CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-06-15 Bijlage 1 Reactienota provinciaal inpassingsplan Railterminal Gelderland.pdf

Gemeenteraadsvergadering 13 juli 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Railterminal Gelderland39.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Er is daarom een nieuwe passende beoordeling door TAUW opgesteld (zie bijlagen bij de toelichting van het ontwerp inpassingsplan). Uit de berekeningen blijkt dat toenames van stikstofdepositie, in zowel de aanlegals gebruiksfase, aan de orde zijn in de volgende Natura 2000-gebieden met de volgende berekende deposities: Natura 2000-gebied Rijntakken Veluwe Sint Jansberg

Gebruiksfase (mol N/ha/jaar) 0,14 0,03 0,01

Aanlegfase (mol N/ha/jaar) 0,16 0,04 0,01

11 Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020, BIJ12/TAUW, januari 2021

20

Landgoederen Brummen De Bruuk Zeldersche Driessen

0,01 Geen Geen

0,01 0,01 0,01

Gelet op de zeer geringe toenames van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden Sint Jansberg en Landgoederen Brummen is een significant effect in deze gebieden uitgesloten. Voor alle habitattypen in deze gebieden geldt dat de zeer geringe toename in stikstof gedurende de aanlegen gebruiksfase met zekerheid niet leidt tot een verandering in vegetatiesamenstelling, typische soorten of andere kwaliteitskenmerken. De ontwikkeling staat de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden daarom niet in de weg. Deze twee Natura 2000-gebieden blijven verder buiten beschouwing. Ook de zeer geringe tijdelijke toenames van stikstofdepositie in de aanlegfase in de Natura 2000gebieden Zeldersche Driessen en De Bruuk worden buiten beschouwing gelaten. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Deze twee Natura 2000-gebieden blijven daarom verder buiten beschouwing in de passende beoordeling. De toenames van stikstofdepositie gedurende de aanleg- en gebruiksfase in de Natura 2000gebieden Veluwe en Rijntakken zijn nader beschouwd in de passende beoordeling. De conclusie is dat voor alle habitattypen en soorten op de Veluwe significant negatieve effecten als gevolgen van de zeer geringe extra stikstofdepositie die door de aanleg en het gebruik van de railterminal wordt veroorzaakt zijn uitgesloten.

Voor Natura 2000-gebied Rijntakken kan eveneens worden geconcludeerd dat RTG niet leidt tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen gezien de geringe bijdragen en het van nature voedselrijke, bufferende riviersysteem met zijn rivierdynamiek. Vervolgens is beoordeeld of de RTG in combinatie met andere plannen of projecten alsnog kan leiden tot significante gevolgen. Dit laatste wordt in de praktijk ook wel de cumulatietoets genoemd. Er moet hierbij rekening gehouden worden met alle reeds vergunde/vastgestelde, maar nog niet gerealiseerde projecten/plannen. De eventuele effecten van deze plannen en projecten zijn juridisch toegestaan, maar maken nog geen onderdeel uit van de achtergronddepositie. Ook na deze toets kan geconcludeerd worden dat de toename in stikstofdepositie in geen enkel Natura 2000-gebied leidt tot een zelfstandig of cumulatief negatief effect. De ontwikkeling voor de RTG is hier geen belemmering voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Gelet hierop is er geen noodzaak tot mitigatie of het doorlopen van de ADC-toets. Vanwege de nieuw gehanteerde uitgangspunten, berekeningen en de uitkomst daarvan is een nieuwe aanvraag voor een besluit op grond van de Wet natuurbescherming voor de Railterminal aangevraagd. Dit nieuwe ontwerpbesluit heeft opnieuw ter inzage van 11 maart 2021 tot en met 21 april 2021.

De eerdere aanvraag voor een besluit Wet natuurbescherming is ingetrokken. Voor de binnengekomen zienswijzen op dit ontwerp besluit wordt een separate reactienota opgesteld. Het definitieve inpassingsplan inclusief het milieueffectrapport doorloopt vervolgens weer tegelijkertijd de procedure. Dit betekent dat alle besluiten gezamenlijk openstaan voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

21

2.4.4

Lichthinder

Indieners vrezen voor lichthinder ’s nachts van de terminal en de nieuwe ontsluitingsweg. In de regels van het inpassingsplan worden op het terminalterrein lichtmasten toegestaan van 30 meter hoog. Ook op de ontsluitingsweg zullen enkele lichtarmaturen worden gerealiseerd. In het milieueffectrapport (opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan) en in hoofdstuk 6 van de toelichting van het inpassingsplan zijn de effecten van lichthinder in beeld gebracht. Op dit moment is er geen wet- en regelgeving voor het aspect licht(hinder). Wel heeft de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV, 2015) een aantal richtlijnen uitgebracht voor het beoordelen van lichthinder. Op basis van kengetallen en expert judgement is onderzocht of sprake is van direct lichtinval op mens (omwonenden) en/of natuur, of dat sprake is van toename van de zichtbaarheid van het licht. Voor de RTG is terreinverlichting en de openbare verlichting van de nieuwe ontsluitingsweg en Rijksweg Zuid relevant. In de huidige situatie zijn in de omgeving van de toekomstige railterminal de volgende lichtbronnen aanwezig: • (Minimale) straatverlichting Reethsestraat/Rijksweg Zuid; • Lichtmasten nabij de Betuweroute en het CUP; • Verlichting van de kernen Slijk-Ewijk, Eimeren, Valburg op grotere afstand; • Verlichting op windturbines langs de A15.

• Verlichting van het bedrijvenpark Park15 De A15 is ter hoogte van het plangebied niet verlicht. In het milieueffectrapport is de situatie zonder railterminal vergeleken met verschillende alternatieven en varianten van de situatie met railterminal. De beoordeling van het effect is: De railterminal en het parkeerterrein zullen in de operationele fase verlicht worden vanwege de veiligheid op de terreinen. Er wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van ledverlichting. De verlichting is functioneel en dus gericht op (onderdelen van) de installaties, wegen en gebouwen. Enige uitstraling van licht zal onvermijdelijk zijn, zeker in vergelijking met de nu onverlichte/minder verlichte terreinen, maar de uitstraling is niet zodanig dat dit invloed zal hebben op de woningen in het buitengebied van de kernen Slijk-Ewijk, Eimeren en Valburg op een paar 100 m afstand. Ten opzichte van de autonome situatie zal dus een beperkte toename zijn, maar ervan uitgaande dat de grenswaarden in de huidige situatie niet worden overschreden, zullen de waarden conform de NSVV met de bijdrage van de railterminal en parkeerterrein niet overschreden worden. In het kader van het inpassingsplan is door LICHTNL een 3D simulatie gemaakt op basis van het lichtontwerp van de RTG, deze simulatie is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van het inpassingsplan.

Hierin wordt bevestigt dat de horizontale waarde van de verlichtingssterkte extreem laag is en de verticale waarde onder de grenswaarde van 1 lux blijft op de gevel in de nacht conform de NSVV. Er zijn geen mogelijkheden om een terminal in deze omgeving geheel lichthindervrij te verlichten. In de regels van de toelichting is opgenomen dat lichtbronnen van lichtmasten naar beneden gericht moeten zijn, om hinder zoveel als mogelijk te beperken. Daarnaast kan het bevoegd gezag op basis van de regels in de bedrijfsbestemming indien nodig voor de RTG nadere eisen te stellen aan de situering van lichtmasten, om lichthinder voor onder andere woningen te beperken.

