CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-11-09.14 Relevant stuk 2, toelichting, regels en bijlagen

Gemeenteraadsvergadering 9 november 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Heteren, Muskushouwsestraat 1"29.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Plan

Heteren, Muskushouwsestraat 1

Bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

Juli 2021

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0285HTRNmuskushst1-VSG1

Heteren, Muskushouwsestraat 1

Datum Juli 2021

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie

8 8

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verantwoording behoefte en locatiekeuze 3.3 Verkeer en parkeren

10 10 11 13

Hoofdstuk4 Beleidskaders 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 18

Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.3 Bodem 5.4 Geluid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Externe veiligheid 5.8 Waterparagraaf 5.9 Flora en fauna 5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.11 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

19 19 19 20 20 22 23 23 31 36 37 39

Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op regels 6.3 Handhaving bestemmingsplan

40 40 40 42

Hoofdstuk7

44

Financiële toelichting

Hoofdstuk8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Vooroverleg 8.3 Inspraak 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep

45 45 45 45 45 45

Regels

47

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

(vastgesteld)

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

47 47 51

3

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Bedrijventerrein Verkeer Waarde - Archeologische verwachting 4

53 53 57 58

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

61 61 61 61 61 62 63

Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

64 64 64

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 2

Akoestischonderzoek industrielawaai

Bijlage 3

Luchtkwaliteitsonderzoek

Bijlage 4

Risicoanalyse LNG-tankstationHeteren

Bijlage 5

Motivatie één inrichting

Bijlage 6

Advies Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden

Bijlage 7

Voorbereiding verantwoording groepsrisico

Bijlage 8

Motivatie ESD systeem

Bijlage 9

Notitie Stikstofdepositie

Bijlagen bij regels Bijlage 1

4

Staat van Bedrijfsactiviteiten B

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het bedrijventerrein 'Poort van Midden Gelderland Zuid' is aan de Muskushouwsestraat 1 in Heteren een tankstation gevestigd dat benzine en diesel verkoopt met een bij dat tankstation behorende shop en Subway-restaurant. Initiatiefnemer wil naast de al genoemde brandstoffen, de verkoop van LNG (Liquefied Natural Gas) en CNG (Compressed Natural Gas) mogelijk maken (hierna: LCNG). Deze soorten gas in vloeibare respectievelijk samengeperste vorm zijn veel schoner dan bijvoorbeeld diesel. Initiatiefnemer werkt aan de realisatie van een groeiend netwerk van LCNG-tankstations in Nederland, waarvan dit initiatief onderdeel uitmaakt. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is deze partiële herziening van het geldende bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in de westrand van het bedrijventerrein 'Poort van Midden Nederland Zuid' aan de Muskushouwsestraat 1 in Heteren (figuur 1). Dit bedrijventerrein is al grotendeels ontwikkeld met verspreid nog wat braakliggende kavels. Op circa 1 kilometer ten noorden van het plangebied ligt de kern Heteren. Ten westen van het plangebied is McDonald's gevestigd aan de Polderstraat 41. Ten oosten ligt een bedrijfsperceel met wasboxen aan de Muskushouwsestraat 1a. Een deel van deze percelen en het naastgelegen perceel Muskushouwsestraat 3, waar een drukkerij is gevestigd, zijn onderdeel van het plangebied. De begrenzing is mede bepaald door de ligging van de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 vanwege de verkoop van LCNG (zie paragraaf 5.7). Hierdoor behoort ook een deel van de percelen Muskushouwsestraat 10-12 en de Muskushouwsestraat zelf tot het plangebied.

Figuur 1: Bestaande situatie en omgeving. Plangebied zwart omlijnd.

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

De begrenzing van het plangebied is in onderstaande luchtfoto met een gele contour weergegeven.

Luchtfoto plangebied en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan

Raadsbesluit

Uitspraak ABRvS

“Bedrijventerrein Heteren"

21 mei 2013

5 februari 2014

"Overbetuwe, Parapluplan Bedrijventerrein"

4 februari 2014

n.v.t.

Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren' Het gehele perceel van het tankstation is bestemd voor 'Bedrijventerrein' met functieaanduidingen 'bedrijf tot en met milieucategorie 3.2' en 'specifieke vorm van horeca - restaurant' (figuur 2). Daarnaast geldt de bestemming 'Verkeer'. Verder zijn op de gronden in dit plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie', 'Waarde - Archeologische verwachting 3' en 'Waterstaat - Waterlopen' van toepassing. Nagenoeg het gehele bedrijfsperceel is voorzien van een bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen beide 12 meter. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren'. De verkoop van LCNG is in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan. De beoogde bebouwing past wel binnen de bouwregels. Het toestaan van LCNG omvat dus alleen een wijziging van de toegestane functies op het perceel. Hierbij dient tevens te worden geregeld dat het aspect externe veiligheid goed wordt geborgd door het vastleggen van de veiligheidscontour en dat er geen kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen die contour. Bestemmingsplan 'Overbetuwe, Parapluplan Bedrijventerreinen' Het bestemmingsplan 'Overbetuwe, Parapluplan Bedrijventerreinen' is een aanvulling op het hiervoor beschreven bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Heteren'. Dit bestemmingsplan blijft van kracht, met dien verstande dat enkele aanvullende en vervangende regels gelden. Het betreft regels met betrekking tot afwijken van de bouwregels binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' (bouwen op de bouwperceelsgrens), strijdig gebruik en de aanduiding 'veiligheidszone - bevi'. Voor het onderhavige initiatief zijn deze regels niet direct van belang. Waar nodig zijn de regels in dit bestemmingsplan doorvertaald.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie. De planbeschrijving van de nieuwe toestand is opgenomen in Hoofdstuk 3. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor de realisatie van het bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de omgevingsaspecten, te weten milieu, waterparagraaf, archeologie en natuur. Hoofdstuk 6 bevat de juridische vertaling. Daaropvolgend wordt de financiële en economische haalbaarheid van het plan aangeduid in Hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid, het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en de uitkomsten van de inspraak.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Bestaande situatie

