B3. Ontwerpbegroting 2024 geactualiseerde begroting 2023.pdf
Tekst van het document
Realisatie 2022
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
9.238 4.411 631 2.251 1.529
8.350 4.250 550 2.150 1.550
8.755 4.330 680 2.150 1.500
8.755 4.330 680 2.150 1.500
4.014 213 388 2.584
3.400 200 350 2.200
3.650 200 400 2.300
3.650 200 400 2.300
829 660
650 600
750 650
750 650
153 42 281
100 160
125
125
300
300
94 18
96 18
96 18
96 18
23.279 51 sec.
18.500 60 sec.
20.000 60 sec.
20.000 60 sec.
Pagina
27
Tabel 17 Prestatie-indicatoren Brandweer - Toekomstbestendige brandweerzorg Realisatie 2022
Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3
Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
83%
80%
80%
80%
Ja
ja
ja
ja
18%
15%
15%
15%
Wat kost dat? Tabel 18 Baten en lasten Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg Bedragen x € 1.000
Brandweer
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
54.681 54.681
54.792 54.792
56.878 56.878
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
2.115 2.115
1.217 1.217
1.211 1.211
Saldo van baten en lasten
-52.566
-53.575
-55.667
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
4.434 2.053
3.188 2.061
1.492 851
-54.947
-54.702
-56.308
Geraamd resultaat
Pagina
28
Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving Waar gaan we voor? De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Samen met andere partijen zoeken we naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio. Hiervoor bouwen wij aan een robuust netwerk waarin plaats is voor onze huidige partners, maar ook ruimte is voor nieuwe partijen en lokale initiatieven. Met als doel om samen tot lokale en regionale oplossingen te komen. De VRU treedt hierbij op als adviseur en als kennis- en netwerkmakelaar. Wij richten ons op het vergroten van de veerkracht en redzaamheid in de samenleving. Een groeiende groep inwoners is kwetsbaar bij incidenten, mede veroorzaakt door vergrijzing. Hiertegenover staat dat de meeste inwoners in staat zijn snel te handelen en in bepaalde situaties juist heel zelfredzaam zijn, doordat ze rechtstreeks toegang hebben tot (grote hoeveelheden) informatie. Wij hebben oog voor deze verschillen binnen de samenleving. Door mensen te voorzien van informatie en handelingsperspectieven passend bij hun situatie en behoefte willen we hen optimaal faciliteren. Wij werken risicogericht, waarbij we uitgaan van zelfredzaamheid waar mogelijk en handelingsperspectieven bieden waar nodig. Hiervoor is al veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden.
Ook intensiveren we de samenwerking met andere partners, bijvoorbeeld op terreinen als energietransitie en klimaatadaptatie. Wij zetten ons in om vroegtijdig in het proces als partner en adviseur betrokken te zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen. Wat gaan we doen om daar te komen? Veilige leefomgeving De samenleving verandert en onze omgeving ook. Denk hierbij aan de groeiende onvoorspelbaarheid van weersomstandigheden, de introductie van nieuwe energiebronnen en -dragers, als ook de gevolgen van extramuralisatie van de zorg en de vergrijzing, de verdergaande digitalisering en de bouwopgave. Wij dragen proactief bij aan een veilige en gezonde leefomgeving door in te zetten op bewustwording over nieuwe risico’s. De risico’s uit het regionaal risicoprofiel hebben we vertaald naar opgaven waar we ons op richten. Met stakeholders in die opgaven verkennen we wat we gezamenlijk en ieder individueel kunnen bijdragen aan een oplossingsrichting. We investeren in het realiseren van handvatten om deze risico’s te kunnen adresseren en onderdeel te kunnen maken van te nemen maatregelen door de bevoegde gezagen. Ook onderzoeken we hoe we risico’s beter en doorlopend kunnen monitoren en kunnen delen. Dat doen we met onze partners, andere veiligheidsregio’s en kennisinstellingen zoals universiteiten.
Pagina
29
Daarnaast vinden we het belangrijk om aan de voorkant bij de inrichting van de leefomgeving te kunnen adviseren. Daarom sturen we erop dat fysieke veiligheid meegewogen wordt in de planvorming van de leefomgeving, zoals bij de inrichting van een gebied of projecten op het gebied van infrastructuur. Dit doen we zo vroeg mogelijk in het proces, waarbij wij als partner en adviseur betrokken willen zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen om zo incidenten te voorkomen en een slagvaardige incidentbestrijding en crisisbeheersing te realiseren. Dit is nadrukkelijk verbonden met de Omgevingswet. Ons advies aan gemeenten stellen wij integraal op. Zowel binnen de VRU als met ketenpartners. We starten met het onderzoeken van de mogelijkheden en bereidheid met logische ketenpartners om hierover vervolgens afspraken te maken. Veerkrachtige redzame samenleving De komende jaren zetten wij in op een veerkrachtige en redzame samenleving. Hiervoor organiseren we pilots in woonwijken waarin we ons netwerk in samenwerking met de gemeenten (lokaal) verder uitbreiden. We gaan met inwoners in gesprek over vroegtijdige signalering en risicoreductie, het her- en erkennen van de (lokale) risico’s, het kennen van de (lokale) partners / initiatieven en het kunnen verbinden van (lokale) activiteiten.
In overleg met gemeenten sluiten wij aan bij lokale netwerken om samen de veiligheid van specifieke doelgroepen zoals ouderen en minder zelfredzamen te vergroten. Wij onderzoeken op welke manieren wij kunnen bijdragen aan het vergroten van de redzaamheid en veerkracht in de samenleving. Wij werken samen met (technische) universiteiten om meer te weten te komen over de veerkracht in de samenleving en stellen een veerkrachtprofiel op. Ook verkennen wij de mogelijkheden om een Risk Factory in onze regio te realiseren. Doel van een Risk Factory is om de samenwerking met andere diensten te intensiveren en de zichtbaarheid in de samenleving te vergroten. Met een Risk Factory kunnen we kinderen bekend maken met ons werk en met onderwerpen op het gebied van veiligheid, in het kader van jong geleerd is oud gedaan. Wij stellen een businessplan op als start van deze verkenning, waarna een voorstel aan het bestuur volgt. Na instemming starten wij met de uitwerking in de beleidsperiode 2024-2027. Breed gezamenlijk netwerk Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om samen op te trekken op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden. Ook onze partners worden met vraagstukken over de nieuwe risico’s en veranderende samenleving geconfronteerd en hebben hier een eigen deskundigheid in.
