CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B3. Ontwerpbegroting 2024 geactualiseerde begroting 2023.pdf

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 12: Raadsvoorstel Zienswijze jaarrekening 2022, geactualiseerde begroting 2023 en ontwerpbegroting 2024 VRU (096733)28.489 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van veiligheidsregio’s. De Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien tot doel om samenwerkingsverbanden af te sluiten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. In oprichting: De rechtspositieregeling CAR-UWO schrijft voor dat wij als werkgever verantwoordelijk zijn voor het afsluiten van een ongevallenverzekeringen voor onze medewerkers. De VRU voldoet aan deze verplichting. Omdat verzekeraars de laatste jaren steeds meer beperkingen doorvoeren in hun verzekeringspakketten hebben de samenwerkende veiligheidsregio’s enkele jaren geleden het initiatief genomen om gezamenlijk aan de slag te gaan met het thema ‘Goed werkgeverschap na dienstongevallen’. De veiligheidsregio’s hebben landelijk afgesproken welke aanspraken we aan onze medewerkers bieden. Daarnaast is besloten om deze aanspraken in gezamenlijkheid te financieren in een mix van verzekeren en zelf/samen dragen. Dit wordt geïmplementeerd in de vorm van een tweetrapsraket: de oprichting van een Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (expertisebureau) en vervolgens de oprichting van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s.

De landelijke regeling met aanspraken dient als basis voor de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en het waarborgfonds. Het ontwerpbesluit voor de oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s is 6 februari 2023 behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur. Gemeenteraden worden nu in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op dit ontwerpbesluit. Op 19 juni 2023 brengt het dagelijks bestuur een advies uit ten aanzien van het oprichten van de stichting, met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen van de gemeenteraden. Afhankelijk van de uitkomst kan in het algemeen bestuur van 3 juli 2023 een definitief besluit genomen worden. De formele oprichting van de stichting volgt na afronding van de besluitvorming.

Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie. Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor

Pagina

53

rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen. Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten. Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen de directie Brandweerrepressie. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak.

Onderhoud van het materieel vindt plaats door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek.

Financiering Het wettelijke kader voor externe financiering is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Ons treasurybeleid ligt vast in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is op 7 november 2022 vastgesteld door het algemeen bestuur. Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: - Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) - De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) In tabel 28 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven9.

9 In het voorjaar van 2023 wordt nog externe financiering aangetrokken ten behoeve van de geplande investeringen in 2023.

Pagina

54

Tabel 28 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000

Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2023

Saldo 31-12-2024

Saldo 31-12-2025

Saldo 31-12-2026

Saldo 31-12-2027

17

13

10

7

3

-

371 387

318 331

265 275

212 218

159 162

106 106

BNG l eni ng 40.106325 BNG l eni ng 40.106326 Onderhandse lening Bank BNG

2.667 7.600 10.267

2.000 7.200 9.200

1.333 6.800 8.133

667 6.400 7.067

6.000 6.000

5.600 5.600

NWB Ba nk l eni ng NK/1-29713 NWB Ba nk l eni ng NK/1-30919 Lening Nederlandse Waterschapsbank

16.000 16.150 32.150

15.000 15.300 30.300

14.000 14.450 28.450

13.000 13.600 26.600

12.000 12.750 24.750

11.000 11.900 22.900

Totale vaste schulden

42.804

39.831

36.858

33.885

30.912

28.606

Type lening Leni ng UG975a 13-10-1997/30 jr 6,05% l i nea i r Leni ng UG9904c 14-07-1999/30 jr 5,43% l i nea i r Onderhandse lening Gemeente Amersfoort

Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte is voor de financiering van de nieuwe investeringen in 2023 en 2024 is in 2021 een nieuwe langlopende lening aangetrokken bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) met een aflossingstermijn van 20 jaar. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2023 en 2024. Risicobeheer Om de risico’s van het treasury beleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een: - Kasgeldlimiet - Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2024 bedraagt de limiet 8,2% van € 125,6 miljoen (omvang begroting) = € 10,3 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld. Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan.

De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen.

Pagina

55

Tabel 29 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet

2023

2024

2025

2026

2027

Norm % begrotingstotaal

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

10.304

9.404

9.441

9.420

9.405

Kasgeldlimiet

Renterisiconorm

De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven. In onderstaande tabel is het verwachte renterisico weergegeven. Tabel 30 Renterisiconorm Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm

2023

2024

2025

2026

2027

omvang begroti ng Renteri s i conorm (20% begroti ng) Afl os s i ngen van l eni ngen

125.661 25.132 2.973

114.681 22.936 5.723

115.135 23.027 5.723

114.878 22.976 5.723

114.696 22.939 5.056

Ruimte onder renterisiconorm

22.159

17.213

17.304

17.253

17.883

Tabel 31 Renteschema10

Verloop reserves Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2024 wordt voorzien11.

10 De rentelasten kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van het aantrekken van financiering

voor geplande investeringen in 2023. 11 De mutaties in reserves kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van saldoneutrale begrotingswijzigingen.

Pagina

56

Tabel 32 Reserves 2023 en 2024 Bedragen x € 1.000

Boekwaarde 31-12-2022

Resultaatbestemming 2022

Toevoeging 2023

Onttrekking 2023

Boekwaarde 31-12-2023

Toevoeging 2024

Onttrekking 2024

Boekwaarde 31-12-2024

Bedrijfsvoeringsreserve

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Algemene reserves

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Egalisatiereserve kapitaallasten

15.111

2.750

-

17.861

1.167

-

19.029

Egalisatiereserve FLO overgangsrecht

1.350

-

503

847

-

269

578

Egalisatiereserve tweede loopbaan

967

313

289

991

325

226

1.089

Ontwikkel- en egalisatiereserve

1.061

125

1.344

584

-

165

419

Bestemmingsreserve meldkamer

1.485

742

-

432

1.053

-

441

612

Bestemmingsreserve omgevingswet

77

-

47

30

-

-

30

Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel

1.052

-

1.052

-

-

-

-

Bestemmingsreserves

21.102

742

3.188

3.667

21.365

1.492

1.101

21.756

Totaal reserves

22.511

742

3.188

3.667

22.774

1.492

1.101

23.165

Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.6.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,2% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Via de egalisatiereserve kapitaallasten creëren we rust in de VRU-begroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen.

Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht De egalisatiereserve ‘FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLOovergangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is ‘tweede loopbaanbeleid’ geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. In de begroting is structureel budget beschikbaar voor de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks met deze reserve verrekend. Vanwege een vierjarig landelijk onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie, mede in het licht van het tweede loopbaanbeleid verwachten wij voor 2023 geen significante stijging van de kosten voor het tweede-loopbaanbeleid. Naast

Pagina

57

dekking van de directe kosten voor het tweede loopbaanbeleid wordt in 2023 eenmalig een bedrag van € 75K uit deze reserve onttrokken ter dekking van diagnostische onderzoeken en de behandeling PTSS (conform AB-besluit 27 maart 2023). Ontwikkel- en egalisatiereserve Het algemeen bestuur heeft bij aanvang van de vorige beleidsperiode een besluit genomen om een ontwikkel- en egalisatiereserve in te stellen die gevoed kan worden met positieve rekeningresultaten. De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om fluctuaties en (incidentele) verhogingen van de gemeentelijke bijdragen zoveel als mogelijk te voorkomen (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en in de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: - Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan/ de bestuursagenda of structurele efficiencyvoordelen te realiseren; - Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. De omvang van de reserve is maximaal € 1,8 miljoen en de looptijd van de reserve is bij instelling van de reserve gekoppeld aan de beleidsperiode 2020-2023.

Gelet op de ambities uit de nieuwe bestuursagenda en ontwikkelkoers voor de beleidsperiode 2024-2027 wordt voorgesteld om ook de komende jaren de ontwikkel- en egalisatiereserve in stand te houden. Hiermee kunnen we rust en stabiliteit in de begroting behouden en een verhoging van de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk voorkomen. Ook kunnen we hiermee de uitvoering van doorgeschoven activiteiten naar een volgend jaar waarborgen en mogelijk financiële ruimte creëren voor activiteiten die samenhangen met de bestuursagenda VRU 2024-2027. Spelregels ontwikkel- en egalisatiereserve Bij het instellen van de reserve zijn de volgende spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen: - De besteding van de middelen uit de reserve is uitsluitend voorbehouden voor aanwending gekoppeld aan de doelen van de reserve; - De onttrekking aan de reserve voor een in de begroting opgenomen incidentele (beleids)activiteit mag nooit meer bedragen dan het bedrag dat daadwerkelijk in een boekjaar is besteed; - Bij uitloop van een project, het doorschuiven van een project naar een volgend boekjaar, of in het geval van meerjarige projecten zal het niet bestede budget teruggestort worden in de egalisatiereserve voor besteding aan dat project in een volgend boekjaar; - De activiteiten die worden ondernomen met dekking uit deze ontwikkel- en egalisatiereserve zullen worden

gepland en beschreven in de begroting en verantwoord in de jaarstukken. - Bij de verantwoording via de jaarstukken wordt een apart overzicht opgesteld van de mutaties in de reserve, zodat de gemeenten jaarlijks in één oogopslag kunnen zien waar de middelen voor zijn ingezet of worden ingezet en wat de totale omvang van de reserve is per balansdatum. Mutaties ontwikkel- en egalisatiereserve

Pagina

58

Tabel 33 Inzet middelen ontwikkel- en egalisatiereserve Bedragen x € 1.000

Ontwikkel- en egalisatiereserve

2023

2024

Beginsaldo

1.061

584

Toevoeging rekeningresultaat 2022

742

-

Toevoegingen conform vastgestelde begroting

125

-

Verwacht saldo ontwikkel- en egalisatiereserve per 1-1

1.928

584

Onttrekkingen doorgeschoven activiteiten 2022 →2023

-662

-

Pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort'

-303

-

Calamiteitencoördinator (Caco)

-165

-165

Gefaseerde loonontwikkeling CAO 2021-2022

-203

Onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming

Pilot 'Geestelijke verzorging'

-11

-

Subtotaal onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming

-682

-165

-1.344

-165

Reservering voor o.a. vervolg Pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort'

-

-419

Totaal reservering

-

-419

584

-

Totaal onttrekkingen

Eindsaldo

Toevoeging resultaat 2022: Bij de jaarstukken 2022 wordt voorgesteld € 742K ten laste van het rekeningresultaat te storten in de ontwikkel- en egalisatiereserve. Hieronder volgt een toelichting op de voorgestelde besteding van de middelen uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. Onttrekking doorgeschoven activiteiten 2022 → 2023: Een aantal activiteiten die volgens de begroting in 2022 gepland waren kennen in de realisatie een doorloop naar 2023. Dit betreft een aantal ICT-projecten, de vertraagde uitlevering van beschermende middelen en het gezamenlijke project om met de gemeenten visie op de huisvesting te ontwikkelen. De doorschuif van deze activiteiten (€ 0,66 miljoen) hangt samen met de toevoeging van het rekeningresultaat van 2022 aan de ontwikkel- en egalisatiereserve. In het kader van paraatheid wordt een reservering opgenomen voor het structureel verbeteren van de dekking in Amersfoort op basis van de uitgevoerde pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort’.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te

Pagina

59

worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 4.6.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2023 € 0,63 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen (zie tabel 34). Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2023 groter dan 1 (2,2). Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van de implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijke) programma ‘Toekomstbestendige brandweer’ in de voorliggende begroting voor 2023 als pmpost is opgenomen, omdat het risico nog niet kwantificeerbaar is. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties via een begrotingswijziging voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten. Tabel 34 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

2023

2024

Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari

1.409

1.409

Totaal weerstandscapaciteit

1.409

1.409

Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de begroting. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 35 Risico-inventarisatie Bedragen in € 1.000

Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijke) programma ‘Toekomstbestendige brandweer’ Overige (onvoorziene) exploitatierisico's

Totaal

Effect

Kans

Bedrag risico

200-500 pm

25%

22

25%

pm 612

634

Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan

Pagina

60

geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen.

Het risico voor 2023 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 januari 2024). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2023/ 2024 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. Implementatie bouwsteen 1 (verplichtend karakter) toekomstbestendige brandweer Omschrijving risico Het Veiligheidsberaad heeft een vervolg gegeven aan het dossier vrijwilligheid door het inrichten van de ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment.

Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de implementatie van bouwsteen1 (verplichtend karakter) op basis van de genoemde uitwerkingen van de

Pagina

61

stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. Het landelijke plan van aanpak voor het onderwerp ‘verplichtend karakter’ wordt in 2023 verwacht. Op het moment dat dit plan beschikbaar komt gaan we dit vertalen naar de specifieke situatie in onze regio. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele meerkosten door het rijk (als stelselverantwoordelijke) worden betaald. Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten (exclusief dotatie reserves). Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie.

De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.

