21-06-15 Bijlage 1 Reactienota provinciaal inpassingsplan Railterminal Gelderland.pdf
Tekst van het document
16
Met het realiseren van een railterminal beoogt de Provincie ook bij te dragen aan het realiseren van doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. Waar het gebruik van het spoor het vervoer met een vrachtwagen vervangt, kan inderdaad doorgaans een reductie van CO₂-emissie worden bereikt. Voor Overbetuwe ligt de situatie echter anders. De komst van de railterminal zal leiden tot meer aan- en afvoerbewegingen met vrachtwagens en daarmee tot meer luchtemissies. In het kader van de landelijke en zelfs mondiale doelstellingen kan de afweging worden gemaakt om deze lokale effecten te accepteren. Dit laat onverlet dat die lokale effecten wel aandacht verdienen.
De plaatsing van zonnepanelen wordt toegestaan aan de zuidzijde van de grondwallen en komen onder de aangeplante bomen en struiken op de bovenzijde van de grondwal. Deze zuidzijde grenst aan de infrabundel met daarin de Betuweroute en de A15 en het voorziene zonnepark. Daarbij past een grondwal met voorzieningen voor duurzame energie. De panelen zullen niet zichtbaar zijn vanaf het gebied aan de noordzijde van de grondwallen. Indien panelen worden aangebracht op de grondwallen of aan de voet daarvan, is enige invloed van reflecties door de RTG op de geluidsoverdracht in zuidelijke richting niet uit te sluiten. Deze is lastig te kwantificeren vanwege de kleine hellingshoek tussen de panelen en het omliggende maaiveld (<35°); een conservatieve schatting is ≤1 dB(A). Dit is dus beperkt. Daarbij komt dat de RTG in zuidelijke richting een verwaarloosbare bijdrage levert aan de gecumuleerde geluidsbelasting, zodat zelfs deze beperkte invloed van de panelen absoluut niet waarneembaar is. Verder wordt bij de aanleg van de zonnepanelen rekening gehouden met de mogelijk verblinding van de zonnepanelen, zodat de ontsluitingsweg veilig blijft. De railterminal draagt bij aan een reductie van CO2 uitstoot door vervoer per vrachtwagen te vervangen door vervoer per spoor. De provincie is zich bewust van de lokale effecten die optreden door de komst van de RTG.
Om deze reden investeert de provincie Gelderland veel in de landschappelijke inpassing van de terminal door middel van de grondwal en stelt zij extra middelen beschikbaar aan de gemeente Overbetuwe voor het realiseren gebiedsmaatregelen. Daarnaast wil de provincie een duurzame terminal en wordt waar mogelijk de inzet van elektrisch materieel voorgeschreven en wordt de terminal met het concept 'Zeilend binnenkomen' ingericht.
47
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
17
Gemeente Overbetuwe kent ook haar eigen duurzaamheidsambities. Bovendien heeft de gemeenteraad op 24 oktober 2017 Motie 6 aangenomen die een relatie legt tussen de railterminal en duurzaamheid. Deze motie wordt net als andere stukken verondersteld ten grondslag te liggen aan de overeenkomst. In de motie wordt opgeroepen dat de provincie in praktische en financiële zin bijdraagt aan duurzaamheidsprojecten met een relatie tot vervoer. Als voorbeeld is een waterstofstation genoemd waar duurzaam opgewekte energie omgezet en opgeslagen wordt ten behoeve van transport. Daarmee zou een positieve bijdrage worden geleverd aan de lokale duurzaamheidseffecten en de luchtkwaliteit.
De genoemde motie 6 van 24 oktober 2017 maakt geen onder uit van de overeenkomst. Dit laat onverlet dat de provincie net als de gemeente Overbetuwe ambities heeft op het gebied van duurzaamheid. De RTG wordt zoveel mogelijk een duurzame terminal door de inzet van materieel aangedreven op niet fossiele brandstof te stimuleren en/of voor te schrijven. Een belangrijke investering van de provincie Gelderland is het concept 'Zeilend binnenkomen'. Met Zeilend binnenkomen rolt de trein als het ware uit op de terminal. Hierdoor is het niet meer nodig om met diesellocomotieven de treinen de terminal op te trekken. Hiermee worden diverse milieueffecten beperkt. In de onderzoeken is bewust uitgegaan van het worstcase scenario met het gebruik van dieselaangedreven locomotieven.
18
Indiener heeft naast de mogelijkheid tot een zonnepark op de grondwallen langs de ontsluitingsweg, geen verdere initiatieven in het kader van de railterminal gezien die een positieve bijdrage leveren aan de lokale duurzaamheidseffecten. Overbetuwe vraagt de provincie op dit punt alsnog toezeggingen te doen om daarmee de lokale negatieve effecten zoveel mogelijk weg te nemen, dan wel zelfs een positieve bijdrage te leveren Naast het ruimtelijk beslag en de impact op de bereikbaarheid, is geluid een van de belangrijkste omgevingsaspecten bij de aanleg van de RTG. Mede gebaseerd op ervaringen bij andere railterminals bestaat in de omgeving ernstige zorg ten aanzien van geluidsoverlast.
48
ter kennisname
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
19
In de stukken behorende bij het ontwerp inpassingsplan RTG is uitvoerig op het onderwerp geluidsoverlast ingegaan. Er wordt landelijk erkend dat geluidsoverlast als gevolg van weg- en spoorvervoer extra aandacht verdient. In het kader van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) starten Rijkswaterstaat en Prorail vanaf 2020 met het uitvoeren van geluidmaatregelen.
De provincie treft diverse maatregelen om geluidsoverlast te beperken, zoals realisatie van de grondwal, zichtschermen en inzet van materiaal gedreven op niet fossiele brandstoffen vanaf 30.000 laadeenheden. Hiermee worden voldoende organisatorische en technische maatregelen toegepast. In het inpassingsplan is de vergunbaarheid getoetst op basis van een reprensatieve bedrijfssituatie. Hierbij is steeds uitgegaan van de worstcase scenario's op basis van de regels van het inpassingsplan en is bijvoorbeeld nog geen rekening gehouden met het concept "zeilend binnenkomen". Het is niet nodig om Best Beschikbare Technieken (BBT) in een ruimtelijk plan op te nemen. Er volgt uit andere regelgeving dat de Best Beschikbare Techniek moet worden toegepast. Nadere uitwerking van de RTG op het onderdeel geluid vindt plaats in de nog aan te vragen omgevingsvergunning onderdeel milieu.
In de overeenkomst knoop 38 hebben partijen zich gezamenlijk uitgesproken voor het zo veel mogelijk beperken van eventuele nadelige gevolgen van RTG voor de leefbaarheid van de omgeving in de (milieu) omgevingsvergunning binnen de geldende wettelijke kaders. In de onderbouwing is naar onze mening onvoldoende aandacht besteed aan mogelijke technische en organisatorische maatregelen om de geluidsbelasting in de omgeving verder te beperken. In die zin is onvoldoende invulling gegeven aan de beoordeling en borging van de best beschikbare technieken (BBT). Door de beoordeling van het geluid te veel te richten op het voldoen aan wettelijke normen en daarbij te weinig aandacht te besteden aan toepassing van BBT en andere mogelijkheden om de geluidsbelasting in de omgeving te beperken, schiet de onderbouwing tekort.
49
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
20
Het maximale geluidniveau LAmax (RTG + rangeren diesellocomotieven) bedraagt ten hoogste 61 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Dit komt overeen met de bovengrens van 70 dB(A) etmaalwaarde en ligt daarmee 15 dB(A) boven het ambitieniveau. Deze zeer forse overschrijding wordt niet beperkt door de eerder genoemde optionele afscherming. In het akoestisch onderzoek zijn geen aanvullende maatregelen overwogen om de maximale geluidwaarden te reduceren. De provincie stelt zich in de nota op het standpunt dat ondanks deze zeer hoge waarden er nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Tevens wordt door de provincie gesteld dat een maximaal geluidniveau van 70 dB(A) etmaalwaarde toelaatbaar en vergunbaar is.
