CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Zienswijze jaarstukken 2020, gewijzigde begroting 2021 en ontwerpbegroting 2022 VRU' - Bijlage 6 (Ontwerpbegroting 2022).pdf

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 16.: Raadsvoorstel 'Zienswijze jaarstukken 2020, gewijzigde begroting 2021 en ontwerpbegroting 2022 VRU'26.990 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

13

10

7

Lening UG975a 13-10-1997/30 jr 6,05% lineair Lening UG9904c 14-07-1999/30 jr 5,43% lineair

476

424

371

318

265

212

Onderhandse lening Gem eente Am ersfoort

501

443

387

331

275

218

BNG lening 40.106325

4.000

3.333

2.667

2.000

1.333

667

BNG lening 40.106326

8.400

8.000

7.600

7.200

6.800

6.400

12.399

11.333

10.267

9.200

8.133

7.067

Onderhandse lening Bank BNG NWB Bank lening NK/1-29713

18.000

17.000

16.000

15.000

14.000

13.000

Lening Nederlandse Waterschapsbank

18.000

17.000

16.000

15.000

14.000

13.000

Totale vaste schulden

30.900

28.777

26.654

24.531

22.408

20.285

Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte zullen voor de financiering van de nieuwe investeringen in 2021 en 2022 nieuwe langlopende leningen worden aangetrokken. Op basis van de huidige Meerjareninvesterings-planning in relatie tot de boekwaarde van de activa en de leningenportefeuille gaat het om ca. € 20 miljoen in 2021 en ca. € 20 miljoen in 2022. Zie bijlage 8 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2021 en 2022.

4.3.2

Risicobeheer Om de risico’s van het treasury beleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een:  Kasgeldlimiet  Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2022 bedraagt de limiet 8,2% van € 102,0 miljoen (omvang begroting) = € 8,4 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld. Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen. Tabel 29 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet Norm % begrotingstotaal Kasgeldlimiet

2021a

2022

2023

2024

2025

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8.578

8.369

8.310

8.310

8.282

Pagina

50

Renterisiconorm De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven. In onderstaande tabel is het verwachte renterisico weergegeven: Tabel 30 Renterisiconorm Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm

2021a

2022

2023

2024

2025

omvang begroting

104.611

102.058

101.345

101.338

100.998

Renterisiconorm (20% begroting)

20.922

20.412

20.269

20.268

20.200

Aflossingen van leningen

3.932

6.375

7.656

8.379

8.380

16.990

14.037

12.613

11.889

11.820

Ruimte onder renterisiconorm

Renteschema Om ervoor te zorgen dat in de begroting de totale rentelast en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 van het BBV voorgeschreven dat de paragraaf Financiering vanaf 2018 ook inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan taakvelden worden toegekend. De commissie BBV adviseert om hiervoor onderstaand renteschema op te nemen: Tabel 31 Renteschema Bedragen x € 1.000

Renteschema

Actualisatie Begroting 2021 2022

Totale rentelasten Totale rentebaten Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (A):

1.412 -110 1.302

1.432 -107 1.325

taakveld crisisbeheersing en brandweer taakveld overhead De aan taakvelden toegerekende rente (B):

1.302 0 1.302

1.325 0 1.325

-

-

Renteresultaat op taakveld Treasury (A-B)

Pagina

51

4.3.3

Verloop reserves Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2022 wordt voorzien. Tabel 32 Reserves 2021 en 2022 Bedragen x € 1.000

Boekwaarde 31-12-2020

Resultaatbestemming 2020

Toevoeging 2021

Onttrekking 2021

Boekwaarde 31-12-2021

Toevoeging 2022

Onttrekking 2022

Boekwaarde 31-12-2022

Bedrijfsvoeringsreserve VRU

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Algem ene reserv es

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Repressieve efficiency Utrecht

181

-

181

-

-

-

-

Tweede loopbaanontwikkeling

479

378

258

599

383

452

530

142

-

-

Omgevingswet FLO- overgangsrecht

1.677

Egalisatiereserve kapitaallasten

10.377

Meldkamer Midden-Nederland Reserve OMS-fonds Ontwikkel- en egalisatiereserve

500 -

2.104

142

-

-

-

1.677

-

-

-

-

140

878

9.639

-

-

9.639

704

-

1.204

704

423

1.485

-

-

2.104

-

1.052

1.052

839

25

-

669

195

-

-

195

Bestem m ingsreserv es

14.194

2.129

1.222

3.804

13.741

1.087

1.927

12.901

Totaal reserves

15.603

2.129

1.222

3.804

15.150

1.087

1.927

14.310

Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de op basis benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.1.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,4% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Reserve Tweede loopbaanontwikkeling Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is tweede loopbaanbeleid geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de reserve Tweede loopbaanontwikkeling gevormd. Vanaf 2021 wordt hierin jaarlijks een bedrag gestort van € 378K, dat geïndexeerd wordt. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid worden jaarlijks aan deze reserve onttrokken. Reserve Omgevingswet De kosten voor de invoering van de omgevingswet worden uit deze reserve onttrokken. Egalisatiereserve lasten FLO-overgangsrecht De reserve ‘lasten FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLO-overgangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Naar verwachting kan de gemeentelijke bijdrage hierdoor vanaf 2022 constant kan blijven.

Voor 2021 is een incidentele onttrekking nodig van € 1.677k om de incidentele kosten voor het versneld sparen te dekken. Egalisatiereserve kapitaallasten Het meerjarig investeringsplan kent een wisselend verloop van investeringen. Jaarlijks worden niet-bestede kapitaallasten die vrijvallen in het rekeningresultaat, toegevoegd aan deze egalisatiereserve ter dekking van toekomstige kapitaallasten. Hierdoor creëren we rust in de VRUbegroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen. Meldkamer Midden-Nederland De Meldkamer Midden-Nederland zal naar verwachting in 2025 in gebruik genomen worden. Middels deze reserve worden de door het rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de te verwachten project- en frictiekosten in de jaren 2022 t/m 2025.

Pagina

52

Reserve OMS-fonds De OMS-opbrengsten zijn als algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt. De reserve OMS-fonds is ingesteld om te voorkomen dat het wegvallen van de opbrengsten als gevolg van het in gebruik nemen van een landelijke voorziening voor de ontvangst van meldingen van brandmeldinstallaties in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage. Het OMS-fonds vormt tevens de buffer om de onzekerheid over de termijn en het tempo van het wegvallen van de OMS-opbrengsten op te vangen zonder dat de weerstandscapaciteit wordt aangetast. Ontwikkel- en egalisatiereserve De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen te vermijden (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: • Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan of structurele efficiencyvoordelen te realiseren. • Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. De omvang van de reserve is maximaal € 1,8 miljoen en de looptijd van de reserve is tot en met 2023 (einde beleidsperiode, behorende bij het beleidsplan 2020-2023).

