24-11-05.14 Relevant stuk, Verordening sociaal domein gemeente Overbetuwe 2024
Tekst van het document
21
Als er sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot 21 jaar, tenzij je na je 18e hebt aangegeven dat je op eigen benen wilt staan. De pleegzorg kan verlengd worden tot je 23e als dit nodig is. 4.5 Afstemming met andere vormen van hulp (Jw, Wmo) Wij streven ernaar dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan de jeugdige of aan de ouders/gezaghebbende wordt gegeven. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. De jeugdige en/of de ouders/gezaghebbende wordt bij deze afspraken betrokken.
22
Hoofdstuk 5 Meedoen en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen (Wmo) Als een u een lichamelijke beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen heeft, kunnen wij ondersteuning bieden. Deze ondersteuning is erop gericht dat u zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunt blijven wonen en aan activiteiten mee kunt blijven doen. De ondersteuning moet een passende en duurzame bijdrage leveren aan uw ondersteuningsbehoefte. In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen voor de ondersteuning die de gemeente hierbij kan geven. 5.1 Meedoen 5.1.1 Dagbesteding (Wmo) De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen ondersteuning kunnen krijgen. Dagbesteding houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding, voor één of meer dagdelen per week. Dit biedt dagstructuur, een zinvolle invulling van de dag en uw mantelzorger wordt ontlast. 5.1.2 Activerend werk (Wmo) Groepsbegeleiding kan ook een opstap zijn naar een zinvolle invulling van de dag door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Uw talenten en mogelijkheden staan dan op de voorgrond en kunnen verder ontwikkeld worden. Mogelijk kan dit ertoe leiden dat u (weer) een opleiding gaat volgen of passend werk vindt.
5.1.3 Individuele begeleiding (Wmo) Als u niet in staat bent om de normale dagelijkse activiteiten uit te voeren, kunt u ook individuele ondersteuning krijgen. Deze individuele begeleiding is gericht op weer aanleren van dagstructuur en praktische bezigheden, zoals de administratie, uw persoonlijke verzorging en het aangaan van sociale contacten. 5.1.4 Respijtzorg en kortdurend verblijf (Wmo) Als u mantelzorg ontvangt van mensen om u heen, kunnen wij uw mantelzorger ondersteunen, zodat degene de zorgtaken kan volhouden. Bijvoorbeeld iemand kan de zorgtaken van uw mantelzorger tijdelijk overnemen, zodat de mantelzorger er even uit kan. Wij noemen dit respijtzorg. Als de zorg meerdere dagen omvat, dan is er sprake van logeeropvang of kortdurend verblijf. 5.1.5 Verplaatsen in en om de woning (Wmo) Als u zich vanwege een beperking in en om de woning niet kunt verplaatsen, kunt u ondersteuning krijgen in de vorm van een rolstoel. 5.1.6 Verplaatsen in uw directe omgeving (Wmo) 1. Als u vanwege een beperking in de mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebt om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, kunt u een maatwerkvoorziening krijgen die u hierbij helpt. 23
2. Vormen van ondersteuning zijn: a. reizen met het (collectief) taxivervoer; b. scootmobiel; c. ander vervoersmiddel, zoals een driewielfiets of een rolstoel met duwondersteuning; d. ook kan onder voorwaarden uw eigen auto geschikt worden gemaakt. 3. Voor het reizen met het collectief vervoer geldt een reizigersbijdrage. 4. Wanneer het collectief taxivervoer voor u geen passende voorziening is, komt u in aanmerking voor een individuele (rolstoel)taxivergoeding. 5. Als u geen gebruik kunt maken van uw auto en het collectief taxivervoer niet voldoet, kunnen wij overwegen om een aanpassing aan uw auto te doen. Wij beoordelen of uw auto de investering waard is. De auto wordt gekeurd en uit deze keuring moet blijken dat uw auto nog minimaal 5 tot 7 jaar meegaat. 5.1.7 Vervanging vervoermiddel en rolstoel (Wmo) Als u eerder van ons een vervoermiddel of rolstoel heeft ontvangen en deze moet worden vervangen, dan doen wij dit alleen als het vervoermiddel of de rolstoel: a. technisch is afgeschreven; b. buiten uw schuld om verloren is gegaan, of c. geen oplossing meer is voor de problemen die u ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of in de directe omgeving. 5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 Geschikte woning (Wmo) 1. Wij ondersteunen u als het normale gebruik van uw woning door een beperking niet (meer) mogelijk is.
De maatwerkvoorziening houdt in dat uw woning (weer) bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt. 2. Als er een andere, reeds geschikte woning beschikbaar is en dit de meest goedkope en meest geschikte oplossing is, kan het zijn dat u moet verhuizen. Wij maken hierover een afweging waarbij wij de belangen van de gemeente en ook die van u betrekken. Als dit van toepassing is, kunnen wij u een verhuiskostenvergoeding geven. De hoogte van deze vergoeding is gebaseerd op de goedkoopste offerte. 3. In de volgende situaties krijgt u van ons geen woonvoorziening: a. Als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen. b. U verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een klooster, een trekkerswoonwagen, een vakantie- of recreatiewoning of een onzelfstandige woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kunt krijgen. c. U woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe u ook behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners – in dat geval moet de eigenaar van het complex hiervoor zorgen. d.
Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden en deze nieuwbouw of renovatie is binnen een redelijke termijn gepland. e. U bent, zonder dringende reden, verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. f. U woont in een instelling waar geen scheiding van wonen en zorg is of u heeft een indicatie voor zo'n instelling.
24
g. U bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de belemmeringen bij het normale gebruik van zijn woning weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft gegeven. h. De aan te passen woning is niet uw hoofdverblijf. 4. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a. Deze technisch is afgeschreven; b. Deze verloren is gegaan buiten uw schuld om; c. Of als de woonvoorziening geen oplossing meer is voor uw woonproblemen. 5. De hoogte van de vergoeding voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van de woonvoorziening is gelijk aan de werkelijke kosten op basis van een offerte. De aanbieder en de gemeente bepalen hoeveel onderhoud en welke keuring er nodig is. 5.2.2 Een schone en leefbare woning (Wmo) 1. U ontvangt ondersteuning in het huishouden als u door een beperking uw eigen woning niet meer schoon en leefbaar kunt houden. Samen met de huishoudelijke hulp bepaalt u wat er nodig is en wat u zelf nog kunt. De afspraken, die met u zijn gemaakt, worden opgeschreven in het ondersteuningsplan. 2. Als er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn kan de maatwerkvoorziening ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze ondersteuning is vooral bedoeld om de periode, tot er andere hulp, is te overbruggen. 3.
