CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-27.18 Relevant stuk 1A - Tekst - bp ‘Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 26 en 27 & reparaties en detaillering’

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vervolg Zuidrand Schuytgraaf (veld 26 en 27)33.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.4

Reparatie- en beheer onderdelen

3.4.1

Kapschuur

De kapschuur is een toevoeging die voort komt uit het ruimtelijk raamwerk van Veld 26-27, dat sterk inzet op de beleving van het landschap van Schuytgraaf en Park Lingezegen. De hoogstambrigade krijgt hier hun onderkomen, zij verzorgen het beheer van de vele fruitbomen in de wijk. Vanuit de kapschuur kunnen activiteiten voor de buurt worden georganiseerd waar men leert van het landschap in en rond de wijk. Naast de praktische en maatschappelijke functie is de kapschuur zo vormgegeven dat het past in het beeld naast de bedrijvigheid van de moestuin. Er is een tijdelijke omgevingsvergunning vergund voor het plaatsen van een kapschuur ten behoeve van de volkstuin op het perceel Marasingel 35. Deze kapschuur is in strijd met het bestemmingsplan, zowel omdat het gebruik strijdig is en omdat er ter plaatse geen kapschuur gebouwd mag worden. De omgevingsvergunning is verleend onder de voorwaarde dat het groen juridisch wordt gecompenseerd: Het oppervlak van parkbestemming (de kapschuur incl. plateau en toegangsweg) bedraagt 215 m2. De parkbestemming wordt toegevoegd aan de rand van veld 26, zodat deze grenst aan het gebied met de parkbestemming.

Uitsnede inrichting buitenruimte en locatie kapschuur. Het plan draagt bij aan het behoud of herstel van de ecologische waarden want de kapschuur is natuurinclusief gebouwd en de parkbestemming is gecompenseerd. De waarden en kwaliteiten worden niet onevenredig verkleind door de juridische groencompensatie die "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 25

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

zal worden verankerd in dit bestemmingsplan. Een gedeelte van veld 26 krijgt een parkbestemming. 3.4.2

Uitwisseling bos en park

Tussen de velden ligt een brede groene zone in het verlengde van de zichtas van de watergang. Vanuit de wijk kijkt men via een zichtlijn naar het open landschap van Park Lingezegen. De zone is tevens een belangrijke archeologische vindplaats. Dit wordt zichtbaar door landart en speelaanleidingen die aansluiten bij de vondsten. Hierbij heeft het landschappelijke, natuurlijk karakter altijd de boventoon. Van west naar oost verbindt een groene struinzone de twee velden en brengt de voetgangers naar de omgeving. In veld 26 wisselen solitaire bomen elkaar af. Deze staan in een bloemrijke berm. Door de landschappelijke zone bereikt men veld 27, waar de struinzone dezelfde elementen bevat, maar een ruigere vormgeving kent. Door te kiezen voor een zelfde soortgroep solitaire bomen wordt via deze zone de verbinding gelegd tussen beide velden. Deze verbinding wordt in de herfst benadrukt door een intensief rode bladkleur. Deze inrichting past niet binnen een bosbestemming. Om deze gewenste invulling mogelijk te maken wordt daarom de bestemming 'Bos' ingewisseld voor de bestemming 'Groen - Landschap en Park'. Zie onderstaand kaartje:

3.4.3

Groendepot

Het groendepot, ook wel een beheerdepot, is bedoeld als een locatie voor de (tijdelijke) opslag van groenafval. Deze functie is ondergeschikt en passend in een bosbestemming. De locatie van dit groendepot wordt verankerd in de verbeelding (zie onderstaande rode contour) en in de regels van dit bestemmingsplan.

26 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

3.4.4

Wegenstructuur

Ontsluitingswegen worden in het omgevingsplan mogelijk gemaakt met de figuur relatie. Binnen 50 meter afstand van deze figuur mogen ontsluitingswegen worden aangelegd. Voor de velden 26 en 27 geldt dat de locatie van de ontsluitingswegen inmiddels vast staat. Op een aantal locaties geldt dat deze weg op een andere locatie ligt dan in het veegplan is voorzien. Met dit plan wordt de figuur 'relatie' wegbestemd en wordt daarvoor in de plaats de weg op de juiste locatie ingetekend. Hiermee is de groenbalans sluitend.

3.4.5

Schemering

De situatie voor het woonblok aan de Scherming is in overeenstemming gebracht met de vergunde situatie. Dit houdt in dat de zone waar de hoofdbebouwing en de bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan is aangepast. Ook is de maximale bouwhoogte aangepast zodat e.e.a. overeenkomt met de vergunde situatie. "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 27

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

3.4.6

Noordereiland

Het Noordereiland heeft een bijzondere functie als overgangszone als eerste bebouwingsfaçade van Arnhem Zuid. In het, inmiddels vervallen, bestemmingsplan “Schuytgraaf 2011, gedeeltelijke herziening 2014-01” (onherroepelijk d.d. 20 augustus 2014) is de bestemming van het Noordereiland omgezet van een 'uit te werken' bestemming met een bouwverbod naar een woonbestemming met een bouwtitel. Dit plan bevat de basis voor de daarop volgende plannen, te weten 'Schuytgraaf, veegplan 2017', 'Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 6 en 11 & beheer' en voorliggend plan. Uitgangspunten van het plan uit 2014 zijn: Het Noordereiland is een landschappelijke zone die onderdeel uitmaakt van de natte ecologische zone. De verwevenheid tussen stad en landschap wordt hier zichtbaar: het wonen in het landschap van de natte ecozone krijgt hier vorm. Het veld biedt kansen om landschappelijk te wonen aan het water van de zandwinplas. Open water zorgt voor variatie in het landschap en roept associaties op met kwaliteiten als rust, ruimte en vrij zicht. De nieuwe invulling van het Noordereiland anticipeert op deze kwaliteiten. Het is een belangrijke rand van Schuytgraaf en zal een geleidelijke overgang van wijk naar landschap vormen. De dubbelbestemming 'Waarde Landschap' garandeert de ecologische en landschappelijke kwaliteit.