Bij het instellen van de reserve zijn nadere spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen. Inzet middelen ontwikkel- en egalisatiereserve 2021 Tabel 33 toont het saldo en de begrote mutaties ten laste van de ontwikkel- en egalisatiereserve. Een deel van de onttrekkingen is gereserveerd voor doorlopende projectactiviteiten in het kader van harmonisering arbeidsvoorwaarden (€381K). De overige onttrekkingen (€ 288K) hebben betrekking op een aantal activiteiten uit 2020 die doorlopen in 2021. Tabel 33 Mutaties ontwikkel- en egalisatiereserve 2021 Bedragen x € 1.000

Ontwikkel- en egalisatiereserve Stand per 31-12-2020 Toevoeging rekeneningresultaat 2020 Verwacht saldo ontwikkel- en egalisatiereserv e per 1- 1- 2021

2021 839 25 864

Onttrekkingen voor ontwikkelactiviteiten Programma harmonisering arbeidsvoorwaarden

-381

Onttrekkingen voor doorlopende activiteiten uit 2020 Extra bijdrage saamhorigheid vrijwilligers

-83

Digitalisering dossiers risicobeheersing

-80

Restant inkoopcapaciteit

-26

Project verzekeringen

-59

RI&E waterongevallen

-40

Subtotaal onttrekkingen voor doorlopende activiteiten 2020

-288

Totaal onttrekkingen

- 669

Resterend saldo na bovenstaande onttrekkingen

195

Het resterend saldo wordt deels gereserveerd voor een inhaalslag op het gebied van vakbekwaamheid (opleiden en oefenen). Gelet op het voorlopig voortduren van de beperkende coronamaatregelen, wordt in de loop van 2021 een plan opgesteld om de achterstand in te halen voor de onderdelen waarvoor dit noodzakelijk is.

Pagina

53

4.4

Bedrijfsvoering In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ontwikkelingen in onze bedrijfsvoering uitgewerkt. Dit wordt per thema weergegeven.

4.4.1

Inleiding De hoofdstructuur van onze organisatie ziet er als volgt uit: Figuur 4 organogram Veiligheidsregio Utrecht

4.4.2

Personeel Per 1-1-2021 zijn 1.647 vrijwilligers in dienst van de VRU. De formatie voor de beroepsbrandweer en overig personeel bestaat per 1-1-2021 uit in totaal 696 fte. De bezetting bedraagt 652 fte. Wij hebben aandacht voor de diversiteit van ons personeelsbestand waarbij wij bij de werving van nieuw personeel streven naar inclusiviteit en talent. De VRU werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. De veiligheidsregio is op basis van wettelijke regelgeving (BBV) verplicht om de volgende beleidsindicatoren in de begroting en jaarrekening op te nemen. Tabel 34 Beleidsindicatoren BBV Rekening 2020

Actualisatie 2021

Begroting 2022

Fte per 1000 inwoners

0,51

0,52

0,51

Fte per 1000 inwoners

0,48

0,48

0,48

Apparaatskosten*)

Kosten per inwoner

€ 66,0

€ 76,5

€ 74,7

4

Externe inhuur**

Kosten als % van totale loonsom

5

Externe inhuur**)

Totale kosten inhuur externen

6

Overhead***)

% van de totale lasten

Nr. Productie-indicator

Eenheid

1

Formatie

2

Bezetting

3

9%

7%

3%

€ 3,8 mln

€ 3,5 mln

€ 1,5 mln

23%

22%

21%

Op basis van CBS-prognose is uitgegaan van 1.342.158 inwoners voor de provincie Utrecht, op peildatum 1-1-2020

Pagina

54

* ** ***

Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisatie. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het IFV. Het betreft voornamelijk inhuur van instructeurs voor opleiden, trainen en oefenen. Voor de berekening van de overhead verwijzen we naar paragraaf 3.6.2.

Wet banenafspraak Het realiseren van duurzame werkgelegenheid voor de doelgroep uit de banenafspraak is voor de VRU een maatschappelijke opdracht. De VRU heeft inmiddels gezorgd voor nieuwe werkgelegenheid in de vorm van 14,4 garantiebanen. Doordat ook binnen deze groep sprake is geweest van verloop (-2,4 fte) zijn per 1-1-2021 12 garantiebanen ingevuld. Daarnaast wordt de doelgroep actief benaderd om werkervaringsplaatsen en stageplaatsen bij de VRU in te vullen. De VRU spant zich volop in om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek te geven binnen onze organisatie. De VRU zich ten doel gesteld om 15 garantiebanen te realiseren in de periode 2021-2022 waarbij wij voor de gehele beleidsperiode 2020-2023 streven naar een invulling van 20 garantiebanen. Onze ambitie is om een groot deel (80%) van deze banen te realiseren binnen de bestaande formatieve kaders zodat een aanvullende bijdrage vanuit de gemeenten zo veel mogelijk kan worden beperkt. Om de doelstellingen te realiseren is een coördinator aangesteld. 4.4.3

Interne beheersing Interne beheersing is een proces, gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen in de volgende categorieën:  bereiken van strategische doelstellingen;  effectiviteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen;  betrouwbaarheid van de financiële informatieverzorging;  naleving wet– en regelgeving. Jaarlijks worden interne controles uitgevoerd op basis van het risicogericht intern controleplan. Dit plan wordt periodiek herijkt. In het interne controleplan zijn ‘key controls’ gedefinieerd om ervoor te zorgen dat we onze interne controlecapaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren. Op basis hiervan vinden door het jaar heen diverse interne controles plaats om de werking van processen te beoordelen, de betrouwbaarheid van de financiële informatie te waarborgen en fraude/misbruik te signaleren. Hierover wordt vanuit de ambtelijke organisatie periodiek gerapporteerd aan de bestuurlijk portefeuillehouder. Daarnaast voert de externe accountant op gezette momenten ook controles uit.

4.4.4

Duurzaamheid In ons beleidsplan 2020-2023 hebben wij het volgende beleidsbeginsel opgenomen: “Wij streven naar een duurzame bedrijfsvoering waarbij wij met onze activiteiten bijdragen aan een gezonde en veilige samenleving.” In ons inkoopbeleid is duurzaamheid al een criterium. Om verder uitvoering te geven aan deze ambitie hanteert de VRU een adaptieve benadering. We volgen drie sporen: we denken na over Energie, Mobiliteit en Anders Organiseren, om daarmee een bijdrage te leveren aan de circulaire economie. Concreet worden in de komende jaren de volgende activiteiten voorzien:  Een communicatiecampagne om duurzaam gedrag te bevorderen;  In accountgesprekken structureel aandacht vragen voor verduurzaming van de brandweerposten;  Een aanbesteding voor nieuwe multifunctionals, waardoor het technisch mogelijk wordt om het papier- en tonerverbruik te meten op persoons- team en afdelingsniveau;

Pagina

55

 

Vermindering papiergebruik, door nog meer digitalisering. Dit doen we door steeds minder stukken op papier te verstrekken en meer gebruik te maken van websites, applicaties of email; Vermindering van reisbewegingen door vaker telefonisch of via beeldverbinding te vergaderen, spaarzaam extern te vergaderen en te carpoolen; Verduurzaming van ondersteunende dienstvoertuigen door bij vervanging over te gaan op elektrische voertuigen.

