Raadsvoorstel 'Zienswijze jaarstukken 2020, gewijzigde begroting 2021 en ontwerpbegroting 2022 VRU' - Bijlage 6 (Ontwerpbegroting 2022).pdf
Tekst van het document
Met de verwachte invoering van de Omgevingswet per 2022 moet veiligheid vastgelegd worden in de ontwerpfase. Daartoe leveren we de gemeenten input om het thema ‘veilige en gezonde leefomgeving’ te borgen in hun omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ook hier
Pagina
26
is samenwerking met verschillende externe partners van belang om omgevingsveiligheid te realiseren. Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel. Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners via: regionaal risicoprofiel en de provinciale risicokaart; (toekomstige) omgevingsvisies en omgevingsplannen; integrale veiligheidsplannen; brandrisicoprofiel. Om het risicobeeld actueel te houden ontwikkelen, ontsluiten en beheren we relevante data. We analyseren effecten van primaire processen, waaronder de resultaten uit ons brandonderzoek. Het inzicht in risico’s wordt gebruikt om gerichte keuzes te maken in de realisatie van fysieke veiligheid. We volgen de technische ontwikkelingen. Deze brengen andere risico’s (bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie, klimaatadaptatie en vergrijzing) én nieuwe oplossingen. Op lokale en landelijke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen monitoren en anticiperen we. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de inwerkingtreding van de Omgevingswet en – gelijktijdig- de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per (naar verwachting) 1 januari 2022. Gemeentes en ketenpartners zijn druk bezig met voorbereidingen op de implementatie van deze wetten. De VRU is hierbij goed aangesloten.
De invoering van de Wkb zal ook invloed hebben op de VRU. De eerste veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige (nieuwbouw) bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2025 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 is nog onvoldoende duidelijk welke gevolgen dit heeft voor onze werkzaamheden. Er zullen werkzaamheden verdwijnen, maar mogelijk leidt dit ook tot een verschuiving binnen het advieswerk (van bouwkundig toets naar een ruimtelijke toets) en meer toezicht. Wij blijven graag met gemeenten in gesprek over de komende ontwikkelingen en wijzigingen in rollen en taken. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseren risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot: omgevingsvisies en -plannen; ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s); bouwen; brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken; milieu; evenementen. De afgelopen jaren zagen we in veel gemeenten nog een toename van bouwactiviteiten. Deze toename vlakt af (mogelijk ook veroorzaakt door de stikstofcrisis).
Vanaf 2020 hebben we de beschikbare capaciteit per gemeente verdeeld over Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven-taken. Daar waar sprake is van (bovenmatige) overschrijding van de met de gemeente afgesproken aantallen zoals genoemd in het jaarplan, worden de daadwerkelijk gemaakte uren via het IGPP op basis van nacalculatie aan de gemeente belast. Voor 2020 is de uitbreiding van de adviescapaciteit
Pagina
27
via IGPP-afspraken niet ingezet, omdat –als gevolg van COVID-19- er geschoven is met capaciteit. De ontwikkeling voor 2021 en 2022 is nog niet duidelijk. Risicogericht toezicht We houden risicogericht toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook houden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak doen we dit in samenwerking met onze VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig adviseren wij het bevoegd gezag handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Dit geldt ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. Samen met de inspectiepartners voert de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZO-bedrijven in onze regio. Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam worden om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. Risicovolle situaties nemen af als burgers, bedrijven en instellingen veilig(er) gaan handelen. We communiceren over het belang van een goede naleving en het verkleinen van risico’s, mede in lijn met de landelijke handhavingsstrategie.
Binnen (Brand)veilig leven richten we ons aan de hand van actualiteit op verschillende doelgroepen: Algemene publiekscommunicatie. Hiervoor zetten we o.a. de roadshow in, maar ook geven we voorlichting op verzoek van de samenleving of na brand. We beantwoorden burgervragen en plaatsen boodschappen op (sociale) media. De brandveilige generatie. We zorgen ervoor dat de nieuwe generatie al vanaf kinds af aan bekend is met (brand)preventie, door lesprogramma’s op scholen en voorlichting aan stakeholders. In 2021 gaan we –naast basisscholen- ook programma’s aanbieden aan ROC’s en middelbare scholen. Kwetsbare burgers. Samen met zorginstellingen werken we aan de (brand)veiligheid; door implementatie van de toolbox en door (samen met repressie) te oefenen bij zorginstellingen. We geven voorlichting in het netwerk van kwetsbare burgers over mogelijke risico’s en innovaties (zoals het gebruik van ‘slimme melders’). Ondernemers. Door deelname aan programma’s gericht op ondernemers geven we bedrijven en instellingen concrete handelingsperspectieven om veilig om te gaan met risico’s. 3.1.3
Waarop sturen we? We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. In onderstaande tabel zijn enkele vakken grijs gearceerd. Van deze indicatoren is de productie afhankelijk van de COVID-19-situatie in Nederland.
Pagina
28
Nr.