Door deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunningstelsel van kracht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Dat betekent dat binnen de bestemming een omgevingsvergunning noodzakelijk is om bepaalde werkzaamheden uit te voeren zoals het aanleggen van verharding boven een bepaald percentage van het perceelsoppervlak en het rooien en vellen van bomen/ houtgewassen. Aantasting van het gebied wordt op deze wijze zoveel mogelijk tegen gegaan. Het bestemmingsplan uit 2014 en het latere veegplan uit 2017 gaan nog uit van een variabele invulling. In 2020 is het Noordereiland grotendeels gerealiseerd. Met het bestemmingsplan 'Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 6 en 11 & beheer' zijn de contouren van het plangebied vastgelegd met verschillende bestemmingen. Uitgangspunt van deze herziening was het behoud van de landschappelijke waarden door zichtlijnen vast te leggen. Ook is met dat plan beoogd om de vergunningsvrije bebouwingsmogelijkheden te beperken. Inmiddels zijn alle hoofdgebouwen op het Noordereiland gebouwd. In voorliggend plan is krimpfolie toegepast om de bebouwingsmogelijkheden in lijn te brengen met de rest van Schuytgraaf. Dat betekent dat we in de plankaart gaan aangeven waar het hoofdgebouw mag worden gebouwd en waar de bijgebouwenzone ligt.

Ook worden met deze wijziging de landschappelijke waarden en de stedenbouwkundige opzet van het Noordereiland beter geborgd.

28 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de beperkingen gegeven die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied. De op de kaart aangegeven contouren en straalpaden kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Het is echter ook mogelijk dat oplossingen worden gevonden door ter plaatse maatregelen te treffen of randvoorwaarden op te nemen in milieuvergunningen. De contouren hebben dus met name een signalerende functie voor eventuele nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

4.2

Geluid

4.2.1

Algemeen

Wet geluidhinder De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota “uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde” van de gemeente Arnhem van toepassing.

Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. 4.2.2

Situatie velden 26 en 27

De ontwikkeling in het plangebied betreft de realisatie van maximaal 198 woningen en 7 atelierwoningen. Woningen worden aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich de spoorlijn Arnhem-Elst en de Minervasingel. De geluidbelasting als gevolg van het railverkeer overschrijdt gedeeltelijk in veld 27 de voorkeurswaarde van 55 dB. De geluidbelasting van het railverkeer is maximaal 59 dB op een rekenhoogte van 10 meter. Deze waarde voldoet zowel aan de maximale toelaatbare hogere grenswaarde volgens de Wet geluidhinder, als aan de plafondwaarde van 68 dB uit het gemeentelijk beleid. Om de woningbouw mogelijk te maken moet een hogere waarde op grond van artikel 110 Wet geluidhinder worden vastgesteld. 'Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27' is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit betekent dat het hogere waarde besluit deel kan uitmaken van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 van het bestemmingsplan wordt een hogere waarde vastgesteld van 59 dB. De toelichting voor de hogere waarde staat in Bijlage 2. "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 29

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.

In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. 4.3.2

Situatie veld 26 en 27

Het aantal woningen in deze fase zal niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In een overkoepelend luchtonderzoek uitgevoerd door het adviesbureau Goudappel Coffeng met het kenmerk GSB036/Kpe/0083 d.d. 16 februari 2009 bleek het gehele plangebied te voldoen aan alle gestelde grenswaarden voor zowel stikstofdioxide als fijn stof. Het onderzoek naar de luchtkwaliteit is op 13 februari 2024 geactualiseerd voor de velden 26 en 27. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 7.

4.4

Hinder

4.4.1

Algemeen

Hinder door bedrijven en activiteiten In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. Op basis van de milieucategorie zoals genoemd in de VNG brochure bedrijven en milieuzonering geldt voor inrichtingen een richtafstand ten opzichte van woningen binnen het omgevingstype woongebied of gemengd gebied (gelegen aan de rand van een woonwijk/een drukke weg). Bij ontwikkelingen binnen de richtafstand kan gemotiveerd van deze richtafstand worden afgeweken. Wanneer het gaat om een gemengd gebied, kan de richtafstand worden verkleind zonder dat dit ten koste gaat van het woon-en leefklimaat. 30 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Geur Op 13 december 2010 is het beleidsplan geur voor industriële bedrijven vastgesteld. Geur is een milieuaspect dat een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid. Het geurbeleid van de gemeente Arnhem sluit, voor zover dat mogelijk is, aan op het geurbeleid van de provincie Gelderland. Het doel van het geurbeleid is dat inwoners van Arnhem nu en in de toekomst niet worden blootgesteld aan geuroverlast door industriële bedrijven. 4.4.2

Situatie velden 26 en 27

Op basis van de milieucategorie, zoals genoemd in de VNG brochure bedrijven en milieuzonering geldt voor inrichtingen een richtafstand ten opzichte van woningen binnen het omgevingstype woongebied of gemengd gebied (gelegen aan de rand van een woonwijk/een drukke weg). Bij ontwikkelingen binnen de richtafstand kan gemotiveerd van deze richtafstand worden afgeweken. Wanneer het gaat om een gemengd gebied, kan de richtafstand worden verkleind zonder dat dit ten koste gaat van het woon-en leefklimaat. Hulpwarmtecentrale Schuytgraaf Binnen het plangebied is de bestemming wonen. In de directe omgeving van de velden 26 en 27 bevindt zich een HWC (Hulpwarmtecentrale Schuytgraaf Marasingel 151), een verdeelstation (Marasingel 23 Elst) en een bijeenkomstgebouw met verschillende maatschappelijke functies (Marasingel 19/21). Daarnaast is er nog het evenemententerrein in Park Lingezegen. Op basis van de VNG brochure is een hulpwarmtecentrale voor stadsverwarming een milieucategorie 3.2 inrichting. Dit betekent ten opzichte van woningen een richtafstand van 100 meter. De afstand van de HWC ten opzichte van de velden 26 en 27 (bestemming wonen) is ongeveer 60 meter. Op 15 augustus 2007 is er voor de HWC een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer verleend. In deze vergunning zijn onder andere voorschriften met betrekking tot geluid opgenomen.

