B3. Ontwerpbegroting 2024 geactualiseerde begroting 2023.pdf
Tekst van het document
Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van veiligheidsregio’s. De Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien tot doel om samenwerkingsverbanden af te sluiten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. In oprichting: De rechtspositieregeling CAR-UWO schrijft voor dat wij als werkgever verantwoordelijk zijn voor het afsluiten van een ongevallenverzekeringen voor onze medewerkers. De VRU voldoet aan deze verplichting. Omdat verzekeraars de laatste jaren steeds meer beperkingen doorvoeren in hun verzekeringspakketten hebben de samenwerkende veiligheidsregio’s enkele jaren geleden het initiatief genomen om gezamenlijk aan de slag te gaan met het thema ‘Goed werkgeverschap na dienstongevallen’. De veiligheidsregio’s hebben landelijk afgesproken welke aanspraken we aan onze medewerkers bieden. Daarnaast is besloten om deze aanspraken in gezamenlijkheid te financieren in een mix van verzekeren en zelf/samen dragen. Dit wordt geïmplementeerd in de vorm van een tweetrapsraket: de oprichting van een Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (expertisebureau) en vervolgens de oprichting van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s.
De landelijke regeling met aanspraken dient als basis voor de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en het waarborgfonds. Het ontwerpbesluit voor de oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s is 6 februari 2023 behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur. Gemeenteraden worden nu in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op dit ontwerpbesluit. Op 19 juni 2023 brengt het dagelijks bestuur een advies uit ten aanzien van het oprichten van de stichting, met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen van de gemeenteraden. Afhankelijk van de uitkomst kan in het algemeen bestuur van 3 juli 2023 een definitief besluit genomen worden. De formele oprichting van de stichting volgt na afronding van de besluitvorming.
Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie. Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor
Pagina
53
rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen. Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten. Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen de directie Brandweerrepressie. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak.
Onderhoud van het materieel vindt plaats door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek.
Financiering Het wettelijke kader voor externe financiering is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Ons treasurybeleid ligt vast in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is op 7 november 2022 vastgesteld door het algemeen bestuur. Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: - Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) - De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) In tabel 28 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven9.
9 In het voorjaar van 2023 wordt nog externe financiering aangetrokken ten behoeve van de geplande investeringen in 2023.
Pagina
54
Tabel 28 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Saldo 31-12-2026
Saldo 31-12-2027
17
13
10
7
3
-
371 387
318 331
265 275
212 218
159 162
106 106
BNG l eni ng 40.106325 BNG l eni ng 40.106326 Onderhandse lening Bank BNG
2.667 7.600 10.267
2.000 7.200 9.200
1.333 6.800 8.133
667 6.400 7.067
6.000 6.000
5.600 5.600
NWB Ba nk l eni ng NK/1-29713 NWB Ba nk l eni ng NK/1-30919 Lening Nederlandse Waterschapsbank
16.000 16.150 32.150
15.000 15.300 30.300
14.000 14.450 28.450
13.000 13.600 26.600
12.000 12.750 24.750
11.000 11.900 22.900
Totale vaste schulden
42.804
39.831
36.858
33.885
30.912
28.606
Type lening Leni ng UG975a 13-10-1997/30 jr 6,05% l i nea i r Leni ng UG9904c 14-07-1999/30 jr 5,43% l i nea i r Onderhandse lening Gemeente Amersfoort
Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte is voor de financiering van de nieuwe investeringen in 2023 en 2024 is in 2021 een nieuwe langlopende lening aangetrokken bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) met een aflossingstermijn van 20 jaar. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2023 en 2024. Risicobeheer Om de risico’s van het treasury beleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een: - Kasgeldlimiet - Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2024 bedraagt de limiet 8,2% van € 125,6 miljoen (omvang begroting) = € 10,3 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld. Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan.
De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen.
Pagina
55
Tabel 29 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet
2023
2024
2025
2026
2027
Norm % begrotingstotaal
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
10.304
9.404
9.441
9.420
9.405
Kasgeldlimiet
Renterisiconorm
De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven. In onderstaande tabel is het verwachte renterisico weergegeven. Tabel 30 Renterisiconorm Bedragen x € 1.000
Renterisiconorm
2023
2024
2025
2026
2027
omvang begroti ng Renteri s i conorm (20% begroti ng) Afl os s i ngen van l eni ngen
125.661 25.132 2.973
114.681 22.936 5.723
115.135 23.027 5.723
114.878 22.976 5.723
114.696 22.939 5.056
Ruimte onder renterisiconorm
22.159
17.213
17.304
17.253
17.883
Tabel 31 Renteschema10
Verloop reserves Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2024 wordt voorzien11.
10 De rentelasten kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van het aantrekken van financiering
voor geplande investeringen in 2023. 11 De mutaties in reserves kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van saldoneutrale begrotingswijzigingen.
Pagina
56
Tabel 32 Reserves 2023 en 2024 Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2022
Resultaatbestemming 2022
Toevoeging 2023
Onttrekking 2023
Boekwaarde 31-12-2023
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Boekwaarde 31-12-2024
Bedrijfsvoeringsreserve
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Algemene reserves
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Egalisatiereserve kapitaallasten
15.111
2.750
-
17.861
1.167
-
19.029
Egalisatiereserve FLO overgangsrecht
1.350
-
503
847
-
269
578
Egalisatiereserve tweede loopbaan
967
313
289
991
325
226
1.089
Ontwikkel- en egalisatiereserve
1.061
125
1.344
584
-
165
419
Bestemmingsreserve meldkamer
1.485
742
-
432
1.053
-
441
612
Bestemmingsreserve omgevingswet
77
-
47
30
-
-
30
Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel
1.052
-
1.052
-
-
-
-
Bestemmingsreserves
21.102
742
3.188
3.667
21.365
1.492
1.101
21.756
Totaal reserves
22.511
742
3.188
3.667
22.774
1.492
1.101
23.165
Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.6.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,2% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Via de egalisatiereserve kapitaallasten creëren we rust in de VRU-begroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen.
Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht De egalisatiereserve ‘FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLOovergangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is ‘tweede loopbaanbeleid’ geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. In de begroting is structureel budget beschikbaar voor de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks met deze reserve verrekend. Vanwege een vierjarig landelijk onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie, mede in het licht van het tweede loopbaanbeleid verwachten wij voor 2023 geen significante stijging van de kosten voor het tweede-loopbaanbeleid. Naast
Pagina
57
dekking van de directe kosten voor het tweede loopbaanbeleid wordt in 2023 eenmalig een bedrag van € 75K uit deze reserve onttrokken ter dekking van diagnostische onderzoeken en de behandeling PTSS (conform AB-besluit 27 maart 2023). Ontwikkel- en egalisatiereserve Het algemeen bestuur heeft bij aanvang van de vorige beleidsperiode een besluit genomen om een ontwikkel- en egalisatiereserve in te stellen die gevoed kan worden met positieve rekeningresultaten. De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om fluctuaties en (incidentele) verhogingen van de gemeentelijke bijdragen zoveel als mogelijk te voorkomen (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en in de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: - Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan/ de bestuursagenda of structurele efficiencyvoordelen te realiseren; - Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. De omvang van de reserve is maximaal € 1,8 miljoen en de looptijd van de reserve is bij instelling van de reserve gekoppeld aan de beleidsperiode 2020-2023.