Wij zetten in op onze rol van kennis- en netwerkmakelaar, waarbij we de deskundigheid van diverse partners bundelen. Hierbij richten wij ons actief op de samenwerking met de ODRU, RUD en GGDrU. Er zijn steeds meer gegevens over de fysieke en sociale leefomgeving digitaal beschikbaar. Deze gegevens vormen voor ons een belangrijke bron waarmee we inzicht krijgen in de risico’s die spelen in onze regio. Over bepaalde informatie beschikken wij binnen de organisatie en wij richten ons op het verkrijgen van informatie uit ons netwerk. Informatie-uitwisseling is voor ons van belang om onze partners in een vroeg stadium te kunnen adviseren over veiligheidsaspecten. Bijvoorbeeld bij grootschalige plannen voor aanpassingen binnen het wegennetwerk of andere inrichtingsvraagstukken. Doordat wij beschikken over een actueel
Pagina
30
risicobeeld en informatie- en datagestuurd kunnen werken, houden wij zicht op de veiligheid in ons verzorgingsgebied. Daarbij is een breed gezamenlijk netwerk met partners die bijdragen aan veiligheid voor ons noodzakelijk; niet alleen tijdens een incident of crisis maar ook in de fase voorafgaand. Waarop sturen we? We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 19 Productie-indicatoren Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving Nr. Productie-indicator
1 2 3 4 5 6
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal) Het aantal verstrekte adviezen omgevingsvisie, -plannen, -tafels
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) 10 Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen 11 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO 12 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk 7 8 9 9a
Realisatie 2022
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
450 3.179 104 804 1.748 -
350 3.100 150 850 2.100 -
320 3.000 100 800 1.650 -
320 3.000 100 800 1.650 150
1.057 49 4.113 19%
2.100 75 5.000 20%
2.100 75 5.000 20%
2.100 75 5.000 20%
435 100%* 100%*
800 100%* 100%*
575*** 100% 100%
575*** 100% 100%
Vergroten veiligheidsbewustzijn 13 Het aantal gegeven voorlichtingen 134 150 150 150 14 Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt 20 50 50 50 15 Het aantal basisscholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ 20 40%* 40% 40% gebruikt 16 Het aantal MBO scholen dat het lespakket 'Brandmeester' gebruikt 40%** 40% 40% 17 Het aantal pilots in de wijken in het kader van veerkracht 2 5 * vanaf geactualiseerde begroting 2022(a) uitgedrukt in % ** nieuw product vanaf 2022, pas voor het eerst in begroting 2023 *** Bij toezicht op evenementen gaan we vooral naar evenementen met een zwaarder risico. Kleinere evenementen (A-evenementen) controleren we uitsluitend nog wanneer er een specifiek (brand)risico aanwezig is. Hierdoor voeren we minder controles evenementen uit.
Pagina
31
Tabel 20 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving Realisatie 2022
Nr. Prestatie-indicatoren Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken 2a Eén keer per jaar zijn risico’s met netwerkpartners besproken en benodigde scenario’s toegevoegd aan Regionaal Risicoprofiel 3 Inzichtelijk maken typen overtredingen toezicht en trends 1 2
4 5 6
Vergroten zelfredzaamheid en veerkracht Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Er is periodiek overleg met relevante stakeholders t.b.v. de veerkrachtige samenleving Aan alle gebieden met een Keurmerk Veilig Ondernemen / Uitgaan is een actieve bijdrage geleverd
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Ja Ja
Ja Ja
Ja Ja
Ja Ja
-
-
Ja
Ja
-
-
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
-
-
Ja
Ja
-
-
Ja
Ja
Wat kost dat? Tabel 21 Baten en lasten Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving Bedragen x € 1.000
Risicobeheersing
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
7.841 7.841
8.749 8.749
8.851 8.851
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
129 129
28 28
24 24
Saldo van baten en lasten
-7.712
-8.721
-8.827
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
103
77
-
-7.609
-8.644
-8.827
Geraamd resultaat
Pagina
32
Crisisbeheersing en GHOR - Versterking crisisbeheersing Waar gaan we voor? We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. De afgelopen jaren hebben zich nieuwe typen en langdurige crises voorgedaan die ook een spanningsveld opleveren voor onze organisatie. We merken dat in de aanpak van crises. Een strikte scheiding tussen de rollen of fases in de vorm van warm (er is een crisis) of koud (er is geen crisis) is steeds lastiger aan te brengen. Deze ontwikkelingen vragen om aanpassingen zodat de crisisbeheersing toekomstbestendig is en blijft. Crises zijn niet alleen verschillend van aard, maar in toenemende mate complex, domein overschrijdend en niet altijd plaatsgebonden. Dit maakt dat de scope van de crisisorganisatie niet eenduidig te geven is en dat het lastig is om hier logische keuzes in te maken. We investeren in een veerkrachtige en schaalbare crisisorganisatie die, al naar gelang de aard en omvang van de crisis, samen met de betrokken partijen wordt ingericht. Wij kiezen ervoor om als VRU in positie te komen als er sprake is van (dreigende) crisis of maatschappelijke ontwrichting. Wij focussen ons hierbij op onze kerntaken en richten ons op de coördinatie en regie.
Het doel is om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar een stabiele situatie en de taak weer over te dragen aan de partij die hier primair voor is toegerust. GHOR De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige (private) organisaties, zoals RAVU, GGD regio Utrecht en ziekenhuizen, waaronder het UMCU als Traumacentrum Midden Nederland. Ketencontinuïteit is de sleutel voor de toegankelijkheid van de (spoed-)zorg. Onze GHOR, als netwerkorganisatie, vormt de schakel tussen deze organisaties en voert regie tijdens incidenten/ crises. In de voorbereiding op crisis en ieders rol tijdens rampen stimuleren en adviseren wij het netwerk over de verantwoordelijkheden in de continuïteit van zorg. Tijdens crises heeft de Directeur Publiek Gezondheid de regie over de geneeskundige hulpverlening (Wvr art. 32 lid 2) en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor de koppeling tussen zorg en veiligheid. Om tijdig te kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de geneeskundige kolom is het belangrijk om relevante informatie te verzamelen. De VRU kan hierbij een faciliterende rol vervullen door deze informatie bij elkaar te brengen en eenduidig te ontsluiten en duiden.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan informatie over zorgcontinuïteit in de gehele zorgketen of informatie over infectieziekten die een uitbraak veroorzaken. De VRU staat voor een veilige en gezonde leefomgeving. Hiervoor is de samenwerking binnen de VRU belangrijk met de brandweer en gemeenten. De continuïteit van zorg zal de komende jaren door extramuralisatie van de zorg en technische ontwikkelingen veel meer achter de Pagina
33
voordeur gaan plaatsvinden. We moeten hierop anticiperen zodat we geprepareerd zijn als systemen, zorgvoorzieningen en maatschappelijke vangnetten (dreigen) uitvallen. In het kader van de Omgevingswet zal de VRU advies moeten gaan geven over de geneeskundige hulpverlening aan personen. Dit zal vragen om extra kwantiteit en kwaliteit van onze GHOR-adviseurs die dit in samenspraak met gemeenten en de zorgprofessionals (waaronder de GGDrU) gaan vormgeven. Wat gaan we doen om daar te komen? Crisismanagement Crisismanagement is erop gericht om crises te voorzien, te voorkomen en de gevolgen zoveel mogelijk te beperken en zo snel mogelijk weer naar de reguliere situatie terug te keren. Onze primaire taak is het coördineren van de crisisbeheersing en het adviseren van het bevoegd gezag. Wij denken na en doen een voorstel over de vormgeving en organisatie van een robuuste crisisorganisatie. Daarnaast werken wij aan de kwaliteit van de crisisorganisatie. We stellen een opleidingsprogramma op voor alle kernfunctionarissen en bestuurders. Wij zorgen dat we voorbereid zijn op verschillende typen crises en bereiden ons op de meest relevante crises specifiek voor. De samenwerking tussen en met gemeenten is een belangrijk onderdeel van ons crisismanagement. Samen werken we aan toekomstbestendige bevolkingszorg, een proces dat vooral van onze gemeenten is.