4.4.5

Privacy In 2021 en 2022 wordt verder gewerkt aan de implementatie en het beheer van de privacyaspecten binnen de VRU met de volgende aandachtspunten: 1. Het borgen van de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; 2. Het bieden van advies, ondersteuning en het beheer van privacy producten; 3. Het verhogen van de bewustwording in de organisatie via managementteams, de centrale ondernemingsraad en privacy aanspreekpunten.

4.4.6

Vennootschapsbelasting Een drietal activiteiten van de VRU zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De positieve fiscale resultaten die de VRU hiermee behaalt, zijn zodanig klein van omvang dat de belastinglast beperkt blijft tot ca. € 4K op jaarbasis.

4.5

Verbonden partijen Hieronder is een overzicht opgenomen van derde rechtspersonen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Tabel 35 Verbonden partijen Naam

Doel

Belang

Instituut Fysieke Veiligheid te Arnhem

Het IFV is de landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio's (versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing). Via de Wet veiligheidsregio's zijn verschillende wettelijke taken overgeheveld naar het IFV. Het IFV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO).

De stichting wordt gefinancierd door Niet bekend de Veiligheidsregio’s. Het aandeel van de VRU in de exploitatie bedraagt 7%. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV.

Stichting Gemeenschappelijke Meldkamer Utrecht (GMU) te Utrecht

Eigen en vreemd Jaarresultaat 2020 vermogen voor bestemming 2020

Niet bekend

De bijdrage van de VRU aan het IFV bedroeg € 615K over 2020.

De GMU is geliquideerd per 31-12-2020 en derhalve geen verbonden partij meer.

Pagina

56

5 Financiële begroting – baten en lasten 2021 en 2022 De in het programmaplan opgenomen programmaonderdelen vormen tezamen het begrotingsprogramma Veiligheidsregio Utrecht.

5.1

Baten en lasten Tabel 36 Baten en lasten Bedragen x € 1.000

Rubr.

A B C D E F G H I

K L M N

O P

Rekening 2020

Begroting 2021

Actualisatie 2021

Begroting 2022

66.528 5.890 1.888 3.098 10.239 3.996 -348 2.375 4

70.934 6.753 872 3.302 11.820 4.278 1.412 2.082 8 -283 101.179

71.459 7.071 1.990 3.349 11.964 4.223 1.419 2.008 8 -102 103.389

70.747 6.914 283 3.374 11.978 4.251 1.439 2.260 8 -283 100.971

LASTEN Personeelskosten reguliere werkzaamheden Ondersteunende personeelskosten Personeelskosten additionele werkzaamheden Gebouwkosten Kosten operationele middelen Kantoorkosten Kosten financiële rekeningen Overige kosten Vennootschapsbelasting Nog in te vullen taakstelling* Totaal Lasten

93.669

BATEN Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen Rijksbijdrage Openbaar Meldsysteem Overige baten Totaal Baten

85.357 10.642 1.096 1.227 98.322

88.402 9.295 1.079 1.346

88.354 10.003 1.079 1.369

100.123

100.806

89.604 9.501 1.026 100.130

Saldo van baten en lasten

4.653

- 1.056

- 2.583

- 841

Storting reserves Onttrekking reserves

5.274 2.751

1.513 2.570

1.222 3.805

1.087 1.927

Resultaat

2.129

-

-

-

De volgende mutaties zijn verwerkt: 

5.2

Mutaties met effect op de gemeentelijke bijdragen: -Toepassing financieel kader (zie paragraaf 2.1) -Ontwikkelingen op bestaand beleid (zie paragraaf 2.2) Mutaties zonder effect op de gemeentelijke bijdragen: -Mutaties in de reserves -Overige saldo-neutrale mutaties binnen en tussen de rubrieken

Overzicht van baten en lasten Vanwege de wijzigingen in het BBV (artikel 17) dient vanaf 2018 in de financiële begroting een overzicht van baten en lasten opgenomen te worden waarbij de kosten van overhead apart inzichtelijk worden gemaakt.

Pagina

57

Tabel 37 Overzicht baten en lasten per programma Bedragen x € 1000

5.3

Rekening 2020

Actualisatie 2021

Begroting 2022

saldo

Overzicht van baten en lasten Veiligheidsregio Utrecht Overhead Saldo van baten en lasten

lasten 70.369 23.301 93.669

baten 97.826 497 98.322

saldo 27.457 -22.804 4.653

lasten 79.238 24.151 103.389

baten 100.806 100.806

21.568 -24.151 - 2.584

Mutaties in reserves Veiligheidsregio Utrecht Overhead Saldo m utaties in reserv es

dotatie onttrekking 4.812 1.929 462 822 5.274 2.751

saldo -2.884 360 - 2.524

dotatie 1.222 1.222

onttrekking 2.279 1.527 3.805

Totaal

98.944

2.129

104.611

104.611

101.073

baten 100.157 -26 100.130

dotatie 1.087 1.087

onttrekking 1.927 1.927

saldo

1.057 1.527 2.583 -

102.058

102.058

-

saldo

Incidentele baten en lasten Tabel 38 Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000

Incidentele baten en lasten Invoering omgevingswet* Wet normalisering rechtspositie ambtenaren* Subtotaal incidentale baten en lasten via bijdrage GBTP Lasten FLO- overgangsrecht Meldkamer**

Financieel effect GBTP Begroting 2021

Actualisatie 2021

Begroting 2022

-

100

-

381 381

381 481

-

1.677

1.677

-

704

704

704

Hervorming OMS-stelsel*** Totaal incidentele baten en lasten

1.052 2.762

saldo

lasten 79.008 21.963 100.971

2.862

1.756

* Doorgeschoven activiteiten uit 2020 **Ten laste van incidentele bijdragen derden *** Ten laste van resultaatbestemming 2020

Pagina

58

21.148 -21.989 - 841

841 841

6 Financiële begroting – Meerjarenraming 2022-2025 6.1

Meerjarenraming 2022-2025 Tabel 39 Meerjarenraming 2022-2025 Bedragen x € 1.000

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

LASTEN Personeelskosten reguliere werkzaamheden Ondersteunende personeelskosten Personeelskosten additionele werkzaamheden Gebouwkosten Kosten operationele middelen Kantoorkosten Kosten financiële rekeningen Overige kosten Vennootschapsbelasting Nog in te vullen taakstelling* Totaal Lasten

70.747 6.914 283 3.374 11.978 4.251 1.439 2.260 8 -283 100.971

70.764 6.978 283 3.351 11.978 4.251 1.439 2.193 8 -283 100.963

70.737 6.991 283 3.348 11.973 4.251 1.439 2.207 8 -283 100.955

70.480 6.974 283 3.345 11.944 4.251 1.439 2.173 8 -283 100.614

BATEN Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen Rijksbijdrage Openbaar Meldsysteem Overige baten Totaal Baten

89.604 9.501 1.026 100.130

89.600 9.501 130 99.231

90.648 9.501 130 100.279

90.637 9.501 131 100.269

Saldo van baten en lasten

- 841

- 1.732

- 676

- 346

Storting reserves Onttrekking reserves

1.087 1.927

383 2.114

383 1.058

383 729

-

-

-

-

Rubr.