Hierbij is al rekening gehouden met woningbouw binnen de velden 26 en 27. Om te kunnen beoordelen of er aan de geluidvoorschriften wordt voldaan zijn er geluidmetingen uitgevoerd (akoestisch onderzoek DGMR, industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf, 20 oktober 2021). Uit de geluidmetingen volgt dat de gemeten geluidbelasting onder de geluidnormen uit de milieuvergunning (2007) ligt. Op basis van het beleidsplan geluid kunnen de velden 26 en 27 en omgeving worden getypeerd als stadswijk waar het overwegend rustig is. Dit betekent een etmaalwaarde van 45 dB(A). De geluidnormen uit de milieuvergunning en de resultaten van de geluidmeting voldoen hieraan. Verder heeft de HWC nog een aantal gasolie tanks. Dit wordt onder externe veiligheid verder uitgewerkt. Het verdeelstation aan de Marasingel 23 in Elst is op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering een milieucategorie 3.1 inrichting. Dit betekent ten opzichte van woningen een richtafstand van 50 meter. De woningen liggen op meer dan 50 meter van het verdeelstation. Dus aan de richtafstand wordt voldaan. Hoewel er aan de richtafstand wordt voldaan is hier ook een geluidmeting uitgevoerd. Uit de meting volgt dat er aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan.

Wel volgt uit de metingen dat er als gevolg van het schakelen van vermogensschakelaars, die nodig zijn voor het uitvoeren van werk-en testschakelingen zoals die een paar keer per jaar worden uitgevoerd, het maximale geluidniveau kan worden overschreden. In de avond en nachtperiode is normaliter geen sprake van schakelingen. Alleen in geval van calamiteiten. Omdat we hier te maken hebben van een calamiteuze maximaal geluidsniveau dat maar een paar keer per jaar zal optreden, en dan hoofdzakelijk in de dagperiode, hebben de geluidvoorschriften hier geen betrekking op. "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 31

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

De maatschappelijke functies (Marasingel 19/21) zijn op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering hoofdzakelijk milieucategorie 2 activiteiten. Dit betekent een richtafstand van 30 meter ten opzichte van woningen. Het plangebied ligt op 60 meter. Dit betekent dat er ruimschoots aan de richtafstand van 30 meter wordt voldaan. Evenemententerrein Park Lingezegen Verder is er nog een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het evenemententerrein Park Lingezegen in relatie tot de velden 26 en 27. In het kader van de milieuvergunning voor het evenemententerrein is er rekening gehouden met woningbouw op deze velden met een hoogte van 5 meter. De geplande woningbouw zal maximaal 14 meter worden. Daarom is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te kunnen bepalen of het verhogen van de woningbouw geen belemmering vormt voor het organiseren van evenementen. Uit het akoestisch onderzoek “Invloed evenemententerrein De Park, Lingezegen op ontwikkeling woningen velde 26 en 27 Schuytgraaf Arnhem”DGMR, 9 februari 2022 volgt dat de geplande woningbouw (velden 26 en 27) geen beperking vormt voor het organiseren van evenementen. Ook ontstaat bij de woningen binnen het plangebied geen onduldbare hinder vanwege muziekgeluid. Dit betekent dat er vanuit hinder geen belemmeringen voor het plangebied zijn.

Geur In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen activiteiten/inrichtingen waarbij geur een rol speelt. Dit betekent dat er vanuit geur geen belemmeringen voor de uitwerking van de velden 26 en 27 zijn.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Algemeen

Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd het PR (Plaatsgebonden Risico)1 en het GR (Groepsrisico)2. 1. Het PR (Plaatsgebonden Risico) is het risico op een bepaalde plaats. Het PR is de kans dat een persoon, die zich permanent en onbeschermd op die plaats zou bevinden, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen. De norm voor het PR is de 10-6/jr PR contour. 2. Het GR (GroepsRisico) is de kans dat in een keer een groep mensen van tenminste een bepaalde grootte komt te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen. De norm voor het GR is een oriënterende waarde. Landelijk beleid Voor bedrijven is op 28 oktober 2004 het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. In het Bevi wordt een onderscheid gemaakt in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De 10-6 PR contour geldt ten opzichte van kwetsbare objecten als grenswaarde en ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Het beoordelingskader voor het groepsrisico is een oriënterende waarde.

Voor ondergrondse (aardgas)leidingen is er het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor de transportroutes (weg, water, spoor) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Bevi, Bevt en Bevb zijn de milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. Gemeentelijk beleid Het beleidsplan externe veiligheid van de gemeente Arnhem beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de 32 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

risico's. Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en de volgens het structuurplan stedelijke zone accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. 4.5.2

Situatie velden 26 en 27

Ondergrondse aard De velden 26 en 27 liggen binnen het invloedsgebied van een ondergrondse aardgasleiding met een diameter van 12 inch en een maximale druk van 40 bar. De leiding heeft geen 10-6 PR contour. Wel moet er rekening worden gehouden met een zakelijke rechtstrook van 4 meter vanuit het hart van de leiding. Deze zakelijke rechtstrook wordt aangehouden in verband met het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan de leiding door de Gasunie. De Gasunie geeft de volgende voorwaarden voor de zakelijke rechtstrook. Ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de gastransportleidingen, onderstaande activiteiten binnen een afstand van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de gastransportleidingen (belemmerde strook) achterwege blijven: het oprichten van enig bouwwerk; het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van grondroerende activiteiten (b.v.

het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; diepploegen; het aanbrengen van gesloten verhardingen; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair het indrijven van voorwerpen in de bodem; zware transporten over de gastransportleidingen heen. In 2012 is er voor alle ondergrondse aardgasleidingen binnen Arnhem een groepsrisicoberekening uitgevoerd waarbij getoetst is aan het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen). Een en ander is uitgewerkt in het rapport “Externe veiligheid buisleidingen MRA, analyse ten behoeve van toetsing aan het Bevb, 6 februari 2012” (save/oranjewoud). Hieruit volgt dat het groepsrisico laag is en de oriënterende waarde voor het groepsrisico daardoor niet wordt overschreden. Rekening houdende met een zakelijke rechtstrook van 4 meter aan weerszijden van de leiding zijn er geen belemmeringen voor de velden 26 en 27. Ondergrondse gasolie tanks HWC Schuytgraaf In het kader van de milieuvergunning uit 2007 is er een risicoberekening uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van vier ondergrondse gasolietanks die als back up dienen.