Uit het "Akoestisch ondezoek RTG", opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, blijkt dat het maximale geluidniveau LAmax bedraagt ten hoogste 61 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Er wordt hiermee inderdaad niet voldaan aan de ambitiewaarden in het gemeenteijk geluidsbeleid van 55 (dag), 50 (avond) en 45 dB(A) (nacht) voor het LAmax. Er wordt wel voldaan aan de bovengrens in het gemeentelijk beleid voor het LAmax van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A). Uit nader onderzoek blijkt dat de hoogte van LAmax met name wordt bepaald door het stapelen van containers op hoogte. Deze geluidsbelasting is niet verder te beperken, het stapelen van containers is een onvoorkoombare bron bij reguliere bedrijfsvoering op een terminal. Ook op basis van jurisprudentie is een etmaalwaarde LAmax van 70 dB(A) aanvaardbaar.
De gemeente Overbetuwe meent dat bij een overschrijding van 15 dB(A) van de ambitiewaarde voor het maximale geluidniveau er niet zonder meer sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er is nagelaten om de mogelijkheden te onderzoeken om die maximale waarden te reduceren. Dit is niet alleen vanuit een goede ruimtelijke ordening vereist, het is ook een afweging die bij het nemen van een hogere waarde besluit aan de orde moet komen. Verder zou het ook invulling geven aan de afspraken tussen de gemeente Overbetuwe en de Provincie om ervoor te zorgen dat er geen in redelijk vermijdbare overlast voor de omgeving optreedt. Nu dit niet gedaan is, kan er ten aanzien van geluid, alleen na aanvullend onderzoek, een goede afweging plaatsvinden.
50
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
21
In het ontwerp inpassingsplan is geconstateerd dat bij het wijzigen van de weg sprake is van een reconstructie in het kader van de Wet geluidhinder. In de toelichting wordt aangegeven dat 'het niet mogelijk is om een geluidreducerende wegdekverharding op het te wijzigen wegvak van de Rijksweg Zuid toe te passen of een doelmatig geluidscherm aan te leggen.' Dit wordt niet nader onderbouwd, zoals de gemeente bijvoorbeeld wel voorschrijft in de nota hogere grenswaarde (juni 2009). Direct betrokkenen hebben inmiddels aangegeven graag in gesprek te gaan over de mogelijkheid van een circa 1,20 m hoog geluidscherm en maatregelen om de lichtoverlast te beperken van vrachtwagens die het kruispunt oprijden
Hogere waarde beleid van de gemeente is niet van toepassing, omdat de provincie het besluit voor de hogere waarde neemt. In het geluidonderzoek "Akoestisch onderzoek RTG" van RoyalHaskoning DHV, opgenomen in de bijlage van de toelichting van het inpassingsplan, is aangegeven dat vanwege wringend verkeer geluidreducerend asfalt niet mogelijk is. In het geluidsrapport is ook uitgewerkt waarom geluidschermen niet doelmatig zijn.
Waar in het MER mogelijke mitigerende maatregelen worden genoemd, bevat het plan geen waarborg dat de provincie maatregelen, zoals bijvoorbeeld geluidswerend asfalt op de delen van de ontsluitingsweg waar dat mogelijk is, daadwerkelijk zal toepassen
In het MER zijn de effecten van de noord, midden en zuidvariant inclusief ontsluitingsalternatieven onderzocht. Bij het aspect geluid wordt als mitigerende maatregel de afweging mee gegeven om op de ontsluitingsalternatieven geluidsreducerende wegdekverharding toe te passen. Geluidsreducerend wegdekverharding is echter te zwak voor draaiend en wringend verkeer. Daarnaast heeft geluidsreducerend wegdekverharding een gering effect door de snelheid van 60 km/pu op de ontsluitingsweg en de naastgelegen grondwal. Om deze redenen is de afweging gemaakt om geluidsreducerend wegdekverharding niet toe te passen als mitigerende maatregel.
22
51
Met de bewoners van Rijksweg Zuid, die wonen nabij het kruispunt met de Reethsestraat, is de provincie reeds in overleg op welke wijze met de aspecten beleving en zicht kan worden omgegaan. Doel is om deze bewoners extra impuls ten aanzien van woon- en leefkwaliteit te kunnen bieden.
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
23
Wij menen dat maatregelen getroffen moeten worden om lichthinder van de ontsluitingsweg en de hogere geluidswaarden te voorkomen. Zonder die maatregelen schieten de ruimtelijke ordening en de onderbouwing van het plan tekort. En daarmee is op dit onderdeel ook de onderbouwing van het ontwerp besluit hogere waarde Wet geluidhinder onvoldoende
24
In het inpassingsplan is geregeld dat vanaf 30.000 laadeenheden gebruikt moeten worden gemaakt van laad- en losvoorzieningen, die niet met fossiele brandstof worden aangedreven (bijvoorbeeld elektrische portaalkranen). In de nota stelt de Provincie terecht dat dit niet uitsluit dat elektrische kranen ook bij minder dan 30.000 laadeenheden kunnen worden ingezet. Omdat niet het hele terrein voor een portaalkraan bereikbaar is, kan er volgens het plan ook boven de 30.000 laadeenheden nog beperkt worden gewerkt met materieel wat is aangedreven door fossiele brandstoffen (bijv. een reachstacker en een empty handler). Dit is beperkt tot het deel van het terrein wat niet door portaalkranen kan worden bereikt. Omdat er inmiddels volledig elektrische reachstackers op de markt beschikbaar zijn en deze als Beste Beschikbare Techniek aangemerkt mogen worden, zijn wij van mening dat deze uitzondering onnodig is, onvoldoende is gemotiveerd en derhalve uit het plan geschrapt dient te worden. In het MER wordt aanbevolen om voor geluid en luchtkwaliteit een meetprogramma op te zetten om de effecten van de railterminal te kunnen monitoren. Wij zijn van mening dat deze waardevolle aanbeveling daadwerkelijk tot uitvoering dient te worden gebracht en in stand dient te worden gehouden na realisatie van de railterminal.
Langs de ontsluitingsweg is geen sprake van hogere geluidswaarden, dat is logisch omdat hier een grondwal ligt en geen woningen staan. Op de Reethsestraat is er zelfs een afname te zien van de geluidbelasting (tot 4 dB) door afname van het verkeer. De hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder betreffen woningen aan het kruispunt Rijksweg zuid. Op deze locatie zijn stil asfalt en geluidschermen niet doelmatig. De verlichting op de ontsluitingsweg, bij de kruispunten en op de toegangsweg naar de RTG, zijn getoetst aan de NSVV Richtlijn Lichthinder. De verlichting aan de ontsluitingsweg voldoet aan de grenswaarden van deze richtlijn. In de regels van het inpassingsplan is opgenomen dat licht naar beneden gericht moet zijn, om lichthinder zoveel mogelijk te beperken. De provincie heeft geïnventariseerd of het mogelijk is om niet door fossiele brandstof aangedreven reachstackers voor te schrijven op de RTG. Dergelijke reachstackers zijn nog in ontwikkeling en nog niet vrijelijk beschikbaar en kwalificeren aldus nog niet als Beste Beschikbare Techniek. In het inpassingsplan wordt daarom uitgegaan van reachstackers aangedreven door fossiele brandstoffen om de worst case te kunnen toetsen op de verschillende milieuaspecten. Met het gebruik van diesel aangedreven reachstackers blijft de RTG binnen de vigerende wet- en regelgeving.
25
52
In het coalitieakkoord van de provincie Gelderland is opgenomen dat wordt geïnvesteerd in de monitoring van effecten op lucht en geluid. Dit zal onderdeel vormen van de toekomstige omgevingsvergunning
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
26
Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, dient in onze ogen een monitoringsplan met daarin de meet- en beoordelingspunten en toetsingswaarden conform dit plan aan het inpassingsplan toegevoegd te worden.
