24-06-11.02 Beantwoording raadsvragen PvdA gemeente Overbetuwe, Nota van Antwoorden 1ste Marktconsultatie Ambulant Centraal Gelderland
Tekst van het document
94
95
96
97
100
101
102
103
De Cao Jeugdzorg 2024 is inderdaad nog niet bekend en vastgesteld. Om deze reden dient de Cao Jeugdzorg 2023 meegenomen te worden. Echter om door te rekenen naar prijspeil 2024 wordt specifiek de producten waarin wordt gerekend met de Cao Jeugdzorg een indexatie meegenomen zoals gepresenteerd en toegelicht in de marktconsultatie. Deze indexatie is op basis van de adviezen en normen van de VNG, Nza en vanuit de contractstandaarden. Daarnaast heb ik een paar opmerkingen betreffende de inzet van begeleiding specialistisch. Schaal 10 en Schaal 11 zijn de schalen voor HBO+ en WO. Dit is hoger dan de functie-eisen die de regio Er wordt gerekend met 50% schaal 8, en 50% schaal 9. vast heeft gesteld in de productomschrijvingen en specifieke eisen. De productbeschrijvingen, Vanuit onze organisatie zetten wij voornamelijk specialistische begeleiding in voor kinderen en ouders met een specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de LVB en/of bijbehorende problematiek. tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen Gezien deze doelgroep is het minimum qua schaal wat wij inzetten schaal 10 en deels schaal 11. die de regio stelt per product. Onder specialistische begeleiding noemen wij b.v de Hou-vast module, Video Interactiebegeleiding, Perspectief Onderzoek.
Dit zijn allemaal trajecten goedgekeurd door b.v de NJI. De begeleiders zijn allemaal geplaatst in schaal 10 gezien de expertise en de ondersteuning van de gedragswetenschapper is schaal 11. Voor ons als gespecialiseerde aanbieder blijft het dan soms ook lastig om te passen in een tarief waarin wij dan de diensten kunnen leveren. Hopelijk kan bovenstaande meegenomen worden. De begeleide omgang wordt door ons voor 100% gedaan in schaal 9. De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, Zelfde uitleg, moeilijke doelgroep waardoor GI’s en gemeentes speciaal naar ons verwijzen. dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt Indien wenselijk kan ik uiteraard productbeschrijvingen en dergelijke opsturen. voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product.
104
Ik denk dat het tariefmodel meer zuiver wordt wanneer er grondig onderzoek gedaan wordt naar wat het De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, werkelijke onderscheid zou moeten zijn in tarief tussen de verschillende disciplines en duidelijkheid wie welke dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt zorgzwaarte kan en mag behandelen. Ik besef me dat dit geen gemakkelijke klus is. Maar zoals de tarieven nu voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. Daarnaast is TransitiePartners ook zijn opgebouwd voelt het niet fair. Als systeemtherapeut (C) werk ik vaker samen vaktherapeuten uit A omdat gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een sommige behandelingen dit vragen. Dit zijn altijd trajecten met zorgzwaarte C. Ik moet u eerlijk zeggen dat rol spelen. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en het deze vaktherapeuten met recht ingezet worden bij cliënten met een zorgzwaarte C. Al langer is er de discussie mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering. Tenslotte wordt er in de over de zorgzwaarte.
Wie mag welke zorgzwaarte behandelen? Net zoals in een instelling er vaktherapeuten tariefopbouw per product ook al onderzocht hoe de verschillende disciplines onderscheid zijn van zijn die deskundig genoeg zijn om cliënten met een zorgzwaarte C te behandelen, zo zijn deze vrijgevestigden er elkaar maar wel in zoverre deze de productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten ook. Werkervaring en specifieke opleiding draagt hiertoe aan bij. Verantwoordelijkheid is een variabele die volgen. gekoppeld is aan regiebehandelaren. Echter, bij een klachtenprocedure is het niet zo dat een medebehandelaar zich kan verschuilen achter de verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Iedere behandelaar heeft zichzelf te verantwoorden tegenover een tuchtcommissie. In mijn ogen wordt dit te vaak over het hoofd gezien. Ik zou me kunnen voorstellen dat binnen de J&O vastgehouden kan worden aan de zorgzwaartes A,B,C, en D en dat daarnaast Overhead en Discipline als variabelen gehanteerd worden, zowel voor instellingen als vrijgevestigden waaronder verschillende factoren hangen. Ook bv bij Overhead een factor die wat verteld over de gezondheid van een organisatie als systeem, bedoeld als prikkel voor organisaties om hier een bepaalde maatstaf in te krijgen/vast te houden. En waarbij er gedifferentieerd kan worden in bv de mate van vaste lasten en personeel.
Bij disciplines kunnen er variabele kosten zijn mbt opleiding (in tijd en geld), herregistratie en lidmaatschappen. Zuivere tarieven niet gemakkelijk te bepalen; de verschillende factoren op maat afstemmen zouden denk ik recht kunnen doen ons systeem binnen het Sociaal Domein. Tariefmodellen ontwikkelen is niet mijn vak en bovenstaande is enkel waar mijn gedachten naar uit gaan, maar u merkt vast dat ik behoefte voel aan gelijkwaardigheid onder de zorgaanbieders. Ik schrijf u nu op persoonlijke voet, 16 okt zal ik als een afgevaardigde van de [aanbieder] aansluiten bij de gesloten marktverkenning. Ik ben benieuwd wat bovenstaande bij u oproept.
105
Programma van eisen en tarieven Op welk programma van eisen / specifieke inkoopvoorwaarden is de opbouw van de tarieven gebaseerd? Indien er specifieke voorwaarden zijn, (zoals bijvoorbeeld bereikbaarheid of ervaringsdeskundigheid), hoe zijn deze dan meegenomen in de opbouw van de tarieven ? Tariefmodel Waarom wordt de overhead berekend over de totale loonkosten en niet over de totale kosten? Dit komt de vergelijkbaarheid niet ten goede. Personeelskosten Het is algemeen bekend dat het voor alle sectoren steeds moeilijker wordt om personeel aan te trekken. Hoe wordt hiermee rekening gehouden ? De in de presentatie aangegeven inschaling voor de GGZ blijkt vaak niet meer haalbaar. Onze begeleiders zijn dan ook ingeschaald op FWG 50 en onze medewerkers begeleiding op FWG 40 (voor diegenen die ook ambulante werkzaamheden uitvoeren).
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116 117 118
119
Inzet uitzendkrachten en ZZp’ers Mede i.v.m. de krappe arbeidsmarkt zijn instellingen steeds vaker genoodzaakt om een beroep te doen op uitzendkrachten en voor de gespecialiseerde extramurale begeleiding ook op ZZP’ers. Gevolg is fors hogere personeelskosten. Hoe wordt in de opbouw van de tarieven rekening mee gehouden? Reistijd in berekening productiviteit Zoals reeds tijdens de presentatie door ons aangegeven is in de berekeningen van productiviteit voor reistijd 60 uren op jaarbasis aangehouden. Dit is uitgaande van 48 weken ongeveer 1 uur en 15 minuten reistijd per week. Bij en caseload van stel 15 cliënten per week is dat circa 5 minuten per cliënt. Dit is naar onze mening volstrekt onhaalbaar zowel in Arnhem Centrum maar zeer zeker ook in de randgemeenten. Betreft zowel voor begeleiding basis als begeleiding specialistisch. Productiviteit GGZ FWG 35 en 40. Er wordt een productiviteit berekend van 1.189 uur. Dit is te laag. Te weinig uren voor opleiding en administratie en overleg. Nog los van de hiervoor gemaakte opmerking over de reistijd. Leeftijdsgebonden verlof / LFB in berekening productiviteit Kunt u aangeven of en in hoeverre er rekening is gehouden met leeftijdsgebonden verlof in de berekening van de productiviteit. ORT Graag ontvangen wij een onderbouwing van de gehanteerde 0.75% voor ORT. Hoe verhoudt dit zich tot eventuele eisen m.b.t. 7*24 uur bereikbaarheid.