Productie-indicator
1 2 3 4 5
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal)
313 3.194 136 919 854
180 2.640 120 850 2.100
250 3.200 120 850 1.500
250 3.100 120 850 2.100
1.855 37 4.016
2.300 75 5.000
2.100 75 5.000
2.100 75 5.000
0,28 68 10 96
0,15 800 10 100
0,15 800 10 100
0,20 800 10 95
8a 9 10 11
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk
12 13
Vergroten veiligheidsbewustzijn Het aantal gegeven voorlichtingen Het aantal inzetten Roadshow
67 1
150 40
150 40
150 40
14
Het aantal behandelde vragen per mail, telefoon en WhatsApp, etc.
603
700
700
700
15
Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt op de werkvloer
28
40
40
40
16
Het aantal scholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt
137
250
250
250
Nr.
Prestatie-indicatoren
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
nee/deels
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
6 7 8
1 2
3 4
3.1.4
Realisatie 2020 Begroting 2021 Actualisatie 2021 Begroting 2022
Realisatie 2020
Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken Vergroten veiligheidsbewustzijn Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Het jaarplan Stimulerende Preventie is uitgevoerd
Wat kost het? Tabel 18: Baten en lasten Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
Risicobeheersing
Rekening 2020
Lasten Directe lasten Totaal Lasten
7.627
Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
7.627
Actualisatie 2021
Begroting 2022
8.668 8.668
8.700 8.700
130
406 406
548 548
- 7.498
- 8.262
- 8.152
32
222
-
-7.466
-8.040
-8.152
130
Pagina
29
3.2 3.2.1
Crisisbeheersing Wat willen we bereiken? Op basis van het risicoprofiel maken wij afspraken met onze partners in de veiligheidsketen over welke maatregelen we vooraf en tijdens een crisis of brand kunnen treffen en welke inzet een ieder kan leveren ten tijde van een crisis. Zodra een gemeente getroffen wordt door een groot incident, crisis of ramp, trekken hulpdiensten en gemeenten binnen Veiligheidsregio Utrecht gezamenlijk op. Dit op zowel het gebied van coördinatie, als voorbereiding, beheersing en bestrijding van crises. Met het Regionaal Crisisplan 2020-2023 als basis werken we als veiligheidsregio samen met gemeenten en partners. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. Het maatschappelijk leven moet immers zo min mogelijk worden ontwricht. Met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland hebben we afspraken gemaakt over hoe de crisisorganisatie bij elkaar aansluiten en gealarmeerd wordt door de landelijke meldkamer. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen: Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening. Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein.
Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie. Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de gemeentelijke crisisbeheersing. Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.
3.2.2
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij vervolgen onze transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen. We verbeteren het inzicht in de kwaliteit van de crisisorganisatie. We gaan verder met de doorontwikkeling van de flexibiliteit en compactheid van de crisisorganisatie. We gaan verder invulling geven aan het herijken van gemeentelijke crisisbeheersing. We verbeteren het strategisch crisismanagement door onder andere de strategisch adviseurs van de beleidsteams (op schaal van Midden-Nederland) een gezamenlijke training aan te bieden. We implementeren afspraken die uit het programma Drieslag kwamen over interregionale samenwerking ten aanzien van de crisisorganisatie en het VIC. We maken afspraken met onze omgeving over overbruggingsmaatregelen om de (effecten van) discontinuïteit te herstellen (herstelmanagement).
Pagina
30
Uitgelicht Crisisorganisatie Daarnaast wordt aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe crises. Informatievoorziening Het VIC voorziet ook in de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van data-analyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners kunnen worden ontwikkeld, moeten zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Gemeentelijke crisisbeheersing We zijn met gemeenten in gesprek over de toekomst van crisiscommunicatie. Na een gedragen standpunt gaan we verder met de uitwerking ervan. Platform voor partners De VRU wil in nauwe samenwerking met de partners uitvoering geven aan de gezamenlijke strategische agenda (meerjarig). Binnen deze agenda worden inhoudelijke thema’s en ook gezamenlijke doelen geformuleerd. Deelnemen aan elkaars OTO activiteiten is hiervan een belangrijk onderdeel.
Pagina
31
3.2.3
Waarop sturen we? Nr.
1a 1b 1c 2a 2b 2c 3 3c
Productie-indicator Crisisorganisatie en informatie voorziening Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen (inclusief loco’s) Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen) Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (Copi, ROT, GBT, RBT)
Realisatie 2020
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
260
300
300
300
48
250
250
250
96
300
300
300
266
1.500
1.500
1.500
0
1.500
1.500
1.500
0
1.100
1.100
1.100
304
1.000
1.000
1.000
Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen Strategisch Crisismanagement (tactisch en strategisch niveau) Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners)
576 0
200
200
200
5
Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem (totale crisisbeheersingsorganisatie)
0
130
130
130
6
Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
77
100
100
100
4
het VIC 7 8
Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen
5 evaluaties
> aantal GRIP- > aantal GRIP- > aantal GRIPincidenten incidenten incidenten
9
Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen
1
2
2
2
10
Het aantal GRIP incidenten
8
15
15
15
11
Platform voor partners Het aantal platformoverleggen met crisispartners
0
7
7
7
Nr.