In het milieueffectrapport, opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, is opgenomen hoe bepaalde effecten kunnen worden gemonitord. In de nog te verlenen omgevingsvergunning worden hier voorschriften voor opgenomen op basis van de aanvraag van de exploitant.
27
Om te voorkomen dat de omgeving met een voldongen feit wordt geconfronteerd, dient in het plan eveneens opgenomen te worden welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn indien een overschrijding van de toetsingswaarden wordt geconstateerd.
Nadat het inpassingsplan onherroepelijk is wordt door de toekomstig exploitant een omgevingsvergunning bouw en milieu aangevraagd. In deze aanvraag wordt het inpassingsplan verder uitgewerkt tot een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan vigerende wet- en regelgeving en de kaders van het inpassingsplan.
3.3
Indiener 3 Gasunie
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
1
In artikel 9 Leiding-Gas ontbreekt een onderdeel over specifieke gebruiksregels. Indiener verzoekt daarom onderstaande tekst toe te voegen. Daarmee kan artikel 9.4.1 sub e komen te vervallen.
In overleg met de Gasunie blijft de huidige regeling gehandhaafd en worden de regels van het inpassingsplan niet aangepast aan het voorstel. In artikel 9.4.1 sub e is geregeld dat het verboden is om ter hoogte van de gasleidingen goederen permanent op te slaan. De gasleiding ter hoogte van de terminal is geboord, waardoor het tijdelijk opslaan van laadeenheden geen probleem veroorzaakt. Ook zijn op dit moment binnen het plangebied geen bestaande gebouwen aanwezig, waardoor het gebruik niet kan geworden gewijzigd.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: - het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b. v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. - het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 2
Uit het ontwerp blijkt dat ter plaatse van de gastransportleidingen van indiener, de ontwikkeling van een zonnepark mogelijk wordt gemaakt. Zonneparken kunnen de kathodische bescherming van de leiding beïnvloeden. Indiener verzoekt om in artikel 5 Groen een voorwaardelijke verplichting op te nemen in die zin dat de daadwerkelijk aanleg van een zonnepark niet kan worden toegestaan zonder schriftelijke toestemming van de leidingbeheerder. Dit geldt ook als het zonnepark in de nabijheid van de gastransportleidingen worden aangelegd
53
Na overleg met de Gasunie blijkt dat zonnepanelen de kathodische bescherming kunnen beïnvloeden tot circa 200 meter in de nabijheid van gastransportleidingen. Op de verbeelding is de bestemming "Leiding - Gas" verbreed tot 200 meter aan weerzijden van de hartlijn. In artikel 9.2 onder bouwregels is daarnaast de volgende regeling opgenomen dat er geen zonnepanelen worden gebouwd binnen een afstand van 200 m aan weerszijden van de hartlijn van de gasleiding als bedoeld in artikel 9.1.1. Conform artikel 9.3. kan worden afgeweken van deze regel middels een omgevingsvergunning, mits schriftelijke advies is verkregen van de leidingbeheerder. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘specifieke vorm van groen - zonnepark’ verwijdert ter hoogte van de gasleiding en 5 meter aan weerszijden van de hartlijn.
3.4
Indiener 4
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
1
Indiener is van mening dat de provincie onvoldoende heeft aan kunnen tonen dat tegen de condities die de provincie stelt, er belangstelling is vanuit de markt voor de railterminal. Uit het definitief verslag marktconsultatie blijkt dat men meer opties wil dan alleen een traditionele terminal. De voorkeur gaat uit naar extra werkzaamheden en douanefaciliteiten. Het toestaan van douanefaciliteiten zal tot meer druggerelateerde criminaliteit leiden, zoals in de Rotterdamse haven reeds aanwezig is. Daarnaast leiden extra activiteiten tot extra verkeersoverlast, geluidsoverlast, CO₂uitstoot en stikstofuitstoot. De provincie gaat uit van ca. 350 vrachtwagenritten per dag van en naar de terminal. Op één vrachtwagen kan één container. Bij 350 vrachtwagenritten, kan deze terminal nooit rendabel zijn voor een marktpartij gezien het geringe aantal treinen dat hier kan stoppen.
Vanuit de marktconsultatie hebben diverse mogelijke exploitanten hun interesse getoond in de terminal en ideeën geopperd over extra werkzaamheden. De marktconsultatie is echter niet het bepalend kader voor de exploitatie, dit is het inpassingsplan en door een toekomstige exploitant nog aan te vragen omgevingsvergunning.
De extra vrachtwagenritten leiden bovenop de huidige verkeersproblematiek in de regio Arnhem-Nijmegen tot extra verkeersdruk. Is onderzocht of het aanbod van containers alleen uit de regio komt (dan leidt dit minder tot extra overlast op het hoofdwegennet) of komen de containers uit het hele land? Dan is er wel sprake van extra overlast. In elk geval wordt de fietsroute Elst-Nijmegen via de Rijksweg-Zuid extra belast, wat tot gevaarlijke situaties zal leiden voor de vele fietsers die hier elke dag van en naar school fietsen.
In het rapport "Potentie Railterminal Gelderland" van Panteia, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, is de potentie van de RTG in beeld gebracht. Aan de hand van de potentie is bepaald, op basis van een zogenaamd terminalmodel, waar het aanbod van containers ongeveer vandaan komt. De conclusie is dat het meeste potentieel komt uit de regio Arnhem en Nijmegen. Het verzorgingsgebied betreft circa 60 km. Dit vrachtverkeer gaat vanaf de A15 op in het heersende verkeersbeeld. Voor de realisatie van de RTG wordt het kruispunt van de Reethsestraat - Rijksweg Zuid aangepast. Met de aanpassing van het kruispunt wordt een veilige fietsoversteek voor de fietsroute Elst-Nijmegen gerealiseerd door de verkeersstromen te regelen met verkeerslichten.
2
3
54
In het inpassingsplan is geregeld dat er maximaal 90.000 laadeenheden per jaar mogen worden op- en overgeslagen op de terminal. De gehanteerde vrachtwagenritten en treinaantallen zijn hier op gebaseerd. In december 2019 heeft er een marktconsultatie plaatsgevonden. Hiervoor is met meerdere marktpartijen gesproken. Tijdens de marktconsultatie zijn de gehanteerde uitgangspunten gedeeld. De conclusie is dat partijen positief staan tegenover de ontwikkeling van de terminal, dat de locatie aan de Betuweroute veel heeft en dat een exploitatie financieel haalbaar is.
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
4
Gezien de beperkte interesse vanuit de markt, is het onterecht dat de provincie zich in het kader van de stikstofwetgeving op de ADCtoets beroept.
Na de ter inzage legging van het ontwerp inpassingsplan met bijbehorend milieueffectrapport en ontwerpbesluiten is er door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieubeheer (RIVM) per 15 oktober 2020 een nieuwe versie van het rekenmodel Aerius uitgebracht. Met dit rekenmodel moeten de effecten van de uitstoot van stikstof op beschermde natuurgebieden worden berekend. Inmiddels zijn de resultaten hiervan bekend en beoordeeld in een herziene passende beoordeling. De conclusie in de herziene passende beoordeling is dat er geen sprake is van zogenaamde significante negatieve gevolgen in Natura 2000-gebieden door de zeer geringe stikstofuitstoot die de RTG veroorzaakt. Dit geldt zowel voor de aanleg, als voor het gebruik van de toekomstige railterminal. Hiermee is een nieuwe vergunning voor de Wet natuurbescherming aangevraagd. De ADC-toets maakt geen onderdeel meer uit van deze vergunning. De eerdere vergunningaanvraag is ingetrokken.
3.5
Indiener 5
Nr. 1
Samenvatting zienswijze Uit de akoestische onderzoeksgegevens van Royal HaskoningDHV zoals beschreven in het ontwerp-inpassingsplan, blijkt dat locatie 5 uitsluitend uit twee adressen/objecten bestaat. Het adres van indiener wordt niet meegenomen in de definiëring van locatie 5 en is daarmee niet onderzocht. Indiener gaat ervan uit dat hier dus nog aanvullend onderzoek naar gedaan zal worden.
