24-06-11.02 Beantwoording raadsvragen PvdA gemeente Overbetuwe, Nota van Antwoorden 1ste Marktconsultatie Ambulant Centraal Gelderland
Tekst van het document
179
180
181
Als het gaat om marge en andere vergoedingen wordt gesproken van: - Extra tegemoetkoming in kosten voor opleiding: 2% Klopt het dat dit nieuw is? En 2% van wat? - Risicomarge: 2%. Klopt het dat dit nu 3% is? Vanwaar de verlaging? En ook: 2% van wat?
TransitiePartners is niet het bureau wat voor de regio Centraal Gelderland de huidige tarieven heeft berekend en kan dus ook niet duiden of en hoe dit in de huidige tarieven is opgenomen. Voor uw vraag rondom risicomarge verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 3. Deze percentages worden berekend als 2x 2% opslag op de totale kosten. Het tarief voor product Consultatie D is in de huidige afspraken gebaseerd op 100% MSP (medisch specialist). In Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 24. de opzet voor het tarief in dit onderzoek is Consultatie D een mixtarief. In deze berekening worden kosten niet gedekt. Voor de inzet van onze psychiater hebben we met de regio afspraken gemaakt. Onze kosten voor de psychiater zijn 100% MSP. Als dit mixtarief blijft, kunnen wij dit product niet meer bieden.
182
Rondom indexeren: klopt het dat (na het onderzoek) voor 2024 een nieuwe berekening/ opbouw van het tarief voorgesteld gaat worden op basis van (o.a.) OVA 2023, terwijl andere jaren telkens het OVA percentage van een jaar daarvoor (dus voor 2024 het OVA van 2022) gebruikt werd? Als dat zo is, hoe waarborgen we dan dat de grootste stijging van personele kosten (in 2022) terugkomt in het tarief van 2024? En voor de toekomst: hoe waarborgen we dat we niet opnieuw in de situatie komen dat de kostenstijgingen voor personele componenten zowel aanbieders als gemeenten in de problemen brengen? -> Werken met OVA in indexering óf juist kiezen voor een andere index die actueler en flexibeler inspeelt op personele kosten?
Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. Enkel voor de producten waar gerekend wordt met de Cao Jeugdzorg wordt een indexatie meegenomen omdat deze Cao voor 2024 nog niet bekend is. TransitiePartners zal een advies over de indexeringsmethodiek meegeven aan de regio. Dit heeft de regio meegegeven als opdracht aan TransitiePartners. Daarbij zullen ook de adviezen van de VNG en Nza en de methodiek uit de contractstandaarden worden meegenomen.
183
Of, als OVA als index blijft: hoe kunnen we de contractafspraken dan zo opstellen dat ze ruimte bieden in noodgevallen? Wij hebben ervaren dat die ruimte er nu niet is en dat brengt veel aanbieders in de problemen (en gemeenten daarmee ook). Zeker omdat de inzet voor nieuwe loonafspraken in de CAO jeugdzorg een stijging van 10% is. En als dat -al is het deels- waar wordt, dan kan dit al snel een nieuw probleem worden.
TransitiePartners zal een advies over de indexeringsmethodiek meegeven aan de regio. Dit heeft de regio meegegeven als opdracht aan TransitiePartners. Daarbij zullen ook de adviezen van de VNG en Nza en de methodiek uit de contractstandaarden worden meegenomen. De Cao Jeugdzorg 2024 is inderdaad nog niet bekend en vastgesteld. Om deze reden dient de Cao Jeugdzorg 2023 meegenomen te worden. Echter om door te rekenen naar prijspeil 2024 wordt specifiek de producten waarin wordt gerekend met de Cao Jeugdzorg een indexatie meegenomen zoals gepresenteerd en toegelicht in de marktconsultatie. Deze indexatie is op basis van de adviezen en normen van de VNG, Nza en vanuit de contractstandaarden. Deze handleiding is bij TransitiePartners bekend en wordt zeker meegenomen in het gehele onderzoek. Echter kan dit geen volledige onderbouwing zijn omdat deze uit 2017 komt en het zorglandschap wel degelijk veranderd is. De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen daarnaast ook als basis voor de tariefopbouw per product. De benchmark van Berenschot wordt slechts voor 2 onderdelen van de tariefopbouw gehanteerd. Daarnaast zijn wij van mening dat de opbouw zoals gepresenteerd met het daarbijbehorende proces zorgt voor reële tarieven voor de regio Centraal Gelderland.
Dit is ook de ervaring van TransitiePartners vanuit tariefonderzoeken uit andere regio's.
184
185
Vanuit de VNG is al jaren geleden een heldere handleiding verschenen als basis voor de bepaling van reële tarieven voor de Jeugd GGZ. Waarom wordt deze niet gebruikt voor dit onderzoek?
186
De handleiding van de VNG is voor een belangrijk deel gebaseerd op de uitkomsten van kostenonderzoeken vanuit de NZA met deelname vanuit de hele GGZ-sector. Het onderzoek van Berenschot kent maar een beperkte deelname vanuit de GGZ en geeft naar onze mening dan ook geen juist beeld van de werkelijke kosten, zeker niet voor zogenaamde geïntegreerde instellingen. Onderschrijft u dit en bent u het met ons eens dat hiermee mogelijk geen reële tarieven tot stand komen voor de geïntegreerde aanbieders? Qua uitgangspunt wordt bij de tariefberekening de cao-stijging per 01-01-2024 gehanteerd, is daarbij ook Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. rekening gehouden met de aanvullende cao-stijging per 01-01-2024 zie bijlage https://www.denederlandseggz.nl/nieuws/2023/akkoord-over-aanvullende-loonsverhoging-ggz. Gedurende het jaar, namelijk in augustus en december, zijn er ook cao- stijgingen. Om tot een reële kostprijs te komen moeten deze cao-stijgingen ook meegenomen worden in de tariefberekening. Wij verzoeken u deze kosten toe te voegen aan opbouw van de tarieven. Uit de CAO blijkt dat elke medewerker recht heeft op een balansregeling (CAO-GGZ-1-12-2021-31-12-2024-INCL- Dit is onderdeel van de productviteit, meegenomen in "Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, wijzigingen-per-1-november-2023-toevoeging-H3-artikel-23.pdf (denederlandseggz.nl)).
Om tot een reële bijzonder verlof, etc." kostprijs te komen moet de balansregeling ook meegenomen worden in de tariefberekening. Wij verzoeken u deze kosten toe te voegen aan opbouw van de tarieven.