22

2.4.5

Externe veiligheid

Indieners zijn bang dat de veiligheid van omwonenden in gevaar worden gebracht door de activiteiten op de terminal. Verwacht wordt dat 1,5% van de laadeenheden die op- en overgeslagen worden op de terminal goederen met gevaarlijke stoffen betreffen. In het onderzoek “Externe Veiligheid RTG” van RoyalHaskoning DHV, opgenomen in de bijlagen van het inpassingsplan, is het aspect externe veiligheid onderzocht. In dit onderzoek is uitgegaan van 1,5% van het maximaal toegestane laadeenheden van 90.000. Het realiseren van de RTG zorgt er voor dat de externe veiligheid risico’s enigszins toenemen in de omgeving van de RTG. De omvang van het aantal mensen waarvoor de risico’s toenemen is klein en valt ruim binnen de gehanteerde normen in de wet- en regelgeving. In de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwen en milieu moet de toekomstig exploitant het vervoer van gevaarlijke stoffen verder uitwerken. De omgevingsvergunning wordt op basis van vigerende wet- en regelgeving getoetst en mogelijk verleend.

2.4.6

Luchtkwaliteit

Indieners vrezen dat door de toename van verkeer en de terminal de luchtkwaliteit in hun omgeving zal verslechteren. Uit het onderzoek “Luchtkwaliteit RTG” van RoyalHaskoning DHV, opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, blijkt dat de jaargemiddelde concentraties in het ruime gebied rond de toekomstige Railterminal Gelderland ruim onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen en dat concentraties, onder invloed van dalende achtergrondconcentraties en emissiefactoren, in de toekomst verder zullen dalen. Het plan heeft, in relatie tot de bestaande situatie, een beperkt effect op de luchtkwaliteit in de omgeving. Gezien dit beperkte effect en de grote ruimte tussen de heersende concentraties en de grenswaarden uit de Wet milieubeheer, zal de realisatie van het plan niet leiden tot een benadering of overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Ook zal de realisatie van het plan niet leiden tot een grote verandering van de lokale concentraties en is er geen reden om specifieke maatregelen te nemen. Hiermee voldoet de RTG aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit en is het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

2.4.7

Bodem

Indieners hebben de wens om de voormalige vuilstortplaats, welke is gelegen langs de nieuwe ontsluitingsweg te saneren. De voormalige stortplaats bevindt zich op een terrein met agrarische bestemming dat in eigendom is bij particulieren. Het tracé van de nieuwe ontsluitingsweg raakt de locatie van deze voormalige stortplaats niet. Er is gezien het immobiele en beheerste karakter van de verontreiniging ook geen sprake van een saneringsverplichting. In het “bodemonderzoek RTG” van RoyalHaskoning DHV, opgenomen in de bijlagen van de toelichting van het inpassingsplan, zijn de stortplaats, de ligging ten opzichte van het wegtracé en watergang, de omvang en de onderzoeken en maatregelen in de loop der jaren beschreven. Op basis hiervan is er voor de provincie geen reden om aan te nemen dat er raakvlakken tussen het plan en de voormalige stortplaats zijn, die in het kader van de planologische procedure voor de RTG

23

aanleiding geven tot sanering. Het uitgevoerde historisch onderzoek geeft voor het inpassingsplan voldoende inzicht in de bodemkwaliteit ter plaatse en de mogelijke knelpunten. Er heeft nog geen (veld)werk plaatsgevonden. Voor de omgevingsvergunning zal een (verkennend) bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd.

2.4.8

Gezondheid

Indieners vrezen dat de ontwikkeling van de RTG en de toename van verkeer invloed heeft op hun gezondheid. Voor direct omwonenden is de komst van de Railterminal een ingrijpende verandering in hun woonomgeving. In overleg met de GGD is in het milieueffectrapport het aspect gezondheid beoordeeld op de volgende criteria: • Geluidshinder door piekgeluiden • Per saldo effect op cumulatieve geluidsbelasting • Luchtverontreiniging • Externe veiligheid • Lichthinder • Groen: hoeveelheid en bereikbaarheid • Verkeersveiligheid (brom)fiets Rijksweg Zuid • Verkeersveiligheid kruispunten en wegvakken Geluid De railterminal bevindt zich dicht bij belangrijke bronnen van geluidshinder, te weten de Betuweroute en de A15. De geluidsberekeningen tonen aan dat, in 235 van de 275 rekenpunten in het studiegebied, de cumulatieve geluidsbelasting (veel) meer is dan de 50 dB die voor de GGD geldt als uitgangspunt bij de beoordeling van een gecumuleerd geluidsniveau. Onder de 50 dB is een goede akoestische kwaliteit van de leefomgeving bereikt. Onder 50 dB wordt, behalve een beperkt percentage hinder en slaapverstoring, geen ander gezondheidseffect verwacht. Duidelijk is dat, ook zonder de voorgenomen activiteit, er in een groot deel van het studiegebied (nog) geen sprake is van een optimale leefomgeving.

Luchtverontreiniging In het onderzoek naar de luchtkwaliteit, dat ten grondslag heeft gelegen aan het milieueffectrapport, is de luchtkwaliteit bepaald in de omgeving van het plangebied. In dat onderzoek is vastgesteld dat de wettelijke grenswaarden niet wordt overschreden. De verwachting is dat, als gevolg van strengere eisen aan emissie voor (vracht)verkeer, de NO2 concentratie zal afnemen. Het realiseren van de RTG zorgt er op termijn voor dat het bereiken van een goede luchtkwaliteit enigszins wordt vertraagd in de omgeving van de RTG. De grenswaardes voor luchtverontreiniging zijn niet in het geding en er is slechts in heel beperkte mate verdere gezondheidswinst te behalen. Externe veiligheid Het realiseren van de RTG zorgt er voor dat de externe veiligheid risico’s enigszins toenemen in de omgeving van de RTG. De omvang van het aantal mensen waarvoor de risico’s toenemen is klein en een dergelijke geringe toename van het plaatsgebonden risico heeft geen impact op de hinderbeleving met de daarbij behorende klachten die de gezondheid kunnen beïnvloeden. Vanuit

24

de risico’s op de gezondheid wordt het effect op de externe veiligheid dan ook als neutraal beoordeeld. Opgemerkt wordt dat ook de grenswaardes voor het plaatsgebonden risico nergens in het geding zijn. Overige aspecten • Lichthinder: Lichtschittering is hinderlijk maar vooral teveel nachtelijke lichtval op woningen kan hinder en slaapproblemen veroorzaken. In de huidige situatie zijn de locaties deels verlicht (door het CUP of de openbare verlichting bij kruisingen van wegen). Dit verlichtingspatroon zal langs de (nieuwe) openbare wegen niet wezen-lijk veranderen door de komst van de RTG. De verlichting van het terrein van de railterminal en de portaalkranen bij de woningen in het buitengebied mogelijk zichtbaar zal zijn, (Nachtelijke) zichtbaarheid van een object als de RTG heeft geen impact op de gezondheid van de bewoners in de omgeving. Daarnaast zal er, gezien de afstand tussen de RTG en de dichtstbijzijnde huizen, van directe lichtin-val geen sprake zijn. Het optreden van slaapproblemen door de nachtelijke verlich-ting van de RTG wordt dan ook niet verwacht. • Groen: Naarmate de omgeving groener is, voelen mensen zich gezonder en heb-ben ze minder gezondheidsklachten.

Als onderdeel van de huidige landschappelij-ke inpassing van de Betuweroute en het CUP is aan de noordzijde een hoge wal aangelegd die beplant is en een groot deel van het zicht vanuit Reeth, Eimeren en Valburg op de Betuweroute en het CUP ontneemt. De zone tussen de A15 en de Betuweroute is op sommige delen ingeplant als onderdeel van de landschappelijke inpassing en op sommige delen is de grond nog in agrarisch gebruik. Door de aan-leg van de RTG, inclusief infrastructuur geldt dat ten opzichte van de huidige situa-tie de hoeveelheid groen gelijk blijft omdat de bestaande wal, inclusief beplanting, integraal verplaatst zal worden. • Verkeersveiligheid: De verkeersveiligheid is hier relevant in het kader van de gezondheid omdat de verkeersdrukte op plaatsen waar veel kinderen en fietsers komen toeneemt. Verkeersonveiligheid leidt tot gewonden en soms tot een dodelijk ongeval. Een veilige verkeerssituatie vergroot ook voor scholieren de mogelijkhe-den om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Verkeer van en naar de RTG wikkelt zich af via de nieuwe ontsluitingsweg waardoor de verkeersveiligheid verbetert. De conclusie is dat er door het plan nieuwe piekgeluiden in het gebied bij komen (met name stapelen van containers).