Wij leveren hier een belangrijke bijdrage aan. Hierbij is het uitgangspunt ‘lokaal wat kan, regionaal waar nodig’. Voorzien wordt in een jaarlijks flexibel budget waarmee we, in samenwerking met gemeenten en partners, zoeken naar oplossingen voor actuele veiligheidsvraagstukken. De contourennota en de wijzigingen in de Wet veiligheidsregio’s zijn deze beleidsperiode van invloed op ons crisismanagement. Wij werken eraan om die wijzigingen te implementeren in onze systemen en structuren. Netwerkmanagement De afgelopen jaren is gebleken dat de veiligheidsregio een goed platform is om crises en andere vraagstukken die de veiligheid in de regio raken samen met het netwerk aan te pakken. De VRU treedt hierbij op als verbinder en brengt kennis, ervaring, ketenpartners en organisaties bij elkaar. Wij brengen in beeld wie onze netwerkpartners zijn en hoe ons netwerk te bereiken is, maken samenwerkingsafspraken, trainen en oefenen samen en maken voor gemeenten inzichtelijk waar zij op kunnen rekenen. Informatiemanagement Om de focus te verschuiven van reageren naar voorzien gaan wij werken met artificial intelligence. Daarnaast is de beschikbaarheid van informatie cruciaal voor goed crisismanagement. Wij zorgen ervoor dat de relevante informatie op het juiste moment en in de goede vorm beschikbaar is voor onze functionarissen en de partners in het netwerk.
Hiervoor richten wij ons op de doorontwikkeling naar een multidisciplinair informatieknooppunt. We onderzoeken of dit mogelijk is op de schaalgrootte van MiddenNederland. Dit multidisciplinair informatieknooppunt richt zich op het ondersteunen van de
Pagina
34
operatie met behulp van informatievoorziening. Deze informatievoorziening is afkomstig van de veiligheidsregio en komt in samenwerking met partners tot stand. Wij sluiten aan bij het landelijke traject van de versterking bovenregionale crisisbeheersing en de daaraan gerelateerde informatievoorziening. Bij bovenregionale crises werken wij samen in het Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2). Communicatiemanagement Communicatie is één van belangrijkste instrumenten om een crisis te voorkomen, te voorzien of de effecten te minimaliseren. De doorontwikkeling van communicatiemanagement bevat vooral de onderdelen risico- en crisiscommunicatie. Wij dragen bij aan de kwaliteit van de crisiscommunicatie door gemeenten. Dit doen we door het organiseren van vakbekwaamheidsactiviteiten voor de piketorganisatie en door de piketten te faciliteren. Met risicocommunicatie bevorderen wij het veiligheidsbewustzijn en vergroten wij de weerbaarheid en zelfredzaamheid van inwoners en bedrijven. Op de website vru.nl bieden we daarom informatie over risico’s met bijbehorende handelingsperspectieven. Wanneer er sprake is van een verhoogd risico en/of hoog risicobewustzijn zetten we deze risicocommunicatie proactief in. Tijdens een incident/crisis zetten we vru.nl in voor de operationele woordvoering en handelingsperspectieven.
Crisiscommunicatie richt zich ten tijde van een crisis op het informeren van de getroffen doelgroepen, het bieden van handelingsperspectief en betekenisgeving (duiding van de crisis). Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor de eigen crisiscommunicatie. GHOR De (spoed-)zorgketen vormt de basis voor de opschaling. Een belangrijke ontwikkeling is de veranderingen in het zorglandschap waardoor er steeds meer sprake is van een kwetsbaar proces/ keten (denk hierbij aan vergrijzing, toename zorgvraag, tekorten aan personeel). De beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg is niet iets vanzelfsprekends en vanuit de verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur zal hierop toezicht worden gehouden of zelfs gestuurd/ingegrepen. Het 24/7 beschikbaar hebben van het GHOR-deel van de piketorganisatie om de DPG in staat te stellen regie te voeren bij incidenten en crisis vraagt om vakbekwame piketmedewerkers. Werven, selecteren en opleiden om initieel vakbekwaam te worden en te blijven zijn voorwaarde voor een slank maar effectief regie- instrument voor het bestuur en de DPG. Dit vraagt om focus op kwaliteit en continuïteit. Informatiemanagement vraagt om aparte aandacht vanuit GHOR perspectief.
Het connecteren van alle relevante zorginstellingen op het Landelijk Crisis Management SysteemGezondheidszorg (LCMS-GZ) is naast het prepareren en realiseren tijdens een crisis van relevante sturings- en overzichtsdata van de geneeskundige keten en het bestuur een niet weg te denken pilaar. Wij zullen dit ook verder moeten vormgeven samen met de VRU, GGD regio Utrecht (GGDrU), het Netwerk Acute Zorg Midden Nederland (NAZMN) en landelijke gremia van de Veiligheidsregio en GGD GHOR Nederland. Hiervoor is in 2024 voor de GHOR structureel menskracht nodig.
Pagina
35
De GHOR wil samen met het NAZMN het voortouw nemen om met de zorgketenpartners te werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde (spoed-)zorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk, in samenwerking met het NAZMN (ROAZ), regionaal passende maatregelen verkennen en, voor zover mogelijk gezamenlijk, realiseren. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident, waarbij de nadruk op de beschikbaarheid van de (spoed-) zorgketen tijdens crisis voor de burgers – en dus bestuurlijk - het uitgangspunt is. In dit verlengde is het aangesloten zijn bij de processen van de Meldkamer Ambulancezorg die de opschaling van de GHOR-piketorganisatie verzorgt en de aansturing van de ambulancezorg regelt. Daarnaast zal in 2024 de rol van het door de Minister van VWS opgedragen Zorg Coördinatie Centrum (ZCC), in combinatie met de MKA en de meldkamerprocessen van de brandweer en politie tijdens incidenten en crises directe aandacht gaan vragen van de GHOR. Het monitoren van de beschikbaarheid en toegankelijkheid, in samenwerking met o.a. de RAVU en NAZMN, zal mogelijk vragen om meer inzet van de GHOR voor het “regisseren” van de zorg. Om de voorbereiding op crisis en rampen verder te versterken zal de GHOR daarnaast de zorginstellingen in onze regio adviseren over hun crisisplannen. Het zorgrisicoprofiel is een integraal onderdeel van de voorbereiding.
Zicht hebben op het verzorgingsgebied en het kennen van de sleutelfunctionarissen in de zorginstellingen vergt aandacht van de account- en netwerkcoördinatoren. Samenwerking binnen de VRU met accounthouders, gemeenten (zij leveren namelijk ook zorg aan vermindert zelfredzamen) en GGDrU is hierbij relevant.