Uit deze risicoberekening volgt dat de 10-6 PR contour binnen de inrichtingsgrens van de HWC ligt. De 10-8 PR-contour ligt net buiten de inrichtingsgrens. Dit betekent dat het groepsrisico verwaarloosbaar is. Conclusie Vanuit externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitwerking van de velden 26 en 27

"Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 33

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

4.6

Groen en ecologie

4.6.1

Algemeen

Wet natuurbescherming(Regels ter bescherming van de natuur) De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming zoals dat was neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd. Bescherming van gebieden De wet stelt specifieke kaders voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (Natura 2000-gebieden). Voor de Natura 2000-gebieden gelden de instandhoudingsdoelstellingen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden in Arnhem zijn: Veluwe, Gelderse Poort en IJssel. De vergunningplicht voor projecten is aan de orde als het project significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

Voor activiteiten zonder mogelijke significante gevolgen is er geen vergunningplicht. Bescherming van soorten De wet sluit aan bij het specifieke beschermingsregime uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermings-verdragen, zoals het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Er wordt voorzien in concrete verboden ten aanzien van onder meer het vangen en doden van in die bronnen genoemde diersoorten, de verstoring van deze soorten en aantasting van hun rust- en voortplantingsplaatsen, alsmede in een verbod op het plukken en vernielen van bepaalde planten. Voorts wordt voorzien in limitatief opgesomde gronden voor ontheffing van deze verboden. Anders dan in de oude Flora- en faunawet 2002 zijn enkel opzettelijk verrichte handelingen strafbaar. Bij vogels zijn bovendien verstoringen niet strafbaar als de staat van instandhouding van die vogelsoorten niet in gevaar komt. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als voldaan is aan de voorwaarden in artikel 3.3 lid 4 en artikel 3.8 lid 5. Daarnaast geldt als beschermingsregime voor (nationale) soorten: a. Een zorgplicht die van toepassing is op alle natuurwaarden in Nederland; b. Een verbod op het opzettelijk doden van de in de bijlage van de wet genoemde dieren, met een ontheffingsregime dat ruimer is dan dat voor internationaal en Europees beschermde soorten; c.

Een verbod op het vangen van dieren genoemd in de bijlage en het opzettelijk beschadigen van hun vaste voortplantings-plaatsen of rustplaatsen; en d. een verbod op het plukken of opzettelijk vernielen van in de bijlage genoemde vaatplanten (63 soorten). Er wordt voorzien in ruimere ontheffingsmogelijkheden, dan voor de strikt beschermde soorten gelden (artikel 3.10 lid 2). Voorts wordt het aantal bejaagbare soorten uitgebreid, worden door Gedeputeerde Staten goedgekeurde faunabeheerplannen sturend bij de schadebestrijding, populatiebeheer en jacht en komt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stelsel van soortenbescherming, met inbegrip van de taken van het (op te heffen) Faunafonds, bij de provincies te liggen. Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (boswet), de zogenaamde 'houtopstanden'. Wil men bomen of bos kappen dan is een kapmelding aan de orde en zal ook een pan voor herplant duidelijk moeten zijn. 34 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Groenvisie Arnhem 2017 – 2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Een groene leefomgeving kent belangrijke waarden en kwaliteiten. Zo ook het Arnhemse groen. Dit zijn bevordering van de gezondheid, reguleren van het stadsklimaat (zoals het verminderen van hittestress en van wateroverlast), verbeteren van milieuomstandigheden (zoals een positieve invloed op de luchtkwaliteit), functies voor stadslandbouw, van belang voor dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving.

De Groenvisie is daarvoor verdeeld in 5 thema's met bijbehorende doelen: de herkenbare stad: zichtbaarheid en beleefbaarheid van landschap en cultuurhistorie de natuurvriendelijke stad: biodiversiteit in en om de stad en de natuurinclusieve stad de groene gezonde stad: leefbaarheid, klimaat en gezondheid de duurzaam beheerde stad: beheer afgestemd op eindbeeld en gebruik de samenwerkende stad: maatschappelijke betrokkenheid en promotie van groen. De Groenvisie legt niet alleen het Groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur. Daarnaast geeft zij ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar versterken. De Groenvisie is daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen en het latere Omgevingsplan.

Uitsnede 'Kaart 1. Arnhems Groen-blauw raamwerk met Bomenhoofdstructuur', Groenvisie 2017-2035. "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 35

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Groenbalans en -compensatie Het provinciale en gemeentelijke beleid voorziet in groencompensatie. De provinciale compensatie is alleen geldig op bos en natuur binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Bij compensatie geldt een toeslagregeling afhankelijk van de herstelsnelheid van bos of natuur. In de Groenvisie en het Bomenplan staan de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017. Uitgangspunt is dat de totale groenbalans en bomenbalans in de stad neutraal blijft of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen (planologisch of feitelijk), dan wordt dat gecompenseerd. Allereerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de bomen gestort in het gemeentelijk Groenfonds en Bomenfonds. Daar waar de provinciale compensatie regels gelden, treden de gemeentelijke terug. Om inzicht te houden in de ontwikkeling van het groen dienen per bestemmingsplan of project door middel van een groen- en bomenbalans de veranderingen inzichtelijk gemaakt te worden. Schuytgraaf is een nieuwbouwwijk, die wordt gebouwd in het poldergebied tussen Arnhem en Driel. De voormalige agrarische gronden transformeren naar een nieuw stedelijk gebied. Oude structuren zijn basis geweest voor de nieuwe groene hoofdstructuur van dit deel van de stad. Water vormt een belangrijke drager in de landschappelijke en natuurkwaliteit van de wijk.

Voor het ontwerp van het watersysteem is een waterstroming ontwikkeld die recht doet aan een zonering in waterkwaliteit. De situering van de weide 'het Nevelveld' (de droge ecologische verbindingszone, in het oostelijk deel) en de natte ecologische verbindingszone 'de Stroomgraaf en De Schuytse Laak' (in het westelijk deel van de wijk) vormen samen met de bos- en waterstructuur en het lineaire park het groene- blauwe raamwerk van de wijk. Deze hoofdstructuur is voor een deel ook onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk.