A B C D E F G H I

K L M N

O P

Resultaat

*Betreft restant van de specifieke bezuinigingstaakstelling voor (brandweer)repressie in het gebied van de gemeente Utrecht.

Pagina

59

6.2

Stand en meerjarig verloop reserves Tabel 40 Meerjarig verloop reserves Bedragen x € 1.000

Resultaatbestemming 2020

Toevoeging 2021

Onttrekking 2021

Boekwaarde 31-12-2021

Toevoeging 2022

Onttrekking 2022

Boekwaarde 31-12-2022

Toevoeging 2023

Onttrekking 2023

Boekwaarde 31-12-2023

Toevoeging 2024

Onttrekking 2024

Boekwaarde 31-12-2024

Toevoeging 2025

Onttrekking 2025

Boekwaarde 31-12-2025

Bedrijfsvoeringsreserve VRU

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Algem ene reserv es

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Repressieve efficiency Utrecht

181

-

181

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Tweede loopbaanontwikkeling

479

378

258

599

383

452

530

383

630

283

383

617

48

383

617

-186

142

-

-

Omgevingswet FLO- overgangsrecht

1.677

Egalisatiereserve kapitaallasten

10.377 500

Meldkamer Midden-Nederland Reserve OMS-fonds

142

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.677

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

140

878

9.639

-

-

9.639

-

-

9.639

-

-

9.639

-

-

9.639

704

-

1.204

704

423

1.485

-

432

1.053

-

441

612

-

112

500

-

2.104

-

-

2.104

-

1.052

1.052

-

1.052

-

-

-

-

-

-

-

839

25

-

669

195

-

-

195

-

-

195

-

-

195

-

-

195

Bestem m ingsreserv es

14.194

2.129

1.222

3.804

13.741

1.087

1.927

12.901

383

2.114

11.170

383

1.058

10.494

383

729

10.148

Totaal reserves

15.603

2.129

1.222

3.804

15.150

1.087

1.927

14.310

383

2.114

12.579

383

1.058

11.904

383

729

11.557

Ontwikkel- en egalisatiereserve

6.3

Boekwaarde 31-12-2020

Gemeentelijke bijdrage 2022-2025 In tabel 41 is een meerjarenraming opgenomen voor de bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket 2022 t/m 2025. De meerjarenraming bevat geen mutaties die een effect hebben op de gemeentelijke bijdrage.

Pagina

60

Tabel 41 Meerjarenraming gemeentelijke bijdrage 2022-2025 Bedragen x € 1.000

Gemeente

GBTP 2022

IGPP 2022

Bijdrage 2022

GBTP 2023

IGPP 2023

Bijdrage 2023

GBTP 2024

IGPP 2024

Bijdrage 2024

GBTP* 2025

IGPP 2025

Bijdrage 2025

Renswoude Eemnes

358

-

358

554

39

594

358

-

358

554

39

594

362

-

362

561

39

600

362

-

362

561

39

Oudewater

596

19

615

596

19

615

602

19

600

621

602

19

Woudenberg

697

19

716

697

19

716

705

621

19

724

705

19

Montfoort

816

-

816

816

-

816

724

826

-

826

826

-

Lopik

872

-

872

872

-

826

872

882

-

882

882

-

Bunnik

947

-

947

947

882

-

947

958

-

958

958

-

Bunschoten

1.126

19

1.146

1.126

958

19

1.146

1.140

19

1.159

1.140

19

1.159

Rhenen Wijk bij Duurstede

1.155

-

1.155

1.393

91

1.484

1.155

-

1.155

1.169

-

1.169

1.169

-

1.169

1.393

90

1.483

1.409

89

1.497

1.409

87

Baarn

1.557

36

1.496

1.594

1.557

36

1.594

1.576

36

1.612

1.576

36

Leusden

1.634

1.612

-

1.634

1.634

-

1.634

1.654

-

1.654

1.654

-

IJsselstein

1.654

1.723

16

1.739

1.723

16

1.739

1.744

15

1.759

1.744

15

1.759

De Bilt

2.641

-

2.641

2.641

-

2.641

2.672

-

2.672

2.672

-

2.672

De Ronde Venen

2.632

-

2.632

2.632

-

2.632

2.663

-

2.663

2.663

-

2.663

Soest

2.685

77

2.761

2.685

77

2.761

2.716

77

2.793

2.716

77

2.793

Houten

2.329

65

2.394

2.329

64

2.393

2.361

63

2.424

2.361

62

2.424

Utrechtse Heuvelrug

3.091

104

3.195

3.091

103

3.194

3.127

102

3.228

3.127

100

3.227

Woerden

3.010

129

3.139

3.010

129

3.139

3.046

129

3.175

3.046

129

3.175

Vijfheerenlanden

3.471

163

3.634

3.471

163

3.634

3.509

163

3.673

3.509

163

3.673

Stichtse Vecht

3.920

-

3.920

3.920

-

3.920

3.966

-

3.966

3.966

-

3.966

Nieuwegein

3.765

12

3.777

3.765

12

3.777

3.812

12

3.824

3.812

12

3.824

Veenendaal

3.183

70

3.252

3.183

70

3.252

3.231

70

3.301

3.231

62

3.293

Zeist

4.100

909

5.009

4.100

909

5.009

4.148

909

5.058

4.148

909

5.058

Amersfoort

9.870

455

10.326

9.870

455

10.326

9.989

455

10.444

9.989

455

10.444

Utrecht

27.458

1.261

28.719

27.458

1.261

28.719

27.808

1.261

29.069

27.808

1.261

29.069

-

534

534

-

534

534

-

534

534

-

534

534

85.584

4.020

89.604

85.584

4.016

89.600

86.636

4.012

90.648

86.636

4.001

90.637

Nog toe te rekenen Totaal

De structurele bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) stijgt met € 1,05 miljoen in 2024 ten opzichte van 2022 en 2023 als gevolg van de hervorming van het OMS-stelsel (zie paragraaf 2.2.1). *De berekening van de individuele bijdrage per gemeente voor het basistakenpakket (GBTP) wijkt in geringe mate af van de kadernota 2022 (tabel 22). De berekening van de compensatie van de nadeelgemeenten in de kadernota 2022 was niet over het juiste basisbedrag toegepast. De vergoeding voor het IGPP kan in het meerjarig perspectief nog wijzigen. Met de gemeente Utrecht vindt nog overleg plaats over de verwerking van een aantal afspraken uit de taakuitvoeringsovereenkomst (TUO).

