CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-11-09.14 Relevant stuk 2, toelichting, regels en bijlagen

Gemeenteraadsvergadering 9 november 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Heteren, Muskushouwsestraat 1"29.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. Effect georiënteerde aanpak Om te anticiperen op de maatschappelijke en politieke wens om ook effecten van ongevallen bij besluitvorming te betrekken, is een effectgerichte lijn ontwikkeld. De effectgerichte lijn bij LNG-tankstations richt de aandacht op de beperking van het aantal slachtoffers binnen de effectafstand, uitgaande van het meest risicorelevante ongevalsscenario. Het meest risicorelevante scenario is het falen van een losslang bij verlading van een tankwagen. 5.7.4

Beoordeling externe veiligheid

Het bestemmingsplan staat de vestiging van een LNG tankstation toe. Dit LNG tankstation wordt gerealiseerd aan de Muskushouwsestraat 1 te Heteren. Onderstaand de beoordeling externe veiligheid van het LNG tankstation. Verder op in deze paragraaf worden eveneens de aanwezige overige risicobronnen in de omgeving beschouwd die mogelijk beperkend kunnen zijn voor deze ontwikkeling. 5.7.4.1 Beoordeling externe veiligheid LNG tankstation Plaatsgebonden risico Uit de verkregen risicoberekening 'Risicoanalyse/ LNG tankstation Heteren', d.d. 4 december 2019 opgesteld door AVIV te Enschedé blijkt dat de 10-6 risicocontour een reikwijdte heeft van ca. 45 meter (rapport van 4 december 2019, project 193942 Bijlage 4). Deze contour is alleen gelegen over de naastgelegen autowasstraat aan de Muskushouwsestraat 1a te Heteren (zie figuur 8).

Figuur 8: Ligging 10-6 risicocontour (zie rode lijn) van het LNG tankstation. Conform Bevi betreft de autowasstraat een beperkt kwetsbaar object. Voor dergelijke objecten geldt de 10-6 risicocontour als richtwaarde en is gemotiveerd afwijken mogelijk. Omdat het een autowasstraat betreft waar weinig personen verblijven, de verblijfsduur beperkt is en dit logischerwijs als aanvullende functie naast een tankstation is gesitueerd, acht de gemeente afwijking van de richtwaarde acceptabel.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 Ter volledigheid het tankstation met bijbehorend Subway restaurant maken onderdeel uit van de inrichting (zie Bijlage 5). Hierdoor is toetsing van dit object niet nodig. Bij externe veiligheid beoordeelt de Omgevingsdienst Regio Arnhem alleen wat de risico's voor de omgeving zijn. Ten aanzien van het huidige bestemmingsplan “Bedrijventerrein Heteren” (onherroepelijk 4 februari 2014) staat dit zowel geprojecteerd kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten toe binnen de 10-6 risicocontour. Conform het beleid externe veiligheid zijn geprojecteerd kwetsbare objecten niet toegestaan binnen de 10-6 risicocontour. In het bestemmingsplan is hiervoor een veiligheidszone opgenomen ter grootte van de effectafstand (50 meter rondom LNG vulpunt) waarin nieuwe kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten worden uitgesloten. De 10-6 risicocontour is hier volledig binnen gelegen. Hiermee wordt voldaan aan het beleid voor externe veiligheid. Groepsrisico De gemeente Overbetuwe is op grond van het Bevi artikel 13 verplicht voor de komst van het LNG tankstation het groepsrisico te verantwoorden. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de motivatieonderdelen H en I heeft de Veiligheidsregio adviesrecht.

Voor de verantwoording groepsrisico is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) van 27 augustus 2020 (kenmerk: 200827-0018, Bijlage 6), de rapportage 'Risicoanalyse/ LNG tankstation' van AVIV d.d. 4 december 2019 (Bijlage 4) en de notitie 'Voorbereiding verantwoording groepsrisico LNG-tankstation Heteren' van AVIV (rapport van 7 juli 2020, Bijlage 7). In overeenstemming met het Bevi artikel 13 worden in de motivering (verantwoording) van het betrokken besluit de volgende gegevens (A tot en met I) opgenomen: A. Aanwezige dichtheid personen invloedsgebied In paragraaf 3.2 van de rapportage 'Risicoanalyse / LNG tankstation Heteren' is aangegeven hoe de dichtheid van personen is bepaald met een aanvulling voor een nog niet in het BAG opgenomen gebied. Totaal zijn overdag maximaal 3066 aanwezigen in het invloedsgebied. In de nacht zijn 673 aanwezigen binnen het invloedsgebied aanwezig. Hierbij zijn de gebouwen die slechts voor een deel binnen het invloedsgebied liggen volledig meegenomen. Dit is een conservatieve aanname. Door het toestaan van het LNG tankstation bij het bestaande tankstation zal het aantal aanwezigen niet veranderen. B. Hoogte groepsrisico Uit de risicoberekening blijkt dat door de realisatie van het LNG-tankstation een groepsrisico ontstaat.

