CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-09-09.12 Relevant stuk 2. Bijlagenboek_TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Gemeenteraadsvergadering 9 september 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld25.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Habitat

Paarverblijfplaats

Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de

Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/ok-

abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van

tober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje

die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme

kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de

stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.

omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de

Populatie

vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep ge-

Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort

noemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleer-

die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere

muizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden

zulke groepen.

exemplaren. Rode Lijst Mitigerende maatregelen

Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.

Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soor-

Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of re-

ten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er be-

duceren.

staan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen.

Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Spoorstraat 8 Herveld

Omgevingscheck

Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de

Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van

lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van

een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep

de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel

(tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een

een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen,

ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende al-

kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben reke-

ternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

ning houden met bedreigde soorten.

Ontheffing

Vaste rust- of verblijfplaats

De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die

Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de

vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te

levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft

beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbe-

niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.

palingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing

Vliegroute

is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzonde-

Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijf-

ring op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

plaatsen naar foerageergebieden.

14

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door de vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Spoorstraat 8 Herveld

15

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Spoorstraat 8 Herveld

16

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Bijlage 4

(vastgesteld)

Quickscan flora en fauna Bredestraat-Noord 43

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld datum 1 maart 2023 projectnummer P05975 opdrachtgever Gemeente Overbetuwe BRO projectleider JvdA opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

6

AERIUS-berekening Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Soortgericht onderzoek 12

7

Samenvatting

13

8

Geraadpleegde bronnen

14

8

10

10 10

10 11

11 11

11 11

11 Toetsing

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

6.1.1 6.1.2

Toetsing

11

11 11

Vaatplanten

11

5.8.1

11

Toetsing

Conclusie

12

6.1

12

Vervolgtraject en advies

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van het amoveren van een woning aan de Bredestraat-Noord 43 te Herveld, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 8 februari 2023 tussen 13.00 – 14.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 6°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidoostenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen tussen Zetten en de A15, aan de BredestraatNoord 43 te Herveld. Met name agrarische percelen en boerenerven omringen het plangebied. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit een woonhuis, enkele bijgebouwen en een kassencomplex in de noordoostelijke hoek van het perceel. Binnen de tuin is er nog een zwembad aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

2.2

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer heeft voornemens om de huidige bebouwing te amoveren. Hierna zal het plangebied worden omgevormd tot agrarische grond. Dit is het gevolg van een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen.

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

5

Figuur 3: Voorzijde bebouwing vanuit zuidwestelijke richting

Figuur 4: Achterzijde bebouwing vanuit het oosten van het perceel

Figuur 5: Achterzijde bebouwing vanuit het noorden van het perceel

Figuur 6: Achterzijde perceel

Figuur 7: Bijgebouw in de noordoostelijke hoek van het perceel

Figuur 8: Bebouwing vanuit het noorden van het perceel

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

6

‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden

3

Toetsing gebiedsbescherming

aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-

traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. De

richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd

provincie Gelderland beschermt de bestaande natuur in het Gelders na-

als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

tuurnetwerk (GNN) en versterkt de samenhang door natuurgebieden in het

jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

Gelders natuurnetwerk uit te breiden en verbindingszones aan te leggen in

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

de Groene ontwikkelingszone (GO). Het netwerk wordt gevormd door

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindings-

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

zones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn al-

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

leen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met miti-

2000-gebied, “Rijntakken”, bevindt zich op circa 3,1 kilometer afstand ten

gerende maatregelen.

zuidenwesten van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfac-

Het plangebied is niet gelegen binnen het GNN (zie figuur 10). Het dichtst-

toren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien

bijzijnde onderdeel van het GNN ligt ongeveer 1,1 kilometer ten zuidoos-

de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspec-

ten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zul-

ten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

len de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN niet worden aangetast. Ver-

Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stik-

volgonderzoek in het kader van het GNN wordt dan ook niet noodzakelijk

stofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde,

geacht.

waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Binnen het plan zal een woning worden omgezet tot agrarische grond, waardoor er tijdens de gebruiksfase geen uitstoot is te verwachten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien de te verwijderen houtopstanden uitsluitend in de tuinen/erven aanwezig zijn, vallen deze houtopstanden niet onder de wet natuurbescherming en is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 9: Ligging GNN (donker groen), GO (licht groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegen-

