24-06-11.02 Beantwoording raadsvragen PvdA gemeente Overbetuwe, Nota van Antwoorden 1ste Marktconsultatie Ambulant Centraal Gelderland
Tekst van het document
Nummer 1 2
3
4 5
6
7
8
9 10 11 12
Antwoord Deze zullen gepresenteerd worden tijdens de tweede marktconsultatie. Dit betreffen dan nog wel concepttarieven, mede vanwege het feit dat er ook nog een 2de NvA volgt. Administratie en overleg bij productiviteit behandeling staan op 0. Dit sluit werkoverleg niet clientgebonden tijd Indien u hier doelt op niet-cliëntgebonden administratie en overleg valt dit onder Innovatie, uit? ontwikkeling en ketenoverleg en overig niet-productief. Indien u doelt op cliëntgebonden administratie en overleg, dus indirect cliëntgebonden tijd, is dit voor Jeugd Behandeling declarabel Vraag Wanneer kunnen wij de concrete tarieven tegemoet zien?
Wat is de onderbouwing van het verlagen van de risico-opslag?
De risico-opslag komt mede voort uit een benchmark met diverse andere regio's. Voor de publieke sector is landelijk 2% risico-opslag zeer gebruikelijk. Daarnaast zien de onderzoekers bij veel aanbieders dat ze lagere percentages kunnen bereiken voor andere parameters dan wordt gehanteerd in onze tariefopbouw. Daarom betreft het een minimum van 2% risico-opslag. Daarnaast wordt er ook een opslag meegenomen voor opleidingskosten van 2%. De 21,2% overhead is te laag. Berenschot zelf geeft aan in een van hun onderzoeken dat deze boven de 30% De gehanteerde percentages komen voort uit de Benchmarks van Berenschot (Care en Jeugdzorg). De ligt. Hoe is dit verschil te verklaren. 30% die u noemt wordt daarin niet herkend. Het betreft volgens mij om risico EN winstmarge. 2 % is wel heel krap. Opleidingskosten 2% is ook te laag gelet Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3. Daarnaast zijn de opleidingskosten ook op o.a. ook de verplichtingen SKJ maar ook de opleidingen voor bijvoorbeeld GZ Psycholoog etc getoetst bij benchmarks met andere regio's en aanbieders en worden deze ook landelijk als reëel gezien.
Ik mis structureel de inzet van gedragskundigen Indien de inzet van een gedragsdeskundige door de regio verwacht wordt en dus is opgenomen in de inkoopdocumenten en in de functie-eisen van de productbeschrijvingen, dan is deze verdisconteerd in de functiemix van desbetreffende producten. Indien deze inzet niet benoemd wordt door de regio betreft het de inzet van een gedragskundige die niet gelieerd is aan specifieke cliënten en valt deze onder “personeel ondersteunend aan primair proces” en dus overhead. U had het over dagdelen. Welke producten worden in dagdelen bekostigd? En hoeveel uur zitten er in een Er worden geen producten in dagdelen bekostigd. De eenheid per product blijft gelijk aan zoals deze dagdeel? momenteel ook worden gehanteerd. Echter wordt er in de tariefopbouw van de groepsproducten wel gerekend met dagdelen. Echter worden deze dan teruggerekend naar uurtarieven. Het uitgangspunt is dat 1 dagdeel bestaat uit 3 uren. Zonder producteisen kunnen wij toch helemaal geen oordeel vormen op hetgeen voor ligt? De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de tariefopbouw per product. Deze kunt u ook terugvinden op de website van Inkoop SDCG. Andere bureau's rekenen met 3% risicomarge, ook de financiers rekenen hiermee.
verzoek nu al om dat over te Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3. nemen Komen bij de sheets ook de uitgebreide tariefmodellering mee zoals XLS sheets? Aan het eind van het tariefonderzoek krijgt de regio een rapportage met daarin alle gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden per product welke de regio met aanbieders kan delen. Behandeling groep: is nu aanwezigheid is declarabel, verandert dit en moet er dan urenregistratie gedaan Nee, enkel direct cliëntgebonden tijd blijven declarabel. worden? Is het een optie om het herijkte tarief ZONDER indexatie te delen later in het proces zodat de herijking in relatie Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil tot de huidige tarieven mogelijk is? Dat maakt de vergelijking zuiver mogelijk met de huidige tarieven? 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden.
13
ORT zit verwerkt in de tarieven, wordt aangegeven. Er zijn echter door Jeugdbeschermers lastig aanbieders te vinden voor weekend ondersteuning. Wij van [Aanbieder] bieden wel ondersteuning in weekenden en hebben een wachtlijst hiervoor. Zou het niet helpend zijn voor jeugdbescherming om voor ondersteuning op ' ORTtijden' juist wel een hoger tarief te bieden zodat het aantrekkelijker wordt om ook op deze tijden te werken?
De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de tariefopbouw per product. Hierin staat ook opgenomen of de ondersteuning in het weekend geleverd dient te worden of niet. Dit is dus ook de basis voor de ORT die verwerkt is in de tariefopbouw.
14
Waarom zitten reiskosten en no show hier niet bij in?
15
En als een salarisverhoging per 1-7-24 al vaststaat, wordt dit dan meegenomen?
16
Wordt in de berekening rekening gehouden met een hoog ziekteverzuim?
No-show wordt alleen meegenomen bij groepsproducten, zowel Jeugd als Wmo. Reiskosten vallen onder overhead conform de definitie van Berenschot. Dit is in overleg met de regio aangepast. CAO stijgingen die momenteel al bekend zijn gedurende 2024 zijn nu verhoudingsgewijs meegenomen in de verschillende tariefopbouwen. De bron is: https://azwstatline.cbs.nl/#/AZW/nl/dataset/24015NED/table?dl=79EA2 en dan de jaren 2018-2022. Het ziekteverzuimpercentage moet conform AMvB aansluiten bij een reële waarde. Door een gemiddelde te nemen over de laatste 5 jaren wordt er bijvoorbeeld ook rekening gehouden met de Corona-periode die juist voor een hoger ziekteverzuimpercentage heeft gezorgd. Daarnaast stelt de gemeente tarieven vast voor de toekomst en dient conform de AMvB dat ook te gebeuren om toekomstwaardige reële waarden. Om daarin dus ook te compenseren voor ziekteverzuim en een reële waarde te hanteren wordt gekozen voor een gemiddelde van 5 jaar.
17
Uitgangspunt dat 50% niet in de bovenste trede zit binnen de FWG schaal klopt niet met de werkpraktijk. Vrijwel alles zit in de hoogste trede
18
Is de overhead berekend over kosten primair proces of over de kostprijs?
19
Overhead van systeemaanbieders in de Jeugdzorg ligt hoger dan de Benchmark Berenschot. Hoe houden jullie hier rekening mee?
20
Cao VVT Overhead: op basis van de laatste landelijke Benchmark care 2022 van Berenschot komt dit percentage Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 18. hoger uit, namelijk 19,5% (vóór de bruto-netto berekening) Hoe komen jullie tot de opbouw van deze basis en specialistisch? Deze cijfers lijken erg gedateerd als ik zo om De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, me heen rondvraag (wij hebben schaal 50 GGZ 100%) dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. Begeleiding basis en specialistisch Dit is besproken met de regio en hierbij is ook gekeken naar huidige vacatures. Voor de producten De meeste Mbo-ers zitten al jaren in 45 en niet meer in 35 (bij sommigen in 40). waarin in de functiemix FWG 35 was meegerekend, wordt deze FWG 35 omgezet naar FWG 40. Ik mis de Klinisch Psycholoog in schaal 75, die moet ook in C. Dit is besproken met de regio en hierbij is ook gekeken naar huidige vacatures. Voor de producten waarin in de functiemix gerekend was met de klinisch psycholoog in FWG 70, wordt deze FWG 70 omgezet naar FWG 75. Mix 50% Consultatie D klopt niet. Meestal gaat dit om AMS.