Risicomarge In de opbouw van de tarieven wordt door U een risicomarge van 2% gehanteerd. Naar ik heb begrepen is voorheen 3% gehanteerd. Vanwaar deze afname van de risico-opslag. Immers de externe ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan de arbeidsmarkt en hoge inflatie) leiden eerder tot een verhoging van de risico’s voor de instellingen dan tot een verlaging. Innovatie Wat wordt er in de kostprijsopbouw meegenomen voor innovatie? Gesteld werd dat dit mede afhankelijk is van de eisen van de gemeente. Echter innovatie is altijd bij elke zorgorganisatie essentieel. Opslag voor Overhead en materiele kosten. Wat wordt verstaan onder overhead ? Graag ontvangen wij een onderbouwing van de gehanteerde percentages. Mede in relatie tot het door U aangehaalde Benchmarkrapport Care van Berenschot 2022. Ziekteverzuim Uitgangspunt is CBS. Welke sectoren zijn gehanteerd in de Benchmark. No show Hoe is de no show in de tarieven verwerkt ? En wat is de onderbouwing daarvan ? NZa tarieven Waarom worden de NZa tarieven voor H153 en H300 niet aangehouden ? Daar is immers in het verleden en ook nu in 2023 grondig onderzoek naar gedaan.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 8.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18.
De arbeidsmarktproblematiek is meegenomen in het feit dat voor de vaststelling van de tredebenutting in met name de specialistische segmenten een aanpassing is gedaan in inschaling van duurder en specialistischer personeel: Vanaf FWG 60 en schaal 11: 50% maximale trede en 50% gemiddelde van bovenste helft van de treden. en voor MSP wordt zelfs de maximale trede gehanteerd. De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. Indien u doelt op begeleiding specialistisch is gerekend met FWG 50 en daarnaast dus ook hoger dan FWG 40. De inhuur van personeel is daarnaast de andere reden dat voor de vaststelling van de tredebenutting in met name de specialistische segmenten een aanpassing is gedaan in inschaling van duurder en specialistischer personeel: Vanaf FWG 60 en schaal 11: 50% maximale trede en 50% gemiddelde van bovenste helft van de treden. en voor MSP wordt zelfs de maximale trede gehanteerd. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28.
Helaas heeft TransitiePartners geen verdere onderbouwing ontvangen waarom 1189 uren niet reëel zou zijn. Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing van de productiviteit binnen uw organisatie. Dit is meegenomen conform de regels binnen de Cao en CBS gemiddelde data omtrent deze data zodat een reële waarde hiervoor meegenomen kan worden in de productiviteit. Zou u kunnen aangeven voor welk product / welke producten 7x24 uur bereikbaarheid geëisd wordt? Deze wordt namelijk niet door TransitiePartners en de regio herkend. Het uitgangspunt van de regio is dat de zorg hoofdzakelijk gedurende kantooruren wordt geboden. Indien dit in incidentele gevallen niet mogelijk is, is rekening gehouden met 0,75% ORT. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 57.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 61.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. Hierbij is het ziekteverzuim per Cao inzichtelijk. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31.
De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. De producten H153 en H300 wijken af van de producten van de regio Centraal Gelderland. Zo worden er andere resultaten verwachten, zijn er andere doelen en andere productspecifieke eisen. Is er differentiatie mogelijk tussen HBS en IAG mbt no-show. Bij HBS is het no-show percentage erg hoog. Graag Kunt u duidelijk maken op welke gecontracteerde producten u doelt? HBS en IAG zijn geen producten zien wij hier volledige vergoeding. die de regio Centraal Gelderland specifiek als zijnde aparte producten gecontracteerd heeft.
120
121 122
123
124
125
126
127
128
129
130 131 132
133
134
135
136
Voor de producten Behandeling B GGZ en Behandeling C GGZ wordt uitgegaan van een productiviteit van respectievelijk 68% en 67%. Onze ervaring leert dat de productiviteit voor deze producten eerder op 60% uitkomen.
Helaas heeft TransitiePartners geen onderbouwing ontvangen waarom 60% productiviteit volgen u reëel zou zijn. Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing van de productiviteit binnen uw organisatie. Daarnaast zijn wij benieuwd of u mee heeft genomen dat voor deze producten indirect cliëntgebonden tijd ook declarabel is. De verhouding directie-indirecte tijd waarmee gerekend wordt, ligt ver buiten wat voor ons realistisch is. Graag Kunt u duidelijk maken op welke specifieke producten u doelt? Voor de individuele refereren we hier aan de uitvragen over de directe en indirecte tijd van de afgelopen jaren. behandelproducten is bijvoorbeeld de indirect cliëntgebonden tijd ook declarabel. Verder is de gestelde opbouw van de tarieven van de genoemde producten Behandeling (zie punt (1)) en voor Helaas heeft TransitiePartners geen onderbouwing ontvangen waarom de opbouw volgens u niet Consultatie C wat ons betreft onderaan de streep toereikend. reëel zou zijn. Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing op welke onderdelen en parameters binnen uw organisatie wordt afgeweken. Met de gestelde tariefopbouw is het voor ons als organisatie met specifiek de vestiging in Arnhem, niet Helaas heeft TransitiePartners geen onderbouwing ontvangen waarom de opbouw volgens u niet mogelijk om het product Begeleiding basis rendabel te bieden.
Onze teams zijn ingericht op multidisciplinaire en reëel zou zijn. Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing op welke onderdelen en vaak complexe gezinshulp. Door deze teamsamenstelling kunnen we met de gestelde opbouw het product parameters binnen uw organisatie wordt afgeweken. Begeleiding basis niet rendabel bieden. Wat is de definitie van productiviteit en wat jullie verstaan jullie onder cliëntgebonden tijd? Graag de definities Productiviteit in het tariefmodel van TransitiePartners betreft het aantal / of het percentage hiervoor. declarabele uren van een medewerker op jaarbasis. De basis hiervoor zijn de richtlijnen hieromtrent vanuit de regio. Voor de definitie van cliëntgebonden tijd verwijzen wij u naar de specifieke eisen van de verschillende zorgvormen van de regio, omdat hierin ook een verschil zit tussen de verschillende zorgvormen. Deze zijn te vinden op de website van de Inkoop SDCG. Jullie hebben het over een no show van 5%? Wat valt er onder no-show? Wat gebeurt er als een kind ziek wordt Voor het gescheiden BSO+product (45A25) geldt dat het deel wat onder de Wet Kinderopvang (Wko) de dag voor de BSO+? Kan deze worden gedeclareerd? Graag een overzicht ook wat niet en wel kan worden valt wel declarabel is bij no show of voortijdige afzegging en het deel van de jeugdwet niet. Het gedeclareerd in tijd; dit geldt speciaal voor de BSO+.
declareren van afwezigheid voor het deel wat onder de Wko valt (reguliere BSO gedeelte) is afhankelijk van de afspraken tussen ouder(s) en BSO+ aanbieder. Voor BSO+ geldt daarnaast dat als een jeugdige wel zou komen en op laatste moment afzegt (bv. s’ ochtends afbelt i.v.m. ziekte) dan mag er wel gedeclareerd worden. Dit is dus ook de definitie van no-show conform het uitgangspunt van de regio. Doorgaand op de volgende vraag: standaard is er een groep van 4 met 1 begeleider. Dat is prima als deze groep Het uitgangspunt van de regio is dat de gemiddelde groepsgrootte 4 jeugdigen is en daarbij 1 ook volledig is en deze ook worden beschikt en declarabel zijn op de openingsuren. Als 3 kinderen om 15.30 uur medewerker. Dit is als zodanig ook opgenomen in de tariefopbouw. De regio sluit echter andere komen dan is het moeilijk om deze groep financieel draaiend te houden aangezien er 2 medewerkers zijn groepsgroottes niet uit. ingeroosterd voor 8 cliënten. Vervoer: In een BSO+ groep komen kinderen van verschillende scholen, vaak regionaal ipv lokaal. We worden In het algemeen inkoopdocument van de regio staat het volgende opgenomen omtrent vervoer: geacht de kinderen op te halen van school.