De gecumuleerde langtijdgemiddelde geluidsbelasting neemt ten opzichte van de huidige situatie op een aantal woningen toe, en op woningen langs de Reethsestraat (tussen het Cup en De Hoge Brugstraat) is sprake van een afname. Dit laatste effect komt doordat het plan leidt tot minder verkeer op dit deel van de Reethsestraat. Daarnaast wordt met het plan de verkeersveiligheid voor zowel bromverkeer als voor fietsers. Wettelijke grenswaarden die er voor enkele thema’s (lucht, licht en externe veiligheid) bestaan, worden niet overschreden. In algemene zin is het zo dat meer vervoer over spoor, en minder over de weg bijdraagt aan een betere luchtkwaliteit in Gelderland. In een (boven)regionaal perspectief is de Railterminal op deze locatie met de al aanwezige weg- en spoorinfra een gezonde ontwikkeling.

25

2.4.9

Landschappelijke inpassing

Indieners maken zich zorgen over visuele hinder bij realisatie van de terminal en hebben vragen over de landschappelijke inpassing van de grondwal. In de concept-Gebiedsvisie Knoop 3812 is de ambitie opgenomen om de infrastructuurbundel ruimtelijk eenduidig en robuust te begrenzen aan de noordzijde en daarmee de grens met het landelijk gebied voor lange termijn vast te leggen. Dit in de vorm van een fysieke en landschappelijke maatregel waarbij grondwallen en bomenrijen worden aangebracht ter hoogte van de terminal en de nieuwe ontsluitingsweg, daar waar mogelijk en wenselijk aangevuld met recreatieve en ecologische elementen. De concept-gebiedsvisie is niet bestuurlijk vastgesteld, maar vormt wel het vertrekpunt voor de landschappelijke inpassing van de RTG, de ontsluitingsweg en water compenserende maatregelen. Voor het inpassingsplan is dit verder uitgewerkt in een landschapsplan van Pouderoyen, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan. Op onderstaande afbeeldingen zijn de doorsnedes van de grondwallen ter hoogte van de RTG (waldeel 3) en de ontsluitingsweg (waldeel 4) opgenomen.

Figuur: Doorsnede Waldeel 3

Figuur: Doorsnede Waldeel 4

De grondwal wordt 30 meter breed en 5 meter hoog. De hoogte van de grondwal is vastgelegd in de regels van het inpassingsplan. Op het bovenste gedeelte van de grondwal (talud) komt een bosplantsoen. Het wordt een meerrijige aanplant bestaand uit snellere en langzamere groeiers, waardoor er een gemêleerde en dichte aanplant ontstaat, die uit zal groeien tot een hoogte van 6 meter. Gegeven de walhoogte zal het afschermende effect van wal en bosplantsoen tot een hoogte van 11 meter reiken. Dit is voldoende om de gestapelde containers bij de RTG visueel af te schermen. Naast het bosplantsoen wordt een dubbele bomenrij geplant, zodat er een natuurlijk beplantingsbeeld ontstaat. De dubbele rij bestaat uit een menging van zwarte elzen, kriek en eiken, respectievelijk snellere en langzamere groeiers, die boven de laag bosplantsoen voor verdergaand landschappelijke inpassing zullen zorgen. De bomen worden aangeplant met een hoogte van gemiddeld 7 tot 8 meter. Daarmee zal na 5 tot 10 jaar een behoorlijk gesloten boomkroonlaag 12 Gebiedsvisie Knoop 38 concept gebiedsprogramma, Pouderoyen februari 2017

26

kunnen uitgroeien, boven het bosplantsoen. Daarmee is de landschappelijke doelstelling van afscherming bereikt.

2.4.10 Openingstijden Indieners zijn bang voor overlast in de avonden, nachten en weekenden. Het inpassingsplan regelt geen bedrijfstijden en/of openingstijden. In de onderzoeken is uitgegaan van een representatieve bedrijfssituatie. Dit betekent dat er ook rekening is gehouden met eventuele bedrijvigheid in de avond, nacht en weekenden. Voor vrachtverkeer is hierbij uitgangspunt dat vrachtwagens tijdens werkdagen arriveren tussen 6:00 en 20:00 uur. Voor treinverkeer wordt uitgegaan dat deze arriveren en vertrekken 24 uur per dag en 7 dagen per week. In de omgevingsvergunning kunnen door het bevoegd gezag aan de bedrijfstijden en openingstijden voorwaarden woorden verbonden. De aanvrager van de vergunning (exploitant) is vrij om openingstijden van 24 uur per dag en 7 dagen per de week aan te vragen. Als dit binnen geldend beleid, wet en regelgeving past, kan het bevoegd gezag geen strengere voorschriften voorschrijven. Het opnemen van bedrijfstijden/openingstijden in een omgevingsvergunning is echter niet ongebruikelijk en zal het bevoegd gezag conform de overeenkomst tussen provincie Gelderland en gemeente Overbetuwe opnemen indien noodzakelijk.

2.4.11 Vrachtwagenparkeerplaatsen Indieners vrezen voor overlast van vrachtwagens die moeten wachten om te kunnen laden en lossen op de terminal. Het kan voorkomen dat vrachtwagens moeten wachten tot dat deze geladen of gelost kunnen worden. Deze ruimtebehoefte mag niet worden afgewenteld op de omgeving buiten het bedrijfsperceel, zoals op de nieuwe ontsluitingsweg. Er dient daarom een parkeerterrein te worden realiseert op het terrein van de terminal. Het parkeerterrein dient alleen parkeerruimte aan vrachtwagens die laadeenheden naar de terminal brengen of komen afhalen. Logitech heeft in de capaciteitsanalyse (zie bijlage) berekend hoeveel parkeerruimte op de terminal nodig is. De analyse geeft aan dat bij een maximale capaciteit van 90.000 laadeenheden op een gemiddelde dag circa 11 vrachtwagens moeten kunnen parkeren om een storing in de systemen van een uur op te vangen. Tijdens het piekuur laat de analyse zien dat in de eindsituatie circa 33 vrachtwagens worden verwacht op de terminal. Tijdens dit piekuur moeten 17 vrachtwagens kunnen parkeren om een storing in de systemen van een uur op te vangen. Op basis van deze capaciteitsanalyse is een aantal van 17 parkeerplaatsen als minimum opgenomen in de regels van het inpassingsplan.

Het bevoegde gezag kan nadere eisen stellen aan de omvang of situering van deze parkeerplaatsen voor vrachtwagens als bijvoorbeeld (verkeers-) veiligheidsoverwegingen daartoe aanleiding geven. 2.5

Verkeersveiligheid cq. Infrastructuur

2.5.1 Aanpassing infrastructuur in relatie met Knoop 38 De inpassing van de terminal zoals uitgewerkt in het inpassingsplan vraagt een aanpassing aan het kruispunt Reethsestraat - Rijksweg zuid. Dit is in het inpassingsplan uitgewerkt en wordt gerealiseerd voorafgaand aan in gebruikname van de RTG.

27

De aanpassing van afslag 38 is niet nodig voor een verkeersveilige afwikeling van en naar de RTG. De gemeenten Overbetuwe en Nijmegen werken aan de aanpassingen van afslag 38 om deze toekomstbestendig te maken gezien de toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Door groei van het verkeer en ontwikkelingen op Park 15, de RTG en woningbouwplannen loopt het bestaande viaduct in de toekomst tegen zijn grenzen aan. Voor de gemeente Nijmegen is het bovendien van belang dat met deze aanpassing bedrijventerrein De Grift kan worden ontwikkeld. Ook vormt dit viaduct een belangrijke schakel voor hoogwaardig openbaar vervoer, dat ook ruimte vraagt. De partijen willen onder meer een nieuw, in 2 richtingen bereden fietspad realiseren ten westen van de Griftdijk en de Rijksweg Zuid, tussen de Olympiasingel in Elst en de Keizer Hendrik VI singel in Nijmegen. Beide gemeenten zullen het fietspad en kruisingen verder vormgeven. Het aanpakken van het viaduct maakt onderdeel uit van de verbreding van de A15. De verbreding van de A15 is voorzien tussen 2023 en 2025. Dit zou aansluiten op ingebruikname van de RTG die wordt voorzien voor 2025. Mocht de verbreding ter hoogte van afslag 38 niet doorgaan, maken de betrokken partijen nieuwe afspraken met Rijkswaterstaat over het aanpassen van het viaduct.