Antwoord De twee adressen worden als representatief beschouwd voor alle woningen in gebied 5. Het toevoegen van extra woningen zou geen ander beeld opleveren, om deze reden is hier geen aanvullend onderzoek naar verricht.
2
In de voorgenomen plannen is nog steeds geen enkele voorziening opgenomen waarmee rekening wordt gehouden met de sterke toename van geluidsoverlast, lichtoverlast en lucht- en milieuvervuiling
Onduidelijk is welke voorzieningen indiener wenst. In het inpassingsplan zijn diverse voorzieningen opgenomen waarmee geluidsoverlast, lichtoverlast en lucht- en milieuvervuiling worden beperkt.
55
Nr. 3
Samenvatting zienswijze Door de plannen vermindert de waarde van de woning van indiener.
3.6
Antwoord Voor het bepalen van de vraag of in een concreet geval sprake is van planschade, en zo ja, wat de omvang van de schade is en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt, kent de Wet ruimtelijke ordening een aparte procedure. Belanghebbenden die menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in planschade kunnen, na het onherroepelijk worden van het inpassingsplan, een verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten van Gelderland. Een onafhankelijke commissie beoordeelt per individueel verzoek of er sprake is van planschade en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Wanneer de verzoeker recht heeft op een tegemoetkoming in de planschade keert de provincie deze uit. De provincie Gelderland heeft eerder voor de RTG een bovenwettelijke planschaderegeling opgesteld. Mocht u in aanmerking komen voor deze bovenwettenlijke planschaderegeling, dan bent u hier reeds over geïnformeerd door de provincie Gelderland.
Indiener 6 Fietsersbond Overbetuwe
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
1
Indiener betrekt in zijn zienswijze de gehele Knoop38, omdat naar de mening van indiener de samenhang zeer groot is. De nota 'Overbetuwe fiets verder', het 'Ambititedocument: samenwerkingsagenda fiets Regio Arnhem Nijmegen' en het rapport 'De Kracht van de Westflank' geven alle aanleiding om de fietsroute langs Griftdijk/Rijksweg Zuid/Rijksweg Noord aan de richtlijnen voor snelfietsroutes te laten voldoen.
De inpassing van de terminal zoals uitgewerkt in het inpassingsplan vraagt een aanpassing aan het kruispunt Reethsestraat Rijksweg zuid. Dit kruispunt is zo ontworpen dat een snelfietsroute in de toekomst kan worden ingepast. De aanpassing van Knoop 38 is niet nodig voor een verkeersveilige afwikeling van en naar de RTG.
56
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
2
De nieuwe kruising ter hoogte van de Rijksweg Zuid met de Rheetsestraat krijgt verkeerslichten om de doorstroming te regelen. Indiener vindt deze oplossing verkeersonveilig voor fietsers, omdat hier sprake is van een ‘hoofdfietsroute plus’. Eens temeer vanwege de ‘Westflankplannen’. Daarbij komt nog dat het gaat om een belangrijke schoolfietsroute is. Gezien de druk van het overstekende (vracht)autoverkeer is hier – uit (verkeers)veiligheidsoogpunt – een ongelijkvloerse kruising noodzakelijk.
Gezien de verkeersintensiteiten op Rijksweg Zuid voldoet een kruising met verkeerslichten. Het kruispunt voldoet hiermee aan de ontwerpuitgangspunten. De verkeersinstallatie reguleert de mogelijke conflictsituaties en kan voor verschillende tijdvakken – bijvoorbeeld de spitstijden voor scholieren – verschillend worden geprogrammeerd. Uitgangspunt in de programmering is dat de verkeershoofdstroom Elst – Nijmegen, zowel motorvoertuigen als fietsers, in de spits de meeste groentijden krijgen. Er is dus rekening gehouden met voorrang in de verkeersafwikkeling voor fietsers en dat wanneer fietsers uit de richting Elst naar Nijmegen bij rood licht in verband met een kruisende vrachtwagen deze ruim van te voren zullen zien oprijden. Ook zullen deze fietsers enigszins omhoog moeten fietsen en derhalve niet makkelijk kunnen versnellen. Wanneer fietsers vanuit Nijmegen richting Elst fietsen zullen zij de vrachtwagens ook zonder ongelijkvloerse kruising niet kruisen omdat fietsers ten noorden van de kruising zullen oversteken. Gezien de in de préverkenning Knoop 38 gehanteerde verkeersintensiteiten worden daarbij geen nadelige effecten op de doorstroming verwacht in verband met afslaand bestemmingsverkeer
3
Er zijn alleen enkele (verouderde) fietstellinggegevens gepresenteerd (1100 1400 per gemiddelde werkdag). Door extrapolatie van recente tellinggegevens - verderop op de route - zijn aantallen van 3000 fietsbewegingen per etmaal zeer realistisch te noemen.
Extrapolatie van de tellinggegevens per etmaal zorgt niet voor een ander uitgangspunt voor een fietsveilig oversteekpunt. Bij het oversteekpunt ter hoogte van de Reethsestraat kan de fietser kiezen tussen een geregelde (stoplichten) en niet geregelde oversteken. Op oversteken op de Rijksweg Zuid in noordelijke en zuidelijke richting gebeurt altijd met verkeerslichten.
4
Indiener vindt het bemoedigend dat in het inpassingsplan een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen op grond waarvan een bouwwerk (bijvoorbeeld een viaduct) gerealiseerd kan worden voor een doorgaande fietsverbinding. Indiener is echter van mening dat de provincie niet gemeente Overbetuwe voor het blok moet zetten, maar zelf het voortouw zou moeten nemen.
De provincie realiseert ten behoeve van het inpassingsplan RTG voor fietsers en andere weggebruikers een veilige verkeersafwikkeling op het kruispunt Reethsestraat - Rijksweg Zuid. Op wens van de gemeente Overbetuwe is in het inpassingsplan een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een ongelijkvloerse kruispunt/viaduct. De gemeenten Overbetuwe en Nijmegen werken samen een oplossing voor toekomstige verkeersproblemen veroorzaakt door het groeiende verkeer rond afslag 38, een ongelijkvloerse kruising is hier mogelijk een onderdeel van.
57
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
5
De Hoge brugstraat is al verhoogd aangelegd. Indiener is van mening dat hier soepel met een fietsviaduct op aangesloten kan worden. Wanneer het noodzakelijk is om de Hoge Brugstraat voor autoverkeer toegankelijk te houden, dan zou die als fietsstraat moeten worden ingericht om de ‘sluipwegrouteautomobilist’ (werkdaggemiddelde: 330 auto’s – telling herfst 2018) op deze weg ervan te doordringen, dat hier de fiets prioriteit heeft. Indiener vindt het echter effectiever om in deze autosluiproute een knip aan te brengen (de automobilist vanuit Valburg heeft immers met de Reethsestraat en de ‘openbare’ ontsluitingsweg al een doorgaande route). Aan de oostzijde van de kruising sluit de doodlopende Wolfhoeksestraat op de Rijksweg Zuid aan. Indiener vindt twee rijstroken en fietspadafslagen hier onnodig. Wel is het juist, dat hier met haaientanden duidelijk wordt gemaakt, dat de fietsroute in de voorrang ligt. De westelijke parallelweg (over de Betuweroute) dient dan als voorrangsgerechtigde fietsstraat te worden ingericht aldus de fietsersbond.
Het fietsviaduct is geen onderdeel van voorliggend inpassingsplan. Inpassing van een fietsviaduct kan alleen worden ingepast bij een herinrichting van de gehele Rijksweg Zuid, tot aan de rotonde 'Omlypasingel'. Ook de Hoge brugstraat is geen onderdeel van het plangebied van voorliggende besluiten, maar valt onder de mogelijke aanpassingen binnen Knoop38. Zie ook paragraaf 2.5 van voorliggende reactienota.
6
Het valt indiener op dat tegenover een overdaad aan gegevens m.b.t. intensiteit van het autoverkeer, tellinggegevens c.q. schattingggegevens van het fietsverkeer negagenoeg geheel ontbreken.