De regio heeft als uitgangspunt, mede vanuit gesprekken met zorgaanbieders, dat binnen Consultatie D naast de psychiater ook vaker een verpleegkundig specialist wordt ingezet. Dit staat ook zo beschreven in de productomschrijving. Een risicomarge/winstmarge van 2% is niet in lijn met andere regio’s waar wij gecontracteerd zijn. Dit is overal Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 3. 3%. Daarnaast zouden wij graag van u een onderbouwing ontvangen waarom 3% volgens u een reëel uitgangspunt is.
21
22 23
24
25
Het is niet zo dat gerekend is met 50% van de trede benutting. Er wordt gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van alle treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 91% en 95%. Voor de meer specialistische functies (FWG 60 en hoger, schaal 11 en hoger) wordt, vanwege de arbeidsmarktkrapte en inhuur, gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%. Daarnaast geldt dat we voor de MSP schaal altijd uitgaan van de maximale trede, dus de trede benutting is daarvoor 100%. Deze tredebenutting worden landelijk als reëel en marktconform gezien. Het overheadpercentage is het percentage van de totale kosten conform definitie Berenschot. Enkel rekenkundig in het tariefmodel wordt met hoger percentage gerekend t.o.v. loonkosten zoals toegelicht in de marktconsultatie, zodat het uiteindelijke meegenomen percentage gelijk is aan het percentage per Cao uit de Berenschot Benchmark. De gehanteerde norm voor overhead (personele overhead) komt voort uit een landelijke benchmark. Aan deze benchmark nemen zowel grote (systeem) als kleine aanbieders deel. De gehanteerde percentages zijn daarmee een reëel marktconform uitgangspunt.
Daarnaast is TransitiePartners ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een rol spelen. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en of het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering.
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35 36 37
38
39 40 41
42
43 44
45
46
Al onze medewerkers worden ingeschaald in schaal 9 tenzij zij in opleiding zijn. Verdeling is bij ons dus in SKJ geregistreerde medewerkers worden binnen de Jeugdzorg ook ingeschaald in schaal 8. principe 100% schaal 9. Die medewerkers die starten in schaal 8 zitten hier hooguit 9 maanden omdat zij daarna een evc hebben behaald en een skj registratie waarna zij doorstromen naar schaal 9. Verdeling 90% schaal 9 en 10% schaal 8 zou realistisch zijn. Het gaat om het product ambulante begeleiding specialistisch. No show is in specifieke producten fors hoger dan 2%. Waar wordt dit verrekend? Het no-show percentage is niet 2%, maar 5%. In de presentatie die aan alle aanbieders is toegestuurd is dit ook toegevoegd bij de producten waar dit van toepassing is. Dit zoals toegezegd gedurende de marktconsultatie. In productiviteit Jeugd begeleiding en productiviteit Wmo wordt uitgegaan van 60 uur reistijd per jaar. Kunt u Dit is met de regio besproken. Het uitgangspunt van 60 uur reistijd per jaar wordt aangepast voor de toelichten waarop dit aantal is gebaseerd? individuele producten (behalve HO), waar indirecte cliëntgebonden tijd niet declarabel is naar 90 uur reistijd per jaar. Dit komt voort uit de aangeleverde input vanuit verschillende aanbieders in de eerste NvA en vanuit een benchmark met verschillende omliggende regio's.
Hierbij is het uitgangspunt dat er ongeveer 13 minuten reistijd is tussen de afspraken. Daarnaast hanteert de regio het uitgangspunt contactmomenten screen-to-screen zijn en daarbij er ook aanbieders en casussen zijn waarbij de individuele zorg op locatie bij de aanbieder zelf plaatsvindt. Verder wordt voor de groepsproducten de reistijd per jaar aangepast naar 0 uren omdat groepsproducten altijd op locatie worden geleverd waar de jeugdigen en cliënten naartoe komen. Op basis van 60 uur per jaar komen wij gezien het aantal ambulante begeleidingsmomenten op ca. 5 minuten Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. reistijd per begeleidingsmoment. Als referentie vanuit onze organisatie: wij komen gemiddeld uit op 15 a 20 minuten per ambulant begeleidingsmoment. Dit is m.i. de minimale reistijd waar u gemiddeld mee moet rekenen. Wij zien graag de onderbouwing van de opbouw van de overheadkosten. Met name het aandeel hierin van de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 6. gedragskundigen is daarbij voor ons relevant. Gaan de eisen aan de rol van gedragskundigen in de diverse productomschrijvingen gelijk op met het berekende % in de overhead? Hoe heeft u de no-show van 0% en 5% bepaald? (voor alle producten) De regio heeft als uitgangspunt dat bij groepsproducten 5% no-show betreft.
Daarnaast motiveert de regio aanbieders om no show zoveel mogelijk te beperken. Er wordt gekozen om een verschil tussen de individuele producten en groepsproducten in het uitgangspunt rondom no-show door de regio te hanteren. Voor groepsproducten geldt dat er vaker meerdere medewerkers tegelijkertijd betrokken zijn en indien 1 jeugdige of cliënt niet komt er nog altijd wel jeugdigen of cliënten op de groep aanwezig zijn waar wel zorg aangeleverd dient te worden. Het is voor aanbieders dan niet mogelijk om een medewerker bijvoorbeeld naar huis te sturen. Dus de kosten blijven gelijk voor aanbieders terwijl er 1 jeudige of cliënt minder is. Voor individuele producten heeft de regio het uitgangspunt dat indien er no-show is de medewerker de tijd kan besteden aan indirect cliëntgebonden tijd zoals verslaglegging, administratie of overleg met collega's of netwerk van cliënt of jeugdige. Of de medewerker zou de tijd kunnen besteden aan andere jeudigen of cliënten door deze te bellen, digitaal te spreken of een afspraak in te plannen. Daarnaast heeft de regio als uitgangspunt dat voor individuele producten no-show is verdisconteerd in de risico-opslag. Tenslotte ziet de regio dat de meerderheid van alle casussen geen no-show betreffen. Daarom acht de regio voor groepsproducten 5% een reëel uitgangspunt. Er wordt geen no-show berekend bij individuele zorg producten.
Dit is niet conform onze realiteit. Het zou reëel Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. zijn als u hierbij met minimaal 3% no-show rekent. Helaas is het no-show % van 5% bij de diverse groepszorg producten ook niet conform onze realiteit. Ondanks onze actieve houding in preventiemaatregelen van no-show komen wij gemiddeld op een no-show percentage van 8%. Wat maakt dat de loonschalen vanuit CAO SW enkel meegenomen worden in product groepsbegeleider en niet Er wordt gekozen om per product de meest gehanteerde (zowel regionaal als landelijk) Cao per in de JW en WMO ondersteuning? product mee te nemen in de tariefopbouw en daarbij wordt ook gekeken of hiermee voldaan wordt aan de verschillende doelgroepen waarvoor het product bedoeld is zoals beschreven in de productbeschrijvingen. Dit is het geval voor de door u genoemde producten. Daarbij sluit dit niet uit dat aanbieders die een niet meegenomen Cao in de tariefopbouw hanteren deze producten niet mogen leveren. Dat mag uiteraard wel. Per 1 juli 2023 is er al een structurele verhoging geweest t.a.v. de salarissen van CAO SW. Specifiek 7% per 1 juli Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. Daarnaast betreft dit een tariefonderzoek en per 1 januari 2024 zal deze nogmaals stijgen met 4% en per 1 juli wederom een verhoging van 4%. Komt hier naar tarieven 2024.