Het schoonmaken van de buitenruimten zoals een tuin of balkon maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning. 5.2.3 Beschermd wonen (Wmo) 1. U kunt voor een beschermde woonomgeving in aanmerking komen als u: a. 18 jaar of ouder bent; b. 24-uurs toezicht en begeleiding in de nabijheid noodzakelijk is; c. Bij de aanmelding de diagnose heeft dat u een psychiatrisch probleem heeft; d. De psychiatrische diagnose is gesteld en ondertekend door een bevoegde professional. 2. Beschermd wonen helpt u om uzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. 3. Heeft u een beschermde woonomgeving nodig, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de centrumgemeente Arnhem vastgesteld door de gemeenteraad van Arnhem. 5.2.4 Maatschappelijke opvang (Wmo) 1. Wij bieden maatschappelijke opvang als u uw huis heeft verlaten en u (door psychische of psychosociale problemen) dak- of thuisloos bent of dreigt te worden. 2. Wij bieden vrouwenopvang aan voor vrouwen die te maken hebben (gehad) met huiselijk geweld en voor hun veiligheid ergens anders moeten wonen. 3. Hiervoor gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de centrumgemeente Arnhem, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Arnhem. 5.3 Ondersteuning mantelzorger (Wmo) U bent mantelzorger als u langdurig, intensief en onbetaald voor iemand zorgt.
Wij ondersteunen mantelzorgers om te voorkomen dat zij overbelast raken. Wij doen dat door (tijdelijk) de zorg van uw naaste over te nemen. Afhankelijk van de intensiteit van de zorg wordt dit gedaan door een professional of een vrijwilliger. Ook kan uw naaste een aantal dagen of dagdelen een locatie voor groepsbegeleiding bezoeken. 25
5.3.1 Mantelzorgwaardering Als waardering voor de zorg die u biedt kunt u in aanmerking komen voor een mantelzorgwaardering. Degene die mantelzorg ontvangt, vraagt dit aan. Om hiervoor in aanmerking te komen, gelden de volgende voorwaarden: a. Degene die mantelzorg ontvangt moet inwoner zijn van de gemeente. b. De mantelzorg wordt over een langere periode verleend; minimaal 3 maanden, gemiddeld 8 uur per week. c. De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft. d. De mantelzorgwaardering voor een bepaald jaar moet worden aangevraagd voor 31 januari van het volgende jaar.
26
Hoofdstuk 6 Vervoer naar school Ieder kind heeft recht op passend onderwijs dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school te groot voor het kind of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan in bepaalde gevallen een beroep doen op het leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders kan ondersteunen bij het vervoer van het kind naar school. 6.1 Uitgangspunten (WPO, WVO 2020, WEC) 1. Als ouders bent u er zelf voor verantwoordelijk dat uw kind naar school gaat. U kunt een aanvraag doen voor ondersteuning bij het vervoer van uw kind naar school. Wij beoordelen dan of u hiervoor in aanmerking komt. 2. De ondersteuning heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om: a. een vergoeding voor reiskosten per fiets of openbaar vervoer; b. aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente (taxivervoer); of c. een vergoeding van reiskosten van het eigen vervoer per auto. 3. Als ouder van een kind op de basisschool is het mogelijk dat u een deel van de kosten zelf moet betalen. Dat is de eigen bijdrage. 4. Als u een vervoersvoorziening krijgt en uw kind wordt meerderjarig, dan wordt de vervoersvoorziening niet langer aan u verstrekt. Uw kind kan dan zelf een vervoersvoorziening krijgen als hij aan de voorwaarden voldoet. 6.2 Onderzoek (WPO, WVO 2020, WEC) 1.
Wij onderzoeken of u een vervoersvoorziening kunt krijgen en zo ja, welke voorziening nodig is. Wij onderzoeken dan met welk vervoermiddel uw kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor uw kind is. Ook kijken wij of er begeleiding nodig is bij het reizen. 2. Voor het bepalen van de kortste route naar school maken wij gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. Wij berekenen de afstand van de woning of opstapplaats van uw kind tot de dichtstbijzijnde, passende en toegankelijke school. 3. Wij betrekken het ondersteuningsplan van uw kind bij het onderzoek. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met ons. 4. Gaat uw kind naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs (SBO), dan onderzoeken wij ook hoe hoog uw inkomen is. Dat is nodig om te bepalen of u een eigen bijdrage moet betalen. 6.3 Voorwaarden 6.3.1 Vervoersvoorziening naar school (WPO, WVO 2020, WEC) 1. U krijgt van ons een vervoersvoorziening als uw kind in de gemeente Overbetuwe verblijft en: a. minimaal vier jaar oud is of minimaal drie jaar oud is als het om een doof of slechthorend kind gaat dat speciaal onderwijs volgt; en b. naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs gaat, of speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs volgt; en c.
vanwege een structurele lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking niet zelfstandig met het openbaar vervoer (ov) of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft. 2. Wij verstrekken ook een vervoersvoorziening als uw kind in de gemeente Overbetuwe verblijft en: a. minimaal vier jaar oud is; en b. naar de basisschool of speciale school voor basisonderwijs gaat of speciaal onderwijs volgt (niet voortgezet onderwijs); en 27
c. 3.
4. 5. 6.
de dichtstbijzijnde voor uw kind toegankelijke school, meer dan zes kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt. Gaat uw kind niet naar de dichtstbijzijnde, toegankelijke school, dan komt u alleen in aanmerking voor een vervoersvoorziening naar de verder weg gelegen school als: a. de dichtstbijzijnde, toegankelijke school vol is, of als: b. u in een brief heeft aangegeven waarom het kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan de dichtstbijzijnde, toegankelijke school. Daarbij moet overtuigend worden aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijsbehoefte van uw kind is en waarom de dichtstbijzijnde school van het type onderwijs waarop uw kind is aangewezen niet in deze behoefte kan voorzien en daarmee niet toegankelijk is. U krijgt geen vergoeding voor het vervoer van uw kind als uw kind meereist met een andere ouder die van ons een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. Wij verstrekken een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en u voor uw kind een vervoersvoorziening krijgt.
Als uw kind met taxivervoer wordt vervoerd en uw kind agressief gedrag of op een andere manier ongewenst gedrag laat zien en daarbij de veiligheid van anderen in gevaar brengt, kunnen wij tijdelijk of voor de rest van het schooljaar weigeren uw kind mee te laten reizen in het aangepast vervoer.