Pagina

61

7 Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie De financiële gevolgen van het bestaand beleid zoals dat in de beleidsprogrammaonderdelen is opgenomen, leidt tot het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 5.

7.1

Geprognosticeerde balans Tabel 42: Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1.000

Rekening

Actualisatie

Begroting

Begroting

Geprognosticeerde balans

2020

2021

2022

2023

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa:

48.558

59.748

71.063

72.221

Financiële vaste activa:

201

191

181

171

13.995

15.069

19.795

22.787

Liquide middelen:

506

500

500

500

Overlopende activa:

1.650

2.000

2.000

2.000

64.910

77.508

93.539

97.679

Rekening

Actualisatie

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:

Totaal activa Bedragen x € 1.000 Geprognosticeerde balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve:

1.409

1.409

1.409

1.409

14.194 2.129 17.732

14.271 15.680

13.425 14.835

11.689 13.098

17

-

-

-

Langlopende schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar:

30.900

48.777

65.654

71.531

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:

2.303

4.250

4.250

4.250

Overlopende passiva:

13.959

8.800

8.800

8.800

Totaal passiva

64.910

77.507

93.538

97.679

Bestemmingsreserves: Gerealiseerde resultaat:

Voorzieningen

Toelichting: De ramingen van de materiële vaste activa en de langlopende schulden zijn ontleend aan de meerjareninvesteringsplanning en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte. De VRU heeft alleen investeringen met economisch nut, geen investeringen met maatschappelijk nut. Zie bijlage 8 voor een overzicht van de investeringskredieten voor 2021 en 2022. Het verloop van het eigen vermogen is ontleend aan de staat van reserves (zie paragraaf 6.2). De kortlopende activa en passiva worden constant verondersteld.

Pagina

62

7.2

EMU-saldo In de begroting moet volgens artikel 20 lid 1c van het BBV ook het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar worden opgenomen. Het EMU-saldo is van belang voor de berekening van het totale begrotingstekort of –overschot van de Nederlandse overheid. Het EMU-saldo wordt als volgt berekend: de som van de mutaties van de vaste en vlottende financiële activa minus de som van de mutaties van de vaste en vlottende schuld (Wijzigingsbesluit BBV d.d. 5 maart 2016). De geraamde EMU-saldi voor 2021, 2022 en 2023 zijn als volgt: Tabel 43: EMU-saldo Bedragen x € 1.000

EMU-saldo

2021

2022

2023

-14.676

-16.887

-5.887

Het negatieve EMU-saldo wordt met name veroorzaakt door de financiering van de investeringen in 2021, 2022 en 2023 (toename vaste schulden).

Pagina

63

Bijlage 1: Overzicht bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) Tabel 44: Bijstelling bijdrage GBTP ten opzichte van resp. begroting en kadernota 2022 Bedragen x € 1.000 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket

Gemeente

Begroting 2021

Actualisatie 2021

Kadernota 2022

Begroting 2022

Renswoude

345

353

358

358

Eemnes

546

547

555

554

Oudewater

591

588

596

596

Woudenberg

688

688

697

697

Montfoort

813

806

817

816

Lopik

861

862

873

872

Bunnik

942

935

947

947

Bunschoten

1.104

1.110

1.127

1.126

Rhenen

1.141

1.140

1.156

1.155

Wijk bij Duurstede

1.382

1.375

1.393

1.393

Baarn

1.554

1.536

1.558

1.557

Leusden

1.612

1.611

1.635

1.634

IJsselstein

1.700

1.698

1.723

1.723

De Bilt

2.655

2.607

2.642

2.641

De Ronde Venen

2.601

2.597

2.633

2.632

Soest

2.691

2.648

2.686

2.685

Houten

2.295

2.293

2.330

2.329

Utrechtse Heuvelrug

3.135

3.051

3.092

3.091

Woerden

2.994

2.969

3.011

3.010

Vijfheerenlanden

3.312

3.427

3.472

3.471

Stichtse Vecht

3.910

3.870

3.922

3.920

Nieuwegein

3.715

3.711

3.766

3.765

Veenendaal

3.131

3.128

3.184

3.183

Zeist

4.051

4.044

4.102

4.100

Amersfoort

9.860

9.733

9.874

9.870

Utrecht

26.805

27.053

27.468

27.458

Totaal

84.437

84.380

85.616

85.584

Pagina

64

Tabel 45 geeft inzicht in de bijstelling van de geactualiseerde bijdrage 2021 voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de begroting 2021. Tabel 45: Bijstelling geactualiseerde bijdrage GBTP 2021 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 Bedragen x € 1.000

Mutatie bijdrage GBTP Bijdrage GBTP vastgestelde begroting 2021

Structureel Incidenteel

Totaal

84.437

-

84.437

Mutaties financieel kader loon- en prijsaanpassing

213

-

213

Mutaties financieel kader lasten FLO-overgangsrecht

pm

-

pm

-208

-

-208

5

-

5

Landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen

-50

-

-50

Licentiekosten LCMS GZ

-12

-

-12

-

-

-

-62

-

- 62

84.380

-

84.380

Mutaties financieel kader 2021

Mutaties financieel kader mutatie rijksbijdrage Subtotaal mutaties actualisatie 2021 financieel kader Mutaties bijstellingen bestaand beleid 2021

Tijdelijk behoud redvoertuig Vianen Subtotaal mutaties actualisatie 2021 beleidsbijstellingen Bijdrage GBTP geactualiseerde begroting 2021

De geactualiseerde begroting 2021 is gebaseerd op de begroting 2021 die op 6 juli 2020 is vastgesteld. Naast de reguliere bijstelling van de loon- en prijsaanpassing (die overeenkomt met de loon- en prijsontwikkeling van het gemeentefonds) wordt een aantal voordelen doorberekend in de gemeentelijke bijdrage. Per saldo daalt de bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket daardoor met € 57K ten opzichte van de begroting 2021 Tabel 46 geeft inzicht in de bijstelling van de begroting 2022 voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de kadernota 2022. Tabel 46: Bijstelling bijdrage GBTP 2022 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 Bedragen x € 1.000

Mutatie bijdrage GBTP Bijdrage GBTP kadernota 2022

Structureel Incidenteel 85.616

Totaal 85.616

Mutaties financieel kader 2022 Mutaties financieel kader lasten FLO-overgangsrecht

pm

-

pm

Subtotaal mutaties begroting 2022 financieel kader

pm

-

pm

Mutaties bijstellingen bestaand beleid 2022 Heroriëntatie AB-werkplaatsen

-32

Subtotaal mutaties begroting 2022 beleidsbijstellingen

-32

-

- 32

85.584

-

85.584

Bijdrage GBTP begroting 2022

-32

De mutaties zijn niet gewijzigd ten opzichte van de kadernota 2022, met uitzondering van de mutatie ten aanzien van de ademluchtbescherming (AB)-werkplaatsen. Voor dit onderwerp stijgt de bijdrage met 32K minder dan in de kadernota 2022 was voorzien.