Pagina
36
Waarop sturen we? Tabel 22 Indicatoren Crisisbeheersing en GHOR - Versterking crisisbeheersing Realisatie 2022
Nr. Indicator 1
2
3 4
5
6 7
Planvorming actueel en vastgesteld: Incidentbestrijdingsplannen (elke 4 jaar) Rampbestrijdingsplannen (elke 3 jaar) Bezetting piketgroepen: Hoofdstructuur Bevolkingszorg GHOR Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam: Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: Hoofdstructuur Bevolkingszorg GHOR Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Kortdurend, < 1 week (aantal) Langdurend, > 1 week (aantal) Inzetten OvDG (aantal) Inzetten HINGZ (aantal) Inzetten ACGZ (aantal) Inzicht in aantal evaluaties (aantal) Het aantal platformoverleggen met crisispartners Meldkamer Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
100% 100%
100% 100%
100% 100%
100% 100%
100% 85% ≥5
≥5 ≥5 ≥5
≥5 ≥5 ≥5
≥5 ≥5 ≥5
100%
100%
100%
100%
85%
90% 90% 90%
90% 90% 90%
90% 90% 90%
12 1 1.072
10 1 350 -
10 1 350 24 24
10 1 350 24 24
8
11
11
11
1
1
1
1
90%
Wat kost dat? Tabel 23 Baten en lasten Crisisbeheersing en GHOR - Versterking crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Crisisbeheersing en GHOR
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
14.778 14.778
18.844 18.844
7.586 7.586
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
9.176 9.176
12.447 12.447
-
Saldo van baten en lasten
-5.603
-6.398
-7.586
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
50
165
165
-5.553
-6.233
-7.421
Geraamd resultaat
Pagina
37
Algemeen - Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Het programmaonderdeel ‘Algemeen’ geeft de indirecte baten en lasten weer. Alleen directe baten en lasten die zijn toe te rekenen aan de verschillende programmaonderdelen zijn bij deze specifieke onderdelen opgenomen. De overige baten en lasten inclusief de overhead zijn opgenomen in het programmaonderdeel ‘Algemeen’. Tabel 24 Baten en lasten Algemeen Bedragen x € 1.000
Algemeen incl. Overhead
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
31.529 31.529
40.087 40.087
39.874 39.874
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
99.745 99.745
108.302 108.302
112.346 112.346
Saldo van baten en lasten
68.216
68.214
72.472
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
1.085 1.720
1.364
85
Geraamd resultaat
68.851
69.579
72.556
De algemene dekkingsmiddelen bestaan met name uit de totale bijdrage van gemeenten (GBTP) en de structurele bijdrage van het rijk (BDuR). De mutatie in de gemeentelijke bijdrage wordt gespecificeerd in bijlage 1. De ontwikkeling van de rijksbijdrage als algemeen dekkingsmiddel wordt toegelicht in paragraaf 2.1.5 ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’. De mutaties op de reserves worden gespecificeerd in paragraaf 4.5.3 ‘Verloop reserves’. Overhead Volgens het BBV artikel 8 moet in de begroting een apart overzicht opgenomen worden van de kosten van de overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens het BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead.
Pagina
38
In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De programmaonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die onder deze programmaonderdelen zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. de kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan het NIPV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de overige programmaonderdelen (primair proces) zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2023 en 2024 als volgt: Tabel 25 Overzicht overhead Bedragen x € 1.000
Overhead
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Personeelskosten
17.761
22.498
21.085
Gebouwkosten
1.581
1.858
1.807
Kantoorkosten
2.572
2.661
3.737
Overige kosten
619
519
456
Overige baten
-626
-101
-
Mutaties in reserve
285
8
-85
Totaal overhead:
22.192
27.443
27.000
% overhead
19,41%
21,84%
23,54%
Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post voor onvoorzien. Eventuele onvoorziene situaties met de daaruit volgende kosten, dienen op dat moment van dekking te worden voorzien. In de risicoparagraaf, die gekoppeld is aan de weerstandscapaciteit, is het risico van onvoorziene uitgaven opgenomen.
Pagina
39
4
Beleidsbegroting – paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan: - Bedrijfsvoering; - Openbaarheidsparagraaf; - Verbonden partijen; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Bedrijfsvoering In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ontwikkelingen in onze bedrijfsvoering uitgewerkt. Per thema wordt weergegeven waar we voor gaan en waar we voor staan. Great place to work De VRU is een organisatie met een breed werkterrein met daarin volop ontwikkelingskansen. Iedereen is welkom en we willen dat mensen trots zijn om bij de VRU te (gaan) werken aan veiligheid. We willen dat medewerkers hun talenten kunnen ontwikkelen en blijven werken aan vakkennis en vaardigheden. Met goede faciliteiten om het werk te kunnen uitvoeren. Altijd met oog voor waardering, in een voor iedereen prettige en veilige werkomgeving. Een veilige werkomgeving gaat over fysieke veiligheid en over sociale veiligheid: jezelf kunnen zijn en elkaar helpen en versterken. Diversiteit helpt ons als organisatie om ons werk beter te doen; niet alleen maken we zo meer gebruik van het talent op de arbeidsmarkt, diversiteit helpt ook om vraagstukken vanuit meerdere gezichtspunten te benaderen. We zijn trots op onze organisatie en vooral ook op ieders eigen taak daarin. Bij de uitvoering van die taak willen we iedereen zo goed mogelijk faciliteren. Met elkaar werken aan binden en boeien. We werken er niet alleen aan om een ‘Great place to work’ te worden, maar laten dit ook zien. Wij vinden het belangrijk dat medewerkers dat zo voelen én uitstralen.
De VRU wil op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt een aantrekkelijke organisatie zijn waar talent wil werken. We werken allemaal samen aan een veilige en gezonde regio, vanuit ruimte en vertrouwen om datgene te doen wat nodig is. Hierbij horen een werkomgeving en passende faciliteiten en ICTvoorzieningen die medewerkers in staat stellen optimaal te functioneren.
Pagina
40
Wat gaan we doen om daar te komen? Focus op ontwikkeling De VRU stimuleert scholing, ontwikkeling en initiatief van medewerkers. Hierdoor zijn wij als organisatie in staat ons aan te passen aan de veranderende omgeving. Er is ruimte voor groei. Medewerkers ontwikkelen hun talent, maar ook nieuwe vaardigheden en gewoonten. Leidinggevenden hebben hierbij een ondersteunende en sturende taak. Versterking leiderschap en medewerkerschap ‘A great place to work’ vraagt om leiderschap. Wij investeren in leiderschap waarbij wij ons richten op wat er wel kan en op mensen die denken in mogelijkheden. Leidinggevenden die vanuit dezelfde waarden en principes sturing geven. Die zelf ook leergierig zijn, open staan voor nieuwe dingen en talenten optimaal inzetten en anderen stimuleren hetzelfde te doen. In deze beleidsperiode zetten we het leiderschapstraject verder voort, met ook voor de postcommandanten een passend programma. Uitgangspunt is meer gebruik maken van de kwaliteiten en talenten van de medewerkers; richting geven en vervolgens ruimte en vertrouwen. Transparant en goed communiceren over de richting en tegelijk luisteren. Dit nieuwe leiderschap is gericht op het versterken van eigenaarschap in de organisatie en stimuleert medewerkers om verantwoordelijkheid te nemen voor eigen resultaten, prestaties, samenwerking en persoonlijke ontwikkeling.