Hierin zijn dus de Cao's met daarin de salarisverhogingen in eerdere jaren nog compensatie voor en/of wordt dit tevens meegenomen in het besluit? uiteraard meegenomen. Is er bij overhead geen verschil aangebracht tussen kleine en grote zorgaanbieders. Bent u van mening dat hier Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 19. geen verschil in zit? Blijft deze productbeschrijving ook bij een nieuwe aanbesteding dan in de lucht? Verandert daar niks aan? Het betreft geen nieuwe aanbesteding, maar enkel een herijking van de tarieven. Hoe wordt er omgegaan met CAO indexaties van GGZ en Jeugdzorg die halverwege 2022 zijn doorgevoerd en Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. waarbij ook 2021 met terugwerkende kracht is geïndexeerd? Kunnen jullie dit ook meenemen in de berekening voor nieuwe tarieven/ percentages? We willen niet achter de feiten aan blijven lopen. Bedankt. U heeft (bijna) alle gegevens compleet. Waarom hangt u hier geen tarieven aan? Deze zullen toch bekend zijn Tarieven komen tot stand op basis van inhoud en de daarbijhorende productbeschrijvingen, eisen en bij u. inkoopdocumenten waarin de inhoud van de zorg vertaald wordt. Daarom worden eerst de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden getoetst op inhoud. Alle aanbieders krijgen de kans om hierop te reageren naar aanleiding van deze marktconsultatie.
Hierna worden eventuele aanpassingen doorgevoerd en wordt dit teruggekoppeld in de 2de marktconsultatie. Daarin zullen ook de concepttarieven o.b.v. de gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden worden gepresenteerd. Wordt in het nieuwe tarief rekening gehouden met de nog te komen loonsverhogingen volgens de CAO? Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. Waarom wordt no-show alleen bij groep meegenomen en niet bij begeleiding individueel? Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. De no-show wordt ingeschat op 5%. Dit is bij Groepsbegeleiding stabiel veel hoger (eerder 10%) dan bij Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. De regio ziet geen reden om tussen Groepsbegeleiding ontwikkeling. Cliënten met ontwikkeling komen vaak met de taxi. Stabiel komt vaak met producten een ander uitgangspunt te hanteren eigen vervoer en zeggen veel gemakkelijker af. Cliënten met stabiel hebben iha een andere begeleidingsvraag dan cliënten met ontwikkeling. Bij Begeleiding individueel is er geen rekening gehouden met no-show. Wij hebben denk ik een redelijke unieke Indirect cliëntgebonden tijd is voor Begeleiding individueel niet declarabel en zit dus verwerkt in de positie hierin. Cliënt krijgt op locatie bij ons individueel. Soms om op termijn door te stromen naar productiviteit en dus tariefopbouw.
Groepsbegeleiding, soms omdat ze zo kwetsbaar zijn, blijft het bij individueel. Dit is dan 3-6 uur. Komt cliënt niet dan hebben wij geen vervangende cliënten om individueel aan te geven. Maar medewerker die individuele begeleiding (bij ons op locatie) geeft moet wel doorbetaald worden. Er worden dus kosten gemaakt en er staan geen inkomsten tegenover. We schatten de no show bij dit product in op 5-10%. En is er bij dit product rekening gehouden met indirecte werktijd? Groepsbegeleiding ontwikkeling Jeugd vindt bij ons voor 95% plaats op de zaterdag. De zaterdagmiddag moet Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 13. volgens de GHZ CAO ORT (38%) uitbetaald worden -> dus dat is minimaal 50% van de werktijd. In de presentatie staat bij Groepsbegeleiding een gemiddelde groepsgrootte. Volgens de aanbesteding is er Het gaat om een gemiddelde groepsgrootte, op basis van landelijke gemiddelden en uitgangspunten geen voorgeschreven groepsgrootte van de regio o.b.v. input van consulenten, welke gebruikt wordt om tot een tarief te komen. Andere groepsgroottes worden, conform productomschrijvingen en producteisen, dan ook niet uitgesloten door de regio. Wij hebben een locatie in het groen. Dit is een relatief dure locatie. Kan er bij de overheadkosten hiermee De keuze waar een aanbieder zich met zijn/haar locatie vestigt, ligt bij de aanbieder zelf.
De regio rekening worden gehouden? hanteert een gemiddelde wat voor alle aanbieders geldt conform een landelijke en regionale benchmark. Naast cliëntgebonden uren, zijn er ook (relatief steeds meer) niet cliëntgebonden werkzaamheden (die de Niet-cliëntgebonden tijd is meegenomen in de productiviteit en dus verwerkt in de tariefopbouw. financier verwacht van de aanbieder). Rapporteren, evalueren, plannen schrijven, overleg over cliënt enz. Waar worden deze werkzaamheden in meegenomen?
47
Worden Pensioenregelingen in het kader van Faciliteit Afbouw carrière meegenomen in berekening productiviteit?
Ja, waar dit in de Cao's is opgenomen wordt dit meegenomen in de productiviteit onder de categorie Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
48
Wat mij eigenlijk vooral opgevallen is, is het lage inschatten van niet clientgebonden uren. Ik denk dan vooral aan reistijd (al genoemd), maar ook scholingsuren. Alleen SKJ geregistreerd blijven, wat iedere jeugdwerker verplicht is, vraagt al 60 uur scholing per jaar. Dus een schatting van 28 uur lijkt me niet reëel? Het lijkt me vooral voor grotere organisaties belangrijk dat kosten wel reëel ingeschat worden. Overall ergens iets tekortkomen betekent uiteindelijk een enorm tekort onder aan de streep. Ik denk vooral aan reistijd/overleg met gedragswetenschapper of collegiaal overleg/scholing wat niet reëel ingeschat is. Bij de berekening van de loonkosten wordt rekening gehouden met de CAO-bedragen per 1-1-2024. Is daarbij de salarisverhoging van 4% per 1-1-2024 in de CAO Sociaal Werk meegenomen? En wordt ook rekening gehouden met de salarisverhoging van eveneens 4% per 1 juli 2024? Bij de berekening van de tarieven Wmo Begeleiding en met name de procentuele verdeling over de van toepassing zijnde CAO’s wordt geen rekening gehouden met onze CAO Sociaal Werk. Wij leveren dat product jaarlijks en de salarissen in onze CAO liggen beduidend hoger dan de nu meegerekende salarisbedragen. Dit betekent dat onze kosten hierdoor hoger zijn dan door u berekend. Wat gaat u hieraan doen?
Reistijd en overleg met collega's over cliënten vallen onder indirect cliëntgebonden tijd en niet onder niet-cliëntgebonden tijd. Kosten voor scholing zijn daarnaast ook nog meegenomen in een 2% extra opslag. Voor de schalen en FWG's waarvoor een SKJ registratie geldt is gerekend met meer opleidingsuren dan de 28 die door u worden genoemd. Hierin is ook meegenomen dat hoger opgeleide medewerkers vaker meer tijd aan opleiding kwijt zijn dan lager opgeleide medewerkers.
49 50 51
52
Algemeen FWG/Schaal opbouw: er wordt gesteld dat voor reguliere functies uitgegaan wordt dat 50% in de max trede zitten en 50% gemiddeld verdeeld is over alle treden. Dit is niet wat de praktijk binnen de HbH (Hulp bij Huishouding), maar ook in de individuele begeleiding, laat zien. In werkelijkheid bevindt meer dan 60% van al het personeel zich in de hoogste trede(n). Wij zouden dan ook graag zien dat hier mee gerekend wordt.
53
Er staan nu standaard sociale premies ingerekend, gebaseerd op 2023. Kunnen wij ervan uitgaan dat deze aangepast worden zodra de definitieve premies en franchises bekend zijn voor 2024?