Pagina

65

Bijlage 2: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2022-2025 Tabel 47: Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) 2022-2025 per gemeente Bedragen x € 1.000

Gemeente

Bijdrage GBTP Begroting 2022

Mutaties bijstellingen beleid structureel

Mutaties bijstellingen beleid incidenteel

Bijdrage GBTP Begroting 2023

Mutaties bijstellingen beleid structureel

Mutaties bijstellingen beleid incidenteel

Bijdrage GBTP Begroting 2024

Bijdrage GBTP Begroting 2025

Renswoude

358

4

-4

358

4

-

362

362

Eemnes

554

6

-6

554

6

-

561

561

Oudewater

596

7

-7

596

7

-

602

602

Woudenberg

697

8

-8

697

8

-

705

705

Montfoort

816

9

-9

816

9

-

826

826

Lopik

872

10

-10

872

10

-

882

882

Bunnik

947

11

-11

947

11

-

958

958

Bunschoten

1.126

13

-13

1.126

13

-

1.140

1.140

Rhenen

1.155

14

-14

1.155

14

-

1.169

1.169

Wijk bij Duurstede

1.393

16

-16

1.393

16

-

1.409

1.409

Baarn

1.557

18

-18

1.557

18

-

1.576

1.576

Leusden

1.634

20

-20

1.634

20

-

1.654

1.654

IJsselstein

1.723

21

-21

1.723

21

-

1.744

1.744

De Bilt

2.641

31

-31

2.641

31

-

2.672

2.672

De Ronde Venen

2.632

31

-31

2.632

31

-

2.663

2.663

Soest

2.685

32

-32

2.685

32

-

2.716

2.716

Houten

2.329

32

-32

2.329

32

-

2.361

2.361

Utrechtse Heuvelrug

3.091

36

-36

3.091

36

-

3.127

3.127

Woerden

3.010

36

-36

3.010

36

-

3.046

3.046

Vijfheerenlanden

3.471

39

-39

3.471

39

-

3.509

3.509

Stichtse Vecht

3.920

46

-46

3.920

46

-

3.966

3.966

Nieuwegein

3.765

47

-47

3.765

47

-

3.812

3.812

Veenendaal

3.183

48

-48

3.183

48

-

3.231

3.231

Zeist

4.100

48

-48

4.100

48

-

4.148

4.148

Amersfoort

9.870

118

-118

9.870

118

-

9.989

9.989

Utrecht

27.458

351

-351

27.458

351

-

27.808

27.808

Totaal

85.584

1.052

-1.052

85.584

1.052

-

86.636

86.636

Pagina

66

Bijlage 3: Baten en lasten per taakveld In het BBV is voorgeschreven dat voor de uitvoeringsinformatie in de begroting gebruik wordt gemaakt van de bij ministeriële regeling vastgestelde taakvelden. De uitvoeringsinformatie bestaat uit de een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld en het verdelingsprincipe op basis waarvan de taakvelden over de programma’s zijn verdeeld. Dit overzicht wordt als bijlage bij de begroting gevoegd. De voorgeschreven taakvelden hebben geen invloed op de indeling van de begroting. Het overzicht van de baten en lasten per taakveld voor 2021 en 2022 is als volgt: Tabel 48: Taakvelden BBV Bedragen x € 1000

Taakvelden volgens BBV

Rekening 2020 baten lasten

0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting 0.1 Mutaties in reserves 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 8.3 Wonen en bouwen

557 23.301 -356 569 3 5.274 67.246 2.349

Totaal

98.944

Actualisatie 2021 baten lasten

Begroting 2022 baten lasten

-2.751 -97.805 -20

206 24.151 1.411 749 8 1.222 73.979 2.885

-353 -3.805 -99.924 -529

208 21.963 1.431 1.333 8 1.087 73.106 2.923

-26 -147 -1.927 -99.429 -529

-101.073

104.611

-104.611

102.058

-102.058

-497 -

De kosten van het taakveld 0.1 bestuur betreffen accountantskosten en bestuursondersteuning. Voor de berekening van de lasten van het taakveld 0.4 overhead wordt verwezen naar het programmaonderdeel Algemeen. De baten en lasten van het taakveld 0.5 treasury worden toegelicht in de paragraaf Financiering, onderdeel renteschema. De doorbelaste rente aan de taakvelden 0.4 overhead en 1.1 crisisbeheersing en brandweer is hierbij als negatieve last opgenomen op taakveld 0.5 treasury. Verdeling van de taakvelden over de programma’s: De lasten van het taakveld 1.1 crisisbeheersing en brandweer zijn opgenomen in de inhoudelijke programmaonderdelen Risicobeheersing, GHOR, Crisisbeheersing en Brandweer. De kosten van 8.3 Bouwen en Wonen komen volledig ten laste van het programmaonderdeel Risicobeheersing. Dit betreft met name preventiemedewerkers Vergunningverlening en Advies. De gemeentelijke bijdragen voor het GBTP en het IGPP, de uitkering BDuR en de opbrengst van het Openbaar Meldsysteem zijn volledig als baten opgenomen op het taakveld 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer.

Pagina

67

Bijlage 4: Tarieventabel 2021 en 2022 Op grond van artikel 8 Financiële verordening moeten de prijzen van goederen en diensten van het openbaar lichaam in de begroting worden opgenomen. Deze bijlage bevat de tarieven zoals die gelden voor dienstverlening aan derden in 2021 en 2022. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 49: Tarieventabel 2021 en 2022 Tarieventabel Veiligheidsregio Utrecht Nr.

Omschrijving

1.

Inzet van personeel en materieel

1.1 1.1.1

Inzet operationeel personeel Inzet operationeel personeel voor operationele werkzaamheden

1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4

Inzet van materieel Tankautospuit Redvoertuig Autoladder/Hoogwerker Groot materieel Klein materieel

2.

Overige dienstverlening

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4

Ademlucht Reinigen en testen Pantser Reinigen en testen gelaatsstuk Cilinder Hervullen Keuren ademluchtcilinder

2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9

Medewerker I Medewerker II Medewerker III Medewerker IV Medewerker V Medewerker VI Medewerker VII Medewerker VIII Medewerker IX

2.3 2.3.1

Deelname VRU-opleiding Deelname VRU-opleiding externe

2.4 2.4.1

Openbaar Meld Systeem Concessievergoeding

2.5 2.5.1

Overig Werkzaamheden uitgevoerd door derden

2.5.2

Stallingskosten

Eenheid

Tarief 2021*

Tarief 2021a*

Tarief 2022*

Per uur, per persoon (gemiddeld uurtarief bezetting)