Uitsnede 'Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). Bomenplan 2020 Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Het Bomenplan kent vier pijlers: 1. Vergroten groenmassa Bij vaststellen van het bomenbeleid is besloten dat het kroonvolume, de bladmassa van onze bomen, 36 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

met minimaal 5% moet toenemen. In wijken met hitte-eilanden (rode en oranje gebieden op de hitte attentiekaart) streven we naar een toename van het kroonvolume met 10%. Dit gaan we doen door behouden van bestaande bomen, het aanplanten van extra bomen en het verbeteren van groeiplaatsomstandigheden. 2. Beschermen bomen Groeiplaatsen van bomen worden (fysiek) beschermd. Bomen moeten beter worden beschermd op bouwlocaties en bij de uitvoering van werken. Bij evenementen worden er boombescherming afspraken gemaakt met de organisatie. Het beleid wordt juridisch geborgd in het omgevingsplan. Waardevolle particuliere bomen en buitengewone gemeentebomen genieten extra bescherming. 3. Duurzaam toekomstbestendig bomenbestand Groeiplaatsen voor bomen worden optimaal ingericht met voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte. Het handboek bomen 2018 van het Norm Instituut Bomen wordt hierbij gehanteerd. We willen veel variatie en diversiteit. Zowel inheemse als niet inheemse soorten worden toegepast. Geen monoculturen om ziekten en plagen te voorkomen. Bomen krijgen bij planontwikkeling meer gewicht. Door gebruik te maken van een BoomAfwegingsrapportage worden keuzes omtrent bomen zorgvuldig integraal afgewogen.

Boominclusief ontwerpen (zoals rekening houden met de reeds aanwezige bomen en bomen vanaf het begin intekenen in de plannen, met hun volwassen kroondiameter en ondergrondse groeiplaats) is uitgangspunt. 4. Communicatie Tijdig en transparant communiceren over bomen naar bewoners. Het Boom Kwaliteitsteam Arnhem kan gevraagd en ongevraagd adviseren over alle boom gerelateerde zaken in Arnhem. Bij kap van bomen wordt gecompenseerd conform de compensatieregels uit het Bomenplan: kwalitatief - kwantitatief - financieel. Kwalitatieve compensatie is maatwerk 4.6.2

Situatie veld 26 en 27

Het groen blauwe raamwerk van de wijk heeft er voor gezorgd dat vanaf het begin, voor inheemse planten en dieren een vernieuwd habitat is ontstaan en hervestiging van soorten mogelijk is geweest. Ook hebben inheemse soorten zoals vleermuizen & dassen dit nieuwe groene netwerk ontdekt als foerageergebied.Naast het groen-blauwe raamwerk wordt het integreren van natuur In de woongebieden een nieuw onderdeel van de opgave van het veld. Natuurinclusief bouwen wordt zoals de Groenvisie aangeeft de norm. Door vanaf het begin rekening te houden met stadsnatuur en daar aan en in bebouwing en in voor- en achtertuin voorzieningen voor mee te nemen, kan dit worden mee ontworpen en aangelegd. Door middel van een puntensysteem met natuurinclusieve maatregelen bij het bouwen van woningen en aanleg van tuinen (zie paragraaf 3.4.2) wordt dit geborgd. Er moet altijd een minimum aantal punten gehaald worden door verblijfsplaatsen in te bouwen én door groene maatregelen aan en om de woning(en) toe te passen. In het puntensysteem wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee categorieën: verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten en groene maatregelen. Natuurinclusief bouwen is noodzakelijk voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals de huismus en de gierzwaluw. Beschermde en ook niet beschermde soorten hebben baat bij natuurinclusief bouwen.

Ook zorgt het toepassen van meer groen voor betere biodiversiteit, klimaatbestendigheid en leefbaarheid van het gebied. De Groenvisie geeft aan dat in het polderlandschap van Schuytgraaf het leefgebied van verschillende doelsoorten versterkt moet worden. Deze doelsoorten zijn: Groene specht, ringslang, boomklever, kamsalamander, rietzanger, steenuil, patrijs, kwartelkoning, waterspitsmuis, kleine karekiet, rugstreepad, hermelijn, ijsvogelvlinder, oranjetipje. Toets aan Gelders Natuurnetwerk De west- en noordzijde van Schuytgraaf zijn deels benoemd als Gelders Natuurnetwerk en deels als Groene Ontwikkelzone (GO). De wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied mogen niet significant worden aangetast. Veld 26 en 27 liggen buiten deze zones. Toets aan Wet Natuurbescherming- Natura 2000-gebieden In Schuytgraaf komen geen soorten of habitattypen voor die zijn beschermd conform deze wetgeving. Schuytgraaf ligt wel in de nabijheid van de Natura 2000-gebieden de Veluwe en Rijntakken. "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 37

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

DGMR heeft in opdracht van de gemeente Arnhem onderzocht wat de stikstofdepositie als gevolg van het plan op de Natura 2000-gebieden in de omgeving is (Schuytgraaf Veld 26 en 27, Onderzoek stikstofdepositie Wet natuurbescherming, M.2019.1208.09.R001, 6 oktober 2023, DGMR). De conclusie van dit onderzoek is dat het plan geen significant effect op een Natura 2000-gebied veroorzaakt. Het aspect stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningen. Wet Natuurbescherming- Soorten Voor de realisatie van de wijk beschikt de gemeente sinds 2004 over ontheffingen in het kader van de soortenbescherming. De ontheffing van FF/75C/2011/0188A is voor het tijdvak van: 15 juli 2016 tot en met 14 juli 2021. Deze ontheffing was nodig met het oog op het beschadigen, vernielen of verstoren van voortplantings- of andere vaste rust- of verblijfplaatsen van de rugstreeppad (Bufo calamita), bittervoorn (Rhodeus amarus), grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) en de kleine modderkruiper (Cobitis taenia). De ontheffing is verkregen omdat er geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de beschermde soorten en er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De ontheffing geeft voorwaarden waaraan moet worden voldaan door de initiatiefnemer. Met name gaat het hier om compenserende en mitigerende maatregelen.