Doordat we op verschillende scholen dienen te staan en op "Opdrachtgever heeft het vervoer van cliënten in een aparte aanbesteding onder doelgroepenvervoer verschillende tijden leidt dit er toe dat op dat moment de groepsverhouding te laag is. We onderstrepen als georganiseerd. Dit betekent dat vervoer niet in de tarieven voorkomt." organisatie de normalisatie van de zorg. Echter het vervoer zou of anders georganiseerd moeten worden (bijv. via leerlingenvervoer) óf onderdeel moeten zijn van de kostprijsberekening van het product. In de huidige uitgangspunten van de tariefberekening WMO en Jeugd wordt hier nu niets over gezegd. Vraag over de indexatie: begrijpen we het goed dat de tarieven worden gemaakt voor heel 2023, rekening Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil houdende met de CAO-ontwikkelingen in 2023, en er vervolgens een T+1 indexatie volgens het VNG (4,94 OVA 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. Enkel voor de producten en 2,51 PPC) plaatsvindt? waar gerekend wordt met de Cao Jeugdzorg wordt een indexatie meegenomen omdat deze Cao voor 2024 nog niet bekend is. Voor de BSO+: we begrijpen dat het aantal productieve uren een mix is van schaal 7, 9 en schaal 11 dus een Er dient inderdaad een plan van aanpak te worden opgesteld.
Dit conform eis 13 van de specifieke combinatie van 1167, 1088 en 1041 uren is. Betekent dit dat in deze uren ook een plan van aanpak voor deze eisen voor de zorgvorm Behandeling waar de BSO+ onder valt. Voor de definities verwijzen wij u naar kinderen moet worden gedaan? Ook hier weer graag de definities aangaande de productiviteit en de het antwoord op vraag 124. cliëntgebonden tijd. Graag ook de doorwerking (opbouw van de tarieven) van de verschillende uitgangspunten in de tarieven voor Deze zullen gepresenteerd worden tijdens de tweede marktconsultatie. Dit betreffen dan nog wel de 2de marktconsultatie. concepttarieven, mede vanwege het feit dat er ook nog een 2de NvA volgt. Algemene Wet- en regelgeving Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 53. De gehanteerde uitgangspunten zijn te laag ten opzichte van onze daadwerkelijke tarieven Productiviteit WMO en Jeugd Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. De aanname voor de reistijd sluit absoluut niet bij de dagelijkse praktijk aan. Onze medewerkers reizen gemiddeld 162 uur op jaarbasis. En dan hebben we onze medewerkers al ingedeeld in regionale teams om op die manier de reistijd zo minimaal mogelijk te houden. Outreachend werken is een belangrijk uitgangspunt bij ambulante begeleiding. Met een uitgangspunt van 60 uur reistijd op jaarbasis is dat niet langer mogelijk.
Risicomarge De Regio houdt nu een risicomarge aan van 2%. Bij de opbouw van de tarieven van de Regio in 2020 werd een risicomarge van 3% aangehouden. Een marge van 2% is veel te beperkt. Wat is de motivatie om deze terug te brengen naar 2%. Tariefopbouw U geeft aan dat de CAO GHZ van 1-1-2024 wordt gehanteerd. Wordt middels het hanteren van deze CAO ook rekening gehouden met de loonstijgingen per 1-6-2024 (2%) en 1-12-2024 (2%)? Zo nee, kan dit alsnog opgenomen worden in de tariefopbouw zodat er voor het hele jaar passende tarieven gehanteerd worden Overhead Er wordt een overheadpercentage van 16,40% gehanteerd voor de GHZ. Kunt u toelichten hoe dit overheadpercentage zal landen in de tarieven? Oftewel waarover dit overheadpercentage wordt gehanteerd (over brutoloon of boven op de tarieven)? Zoals ook in de online presentatie 26-09-2023 al werd aangegeven, is het aanpassen van de tarieven naar de feitelijke kostenontwikkelingen noodzakelijk. De route die is gekozen is niet een uitvraag van parameters en te hanteren tariefmodel (wanneer gaan we naar één landelijk model met de mogelijkheid tot differentiatie naar inhoud én regio???). Door een model te kiezen en gebruik te maken van landelijke data lijkt er weliswaar een stap gezet te worden naar een ‘landelijk’ model, maar omdat omringende regio’s ándere modellen hanteren, is het maar een schijnbeweging. Dat betreuren wij.
Daarnaast zijn de uitkomsten van een tariefmodel immer de tarieven. Op basis dáárvan is een échte beoordeling te maken of de berekende tarieven een reële vergoeding betekenen voor de inzet van zorgprofessionals. Dat is nu niet mogelijk. Alleen het model staat in de schijnwerpers, niet de uitkomsten. Door de modelmatige benadering van het zorgveld, zal voor het totaal het model prima passen. Echter voor individuele zorgaanbieders kan en zal het alle kanten op gaan: van zwaar ondergewaardeerde variabelen tot ver overdreven waarden. Per saldo, overall, op het totaal klopt het, maar daar kan je als multiregionaal aanbieder niet op sturen. Een identieke dienst in Centraal Gelderland wordt hierdoor straks nog steeds anders vergoed dan bij de buren in Midden IJssel/OostVeluwe, Rijk van Nijmegen of FoodValley (of elke andere regio). Identieke diensten, als antwoord op vergelijkbare hulpvragen worden dan tegen verschillende tarieven vergoed. De kosten zijn gelijk, de vergoeding niet. Dat wás niet uit te leggen, dat wordt niet uitlegbaar zolang er geen landelijk tariefmodel wordt gehanteerd door álle regio’s. We roepen daarom ook déze regio op om landelijk werk te maken van één landelijk tariefmodel; al dan niet onder aanvoering van de Jeugdautoriteit.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18.
Dit betreft een opmerking en geen vraag. Wij zullen uw signaal doorgeven aan de regio. Als TransitiePartners zien wij echter de eerste ontwikkelingen rondom uw signaal wel al terug in de Hervormingsagenda.
137
Tariefmodel anders dan bij de start van de huidige overeenkomsten Zoals eerder al gemeld, is het hanteren van een ander tariefmodel een aanleiding om de vraag te stellen of een nieuwe aanbestedingen nodig zou zijn. Onder de tarieven in de huidige overeenkomsten ligt een tariefmodel dat anders is dan het nu door Transitiepartners gedeelde model. In hoeverre en bij welke parameters verschil zit ten opzichte van de huidige modelbenadering, is niet goed te zeggen. Daarom hebben wij het Ketenbureau gevraagd hier een beoordeling van te geven en een advies over wel/niet aanbestedingsplichting. De reactie van het Ketenbureau is nog niet ontvangen maar zal zeker met de regio worden gedeeld.