48,40

48,44

49,07

Per uur Per uur Per uur Per uur

200,07 304,66 102,98 34,97

201,07 306,18 103,49 35,14

203,89 310,47 104,94 35,64

Per stuk Per stuk Per stuk Per stuk

22,14 16,59 10,10 49,93

22,25 16,67 10,15 50,18

22,56 16,90 10,29 50,88

Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon Per uur, per persoon

108,20 102,11 96,06 90,23 84,41 76,01 67,22 59,23 53,97

108,30 102,21 96,15 90,32 84,49 76,08 67,29 59,29 54,02

109,71 103,54 97,40 91,50 85,59 77,07 68,16 60,06 54,72

per stuk

862,57

862,57

-

Gefactureerde kosten leverancier** per m2

223,91

226,15

228,41

Per

Inzet niet operationeel personeel***

Per deelnemer per cursus. Meerkosten worden in rekening gebracht**

* Tarieven zijn opgenomen zonder omzetbelasting (BTW). ** Werkelijke kosten plus opslag handelings fee (2%) *** Bij inzet niet-operationeel personeel voor detachering geldt geen overheadtarief maar wel de handlings fee a 2%

Pagina

68

Bijlage 5: Vergoedingentabel 2021 en 2022 De vergoedingen voor het IGPP zoals opgenomen in paragraaf zijn gebaseerd op onderstaande tarieven voor 2021 en 2022. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 50: Vergoedingentabel 2021 en 2022 Nr.

Vergoedingentabel VRU IGPP 2021-2022 Omschrijving

1.

Personeel en materieel

1.1 Inzet operationeel personeel 1.1.1 Inzet operationeel personeel hulpverlening 1.2 Inzet niet-operationeel personeel 1.2.1 Postcommandant 1.2.2 Vrijwilligersvergoeding postcommandant: Postcommandant A Postcommandant B 1.2.3 Tunneladviseur 1.2.4 Medewerker Risicobeheersing* 1.3 1.3.1 1.3.1 1.3.2 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.3.8

Inzet van materieel Tankautospuit: exploitatielasten Tankautospuit: kapitaallasten Personeel Materieel voertuig: exploitatielasten Personeel Materieel voertuig: kapitaallasten Motorspuitaanhanger Bergingsvoertuig Haakarmvoertuig: exploitatielasten Haakarmvoertuig: kapitaallasten Voertuig bestrijding olievlekken Aanhanger noodstroom Scooter:exploitatielasten Scooter:kapitaallasten

2.

Gebouwen

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5

Beheerpakketten repressieve huisvesting Vastgoedbeheer tactisch Vastgoedbeheer operationeel Energie en Water Schoonmaak compleet Gezondheid en Veiligheid

2.2 Eigenaarslasten kazernes in eigendom VRU 2.2.1 kapitaallasten: rente en afschrijving 2.2.2 overige eigenaarslasten (gem. heffingen,verzekeringen) 3.

Overige plustaken

3.1

Werkzaamheden uitgevoerd door derden

3.2

Overige taken

Tarief 2021

Tarief 2021-a

Tarief 2022

persoon per jaar

65.504

65.578

66.433

0,2 fte (270 uur)

18.901

18.920

19.166

persoon per jaar persoon per jaar 0,2 fte (270 uur) persoon per jaar

4.293 5.591 21.296 werkelijke lasten

4.298 5.597 21.402 werkelijke lasten

4.353 5.669 21.702 werkelijke lasten

stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk

10.645 werkelijke lasten 3.546 werkelijke lasten 2.277 8.679 8.679 werkelijke lasten 3.546 4.511 1.065 werkelijke lasten

10.698 werkelijke lasten 3.564 werkelijke lasten 2.289 8.723 8.723 werkelijke lasten 3.564 4.534 1.071 werkelijke lasten

10.848 werkelijke lasten 3.614 werkelijke lasten 2.321 8.845 8.845 werkelijke lasten 3.614 4.597 1.086 werkelijke lasten

kazerne kazerne kazerne kazerne kazerne

werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten

kazerne kazerne

werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten

Per

Gefactureerde Gefactureerde Gefactureerde kosten leverancier kosten leverancier kosten leverancier +2% handelingsfee +2% handelingsfee +2% handelingsfee werkelijke lasten

werkelijke lasten

werkelijke lasten

*Toelichting 1.2.4 medewerker Risicobeheersing: Voor elke gemeente is in overleg met de gemeente een jaarplan opgesteld, met daarin vastgelegd de activiteiten die Risicobeheersing dat jaar gaat uitvoeren. Met de gemeente wordt tijdens het jaar de voortgang van de uitvoering van het jaarplan gemonitord, zowel op productie als –daarmee samenhangend- de ingezette capaciteit. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kan er –binnen de gemeentelijk beschikbare capaciteit- een herprioritering van de jaarplanactiviteiten plaatsvinden, wat leidt tot nieuwe jaarplanafspraken tussen de VRU en de gemeente. Daar waar sprake is van een vraag van de gemeente die leidt tot extra benodigde capaciteit (bovenop de binnen de voor die gemeente beschikbare capaciteit), dan maakt de VRU de afweging;

Pagina

69

-Of de werkzaamheden alsnog kunnen worden uitgevoerd zonder inhuur. Dit is in principe alleen mogelijk als er werkzaamheden bij andere gemeenten wegvallen en er dus restcapaciteit beschikbaar is. -Of de VRU hiervoor moet gaan inhuren. In dit laatste geval wordt de aanvullende afspraak vastgelegd, gebaseerd op een offerte waarin de werkelijke kosten zijn opgenomen.

Pagina

70

Bijlage 6: Compensatiebedragen Jaarlijks wordt het te compenseren nadeel berekend in het financieringsmodel. In de berekening van de compensatiebedragen per gemeente zijn de volgende compensatiebedragen per gemeente opgenomen: Tabel 51: Compensatiebedragen 2021 en 2022 per gemeente Bedragen x €1.000

Gemeente

Compensatie Compensatie 2021 2022

Renswoude

-20

-20

Eemnes

-24

-24

Oudewater

-27

-27

Woudenberg

-28

-28

Montfoort

-39

-39

Lopik

-40

-40

Bunnik

-18

-19

Bunschoten

-13

-13

Rhenen

-4

-4

Wijk bij Duurstede

-66

-66

Baarn

-34

-34

Leusden

17

17

IJsselstein

38

37

De Bilt

-92

-92

De Ronde Venen

-43

-43

Soest

-69

-69

Houten

334

334

Utrechtse Heuvelrug

-147

-147

Woerden

-26

-26

Vijfheerenlanden

-168

-168

Stichtse Vecht

-131

-131

Nieuwegein

124

126

Veenendaal

806

807

Zeist

-105

-105

Amersfoort

-75

-75

Utrecht

-151

-151

Totaal

-

-

Pagina

71

Bijlage 7: Verdelingsgrondslag bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Tabel 52: Verdelingsgrondslag van de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP): bedragen gemeentefonds voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding per gemeente Bedragen x € 1.000 Bedrag subcluster Brandweer en Rampenbestrijding