187
188
189 190
191
192
In het onderzoek wordt er gesproken over schaal opbouw en dat er 50% van gemiddelde treden wordt berekend. Betreft dit de gemiddelde treden van alleen de functieschaal of incl. de aanloopschaal? Het gebruik maken van maximale treden voor medische specialisten bij de tariefberekening is niet reëel gezien de schaarste in de huidige arbeidsmarkt. Medisch specialisten verdienen hierdoor ruim meer dan de maximale trede. Vanwege de huidige arbeidsmarkt worden er erg veel medische specialisten ingehuurd waarbij de tarieven zeker 20% hoger zijn. Om tot een reëel tarief te komen moet het salaris van de maximale trede voor medisch specialisten met minimaal 20% omhoog.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. Het uitgangspunt is dat alle medewerkers worden betaald conform de Cao's en daarbijbehorende salarissen. Vanwege de arbeidsmarktkrapte en inhuur, gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%. Daarnaast geldt dat we voor de MSP schaal altijd uitgaan van de maximale trede, dus de trede benutting is daarvoor 100%. Indien een aanbieder medewerkers meer dan de Cao's betaald is dat een keuze vanuit de aanbieder zelf. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 60.
Welk percentage pensioenbijdrage werkgever wordt gebruikt in het onderzoek? Uit de cao-ggz blijkt dat de verhouding werkgever 50% is. En dat de premie bij PFZW 25.8% is, bron: Premiepercentages en franchises Werkgevers | PFZW. Om tot een reëel tarief te komen moet het percentage pensioenbijdrage 12.9% zijn. Wij verzoeken u dienovereenkomstig de berekening aan te passen. Graag ontvangen wij het onderzoek Care en Jeugdzorg van Berenschot 2022. De gehanteerde % voor overhead, Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18. Overhead zoals wij deze hanteren refeert materiele kosten en kapitaallasten zijn geen reële percentages. Daarnaast wordt de overhead berekend over de enkel naar personele overhead. De definitie in de handreiking is breder en betreft personele overhead loonkosten is dit juist? Moet dit niet over de totale kosten? maar daarbij ook materiële kosten en kapitaallasten. Als u de percentages meeneemt voor Uit bijgevoegd onderzoek (Handreiking bekostiging J-GGZ Inspanningsgericht | VNG pagina 21) variëren de kapitaallasten en materiële kosten zoals gepresenteerd in de marktconsultatie komt dit uit binnen de overheadopslag tussen 28% en 38%. Om tot reële tarieven te komen moet voor ons duidelijk zijn waardoor de bandbreedte zoals door u aangegeven. verschillen in overhead komen.
193
De productiviteit die de regio hanteert is veel te hoog t.o.v. de realiteit. Het ziekteverzuim is hoger dan de momenteel gehanteerde 6.36% voor de functie van GGZ. Verzuimdatabedrijf Vernet, dochteronderneming van pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM, stelt vast dat het verzuim in de zorgsector in januari 2022 is gestegen naar 8,88 procent. Inmiddels is het verzuim gedaald naar 7,22%. Daarnaast is er geen rekening gehouden met no show. Uit bijgevoegd onderzoek ( Handreiking bekostiging J-GGZ Inspanningsgericht | VNG pagina 31) blijkt dat declarabele uren veel lager liggen dan de door jullie berekende declarabele uren. Bijgevoegd onderzoek komt uit 2017. De afgelopen jaren is het ziekteverzuim en de administratieve last alleen maar verhoogd. Daarom vinden wij dat de gehanteerde productiviteit te hoog is om. Om tot een reëel tarief te komen moet de productiviteit naar realistische normen worden bijgesteld.
194
Wmo - Huishoudelijke Ondersteuning Het klopt dat de inschaling voor Huishoudelijke Ondersteuning specifieker is dan voor alle andere P. 5. Er staat dat voor reguliere functies 50% maximale trede en 50% gemiddeld alle treden wordt toegepast. producten. Dit komt omdat er voor Huishoudelijke Ondersteuning binnen de Cao VVT specifieke Dit betekent bij de Huishoudelijke Ondersteuning dat de menskracht verdeeld moet worden over trede 0 t/m 4 treden vanuit de specifieke HBH schaal van toepassing zijn. De functiemix als gepresenteerd op sheet met 8,3 % en bij trede 5 is dit dan (50% + 8,3% = ) 58,3%. 17 is van toepassing voor Huishoudelijke Ondersteuning. De gehanteerde inzetmix komt voort uit een Op p. 17 staat een andere verdeling genoemd. Wordt deze verdeling nog aangepast? [aanbieder] heeft door uitvraag die de regio zelf heeft gedaan voor 2023 onder alle aanbieders van HO. Hierbij is ook rekening goed werkgeverschap een verdeling van het personeel over de HV-schalen waarbij trede 5 een populatie kent gehouden met een gewogen gemiddelde. ad 62%. Wmo - Huishoudelijke Ondersteuning P. 6. Ons inziens ontbreekt op de pagina "Algemene wet en regelgeving" Hiervoor is de Gedifferentieerde premie WGA opgenomen. het percentage mbt WGA-hiaat inlooprisico. Dit is een vast onderdeel in de CAO VVT dat door de werkgever moet worden betaald. Het betreft 0,12%.
Wordt dit item nog opgenomen? Wmo - Huishoudelijke Ondersteuning P.9. Het percentage ziek waarmee wordt gerekend is het gemiddelde van Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. de afgelopen 5 jaar conform CBS, (7,78%). Momenteel is het ziekteverzuim hoger. O.i. is er een verschil tussen voor en na Covid. In de rekentool van VNG wordt op basis van Vernet het percentage van 8,49% meegenomen dat tot stand is gekomen over de periode van 2019-4 t/m 2022-3. Dit percentage is volgens ons beter passend bij de huidige situatie. Wordt een meer reëel percentage verwerkt bij de kostprijsbepaling 2024?
195
196
197
198
199
Wmo - Huishoudelijke Ondersteuning P.10. Reistijd wordt in de tabel "Productiviteit Wmo" op 2 % gezet. Momenteel worden de indicaties kleiner, hierdoor hebben medewerkers meer clienten op een dag waardoor de reistijd hoger uitkomt. Kan met deze nieuwe situatie rekening worden gehouden ? Wmo - Huishoudelijke Ondersteuning P.17. Er staat; ORT is 0%. Wij vragen ons af of dit reëel is gezien de marktontwikkelingen, personeelskrapte etc.. Wij zien dat Huishoudelijke Ondersteuning wellicht ook op zaterdagmiddag geleverd gaat worden. Hierbij is een ORT-percentage van kracht volgens CAO-VVT ad 38%. Is het mogelijk om een gering ORT-percentage op te nemen bij de uitgangspunten? Wmo - Begeleiding P. 6. Ons inziens ontbreekt op de pagina "Algemene wet en regelgeving" het percentage mbt WGA-hiaat inlooprisico. Dit is een vast onderdeel in de CAO VVT dat door de werkgever moet worden betaald. Het betreft 0,12%. Wordt dit item nog opgenomen ?