TransitiePartners is door de regio gevraagd om een herijking te doen van de tarieven van de huidig gecontracteerde producten binnen de zorgvormen Behandeling, Begeleiding, Groepsbegeleiding en Huishoudelijke Ondersteuning. Een herijking is te verklaren omdat het zorglandschap in ontwikkeling is en daarnaast ook Cao's zijn en worden aangepast. Dit heeft direct en indirect invloed op de kostprijs van aanbieders en dus de tarieven. De gecontracteerde inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en specifieke eisen blijven hierbij in stand en zijn de basis voor de tariefopbouw per product. De inhoud blijft dus leidend bij totstandkoming van de tarieven. Het zou inderdaad goed zijn als u de reactie deelt met de regio.
138
Opvragen ‘uitzonderingen’ versus uitvragen kosten Recent is in de buurregio een herijkingsproces gelopen waarbij via werkgroepen de kosten en kostenstructuren van diverse diensten zijn opgevraagd, geanalyseerd en met elkaar besproken. Een dergelijke werkwijze sluit goed aan bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid die gemeenten en zorgaanbieders hebben in het veld. Daarnaast sluit een dergelijke aanpak ook beter aan bij de route naar een landelijk model omdat de kosten van een aanbieder in verschillende regio’s over het algemeen gelijk zijn voor identieke diensten. Die worden op deze wijze inzichtelijk gemaakt. De route die Centraal Gelderland kiest via een modelmatige benadering zónder gestuurde uitvraag van data bij aanbieders, biedt die niet. Daarmee staat de regio verder af van de feitelijke kostenontwikkeling en blijft vasthouden aan een modelmatige benadering. De uitzonderingen, de specifieke afwijkingen ten opzichte van het model opvragen, legt de verantwoordelijk eenzijdig neer bij de aanbieder en doet o.i. geen recht aan die gezamenlijke verantwoordelijkheid.
139
Wenkend alternatief Vanuit onze visie op opgroeien en opvoeden, komt een bedrijfsmatige insteek dat onze kosten dienen te worden vergoed met een marge van 3% voor risico’s, onvoorziene omstandigheden en investeringen. De kosten worden voor een groot deel bepaald door de in de CAO vastgelegde bekostiging van onze zorgprofessionals. Dat betekent dat wij voor de inzet van deze professionals de feitelijke kosten daarvan, de bijbehorende overhead om hen te ondersteunen plus die kleine marge vergoed willen hebben. Daarvoor is 2 jaar geleden het Model Prestatiecodes Jeugd voor ontwikkeld, dat door het Ketenbureau verder randvoorwaardelijk vormgegeven wordt. Hierbij wordt ‘betaald wat er is ingezet’: ervaring en opleidingsniveau van de professional zijn hierin leidend. In tegenstelling tot de productenboeken die in vrijwel alle regio’s bepalend zijn voor wat er betaald wordt. Zorg is echter geen product, het laat zich ook niet als een product bekostigen, het laat zich niet als een product behandelen. Wél als een dienst: de inzet van een professional wordt betaald via een uurtarief dat afgeleid is van de kosten van díe professional. Niet van een gemiddelde in de branche, regio, of groep aanbieders die historisch bepaald in een regio actief zijn. Met het Model Prestatiecodes Jeugd kán al gewerkt worden.
Als regio kán je al een model inrichten waarbij er wordt ‘betaald wat er is ingezet’. Een dergelijke stap zouden we graag met de regio vormgeven. Daarmee zouden we afstappen van het productdenken en toewerken naar een echt reële bekostiging van de inzet van jeugdzorgprofessionals. Geen onderscheid tussen reguliere aanbieders en ‘systeemaanbieders’ Onze organisatie fungeert, met enkele collega aanbieders, als ‘systeemaanbieder’. De term ‘systeemaanbieder’ is enigszins achterhaald. In het algemeen wordt daar onder verstaan: een grotere aanbieder die in een regio een bovengemiddeld aandeel heeft in de ontwikkeling van het zorgveld van een regio, een sturende en vaak dominante rol inneemt in samenwerkingen en projecten, aanwezig is bij overlegtafels, voorziet in opleidingen en trainingen van gemeentelijke toegang, andere aanbieders en uiteraard eigen personeel, betrokken is bij actualiseren van interventies en participeert in (wetenschappelijk) onderzoek en dit zelf ook opzet en uitvoert. Dit brengt extra kosten met zich mee. Extra kosten die naar onze inzichten onvoldoende zijn meegenomen in dit model. De in sheet 7 gepresenteerde percentages zijn geduid ‘als percentages van de totale kosten’. Het aandeel van systeemaanbieders is in de totale kosten beperkt in de landelijke benchmarks van Berenschot.
Hierdoor worden onze extra overheadkosten onvoldoende tegemoetgekomen in de uiteindelijke tarieven. In het model zou een aparte post ‘overheadkosten a.g.v. positie in het landschap’ moeten worden opgenomen om dit onderscheid duidelijk te maken en reëel mee te nemen in het model om tot een reëel tarief te komen. Als systeemaanbieders steken we onze nek uit in onderzoek en opleiding en zijn we een professionele sparringpartner voor de overheid. Een tariefdifferentiatie op grond van het wel of niet dragen van deze verantwoordelijkheid doet recht aan die positie. In diverse andere regio’s wordt daar invulling aan gegeven en we roepen de regio Centraal Gelderland dan ook op om dit in dit model ook op te nemen. Sheet 5 : gehanteerde mix van schalen en treden niet in overeenstemming praktijk De feitelijke inschaling van onze organisatie van de medewerkers betrokken bij de dagbehandeling en ambulant. Het gehanteerde uitgangspunt (50% max trede + 50% gemiddelde van alle treden) komt niet in de buurt van de feitelijkheid bij onze organisatie. Een dergelijke methodiek levert een te lage vergoeding van de kosten op per uur in te zetten zorgprofessional. Daarnaast worden schalen 12 en 13 niet genoemd. Als deze niet mee worden genomen in de berekeningen is hiervoor ook géén dekking in het tarief.
Omdat deze zwaar vertegenwoordigd zijn in ons personeelsbestand (veel ervaren krachten!) hebben wij te maken met relatief hogere personeelskosten dan gemiddeld met dit model bekostigd gaat worden. Ook de ‘schaal 11: 50% max en 50% gem bovenste helft van de treden’ levert een onjuiste basis voor de berekening van een reële vergoeding. We zullen met elkaar hierover in gesprek moeten als bovenstaande juiste constateringen zijn.
Dit proces wordt gekozen omdat de inkoopdocumenten, uitgangspunten, productbeschrijvingen en aanvullende eisen van de regio als basis dienen voor de tariefopbouw per product. Deze worden aangevuld met landelijke en regionale benchmarks en normen. Daarnaast gebruikt TransitiePartners ook eigen onderzoeken, ervaringen en gegevens vanuit regio's en zorgaanbieders die zij tot hun beschikking hebben. De marktconsultaties en NvA's zijn bedoeld om alle gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij alle aanbieders enerzijds en anderzijds transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en parameterwaarden. Indien bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel worden geacht door aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, onderbouwd waarom deze niet reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. Dus er wordt ook input opgehaald bij de zorgaanbieders en deze wordt ook beoordeeld en besproken en eventueel meegenomen in de tariefopbouw. Vanuit zowel de kant van de gemeenten als de kant van de aanbieders wordt gevraagd om op basis van de inhoud mee te denken en te reageren op de gepresenteerde uitgangspunten en onderdelen per product. Hierbij wordt ons inziens wel degelijk rekening gehouden met de gezamenlijke verantwoordelijkheid.