Gelet op de ambities uit de nieuwe bestuursagenda en ontwikkelkoers voor de beleidsperiode 2024-2027 wordt voorgesteld om ook de komende jaren de ontwikkel- en egalisatiereserve in stand te houden. Hiermee kunnen we rust en stabiliteit in de begroting behouden en een verhoging van de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk voorkomen. Ook kunnen we hiermee de uitvoering van doorgeschoven activiteiten naar een volgend jaar waarborgen en mogelijk financiële ruimte creëren voor activiteiten die samenhangen met de bestuursagenda VRU 2024-2027. Spelregels ontwikkel- en egalisatiereserve Bij het instellen van de reserve zijn de volgende spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen: - De besteding van de middelen uit de reserve is uitsluitend voorbehouden voor aanwending gekoppeld aan de doelen van de reserve; - De onttrekking aan de reserve voor een in de begroting opgenomen incidentele (beleids)activiteit mag nooit meer bedragen dan het bedrag dat daadwerkelijk in een boekjaar is besteed; - Bij uitloop van een project, het doorschuiven van een project naar een volgend boekjaar, of in het geval van meerjarige projecten zal het niet bestede budget teruggestort worden in de egalisatiereserve voor besteding aan dat project in een volgend boekjaar; - De activiteiten die worden ondernomen met dekking uit deze ontwikkel- en egalisatiereserve zullen worden
gepland en beschreven in de begroting en verantwoord in de jaarstukken. - Bij de verantwoording via de jaarstukken wordt een apart overzicht opgesteld van de mutaties in de reserve, zodat de gemeenten jaarlijks in één oogopslag kunnen zien waar de middelen voor zijn ingezet of worden ingezet en wat de totale omvang van de reserve is per balansdatum. Mutaties ontwikkel- en egalisatiereserve
Pagina
58
Tabel 33 Inzet middelen ontwikkel- en egalisatiereserve Bedragen x € 1.000
Ontwikkel- en egalisatiereserve
2023
2024
Beginsaldo
1.061
584
Toevoeging rekeningresultaat 2022
742
-
Toevoegingen conform vastgestelde begroting
125
-
Verwacht saldo ontwikkel- en egalisatiereserve per 1-1
1.928
584
Onttrekkingen doorgeschoven activiteiten 2022 →2023
-662
-
Pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort'
-303
-
Calamiteitencoördinator (Caco)
-165
-165
Gefaseerde loonontwikkeling CAO 2021-2022
-203
Onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming
Pilot 'Geestelijke verzorging'
-11
-
Subtotaal onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming
-682
-165
-1.344
-165
Reservering voor o.a. vervolg Pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort'
-
-419
Totaal reservering
-
-419
584
-
Totaal onttrekkingen
Eindsaldo
Toevoeging resultaat 2022: Bij de jaarstukken 2022 wordt voorgesteld € 742K ten laste van het rekeningresultaat te storten in de ontwikkel- en egalisatiereserve. Hieronder volgt een toelichting op de voorgestelde besteding van de middelen uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. Onttrekking doorgeschoven activiteiten 2022 → 2023: Een aantal activiteiten die volgens de begroting in 2022 gepland waren kennen in de realisatie een doorloop naar 2023. Dit betreft een aantal ICT-projecten, de vertraagde uitlevering van beschermende middelen en het gezamenlijke project om met de gemeenten visie op de huisvesting te ontwikkelen. De doorschuif van deze activiteiten (€ 0,66 miljoen) hangt samen met de toevoeging van het rekeningresultaat van 2022 aan de ontwikkel- en egalisatiereserve. In het kader van paraatheid wordt een reservering opgenomen voor het structureel verbeteren van de dekking in Amersfoort op basis van de uitgevoerde pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort’.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te
Pagina
59
worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 4.6.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2023 € 0,63 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen (zie tabel 34). Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2023 groter dan 1 (2,2). Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van de implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijke) programma ‘Toekomstbestendige brandweer’ in de voorliggende begroting voor 2023 als pmpost is opgenomen, omdat het risico nog niet kwantificeerbaar is. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties via een begrotingswijziging voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten. Tabel 34 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000
2023
2024
Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari
1.409
1.409
Totaal weerstandscapaciteit
1.409
1.409
Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de begroting. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 35 Risico-inventarisatie Bedragen in € 1.000
Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijke) programma ‘Toekomstbestendige brandweer’ Overige (onvoorziene) exploitatierisico's
Totaal
Effect
Kans
Bedrag risico
200-500 pm
25%
22
25%
pm 612
634
Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan
Pagina
60
geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen.
Het risico voor 2023 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 januari 2024). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2023/ 2024 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. Implementatie bouwsteen 1 (verplichtend karakter) toekomstbestendige brandweer Omschrijving risico Het Veiligheidsberaad heeft een vervolg gegeven aan het dossier vrijwilligheid door het inrichten van de ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment.
Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de implementatie van bouwsteen1 (verplichtend karakter) op basis van de genoemde uitwerkingen van de
Pagina
61
stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. Het landelijke plan van aanpak voor het onderwerp ‘verplichtend karakter’ wordt in 2023 verwacht. Op het moment dat dit plan beschikbaar komt gaan we dit vertalen naar de specifieke situatie in onze regio. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele meerkosten door het rijk (als stelselverantwoordelijke) worden betaald. Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten (exclusief dotatie reserves). Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie.
De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.
Pagina
62
Tabel 36 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves)
Rekening 2022
Netto schuldquote Actualisatie 2023
Begroting 2024
42.804 6.834 12.809 29.856 424 4.094 111.164
82.641 5.000 12.500 35.037 500 2.000 121.994
74.108 5.000 12.500 28.139 500 2.000 113.580
25,3%
51,3%
53,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Rekening 2022 Actualisatie 2023 Begroting 2024 42.804 6.834 12.809 91 29.856 424 4.094 111.164
82.641 5.000 12.500 57 35.037 500 2.000 121.994
74.108 5.000 12.500 23 28.139 500 2.000 113.580
25,2%
51,3%
53,7%
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
A Eigen vermogen (cf.art.42 BBV) B Balanstotaal
23.252 85.785
22.774 120.234
23.165 114.945
Solvabiliteit (A/B) x 100%
27,1%
18,9%
20,2%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Bedragen x € 1.000 Omschrijving A B C D E
Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
Structurele exploitatieruimte Rekening 2022 Actualisatie 2023 Begroting 2024 103.925 103.778 111.164
111.939 111.939 313 313 121.994
115.139 115.139 325 325 113.580
-0,1%
0,0%
0,0%
Pagina
63
5
Financiële begroting – baten en lasten 2023 & 2024 De in het programmaplan opgenomen programmaonderdelen vormen tezamen het begrotingsprogramma Veiligheidsregio Utrecht.