Uit de risicoberekening blijkt eveneens dat het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt (zie figuur 9). Mogelijk dat het groepsrisico iets lager uitpakt omdat de gebouwen die gedeeltelijk binnen het invloedsgebied liggen volledig zijn meegenomenn. Echter blijft er een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Daarnaast is in de rapportage 'Risicoanalyse/ LNG tankstation' onderzocht in hoeverre venstertijden voor de levering van LNG nog invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico. Uit het onderzoek bleek dat het groepsrisico voor ca. 70% wordt bepaald door de LNG-opslag en niet door de tankauto. Het vastleggen van venstertijden heeft dan ook weinig tot geen invloed op de hoogte van het groepsrisico.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Figuur 9: Weergave van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Overgenomen uit de rapportage 'Risicoanalyse/LNG-tankstation Heteren'. C. Maatregelen tot beperking van het groepsrisico door inrichting houder De initiatiefnemer treft onderstaande maatregelen ter beperking van de risico's. Daarnaast moet de LNG installatie voldoen aan de Best Beschikbare Techniek, vastgelegd in PGS 33-1. 1. Er wordt een 'Emergency Shutdown (ESD)' systeem toegepast. Het doel van dit systeem is dat bij een noodsituatie op het tankstation of tankcontainer tijdens het vullen van de tank het complete systeem binnen of gelijk aan 5 seconden automatisch wordt stilgezet. 2. Bovenvulling wordt toegepast. Hiermee wordt voorkomen dat bij het laden en lossen terugstroming mogelijk is. 3. Verlading vindt plaats door middel van een pomp met een voordruk kleiner dan 3,2 barg1. Doordat de pomp blokkeert bij falen van de slang en dit de uitstroom belemmert, veroorzaakt dit een potentieel kleinere uitstroom. D. Maatregelen tot beperking van het groepsrisico in het besluit In het ruimtelijk besluit worden geprojecteerd (beperkt) kwetsbare objecten uitgesloten binnen de effectafstand (50 meter rondom LNG vulpunt). Hierdoor kunnen nabij de risicobron zich geen nieuwe objecten van derden vestigen met een hoge personendichtheid. E.

Voorschriften ter beperking van het groepsrisico in de omgevingsvergunning In de omgevingsvergunning wordt uitgegaan van de best beschikbare techniek (vastgelegd in PGS33-1) en hieraan verbonden voorschriften. F. Voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen De gemeente Overbetuwe heeft beleid ontwikkeld voor externe veiligheid. De gemeente accepteert op bedrijventerreinen een minder streng veiligheidsregime dan in woongebieden. Hierdoor zijn op deze terreinen de komst van risicobronnen onder voorwaarde mogelijk. De vestiging van het LNG tankstation op bedrijventerrein Poort van Midden Gelderland voldoet aan deze voorwaarde. Daarnaast is LNG een opkomende duurzame brandstof. Om hiervoor tankstations te kunnen ontwikkelen moeten afnemers nabij zijn en is locatiekeuze een wezenlijke. De gekozen locatie voor het LNG tankstation voldoet hieraan. Er zijn dan ook geen andere mogelijkheden om deze ontwikkeling te kunnen realiseren. G. De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst Naast de maatregelen genoemd onder C. en D. zijn er in de toekomst geen toekomstige maatregelen te verwachten. H. Mogelijkheden bestrijdbaarheid Uit het advies van VGGM (kenmerk: 200827-0018) blijkt het volgende: 'Volgens de circulaire externe veiligheid LNG-tankstations is het meest risicorelevante ongevalsscenario het falen van de slang van de

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 tankwagen tijdens het lossen gevolgd door een wolkbrand. Een LNG (plas)brand is door de brandweer niet te bestrijden. Vanwege de potentiële escalatie zal het brandweeroptreden zich beperken tot het afschermen van aangestraalde installatieonderdelen'. De VGGM geeft in haar advies aan dat de LNG installatie moet aansluiten bij de voorschriften uit PGS 33-1 en bij de uitwerking van het plan rekening te houden met de bereikbaarheid en bluswatervoorziening(en) en brandpreventieve zaken. Deze zaken zullen betrokken worden bij de verlening van de omgevingsvergunning. I. Mogelijkheden zelfredzaamheid Uit het advies van de VGGM (kenmerk: 200827-0018) blijkt het volgende: 'Het plangebied ligt op een bedrijventerrein in Heteren aan de A50. In de omgeving van het plan liggen bedrijfspanden en o.a. een vestiging van de fastfoodketens Subway (onderdeel tankstation) en McDonalds. Het tankstation vormt daarmee een risico voor de activiteiten die in de omgeving plaatsvinden. Gezien het karakter van de omgeving ligt het in de verwachting dat de aanwezige personen zich zelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. De mogelijkheden voor de hulpverlening worden naar verwachting niet overstegen'.

