CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-09-09.12 Relevant stuk 2. Bijlagenboek_TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Gemeenteraadsvergadering 9 september 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld25.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Bijlagen bij motivering

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

9 september 2025

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0384BUITspr8brdn43-VSG1

TAM-Omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 En Bredestraat-Noord 43, Herveld

Datum 9 september 2025

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Inhoudsopgave

Bijlagen bij motivering Bijlage 1

Quickscan flora en fauna Spoorstraat 8

Bijlage 2

Resultaten sporenonderzoek huismus

Bijlage 3

Vervolgonderzoek flora en fauna Spoorstraat 8

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna Bredestraat-Noord 43

Bijlage 5

Vervolgonderzoek flora en fauna Bredestraat-Noord 43

Bijlage 6

Activiteitenplan Bredestraat-Noord 43

(vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Bijlagen bij motivering

(vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Bijlage 1

Quickscan flora en fauna Spoorstraat 8

(vastgesteld)

Quickscan Flora en Fauna Spoorstraat 8 Herveld Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Spoorstraat 8 Herveld datum 27 september 2022 projectnummer P05975 opdrachtgever Gemeente Overbetuwe BRO projectleider JvdA opgesteld door RdM Interne controle MvdS bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

6

Samenvatting

14

8

Geraadpleegde bronnen

15

8

10

11 11

11 12

12 12

12 12

12 Toetsing

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

7

Toetsing

12

12 12

Vaatplanten

12

5.8.1

12

Toetsing

Conclusie

13

6.1

13

Vervolgtraject en advies

Quickscan Flora en Fauna

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van het amoveren van een woning aan de Spoorstraat 8 te Herveld, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 30 september 2022 tussen 09.00 – 10.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 7°C, zonnig, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen tussen Zetten en de A15, aan de Spoorstraat. Met name agrarische percelen en boerenerven omringen het plangebied. Ten zuiden ligt de Betuwelijn. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit een woonhuis, enkele bijgebouwen en een tuin. Binnen de tuin is een grote vijver aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 7 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing te amoveren. Hierna zal het plangebied worden omgevormd tot agrarische grond. Dit is het gevolg van een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen. Figuur 2 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Quickscan Flora en Fauna

5

Figuur 3: Woning gezien vanaf de Spoorstraat

Figuur 5: Schuurtje in het westen van de tuin

Quickscan Flora en Fauna

Figuur 4: Woning gezien vanuit het westen

Figuur 6: Vijver in de achtertuin

Figuur 7: Tuin gezien vanuit het noorden

6

3

Toetsing gebiedsbescherming

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Rijntakken”, bevindt zich op circa 2,8 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied (zie figuur 9). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven. Daar de voorgenomen ontwikkeling de sloop van een woning en omvorming tot agrarisch land betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Gezien de afstand tot het

niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten.

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. De provincie Gelderland beschermt de bestaande natuur in het Gelders natuurnetwerk (GNN) en versterkt de samenhang door natuurgebieden in het Gelders natuurnetwerk uit te breiden en verbindingszones aan te leggen in de Groene ontwikkelingszone (GO). Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het GNN of het GO (zie figuur 9).

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het GNN ligt ongeveer 1,7 kilometer ten oosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN of het GO niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het GNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Natura 2000-gebied en het toekomstige gebruik van het plangebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs

Quickscan Flora en Fauna

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Het groen binnen het plangebied betreft tuin- en erfbeplanting. Hiervoor geldt in de Wet natuurbescherming een uitzondering. Toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 8: Ligging GNN (donker groen), GO (licht groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Gelderland niet vrijgesteld.

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Het woonhuis heeft een zadeldak belegd met pannen. De pannen liggen

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

recht en sluiten goed op elkaar aan. Hoewel de gevelbetimmering op som-

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

mige plaatsen kiert, zijn de kieren niet ruim genoeg om huismus of gier-

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

zwaluw toegang te geven tot achterliggende ruimten. Wel zijn de openin-

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

gen onder de eerste rij dakpannen mogelijk via de dakgoot toegankelijk

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

voor huismus. Op meerdere plakken is er nestmateriaal zichtbaar tussen het overstek en de dakgoot (figuur 9 en 10). Voor gierzwaluw zijn geen ge-

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

schikte invliegopening, en is de locatie te ver buiten het stedelijk gebied.