Ten behoeve van deze préverkenning voor Knoop 38 zijn de nieuwste verkeersgegevens voor de auto aangevuld met fietsers- en openbaar vervoer bewegingen. Bij het ontwerp voor de aanpassing van het Kruispunt Reethsestraat - Rijksweg Zuid zijn van dezelfde verkeersgegevens uitgegaan.
7
De huidige Tielsestraat is op dit moment volgens indiener al overbelast en (fiets)verkeersonveilig. Met de komst van de terminal kan verkeer vanaf de in- en uitrit ook gebruik maken van de Tielsestraat. Deze weg wordt niet autoluw gemaakt, zoals de Reethsestraat. Hierdoor ontkom je er volgens indiener niet aan om een vrijliggend fietspad te realiseren tot aan de kern in Valburg en om bij de kruising met de Tielsestraat een VRI dan wel rotonde te maken. Indiener is van mening dat de verantwoordelijk hiervoor bij de provincie en niet bij de gemeente ligt.
De Tielsestraat is een doorgaande route voor verkeer richting Valburg, waardoor deze weg niet autoluw kan worden gemaakt. Vrachtwagens kunnen vanaf de terminal gebruik maken van de Tielsestraat. Echter is het voor vrachtwagens geen logische route: de vrachtwagens op de terminal komen maar heel beperkt uit de directe regio en zij zullen voor de kortste route richting de A15 via de ontsluitingsweg kiezen. Langs de ontsluitingsweg is geen fietspad aanwezig. Deze is vanuit verkeerveiligheid ongewenst en vanuit de aanwezige fietsroute onlogisch. Het fietsverkeer komt via de Reethsestraat op de Tielsestraat nabij de RTG.
8
Bij de uitrit Park 15 en afrit A15 kan op hoogte van het viaduct over de A15 worden aangesloten met een fietsviaduct, dat na de afslag met een helling van maximaal 4% kan aansluiten op het maaiveld.
De uitrit van Park 15 en afrit A15 zijn geen onderdeel van het inpassingsplan. Het inpassingsplan voorziet niet op het ontwerp en de in te passen fietsroutes van Afslag 38.
58
In het kader van de veiligheid van de fietser worden twee fietspaden gerealiseerd ter hoogte van de Wolfhoeksestraat. Met betrekking tot de opmerking over het dubbele fietspad aan de zijde van de Wolfhoeksestraat, dit is nodig om de bestaande (fiets)infrastructuur aan te sluiten op het kruispunt.
Nr.
Samenvatting zienswijze
Antwoord
9
Volgens indiener betreffen de voorziene ongelijkvloerse kruisingen suboptimale oplossingen. Indiener verzoekt te kiezen voor twee ongelijkvloerse kruisingen (fietsviaducten) voor het eenrichtingsfietspad aan de westzijde van de Rijksweg Zuid en het fietspad aan de oostzijde ongemoeid te laten (behoudens enkele fietsdoorstroomaanpassingen). Als de provincie nu al in staat is het gehele plaatje (Knoop 38) te overzien en in de besluitvorming te betrekken, dan beveelt indiener een tweerichtingenfietsroute aan ten westen van de Griftdijk/Rijksweg Zuid met twee fietsviaducten en rechttoerechtaanhellingen van max. 3%.
De aanpassing van het kruispunt Reethsestraat -Rijksweg Zuid, waarbij al het verkeer geregeld kan oversteken, is verkeersveilig voor alle verkeerstromen inclusief fietsers. De wens om de inrichting van het kruispunt Reethsestraat - Rijksweg zuid op toekomstige ontwikkelingen aan te passen is een wens van de gemeente Overbetuwe. Het kruispunt ter hoogte van Rijksweg Zuid is zo ontworpen dat het ontwerp van Knoop 38 hierop kan aansluiten.
59
3.7
Indiener 7
Nr.
Samenvatting zienswijzen
Antwoord
1
Vanuit de markt is er nog geen partij voor de eploitatie van de terminal. Indiener betwijfelt daarmee aan het nut en de noodzaak en/of behoefte van de terminal, gezien het geen initiatief is vanuit de markt. Er is geen sprake van een duidelijk bedrijfsplan of een haalbaarheidsstudie. Gelet op de omstandigheid dat onduidelijk is wie de initiatiefnemer is en of deze, mede gelet op de hoogte van de kosten voor de realisatie van dit plan, kan beschikken over middelen voor het realiseren van de beoogde ontwikkeling, kan in de plantoelichting. wat betreft de uitvoerbaarheid, niet volstaan worden met de enkele opmerking dat de te maken kosten worden meegenomen in de verkoopprijs en dat daarmee verzekerd is dat alle projectgebonden kosten worden verhaald op de initiatiefnemer. Zie in dit verband de uitspraak van de Afdeling van 21 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:20 17:1662).
De aangehaald uitspraak van de Raad van State gaat over de beschikbaarheid van het eigendom benodigd voor het uitvoeren van betreffende plan. Omdat de provincie voornemens is om het onteigeningsinstrumentarium in te zetten voor de realisatie van het inpassingsplan RTG is op dat punt de uitvoerbaarheid voldoende geborgd. Zie voor de nadere toelichting over de nut en noodzaak en de economische uitvoerbaarheid hoofdstuk 2 van deze reactienota.
2
Het is onzeker of deze bestemming binnen de planperiode gerealiseerd zal (kunnen) worden
De verwachting is dat de RTG in 2025 in gebruik kan worden genomen.
3
In het inpassingsplan wordt niet aangetoond dat het plan financieel uitvoerbaar is. Niet aangetoond is dat een marktpartije de forse investering kan doen en hier bereid toe is. Daarnaast is niet duidelijk of en in hoeverre de (exploitatie)kosten van dit plan (waaronder de planschadeclaims) naar een toekomstig exploitant te verleggen zijn.
In december 2019 heeft er een marktconsultatie plaatsgevonden. Hiervoor is met meerdere marktpartijen gesproken. De conclusie is dat partijen positief staan tegenover de ontwikkeling van de terminal, dat de locatie aan de Betuweroute veel potentie heeft en dat een exploitatie financieel haalbaar is. Van deze marktconsultatie is een openbaar verslag gemaakt. Nadat het inpassingsplan onherroepelijk vindt er een openbaar aanbesteding plaats voor de aanleg en exploitatie van de Railterminal. Uitgangspunt voor de realisatie van de railterminal is dat de beoogde exploitant de kosten voor de realisatie voor zijn rekening. Voor het bouwrijp maken van de terminal, de realisatie van de landschappelijke inpassing, de aansluiting op de Betuweroute en de ontsluitingsweg hebben Provinciale Staten en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat middelen beschikbaar gesteld die de realisatie dekken. De kosten voor de exploitatie van de gronden waar de RTG wordt gerealiseerd worden verhaald door middel van gronduitgifte (erfpacht), waardoor de kosten van het plan anderszins verzekerd is. Dat betekent dat voor het inpassingsplan de uitvoerbaarheid voldoende is geborgd.
60
Nr.
Samenvatting zienswijzen
Antwoord
4
In de kosten is geen (althans niet zichtbaar) rekening gehouden met bijkomende kosten zoals onder andere het treffen van geluidwerende maatregelen
De geluidwerende maatregelen zijn meegenomen in de berekening van de kosten. In de gereserveerde middelen van de provincie Gelderland voor de realisatie van de railterminal zijn deze kosten begroot, zoals bijvoorbeeld de realisatie van de grondwal, de geluidsschermen en de realisatie van 'Zeilend binnenkomen'.
5
Onderhavig project leidt tot een intensivering van de vervoersbewegingen in de directe omgeving. Een goede, toekomstbestendige verkeerskundige oplossing wordt met de voorliggende ontwerpbesluiten echter niet geboden. Indiener is van mening dat er een koppeling gelegd moeten worden met het realiseren van de benodigde aanpassingen van de infrastructuur (aanpassen van afslag 38, een verkeersveilige oplossing voor het fietsverkeer) alvorens de Railterminal in gebruik genomen zou mogen worden. In het inpassingsplan is daarin niet voorzien.
