Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen' - Bijlage 2 (Bestemmingsplan).pdf
Tekst van het document
Na de berekening voor de huidige situatie zijn twee scenario's uitgewerkt voor de toekomstige situatie: scenario met enkel de uitbreiding van bedrijvigheid, en een scenario met de uitbreiding van bedrijvigheid + de sportfuncties. Wanneer blijkt dat het huidige kruispunt Johan J. Vierbergenweg Wilgenweg het verkeer niet kan afwikkelen wordt een analyse uitgevoerd naar de meest wenselijke ontsluitingsvorm voor het bedrijventerrein Tappersheul. Uit deze analyse blijkt dat: Verkeersafwikkeling huidige situatie Uit de kruispuntberekening voor de huidige (referentie) situatie blijkt het kruispunt Johan J. Vierbergenweg gedurende de avondspits al redelijk belast te zijn. In de huidige situatie is nog wel sprake van een aanvaardbare situatie. Verkeersafwikkeling toekomstige situatie Wanneer het bedrijventerrein Tappersheul wordt uitgebreid kan het kruispunt Johan J. Vierbergenweg Wilgenweg het verkeer moeilijk afwikkelen in de avondspits. Voor een verkeerskundig aanvaardbare situatie dient dus gekeken te worden naar eventuele oplossingsrichtingen. Die is gevonden in het splitsen van de gecombineerde links-/rechtsafstrook op de Wilgenweg in een rijstrook voor linksaf en een rijstrook voor rechtsaf. Hiermee kan de gemiddelde verblijfstijd worden teruggebracht tot 24 seconden voor de maatgevende linksafstrook. Dit is voor een druk moment nog een acceptabele waarde.
Parkeren De parkeerbehoefte voor zowel de bedrijvigheid alsook voor de sportvoorzieningen wordt opgelost op eigen terrein. De geldende normen zijn via een artikel in de regels bindend voorgeschreven (dynamische verwijzing). Verkeersveiligheid Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
55
Uit een in juni 2020 gehouden (digitale) inspraakronde over de ontwikkeling blijkt dat er diverse omwonenden en andere belanghebbenden zijn, die verkeersonveiligheid - of een toename daarvan vrezen als gevolg van de uitbreiding van het bedrijventerrein en de komst van de sportvoorzieningen. Uit de reacties blijkt dat de hinder en het gevoel van onveiligheid vooral veroorzaakt wordt door vrachtverkeer. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen vrachtverkeer van Tappersheul en vrachtverkeer van de bedrijven Snel Hout en Rubber en BPG Snel, beide gevestigd aan de Lijnbaan. Voor de bedrijven Snel geldt dat er geen realistische mogelijkheden bestaan voor een nieuwe verkeersontsluiting die het vrachtverkeer (grotendeels) van de Lijnbaan en Kabelslag afhaalt. De geopperde nieuwe randweg bijvoorbeeld is landschappelijk niet inpasbaar en financieel onhaalbaar. Ook een verplaatsing van de bedrijven naar een nieuwe locatie is op korte termijn niet realistisch. De bedrijven Snel hebben voor de aanvoer en afvoer van materiaal de ingang aan de Kabelslag. Hierdoor rijden grote vrachtwagens niet over de Lijnbaan maar rijden de vrachtwagens over het bedrijventerrein via de Johan Vierbergenweg en de Wilgenweg en vervolgens over de Kabelslag naar de (vrachtwagen)ingang. Althans, dat is de ideale situatie.
Bij een bezoek ter plaatse met een aantal omwonenden hebben we met elkaar geconstateerd dat toch een behoorlijk aantal vrachtwagens de route neemt over de Lijnbaan. Het hek van de ViTap sluit ’s avonds en in het weekend zodat er dan geen vrachtverkeer van de bedrijven Snel de route over het bedrijventerrein kunnen nemen. Volgens de bedrijven Snel komt er op die tijden ook geen wezenlijk vrachtverkeer laden en lossen. In overleg met de bedrijven Snel willen wij (nogmaals) kijken of wij via maatregelen de verkeerssituatie kunnen verbeteren, bijvoorbeeld of er betere informatie voor (externe) vrachtwagenchauffeurs kan komen over de gewenste aanrijroute. We hebben tijdens het bezoek ter plaatse met omwonenden meerdere punten besproken die een bijdrage kunnen leveren aan de verkeerssituatie ter plaatse.