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

stelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel,

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade

hermelijn en bunzing) binnen de provincie Gelderland niet vrijgesteld.

aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In

-

het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

die geschikt zou kunnen zijn voor de gierzwaluw. Hierdoor kunnen broed-

5.2

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

locaties van soorten als de huismus en gierzwaluw. In de opgaande be-

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

planting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaar-

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

rond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en rans-

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

uil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst,

rosse vleermuis, laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis.

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

Vleermuizen

heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Het te slopen woonhuis bevat geschikte rust- en verblijfplaatsen voor

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

5.1.1

Toetsing

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

Bij de sloop van de gebouwen bestaat de kans dat er één of meerdere

rolluiken en muren bij de ramen van de woning. De bomen binnen het

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

nesten van de huismus en gierzwaluw verloren gaan. Nesten van de huis-

plangebied hebben geen holten, kieren of loshangede stukken schors,

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

mus en gierzwaluw zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonder-

waardoor de aanwezigheid van een boombewonende vleermuissoort op

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

zoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de gebouwen

voorhand kan worden uitgesloten. Wel kan het opgaand groen rond het

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

nesten van de huismus bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek

perceel mogelijk dienen als vliegroutes van een of meerdere vleermuis-

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding,

soorten.

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.

5.1

Vogels

vleermuizen in de vorm van kierende dakranden en openingen tussen de

5.2.1

Toetsing

Bij de sloop van de huidige bebouwing bestaat de kans dat er één of

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-

Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het

meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijf-

terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-

opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs

plaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolg-

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In

onderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing ver-

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het

blijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolg-

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot

onderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid

overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsproce-

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de

dure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De

Daarnaast kan het opgaand groen rond het perceel mogelijk dienen als

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat

vliegroutes van een of meerdere vleermuissoorten. Ten aanzien van vleer-

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-

muizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden ver-

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

meden.

Op het terrein is bebouwing aanwezig in de vorm van onder andere een

5.3

woonhuis. Bij het dak van de woningen zijn openingen tussen dakgoot en

Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-

Grondgebonden zoogdieren

dakpannen aanwezig, welke een soort als huismus toegang geeft tot ruim-

dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-

eten onder het dak. Verder is er een opening bij de nokpan van de woning

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

10

den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-

het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-

5.6.1

rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-

teel) aanwezige individuen.

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen

geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-

Toetsing

zijn op voorhand uitgesloten.

vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-

5.4

Reptielen

plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het

5.7

doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name

plangebied geen waarnemingen bekend van reptielsoorten. Het plange-

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van

een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen

bied zelf en de directe omgeving biedt tevens geen geschikt habitat voor

grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en de rivierrom-

kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te

eventuele beschermde reptielensoorten. Het voorkomen ervan binnen het

bout. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat,

worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-

plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig

legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, hermelijn, wezel, steenmarter en eekhoorn voor. Gezien de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Binnen en rond de gebouwen zijn daarnaast geen sporen, in de vorm van uitwerpselen of prooiresten, of nesten van de steenmarter aangetroffen. Binnen het plangebied zijn ook geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen, daarnaast ontbreekt geschikt leefge-

Ongewervelde diersoorten

5.4.1

Toetsing

habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezig-

voorhand uitgesloten.

heid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten.

5.5

Amfibieën

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

5.7.1

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker en kamsala-

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde onge-

mander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of

wervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten

Toetsing

schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking

5.8

tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde)

In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten be-

soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

kend als grote bosaardbei en kleine wolfsmelk. Beide soorten stellen ech-

bied. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden

Vaatplanten

ter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. De grote bosaardbei is

zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ont-

5.5.1

breken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

straat. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezig-

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

heid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.