In principe wordt de door u geschreven methodiek in ons proces omgedraaid waarbij eerst input wordt opgehaald bij de regio en daarna in de vorm van een marktconsultatie aanbieders worden betrokken en zij kunnen en mogen reageren op alle gepresenteerde uitgangspunten en parameters. Dit kan gezien worden als een "uitvraag". Dit proces heeft TransitiePartners ook gevolgd in meerdere regio's en werd door zowel gemeenten als zorgaanbieders als zeer prettig ervaren. Daarnaast zorgt dit ook voor minder administratieve last welke fors is bij het doen van een uitvraag. Dit betreft een opmerking en geen vraag. Wij zullen uw signaal doorgeven aan de regio. Hierbij wensen wij wel aan te geven dat dit tariefonderzoek geen betrekking heeft op een nieuwe inkoop en zowel gemeenten als aanbieders nog gebonden zijn aan de huidige contractering.
140
141
TransitiePartners is ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een rol spelen. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18. Daarnaast benoemd u schalen 12 en 13. Echter is voor ons niet duidelijk voor welke producten u deze schalen inzet en hoe dit aansluit bij de inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en specifieke eisen van de regio.
142
Sheet 9 Productiviteit Het is bij ons bekend dat de verschillende aanbieders ook weer verschillend georganiseerd zijn. Echter De berekening van bruto naar netto beschikbare tijd is gebaseerd op een organisatiewijze die niet in onze zoals u ook aangeeft op totaal kostenniveau is een organisatie die gebaseerd is op zelforganisatie en organisatie van toepassing is. Wij werken met principes van zelforganisatie waarbij bij voorbeeld verregaande decentralisatie niet ‘duurder’ dan een centraal aangestuurde organisatie. De kosten wachtlijstbeheer en werkverdeling en planning door teams worden gedaan. In centraler aangestuurde zullen hierin vrijwel gelijk zijn. Dit sluit dan ook aan bij de AMvB reële prijs die stelt dat een reële prijs organisaties zal sprake zijn van een ‘bedrijfsbureau’-achtige setting waarbij wachtlijsten en capaciteitsplanning per product voor een gemiddelde efficiënt opererende aanbieder moet worden vastgesteld. Wij op een centrale plek worden gedaan. Hierdoor zal in een dergelijke setting de productiviteit hoger zijn dan bij begrijpen dat deze term wellicht meer gespreksstof oplevert dan verheldert. Echter zien wij dit wel als zelforganiserende teams. Werkzaamheden die centraal worden uitgevoerd hoeven namelijk niet door de onderbouwing dat een reële prijs per product dient te worden vastgesteld en niet per sé per zorgprofessionals gedaan te worden.
Wij nemen relatief veel schoolverlaters op in onze teams; meer dan bij aanbieder (naast eventuele tariefdifferentiatie). De gepresenteerde tariefopbouw voldoet volgens ons reguliere (lees: nietsysteemaanbieders). Deze instromers worden begeleid door de zelforganiserende teams en hieraan. volgen gerichte scholingsprogramma’s. Ze worden pas ‘zelfstandig losgelaten’ als we dat voldoende vertrouwd vinden. Die interne begeleiding kost inzetbaarheid van de medewerkers die drukt op de declarabiliteit. Deze ‘afslag’ zien wij niet terug in de bruto-netto berekening. In onze organisatie is dat wél het geval waardoor de productiviteit láger ligt dan waar het model van uit gaat. Het model komt daarmee hoogstwaarschijnlijk uit op een uurtarief waarvoor onze zorgprofessional niet afdoende bekostigd zal worden. Omdat de beschikbare uren mínder zijn dan waarmee in het model wordt gerekend, zal er onvoldoende dekking gerealiseerd kunnen worden en wordt de inzet verlieslatend. Het gehanteerde model dwingt organisaties op deze wijze tot bedrijfsvoeringskeuzes die wij vanuit inhoudelijke gronden niet wenselijk achten. Bij ‘regie bij de burger zelf’ hoort ook ‘regie bij de werknemer zelf’ (binnen bandbreedten). Daarmee sluit zelforganisatie perfect aan bij wat de Jeugdwet beoogt. Dat daardoor de beschikbare uren voor cliëntgebonden werken afnemen, oogt tegenstrijdig.
Onze werkwijze wordt alom erkend en gewaardeerd door onze opdrachtgevers, verwijzers en partners. Daarmee krijgt die ogenschijnlijke tegenstrijdigheid een andere lading. Onze werkwijze past onze doelgroep (behoefte aan maatwerk), bij onze professionals (ruimte voor maatwerk), bij onze opdrachtgevers (ruimte voor creatieve oplossingen). Zelforganisatie als model sluit daarmee goed aan bij autonome professionals en maximale flexibiliteit in de vormgeving en uitvoering van zorg. En misschien ten overvloede: op totaal kostenniveau is een organisatie die gebaseerd is op zelforganisatie en verregaande decentralisatie niet ‘duurder’ dan een centraal aangestuurde organisatie.
143
Sheet 13 De percentages die worden getoond, hoe worden deze verwerkt in de tariefberekening. Is dit 2x 2% op de totale kosten waarna een tarief wordt berekend? Of is dit nadat het tarief is berekend? Dit is niet duidelijk geworden in de presentatie en wordt ook niet duidelijk uit de sheets. De risicomarge in het model is 2%. Landelijk is consensus dat hier 3% voor wordt gehanteerd. De 2% die wordt genoemd voor tegemoetkoming in de kosten: waarop is die gebaseerd? Wij vinden nergens aanknopingspunten hiertoe. Graag een verwijzing naar een document/bron. Als deze 2% ‘extra’ bedoeld is voor de punten die door ons zijn genoemd bij ‘declarabiliteit’ en ‘systeemaanbieder’, dan is een dergelijke ‘extra’ niet voor álle aanbieders bedoeld maar zou deze exclusief moeten zijn voor dié aanbieders die ook daadwerkelijk daarin een rol spelen en dus een hoger tarief nodig hebben ter dekking van de hogere kosten als gevolg daarvan. Sheet 20 De verdeling van de medewerkers in de schalen in de CAO Jeugdzorg is bij ons als volgt voor onze ambulante teams:
144
Deze percentages komen op geen enkele wijze overeen met de aandelen in het model. Daarnaast is het voor ons NIET mogelijk om de salariseffecten van de GHZ-CAO te wegen in de doorrekening naar het uiteindelijke tarief. Kort gezegd: een J&O organisatie die 100% personeel in CAO-loondienst heeft, wordt onjuist geraakt door een tariefmodel waarbij meerdere CAO’s bijeen worden geveegd. Daarnaast is het vreemd dat voor één dienst met 2 verschillende productiviteitswaarden (per CAO anders) wordt gerekend. De dienst is hetzelfde, maar blijkbaar is de aanname dat als diezelfde dienst door personeel uit een andere CAO wordt geleverd dat daar een andere productiviteit bij hoort. Wij ontvangen graag een onderbouwing van deze aannames. In andere regio’s is reeds eerder door ons aangetoond dat het mengen van CAO’s en treden/schalen daarbinnen voor sommige partijen financieel voordeel oplevert en voor anderen nadeel. Met name de benadeelde partijen wordt op deze wijze géén reële vergoeding voor de inzet van zorgprofessionals geboden. Overall zal het model kunnen kloppen (voor heel Nederland als collectief zeker), maar voor individuele aanbieders niet. De overeenkomsten zijn op individueel niveau gesloten, niet op collectief niveau.
Hoe wil de regio hiermee omgaan? Is er differentiatie mogelijk voor onevenredig nadelig benadeelde partijen in een dergelijke uitkomst? In een naburige regio is een soortgelijke werkwijze toegepast. Hierin is een dusdanig verandering in tarieven voorgelegd dat een aantal grotere aanbieders de ondertekening van de overeenkomst heeft uitgesteld en serieus overweegt het contract voor ambulante zorg op te zeggen. Wij voorzien een soortgelijke uitkomst in Centraal Gelderland omdat een groot aantal parameters en werkwijzen overeenkomen.