Baten en lasten per categorie Tabel 37 Baten en lasten per categorie Bedragen x € 1.000
Rekening 2022
Cat.
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
LASTEN L1
Personele kosten
83.088
80.539
93.597
88.578
L2
Kapitaallasten
6.695
12.081
6.945
10.131
L3
Materiële kosten
19.046
13.431
21.930
14.480
Totaal Lasten
108.830
106.051
122.473
113.189
BATEN B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
89.631
91.749
96.860
100.796
B2
Rijksbijdrage
19.719
9.718
24.709
12.387
B3
Overige baten
1.815
394
424
398
Totaal Baten
111.164
101.861
121.994
113.580
Saldo van baten en lasten
2.334
-4.190
-479
391
R1
Storting reserves
5.519
522
3.188
1.492
R2
Onttrekking reserves
3.926
4.712
3.667
1.101
742
-
-
-
Resultaat
De volgende mutaties zijn verwerkt: Mutaties met effect op de gemeentelijke bijdragen (zie paragraaf 2.3): - Toepassing financieel kader (zie paragraaf 2.1) - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 2.2.2) Mutaties zonder effect op de gemeentelijke bijdragen: - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 2.2.1) - Mutaties in de reserves - Overige technische saldoneutrale mutaties binnen en tussen categorieën
Overzicht van baten en lasten Op basis van artikel 17 van het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) is in de financiële begroting het volgende overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de kosten van overhead apart inzichtelijk worden gemaakt.
Pagina
64
Tabel 38 Overzicht baten en lasten per programma Bedragen x € 1000
Rekening 2022
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Overzicht van baten en lasten
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Veiligheidsregio Utrecht
86.296
110.538
24.242
94.937
121.893
26.955
86.104
113.580
27.476
Overhead
22.534 108.830
626 111.164
-21.908
27.536 122.473
101 121.994
-27.435 -479
27.085 113.189
113.580
-27.085
2.334
Saldo van baten en lasten
391
Mutaties in reserves
lasten
baten
saldo
dotatie
onttrekking
saldo
dotatie
onttrekking
saldo
Veiligheidsregio Utrecht
4.566
3.258
-1.308
3.188
3.675
487
1.492
1.016
-476
Overhead
953 5.519
668 3.926
-285
-8 3.667
-8
-1.593
3.188
479
1.492
85 1.101
-391
114.349
115.090
742
125.661
125.661
-
114.681
114.681
-
Saldo mutaties in reserves Totaal
Incidentele baten en lasten Tabel 39 Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Begroting 2023 Actualisatie 2023
Begroting 2024
Incidentele baten en lasten Invoering omgevingswet (1) Subtotaal incidentale baten en lasten via bijdrage GBTP Meldkamer (2)
-
47 47
-441
704
-432
-1.052
-1.052
CAO 2021-2022 (4)
-203
-203
Totaal incidentele baten en lasten
-551
-1.640
Hervorming OMS-stelsel (3)
-441
1) Doorgeschoven uit 2022 2) Dotatie en onttrekking incidentele bijdragen derden 3) Incidentele dekking tot en met 2023 4) Incidentele dekking structurele mutatie m.i.v. 1-4-2022
Pagina
65
85
6
Financiële begroting – meerjarenraming 2024-2027 Meerjarenraming 2024-2027 Tabel 40 Meerjarenraming 2024-2027 Bedragen x € 1.000
Cat.
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
LASTEN L1
Personele kosten
88.578
87.386
87.054
86.951
L2
Kapitaallasten
10.131
12.872
12.872
12.872
L3
Materiële kosten
14.480
14.551
14.549
14.549
Totaal Lasten
113.189
114.810
114.475
114.372
BATEN B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
100.796
100.384
100.384
100.384
B2
Rijksbijdrage
12.387
12.387
12.387
12.387
B3
Overige baten
398
408
289
289
Totaal Baten
113.580
113.179
113.060
113.060
391
-1.631
-1.415
-1.312
Saldo van baten en lasten R1
Storting reserves
1.492
325
403
325
R2
Onttrekking reserves
1.101
1.956
1.818
1.636
-
-
-
-
Resultaat
Pagina
66
Stand en meerjarig verloop reserves Tabel 41 Meerjarig verloop reserves12 Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2022
Resultaatbestemming 2022
Toevoeging 2023
Onttrekking 2023
Boekwaarde 31-12-2023
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Boekwaarde 31-12-2024
Toevoeging 2025
Onttrekking 2025
Boekwaarde 31-12-2025
Toevoeging 2026
Onttrekking 2026
Boekwaarde 31-12-2026
Toevoeging 2027
Onttrekking 2027
Boekwaarde 31-12-2027
Bedrijfsvoeringsreserve
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Algemene reserves
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
-
-
1.409
Egalisatiereserve kapitaallasten
15.111
2.750
-
17.861
1.167
-
19.029
-
1.592
17.436
-
1.592
15.844
-
1.592
14.252
Egalisatiereserve FLO overgangsrecht
1.350
-
503
847
-
269
578
-
26
552
78
-
631
Egalisatiereserve tweede loopbaan
967
313
289
991
325
226
1.089
325
226
1.188
325
226
1.286
742
18
613
325
26
1.585
Ontwikkel- en egalisatiereserve
1.061
125
1.344
584
-
165
419
-
-
419
-
-
419
-
-
419
Bestemmingsreserve meldkamer
1.485
-
432
1.053
-
441
612
-
112
500
-
-
500
-
-
500
Bestemmingsreserve omgevingswet
77
-
47
30
-
-
30
-
-
30
-
-
30
-
-
30
Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel
1.052
-
1.052
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bestemmingsreserves
21.102
742
3.188
3.667
21.365
1.492
1.101
21.756
325
1.956
20.125
403
1.818
18.709
325
1.636
17.398
Totaal reserves
22.511
742
3.188
3.667
22.774
1.492
1.101
23.165
325
1.956
21.534
403
1.818
20.118
325
1.636
18.807
Gemeentelijke bijdrage 2024-2027 In tabel 42 zijn de mutaties opgenomen die een effect hebben op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP). Tabel 42 Mutaties gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2024-2027 Bedragen x € 1.000
Bijdrage GBTP
2024
2025
2026
2027
Bi jdra ge GBTP va s tges tel de begroti ng 2023
89.744
89.744
89.744
89.744
Fi na nci eel ka der begroti ng 2024
8.605
8.605
8.605
8.605
Bel ei ds ontwi kkel i ngen begroti ng 2024
-1.002
-1.002
-1.002
-1.002
Bijdrage GBTP begroting 2024
97.347
97.347
97.347
97.347
12 De mutaties in reserves kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van saldoneutrale begrotingswijzigingen.