Pagina

62

Tabel 36 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves)

Rekening 2022

Netto schuldquote Actualisatie 2023

Begroting 2024

42.804 6.834 12.809 29.856 424 4.094 111.164

82.641 5.000 12.500 35.037 500 2.000 121.994

74.108 5.000 12.500 28.139 500 2.000 113.580

25,3%

51,3%

53,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Rekening 2022 Actualisatie 2023 Begroting 2024 42.804 6.834 12.809 91 29.856 424 4.094 111.164

82.641 5.000 12.500 57 35.037 500 2.000 121.994

74.108 5.000 12.500 23 28.139 500 2.000 113.580

25,2%

51,3%

53,7%

Rekening 2022

Actualisatie 2023

Begroting 2024

A Eigen vermogen (cf.art.42 BBV) B Balanstotaal

23.252 85.785

22.774 120.234

23.165 114.945

Solvabiliteit (A/B) x 100%

27,1%

18,9%

20,2%

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Bedragen x € 1.000 Omschrijving A B C D E

Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

Structurele exploitatieruimte Rekening 2022 Actualisatie 2023 Begroting 2024 103.925 103.778 111.164

111.939 111.939 313 313 121.994

115.139 115.139 325 325 113.580

-0,1%

0,0%

0,0%

Pagina

63

5

Financiële begroting – baten en lasten 2023 & 2024 De in het programmaplan opgenomen programmaonderdelen vormen tezamen het begrotingsprogramma Veiligheidsregio Utrecht.

Baten en lasten per categorie Tabel 37 Baten en lasten per categorie Bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Cat.

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

LASTEN L1

Personele kosten

83.088

80.539

93.597

88.578

L2

Kapitaallasten

6.695

12.081

6.945

10.131

L3

Materiële kosten

19.046

13.431

21.930

14.480

Totaal Lasten

108.830

106.051

122.473

113.189

BATEN B1

Bijdragen en vergoedingen gemeenten

89.631

91.749

96.860

100.796

B2

Rijksbijdrage

19.719

9.718

24.709

12.387

B3

Overige baten

1.815

394

424

398

Totaal Baten

111.164

101.861

121.994

113.580

Saldo van baten en lasten

2.334

-4.190

-479

391

R1

Storting reserves

5.519

522

3.188

1.492

R2

Onttrekking reserves

3.926

4.712

3.667

1.101

742

-

-

-

Resultaat

De volgende mutaties zijn verwerkt: Mutaties met effect op de gemeentelijke bijdragen (zie paragraaf 2.3): - Toepassing financieel kader (zie paragraaf 2.1) - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 2.2.2) Mutaties zonder effect op de gemeentelijke bijdragen: - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 2.2.1) - Mutaties in de reserves - Overige technische saldoneutrale mutaties binnen en tussen categorieën

Overzicht van baten en lasten Op basis van artikel 17 van het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) is in de financiële begroting het volgende overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de kosten van overhead apart inzichtelijk worden gemaakt.

Pagina

64

Tabel 38 Overzicht baten en lasten per programma Bedragen x € 1000

Rekening 2022

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Overzicht van baten en lasten

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

Veiligheidsregio Utrecht

86.296

110.538

24.242

94.937

121.893

26.955

86.104

113.580

27.476

Overhead

22.534 108.830

626 111.164

-21.908

27.536 122.473

101 121.994

-27.435 -479

27.085 113.189

113.580

-27.085

2.334

Saldo van baten en lasten

391

Mutaties in reserves

lasten

baten

saldo

dotatie

onttrekking

saldo

dotatie

onttrekking

saldo

Veiligheidsregio Utrecht

4.566

3.258

-1.308

3.188

3.675

487

1.492

1.016

-476

Overhead

953 5.519

668 3.926

-285

-8 3.667

-8

-1.593

3.188

479

1.492

85 1.101

-391

114.349

115.090

742

125.661

125.661

-

114.681

114.681

-

Saldo mutaties in reserves Totaal

Incidentele baten en lasten Tabel 39 Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000

Financieel effect GBTP Begroting 2023 Actualisatie 2023

Begroting 2024

Incidentele baten en lasten Invoering omgevingswet (1) Subtotaal incidentale baten en lasten via bijdrage GBTP Meldkamer (2)

-

47 47

-441

704

-432

-1.052

-1.052

CAO 2021-2022 (4)

-203

-203

Totaal incidentele baten en lasten

-551

-1.640

Hervorming OMS-stelsel (3)

-441

1) Doorgeschoven uit 2022 2) Dotatie en onttrekking incidentele bijdragen derden 3) Incidentele dekking tot en met 2023 4) Incidentele dekking structurele mutatie m.i.v. 1-4-2022

Pagina

65

85

6

Financiële begroting – meerjarenraming 2024-2027 Meerjarenraming 2024-2027 Tabel 40 Meerjarenraming 2024-2027 Bedragen x € 1.000

Cat.

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

LASTEN L1

Personele kosten

88.578

87.386

87.054

86.951

L2

Kapitaallasten

10.131

12.872

12.872

12.872

L3

Materiële kosten

14.480

14.551

14.549

14.549

Totaal Lasten

113.189

114.810

114.475

114.372

BATEN B1

Bijdragen en vergoedingen gemeenten

100.796

100.384

100.384

100.384

B2

Rijksbijdrage

12.387

12.387

12.387

12.387

B3

Overige baten

398

408

289

289

Totaal Baten

113.580

113.179

113.060

113.060

391

-1.631

-1.415

-1.312

Saldo van baten en lasten R1

Storting reserves

1.492

325

403

325

R2

Onttrekking reserves

1.101

1.956

1.818

1.636

-

-

-

-

Resultaat

Pagina

66

Stand en meerjarig verloop reserves Tabel 41 Meerjarig verloop reserves12 Bedragen x € 1.000

Boekwaarde 31-12-2022

Resultaatbestemming 2022

Toevoeging 2023

Onttrekking 2023

Boekwaarde 31-12-2023

Toevoeging 2024

Onttrekking 2024

Boekwaarde 31-12-2024

Toevoeging 2025

Onttrekking 2025

Boekwaarde 31-12-2025

Toevoeging 2026

Onttrekking 2026

Boekwaarde 31-12-2026

Toevoeging 2027

Onttrekking 2027

Boekwaarde 31-12-2027

Bedrijfsvoeringsreserve

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Algemene reserves

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Egalisatiereserve kapitaallasten

15.111

2.750

-

17.861

1.167

-

19.029

-

1.592

17.436

-

1.592

15.844

-

1.592

14.252

Egalisatiereserve FLO overgangsrecht

1.350

-

503

847

-

269

578

-

26

552

78

-

631

Egalisatiereserve tweede loopbaan

967

313

289

991

325

226

1.089

325

226

1.188

325

226

1.286

742

18

613

325

26

1.585

Ontwikkel- en egalisatiereserve

1.061

125

1.344

584

-

165

419

-

-

419

-

-

419

-

-

419

Bestemmingsreserve meldkamer

1.485

-

432

1.053

-

441

612

-

112

500

-

-

500

-

-

500

Bestemmingsreserve omgevingswet

77

-

47

30

-

-

30

-

-

30

-

-

30

-

-

30

Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel

1.052

-

1.052

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Bestemmingsreserves

21.102

742

3.188

3.667

21.365

1.492

1.101

21.756

325

1.956

20.125

403

1.818

18.709

325

1.636

17.398

Totaal reserves

22.511

742

3.188

3.667

22.774

1.492

1.101

23.165

325

1.956

21.534

403

1.818

20.118

325

1.636

18.807

Gemeentelijke bijdrage 2024-2027 In tabel 42 zijn de mutaties opgenomen die een effect hebben op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP). Tabel 42 Mutaties gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2024-2027 Bedragen x € 1.000

Bijdrage GBTP

2024

2025

2026

2027

Bi jdra ge GBTP va s tges tel de begroti ng 2023

89.744

89.744

89.744

89.744

Fi na nci eel ka der begroti ng 2024

8.605

8.605

8.605

8.605

Bel ei ds ontwi kkel i ngen begroti ng 2024

-1.002

-1.002

-1.002

-1.002

Bijdrage GBTP begroting 2024

97.347

97.347

97.347

97.347

12 De mutaties in reserves kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van saldoneutrale begrotingswijzigingen.