Ten aanzien van tijdig waarschuwing en informatie, hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS palen) en NL-Alert. Verder is het plangebied in westelijkeen oostelijke richting te ontvluchten via de Muskushouwsestraat en Polderstraat en in zuidelijke richting via Weerbroek en Komkleiland Effectgeoriënteerde aanpak De initiatiefnemer heeft aangegeven te gaan voldoen aan de kleinste effectafstand (50 meter). Hiervoor past de initiatiefnemer de volgende systeem beveiligingen toe op het LNG tankstation: 1. Er wordt een 'Emergency Shutdown (ESD)' systeem toegepast. Het doel van dit systeem is dat bij een noodsituatie op het tankstation of tankcontainer tijdens het vullen van de tank het complete systeem binnen of gelijk aan 5 seconden automatisch wordt stilgezet. Conform de circulaire moet aangetoond worden doormiddel van een testrapport de ESD responstijd daadwerkelijke 5 seconde bedraagt. Hiervoor heeft initiatiefnemer onafhankelijk advies ingewonnen bij het RIVM. Het RIVM heeft geadviseerd de uitgevoerde test als voldoende te beschouwen. 2. Bovenvulling wordt toegepast. Hiermee wordt voorkomen dat bij het laden en lossen terugstroming mogelijk is. 3. Verlading vindt plaats door middel van een pomp met een voordruk kleiner dan 3,2 barg.

Doordat de pomp blokkeert bij falen van de slang en dit de uitstroom belemmert, veroorzaakt dit een potentieel kleinere uitstroom. Uit figuur 8 blijkt dat de effectafstand (licht rood gearceerd vlak) over een drietal objecten is gelegen, waaronder een wasstraat aan de oostzijde en een tweetal objecten gedeeltelijk aan de zuidzijde. Conform Bevi betreffen dit allemaal beperkt kwetsbare objecten. Dergelijk objecten zijn, mits gemotiveerd, toegestaan. Deze motivatie is echter minder zwaar dan bij het toestaan van beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour. De motivatie hiervoor hoeft alleen in te gaan op de beperking van het aantal slachtoffers in geval van een calamiteit. Onderstaand de motivatie: Eén van de objecten betreft een autowasstraat waar weinig personen verblijven; De overige twee objecten zijn maar voor een klein gedeelte gelegen binnen de effectafstand; Rondom het plan zijn er voldoende vluchtroutes aanwezig (zie verantwoording groepsrisico, onderdeel I); Instellen van venstertijden is onderzocht door de initiatiefnemer maar had nauwelijks tot geen invloed op de hoogte van het groepsrisico; Verder zal de gemeente bij de initiatiefnemer erop aandringen dat er gecommuniceerd moet worden over de gevaaraspecten met de gebruikers van objecten gelegen binnen de effectafstand.

Het bestemmingsplan staat geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toe binnen de effectafstand (50 meter rondom LNG vulpunt). Hiermee voldoet het LNG tankstation aan de effectgeoriënteerde aanpak.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

5.7.5

Beoordeling externe veilighied overige risicobronnen

Plaatsgebonden risico Rondom het plangebied zijn de volgende risicobronnen aanwezig: de snelweg A50, A15, de Betuweroute en Kruidvat Retail B.V. Doordat het plan alleen een BEVI inrichting mogelijk maakt kan toetsing van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Risicobronnen worden niet onderling aan elkaar getoetst voor het plaatsgebonden risico (zie Bevi artikel 1 lid 2). Wellicht ten overvloede ligt het plangebied buiten de 10-6 risicocontour van de snelweg A50, A15 en de Betuweroute conform de Regeling basisnet. Het plangebied is eveneens niet gelegen binnen de 10-6 risicocontour van Kruidvat retail B.V. Groepsrisico Ten aanzien van het groepsrisico is het plan alleen gelegen in het invloedsgebied van de snelweg A50, A15, de Betuweroute en Kruidvat Retail B.V. Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Echter doordat het plangebied al bestemd is als bedrijventerrein en al gebruikt wordt als tankstation, neemt het aantal personen niet toe. Hierdoor zal de gevraagde wijziging - wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico - niet zichtbaar zijn. Hierdoor kan een verdere beoordeling van het groepsrisico achtwege blijven. Wellicht ten overvloede de gemeente Overbetuwe heeft geen route gevaarlijke stoffen vastgesteld. Transport van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen is mogelijk.

In en rond het plangebied is enkel bestemmingsverkeer met gevaarlijke stoffen te verwachten. In dit geval Kruidvat Retail B.V., het LNG tankstation en Westfalen Gassen B.V. De aantallen zijn echter beperkt waardoor conform de 'Vuistregels vervoer over de weg' uit de 'Handleiding Risicoanalyse Transport' dit niet kan leiden tot een plaatsgebonden risicocontour 10-6 dan wel een groepsrisico. 5.7.6