Deze ontheffing is inmiddels verlengd tot 2027. De kleine modderkruiper en bittervoorn zijn niet meer beschermd binnen de Wnb en zijn uit de ontheffing gehaald. Bij de realisatie van de velden moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van de rugstreeppad en oeverzwaluw. In de bouwfase betreft dit het zoeken naar oplossingen zodat deze soorten niet gehinderd worden door de bouw door tijdens de bouwfase gunstige omstandigheden te creëren. In de geactualiseerde ontheffing is opgenomen dat indien de activiteiten bij grondbulten niet kunnen worden uitgesteld tot buiten de voortplantingsperiode van de ruggstreeppad er wordt gezocht naar eisnoeren en larven en worden deze verplaatst. Wet Natuurbescherming- Houtopstanden Voor de realisatie van dit veld worden geen houtopstanden gekapt. Groenvisie 2017 - 2035 De groencompensatieregels zijn niet van toepassing voor Schuytgraaf. Hier was de grondexploitatie voor 2 oktober 2006 al vastgesteld. Wel was voor de toekomstige wijk het realiseren van een samenhangende robuuste groenstructuur het uitgangspunt. Behoud en ontwikkelen van de oorspronkelijke landschappelijke-, cultuurhistorische en ecologische waarden en het integreren daarvan in het stedenbouwkundig ontwerp is daarbij randvoorwaarde geweest. Deze structuren zijn nagenoeg gerealiseerd.

Groenbalans De groeninrichting in het veld voorziet in de realisatie van wijkgroen met bomen. De groeiplaatsen van de bomen op de groene pleinen zullen dusdanig worden aangelegd dat ze de monumentale bomen van de toekomst zijn. Op deze wijze dragen de bomen bij aan verkoeling van de leefomgeving, zuiveren van de lucht en het bevorderen van de gezondheid. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor vaststelling van het bestemmingsplan op basis van groen en ecologie.

4.7

Water

4.7.1

Algemeen

Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water programma 2022-2027. Het plan geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De belangrijkste ambities richten zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. 38 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 beschrijft het kabinet doelen voor de periode tot 2028. Verbetering leefomgeving, milieu en water is er één. Het gaat om de bescherming van de grondwaterkwaliteit en –kwantiteit, de bescherming en verbetering van de waterkwaliteit, een goede zoetwatervoorziening en voldoende ruimte voor waterveiligheid. Verder is klimaatbestendige (her)ontwikkelingen, met water als belangrijk aspect, een belangrijk onderwerp. In april 2011 hebben Rijk, provincies, gemeente, waterschappen, en drinkwaterbedrijven afgesproken om gezamenlijk maatregelen te nemen voor een doelmatiger waterbeheer; het Bestuursakkoord Water. De inzet ligt bij mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van watersysteem en waterketen. De kwaliteit moet omhoog tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. In de Waterwet uit 2009 zijn onder meer de gemeentelijke watertaken opgenomen: de zorgplicht voor hemelwater indien de eigenaar van het terrein het hemelwater in alle redelijkheid niet op eigen terrein kan verwerken en de regierol van gemeenten bij de grondwaterzorgplicht. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is door de overheden afgesproken om vanaf 2020 ruimtelijke adaptatie een integraal onderdeel uit te laten maken van het beleid. Om uiteindelijk in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te hebben.

De urgentie om onze leefomgeving klimaatadaptief en waterrobuust te maken is in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie (november 2018) nogmaals onderstreept. Beleid waterschapen gemeente De verantwoordelijkheid voor het stedelijk waterbeheer in Arnhem-Zuid ligt bij het Waterschap Rivierenland. Relevant beleid voor de gemeente Arnhem is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 "Versterken, verbinden, vergoenen" en de keur en de legger van het Waterschap. Het waterbeleid van de gemeente Arnhem is vastgelegd in de volgende beleidsplannen: Gemeentelijk RioleringsPlan; dit plan richt zich op een verbetering van de kwaliteit van het rioleringsstelsel, op de vermindering van de vuiluitworp naar het oppervlaktewater, de bodem en het grondwater, op het voorkomen van overlast en op het vasthouden van schoon hemelwater in stedelijk gebied; Waterplan Arnhem. Door de gemeente Arnhem en haar waterpartners is dit Tweede Waterplan Arnhem opgesteld. De gemeenteraad heeft in 2009 het waterplan vastgesteld. Het waterplan is gebaseerd op 4 hoofddoelstellingen: Arnhem aantrekkelijke waterstad; Klimaatbestendig watersysteem en waterketen; Goede kwaliteit water en waterbodem; Bewustwording; Aanpak wateroverlast Arnhem-Noord (2015) Het plan heeft tot doel om Arnhem en vooral Arnhem-Noord, beter bestendig te maken tegen zware regenbuien.

Hiervoor worden tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte maatregelen genomen die wateroverlast verminderen dan wel beperken. Over alle plannen in de openbare ruimte wordt een waterscan gelegd. Strategie klimaatadaptatie 2020-2030. In deze 'Strategie Klimaatadaptatie Arnhem' geven we aan hoe en wat we de komende tien jaar, tot 2030, gaan doen om onze stad klimaatbestendiger te maken. Waar we dit kunnen doen door klimaatadaptatie te combineren met vergroenen doen we dat. Waar we werken aan de stad nemen we klimaatadaptatie mee. En we doen het samen; iedereen is nodig voor een succesvolle aanpak: bewoners, bedrijven, organisaties en instellingen en natuurlijk de overheid. Resumé Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap, provincie en het rijk is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Dit betekent dat: negatieve verstoring van de grondwaterstanden en –stromingen niet toegestaan zijn om grondwateroverlast en/of verdroging op de locatie en het boven- en benedenstrooms gelegen gebied te voorkomen; maatregelen getroffen moeten worden ter voorkoming van (grond)watervervuiling; "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 39

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

bij nieuwbouw het regenwater binnen het plangebied afgekoppeld moet worden van de riolering en worden verwerkt op eigen terrein; voldoende oppervlaktewater aanwezig is en op de goede locatie; het verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt wordt; het gebruik van uitloogbare materialen en chemische bestrijdingsmiddelen niet is toegestaan; ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verminderen of beperken van wateroverlast; geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden die het functioneren van de waterkering beperken; de aanwezige ruimte in het winterbed van de rivieren beschikbaar blijft voor het primaire doel; waterberging en waterafvoer. 4.7.2