Prestatie-indicator
1
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden
Realisatie 2020
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
ja
ja
ja
ja
2
De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
3
De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
4
De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
5
De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel
nee
ja
ja
ja
6
Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s
deels
ja
ja
ja
Pagina
32
3.2.4
Wat kost het? Tabel 19: Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Crisisbeheersing Lasten Directe lasten Totaal Lasten
3.255
Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
3.3 3.3.1
Rekening 2020
3.255
Actualisatie 2021
Begroting 2022
3.384 3.384
3.409 3.409
195
75 75
61 61
- 3.060
- 3.309
- 3.348
28
-
-
-3.032
-3.309
-3.348
195
GHOR Wat willen we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Onze GHOR vormt de schakel tussen deze organisaties. Zowel in de voorbereiding als tijdens crises pakken wij de coördinatie op en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor een goede balans tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor GHOR twee doelstellingen opgenomen: Wij willen een stevigere regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg. Wij willen vanuit onze toezichtsrol actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.
3.3.2
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met deze specifieke beleidsactiviteiten: Steviger regiepositie op presterend vermogen spoedzorg: De spoedzorgketen vormt de basis voor de opschaling, maar verschuiving in het zorglandschap betekent dat de capaciteit voor spoedzorg en daarmee de opgeschaalde voorzieningen, onder druk staan. De GHOR wil het voortouw nemen in het met zorgketenpartners werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde spoedzorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk,
Pagina
33
vanuit het traumanetwerk Midden Nederland ROAZ, het onderwerp landelijk adresseren bij de relevante partijen (Min VWS, GGD GHOR Ned, ziektekostenverzekeraars etc.) en regionaal passende maatregelen verkennen. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident. Toezichtsrol zorgcontinuïteit: Om de invulling van de aan de veiligheidsregio opgedragen toezichtrol te versterken is het nodig om meer zicht te krijgen op het zorgrisicoprofiel van de regio. De toezichtsrol vraagt dat de GHOR ook steeds actief blijft investeren in een goede relatie met lokale besturen van zorgaanbieders en -instellingen in de regio. 3.3.3
Waarop sturen we? Nr.
Realisatie 2020
Productie-indicator
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
Toezichtsrol zorgcontinuïteit 1
Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen
2
Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR -
Op individueel niveau Op teamniveau Op procesniveau Op systeemniveau
70
300
300
300
60 20 50 0
245 260 134 170
245 260 134 170
245 260 134 170
3
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1 (waaronder ziekenhuizen en traumacentrum)
0
1
1
1
4
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen)
0
0
0
0
5
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU en GGDrU)
0
1
1
1
Regiepositie presterend vermogen spoezorg 6
Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden.
12
12
12
12
7
Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr
geen
geen
geen
geen
8
Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2
geen
geen
geen
geen
9
Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen
geen
geen
geen
geen
Nr.
Prestatie-indicator
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Begroting 2021
Begroting 2022
Toezichtsrol zorgcontinuïteit 1
Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen
geen
geen
geen
geen
2
Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
3
De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
4
De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam
deels
0,94
0,94
0,94
5
De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken
geen
geen
geen
geen
6
Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s
ja
ja
ja
ja
Pagina
34
3.3.4
Wat kost het? Tabel 20: Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000
GHOR Lasten Directe lasten Totaal Lasten Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
3.4 3.4.1
Rekening 2020
1.549
Actualisatie 2021
Begroting 2022
1.857 1.857
1.878 1.878
54
-
-
- 1.495
- 1.857
- 1.878
37
-
-
-1.532
-1.857
-1.878
1.549
54
Brandweer Wat willen we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen: Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.
Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven; Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten); Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden; Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;
Pagina
35
3.4.2
Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie; Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen, Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij implementeren op alle posten in onze regio het nieuwe Materieel en personeelsbeheeren spreidingsplan. Wij gaan aan de slag met de resultaten van de proeftuinen paraatheid. Wij ontwerpen een regiobrede roosterregeling. Wij ronden de implementatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer af. Wij realiseren een (tijdelijke) adembeschermingswerkplaats. Wij werken binnen de mogelijkheden van de uitvoering van Vakbekwaamheid i.v.m. de coronacrisis aan het herontwerp van onze oefensystematiek. We organiseren brandweerzorg, rekening houdend met de uitkomsten van de discussie rondom de taakdifferentiatie. (voor nadere uitwerking zie risicoparagraaf “Taakdifferentiatie/ (On)gelijke behandeling vrijwilligers”). Vrijwilligheid blijft een van de pijlers van de brandweerorganisatie, waarbij de ondersteuning van de brandweerposten en het blijvend boeien en binden van vrijwilligers noodzakelijke aandacht blijft krijgen. Wij dragen bij aan het opstellen van een herijkte onafhankelijke bestuurlijke businesscase voor een basisoefen- en trainingscentrum brandweer in Lelystad.
Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand komt. Zodoende kan de inrichting van de brandweerzorg beter afgestemd worden op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2021 worden deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Incidenten bestrijden Na binnenkomst van een incidentmelding worden de benodigde brandweereenheden gealarmeerd. Indien meer potentieel noodzakelijk is, schalen we soepel op of worden specialistische eenheden gealarmeerd. Ons uitgangspunt is dat de burger in nood kan rekenen op de snelst mogelijke hulp. Bij niet-maatgevende incidenten willen wij elke post en ploeg de mogelijkheid geven om vraaggericht uit te kunnen rukken met een TS4 zonder tweezijdig te hoeven aanrijden. Daarnaast hebben we met de zeven omliggende veiligheidsregio’s onderzocht en in convenanten vastgelegd welke post op welke grenslocaties de snelste hulp kan bieden.
