, werken, landschap, energie en infrastructuur samenkomen. Keuzes moeten toekomstbestendig zijn, met oog voor beheer, flexibiliteit en langdurige houdbaarheid van de infrastructuur. Locatiekeuzes en wijk-/gebiedskeuzes moeten afgestemd zijn op het landschap, infrastructuur en netwerken: In het Koersdocument staat dat het landelijk gebied en kernen en netwerken beide aandacht krijgen. Voor warmte betekent dit dat per gebied (kern, dorp, landelijk) maatwerk geleverd moet worden. Participatie en maatschappelijke betrokkenheid spelen mee: Het Koersdocument legt nadruk op betrokkenheid van inwoners/ondernemers. Het traject van keuze en uitvoering van warmteoplossingen moet samen met stakeholders gebeuren. Mede omdat ruimtelijke keuzes vaak impact hebben op leefomgeving.

Evaluatie Transitievisie Warmte In 2020 heeft de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vastgesteld. In de Transitievisie Warmte stond beschreven hoe in Overbetuwe energie bespaart kon worden en welke alternatieven er zijn voor aardgas. Ook stond erin beschreven welke gebieden kansrijk leken om de eerste stappen te zetten. In bijlage 1 is een uitgewerkte versie van de evaluatie opgenomen. Hieronder is alleen de samenvatting weergegeven. De Transitievisie Warmte is een momentopname geweest op basis van de op dat moment beschikbare informatie. Vele van de genoemde uitdagingen zijn inmiddels opgepakt of geagendeerd. In de tussentijd zijn vele huishoudens geactiveerd om aan de slag te gaan met het verduurzamen van de woning. Tevens is er veel ruimte geboden aan inwonersinitiatieven om vanuit een samenwerking de stap te zetten richting aardgasvrije wijken en zijn ten slotte diverse onderzoeken uitgevoerd naar de toekomstige oplossingen. De verwachting is dat we de komende vijf jaren nog veel meer stappen kunnen zetten. Belangrijke lessen die we geleerd hebben zijn: -

-

-

-

Dat de aanwezige energie bij partners van doorslaggevend belang is voor de start van de aardgasvrij transitie. Het betrekken van partners bij het opstellen van het Warmteprogramma is dan ook van essentieel belang. Om de kwaliteit van besluitvorming te verbeteren én om te onderzoeken waar de warmtetransitie een vervolg kan krijgen. We hebben gemerkt dat de maatschappij behoefte heeft aan duidelijkheid. Dit vraagt om keuzes, waarbij we weten dat het mogelijk is dat over vijf jaar deze kunnen veranderen. Een basiskeuze die in de Transitievisie Warmte reeds gemaakt is en nog volledig ondersteund wordt is de keuze om eerst in te zetten op het verlagen van het verbruik, waarna daarna een aardgasvrije oplossing wordt aangesloten. Het Warmteprogramma vraagt daarnaast om keuzes over toekomstige aardgasvrije oplossingen en een tijdpad. Uit enquêtes van het afgelopen jaar blijkt de betaalbaarheid van oplossingen op huishoudenniveau doorslaggevend te zijn bij het sentiment hierover. Dit wil niet zeggen dat betaalbaarheid hetzelfde is als maatschappelijk laagste kosten. In toekomstige afwegingen dient dit onderscheid goed zichtbaar te worden gemaakt. Waarbij de maatschappelijke kosten beïnvloed kunnen worden door andere werkzaamheden die in de buurten plaatsvinden. De keuzes voor lokale duurzame oplossingen, zijn inmiddels ook verankerd op andere plaatsen.

In de Energievisie Gelderland is het Gelderse leidende principe beschreven dat we toewerken naar een decentraal energiesysteem met aandacht voor een combinatie van lokale opwek, opslag en lokaal gebruik. Deze principes zijn ook opgenomen in het Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie en sluiten goed aan bij de keuze voor lokale duurzame oplossingen.

Ervaring Wijk van de Toekomst De wijkuitvoeringsplannen voor Brienenshof (Elst) 13 en Vogelbuurt & Kern Driel (Driel)14 vormen de eerste concrete invulling van de warmtetransitie in Overbetuwe. Beide plannen zijn samen met bewoners, lokale initiatieven en woningcorporaties opgesteld in het kader van ‘Wijk van de Toekomst’. Deze trajecten leveren waardevolle lessen op voor de verdere uitwerking van het Warmteprogramma dat in 2026 wordt vastgesteld. 1. Samenwerking met bewoners is cruciaal: de warmtetransitie lukt alleen met bewoners. Het participatieve proces in beide wijken laat zien dat draagvlak ontstaat wanneer de gemeente aansluit bij lokale initiatieven. De wijkkrant als communicatiemiddel werkt effectief: herkenbaar, laagdrempelig en in het tempo van de wijk. 2. Betaalbaarheid bepaalt draagvlak: bewoners willen verduurzamen, maar maken zich zorgen over kosten. De combinatie van gemeentelijke subsidie (1500 euro), gratis advies en collectieve inkoopacties vergroot het vertrouwen. Hybride oplossingen blijken voor veel huishoudens een haalbare tussenstap. 3. Flexibiliteit en realisme zijn nodig: techniek en regelgeving ontwikkelen zich snel. Een warmtenet bleek niet haalbaar; individuele (hybride) warmtepompen zijn nu het meest kansrijk. Beleid moet adaptief zijn, met ruimte voor herijking. 4.

