B3. Ontwerpbegroting 2024 geactualiseerde begroting 2023.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbegroting VRU 2024 & geactualiseerde begroting VRU 2023 Vastgesteld algemeen bestuur 27 maart 2023
Colofon Dit is een uitgave van Veiligheidsregio Utrecht www.vru.nl Documentnummer: 23.0000821 Vastgesteld op: 27 maart 2023 Door: algemeen bestuur Veiligheidsregio Utrecht
Pagina
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
3
1
Inleiding Opbouw begroting Proces totstandkoming begroting Geactualiseerde begroting VRU 2023 Begroting VRU 2024 Bestuursagenda VRU 2024-2027
6 6 6 6 7 9
2
Financiële hoofdlijnen Financieel kader Bijstelling gemeentefonds Loonaanpassing Prijsaanpassing FLO overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Brede doeluitkering rampenbestrijding Samenvatting effect mutaties financieel kader Beleidsontwikkelingen Versterking crisisbeheersing Opvangen wegvallen opbrengsten Openbaar Meldsysteem (OMS) Samenvatting effect mutaties beleidsontwikkelingen Effect mutaties financieel kader en beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket
10 10 10 12 13 13 15 16 17 17 18 20 21 22 23
3
Beleidsbegroting – programmaplan Brandweer– Toekomstbestendige brandweerzorg Waar gaan we voor? Wat gaan we doen om daar te komen? Waarop sturen we? Wat kost dat? Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving Waar gaan we voor? Wat gaan we doen om daar te komen? Waarop sturen we? Wat kost dat? Crisisbeheersing en GHOR - Versterking crisisbeheersing Waar gaan we voor? Wat gaan we doen om daar te komen? Waarop sturen we? Wat kost dat? Algemeen - Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen
24 24 24 24 27 28 29 29 29 31 32 33 33 34 37 37 38
Pagina
3
Algemene kosten en dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien
38 38 39
4
Beleidsbegroting – paragrafen Bedrijfsvoering Great place to work Wat gaan we doen om daar te komen? Randvoorwaarden Waarop sturen we? Openbaarheidsparagraaf Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) Actieve openbaarmaking Informatiehuishouding op orde Verbonden partijen Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Kapitaalgoederen Onderhoud gebouwen en installaties Onderhoud materieel Financiering Financieringsportefeuille Risicobeheer Verloop reserves Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit Kengetallen
40 40 40 41 43 44 51 51 51 52 52 53 53 54 54 54 54 55 56 59 60 60 62
5
Financiële begroting – baten en lasten 2023 & 2024 Baten en lasten per categorie Overzicht van baten en lasten Incidentele baten en lasten
64 64 64 65
6
Financiële begroting – meerjarenraming 2024-2027 Meerjarenraming 2024-2027 Stand en meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2024-2027
66 66 67 67
7
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans EMU-saldo
69 69 70
Bijlage 1 Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP)
71
Bijlage 2: Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente
73
Pagina
4
Bijlage 3: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2024-2027
74
Bijlage 4: Baten en lasten per taakveld
75
Bijlage 5: Tarieventabel 2023 en 2024
76
Bijlage 6: Vergoedingentabel 2023 en 2024
77
Bijlage 7: Compensatiebedragen
78
Bijlage 8: Verdelingsgrondslag gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP)
79
Bijlage 9: Investeringen 2023-2024
80
Bijlage 10: Begrippen en afkortingen
81
Pagina
5
1
Inleiding Opbouw begroting Deze begroting is als volgt opgebouwd: - Een inleiding met daarin het proces van de totstandkoming van deze begroting en de financiële hoofdlijnen, die ook zijn opgenomen in de kadernota VRU 2024; - De beleidsbegroting met daarin een weergave van onze primaire producten c.q. diensten in het programmaplan. Daarnaast zijn in de paragrafen de beheersmatige aspecten vastgelegd; - De financiële begroting met daarin de lasten en baten voor de jaren 2023 en 2024, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2024 t/m 2027 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. Figuur 1 Opbouw begroting
Proces totstandkoming begroting De basis voor deze begroting zijn de vastgestelde begroting VRU 2023, de kadernota VRU 2024 en de zienswijzen daarop van de gemeenteraden. Figuur 2 Proces begroten en verantwoorden VRU
Geactualiseerde begroting VRU 2023 De geactualiseerde begroting VRU 2023 is gebaseerd op de vastgestelde begroting VRU 2023, waarop de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd: - De beleidsteksten en indicatoren zijn geactualiseerd; - Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing); Pagina
6
-
Een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen is verwerkt Een aantal (incidentele) technische wijzigingen voor het lopende boekjaar is doorgevoerd zonder effect op de gemeentelijke bijdrage.