Implementatie landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen Het algemeen bestuur heeft op 9 november 2020 ingestemd met gebruik van het nieuwe protocol op de meldkamer. De implementatie zal per 1 februari 2021 plaats vinden.
Pagina
36
Met het nieuwe protocol wordt het mogelijk een groter deel van het aantal OMS-meldingen af te vangen door de meldkamer, zodat een brandweerpost minder vaak onnodig wordt gealarmeerd. De verwachting is dat daardoor het aantal keren dat een brandweerpost met spoed wordt gealarmeerd (prioriteit 1) zal afnemen. Specialismen Een basiseenheid van een tankautospuit is uitgerust om de vier basistaken van de brandweer uit te voeren. Daarnaast kennen we binnen de VRU de volgende specialismen: Brandweerduiken Hoogteredding Optreden bij grof en extreem geweld Technische hulpverlening Natuurbrandbestrijding Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Rietenkapbrandbestrijding Grootschalig brandweeroptreden Hiernaast wordt de pilot met specialistische brandbestrijding (BBM) verlengd tot eind 2021. De pilot moet inzicht geven in de toegevoegde waarde van deze specialistische middelen boven op het huidige materieel wat ingezet kan bij het bestrijden van incidenten. Sinds 2019 wordt in de vakbekwaamheid van de eenheden bijzondere aandacht besteed aan het brandweeroptreden bij grof en extreem geweld. Wij trainen de basiseenheden voor deze specifieke taak en hebben een Quick Response Team (QRT) aangewezen, getraind en operationeel om basiseenheden te ondersteunen waar nodig.
AED/First Responder-taak Sinds de zomer van 2016 rukken alle VRU-brandweerposten voor de AED/First Responder taak uit. Dit is geen wettelijke, maar wel een collectieve taak: het bestuur heeft in 2015 besloten dat de VRU deze taak uitvoert. In 2015 werd op basis van ervaringen uit de pilot rekening gehouden met jaarlijks circa 100 extra uitrukken. Inmiddels is gebleken dat het aantal AED-uitrukken fors meer bedraagt (circa 600-700 uitrukken per jaar). Op basis van de tweede bestuurlijke evaluatie heeft het algemeen bestuur op 27 maart 2019 besloten om de AED/First Responder taak voorlopig tot en met 2021 te continueren. Aan de VRU is de opdracht gegeven om te zoeken naar efficiency bevorderende maatregelen. In 2021 volgt er een derde bestuurlijke evaluatie, waarbij ook de beleving van de uitvoering van de taak op de brandweerpopulatie wordt onderzocht. Nazorg We hebben de opvang en nazorg aan onze brandweermensen professioneel georganiseerd. Wanneer er na afloop van incidenten behoefte is aan nazorg, wordt deze lokaal, op de betreffende brandweerpost geleverd. Daarbij is gespecialiseerde ondersteuning als aanvulling op onze nazorg georganiseerd en beschikbaar. Jeugdbrandweer Onze jeugdbrandweer is een belangrijke kweekvijver voor onze toekomstige brandweer, maar kent ook een zeer belangrijke maatschappelijke taak in het uitdragen van brandveilig leven.
Wij bevorderen de toestroom van leden vanuit alle gemeenten en de uiteindelijke doorstroom naar alle brandweerposten in onze regio. Informatievoorziening
Pagina
37
Als ondersteuning bij de bestrijding van incidenten bij risicovolle en kwetsbare objecten in onze regio maken we gebruik van aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten. Deze willen we verder digitaal beschikbaar maken. Ook onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor routenavigatie. Materiële paraatheid Met betrekking tot de paraatheid is de doelstelling om de materiële paraatheid te versterken. De bedrijfsprocessen worden ingericht met als streven 100% materiële paraatheid. Zonder materieel kan immers geen inzet gepleegd worden. Alle voertuigen en gereedschappen worden efficiënt en professioneel onderhouden en periodiek gekeurd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost zonder ingrijpende verbouwingen en meerkosten.
In de kadernota en begroting 2019 is daarom gekozen om niet zeven maar twee werkplaatsen te verbouwen naar de huidige eisen, om daarna efficiënter te kunnen werken en de investeringen voor de verbouwingen en apparatuur van de ademluchtwerkplaatsen zoveel mogelijk te beperken. Initieel is gekozen om te onderzoeken of de kazernes van Woerden en Veenendaal geschikt gemaakt kunnen worden om de werkplaatsen te laten voldoen aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. In de kazerne in Woerden zou het grootste deel van het (specialistische) werk verricht worden en de kazerne in Veenendaal was aangewezen om een beperkt deel van het reguliere werk en piekmomenten op te kunnen vangen. Uitgebreid onderzoek heeft uitgewezen dat het inpassen van een industriële werkplaats in de bestaande kazerne in Woerden niet realiseerbaar is vanwege beperkte mogelijkheid tot uitbreiding van de kazerne en de benodigde draagkracht van de bestaande vloeren en fundering. Een heroriëntatie op de ademluchtwerkplaatsen was noodzakelijk omdat inhuizen in een bestaande post niet mogelijk bleek. In eerste instantie is gezocht naar een tijdelijke huisvesting voor minimaal 5 jaar. Hiermee werd de optie opengehouden om de ademluchtwerkplaats bij een eventuele nieuwbouw van een brandweerpost alsnog in te huizen.