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

Binnen het aanwezige schuurtje zijn geen nesten, noch sporen, zoals

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

braakballen of krijtsporen, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

van een uilensoort. Binnen het plangebied zijn geen nestkasten voor de

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

steenuil waargenomen. Nestlocaties van een uilensoort zijn daarmee niet

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

aanwezig. Als leefgebied is het plangebied wel geschikt, maar in de omge-

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

ving is een grote hoeveelheid zeer geschikt leefgebied aanwezig, waar-

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

door het groen binnen het plangebied geen essentiële functie heeft. In de

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en

5.1

Figuur 9:

Zichtbaar nestmateriaal tussen overstek en dakgoot

Figuur 10:

Zichtbaar nestmateriaal tussen overstek en dakgoot

ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst,

Vogels

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-

heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.

terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-

5.1.1

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

Bij sloop van de woning bestaat de kans dat er één of meerdere nesten

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

van de huismus verloren gaan. Nesten van de huismus zijn jaarrond be-

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

schermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

onder de daken van de gebouwen nesten van de huismus bevinden. Op

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.

Quickscan Flora en Fauna

Toetsing

10

5.2

Vleermuizen

alvorens er mag worden gesloopt. De notenboom met loshangend schors

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

blijft behouden. Een toename aan verlichting of andere verstoring op de

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

betreffende boom is niet te verwachten.

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis,

5.3

Grondgebonden zoogdieren

bosvleermuis, franjestaart, meervleermuis en watervleermuis.

Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en rosse woelmuis kunnen in het plangebied worden

Bij de overstek aan de noordzijde van het dak zijn enkele kieren aanwezig,

waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foera-

die toegang geven tot ruimten onder het dak (figuur 11). Daarnaast kiert

geergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageer-

de gevelbetimmering van de zuidgevel (figuur 12). Ook de gevelpannen

gebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinci-

van het dakkapel kieren voldoende als ingang voor een vleermuis. Binnen

ale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is

de gevels zijn geen open stootvoegen, kieren of andere openingen naar

het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg

ruimten in de spouw aanwezig. De aanwezigheid van een rust- of verblijf-

te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief

plaats van een gebouwbewonende vleermuissoort kan echter niet worden

trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.

uitgesloten.

Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid

De bomen binnen het plangebied bevatten geen holten, kieren of loshan-

krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien

gede stukken schors. Direct voor het huis staat een notenboom in de berm

noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten

van de straat met een stuk loshangend schors, waarschijnlijk als schade

het werkgebied.

Figuur 11:

Kieren achter gevelbetimmering

Figuur 12:

Kieren tussen overstek en gevel

van vrachtverkeer. Dit stuk loshangend schors biedt een geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-

van een boombewonende vleermuissoort kan redelijkerwijs worden uitge-

gebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, boom-

sloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of

marter, steenmarter, das, eekhoorn en bever voor. De tuin is vrij veel ver-

vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden

ruigd, met ondergroei. Het is niet uit te sluiten dat de wezel, hermelijn en

opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.

bunzing hier voorkomen. Vervolgonderzoek dient uit te wijzen of deze soorten hier aanwezig zijn. De boommarter kan op voorhand worden uit-

5.2.1

gesloten, gezien het ontbreken van bebost gebied in de directe omgeving

Toetsing

Bij de sloop van de woning bestaat de kans dat er één of meerdere ver-

van het plangebied. Binnen de bebouwing en het plangebied zijn geen uit-

blijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van

werpselen of prooiresten aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van

vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient

de steenmarter. Wel kan de steenmarter mogelijk gebruik maken van het

duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van

opgaand groen binnen het plangebied. Vervolgonderzoek dient uit te wij-

een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt

zen of de steenmarter gebruik maakt van het plangebied. Binnen het plan-

bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of

gebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen

het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is

dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de

Quickscan Flora en Fauna

11

aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aan-

in de poldergebieden. Het voorkomen van deze soorten binnen de vijver

schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de om-

wezigheid van bever en andere strenger beschermde grondgebonden

kan daarmee redelijkerwijs worden uitgesloten. Met betrekking tot een in-

geving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ont-

cidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is en-

breken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

kel de zorgplicht van toepassing.