Het ontwerp voor het kruispunt Reethsestraat - Rijksweg Zuid daarom aan op zowel een situatie met fietsen aan weerzijden van de weg (huidige situatie), maar is ook geschikt voor de geplande realisatie van het ontwerp knoop 38.

2.5.2 Fietsveiligheid Er wordt door indieners met name aandacht gevraagd voor fietsverkeer dat mogelijk kruist met aan- en afrijdend bestemmingsverkeer voor de terminal. Indieners betogen dat de in de toekomst beoogde oplossingen in en buiten het kader van Knoop 38 aantonen dat alleen een ongelijkvloerse kruising voldoet. Voor het realiseren van een verkeersveilige situatie voldoet de aanpassing van het kruispunt aan Rijksweg Zuid, zoals voorligt in het inpassingsplan. Inpassing van een ongelijkvloerse kruising wordt verder onderzocht in het kader van Knoop 38. Deze inpassing kan alleen worden ingepast bij een herinrichting van de gehele Rijksweg Zuid, tot aan de rotonde 'Omlypasingel'. Voor het fietsverkeer van en naar Valburg en Reeth geldt dat ter hoogte van de ingang van de terminal is voorzien in gescheiden wegen voor lokaal en bestemmingsverkeer. Daar is geen nadere voorziening nodig. Ter hoogte van de nieuwe kruising Rijksweg Zuid met de Reethsestraat kán het fietsverkeer op basis van het voorliggende ontwerp “geregeld kruisen” met het bestemmingsverkeer, door over een extra aan te leggen fietspad noordwaarts te rijden naar de hoofdfietsroute en dan bij de verkeerslichten over te steken. Het alternatief, de kortste route, kruist de nieuwe ontsluitingsweg weliswaar zonder verkeerslichten, maar via een zogenoemde midden geleider tussen de twee rijbanen.

Hierbij kan de fietser in 2x de ontsluitingsweg oversteken. Mede op basis van de geprognotiseerde verkeersintensiteiten voor de diverse verkeersstromen is de uitkomst dat deze oversteek voor alle categorieën verkeersdeelnemers voldoende veilig is, vooruitlopend op nadere infrastructurele ingrepen in verband met de autonome groei van het autoverkeer.

28

Voor het verkeer tussen Nijmegen en Elst is voorzien in een situatie met verkeerslichten. De verwachting dat deze in hoge mate zullen worden genegeerd is geen uitgangspunt bij de beoordeling. De verkeersinstallatie reguleert de mogelijke conflictsituaties en kan voor verschillende tijdvakken – bijvoorbeeld de spitstijden voor scholieren – verschillend worden geprogrammeerd. Uitgangspunt in de programmering is dat de verkeershoofdstroom Elst – Nijmegen, zowel motorvoertuigen als fietsers, in de spits de meeste groentijden krijgen. Er is dus rekening gehouden met voorrang in de verkeersafwikkeling voor fietsers en dat wanneer fietsers uit de richting Elst naar Nijmegen bij rood licht in verband met een kruisende vrachtwagen deze ruim van te voren zullen zien oprijden. Ook zullen deze fietsers enigszins omhoog moeten fietsen en derhalve niet makkelijk kunnen versnellen. Wanneer fietsers vanuit Nijmegen richting Elst fietsen zullen zij de vrachtwagens ook zonder ongelijkvloerse kruising niet kruisen omdat fietsers ten noorden van de kruising zullen oversteken. Gezien de in de préverkenning Knoop 38 gehanteerde verkeersintensiteiten worden daarbij geen nadelige effecten op de doorstroming verwacht in verband met afslaand bestemmingsverkeer.

Hieronder zijn enkele impressies opgenomen van het nieuwe kruispunt Reethsestraat – Rijksweg Zuid:

Figuur: Bovenaanzicht nieuwkruispunt Reethsestraat Reethsestraat - Rijksweg Zuid

29

figuur 1: Visualisatie nieuw kruispunt auto op Rijksweg Zuid vanaf viaduct (noord)

figuur 2: Visualisatie nieuw kruispunt auto op Reethsestraat

30

figuur 3: Visualisatie nieuw kruispunt auto op Rijksweg Zuid vanaf Elst (zuid)

figuur 4: Visualisatie nieuw kruispunt fiets Rijksweg Zuid vanaf viaduct op fietspad aan de westelijke zijde

31

figuur 5: Visualisatie nieuw kruispunt fiets vanaf de Reethsestraat richting Rijksweg Zuid

figuur 6: Visualisatie nieuw kruispunt fiets op Rijksweg Zuid vanuit Elst

32

33

3 Reactie op zienswijzen op ontwerpbesluiten Railterminal Gelderland 3.1

Indiener 1

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

1

Indiener is niet eens met de bevindingen dat door de RTG geen nadelige planologische effecten ontstaan. De Europese Commissie stelt dat burgers beschermd moeten worden tegen negatieve invloeden van geluid, trillingen, fijnstof, stank en negatieve invloeden op de grondwaterstand en verzakking

Ter kennisname

2

3

De komst van de RTG komt de verkoop van onroerend goed niet ten goede. De woning verliest waarde op de markt.

4

Er is geen duidelijkheid over of bewijs dat er geen schade zal ontstaan aan onroerend goed of gezondheid door bodemverzakking, trilling schade, bodem/ oppervlaktewaterverontreiniging, CO₂ en fijnstof, geur van dieselmotoren en tanken, opslag/overslag van zeer gevaarlijke en explosieve stoffen/gassen, geluid van de RTG en bestaande en te verwachten bedrijven en de geur die vrijkomt bij het produceren van stoffen en producten.

34

In het "Milieueffectrapport Railterminal Gelderland" van Tauw, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, en in de toelichting van het inpassingsplan zijn de effecten door de komst van de RTG op het gebied van geluid, trillingen, fijnstof, geur en water in beeld gebracht en getoetst aan vigerende wet- en regelgeving. Voor het bepalen van de vraag of in een concreet geval sprake is van planschade, en zo ja, wat de omvang van de schade is en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt, kent de Wet ruimtelijke ordening een aparte procedure. Belanghebbenden die menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in planschade kunnen, na het onherroepelijk worden van het inpassingsplan, een verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten van Gelderland. Een onafhankelijk commissie beoordeelt per individueel verzoek of er sprake is van planschade en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Wanneer de verzoeker recht heeft op een tegemoetkoming in de planschade keert de provincie deze uit. De provincie Gelderland heeft eerder voor de RTG een bovenwettelijke planschaderegeling opgesteld. Mocht u in aanmerking komen voor deze bovenwettelijke planschaderegeling, dan bent u hier reeds over geïnformeerd door de provincie Gelderland.

In het "Milieueffectrapport Railterminal Gelderland" van Tauw, opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan en de toelichting van het inpassingsplan zijn de effecten door de komst van de RTG op het gebied van geluid, trillingen, fijnstof, geur en water in beeld gebracht en getoetst aan de geldende normen. Waar nodig zijn maatregelen genomen om de effecten te verzachten, bijvoorbeeld door het plaatsen van een zichtscherm met geluidreducerende werking en het realiseren van extra waterberging. Indien nodig kunnen in de nog aan te vragen omgevingsvergunning voorschriften worden opgenomen voor het beperken van milieueffecten, indien nodig conform wet- en regelgeving.

1.5

Het repareren van en het werken aan containers zal zeer luidruchtig gaan.