Conclusie

Met dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor het bestemmen van een LNG tankstation. Deze ontwikkeling moet getoetst worden aan het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en effectgeoriënteerde aanpak. Plaatsgebonden risico De 10-6 risicocontour is gelegen over een naastgelegen autowasstraat. Conform Bevi betreft dit een beperkt kwetsbaar object. Voor dergelijke objecten geldt de 10-6 risicocontour als richtwaarde en is gemotiveerd afwijken mogelijk. Omdat het een autowasstraat betreft waar weinig personen verblijven en dit logischerwijs als aanvullende functie naast het tankstation is gesitueerd, acht de gemeente afwijking van richtwaarde acceptabel. Verder wordt er in het bestemmingsplan een veiligheidszone opgenomen, van 50 meter rondom het vulpunt. Hierin worden nieuwe kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten uitgesloten. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan de grens- en richtwaarde van het Bevi. Groepsrisico De gemeente Overbetuwe acht de toename van het groepsrisico als gevolg van het ruimtelijk mogelijk maken van een LNG tankstation acceptabel, om de volgende redenen: 1. De initiatiefnemer heeft het toepassen van venstertijden onderzocht voor de levering van LNG op de hoogte van het groepsrisico. Hieruit bleek dit nauwelijks tot geen invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico. De hoogte van het groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde.

2. De realisatie van het LNG tankstation draagt bij aan een duurzaam energiegebruik en is maatschappelijk en economisch belangrijk voor het bedrijf en de gemeente Overbetuwe. 3. De realisatie van een LNG tankstation op Poort van Midden Gelderland past in het beleid externe veiligheid van de gemeente Overbetuwe (vastgesteld op 5 november 2013). 4. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden geeft in haar advies van 27 augustus 2020 (kenmerk: 200827-0018) geen onoverkomelijke bezwaren aan met betrekking tot rampenbestrijding en zelfredzaamheid door oprichting van een LNG tankstation op deze locatie. In de afweging weegt de gemeente Overbetuwe mee dat bij een maatgevend ongevalsscenario de schade in het plangebied, ondanks getroffen maatregelen, aanzienlijk kan zijn. De gemeente Overbetuwe acht dit restrisico acceptabel. Effect georiënteerde aanpak 30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 Voor het LNG-tankstation geldt een effectafstand van 50 meter. Hierbinnen zijn drie beperkt kwetsbare objecten gelegen. Dit kan mits gemotiveerd toegestaan worden. De gemeente acht dit acceptabel, omdat er voldoende vluchtroutes zijn, de gemeente erbij de initiatiefnemer op aandringt dat gecommuniceerd moet worden met de omgeving over de gevaaraspecten en het bestemmingsplan geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt binnen de effectafstand.

5.8

Waterparagraaf

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. 5.8.1

Rijksbeleid

Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.8.2

Provinciaal beleid

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m³/jaar.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. 5.8.3

Beleid Waterschap Rivierenland

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld. Het waterbeheerprogramma richt zich op het veilig houden van het rivierengebied tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Het plan is ingegaan op 22 december 2015 en heeft een looptijd van zes jaar. Waterschap Rivierenland speelt bij het waterbeheer in op veranderingen in de omgeving zoals klimaatverandering. De doelen richten zich op de lange termijn. Zo moeten bijvoorbeeld de dijken in 2050 voldoen aan de nieuwe veiligheidsnormen en de waterkwaliteit moet in 2027 aansluiten bij de doelen uit de Kaderrichtlijn Water. Hogere overheden als het rijk, de provincies en de Europese Unie hebben deze doelen voor het waterbeheer bepaald. Waterschappen hebben ook gezamenlijke doelen afgesproken, onder andere in het Bestuursakkoord Water en het Klimaatakkoord. Waterschap Rivierenland trekt in het Waterbeheerprogramma 2016-2021 de lijn door van het vorige waterbeheerplan. De koers wordt niet gewijzigd, maar het werk wordt gecontinueerd. De doelen voor de lange termijn blijven het uitgangspunt. Om de inhoudelijke ambities te realiseren, wordt geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen en worden strategische allianties aangegaan.

Het accent ligt in de periode 2016-2021 onder meer op: gebiedsgericht werken; waterbewustzijn; innovatie. Waterveiligheid Het beschermen van het rivierengebied tegen overstromingen is de hoogte prioriteit van dit programma. Veel rivierdijken zijn momenteel niet veilig genoeg op basis van de veiligheidsnormen. Overheden werken hard aan de waterveiligheid met als doel dat men hier veilig kan wonen en werken. Het beleid volgt het principe van 'meerlaagsveiligheid': preventie, ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing. De komende 6 jaar zijn er forse verbeteringen nodig bij zowel onze primaire keringen als de regionale keringen. Het waterschap gaat tot en met 2021 het volgende doen: verbetering van afgekeurde dijken; toepassing van innovatieve dijkverbeteringen; behoud van sterke dijken; deelname aan regionaal programma WaalWeelde; grensoverschrijdende samenwerking. Watersysteem Er zijn diverse maatregelen die wateroverlast moeten voorkomen. Deze maatregelen dragen bij aan een betere waterkwaliteit waardoor men in het hele watersysteem over voldoende en schoon water kan beschikken. Een goed waterpeil en goede grondwatercondities worden bediend door aan- en afvoer van water. Een aandachtspunt hierbij is dat de belangen van de verschillende partijen in het gebied zo goed mogelijk nagestreefd worden.