Deze verantwoordelijkheid komt ook terug in betrokkenheid bij de organisatieontwikkeling. Medewerkersparticipatie Hoe meer medewerkers kunnen participeren, hoe meer betrokken en verbonden zij zich voelen bij de organisatie. De medezeggenschap verandert de werkwijze van achteraf controleren naar actieve betrokkenheid aan de voorkant van het besluitvormingsproces. Per onderwerp bekijken we samen met de medezeggenschap hoe directere participatie van medewerkers bereikt kan worden. Diversiteit en inclusie Wij werven mensen met de beste capaciteiten en laten ons niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. Bij onze werving richten wij ons op het zoeken naar mensen met talent. Onze organisatie staat midden in de maatschappij. Daarom vinden we het belangrijk dat ons personeelsbestand een afspiegeling is van de maatschappij. Iedereen doet mee. We kijken naar wat mensen kunnen bijdragen en leren. We zetten in deze beleidsperiode in op een separaat programma diversiteit en inclusie waar aandacht is voor de verschillende dimensies van diversiteit. Sociale veiligheid Een prettige en veilige werkomgeving vinden wij belangrijk. We beschermen elkaar tegen ongewenst gedrag, waarderen individuele verschillen en bieden de mogelijkheid om te leren vanuit onderling vertrouwen.
Pagina
41
Om een goede werkgever te kunnen zijn vinden wij het een basisvoorwaarde dat medewerkers zich veilig voelen om zichzelf te kunnen zijn, zich eerlijk durven uit te spreken naar elkaar en niet bang zijn om fouten te maken. Er is geen ruimte voor ongewenst gedrag. We werken verder aan het bevorderen van bewustwording van medewerkers over onze normen en waarden, gewenste omgangsvormen en de impact van grensoverschrijdend gedrag. Leidinggevenden worden getraind in het bevorderen van een veilig werkklimaat, het signaleren van grensoverschrijdend gedag en de verschillende interventiemethoden. Sociale veiligheid heeft alles te maken met organisatiecultuur. De verandering daarvan neemt tijd in beslag. Daarom willen we de komende jaren blijvend (veel) aandacht besteden aan dit thema. Duurzaamheid Als overheidsorganisatie committeren we ons uiteraard aan de landelijke afspraken op het gebied van duurzaamheid. Dit doen we niet omdat het moet, maar omdat wij ons realiseren dat de klimaatverandering ook een directe impact heeft op de veiligheid in onze regio. We maken werk van de CO2-reductie en vermindering van het klimaatgebruik door ons wagenpark te verduurzamen, duurzaamheidseisen te stellen aan onze leveranciers en zelf ons materiaalgebruik te beperken. Samen met de gemeenten, als eigenaren van de brandweerposten, zetten we waar mogelijk stapjes naar klimaat neutrale huisvesting.
Werkomgeving Onze ideale huisvesting sluit perfect aan bij onze organisatie, onze dienstverlening en onze mensen. Dit betreft zowel de posten, als de werkplaatsen en kantoorlocaties. Activiteitgericht werken is het fundament van ons huisvestingsconcept. Wij zorgen ervoor dat de werkomgeving faciliterend is aan de behoeften van onze medewerkers. In een fijne werkomgeving voelen medewerkers zich gelukkiger en functioneren er beter. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de brandweerposten. De VRU gebruikt deze om niet. Samen met de gemeenten wordt een visie opgesteld voor de toekomstige organisatie van de huisvesting op basis van de volgende uitgangspunten: - De visie op huisvesting is toekomstbestendig. - Het sociaal kapitaal en de maatschappelijke waarden van de VRU (en gemeenten) in de lokale samenleving worden meegenomen. - De huisvesting is ondersteunend aan de taakuitvoering. - De huisvestingslasten worden evenredig verdeeld. Gemeenten en VRU werken in gezamenlijkheid verschillende scenario’s uit. Deze scenario’s worden inclusief eventuele financiële effecten voorgelegd voor bestuurlijke besluitvorming. De centrale werkomgeving voor de organisatie zoals kantooromgevingen, vergaderlocaties en sociale ontmoetingsruimten, wordt voorzien van digitale voorzieningen die passend zijn bij het werk en bij de medewerkers.
De huidige behoefte wordt in beeld gebracht in een centraal huisvestingsprogramma. Het programma wordt verrijkt met de mogelijke huisvestingsbehoefte voor een Risk Factory en mogelijke veranderingen in het faciliteren van de crisisruimten.
Pagina
42
Naar buiten gericht Wij zijn trots op onze organisatie en het werk wat wij doen en stralen dit ook uit. Wij doen belangrijk werk en staan midden in de samenleving, waarbij wij de verbinding zoeken met inwoners en organisaties in onze regio. Wij vergroten onze zichtbaarheid door onszelf en het werk dat wij doen te presenteren tijdens VRU-Veiligheidsdagen en onderzoeken de mogelijkheid tot het inrichten van een Risk Factory. Wij kijken voortdurend hoe wij van toegevoegde waarde zijn voor de maatschappij om ons heen. Organisatieontwikkeling: werken vanuit de bedoeling We werken allemaal samen aan de veiligheid in onze regio, vanuit de bedoeling. Dit vraagt iets van medewerkers en leidinggevenden. Medewerkers worden in hun kracht gezet om hun taak zo goed mogelijk en met plezier uit te voeren. Leidinggevenden sturen op de bedoeling. We bouwen aan een passende en dienende organisatiestructuur. Structuren en procedures zijn er om ons te helpen om datgene te doen wat nodig is, vanuit ruimte en vertrouwen. Waar nodig, passen we structuren en procedures aan. Ook hier zijn wij gericht op mogelijk maken: vanuit de bedoeling kijken naar oplossingen en vereenvoudigen waar mogelijk. Randvoorwaarden Informatieknooppunt Wij zijn een betrouwbaar informatieknooppunt voor het netwerk en werken informatiegestuurd.
Informatie is voor ons van cruciaal belang om bij te dragen aan de veiligheid in onze regio. De VRU brengt op een veilige manier informatie bij elkaar, duidt deze en stelt het beschikbaar aan medewerkers, partners en de omgeving. Wij zorgen ervoor dat we informatie op de juiste manier kunnen aanbieden, beschikbaar hebben en gebruiken op het moment dat het nodig is. Dit geldt zowel voor de operatie als voor de interne bedrijfsvoering. Hierbij wordt optimaal gebruik gemaakt van de intern en extern beschikbare informatie. Bijvoorbeeld informatie die vanuit risicobeheersing afkomstig is, en terugkomt in de systemen en voertuigen binnen brandweerrepressie. Voorwaarde om veilig, betrouwbaar en integer informatiegestuurd te kunnen werken, is zorgen dat de data, de processen en de IT-infrastructuur cyberveilig zijn. Cyber kan betrekking hebben op onze eigen organisatie (intern), maar ook op de samenleving (extern). Voor de eigen organisatie gaat het erom dat onze informatie veilig is (cyberveiligheid), we voorbereid zijn op een cyberincident en weten wat de kritische processen zijn in onze hulpverlening (cyberweerbaarheid). Voortdurende aandacht voor cyberveiligheid wordt als gevolg van digitalisering steeds belangrijker en is vanwege de toenemende activiteit van kwaadwillenden noodzakelijk voor de bescherming van vitale infrastructuur.