Bij de verdere uitwerking van de plannen is gebleken dat een huurtermijn van 5 jaar niet haalbaar is. De nieuwe locatie van de ademluchtwerkplaats zal voor minimaal 15, met een optie tot 20, jaar worden gehuurd. De investeringen en nutsinfrastructuur die noodzakelijk zijn om een professionele, industriële ademluchtwerkplaats te realiseren zijn van een dusdanig omvang dat een afschrijving korter dan 15 jaar bedrijfseconomisch niet verantwoord is. Het voorstel is om niet voor 5 jaar (zoals gemeld in de kadernota), maar voor een langere periode een zelfstandig pand te huren. Het inhuizen van het machinepark is te duur om voor een korte periode te doen. De technische levensduur van het machinepark is gelijk aan de huurperiode. De beoogde locatie in Houten is centraal gelegen in de regio. De VRU heeft de mogelijkheid om een nieuw pand te betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen te doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken. De eerder genoemde ademluchtwerkplaats in Veenendaal vervalt hiermee.
In de kadernota 2022 is voor de heroriëntatie AB-werkplaatsen een aanvullende structurele bijdrage opgenomen van € 155K per jaar. Op basis van de huurtermijn van 15 jaar past de
Pagina
38
realisatie van de ademluchtwerkplaats binnen deze financiële kaders. De definitieve berekening zorgt voor een verlaging van de structurele meerkosten met € 32K naar € 123K. In tabel 21 zijn de structurele meerkosten en het effect op de gemeentelijke bijdrage (GBTP opgenomen). Tabel 21: financieel effect heroriëntatie AB-werkplaatsen Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Kadernota 2022
Mutatie 2022
Meerkosten AB-werkplaatsen
293
-32
261
Inzet reservering kapitaallasten
-138
-
-138
Lasten heroriëntatie AB-werkplaatsen
155
-32
123
Totaal effect GBTP
155
-32
123
Heroriëntatie AB-werkplaatsen
Begroting 2022
Het bedrag in de kadernota 2022 was kader stellend waarbij was aangegeven dat een eventueel voordeel bij het opstellen van de begroting zal terugvloeien naar gemeenten. De verlaging van de structurele meerkosten heeft tot gevolg dat de bijdrage van het GBTP met € 32K is verlaagd ten opzichte van de bijdrage zoals deze was opgenomen in de kadernota 2022. Vakbekwaamheid De initiële vakbekwaamheid van ons repressieve brandweerpersoneel wordt verzorgd door het Opleidingsinstituut Brandweeropleidingen VRU. Aspiranten worden hier opgeleid tot manschap. Daarnaast biedt het instituut opleidingen aan voor de diverse functies die binnen de brandweer worden uitgevoerd. Na het volgen van de initiële opleiding wordt de vakbekwaamheid van het repressieve brandweerpersoneel op niveau gehouden door middel van oefeningen en bijscholingen. Gezamenlijke project basisoefen- en trainingscentrum brandweer In het najaar van 2019 werd het strategische programmaplan ‘Drieslag’ bestuurlijk vastgesteld. Doel van het programma was door een gezamenlijke aanpak met de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi & Vechtstreek een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de taakuitvoering en aan beperking van (meerkosten) en kwetsbaarheid.
Eén van de drie onderdelen van de onderdelen van het programma was het verkennen en mogelijk realiseren van een ‘Interregionaal kennis- en vakbekwaamheidscentrum (IKVC)’ In 2020 is het gezamenlijke opleidings-, trainings- en oefenbeleid (IOTO-beleid) van de drie veiligheidsregio’s door de organisaties geformuleerd. Dit beleid voldoet aan professionele standaarden. Het vaststellen en definiëren van het IOTO-beleid heeft in deze fase geen andere betekenis dan dat de individuele leden van de bestuurlijke stuurgroep elk de wenselijkheid en betaalbaarheid (en daarmee de haalbaarheid) ervan hebben beoordeeld binnen het kader van de eigen begroting (budgettair neutraal). Op basis van de dimensies van dit IOTO-beleid en budget neutraliteit is de focus verlegd naar de haalbaarheid van een basisoefen- en trainingscentrum brandweer voor drie veiligheidsregio’s gezamenlijk in Lelystad. Bij het basisoefen- en trainingscentrum brandweer ligt de focus op de trainingen die te maken hebben met rook en vuur (realistische trainingen). Consequentie van die hernieuwde focus is dat de geplande onafhankelijke bestuurlijke businesscase van het ‘Interregionaal kennis- en vakbekwaamheidscentrum (IKVC)’ zal worden herijkt op het niveau van een ‘Basisoefen- en trainingscentrum brandweer’.