De maatgevend piekbron die het maximale geluidsniveau bepaalt op de RTG, is het stapelen van de containers. Eventuele reparatiewerkzaamheden zullen niet leiden tot hogere maximale niveaus. In het inpassingsplan is de geluidsbelasting van de RTG getoetst.

1.6

De komst van de RTG zorgt voor aantrekkende criminaliteit in de directe omgeving, waar chauffeurs moeten parkeren om de rij- en rusttijden in acht te nemen en waar eventueel weekendvoorzieningen komen voor chauffeurs .

Bestemmingsverkeer voor de terminal zal automatisch toegang kunnen verkrijgen tot het terrein. Op het terminalterrein worden voldoende parkeerplaatsen gecreëerd voor bestemmingsverkeer in afwachting van het op- of afladen van de vracht. Overnachten is in strijd met de regels van het inpassingsplan. De bedrijfsvoering is van dien aard, dat sprake zal zijn van kortstondig ‘halen en brengen’. Mede gezien de regionale herkomst van de ladingsstromen, is de verwachting gerechtvaardigd dat er geen behoefte is aan extra overblijfmogelijkheden met de komst van de RTG. In het plan zijn dan ook geen overblijfmogelijkheden of parkeerfaciliteiten direct buiten het terrein van de terminal voorzien. In ruimer regionaal verband hebben de zogenoemde ‘corridorpartijen’ bestuurlijke afspraken gemaakt om op termijn te komen tot een samenhangend netwerk van truckparkeerplaatsen met bijbehorende voorzieningen. In afwachting van realisatie daarvan zullen wegbeheerder en bevoegd gezag zo nodig flankerende maatregelen kunnen treffen en handhavend kunnen optreden.

7

Indiener heeft zorgen over de afspraken die gemaakt gaan worden tussen de exploitanten en de overheid (provincie en gemeente). Hier is geen duidelijkheid over.

Nadat het inpassingsplan onherroepelijk is start een openbare aanbesteding waar exploitanten zich op kunnen inschrijven. De kaders van het inpassingsplan zijn daarbij bepalend.

8

Bij geluidsoverlast is er niet gekeken naar de verscheidenheid aan situaties, windrichting, lege wagons, weerkaatsing van geluid tegen gestapelde containers, nacht stilte, optrekkende treinen en remmende treinen, zeker die treinen die te hard binnen komen rijden.

De berekeningen zijn uitgevoerd volgens de wettelijke Reken- en meetvoorschriften. Hierin wordt gecorrigeerd voor de meteo (wisselende weersomstandigen) en wordt er rekening gehouden met reflecties in gestapelde containers. De berekende niveaus zijn getoetst aan de normen in de dag-, avond- en nachtperiode afzonderlijk. De pieken bij optrekken en remmen van treinen zijn ondergeschikt aan de pieken van het stapelen van de containers en zijn daarom niet in beeld gebracht. In het inpassingsplan is de vergunbaarheid getoetst op basis van een representatieve bedrijfsvoering. Nadere uitwerking zal plaatsvinden in de omgevingsvergunning milieu.

35

9

Indiener heeft zorgen over eigen woongenot en de bijbehorende gezondheid die naar mening van indiener ernstig wordt aangetast. Gelet hierop en gelet op de effecten op de waarde van onroerend goed meent indient in aanmerking te komen voor uitkoop.

In hoofdstuk 16 van het "Milieueffectrapport Railterminal Gelderland" van Tauw, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, is een integrale afweging gemaakt op het aspect gezondheid. Per saldo wordt de RTG neutraal tot positief beoordeeld. Enkel geluidshinder door piekgeluiden is licht negatief beoordeeld. De gemeente Overbetuwe heeft een uitkoopregeling vastgesteld. Of u hiervoor in aanmerking komt, kunt u informeren bij de gemeente Overbetuwe.

10

Er wordt met diverse geluidnormen, piekbelastingen, fijnstofwaarde en risicowaardes gestrooid maar niets is aan ons onderbouwd, laat staan gewaarborgd.

De onderzoeken voor geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid zijn getoetst aan Nederlandse wet- en regelgeving. Indien nodig zijn maatregelen vertaald naar de regels van het inpassingsplan. Verdere uitwerking van het inpassingsplan gebeurt door de toekomstig exploitant (binnen de kaders van het inpassingsplan) in de aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu. Ook deze omgevingsvergunning moet voldoen aan geldende normen uit wet- en regelgeving.

11

Het is niet geborgd dat er geen sluipverkeer plaatsvindt over de Eimerensestraat

In het inpassingsplan kan niet geregeld worden dat er geen sluipverkeer plaatsvindt over de Eimerensestraat. Wel is de infrastructuur dusdanig ontworpen om het sluipverkeer te ontmoedigen.

12

Alle plannen van de RTG en omgevingsplannen geven geen waarborgen voor de toekomst of worden naar behoren onderbouwd

Ter kennisname

13

Indiener is niet tegen plannen die goed zijn voor de welvaart van ons land, (alhoewel deze plannen niet bewezen hebben dat ze economisch verantwoord zijn en goed zijn voor de werkgelegenheid en waarop alle berekeningen zijn gebaseerd), maar indiener heeft er wel een probleem mee dat alles waar je voor gewerkt hebt nu ineens in waarde gaat dalen en dat je gezondheid en toekomst ernstig in gevaar en in onzekerheid worden gebracht

Ter kennisname

36

14

Bij een groeiende economie door industriele bebouwing zal de overlast alleen maar groter worden. Indiener heeft daarom twijfels over de berekening van de geluidswaardes en gegevens over fijnstof, gezondheidsschade en risico op calamiteiten maar ook over nieuwe bebouwing richting de noordzijde bij uitbreiding van industrie.

In de uitgevoerde onderzoeken zijn ontwikkelingen in de omgeving, zoals PARK15 en de doortrekking van de A15 meegenomen. Hierbij is gekeken wat gerealiseerd mag worden volgens de bestemmingsplannen. Mocht er in de toekomst nieuwe bebouwing plaatsvinden, dan moet hier opnieuw bestemmingsplannen voor worden vastgesteld. Hierbij moeten alle aspecten, zoals geluid, fijnstof en gezondheidsschade worden afgewogen conform de Nederlandse wet- en regelgeving. De ontwikkelingen van extra bedrijventerrein in de directe omgeving van de terminal is geen onderdeel van het inpassingsplan. Ook zonder ontwikkeling van extra bedrijventerrein(en) heeft de terminal voldoende potentie.

37

15

Indiener houdt de provincie verantwoordelijk voor alle schade die voortvloeit uit de komst van de RTG, de exploitatie hiervan en de bijbehorende werkzaamheden, in welke vorm dan ook.

38

Voor het bepalen van de vraag of in een concreet geval sprake is van planschade, en zo ja, wat de omvang van de schade is en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt, kent de Wet ruimtelijke ordening een aparte procedure. Belanghebbenden die menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in planschade kunnen, na het onherroepelijk worden van het inpassingsplan, een verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten van Gelderland. Een onafhankelijk commissie beoordeelt per individueel verzoek of er sprake is van planschade en of deze voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Wanneer de verzoeker recht heeft op een tegemoetkoming in de planschade keert de provincie deze uit. De provincie Gelderland heeft eerder voor de RTG een bovenwettelijke planschaderegeling opgesteld. Mocht u in aanmerking komen voor deze bovenwettelijke planschaderegeling, dan bent u hier reeds over geïnformeerd door de provincie Gelderland.

3.2

Indiener 2 Gemeente Overbetuwe

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

1

Zoals vereist, is een voorstudie gedaan naar een goede locatie voor het inpassen van een railterminal in Gelderland. Daarbij is de keuze gevallen op een gebied in Overbetuwe. In het beginstadium is de provincie verzocht om het nut en de noodzaak van een railterminal op de geplande locatie uiteen te zetten. Dat is ondanks de vertraging in het proces niet overtuigend gebeurd. Overbetuwe is derhalve niet overtuigd van de behoefte aan een railterminal op de in het plan voorgestelde locatie. Zonder nadere onderbouwing kan de conclusie slechts zijn dat die behoefte ontbreekt.