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. Daarnaast staat in de handreiking ook duidelijk het volgende beschreven: "De productiviteit kan anders liggen in een specifiek onderdeel daarvan, de jeugd-ggz." Helaas heeft TransitiePartners geen verdere onderbouwing ontvangen waarom de productiviteit niet reëel zou zijn volgens u. Deze zouden wij nog graag ontvangen met een onderbouwing van de productiviteit binnen uw organisatie.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28.
Het uitgangspunt van de regio is dat de zorg enkel gedurende kantooruren wordt geleverd.
Hiervoor is de Gedifferentieerde premie WGA opgenomen.
200
201 202
203
204
205
206
207
208 209
210
211
212
213
214 215
216
217
218
219
220
Wmo - Begeleiding P.10. M.b.t. Begeleiding herkennen wij ons niet in de reistijd van 3.2%, het werkelijke percentage ligt hoger, dit wordt o.a. veroorzaakt doordat bij iedere cliëntituatie de juiste begeleider wordt ingezet en daarnaast dat er minder tijd bij cliënt wordt doorgebracht, waardoor begeleiders meer clienten op een dag hebben. Kan hiermee rekening worden gehouden? Wmo - Begeleiding P.15. We zetten geen medewerkers in in FWG 35. Dat is o.i. niet reëel in de huidige arbeidsmarkt. Kan FWG 35 verwijderd worden bij de uitgangspunten ? Proces Als eerste willen we een opmerking maken over het proces. Er is gekozen om zowel de Jeugd als de Wmo tegelijk toe te lichten. Dit zijn aparte producten die voor het grootste deel geen overlap hebben en in de regel niet door dezelfde zorgaanbieder geleverd worden. Bovendien zijn de thema’s binnen deze domeinen heel verschillend, dat werd ook duidelijk tijdens de marktconsultatie. Is het mogelijk om in het vervolg van het traject een splitsing te maken, zodat de specifieke vragen per domein/ product toegelicht kunnen worden?
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28.
OVA/ indexering In de presentatie is een voorlopige indexatie opgenomen voor Jeugdzorg. De opgenomen indexatie voor WMO ontbreekt. -Welk indexa e % is gebruikt voor de WMO, en hoe is deze opgebouwd? OVA/ indexering In de presentatie is een voorlopige indexatie opgenomen voor Jeugdzorg. De opgenomen indexatie voor WMO ontbreekt. -Is rekening gehouden met de recente (salaris) afspraken die gemaakt zijn in de Cao VVT. Zo ja, kunt u uitleggen hoe dit is berekend? OVA/ indexering In de presentatie is een voorlopige indexatie opgenomen voor Jeugdzorg. De opgenomen indexatie voor WMO ontbreekt. -In hoeverre is de eventuele aanpassing van het landelijk minimumloon meegenomen? OVA/ indexering In de presentatie is een voorlopige indexatie opgenomen voor Jeugdzorg. De opgenomen indexatie voor WMO ontbreekt. -Hoe is rekening gehouden met infla e? Produc viteit WMO -Wat wordt verstaan onder ‘overig niet produc ef’?
Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. Enkel voor de producten waar gerekend wordt met de Cao Jeugdzorg wordt een indexatie meegenomen omdat deze Cao voor 2024 nog niet bekend is. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 22. Dit is helaas niet mogelijk omdat TransitiePartners de opdracht om een tariefonderzoek te doen naar de zorgvormen Begeleiding, Behandeling, Groepsbegeleiding en Huishoudelijke Ondersteuning. Hierbinnen vallen zowel Jeugd als Wmo producten. Daarnaast zijn er ook verschillende inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en specifieke eisen die zowel betrekking hebben op Jeugd als Wmo producten.
Deze is meegenomen.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15.
Hierin zitten de uren die medewerkers kwijt zijn aan niet-cliëntgebonden tijd die niet onder de eerdergenoemde onderdelen (zoals opleiding en ketenoverleg valt). Hieronder vallen bijvoorbeeld persoonlijke verzorging en pauze. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 207.
Produc viteit WMO -Wat is het verschil tussen ‘innova e, ontwikkeling en ketenoverleg’ en ‘overig niet productief’? Produc viteit WMO -Zowel voor ‘innova e, ontwikkeling en ketenoverleg’ en ‘overig niet produc ef’ zijn 0 uren Het uitgangspunt van de regio is dat voor de producten binnen de zorgvorm Huishoudelijke opgenomen voor VVT HO en FWG 25. Kunt u aangeven wat de motivatie hiervan is? Naar ons idee heeft ook Ondersteuning medewerkers geen tijd dienen te spenderen aan innovatie. een medewerker VVT HO/ FWG 25 tijd nodig voor innovatie, en moet hiervoor in de opbouw ook tijd worden meegenomen; Produc viteit WMO -‘Reis jd’: gerekend is met reis jd van 37,56 uur op jaarbasis. Aangezien de jd per client Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. zal verminderen, en daardoor per medewerker meer cliënten bezocht worden per dag, zijn deze uren niet toereikend. Voor een fulltime contract, waarbij geldt dat een medewerker 7,2 uur per dag, vijf dagen per week, gedurende 39,4 weken per jaar conform de berekening van Centraal Gelderland (uren verlof en verzuim zijn goed voor 12.6 weken per jaar) dan komt dit neer op 11:42 minuten reistijdvergoeding per dag in het tarief. Aangezien de gemiddelde duur per contactmoment verminderd is wordt nu uitgegaan van 2 uur zorg per moment. Op een werkdag van 7,2 uur betekent dit ruim 3 contactmomenten.
Dit betekent dat de twee reismomenten tussen de contactmomenten uit het tarief vergoed zouden moeten worden. De maximale reistijd per beweging zal dan minder dan 6 minuten moeten bedragen.