Tabel 43 meerjarenraming opgenomen voor de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket en vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket13 Bedragen x € 1.000
Gemeente
GBTP 2024
IGPP 2024
Bijdrage 2024
GBTP 2025
IGPP 2025
Bijdrage 2025
GBTP 2026
IGPP 2026
Bijdrage 2026
GBTP 2027
IGPP 2027
Bijdrage 2027
Amersfoort
10.956
507
11.463
10.956
507
11.463
10.956
507
11.463
10.956
507
11.463
Baarn
1.863
27
1.890
1.863
27
1.890
1.863
27
1.890
1.863
27
1.890
Bunnik
1.079
-
1.079
1.079
-
1.079
1.079
-
1.079
1.079
-
1.079
Bunschoten
1.285
21
1.306
1.285
21
1.306
1.285
21
1.306
1.285
21
1.306
De Bilt
3.179
-
3.179
3.179
-
3.179
3.179
-
3.179
3.179
-
3.179
De Ronde Venen
3.081
-
3.081
3.081
-
3.081
3.081
-
3.081
3.081
-
3.081
Eemnes
660
33
693
660
33
693
660
33
693
660
33
693
Houten
2.739
63
2.802
2.739
62
2.801
2.739
61
2.801
2.739
61
2.800
IJsselstein
1.964
17
1.981
1.964
17
1.981
1.964
17
1.981
1.964
17
1.981
Leusden
1.937
-
1.937
1.937
-
1.937
1.937
-
1.937
1.937
-
1.937
Lopik
916
-
916
916
-
916
916
-
916
916
-
916
Montfoort
924
-
924
924
-
924
924
-
924
924
-
924
Nieuwegein
4.084
-
4.084
4.084
-
4.084
4.084
-
4.084
4.084
-
4.084
Oudewater
685
21
706
685
21
706
685
21
706
685
21
706
Renswoude
386
-
386
386
-
386
386
-
386
386
-
386
Rhenen
1.332
-
1.332
1.332
-
1.332
1.332
-
1.332
1.332
-
1.332
Soest
3.169
85
3.254
3.169
85
3.254
3.169
85
3.254
3.169
85
3.254
Stichtse Vecht
4.595
-
4.595
4.595
-
4.595
4.595
-
4.595
4.595
-
4.595
Utrecht
30.750
1.091
31.840
30.750
689
31.439
30.750
689
31.439
30.750
689
31.439
Utrechtse Heuvelrug
3.691
104
3.794
3.691
102
3.793
3.691
101
3.792
3.691
100
3.791
Veenendaal
3.610
72
3.682
3.610
64
3.675
3.610
64
3.675
3.610
64
3.675
Vijfheerenlanden
3.822
166
3.988
3.822
166
3.988
3.822
166
3.988
3.822
166
3.988
Wijk bij Duurstede
1.692
10
1.702
1.692
10
1.702
1.692
10
1.702
1.692
10
1.702
Woerden
3.495
155
3.649
3.495
155
3.649
3.495
155
3.649
3.495
155
3.649
829
-
829
829
-
829
829
-
829
829
-
829
Zeist
4.624
1.078
5.702
4.624
1.078
5.702
4.624
1.078
5.702
4.624
1.078
5.702
Totaal
97.347
3.448
100.796
97.347
3.037
100.384
97.347
3.035
100.383
97.347
3.033
100.381
Woudenberg
13 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) gaat met betrekking tot de looncomponent nog iets wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de
doorwerking van de cao 2023. In de begroting 2024 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +3,9%.
Pagina
68
7
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans Tabel 44 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1.000
Geprognosticeerde balans
Gerealiseerd
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
31-12-22
31-12-23
31-12-24
31-12-25
31-12-26
31-12-27
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa:
51.321
82.641
84.284
86.608
83.060
82.998
Financiële vaste activa:
91
57
23
-
-
-
29.856
35.037
28.139
18.527
14.978
8.716
Liquide middelen:
424
500
500
500
500
500
Overlopende activa:
4.094
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
Totaal activa
85.785
120.234
114.945
107.635
100.539
94.214
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:
Bedragen x € 1.000
Geprognosticeerde balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve:
Gerealiseerd
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
31-12-22
31-12-23
31-12-24
31-12-25
31-12-26
31-12-27
1.409
1.409
1.409
1.409
1.409
1.409
21.102 742 23.252
21.365 22.774
21.756 23.165
20.125 21.534
18.709 20.118
17.398 18.807
86
129
172
215
258
301
Langlopende schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar:
42.804
79.831
74.108
68.385
62.662
57.606
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:
6.834
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Overlopende passiva:
12.809
12.500
12.500
12.500
12.500
12.500
Totaal passiva
85.785
120.234
114.945
107.635
100.539
94.214
Bestemmingsreserves: Gerealiseerde resultaat:
Voorzieningen
Toelichting: De ramingen van de materiële vaste activa en de langlopende schulden zijn ontleend aan de meerjareninvesteringsplanning en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte. De VRU heeft alleen investeringen met economisch nut, geen investeringen met maatschappelijk nut. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de investeringskredieten voor 2023 en 2024. Het verloop van het eigen vermogen is ontleend aan de staat van reserves (zie paragraaf 6.2). De kortlopende activa en passiva worden constant verondersteld.
EMU-saldo In de begroting moet volgens artikel 20 lid 1c van het BBV ook het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar worden opgenomen. Het EMU-saldo is van belang voor de berekening van het totale begrotingstekort of –overschot van de Nederlandse overheid. Het EMU-saldo wordt als volgt berekend: de som van de mutaties van de vaste en vlottende financiële activa minus de som van de mutaties van de vaste en vlottende schuld (bron BBV). De geraamde EMU-saldi voor 2023, 2024 en 2025 zijn als volgt: Tabel 45 EMU-saldo Bedragen x € 1.000
EMU-saldo
2023
2024
2025
-34.918
5.689
5.700
Het negatieve EMU-saldo in 2023 wordt veroorzaakt door de (geplande) financiering van de investeringen in 2023 die vanaf 2024 geactiveerd worden (toename vaste schulden in 2023).