Het plangebied aan de Muskushouwsestraat 1 betreft een bedrijfskavel op het bedrijventerrein 'Poort van Midden Gelderland Zuid' te Heteren. Binnen het plangebied is een BP-tankstation gevestigd waar benzine en diesel wordt verkocht en een bij dat tankstation behorende shop. Voorts is er een Subway-restaurant met drive-thru aanwezig. De bestaande situatie is weergegeven in figuur 3.

Figuur 3: bestaande situatie. Ten oosten van het plangebied is een carwash en een zetterij/drukkerij aanwezig. Ten westen van het plangebied ligt een vestiging van McDonald's. Direct ten zuiden van de Muskushouwsestraat liggen een bedrijfsverzamelgebouw (Muskushouwsestraat 10) en een groothandel/winkel (Muskushouwsestraat 12).

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Luchtfoto bestaande situatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Huidige situatie plangebied vanaf Muskushouwsestraat (bron Google Earth).

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

Het bestaande tankstation wordt uitgebreid met de verkoop van LNCG. Vanuit planologische en milieutechnische overwegingen wordt deze ontwikkeling toegejuicht, omdat wordt ingespeeld op het verduurzamen van het autopark door duurzame brandstoffen zoals LCNG aan te bieden, waardoor een bijdrage kan worden geleverd aan vermindering van de CO2-uitstoot. In paragraaf 3.2 wordt hierop nader ingegaan. De geplande locatie voor de verkoop van de alternatieve brandstoffen is op het onverharde deel op de voorzijde van het perceel. In het verlengde van de bestaande bebouwing wordt een overkapping met een technische ruimte gerealiseerd. In figuur 4 is de nieuwe situatie opgenomen. Aanzichttekeningen van de bestaande en nieuw situatie zijn opgenomen in figuren 5 en 6.

Figuur 4: Tekening nieuwe situatie.

Figuur 5: Westgevel bestaand (boven) en nieuw (onder).

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Figuur 6: Oostgevel bestaand (boven) en nieuw (onder).

3.2

Verantwoording behoefte en locatiekeuze

In paragraaf 4.1.3 van deze toelichting is beschreven dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op dit bestemmingsplan. Er is immers geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder is er, gelet op de bestaande bestemming (bedrijven tot en met milieucategorie 3.2) slechts sprake van de verkoop van een ander type brandstof. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is een nadere verantwoording van de behoefte aan een LCNG-tankstation in het plangebied echter wel wenselijk. In deze paragraaf wordt daartoe eerst de landelijke vraag- en aanbodstructuur van LCNG-tankstations voor zwaar wegverkeer verkend. Vervolgens wordt ingezoomd op de casus Heteren en worden de regionale vraag- en aanbodstructuur en de locatieaspecten belicht. Hierbij wordt opgemerkt dat het gebruik van de brandstof LCNG relatief nieuw is. Er zijn zodoende nog maar weinig cijfers en data over de marktwerking van LCNG bekend. Aangezien dit een andere markt is dan reguliere brandstoffen worden reguliere tankstations buiten beschouwing gelaten. 3.2.1

Toenemende vraag naar LCNG in Nederland

Diverse overheden stimuleren duurzaam en verantwoord ondernemen en ook bedrijven worden zich steeds meer bewust van het nut en noodzaak hiervan. In het kader van het SER energieakkoord heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2014 het beleidsstuk 'Een duurzame brandstofvisie met LEF' gepubliceerd. De visie geeft op de lange termijn inzicht en houvast bij de verduurzaming van de mobiliteit en een overgang naar meer duurzaam energieverbruik in de transportsector. Om deze SER-doelen te bereiken wordt voor het wegvervoer o.a. ingezet op een meer duurzame en CO2-arme brandstofmix. Onderdeel van deze brandstofmix is dat voor het zware wegverkeer ingezet wordt op de transitie van de vervuilende diesel naar schonere alternatieven waaronder LCNG. Door middel van subsidies en de financiering van onderzoek probeert de Rijksoverheid de transportsector te overtuigen van de diverse voordelen van LCNG. De verwachting is dat het aandeel diesel aangedreven vrachtwagens in Nederland steeds minder zal worden en het aandeel LNG-trucks zal stijgen.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