5.3.1

Toetsing

Toetsing

bijvoorbeeld alleen waargenomen in de berm van de nabijgelegen Veld-

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

5.8.1

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-

bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-

Toetsing

planten zijn op voorhand uitgesloten.

stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-

5.6

Vissen

treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

11

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden;

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een

6.1.1

Soortgericht onderzoek

initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplan-

De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevol-

ning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermui-

gen hebben voor vleermuizen, gierzwaluw en/of huismus, wat een overtre-

zenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen

ding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft.

is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijf-

Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moe-

functies. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden be-

ten worden of in de huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn

perkt.

van de betreffende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van half mei tot en met eind september. Een vervolgonderzoek

Voor het verwijderen van aanwezige nest- en verblijfplaatsen dient een

naar gierzwaluwen valt binnen de onderzoeksperiode van vleermuizen.

ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omge-

Een onderzoek naar de huismus begint echter al eerder en loopt van april

vingsdienst, in dit geval de provincie Gelderland. Een ontheffingsaanvraag

tot half mei.

dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden,

Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismus- en/of

de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatie-

gierzwaluwnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbie-

venafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de

den van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het

ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen

geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten

verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de onthef-

behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voor-

fing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De provincie

komen. Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een

Gelderland neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aan-

vleermuizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatre-

vraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.

gelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

12

7

Samenvatting

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en

Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 3,1 km

Nee

-

Geen externe verstorende

wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor

factoren

bepaalde soortgroepen te voorkomen. Natuurnetwerk Nederland

Ca. 1,1 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Algemeen

Jaarrond be-

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Mogelijk

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp

Globale broedseizoen loopt van maart tot

maken of controle vooraf

half augustus

Vervolgonderzoek naar huismus en gier-

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ont-

zwaluw

heffing nodig

Vervolgonderzoek naar gebruik van ge-

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ont-

bouw door vleermuizen

heffing nodig

Verlichting gericht of uitschijnend op op-

Verlichting kan een negatief effect hebben

gaand groen vermijden

op vliegroutefuncties

Ja

Mogelijk

schermd Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Ja

Foerageerhabitat

Ja

Vliegroutes

Ja

Mogelijk

Te voorkomen

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

13

8

Geraadpleegde bronnen

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.  Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)  Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Gelderland  Gelderland.nl/Kaartenencijfers (NNN en natuurbeheerplan Gelderland)

Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

14

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Bredestraat-Noord 43 te Herveld

15

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Bijlage 5

Vervolgonderzoek flora en fauna Bredestraat-Noord 43

(vastgesteld)

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43 Vervolgonderzoek huismus, gierzwaluw en vleermuizen Definitief

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

1

colofon

projectnaam Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna BredestraatNoord 43 datum 15 november 2023 projectnummer P06547 opdrachtgever Gemeente Overbetuwe BRO projectleider JvdA opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1 1.2

4 4

Aanleiding Doel

Omschrijving plangebied

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Werkwijze

7

3.1 3.2 3.3

7 8 9

Huismus Gierzwaluw Vleermuizen

Resultaten

10

4.1

Huismus

10

4.1.1 4.1.2 4.1.3

10 10 10

4.2

Gierzwaluw 4.2.1

4.3

4.4

5

6

Nestlocaties Leefgebied Omgevingscheck Nestlocaties

4.3.1 4.3.2 4.3.3

10 10 10

12

5.1 5.2 5.3 5.4

12 12 12 12

Conclusie

8

Verklarende Woordenlijst

15

10

Effectenbeoordeling en toetsing Huismus Gierzwaluw Vleermuizen Overige soorten

14

10

10

Overige soorten

Bronnen

10

Vleermuizen Verblijfplaatsen Foeragerende vleermuizen Vliegroutes

7

13

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

3

1

Inleiding

vallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffings-

1.1

Aanleiding

activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de

aanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat

Opdrachtgever is voornemens om de woning aan de Bredestraat 43 te

gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te wor-

Herveld te slopen. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek

den getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet

(quickscan), uitgevoerd door BRO1, is vastgesteld dat de woning binnen

in het geding is.

het plangebied geschikte nest- en verblijfplaatsen bevatten voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Naar aanleiding hiervan is huismus-, gierzwa-

Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag

luw- en vleermuisonderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2023, om nes-

dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging

ten van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen vast te

te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een

stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport wor-

ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.