54
55
56
57
58
59 60
61
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. Er wordt gekozen om per product de meest gehanteerde (zowel regionaal als landelijk) Cao per product mee te nemen in de tariefopbouw en daarbij wordt ook gekeken of hiermee voldaan wordt aan de verschillende doelgroepen waarvoor het product bedoeld is zoals beschreven in de productbeschrijvingen. Dit is het geval voor de door u genoemde producten. Daarbij sluit dit niet uit dat aanbieders die een niet meegenomen Cao in de tariefopbouw hanteren deze producten niet mogen leveren. Dat mag uiteraard wel. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17.
TransitiePartners heeft nog nader onderzoek gedaan naar de werkgeverslasten vanuit de wet- en regelgeving. De percentages voor 2024 zijn inderdaad rondom Prinsjesdag en vlak daarna bekend gemaakt. Deze zullen dus ook meegenomen worden in de tariefopbouw per product Productiviteit. Wij kunnen niet terugvinden dat er in de productiviteitberekening HO rekening gehouden wordt Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31. met “no-show”. Is deze constatering juist, in alle overige zorgvormen wordt dit wel ingerekend, en zo ja waarom is dat dan niet het geval. No-show komt in steeds grotere getale voor en kost onze organisatie dus indirect veel geld. Er wordt gerekend met een ziekteverzuim in HO van 7,78% voor zorgvorm HO wat gebaseerd is op een 5 jaar Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. CBS gemiddelde. Hier stellen wij onze vraagtekens bij, gelet op de hoogte van het huidige verzuim en dat in de afgelopen 3 (Corona)jaren. Wij achten het reëler, ook gelet op de ontwikkelingen rondom ziekteverzuim en de effecten van Corona als soort van “normaal” om niet te kijken naar de jaren 2018 en 2019 waarin het verzuim aanzienlijk lager lag en wat nooit meer behaald zal worden gelet op het nieuwe normaal. [Aanbieder] stelt zich op het standpunt dat het verzuim bepaald zou moeten worden obv de jaren 2023 (eerste 3 kwartalen zijn bekend), 2022, 2021 en 2020.
Wij zouden dan ook graag zien dat er een uitvraag gedaan naar reele inzetmix bij aanbieders. We constateren dat er niet integraal in alle schalen gerekend is met 2% scholing in de berekening (voorbeeld De Cao VVT schrijft voor dat tet scholings-/ontwikkelingsbudget minimaal 2% van de totale loonsom hiervan is VVT FWG 35/40 waarbij er 28,17 uur gerekend is, terwijl de cao VVT voorschrijft dat er 2% scholing is. Dit is iets anders de opleidingsuren. Hiervoor wordt o.a. ook de opslag van 2% voor door de werkgever berekend worden. opleidingskosten meegenomen in de tariefopbouw. Er komt een risicomarge van 2%, maar die is nodig om slechte tijden op te vangen. Waar zit de opslag voor De innovaties die aanbieders kunnen doorvoeren om relevant en marktconform te blijven, zoals het innovatie, juist in deze tijd van krapte wordt er van aanbieders verwacht dat ze innoveren. Dat gaat niet van die verbeteren van de dienstverlening, vallen onder de reguliere bedrijfsvoering van een zorgaanbieder. 2% risicomarge…. De regio vraagt op dit moment geen specifieke investeringen op specifieke innovaties. Daarnaast worden vanuit de regio gewenste innovaties gefinancierd in de vorm van pilots. De gehanteerde inzetmix is niet conform realiteit binnen de HO.
Het is een volstrekte utopie te denken dat 30% De gehanteerde inzetmix komt voort uit een uitvraag die de regio zelf heeft gedaan voor 2023 onder van het personeel in trede 0 en 1 zit. In de tijd van krapte en keuze voor medewerkers komen werknemers alle aanbieders van HO. Hierbij is ook rekening gehouden met een gewogen gemiddelde. minimaal binnen op trede 2. Er wordt geen ORT gerekend bij HO, maar wat nu als we zorg willen gaan leveren op de zaterdagmiddag in het Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 13. kader van keuzevrijheid voor clienten maar ook medewerkers. Jullie geven aan dat de bijdrage werkgever mbt pensioenopbouw afhankelijk is van de inschaling. Graag Voor de berekening van de pensioenbijdrage van de werkgever is dit afhankelijk van het salaris van de ontvangen wij concreet een percentage per schaal van jullie en hoe jullie dit berekening per inschaling. Het medewerker. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de OP premie (12,9% voor werkgever), AOW moet toch mogelijk zijn percentages te noemen. franchise (€ 14.714), AP premie (0,5%) en AP franchise (€ 25.069). De pensioenbijdrage wordt dan berekend als volgt: (((bruto vol jd jaarsalaris - AOW franchise) x OP premiepercentage ouderdomspensioen) + ((bruto voltijd jaarsalaris - AP franchise) x AP premiepercentage arbeidsongeschiktheidspensioen)) / bruto voltijd jaarsalaris.
Omdat het jaarsalaris dus verschilt per Cao en per FWG/schaal zijn er vele uitkomsten zoals u zich kunt voorstellen. Echter op basis van deze berekening zou het percentage kunnen worden nagerekend per CAO en per FWG/schaal. Wat rekenen jullie onder overhead? Jullie rekenen met een percentage van 21,2% overhead en 11,56% aan De definitie van overhead is gelijk aan de definitie zoals Berenschot deze hanteert. Dit betreft dus materiele kosten. Samen is dit 32,57%. Jullie nemen de 21,2% over van het meest recente onderzoek door enkel de personele overhead, dus het geheel van functies dat sturend en ondersteunend is aan het Berenschot uitgevoerd. De overige percentages mbt materiele (cliëntgebonden) kosten en indirect primaire proces en de kosten die aanvullend gemaakt worden door het personeel (bijv. reiskosten). cliëntgebonden personele kosten worden niet één op één overgenomen uit het onderzoek van Berenschot. Het Hieronder vallen dus bijvoorbeeld ICT-ondersteuning, aansturing en coördinatie en de financiële zou kunnen dat jullie deze twee bij elkaar optellen echter dan nog is het percentage niet te verklaren. administratie. De materiële kosten en kapitaallasten worden in de genoemde overheadpercentages niet meegenomen, maar als aparte parameter en dus apart percentage meegenomen in de tariefopbouw per product. Deze herleiden wij uit dezelfde bron.
U geeft aan dat deze volgens u niet uit het onderzoek van Berenschot komen. Dit is ons niet bekend. Kunt u de informatie delen waaruit dit blijkt en wat volgens u de correcte percentages zijn?
62 63
Hoe komen jullie tot de 11,56% materieelkosten? Zit daar de indirect cliëntgebonden kosten bij in?
64
Indien jullie de materiele kosten en indirect cliëntgebonden kosten optellen vragen wij ons af hoe jullie aan dit percentage komen. Uit onderzoeken van Berenschot blijkt dat deze 3 kostenposten, de twee hierboven genoemd inclusief overhead, opgeteld neerkomt op ongeveer 37%. Hoe verklaren jullie het verschil van ongeveer 4%? (21,2% + 11,56% - 37% = - 4,24%)
Dit komt voort uit de Benchmark van Berenschot. Kunt u uw definitie geven van indirect cliëntgebonden kosten? Indien u bijvoorbeeld doelt op reiskosten van personeel valt dit onder de overhead. Echter indien u doelt op de kosten voor bijvoorbeeld computers, dan valt dit wel onder materiële kosten en kapitaallasten. De door u genoemde 37% is ons niet bekend. Kunt u aangeven waar u deze vandaan haalt als bron? Daarnaast wensen wij terug te refereren naar de marktconsultatie. Daarin ziet u enerzijds dat er een verschil is in het gehanteerde overheadpercentage per Cao. Daarnaast is er een verschil tussen de materiële kosten en kapitaallasten voor individuele en groepsproducten. Dit komt doordat voor groepsproducten o.a. een grotere locatie benodigd is en daarnaast er meer kosten zijn dan voor individuele zorg met betrekking tot de parameter materiële kosten en kapitaallasten.