3.2.2

Vergelijking LCNG en diesel

LCNG heeft een aantal voordelen ten opzichte van reguliere diesel. Ten eerste is het beter voor het milieu, omdat er minder schadelijke stoffen worden uitgestoten. LCNG stoot, afhankelijk van het type voertuig en gebruik, 33% minder CO2 en circa 50% minder Vluchtig Organische Componenten (VOC) uit. Daarbij zijn gasmotoren over het algemeen veel stiller dan dieselmotoren. Zodoende mogen voertuigen op gas onder bepaalde voorwaarden buiten de venstertijden in stadscentra rijden en vraagt een LNG-truck bij aan een betere en prettigere leefomgeving rondom winkels en distributiecentra, omdat er minder geluids- en luchtvervuiling optreedt dan bij dieseltrucks. Eén van de doelstellingen uit de eerder aangehaalde brandstoffenvisie is dat in 2030 ca. 25% van de trekker-oplegger vloot in Nederland op LNG rijdt, hiervan zal een groot deel van de huidige dieseltrucks vervangen. Parallel hieraan stijgt ook de vraag naar LCNG-tankstations voor zwaar wegverkeer. 3.2.3

LCNG-tankstationsin Nederland

In 2014 waren er in totaal zeven LCNG-tankstations in Nederland, dit aantal is inmiddels uitgegroeid naar 25 verspreid over het land. Er staan in de nabije toekomst nog meer tankstations op de planning, waaronder het beoogde planinitiatief. Uit een globale aanbodanalyse blijkt dat deze stations gevestigd zijn in en rondom industrie/distributieterreinen. De verwachting is dat het aantal tankstations parallel aan het groeiend aantal LNG-trucks zal uitgroeien naar circa 100 in 2030 (bron: Nationaal LNG platform, op basis Ministerie van Infrastructuur en Milieu 'Een duurzame brandstofvisie met LEF', 2014). Het aantal LCNG-Tankstations zal dus vervijfvoudigen in een relatief korte tijd (figuur 7). Resumerend duidt dit op een sterk groeiende vraag naar LNG. Het beoogd planinitiatief levert hieraan een bijdrage.

Figuur 7: LNG-tankstations in Nederland. Bron: Nationaal platform LNG, beeld (2020).

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

3.2.4

Planinitiatief, klantenbestand en ontwikkeling van dekkend netwerk LCNG-tankstations

De initiatiefnemer wil om aan de toenemende vraag naar LNG te voorzien door een dekkend netwerk van LCNG-tankstations in Nederland realiseren. De locatie aan de Muskushouwsestraat te Heteren is gekozen vanwege de centrale ligging, direct gelegen aan de autosnelweg A50 en in de omgeving van de A15 richting Rotterdam en de A12 richting Arnhem en Duitsland. Daarbij kent de stedelijke regio Arnhem/Nijmegen een groot aantal distributie- en overslagterreinen. Hierdoor zal het tankstation doorgaand LNG-verkeer kunnen bedienen. Voorts is voor deze locatie gekozen vanwege de ligging in de directe nabijheid van het recent gerealiseerde distributiecentrum van Kruidvat en enkele andere transporteurs en distributeurs gevestigd op het bedrijventerrein. Het merendeel van de klanten van het te realiseren tankstation zal bestaan uit deze gevestigde bedrijven. In de opstartjaren zal het gaan om een klein aantal voertuigen van circa 80 vrachtwagens per dag. De Kruidvat transporteurs hebben reeds bij initiatiefnemer aangegeven te willen overstappen op LNG, zodra er een goede tankmogelijkheid in de directe nabijheid van het distributiecentrum beschikbaar is. Op grond van deze aangeleverde informatie mag verondersteld worden dat het beoogde initiatief deels zijn eigen markt creëert.

Op dit moment moet er voor LNG worden uitgeweken naar Duiven (35 kilometer), Geldermalsen (45 kilometer) of Veghel (50 kilometer). Het aantal passanten zal gaandeweg toenemen, maar het merendeel van het klantenbestand zal afkomstig blijven zijn van het industrieterrein zelf. Zodoende voorziet het tankstation vooral in de behoefte van het groeiende LNG-wagenpark van het industrieterrein en heeft het tankstation een 'eigen verzorgingsgebied'. 3.2.5

Conclusie

Het planinitiatief voorziet in een actuele behoefte. Zowel landelijk als in de regio zal de vraag naar LNG als brandstof toenemen en het beoogd initiatief voorziet hierin. De locatiekeuze voor Heteren is gebaseerd op enerzijds de goede bereikbaarheid aan de autosnelweg en anderzijds omdat het tankstation het 'eigen' industrieterrein zal bedienen, in het bijzonder de voertuigen van Kruidvat en haar transporteurs. De vestiging wordt passend geacht in relatie tot de aanwezige functies.

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer De gemeente Overbetuwe heeft in 2018 een onderzoek laten uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de ontsluiting van de Poort van Midden-Gelderland Zuid. Uit het eindrapport "Onderzoek toekomstbestendigheid verkeersontsluting bedrijventerrein Poort van Midden-Gelderland Zuid" van 9 maart 2018 is gebleken dat het verkeer in de huidige situatie (2017) en de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen waaronder de realisatie van een LNG-station op korte termijn aan kon. Of, waar en met welk toekomstig gebruik er een LNG-station wordt gerealiseerd beïnvloedt het beeld nauwelijks. De realisatie van een LCNG-tankstation kan een verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. Dit type tankstation is specifiek gericht op vrachtwagens. Met name in de transportsector wordt van Bio-LNG en Bio-CNG gebruik gemaakt. De infrastructuur in de omgeving van het plangebied is berekend op het verwerken van vrachtwagens. Dit is noodzakelijk voor een goed functioneren van het bedrijventerrein. De Muskushouwsestraat is ingericht als een brede en overzichtelijke weg, die deze verkeersbewegingen kan verwerken. Verkeer zal in hoofdzaak vanaf de afrit van de A50 via de Cora Baltussen-allee en Polderstraat naar het plangebied aan de Muskushouwsestraat rijden en het tankstation in noordwestelijke richting via deze straat weer verlaten.