6.3.2 Vervoersvoorziening naar stage 1. Als u een vervoersvoorziening krijgt voor uw kind dat voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs volgt, kan er ook een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. Er wordt alleen een vervoersvoorziening naar een stageadres toegekend als er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De stage is onderdeel van het onderwijsprogramma, zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. De stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; en c. De stage vindt zoveel mogelijk plaats op één stageadres. 3. Een vervoersvoorziening wordt alleen toegekend over de afstand tussen de woning van het kind en het dichtstbijzijnde, toegankelijke stageadres. 4. Het stagecontract kan voor de beoordeling van de aanvraag worden opgevraagd. 6.3.3 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer (WPO, WVO 2020, WEC) Als u vanuit de gemeente een vervoersvoorziening krijgt voor uw kind dat speciaal onderwijs volgt en daarom in een internaat of pleeggezin verblijft, kunt u ook een vervoersvoorziening krijgen voor: a. het weekendvervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie; b.
het vakantievervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4.1 lid 2, onderdeel a.
28
6.4 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 6.4.1 Vervoersvoorziening (WPO, WVO 2020, WEC) 1. Wij stemmen de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als uw kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan kunt u een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan uw kind niet fietsen naar school, dan kunt u een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (ov). U kunt gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. U kunt er in dat geval ook voor kiezen om uw kind zelf te vervoeren als u daarvoor toestemming van ons krijgt. Dan heeft u recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat uw kind naar de basisschool, dan betaalt u de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.2). 2. Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a. Uw kind is met het ov voor een enkele reis meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd met het ov. b. Ov naar school ontbreekt en uw kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). c. Uw kind kan niet begeleid worden door de ouders of anderen of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk. d. Uw kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het ov kan reizen (ook niet met begeleiding). 3.
Aan het toekennen van een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer kan de voorwaarde worden verbonden dat uw kind deelneemt aan leerprojecten voor het gebruik van het ov of de fiets. 4. Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperken wij de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider. 5. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij uw kind past en waar plaats is voor uw kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. 6. Als u recht heeft op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van uw kind, trekken wij deze vergoedingen af van de vergoeding die wij u geven. Bij aangepast vervoer brengen wij dan een bedrag bij u in rekening. Dit is de eigen bijdrage. 7. De vergoeding voor het gebruik van een eigen vervoermiddel is gebaseerd op de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding. Deze bedraagt € 0,24 per kilometer voor de auto. Bij de berekening voor het gebruik van de auto wordt uitgegaan van maximaal 4 keer een enkele reis per dag. De hoogte van de vergoeding voor het gebruik van de fiets bedraagt € 0,09 per kilometer. 8. Als u meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoert, dan verstrekken wij eenmaal de kilometervergoeding. 9. Wij kunnen de bedragen van de vergoeding voor de auto of fiets jaarlijks aanpassen (indexering).
6.4.2 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool (WPO, WVO 2020, WEC) 1. Is uw jaarinkomen in het peiljaar hoger dan € 28.800 dan trekken wij per kind de kosten voor de eerste 6 kilometer met het ov af van de vergoeding die u voor het vervoer van uw kind ontvangt. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een ov-chipkaart of een andere ov-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen ov beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het ov, trekken wij dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moet u dit bedrag aan ons betalen (eigen bijdrage). 2. Is de reisafstand van de woning tot de school meer dan 20 kilometer? Dan betaalt u in aanvulling op de eigen bijdrage uit het eerste lid een inkomensafhankelijke bijdrage. Als wij zorgen voor aangepast vervoer, dan betaalt u deze eigen bijdrage aan ons. Als uw 29
kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die u van ons krijgt. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per gezin per schooljaar berekend en hangt af van uw jaarinkomen in het peiljaar. Dit ziet u in de tabel hieronder. Jaarinkomen (in euro's) 0 – 36.900 36.900 - 43.650 43.650 - 50.400 50.400 - 56.700 56.700 - 64.800 64.800 - 71.100 71.100 en verder voor elke 5.000 erbij:
Eigen bijdrage per schooljaar (in euro's) 0 €170 €750 €1.390 €2.035 €2.730 €655 erbij
3. Wij stoppen de vervoersvoorziening als u de eigen bijdrage niet (langer) betaalt aan ons. 4. Wij passen de bedragen van de inkomensgrenzen en de eigen bijdragen jaarlijks aan (indexering). Wij volgen daarbij de wijzigingen die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) aan ons doorgeeft. 5. Wanneer uw kind vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het ov kan reizen, geldt de regeling in dit artikel niet. U betaalt dan geen eigen bijdrage. 6. Wanneer u een vergoeding ontvangt voor vervoer per fiets, geldt de regeling in dit artikel niet. U betaalt dan geen eigen bijdrage. 7. Als uw kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, geldt dat de eigen bijdrage voor 25% wordt kwijtgescholden. Als meerdere kinderen uit uw gezin naar een speciale school voor basisonderwijs gaan, wordt de eigen bijdrage voor het tweede, derde en volgende kind voor respectievelijk 25%, 50% en 75% kwijtgescholden. 6.5 Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Wij kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen wanneer uw kind als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten Overbetuwe verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. Uw kind blijft de eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c.
Het is de bedoeling dat uw kind terugkeert naar Overbetuwe 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt stopgezet vanaf de dag dat uw kind buiten Overbetuwe verblijft en gaat weer in zodra uw kind terugkeert in de gemeente, behalve als het besluit dan niet meer geldt. 6.6 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening (WPO, WVO 2020, WEC) Een vervoersvoorziening gaat in op de datum die u aangeeft. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop wij de aanvraag hebben ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening ingaat op een datum die zo mogelijk aansluit bij de datum die u aangeeft. U moet elk schooljaar een nieuwe aanvraag doen, tenzij u voor meerdere schooljaren een vervoersvoorziening heeft gekregen. Bij een aanvraag na 1 juni voor het volgende schooljaar is de beschikbaarheid van taxivervoer niet vanaf de start van het schooljaar gegarandeerd.