145
146
147
148
Voor de behandeling groep/dagbehandeling AANBIEDER
Deze verdeling lijkt lager te zijn dan het model (GHZ CAO niet opgenomen, omdat ik niet kan inzien hoe de kosten van een GHZ FWG40 (of welke andere) verschillen van een JZ Schaal 7 (of welke andere). Graag een vergelijkingstabel toevoegen voor de transparantie. Middeling van CAO’s levert 10% tekort op in andere regio’s In buurregio’s waarin meerdere CAO’s worden samengevoegd tot één tarief, ongeacht welke CAO voor een aanbieder 100% van toepassing is, leidt een dergelijke werkwijze tot tarieftekort van 10%. Door de middeling van CAO-waarden wordt een tarief berekend dat slechts 90% van onze feitelijke kosten dekt. Omdat er géén tarieftabel is meegeleverd en omdat er geen tabel is meegeleverd hoe de salarisschalen van de CAO’s doorwerken in de tariefberekening is onze zorg dat ook hier er een dekkingstekort gaat ontstaan. Verschil in tarieven/percentages in de sheet "productiviteit WMO": - Ziekteverzuim: voor het verzuimpercentage gaan jullie uit van het gemiddelde percentage per cao over afgelopen 5 jaren confom CBS. Dit komt neer op een percentage 6,36% (FWG45). In onze begroting van 2024 gaan wij uit van 7% verzuim, maar in de praktijk ligt deze echter nog hoger (t/m augustus 2023 8,3%). Reistijd: in de berekening wordt rekening gehouden met 60 uur reistijd. Dit is niet realistisch. In onze kostprijsberekening gaan wij uit van 85 uur.
Deze percentages worden berekend als 2x 2% opslag op de totale kosten. Voor de risicomarge verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 3. De 2% voor extra tegemoetkoming in kosten voor opleiding komt deels voort uit de Cao VVT welke de enigste Cao is die hierover iets benoemd. Daarnaast is dit ook bedoeld voor kosten van certificering die behaald dient te worden. De 2% hebben we ook voorgelegd vanuit TransitiePartners in gesprekken die wij met aanbieders in verschillende regio's voeren en wordt daarin ook herkend.
Er wordt gekozen om per product de meest gehanteerde (zowel regionaal als landelijk) Cao per product mee te nemen in de tariefopbouw en daarbij wordt ook gekeken of hiermee voldaan wordt aan de verschillende doelgroepen waarvoor het product bedoeld is zoals beschreven in de productbeschrijvingen. Dit is het geval voor de door u genoemde producten. Daarbij sluit dit niet uit dat aanbieders die een niet meegenomen Cao in de tariefopbouw hanteren deze producten niet mogen leveren. Dat mag uiteraard wel. Aangezien u product geleverd dient te worden aan verschillende doelgroepen door aanbieders die onder andere om die reden een andere Cao hanteren is dat een onderbouwing om een mix van Cao's op te nemen in de tariefopbouw. TransitiePartners is ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een rol spelen. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering. Tenslotte wensen wij nogmaals aan te geven dat het hier geen niet het tariefonderzoek voor een nieuwe inkoop betreft, maar enkel een herijking van de tarieven binnen de huidige contractering.
Een vergelijking is al mogelijk door de schalen / FWG's binnen de functiemix van een product met een vergelijkbaar aandeel met elkaar te vergelijken.
Dit betreft een opmerking en geen vraag. De tarieven zullen gepresenteerd worden tijdens de tweede marktconsultatie. Dit betreffen dan nog wel concepttarieven, mede vanwege het feit dat er ook nog een 2de NvA volgt. Daarnaast is onze insteek en ook die van de regio dat het gesprek wordt gevoerd op inhoud van zorg en niet op financiën. Om deze reden wordt het proces ook ingestoken zoals gepresenteerd tijdens de eerste marktconsultatie. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28.
149 150
151
152 153
154 155 156 157
158 159
160 161 162 163
164
165 166
167
168
169
Op pagina 15 staan de aandeel % voor basis en specialistisch. Moet ik deze percentages lezen als marktaandeel? En klopt het dat de functiemix voor basis en specialistisch nog niet is vermeld? Is het mogelijk om al in een eerder stadium de concepttarieven te ontvangen? Dit is voor de aanbieders een makkelijker vertrekpunt dan enkel de gedeelde parameters.
De percentages die u op pagina 15 ziet, zijn de functiemixen van deze producten.
De tarieven zullen gepresenteerd worden tijdens de tweede marktconsultatie. Dit betreffen dan nog wel concepttarieven, mede vanwege het feit dat er ook nog een 2de NvA volgt. Daarnaast is onze insteek en ook die van de regio dat het gesprek wordt gevoerd op inhoud van zorg en niet op financiën. Om deze reden wordt het proces ook ingestoken zoals gepresenteerd tijdens de eerste marktconsultatie. Daarnaast wordt dit gekozen omdat het gesprek over tariefopbouw gevoerd dient te worden op inhoud en de uitgangspunten en niet enkel o.b.v. financiën. In verband met noodzakelijk inhuur worden de functies gewaardeerd op 50% max en 50% over het gemiddelde. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. Gezien de arbeidsmarktproblematiek wordt veel personeel bij start al boven de middenschaal ingeschaald. Daar komt de (veel duurdere) inzet van inhuur nog bovenop. Wij betwijfelen of het gekozen uitgangspunt leidt tot een kostendekkend tarief. Is het niet transparanter om een apart blokje PNIL/inhuur op te nemen in het tarief? en daarvoor een apart uitgangspunt te hanteren? bijv. 5% bestaat uit PNIL, tegen een gemiddeld uurtarief van € xx,Waar worden de percentages overhead en materieel over berekend? totale kosten? personeelskosten? kan dit Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18. worden toegelicht. Ook hier geldt, dat een concepttarief handig is.
Valt cliëntgebonden reistijd ook onder direct cliëntgebonden tijd bij Jeugd begeleiding en WMO begeleiding? en Nee reistijd valt onder indirect cliëntgebonden tijd. Indirect cliëntgebonden tijd is voor Jeugd waarom geen indirect cliëntgebonden tijd als er ook taakuren zijn gekoppeld aan deze zorg? Begeleiding en Wmo Begeleiding niet declarabel. Dit conform de inkoopdocumenten en eisen van de regio. Het ziekteverzuim wordt bepaald op basis van de laatste 5 jaar, terwijl we juist zien dat deze fors stijgt in de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. afgelopen 2 jaar. Waarom wordt geen recentere periode aangehouden? Wat zijn de regionale uitgangspunten rondom reistijd? Indien u doelt op hoe reistijd is verwerkt in de tariefopbouw verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 28. Indien u hier niet op doelt, zou u dan uw vraag kunnen verduidelijken? Productiviteit Wmo - Waarop is de reistijd van 60 uur gebaseerd? Dit is niet haalbaar voor ambulant zorg. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. Productiviteit Jeugd behandeling - We zien dat een productiviteit van circa 1180 realistischer is in de praktijk. Er Helaas heeft TransitiePartners geen verdere onderbouwing ontvangen waarom 1180 uren reëel zou zit voor behandelaren doorgaans meer tijd in innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg dan hier weergegeven. zijn volgens u.
Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing van de productiviteit binnen uw organisatie. Daarnaast wensen wij hierbij ook nogmaals mee te geven dat voor Jeugd Behandeling Individueel geldt dat ook indirect cliëntgebonden tijd declarabel is. Productiviteit Jeugd begeleiding - Waarop is de reistijd van 60 uur gebaseerd? Dit is niet haalbaar voor Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. ambulant zorg. Productiviteit Jeugd begeleiding - Waarop zijn de niet productieve uren van 93,9 uur gebaseerd? Deze lijken Hierin zitten de uren die medewerkers kwijt zijn aan niet-cliëntgebonden tijd die niet onder de laag. eerdergenoemde onderdelen (zoals opleiding en ketenoverleg valt). Hieronder vallen bijvoorbeeld persoonlijke verzorging en pauze. Deze uren komen voort uit benchmarks met andere regio's en gemeenten en input van aanbieders. Waarom is gekozen voor een risicomarge van 2%? gezien de risico's (ziekteverzuim, inzet PNIL) is een marge Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3. van 3% meer passend Is de extra vergoeding voor opleiding bovenop de standaard 2% vanuit de CAO GHZ? De extra tegemoetkoming in kosten voor opleiding wordt ook toegevoegd bij producten waar gerekend wordt met de Cao GHZ. CAO begeleiding basis - Waarom is gekozen voor FWG35 - 40. De basisbegeleiding op verblijfsgroepen bestaat U spreekt over verblijfsgroepen.
Dit tariefonderzoek is niet van toepassing op de producten die vallen doorgaans uit uit een mix van FWG40-45 onder de zorgvorm Verblijf. Mix behandeling C - Het lijkt erop alsof er geen schaal AMS voor Kinder- en Jeugdpsychiater is opgenomen bij De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, J&O. Waarom is hiervoor gekozen? In de praktijk zien we ook deze inzet terug bij Jeugdzorg. Advies: meenemen dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voor 5% conform GGZ. voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. De Kinder- en Jeugdpsychiater wordt hierbij niet meegenomen, deze komt terug in Behandeling D. In de presentatie is aangegeven dat er rekening wordt gehouden met recente afspraken, maar welke Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil methodiek van indexeren zal worden gehanteerd? 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. Enkel voor de producten waar gerekend wordt met de Cao Jeugdzorg wordt een indexatie meegenomen omdat deze Cao voor 2024 nog niet bekend is. Begeleiding - Tijdens de presentatie is er een opmerking gemaakt dat de inzet van een gedragsdeskundige op Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 6.
de achtergrond wordt meegenomen, is dit inderdaad zo? En hoe is deze inzet bepaald? De reistijd in de calculatie is gesteld op 60 uur per jaar. Er van uit gaande dat er 45 werkbare weken in een jaar Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. zijn, is dit 1,33 uur per week. Bij ambulante begeleiding, waarbij van de ene cliënt naar de andere gereisd moet worden, is dit absoluut onvoldoende. Als we ervan uitgaan dat de reistijd van de ene naar de andere cliënt gemiddeld ca. 15 minuten bedraagt; Gelet op het aantal cliënten dat bezocht wordt in een week, is dit gemiddeld 2 uur reistijd. Mijn vraag is aan u; waarop is de 60 uur gebaseerd? Naar onze mening is dit aantal te weinig in relatie tot de realiteit. In de presentatie wordt bij de tariefopbouw rekening gehouden met 5% no show. Dit percentage is te laag; in Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. de afgelopen 6 weken ervaren wij bij onze doelgroep een percentage van ca. 7 tot 9% no show. Een verstandelijke beperking of geestelijke problematiek veroorzaakt regelmatig no show, simpelweg omdat de cliënt het niet lukt. En natuurlijk gaan wij dan in gesprek met de cliënt en de wijkcoach, maar dat heeft vaak niet het gewenste effect. In de berekening wordt rekening gehouden met een productiviteit van 60% op jaarbasis.
Als we deze terug Helaas heeft TransitiePartners geen verdere onderbouwing ontvangen waarom 60% niet reëel zou zijn rekenen naar 45 werkbare weken, komen we op een percentage van 70%. Gelet op de reistijd, collegiaal volgens u. Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing van de productiviteit binnen overleg en de no show, is dit een ambitieuze doelstelling die naar onze mening niet haalbaar is, afgezien nog uw organisatie. Daarnaast verzoeken wij u ook aan te geven op welke Cao en FWG/schalen u doelt en van bijeenkomsten zoals intervisie, scholing en overleg. Deze bijeenkomsten zijn noodzakelijk omdat zij voor welke producten. bijdragen aan de kwaliteit van de zorg en dus van de organisatie. Dia 3: bruto uurlonen De cao VVT is op verschillende momenten in 2023 aangepast: 1 maart cao verhoging van 3% 1 juli verhoging wettelijk minimum uurloon 1 oktober cao verhoging 5% met een bodembedrag van €125,-
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15.
En in 2024 komt daar nog bij: 1 maart 2,5% met een bodembedrag van €75 1 oktober 2,5 met een bodembedrag van €75
170
171
172
Vraag: op welke wijze worden deze cao aanpassingen meegenomen in uw berekeningen? Met andere woorden: van welke bruto uurlonen wordt uitgegaan? Dia 3: berekening De tariefopbouw en uitgangspunten voor de tariefberekening per product zijn gedurende de Op welke wijze worden de verschillende parameters berekend? Kunt u een concreet uitgewerkt voorbeeld presentatie gedeeld. De regio en de Transitiepartners willen nu vooral stil staan bij de daarbij meesturen? behorende uitgangspunten en of die representatief zijn. Aan het eind van het tariefonderzoek krijgt de regio een rapportage met daarin alle gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden per product welke de regio met aanbieders kan delen. Dia 5: functiemix / inschaling Het klopt dat de inschaling voor Huishoudelijke Ondersteuning specifieker is dan voor alle andere Dia 5 en dia 17 spreken elkaar m.i. tegen als het gaat om de functiemix/inschaling voor Huishoudelijke producten. Dit komt omdat er voor Huishoudelijke Ondersteuning binnen de Cao VVT specifieke Ondersteuning. Van welke inschaling wordt uitgegaan? treden vanuit de specifieke HBH schaal van toepassing zijn. De functiemix als gepresenteerd op sheet 17 is van toepassing voor Huishoudelijke Ondersteuning. Reiskosten Reiskosten vallen onder overhead conform de definitie van Berenschot. Ik mis de post reiskosten in de presentatie.
Op welke wijze worden deze meegenomen in de berekening?
173
Indexeringsmethodiek vraagt om aanpassing TransitiePartners zal een advies over de indexeringsmethodiek meegeven aan de regio. Dit heeft de Het contract is niet bepalend als het niet de verplichtingen van de AMvB reële prijs op de juiste manier toepast. regio meegegeven als opdracht aan TransitiePartners. Daarbij zullen ook de adviezen van de VNG en Met andere woorden: het contract is niet met de AMvB reële prijs in overeenstemming als de actuele cao VVT Nza en de methodiek uit de contractstandaarden worden meegenomen. niet wordt gevolgd. Wij zijn van mening dat het indexeringsbeleid van de regio Centraal Gelderland niet in Wij willen hierbij wel alvast meegeven dat de door uw voorgestelde methodiek afwijkt van deze overeenstemming is met de AMvB reële prijs. Los van de methodiek is een verhouding van 75% personeel en adviezen en van de contractstandaarden. Daarnaast zorgt dat ons inziens juist voor meer 25% materieel niet passend voor Wmo zorg in het algemeen en voor Huishoudelijke Ondersteuning in het administratieve last voor alle zorgaanbieders. bijzonder. Loonkosten zijn voor 90% bepalend voor de kostprijs. Vraag: Op welke wijze wordt een voorstel voor toekomstige indexeringen die rechtdoet aan bovenstaande meegenomen in het advies? Een jaarlijkse uitvraag mbt functiemix en ziekteverzuim heeft onze voorkeur aangezien deze parameters grote impact hebben op het tarief.