den de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2

Doel

Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de betreffende woningen?  Zijn er nestplaatsen van de gierzwaluw aanwezig in de betreffende woningen?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus en gierzwaluw betreft het hier?  Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de betreffende woningen?  Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nest- en verblijfplaats komt te ver-

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

4

2

Omschrijving plangebied

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen tussen Zetten en de A15, aan de BredestraatNoord 43 te Herveld. Met name woonerven en agrarische percelen omringen het plangebied. Direct ten oosten ligt een afwatersloot. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit een woonhuis, enkele bijgebouwen en een kleine opstal met kas in de noordoostelijke hoek van het perceel. Binnen de tuin is er nog een zwembad aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 7 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer heeft voornemens om de huidige bebouwing te amove-

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

ren. Hierna zal het plangebied worden omgevormd tot agrarische grond. Dit is het gevolg van een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

5

Figuur 3: Voorzijde bebouwing vanuit zuidwestelijke richting

Figuur 5: Achterzijde perceel

Figuur 4: Bijgebouw in de noordoostelijke hoek van het perceel

Figuur 6: Achterzijde bebouwing vanuit het noorden van het perceel

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

Figuur 7: Achterzijde bebouwing vanuit het oosten van het perceel

6

3

Werkwijze

3.1

Huismus

Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2023 twee veld-

2. minimaal 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van:  een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of  aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of  balts.

bezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur. Tabel 1 geeft een

Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens

overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de

twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met

veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roepende huismussen.

tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoe-

Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends)

ken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan wor-

vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Tevens is

den aangetoond. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandighe-

gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op huismussen die (met

den voor het waarnemen van huismussen gunstig.

nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of zich onder het dakpannen dak van de te renoveren woningen broedlocaties van de huismus bevinden. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie 2.1 februari 2023). Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming:  een nest of nestbouw of  bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of  transport van voedsel of ontlastingpakketjes of  bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening).

Tabel 1: Bezoeken i.v.m. huismusinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Weer

Temperatuur

17-04-2023

Nestlocaties huismus

08.30 – 12.00

Wind gemiddeld 3 Bft Zwaar bewolkt Geen neerslag

10°C

12-05-2023

Nestlocaties huismus

08.30 – 10.30

Wind gemiddeld 2 Bft Zwaar bewolkt Geen neerslag

15°C

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

7

3.2

Gierzwaluw

Voor de gierzwaluw zijn in de periode van half mei tot half juli 2023 drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. Tabel 2 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor gierzwaluwen. De veldbezoeken zijn gedurende de avondschemering voor zonsondergang uitgevoerd. In de betreffende periode scheren groe-

  

minimaal 3 inventarisatiemomenten met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang tijdens goede (droge) weersomstandigheden.

pen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden. De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het

De veldbezoeken zijn uitgevoerd tijdens goede (droge) weersomstandig-

“gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens

heden, wat gunstig is voor het waarnemen van gierzwaluwen (zie tabel 2).

de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de gierzwaluw (BIJ12, versie 2.0 juli 2023). De gierzwaluw is een trekvogel die pas vanaf eind april in Nederland terugkeert vanuit Afrikaanse wintergronden. Kolonies zijn snel herkenbaar doordat de vogels geregeld bij de nesten zwermen en roepen. Deze waarnemingen zijn echter indicatief. Het vaststellen van een broedgeval geschiedt door het waarnemen van een in- of uitvliegende vogel. De afwezigheid van broedende gierzwaluwen kan voldoende aannemelijk gemaakt worden als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van een nest na:

Tabel 2: Bezoeken i.v.m. gierzwaluwinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Weer