30
Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden (Pw, Wgs, Wmo, Gemw) Als u de dagelijkse kosten niet kunt betalen hebben wij een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Als u een laag inkomen en geen of weinig vermogen heeft, kunt u daarnaast aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen voor extra ondersteuning. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s weergegeven. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor ondersteuning die wij kunnen bieden bij schulden. 7.1 Integraal Armoedebeleid Hieronder beschrijven wij waar wij rekening mee houden bij het maken van beleid om armoede en schulden tegen te gaan. 7.1.1 Uitgangspunten (Pw, Wgs, Wmo, Gemw) 1. Wij willen dat u uw noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving. Ook als u een laag inkomen en geen goede financiële buffer heeft. 2. Wij bieden u, als u moeite heeft om rond te komen of schulden heeft, ondersteuning aan bij het op orde krijgen van uw geldzaken. Het doel van die ondersteuning is dat u blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt en houdt. 3. Wij werken bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met inwoners en andere organisaties. Ook stimuleren wij initiatieven die hieraan bijdragen. 7.2 Bijzondere bijstand (Pw) Bijzondere bijstand is voor ons een belangrijk hulpmiddel om u financieel te ondersteunen.
Hier beschrijven wij de uitgangspunten waarmee wij rekening houden bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet. 7.2.1 Vangnet (Pw) 1. Wij bieden bijzondere bijstand actief aan. Dit doen wij zodat u met een laag inkomen en zonder voldoende spaargeld extra en bijzondere kosten kunt betalen. Wij houden daarbij altijd rekening met uw persoonlijke en financiële situatie. 2. U kunt bijzondere bijstand krijgen als: a. u kosten heeft die u kunt bewijzen (aantoonbaar zijn) en die noodzakelijk zijn; en b. u kosten heeft door bijzondere of dringende omstandigheden; en c. deze kosten niet op een andere manier worden vergoed. 3. Wij maken zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een lening. 4. In beleidsregels beschrijven wij uitgebreider welke rol bijzondere bijstand heeft bij armoedebestrijding. 7.3 Individuele inkomenstoeslag: uw persoonlijk minimabudget (Pw, WVO2020, WTOS) 1. Wij hebben de Individuele Inkomenstoeslag vormgegeven in een Persoonlijk minimabudget (PMB). Het PMB is meer dan alleen de wettelijke Individuele Inkomenstoeslag. 2. U komt in aanmerking voor een PMB als u minimaal een jaar rond moet komen van een laag inkomen en er geen zicht is op verbetering. Het PMB is bedoeld om kosten te dekken voor uitgaven die u niet via uw inkomen en/of spaargeld kunt betalen.
Hieronder wordt beschreven voor wie het PMB bedoeld is, wat de hoogte van het PMB is en welke extra verhogingen er zijn. 3. U komt in aanmerking voor een PMB als: 31
a. u 21 jaar of ouder bent; b. u de laatste 12 maanden een inkomen van maximaal 120% van de bijstandsnorm had. Hierbij is ook de kostendelersnorm van toepassing. c. uw vermogen niet hoger is dan de vermogensgrens. d. Ook als u pensioengerechtigd bent, komt u aanmerking voor het PMB. 4. U komt níet in aanmerking voor een PMB als u een opleiding volgt die door de overheid betaald wordt en/of een bijdrage vanuit de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) of studiefinanciering ontvangt. 5. U kunt het PMB één keer per jaar via het speciale aanvraagformulier aanvragen. Wanneer u al een uitkering van ons krijgt dan krijgt u automatisch het PMB. 6. Hoeveel u krijgt, hangt af van uw gezinssituatie: a. Er is een verschil tussen een alleenstaande en een gezin. b. Het bedrag is 40% van de voor u geldende bijstandsnorm (zonder vakantiegeld) van 1 januari in het jaar dat u het PMB aanvraagt. c. Als u samenwoont met een partner die geen recht heeft op bijstand krijgt u het bedrag voor een alleenstaande of voor een gezin als u voor één of meer kinderen zorgt. d. Verblijft uw partner in een instelling? Dan krijgt u het bedrag voor een gezin. e. Ouders met kinderen op de basisschool ontvangen € 50 per kind. f. In de volgende gevallen wordt het PMB met € 100 verhoogd: ✓ Voor elk ten laste komend minderjarig kind tot en met 17 jaar dat voortgezet onderwijs volgt.
✓ Als u in de afgelopen 12 maanden een maatwerk voorziening vanuit de Wmo heeft ontvangen. ✓ Als u de pensioengerechtigde leeftijd heeft. ✓ As u de afgelopen vijf jaar een ontheffing heeft van de arbeidsverplichting. 7.4 Studietoeslag (Pw) Studenten met een structurele medische beperking hebben soms financiële ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag geven wij de student een zetje in de rug omdat wij het inkomen aanvullen. Op welke manier wij studietoeslag aan u als student verstrekken, werken we verder uit in beleidsregels. 7.5 Meedoenregeling Ook als u minder geld heeft om uit te geven, willen wij dat u kunt meedoen. Daarom bieden wij de Meedoenregeling aan voor volwassenen en thuiswonende minderjarige kinderen vanaf 4 jaar. Door de financiële drempel (gedeeltelijk) weg te nemen, ondersteunen wij u zodat u ook met een laag inkomen kunt meedoen aan sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten. 7.6 Schuldhulpverlening (Wgs) Wij hebben de taak om u met schuldproblemen te ondersteunen. U kunt ons daarom om ondersteuning vragen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Wij kunnen voor u de volgende ondersteuning inzetten bij schuldenproblemen: a. b. c. d. e.
Informatie en advies Stabilisatie van de schuldenpositie Budgetbeheer Budgetcoaching Beschermingsbewind 32
f. Het opzetten van een minnelijke schuldenregeling (Msnp) g. Het opzetten van een wettelijke saneringsregeling (Wsnp) h. Nazorg en preventie We noemen hieronder de belangrijkste uitgangspunten die we gebruiken als u om ondersteuning vraagt. 7.6.1 Samenwerking en toegang (Wgs) 1. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. 2. Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om hulp kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. Wij informeren u over de ondersteuning die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die ondersteuning ook echt voor u beschikbaar is. 4. Wij sluiten u over het algemeen bij voorbaat niet uit van ondersteuning. We doen dit alleen als u geen geldige verblijfstitel heeft. Ook kunnen we u uitsluiten als u eerder schuldhulpverlening van ons hebt ontvangen (recidive) of wanneer u fraude heeft gepleegd. 7.6.2 Schuldhulpverlening snel starten (Wgs, Awb) 1. Wij zorgen ervoor dat u zo snel mogelijk ondersteuning krijgt bij het oplossen van uw schuldenproblemen. 2. Wij nodigen u binnen vier weken uit voor een eerste gesprek. Dit doen wij nadat: a. U zich bij ons heeft gemeld voor schuldhulpverlening; of b. Wij van schuldeisers een signaal hebben ontvangen over betalingsachterstanden die u heeft en u heeft aangegeven hierbij ondersteuning nodig te hebben. 3.