De inpassing van de RTG zoals uitgewerkt in het inpassingsplan vraagt een aanpassing aan het kruispunt Rijksweg zuid. Dit is in het inpassingsplan uitgewerkt en wordt gerealiseerd voorafgaand aan in gebruikname van de RTG. Een aanpassing van afslag 38 is niet nodig voor de verkeersafwikkeling. De gemeenten Overbetuwe en Nijmegen werken aan de aanpassingen van afslag 38 om deze toekomstbestendig te maken gezien de toekomstige ontwikkelingen in het gebied. De planning is afhankelijk van de verbreding van de A15 en de afspraken die partijen zullen maken
6
Het is evident dat de Railterminal leidt tot een toenemende behoefte aan vrachtwagenparkeerplaatsen en/ of overnachtingsvoorzieningen. Volstrekt onduidelijk is hoe deze behoefte zal worden opgevangen.
De vrachtwagenbewegingen van en naar de RTG komen uit de regio van circa 60 kilometer. Op het terrein van de terminal worden minimaal 17 parkeerplaatsen gerealiseerd waar vrachtwagens kunnen wachten in afwachting van het laden en lossen. Uit de uitgevoerde capaciteitsanalyse van Logitech komt dat dit voldoende is om in het piekuur met storing de vrachtwagens te kunnen opvangen. Dit gebeurt dus op eigen terrein van de toekomstig exploitant.
61
Nr.
Samenvatting zienswijzen
Antwoord
7
Indiener heeft de uitgevoerde akoestische onderzoeken laten beoordelen door akoestisch bureau Tideman. De bevindingen van het bureau zijn toegevoegd aan de zienswijze. Samengevat gaat het om de volgende opmerkingen: 1. Er is getoetst aan het gemeentelijk geluidbeleid. Dat beleid ging echter uit van agrarisch gebied en is niet geschreven op de realisatie van een Railterminal. Hierdoor wordt een aantal vrachtwagenbewegingen ten onrechte aan de dagperiode toegerekend. Een goed woon- en leefklimaat komt hierdoor in het geding. 2. Het aantal voertuigbewegingen waarvan in het akoestisch onderzoek van Royal HaskoningDHV is uitgegaan - en met name het aantal voertuigbewegingen in de nachtperiode - is planologisch niet geborgd. Hierdoor is een onbeperkte uitbreiding van het aantal voertuigbewegingen niet tegen te houden, wat negatieve gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. 3 Het uitgevoerde onderzoek is niet volledig en daardoor is de juistheid daarvan niet te controleren. 4. Het aspect indirecte hinder is niet onderzocht/ berekend. 5. De containeropslag is bij de afweging op eenzijdige wijze betrokken. 6. Niet is aangetoond dat de binnenwaarde van 33 dB als gevolg van de wegreconstructie kan worden gerealiseerd.
Er heeft geen bouwkundig onderzoek plaatsgevonden waaruit blijkt dat en, zo ja, op welke wijze de geluidsisolatie van de woning van cliënt tot dit vereiste niveau kan worden verhoogd. Daarmee is niet gegarandeerd dat deze binnenwaarde kan worden gehaald.
1. De gemeente heeft ervoor gekozen afwijkende etmaalperioden met bijbehorende ambitiewaarden te hanteren voor bedrijven buiten de bebouwde kom. De bedoeling daarvan is dat generiek een hoger activiteitenniveau in de vroege ochtend mogelijk wordt gemaakt. De constatering dat de bewuste beleidskeuze exclusief betrekking heeft op agrarisch gebied wordt niet gestaafd door de Nota zelf. Het is niet logisch om eenzijdig van vigerend beleid af te wijken. 2. Het inpassingplan dient met name voor de borging van een goede ruimtelijke ordening, niet voor de regulering van milieuaspecten. Voorschriften die met het laatste verband houden, horen dus in principe niet thuis in het inpassingsplan. Wanneer voor de inrichting een omgevingsvergunning wordt afgegeven, kan daarin het toegestane aantal voertuigbewegingen — in de vorm van (geluids)grenswaarden — worden geregeld. Het aantal verkeersbewegingen is inherent aan de bedrijfsvoering van de Railterminal. Als de capaciteit hoger zou worden, dan moet dat planologisch weer opnieuw worden onderzocht. Dit geldt ook voor verruiming van de openingstijden (Omgevingsvergunning). 3.
De in- en uitvoer van de gehanteerde rekenmodellen is opgenomen in de bijlagen van het rapport, waaronder afbeeldingen van de ingevoerde modelitems (bijlage 1, 3, 4 en 5), overzichten van de geluidsbronnen op de terminal (bijlage 1), lijsten met de berekende geluidsniveaus ten gevolge van de terminal (bijlage 6.1) en een tabel met alle beschouwde adressen inclusief resultaten per geluidsbron en per rekenpositie (bijlage 6.4). 4. De geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de openbare weg (al dan niet inrichtingsgebonden) is vastgesteld in het onderdeel verkeerslawaai. Daarmee is tevens het aspect indirecte hinder inzichtelijk gemaakt. 5. In de praktijk zullen er op de terminal altijd min of meer aaneengesloten vlakken van (gestapelde) containers aanwezig zijn, wat voor de omgeving zowel positief (afscherming) als negatief (reflecties) kan uitpakken. In de berekeningen zijn deze effecten meegenomen. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 3 van het rapport. Dat de invloed van de containers op het geluidsniveau in de omgeving varieert met de oriëntatie ten opzichte van de bron, is een feit. Wij zien niet in waarom dat zou leiden tot een ‘eenzijdige afweging’. 6. Vaststelling van een hogere grenswaarde voor de geluidsbelasting leidt tot de wettelijke verplichting dat nader onderzoek wordt gedaan naar de noodzaak van maatregelen om te voldoen aan de ten
62
Nr.
Samenvatting zienswijzen
Antwoord hoogste toelaatbare binnenwaarde. In verband hiermee zal er een woningopname plaatsvinden.
63
Nr.
Samenvatting zienswijzen
Antwoord
8
Er wordt niet voorzien in het nemen van maatregelen om lichthinder van de ontsluitingsweg (vrachtwagens die het kruispunt oprijden) en de te reconstrueren kruising op de Rijksweg Zuid (toename verlichtingsarmaturen)te voorkomen. Dit leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van indiener. Deze gevolgen zijn onvoldoende onderzocht. Ook is nagelaten maatregelen te treffen ter voorkoming van deze verslechtering van het woon- en leefklimaat. Van belang is daarbij dat de beoogde railterminal dag en nacht, zeven dagen per week in bedrijf mag zijn. Het plan is om die reden niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
In bijlage 22 van het inpassingsplan is door RHDHV een ontwerpmemo opgesteld voor de openbare verlichting aan de nieuwe onsluitingsweg, de kruising Rijksweg Zuid en T-splitsing Reetsestraat - Eimerensestraat. In deze memo is getoetst of de openbare verlichting voldoet aan de richtlijnen voor lichthinder. Op de kruising Rijksweg Zuid is getoetst de meest nabij gelegen bestaande woning. Dit betreft de woning gelegen aan de noordoost-zijde van kruispunt Rijksweg-Zuid – Wolfhoeksestraat. Uit de berekeningen komt dat de grenswaarden voor lichthinder (NSVV richtlijn) aan deze woning niet wordt overschreden. Ook overige milieueffecten zijn in het inpassingsplan getoetst of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Waar nodig worden er maatregelen getroffen ter koming van eventuele effecten, zoals het realiseren van een zichtscherm, geluidswal en vleermuistoren. In deze toets is als uitgangspunt genomen dat de RTG dag en nacht, zeven dagen per week in bedrijf mag zijn.
9
Door de reconstructie van de kruising en de opstelvakken die nabij de woning van indiener gerealiseerd zullen worden, alsmede door her intensievere gebruik van de ontsluitingsweg, zal sprake zijn van een verslechtering van de privacy en visuele hinder.