Situatie velden 26 en 27

In het Ruimtelijk Raamwerk van veld 26 / 27 zijn de kaders opgenomen voor de ontwikkeling van dit veld aan de zuidrand van Schuytgraaf. Op basis daarvan zijn een aantal wateruitgangspunten bepaald. Een belangrijk ruimtelijk uitgangspunt is dat de begrenzing van het veld bestaat uit het stedelijke watersysteem en het watersysteem van Park Lingezegen. Hierdoor zijn er voldoende mogelijkheden om het overtollige hemelwater te kunnen bergen, zuiveren en af te voeren. Grondwater De indicatieve huidige gemiddelde grondwaterstand bij veld 26 / 27 is circa 7.50m+NAP. Het openbaar gebied heeft een gemiddeld peil van 8.50m+NAP. Afvalwatersysteem Het vuilwater van veld 26 / 27 wordt middels een vrij verval riool verzameld naar een nieuw te realiseren gemaal in het veld. Vanuit het gemaal gaat het middels een nog te realiseren persleiding naar het bestaande rioolstelsel, vanuit waar het vuilwater naar de waterzuivering wordt afgevoerd. Door het realiseren van een nieuw gelegen gemaal in veld 26 / 27 kan er een optimaal rioolontwerp worden gemaakt en blijft de diepteligging van het stelsel beperkt. Dit is gezien de grondslag en hoge grondwaterstanden zeker in de toekomst voordelig. Een uitgangspunt in het plan is het percentage (verharde) openbare ruimte zo klein mogelijk te houden. Verharding is functioneel en waar mogelijk halfopen (bijv. groene parkeerplaatsen).

Dit zorgt er voor dat er minder hemelwater direct afstroomt. Centraal in het wegprofiel liggen molgoten die zorgen voor de afwatering richting de randen van het veld. Hemelwater dat via verharding (molgoten) naar het oppervlakte water afstroomt zal tenminste via een bermpassage naar het oppervlaktewater gaan. De afmetingen van de bodempassages, en de voorzieningen bij het kruisen van wegen worden in latere detailleringstappen verder uitgewerkt. Voor het definitieve ontwerp zal een waterbalans worden opgemaakt. Hemelwater percelen Het hemelwater dat van de particuliere percelen af komt, wordt bovengronds afgevoerd naar het openbaar gebied. Percelen die grenzen aan het oppervlaktewater wateren hier direct, oppervlakkig op af. Effecten aanleg van veld 26 / 27 op waterkwaliteit De effecten op de waterkwaliteit van de aanleg van veld 26 / 27 moeten passen binnen de kaders die het waterschap stelt. Hierover vindt met het waterschap afstemming plaats en worden detail afspraken gemaakt over waaraan de inrichting moet voldoen. Door gebruik te maken van bodempassages, groene bermen, waar het hemelwater in wordt gezuiverd en afgevoerd naar het oppervlaktewater is de verwachting dat er geen negatieve effecten op de waterkwaliteit zijn.

Effecten aanleg van veld 26 / 27 op waterkwantiteit De effecten op de waterkwantiteit in de omgeving door de aanleg van veld 26 / 27 moeten passen binnen de kaders die het waterschap stelt. Het extra verharde oppervlakte dat ontstaat door de aanleg van veld 26 / 27 is al gecompenseerd met de aanleg van oppervlaktewater zoals reeds is voorzien in het stedelijk watersysteem van Schuytgraaf. 40 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Conclusie De ontwikkeling van veld 26 / 27 van Schuytgraaf heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Bij de verdere uitwerking van het veld moet wel voldoende aandacht worden besteed aan het realiseren van voldoende ontwatering en aan een goede afvoer van hemelwater.

4.8

Bodem

4.8.1

Algemeen

Voor deze ontwikkellocatie is getoetst of de bodemkwaliteit (inclusief grondwater) de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen toelaat. Ook is getoetst of een eventuele bodemverontreiniging gevolgen heeft voor de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. Als toetskader wordt gebruik gemaakt van de volgende bodemregelgeving: Wet Bodembescherming; Beleidsnota bodem 2012, Provincie Gelderland, gemeente Arnhem en gemeente Nijmegen, 1 december 2012; Besluit Bodemkwaliteit; Nota Bodembeheer, september 2011 4.8.2

Situatie velden 26 en 27

Beschrijving bodemkwaliteit in het plangebied Voor het bestemmingsplan is een inventarisatie uitgevoerd naar de bekende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging in het betreffende plangebied. Daarnaast is een inventarisatie uitgevoerd naar alle beschikbare bodemkwaliteit gegevens en historische gegevens in het plangebied. Daarbij is gebruik gemaakt van het bodeminformatiesysteem van de gemeente Arnhem en zijn bodemrapporten/-documenten geraadpleegd. Uit deze inventarisatie is gebleken dat in het bestemmingsplangebied de geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn. Direct aangrenzend aan het bestemmingsplangebied liggen tevens geen grondwaterverontreinigingen. Op basis van recent bodemonderzoek en de bodemkwaliteitskaart licht verontreinigde grond (klasse wonen) te verwachten. Verdere informatie over de bodemkwaliteit in Arnhem kunt u vinden op de internetsite www.arnhem.nl/bodem. Conclusie De geïnventariseerde en getoetste bodemgegevens geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied. Er zijn geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen. Voor de ontwikkeling van het terrein zijn geen sanerende maatregelen nodig.

De kwaliteit van de bodem (inclusief grondwater) vormt geen gevaar voor de volksgezondheid bij de aanwezige/toekomstige bestemmingen/functies in het ontwikkelgebied. De kwaliteit van de bodem (inclusief grondwater) vormt geen belemmering voor de planontwikkeling op de ontwikkellocatie en voor de financiële uitvoerbaarheid daarvan.

4.9

Cultuurhistorie en archeologie

4.9.1

Algemeen

Rijksbeleid Erfgoedwet Cultuurhistorische objecten die zeldzaam of schaars zijn en die voor mensen in hoge mate het beeld van Nederland bepalen, worden aangewezen als monumenten. In de Erfgoedwet (de opvolger van de "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 41

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Monumentenwet 1988) is vastgelegd hoe monumenten van bouwkunst en archeologie en stads- en dorpsgezichten moeten worden beschermd. Deze wet is het belangrijkste instrument voor de bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed in Nederland. Besluit ruimtelijke ordening Cultuurhistorie moet op basis van de gewijzigde Bro (art 3.1.6 ) goed in bestemmingsplannen verankerd worden. Dit behelst niet alleen een beschrijving van de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden, maar ook een waardering ervan en een advies over toekomstige omgang ermee, gelet op de ruimtelijke opgave die in het bestemmingsplan aan de orde is. Aangegeven moet worden hoe met de cultuurhistorische waarden rekening is gehouden in het bestemmingsplan. Verdrag van Valletta en de Wet op de archeologische monumentenzorg De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta). In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit verdrag.