Het terrein wordt zo ingericht dat er een voldoende brede in- en uitrit aanwezig blijft en er voldoende manoeuvreerruimte voor de vrachtwagens aanwezig is. Parkeren Het parkeerbeleid van de gemeente Overbetuwe is vastgelegd in de Nota parkeernormen 2016. Het plangebied behoort tot het gebied 'rest bebouwde kom'. Voor een LCNG-tankstation is, gezien de specifieke gebruiksvorm, geen specifieke norm opgenomen in de nota. Parkeren van vrachtwagens bij het tankstation wordt niet beoogd; het tankstation is niet bedoeld om vrachtauto's, anders dan kortstondig gedurende de tankbeurt, te parkeren. Er zijn dan ook geen vrachtwagenparkeerplaatsen

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 benodigd. Op het perceel zijn aan de noordwest- en de noordoostkant al parkeerplaatsen aanwezig voor personenauto's.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 4

Beleidskaders

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen, laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan.

Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Conclusie Het voorgenomen initiatief heeft gezien de aard en omvang van de ontwikkeling geen relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau (nationale belangen). Geconstateerd wordt, dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Wel wordt gesteld, dat het project een bijdrage levert in het streven naar het gebruik van duurzame energie en met name alternatieve brandstoffen. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2011)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit (eerste tranche) is vastgesteld op 22 augustus 2011 en is op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Conclusie Omdat het initiatief geen relatie met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid heeft en hiermee dan ook

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 niet conflicteert, heeft het Barro geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 oktober 2012 opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en stelt eisen aan bestemmingsplannen met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder voor duurzame verstedelijking heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering op regionaal niveau te voorkomen. Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd met als doel om de Ladder te vereenvoudigen en de onderzoekslasten te verminderen waarbij de effectiviteit van het instrument behouden blijft. Met deze wijzigingen is niet beoogd het doel van de regeling te wijzigen. De nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking bevat geen treden meer. Artikel 3.1.6 tweede lid van het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening bepaalt, dat de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, als het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Eerst wordt beoordeeld of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan voorziet in het toestaan van de verkoop van LCNG.

De bijbehorende bebouwing past al binnen het huidige bestemmingsplan. Er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Daarmee is er alleen sprake van een functiewijziging. In haar uitspraak van 6 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:915) oordeelt de ABRvS dat een bestemmingsplan dat voorziet in een functiewijziging niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de aard van de functies waarin het huidige plan ten opzichte van het voorheen geldende plan voorziet weliswaar verschilt, maar dat de omvang van hetgeen binnen de nieuwe functies wordt mogelijk gemaakt, relatief gering is. In feite gaat het niet om een functiewijziging, maar om de verkoop van een nieuwe soort brandstof. Het plan wordt op grond van bovenstaande niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Er hoeft niet te worden getoetst aan Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.2 is in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de hand van de Ladder voor duurzame verstedelijking wel ingegaan op de behoefte en de locatiekeuze.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

Provinciale Staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.

Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen regels, die voor dit bestemmingsplan direct van belang zijn. Het plan is ook te kleinschalig van omvang om een wezenlijke bijdrage aan de provinciale ambities uit de Omgevingsvisie bij te dragen. Op het aspect van een goede woon- en leefomgeving voor de planontwikkeling wordt in deze toelichting nader ingegaan (met name Hoofdstuk 5). Toetsing planinitiatief Onderhavig plan is niet strijdig met de provinciale omgevingsvisie. Het plan betreft een uitbreiding van een tankstation met LCNG-brandstof binnen bestaand stedelijk gebied. Wat betreft locaties binnen bestaand stedelijk gebied geven de omgevingsvisie en –verordening veel beleidsruimte. Verder strookt het plan met de in de Omgevingsvisie geformuleerde ambities om over te stappen naar alternatieve, duurzame brandstoffen. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie.

Het realiseren van een duurzaam netwerk tankstations met alternatieve (duurzame) brandstoffen draagt bij aan deze doelstelling en past binnen de ambities energietransitie en bereikbaarheid van de provincie en haar partners om te komen tot innovatie en tot een bereikbare en verbonden regio. Tevens past dit in de maatschappelijke ambities van de samenwerkende partijen, omdat een uitbreiding van het tankstation met alternatieve duurzame brandstoffen voor vrachtwagens mogelijk wordt gemaakt. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van 19 december 2018. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

Toetsing planinitiatief Het plangebied maakt onderdeel uit van een bestaand bedrijventerrein als bedoeld in artikel 2.10 van de Omgevingsverordening (nieuw bedrijventerrein en uitbreiding van bestaand bedrijventerrein). Er is alleen sprake van een uitbreiding van een bestaand tankstation met verkoop van LNG-brandstof voor vrachtwagens. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als genoemd in de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 4.1.3). De behoefte is aangetoond in paragraaf 3.2. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040

Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.