Energie besparen is de eerste stap: isolatie en kleine maatregelen vormen de basis. Communicatie over comfort, gemak en lagere kosten werkt beter dan over klimaatdoelen. 'Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken' is een krachtige boodschap. 5. Continuïteit en vertrouwen: de gemeente moet zichtbaar, betrouwbaar en consistent zijn. Bewoners waarderen persoonlijke benadering en opvolging. Het is belangrijk kennis en relaties te borgen om voortgang te behouden. 6. Actieve begeleiding door een gemeente, rekening houdend met bovenstaande punten, wordt gewaardeerd en zorgt voor een versnelling.

Context woningcorporaties Woningcorporaties zijn een van de belangrijkste uitvoerders van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Zij beheren een groot deel van de bestaande huurvoorraad en hebben een wettelijke en maatschappelijke opdracht om die voorraad betaalbaar, voldoende en duurzaam te houden. In nationale afspraken is vastgelegd dat corporaties een sleutelrol spelen bij het isoleren van woningen, het terugdringen van de warmtevraag en de overstap naar duurzame warmtebronnen, zoals warmtenetten en (hybride) warmtepompen.

Van Nationale Prestatieafspraken 2022 naar herijkte afspraken 2025-2035 In 2022 sloten het Rijk, Aedes, VNG en de Woonbond de eerste Nationale Prestatieafspraken (NPA). Daarin spraken partijen onder meer af dat corporaties hun investeringen fors zouden opvoeren na het afschaffen van de verhuurderheffing. De sector beloofde extra nieuwbouw van sociale huurwoningen, het verbeteren van circa 675.000 bestaande woningen naar de isolatiestandaard en het aardgasvrij maken van 450.000 corporatiewoningen in de periode tot en met 2030. Ook werd

13 Document OverBetuwe - 25-12-09 A10 TIC; Wijkuitvoeringsplan Wijk van de Toekomst Elst en

Driel, Wijkuitvoeringsplan krant Brienenshof duurzaam en aardgasvrij definitief - iBabs Publieksportaal 14 Document OverBetuwe - 25-12-09 A10 TIC; Wijkuitvoeringsplan Wijk van de Toekomst Elst en Driel, Wijkuitvoeringskrant Vogelbuurt_Kern Driel Duurzaam definitief - iBabs Publieksportaal

afgesproken dat alle woningen met energielabel E, F en G uiterlijk in 2028 zijn uitgefaseerd en dat huurders geen huurverhoging krijgen als gevolg van isolatiemaatregelen. In de praktijk bleek een deel van deze opgaven niet realistisch binnen de gestelde periode. De uitrol van warmtenetten bleef achter, netcongestie remde grootschalige toepassing van volledig elektrische warmtepompen en bouw- en uitvoeringscapaciteit vormden een uitdaging. Daarom zijn de Nationale Prestatieafspraken eind 2024 herijkt en doorgetrokken naar 2035. In de herijkte NPA 2025-2035 verschuift de focus op meerdere punten: De gemiddelde warmtevraag van corporatiewoningen moet in tien jaar tijd omlaag, van circa 108 kWh per vierkante meter naar ongeveer 87 kWh per vierkante meter in 2034, als tussenstap richting toekomstbestendige en aardgasvrije woningen in 2050. • De doelstelling om 450.000 corporatiewoningen aardgasvrij te maken blijft in stand, maar de periode wordt verschoven naar 2034 • De inzet op hybride warmtepompen is een realistische tussenstap voor eengezinswoningen met een redelijk isolatieniveau. Dit geeft corporaties meer opties om op natuurlijke vervangingsmomenten de gasvraag te verlagen en tegelijk de betaalbaarheid te borgen.

Voor de warmtetransitie betekent dit dat de nadruk is verschoven van vooral snel grote aantallen woningen volledig van het gas halen naar zo veel mogelijk woningen snel goed isoleren en de warmtevraag verlagen. De transitie naar duurzame warmtebronnen vindt meer gefaseerd plaats. •

Samengevat -

Corporaties sturen op isolatie en warmtevraagreductie Label EFG-woningen worden uiterlijk in 2028 uitgefaseerd 450.000 corporatiewoningen zijn in 2034 aardgasvrij.

Context van Netcongestie Netcongestie op het elektriciteitsnetwerk ontstaat wanneer er op bepaalde momenten of locaties niet voldoende capaciteit is om de huidige of een toekomstige vraag of aanbod van stroom te verwerken. De uitvoering van het warmteprogramma is voor een deel afhankelijk van die transportcapaciteit, vooral wanneer warmte elektrisch wordt opgewekt of wanneer verwarmingsnetten gebruikmaken van elektrische hulpcomponenten, zoals pompen of regelinstallaties. Belangrijkste knelpunten • • •

Het toenemende gelijktijdige gebruik van elektriciteit, bijvoorbeeld door warmtepompen en elektrische voertuigen, zorgt voor extra belasting van het netwerk. De teruglevering van lokaal opgewekte stroom op piekmomenten (zoals van zonnepanelen of windenergie) legt eveneens druk op het net. Wanneer er onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is, kunnen aansluitingen of uitbreidingen van warmte-infrastructuur vertraging oplopen of zelfs tijdelijk niet mogelijk zijn, met directe gevolgen voor de uitvoering van het warmteprogramma.