De financiële positie van de gemeenten is betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting VRU 2024. Het dagelijks bestuur zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden om – binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders – de gemeentelijke bijdrage voor 2023 en 2024 verder te beperken, bijvoorbeeld door inzet van het positieve rekeningresultaat van 2022. Opvang ontheemden Oekraïne De opvang van ontheemden uit Oekraïne is verlengd en loopt door in 2023. Vergoeding van kosten (circa € 12,5 miljoen indicatief) die worden gemaakt door de VRU voor coördinerende werkzaamheden en de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne vindt plaats via een bekostigingsregeling in de vorm van een specifieke uitkering van het Rijk. De toezegging en het uitgangspunt van deze regeling is dat de werkelijke kosten zullen worden vergoed. De verwachte incidentele kosten en vergoeding worden saldoneutraal verwerkt in de geactualiseerde begroting VRU 2023. Crisisnoodopvang statushouders en asielzoekers Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft een tekort aan opvangplekken om aan iedere asielzoeker die naar Nederland komt onderdak te bieden. De minister van Justitie en Veiligheid heeft, via de voorzitters van de veiligheidsregio’s, de gemeenten gevraagd om crisisnoodopvang mogelijk te maken.
De VRU biedt ondersteuning bij de organisatie en uitvoering van crisisnoodopvang om humane opvang van statushouders en asielzoekers in een VRU-gemeente mogelijk te maken. De kosten worden rechtstreeks doorbelast aan het COA en maken geen deel uit van de begroting van de VRU. Begroting VRU 2024 Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting VRU 2024, vanaf de concept-kadernota VRU 2024 tot de voorliggende begroting VRU 2024. Het concept van de kadernota VRU 2024 is in september 2022 voor het eerst besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2022 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Beide commissies hebben een positief advies gegeven met inachtneming van een aantal opmerkingen. Deze zijn verwerkt in de voorliggende stukken. Op advies van de BAC bedrijfsvoering en financiën is voor het opstellen van deze ontwerpbegroting 2024 de berekening van de compensatiebedragen in de huidige verdeelsystematiek van de gemeentelijke bijdragen voor het basistakenpakket gevalideerd door het onderzoeksbureau Cebeon. In de bestuurlijke adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid is gesproken over de mogelijkheid om de wijze van indexeren in overeenstemming te brengen met de werkwijze
Pagina
7
van gemeenten. Door aan te sluiten bij de systematiek van het gemeentefonds wordt dit zo goed mogelijk gedaan. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens de kadernota VRU 2024 conform voorstel vastgesteld, waarna deze op 31 oktober 2022 nogmaals is besproken met betrokken ambtenaren van de gemeenten. Op 7 november 2022 is de kadernota VRU 2024 besproken en vastgesteld in het algemeen bestuur van de VRU, waarna deze op 10 november 2022 voor zienswijze is aangeboden aan de gemeenteraden. Zienswijzen Kadernota VRU 2024 Op 6 februari 2023 zijn de zienswijzen op de kadernota VRU 2024 in het AB besproken. Uit de zienswijzen bleek brede steun voor de voorgestelde financiële kaders, die dan ook in de voorliggende stukken zijn verwerkt. Diverse gemeenten hebben wel aangegeven graag betrokken te blijven worden bij een aantal ontwikkelingen, zoals de inzet van de extra rijksbijdrage voor de versterking van crisisbeheersing, de implementatie van het toekomstbestendig brandweerstelsel, de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s en de bestuursagenda 2024-2027. Ontwikkelingen na vaststelling kadernota VRU 2024 Voor de jaren 2023 en 2024 is in de vastgestelde begroting VRU 2023 en de kadernota VRU 2024 een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen, omdat de cao 2023-2024 op dat moment nog niet bekend was.