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75 76 77 78
79
Wij waarderen het dat onderzoeken van Berenschot in dit proces worden meegenomen. Berenschot geeft zelf Daar waar het mogelijk is hebben wij voor verschillende parameters gekeken naar regionale aan dat de cijfers en percentages in samenhang gezien moeten worden. Letterlijk staat in hun rapporten dat kenmerken en uitgangspunten. De marktconsultaties en NvA's zijn ook bedoeld om alle bijvoorbeeld overhead en productiviteit communicerende vaten zijn. Hoger overhead moet leiden tot hogere gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij de aanbieders enerzijds en productiviteit en een lagere overhead zal leiden tot lagere productiviteit. Wij zien dat jullie bepaalde cijfers anderzijds transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze letterlijk overnemen uit het rapport van Berenschot echter andere cijfers niet. Berenschot zelf geeft aan dat dit uitgangspunten en parameterwaarden. niet zomaar kan tenzij gefundeerd wordt afgeweken. Regionale omstandigheden kunnen invloed hebben op de M.b.t. de productiviteit is hier zoals toegelicht per Cao en tussen verschillende schalen en FWG's een getallen. Het is onduidelijk waarom de andere cijfers niet worden overgenomen, waarom wordt afgeweken en onderscheid gemaakt. Dit komt o.a. door het feit dat de verschillende Cao's verschillende aantal wat de bronnen zijn van de andere cijfers.
Het percentage productiviteit HBO+ waarmee jullie rekenen wijkt erg verlofuren hanteren. Daarnaast herkennen wij ook dat hoger opgeleide medewerkers vaker meer af van de werkelijkheid. Dit kan te maken hebben dat [Aanbieder] HBO+ en WO opgeleide professionals, uren besteden aan opleiding en indirect cliëntgebonden uren (bijv. overleg) dan lager opgeleide werkzaam in een Multi Disciplinair Team, inzetten voor specialistische behandeling. Dit is een wezenlijk andere medewerkers. Voor de GGZ geldt specifiek dat enerzijds de extra verlofuren lager zijn t.o.v. andere positie met zwaardere verantwoordelijkheden en de daarmee gepaard gaande risico’s. De productiviteit zal Cao's en het ziekteverzuim lager ligt t.o.v. andere Cao's. Dit maakt dat de productiviteit wat hoger hierdoor sterk van elkaar verschillen. De productiviteit van HBO+ opgeleide professionals in de GGZ ligt volgens uitkomt t.o.v. andere Cao's. Berenschot gemiddeld op 65%. In uren uitgedrukt komt dit neer op 1220 uur. Het verschil is 75 uur wat gelijk is U geeft aan dat de gehanteerde productiviteit niet overeenkomt met de productiviteit van aan ruim 6% Berenschot. Echter is bij ons niet bekend dat Berenschot een uitgebreide opbouw heeft van het productiviteitspercentage zoals wij deze hanteren.
Kunt u aangeven op welke onderdelen binnen de productiviteit volgens u een niet reëel aantal uren wordt meegenomen? Waarom wordt afgeweken van de percentages / cijfers waarmee Berenschot rekent? Daar waar het mogelijk is hebben wij voor verschillende parameters gekeken naar regionale kenmerken en uitgangspunten. En daarnaast wensen wij de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden zoveel als mogelijk te kunnen onderbouwen indien dat mogelijk is. Welke omstandigheden rechtvaardigen om af te wijken van het Berenschot onderzoek? De AMvB reële prijs schrijft ook voor dat daar waar het mogelijk is om regionale kenmerken mee te nemen dit gehanteerd dient te worden. Daarnaast worden de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden ook vastgesteld o.b.v. de inkoopdocumente, productbeschrijvingen en aanvullende eisen vanuit de regio. Dit rechtvaardigt waarom op verschillende parameters en onderdelen er afgeweken kan worden van Berenschot. Wij verwijzen u tevens ook naar vraag 86 waarin dit door een andere aanbieder wordt bevestigd. De 1220 uur uit het Berenschot onderzoek komt dichter bij de werkelijkheid. Hoe komen jullie aan 1295 uur Voor de opbouw van de 1295 uren verwijzen wij u naar de presentatie van de marktconsultatie. productief per fte voor HBO+ professional? Hierbij is toegelicht met welke verschillende onderdelen binnen de productiviteitsopbouw is gerekend en o.b.v.
welke bronnen de gehanteerde normen tot stand zijn gekomen. Voor de overige professionals liggen het aantal uren waarmee jullie rekenen dichter bij de werkelijkheid echter Voor de opbouw van de productiveit verwijzen wij u naar de presentatie van de marktconsultatie. ook voor AMS en voor FWG 60 – 75 is de productiviteit te optimistisch berekend. Dit is zeker zoals uitgegaan Hierbij is toegelicht met welke verschillende onderdelen binnen de productiviteitsopbouw is gerekend wordt van een gemiddeld lagere overhead waardoor er meer druk komt te liggen bij professional waardoor zij en o.b.v. welke bronnen de gehanteerde normen tot stand zijn gekomen. M.b.t. de productiviteit is minder productief kunnen zijn. Ook Berenschot geeft aan dat bij een hogere productiviteit een hoger bedrag hier zoals toegelicht per Cao en tussen verschillende schalen en FWG's een onderscheid gemaakt. Dit overhead hoort. Jullie gaan uit van lagere totale OH kosten maar wel signifikant hogere productiviteit. Welke komt o.a. door het feit dat de verschillende Cao's verschillende aantal verlofuren hanteren. Daarnaast berekeningen liggen hieraan ten grondslag? herkennen wij ook dat hoger opgeleide medewerkers vaker meer uren besteden aan opleiding en indirect cliëntgebonden uren (bijv. overleg) dan lager opgeleide medewerkers.
Als jullie het percentage overhead letterlijk overnemen uit het onderzoek van Berenschot waarom dan ook niet De AMvB reële prijs schrijft ook voor dat daar waar het mogelijk is om regionale kenmerken mee te de andere percentages / getallen? nemen dit gehanteerd dient te worden. Daarnaast worden de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden ook vastgesteld o.b.v. de inkoopdocumente, productbeschrijvingen en aanvullende eisen vanuit de regio. Dit rechtvaardigt waarom op verschillende parameters en onderdelen er afgeweken kan worden van Berenschot. De marktconsultaties en NvA's zijn ook bedoeld om alle gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij de aanbieders enerzijds en anderzijds transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en parameterwaarden. Indien bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel worden geacht door aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, onderbouwd waarom deze niet reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. Berenschot geeft inderdaad aan dat de overhead binnen de GGZ wat is gedaald. Ze geven ook aan dat dit met De marktconsultaties en NvA's zijn ook bedoeld om alle gepresenteerde uitgangspunten en name veroorzaakt wordt door de kleine partijen.
De 21,2% waarmee jullie rekenen voor iedereen is daarom parameterwaarden te toetsen bij de aanbieders enerzijds en anderzijds transparant te zijn in de discutabel. Tevens is het de vraag of ook hier niet sprake is van verschuiving van kosten. Berenschot stelt opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en parameterwaarden. Indien namelijk dat de productiviteit binnen de GGZ 1220 uren zijn per FTE. Tevens stellen zij dat het communicerende bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel worden geacht door vaten zijn. Dit betekent dat daar waar overhead daalt ook de productiviteit daalt. In jullie berekeningen zien wij aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, onderbouwd waarom deze niet de overhead dalen en de productiviteit stijgen. Dit is niet logisch en zeker bij ons niet de praktijk. Daar waar de reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. overhead daalt zal dit waarschijnlijk ook invloed hebben op de andere componenten waarmee Berenschot rekent namelijk de materiele kosten en kosten indirect cliëntgebonden.