Tabel 43 meerjarenraming opgenomen voor de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket en vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket13 Bedragen x € 1.000

Gemeente

GBTP 2024

IGPP 2024

Bijdrage 2024

GBTP 2025

IGPP 2025

Bijdrage 2025

GBTP 2026

IGPP 2026

Bijdrage 2026

GBTP 2027

IGPP 2027

Bijdrage 2027

Amersfoort

10.956

507

11.463

10.956

507

11.463

10.956

507

11.463

10.956

507

11.463

Baarn

1.863

27

1.890

1.863

27

1.890

1.863

27

1.890

1.863

27

1.890

Bunnik

1.079

-

1.079

1.079

-

1.079

1.079

-

1.079

1.079

-

1.079

Bunschoten

1.285

21

1.306

1.285

21

1.306

1.285

21

1.306

1.285

21

1.306

De Bilt

3.179

-

3.179

3.179

-

3.179

3.179

-

3.179

3.179

-

3.179

De Ronde Venen

3.081

-

3.081

3.081

-

3.081

3.081

-

3.081

3.081

-

3.081

Eemnes

660

33

693

660

33

693

660

33

693

660

33

693

Houten

2.739

63

2.802

2.739

62

2.801

2.739

61

2.801

2.739

61

2.800

IJsselstein

1.964

17

1.981

1.964

17

1.981

1.964

17

1.981

1.964

17

1.981

Leusden

1.937

-

1.937

1.937

-

1.937

1.937

-

1.937

1.937

-

1.937

Lopik

916

-

916

916

-

916

916

-

916

916

-

916

Montfoort

924

-

924

924

-

924

924

-

924

924

-

924

Nieuwegein

4.084

-

4.084

4.084

-

4.084

4.084

-

4.084

4.084

-

4.084

Oudewater

685

21

706

685

21

706

685

21

706

685

21

706

Renswoude

386

-

386

386

-

386

386

-

386

386

-

386

Rhenen

1.332

-

1.332

1.332

-

1.332

1.332

-

1.332

1.332

-

1.332

Soest

3.169

85

3.254

3.169

85

3.254

3.169

85

3.254

3.169

85

3.254

Stichtse Vecht

4.595

-

4.595

4.595

-

4.595

4.595

-

4.595

4.595

-

4.595

Utrecht

30.750

1.091

31.840

30.750

689

31.439

30.750

689

31.439

30.750

689

31.439

Utrechtse Heuvelrug

3.691

104

3.794

3.691

102

3.793

3.691

101

3.792

3.691

100

3.791

Veenendaal

3.610

72

3.682

3.610

64

3.675

3.610

64

3.675

3.610

64

3.675

Vijfheerenlanden

3.822

166

3.988

3.822

166

3.988

3.822

166

3.988

3.822

166

3.988

Wijk bij Duurstede

1.692

10

1.702

1.692

10

1.702

1.692

10

1.702

1.692

10

1.702

Woerden

3.495

155

3.649

3.495

155

3.649

3.495

155

3.649

3.495

155

3.649

829

-

829

829

-

829

829

-

829

829

-

829

Zeist

4.624

1.078

5.702

4.624

1.078

5.702

4.624

1.078

5.702

4.624

1.078

5.702

Totaal

97.347

3.448

100.796

97.347

3.037

100.384

97.347

3.035

100.383

97.347

3.033

100.381

Woudenberg

13 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) gaat met betrekking tot de looncomponent nog iets wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de

doorwerking van de cao 2023. In de begroting 2024 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +3,9%.

Pagina

68

7

Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans Tabel 44 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1.000

Geprognosticeerde balans

Gerealiseerd

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

31-12-22

31-12-23

31-12-24

31-12-25

31-12-26

31-12-27

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa:

51.321

82.641

84.284

86.608

83.060

82.998

Financiële vaste activa:

91

57

23

-

-

-

29.856

35.037

28.139

18.527

14.978

8.716

Liquide middelen:

424

500

500

500

500

500

Overlopende activa:

4.094

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal activa

85.785

120.234

114.945

107.635

100.539

94.214

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:

Bedragen x € 1.000

Geprognosticeerde balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve:

Gerealiseerd

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

31-12-22

31-12-23

31-12-24

31-12-25

31-12-26

31-12-27

1.409

1.409

1.409

1.409

1.409

1.409

21.102 742 23.252

21.365 22.774

21.756 23.165

20.125 21.534

18.709 20.118

17.398 18.807

86

129

172

215

258

301

Langlopende schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar:

42.804

79.831

74.108

68.385

62.662

57.606

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:

6.834

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Overlopende passiva:

12.809

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

Totaal passiva

85.785

120.234

114.945

107.635

100.539

94.214

Bestemmingsreserves: Gerealiseerde resultaat:

Voorzieningen

Toelichting: De ramingen van de materiële vaste activa en de langlopende schulden zijn ontleend aan de meerjareninvesteringsplanning en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte. De VRU heeft alleen investeringen met economisch nut, geen investeringen met maatschappelijk nut. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de investeringskredieten voor 2023 en 2024. Het verloop van het eigen vermogen is ontleend aan de staat van reserves (zie paragraaf 6.2). De kortlopende activa en passiva worden constant verondersteld.

EMU-saldo In de begroting moet volgens artikel 20 lid 1c van het BBV ook het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar worden opgenomen. Het EMU-saldo is van belang voor de berekening van het totale begrotingstekort of –overschot van de Nederlandse overheid. Het EMU-saldo wordt als volgt berekend: de som van de mutaties van de vaste en vlottende financiële activa minus de som van de mutaties van de vaste en vlottende schuld (bron BBV). De geraamde EMU-saldi voor 2023, 2024 en 2025 zijn als volgt: Tabel 45 EMU-saldo Bedragen x € 1.000

EMU-saldo

2023

2024

2025

-34.918

5.689

5.700

Het negatieve EMU-saldo in 2023 wordt veroorzaakt door de (geplande) financiering van de investeringen in 2023 die vanaf 2024 geactiveerd worden (toename vaste schulden in 2023).