Het inpassingsplan RTG kan mogelijk leiden tot vermindering van de waarde van een onroerende zaak, zoals uw woning. Voor het bepalen van de vraag of in een concreet geval sprake is van planschade, en zo ja, wat de omvang van de schade is en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt, kent de Wet ruimtelijke ordening een aparte procedure. Belanghebbenden die menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in planschade kunnen, na het onherroepelijk worden van het inpassingsplan, een verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten van Gelderland. Een onafhankelijke commissie beoordeelt per individueel verzoek of er sprake is van planschade en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Wanneer de verzoeker recht heeft op een tegemoetkoming in de planschade keert de provincie deze uit. De provincie Gelderland heeft eerder voor de RTG een bovenwettelijke planschaderegeling opgesteld. Mocht u in aanmerking komen voor deze bovenwettenlijke planschaderegeling, dan bent u hier reeds over geïnformeerd door de provincie Gelderland.
64
3.8
Indiener 8
Nr.
Beantwoording zienswijze
Antwoord
1
Indiener verwacht veel last te krijgen van geluid door de circa 340 vrachtwagens per dag, het laden en lossen van vrachtauto's en treinen, het stapelen van de 90.000 containers per jaar, het materieel op de terminal (kranen) en het geluid van remmende treinen. Dit in combinatie met het al aanwezige geluid.
De woning ligt op grote afstand van de railterminal aan de Reethsestraat. De woning is daarom niet expliciet meegenomen in de berekeningen. Wel is de woning aan de Reethsestraat 33 in Valburg in het onderzoek opgenomen, die op kortere afstand bevindt van de woning van indiener. De gevolgen op de geluidbelasting voor alle bronnen op de woning zijn af te leiden van deze resultaten. De gevolgen van het project worden binnen de kaders zijn als aanvaardbaar beschouwd.
2
Indiener heeft begrepen dat er in het inpassingsplan een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan en vindt dit onacceptabel. Verder schijnt het dat de provincie heeft nagelaten om te onderzoeken of de maximale waarden kunnen worden gereduceerd.
Er is een Hogere Waardenbesluit genomen voor de aanpassing van het kruispunt Rijksweg Zuid. De Wet geluidhinder stelt als eis om te onderzoeken of de maximale waarden kunnen worden gereduceerd. Die afweging is opgenomen in het akoestisch rapport. Indien dit niet mogelijk is, dan kan er een Hogere Waardenbesluit worden verleend. Met dit besluit heeft de overheid alsnog de verplichting om maatregelen te nemen om de geluidsniveaus in de woning terug te brengen naar wettelijk bepaalde geluidsnormen. Ten aanzien van de maximale geluidsniveaus die worden veroorzaakt door het stapelen van containers zijn er geen maatregelen mogelijk. De activiteit is inherent aan de activiteiten op een terminal en kunnen niet worden afgeschermd of gedempt. De waarden die optreden zijn weliswaar hoger dan de ambitiewaarde maar voldoen wel aan de maximale grenswaarde.
3
De containers worden tot 12 meter opgestapeld. De wal, die aangelegd gaat worden is slechts 5 meter hoog. Deze wordt dan voorzien van struiken en bomen maar voordat deze bomen enige omvang hebben zijn we 10 jaar verder. Volgens de laatste wijzigingen wordt de grondwal parallel aan de nieuwe weg zelfs maar 4 in plaats van 5 meter hoog. Daarnaast zullen de kranen en lichtmasten welke geplaatst worden altijd boven de wal uitkomen.
In het "Landschapsplan Railterminal Gelderland" van Pouderoyen, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, is het ontwerp van de grondwal omschreven. De portaalkranen zullen bij volgroeide bomen hooguit beperkt boven de beplanting uitsteken. De eerste jaren zullen ze wel zichtbaar zijn. In de situatie waarin de beplanting op de grondwal meer volgroeid is, zullen vanuit de noordzijde de gestapelde containers alleen in het winterseizoen beperkt zichtbaar zijn, als er geen bladeren aan de beplanting zit. e grondwal blijft minimaal 5 meter hoog. Dit is ook vastgelegd in de regels van het inpassingsplan. Enkel ter hoogte van de hoogspanningslijn Nijmegen-Elst wordt de grondwal 4 meter hoog. Op deze grondwal worden geen overstaanders aangeplant, maar enkel struikvormige, houtige gewassen. Een hogere grondwal is hier niet mogelijk vanwege de hoogspanningsverbinding.
65
Nr.
Beantwoording zienswijze
Antwoord
4
Indiener heeft zorgen dat lichtmasten van 30 meter in de woning zullen schijnen en vindt het onduidelijk wat de verlichting op ontsluitingswegen doet voor persoonlijke situatie.
Enige uitstraling van licht zal onvermijdelijk zijn, zeker in vergelijking met de nu onverlichte/minder verlichte terreinen, maar de uitstraling is niet zodanig dat dit invloed zal hebben op de woningen in het buitengebied van de kernen Slijk-Ewijk, Eimeren en Valburg op een paar honderd meter afstand. Ten opzichte van de autonome situatie zal dus een beperkte toename zijn. In de regels van het inpassingsplan is vastgelegd dat de lichtbronnen naar beneden moeten worden gericht, om het de hinder zoveel als mogelijk te beperken.
5
Door de 340 extra vrachtwagenbewegingen zal de doorgaande route richting Valburg een stuk drukker worden. De veiligheid van de fietsers en voetgangers is in het geding.
Met de aanleg van de RTG wordt er een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd. Het doorgaande verkeer richting Valburg zal ook gebruik maken van deze ontsluitingsweg. De Reethsestraat wordt autoluw. Fiesers en voetgangers maken in de nieuwe situatie nog gebruik van de Reethsestraat en komen na de ingang van de Railterminal op de doorgaande route richting Valburg, Hierdoor is de veiligheid van fietsers en voetgangers niet in geding.
6
De overblijvende truckers zullen voor overlast en extra criminaliteit zorgen.
Ter kennisname.
7
De toename van vrachtwagens zullen voor veel fijnstofoverlast zorgen.
In het inpassingsplan is het aspect luchtkwaliteit getoetst. De realisatie van de RTG zal niet leiden tot een grote verandering van de lokale concentraties en is er geen reden om specifieke maatregelen te nemen.
8
De vrachtwagens zorgen voor stikstofdepositie op de natuurgebieden, specifiek ook de Natura 2000-gebieden. Niet uit te sluiten is dat dit gevolgen heeft voor de Veluwe en de Rijntakken. Er wordt geschermd met het behalen extra klimaatdoelen, maar extra stikstof helpt hier niet.
De conclusie in de (herziene) passende beoordeling is dat er geen sprake is van zogenaamde ‘significante negatieve effecten in Natura 2000-gebieden als gevolg van de zeer geringe stikstofuitstoot die de RTG veroorzaakt. Dit geldt zowel voor de aanleg, als voor het gebruik van de toekomstige railterminal.
9
De aanleg van de terminal zorgt voor een zeer minimale CO₂-reductie van 144 ton binnen Nederland
Ter kennisname
10
Indiener is geschrokken van de opmerking dat 15% van de containers (1350 eenheden per jaar, dus circa 4 per dag) gevaarlijke stoffen bevat. Indiener vindt dat hierdoor de veiligheid van indiener en andere omwonenden in gevaar wordt gebracht.
Ongeveer 1,5% van de laadeenheden die open overgeslagen wordt zullen gevaarlijke stoffen bevatten. Het aspect externe veiligheid is getoetst in het inpassingsplan. Het realiseren van de RTG zorgt er voor dat de externe veiligheid risico’s enigszins toenemen in de omgeving van de RTG. De omvang van het aantal mensen waarvoor de risico’s toenemen is klein en valt ruim binnen de gehanteerde normen.
66
Nr.
Beantwoording zienswijze
Antwoord
11
Er zijn naast bovengenoemde effecten nog effecten op water, bodem, landschap, cultuur, archeologie en ecologie. Indiener vindt dit te veel voor een project waar het nut en de noodzaak niet van zijn aangetoond.