Bedrijventerreinen Bij verschillende kernen liggen aantrekkelijke bedrijventerreinen, direct gelegen aan en bereikbaar via de snelwegen, waaronder de Poort van Midden Gelderland aan de A50. Er bestaat een grote diversiteit aan regionale en lokale bedrijventerreinen, voornamelijk gericht op het MKB (midden- en kleinbedrijf). De variëteit uit zich in de verschillende karakteristieken, afhankelijk van grootte en leeftijd. Soms klein en lokaal, zoals St. Walburg bij Zetten. Soms groot en regionaal, zoals Park15 gelegen bij Knoop 38 als hotspot aan de logistieke corridor langs belangrijke infrastructuur van snelweg en Betuweroute. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd.

De volgende opgaven zijn relevant voor dit planinitiatief. Innovatieruimte voor ondernemerschap In Overbetuwe is ondernemerschap erg belangrijk. Op bedrijfsterreinen waar de werkfunctie domineert. Dit belang vraagt om goed om te gaan met veranderingen. Bijvoorbeeld economische en technologische ontwikkelingen noodzaken hiertoe. Ondernemers hebben steeds vaker te maken met verandering die ook steeds sneller gaat. De gemeente omarmt flexibel en innovatief ondernemen en hecht daarom belang aan het generen van ruimte voor toekomstgerichtheid en innovatie. Bedrijven moeten immers snel kunnen reageren op de snelle en vele veranderingen. Innovatief handelen is hierbij gewenst. Toetsing planinitiatief Het uitbreiden van een tankstation met alternatieve duurzame brandstoffen voor vrachtwagens speelt in op de innovatieruimte voor ondernemerschap. De ontwikkeling is passend op het bedrijventerrein 'Poort van Midden Gelderland Zuid', dat een regionale functie heeft. De ontwikkeling van overige bedrijven op het bedrijventerrein wordt niet belemmerd. De kwaliteit van het bedrijventerrein blijft daarmee gewaarborgd. Het plangebied is uitstekend bereikbaar en gelegen op korte afstand van de rijksweg A50. Conclusie De omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau, waarop geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau.

De voorgenomen ontwikkeling van het toevoegen van LNG en CNG aan een bestaand benzinestation draagt bij aan de doelstelling tot het streven naar duurzaamheid door het creëren van een duurzaam netwerk van innovatieve brandstofvoorzieningen. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk komen alle relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod die een rol spelen bij deze ruimtelijke ontwikkeling. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van vormvrije m.e.r.-beoordeling, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geurhinder, water, natuur en archeologie, cultuurhistorie en monumenten.

5.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Wettelijk kader Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten, zoals de initiatieven in dit plan, beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Sinds 16 mei 2017 is de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' in werking. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Onderzoek/ beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt een LNG-tankinstallatie toegestaan ter plaatse van een bestaand tankstation op een bedrijventerrein.

Deze activiteit komt niet voor op lijst C van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Een directe m.e.r.-plicht is daarom niet aan de orde. Op grond van categorie 25.2 van Lijst D, is er wel sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht bij een project dat ziet op het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie bestemd voof bovengrondse opslag van aardgas, voor zover de opslagcapaciteit 100.000 m³ of meer is. In dit geval is er sprake van bovengrondse opslag van LNG en is deze categorie dus van toepassing. De opslagcapaciteit is echter slechts maximaal 70 m³ (LNG) en 12 m³ (LIN). De activiteit blijft daarmee ver onder de drempelwaarde. Een directe m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde, er moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Daarom is een aanmeldnotitie opgesteld, die in in bijlage 1 is opgenomen. In de aanmeldnotitie is een beschrijving van de activiteiten gegeven, is ingegaan op de mogelijke milieu-effecten die zich kunnen voordoen en op de afstand tot gevoelige objecten. Voor een beschrijving van deze effecten wordt verwezen naar genoemde bijlage, alsmede de opvolgende paragrafen van dit hoofdstuk van de toelichting. Op basis van de aanmeldnotitie kan worden vastgesteld, dat er geen sprake is van significant nadelige milieu-effecten.

Bij een calamiteit zal er gedurende korte tijd overlast kunnen ontstaan, maar dit betreft kortdurende en niet-onomkeerbare overlast. Door middel van de in het plan opgenomen veiligheidszone van 50 meter rondom het vulpunt, wordt voorkomen dat er kwetsbare en beperkte kwetsbare functies op te korte afstand van het vulpunt worden opgericht. Het doorlopen van een m.e.r.-beoordelingsprocedure wordt daarom niet nodig geacht. Hierover wordt een afzonderlijk besluit genomen voor de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie Zoals uit de Aanmeldingsnotitie volgt zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en is het niet noodzakelijk een m.e.r. uit te voeren in het kader van dit bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

5.3

Bodem

Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling De bodemkwaliteit is vanaf de eerste planontwikkeling in 1990 onderzocht. Destijds was aangetoond dat het gehele plangebied licht verontreinigd was. Deze lichte verontreinigingen staan de ontwikkeling, dan wel de partiële herziening van het bedrijventerrein niet in de weg. In verband hiermede is een actualisatie van het bodemonderzoek achterwege gelaten. Voor de uitbreiding van het tankstation zal in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu een actualiserend bodemonderzoek worden overlegd.

Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het grondstromenbeleid van het bevoegd gezag. Conclusie Er zijn geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige plangebied.

5.4

Geluid

5.4.1

Wegverkeerslawaai

Wettelijk kader Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen (art. 74-75 Wgh). Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op deze bestemmingen. Onder geluidsgevoelige bestemmingen worden verstaan (Art. 1 Wgh): Woningen Onderwijsgebouwen Ziekenhuizen en verpleeghuizen Geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen) Onderzoek/ beoordeling Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van rijksweg A50, provinciale en gemeentelijke wegen. In deze situatie is sprake van bestaande wegen en nieuwe bedrijfsbebouwing. Een uitbreiding van een tankstation valt niet onder de noemer geluidsgevoelige gebouwen, zodat de Wet geluidhinder hierop niet van toepassing is voor wat betreft wegverkeerslawaai ten gevolge van de nabij gelegen wegen. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel wegverkeerslawaai, bestaan er geen beperkingen tegen deze planontwikkelingen.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1

5.4.2

Spoorweglawaai

Wettelijk kader Op 1 juli 2012 is regeling voor hoofdspoorwegen gewijzigd. Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Onderzoek/ beoordeling De planontwikkeling ligt niet binnen de onderzoekzone van een spoorlijn. Er is bovendien geen sprake van een geluidgevoelige bestemming, zodat het Besluit geluidhinder niet van toepassing is voor deze ontwikkeling. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel spoorweglawaai, vormt deze planontwikkeling geen belemmering. 5.4.3

Industrielawaai

Wettelijk kader Industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform artikel 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (artikel 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde in het bestemmingsplan voor realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone voor industrielawaai. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een industrieterrein. De richtafstanden van het tankstation ten opzichte van de nabijgelegen woningen worden in acht genomen, zoals beschreven in paragraaf 5.5. Er vindt geen extra geluidproductie plaats, waardoor geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving (onaanvaardbaar) worden belast. Dit wordt aangetoond in het door Cauberg Huygen te Maastricht uitgevoerde akoestisch onderzoek van 18 mei 2020 met referentie 05304-50174-03, Bijlage 2. Uit de resultaten hiervan kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport).

Op deze locatie is een tankstation van BP gevestigd. Dit tankstation wordt uitgebreid met installaties om LNG/CNG te tanken. Met dit akoestisch onderzoek wordt inzicht gegeven in de geluiduitstraling van de totale inrichting (na verandering) naar de omgeving. Met de aangereikte maximaal representatieve bedrijfssituatie, geluidmetingen bij vergelijkbare inrichtingen en bureau-ervaringscijfers is een akoestisch rekenmodel opgesteld. De geluiduitstraling van de inrichting richting de omgeving is met dit rekenmodel berekend. Uit de rekenresultaten blijkt het volgende: Op 50 meter afstand van de inrichtingsgrens bedraagt het berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ten hoogste 52 dB(A) in de dagperiode, 56 dB(A) in de avondperiode en 52 dB(A) in de nachtperiode. De berekende geluidniveaus voldoen in de avond- en nachtperiode niet aan de ambitiewaarden uit de gemeentelijke geluidnota, maar wel aan de grenswaarden. Tijdens de dagperiode wordt wel voldaan aan de ambitie- en grenswaarden. Op de gevels van de onderzochte woningen bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode ten hoogste 39 dB(A), 42 dB(A) in de avondperiode en 36 dB(A) in de nachtperiode. De berekende geluidniveaus voldoen bij de woningen Polderstraat 20 en 36 in alle perioden aan de ambitiewaarden en derhalve ook aan de grenswaarden.

Ter plaatse van de onderzochte woningen bedraagt het maximaal geluidniveau (LAmax) ten hoogste 58 dB(A) in de dagperiode en 59 dB(A) in de avond- en nachtperiode. De berekende geluidniveaus voldoen hiermee aan de grenswaarden uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Bij de geluidgevoelige bestemmingen is geen sprake van indirecte hinder. De inrichting voldoet aan het BBT-principe. Verdergaande geluidreducerende maatregelen zijn niet realistisch.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van geluidsgevoelige functies. Tevens is er geen sprake van een geluidzoneringsplichtige inrichting. Uit het onderzoek blijkt dat op de meest nabij gelegen woningen kan worden voldaan aan de ambitiewaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aspect geluid is geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.5

Bedrijven en milieuzonering

Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 5.1 vermeld. Tabel 5.1: Richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustig woongebied gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

Onderzoek/ beoordeling Het bedrijventerrein ligt aan ontsluitingswegen nabij rijksweg A50. Het gebied kan worden beschouwd als een gemengd gebied. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de toevoeging van gevoelige functies. Het betreft immers al een bestaand tankstation. Met dit bestemmingsplan wordt ook de verkoop van twee nieuwe brandstoffen (CLNG) mogelijk gemaakt. Dit bedrijfstype, benzinestation met CNG en LNG, is niet in de VNG-brochure opgenomen. Het betreft dan ook een betrekkelijk recente innovatie. Qua geuren geluidhinder kan echter gezien de aard van de functie worden aangesloten bij de hierin opgenomen categorieën benzineservicestations in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 m in gemengd gebied (SBI-code 473). Ten aanzien van de aspecten geur en geluid geldt een richtafstand van 30 meter. Voor het aspect stof geldt een minimale afstand van 0 meter. Binnen deze afstanden bevinden zich geen gevoelige objecten. Voor het aspect gevaar dient een richtafstand van 50 meter te worden aangenomen en/of de berekende 10-6 contour. Dit volgt uit de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations. Het aspect gevaar is dan ook maatgevend. Dit aspect komt in paragraaf 5.7 (externe veiligheid) nader aan de orde. In dit bestemmingsplan is met een gebiedsaanduiding bepaald dat geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd binnen de richtafstand van 50 meter.