Temperatuur

08-06-2023

Nestlocaties gierzwaluw

19.53 – 21.53

Wind gemiddeld 2 Bft Licht bewolkt Geen neerslag

17°C

29-06-2023

Nestlocaties gierzwaluw

21.00 – 22.00

Wind gemiddeld 2 Bft Geheel bewolkt Geen neerslag

19°C

12-07-2023

Nestlocaties gierzwaluw

19.53 – 21.53

Wind gemiddeld 2 Bft zwaar bewolkt Geen neerslag

19°C

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

8

3.3

Vleermuizen

hoogte van de bebouwing zijn (massa-)winterverblijfplaatsen op voorhand

september produceren mannetjes vleermuizen sociale geluiden vanuit een

Voor vleermuizen zijn in de periode 15 mei tot en met 30 september 2023

uitgesloten. Tabel 3 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken

verblijfplaats of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken.

in totaal vijf aanvullende veldbezoeken uitgevoerd. Dit betreft de meest

voor vleermuizen.

gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een

Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pet-

onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode 15 mei

De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor

tersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogram-

tot en met 15 juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijf-

vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleer-

men. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ul-

plaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren.

muisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereni-

trasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.

Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes

ging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk

Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soor-

zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Win-

zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel

ten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is be-

terverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen,

het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermui-

langrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het deter-

kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangeno-

zen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzon-

mineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onder-

men worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden,

der wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitge-

scheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan

zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst).

sloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende

geven.

moeten worden aangemerkt. De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwerm-

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waar-

gedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur

Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende

nemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan

na het uitvliegmoment. In de periode 15 mei tot en met 15 juli hebben

of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en

de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager

twee gerichte avondrondes (tot circa 2 uur na zonsondergang) plaatsge-

passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voorna-

dan 12 ºC, de windsnelheid niet meer dan 3 Beaufort en geen sprake van

vonden met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, ten be-

melijk gelet op sociale geluiden. In de periode 15 augustus tot en met 30

neerslag (zie tabel 3).

hoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger. Hiervan dient er één avondronde in juni plaats te vinden. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde (vanaf circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van

Tabel 3: Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Zon op/onder

Weer

Temperatuur

08-06-2023

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.59 - 22.59

21.59

Wind gemiddeld 2 Bft lichtbewolkt Geen neerslag

17°C

19-06-2023

Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)

03.20 – 05.20

05.20

Wind gemiddeld 3 Bft zwaar bewolkt Geen neerslag

22°C

12-07-2023

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.43 – 22.53

21.53

Wind gemiddeld 2 Bft zwaar bewolkt Geen neerslag

19°C

28-08-2023

Vleermuizen (paarverblijf)

20.35 – 22.35

20.35

Wind gemiddeld 2 Bft zwaar bewolkt Geen neerslag

16°C

14-09-2023

Vleermuizen (paarverblijf)

19.56 – 21.56

19.56

Wind gemiddeld 2 Bft zwaar bewolkt Geen neerslag

14°C

het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze bezoeken zijn uitgevoerd met 1 onderzoekers per veldbezoek, om minimaal 75% van de bebouwing te kunnen overzien. Vervolgens hebben in de periode 15 augustus tot en met 30 september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Omdat de vleermuizen bij deze bezoeken gedurende langere tijd baltsend rond hun paarverblijfplaats aanwezig zijn kunnen deze bezoeken door één onderzoeker per veldbezoek worden uitgevoerd. Ten behoeve van het indiceren van een massawinterverblijfplaats, is de eerste avondronde vóór september 2023 uitgevoerd. Door de beperkte

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

9

4

Resultaten

4.3

Vleermuizen

4.3.1

Verblijfplaatsen

4.1

Huismus

Aan de Bredestraat-Noord 43 te Herveld is één zomerverblijfplaats van de

4.1.1

Nestlocaties

gewone dwergvleermuis aangetroffen. Tijdens het veldbezoek op 12 juli in

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen huismussen waargenomen binnen

het uitvliegen van een individu waargenomen. De toegang tot de verblijf-

het plangebied. Er kan om die reden redelijkerwijze aangenomen worden

plaats bevindt zich bij de zuidwestelijke dakrand (figuur 8).

dat er geen nestlocatie voor huismus aanwezig zijn binnen het plangebied. Bij de eerste avond in het najaar zijn een enkele keer incidenteel sociale 4.1.2