Op 28 februari is een principeakkoord gesloten voor een nieuwe cao voor de veiligheidsregio’s per 2 januari 2023. Op basis hiervan is voor de VRU een loonontwikkeling berekend van 8,2% (gemiddeld gewogen). De stelpost voor de loonontwikkeling in 2023 op basis van de septembercirculaire 2022 is ontoereikend. Om te voorkomen dat de begroting voor 2023 nogmaals moet worden bijgesteld, is mede op advies van de bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën de stelpost voor de loonontwikkeling 2023 in de voorliggende begroting verhoogd naar het niveau van het principeakkoord voor de cao. Dit heeft tot gevolg dat de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) aanvullend met € 2 miljoen is verhoogd ter dekking van de loonontwikkeling. Dit is verwerkt in de ontwerpbegroting die op 27 maart 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In paragraaf 2.1.2 wordt de loonaanpassing nader toegelicht. Opvangen wegvallen concessievergoeding Openbaar Meldsysteem (OMS) Verschillende gebouwen hebben een directe doormelding van hun brandmeldinstallatie naar de regionale meldkamer van de brandweer via het openbaar meldsysteem (OMS). Tot 2022 ontving de veiligheidsregio een (concessie)vergoeding per OMS-aansluiting. Vanaf 2022 zijn de opbrengsten komen te vervallen vanwege het ontbreken van een juridische grondslag.
In 2022 is het OMS-fonds ingesteld om een stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2022 en 2023 te voorkomen. Vanaf 2024 was de gemeentelijke bijdrage verhoogd met ruim € 1 miljoen om de weggevallen opbrengsten op te vangen. Bij de besluitvorming daarover in 2021 is afgesproken om in 2023 de bestuurlijke afweging te maken of de daling van de OMS-opbrengsten structureel via een bezuiniging moet worden opgevangen en zo ja, welke fundamentele keuzes dit vergt in de taakuitvoering. Zoals door verschillende gemeenten is verzocht via de zienswijzen, is binnen de bestaande begroting gezocht naar mogelijkheden om de stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg
Pagina
8
van het wegvallen van de opbrengsten voor het openbaar meldsysteem te voorkomen. Dit is mogelijk door een bezuiniging door te voeren op de overhead (€ 0,35 miljoen) en twee bijstellingen in het financiële kader (€ 0,65 miljoen). Deze maatregelen zijn verwerkt in de voorliggende begroting en worden nader toegelicht in paragraaf 2.2.2. Bestuursagenda VRU 2024-2027 In de beleidsperiode 2020-2023 hebben we naast onze afgesproken taken ook hard gewerkt aan onderwerpen en crises die we niet van te voren hadden kunnen voorspellen. Een volledig afgebakend plan voor de komende vier jaar biedt onvoldoende houvast om snel te kunnen anticiperen op onvoorziene ontwikkelingen. De komende beleidsperiode 2024-2027 gaan we daarom uit van een ontwikkelkoers. De thema’s die hierin zijn opgenomen vormen de bestuursagenda voor de beleidsperiode 2024-2027. Uit de thema’s van de ontwikkelkoers volgen bestuurlijke mijlpalen en keuzemomenten. Met de bestuursagenda VRU 2024-2027 geven we invulling aan artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s, waarin is vastgelegd dat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt. De onderdelen die de wet omschrijft zijn opgenomen in de bijlagen bij onze en bestuursagenda voor de beleidsperiode 2024-2027.