Hoe verklaren jullie een daling in overhead en stijging in productiviteit en op basis waarvan stellen jullie dat de Dat de productiviteit volgens u 6% hoger ligt in de door ons gepresenteerde uitgangspunten is niet productiviteit in RCG 6% hoger ligt voor de HBO+ professional dan dat landelijk het geval is. correct. U benoemt een percentage van 65% waar 68,9% wordt meegenomen voor FWG 55. In de marktconsultatie is toegelicht welke bronnen en uitgangspunten zijn gehanteerd voor de de verschillende onderdelen en parameters in de tariefopbouw. Een stijging in de productiviteit wordt door ons niet herkend, aangezien wij ook niet de partij zijn die de huidige tarieven hebben berekend voor de regio. Als TransitiePartners doen wij tariefonderzoeken voor zowel gemeenten als aanbieders door het hele land. Daarin zien wij juist de laatste jaren dat de productiviteit daalt. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door een toenemede aantal verlofuren en hoger ziekteverzuim, maar ook dat er iets meer tijd wordt besteedt, met name door hoger opgeleid personeel, aan indirect cliëntgebonden tijd en opleiding. Een onderzoek in foodvalley heeft uitgewezen dat de productiviteit gemiddeld 1200 uur per fte is. Foodvalley TransitiePartners is niet het bureau wat voor de regio Foodvalley het tariefonderzoek uitvoert. Wij zijn en RCG liggen toch wel dicht bij elkaar waardoor dit grote verschil onmogelijk is.
Berenschot 1220 uur, daarom niet bekend met de opbouw van de productiviteit in deze regio. Voor de regio Centraal Foodvally 1200 uur, RCG 1295 uur?? Graag onvangen wij een onderbouwing. Gelderland zijn de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden wel gebenchmarkt met verschillende andere regio's en gemeenten. Daarin worden de gehanteerde waarden als reëel gezien. Daarbij komt dat de verschillende regio's en gemeenten vaak ook werken met een andere definitie van welke tijd declarabel is. Tenslotte zien wij ook dat niet alle regio's en gemeenten een verschillende productiviteit hanteren tussen de verschillende Cao's, schalen en FWG's. Dit is volgens ons gezien de verschillende tijdsbestedingen en regels in de Cao's echter wel reëler. Zou u de opbouw van de productiviteit van de regio Foodvalley vertrouwelijk met ons kunnen delen? Dan zouden wij deze nog kunnen benchmarken. Jullie gaan uit van de sallarisschalen per 1-1-2024 die nu bekent zijn echter hierin is de verhoging per 1-12-24 Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. (4%) en de eenmalige uitkering van 1% over geheel 2024 welk wordt uitgekeerd in augustus zijn niet meegenomen.
Graag zien wij dat hier wel rekening mee wordt gehouden Begrijpen wij het goed dat er geen tarief wordt bepaald voor Behandeling Groep C? Behandeling Groep C is geen product vanuit de regio Centraal Gelderland in de huidige contractering. Hiervoor wordt inderdaad dus geen tarief berekend. Klopt het dat er geen indirecte tijd verrekend zit in de tarieven voor Behandeling Groep? Wat is hiervan de Indirecte tijd is wel verrekend voor de producten Behandeling Groep, omdat enkel de direct reden? Inhoudelijk wordt verslaglegging wel vereist. cliëntgebonden tijd declarabel is. Gaat er, vanuit de regio midden Gelderland, gekozen worden voor J&O-tarieven of voor mix-tarieven bij de Het betreft geen nieuwe aanbesteding, maar enkel een herijking van de tarieven. nieuwe aanbesteding en wat is hiervan de reden? Hoe gaat de gemeente om met de inzet van klinisch psycholoog en/of kinderpsychiater bij behandelsettings die Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 23. alleen kunnen declareren onder product C, terwijl gezien de zorgzwaarte wel inzet van een Klinisch psycholoog of kinderpsychiater noodzakelijk is.
Gezien de huidige tarieven en de kosten van een KP-er/KJP-er gaat het in de toekomst onmogelijk zijn om deze in te zetten (er wordt nu al fors op ingeteerd) en zullen deze kinderen weer meer verwezen gaan worden naar de GGZ-instellingen die wel product D aanbieden, met weer grotere wachttijden tot gevolg Het ziekteverzuimpercentage is bij ons, net als andere partijen tijdens de consultatie, de laatste jaren helaas Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. hoger dan die 6%. Ons gemiddelde is sinds 2021 flink opgelopen naar 8% en 10% in 2022. (ook in 2023 zullen wij vermoedelijk rond de 8% eindigen)
80
De reistijd van 60 uur per medewerker op jaarbasis is absoluut niet realistisch gezien het ambulante karakter van onze begeleiding. Het begeleiden áchter de voordeur is naar onze mening zeer waardevol.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28.
Aanvulling: Als we laag inzetten hebben we het al snel over zo'n 60 minuten per werkdag. Gemiddeld 4 klanten per dag en gezien de spreiding binnen de regio, waarbij we onze coaches binnen de regio al zo gecentreerd mogelijk inzetten en afspraken zoveel mogelijk "op de route" plannen. 81 82 83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
Worden alle loonstijgingen van de CAO VVT meegenomen in de tariefberekening? (1-10-2023, 1-3-2024 en 1-10- Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. 2024) Wordt de stijging van het minimumloon per 1-7-2024 ( HBH -schaal) meegenomen in de tariefberekening? Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. Waarom kiest de gemeente niet voor een uitvraag van de kostprijs van aanbieders, op die manier komt de De gehanteerde inzetmix komt voort uit een uitvraag die de regio zelf heeft gedaan voor 2023 onder gemeente veel dichter bij de werkelijkheid, nu wordt er gekozen voor landelijke onderzoeken. Wij herkennen alle aanbieders van HO. Hierbij is ook rekening gehouden met een gewogen gemiddelde. ons NIET in de % aandelen van de loonschalen van de HBH-schaal. Bij ons is het aandeel trede 0, 2% aanwezig Dit proces wordt gekozen omdat de inkoopdocumenten, uitgangspunten, productbeschrijvingen en in onze organisatie. Wij vragen de gemeente met klem om te kiezen voor reële lokale tarieven die ontstaan zijn aanvullende eisen van de regio als basis dienen voor de tariefopbouw per product. Deze worden uit een transparant onderzoek. Op dit moment kunnen wij niet herleiden op welke wijze het tarief tot stand zal aangevuld met landelijke en regionale benchmarks en normen. Daarnaast gebruikt TransitiePartners komen.
ook eigen onderzoeken, ervaringen en gegevens vanuit regio's en zorgaanbieders die zij tot hun functiemix aanbieder is als volgt: beschikking hebben. De marktconsultaties en NvA's zijn bedoeld om alle gepresenteerde Trede 0: 2% uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij alle aanbieders enerzijds en anderzijds Trede 1: 7% transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en Trede 2: 9% parameterwaarden. Indien bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel Trede 3: 9% worden geacht door aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, Trede 4: 6% onderbouwd waarom deze niet reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. Dus er wordt Trede 5: 67% ook input opgehaald bij de zorgaanbieders en deze wordt ook beoordeeld en besproken en eventueel meegenomen in de tariefopbouw. Dit proces heeft TransitiePartners ook gevolgd in meerdere regio's en werd door zowel gemeenten als zorgaanbieders als zeer prettig ervaren. Daarnaast zorgt dit ook voor minder administratieve last. Voor ziekteverzuim is gekeken naar de gemiddelde verzuimcijfers bekend bij het CBS. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 16. Dit komt, voor de Huishoudelijke Ontersteuning cao VVT, uit op 7,8% volgens de presentatie.