Pagina
70
Bijlage 1 Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) Tabel 46 Bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket t.o.v. begroting 2023 en kadernota 2024 Bedragen x € 1.000 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Begroting Actualisatie Kadernota Begroting 2023 (A) 2023 (B) 2024 (C) 2024 (D) Gemeente
Amersfoort
10.189
10.516
10.837
10.956
Baarn
1.587
1.791
1.844
1.863
Bunnik
967
1.038
1.068
1.079
Bunschoten
1.162
1.235
1.272
1.285
De Bilt
2.713
3.059
3.146
3.179
De Ronde Venen
2.697
2.965
3.049
3.081
Eemnes
583
635
653
660
Houten
2.409
2.617
2.706
2.739
IJsselstein
1.775
1.879
1.941
1.964
Leusden
1.684
1.860
1.916
1.937
Lopik
897
883
907
916
Montfoort
838
890
915
924
Nieuwegein
3.884
3.913
4.038
4.084
Oudewater
599
659
678
685
Renswoude
369
372
382
386
Rhenen
1.188
1.280
1.317
1.332
Soest
2.750
3.046
3.135
3.169
Stichtse Vecht
3.951
4.423
4.548
4.595
Utrecht
28.741
29.531
30.419
30.750
Utrechtse Heuvelrug
3.161
3.555
3.654
3.691
Veenendaal
3.302
3.434
3.563
3.610
Vijfheerenlanden
3.580
3.682
3.784
3.822
Wijk bij Duurstede
1.438
1.629
1.675
1.692
Woerden
3.092
3.358
3.458
3.495
Woudenberg
721
798
821
829
Zeist
4.212
4.443
4.575
4.624
Totaal
88.489
93.491
96.301
97.347
De letters tussen haken in de kopjes van tabel 46 corresponderen met de letters tussen haken in tabel 47 en tabel 48. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling (actualisatie) van de gemeentelijke bijdrage 2023 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de begroting 2023.
Pagina
71
Tabel 47 Bijstelling (actualisatie) bijdrage GBTP 2023 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023
De geactualiseerde begroting 2023 is gebaseerd op de begroting 2023 die op 4 juli 2022 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Naast de reguliere bijstelling van de loon- en prijsaanpassing (die overeenkomt met de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds) is het financieel effect van het principe-akkoord cao 2023 verwerkt en toegevoegd aan de stelpost loonontwikkeling. Daarnaast is het voordeel van de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage BDuR in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket 2023 met € 5.002K ten opzichte van de primaire begroting 2023. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling van de begroting 2024 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de kadernota 2024. Tabel 48 Bijstelling bijdrage GBTP 2024 ten opzichte van de kadernota 2024 Bedragen x € 1.000
Structureel
Incidenteel
Totaal
96.301
-
96.301
2.048 2.048
-
2.048
-1.002 -1.002
-
-1.002
Subtotaal mutaties beleidsontwikkelingen 2024 Totaal mutatie bijdrage GBTP begroting 2024
1.046
-
1.046
Bijdrage GBTP begroting 2024
97.347
-
97.347
Mutatie bijdrage GBTP 2024 t.o.v. kadernota 2024 Bijdrage GBTP kadernota 2024
(C)
Mutaties financieel kader 2024 Mutatie loonaanpassing o.b.v. principe-akkoord cao 2023 Subtotaal mutaties financieel kader 2024
2.048
Mutaties beleidsontwikkelingen 2024 Invulling 'OMS-taakstelling' a.g.v. wegvallen OMS-opbrengsten
-1.002
(D)
De structurele gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket voor 2024 stijgt per saldo met € 1.046K ten opzichte van de kadernota 2024 als gevolg van de doorwerking van het principe-akkoord cao 2023 (+ € 2.048K) en het opvangen van de weggevallen OMS-gelden binnen de bestaande begroting (-/- € 1.002).
Pagina
72
Bijlage 2: Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente Tabel 49 Bijdrage en vergoeding per gemeente Bedragen x € 1.000
Begroting 2023
Actualisatie 2023
Begroting 2024
Gemeente
GBTP 2023
IGPP 2023
Bijdrage 2023
GBTP 2023a
IGPP 2023a
Bijdrage 2023a
GBTP 2024
IGPP 2024
Bijdrage 2024
Amersfoort
10.189
473
10.662
10.516
494
11.009
10.956
507
11.463
Baarn
1.587
25
1.612
1.791
26
1.817
1.863
27
1.890
Bunnik
967
-
967
1.038
-
1.038
1.079
-
1.079
Bunschoten
1.162
20
1.181
1.235
20
1.256
1.285
21
1.306
De Bilt
2.713
-
2.713
3.059
-
3.059
3.179
-
3.179
De Ronde Venen
2.697
-
2.697
2.965
-
2.965
3.081
-
3.081
Eemnes
583
40
623
635
32
667
660
33
693
Houten
2.409
63
2.473
2.617
67
2.684
2.739
63
2.802
IJsselstein
1.775
16
1.792
1.879
17
1.896
1.964
17
1.981
Leusden
1.684
-
1.684
1.860
-
1.860
1.937
-
1.937
Lopik
897
-
897
883
-
883
916
-
916
Montfoort
838
-
838
890
-
890
924
-
924
Nieuwegein
3.884
-
3.884
3.913
-
3.913
4.084
-
4.084
Oudewater
599
20
619
659
21
680
685
21
706
Renswoude
369
-
369
372
-
372
386
-
386
Rhenen
1.188
-
1.188
1.280
-
1.280
1.332
-
1.332
Soest
2.750
79
2.829
3.046
82
3.128
3.169
85
3.254
Stichtse Vecht
3.951
-
3.951
4.423
-
4.423
4.595
-
4.595
Utrecht
28.741
1.021
29.762
29.531
1.058
30.589
30.750
1.091
31.840
Utrechtse Heuvelrug
3.161
102
3.263
3.555
103
3.658
3.691
104
3.794
Veenendaal
3.302
71
3.372
3.434
73
3.507
3.610
72
3.682
Vijfheerenlanden
3.580
164
3.744
3.682
165
3.847
3.822
166
3.988
Wijk bij Duurstede
1.438
84
1.522
1.629
10
1.639
1.692
10
1.702
Woerden
3.092
144
3.237
3.358
150
3.509
3.495
155
3.649
721
-
721
798
-
798
829
-
829
Zeist
4.212
937
5.149
4.443
1.052
5.494
4.624
1.078
5.702
Totaal
88.489
3.259
91.749
93.491
3.369
96.860
97.347
3.448
100.796
Woudenberg
Pagina
73
Bijlage 3: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2024-2027 Tabel 50 Bedragen x € 1.000