5.3.1

5.5.1

5.7.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongeToetsing

Toetsing

wervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

5.8

bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten be-

stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

kend als dreps, grote bosaardbei, kleine wolfsmelk, kluwenklokje en pijl-

treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

scheefkelk. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun

het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de

5.6

Vissen

Het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied betreft een vijver,

5.4

Reptielen

Vaatplanten

aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.

en biedt geen geschikt habitat voor beschermde vissoorten. In de directe

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het

omgeving van het plangebied zijn tevens geen waarnemingen bekend van

5.8.1

Toetsing

plangebied waarnemingen bekend van de zandhagedis, hazelworm en

beschermde vissoorten. Het voorkomen van beschermde vissoorten kan

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-

ringslang. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in

redelijkerwijs worden uitgesloten.

planten zijn op voorhand uitgesloten.

de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plange-

5.6.1

Toetsing

bied is daarmee dan ook uitgesloten.

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

5.4.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

5.7

Ongewervelde diersoorten

voorhand uitgesloten.

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage,

5.5

Amfibieën

teunisbloempijlstaart en rivierrombout. Al deze soorten stellen echter zeer

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn.

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, knoflook-

(deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zeker-

pad, vroedmeesterpad, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en

heid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde on-

kamsalamander bekend. Vrijwel alle waarnemingen van deze soorten zijn

gewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte

gedaan in de uiterwaarden van de Nederrijn en de Waal, en poldersloten

Quickscan Flora en Fauna

12

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Met betrekking tot de sloop van de woning zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;

Mogelijk biedt het plangebied leefgebied voor een of meerdere soorten marterachtigen leefgebied. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van opgaand groen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

vangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervan-

De sloop van de bebouwing en de grondwerkzaamheden binnen het plan-

ging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie,

gebied kan negatieve gevolgen hebben voor huismussen, vleermuizen en

een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen

marterachtigen, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet

actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de ver-

natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonder-

blijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet

zoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie verblijfplaat-

worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen

sen of leefgebied aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en. Een

alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen

vervolgonderzoek naar huismus loopt van april tot en met half mei, en een

(mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijf-

onderzoek naar vleermuizen loopt van half mei tot en met eind september.

plaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijf-

Een vervolgonderzoek naar marterachtigen kan binnen deze periode wor-

plaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het ver-

den uitgevoerd.

storen ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang

Voor de kleine marterachtigen zal er doormiddel van cameravallen en spo-

is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve

renbuizen worden achterhaald of zij in het plangebied voorkomen. Deze

verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocu-

materialen zullen op verschillende plekken binnen het plangebied worden

ment van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan even-

geplaats. Als deze binnen de actieve periode van de kleine marterachtigen

tuele vertraging van de planning worden beperkt.

worden geplaatst (maart t/m augustus) moeten ze minimaal 6 weken staan. Als dit buiten de actieve periode is zullen ze minimaal 12 weken

Als een beschermde functie wordt aangetroffen dient voor het verwijderen

moeten staan. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat er kleine marterachti-

van een aanwezige nest- en verblijfplaats een ontheffing te worden aange-

gen in het plangebied leven zal hier mogelijk een ontheffing voor moeten

vraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de

worden aangevraagd.