De ambitie is dat er in 2021 voldoende water van goede kwaliteit beschikbaar is voor stedelijk gebied, bedrijfsleven, landbouw, natuur en recreatie. Waterketen Afvalwater wordt in de waterketen ingezameld, getransporteerd en gezuiverd. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling en het transport tot aan een overnamepunt. Vanuit deze overnamepunten transporteert het waterschap het afvalwater naar de rioolwaterzuivering waar het wordt gezuiverd. Aandachtspunten hierbij zijn het doelmatig en duurzaam zuiveren waarbij een goede samenwerking in de waterketen onontbeerlijk is. Het doel is dat in 2021 zuiveringen efficiënter werken en het gezuiverde afvalwater schoner is. Om dit te bereiken worden energie, grondstoffen en water

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 hergebruikt. Keur Waterschap De keur is regelgeving van het waterschap. Deze regelgeving is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. Wateren Alle wateren binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland, voor zover ze deel uitmaken van het watersysteem, hebben een functie. De wateren zijn van belang voor het functioneren van het watersysteem, maar sommige wateren zijn daarbij belangrijker dan andere. Er wordt onderscheid gemaakt in A-, B- en C-wateren: A-wateren kunnen worden gezien als de 'slagaders' van het watersysteem. Ze hebben zowel een bergende als een aan- en afvoerende functie. Vanwege het waterhuishoudkundige belang van A-wateren worden ze door het waterschap zelf onderhouden. A-wateren hebben daarom een beschermingszone van 4 meter; B-wateren kunnen worden gezien als de 'aders' van het watersysteem. Ook B-wateren hebben een bergende en een aan- en afvoerende functie, maar zijn minder van belang voor het functioneren van het watersysteem in vergelijking met A-wateren. B-wateren worden onderhouden door de eigenaren van de aangrenzende percelen. Het waterschap voert jaarlijks controles uit ('schouw') om de instandhouding van de B-wateren te waarborgen.

B-wateren hebben een beschermingszone van 1 meter; C-wateren kunnen worden gezien als de 'haarvaten' van het watersysteem. Ze hebben alleen een waterbergende functie. C-wateren worden niet geschouwd, maar het waterschap en de eigenaren van de aangrenzende percelen hebben er wel een belang bij dat de wateren in stand worden gehouden. C-wateren hebben geen beschermingszone. De kernzone van een water betreft de zone tussen de 'insteken' van het water. Onder de insteek wordt het punt verstaan waar het maaiveld overgaat in het talud. De beschermingszone wordt gemeten vanuit de insteek. 5.8.4

Waterplan gemeente Overbetuwe

Het gemeentelijke waterplan is in 2008 in samenwerking met het Waterschap Rivierenland opgesteld teneinde inzicht te geven in de relevante wateropgaven voor: Wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; Waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; Grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; Beleving van water, burgers betrekken bij water; Afspraken en taken van waterschap en gemeente. Dit alles met als doel om te streven naar een gezond, veerkrachtig en goed functionerend watersysteem en waterketen in samenhang met de ruimtelijke inrichting. In het waterplan worden de volgende thema's onderscheiden: watersysteem, waterketen, functies van water, waterorganisatie. Ten aanzien van het watersysteem wordt in het waterplan gesteld dat ernaar wordt gestreefd om problemen zoals wateroverlast en een watertekort brongericht aan te pakken. Water wordt zo veel mogelijk vastgehouden daar waar het valt of kwelt (retentiegebieden, verbrede waterlopen). Voor het zoeken naar oplossingen ter voorkoming van wateroverlast wordt de drietrapsstrategie vasthouden bergen - afvoeren gehanteerd. Voor het zoeken naar oplossingen ter voorkoming van watertekorten wordt de drietrapsstrategie vasthouden - bufferen - aanvoeren gehanteerd (brongerichte maatregel).

Wat betreft de waterketen is in het waterplan de visie neergelegd om geen ongezuiverde lozingen in het buitengebied meer plaats te laten vinden. Negatieve beïnvloeding van het watersysteem vanuit de waterketen door riool overstorten en regenwaterlozingen wordt (naast de basisinspanning) alleen verder teruggedrongen als de waterkwaliteit plaatselijk onder de maat is of als functioneel gebruik of de belevingswaarde daar aanleiding voor zijn. Met betrekking tot ruimtelijke plannen is het streven om water mede ordenend te laten zijn. Gemeente en waterschap hebben gezamenlijk afspraken ten aanzien van locatiekeuze en -inrichting vastgelegd. Water krijgt de juiste aandacht bij het inrichten van nieuwe woon- en werkgebieden. Enerzijds om mogelijke (toekomstige) problemen te voorkomen en anderzijds om de leefomgeving en de belevingswaarde te verbeteren. In de bebouwde gebieden draagt het water bij aan een aantrekkelijke en Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 veilige woonomgeving met optimale belevings- en gebruiksmogelijkheden. Water is zichtbaar in de vorm van open water en is functioneel. Nieuwe wijken zijn 'wateraantrekkelijk' ingericht. Ten slotte kan wat betreft de waterorganisatie worden gesteld dat gemeente en waterschap in ieder geval jaarlijks contact hebben op bestuurlijk niveau en frequenter op ambtelijk niveau. Er vindt goede afstemming van activiteiten en taken plaats en er is een goede afstemming en planning voor het onderhoud en beheer van het aanwezige water. 5.8.5