Wij hebben toegezegd de onderstaande punten te willen onderzoeken: Bebording met verboden voor vrachtwagens (met uitzondering van bestemmingsverkeer), direct na de Jumbo supermarkt; Bovenstaande bebording ook al aangeven op de Johan Vierbergenweg; Bebording met doorgaand verkeer via de Kabelslag richting Tappersheul (inclusief het verwijderen van het bord doodlopend of het plaatsen van een bord dat dit alleen geldt in het weekend); Het aanpakken van de Kabelslag / Toleind richting Tappersheul (zodat het minder lijkt op een “zandweggetje”, zoals een omwonende dat noemt); Het met de ViTap bespreken van het verwijderen van het toegangshek; Het tegengaan dat vertrekkend verkeer vanaf Tappersheul dat doet via de Lijnbaan. Uiteraard kunnen bepaalde maatregelen weer stuiten op verzet van anderen of in de praktijk weer consequenties hebben die niet aanvaardbaar of gewenst zijn, maar het is de moeite waard te onderzoeken hoe we het vrachtverkeer van de Lijnbaan kunnen weren. De verkeersdrempels in de Kabelslag veroorzaken bij omwonenden hinder in de vorm van trillingen bij grote vrachtwagens, zo wordt gemeld. Daar staat tegenover dat het verwijderen van de verkeersdrempels zou kunnen leiden tot een hogere snelheid en een onveiliger situatie voor omwonenden. Wij vinden het geen goede optie om de verkeersdrempels te verwijderen.
Een omwonende heeft aangegeven dat een kuil een veel betere snelheidsremmer is dan een drempel. Wij zullen dit onderzoeken. Bij het instellen van eenrichtingsverkeer op de Lijnbaan naar de Kabelslag is de kans op negeren van de regels erg groot, omdat men ver moet omrijden. Daarnaast is er nog een ander negatief neveneffect: door het instellen van eenrichtingsverkeer gaat de snelheid van het autoverkeer omhoog en wordt het er niet veiliger op. Rond 2016 en 2017 heeft de gemeente, na overleggen met omwonenden, verkeerskundige maatregelen genomen om de verkeersveiligheid op de Lijnbaan te verbeteren: a. de voorrangssituatie is aangepast. Aan zowel de voetganger als de fietser wordt voorrang gegeven Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
56
boven het autoverkeer; b. er liggen plateaus om de oversteek te benadrukken; c. er zijn fietssuggestiestroken aangebracht, en d. er zijn enkele verkeerszuilen geplaatst, dit om het verkeer rustig te laten rijden. Infrastructureel heeft de gemeente gedaan wat redelijkerwijs mogelijk is. Wij zijn het met omwonenden eens. Het is niet de meest ideale situatie, maar het is geen onveilige situatie. Automobilisten hebben ook een verantwoordelijkheid zich veilig te gedragen in het verkeer en goed te anticiperen op hun omgeving. De Johan Vierbergenweg is een ontsluitingsweg waar 50 km/u de toegestane snelheid is. Wij treffen daar geen aanvullende snelheidsremmende maatregelen. Door de Vierbergenweg minder aantrekkelijk te maken, bestaat het risico dat verkeer meer door de woonwijken gaat sluipen, met alle ongewenste effecten van dien. Deze route wordt bovendien ook gebruikt door Openbaar Vervoer en de hulpdiensten. Zij worden onevenredig gehinderd door snelheidsremmende maatregelen. Op de lange termijn zijn er ideeën om een rotonde te realiseren op het kruispunt Lijnbaan – Vierbergenweg. Dan wordt er direct een voetpad langs het fietspad aan de Lijnbaan gerealiseerd. Maar voorlopig is dit nog geen optie. Wij zijn in gesprek met de Jumbo over het scheiden van de verkeersstromen op het terrein van Jumbo en hebben een voorstel gedaan hoe dit aangepakt kan worden.
Deze grond is echter van de Jumbo zelf en niet van de gemeente. De gemeente blijft met de Jumbo in overleg over verbetering van de situatie. De uitbreiding van het bedrijventerrein en de komst van de sportvoorzieningen zorgen voor extra verkeer. Tappersheul wordt ontsloten via het kruispunt Johan Vierbergenweg - Wilgenweg. Op het kruispunt is een kruispuntteling uitgevoerd gedurende de ochtendspits en avondspits. Hiermee hebben we inzicht verkregen in de huidige verkeersintensiteiten op het kruispunt. Daaruit blijkt dat het kruispunt gedurende de avondspits al redelijk belast is. In de huidige situatie is nog wel sprake van een aanvaardbare situatie. Vervolgens hebben we de hoeveelheid verkeer berekend als gevolg van de uitbreiding. En nieuwe kruispuntberekeningen uitgevoerd. Daaruit blijkt dat in de avondspits de afwikkeling van het verkeer van het bedrijventerrein af, te lang duurt. De gemeente denkt hierbij aan de oplossing van het splitsen van de gecombineerde links- rechtsafstrook op de Wilgenweg. Er ontstaat dan een aparte rijstrook voor linksaf en een aparte rijstrook voor rechtsaf. De overige straten en kruispunten hebben voldoende capaciteit om de verkeersafwikkeling aan te kunnen, ook met de gewenste uitbreiding. De verwachtingen over bezoek van het nieuwe zwembad vertaalt zich niet in een hoge verkeersintensiteit.