De herijkte businesscase zal daarmee, gegeven de vaste gemaximeerde IOTO-inputwaarden, inzicht geven in de uiteindelijk te berekenen kostprijs. Hiermee wordt een vertrekpunt gecreëerd om in 2021 tot
Pagina
39
besluitvorming te komen over de haalbaarheid en daarmee realisatie van een basisoefen- en trainingscentrum voor de brandweer. 3.4.3
Waarop sturen we?
Nr.
1
2
Productie-indicatoren Incidenten bestrijden Het aantal uitrukken voor brandbestrijding en redding 1a. Het aantal uitrukken voor gebouwbranden 1b. Het aantal uitrukken voor overige branden
4.845 521 2.250
4.100 700 1.900
4.250 550 2.150
4.250 550 2.150
1c. Het aantal uitrukken voor onechte of onterechte OMS-meldingen
2.074
1.500
1.550
1.550
Het aantal uitrukken voor hulpverlening 2a. Het aantal uitrukken voor technische hulpverlening
3.155 177
3.750 250
3.400 200
3.400 200
353
350
350
350
1.971
2.500
2.200
2.200
654
650
650
650
645
600
600
600
2b. Het aantal uitrukken voor hulpverleningen m.b.t. dieren
3
Begroting 2022
Actualisatie 2021
Begroting 2021
Realisatie 2020
2c. Het aantal uitrukken voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 2d. Het aantal uitrukken voor AED-inzet Het aantal uitrukken voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen
4
Het aantal uitrukken voor ondersteuning bij waterongevallen
5
Het totaal aantal uitrukken
6
Het aantal geredde slachtoffers
7
Het aantal nazorg gesprekken met bewoners bij incidenten
8
Het aantal inzetten voor en in buurregio’s
99
90
100
100
8.744
8.540
8.350
8.350
165
120
160
160
10 2
Vakbekwaamheid 9
Het aantal uren besteed aan de vakbekwaamheid van incidentbestrijders
135.000
180.000
180.000
180.000
10 11
Aantal cursisten manschap A dat de opleiding heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding bevelvoerder heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding voertuigbediener-pompbediende heeft afgerond
42 24
70 20
96 20
96 20
24
44
44
44
Realisatie 2020
Begroting 2021
Actualisatie 2021
12
Nr.
Prestatie-indicatoren
Begroting 2022
Paraatheid & Vakbekwaamheid 1
De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden)
2 3 4 5
83%
80%
80%
80%
De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd
Nee, i.v.m Covid-19
ja
ja
ja
De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest
ja
ja
ja
ja
Nee, i.v.m Covid-19
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Jeugdbrandweer
6
Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd
40%
15%
15%
15%
7
Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein
0%
15%
15%
15%
Pagina
40
3.4.4
Wat kost het? Tabel 22: Baten en lasten Brandweer Bedragen x € 1.000
Brandweer Lasten Directe lasten Totaal Lasten Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
3.5 3.5.1
Rekening 2020
53.960
Actualisatie 2021
Begroting 2022
59.301 59.301
58.363 58.363
1.910
1.432 1.432
1.274 1.274
- 52.050
- 57.869
- 57.089
2.980 1.869
518 2.199
383 452
-53.161
-56.188
-57.020
53.960
1.910
Meldkamer Wat willen we bereiken? De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident. De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor het programma Meldkamer 2 doelstellingen opgenomen: Wij willen meldingen van burgers sneller en slimmer ontvangen, registreren, beoordelen en bewaken, ten einde nog sneller en adequater hulp te kunnen bieden. Wij sturen op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de informatie waarover de meldkamer beschikt, en de snelheid waarmee deze beschikbaar komt ten behoeve van de uitvoering van ons werk.
3.5.2
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De meldkamer moet ons helpen de hulpverlening aan de burger betrouwbaar en steeds zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Daarom wordt de meldkamer Utrecht volgens de planning van de LMS in het najaar van 2021 aangesloten op de landelijke ICT-infrastructuur. Voor de middellange
Pagina
41
termijn bouwen wij samen met de politie, de veiligheidsregio’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek, en de Regionale Ambulancevoorzieningen van Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, aan de nieuwe, innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. Naast de fysieke totstandkoming van de meldkamerlocatie staan daarbij de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen centraal. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt. Implementatie landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen Parallel aan de ontwikkeling van de landelijke OMS-voorziening zijn landelijke afspraken gemaakt voor de werkwijze bij automatische meldingen (Beoordelingsprotocol automatische meldingen). Het algemeen bestuur heeft op 9 november 2020 ingestemd met gebruik van het nieuwe protocol op de meldkamer.
De implementatie zal per 1 februari 2021 plaatsvinden. Overdracht beheer meldkamer De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit pas wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum. Door deze vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen. Vanaf 2025, na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland, wordt verwacht dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 0,2 miljoen structureel binnen de begroting kan worden gedekt uit het verwachte efficiencyvoordeel op de personele lasten.
Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2022 structureel verlaagd kan worden met een bedrag van € 193k. 3.5.3
Waarop sturen we? Nr.
Productie-indicatoren
1
3
Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Het aantal vanuit de meldkamer begeleide en ondersteunde uitrukken Verwerkingstijd meldingen
4
Het percentage GRIP incidenten met inzet CaCo
5
Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar
2
Realisatie 2020
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
20.177
18.500
18.500
18.500
8.744
8.540
8.540
8.540
34 43% GRIP 4 COVID19 niet meegerekend 43% GRIP 4 COVID19 niet meegerekend
60 sec.