Onze capaciteitskaarten | Liander Hierboven zijn de capaciteitskaarten van het stroomnet in Overbetuwe weergegeven. Waarbij ‘rood’ aangeeft dat er geen capaciteit beschikbaar is. De specifieke situatie verschilt per gebied en ook afhankelijk van het hoogspanningsnet, middenspanningsnet en laagspanningsnet. Huidige situatie in Overbetuwe • • •

Op dit moment kan de uitbreiding van het netwerk de groei van gelijktijdige energievraag en aanbod niet bijhouden. Alliander waarschuwt dat zowel particulieren als bedrijven naar verwachting nog zeker tien jaar hinder zullen ondervinden van een vol stroomnet. De maatschappelijke gevolgen zijn groot: projecten lopen vertraging op, en de realisatie van duurzame opwekking stagneert.

Voor het warmteprogramma heeft dit verschillende implicaties. Projecten die afhankelijk zijn van een nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting vertragen. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijken waar individuele warmtepompen worden voorzien of waar bedrijven willen elektrificeren. Als gemeente adviseren we op wijkniveau om te kiezen voor een hybride warmtepomp in plaats van een all-electric warmtepomp. Vanuit energietransitie en betaalbaarheid een ongewenste situatie. En in gebieden waar het net al overbelast is, moeten nieuwe aanvragen voor een aansluiting of een verzwaring soms jarenlang wachten tot netverzwaringen zijn uitgevoerd of maatregelen voor congestiemanagement zijn genomen. Door vanaf het begin rekening te houden met netcongestie zoals het kiezen voor oplossingen met een lagere netimpact, het faseren van elektrische belasting, het koppelen van vraag en aanbod aan warmte- of elektriciteitsopslag, of door gebruik te maken van slimme sturing helpen we netcongestie verminderen.

Concreet netcongestie en warmteoplossingen Het elektriciteitsnet is uitgelegd op een gelijktijdige piek per aansluiting met ruimte voor enkele uren extra belasting. De energietransitie (vraag en aanbod) zorgt voor gelijktijdige vraag en aanbod pieken waar het stroomnet nu niet op is uitgelegd. Het woord ‘gelijktijdigheid’ is hierin essentieel. Als een huishouden een relatief hoge energievraag heeft, maar deze gelijkmatig verspreid over de dag, is dit

voor het elektriciteitsnet geen probleem. De uitdaging is dat zonnepanelen allemaal op hetzelfde moment energie opwekken, we gezamenlijk de elektrische auto bij thuiskomst opladen en de warmtepomp hard werkt bij hele koude dagen. Dit levert pieken op omdat de vraag of aanbod vanuit alle huishoudens gelijktijdig komt. Hieronder is een typisch warmtevraag profiel over een zeer koude week weergegeven van huishoudens met een hybride warmtepomp. Zichtbaar is dat de gasketel op piekmomenten de warmtevraag overneemt en hiermee het elektriciteitsnet minder belast.

Figuur 23 https://2025-01.energytransitionmodel.com/ Overbetuwe 2050 - midden

Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing is de belasting in het elektriciteitsnet anders. Hiervoor zijn diverse onderzoeken uitgevoerd die een gemeenschappelijk patroon weergeven. -

-

-

Warmtenetten met een centrale warmte bron zoals geothermie (vaak 70 graden warmtenet) hebben de laagste piekbelasting per woning dan andere oplossingen. Deze warmtenetten hebben een centrale bron met een zeer beperkte elektrische aandrijving. Lucht(-water) warmtepompen veroorzaken de hoogste piek vraag in het elektriciteitsnet. Met name de sterke piekbelasting bij koude dagen is erg hoog. Bodemwarmtepompen (en vergelijkbare ZLT-netten) en hybride systemen hebben een minder sterke piek belasting. Bij bodemwarmtepompen komt dit door de stabiele bron, ook bij koude dagen. En bij een hybride systeem doordat bij koude dagen de cv-ketel de warmtevraag overneemt. Collectieve buurtsystemen met een warmtenet, vaak gevoed middels warmtepompen, mogelijk een laag temperatuur bron en eventueel opslag, lijkt wat betreft piekvraag op de hybride systemen. Vaak is er sprake van een piekvraag voorziening via (bio)gasgestookte ketels. En door centrale aansturing van de elektrische aandrijving wordt elektriciteitsvraag centraal gestuurd. Een voordeel ten opzichte van individuele oplossingen is dat het centrale buurtsysteem aangesloten kan worden op het middenspanningsnet en veel minder invloed heeft op het laagspanningsnet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=3dc36f52-8056-425e-91c5-59adcdaf6c73