Pagina

70

Bijlage 1 Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) Tabel 46 Bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket t.o.v. begroting 2023 en kadernota 2024 Bedragen x € 1.000 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Begroting Actualisatie Kadernota Begroting 2023 (A) 2023 (B) 2024 (C) 2024 (D) Gemeente

Amersfoort

10.189

10.516

10.837

10.956

Baarn

1.587

1.791

1.844

1.863

Bunnik

967

1.038

1.068

1.079

Bunschoten

1.162

1.235

1.272

1.285

De Bilt

2.713

3.059

3.146

3.179

De Ronde Venen

2.697

2.965

3.049

3.081

Eemnes

583

635

653

660

Houten

2.409

2.617

2.706

2.739

IJsselstein

1.775

1.879

1.941

1.964

Leusden

1.684

1.860

1.916

1.937

Lopik

897

883

907

916

Montfoort

838

890

915

924

Nieuwegein

3.884

3.913

4.038

4.084

Oudewater

599

659

678

685

Renswoude

369

372

382

386

Rhenen

1.188

1.280

1.317

1.332

Soest

2.750

3.046

3.135

3.169

Stichtse Vecht

3.951

4.423

4.548

4.595

Utrecht

28.741

29.531

30.419

30.750

Utrechtse Heuvelrug

3.161

3.555

3.654

3.691

Veenendaal

3.302

3.434

3.563

3.610

Vijfheerenlanden

3.580

3.682

3.784

3.822

Wijk bij Duurstede

1.438

1.629

1.675

1.692

Woerden

3.092

3.358

3.458

3.495

Woudenberg

721

798

821

829

Zeist

4.212

4.443

4.575

4.624

Totaal

88.489

93.491

96.301

97.347

De letters tussen haken in de kopjes van tabel 46 corresponderen met de letters tussen haken in tabel 47 en tabel 48. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling (actualisatie) van de gemeentelijke bijdrage 2023 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de begroting 2023.

Pagina

71

Tabel 47 Bijstelling (actualisatie) bijdrage GBTP 2023 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023

De geactualiseerde begroting 2023 is gebaseerd op de begroting 2023 die op 4 juli 2022 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Naast de reguliere bijstelling van de loon- en prijsaanpassing (die overeenkomt met de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds) is het financieel effect van het principe-akkoord cao 2023 verwerkt en toegevoegd aan de stelpost loonontwikkeling. Daarnaast is het voordeel van de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage BDuR in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket 2023 met € 5.002K ten opzichte van de primaire begroting 2023. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling van de begroting 2024 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de kadernota 2024. Tabel 48 Bijstelling bijdrage GBTP 2024 ten opzichte van de kadernota 2024 Bedragen x € 1.000

Structureel

Incidenteel

Totaal

96.301

-

96.301

2.048 2.048

-

2.048

-1.002 -1.002

-

-1.002

Subtotaal mutaties beleidsontwikkelingen 2024 Totaal mutatie bijdrage GBTP begroting 2024

1.046

-

1.046

Bijdrage GBTP begroting 2024

97.347

-

97.347

Mutatie bijdrage GBTP 2024 t.o.v. kadernota 2024 Bijdrage GBTP kadernota 2024

(C)

Mutaties financieel kader 2024 Mutatie loonaanpassing o.b.v. principe-akkoord cao 2023 Subtotaal mutaties financieel kader 2024

2.048

Mutaties beleidsontwikkelingen 2024 Invulling 'OMS-taakstelling' a.g.v. wegvallen OMS-opbrengsten

-1.002

(D)

De structurele gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket voor 2024 stijgt per saldo met € 1.046K ten opzichte van de kadernota 2024 als gevolg van de doorwerking van het principe-akkoord cao 2023 (+ € 2.048K) en het opvangen van de weggevallen OMS-gelden binnen de bestaande begroting (-/- € 1.002).

Pagina

72

Bijlage 2: Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente Tabel 49 Bijdrage en vergoeding per gemeente Bedragen x € 1.000

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Gemeente

GBTP 2023

IGPP 2023

Bijdrage 2023

GBTP 2023a

IGPP 2023a

Bijdrage 2023a

GBTP 2024

IGPP 2024

Bijdrage 2024

Amersfoort

10.189

473

10.662

10.516

494

11.009

10.956

507

11.463

Baarn

1.587

25

1.612

1.791

26

1.817

1.863

27

1.890

Bunnik

967

-

967

1.038

-

1.038

1.079

-

1.079

Bunschoten

1.162

20

1.181

1.235

20

1.256

1.285

21

1.306

De Bilt

2.713

-

2.713

3.059

-

3.059

3.179

-

3.179

De Ronde Venen

2.697

-

2.697

2.965

-

2.965

3.081

-

3.081

Eemnes

583

40

623

635

32

667

660

33

693

Houten

2.409

63

2.473

2.617

67

2.684

2.739

63

2.802

IJsselstein

1.775

16

1.792

1.879

17

1.896

1.964

17

1.981

Leusden

1.684

-

1.684

1.860

-

1.860

1.937

-

1.937

Lopik

897

-

897

883

-

883

916

-

916

Montfoort

838

-

838

890

-

890

924

-

924

Nieuwegein

3.884

-

3.884

3.913

-

3.913

4.084

-

4.084

Oudewater

599

20

619

659

21

680

685

21

706

Renswoude

369

-

369

372

-

372

386

-

386

Rhenen

1.188

-

1.188

1.280

-

1.280

1.332

-

1.332

Soest

2.750

79

2.829

3.046

82

3.128

3.169

85

3.254

Stichtse Vecht

3.951

-

3.951

4.423

-

4.423

4.595

-

4.595

Utrecht

28.741

1.021

29.762

29.531

1.058

30.589

30.750

1.091

31.840

Utrechtse Heuvelrug

3.161

102

3.263

3.555

103

3.658

3.691

104

3.794

Veenendaal

3.302

71

3.372

3.434

73

3.507

3.610

72

3.682

Vijfheerenlanden

3.580

164

3.744

3.682

165

3.847

3.822

166

3.988

Wijk bij Duurstede

1.438

84

1.522

1.629

10

1.639

1.692

10

1.702

Woerden

3.092

144

3.237

3.358

150

3.509

3.495

155

3.649

721

-

721

798

-

798

829

-

829

Zeist

4.212

937

5.149

4.443

1.052

5.494

4.624

1.078

5.702

Totaal

88.489

3.259

91.749

93.491

3.369

96.860

97.347

3.448

100.796

Woudenberg

Pagina

73

Bijlage 3: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2024-2027 Tabel 50 Bedragen x € 1.000