Gemeente
Bijdrage GBTP Begroting 2024
Bijdrage GBTP Begroting 2025
Bijdrage GBTP Begroting 2026
Bijdrage GBTP Begroting 2027
Amersfoort
10.956
10.956
10.956
10.956
Baarn
1.863
1.863
1.863
1.863
Bunnik
1.079
1.079
1.079
1.079
Bunschoten
1.285
1.285
1.285
1.285
De Bilt
3.179
3.179
3.179
3.179
De Ronde Venen
3.081
3.081
3.081
3.081
Eemnes
660
660
660
660
Houten
2.739
2.739
2.739
2.739
IJsselstein
1.964
1.964
1.964
1.964
Leusden
1.937
1.937
1.937
1.937
Lopik
916
916
916
916
Montfoort
924
924
924
924
Nieuwegein
4.084
4.084
4.084
4.084
Oudewater
685
685
685
685
Renswoude
386
386
386
386
Rhenen
1.332
1.332
1.332
1.332
Soest
3.169
3.169
3.169
3.169
Stichtse Vecht
4.595
4.595
4.595
4.595
Utrecht
30.750
30.750
30.750
30.750
Utrechtse Heuvelrug
3.691
3.691
3.691
3.691
Veenendaal
3.610
3.610
3.610
3.610
Vijfheerenlanden
3.822
3.822
3.822
3.822
Wijk bij Duurstede
1.692
1.692
1.692
1.692
Woerden
3.495
3.495
3.495
3.495
829
829
829
829
Zeist
4.624
4.624
4.624
4.624
Totaal
97.347
97.347
97.347
97.347
Woudenberg
Pagina
74
Bijlage 4: Baten en lasten per taakveld Tabel 51 Bedragen x € 1000
Taakvelden volgens BBV 0. 0.1 0.4 0.5 0.8 0.9 0.10 1. 1.1 8. 8.3 Totaal
Bestuur en ondersteuning Bestuur Overhead Treasury Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Mutaties in reserves Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Wonen en bouwen
Rekening 2022 lasten
Actualisatie 2023
baten
lasten
Begroting 2024
baten
lasten
baten
237 24.644 -12 259 9 5.519
749 5 3.926
220 27.536 2.994 3.188
101 3.667
227 27.085 2.741 1.492
1.101
81.406
110.310
89.347
121.869
80.668
113.556
2.287
101
2.376
24
2.468
24
114.349
115.092
125.661
125.661
114.681
114.681
Pagina
75
Bijlage 5: Tarieventabel 2023 en 2024 Op grond van artikel 8 Financiële verordening moeten de prijzen van goederen en diensten van het openbaar lichaam in de begroting worden opgenomen. Deze bijlage bevat de tarieven zoals die gelden voor dienstverlening aan derden in 2023 en 2024. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 52 Tarieventabel 2023 en 2024 Bedragen x €1
Tarieventabel Veiligheidsregio Utrecht
Nr.
Omschrijving
1.
Inzet van personeel en materieel
Eenheid
Tarief 2023*
Tarief 2023a*
Tarief 2024*
1.1 1.1.1
Inzet operationeel personeel Inzet opera ti oneel pers oneel voor opera ti onel e Per uur, per pers oon werkza a mheden (gemi ddel d uurta ri ef bezetti ng)
1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4
Inzet van materieel Ta nka utos pui t Redvoertui g Autol a dder/Hoogwerker Groot ma teri eel Kl ei n ma teri eel
50,55
53,13
55,20
Per uur Per uur Per uur Per uur
211,50 322,06 108,86 36,97
221,46 337,23 113,99 38,71
227,00 345,66 116,84 39,68
2.
Overige dienstverlening
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4
Ademlucht Rei ni gen en tes ten Pa nts er Rei ni gen en tes ten gel a a ts s tuk Ci l i nder Hervul l en Keuren a deml uchtci l i nder
Per s tuk Per s tuk Per s tuk Per s tuk
23,40 17,54 10,67 52,78
24,50 18,36 11,18 55,27
25,11 18,82 11,46 56,65
2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9
Inzet niet operationeel personeel*** Medewerker I Medewerker II Medewerker III Medewerker IV Medewerker V Medewerker VI Medewerker VII Medewerker VIII Medewerker IX
Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon
113,01 106,66 100,33 94,25 88,17 79,39 70,21 61,87 56,37
118,78 112,10 105,45 99,06 92,66 83,44 73,79 65,03 59,24
123,41 116,47 109,56 102,92 96,28 86,69 76,67 67,56 61,55
2.3 2.3.1
Deelname VRU-opleiding Deel na me VRU-opl ei di ng externe
Per deel nemer per curs us . Meerkos ten worden i n rekeni ng gebra cht**
pm
pm
pm
2.4 2.4.1
Openbaar Meld Systeem Conces s i evergoedi ng
per s tuk
-
-
-
2.5 2.5.1
Overig Werkza a mheden ui tgevoerd door derden
2.5.2
Sta l l i ngs kos ten
233,00
235,33
237,68
Gefa ctureerde kos ten l evera nci er** per m2
* Ta ri even zi jn opgenomen zonder omzetbel a s ti ng (BTW). ** Werkel i jke kos ten pl us ops l a g ha ndel i ngs fee (2%) *** Bi j i nzet ni et-opera ti oneel pers oneel voor deta cheri ng gel dt geen overhea dta ri ef ma a r wel de ha ndl i ngs fee a 2%
Pagina
76
Bijlage 6: Vergoedingentabel 2023 en 2024 De vergoedingen voor het IGPP zoals opgenomen in paragraaf zijn gebaseerd op onderstaande tarieven voor 2023 en 2024. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 53 Vergoedingentabel 2023 en 2024 Bedragen x €1.000
Nr.
Vergoedingentabel VRU IGPP 2023-2024 Omschrijving
1.
Personeel en materieel
1.1 1.1.1
Inzet operationeel personeel* Inzet operationeel personeel hulpverlening
1.2 1.2.1 1.2.2
1.2.3 1.2.4
Inzet niet-operationeel personeel* Postcommandant Vrijwilligersvergoeding postcommandant: Postcommandant A Postcommandant B Tunneladviseur Medewerker Risicobeheersing**
1.3 1.3.1 1.3.1 1.3.2 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.3.8
Inzet van materieel Tankautospuit: exploitatielasten Tankautospuit: kapitaallasten Personeel Materieel voertuig: exploitatielasten Personeel Materieel voertuig: kapitaallasten Motorspuitaanhanger Bergingsvoertuig Haakarmvoertuig: exploitatielasten Haakarmvoertuig: kapitaallasten Voertuig bestrijding olievlekken Aanhanger noodstroom Scooter:exploitatielasten Scooter:kapitaallasten
2.