Onderzoek/ beoordeling

Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Waterkwantiteit Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Dit bestemmingsplan voorziet in planologisch opzicht niet in een toename van verhard oppervlak. Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren' mag het plangebied nagenoeg geheel worden bebouwd. Dit wijzigt met voorliggend bestemmingsplan niet. Waterhuishoudkundig gezien is de ontwikkeling dan ook neutraal. Ter plaatse van het bedrijfsperceel is geen oppervlaktewater aanwezig (figuur 10). Wel ligt er ten noorden van het bedrijfsperceel een A-watergang met een beschermingszone van 4 m. Het plan heeft geen gevolgen voor deze watergang. Deze blijft ongewijzigd gehandhaafd.

Figuur 10: Uitsnede Legger Wateren. Plangebied aangeduid met rode cirkel. Watersysteemkwaliteit en ecologie Voor de (nieuwe) bouwwerken wordt gebruik gemaakt van niet-uitloogbare bouwmaterialen (geen zink,

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 lood, koper en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Indien desondanks gebruik wordt gemaakt van uitloogbare materialen, dienen deze te worden voorzien van een coating om uitloging tegen te gaan. Afvalwaterketen en riolering Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. De riolering die in de Muskushouwsestraat aanwezig is betreft een HWA- en een DWA-riool. Het water dat afkomstig is van de terreinverharding in het plangebied, dient op de HWA-riolering te worden aangesloten. Dakwater zou eventueel na goedkeuring van het bevoegd gezag op de watergang ten oosten van het plangebied kunnen worden afgevoerd. Het waterschap Rivierenland is het bevoegd gezag voor deze watergang. Het afvalwater van bijvoorbeeld toilet en keuken dient te worden afgevoerd op het DWA-riool. 5.8.6

Wateradvies

Het voorontwerpbestemmingsplan wordt om advies voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland. De resultaten worden verwerkt, nadat het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is afgerond. Drinkwa terbesch erm in g 5.8.7

Drinkwaterbescherming

Het plangebied is gelegen binnen een intrekgebied grondwater, een boringsvrije zone en koude- en warmteopslag vrije zone. Hiervoor zijn specifieke regels opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland (artikel 3.5, 3.25 t/m 3.32) ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de drinkwaterwinning. Deze regels hebben onder meer betrekking op de aanleg van boorputten (waaronder sonderingen), grond- of funderingswerken en open of gesloten bodemenergiesystemen. Zo zijn bodemenergiesystemen verboden en is het verboden om boorputten op te richten. Tevens is het verboden om grond- of funderingswerkzaamheden uit te voeren op een diepte van 3 meter of meer onder het maaiveld. Deze verboden gelden niet indien wordt voldaan aan bepaalde voorschriften die opgenomen zijn in de verordening. Voorafgaand aan het oprichten van een boorput of het uitvoeren van grond- of funderingswerkzaamheden dieper dan 3 meter dient door degene die de activiteit onderneemt een melding te worden gedaan bij Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. De zorgplicht grondwaterbescherming vraagt aandacht om te voorkomen dat bepaald handelen of juist het nalaten daarvan de kwaliteit van het grondwater aantast.

Omdat bij de uitvoering van werkzaamheden in het plangebied moet worden voldaan aan de regels die opgenomen zijn in de Omgevingsverordening voor boringsvrije zones, KWO-vrije zones en intrekgebieden, is op de verbeelding van het bestemmingsplan de aanduiding 'milieuzone - beschermingsgebied grondwater' opgenomen. In de regels is bepaald dat hier tevens de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland gelden vanwege de ter plaatse aanwezige boringsvrije zone, KWO-vrije zone en het intrekgebied. De aanduiding 'milieuzone - beschermingsgebied grondwater' vervult daarmee een signaleringsfunctie en maakt direct duidelijk dat deze regels uit de verordening ten behoeve van de bescherming van het grondwater in acht genomen moeten worden. De regels die opgenomen zijn In de Omgevingsverordening Gelderland hebben een rechtstreekse werking en deze gelden altijd dus ook los van het bestemmingsplan. 5.8.8

Conclusie

Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen deze planontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

5.9

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Gebiedsbescherming Het plangebied valt buiten de invloedssfeer van de voor de Wet Natuurbescherming aangewezen gebieden. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied (Rijntakken) ligt op circa 1,9 kilometer ten noorden van het plangebied (figuur 11).