Hierbij is voor ons niet duidelijk welke data precies is meegenomen en hoe dit percentage tot stand komt. Graag ontvangen wij de bronnen van Transitiepartners waar dit op is gebaseerd. Daarbij geldt ook dat het meenemen van 5 jaar van de gemiddelde verzuimcijfers maakt dat de kostprijs niet aansluit bij de huidige situatie. Dit is volgens de AmvB wel de opdracht die bij de gemeenten ligt. Door het uitrekken van de meegenomen periode blijft de kostprijs gebaseerd op data uit het verleden, en dit is niet de bedoeling. Wij adviseren dan ook om een uitvraag te doen bij de organisaties en hiervan een gewogen gemiddelde van het verzuim mee te nemen in de kostprijs. Of op zijn minst een periode van maximaal 3 jaar mee te nemen op basis van gemiddelde verzuimcijfers in specifiek de huishoudelijke hulp-branche. Onduidelijkheid in gebruik brutolonen en daardoor de uiteindelijke tarieven. Het is lastig dat wat gesteld wordt Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 15. in de presentatie, te duiden. Zo is het bijvoorbeeld niet te achterhalen welke brutolonen er gebruikt worden, en daarmee ook wat bepaalde uitkomsten en percentages precies betekenen.
Zouden jullie kunnen verduidelijken welke brutolonen ten grondslag liggen aan de kostprijsberekening? Door de recente ontwikkelingen (CAO stijging, stijging minimumloon), welke grote impact hebben, is het extra belangrijk hier alert op te zijn. Gebruikte benchmarks. Uit de presentatie is meermaals naar voren gekomen dat er gebruik is gemaakt van Wij zijn ons bewust van het feit dat benchmarks niet enkel en alleen dienen te worden gebruikt bij de benchmarks. Het advies vanuit [aanbieder] is altijd om scherp te blijven op de inzet van benchmarks. Daar waar tariefopbouw. De basis voor de tariefopbouw per product zit in de inkoopdocumenten, een benchmark een mooi algemeen beeld geeft, is het niet één op één vertaalbaar naar specifieke regio’s en productomschrijvingen en aanvullende eisen van de regio zoals toegelicht in de eerste gemeenten. We adviseren dan ook aan de gemeenten om aansluiting te vinden in de specifieke situatie in marktconsultatie. Daaruit volgt dus ook een tariefopbouw en tarief passend bij de gemeente Voorne Centraal Gelderland en om daarbij gebruik te maken van een uitvraag bij aanbieders die actief zijn in de regio. aan Zee. Het klopt dat voor parameters als overhead wel gebruikt wordt gemaakt voor Benchmarks, Dit geeft het meest zuivere beeld van de situatie, wat de kostprijs en de uiteindelijke tarieven het beste doen maar deze kunnen worden onderbouwd.
Daarnaast is gedurende de marktconsultatie ook meermaals laten aansluiten bij de werkelijke situatie. gevraagd en aangegeven dat aanbieders onderbouwd dienen aan te geven waar de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden niet reëel zijn t.o.v. de regio. Met deze input sluit de tariefopbouw nog beter aan bij de regio Centraal Gelderland. Rekenmodel. Zoals hierboven ook benoemd, is het lastig doorkijk te krijgen in de gebuirkte methodiek van De tariefopbouw en uitgangspunten voor de tariefberekening per product zijn gedurende de Transitiepartners. Er wordt gesproken over Benchmarks en modellen, maar onduidelijk blijft welke dit precies presentatie gedeeld. De gemeente en de Transitiepartners willen nu vooral stil staan bij de daarbij zijn. Kan hier meer duidelijkheid in gegeven worden – kan het gebruikte rekenmodel gedeeld worden? Voor behorende uitgangspunten en of die representatief zijn. Aan het eind van het tariefonderzoek krijgt de volledige transparantie graag inclusief een voorbeeldberekening waarin we kunnen nagaan hoe regio een rapportage met daarin alle gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden per product Transitiepartners tot de adviezen voor de tarieven komen. welke de regio met aanbieders kan delen. Wij herkennen de gegeven berekeningen en percentages vanuit andere kostprijsonderzoeken dus hebben Dit is geen vraag, maar een opmerking.
U geeft echter aan dat u zich herkent in de gehanteerde verder geen op- of aanmerkingen. Eventueel kunnen wij een al eerder ingevuld kostprijsonderzoek delen. uitgangspunten en parameterwaarden, daaruit leiden wij af dat u geen verdere vragen heeft. U mag altijd zo vrij zijn om input, informatie rondom de tariefopbouw en kostprijsonderzoeken vertrouwelijk met ons te delen. Ik mail u aangaande de 1e marktconsultatie. Ik heb de bijeenkomst online teruggekeken. Zoals toegelicht wordt ook zeker met deze aanbieders rekening gehouden. Wij begrijpen dat het voor Naast mij zijn er vele andere kleine zorgaanbieders in de regio. kleine aanbieders soms lastiger te volgen is, omdat een tariefopbouw ook vrij technisch kan zijn. Zelf ben ik bestuurslid van de [aanbieder]; dit is een vereniging van ruim [x] kleinere vrijgevestigde kinder- en Daarom vallen wij altijd terug op de inhoud. De inhoud van de zorg bepaalt het tarief, mede vanuit de jeugdpraktijken allen gecontracteerd. inkoopdocumenten en uitgangspunten van de regio, maar ook de input van zorgaanbieders. Indien er Mijn vraag is of u in de presentatie, de uitleg en informatie ook rekening kunt houden met deze doelgroep. onduidelijkheden zijn voor u, dan vernemen wij dat graag. Het is voor mij erg ingewikkeld de marktconsultatie te volgen en deze geluiden hoor ik ook van de andere vrijgevestigde praktijken.
Dit is het signaal wat ik graag even af wilde geven. Verder zouden wij graag zien dat er differentiatie plaatsvindt obv de kenmerken van de geboden TransitiePartners is ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, dienstverlening. Het maakt namelijk nogal uit of begeleiding, behandeling etc wordt verleend vanuit een overhead kan hierbij een rol spelen. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen context waarin ook vastgoed, inventaris etc wordt ingebracht of dat er sprake is van een context waarin alleen te implementeren en het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering. gewerkt wordt met ZZP-ers zonder vastgoed en inventaris. 50% van de functies worden ingeschaald in de maximale trede, terwijl de resterende 50% gelijkmatig wordt Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 17. verdeeld over alle overige treden (sheet 5); [Aanbieder] is een organisatie die zich toelegt op de begeleiding van cliënten met complexe problematiek. Wij zijn ervan overtuigd dat goede begeleiding van deze doelgroep goed geschoolde en ervaren begeleiders vereist.
[Aanbieder] ondervindt ook de uitdagingen van een krappe arbeidsmarkt; het vinden van geschikt personeel wordt steeds moeilijker en het in dienst nemen van medewerkers met een hogere trede wordt steeds gebruikelijker; Met uitzondering van VVT HO en FWG 25 wordt er in de productiviteit van de Wmo rekening gehouden met 60 Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 28. uur reistijd op jaarbasis. (sheet 10);Op basis van uw berekening van 60 uur reistijd op jaarbasis, gedeeld door 48 werkweken, is dat 1,25 uur reistijd per week; Onze ervaring is dat dit niet haalbaar is. Een fulltime begeleider maakt in een reguliere werkweek 12-15 reisbewegingen (met uitzondering van woon-werk verkeer). Dat betekent dat de begeleider tussen de 4 en de 6 minuten reistijd per reisbeweging heeft. Wij vinden oprecht dat dit heel erg weinig is;
In de opbouw is rekening gehouden met 40% van de begeleiders in GGZ FWG 45 en 20 % van de begeleiders in GGZ FWG 50 (sheet 15); Voor onze organisatie geldt dat alle begeleiders in GGZ FWG 50 ingedeeld zijn; Op basis van de berekening van Begeleiding basis zijn wij uitgesloten om dit product te kunnen leveren;
De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. Indien een aanbieder een hogere functiemix inzet dan door de regio opgenomen in de productbeschrijvingen en specifieke eisen, is dit een keuze van de aanbieder. De aanbieder is echter dan niet uitgesloten van het leveren van dit product.