Ter kennisname
12
De plannen tasten het wonen in landelijke gebied aan en zijn zeer in strijd met het bestaande bestemmingsplan. De leefbaarheid komt in het geding, hetgeen niet voorzienbaar was voor indiener en van enorme invloed is op de waarde en verkoopbaarheid van de woning.
Het is juist dat voorliggende plannen niet passen binnen het huidige bestemmingsplan. Om deze redenen doorloopt de provincie de procedure van voorliggend inpassingsplan (provinciaal bestemmingsplan). Met het inpassingsplan wordt de realisatie van de temrinal mogelijk gemaakt. De provincie moet bij het opstellen van het inpassingsplan beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en is daarom op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de verschillende aspecten afzonderlijk geen belemmering vormen voor de haalbaarheid van het plan. In het MER en bij het aspect geluid heeft ook een afweging van de gezamenlijke hinder van verschillende hinderbronnen plaatsgevonden, zoals de windmolens, zonnepark, bedrijventerrein en A15. Deze afweging vormt ook geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan. Mocht er in de toekomst een bedrijventerrein aan de kant van indiener komen, dan moet hiervoor opnieuw een procedure voor worden doorlopen.
Naast de Railterminal heeft indiener ook nog eens te maken met gerealiseerde en nog te realiseren windmolens. Daarnaast is sprake van een zonnepark van circa 60 hectare en een bedrijventerrein aan de A15. Indiener vraagt zich bovendien af of hij de garantie heeft dat er niet ook nog een bedrijventerrein komt aan zijn kant van de snelweg.
3.9
Indiener 9
Nr.
Beantwoording zienswijze
Antwoord
1
Indieners zijn van mening dat het inpassingsplan een onaanvaardbare inbreuk oplevert op het goede woon- en leefklimaat en derhalve in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Indieners zijn tevens van mening dat het inpassingsplan tevens een onaanvaardbare aantasting is van hun belangen en daarmee strijdig is met het bepaalde in artikel 3:4 Awb.
Ter kennisname
67
Nr.
Beantwoording zienswijze
Antwoord
2
Milieugevoelige functies zoals woningen in de directe omgeving van het plangebied mogen niet negatief worden beïnvloed door de planologische activiteiten en bouwmogelijkheden welke met het inpassingsplan mogelijk worden gemaakt. De richtlijnafstanden volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. In de directe omgeving van de railterminal liggen diverse gevoelige functies waaronder de woning van indieners die negatief worden beïnvloed door de voorgenomen ontwikkeling. De bezwaren van indieners zien onder meer op de impact op het woon- en leefklimaat door de aantasting van milieuwaarden als geluidhinder, geurhinder, lichthinder en verslechtering van de lucht en bodemkwaliteit welke ernstig zullen verslechteren. Indieners achten de gekozen locatie niet geschikt voor de onderhavige ontwikkeling door de gevoelige functies die nabij de projectiocatie gelegen zijn.
De RTG sluit wat betreft de hinderkenmerken en beoogde activiteiten het beste aan bij SBI2008 - 492 uit de benoemde VNGbrochure van de indiener (Vervoer over land, spoorwegen: - rangeerterreinen, overslagstations (zonder rangeerheuvel). Aan deze functie wordt volgens de VNG-brochure in beginsel milieucategorie 4.2 toegekend. Gevoelige functies rondom de RTG liggen nabij een nationale hoofdinfrastructuur (Betuweroute, A15) waardoor kan worden gesproken van een gemengd gebied. Er kan van één lagere afstandstrap worden uitgegaan uit de brochure. De aanbevolen richtafstanden zijn in dat verband van belang en gebruikt voor de toetsing: − 200 meter voor de hinderaspecten geluid en gevaar; − 10 meter voor de hinderaspecten geur en stof.
3
Indieners vrezen voor enstige geluidshinder door zowel industrie- als wegverkeerslawaai.
4
Indiener verwacht verkeershinder door de nieuwe ontsluitingsweg, de reconstructie van de bestaande weg en de omliggende wegen.
68
Binnen een afstand van 10 meter van de bestemmingsgrens van de bedrijfsbestemming liggen geen gevoelige bestemmingen. De kortste afstand bedraagt circa 230 m (woning Eimerensestraat 25). Gezien deze afstand en gezien het feit dat het gaat om overslag in gesloten laadeenheden bestaat er verder geen aanleiding om de hinderaspecten stof en geur verder te onderzoeken. Binnen een afstand van 200 meter van de bestemmingsgrens van de bedrijfsbestemming liggen geen gevoelige bestemmingen. De kortste afstand bedraagt circa 230 m (woning Eimerensestraat 25). Er is specifiek onderzoek gedaan naar de aspecten geluid en externe veiligheid (zie paragraaf 6.9 en paragraaf 6.11 in het inpassingsplan). Gezien de uitkomsten van deze onderzoeken, waarbij wat betreft geluid ook rekening is gehouden met cumulatie, bestaat geen aanleiding om te veronderstellen dat het mogelijk maken van de potentieel milieuhinderlijke functie zich niet verdraagt met een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt ook voor het aspect bodemkwaliteit. De woning ligt op grote afstand van de railterminal. De woning is daarom niet expliciet meegenomen in de berekeningen. Wel is de woning Reethsestraat 33 in Valburg in het onderzoek opgenomen, die op kortere afstand bevindt. De gevolgen van het project worden binnen de kaders als aanvaardbaar beschouwd. Ter kennisname
Nr.
Beantwoording zienswijze
Antwoord
5
De verkeersaantrekkende werking van de terminal zal een ernstige belasting opleveren van de infrastructuur rondom de projectlocatie met alle milieugevolgen van dien. Volgens indiener klemt het in dat kader des te meer dat er geen maximum lijkt te zijn gesteld voor het aantal uren per dag en het aantal dagen per jaar dat de railterminal in gebruik mag zijn.
Bij het toetsen van de mogelijk milieueffecten in het milieueffectrapport en inpassingsplan is er vanuit gegaan dat treinen 24 uur per dag 7 dagen per week de terminal op komen rijden. Voor vrachtverkeer geldt dat er tijdens werkdagen gewerkt mag worden, dus circa 250 dagen per week. Voor zowel vracht- als treinverkeer is er daarbij uitgegaan dat er ook 's nachts gewerkt wordt. Met deze uitgangspunten blijven de effecten binnen de normen zoals vastgelegd in wet en regelgeving. In een inpassingsplan moet een representatieve bedrijfssituatie worden onderzocht. Mocht het nodig zijn dan kunnen eventuele openingstijden worden vastgelegd in de omgevingsvergunning
6
Indiener heeft vernomen dat de ontsluiting van de railterminal via de aanpassing van knoop 38 pas zo'n één a twee jaar na ingebruikname van de railterminal gepland staat. Dit heeft tot gevolg dat de verkeersbewegingen van de terminal over de huidige infrastructuur zal plaatsvinden. Dit zorgt voor een ernstige toename van de (parkeer)druk op de bestaande wegen. Daarnaast is het aannemelijk dat dit zal leiden tot verkeershinder en verkeersonveilige situaties. Ook is sprake van nieuwe verkeersrisico's, omdat ook de aardvan de verkeersbewegingen verandert. De exploitatie van de railterminal zal immers met name zware vrachtbewegingen voortbrengen.
De inpassing van de RTG zoals uitgewerkt in het inpassingsplan vraagt een aanpassing aan het kruispunt Rijksweg zuid. Dit is in het inpassingsplan uitgewerkt en wordt gerealiseerd voorafgaand aan in gebruikname van de RTG. Een aanpassing van afslag 38 is niet nodig voor de verkeersafwikkeling. De gemeenten Overbetuwe en Nijmegen werken aan de aanpassingen van afslag 38 om deze toekomstbestendig te maken gezien de toekomstige ontwikkelingen in het gebied. De planning is afhankelijk van de verbreding van de A15 en de afspraken die partijen zullen maken