Provincie Gelderland. Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten

Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismusnesten

als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van

zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tijdelijke

instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de

nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken

planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen

van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten behouden moeten

de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden

blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Bij de aan-

uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en

wezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleermuizensoort

de gevoelige periodes worden ontzien. De Provincie Gelderland neemt

is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen het tijdig aan-

normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig

bieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld

kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.

vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen op-

Quickscan Flora en Fauna

13

7

Samenvatting

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en

Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 2,8 km

Nee

-

Geen externe verstorende

wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor

factoren

bepaalde soortgroepen te voorkomen. Natuurnetwerk Nederland

Ca. 1,4 km

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Algemeen

Jaarrond be-

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp

Globale broedseizoen loopt van maart tot half au-

maken of controle vooraf

gustus

Vervolgonderzoek naar huismus

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing

Ja

Mogelijk

schermd Vleermuizen

Verblijfplaatsen

nodig Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar vleermuizen

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar wezel, hermelijn,

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing

bunzing en steenmarter

nodig

Grondgebonden zoogdieren

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna

14

8

Geraadpleegde bronnen

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)  Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale websites  Gelderland.nl/Kaartenencijfers (NNN en natuurbeheerplan Gelderland)

Quickscan Flora en Fauna

15

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna

16

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Bijlage 2

(vastgesteld)

Resultaten sporenonderzoek huismus

Rapportage ecologische inspectie Sporenonderderzoek Spoorstraat 8 Herveld

Datum: 22-12-2022

Rapportage ecologische inspectie

Sporenonderderzoek Spoorstraat 8 Herveld Algemeen Datum werkzaamheden: 08-12-2022 Datum rapportage: 22-12-2022 Opmerking:

Datum: 22-12-2022

Datum: 22-12-2022

1

2

Oud nest.

Oud nest huismus.

3

4

2 oude nesten huismus.

Oud nest. Huismus.

Datum: 22-12-2022

5

6

Oud nest huismus.

Oud nest huismus.

7

8

Oud nest.

Over gehele zuidzijde ongeveer 8 nesten. Overal onder de 1ste rij pannen ligt nestmateriaal.

Datum: 22-12-2022

9

10

Nestmateriaal

11

12

Groene tuin naast huis. Veel restanten noten in nesten.

Nest met nootresten

Datum: 22-12-2022

13

14

Nestmateriaal aangetroffen

Onder dakkapel pannen nestmateriaal aanwezig. Geen zichtbare nesten. Wel weer lege noten

15

16

Grote hoeveelheid nestmateriaal onder

Noordzijde woning. Ongeveer 6 nesten

dakrand.

gevonden aan deze zijde

Datum: 22-12-2022

17

Westzijde woning. Kier met aansluiting metselwerk en trespa. Rechter zijde en nok. Daarachter grote hoeveelheid nestmateriaal. Mogelijk meerdere nesten.

Datum: 22-12-2022

TAM-omgevingsplan Buitengebied, Spoorstraat 8 en Bredestraat-Noord 43, Herveld

Bijlage 3

Vervolgonderzoek flora en fauna Spoorstraat 8

(vastgesteld)

Spoorstraat 8 Herveld Vervolgonderzoek Flora en Fauna Definitief

Spoorstraat 8 Herveld

1

colofon

projectnaam Spoorstraat 8 Herveld datum 16 november 2023 projectnummer P05975 opdrachtgever Gemeente Overbetuwe BRO projectleider JvdA opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Spoorstraat 8 Herveld

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1 1.2

4 4

Omschrijving plangebied

5

2.1 2.2

5 5

7

3.1 3.2 3.3

7 8 9

Huismus Vleermuizen Marterachtigen

Resultaten

10

4.1

Huismus

10

4.1.1 4.1.2 4.1.3

10 10 10

4.3 4.4

6

Huidige situatie Toekomstige situatie

Werkwijze

4.2

5

Aanleiding Doel

Nestlocaties Leefgebied Omgevingscheck

Vleermuizen

10

4.2.1 4.2.2 4.2.3

10 10 10

Verblijfplaatsen Foeragerende vleermuizen Vliegroutes

Marterachtigen Overige soorten

11

5.1 5.2 5.3 5.4

11 11 11 11

Conclusie

Bronnen

13

8

Verklarende Woordenlijst

14

10 10

Effectenbeoordeling en toetsing Huismus Vleermuizen Marterachtigen Overige soorten

7

12

Spoorstraat 8 Herveld

3

1

Inleiding

vallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffings-

1.1

Aanleiding

activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de

aanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat

Opdrachtgever is voornemens om de woning aan de Spoorstraat 8 te Her-

bebouwing heeft voor de soort(en) behouden blijft. Ook dient te worden

veld te slopen. Hierna zal het plangebied worden omgevormd tot agrari-

getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in

sche grond. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek

het geding is.