Veel bezoekers zullen gebruikmaken van de fiets of met meerdere bezoekers in één auto komen. Volgens de inschatting van verkeerskundigen komt 70% van het autoverkeer via de woonwijk en 30% via het bedrijventerrein. Qua capaciteit is dit geen probleem. Met het oog op verkeersveiligheid nemen we los van dit bestemmingsplan in ieder geval extra verkeerskundige maatregelen en/of stellen we een bordenplan op. In combinatie met het verminderen van het aandeel vrachtverkeer over de Lijnbaan, kan daarmee de algehele verkeersveiligheid in de directe omgeving van het plangebied worden verbeterd. 4.9.2
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren leiden niet tot belemmeringen voor voorgenomen ontwikkeling.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
57
4.10
Conventionele explosieven
Door BeoBOM is een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE). Dit volledige onderzoek is te raadplegen in bijlage 20. Hierna worden de belangrijkste resultaten uiteengezet. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn géén feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Het gebied geldt derhalve niet als méér verdacht dan de overige Nederlandse bodem waarvoor geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van CE. Op basis van deze afwezigheid van feitelijke aanwijzingen, zijn binnen het projectgebied geen verdachte gebieden afgebakend. Vanuit CE-oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden, binnen de contouren van het projectgebied zoals getoond in het onderzoek en op bijbehorend kaartmateriaal, zonder aanvullend onderzoek of opsporingsproces worden uitgevoerd.
4.11
Overige belemmeringen
4.11.1 Inleidend Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. 4.11.2 Onderzoek In het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. Er zijn geen overige belemmeringen gelegen binnen of in de nabijheid van het plangebied. 4.11.3 Conclusie Er bestaan geen overige belemmeringen in het plangebied.
4.12
Duurzaamheid
4.12.1 Kader Nationaal klimaatbeleid In het Klimaatakkoord van Parijs (2015 United Nations Climate Change Conference, Parijs) is vastgelegd de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden Celsius, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad Celsius te realiseren. Nederland wil om hierin invulling te geven gaan naar een CO2-arme energievoorziening in 2050. Een eerste uitwerking van de route naar een CO2-arme economie is vastgelegd in de energieagenda 2016 van het kabinet "Naar een CO2-arme energievoorziening". De energieagenda geeft aan dat "deze transitie vraagt om een drastische reductie van het gebruik van fossiele energie, tot dichtbij nul in het jaar 2050. Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. Duurzaam bouwen is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
58
4.12.2 Onderzoek In het beeldkwaliteitsplan is aangegeven dat alle daken verplicht ingevuld dienen te worden als groen- of sedumdak. Het toepassen van zonnepanelen wordt gestimuleerd maar dienen wel altijd in combinatie met een groen- of sedumdak te worden uitgevoerd. Dit is ook verankerd in de regels via een voorwaardelijke bepaling. Daarnaast zal de bebouwing gasloos worden gerealiseerd. 4.12.3 Conclusie De ontwikkelingen zullen voldoen aan de wettelijke vereisten. Alle daken dienen verplicht te worden uitgevoerd met een groen- of sedumdak. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de gestelde duurzaamheidskaders.
4.13
M.e.r.-beoordeling
4.13.1 Kader Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of mogelijk sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient het bevoegd gezag (in dit geval burgemeester en wethouders) de afweging te maken of een m.e.r.-procedure dient te worden gevolgd. In het Besluit m.e.r. zijn categorieën van gevallen aangegeven die (mogelijk) m.e.r-(beoordelings)plichtig zijn. Voor de uitbreiding van bedrijventerreinen is dit in het Besluit m.e.r. als volgt geformuleerd: 1. D.11.3: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. De ontwikkeling van het bedrijventerrein Tappersheul III, heeft betrekking op de realisatie van circa 3 hectare netto bedrijventerrein en een totaal plangebied van circa 15 hectare. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.3. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Voor de uitbreiding van andere stedelijke voorzieningen, zoals sportvoorziening, is dit in het Besluit m.e.r. als volgt geformuleerd: 2. D.11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2.
een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De ontwikkeling van de sportvoorzieningen, heeft betrekking op de realisatie van circa 2,5 hectare en een totaal plangebied van circa 15 hectare. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.3. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel deze vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of MER noodzakelijk. Omdat de gemeente is die initiatiefnemer is in dit project, kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling in dit bestemmingsplan. De gemeente dient op een zo vroeg mogelijk moment te Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
59
besluiten over of wel of niet een formele (uitgebreide) m.e.r.-beoordeling of MER moet worden opgesteld. 4.13.2 Onderzoek Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Deze worden hieronder behandeld. 1. Kenmerken project / activiteit De omvang van het project betreft het realiseren van 3 hectare netto bedrijventerrein en circa 2,25 ha aan sportvoorzieningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarnee ruim onder de verschillende drempelwaardes van 75 hectare bedrijventerrein en 100 hectare aaneengesloten gebied. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de kern van Oudewater. Het gebied ligt ingeklemd tussen de Polderwetering en de Broekkade. Ten westen van het plangebied ligt het bestaande bedrijventerrein 'Tappersheul. De polder 'Noord-Linschoten' grens aan de oostelijke zijde aan het plangebied. Het plangebied is deels gelegen binnen de bestaande landschapszone die een overgang van stad naar landschap vormt. In het noordelijk deel van het plangebied wordt voorzien in een bedrijventerrein met een netto oppervlakte van 3 hectare, verdeelt over verschillende bedrijfskavels.