Wij bepalen in het eerste gesprek uw hulpvraag. 7.6.3 Besluit (Wgs, Awb) 1. Als u ondersteuning van ons kunt krijgen, sturen wij u hierover een brief (beschikking). U krijgt dan ook een plan van aanpak van ons, waarin staat hoe wij u gaan ondersteunen. Als u geen ondersteuning kunt krijgen, sturen wij u hierover ook een brief (beschikking). Hierin staat dan dat u niet bent toegelaten tot schuldhulpverlening en wat daar de reden van is. 2. Het besluit of u wel of geen schuldhulpverlening van ons krijgt ontvangt u binnen acht weken na het eerste gesprek.
33
Hoofdstuk 8 Vormen van ondersteuning Als u ondersteuning van de gemeente krijgt, kan dat op verschillende manieren. Bijvoorbeeld in natura (product of dienst), in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb), in geld of op een andere manier. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe deze verschillende vormen van hulp eruitzien. Ook is geregeld wanneer de gemeente een eigen bijdrage van de inwoner kan vragen. 8.1 Algemene voorziening Dit zijn diensten en activiteiten die gericht zijn op maatschappelijke deelname die voor iedere inwoner van Overbetuwe vrij toegankelijk zijn, zonder voorafgaand onderzoek naar de persoonlijke situatie, behoefte of mogelijkheden. 8.2 Maatwerkvoorziening Als duidelijk is wat u nodig heeft dan kan een maatwerkvoorziening aan u worden toegewezen. Maatwerkvoorzieningen zijn vormen van hulp en ondersteuning die specifiek op uw behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden zijn afgestemd. Deze zijn niet vrij toegankelijk. Vooraf is een onderzoek nodig naar uw beperkingen en wat u nodig heeft om mee te kunnen doen aan alledaagse activiteiten, om zelfstandig thuis te kunnen (blijven) wonen of dat uw kind gezond, veilig en gelukkig kan opgroeien. Maatwerkvoorzieningen zijn er in verschillende vormen. Deze worden hieronder beschreven.
8.2.1 Ondersteuning in natura (Jw, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet) Bij ondersteuning in natura regelen wij dat u hulp (de voorziening) krijgt en geven wij de opdracht aan de leverancier, die de voorziening vervolgens bij u aflevert of de hulp uitvoert. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt en wordt u begeleid door de aanbieder in het gebruik. 8.2.2 Ondersteuning in geld (Jw, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Awb) 1. U ontvangt ondersteuning in de vorm van geld wanneer dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. 2. Wij verstrekken een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan uw zelfredzaamheid en participatie en het om één van de volgende voorzieningen gaat: a. de kosten voor verhuizen en herinrichting. De hoogte is gebaseerd op marktonderzoek naar de kosten voor verhuizing en de Nibud-normen voor stoffering. Het college legt de hoogte vast in het besluit; b. de kosten voor vervoer per eigen auto, als dit vervoer niet algemeen gebruikelijk is en cliënt geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. De hoogte is gebaseerd op de kilometerprijs van het Nibud en het uitgangspunt dat de cliënt 1.750 km per jaar binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen reizen. 3. Deze ondersteuning hoeft meestal niet terugbetaald te worden.
Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner moet het geld wel worden terugbetaald. 4. Wij betalen u, de inwoner, of de leverancier indien van toepassing, nadat wij een besluit hebben genomen. 5. Het geld wordt gestort op het bankrekeningnummer dat u aan ons heeft doorgegeven. Als het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt, dan kunnen wij het geld ook in een andere vorm of aan een andere persoon betalen. Bijvoorbeeld een betaling aan een leverancier. 6. Wij kunnen ook beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen (vordering) als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet dan gaan om een vordering op grond van een van de wetten waar deze verordening op is gebaseerd. 34
7. Wij kunnen besluiten om betalingen te doen zonder dat u daar met een brief over wordt geïnformeerd als bij de overboeking voldoende duidelijk wordt gemaakt waarom de betaling wordt gedaan. 8.2.3 Persoonsgebonden budget (pgb) (Jw, Wmo) Een persoonsgebonden budget (pgb) is een geldbedrag waarmee u zelf hulp of producten inkoopt bij een zorgaanbieder. Als u denkt dat de zorgverleners waarmee de gemeente samenwerkt niet geschikt zijn, horen wij graag waarom u dat vindt. Als u aan de voorwaarden voldoet, is het in dat geval mogelijk om zelf te kiezen om de benodigde ondersteuning te regelen en te betalen met een pgb. Als uit het gesprek met één van onze consulenten blijkt dat een pgb de beste optie is, moet u een budgetplan opstellen. In dit plan noteert u welke zorg u wilt krijgen, van wie, hoeveel uren of dagen per week, tegen welk tarief en welk resultaat u verwacht van de geboden ondersteuning. De gemeente beoordeelt uw plan. Als de gemeente akkoord is, kunt u een zorgovereenkomst met een zorgaanbieder van uw keuze sluiten. 8.2.3.1 Voorwaarden (Jw, Wmo) 1. U ontvangt een persoonsgebonden budget (pgb) als het om Wmo-ondersteuning of Jeugdhulp gaat en u voldoet aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. 2. U motiveert dat u een pgb wenst en vult daarvoor het meegeleverde budgetplan in.
In dit plan beschrijft u welke hulp u inkoopt, bij wie en welk resultaat wordt verwacht. 3. De voorziening die met een pgb wordt ingekocht moet doeltreffend, veilig en inwonergericht zijn. U neemt deze kwaliteitseisen in het budgetplan mee. Als gemeente hebben wij de taak om op de kwaliteit te toetsen. 4. Een pgb wordt pas toegekend als wij vinden dat u (of uw wettelijke vertegenwoordiger) in staat bent om uw belangen voldoende te behartigen zodat u de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunt uitvoeren. 5. Voor het pgb als bedoeld in de Jeugdwet gelden als extra voorwaarden dat: a. een gezonde balans tussen draagkracht en draaglast niet wordt verstoord; b. de jeugdige of de ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de hulp met een pgb betere ondersteuning biedt dan de professionele hulp in natura of wanneer de hulp met een pgb beter aansluit bij uw persoonlijke situatie c. de jeugdhulp van goede kwaliteit is. d. bij ondersteuning door iemand uit uw sociale netwerk, die persoon een recente verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (algemeen-08 VOG) dan wel een specifiek screeningsprofiel 45 “Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ moet kunnen overleggen.