No-shows worden opgenomen in de berekening van groepsbegeleiding (sheet 16), wij bepleiten krachtig voor de noodzaak om deze ook op te nemen in de specialistische begeleiding. Wij mogen no-shows niet declareren en worden frequent met dit issue geconfronteerd (sheet 15). Als eerste de te verwachten Cao van jeugdzorg 2024. Momenteel is het loonbod van de werkgevers van 6.7% afgeslagen, en vraagt o.a de FNV 10%. Uiteraard lastig te voorspellen wat het dan gaat worden maar deze 6.7% ligt al substantieel boven het genoemde cijfer in het onderzoek.
Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 31.
98
Productiviteit Jeugd begeleiding, begeleiding basis en begeleiding specialistisch. Dit [productivteit en functiemixen] impliceert dat er bij het advies voor tariefopbouw bij begeleiding basis gekeken wordt naar GHZ FGW 35 en 40. En bij specialistisch naar Jeugdzorg schaal 8 en 9. En dat de tarieven er straks op gericht worden dat organisaties uit hun kosten kunnen komen als begeleiders in deze schalen vallen. In de sheet over de productiviteit over begeleiding jeugd worden ook een aantal andere, een stuk hogere schalen genoemd. Tot en met FGW 70 en jeugdwet schaal 12. Het verschil tussen bijvoorbeeld GHZ FGW 35 en 70 of Jeugdwet schaal 7 en 12 is aanzienlijk. Dat brengt mij tot de volgende vragen, waarbij het natuurlijk kan dat ik dingen verkeerd heb begrepen: Klopt het dat het voorstel voor de tarieven alleen op de laagste schalen wordt gebaseerd? (Zoals in bovenstaande afbeelding).
Op de latere sheets in de marktconsultatie is aangegeven per product welke FWG's en schalen is gehanteerd per product met de daarbijbehorende productiviteit zoals deze op de eerdere sheets is toegelicht en opgebouwd. Er wordt dus niet enkel met de laagste schalen gerekend zoals u in uw vraag stelt, maar dit verschilt per product. De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product.
99
Waarom worden er bij het overzicht van de productiviteit wel de hogere schalen genoemd, maar deze niet mee Deze hogere schalen worden dan gehanteerd voor andere producten, bijvoorbeeld de genomen in de weging? (bijvoorbeeld 50% GHZ FWG 35, 50% GHZ FWG 40 uit de presentatie). behandelproducten. Hoe wordt er van organisaties verwacht dat ze mensen uit een hogere schaal kunnen betalen als de tarieven De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, alleen op de laagste schalen worden gebaseerd? dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. Binnen J&O is er destijds door de inkoop voor gekozen om de opleidingsniveaus te koppelen aan de De regio heeft niet het uitgangspunt dat een hoger opleidingsniveau ook een behandeling van hogere zorgzwaartes. kwaliteit betreft. De regio hanteert het uitgangspunt dat ook bij behandeling waar een lager Dit impliceert dat behandelingen uitgevoerd door een hoger opleidingsniveau van hogere kwaliteit zijn dan opleidingsniveau is opgenomen in de functie-eisen een hoge kwaliteit wordt verwacht. De zorgvraag behandelingen uitgevoerd door een lager opleidingsniveau. dient leidend te zijn en hier dit de juiste kwaliteit voor geboden te worden.
De verschillende disciplines die er zijn binnen behandeling brengen verschillenden ingangen met zich mee om De productbeschrijvingen, specifieke eisen en inkoopdocumenten zoals deze momenteel geldig zijn, behandelingen uit te voeren. Om een voorbeeld te noemen, cliënten waarbij praten bv niet de ingang is of juist dienen als basis voor de tariefopbouw per product. De gehanteerde functiemix per product komt het ervaringsgericht werken essentieel is, zijn de vaktherapeuten de aangewezen behandelaren en niet bv de voort vanuit de functie-eisen die de regio stelt per product. GZ-psychologen of een psychiater. Iedere discipline heeft zijn eigen kwaliteiten en eigen ingang, zijn eigen waardevolle bril. Een ander voorbeeld, in een multiddiscplinair overleg binnen een GGZ-instelling geeft ieder zijn visie. Het is (gelukkig) niet mijn ervaring dat wanneer een basispsycholoog of vaktherapeut zijn mening geeft binnen een dergelijk overleg dat deze als minder waardig wordt beschouwd dan die van een GZ'er of psychiater. Gelukkig maar, vervelende vergaderingen zouden dat worden. Maar wel vreemd dat er op een ander niveau als het om financiën is dit onderscheid specifiek wordt gemaakt en flink ook in tarief. Er wordt voorbij gegaan aan het voeren van deze discussie.
Wat is daarvan de reden? Overheadkosten: Binnen de huidige J&O tarieven zijn als ik het goed heb geen overhead kosten verrekend, TransitiePartners is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de huidige tarieven. De regio alleen de instellingen zouden overheadkosten hebben is de veronderstelling. geeft echter aan dat in de huidige tarieven J&O ook overheadkosten zijn verrekend. Uiteraard heeft iedere zorgaanbieder zijn overhead. Om iets te noemen, deze verschillen per praktijk en Het klopt dat iedere aanbieder andere overheadkosten heeft. De AMvB reële prijs schrijft ook voor dat discipline: een praktijkruimte aan huis, een gymzaal moeten huren voor de PMT, een grote instelling hebben, waarden gehanteerd dienen te worden voor een gemiddeld efficiënt opererende aanbieder. Hiermee verschilenl in kosten voor opleiding en herregistratie. Tegelijkertijd gaat overhead ook om eigen keuzes die worden deze negatieve patronen tegengegaan. Wij hanteren hierbij de benchmark van Berenschot gemaakt worden. Zo zijn er zorgaanbieders die zich vestigen in behoorlijk dure panden. Daarnaast kunnen waarvoor zowel grote als kleine aanbieders leveren. De aanbieders krijgen gedurende de organisaties een groot verloop van personeel of structuur ziekteverzuim kennen wanneer het systeem niet marktconsultaties en NvA's ook tijd om hierop te reageren indien dit niet reëel zou zijn.
gezond wordt georganiseerd. Houdt het vergoeden van deze overhead negatieve patronen niet ongewild in stand? Directe/indirecte tijd: Ik weet niet of dit onderdeel hierbij thuis hoort, toch laat ik me hier graag even over uit. Voor de behandelproducten individueel geldt dat de indirecte tijd declarabel is. Voor de overige De aanname dat de indirecte tijd - bij product A en B- zo laag mogelijk moet zijn, vind ik ontoelaatbaar. In mijn producten is de indirect cliëntgebonden tijd verdisconteerd in het tarief. De basis hiervoor zijn ogen worden deze zorgaanbieders niet serieus genomen in het indirecte werk wat ook hun behandelingen uitgangspunten van de regio, maar ook benchmarks vanuit andere regio's en gemeenten en andere vraagt, zoals contacten met scholen, fatsoenlijke verslaglegging, overleg met collega's. Hier strak een lijn op landelijke onderzoeken. Uiteraard is het wel verklaarbaar dat het uitgangspunt van de regio is dat er voeren doet afbreuk aan kwaliteit, maar deze wordt wel verwacht geleverd te worden efficiënt gewerkt wordt door de aanbieders en de medewerkers van de aanbieders.