Op basis van toetsing van de rekenresultaten van de AERIUS-berekening aan het huidige wettelijk kader wordt geconcludeerd dat voor de activiteiten van het tankstation geen sprake is van meldings- of vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming (in paragraaf 5.9.1 wordt dit aangetoond). Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, mede in relatie tot de bestaande juridisch-planologische mogelijkheden, zijn significante negatieve effecten op dit beschermd natuurgebied uitgesloten.

Figuur 11: Uitsnede Natura2000-gebieden provincie Gelderland. Plangebied aangeduid met rode stip.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

5.9.1

Stikstofdepositie

Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het op circa 1,9 km noordelijk gelegen Natura2000-gebied 'Rijntakken' is een stikstofrelevant habitatrichtlijngebied. In onderhavige situatie is er sprake van uitbreiding van een benzineverkooppunt. Gelet op de afstand zijn significante effecten door de bebouwing onwaarschijnlijk. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen echter niet op voorhand uit te sluiten. In verband hiermee zijn berekeningen van de stikstofdepositie uitgevoerd door Agel Adviseurs te Oosterhout. De memo van 30 maart 2021 is opgenomen in Bijlage 9. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de bouw en het toekomstig gebruik niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in het omliggende Natura 2000-gebied. Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet nodig. De Wet natuurbescherming vormt daarom voor dit bestemmingsplan geen belemmering. 5.9.2

Effect vergunnen activiteiten

Het plangebied is momenteel grotendeels verhard met aan de voorzijde gemaaid gras. Gelet op de inrichting van het plangebied en de omgeving alsmede de aard van de omgeving, kan de aanwezigheid van strikt beschermde soorten in het plangebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt als broed- of foerageergebied voor vogels of vleermuizen. De sloot ten noorden van het plangebied blijft ongewijzigd gehandhaafd. Er vinden voorts geen kap- of snoeiwerkzaamheden plaats van groen. De kans is dan ook nihil dat de voorgenomen activiteit een schadelijk effect heeft op beschermde soorten. Dit in combinatie met voortzetting van het gebruik voor bedrijfsdoeleinden maakt dat hier geen te beschermen ecologische waarden verwacht worden. Om deze reden wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Algemene zorgplicht De Wet natuurbescherming bepaalt dat eenieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Wanneer er toch beschermde soorten worden gevonden, dan zal hiervoor tijdig ontheffing worden aangevraagd.

Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling.

5.10

Archeologie en cultuurhistorie

5.10.1 Archeologie Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een Erfgoedplan en een

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het plangebied heeft hierin een lage archeologische verwachting, zoals aangegeven in figuur 12 (AWV, categorie 6). Onderzoek is nodig bij grondingrepen groter dan 2.500 m² en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Dit erfgoedbeleid is onder meer vertaald in het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren'.

Figuur 12: Uitsnede Archeologische beleidskaart (plangebied zwart omcirkeld). Onderzoek/ beoordeling In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4' conform de Archeologische beleidskaart (figuur 12). Een archeologisch onderzoek is nodig indien er sprake is van het oprichten van een bouwwerk groter dan 2.500 m². De drempelwaarde voor archeologisch onderzoek wordt niet overschreden en daarom zijn er vanuit deze dubbelbestemming geen bezwaren of voorwaarden verbonden aan dit bestemmingsplan. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling. Hiermee is dit bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van archeologie. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het plangebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient aanbeveling om de uitvoerder van toekomstig grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

5.10.2 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staat eenvoudige bebouwing, die geen specifieke waarde heeft. Evenmin worden de cultuurhistorische waarden in en rondom het gebied aangetast. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

5.11

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

5.11.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen, behoudens de gebruikelijke kabels en leidingen voor huisaansluitingen van gas, water, elektra, kabel/telefoon en openbare verlichting geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemene opzet

Inleiding Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan 'Heteren, Muskushouwsestraat 1' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling verantwoord, zowel op basis van het beleid, als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 6.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn.

In dit hoofdstuk zijn onder andere de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. De verbeelding Op de verbeelding zijn de enkelbestemmingen 'Bedrijventerrein' en 'Verkeer' en de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologische verwachting 4' en 'Waterstaat - Waterlopen' opgenomen. Verder is een aantal specifieke aanduidingen opgenomen, alsmede de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - LCNG'.

6.2

Toelichting op regels

Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Qua systematiek is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren'. Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige of gewenste functies). De bestemmingen met bijbehorende regels vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. 6.2.1

Inleidende regels

Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen. Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

6.2.2

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Bedrijventerrein Artikel 3 De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor bedrijven binnen de milieucategorieën 1 tot en met 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Voorts is hier horeca en een tankstation toegestaan. Hiervoor zijn de functieaanduidingen 'specifieke vorm van horeca - restaurant' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - verkooppunt motorbrandstoffen met LCNG' opgenomen. De volgende gebruiksvormen zijn toegestaan: bedrijven genoemd in de als bijlage toegevoegde 'Staat van Bedrijfsactiviteiten B' tot maximaal milieucategorie 3.2; een restaurant; een verkooppunt voor motorbrandstoffen, inclusief LNG en CNG; nutsvoorzieningen; parkeren; geluidswerende voorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; in- en uitritten.