60 sec.
60 sec.
1
1
1
1
1
1
Pagina
42
3.5.4
Wat kost het? Tabel 23: Baten en lasten Meldkamer Bedragen x € 1.000
Meldkamer Lasten Directe lasten Totaal Lasten Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
Rekening 2020
1.311
Actualisatie 2021
Begroting 2022
1.477 1.477
1.496 1.496
272
-68 - 68
-261 - 261
- 1.038
- 1.545
- 1.757
500
704 -
704 423
-1.538
-2.249
-2.038
1.311
272
Pagina
43
3.6 3.6.1
Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Tabel 24: Baten en lasten Algemeen Bedragen x € 1.000
Rekening 2020
Algemeen Lasten Directe lasten Totaal Lasten
25.967
Baten Directe baten Totaal Baten
25.967
Actualisatie 2021
Begroting 2022
28.702 28.702
27.125 27.125
95.762
98.961 98.961
98.509 98.509
Saldo v an baten en lasten
69.794
70.259
71.384
Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves
1.757 822
1.385
1.052
68.859
71.643
72.436
Geraamd resultaat
95.762
Het programmaonderdeel ‘Algemeen’ geeft de indirecte baten en lasten weer. Alleen directe baten en lasten die zijn toe te rekenen aan de verschillende programmaonderdelen zijn bij deze specifieke onderdelen opgenomen. De overige baten en lasten zijn opgenomen in het programmaonderdeel ‘Algemeen’. De algemene dekkingsmiddelen bestaan met name uit de totale bijdrage van gemeenten (GBTP) en de BDuR bijdrage vanuit het Rijk. De mutatie in de gemeentelijke bijdrage wordt gespecificeerd in bijlage 1. De mutaties op de reserves worden gespecificeerd in paragraaf 4.3.3 ‘Verloop reserves’. 3.6.2
Overhead Volgens het BBV artikel 8 moet in de begroting een apart overzicht opgenomen worden van de kosten van de overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens het BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead. In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De programmaonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die onder deze programmaonderdelen zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden);
Pagina
44
b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. de kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan IFV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de overige programmaonderdelen (primair proces) zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2021 en 2022 als volgt: Tabel 25: Overzicht overhead Bedragen x € 1.000
Overhead Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Operationele middelen Financiële kosten Overige baten Mutaties in reserves Totaal overhead: % overhead:
3.6.3
Rekening 2020
Actualisatie 2020
Begroting 2021
18.471 1.068 2.977 777 0 8 -497 -360
19.392 1.094 3.322 336 0 8 0 -1.527
17.185 1.091 3.338 340 0 8 -26 0
22.444 22,68%
22.625 21,63%
21.936 21,49%
Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post voor onvoorzien. Eventuele onvoorziene situaties met de daaruit volgende kosten, dienen op dat moment van dekking te worden voorzien. In de risicoparagraaf, die gekoppeld is aan de weerstandscapaciteit, is het risico van onvoorziene uitgaven opgenomen.
Pagina
45
4 Beleidsbegroting – Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan: Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Onderhoud kapitaalgoederen; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen.
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.
4.1.1
Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 4.1.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2021 € 0,6 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2021 groter dan 1 (2,3). Bedragen in € 1.000
2021
2022
Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari
1.409
1.409
Totaal weerstandscapaciteit
1.409
1.409
Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van toekomstige besluitvorming over taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepskrachten in de voorliggende begroting als pm-post is opgenomen. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties via een begrotingswijziging voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten.
4.1.2
Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet.
Pagina
46
Tabel 26 Risico-inventarisatie Bedragen in € 1.000
Effect
Kans 2021
Risico 2021
Kans 2022
Risico 2022
De minister van Justitie en Veiligheid en het Er bestaat een reëel risico dat de kosten Veiligheidsberaad laten onderzoeken hoe de voor brandweerzorg als gevolg van de brandweervrijwilligers nadrukkelijk en taakdifferentiatie op basis van de fundamenteel zijn te onderscheiden van de genoemde denkrichtingen significant beroepskrachten zodat wordt voldaan aan stijgen. De eventuele verschuiving van de normen uit Europese en internationale taken van vrijwilligers naar regelgeving en jurisprudentie van het beroepskrachten kan leiden tot meer Europese Hof van Justitie. De mogelijke (parttime) beroepsaanstellingen en consequenties voor de daarmee tot extra loonkosten voor de brandweerorganisatie worden door alle werkgever. Ook de kosten voor veiligheidsregio’s waaronder de VRU in het vakbekwaamheid kunnen toenemen als eerste halfjaar van 2021 in kaart gebracht. gevolg van een verschuiving van In de denkrichting wordt een specialistische taken. Er is nog geen taakdifferentiatie voorgesteld tussen duidelijkheid over de omvang en fasering vrijwilligers en beroepsmedewerkers, waarbij van de eventuele meerkosten als gevolg het systeem van vrijwilligheid behouden van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich blijft.