Produc viteit WMO -‘Administra e en overleg’: gerekend is met 50 uur op jaarbasis. Wat wordt hieronder verstaan? Valt hier bijvoorbeeld ook de overhead en administratie onder (productieregistratie, planners, teamhoofden?) Zo ja, dan is dit aantal uren niet voldoende. Zo nee, hoe zijn deze uren wel meegenomen? Algemeen: marge & andere vergoedingen -Risicomarge: 2%. In de tarieven voor 2023 is rekening gehouden met een margeopslag van 3%. Daarnaast is in de tariefopbouw van 2023 rekening gehouden met 2 uur no show op jaarbasis (0,1%). Deze is niet meegenomen in de nieuwe tariefopbouw 2024. Ook missen we in de opbouw 2024 een vergoeding voor resultaat. Hiermee is onze conclusie dat 2% een te lage marge is, 3% is wat ons betreft een beter uitgangspunt, conform 2023.
Hieronder valt de indirect cliëntgebonden tijd voor de medewerkers die de zorg verlenen. De overhead en administratie zoals door u benoemd valt onder de parameter overhead.
Algemene voorziening HO/ HO/ Maatwerkvoorziening HO eigen regie -Schaal HBH (VVT): Op basis waarvan is deze schaal bepaald? Deze verdeling is niet representatief voor onze organisatie, medewerkers zijn relatief hoger ingeschaald. We hebben sterk de vraag of deze verdeling wel representatief is voor andere organisaties. In sheet 7 zijn overheadkosten VVT opgenomen ad 16,20%. Welke kosten vallen onder de overheadkosten? In sheet 7 materiële kosten en kapitaalkosten individueel ad 11,56% opgenomen. Welke kosten vallen hieronder?
De gehanteerde inzetmix komt voort uit een uitvraag die de regio zelf heeft gedaan voor 2023 onder alle aanbieders van HO. Hierbij is ook rekening gehouden met een gewogen gemiddelde.
Sheet 5: Voor reguliere functies: 50% maximale trede en 50% gemiddelde alle treden. Hoe kunnen wij dit voor onze eigen organisatie bepalen? Dienen wij hiervoor alle medewerkers in de berekening mee te nemen of alleen de medewerkers die uren maken voor de WMO? Slide 3 Tariefmodel De huidige groepsproducten in Centraal Gelderland kennen een uurtarief, geen dagdeeltarief. Dit is ook vastgelegd in de productomschrijvingen en de zorgvormspecifieke eisen. Welke beweegredenen heeft gemeente om terug te keren naar dagdeel financiering? Hoe worden de voorwaarden en eisen gewijzigd? Hoeveel dagdelen mogen gedeclareerd worden indien de cliënt niet exact 3 of 6 uur groepsgewijze zorg ontvangt? Slide 4 Algemeen Cao Wij missen hier de vergoeding voor woon-werkverkeer en of de thuiswerkvergoeding. Hoe worden de vergoeding voor woon-werkverkeer en of de thuiswerkvergoeding meegenomen in de kostprijs? Slide 5 Algemeen FWG / Schaal opbouw De inzet van PNIL neemt onverminderd toe bij zorgaanbieders. EY rapporteert in haar Barometer gezondheidszorg een ratio van 11% voor de Gehandicaptenzorg in 2022. In de concept kostprijsonderbouwing wordt hier alleen rekening mee gehouden vanaf FWG 60 omdat de arbeidsschaarste met name op de specialistische segmenten zou spelen. Wij herkenning dit niet.
Wij ervaren schaarste in alle functies, ook en zelfs met name in de lagere schalen Waarop baseert u dat de schaarste zich enkel op de specialistische segmenten manifesteert en niet op reguliere functies?
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoorden op vragen 3 en 31. Resultaat is daarnaast een gegeven wat aanbieders zelf dienen te behalen door een gezonde en efficiënte bedrijfsvoering.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 61. Hieronder vallen de zogenaamde overige "overhead" kosten, zoals ICT-kosten, energiekosten en huur. Dit zijn dus de kosten die niet het geheel van functies dat sturend en ondersteunend is aan het primaire proces en de kosten die aanvullend gemaakt worden door het personeel betreffen. Dit betreffen enkel de medewerkers die de zorg verlenen aan de cliënten en bijvoorbeeld dus niet medewerkers op de administratie (deze vallen onder overhead). Voor de groepsproducten zullen uurtarieven blijven gelden.
Voor de groepsproducten zullen uurtarieven blijven gelden.
Deze vallen onder overhead conform de definitie van Berenschot.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17.
221
222
223 224
225 226
227 228
229
230 231
232
233
234
235
Bent u bereidt om ook op de lagere schalen rekening te houden met de (toenemende) inzet van PNIL en ook daar 50% van de maximale trede en 50 % gemiddelde van bovenste helft van de treden te gebruiken? Slide 7 Algemeen: overhead en materieel Het is ons onduidelijk welke posten door Berenschot onder overhead gerekend worden en hoe zij overhead definiëren. In de toelichting werd aangegeven dat ook de inzet van gedragskundigen bij behandeling onder de overhead zou vallen. Daar zetten wij vraagtekens bij omdat die inzet cliëntgebonden is. Meer daarover bij de (groeps)behandelproducten. Welke posten vallen er onder overhead? Hoe luidt de definitie van overhead die in het Berenschotrapport wordt gehanteerd? Slide 8 Productiviteit (1) Voor de groepsproducten dient de direct cliëntgebonden tijd gedeclareerd te worden. Bij Kinderdagcentra worden kinderen soms tot een half uur voor start van de groep (door een taxibusje) gebracht. In deze tijd (“aanlooptijd”) moeten medewerkers op de groep aanwezig zijn en hebben geen gelegenheid voor andere werkzaamheden dan toezicht houden op de kinderen. Ons inziens is dit ook direct cliëntgebonden tijd. Aanlooptijd is 30 minuten per dag, 5 dagen per week, 40 weken = 100 uur per jaar.
Hoe definieert u direct cliëntgebonden tijd? Ziet u de “aanlooptijd” ook als direct cliëntgebonden tijd? Zo niet, waarom niet? Is deze “aanlooptijd” declarabel? Zo niet, waarom niet?
Als “aanlooptijd” niet declarabel is, onder welke productiviteitspost valt dit dan? (Slide 11 en 12) Slide 9 Productiviteit (2) De verzuimcijfers binnen de gehandicaptenzorg vertonen de afgelopen vijf jaar een stijgende trend. Deze stijgende tendens wordt verklaart door een steeds toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De krapte zal de komende jaren alleen maar toenemen en hetzelfde geldt voor de werkdruk voor het personeel in loondienst. Dit zal zijn weerslag blijven hebben op de verzuimcijfers. Wij stellen daarom voor om niet het gemiddelde verzuimcijfer van de afgelopen vijf jaren te nemen, maar het verzuimcijfer van 2022. Het is immers niet de verwachting dat het verzuimcijfer zal dalen tijdens de resterende contractperiode. Bent u bereid het verzuimcijfer voor GHZ 2022 te gebruiken? Op deze slide wordt verwezen naar onderzoeken en landelijke benchmarks voor de productiviteitsposten Opleiding, Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg en Overig niet productief. Voor Reistijd verwijst u naar Regionale uitgangspunten. U specificeert de bronnen echter niet zodat één en ander niet navolgbaar is. Kunt u aangeven welke onderzoeken en landelijke benchmarks u gebruikt heeft?