In het zuidelijk deel van het plangebied is voorzien in de realisatie van een zwembad met een binnen- en buitenbad en overige bijbehorende voorzieningen. In het meest zuidelijk van het plangebied wordt een skeelerbaan gerealiseerd. 3. Samenhang met andere activiteiten Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. De behoefte aan het nieuwe bedrijvigheid en de sportvoorzieningen is aangetoond in de notitie 'Onderbouwing uitbreidingen Oudewater buiten de rode contour' die door Buck Consultants International is opgesteld. 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen Voor de beoogde herontwikkeling zijn in het kader van dit bestemmingsplan alle omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. De afweging impliciet plaatsgevonden in bovenstaande paragrafen. Hieruit blijkt dat, indien nadelige gevolgen optreden, deze te compenseren zijn. Daarmee zal er geen sprake zijn van significante nadelige milieugevolgen. Het bevoegd gezag dient een separaat besluit te nemen waarin wordt besloten om af te zien van een verdere milieukundige afweging c.q. het opstellen van een m.e.r.-beoordeling of een MER.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
60
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
61
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Planmethodiek
Het uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van de uitbreiding van het bedrijventerrein Tappersheul III en de sportvoorzieningen (exclusief sporthal). Daarnaast is een goede landschappelijke inpassing een belangrijk aandachtspunt geweest bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. Bij de opzet van het plan is gekozen voor gedetailleerde eindbestemmingen, gebaseerd op het beeldkwaliteitsplan en de eisen die hierin gesteld worden. Op basis van de bepalingen van een eindbestemming kan direct een omgevingsvergunning worden afgegeven, indien het bouwplan past binnen de regels die gelden bij de bestemming.
5.2
Regels
De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is, in Artikel 1 Begrippen, een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is Artikel 2 Wijze van meten opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. 'Bedrijventerrein' De toekomstige bedrijfskavels zijn voorzien van de bestemming "Bedrijventerrein". De bestemmingsvlakken zijn overgenomen uit het plan van Juurlink [+] Geluk. Voor de bouwregels is een rechtstreekse verwijzing opgenomen naar de bouwregels uit het voornoemd plan, en is voor de duidelijkheid een aantal regels uit dat plan overgenomen in het bestemmingsplan.
Diverse bedrijfskavels hebben aan de achterzijde (noordoostzijde) een uitbreidingsmogelijkheid via een wijzigingsbevoegdheid; hierover hieronder meer. Via een voorwaardelijke verplichting is geregeld dat de daken op de bedrijfspercelen moeten worden ingevuld als 'groen dak' (bijv. sedum), al dan niet in combinatie met installaties voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonnepanelen. Via een andere voorwaardelijke verplichting is afgedwongen dat binnen 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de landschappelijke inpassing conform Bijlage 2 (Kernrandzonevisie) moet zijn aangelegd en in stand worden gehouden. 'Groen' De gronden rondom de bedrijven, sportvoorzieningen en ontsluitingen zijn bestemd als 'Groen'. De reden Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
62
hiervoor is om ervoor te zorgen dat deze voorzieningen ruimtelijk en landschappelijk ingepast worden en dat de groenstructuur zorgt voor een goede overgang richting het bestaande bedrijventerrein en het omliggende landschap. De bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming zijn dan ook zeer beperkt. Een deel van de gronden kennen de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2'. Binnen deze zone is het toegestaan om de bestemming 'Groen' te wijzigen tot de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' om een bedrijfsontsluiting voor de nabijgelegen percelen te kunnen realiseren. 'Sport' De gronden waarop de sportvoorzieningen (zwembad en skeelerbaan, inclusief natuurijsbaan, waarbij expliciet is bepaald dat deze voorzieningen naar aard en omvang gelijk te stellen zijn aan een inriching uit maximaal milieucategorie 3.1) zijn voorzien, zijn bestemd als 'Sport'. Met specifieke aanduidingen zijn het zwembad, de skeelerbaan en de parkeerplaatsen concreet aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' zijn de gronden uitsluitend aangewezen voor een binnen- en buitenzwembad inclusief ligweide; ter plaatse van de aanduiding 'skeelerbaan' uitsluitend voor een skeelerbaan en een natuurijsbaanring (waarbij de buitenring zowel voor de ijs- als skeelerbaan kan worden gebruikt). Ook in deze bestemming is de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen.
Daarnaast is met het oog op geluidsafscherming middels voorwaardelijke verplichtingen geregeld dat in ieder geval een aarden wal van minimaal 1,5 m hoog wordt aangelegd en in stand wordt gehouden; en dat bij afwijking van hetgeen in het akoestisch onderzoek is doorgerekend dient te worden voorzien in minimaal gelijke geluidsafscherming. Tot slot zijn er enkele specifieke gebruiksregels gesteld voor het zwembad en de skeelerbaan, eveneens met betrekking tot geluid. Voor het zwembad zijn onder meer enkele tijden aangegeven waarbinnen bepaalde activiteiten mogen plaatsvinden. Voor de skeelerbaan is het gebruik van een geluidsinstallatie expliciet verboden. Daarop is een uitzondering gemaakt voor evenementen behorende bij de sportactiviteiten en -voorzieningen, zoals benoemd in de bestemmingsomschrijving en gedefinieerd in de begripsbepaling. Daarbij is tevens een verwijzing opgenomen naar het actuele gemeentelijke evenementenbeleid. 'Verkeer - Verblijfsgebied' De gronden waarop de onsluitingen van de verschillende bedrijfskavels en sportvoorzieningen zijn voorzien (conform plan Juurlink [+] Geluk), zijn bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Deze gronden hebben geen doorgaande verkeersfunctie. De gronden met deze bestemming hebben een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen.