Gemeente

Bijdrage GBTP Begroting 2024

Bijdrage GBTP Begroting 2025

Bijdrage GBTP Begroting 2026

Bijdrage GBTP Begroting 2027

Amersfoort

10.956

10.956

10.956

10.956

Baarn

1.863

1.863

1.863

1.863

Bunnik

1.079

1.079

1.079

1.079

Bunschoten

1.285

1.285

1.285

1.285

De Bilt

3.179

3.179

3.179

3.179

De Ronde Venen

3.081

3.081

3.081

3.081

Eemnes

660

660

660

660

Houten

2.739

2.739

2.739

2.739

IJsselstein

1.964

1.964

1.964

1.964

Leusden

1.937

1.937

1.937

1.937

Lopik

916

916

916

916

Montfoort

924

924

924

924

Nieuwegein

4.084

4.084

4.084

4.084

Oudewater

685

685

685

685

Renswoude

386

386

386

386

Rhenen

1.332

1.332

1.332

1.332

Soest

3.169

3.169

3.169

3.169

Stichtse Vecht

4.595

4.595

4.595

4.595

Utrecht

30.750

30.750

30.750

30.750

Utrechtse Heuvelrug

3.691

3.691

3.691

3.691

Veenendaal

3.610

3.610

3.610

3.610

Vijfheerenlanden

3.822

3.822

3.822

3.822

Wijk bij Duurstede

1.692

1.692

1.692

1.692

Woerden

3.495

3.495

3.495

3.495

829

829

829

829

Zeist

4.624

4.624

4.624

4.624

Totaal

97.347

97.347

97.347

97.347

Woudenberg

Pagina

74

Bijlage 4: Baten en lasten per taakveld Tabel 51 Bedragen x € 1000

Taakvelden volgens BBV 0. 0.1 0.4 0.5 0.8 0.9 0.10 1. 1.1 8. 8.3 Totaal

Bestuur en ondersteuning Bestuur Overhead Treasury Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Mutaties in reserves Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Wonen en bouwen

Rekening 2022 lasten

Actualisatie 2023

baten

lasten

Begroting 2024

baten

lasten

baten

237 24.644 -12 259 9 5.519

749 5 3.926

220 27.536 2.994 3.188

101 3.667

227 27.085 2.741 1.492

1.101

81.406

110.310

89.347

121.869

80.668

113.556

2.287

101

2.376

24

2.468

24

114.349

115.092

125.661

125.661

114.681

114.681

Pagina

75

Bijlage 5: Tarieventabel 2023 en 2024 Op grond van artikel 8 Financiële verordening moeten de prijzen van goederen en diensten van het openbaar lichaam in de begroting worden opgenomen. Deze bijlage bevat de tarieven zoals die gelden voor dienstverlening aan derden in 2023 en 2024. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 52 Tarieventabel 2023 en 2024 Bedragen x €1

Tarieventabel Veiligheidsregio Utrecht

Nr.

Omschrijving

1.

Inzet van personeel en materieel

Eenheid

Tarief 2023*

Tarief 2023a*

Tarief 2024*

1.1 1.1.1

Inzet operationeel personeel Inzet opera ti oneel pers oneel voor opera ti onel e Per uur, per pers oon werkza a mheden (gemi ddel d uurta ri ef bezetti ng)

1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4

Inzet van materieel Ta nka utos pui t Redvoertui g Autol a dder/Hoogwerker Groot ma teri eel Kl ei n ma teri eel

50,55

53,13

55,20

Per uur Per uur Per uur Per uur

211,50 322,06 108,86 36,97

221,46 337,23 113,99 38,71

227,00 345,66 116,84 39,68

2.

Overige dienstverlening

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4

Ademlucht Rei ni gen en tes ten Pa nts er Rei ni gen en tes ten gel a a ts s tuk Ci l i nder Hervul l en Keuren a deml uchtci l i nder

Per s tuk Per s tuk Per s tuk Per s tuk

23,40 17,54 10,67 52,78

24,50 18,36 11,18 55,27

25,11 18,82 11,46 56,65

2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9

Inzet niet operationeel personeel*** Medewerker I Medewerker II Medewerker III Medewerker IV Medewerker V Medewerker VI Medewerker VII Medewerker VIII Medewerker IX

Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon

113,01 106,66 100,33 94,25 88,17 79,39 70,21 61,87 56,37

118,78 112,10 105,45 99,06 92,66 83,44 73,79 65,03 59,24

123,41 116,47 109,56 102,92 96,28 86,69 76,67 67,56 61,55

2.3 2.3.1

Deelname VRU-opleiding Deel na me VRU-opl ei di ng externe

Per deel nemer per curs us . Meerkos ten worden i n rekeni ng gebra cht**

pm

pm

pm

2.4 2.4.1

Openbaar Meld Systeem Conces s i evergoedi ng

per s tuk

-

-

-

2.5 2.5.1

Overig Werkza a mheden ui tgevoerd door derden

2.5.2

Sta l l i ngs kos ten

233,00

235,33

237,68

Gefa ctureerde kos ten l evera nci er** per m2

* Ta ri even zi jn opgenomen zonder omzetbel a s ti ng (BTW). ** Werkel i jke kos ten pl us ops l a g ha ndel i ngs fee (2%) *** Bi j i nzet ni et-opera ti oneel pers oneel voor deta cheri ng gel dt geen overhea dta ri ef ma a r wel de ha ndl i ngs fee a 2%

Pagina

76

Bijlage 6: Vergoedingentabel 2023 en 2024 De vergoedingen voor het IGPP zoals opgenomen in paragraaf zijn gebaseerd op onderstaande tarieven voor 2023 en 2024. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 53 Vergoedingentabel 2023 en 2024 Bedragen x €1.000

Nr.

Vergoedingentabel VRU IGPP 2023-2024 Omschrijving

1.

Personeel en materieel

1.1 1.1.1

Inzet operationeel personeel* Inzet operationeel personeel hulpverlening

1.2 1.2.1 1.2.2

1.2.3 1.2.4

Inzet niet-operationeel personeel* Postcommandant Vrijwilligersvergoeding postcommandant: Postcommandant A Postcommandant B Tunneladviseur Medewerker Risicobeheersing**

1.3 1.3.1 1.3.1 1.3.2 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.3.8

Inzet van materieel Tankautospuit: exploitatielasten Tankautospuit: kapitaallasten Personeel Materieel voertuig: exploitatielasten Personeel Materieel voertuig: kapitaallasten Motorspuitaanhanger Bergingsvoertuig Haakarmvoertuig: exploitatielasten Haakarmvoertuig: kapitaallasten Voertuig bestrijding olievlekken Aanhanger noodstroom Scooter:exploitatielasten Scooter:kapitaallasten

2.