Kunt u toelichten wat de Regionale uitgangspunten zijn en waar deze op gebaseerd zijn? Slide 10 & 12 Productiviteit WMO en Jeugd Begeleiding Voor reistijd wordt 60 uur per jaar gerekend. Onze begeleiders van het ambulante team geven aan ongeveer een uur reistijd per dag te hebben. Daarbij tellen ze de eerst rit van huis naar cliënt niet mee, net als de laatste rit van de dag van cliënt naar huis. Bij drie cliënten op een dag, komen zij op gemiddeld een uur reistijd per dag. Op jaarbasis komen zij makkelijk op 200 uur (5 dagen per week, 40 weken). Kunt u de reistijd ophogen? Slide 13 Algemeen: Marge & andere vergoedingen Uit het voorwoord van de Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2023 van EY: “Na de donkere wolken die we vorig jaar signaleerden, kunnen we nu gerust stellen dat de bliksem op sommige plaatsen in de Nederlandse gezondheidszorg is ingeslagen. Vandaar onze titel ‘Onweersbuien trekken over de zorgsector’. Het rendement halveert bijna, het aantal rode cijfers is meer dan verdubbeld, breaches en waivers zijn meer regel dan uitzondering en het aantal zorgaanbieders in bijzonder beheer is fors toegenomen. En dat allemaal ondanks de compensatieregelingen die in 2022 nog van toepassing waren. Deze regelingen zijn in 2023 voorgoed voorbij. Wij verwachten daarom dat de dalende lijnen zich in 2023 zullen voortzetten.
De Care en de GGz lijken harder getroffen door de bliksem dan de ziekenhuizen.” Kortom, de financiële situatie van zorgaanbieders is uiterst penibel en de vooruitzichten zijn slecht. Waar de overige kostprijsfactoren een afspiegeling zijn van de reële kosten, is de risicomarge een middel om enigszins lucht te geven aan de aanbieders. In de vorige kostprijsonderbouwing werd een risicomarge van 3% opgenomen. U echter stelt voor de Risicomarge met 33% terug te brengen naar 2%. Wij vinden dat onbegrijpelijk en een heel verkeerd signaal. Bent u bereid een risicomarge van 3% te handhaven? Slide 15 WMO Begeleiding Inzet van FWG 35 is bij WMO ambulante begeleiding basis praktisch niet haalbaar. Daarvoor is de casuïstiek te gecompliceerd. Wij zetten daarom alleen FWG 40 in bij ambulante WMO begeleiding basis. Kan de FWG-mix aangepast worden naar 100% FWG 40? Ook binnen WMO ambulante begeleiding komt het regelmatig voor dat cliënten niet op de afspraak zijn (niet thuis zijn) of minder dan 24 uur voor de afspraak afzeggen. Toch is er bij deze producten geen rekening gehouden met no show. Kunt u een vergoeding voor no show opnemen in de tariefopbouw van de WMO ambulante begeleidingsproducten? In mindere mate is er ook no show bij jeugd begeleidingsproducten. Kunt u een vergoeding voor no show opnemen in de tariefopbouw van de jeugd ambulante begeleidingsproducten?
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 61.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 61. Dit staat beschreven in de inkoopdocumenten, eisen en voorwaarden van de regio. Hierin staat: Direct cliëntgebonden tijd: Al het directe (face-to-face) contact met de cliënt en het cliëntsysteem (ouders, verzorgers, pleegouders en voogden). Dit is in aanwezigheid van of rechtstreeks met de cliënt of cliëntsysteem (telefonisch contact, mail en e-health).
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 224. De aanlooptijd is niet declarabel. Echter is het uitgangspunt van de regio dat voor Groepsbehandeling er een half uur extra voor aanlooptijd wordt opgenomen in de tariefopbouw, omdat de regio erkent dat dit hier vaak voorkomt. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 226. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16.
Wij verwijzen u hiervoor naar de verschillende openbare rapporten en documenten rondom tariefonderzoek en tariefopbouw van verschillende regio's, maar ook vanuit de NJI, Nza en andere landelijke instanties. Daar waar wij gegevens hebben vanuit de regio over regionale kenmerken kunnen wij deze meenemen. De marktconsultaties en NvA's zijn bedoeld om alle gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij alle aanbieders enerzijds en anderzijds transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en parameterwaarden. Indien bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel worden geacht door aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, onderbouwd waarom deze niet reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. Op die manier kunnen verdere regionale kenmerken meegenomen worden in de tariefopbouw. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 229. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 22.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31.
236
237
238
239
240
241
242
243
244 245 246
247
248 249
250
251
252 253
254
Slide 19 Jeugd begeleiding Wij zien de FWG 45 niet terug op slide 19. Kunt u wellicht toelichten waar u dit terugziet? Binnen onze organisatie wordt voor jeugd specialistische begeleiding een functieprofiel De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, gevraagd dat past binnen FWG 50. Wij achten het inzetten van FWG 45 niet realistisch of dienen daarnaast als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product passend. komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. Kunt u de functiemix binnen dit profiel aanpassen naar 100% FWG 50. Slide 19, 20, 21 Groepsproducten jeugd Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. Een no show van 5% bij de groepsproducten jeugd is te laag. Onze specialistische KDC’s zijn 52 weken per jaar open. Dit vanwege inhoudelijke overwegingen. Zo zien we bijvoorbeeld een grote terugval in de beoogde behandelresultaten tijdens afwezigheid in vakanties. Ook zijn is de zorgvraag van een deel van deze cliënten dusdanig groot dat gezinnen ontwricht zouden raken bij zomersluiting. Vanwege de problematiek kan de doelgroep niet in reguliere opvang terecht. Uiteraard gaan deze gezinnen vaak wel op vakantie, wat tot verminderde bezetting in de zomermaanden leidt. Daarnaast spelen bij deze cliënten vaak medische complicaties waardoor ze afwezig zijn.