Gebouwen
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5
Beheerpakketten repressieve huisvesting Vastgoedbeheer tactisch Vastgoedbeheer operationeel Energie en Water Schoonmaak compleet Gezondheid en Veiligheid
Eenheid
Tarief 2023
Tarief 2023a
Tarief 2024
persoon per jaar
68.454
71.935
74.706
0,2 fte (270 uur)
19.743
20.749
21.558
persoon per jaar persoon per jaar 0,2 fte (270 uur) persoon per jaar
4.592 5.098 22.512 werkelijke lasten
4.876 5.413 23.573 werkelijke lasten
5.066 5.624 24.162 werkelijke lasten
stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk
11.253 werkelijke lasten 3.749 werkelijke lasten 2.407 9.175 9.175 werkelijke lasten 3.749 4.769 1.126 werkelijke lasten
11.783 werkelijke lasten 3.926 werkelijke lasten 2.521 9.607 9.607 werkelijke lasten 3.926 4.994 1.179 werkelijke lasten
12.078 werkelijke lasten 4.024 werkelijke lasten 2.584 9.847 9.847 werkelijke lasten 4.024 5.118 1.209 werkelijke lasten
kazerne kazerne kazerne kazerne kazerne
werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten
werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten
werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten
2.2 2.2.1 2.2.2
Eigenaarslasten kazernes in eigendom VRU kapitaallasten: rente en afschrijving kazerne overige eigenaarslasten (gem. heffingen,verzekeringen) kazerne
werkelijke lasten werkelijke lasten
werkelijke lasten werkelijke lasten
werkelijke lasten werkelijke lasten
3.
Overige plustaken
3.1
Werkzaamheden uitgevoerd door derden
3.2
Overige taken
Gefactureerde kosten leverancier +2% handelingsfee werkelijke lasten
Gefactureerde kosten leverancier +2% handelingsfee werkelijke lasten
Gefactureerde kosten leverancier +2% handelingsfee werkelijke lasten
*De tarieven voor personeel (in loondienst en vrijwilligersvergoedingen) kunnen nog iets wijzigen ten opzichte van de raming die nu is opgenomen als gevolg van de uitwerking van het principeakkoord cao 2023. **Voor elke gemeente is in overleg met de gemeente een jaarplan opgesteld, met daarin vastgelegd de activiteiten die Risicobeheersing dat jaar gaat uitvoeren. Met de gemeente wordt tijdens het jaar de voortgang van de uitvoering van het jaarplan gemonitord, zowel op productie als – daarmee samenhangend- de ingezette capaciteit. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kan er, binnen de beschikbare capaciteit, een herprioritering van de jaarplanactiviteiten plaatsvinden, wat leidt tot nieuwe jaarplanafspraken tussen de VRU en de gemeente. Daar waar sprake is van een vraag van de gemeente die leidt tot extra benodigde capaciteit (bovenop de binnen de voor die gemeente beschikbare capaciteit), dan maakt de VRU de afweging. Mogelijk kunnen de werkzaamheden alsnog worden uitgevoerd zonder inhuur. Dit is in principe alleen mogelijk als er werkzaamheden bij andere gemeenten wegvallen en er dus restcapaciteit beschikbaar is. Indien de VRU hiervoor moet gaan inhuren wordt een aanvullende afspraak vastgelegd, gebaseerd op een offerte waarin de werkelijke kosten zijn opgenomen.
Pagina
77
Bijlage 7: Compensatiebedragen Jaarlijks wordt het te compenseren nadeel berekend in het financieringsmodel. In de berekening van de compensatiebedragen per gemeente zijn de volgende compensatiebedragen per gemeente opgenomen: Tabel 54 Compensatiebedragen 2023 en 2024 per gemeente Bedragen x €1.000
Gemeente
Compensatie 2023
Compensatie 2024
Amersfoort
158
158
Baarn
-37
-37
Bunnik
-42
-42
Bunschoten
-28
-28
De Bilt
-157
-157
De Ronde Venen
-142
-142
Eemnes
-35
-35
Houten
341
341
IJsselstein
175
175
Leusden
-3
-3
Lopik
-73
-73
Montfoort
-61
-61
Nieuwegein
228
228
Oudewater
-39
-39
Renswoude
-32
-32
Rhenen
-24
-24
Soest
-61
-61
Stichtse Vecht
-249
-249
Utrecht Utrechtse Heuvelrug
-0
-0
-254
-254
Veenendaal
845
845
Vijfheerenlanden
-267
-267
Wijk bij Duurstede
-108
-108
Woerden
-49
-49
Woudenberg
-42
-42
Zeist
-47
-47
Totaal
-
-
Pagina
78
Bijlage 8: Verdelingsgrondslag gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) Tabel 55 Verdelingsgrondslag van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP): bedragen gemeentefonds voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding (B&R) per gemeente Bedragen x € 1.000
Gemeente
Bedrag subcluster Brandweer en Rampenbestrijding 2022 2023 % 2023 (SC 2021) (SC 2021) mutatie (SC 2022)
2024 (SC 2022)
Amersfoort
11.752
11.882
8,2%
12.860
13.563
Baarn
1.799
1.819
16,2%
2.113
2.229
Bunnik
1.101
1.112
7,9%
1.200
1.265
Bunschoten
1.332
1.348
7,9%
1.454
1.534
De Bilt
3.041
3.073
13,8%
3.496
3.687
De Ronde Venen
3.078
3.112
9,3%
3.401
3.587
Eemnes
649
656
10,4%
724
764
Houten
3.187
3.222
10,6%
3.564
3.759
IJsselstein
2.098
2.121
16,7%
2.475
2.611
Leusden
1.984
2.006
11,6%
2.238
2.360
Lopik
993
1.004
-2,8%
976
1.029
Montfoort
926
936
6,7%
999
1.054
Nieuwegein
4.710
4.763
4,7%
4.990
5.262
Oudewater
660
667
12,1%
748
789
Renswoude
403
408
0,5%
410
432
Rhenen
1.376
1.390
8,9%
1.513
1.596
Soest
3.108
3.143
14,4%
3.596
3.793
Stichtse Vecht
4.416
4.462
12,7%
5.028
5.303
Utrecht
35.058
35.433
0,4%
35.580
37.525
Utrechtse Heuvelrug
3.494
3.532
12,6%
3.977
4.195
Veenendaal
4.745
4.797
7,5%
5.156
5.437
Vijfheerenlanden
3.851
3.893
5,7%
4.114
4.339
Wijk bij Duurstede
1.593
1.609
13,9%
1.833
1.933
Woerden
3.559
3.598
10,8%
3.987
4.205
804
813
12,2%
911
961
Zeist
4.761
4.814
10,0%
5.296
5.586
Totaal
104.478
105.611
6,7%
112.640
118.796
Woudenberg
Bij de decembercirculaire 2022 van het gemeentefonds is gebleken dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een fout heeft gemaakt in de septembercirculaire 2022 bij de berekening van de uitkeringsfactoren vanaf 2023. Hierdoor zijn de uitkomsten van het objectieve budget voor het subcluster B&R vanaf uitkeringsjaar 2023 te hoog berekend. De totale omvang voor de VRU bedraagt in 2023 hierdoor niet € 113,3 mln. euro maar € 112,6 mln. euro. In voorliggende ontwerpbegroting van de VRU is dit aangepast. De relatieve verhoudingen tussen de gemeenten veranderen hierdoor niet maar de hoogte van de uitkering is wel gewijzigd. Opgemerkt wordt dat de begroting van gemeenten ten aanzien van de brandweer en rampenbestrijding naast de bijdrage aan de VRU ook bestaat uit andere kosten zoals de huisvestingskosten voor de brandweerposten (voor zover dit niet via het individueel gemeentelijk pluspakket bij de VRU wordt afgenomen), de kosten voor de gemeentelijke crisisbeheersing en de bluswatervoorziening.