Gebouwen

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5

Beheerpakketten repressieve huisvesting Vastgoedbeheer tactisch Vastgoedbeheer operationeel Energie en Water Schoonmaak compleet Gezondheid en Veiligheid

Eenheid

Tarief 2023

Tarief 2023a

Tarief 2024

persoon per jaar

68.454

71.935

74.706

0,2 fte (270 uur)

19.743

20.749

21.558

persoon per jaar persoon per jaar 0,2 fte (270 uur) persoon per jaar

4.592 5.098 22.512 werkelijke lasten

4.876 5.413 23.573 werkelijke lasten

5.066 5.624 24.162 werkelijke lasten

stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk

11.253 werkelijke lasten 3.749 werkelijke lasten 2.407 9.175 9.175 werkelijke lasten 3.749 4.769 1.126 werkelijke lasten

11.783 werkelijke lasten 3.926 werkelijke lasten 2.521 9.607 9.607 werkelijke lasten 3.926 4.994 1.179 werkelijke lasten

12.078 werkelijke lasten 4.024 werkelijke lasten 2.584 9.847 9.847 werkelijke lasten 4.024 5.118 1.209 werkelijke lasten

kazerne kazerne kazerne kazerne kazerne

werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten werkelijke lasten

2.2 2.2.1 2.2.2

Eigenaarslasten kazernes in eigendom VRU kapitaallasten: rente en afschrijving kazerne overige eigenaarslasten (gem. heffingen,verzekeringen) kazerne

werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten

werkelijke lasten werkelijke lasten

3.

Overige plustaken

3.1

Werkzaamheden uitgevoerd door derden

3.2

Overige taken

Gefactureerde kosten leverancier +2% handelingsfee werkelijke lasten

Gefactureerde kosten leverancier +2% handelingsfee werkelijke lasten

Gefactureerde kosten leverancier +2% handelingsfee werkelijke lasten

*De tarieven voor personeel (in loondienst en vrijwilligersvergoedingen) kunnen nog iets wijzigen ten opzichte van de raming die nu is opgenomen als gevolg van de uitwerking van het principeakkoord cao 2023. **Voor elke gemeente is in overleg met de gemeente een jaarplan opgesteld, met daarin vastgelegd de activiteiten die Risicobeheersing dat jaar gaat uitvoeren. Met de gemeente wordt tijdens het jaar de voortgang van de uitvoering van het jaarplan gemonitord, zowel op productie als – daarmee samenhangend- de ingezette capaciteit. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kan er, binnen de beschikbare capaciteit, een herprioritering van de jaarplanactiviteiten plaatsvinden, wat leidt tot nieuwe jaarplanafspraken tussen de VRU en de gemeente. Daar waar sprake is van een vraag van de gemeente die leidt tot extra benodigde capaciteit (bovenop de binnen de voor die gemeente beschikbare capaciteit), dan maakt de VRU de afweging. Mogelijk kunnen de werkzaamheden alsnog worden uitgevoerd zonder inhuur. Dit is in principe alleen mogelijk als er werkzaamheden bij andere gemeenten wegvallen en er dus restcapaciteit beschikbaar is. Indien de VRU hiervoor moet gaan inhuren wordt een aanvullende afspraak vastgelegd, gebaseerd op een offerte waarin de werkelijke kosten zijn opgenomen.

Pagina

77

Bijlage 7: Compensatiebedragen Jaarlijks wordt het te compenseren nadeel berekend in het financieringsmodel. In de berekening van de compensatiebedragen per gemeente zijn de volgende compensatiebedragen per gemeente opgenomen: Tabel 54 Compensatiebedragen 2023 en 2024 per gemeente Bedragen x €1.000

Gemeente

Compensatie 2023

Compensatie 2024

Amersfoort

158

158

Baarn

-37

-37

Bunnik

-42

-42

Bunschoten

-28

-28

De Bilt

-157

-157

De Ronde Venen

-142

-142

Eemnes

-35

-35

Houten

341

341

IJsselstein

175

175

Leusden

-3

-3

Lopik

-73

-73

Montfoort

-61

-61

Nieuwegein

228

228

Oudewater

-39

-39

Renswoude

-32

-32

Rhenen

-24

-24

Soest

-61

-61

Stichtse Vecht

-249

-249

Utrecht Utrechtse Heuvelrug

-0

-0

-254

-254

Veenendaal

845

845

Vijfheerenlanden

-267

-267

Wijk bij Duurstede

-108

-108

Woerden

-49

-49

Woudenberg

-42

-42

Zeist

-47

-47

Totaal

-

-

Pagina

78

Bijlage 8: Verdelingsgrondslag gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) Tabel 55 Verdelingsgrondslag van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP): bedragen gemeentefonds voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding (B&R) per gemeente Bedragen x € 1.000

Gemeente

Bedrag subcluster Brandweer en Rampenbestrijding 2022 2023 % 2023 (SC 2021) (SC 2021) mutatie (SC 2022)

2024 (SC 2022)