Deze persoon moet indien relevant bevoegd en bekwaam zijn om (gelet op het doel van de jeugdhulp) de betreffende jeugdhulp te verlenen. 6. Het pgb moet toereikend zijn om ondersteuning in te kopen. Daarbij wordt uitgegaan van de goedkoopst compenserende voorziening. Kiest degene voor een duurdere voorziening, dan is het verschil voor rekening van de budgethouder. 7. Het pgb wordt beheerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De zorg die u inkoopt wordt op basis van declaraties uit dit budget uitbetaald. Het besluit tot het verstrekken van een pgb kan alleen door de gemeente worden afgegeven. 8. Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het hele pgb moet verantwoord worden. Er is geen vrij besteedbaar bedrag. Zo kan het pgb bijvoorbeeld niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; 35
b. het voeren van een pgb-administratie en reiskosten voor de hulpverlener; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; d. de eigen bijdrage voor de ondersteuning e. kosten voor vakantiegeld of een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); f. kosten van cursussen van de hulpverlener. 9. In de volgende situaties verstrekken wij geen pgb: a. de kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die ondersteuning nodig was. b. Het gaat om kosten voor vervoer, maar de inwoner kan gebruik maken van het collectief vervoer c. uit het door de inwoner ingediende budgetplan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. d. de inwoner is niet in staat het pgb zelf beheren, en e. de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. f. als eerder een beslissing om een pgb te verstrekken is herzien of ingetrokken bij verstrekking van onvolledige of onjuiste gegevens en/of omdat het pgb werd gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het bestemd is. 8.2.3.2 Pgb bij ondersteuning door een niet-gecontracteerde professional of organisatie 1. Als u een niet door ons gecontracteerde professional wilt inzetten moet deze professional of organisatie: a.
als professional werkzaam zijn bij een organisatie die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), b. of als zodanig als Zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) ingeschreven staan, c. beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 2. De niet door ons gecontracteerde professional ontvangt maximaal 90% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3. Voor deze professional gelden dezelfde kwaliteitseisen als bij dienstverlening door een gecontracteerde aanbieder. 8.2.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit uw eigen sociale netwerk 1. De persoon die u helpt mag ook iemand uit uw eigen sociale netwerk zijn als: a. deze persoon gemotiveerd heeft aangegeven dat de ondersteuning niet tot overbelasting leidt; b. in staat is om voldoende planmatig goede ondersteuning te bieden; c. in staat is ondersteuning te bieden die tijdig, veilig, doeltreffend, adequaat en kwalitatief goed is; d. indien nodig beschikt over relevante werkervaring en kwalificaties voor de betreffende taken. Het pgb dient bij te dragen aan het behalen van de beoogde resultaten; 2.
Ondersteuning door een familielid in de eerste of tweede graad, wordt altijd als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien. Wordt de ondersteuning door iemand uit het sociaal netwerk beroepsmatig verleend, dan is de sociale relatie leidend en geldt het informele tarief (zie hiervoor 8.2.3.4). 3. Ondersteuning die geleverd wordt door iemand uit het sociale netwerk mag alleen uit een pgb betaald worden wanneer het gaat om de volgende zorgcategorieën: a. persoonlijke verzorging voor algemene dagelijkse levensverrichtingen voor zover deze de eigen kracht te boven gaan; b. begeleiding bij algemene dagelijkse levensverrichtingen voor zover deze de eigen kracht te boven gaat. c. huishoudelijke ondersteuning. 36
d. kortdurend verblijf. 4. Wij verstrekken geen pgb aan personen uit het sociale netwerk als: a. wij vinden dat het noodzakelijk is dat de ondersteuning wordt geboden door een professionele hulpverlener. b. Wij vinden dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden. c. er sprake is van kortdurend verblijf bij een familielid in de eerste, tweede of derde graad. d. er specialistisch kortdurend verblijf nodig is. e. behandeling nodig is. f. behandeling in een groep nodig is. g. specialistische behandeling nodig is. 8.2.3.4 Hoogte en tarief pgb 1. Wij stellen het pgb vast aan de hand van een plan dat u maakt voor de besteding van het pgb. Dit noemen wij het budgetplan. In dit plan staat welke ondersteuning u uit het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. U moet daarbij aangeven of deze persoon tot uw sociaal netwerk behoort. Wij moeten dit plan goedkeuren. 2. Wij baseren het pgb op offertes over de aangegeven kosten. U moet daarvoor minimaal twee offertes opvragen bij verschillende leveranciers of aanbieders en deze samen met het budgetplan aan ons toezenden. Als u meerdere vormen van hulp nodig heeft, bij verschillende aanbieders, moet u voor elke vorm van hulp tenminste twee offertes opvragen en aan ons toezenden. In de offertes moet staan hoe hoog de kosten van de dienst(en) of product(en) zijn (kostprijs).
Hiervoor moet u veilige, doeltreffende, doelmatige en kwalitatief goede ondersteuning kunnen inkopen. 3. De hoogte van het pgb is hoogstens gelijk aan het bedrag dat wij zouden betalen voor de goedkoopste en adequate ondersteuning in natura die nodig is in uw situatie, tenzij op basis van uw budgetplan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. De kostprijs van ondersteuning in natura wordt bepaald door de (regionale) inkoop. Wanneer de offerte hoger is dan dit bedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. 4. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 5. De hoogte van een pgb voor vervoer van en naar de groepsbegeleiding wordt vastgesteld op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg. 6. De hoogte van een pgb voor het bezoekbaar maken van een woning alsmede voor een woningaanpassing of -aanbouw is gebaseerd op de laagst mogelijke offerte van een erkende aannemer. Er worden minimaal twee offertes opgevraagd. 7. De hoogte van het pgb voor iemand uit het sociale netwerk wordt bepaald per uur: a.