het risico van een zeer substantiële Uitgangspunt van de denkrichting is een kostenverhoging gaat voordoen en het werkbaar en fundamenteel onderscheid te tempo van die kostenverhoging is nog niet maken tussen vrijwilligers en in te schatten, omdat een eventueel besluit beroepsmedewerkers dat geen afbreuk doet om het gedachte model van aan het niveau en de kwaliteit van taakdifferentiatie in te voeren nog brandweerzorg. Om te komen tot een gekoppeld zou kunnen worden aan een fundamenteel onderscheid tussen derogatiebesluit (uitstel van invoering) vrijwilligers en beroepsmedewerkers zijn vanuit Europa. Dit betekent ook dat de diverse denkrichtingen uitgewerkt. Aan de duur van het verleende uitstel van de minister van Veiligheid en Justitie wordt inwerkingtreding van de Wnra voor gevraagd te onderzoeken wat nodig is om personeel van de veiligheidsregio’s nog de voorliggende denkrichting(en) juridisch niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat mogelijk te maken eventuele financiële consequenties als en om het financieringsvraagstuk voor zowel gevolg van wijzigingen in het stelsel door de incidentele als de structurele meerkosten het Rijk worden gecompenseerd. te beleggen bij het nieuwe kabinet.
pm
25%
pm
75%
pm
CompensatieDe nieuwe landelijke afspraken over het FLO- Op voorhand is niet duidelijk wat de maatregelen FLO- overgangsrecht bevatten onder meer een omvang van de compensatiemaatregelen overgangsrecht aantal compensatiemaatregelen. De is. Dit komt omdat de hoogte van de te compensatiemaatregelen zijn onderdeel van compenseren bedragen afhangt van de de uitwerking van het landelijk afgesloten persoonlijke situatie van de medewerkers akkoord over de reparatie van het FLOwaar de VRU op voorhand geen inzicht in – overgangsrecht. Deze waren voorzien vanaf en invloed op heeft. De meerjarenraming 2023, maar daar wordt landelijk eerder mee van de lasten van het FLO-overgangsrecht gestart. inclusief de uitwerking van de compensatiemaatregelen wordt op basis van de LOGA-brief die medio maart 2021 wordt verwacht, nader uitgewerkt.
pm
onbekend
pm
onbekend
pm
(Niet) honoreren MEERkosten COVID-19
De directe extra kosten – behoudens kosten Het maximale effect bedraagt de omvang voor inzet van eigen personeel – verband van het totaal gedeclareerde bedrag. De houdend met COVID-19 kunnen bij het incidentele (meer)kosten voor 2021 zijn Ministerie van VWS worden gedeclareerd. begroot op een € 0,5 miljoen. De kans dat Deze kosten worden bij wijze van voorschot het effect zich voordoet wordt voor 2021 uitgekeerd en na accountantscontrole ingeschat op 'klein'. Voor 2022 wordt doit definitief vastgesteld. Het risico bestaat dat risico als pm post opgenomen een deel van deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komt. Deze kosten komen dan alsnog voor rekening van de VRU.
500
25%
125
onbekend
pm
Overige (onvoorziene) exploitatierisico's
De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen.
Onderwerp:
Omschrijving risico:
Taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepskrachten
Toelichting effect en kans:
Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.
Totaal
4.1.3
Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.
Pagina
47
509
508
634
508
Tabel 27 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV (dus excl.mutaties reserves)) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV (dus excl.mutaties reserves)) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
Rekening 2020
Netto schuldquote Actualisatie 2021
Begroting 2022
30.900 2.303 13.995
48.777 4.250 8.800
65.654 4.250 8.800
13.311 506 1.650 98.322
15.069 500 2.000 100.806
19.795 500 2.000 100.130
32,3%
43,9%
56,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Rekening 2020 Actualisatie 2021 Begroting 2022 30.900 2.303 13.995 201 13.311 506 1.650 98.322
48.777 4.250 8.800 191 15.069 500 2.000 100.806
65.654 4.250 8.800 181 19.795 500 2.000 100.130
32,1%
43,7%
56,2%
Actualisatie 2021
Begroting 2022
Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Eigen vermogen (cf.art.42 BBV) B Balanstotaal
17.732 64.910
15.680 77.507
14.835 93.538
Solvabiliteit (A/B) x 100%
27,3%
20,2%
15,9%
Bedragen x € 1.000
Omschrijving A B C D E
Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
4.2
Rekening 2020
Structurele exploitatieruimte Rekening 2020 Actualisatie 2021
Begroting 2022
96.420 103.597 98.322
101.749 101.749 100.806
100.302 100.302 100.130
7,3%
0,0%
0,0%
Onderhoud kapitaalgoederen Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie.
4.2.1
Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen.
Pagina
48
Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. 4.2.2
Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten.
4.2.3
4.3
Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen de directie Brandweerrepressie. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak. Onderhoud van het materieel zal met dit nieuwe onderdeel door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek plaatsvinden.
Financiering Het wettelijke kader voor externe financiering is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Ons treasurybeleid ligt vast in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is op 19 februari 2018 vastgesteld door het algemeen bestuur.
4.3.1
Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) In tabel 28 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven.
Pagina
49
Tabel 28 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000
Type lening
Saldo 31-12-2020
Saldo 31-12-2021
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
23
20
17