2

Door verschillende organisaties, inwoners en partijen worden er vragen gesteld over: de economische haalbaarheid, de business case van de Railterminal Gelderland - zeker nu er nog geen overeenkomst is met de beoogde exploitant - en over de vraag of Overbetuwe daadwerkelijk de beste locatie is. Indiener constateert dat die vragen in het voortraject niet weggenomen zijn.

Tijdens de periode van vertraging in het proces zijn eerder uitgevoerde onderzoeken geactualiseerd die de nut en noodzaak van een terminal op de geplande locatie bij Valburg ondersteunen. In het rapport "Potentie Railterminal Gelderland" van Panteia, opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, is doormiddel van een terminalmodel gekeken wat de potentie is van de RTG. De conclusie is dat de potentie van RTG in 2030 komt op 82.500 laadeenheden. In deze studie is ook gekeken wat de potentie en/of mogelijkheden zijn van de locaties die eerder in beeld zijn geweest, zoals Tiel, Kleefse Waard en Emplacement Arnhem. Hieruit blijkt dat de potentie bij Valburg aanzienlijk hoger ligt. Ook de "Toets ladder voor duurzame verstedelijking" van Goudappel Coffeng, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, is geactualiseerd. Hierin wordt de behoefte aan een RTG onderzocht. In deze toets wordt de conclusie getrokken dat door de toekomstige ontwikkelingen de potentie en behoefte voor goederenvervoer over het spoor en de RTG op langere termijn groter wordt. De locatie bij Valburg leent zich bij uitstek voor de ontwikkeling van de railterminal, door de ligging aan de Betuweroute en de A15 en de mogelijk om relatief makkelijk te starten met een terminal met lagere volumes. In december 2019 heeft er een marktconsultatie plaatsgevonden.

Hiervoor is met meerdere marktpartijen gesproken. De conclusie is dat partijen positief staan tegenover de ontwikkeling van de terminal, dat de locatie aan de Betuweroute veel potentie heeft en dat een exploitatie financieel haalbaar is. Van deze marktconsultatie is een verslag openbaar gemaakt. Ook de "Toets ladder voor duurzame verstedelijking" van Goudappel Coffeng, opgeomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan. volgt dat de locatie in Overbetuwe de beste locatie is omdat deze de meeste potentie heeft (grootste volume op- en overslag) voor de ontwikkeling van een railterminal.

39

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

3

Doordat de ADC toets is gebruikt voor de beoordeling van de stikstofdepositie, kan niet alleen de economische haalbaarheid worden betwijfeld, maar dient ook de dwingende reden van de railterminal op de beoogde locatie vast te komen staan. Het is de provincie, naar de mening van indiener, niet of in ieder geval niet overtuigend gelukt om het onmisbare maatschappelijke belang van de Railterminal aan te tonen. Vanwege het ontbreken van dat belang slaagt de provincie er niet in om een maatschappelijk evenwicht tussen de lasten en de baten te creëren. Nu de dwingende reden voor de railterminal onvoldoende is aangetoond, mist de onderbouwing een essentieel onderdeel.

Na de ter inzage legging van het ontwerp inpassingsplan met bijbehorend milieueffectrapport en ontwerpbesluiten is er door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieubeheer (RIVM) per 15 oktober 2020 een nieuwe versie van het rekenmodel Aerius uitgebracht. Met dit rekenmodel moeten de effecten van de uitstoot van stikstof op beschermde natuurgebieden worden berekend. Inmiddels zijn de resultaten hiervan bekend en beoordeeld in een herziene passende beoordeling.

Met een claim op de ADC-toets is de provincie voornemens om door realisatie van de railterminal stikstofdepositie in de omgeving mogelijk te maken. Deze toename van de stikstofdepositie van de railterminal maakt andere ontwikkelingen, waaronder woningbouw en bedrijvigheid, nog moeilijker. Daarmee ontbreekt de dwingende reden voor de railterminal niet alleen, maar zou realisatie van de railterminal andere voor het gebied noodzakelijke ontwikkelingen onmogelijk maken of in ieder geval verder belemmeren

De RTG is vergunbaar indien er geen significante effecten optreden voor de natuur. Dit wordt per individueel project beoordeeld, in eerste instantie los van andere projecten. Daarnaast moet ieder project laten zien of er in samenhang met andere projecten effecten te verwachten zijn (cumulatie). Als er significante effecten zijn op de natuur, moet daar iets aan worden gedaan door het project. Mogelijke mitigerende maatregelen of compensatie worden voor ieder project individueel opgelegd en dit gaat niet ten koste van andere ontwikkelingen.

4

De conclusie in de herziene passende beoordeling is dat er geen sprake is van significante negatieve gevolgen in Natura 2000-gebieden door de zeer geringe stikstofuitstoot die de RTG veroorzaakt. Dit geldt zowel voor de aanleg, als voor het gebruik van de toekomstige railterminal. Hiermee is een nieuwe vergunning voor de Wet natuurbescherming aangevraagd. De ADC-toets maakt geen onderdeel meer uit van deze vergunning. De eerdere vergunningaanvraag is ingetrokken.

Op basis van de "Passende beoordeling Railterminal Gelderland" van Tauw, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, kan worden geconcludeerd dat voor alle habitattypen en soorten op de Veluwe significant negatieve gevolgen van de zeer geringe extra stikstofdepositie die door de aanleg en het gebruik van de railterminal wordt veroorzaakt zijn uitgesloten. Voor Natura 2000-gebied Rijntakken kan eveneens worden geconcludeerd dat RTG niet leidt tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen gezien de geringe bijdragen en het van nature voedselrijke, bufferende riviersysteem met zijn rivierdynamiek. De conclusie blijft hetzelfde na de cumulatieve toets.

40

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

5

Zoals een goede ruimtelijke ordening vereist, zijn er voor het plan verschillende alternatieven overwogen. Uitgaande van een railterminal in Overbetuwe zijn in het plan inrichtingsvarianten met drie verschillende locaties en meerdere ontsluitingen beschouwd. Daarbij is de zuidvariant tussen de Betuweroute en de A15 gepositioneerd. Voor deze variant is in het ontwerpinpassingsplan niet gekozen. Dit terwijl er vanuit ruimtelijk oogpunt sterke overwegingen zijn om dat wel te doen.

Zoals indiener aangeeft zijn in het milieueffectrapport, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, de noord-, midden- en zuidvariant onderzocht. De conclusie is dat de milieueffecten van deze varianten niet sterk van elkaar verschillen. De investeringskosten, voorzieningen met betrekking tot de Betuweroute en de exploitatiemogelijkheden onderscheiden zich wel. De noordvariant scoort hier op het best. Om deze redenen is er gekozen voor de noordvariant. In paragraaf 5.1 van de toelichting van het inpassingsplan is de keuze voor de noordvariant nader toegelicht. Daarnaast heeft de gemeente Overbetuwe in 2019 voor de locatie van de zuidvariant een onherroepelijke omgevingsvergunning afgegeven voor de aanleg van een zonnenpark tussen de A15 en de Betuweroute. Hierdoor is de zuidvariant niet meer mogelijk en dus geen realistisch alternatief.

41

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

6

Nu de zuidvariant en daarmee mogelijk de vanuit ruimtelijk oogpunt beschouwd beste variant vanwege de bijbehorende extra investering ("meer investering van ca. 30 miljoen euro") niet is geselecteerd (derhalve heeft de gemeente voor deze locatie een inmiddels onherroepelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark verleend), acht de gemeente het niet alleen reëel, maar ook noodzakelijk dat er meer wordt geïnvesteerd in een goede ruimtelijke inpassing dan tot op heden het voornemen van de provincie is. Ten opzichte van andere plannen in de provincie, bieden deze overwegingen tevens een legitimatie voor verdergaande investering: door de gekozen variant beter in te passen, kan een duurdere variant worden vermeden. Tot slot zou daarmee ook invulling worden gegeven aan de ambitie zoals die door verschillende partijen tijdens de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen is uitgesproken. Nu dit niet is gebeurd, menen wij dat de keuze van het alternatief onvoldoende is onderbouwd en het gekozen alternatief ruimtelijk onvoldoende wordt ingepast.