Voor huishoudelijke ondersteuning geldt het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; b. Voor individuele begeleiding geldt het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 8. Wij betrekken uw persoonlijke situatie en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener bij het bepalen van de hoogte van het pgb. De pgb-tarieven worden slechts één keer per jaar aangepast. 9. Als het op basis van het hiervoor gestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 37
10. Indien van toepassing kunt u uit uw pgb voor maatschappelijke ondersteuning de vrijwillige hulp uit uw sociaal netwerk zonder dienstverband onderstaande tegemoetkoming betalen: a. Een symbolische tegemoetkoming/vergoeding van maximaal € 141 per kalendermaand, of; b. Een door de gemeente vastgestelde tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding en reiskosten ten behoeve van de hulp. 11. Als iemand uit uw sociale netwerk op vrijwillige basis het kortdurend verblijf, groepsbegeleiding of dagbesteding biedt, is het pgb maximaal €141 per maand. 12. U stelt hierover een verklaring op, die u indient bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Sociale verzekeringsbank zorgt ervoor dat de gemeente hierover wordt geïnformeerd. 8.2.3.5 Verantwoording en uitbetaling pgb 1. Wij kunnen u vragen om duidelijk te maken hoe u het pgb heeft besteed en welke resultaten de ondersteuning heeft gehad. Als u een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de ondersteuning uitbetaald die feitelijk geleverd is. 2. Het pgb wordt niet op uw eigen bankrekening gestort. U geeft opdracht aan de Sociale Verzekeringsbank (Svb) die uw hulp betaald, behalve als het om een eenmalig pgb bedrag gaat. Dan maken wij het pgb na controle van de factuur rechtstreeks aan u over. 8.2.3.6 Pgb bij woningaanpassingen 1.
Voor een woningaanpassing gelden de volgende voorwaarden: a. U toegang geeft tot de woonruimte waar de woningaanpassing moet worden verricht; b. U inzicht geeft in de vereiste bescheiden en (bouwkundige) tekeningen die betrekking hebben op de woningaanpassing; c. U ons in de gelegenheid stelt om de woningaanpassing onder andere op het criterium adequaat en zo goedkoop mogelijk te controleren. 2. Na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een woningaanpassing, maar uiterlijk binnen 1 jaar na het toekennen van de pgb, laat u ons weten dat de werkzaamheden zijn voltooid. Daarbij zorgt u voor een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder het pgb is verleend. 8.3 Bijdrage in de kosten voor een maatwerk- of bij verordening aangewezen algemene voorziening (Wmo) 1. Voor maatwerkvoorzieningen in natura of pgb en voor bij deze verordening aangewezen algemene voorzieningen waarbij u een langdurige hulpverleningsrelatie aangaat betaalt u een eigen bijdrage. Deze bijdrage is ten hoogste het tarief dat wordt bepaald in artikel 2.1.4 lid 3 Wmo 2015 en/of artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015. 2. U betaalt de bijdrage zolang u gebruik maakt van die voorziening of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt.
De hoogte van de bijdrage voor een product, woningaanpassing, maatwerkvoorziening voor vervoer of de algemene voorziening, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. 4. De in het eerste lid bedoelde algemene voorziening is: ✓ Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning. 5. Voor het collectief taxivervoer betaalt u een ritbijdrage. Deze ritbijdrage is gebaseerd op het tarief die passagiers jonger dan 65 jaar moeten betalen voor het reizen met het regulier openbaar vervoer en wordt jaarlijks geïndexeerd. Deze ritbijdrage wordt jaarlijks door de gecontracteerde vervoersorganisatie gepubliceerd. 38
6. U betaalt de eigen bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). 7. Gaat het om de kosten van een maatwerkvoorziening voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) en voor degene die samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner, maar die niet zelf de ouder is. 8. De kostprijs van een maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 9. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een product of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de manier waarop u deze krijgt (bruikleen, huur of eigendom). 10. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 11. Voor de volgende voorzieningen hoeft u geen eigen bijdrage te betalen: a. maatwerkvoorziening vanuit de Jeugdwet; b. een (sport)rolstoel; c. verhuis- en inrichtingskosten; d. dubbele woonlasten door woningaanpassing; e. activerend werk. 12. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kunt u op grond van hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage verschuldigd zijn.
8.4 Eigen bijdrage bij een algemene voorziening, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. U bent een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van: a. Dagbesteding, voor consumpties die ter plaatse worden gebruikt en de kosten van persoonlijk gebruikte verbruiksmaterialen bij een activiteit; b. Inloop en ontmoeting, voor consumpties die ter plaatse worden gebruikt en de kosten van persoonlijk gebruikte verbruiksmaterialen bij een activiteit. 2. Deze bijdrage wordt ieder kalenderjaar aangepast aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI).
39
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop wij als gemeente en u als inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop wij ons richting u gedragen en wat wij van u verwachten. U heeft niet alleen rechten, maar ook plichten. Als u onvoldoende rekening houdt met de plichten die u heeft, kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. 9.1 Hoe gaan we met elkaar om? (Jeugdwet, Wmo, Pw, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet, Awb, Bbz, Wko, AVG) 9.1.1 De rol van de gemeente, wat mag u van ons verwachten? 1. Wij ondersteunen u bij het zoeken naar een oplossing voor uw probleem. Wij zorgen in ieder geval voor het volgende: a. Het is voor u duidelijk wie er namens ons contact met u heeft. b. U heeft altijd recht op een gesprek met één van onze medewerkers. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, bij u thuis of op een andere plaats binnen de gemeente zijn. c. Wij verwijzen u naar een organisatie die u kan ondersteunen bij het oplossen van uw problemen, als het oplossen van die problemen een taak is voor die organisatie. d. Onze website en andere communicatiekanalen voldoen aan erkende kwaliteitseisen. e. Er zijn heldere en eenvoudige aanvraagformulieren en procedures en wij informeren u hier over. f. Wij gaan zorgvuldig om met uw gegevens en houden ons aan de privacyregels. g.
Wij gebruiken zoveel mogelijk gegevens die wij al over u hebben en vragen alleen gegevens bij u op die wij nodig hebben voor het beoordelen van de hulpvraag. 2. Wij reageren op een professionele manier als u zich agressief of op een andere manier ontoelaatbaar gedraagt. 9.1.2 Uw rol als inwoner 1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij helpen u als het u niet lukt om binnen uw eigen mogelijkheden of sociale netwerk uw probleem op te lossen. 2. U zorgt in ieder geval voor het volgende: a. U kijkt eerst welke mogelijkheden u zelf heeft om uw probleem op te lossen (eigen kracht). b. U werkt mee bij het vinden van een oplossing voor uw probleem. c. U zorg ervoor dat onze ondersteuning niet langer duurt dan nodig is. 3. U werkt actief mee, zodat we snel een geschikte oplossing kunnen vinden voor uw probleem. Dat betekent in ieder geval het volgende: a. U informeert ons zo snel mogelijk of binnen een door ons aangegeven periode zo compleet mogelijk over alles wat nodig kan zijn voor het beoordelen van uw vraag om ondersteuning. Dit geldt ook als wij de ondersteuning u al hebben toegekend. U moet namelijk zo snel mogelijk veranderingen doorgeven die van invloed kunnen zijn op de ondersteuning die u van ons krijgt. b. U stuurt ons binnen een door ons aangegeven periode alle documenten en informatie die wij van u nodig hebben. c.