(quickscan), uitgevoerd door BRO1, is vastgesteld dat het plangebied geschikt leefgebied bevat voor verschillende beschermde soort(groep)en.

Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag

Naar aanleiding hiervan is vervolg uitgevoerd in het seizoen van 2023, om

dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging

aanwezigheid van verblijfplaatsen en (essentieel) leefgebied vast te stel-

te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een

len dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden

ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.

de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2

Doel

Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de betreffende woning?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus betreft het hier?  Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de betreffende woning?  Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?  Zijn er nestplaatsen of leefgebied van een bunzing, hermelijn, wezel of steenmarter aanwezig binnen het plangebied?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nest- en verblijfplaats komt te ver-

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Spoorstraat 8 Herveld

4

2

Omschrijving plangebied

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen tussen de kern van Zetten en de A15, aan de Spoorstraat. Met name agrarische percelen en boerenerven omringen het plangebied. Verder ten zuiden ligt de Betuwelijn. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit een woonhuis, enkele bijgebouwen en een tuin. Binnen de tuin is een grote vijver aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 7 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing te amoveren. Hierna zal het plangebied worden omgevormd tot agrarische grond. Dit is het gevolg

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

van een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Spoorstraat 8 Herveld

5

Figuur 3: Woning gezien vanaf de Spoorstraat

Figuur 5: Schuurtje in het westen van de tuin

Spoorstraat 8 Herveld

Figuur 4: Woning gezien vanuit het westen

Figuur 6: Vijver in de achtertuin

Figuur 7: Tuin gezien vanuit het noorden

6

3

Werkwijze

3.1

Huismus

Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2023 twee veld-

2. minimaal 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van:  een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of  aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of  balts.

bezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur. Tabel 1 geeft een

Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens

overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de

twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met

veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roepende huismussen.

tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoe-

Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends)

ken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan wor-

vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Tevens is

den aangetoond. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandighe-

gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op huismussen die (met

den voor het waarnemen van huismussen gunstig.

nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of zich onder het dakpannen dak van de te renoveren woningen broedlocaties van de huismus bevinden. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie 2.1 februari 2023). Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming:  een nest of nestbouw of  bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of  transport van voedsel of ontlastingpakketjes of  bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening).

Tabel 1: Bezoeken i.v.m. huismusinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Weer

Temperatuur

17-04-2023

Nestlocaties huismus

08.30 – 09.30

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

12°C

12-05-2023

Nestlocaties huismus

08.30 – 09.30

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

17°C

Spoorstraat 8 Herveld

7

3.2

Vleermuizen

hoogte van de bebouwing zijn (massa-)winterverblijfplaatsen op voorhand

september produceren mannetjes vleermuizen sociale geluiden vanuit een

Voor vleermuizen zijn in de periode 15 mei tot en met 30 september 2023

uitgesloten. Tabel 2 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken

verblijfplaats of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken.

in totaal vijf aanvullende veldbezoeken uitgevoerd. Dit betreft de meest

voor vleermuizen.

gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een

Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pet-

onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode 15 mei

De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor

tersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogram-

tot en met 15 juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijf-

vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleer-

men. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ul-

plaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren.

muisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereni-

trasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.

Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes

ging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk

Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soor-

zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Win-

zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel

ten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is be-

terverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen,

het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermui-

langrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het deter-

kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangeno-

zen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzon-

mineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onder-

men worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden,

der wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitge-

scheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan

zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst).

sloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende

geven.

moeten worden aangemerkt. De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwerm-

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waar-

gedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur

Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende

nemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan

na het uitvliegmoment. In de periode 15 mei tot en met 15 juli hebben

of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en

de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager

twee gerichte avondrondes (tot circa 2 uur na zonsondergang) plaatsge-

passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voorna-

dan 12 ºC, de windsnelheid niet meer dan 3 Beaufort en geen sprake van

vonden met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, ten be-

melijk gelet op sociale geluiden. In de periode 15 augustus tot en met 30

neerslag (zie tabel 2).

hoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger. Hiervan dient er één avondronde in juni plaats te vinden. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde

Tabel 2: Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties

(vanaf circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Zon op/onder

Weer

Temperatuur

07-06-2023

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.50 – 00.00

21.52

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

22°C

05-07-2023

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.50 – 00.00

21.57

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

20°C

20-06-2023

Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)

03.15 – 05.20

05.17

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

17°C

24-08-2023

Vleermuizen (paarverblijf)

21.40– 23.45

20.42

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

23°C

14-09-2023

Vleermuizen (paarverblijf)

23.00 – 01.00

19.55

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

20°C

het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze bezoeken zijn uitgevoerd met 1 onderzoeker per veldbezoek, om minimaal 75% van de bebouwing te kunnen overzien. Vervolgens hebben in de periode 15 augustus tot en met 30 september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Omdat de vleermuizen bij deze bezoeken gedurende langere tijd baltsend rond hun paarverblijfplaats aanwezig zijn kunnen deze bezoeken door één onderzoeker per veldbezoek worden uitgevoerd. Ten behoeve van het indiceren van een massawinterverblijfplaats, is de eerste avondronde vóór september 2023 uitgevoerd. Door de beperkte

Spoorstraat 8 Herveld

8

3.3

Marterachtigen

Om aanwezigheid van de bunzing, wezel en steenmarter binnen het plangebied aan te tonen dan wel uit te sluiten is gebruik gemaakt van een cameraval en sporenbuizen. In het zuidoosten van het plangebied is de cameraval, in de vorm van een struikrover, geplaatst (figuur 8). Bij de struikrover wordt gebruik gemaakt van een lokstof middels een blikje sardines. Deze methode is bij uitstek geschikt om de bunzing en steenmarter te inventariseren. Voor onderzoek naar bunzing en wezel zijn sporenbuizen geplaatst. Binnen de sporenbuis is een witte plank met stempelkussen met inkt (houtskoolpoeder en paraffineolie) aanwezig, om sporen vast te leggen. Er zijn 5 sporenbuizen geplaatst, in hogere vegetatie in het zuidoosten van het plangebied. Dit onderzoek is conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provincie Noord-Brabant, 2017). De materialen hebben gedurende 8 weken binnen het plangebied gelegen, van 22 maart tot en met 12 mei. De cameravallen zijn na vier weken gecontroleerd, waarbij de SD-kaart en batterijen vervangen zijn. De sporenbuizen zijn tussendoor gecontroleerd en schoongemaakt.

Spoorstraat 8 Herveld

Figuur 8: Locatie wildcamera (rood) en sporenbuizen (blauw)

9

4

Resultaten

de avond trokken deze weg en vloog er slechts incidenteel een individu

4.1

Huismus

regelmatig een kwartier of langer verdwenen is het niet de verwachting dat

4.1.1

Nestlocaties

het plangebied essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleer-

over. Gezien de vleermuizen hier niet de hele avond aanwezig waren en

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen huismussen waargenomen binnen

muis betreft. Daarnaast is er in de directe omgeving genoeg groen aanwe-

het plangebied. Er kan om die reden redelijkerwijze aangenomen worden

zig dat kan dienen als foerageermogelijkheid. De voorgenomen plannen

dat er geen nestlocatie voor huismus aanwezig zijn binnen het plangebied.

zullen niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied.

4.1.2

In het najaar was het plangebied is een vrij rustige locatie met betrekking

Leefgebied

Het groen binnen het plangebied werd regelmatig bezocht door huismus-

tot vleermuizen. Er zijn geen grote aantallen vleermuizen waargenomen,

sen. Met name de hogere begroeiing in het noordoosten werd bezocht

foeragerend noch in een vliegroute.

door huismussen. De nestlocaties van deze huismussen bevinden zich binnen de woning aan de Spoorstraat 6.

4.2.3

Vliegroutes

Tijdens de veldbezoeken zijn in de directe omgeving geen eenduidig vlieg4.1.3

Omgevingscheck

patronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd.