Eén en ander correspondeert grotendeels met de mogelijkheden die het huidige bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren' biedt, met dien verstande dat het LCNG-tankstation expliciet wordt toegestaan. De bouwregels sluiten nagenoeg geheel aan op de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Hiermee wordt voldoende flexibiliteit voor de uiteindelijke uitvoering van het plan behouden. Artikel 4 Verkeer De gronden binnen de bestemming 'Verkeer' zijn bestemd voor wegen en straten en alle daarbij horende voorzieningen ten behoeve van de stroomfunctie (doorgaande weg). Waarde - Archeologische Verwachting 4 Artikel 5 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische Verwachting 4' is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Dit gebied met middelmatige archeologische verwachtingswaarde is bestemd als 'Waarde - Archeologische verwachting 4'. Dit gebied wordt eveneens beschermd door middel van een verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoek bij bouwaanvragen en een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Voor deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht: 1. bij bouwaanvragen vanaf 2.500 m²; 2.

bij uitvoeren van andere werken waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden noodzakelijk is bij roering van de grond vanaf 2.500 m² en op een grotere diepte dan 0,30 meter. Binnen de bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarbij deze dubbelbestemming kan worden verwijderd. Dit kan blijken uit archeologisch onderzoek ter plaatse op basis waarvan inzichten gewijzigd kunnen zijn en het schrappen van deze dubbelbestemming noodzakelijk kan zijn. 6.2.3

Algemene regels

Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Artikel 7 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals extra bouwmogelijkheden voor kelders en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Artikel 8 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels In de 'Algemene aanduidingsregels' zijn zones opgenomen die over verschillende bestemmingen heen liggen. Het betreft 'veiligheidszone - LCNG'. Daarnaast is op de verbeelding en in de regels een veiligheidszone met verbodsbepalingen voor kwetsbare objecten opgenomen. Binnen de aangegeven contour mogen dus geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. Daarnaast ligt het gebied in een beschermingsgebied voor grondwater. Hiervoor is de 'milieuzone beschermingsgebied grondwater' opgenomen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd.

Artikel 11 Overige regels In dit artikel zijn de regels over parkeren opgenomen met verwijzing naar de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Als regel wordt uitgegaan van de maximum parkeernorm. Voorts is in dit artikel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te kunnen afwijken van de parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernota. 6.2.4

Overgangs- en slotregels

Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Overgangsrecht Artikel 12 Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 13 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

6.3

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4. Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. Conclusie Het bestemmingsplan is zodanig opgesteld met toelichting, regels en verbeelding dat handhaving op naleving hiervan goed mogelijk is.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

CEF BIOLNG4EU Het station Heteren is onderdeel van het project BIOLNG4EU dat mede gefinancierd wordt uit het CEF (Connecting Europe Facility) programma van de Europese Commissie. Het CEF programma is het belangrijkste infrastructuurprogramma van de Europese Commissie. In toenemende mate staat dit programma in het teken van duurzame mobiliteit en het reduceren van de CO2 emissies van transport. De introductie van alternatieve brandstoffen en de uitbreiding van de tankinfrastructuur voor deze brandstoffen speelt hierin een cruciale rol. De Europese Commissie richt zich op het realiseren van deze infrastructuur in de nabijheid van 9 internationale TEN-T transportcorridors. Van deze TEN-T corridors lopen er 2 door Gelderland. In het project BIOLNG4EU, dat mede wordt gefinancierd uit het Europese CEF programma, ontwikkelt Rolande de eerste infrastructuur voor Bio-LNG in Nederland en België. Rolande investeert in locaties voor de productie van Bio-LNG en in vier nieuwe tankstations voor Bio-LNG blends. De locatie Heteren is één van de vier (bio-)LNG tankstations die binnen dit project kan worden gerealiseerd. Naast het realiseren van tankinfrastructuur voert Rolande in het project BIOLNG4EU een real life trial uit met 35 trucks die op Bio-LNG blends gaan rijden. De real life trial wordt uitgevoerd in samenwerking met IVECO, VOLVO, SCANIA en 10 transportbedrijven.

Tijdens deze trial wordt waardevolle data verzameld over de performance en kosten van de trucks, de tankstations en de productielocaties. De locatie Heteren is interessant vanwege de nabijheid van grote verladers die interesse hebben in (bio-)LNG en en vanwege de nabijheid tot belangrijke internationale transportcorridors. Kostenverhaal Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, indien er sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) mogelijk gemaakt. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen zijn, is een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro, voordat het bestemmingsplan is vastgesteld. Daarom geldt de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het verhaal van kosten. Dit aspect is daarin op afdoende wijze vastgelegd. Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkelingen te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten.

Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Inleiding

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=4c09c239-4524-402c-a595-7c88f1313d26