Leefgebied

roepjes gehoord binnen het plangebied. Gezien deze roepjes niet met re-

Het groen binnen het plangebied werd tijdens de veldbezoeken niet be-

gelmatige vluchten werden waargenomen betreft het waarschijnlijk geen

zocht door huismussen. De voorgenomen ingreep zal dan ook niet leiden

baltsterritorium. Ook is er geen zwermgedrag waargenomen.

tot het verloren gaan van leefgebied van de huismus. 4.3.2 4.1.3

Omgevingscheck

Foeragerende vleermuizen

Tijdens vrijwel ieder veldbezoek zijn enkele (1-2) foeragerende gewone

De huismus is een soort die zowel voorkomt in de stadcentra als op het

dwergvleermuizen rondom het groen in de tuinen waargenomen. Later in

platteland, maar een voorkeur heeft voor bebouwde gebieden. Hierbij

de avond trokken deze weg en vloog er slechts incidenteel een individu

heeft huismus als vaste rust- en verblijfplaats en nestlocatie een voorkeur

over. Gezien de vleermuizen hier niet de hele avond aanwezig waren en

voor woningen die openingen hebben die toegang verlenen tot geschikte

regelmatig een kwartier of langer verdwenen is het niet de verwachting dat

nestlocatie tussen het dak en het dakbeschot met tevens voldoende groen

het plangebied essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleer-

in de omgeving van de woningen. Direct aangrenzend zijn meer woningen

muis betreft. Daarnaast is er in de directe omgeving genoeg groen aanwe-

beschikbaar waar huismussen onder kunnen nestelen doordat de meeste

zig dat kan dienen als foerageermogelijkheid. De voorgenomen plannen

panden in de omgeving een pannendak hebben.

zullen niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied.

4.2

Gierzwaluw

In het najaar was het plangebied is een vrij rustige locatie met betrekking

4.2.1

Nestlocaties

tot vleermuizen. Er zijn geen grote aantallen vleermuizen waargenomen,

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen gierzwaluwen binnen het plange-

Figuur 8: Locatie zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis

4.4

Overige soorten

In de betreffende woningen kunnen ook vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.

foeragerend noch in een vliegroute.

bied, noch hoog overvliegend waargenomen. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen in het onderzoeksgebied. Er kan om die re-

4.3.3

den redelijkerwijs worden aangenomen dat er geen vaste nestplaatsen

Tijdens de veldbezoeken zijn in de directe omgeving geen eenduidig vlieg-

van gierzwaluw aanwezig zijn binnen het plangebied.

patronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd.

Vliegroutes

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

10

Figuur 9: Locaties beschermde functies binnen en rond plangebied

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

11

5 5.1

Effectenbeoordeling en toetsing

Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot

Huismus

Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen nestlocaties van

half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

huismus waargenomen. Er gaan bij werkzaamheden geen nestlocaties en leefgebied van de huismus verloren. Dit betekent dat er geen overtreding is van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de huismus.

5.2

Gierzwaluw

De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van nestlocaties van gierzwaluw binnen het plangebied. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van gierzwaluwen is redelijkerwijs uitgesloten. Dit betekent dat er geen overtreding is van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de gierzwaluw.

5.3

Vleermuizen

Binnen en in de omgeving van het plangebied is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Met de sloopwerkzaamheden zal deze verblijfplaats worden vernietigd. Dit betreft een overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 inzake het verstoren van, en vernielen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Hiertoe dient een ontheffing te worden verkregen op de Wet natuurbescherming.

5.4

Overige soorten

Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst.

Rapport vervolgonderzoeken flora en fauna Bredestraat-Noord 43

12

6

Conclusie

Binnen het plangebied is 1 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Met de voorgenomen sloopwerkzaamheden zal de verblijfplaats worden vernietigd. Dit betreft een overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 inzake het verstoren van, en vernielen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. In dit geval moet deze worden verkregen bij de Provincie Gelderland. Een ontheffingsaanvraag wordt vergezeld van een activiteitenplan. Hierin staat beschreven welke mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen, hoe de gunstige staat van instandhouding geborgd wordt, welk in het wet genoemd belang gebruikt wordt en welke alternatieven overwogen zijn. Ook dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=06b4d5d9-e322-40d0-942e-d452f2735eb4