De belangrijkste uitgangspunten van het verdrag zijn: archeologische waarden dienen zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaard te blijven en beheermaatregelen dienen genomen te worden om dit te bewerkstelligen; vroeg in de ruimtelijke ordening dient al rekening gehouden te worden met archeologie; bodemverstoorders betalen het archeologisch (voor)onderzoek wanneer behoud in situ niet mogelijk is. In 2007 is het verdrag vertaald in de Monumentenwet 1988 en maakt thans deel uit van de Erfgoedwet. Provinciaal beleid Provinciaal beleid 'Beleef het mee!' (2017-2020) In juli 2016 is het Beleidsprogramma Cultuur en Erfgoed 2017 - 2020 'Beleef het mee!' vastgesteld. In dit programma ligt het accent op de beleving van mensen. Daarnaast zoekt de provincie de balans tussen de maatschappelijke, economische en intrinsieke waarde van cultuur en erfgoed. Cultureel ondernemerschap blijft onverminderd van belang en komt terug in de economische waarde van cultuur en erfgoed. Voor wat betreft erfgoed krijgt vooral het functioneel gebruik ervan aandacht. Daarnaast zoekt de provincie nieuwe manieren van samenwerking waardoor de uitvoeringskwaliteit van restauraties en archeologie wordt vergroot. Gemeentelijk beleid Erfgoednota 'Panorama Arnhem'/Erfgoedagenda In de Erfgoednota 'Panorama Arnhem' wordt het accent verschoven van 'behoud door bescherming' naar 'behoud door ontwikkeling'.

We gaan er vanuit dat de cultuurhistorie zo op een vroeg moment een actieve rol gaat spelen in veranderingsprocessen en ontwerpkeuzen. Het stadsbeeld van Arnhem verandert in hoog tempo. Het erfgoedbeleid wil de cultuurhistorische factor een zichtbare en samenhangende rol geven in deze stedelijke ontwikkelingen. Cultuurhistorie wordt ingezet als ontwikkelingskans en niet als belemmering. Streven is om bij planontwikkelingen zo vroeg mogelijk onze kennis van de Arnhemse cultuurhistorie in te brengen. De kennis van het Arnhemse erfgoed moet goed toegankelijk zijn. Hiertoe worden nieuwe instrumenten ontwikkeld. De erfgoedkaart biedt een overzicht van alle cultuurhistorische elementen en structuren binnen de gemeente Arnhem. Daarnaast blijft het zichtbaar maken van de bouw- en ontwikkelgeschiedenis van onze stad uitgangspunt. De cultuurhistorische dimensie van de stad moet, waar mogelijk, worden versterkt en beleefbaar gemaakt. Om de doelstellingen van het erfgoedbeleid te realiseren zetten we een aantal strategieën in: Behouden door ontwikkelen Behouden door beschermen Adviseren, stimuleren en verleiden Kennis verwerven en verspreiden Het beleid van 'Panorama Arnhem' is doorvertaald naar de Erfgoedagenda gemeente Arnhem waaraan een nieuwe uitvoeringsagenda is gekoppeld. 42 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)

Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering

Archeologische verwachtingenkaart Archeologie is een integraal onderdeel van het erfgoedbeleid en als zodanig opgenomen in de erfgoednota. In de nota wordt voortgeborduurd op de uitgangspunten van het Verdrag van Malta. Behoud van archeologische waarden is het uitgangspunt en als dat niet mogelijk is, volgt veiligstelling door archeologisch onderzoek. Om permanente aandacht voor deze vorm van erfgoed te krijgen, is ingezet op constante voorlichting en educatie. Sinds 2008 beschikt de gemeente over een archeologische verwachtingenkaart voor heel Arnhem. De verwachtingenkaart geeft al in een vroeg stadium van planvorming globaal inzicht in de mate waarin archeologische resten in een gebied aangetroffen kunnen worden. Conform de Erfgoedverordening geldt dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden als grondroerende werkzaamheden: in archeologisch waardevolle gebieden (buiten monumenten) dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 30 m2; in gebieden met een hoge archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 200 m2; in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 500 m2; in gebieden met een lage archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 2000 m2.

Voor archeologisch waardevolle gebieden zijnde beschermde gemeentelijke of rijksmonumenten, geldt maatwerk. Voor rijksmonumenten beslist de Minister van OC&W. Gebieden die reeds onderzocht zijn en/of zijn vrijgegeven, zijn vrijgesteld van onderzoek. Aan het archeologische beleid dat in de verordening is verankerd, ligt de archeologische maatregelenkaart als basis. Structuurvisie De Structuurvisie Arnhem (2011) biedt een strategisch kader voor ruimtelijke planning op stedelijk niveau voor de lange termijn. Uitgangspunt is het voortbouwen op de karakteristieken van de historisch gegroeide stad. In de cultuurhistorische hoofdstructuur zijn de ruimtelijke, historische elementen weergegeven, die essentieel zijn voor Arnhem als geheel. Per landschappelijke karakteristiek zijn de ambities weergegeven. Vervolgens is een selectie gemaakt van die cultuurhistorische belangen en structuren die kansen bieden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in de stad: de 'Cultuurhistorische Kansenkaart'. De rijkdom van de Arnhemse cultuurhistorie is kader en inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad.

4.9.2

Situatie veld 26 en 27

4.9.2.1 Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. 4.9.2.2 Archeologie Aardwetenschappelijk Het plangebied ligt in Arnhem-Zuid en daarmee in het rivierengebied van Oost-Nederland. Tot 550 v.Chr. was hier de Bredelaar stroomgordel actief. In de ondergrond van het plangebied zijn dan ook bedding- en oeverafzettingen aanwezig. Hierin ontwikkelde zich een bodem die vanaf de Romeinse tijd en/of vroege middeleeuwen afgedekt raakte van een pakket oeverafzettingen van mogelijk de Neder-Rijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=ef6a79e1-3dd1-415f-a8c9-c75da427f290