Doordat de VRU bij diverse landelijke crises steeds zichtbaarder een cruciale rol heeft, is de VRU een aantrekkelijk doelwit geworden om met cyberaanvallen te blokkeren. Om aanvallen te voorkomen, wordt met andere veiligheidsregio’s samengewerkt aan een gezamenlijke oplossing voor het inrichten van monitoring en support bij cyberaanvallen. Gezien de huidige dreiging en noodzaak voor een adequate bescherming van onze vitale infrastructuur kunnen we niet wachten op landelijke initiatieven. Dit betekent
Pagina
43
dat wij hierop vooruitlopend al starten met 24/7- monitoring en support via een externe service. Netwerkorganisatie Samenwerken is een belangrijk onderdeel van ons werk, en niet alleen met de klassieke partners. De afgelopen jaren is gebleken dat onder andere in deze samenwerking de kracht van de veiligheidsregio ligt. Gezien de complexiteit van de samenleving en de vraagstukken waarmee we als samenleving geconfronteerd worden, wordt het steeds noodzakelijker om een goed onderhouden netwerk te hebben. Hierbij gaat het om een breed gezamenlijk netwerk met partners die kunnen bijdragen aan veiligheid; niet alleen tijdens een incident of crisis maar ook in de fase voorafgaand. Het gaat erom dat we elkaar binnen dit netwerk weten te vinden, dat we bij verschillende typen crises weten wie we nodig hebben en dat we in die gevallen gezamenlijk een passende crisisorganisatie in kunnen richten. Hiervoor is het van belang dat we ook vooraf weten wat we van elkaar mogen verwachten en dat wij gezamenlijk oefenen om elkaar tijdens een crisis ook beter te kunnen ondersteunen. Om de samenwerking binnen dit netwerk nog verder te versterken, verkennen wij de samenwerking met de GGDrU en andere partners en onderzoeken wij welke mogelijkheden er nog liggen op het niveau van Midden-Nederland.
Waarop sturen we? Personeel Organisatiestructuur De hoofdstructuur van onze organisatie ziet er als volgt uit: Figuur 4: organogram Veiligheidsregio Utrecht
Pagina
44
Formatie en bezetting De formatie voor de beroepsbrandweer en overig personeel bestaat in totaal per 1-1-2023 uit 706 fte. De bezetting bedraagt 652 fte. De formatie en bezetting (in fte) per 1-1-2023 per organisatieonderdeel is als volgt: Formatie 1-1-2023
Bezetting 1-1-2023
Concerndi recti e en s ta fa fdel i ng
33
31
Bra ndweerrepres s i e
271
247
Prepa ra ti e Bra ndweer
126
125
Ri s i cobeheers i ng
117
101
Cri s i s beheers i ng
38
37
GHOR
11
12
Bedri jfs voeri ng
109
99
Totaal
706
652
Directie/ stafafdeling
Aantal vrijwilligers Per 1-1-2023 zijn 1.641 vrijwilligers in dienst van de VRU. Op basis van het materieel- en personeelsbeheer en –spreidingsplan is de streefsterkte 1.691 vrijwilligers. Jeugdbrandweer Het aantal jeugdbrandweerleden per 1 januari 2023 bedraagt 375. Wet banenafspraak Het realiseren van duurzame werkgelegenheid voor de doelgroep uit de Wet banenafspraak (WBA) is voor de VRU een maatschappelijke opdracht. De VRU heeft inmiddels (8) 12,75 garantiebanen wat gelijk is aan 9,03 fte gerealiseerd. Doelstelling is het aantal WBA functies in 2023 te laten groeien naar in totaal 15 garantiebanen (10,63 fte) met een evenwichtige verdeling in de gehele organisatie. Deze WBA banen worden gerealiseerd binnen de formatieve kaders zodat een aanvullende bijdrage vanuit de gemeenten niet nodig is. Het programma Diversiteit en Inclusie (zie hieronder) helpt om dit onderwerp in de organisatie een nieuwe impuls te geven. Diversiteit en inclusie De VRU staat midden in de maatschappij; daarom vinden we het belangrijk dat ons personeelsbestand een afspiegeling is van die maatschappij. We zorgen voor banen bij de VRU voor mensen met een arbeidsbeperking (WBA). Ook bieden we jongeren uit achterstandswijken de mogelijkheid om bliksemstages te lopen bij onze organisatie, om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.
Hiervoor is de VRU in 2022 een samenwerkingsverband aangegaan met JINC.
8 stand maart 2023
Pagina
45
Om een impuls te geven aan diversiteit en inclusie wordt in 2023 een separaat programma rondom dit thema gestart, waarbij aandacht is voor de vijf dimensies van diversiteit zoals omschreven in het Charter Diversiteit (SER): (1) arbeidsvermogen, (2) culturele, etnische en religieuze achtergrond, (3) LHBTI, (4) gender, en (5) leeftijd. We willen concreet beleid en specifieke doelstellingen formuleren om onze organisatie diverser te maken. Onderdeel van dit programma is het project ‘Bruggen Bouwen’; dit project richt zich op het vergroten van de diversiteit binnen de specifieke doelgroep van brandweervrijwilligers. Verzuim Voor de medewerkers van de Veiligheidsregio Utrecht is in 2022 een verzuimprotocol vastgesteld. De insteek van dit protocol is niet de ziekte van de medewerker, maar zijn mogelijkheden om werkzaamheden te verrichten ondanks beperkingen. Doel is een handvat te bieden aan leidinggevenden om zo het ziekteverzuim binnen de organisatie zoveel als mogelijk te beperken. Deze regels zijn gebaseerd op de Wet verbetering poortwachter. Het streven is een verzuimpercentage van 5 %. Pilot geestelijke verzorging Bij wijze van proef heeft de VRU in een tweejarige pilot onderzocht op welke wijze inzet van een geestelijk verzorger kan bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. De geestelijk verzorger is een nieuwe functie binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU).
Na de aanvankelijke focus op individuele begeleiding en advies werd het na corona ook mogelijk om meer te investeren op groepswerk, introducties voor teams en trainingen. De cirkel van bereikte brandweerposten wordt hierdoor steeds groter. Uit de tussentijdse evaluatie blijkt dat de doelstellingen van de pilot grotendeels zijn gerealiseerd. Op basis van hiervan is de opdracht gegeven om in het voorjaar van 2023 een concreet voorstel uit te werken om geestelijke verzorging binnen de VRU structureel te borgen. Melden van Onveilige Situaties en (bijna)Ongevallen (OSIO) Het melden van onveilige situaties, incidenten en ongevallen kan bijdragen aan de veiligheid of arbozorg binnen een organisatie. OSIO meldingen geven inzicht in de risico’s voor de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de VRU medewerkers. Door de meldingen te analyseren kan er worden geleerd en kunnen maatregelen worden genomen om soortgelijke incidenten en situaties in de toekomst te voorkomen. Door bovendien te kijken naar de meer fundamentele oorzaken (de oorzaak achter de oorzaak) kan de veiligheids- of arbozorg binnen de VRU naar een hoger niveau worden getild waardoor andersoortige ongevallen, die dezelfde basisoorzaken hebben, kunnen worden voorkomen. Inhuur Het uitgangspunt voor de VRU is dat we werken met vaste formatie (stoelen) met daarop medewerkers met vaste aanstellingen.