Dit soort afwezigheid is niet of maar heel beperkt op te lossen door slim te roosteren of andere cliënten in te laten stromen. Dit alles maakt een no show van 5% onrealistisch. 12% is ons inziens een passendere inschatting. Kunt u bij de kostprijs rekening houden met een grotere afwezigheid? Slide 20 Behandeling A (Groep) en Behandeling B (groep) De gedragsdeskundige komt voor Behandeling A terug in de functiemix voor de Jeugdzorg Schaal 11. In de leveringsvoorwaarden staat dat er minimaal één wo-opgeleide Voor Behandeling B komt hier de FWG 60 nog bij. gedragswetenschapper bij de behandeling betrokken is. Deze gedragskundige heeft ook direct contact met ouders en kind. Ons inziens hoort deze dus niet in de overhead. Het functieprofiel van een gedragswetenschapper is ingeschaald in FWG 65, deze zien we echter niet terug in de gebruikte loonschalen. Hoe komt de directe cliënt contacttijd van de gedragskundige tot uiting in de tariefopbouw van de groepsbehandelproducten? In slide 5 geven jullie aan dat er vanaf FWG 60 en schaal 11 gerekend wordt met 50% van de maximale trede en Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de trede. Ik kan mij voorstellen dat dit relatief recht doet aan FWG 60, maar bij ons gaat dit vanaf FWG 65 niet meer op.
Vanaf 65, maar zeker in 70 en 75 zit iedereen in de maximale trede van de betreffende schaal. Is hier rekening mee te houden in de berekening? De aanname dat dit slecht geldt voor de medisch specialist is helaas niet onze werkelijkheid. In slide 7 is te zien welke percentages jullie op dit moment hanteren voor de overhead per cao. Allereerst Wij verwijzen u hiervoor naar de antwoorden op de vragen 18 en 61. natuurlijk de definitie van overhead, maar daarnaast ook de vraag hoe er vervolgens gerekend wordt? Ik heb Daarnaast willen wij hierbij nogmaals duidelijk maken dat dit tariefonderzoek geen nieuwe inkoop geprobeerd dit ook tijdens de bijeenkomst te benoemen. Hoewel dit gaat over de tarieven per 1-1-2024, past betreft. dit binnen een bredere context. Er is eerder door de regio uitgesproken dat bij de volgende inkoopronde het product J-GGZ zal komen te vervallen. Alles moet terug te herleiden zijn naar de inzet van een bepaald product per beroepsbeoefenaar (dus niet meer de mixtarieven). Met welk percentage overhead wordt er gerekend bij de behandelproducten (J&O)? Die dus de toekomst zullen zijn. Ik denk dat ik nog niet eens uitkom met de 21,20% die genoemd wordt, maar al zeker niet met de andere percentages.
Kortom, met welk percentage wordt gerekend en waarom? In slide 11 wordt op een prettige manier weergegeven hoe er van bruto contracturen tot productieve uren Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. gekomen wordt. Hierbij wordt rekening gehouden met een verzuimpercentage (GGZ) van 6,36%. Mijn eerste vraag is, waar komt dit percentage vandaan? En vervolgens het gegeven dat dit helaas niet past bij de werkelijkheid in onze praktijk. De verzuimcijfers zijn helaas hoger. Volgens mij laat het CBS ook zien dat de GGZ breed in 2022 gemiddeld afsloot op 7,5 procent, Q1 van 2023 op 8,0% en Q2 6,8%. Deze laatste vind ik niet raar aangezien het dan altijd mooi weer wordt. Op het moment van dit schrijven heb ik weer meerdere medewerkers thuis met corona en wellicht loopt dit nog verder op. Ik heb hierdoor het gevoel dat Q3, maar zeker Q4, weer een veel slechter percentage laat zien dan waar mee gerekend wordt. Is het verzuimpercentage naar boven bij te stellen in de berekening? Helaas zou ik 8% niet raar vinden op dit moment In slide 13 wordt een extra tegemoetkoming van 2% weergegeven voor opleiding en 2% voor de risicomarge. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3. Mijn vraag is of dit passend is? Bovenal de vraag waarom de risicomarge 2% is? In de tariefberekening 2020 is rekening gehouden met 3%.
Waarom is hiervan afgestapt? In slide 22 wordt de opbouw van behandeling C (J&O) weergegeven. Mijns inziens past dit niet bij de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 23. werkelijkheid. Ik mis in dit overzicht de klinisch psycholoog in FWG 75 (valt ook binnen behandeling C). Heb ik ook aangegeven online en dank dat jullie dit mee zullen nemen) en de psychiater in de AMS. Daarnaast wordt schaal 11 jeugd meegenomen, maar ik ben van mening dat schaal 12 en 13 passender zijn. Zeker in het licht van de klinisch psycholoog, zoals hierboven omschreven. Kortom, dan is de opbouw: FWG 65, 70, 75 en AMS en jeugdzorg schaal 12 en 13. Volgens mij doe je dan meer recht aan behandeling C (J&O). In slide 24 mis ik bij consultatie C ook FWG 75 en jeugdzorg schaal 13 (op basis van bovenstaand verhaal). Is hier Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 23. rekening mee te houden? Graag ontvangen wij de onderdelen die jullie rekenen onder overhead, worden hier ook de doorbelasting van Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 61. de staf van een unit onder gerekend? In dat geval is dit percentage niet toereikend. In de tariefopbouw is geen rekening gehouden met de kosten voor inhuur van personeel. Dit is niet reëel Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. aangezien in er werkelijkheid vaak hogere inhuurkosten moeten worden gemaakt.
Op dit moment is het percentage inhuur personeel ongeveer 11%. Er wordt wel genoemd dat er in de verdeling in de schaal rekening wordt gehouden met schaarste en inhuur maar dit dekt naar ons inzien niet de kosten die wij moeten maken. Aangegeven wordt dat voor FWG 60 en schaal 11 het uitgangspunt 50% maximale treden en 50% gemiddelde Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. van bovenste helft van de treden geldt. Echter zitten onze betrokken disciplines nagenoeg allemaal op de maximale schaal waarmee dit uitgangspunt nadelig uitpakt, kan dit punt worden herzien? Onze klinisch psychologen vallen in FWG 75, deze wordt buiten beschouwing gelaten. Kunt u aangeven wat hier Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 23. het uitgangspunt is waarbij rekening houdend onze opmerking bij punt 3? Graag ontvangen wij de uitgangspunten van de veronderstelde disciplinemix voor de producten, met de huidige De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, informatie kunnen wij geen aansluiting maken of dit overeenkomt met onze realisatie. dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. De percentages per product (kolom aandeel) betreft de functiemix per product.