Daarnaast zijn daarin passende gebruiksvomen toegestaan zoals parkeren, groen- en watervoorzieningen en nutsvoorzieningen. 'Water' De bestaande watergang in het zuiden van het plangebied is bestemd als 'Water'. Bijbehorende regeling is overgenomen uit het aldaar vigerende plan en ziet voornamelijk toe op het beschermen van de waterbelangen. 'Waarde - Ecologie' (dubbelbestemming) De Broekkade en de aangrenzende gronden zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'. Bijbehorende regeling is overgenomen uit het aldaar voorheen vigerende plan en ziet toe op het beschermen van de aanwezige ecologische waarden. Hoofdstuk3 Algemene regels In deze paragraaf worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
63
In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een voorbeeld genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat (middels een omgevingsvergunning) kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van plaatselijke verhogingen. Om af te kunnen wijken is vastgelegd dat geen ovenredige aantasting van een aantal aspecten uit de fysieke leefomgeving plaatsvindt. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een regeling opgenomen ten behoeve van de wijziging van de gronden met de bestemming 'Groen' in de bestemming 'Bedrijventerrein'.
Om de bestemming te kunnen wijzigen dient voldaan te worden aan de gestelde voorwaarden. Ook zijn diverse algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen om kleinschalige wijzigingen in het plan door te kunnen voeren. Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
5.3
Geometrische plaatsbepaling
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
64
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
65
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Exploitatieverplichting
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gronden zijn in eigendom van de gemeente het bovenstaande is dan ook niet van toepassing op dit plan. Het kostenverhaal wordt verdisconteerd in de gronduitgifte. Uit een vertrouwelijke exploitatieopzet blijkt verder dat de realisatie van de beoogde functies financieel uitvoerbaar is. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. 6.1.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Met dit bestemmingsplan wordt de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Tappersheul mogelijk gemaakt. Daarnaast is voorzien in de realisatie van een nieuw binnen- en buitenzwembad en een skeerlerbaan (met natuurijsbaan), ter verplaatsing van deze elders in Oudewater aanwezige functies. In voorliggend bestemmingsplan is uiteengezet hoe deze ontwikkeling wordt ingepast en overlast richting omgeving wordt geminimaliseerd. De realisatie van een nieuw zwembad, mét binnenbad en een skeelerbaan (met natuurijsbaan) draagt bij aan een langgekoesterde maatschappelijke wens en schept bovendien mogelijkheden tot een efficiëntere inrichting van de 'achterblijflocaties'. Een zwemvoorziening is vanuit het oogpunt van afname van gezondheidsklachten, een snellere revalidatie, minder kosten en een verhoogd welzijn gewenst. Daarnaast kan het Statenland gebruik worden voor de wens om binnen de rode contour woningbouw te realiseren. Tevens wordt de ontwikkeling passend geacht binnen de actuele beleidskaders van het Rijk, de provincie en gemeente. Daarmee wordt verondersteld dat er voldoende draagvlak is. Dit draagvlak wordt nog eens getoetst tijdens de inspraakprocedure wanneer het voorontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor inspraak ter visie wordt gelegd.
Bovendien wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan (zie ook paragraaf 7.2). Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. 6.1.3
Handhavingsaspecten
Inleidend Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
66
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.
Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
67
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Voorbereidingsfase
Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, een vooraankondiging worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze publicatie vindt voor dit plan tegelijkertijd met het voorontwerp plaats. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan wordt voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn wordt een ieder in de mogelijkheid gesteld schriftelijke en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. De ontvangen inspraakreacties worden samengevat en beantwoord, waarvan in deze toelichting te zijner tijd verslag zal worden gedaan. Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan diverse instanties. De ontvangen overlegreacties zijn samengevat en beantwoord in de Inspraak en vooroverleg reactienota, die is opgenomen in bijlage 22.
In deze paragraaf wordt kort verslag gedaan van de overlegreacties ontvangen van de provincie Utrecht, het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de veiligheidsregio Utrecht. De ontvangen reacties van Gasunie en Tennet zijn ter kennisgeving aangenomen en hebben niet geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Provincie Utrecht De provincie gaf aan dat onvoldoende bleek dat er voor detailhandel sprake is van de in de PRV genoemde voorwaarden. De regels van de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn hierop aangepast, de betreffende detailhandel is opgenomen in een afwijkingsbevoegdheid met de voorwaarde dat er een goede motivatie aanwezig moet zijn. Daarnaast gaf de provincie aan dat op grond van de PRV de herstructurering van bestaand bedrijventerrein niet geborgd was. Hiertoe is (het plan van aanpak voor) een herstructureringsplan bij het bestemmingsplan gevoegd, en in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen conform de provinciale verordening. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.2 van de toelichting. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Het hoogheemraadschap adviseerde het aantal vierkante meters waterberging zoals aangegeven in de toelichting te borgen in een voorwaardelijke verplichting. De benodigde waterberging is daarop toegevoegd aan de regels van dit bestemmingsplan.
Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht heeft enkele aanvullende adviezen gegeven met betrekking tot onder meer blusvoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten. De overlegreactie heeft niet geleid tot inhoudelijke aanpassingen in het bestemmingsplan. Wel zijn de adviezen als aandachtspunten opgenomen in de paragraaf 'Externe veiligheid' in deze toelichting. Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
68
7.2
Ontwerpfase
Na afronding van de inspraakprocedure en het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit de inspraakreacties en de overlegreacties, zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn er nog enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd (zoals een geactualiseerd beeldkwaliteitsplan, waarmee enkele ondergeschikte wijzigingen zijn doorgevoerd, en diverse aanvullende onderzoeken). Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient - met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening - ook via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 24 februari 2021 tot en met 6 april 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen.
Ook zijn de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb), en is aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Gedurende deze termijn zijn 6 zienswijzen ontvangen. In de Nota van beantwoording zienswijzen zijn deze zienswijzen samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. Daarbij is per punt aangegeven of de zienswijze wel of geen aanleiding heeft gegeven om het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen in de verbeelding, regels en toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast zijn er enkele ambtelijke aanpassingen doorgevoerd. De Nota van beantwoording zienswijzen is opgenomen in bijlage 23.
7.3
Vaststellingsfase
Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
Regels
Bedrijventerrein Tappersheul III
2
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 9
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen Sport Verkeer - Verblijfsgebied Water Waarde - Ecologie
11 11 15 17 19 20 21
Hoofdstuk3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
23 23 24 25 26 28
Hoofdstuk4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
29 29 30
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
3
Regels
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
4
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Bedrijventerrein Tappersheul III van de gemeente Oudewater; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0589.BPTH3-VA01 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde; 1.6
bebouwingspercentage:
de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden; 1.7
bedrijf:
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, verwerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, detailhandel uitgezonderd; 1.8
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.9
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.10
beperkt kwetsbaar object:
een beperkt kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
6
1.13
Bevi-inrichting:
inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.14
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten; 1.17
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18
dak:
iedere bovenbeïndiging van een gebouw; 1.19
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.20
evenement:
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, die rechtstreeks verband houdt met de sportactiviteiten en -voorzieningen binnen het bestemmingsplan, waaronder in ieder geval landelijke / regionale skeelerwedstrijden en natuurijsbaangebruik als evenement. 1.21
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22
groothandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder inbegrepen de uitstalling ten behoeve van verkoop, het verkopen en/of het leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan bedrijven, instellingen en personen, ter aanwending in een of andere beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23
kantoor:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, administratiekantoren en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen;
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
7
1.24
kleinschalige recreatieve voorzieningen:
voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie. 1.25
kwetsbaar object:
een kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.26
ondergeschikte kantoorruimte:
kantoorruimte welke dient ter administratieve ondersteuning van een bijbehorend en ter plaatse gesitueerd bedrijf, die rechtstreeks deel uitmaakt van dat bedrijf, en waar geen zelfstandige zakelijke diensten worden verleend aan derden; 1.27
ondergeschikte detailhandel bij groothandel:
detailhandel als aciviteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsfunctie is van zulke beperkte bedrijfsmatige of ruimtelijke omvang dat de functie groothandel waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, vorm en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft; 1.28
peil:
a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddelijk aan de weg grenst of minder dan 5 meter daarvan: de hoogte van de weg (ter plaatse van die hoofdtoegang); b. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil; c. in andere gevallen en voor andere bouwwerken die niet op of in het water worden gebouwd: de hoogte van de bestaande omliggende terreinen (maaiveld); 1.29
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. Voedings- en genotsmiddelen zijn uitgesloten; 1.30
Staat van Bedrijfsactiviteiten:
de Staat van bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.31
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.32
volumineuze goederen:
goederen die een grote omvang hebben; 1.33
voorgevelrooijlijn:
de lijn waarin (een gedeelte van) de voorgevel van het hoofdgebouw is gebouwd alsmede de naar de weg gekeerde bestemmingsgrens; Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
8
1.34
vuurwerkbedrijf:
inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is; 1.35
Wgh-inrichting:
een inrichting als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Wet geluidhinder. 1.36
zelfstandige showroom:
een uitstallingsruimte van groothandels - of productiebedrijven ten behoeve van wederverkoper of afnemers voor het gebruik in eigen bedrijf of instelling, die niet ondergeschikt is aan en/of functioneel gerelateerd is aan een ter plaatse gevestigd bedrijf.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
De bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2
De breedte en lengte of diepte van een gebouw:
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.3
De dakhelling:
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
De goothoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
De inhoud van een bouwwerk:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
De oppervlakte van een bouwwerk:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7
Het grondoppervlak van een gebouw:
Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren. 2.8
De vloeroppervlakte bij bedrijfsvloeroppervlakte en verkoopvloeroppervlakte:
De oppervlakte gemeten op vloerniveau tussen de binnenzijden van de scheidingsmuren die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen, met uitzondering van ruimten voor verticaal verkeer, ruimten voor gebouwinstallaties, dragende binnenmuren, vrijstaande draagconstructies en delen van vloeren waarboven de vrije hoogte lager is dan 1.5 meter. 2.9
Ondergeschikte bouwdelen:
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
10
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven uit de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 2) uit maximaal de milieucategorie zoals aangeduid ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie...' (met het betreffende nummer), voor zover in de lijst niet doorgehaald; b. de bij de bestemming behorende verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterbeheer, waterberging, tuinen, erven en terreinen; met inachtneming van het volgende: c. d. e. f. g.
Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het besluit M.E.R. 1994 zijn niet toegestaan; vuurwerkbedrijven zijn niet toegestaan; kantoren anders dan in de zin van ondergeschikte kantoorruimte en passend bij de bedrijfsvoering (= maximaal 50% van de totale b.v.o. van het bedrijf met een maximale oppervlakte van 2.000 m2 b.v.o.) zijn niet toegestaan.
3.2
Bouwregels
Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1
Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels: a. een gebouw moet voldoen aan de bouwregels uit het als Bijlage 3 bij de toelichting opgenomen plan; waarbij in ieder geval geldt: 1. een gebouw moet worden gebouwd binnen een bouwvlak; 2. het bebouwingspercentage bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'minimum bebouwingspercentage' ten minste het aangegeven percentage; 3. het bebouwingspercentage bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' ten hoogste het aangegeven percentage; 4. de minimale en maximale bouwhoogte van gebouwen bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m) - maximum bouwhoogte (m)' ten minste de onder minimale bouwhoogte aangeven bouwhoogte en - voor zover het bedrijfspercelen betreft van 2.000 m2 of meer - ten hoogste de onder maximale bouwhoogte aangegeven bouwhoogte; indien het bedrijfspercelen betreft met een oppervlakte van minder dan 2.000 m2, bedraagt de maximale bouwhoogte van gebouwen 12 m; 5. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; 6. op bedrijfspercelen tot en met een grootte van 2000 m2 is maximaal één gebouw toegestaan; 7. op bedrijfspercelen groter dan 2000 m2 zijn maximaal twee gebouwen toegestaan; 8.
anders dan bepaald onder 6 en 7 zijn in het meest zuidelijke bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijventerrein' maximaal 4 gebouwen toegestaan, mits de afstand tussen gebouwen onderling minimaal 9 meter bedraagt.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
12
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag worden gebouwd zowel binnen als buiten een bouwvlak; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,5 meter bedragen; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 9 meter bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedragen.
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijkingsmogelijkheden
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.1 onder a2, en een lager bebouwingspercentage toestaan, indien de aard en omvang van deze branche dat vereist (bijvoorbeeld een logistiek bedrijf en/of een afvalverwerkingsbedrijf), op voorwaarde dat, naar het oordeel van B&W, sprake is van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing van de bebouwing op het bedrijfsperceel; b. 3.2.1 onder a4 en toestaan dat de bouwhoogte van bedrijfspercelen met een oppervlakte kleiner dan 2.000 m2, wordt vergroot tot maximaal 15 m; met dien verstande dat: 1. de bedrijfseconomische noodzaak dient te zijn aangetoond; 2. door B&W desgewenst eisen kunnen worden gesteld aan de landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing in de omgeving; c. 3.2.1 onder a5 en toestaan dat de maximale bouwhoogte van 10 meter ter plaatse van het meest noordelijke bestemmingsvlak wordt vergroot tot niet meer dan 15 meter, onder de voorwaarden dat: 1. de bedrijfseconomische noodzaak wordt aangetoond; 2. de hoogte landschappelijk/stedenbouwkundig inpasbaar is, een en ander conform het gedachtengoed van het "Beeldkwaliteitsplan Tappersheul III, Juurlink + Geluk bv, d.d. 21 oktober 2021"; d. 3.2.2 onder d en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 8 meter. 3.3.2
Afwegingskader
Een in 3.3.1 genoemde afwijking kan slechts worden toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing en water
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming voor de doeleinden zoals genoemd in lid 3.1, zonder dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk in werking treden van het plan, de groen-blauwe structuur uit de kernrandzonevisie - opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting - rondom de bedrijfspercelen is aangelegd en in stand wordt gehouden. Daarbij dient te worden voorzien in de aanleg en instandhouding van tenminste 20.250 m2 waterberging, overeenkomstig de compensatieberekening in het waterhuishoudkundig plan zoals opgenomen als Bijlage 16 bij de toelichting.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
13
3.4.2
Voorwaardelijke verplichting groen dak
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken op een bedrijfsperceel voor de doeleinden zoals genoemd in lid 3.1, zonder dat minimaal 80% van het dakvlak van alle bebouwing op het betreffende bedrijfsperceel is voorzien van een natuurlijk-groene invulling (groen- of sedumdak), al dan niet in combinatie met installaties voor het opwekken van duurzame energie en/of de waterhuishouding. 3.4.3
Voorwaardelijke verplichting herstructurering