U doet wat nodig is om onze ondersteuning zo kort mogelijk te laten duren. d. U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw (lichamelijke of geestelijke) beperkingen, als die belangrijk zijn in het contact met ons.
40
9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen (Pw, IOAW, IOAZ, Awb) 9.2.1 Afstemming op uw houding en gedrag (Pw, IOAW, IOAZ, Awb) 1. Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen volgens de wet en de verordening houdt. 2. Als wij een beslissing nemen uw uitkering te verlagen, houden we rekening met: a. hoe ernstig de gedraging is; b. of u iets te verwijten valt; c. uw persoonlijke situatie. 3. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om een reactie te geven. Dit kan schriftelijk, via e-mail of mondeling (in een gesprek met een medewerker op het gemeentehuis). 4. Wij kunnen besluiten u geen mogelijkheid te bieden om een reactie te geven. Dit kunnen wij doen als: a. er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is; b. u al eerder een reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden vanaf dat moment niet zijn veranderd; c. wij vinden dat we uw reactie niet nodig hebben om te besluiten over de ernst van uw gedraging of dat u iets te verwijten valt; of d. u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven. 5. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u in ons besluit weten: a. waarom wij uw uitkering verlagen; b. hoe lang wij uw uitkering verlagen; c. met hoeveel wij uw uitkering verlagen (bedrag of percentage); d. als dat van toepassing is, waarom wij afwijken van de standaardverlaging.
9.2.2 Geen verlaging (Pw, IOAW, IOAZ, Awb) Wij verlagen uw uitkering niet: a. als blijkt dat u niets te verwijten is; b. als uw gedraging meer dan twee jaar voordat wij het opmerkten plaatsvond; c. als wij vinden dat er dringende redenen zijn om uw uitkering niet te verlagen. 9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging (Pw, IOAW, IOAZ, Awb) 1. Als wij uw uitkering verlagen ontvangt u hierover van ons een brief met ons besluit. Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit, of bij de eerstvolgende uitbetaling van de uitkering nadat wij u het besluit bekend hebben gemaakt. 2. Soms kunnen wij de uitkering niet of maar voor een deel verlagen, omdat de uitkering is beëindigd. Dan kunnen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als u binnen twee jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering krijgt. 9.2.4 Berekening van de verlaging (Pw, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. 2. Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen. 3. Gaat het om eenmalige bijzondere bijstand, dan kan de gemeente de bijstand weigeren als die nodig is vanwege verwijtbaar gedrag van u. 41
9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (Pw, Awb) 1. Wij verlagen uw uitkering voor één maand met 100 procent van de bijstandsnorm als u de afspraken uit artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt. Dat betekent dat u één maand geen betaling van de uitkering van ons krijgt. 2. Wij kunnen de verlaging van uw uitkering in gelijke stukken verdelen over maximaal drie maanden. Dit doen wij als we vinden dat er bijzondere omstandigheden zijn. 3. Wij verdelen uw verlaging niet in gelijke stukken over meerdere maanden als u zelf heeft besloten om werk niet te aanvaarden of te behouden (artikel 18, vierde lid, onderdeel a Participatiewet). 9.2.6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen: gedragingen Participatiewet (Pw Awb) 1. Wij verlagen uw uitkering een maand met 10% van de bijstandsnorm voor het volgende gedrag: a. als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of uw registratie niet tijdig verlengt; 2. Wij verlagen uw uitkering een maand met 20% van de bijstandsnorm voor het volgende gedrag: a. als u niet of onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het plan van aanpak, zoals bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; b.
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover u jonger bent dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; c. als u alleenstaande ouder bent en u in houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening bedoeld om de kans op werk te vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; d. het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; e. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid, Participatiewet; f. het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de Participatiewet. 3. Wij verlagen uw uitkering een maand met 50% van de bijstandsnorm als u niet naar vermogen probeert algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. 4. Bij gedragingen in het eerste en tweede lid kunnen wij ook een waarschuwing opleggen.
Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging in uw omstandigheden een te zware maatregel is. 9.2.7 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen: Gedragingen IOAW en IOAZ (IOAW, IOAZ, Awb) Wij kunnen uw uitkering verlagen wanneer algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) niet of onvoldoende door u wordt nagekomen. 1. Wij verlagen de IOAW- of IOAZ uitkering een maand met 10% van de uitkeringsnorm bij het volgende gedrag: 42
a. als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of uw registratie niet tijdig verlengt. b. als uw baan is beëindigd als gevolg van een dringende reden (artikel 678 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek) en dit aan uzelf te wijten is. 2. Wij verlagen de IOAW- of IOAZ uitkering een maand met 20% van de uitkeringsnorm bij het volgende gedrag: a. als u niet of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken; b. als u niet of onvoldoende gebruik maakt van een door de gemeente aangeboden voorziening maar dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; c. als uw baan is beëindigd door of op verzoek van uzelf terwijl er geen bezwaren zijn om met uw werk door te gaan en wij dit ook van u mogen verwachten. d. bij de alleenstaande ouder: het uit houding en gedrag laten blijken geen gebruik te willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht; e. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen; f. het niet of onvoldoende nalaten van dat wat inschakeling in de arbeid belemmert; g. het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; h.
het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de IOAZ en de IOAW; 3. Wij verlagen de IOAW- of IOAZ uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm a. als u niet of onvoldoende gebruik maakt van een door de gemeente aangeboden voorziening, en dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; b. als u niet akkoord gaat met het krijgen van algemeen geaccepteerd werk, of; c. als u geen algemeen geaccepteerd werk krijgt en dit aan uzelf te wijten is. 4. Bij gedragingen in het eerste en tweede lid kunnen wij ook een waarschuwing opleggen. Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging gezien uw omstandigheden een te zware maatregel is. 9.2.8 Verlaging bij niet meewerken aan taaltoets (Pw, IOAW, IOAZ, Awb, Wib) Werkt u niet of onvoldoende mee aan het afleggen van de taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet? Dan kunnen wij uw uitkering een maand verlagen met: a. 20% van de bijstandsnorm, als dit voor de eerste keer is; b. 40% van de bijstandsnorm, als u binnen 12 maanden na het besluit om uw uitkering met 20% te verlagen opnieuw niet of onvoldoende wilt meewerken aan het afleggen van de taaltoets; c.