Figuur 9: Muis waargenomen in het plangebied

De huismus is een soort die zowel voorkomt in de stadcentra als op het platteland, maar een voorkeur heeft voor bebouwde gebieden. Hierbij heeft huismus als vaste rust- en verblijfplaats en nestlocatie een voorkeur

4.3

Marterachtigen

voor woningen die openingen hebben die toegang verlenen tot geschikte

Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de wezel, her-

nestlocatie tussen het dak en het dakbeschot met tevens voldoende groen

melijn, bunzing en steenmarter binnen het plangebied. Wel is er met de

in de omgeving van de woningen. In de omgeving zijn meer woningen be-

camera waarnemingen gedaan van onder andere katten, vogels en meer-

schikbaar waar huismussen onder kunnen nestelen doordat de meeste

dere muizen (figuur 9). Met de sporenbuizen zijn uitsluitend muizensporen

panden in de omgeving een pannendak hebben. Zo zijn er nesten aanwe-

aangetroffen. Deze sporen zijn te herkennen aan het stippenpatroon die

zig onder het dak van Spoorstraat 4 en Spoorstraat 6.

gevormd wordt door de vingertoppen van de muizen (figuur 10). Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat geen kleine marterachtigen binnen

4.2

Vleermuizen

4.2.1

Verblijfplaatsen

het plangebied aanwezig zijn.

Zowel in het voorjaar als in het najaar zijn er geen verblijfplaatsen aange-

4.4

troffen binnen het plangebied. Er is geen binding met de gebouwen binnen

In de betreffende woningen kunnen ook vogels zonder jaarrond be-

Overige soorten

het plangebied waargenomen.

schermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.

4.2.2

Foeragerende vleermuizen

Tijdens vrijwel ieder veldbezoek zijn enkele (1-2) foeragerende gewone

Figuur 10:

Muizensporen op de sporenbuizen

dwergvleermuizen rondom het groen in de tuinen waargenomen. Later in

Spoorstraat 8 Herveld

10

5

Effectenbeoordeling en toetsing

5.1

Huismus

mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen gedaan van de huismus binnen het plangebied, noch is er een nestplaats van de huismus aangetroffen binnen de bebouwing. Wel maakten de huismussen die nestelen binnen de bebouwing aan de Spoorstraat 6 gebruik van de beplan-

beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

ting in het noordoosten van het plangebied. Deze beplanting wordt mogelijk verwijderd binnen de toekomstige inpassing van het plangebied. In de directe omgeving, met name binnen de tuinen van Spoorstraat 6, is voldoende alternatief jaarrond groenblijvende vegetatie aanwezig. Hierdoor is compensatie voor het verwijderen van het groen niet noodzakelijk.

5.2

Vleermuizen

Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort waargenomen. Er gaan bij werkzaamheden geen rust- en verblijfplaatsen, essentieel leefgebied of vliegroutes verloren. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten.

5.3

Marterachtigen

De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van de wezel, bunzing, hermelijn en steenmarter binnen het plangebied. De aanwezigheid van de marterachtigen is dan ook redelijkerwijs uitgesloten. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een martersoort is uitgesloten.

5.4

Overige soorten

Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig

Spoorstraat 8 Herveld

11

6

Conclusie

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus dan wel rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort of marterachtigen waargenomen. Daarnaast zijn er geen verblijfplaatsen aangetroffen, noch is er leefgebied van een marterachtige aanwezig. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot huismus, vleermuis- of martersoort is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort(groep)en. Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -

De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;

-

Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

Tabel 3: Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen

Soortgroep

Aanwezig

Aantal

Overtreding

Maatregelen

Huismus

Nee

-

Nee

-

Vleermuizen

Nee

-

Nee

-

Nee

-

Nee

-

Mogelijk

-

Te voorkomen

Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht

Marterachtigen 2

Overige soorten

2

Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.

Spoorstraat 8 Herveld

12

7

Bronnen

-

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.

-

Kennisdocument Huismus, versie 2.1 BIJ12 februari 2023

-

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen

-

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

-

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.

-

SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht.

Spoorstraat 8 Herveld

13

8

Verklarende Woordenlijst

Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=06b4d5d9-e322-40d0-942e-d452f2735eb4