Amersfoort

11.752

11.882

8,2%

12.860

13.563

Baarn

1.799

1.819

16,2%

2.113

2.229

Bunnik

1.101

1.112

7,9%

1.200

1.265

Bunschoten

1.332

1.348

7,9%

1.454

1.534

De Bilt

3.041

3.073

13,8%

3.496

3.687

De Ronde Venen

3.078

3.112

9,3%

3.401

3.587

Eemnes

649

656

10,4%

724

764

Houten

3.187

3.222

10,6%

3.564

3.759

IJsselstein

2.098

2.121

16,7%

2.475

2.611

Leusden

1.984

2.006

11,6%

2.238

2.360

Lopik

993

1.004

-2,8%

976

1.029

Montfoort

926

936

6,7%

999

1.054

Nieuwegein

4.710

4.763

4,7%

4.990

5.262

Oudewater

660

667

12,1%

748

789

Renswoude

403

408

0,5%

410

432

Rhenen

1.376

1.390

8,9%

1.513

1.596

Soest

3.108

3.143

14,4%

3.596

3.793

Stichtse Vecht

4.416

4.462

12,7%

5.028

5.303

Utrecht

35.058

35.433

0,4%

35.580

37.525

Utrechtse Heuvelrug

3.494

3.532

12,6%

3.977

4.195

Veenendaal

4.745

4.797

7,5%

5.156

5.437

Vijfheerenlanden

3.851

3.893

5,7%

4.114

4.339

Wijk bij Duurstede

1.593

1.609

13,9%

1.833

1.933

Woerden

3.559

3.598

10,8%

3.987

4.205

804

813

12,2%

911

961

Zeist

4.761

4.814

10,0%

5.296

5.586

Totaal

104.478

105.611

6,7%

112.640

118.796

Woudenberg

Bij de decembercirculaire 2022 van het gemeentefonds is gebleken dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een fout heeft gemaakt in de septembercirculaire 2022 bij de berekening van de uitkeringsfactoren vanaf 2023. Hierdoor zijn de uitkomsten van het objectieve budget voor het subcluster B&R vanaf uitkeringsjaar 2023 te hoog berekend. De totale omvang voor de VRU bedraagt in 2023 hierdoor niet € 113,3 mln. euro maar € 112,6 mln. euro. In voorliggende ontwerpbegroting van de VRU is dit aangepast. De relatieve verhoudingen tussen de gemeenten veranderen hierdoor niet maar de hoogte van de uitkering is wel gewijzigd. Opgemerkt wordt dat de begroting van gemeenten ten aanzien van de brandweer en rampenbestrijding naast de bijdrage aan de VRU ook bestaat uit andere kosten zoals de huisvestingskosten voor de brandweerposten (voor zover dit niet via het individueel gemeentelijk pluspakket bij de VRU wordt afgenomen), de kosten voor de gemeentelijke crisisbeheersing en de bluswatervoorziening.

Pagina

79

Bijlage 9: Investeringen 2023-2024 Tabel 56 Investeringen 2023 en 202414

2023

2023a

2024

Voertuigen

29.657

28.056

4.266

Materiaal

5.649

3.477

4.298

Automatisering/ ICT

2.674

4.155

1.113

594

788

1.163

38.574

36.476

10.840

Bedragen x € 1.000

Categorie investering:

Inventaris en installaties Totaal investeringen

Tabel 57 verloop egalisatiereserve kapitaallasten11 Bedragen x € 1.000 kapitaallasten 2022 2023

2024

2025

2026

2027

Verwachte realisatie

0

7.916

9.824

12.584

12.584

12.584

Begroot

0

10.666

10.992

10.992

10.992

10.992

Verschil

0

2.750

1.167

-1.592

-1.592

-1.592

saldo incidentele stortingen/ onttrekkingen Verloop egalisatiereserve

0

2.750

1.167

-1.592

-1.592

-1.592

15.111

17.861

19.029

17.436

15.844

14.252

14 De hoogte en fasering van de investeringen en het verloop van de egalisatiereserve kapitaallasten kunnen in aanloop naar de actualisatie

van de begroting 2023 en de begroting 2024 nog wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de herberekening van de kapitaallasten in mei 2023. Dit zal geen effect hebben op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.

Pagina

80

Bijlage 10: Begrippen en afkortingen AB ABP AC AED AOW ARBO BBP BBV BDuR BHV BIO BNG B&W BPV BRZO BZK Caco CAR CdK COH CoPI COT CPB CvD DB DIV DT DVO EHBO EMU EVPB EV FIDO FLO GBTP GGDrU GHOR GMK GMU GR GRIP NIPV IGPP I&I IV&E JDE J&V KING LCMS GZ LMO LMS MKA

Algemeen Bestuur Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds Algemeen commandant Automatische externe defibrillator Algemene Ouderdomswet Arbeidsomstandigheden Bruto Binnenlands Product Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen Bedrijfshulpverlening Baseline Informatiebeveiliging Overheid Bank Nederlandse Gemeenten Burgemeester & Wethouders Besluit personeel veiligheidsregio’s Besluit risico’s zware ongevallen Ministerie van binnenlandse zaken & koninkrijksrelaties Calamiteiten-Coördinator Collectieve arbeidsregeling Commissaris der Koning Commando haakarmbak Commando plaats incident Instituut voor veiligheids- en crisismanagement (crisis onderzoeksteam) Centraal Plan Bureau Commandant van dienst (-G: geneeskundig, -P: politie, -B: brandweer) Dagelijks bestuur Documentaire informatievoorziening Directieteam Dienstverleningsovereenkomst Eerste Hulp Bij Ongelukken Europese Monetaire Unie Experiment Verbeteren Paraatheid Brandweer Externe veiligheid Financiering Decentrale Overheden Functioneel leeftijdsontslag Gezamenlijke basistakenpakket GGD regio Utrecht Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gemeenschappelijke meldkamer Gemeenschappelijke meldkamer Utrecht Gemeenschappelijke regeling Gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Individueel

gemeentelijk pluspakket Informatiemanagement & ICT Interdisciplinaire voorbereiding & evaluatie JD Edwards (systeem voor Financiën) Ministerie van Justitie en Veiligheid Kennisinstituut Nederlandse Gemeenten Landelijk Crisismanagement systeem Gezondheidszorg Landelijke Meldkamer Organisatie Landelijke Meldkamer Samenwerking Meldkamer Ambulance

Pagina

81

MKD MIP MT NBB NIPV NVBR NCTV NWB OCML OL OLO OM OMS OR Osio OTO OvD PPMO Prevap PvA RAC RAVU RBT RCDV RI&E RISC ROT SIS SVS T&H TPOW TSC-test TUO Twmc UBV UMCU UML/TD VC V&A VIC VNG VPB VR VRU VTH Wabo WBA Wkb WKR WNRA WO WOB WNT Wvr WVSV

Meldkamerdomein Meerjareninvesteringsplanning Managementteam Natuurbrandbestrijding Nederlands instituut Publieke veiligheid Nederlandse vereniging van brandweer en rampenbestrijding Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nederlandse Waterschaps Bank Operationeel Centrum Midden Nederland Operationeel leider Omgevingsloket online Openbaar Ministerie Openbaar (brand)meldsysteem Ondersteuning & repressie Ongewenste situaties, incidenten en ongevallen Opleiden, trainen en oefenen Officier van dienst (-G: geneeskundig, -P: politie, -B: brandweer) Preventief periodiek medisch onderzoek Preventieactiviteitenplan Plan van aanpak Regionale Alarmcentrale Regionale ambulancevoorziening voor de provincie Utrecht Regionaal beleidsteam Raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio Risico inventarisatie & evaluatie Database regionaal risicoprofiel Regionaal operationeel team Slachtoffer informatie systematiek Slachtoffervolgsysteem Toezicht & Handhaving Tijd- en plaatsonafhankelijk Werken Taakspecifieke conditietest Taakuitvoeringsovereenkomst Tijdelijke wet maatregelen covid-19 Utrechtse Bosbrandweer vereniging Universitair medisch centrum Utrecht Uitrusting, materieel & logistiek/technische dienst Verbindingscommandowagen Vergunningverlening & Advisering Veiligheidsinformatiecentrum Vereniging Nederlandse Gemeenten Vennootschapsbelasting Veiligheidsregio

Veiligheidsregio Utrecht Vergunningverlening, toezicht en Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Banenafspraak Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Werkkostenregeling Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren Waterongevallen Wet openbaarheid van bestuur Wet Normering Topinkomens Wet Veiligheidsregio’s Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s

Pagina

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/533/documents/16575