De formule die wordt gebruikt voor het berekenen van de schaalopbouw, 50% maximale trede en 50% Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. gemiddelde treden, is dit reeël tegenover het huidige personeelsbestand? Veelal zitten deze kosten hoger in de tredes. Is er in het tarief wat er voor januari wordt vastgesteld rekening gehouden met de inflatie in 2024 en het effect Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil van de inflatie die nog niet in het tarief zat van 2023? 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. Enkel voor de producten waar gerekend wordt met de Cao Jeugdzorg wordt een indexatie meegenomen omdat deze Cao voor 2024 nog niet bekend is. Hoe is de berekening van overheadkosten tot stand gekomen en is dit in relatie tot kleine organisaties? Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18. Hoe wordt bij productiviteit bij groepsbegeleiding omgegaan met de tijd van aanwezigheid en gereedmaken Bij groepsbegeleiding zowel Wmo als Jeugd is enkel direct cliëntgebonden tijd declarabel. De indirecte locatie terwijl het dagdeel van de client nog niet is gestart, oftewel, indirectie clienttijd Of zit het volgens ons al tijd is verwerkt in de productiviteit en dus in de tariefopbouw.
verwerkt in de productiviteit? Dia 5: wij zien dat de kosten voor medisch specialisten die de zorg uitvoeren in de maximale trede van de schaal Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. zitten. Bij een bepaling waarbij 50% in het gemiddelde van de schaal zit, zal het tarief lager zijn dan de kosten die hiervoor gemaakt worden.
255 256
257 258
259 260
261
262 263
264
265
266 267 268 269
270 271
272 273
274
275
276
277
278
Dia 6: de percentages van de werkgeverslasten komen niet in alle gevallen overeen. Overhead: Waarom hanteert de regio deze, sterk achterhaalde, benchmarkonderzoeken, waarin juist de component overheadskosten sterk ter discussie staat?
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 53. De gehanteerde norm voor overhead (personele overhead) komt voort uit een landelijke benchmark. Aan deze benchmark nemen zowel grote (systeem) als kleine aanbieders deel. De gehanteerde percentages zijn daarmee een reëel marktconform uitgangspunt. Overhead: Hoe houdt de regio in de tariefopbouw rekening met de hogere overhead van systeemaanbieders in Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18. de Jeugdzorg? Overhead: Hoe kijkt de regio aan tegen tariefdifferentiatie tussen systeemaanbieders en andere aanbieders? TransitiePartners is ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een rol spelen. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering. Produc viteit:Contracturen zijn onzes inziens 52 weken maal 36 uur = 1872 uur i.p.v. 1878 uur.
Het aantal contracturen is conform de CAO's. Dit komt voort uit het feit dat een jaar niet exact 52 weken kent. Produc viteit: Produc viteit Jeugd-Behandeling: Kunt u aangeven waarom ‘administra e en overleg’ op 0 staat? Administratie en overleg staat op 0 omdat dit indirect cliëntgebonden tijd betreft. Indirect En wat verstaat u onder ‘overig niet productief’? ‘Als administratie en overleg’ onder ‘overig niet productief’ cliëntgebonden tijd is declarabel voor Jeugd Behandeling Individueel. Overig niet productief valt onder 93,9 uur is dit voor ons niet herkenbaar en te laag voor jeugdzorg schaal 7 t/m 10. Samen met ‘opleiding’ en niet-cliëntgebonden tijd en is dus een ander onderdeel. ‘innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg’ is in onze kostprijs het uitgangspunt 250 uur. Produc viteit:Jeugd Behandeling Groep: kunt u aangeven waarom alleen direct cliëntgebonden jd declarabel Dit is conform de huidige werkwijze en afspraken in de huidige inkoopdocumenten, eisen en is? Onzes inziens is het reëel om hierin dezelfde uitgangspunten te hanteren dan bij Jeugd-Behandeling voorwaarden van de regio. Individueel Inschaling medewerkers: De medewerkers van [aanbieder] zi en gemiddeld op 93% van de eindschaal. Dit Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. wijkt dus sterk af van de uitgangspunten die de regio hanteert.
Inschaling medewerkers: Op sheet 4 in PPT staat de EJU benoemd volgens CAO 8.3% voor jeugdzorg. Dit moet Dit is Transitiepartners bekend en meegenomen. zijn 8,33 % indien het alleen over het bruto salaris wordt berekend. EJU gaat namelijk over het salaris inclusief vakantie toeslag Risico-marge: De regio hanteert naast de risico-marge van 2% een extra marge van 2% voor tegemoetkoming Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoorden op vragen 3 en 143. in kosten voor opleiding. Betekent dit een totale marge van 4%? Gaat de regio de 2% opleidingskosten monitoren? In deze onzekere tijden vinden wij een risico-marge van 4% reëel. Wij kunnen ons vinden in het uitgangspunt 2% + 2%, mits we de vrijheid ontvangen om dit zelf in te vullen. Nieuwe CAO-Jeugdzorg: Uitgangspunt van de regio is Personele componenten: 4,94% (OVA) en Materiële De Cao Jeugdzorg 2024 is inderdaad nog niet bekend en vastgesteld. Om deze reden dient de Cao componenten: 2,51% (PPC) tenzij er tijdens het traject duidelijk wordt dat CAO hoger uitpakt, dan wordt dit Jeugdzorg 2023 meegenomen te worden. Echter om door te rekenen naar prijspeil 2024 wordt gecorrigeerd. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO Jeugdzorg per 1-1-2024 zijn net gestart.
De specifiek de producten waarin wordt gerekend met de Cao Jeugdzorg een indexatie meegenomen verwachting is dat de salariskosten sterker zullen stijgen dan de gehanteerde uitgangspunten 4,94% OVA en zoals gepresenteerd en toegelicht in de marktconsultatie. Deze indexatie is op basis van de adviezen 2,51% PPC. Daarbij komt dat de verwachting is dat de salariskosten ook nog met terugwerkende kracht over en normen van de VNG, Nza en vanuit de contractstandaarden. 2023 worden aangepast. Hierdoor is het voor ons van belang dat u als regio een uitgangspunt formuleert hoe stijging verdisconteerd wordt in de tarieven 2024. Hoe wordt er in het tariefmodel rekening gehouden met Personeel wat niet in loondienst is (PNIL), gezien de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. huidige arbeidsmarktomstandigheden? Kunt u aangeven wanneer de concept tarieven 2024 gecommuniceerd worden? Deze zullen gepresenteerd worden tijdens de tweede marktconsultatie. Dit betreffen dan nog wel concepttarieven, mede vanwege het feit dat er ook nog een 2de NvA volgt. Ik zie dat op sheet 21 (Behandeling B J_GGZ) FWG 55 niet is meegenomen en bij sheet 22 (Behandeling C J-GGZ) Voor Behandeling is het uitgangspunt dat de FWG 60 wordt opgenomen. Voor Behandeling C is het FWG 60 niet. Is daar een reden voor? uitgangspunt dat de FWG 65 wordt opgenomen.