In de op 16 januari 2018 getekende Overeenkomst Knoop 38 tussen de gemeente Overbetuwe en de provincie Gelderland is opgenomen dat de provincie de toegangsweg volgens de zogenaamde inrichtingsvariant noord en noordelijke ontsluitingsvariant uit de "Milieueffectenstudie" van Royal Haskoning DHV, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, realiseert. In deze milieueffectenstudie van 2017 zijn de noord-, midden- en zuidvariant met bijbehorende ontsluitingsalternatieven al onderzocht. Op basis van deze studie en de "MKBA" van RoyalHaskonig DHV (bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan) is de keuze voor de noordvariant gemaakt. Vervolgens heeft de gemeente Overbetuwe een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor het zonnepark, nadat de zuidvariant was afgevallen. Op verzoek van de gemeente Overbetuwe en de omwonenden is de Zuidvariant alsnog meegenomen in de milieueffectrapportage van 2020, die moest op worden gesteld vanwege de geringe uitstoot van stikstofdepositie. In het MER wordt de keuze voor de noordvariant herbevestigd. Met het realiseren van de noordvariant realiseert de provincie Gelderland een nieuwe ontsluitingsweg, grondwal en verdere landschappelijke inpassingen. Door de nieuwe ontsluitingsweg wordt de Reethsestraat autoluw.

De nieuwe ontsluitingsweg en de railterminal worden landschappelijk ingepast met grondwallen die ook de Betuweroute en A15 aan het zicht onttrekken. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in duurzame ontwikkelingen op de railterminal, zoals Zeilend Binnenkomen, zodat de uitstoot van de terminal wordt beperkt. Tot slot worden door de provincie investeringen gedaan in de gebiedsmaatregelen en aanpassing van Afslag 38 (in totaal 12,5mln euro).

42

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

7

De realisatie van een railterminal leidt tot een intensivering van de vervoersbewegingen in de directe omgeving. Dit vindt plaats in een gebied waar reeds sprake is van intensief verkeer. Bovendien zijn er naast de railterminal ook andere ontwikkelingen die bijdragen aan de groei van de verkeersbewegingen. Vanwege die ontwikkelingen is het voornemen dat de A15 wordt verbreed en afslag 38 aangepast.

Om een verkeersveilige situatie te realiseren met de aanleg van de RTG, moet het kruispunt aan de Rijksweg Zuid worden aangepast. Er worden verkeerslichten geplaatst en er komen extra rijstroken voor afslaand verkeer. Deze aanpassing is onderdeel van het inpassingsplan RTG en worden gerealiseerd voor ingebruikname van de RTG. Andere aanpassingen aan Afslag 38 zijn door de komst van de RTG niet nodig omdat de verkeersaantrekkende werking van de RTG beperkt is. In paragraaf 2.5 wordt de relatie met Knoop38 nader toegelicht.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening van de railterminal is de aansluiting op infrastructuur en een goede logistieke afhandeling, een essentieel punt. Vast staat dat juist door de komst van een railterminal de al langer wenselijke aanpassingen van afslag 38, nu onontkoombaar worden. In de nota erkent de provincie deze relatie, haar rol en verantwoordelijkheid in deze. Uitgangspunt is de in september 2017 door de gemeenten Nijmegen en Overbetuwe, in samenwerking met Rijkswaterstaat en de provincie opgestelde préverkenning. Tegelijkertijd stelt indiener vast dat er geen enkele garantie - noch binnen het inpassingsplan, noch daarbuiten - is dat deze aanpassingen daadwerkelijk plaats zullen vinden en - voor zover ze al plaats zullen vinden - wanneer die dan gereed zouden zijn.

43

Overigens draagt de provincie wel bij aan de aanpassing van Afslag 38 om toekomstige ontwikkeling van de logistieke hotspot in het gebied met logistieke bedrijventerreinen en woningbouw te verbeteren. De uitvoering van deze aanpassing is de verantwoordelijkheid van de gemeenten Nijmegen en Overbetuwe, de provincie stelt hiervoor een subsidie beschikbaar.

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

8

Gemeente Overbetuwe is van mening dat de benodigde aanpassing van de infrastructuur, waaronder nadrukkelijk de aanpassingen van afslag 38, gerealiseerd dienen te zijn alvorens de railterminal in gebruik wordt genomen. Indien en voor zover dat binnen het inpassingsplan niet kan worden vastgelegd, dient op een andere manier gewaarborgd te zijn dat die benodigde aanpassingen voor ingebruikname van de railterminal gerealiseerd zullen worden. Nu van beide geen sprake is, schieten de ruimtelijke ordening en de onderbouwing van het plan tekort.

De aanpassingen aan Afslag 38 maken geen onderdeel uit van het inpassingsplan RTG omdat deze niet nodig zijn voor een goede verkeersafwikkeling. De benodigde aanpassingen van de infrastructuur voor realisatie van de RTG zijn onderdeel van het inpassingsplan. Het gaat om het kruispunt Reethsestraat - Rijksweg Zuid, de nieuwe ontsluitingsweg en de grondwallen. Deze aanpassingen worden gerealiseerd alvorens de terminal in gebruik wordt genomen. De gemeenten Nijmegen en Overbetuwe zijn opdrachtgever voor de aanpassing van Afslag 38. Het voornemen is om deze te koppelen aan de verbreding van de A15 (uitvoering tussen 2023 en 2025). Dit zou aansluiten op ingebruikname van de RTG die wordt voorzien voor 2025. Mocht de verbreding ter hoogte van afslag 38 niet doorgaan, maken de betrokken partijen nieuwe afspraken met Rijkswaterstaat over het aanpassen van het viaduct. Het ontwerp voor het kruispunt Reethsestraat - Rijksweg Zuid sluit aan op de huidige situatie, maar is ook geschikt voor de geplande realisatie van het ontwerp knoop 38.

9

Bij de keuze van de ontsluitingsweg zijn verschillende alternatieven onderzocht per variant. De samenvatting milieueffecten RTG en ontsluiting is opgenomen op pagina 13 van de milieu-effectenstudie Railterminal Gelderland, een van de bijlagen bij het inpassingsplan. Hierbij is voor de uiteindelijk gekozen ontsluiting een "+" opgenomen voor het effect op bodemkwaliteit, omdat 'werkzaamheden ter plaatse van de stortplaats zouden resulteren in een verbetering van de bodemkwaliteit en derhalve als positief zijn beoordeeld (alternatief 1A dienstweg en 1B nieuwe weg)'. Nadat de gemeenteraad van Overbetuwe mede op basis hiervan had ingestemd met de gekozen ontsluitingsweg, is dit element echter geschrapt door de ontsluitingsweg in enige mate te verleggen. Daarmee was de bodemsanering niet langer noodzakelijk en wenst de provincie vanuit financiële overwegingen de bodemsanering niet langer uit te voeren.

44

Het tracé van de ontsluitingsweg raakt de locatie van de voormalige stortplaats niet. De sanering van de nabijgelegen stortplaats is geen zelfstandige projectdoelstelling. Er is gezien het immobiele en beheerste karakter van de verontreiniging ook geen sprake van een saneringsverplichting. Wel is in de "Milieueffectenstudie" van RoyalHaskoning DHV, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, gesteld dat als het wegtracé over de verontreiniging loopt, deze geheel of gedeeltelijk moet worden gesaneerd. Dit is nu niet het geval. Het ontwerp van de ontsluitingsweg in de "Milieueffectenstudie" was niet realistisch vanwege de benodigde bocht op de ontsluitingsweg voor afwikkeling van vrachtverkeer en is daarom aangepast. De provincie verwerft in beginsel alleen die gronden die noodzakelijk zijn voor realisatie en inpassing van het initiatief. De voormalige stortplaats, ontstaan in de jaren ’60 van de vorige eeuw, ligt buiten die contour. In het mileueffectrapport, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingspl, is het effect op bodemkwaliteit opnieuw beoordeeld en is de positieve beoordeling komen te vervallen.