Pagina
79
Bijlage 9: Investeringen 2023-2024 Tabel 56 Investeringen 2023 en 202414
2023
2023a
2024
Voertuigen
29.657
28.056
4.266
Materiaal
5.649
3.477
4.298
Automatisering/ ICT
2.674
4.155
1.113
594
788
1.163
38.574
36.476
10.840
Bedragen x € 1.000
Categorie investering:
Inventaris en installaties Totaal investeringen
Tabel 57 verloop egalisatiereserve kapitaallasten11 Bedragen x € 1.000 kapitaallasten 2022 2023
2024
2025
2026
2027
Verwachte realisatie
0
7.916
9.824
12.584
12.584
12.584
Begroot
0
10.666
10.992
10.992
10.992
10.992
Verschil
0
2.750
1.167
-1.592
-1.592
-1.592
saldo incidentele stortingen/ onttrekkingen Verloop egalisatiereserve
0
2.750
1.167
-1.592
-1.592
-1.592
15.111
17.861
19.029
17.436
15.844
14.252
14 De hoogte en fasering van de investeringen en het verloop van de egalisatiereserve kapitaallasten kunnen in aanloop naar de actualisatie
van de begroting 2023 en de begroting 2024 nog wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de herberekening van de kapitaallasten in mei 2023. Dit zal geen effect hebben op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.
Pagina
80
Bijlage 10: Begrippen en afkortingen AB ABP AC AED AOW ARBO BBP BBV BDuR BHV BIO BNG B&W BPV BRZO BZK Caco CAR CdK COH CoPI COT CPB CvD DB DIV DT DVO EHBO EMU EVPB EV FIDO FLO GBTP GGDrU GHOR GMK GMU GR GRIP NIPV IGPP I&I IV&E JDE J&V KING LCMS GZ LMO LMS MKA
Algemeen Bestuur Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds Algemeen commandant Automatische externe defibrillator Algemene Ouderdomswet Arbeidsomstandigheden Bruto Binnenlands Product Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen Bedrijfshulpverlening Baseline Informatiebeveiliging Overheid Bank Nederlandse Gemeenten Burgemeester & Wethouders Besluit personeel veiligheidsregio’s Besluit risico’s zware ongevallen Ministerie van binnenlandse zaken & koninkrijksrelaties Calamiteiten-Coördinator Collectieve arbeidsregeling Commissaris der Koning Commando haakarmbak Commando plaats incident Instituut voor veiligheids- en crisismanagement (crisis onderzoeksteam) Centraal Plan Bureau Commandant van dienst (-G: geneeskundig, -P: politie, -B: brandweer) Dagelijks bestuur Documentaire informatievoorziening Directieteam Dienstverleningsovereenkomst Eerste Hulp Bij Ongelukken Europese Monetaire Unie Experiment Verbeteren Paraatheid Brandweer Externe veiligheid Financiering Decentrale Overheden Functioneel leeftijdsontslag Gezamenlijke basistakenpakket GGD regio Utrecht Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gemeenschappelijke meldkamer Gemeenschappelijke meldkamer Utrecht Gemeenschappelijke regeling Gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Individueel
gemeentelijk pluspakket Informatiemanagement & ICT Interdisciplinaire voorbereiding & evaluatie JD Edwards (systeem voor Financiën) Ministerie van Justitie en Veiligheid Kennisinstituut Nederlandse Gemeenten Landelijk Crisismanagement systeem Gezondheidszorg Landelijke Meldkamer Organisatie Landelijke Meldkamer Samenwerking Meldkamer Ambulance
Pagina
81
MKD MIP MT NBB NIPV NVBR NCTV NWB OCML OL OLO OM OMS OR Osio OTO OvD PPMO Prevap PvA RAC RAVU RBT RCDV RI&E RISC ROT SIS SVS T&H TPOW TSC-test TUO Twmc UBV UMCU UML/TD VC V&A VIC VNG VPB VR VRU VTH Wabo WBA Wkb WKR WNRA WO WOB WNT Wvr WVSV
Meldkamerdomein Meerjareninvesteringsplanning Managementteam Natuurbrandbestrijding Nederlands instituut Publieke veiligheid Nederlandse vereniging van brandweer en rampenbestrijding Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nederlandse Waterschaps Bank Operationeel Centrum Midden Nederland Operationeel leider Omgevingsloket online Openbaar Ministerie Openbaar (brand)meldsysteem Ondersteuning & repressie Ongewenste situaties, incidenten en ongevallen Opleiden, trainen en oefenen Officier van dienst (-G: geneeskundig, -P: politie, -B: brandweer) Preventief periodiek medisch onderzoek Preventieactiviteitenplan Plan van aanpak Regionale Alarmcentrale Regionale ambulancevoorziening voor de provincie Utrecht Regionaal beleidsteam Raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio Risico inventarisatie & evaluatie Database regionaal risicoprofiel Regionaal operationeel team Slachtoffer informatie systematiek Slachtoffervolgsysteem Toezicht & Handhaving Tijd- en plaatsonafhankelijk Werken Taakspecifieke conditietest Taakuitvoeringsovereenkomst Tijdelijke wet maatregelen covid-19 Utrechtse Bosbrandweer vereniging Universitair medisch centrum Utrecht Uitrusting, materieel & logistiek/technische dienst Verbindingscommandowagen Vergunningverlening & Advisering Veiligheidsinformatiecentrum Vereniging Nederlandse Gemeenten Vennootschapsbelasting Veiligheidsregio
Veiligheidsregio Utrecht Vergunningverlening, toezicht en Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Banenafspraak Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Werkkostenregeling Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren Waterongevallen Wet openbaarheid van bestuur Wet Normering Topinkomens Wet Veiligheidsregio’s Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s
Pagina
82