Gemeente

2019

2020

2021

2022

Renswoude

338

350

378

388

Eemnes

536

563

594

609

Oudewater

585

611

637

653

Woudenberg

683

713

749

769

Montfoort

802

839

872

894

Lopik

852

889

934

957

Bunnik

958

1.003

1.042

1.068

Bunschoten

1.120

1.180

1.246

1.279

Rhenen

1.180

1.235

1.291

1.324

Wijk bij Duurstede

1.361

1.426

1.489

1.526

Baarn

1.565

1.649

1.707

1.751

Leusden

1.678

1.762

1.849

1.897

IJsselstein

1.812

1.908

1.975

2.025

De Bilt

2.646

2.785

2.860

2.933

De Ronde Venen

2.642

2.773

2.901

2.976

Soest

2.700

2.846

2.931

3.008

Houten

2.722

2.866

2.979

3.057

Utrechtse Heuvelrug

3.100

3.253

3.306

3.391

Woerden

3.064

3.221

3.344

3.431

Vijfheerenlanden

3.134

3.280

3.602

3.694

Stichtse Vecht

3.902

4.101

4.251

4.358

Nieuwegein

3.989

4.212

4.355

4.471

Veenendaal

4.052

4.281

4.468

4.585

Zeist

4.046

4.270

4.474

4.592

Amersfoort

10.061

10.624

10.973

11.262

Utrecht

29.105

30.750

32.585

33.438

Totaal

88.634

93.389

97.792

100.337

Opgemerkt wordt dat de begroting van gemeenten ten aanzien van de brandweer en rampenbestrijding naast de bijdrage aan de VRU ook bestaat uit andere kosten zoals de huisvestingskosten voor de brandweerposten (voor zover dit niet via het individueel gemeentelijk pluspakket bij de VRU wordt afgenomen), de kosten voor de gemeentelijke crisisbeheersing en de bluswatervoorziening.

Pagina

72

Bijlage 8: Investeringen 2021-2022 Tabel 53: Investeringen 2021 en 2022

2021

2021-a

2022

Voertuigen

17.195

8.689

10.427

Materiaal

4.315

1.570

5.167

Automatisering/ ICT

2.916

4.086

789

-

3.321

3.198

24.426

17.666

19.582

Bedragen x € 1.000

Categorie investering:

Inventaris en installaties Totaal investeringen Tabel 54: Verloop egalisatiereserve kapitaallasten Bedragen x € 1.000

kapitaallasten

2021

2022

2023

2024

2025

Verwachte realisatie*

10.486

10.730

11.414

11.499

9.934

Begroot

9.797

9.934

9.934

9.934

9.934

0

-689

-796

-1.480

-1.565

0

10.377

9.688

8.892

7.412

5.847

5.848

Verschil Verloop egalisatiereserve

2020

* de berekening van de kapitaallasten wordt voor 1 juli nog geactualiseerd en verwerkt in de geactualiseerde begroting 2021 en begroting 2022

Pagina

73

Bijlage 9: Begrippen en afkortingen AB ABP AC AED AOW ARBO BBP BBV BCF BDuR BHV BNG B&W BPV BRZO BZK Caco CAR CdK COH CoPI COT CPB CvD DB DIV DT DVO EHBO EMU EVPB EV FIDO FLO GBTP GGDrU GHOR GMK GMU GR GRIP IGPP I&I IV&E JDE J&V KING LCMS GZ LMO

Algemeen Bestuur Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds Algemeen commandant Automatische externe defibrillator Algemene Ouderdomswet Arbeidsomstandigheden Bruto Binnenlands Product Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Btw compensatiefonds Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen Bedrijfshulpverlening Bank Nederlandse Gemeenten Burgemeester & Wethouders Besluit personeel veiligheidsregio’s Besluit risico’s zware ongevallen Ministerie van binnenlandse zaken & koninkrijksrelaties Calamiteiten-Coördinator Collectieve arbeidsregeling Commissaris der Koning Commando haakarmbak Commando plaats incident Instituut voor veiligheids- en crisismanagement (crisis onderzoeksteam) Centraal Plan Bureau Commandant van dienst (-G: geneeskundig, -P: politie, -B: brandweer) Dagelijks bestuur Documentaire informatievoorziening Directieteam Dienstverleningsovereenkomst Eerste Hulp Bij Ongelukken Europese Monetaire Unie Experiment Verbeteren Paraatheid Brandweer Externe veiligheid Financiering Decentrale Overheden Functioneel leeftijdsontslag Gemeentelijk basistakenpakket GGD regio Utrecht Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gemeenschappelijke meldkamer Gemeenschappelijke meldkamer Utrecht Gemeenschappelijke regeling Gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure Individueel gemeentelijk pluspakket Informatiemanagement & ICT

Interdisciplinaire voorbereiding & evaluatie JD Edwards (systeem voor Financiën) Ministerie van Justitie en Veiligheid Kennisinstituut Nederlandse Gemeenten Landelijk Crisismanagement systeem Gezondheidszorg Landelijke Meldkamer Organisatie

Pagina

74

LMS MKA MKD MIP MT NBB NIFV NVBR NCTV NWB OCML OL OLO OM OMS OR Osio OTO OvD PPMO Prevap PvA RAC RAVU RBT RI&E RISC ROT SIS SVS T&H TSC-test TUO UBV UMCU UML/TD VC V&A VIC VNG VPB VR VRU VTH Wabo WO WOB WKR WNRA WNT Wvr

Landelijke Meldkamer Samenwerking Meldkamer Ambulance Meldkamerdomein Meerjareninvesteringsplanning Managementteam Natuurbrandbestrijding Nederlands instituut fysieke veiligheid Nederlandse vereniging van brandweer en rampenbestrijding Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nederlandse Waterschaps Bank Operationeel Centrum Midden Nederland Operationeel leider Omgevingsloket online Openbaar Ministerie Openbaar (brand)meldsysteem Ondersteuning & repressie Ongewenste situaties, incidenten en ongevallen Opleiden, trainen en oefenen Officier van dienst (-G: geneeskundig, -P: politie, -B: brandweer) Preventief periodiek medisch onderzoek Preventieactiviteitenplan Plan van aanpak Regionale Alarmcentrale Regionale ambulancevoorziening voor de provincie Utrecht Regionaal beleidsteam Risico inventarisatie & evaluatie Database regionaal risicoprofiel Regionaal operationeel team Slachtoffer informatie systematiek Slachtoffervolgsysteem Toezicht & Handhaving Taakspecifieke conditietest Taakuitvoeringsovereenkomst Utrechtse Bosbrandweer vereniging Universitair medisch centrum Utrecht Uitrusting, materieel & logistiek/technische dienst Verbindingscommandowagen Vergunningverlening & Advisering Veiligheidsinformatiecentrum Vereniging Nederlandse Gemeenten Vennootschapsbelasting Veiligheidsregio Veiligheidsregio Utrecht Vergunningverlening, toezicht en Handhaving Wet algemene

bepalingen omgevingsrecht Waterongevallen Wet openbaarheid van bestuur Werkkostenregeling Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren Wet Normering Topinkomens Wet Veiligheidsregio’s

Pagina

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/393/documents/12139