De gebiedsaanduiding reikt deels buiten het perceel van het LCNG-tankstation. Binnen deze aanduiding zijn thans geen gevoelige of kwetsbare objecten aanwezig en zijn door de regeling in onderhavig plan ook geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk. Aan de te hanteren richtafstanden ten opzichte van gevoelige objecten wordt voldaan. Hieruit volgt dat er bij de woningen in de omgeving sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de overige bedrijven niet in de bedrijfsvoering worden belemmerd door de omgeving. De shop en het restaurant (Subway) maken deel uit van de inrichting en zijn daarom in het kader van dit plan geen milieugevoelige objecten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor de voorgestane

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 ontwikkeling. Conclusie De planontwikkeling geeft vanuit milieuzonering geen beperkingen voor bestaande milieugevoelige en milieubelastende activiteiten. Het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied kan in voldoende mate worden gegarandeerd.

5.6

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Sinds 15 november 2007 staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Er is geen relevantie als aannemelijk kan worden gemaakt, dat de luchtkwaliteit "niet in betekenende mate" aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de bijlagen bij de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoren woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen of indien dit uit de aard en omvang van het project volgt, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Onderzoek/ beoordeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de vestiging van een LCNG-tankstation op een bedrijventerrein.

Deze of een daarmee direct vergelijkbare ontwikkeling wordt niet genoemd in de Regeling NIBM. De meeste bedrijfsfuncties op een bedrijventerrein, zeker op een meer regionaal georiënteerd bedrijventerrein zoals de Poort van Midden Gelderland Zuid, hebben een verkeersaantrekkende werking. Dit geldt ook voor een LCNG-tankstation dat, gelet op de brandstoffen die worden verkocht, met name vrachtverkeer zal aantrekken. In dat kader heeft DPA Cauberg-Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (rapport van 28 augustus 2017, Bijlage 3). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Met het onderzoek wordt inzicht gegeven in de bijdrage van het totale tankstation (na verandering) aan de luchtkwaliteit in de omgeving. Gerelateerd aan de activiteiten binnen de inrichting is een aantal relevante bronnen van luchtverontreiniging aan te wijzen. Vanwege de voertuigbewegingen van (tank)vrachtwagens, personenwagens en busjes treden verbrandingsemissies naar de lucht op. De emissies ten gevolge van deze voertuigen zijn opgenomen in een model van een rekenprogramma. Concentratiegrenswaarden voor NO2 en fijnstof zijn de meest kritische en daarmee maatgevende parameters voor beoordeling of het aspect luchtkwaliteit een belemmering vormt voor het plan.

Voorliggend onderzoek richt zich vanwege het voornoemde enkel op de emissie en immissie van stikstofoxiden en fijn stof. Uit de berekeningen volgt dat de bijdrage van de activiteiten van het tankstation aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 op beoordelingspunten in de omgeving ruimschoots beneden de grenswaarde van 1,2 µg/m³ van het NIBM-principe ligt. Gelet op bovenstaande bevindingen is het aspect luchtkwaliteit niet belemmerend voor de uitbreiding van het tankstation. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

5.7

Externe veiligheid

5.7.1

Wettelijk kader

Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. 5.7.2

Beleidsvisie externe veiligheid

De gemeente Overbetuwe wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden en draagt als het gaat om externe veiligheid een belangrijke verantwoordelijkheid. De gemeente heeft op 5 november 2013 de Beleidsvisie Externe Veiligheid vastgesteld om invulling aan de beleidsvrijheid in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen bij deze verantwoordelijkheid te geven. Tevens wordt duidelijk gemaakt welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. Onder meer wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting aangaande het groepsrisico (GR) en het plaatsgebonden risico (PR). De Beleidsvisie ziet met name op nieuwe ontwikkelingen. De gemeente streeft naar een beheersbare externe veiligheidssituatie, waarbij: de externe veiligheidsrisico's binnen de gemeente goed in beeld zijn gebracht en ambtenaren en bestuurders zich bewust zijn van de aanwezige risico's; een zorgvuldige afweging plaatsvindt tussen nut en noodzaak van nieuwe ontwikkelingen en hun gevolgen voor externe veiligheid; door middel van beleidsuitvoering en handhaving wordt gezorgd voor de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van bestaande en toekomstige externe veiligheidsrisico's; communicatie met de burger plaatsvindt over de aanwezige risico's en de te volgen gedragsrichtlijn bij een calamiteit. In het beleid zijn generieke uitspraken opgenomen.