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

10

Werkzaamheden in het gebied kunnen een effect hebben op verspreiding van de aanwezige bodemverontreiniging. Nu de provincie deze mogelijke effecten niet heeft uitgesloten, ontbreekt er een belangrijk aspect in de onderbouwing.

In het bodemonderzoek bij het inpassingsplan zijn de stortplaats, de ligging ten opzichte van wegtracé en watergang, de omvang en de onderzoeken en maatregelen in de loop der jaren beschreven. Op basis hiervan is er voor de provincie geen reden om aan te nemen dat er raakvlakken tussen het plan en de voormalige stortplaats zijn, die in het kader van de planologische procedure voor de RTG aanleiding geven tot sanering en/of verspreiding van de aanwezige bodemverontreiniging. Het uitgevoerde "Vooronderzoek bodem RTG" van RoyalHaskoning DHV, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, geeft voor het inpassingsplan voldoende inzicht in de bodemkwaliteit ter plaatse en de mogelijke knelpunten. Er heeft nog geen (veld)werk plaatsgevonden. Voor de omgevingsvergunning zal een (verkennend) bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd.

11

De nu gekozen route voor ontsluitingsweg betekent bovendien dat meer grond moet worden onteigend van Reethsestraat 3, Met de gemaakte keuze komt derhalve een beoogd positief effect te vervallen, wordt een risico op verspreiding van de bodemverontreiniging geïntroduceerd en wordt de impact op de omgeving door een ruimere onteigening verder vergroot. Nu deze keuze uitsluitend op financiële overwegingen is gebaseerd, achten we deze keuze, ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening, onvoldoende gemotiveerd.

De voormalige stortplaats bevindt zich op een terrein met agrarische bestemming wat in eigendom is bij particulieren. Het tracé van de ontsluitingsweg, zoals eerder opgenomen in de milieueffectenstudie (opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan), was niet goed geschikt voor vrachtverkeer. Daarom is de bocht verruimd. De voormalige stortplaats ligt daardoor niet meer in het tracé voor de ontsluitingsweg. Dit nieuw tracé voor de ontsluitingsweg is in het "Milieueffectrapport" van Tauw, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan, beoordeeld op milieueffecten. Deze beoordeling heeft niet geleid tot een andere keuze voor de ontsluiting van de RTG.

12

Ten opzichte van het inpassingsplan van maart 2019 voorziet dit plan niet langer in een rotonde bij de toegang van de railterminal. In dit plan is opgenomen dat de toekomstig exploitant de verplichting krijgt om er voor te zorgen dat verkeer dat niet op de railterminal terecht kan veilig kan keren en terug kan rijden. Wanneer er twee vrachtwagens wachten voor een dichte poort is de weg geblokkeerd en komt de verkeersveiligheid in gevaar. Dat is ook het geval als vrachtwagens, bijvoorbeeld buiten de bedrijfstijden van de railterminal, dienen te keren en terug moeten rijden. Nu niet duidelijk is of en hoe deze vrachtwagens veilig de inrit kunnen verlaten, mist er een belangrijk onderdeel in de onderbouwing (van een goede ruimtelijke ordening).

De rotonde is in overleg met de gemeente Overbetuwe aangepast naar een kruispunt. Een kruispunt zorgt voor meer overzicht voor vrachtwagenchauffeurs, wat leidt tot een verkeersveiliger situatie. De toekomstig exploitant is verplicht om er voor te zorgen dat keren/draaien van vrachtwagens mogelijk is. In het huidige ontwerp is er voldoende ruimte om dit te realiseren vóór het hek van het terrein voor meerdere vrachtwagens.

45

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

13

Niet duidelijk wordt of de Provincie onderschrijft dat de bomen op de waldelen 5 tot 5,5 meter moeten halen. Een aanzienlijke hoogte hoeft niet per definitie de eerder aangehaalde hoogte te zijn. Bovendien blijft onduidelijk of de bomen afdoende kunnen wortelen om zich volwaardig te kunnen ontwikkelen. Zo lijkt nog niet voorzien in mogelijk noodzakelijke cultuurtechnische maatregelen hiervoor, zoals het met damwanden vasthouden van water in de wal.

De grondwal wordt 30 meter breed en 5 meter hoog. De hoogte van de grondwal is vastgelegd in de regels van het inpassingsplan. Het ontwerp voor de grondwal is op genomen in het "Landschapsplan" van Pouderoyen, opgenomen als bijlagen bij de toelichting van het inpassingsplan. Op het bovenste gedeelte van de grondwal (talud) komt een bosplantsoen. Het wordt een meerrijige aanplant bestaand uit snellere en langzamere groeiers, waardoor er een gemêleerde en dichte aanplant ontstaat, die uit zal groeien tot een hoogte van 6 meter. Het struweel met de grondwal bereikt samen een hoogte tot ca 11 meter, dit is voldoende om de gestapelde containers op de RTG visueel af te schermen. Naast het bosplantsoen wordt op de grondwal een dubbele bomenrij geplant, zodat er een natuurlijk beplantingsbeeld ontstaat. De dubbele rij bestaat uit een menging van zwarte elzen, kriek en eiken, respectievelijk snellere en langzamere groeiers, die boven de laag bosplantsoen voor verdergaand landschappelijke inpassing zullen zorgen. De bomen worden aangeplant met een hoogte van gemiddeld 7 tot 8 meter. Daarmee zal na 5 tot 10 jaar een behoorlijk gesloten boomkroonlaag kunnen uitgroeien, boven het bosplantsoen. Daarmee is de landschappelijke doelstelling van afscherming bereikt.

14

Door in het inpassingsplan een voorwaardelijke verplichting van een grondwal van 5 meter op te nemen, wordt die als zodanig aan de exploitant voorgeschreven. Van de overheid mag verlangd worden dat het plan zodanig is opgesteld dat de begroeiing zich zal ontwikkelen, zoals voorzien. Nu op dit voor de ruimtelijke inpassing essentiële onderdeel onduidelijk blijft of bomen van 5 tot 5,5 meter mogelijk zijn op de waldelen, schieten de ruimtelijke ordening en de onderbouwing van het plan daarmee tekort.

46

Damwanden voor het vasthouden van water in de wal zijn niet nodig. De bomen kunnen zich voldoende wortelen in de grondwal. Hier wordt bij de uitvoering rekening mee gehouden. In de regels van het inpassingsplan is opgenomen dat de grondwal minimaal 5 meter bedraagt, behalve ter hoogte van kabels en leidingen. De grondwal wordt in gezamenlijk overleg tussen de gemeente en provincie gerealiseerd. Een voorwaardelijke verplichting in de planregels leent zich in deze situatie niet voor het waarborgen van de landschappelijke inpassing. Deze richt zich tot de gebruiken van de terminal die zelf niet in de aanleg kan voorzien. Het aanleggen van de grondwal gebeurt door de overheid. De overheid heeft het in haar macht om de wal aan te leggen. De afspraken tussen gemeente en provincie geven voldoende borging voor de aanleg van de grondwal.

Nr.

Samenvatting zienswijze

Antwoord

15

In het landschapsplan (bijlage 14) zijn zonnepanelen voorzien. Realisatie van die zonnepanelen kan afbreuk doen aan de landschappelijke functie van de grondwal en kunnen effect hebben op andere relevante omgevingsaspecten, waaronder geluid en mogelijke verblinding. Hierdoor is de landschappelijke inpassing en het waarborgen van een goed woon en leefklimaat onvoldoende gewaarborgd. Zonder een dergelijke en goed onderbouwde waarborg dient het plan naar de mening van indiener geen ruimte te bieden aan het realiseren van zonnepanelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=feb5b01f-ea28-40b3-af5c-16c7aa6c3843