Klopt het dat er per 1-1-2025 pas een nieuwe aanbesteding plaatsvindt? Het is nog niet bekend of en wanneer er een nieuwe aanbesteding plaatsvindt. Dit zal tijdig door de regio worden gecommuniceerd. Daarnaast betreft de huidige contractering een inkoop en geen aanbesteding. Is het wisselen van een tariefmodel aanleiding om een nieuwe aanbesteding te doen? Nee, de regio wenst reële tarieven te betalen en laat daarom een onderzoek uit te voeren om dit te toetsen en waar nodig de tarieven te herijken. Wat is de route als de herijkte tarieven voor een aanbieder niet acceptabel zijn? volgt dan opzegging van (deel Indien er geen afhankelijkheid is tussen producten kan op productniveau door een aanbieder worden van) het contract? Is daar voldoende tijd voor? opgezegd. Hiervoor gelden de opzegtermijn zoals benoemd in de specifieke inkoopvoorwaarden artikel 14: Gedurende de looptijd van de toetreding heeft opdrachtnemer altijd het recht zijn toetreding voor het geheel of voor bepaalde onderdelen te beëindigen met een opzeggingstermijn van minimaal 6 (zes) maanden. Wat is de aanleiding geweest voor het tariefonderzoek? Dat is niet duidelijk. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 270. Primair wordt van ons gevraagd om iets te vinden van de randvoorwaarden/uitgangspunten zoals Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 270.
Het uitgangspunt is dat reële tarieven gepresenteerd. Het voelt toch een beetje als de in te vullen xls sheet waarbij je aan verschillende knoppen kunt worden vastgesteld voor alle verschillende producten. draaien om uiteindelijk het gewenste resultaat te verkrijgen. In 2020 hebben wij na de aanbesteding de overeenkomsten getekend. Deze zijn gebaseerd op productdefinities en de daarvoor gehanteerde tarief opbouw/methodiek. Deze zijn tussentijds geïndexeerd. Het is opmerkelijk dat wij voor 2024 worden geconfronteerd met een nieuwe tariefopbouw/methodiek. Wat is de reden? Bovendien zouden wij graag de uiteindelijk tarieven van de verschillende methoden naast elkaar zien (Tarieven indexering van de bestaande tarieven obv de oude methodiek en de tarieven op basis van de nieuwe methodiek. Wij gaan er van uit dat het hoogste tarief wordt toegekend. Is de regio bereid tot het betalen van een reëel tarief? Zo ja, wat verstaat de regio hieronder? Ja de regio is bereid tot het betalen van een reëel tarief. De regio verstaat onder een reëel tarief een tarief welke voldoet aan hetgeen omschreven in de AMvB reële prijs (definitief voor Wmo en in concept nog voor Jeugdhulp). Afronding ivm deelbaarheid door 60 De regio kan dit niet aanpassen i.v.m. de huidige lopende contractering. De regio zal uw De regio Centraal Gelderland heeft een bepaling opgenomen t.a.v.
afrondingsregels (naar boven of beneden) vraag/opmerking echter wel meenemen voor eventuele nieuwe inkoop. zodat deze deelbaar zijn door 60. Sinds de invoering van iWmo 3.0 is het niet meer nodig te werken met een systeemtarief i.v.m. deelbaarheid door 60. We declareren in minuten en hoeven geen afrondingsafspraken meer te maken want de software doet dat werk voor ons. Dit kan de software van de gemeenten ook aangezien het de nieuwe iStandaard is. Wij verzoeken u daarom deze bepaling te laten vervallen Wij begrijpen dat het kostprijsonderzoek gaat over 2024. Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil Zoals op pagina 4 staat "In de tariefberekeningen is rekening gehouden met de cao's per 01-01-2024". 2024. Het onderzoek heeft dus geen betrekking op 2023. Wij willen bij deze toch aandacht vragen mbt de CAO-ontwikkelingen VVT gedurende 2023 die niet bekend waren bij de vaststelling van het tarief tbv 2023. Is het mogelijk dat de tarieven 2023 worden aangepast m.i.v.
01-10-2023, omdat vanaf dat moment andere financiële verplichtingen aanwezig zijn voor [aanbieder] als zorgaanbieder en hierdoor het huidige tarief niet meer de kosten dekt? Afsluitend wil ik nog vragen om rekening te houden met de cao-loonstijgingen die al hebben plaatsgevonden en Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil die nog op het punt staan om plaats te gaan vinden (bijvoorbeeld cao-jeugdzorg en zal minimaal 10% zijn in 2024. Het onderzoek heeft dus geen betrekking op 2023 en 2022. 2024 (anders gaan de bonden echt niet akkoord)). Deze stijgingen zijn in het verleden nooit daadwerkelijk gecompenseerd, maar er werd/wordt in algemene zin naar de OVA gekeken. Ik begrijp dit wel, maar dit doet echt geen recht aan de oplopende loonkosten waarmee zorgaanbieders inmiddels geconfronteerd zijn en nog geconfronteerd zullen worden. Deze percentages liggen ruim boven de OVA. Daar bovenop komt dat zorgaanbieders afhankelijk zijn van (semi)commerciële partijen voor bijvoorbeeld de inrichting en het onderhoud van de ICT-systemen, juridische dienstverlening, accountants, etc. Het zou wellicht zelfs passend zijn om met terugwerkende kracht aan herstel te doen van de tarieven, zodat zorgaanbieders nog compensatie kunnen verwachten over 2023 en misschien zelfs 2022. Het huidige tarief voor crisis is voor ons niet kostendekkend.
In de presentatie van deze marktverkenning is TransitiePartners is enkel gevraagd om een volledig nieuw tariefonderzoek uit te voeren waarbij geen rekening gehouden met de aparte toeslag die we als aanbieder ontvangen voor inzet van onze tarieven worden geadviseerd met prijspeil 2024. Indien de regio met aanbieders afspraken heeft crisisfuncties. Hierover willen we graag opnieuw afspraken maken om tot een nieuw kostendekkend tarief te gemaakt die afwijken van de reguliere producten (zoals een aparte toeslag), dienen aanbieders komen. hierover rechtstreeks met de regio in contact te treden.