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken binnen de bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor de doeleinden zoals genoemd in lid 3.1, zonder dat alvorens de nieuwvestiging of uitbreiding van het bedrijventerrein plaatsvindt is verzekerd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de herstucturering van bestaande bedrijventerreinen is verzekerd door middel van een herstructureringsplan, b. de nieuwvestiging of uitbreiding wordt in samenhang ontwikkeld met de herstructurering van een bestaand bedrijventerrein waarbij de hoeveelheid nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein in evenredige verhouding staat tot de omvang van de herstructurering van één of meerdere bestaande bedrijventerreinen, c. de tijdige realisering van de herstructurering is verzekerd, en d. de nieuwvestiging of uitbreiding bijdraagt aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. 3.4.4
Inrichting en gebruik perceel
Voor de inrichting van een bedrijfsperceel gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. de ontsluiting van een bedrijfsperceel gebeurt via de nieuwe dwarswegen, in dit bestemmingsplan voorzien van de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" dan wel door toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 12.2; b. het parkeren van medewerkers en bezoekers vindt geheel op eigen terrein plaats; met inachtname van het bepaalde in 13.2 Parkeren; en c. het laden en lossen van goederen vindt geheel op eigen terrein plaats. 3.4.5
Buitenopslag
Buitenopslag is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en achter de voorgevelrooilijn, tot een hoogte van maximaal 5 m (in afwijking hiervan is op het meest zuidelijke bestemmingsvlak met deze bestemming een hoogte voor buitenopslag van maximaal 2,5 meter toegegestaan) en voor zover het goederen/producten betreft die direct gerelateerd zijn aan de kernactiviteiten van het betreffende bedrijf. 3.4.6
Bedrijfswoningen
Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 3.4.7
Zelfstandige showrooms
Zelfstandige showrooms zijn niet toegestaan. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Afwijkingsmogelijkheden
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.4.4 sub a, wanneer voor een kavel naar het oordeel van B&W geen directe ontsluiting via een nieuwe dwarsweg mogelijk is. In dat geval kan het bedrijfsperceel rechtstreeks op de bestaande wegen worden ontsloten; Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
14
b. lid 3.1 onder a en toestaan dat tevens bedrijven worden toegelaten die niet zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, of die volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten van een hogere categorie zijn, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegelaten categorie, of indien uit onderzoek blijkt dat (al dan niet na het treffen van maatregelen) niet meer hinder op omliggende gevoelige bestemmingen optreedt dan bij bedrijven die oorspronkelijk waren toegelaten, met dien verstande dat: 1. Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan; 2. Vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan; 3. Wgh-inrichtingen niet zijn toegestaan; 4. inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het besluit M.E.R. 1994 niet zijn toegestaan; c. lid 3.1 en toestaan dat in aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 onder a tevens de volgende detailhandelsactiviteiten worden toegelaten, onder de voorwaarde dat dit aantoonbaar bedrijfsmatig gewenst en/of noodzakelijk is en geen negatieve gevolgen heeft voor de detailhandel binnen bestaand winkelgebied zoals bedoeld in de geldende provinciale omgevingsverordening, en met dien verstande dat detailhandel anders dan het hieronder genoemde, niet is toegestaan: 1. detailhandel in: automobielen; caravans; boten en motoren; 2.
productiegebonden detailhandel tot 10% van de bedrijfsvloeroppervlakte met een maximale totale oppervlakte van 150 m2; 3. ondergeschikte detailhandel in volumineuze goederen bij groothandelsondernemingen. d. lid 3.4.2 en toestaan dat naar het oordeel van B&W een toereikende andere duurzame invulling van het dakoppervlak wordt toegepast, ingeval de bepaling uit 3.4.2 zou leiden tot een onevenredige aantasting van de bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf, of ingeval een andere duurzame invulling de voorkeur verdient. 3.5.2
Afwegingskader
Een in lid 3.5.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021
15
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; opgaande beplanting; het behoud en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden; kleinschalige recreatieve voorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeerplaatsen; ter plaatse van de aanduiding 'brug' in ieder geval een brug met een maximale breedte van 10 meter; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groene wal' in ieder geval een groene wal met een hoogte van minimaal 1,5 meter;
met daarbijbehorende: i. j.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde; paden.
4.2
Bouwregels
Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd (waaronder mede begrepen bruggen), met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m mag bedragen. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 4.3.1
Verbod
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op de tot 'Groen' bestemde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het kappen en/of rooien van bomen en/of houtgewassen die aangeduid worden als knotboom of die op de beschermde bomenlijst (Bijlage 1 Beschermde bomenlijst 2017/2018) staan; 4.3.2