Als er sprake is van tijdelijke formatie (bijvoorbeeld voor een project), dan zit daarop een medewerker met een tijdelijke aanstelling (bijvoorbeeld voor de duur van het project). In sommige gevallen kan het nodig zijn om tijdelijk een externe in te huren. Bijvoorbeeld als de
Pagina
46
vaste medewerker langdurig afwezig is, of als een tijdelijke aanstelling niet haalbaar is. Ook kan het nodig zijn om een externe in te huren voor additionele (project)werkzaamheden waarbij een specialistische expertise wordt gevraagd. Bij inhuur volgt de VRU de inkoopregels waar wij als overheid ons aan moeten houden. Beleidsindicatoren conform BBV-regelgeving De veiligheidsregio is op basis van wettelijke regelgeving (BBV) verplicht om de volgende beleidsindicatoren in de begroting en jaarrekening op te nemen. Tabel 26 Beleidsindicatoren BBV Realisatie 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Fte per 1000 inwoners
0,51
0,51
0,51
Fte per 1000 inwoners
0,47
0,47
0,47
Kosten per inwoner
€ 78,9
€ 88,5
€ 81,3
Nr. Productie-indicator
Eenheid
1
Formatie
2 3
Bezetting Apparaatskosten*)
4
Externe inhuur**
Kosten als % van totale loonsom
5
Externe inhuur**)
Totale kosten inhuur externen
6
Overhead***)
% van de totale lasten
16%
0%
0%
€ 9,9 mln
€ 10,4 mln
€ 2,1 mln
21%
22%
24%
Op basis van CBS-prognose is uitgegaan van 1.369.873 inwoners voor de provincie Utrecht op peildatum 1-1-2022 De ontwikkeling van het aantal inwoners voor 2023 en 2024 is gebaseerd op de volumemaatstaven uit de septembercirculaire 2022 (1.374.502 inwoners voor 2023 en 1.383.030 inwoners voor 2024). * Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisatie. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het NIPV. ** Het betreft voornamelijk inhuur van instructeurs voor opleiden, trainen en oefenen. *** Voor de berekening van de overhead verwijzen we naar paragraaf 3.4.2.
Duurzame bedrijfsvoering De VRU bevindt zich in de startfase van de duurzaamheidstransitie en committeert zich aan de nationale doelstellingen: - In 2027 40% CO2-reductie & 35% minder primair materiaalgebruik. - In 2030 55% CO2-reductie & 50% minder primair materiaalgebruik. - In 2050 CO2-neutraal & volledig circulair. Deze ambitie vertaald de VRU naar vier duurzaamheidsthema’s, namelijk klimaat, circulair, natuur en sociaal. Alle al lopende en nieuwe initiatieven worden geborgd in een aanpak voor de komende jaren. Om hier focus in aan te brengen, start de VRU in ieder geval met de wettelijke verplichte onderdelen: - de Label C verplichting voor kantoren; - het verbod op wegwerp koffiebekers op kantoor; - het in kaart brengen van het zakelijke en woon-werkverkeer (CO2 voetafdruk); - voortzetten van de Wet banenafspraak. De overige verduurzamingskansen worden in een plan van aanpak uitgewerkt, waarbij in eerste instantie de focus ligt op 3 onderdelen: verduurzamen wagenpark (zero-emissie), duurzaam inkoopbeleid (actieplan en implementatie) en verduurzamen facilitaire dienstverlening (o.b.v. aanbestedingskalender). Er wordt een apart interdisciplinair team opgericht (kerngroep duurzaamheid) dat duurzaamheid als focus houdt, centraal overzicht nastreeft en de organisatie activeert in het realiseren van de doelstellingen.
Pagina
47
De VRU wil ook medewerkers inspireren en enthousiasmeren om met het thema duurzaamheid aan de gang te gaan. Duurzaamheid moet een onderdeel gaan worden van ieders werkzaamheden. Privacy De VRU is verantwoordelijk voor het wettig behandelen van persoonsgegevens. Dit zijn persoonsgegevens van burgers, ambtenaren en vrijwilligers. Daarbij heeft de VRU een morele plicht om de vertrouwelijkheid en gevoelige aard van deze persoonsgegevens te eerbiedigen. De VRU verwerkt geen persoonsgegevens tenzij dat noodzakelijk is. De persoonsgegevens worden onder andere gebruikt voor het beheren van incidenten, om toezicht te houden, voor relatiebeheer, werving en selectie, en de werknemersadministratie. De VRU zorgt er voor dat er altijd een grondslag is voor die verwerking, dat de betrokken persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk, en dat deze alleen met bevoegde partijen worden gedeeld. Door gepaste technische en organisatorische maatregelen te nemen zorgt de VRU er ook voor dat de persoonsgegevens adequaat beveiligd zijn. Betrokkenen kunnen uitvoering geven aan hun rechten door te mailen met de functionaris voor de Gegevensbescherming. Daarnaast worden beleidsstukken en processen doorlopend bekeken en beoordeeld om te kijken of deze de privacy van de betrokkenen nog beter kunnen beschermen.
Er is een groep mensen met verschillende taken in het kader van de bescherming van de persoonsgegevens. Zo houdt de functionaris voor de gegevensbescherming toezicht en adviseert, de privacy officers helpen collega’s op weg en adviseren, en de privacy ambassadeurs vormen de schakel tussen de directies en de afdeling juridische zaken. Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en cyberveiligheid De Baseline informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen (rijk, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen). Had voorheen iedere overheidslaag zijn eigen normenkader, nu is er met gezamenlijke inspanning één BIO voor de gehele overheid. Om de digitale ondersteuning voor de kerntaken van de VRU te waarborgen is nadrukkelijk inzet nodig op het gebied van digitale veiligheid. Dit is ook van nationaal belang in verband met de (digitale) samenwerking met andere veiligheidsregio’s. Vanwege die digitale samenhang en de cruciale veiligheidsfunctie in Nederland is in 2021 door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio (RCDV) bepaald dat er een versnellingsprogramma wordt ingesteld om de veiligheidsregio’s allemaal sneller te laten voldoen aan de eisen uit de BIO. In het beleidsplan van de VRU is de ambitie opgenomen om steeds meer informatiegericht te gaan werken de komende jaren.
Hiervoor heeft de VRU het programma Cyberveiligheid 2023 opgesteld. We hebben daarin de volgende doelstellingen opgenomen: - We voldoen aan de eisen die er vanuit het rijk met betrekking tot invoering van de BIO aan ons gesteld worden als overheidsorganisatie; - We zijn weerbaarder tegen (digitale) verstoring van haar processen (preventie en repressie); - We professionaliseren onze interne processen om een betrouwbare partner te kunnen zijn in ons netwerk. Hoofdstromen in het programma zijn: 1. Bewustwording van wat je zelf moet weten en kan doen; Pagina
48
2. Verbeteren van in control zijn op processen door de proceseigenaren; 3. Het verbeteren van procedures en afspraken en het verder moderniseren van de techniek via multifactor authenticatie en monitoring; 4. Realiseren van continuïteitsplannen voor de belangrijkste processen. Interne beheersing Interne beheersing is een proces, gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen in de volgende categorieën: Bereiken van strategische doelstellingen; Effectiviteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen; Betrouwbaarheid van de financiële informatieverzorging; Naleving wet– en regelgeving. Interne beheersing is daarmee geen doel op zich, maar een middel om effectief te kunnen sturen op de uitvoering van onze taken. Wij hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: Integraal management (verantwoordelijk voor resultaten en middelen); Evenwicht tussen regels en regelruimte; Het management wordt voldoende ondersteund met raad, daad en informatie; Voorkomen is beter dan genezen; ICT-systemen ondersteunen de juiste werkwijze. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de administratieve organisatie en de interne beheersing. Dit komt vanaf 2023 tot uiting in het afleggen van een rechtmatigheidsverantwoording aan het algemeen bestuur. De (verbijzonderde) interne controles vormen hiervoor de basis.