174
Functiemix Een reel onderzoek onder de aanbieders in welke schalen personeel zitten, welke CAO men volgt en wat het percentage Hbo’ers en Mbo’ers is. Dit is namelijk de basis waarin het misgaat met de huidige manier waarop de tarieven in 2015 zijn bepaald en ook nu worden onderzocht. In jullie online presentatie is aangegeven dat aanbieders dit op eigen initiatief kunnen melden. Dat lijkt mij geen gedegen en geen reëel marktonderzoek. Vanuit ons: In ons geval zitten alle begeleiders (voor de begeleidingsproducten regulier en specialistisch) in Ggz Schaal 50. Al onze begeleiders zijn Hbo geschoold omdat er voor ons geen verschil mag zitten in welke begeleider welk product levert. Een cliënt bouwt een vertrouwensband op en wil ongeacht op of afschalen van het product, dezelfde begeleider behouden. De gedragswetenschapper is ingeschaald in schaal 60.
Dit proces wordt gekozen omdat de inkoopdocumenten, uitgangspunten, productbeschrijvingen en aanvullende eisen van de regio als basis dienen voor de tariefopbouw per product. Deze worden aangevuld met landelijke en regionale benchmarks en normen. Daarnaast gebruikt TransitiePartners ook eigen onderzoeken, ervaringen en gegevens vanuit regio's en zorgaanbieders die zij tot hun beschikking hebben. De marktconsultaties en NvA's zijn bedoeld om alle gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij alle aanbieders enerzijds en anderzijds transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en parameterwaarden. Indien bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel worden geacht door aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, onderbouwd waarom deze niet reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. Dus er wordt ook input opgehaald bij de zorgaanbieders en deze wordt ook beoordeeld en besproken en eventueel meegenomen in de tariefopbouw. Vanuit zowel de kant van de gemeenten als de kant van de aanbieders wordt gevraagd om op basis van de inhoud mee te denken en te reageren op de gepresenteerde uitgangspunten en onderdelen per product. Hierbij wordt ons inziens wel degelijk rekening gehouden met de gezamenlijke verantwoordelijkheid.
In principe wordt de door u geschreven methodiek in ons proces omgedraaid waarbij eerst input wordt opgehaald bij de regio en daarna in de vorm van een marktconsultatie aanbieders worden betrokken en zij kunnen en mogen reageren op alle gepresenteerde uitgangspunten en parameters. Dit kan gezien worden als een "uitvraag". Dit proces heeft TransitiePartners ook gevolgd in meerdere regio's en werd door zowel gemeenten als zorgaanbieders als zeer prettig ervaren. Daarnaast zorgt dit ook voor minder administratieve last welke fors is bij het doen van een uitvraag. Dat u als aanbieder een eigen keuze maakt dat uw medewerkers iedere product mogen leveren ondanks de toewijzing, doet geen recht aan de inkoopdocumenten, uitgangspunten, productbeschrijvingen en aanvullende eisen van de regio is een keuze die de regio niet kan ondersteunen. Hiermee is de vraag dan ook of voldaan wordt aan de gewenste inzet en eisen. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 8.
175
Daarnaast is in 4 jaar tijd de verhouding regulier en specialistisch gewijzigd van 60/40 (40% specialistisch) naar in 2022 nog 20% specialistisch, doordat consulenten in de (soms vage) productbeschrijvingen meer ruimte zien om de (juist complexere) doelgroep als regulier in te schalen. Hierdoor is in 4 jaar tijd ons effectief uurtarief (omzet gedeeld door gedeclareerde uren) in totaal 2% gestegen. Terwijl de loonsverhogingen in 4 jaar tijd (tot 2022) circa 8% bedroegen, in lijn met de indexaties vanuit gemeenten. Echter in 2023 zijn de lonen verder verhoogt om eind 2023 en in 2024 nog eens te verhogen. De tarieven kunnen dit jaar eigenlijk al niet meer uit zeker niet doordat er minder specialistisch wordt geïndiceerd. Terwijl de doelgroep complexer wordt, suggereert de gemeente dat er meer mbo’ers ingezet kunnen worden?
176
Reistijd Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. Hetzelfde geldt voor reistijd. Vraag bij aanbieders uit hoeveel reistijd er gemiddeld wordt geregistreerd om hier een eenduidig beeld in te krijgen. Binnen onze organisatie is het gemiddeld aantal uren per client per week in een aantal jaren gezakt van 1.8 uur per week (dat is sinds 2007, toen binnen de Awbz, altijd 1.8 uur geweest) naar nu 1.6 uur. Dat zou betekenen dat er in een werkweek meer cliënten worden gezien. Ergo; meer reistijd. Het voorgestelde aantal uren van 60 uur per jaar bij 36 uur is bij lange na niet realistisch. Dat zou gaan om 76 minuten per week. Bij 36 uur in 46 werkwerken, komt dat met 20 cliënten per week neer op 5 minuten per client. Begeleiders zijn al 5 min. kwijt om te parkeren, uit de auto te stappen (vaak in een flat naar boven te lopen) en aan te bellen bij een cliënt. Bijna geen enkele client heeft een eigen oprit gezien de vaak economisch beperkte situatie. Als dit zo doorgezet gaat worden, zullen wij ons terugtrekken uit de kleine gemeenten (die we veelal vanuit bijvoorbeeld Arnhem en Wageningen bedienen). Omdat die 5 minuten per client zelfs in Arnhem niet uitkunnen.
177
No Show Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. Het aantal uren no show is toegenomen met de complexere doelgroep. In overleg met consulenten kan dit best wel eens gedeclareerd worden omdat iedereen weet dat het percentage wat is berekend niet klopt en consulenten liever hebben dat we in beeld blijven dan dat wij na 2 no shows afhaken. Helaas zijn de registratie van no show niet altijd goed ingevoerd blijkt bij navraag omdat men vaak andere werkzaamheden op deze momenten doet. Maar begeleiders herkennen zich niet in de becijferde cijfers.
178
De benchmark Care en Jeugdzorg van Berenschot geeft voor sectoren het % overhead aan. Voor GGZ is dat In de marktconsultatie zijn de percentages overhead per Cao aangegeven. Per tariefopbouw is 21,2%, voor Jeugdzorg 17,8%. Omdat wij J&O tarieven hebben maar een combi van J&O en JGGZ bieden en het benoemd met welke Cao's wordt gerekend en daarbij geldt dus de bijbehorende gepresenteerde verschil in percentages niet goed kunnen plaatsen: wat is de onderbouwing voor deze percentages? Wat valt er percentages overhead. Voor de definitie van overhead verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 61. hier onder ‘overhead’? Met welk percentage wordt in welke producten gerekend? Voor product A2 gelden vaak hogere kosten vanwege huurkosten voor externe ruimtes (voor Helaas heeft TransitiePartners geen verdere onderbouwing ontvangen waarom het gehanteerde bewegingsgerichte therapie bijvoorbeeld de huur van gymzalen) en extra reistijd. Die extra kosten komen nu percentage voor materiële kosten en kapitaallasten, maar ook de uren reistijd niet reëel zou zijn niet terug in de tariefopbouw. Binnen de behandeling kun je de inzet van product A2 zien als afschalen (en volgens u.
Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing van de productiviteit binnen ‘goedkopere’ zorg), maar als de tarieven niet kostendekkend zijn is het voor aanbieders moeilijk dit product in uw organisatie en een onderbouwing wat volgens u een reëel percentage voor materiële kosten en te zetten. Wat zou hieraan gedaan kunnen worden? kapitaallasten zou zijn.