Deze zijn uitgewerkt voor de Bevi-inrichtingen per onderscheiden gebiedstype. Het LNG-tankstation is gelegen binnen het gebiedstype Bedrijventerrein waarvoor de volgende relevante uitspraken zijn opgenomen: Bedrijventerreinen o Binnen een PR 10-6 contour zijn nieuwe beperkt kwetsbare objecten, mits gemotiveerd, toegestaan. Dit betekent dat met de richtwaarde voor het PR wordt omgegaan zoals bedoeld in wet- en regelgeving. o Met de oriëntatiewaarde wordt omgegaan zoals bedoeld in wet- en regelgeving. Toename van het groepsrisico, waarbij eventueel de oriëntatiewaarde wordt overschreden, kan gemotiveerd worden toegestaan. Hierbij wordt invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico zoals opgenomen in wet- en regelgeving. o Nieuwvestiging van een Bevi-inrichting die zijn invloedsgebied over woongebieden heeft, is niet toegestaan. Toetsing planinitiatief aan Beleidsvisie externe veiligheid Algemeen (toetsing aan bedrijventerreinen) De PR 10-6 contour geldt als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen worden toegestaan mits dat voldoende is gemotiveerd. Hierover wordt opgemerkt dat in het bestemmingsplan een veiligheidszone is opgenomen ter grootte van de effectafstand (50 meter rondom LNG vulpunt) waarin nieuwe kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten worden uitgesloten.

Deze nieuwe PR 10-6 contour als gevolg van realisatie van het plan komt over een bestaand beperkt kwetsbaar object (autowasstraat) te liggen. Conform weten regelgeving is dit uitsluitend gemotiveerd toegestaan. Deze motivatie is opgenomen in paragrafen 5.7.4, 5.7.5 en 5.7.6. Op deze manier wordt voldaan aan de beleidsuitspraken van de 'Beleidsvisie externe veiligheid'. Er is een risicoberekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico 24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Heteren, Muskushouwsestraat 1 wordt overschreden. Conform wet- en regelgeving kan deze overschrijding gemotiveerd worden toegestaan door het groepsrisico te verantwoorden. Dit is gebeurd in paragrafen paragrafen 5.7.4, 5.7.5 en 5.7.6. Hiermee is invulling gegeven aan de wettelijke verantwoordingsplicht. Op deze manier wordt voldaan aan de beleidsuitspraken van de 'Beleidsvisie externe veiligheid'. De inrichting wordt gerealiseerd op het bedrijventerrein Heteren waarbij het invloedsgebied van deze inrichting niet over woongebieden ligt. Hierdoor voldoet het plan aan deze beleidsuitspraak, zodat dit punt geen verdere bespreking hoeft. Toetsing planinitiatief De gemeente Overbetuwe accepteert op bedrijventerreinen een enigszins minder streng veiligheidsregime dan in woongebieden. Op deze terreinen is de komst van risicobronnen onder voorwaarden mogelijk. De vestiging van het LNG tankstation op het bedrijventerrein Poort van Midden Gelderland voldoet aan deze voorwaarde. Daarnaast is LNG een opkomende duurzame brandstof. Om hiervoor tankstations te kunnen ontwikkelen moeten afnemers nabij zijn en is locatiekeuze een wezenlijke. De gekozen locatie nabij voor het LNG tankstation voldoet hieraan, temeer daar het station is gelegen op een bedrijventerrein met logistieke bedrijven en een op- en afrit van rijksweg A50.

Er zijn dan ook geen andere mogelijkheden om deze ontwikkeling te kunnen realiseren. Verder is in het advies van de Omgevingsdienst Regio Arnhem, zoals verwerkt in de paragrafen 5.7.3, 5.7.4 en 5.7.5 voldoende onderbouwd dat: 1. kan worden afgeweken van de 10-6 risicocontour voor de wasstraat als beperkt kwetsbaar object, omdat in de autowasstraat weinig personen verblijven en dit logischerwijs een aanvullende functie betreft naast het tankstation; 2. er een veiligheidszone in het bestemmingsplan wordt opgenomen van 50 m rondom het vulpunt, waardoor nieuwe kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten worden uitgesloten. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan de grens- en richtwaarde van het Bevi; 3. er voor drie beperkt kwetsbare objecten binnen de effectafstand voldoende vluchtroutes zijn en het bestemmingsplan geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt binnen de effectafstand. 5.7.3

Onderzoek/ beoordeling

Inleiding Aan het op- en overslaan van Liquefied Natural Gas (LNG) zijn risico's verbonden. Deze risico's moeten getoetst worden aan het beleid voor externe veiligheid. Externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van de risico's voor omgeving vanwege de handelingen met gevaarlijke stoffen. Vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de 'Circulaire externe veiligheid LNG tankstations' vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's ten gevolge van deze handelingen. Liquefied Natural Gas (LNG) Oftewel vloeibaar aardgas wordt in verschillende delen van de wereld al langere tijd gebruikt als motorbrandstof. Voor Europa is LNG een opkomend fenomeen. Vanwege de vloeibare vorm heeft LNG een grotere energie-inhoud per liter dan bijvoorbeeld CNG (gecomprimeerd aardgas). Dit maakt LNG uitermate geschikt voor lange afstandsvervoer en is daarom interessant voor de transportsector. De risico's moeten aan drie aspecten worden beoordeeld, te weten plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de effect georiënteerde aanpak. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=4c09c239-4524-402c-a595-7c88f1313d26