Interne controle Binnen de VRU voeren we - als onderdeel van een professionele bedrijfsvoering (verbijzonderde) interne controles uit op onze processen. Jaarlijks worden interne controles uitgevoerd op basis van het risicogericht intern controleplan dat periodiek herijkt wordt. In eerste aanleg voeren we controles uit voor financieel kritische processen. Dit zijn die processen die in relatie tot de door het algemeen bestuur vastgestelde goedkeuringstolerantie voor getrouwheid en verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid als financieel kritisch aangemerkt worden. Daarnaast voeren we een beperkt aantal controles uit op basis van specifiek beleid/besluiten (specials). De externe accountant voert op gezette momenten ook controles uit. Risicomanagement en interne controle zijn geen doel op zich. Het zijn middelen die ervoor moet zorgen dat we onze taken goed (en steeds beter) uitvoeren. Het is daarom een zaak van iedereen binnen de organisatie; ieder vanuit zijn of haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Dit komt tot uiting in het principe van het zogenaamde ‘drielijnenmodel’ die de basis vormt voor de taakverdeling ten aanzien van risicomanagement en interne controle binnen de VRU. We onderkennen de volgende drie lijnen: 1. In de eerste lijn: in het primaire proces, onder verantwoordelijkheid van de lijnmanagement. 2.
In de tweede lijn: in de ondersteunende processen, waar checks and balances ingericht zijn om fouten te signaleren. Deze lijn bestaat uit de controllers en de vaktechnische adviseurs (b.v. HRM-adviseurs, FLO-adviseur, etc.) in hun controlerol 3. In de derde lijn: de lijn bestaat uit de concerncontrol- en interne auditfunctie. Pagina
49
Rechtmatigheidsverantwoording De Rijksoverheid heeft regels vastgesteld voor het opstellen van de financiële verantwoording door gemeenten en provincies in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze gelden voor de begroting, meerjarenraming, jaarverslagen en jaarrekening en hebben betrekking op de correctheid, begrijpelijkheid en volledigheid van de stukken. Het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) bevat regels voor de minimumvereisten voor de accountantscontrole van de jaarrekening. Als gevolg van wijzigingen in het BBV is het dagelijks bestuur van de VRU vanaf 2023 zelf verantwoordelijk worden voor het afgeven van de rechtmatigheidsverklaring bij de jaarstukken. Hiervoor heeft de VRU in samenspraak met de externe accountant een normenen toetsingskader opgesteld.
Pagina
50
Openbaarheidsparagraaf Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet open overheid (hierna: Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob). Waar de Wob voornamelijk zag op het passief openbaar maken van informatie richt de Woo zich voornamelijk op het actief openbaar maken van informatie en het op orde brengen van de informatiehuishouding van bestuursorganen. Een van de verplichtingen die uit de Woo volgt is dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo en in de verantwoording verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (c.q. behaalde resultaten) met betrekking tot de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) A. Er wordt in 2023 een Woo-contactfunctionaris aangesteld die het eerste aanspreekpunt is voor de behandeling van Woo-verzoeken. De Woo-contactfunctionaris is de aangewezen persoon om met verzoekers in contact te treden wanneer het verzoek niet duidelijk of concreet genoeg is. Actieve openbaarmaking B. In 2023 heeft de VRU haar ambitieniveau bepaald ten aanzien van de Woo en de actieve openbaarmakingsplicht. C.
In 2023 wordt er een nieuw digitaal platform beschikbaar gesteld door de Rijksoverheid die gebruikt moet worden voor het actief openbaar maken van documenten. Het Platform voor Open Overheidsinformatie (PLOOI) wordt het portaal waar actief openbaar gemaakte overheidsinformatie te vinden is. In elk geval de 11 verplicht actief openbaar te maken informatiecategorieën uit de Wet open overheid zijn via PLOOI te vinden. PLOOI zorgt ervoor dat je overheidsinformatie op een centrale plek en op een gebruiksvriendelijke manier kunt vinden. D. Per 1 juli 2023 moeten documenten die ter inzage worden gelegd ook digitaal kunnen worden ingezien. Deze digitale ter inzagelegging is een wettelijke verplichting die wordt geïntegreerd in het bestaande DROP (Decentrale regelgeving en officiële publicaties) dat al gebruikt wordt voor het rechtsgeldig bekend maken van algemeen verbindende voorschriften en besluiten. E. De informatie die in beide platformen (PLOOI en DROP) wordt ingevoerd is zichtbaar op www.overheid.nl. De nieuwe website VRU.nl die in 2023 wordt gelanceerd wordt aangesloten op deze platformen waardoor ook de eigen website een compleet beeld geeft.
Pagina
51
Informatiehuishouding op orde F. In 2023 worden de Woo-verzoeken die zijn afgehandeld, inclusief de informatie die met dat verzoek openbaar is gemaakt, weergegeven op de website van de VRU. G. Met het verplichte gebruik van beide platformen wordt een volgende stap gezet in het digitaal toegankelijk maken van verschillende documenten. Nieuwe documenten niet onder de werking van de Woo vallen zijn vanaf 2023 digitaal toegankelijk. H. Niet alle documenten worden via de beide platformen gepubliceerd. Medewerkers van de VRU moeten dus ook worden getraind om zelf hun documenten digitaal toegankelijk te maken.
Verbonden partijen Hieronder is een overzicht opgenomen van derde rechtspersonen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Tabel 27 Verbonden partijen Naam
Doel
Belang
Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2022
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)
De WVSV is de werkgeversvereniging voor arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s
De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, Nog niet bekend juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website: www.wvsv-nl.nl.
Nog niet bekend
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s
De veiligheidsregio’s willen door samenwerking een beter antwoord bieden op interne en externe ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden.
Deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, die door middel van een expertisebureau namens de Veiligheidsregio Utrecht ondersteuning biedt bij onder meer risicobeheer en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering.
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Jaarresultaat 2022
De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen cao valt bijvoorbeeld cao Ambulancezorg). De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio Utrecht heeft op 28 maart 2022 een besluit genomen tot oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Met deze stichting hebben de veiligheidsregio’s een gezamenlijk expertisebureau waarmee voorzien wordt in het: - beheren van de landelijke set van aanspraken bij dienstongevallen;
Pagina
52
-
collectief inkopen van ongevallenverzekering en de makelaarsdienst; adviseren en bemiddelen ten aanzien van complexe casussen; afwikkelen van schades.