De thema’s van de nieuwe bestuursagenda VRU 2024-2027 zijn herkenbaar gekoppeld aan diverse programma-onderdelen en paragrafen. Hiermee is de aansluiting tussen de beleidscyclus en de planning- en controlcyclus gewaarborgd. De begroting VRU 2024 heeft betrekking op het eerste jaar van de nieuwe beleidsperiode. De strategische doelstellingen die in de ontwikkelkoers zijn opgenomen worden via de reguliere begrotingscyclus nader uitgewerkt in concrete beleidsactiviteiten per jaar. Op basis daarvan wordt de meerjarenraming jaarlijks bijgesteld. Op voorhand wordt geen aanvullende bijdrage gevraagd voor het in de bestuursagenda opgenomen nieuwe beleid. Ook voor de komende beleidsperiode is de insteek om een stijging van de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te beperken. Dit doen we door: De door het rijk bestemde middelen in te zetten voor de versterking van crisisbeheersing. Bij voorstellen voor nieuw beleid eerst te onderzoeken welke dekking binnen de begroting kan worden gevonden door steeds efficiënter te gaan werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud). Voor de exogene ontwikkelingen die voortvloeien uit Europese en landelijke wet- en regelgeving het uitgangspunt te hanteren dat eventuele meerkosten door het rijk worden betaald.
Schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door de inzet van reserves, waar onder de ontwikkel- en egalisatiereserve. Begrotingswijzigingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen worden altijd voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenten worden op deze manier in de gelegenheid gebracht om zowel invloed uit te oefenen op de strategische koers van de VRU die wordt beschreven in het bestuursagenda VRU 2024-2027, als de concrete uitwerking en financiële vertaling daarvan in de begroting van de VRU.
Pagina
9
2
Financiële hoofdlijnen Financieel kader Bijstelling gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds. De meeste gemeentebegrotingen zijn gebaseerd op de daarop volgende meicirculaire. In opdracht van het Rijk is onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Het onderzoek is na consultatie en advisering van betrokken partijen afgerond en het moment van invoering van de nieuwe verdeling is 1 januari 2023. De individuele bijdrage per gemeente in de kadernota VRU 2024 is gebaseerd op de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De nieuwe ijkpuntscores zijn toegepast in het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage. De effecten van het herijkingsonderzoek op het verdeelmodel van de VRU en daarmee op de individuele bijdrage per gemeente zijn nu verwerkt in het verdeelmodel voor de begroting 2024 inclusief de actualisatie van de begroting VRU 2023.
Op basis van de afspraken met het rijk worden de gemeenten bij de meicirculaire 2023 via de uitkering van het gemeentefonds voor het jaar 2024 gecompenseerd voor zowel de wijzigingen van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage als de loon- en prijsontwikkeling voor 2023 en 2024. Het financiële effect van de loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de kadernota VRU 2024 van de VRU, wordt daarmee indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen(1). Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores in relatie tot de herijking van het gemeentefonds. In tabel 1 zijn de percentages voor de actualisatie van de begroting VRU 2023 en de percentages voor 2024 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds.
Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de reeds vastgestelde begroting VRU 2023 vermeld.
1 Het is mogelijk dat de loon- en prijsontwikkelingen bij het Rijk niet volledig gelijk zijn aan de loon- en prijsontwikkelingen bij gemeenten
maar deze ontwikkelingen volgen wel eenzelfde trend.
Pagina
10
Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente
Begroting 2023
Herijking gemeentefonds
Mutatie (q) maatstaven
Begroting 2023a
Begroting 2024
Amersfoort
11,25%
Baarn
1,72%
0,13%
0,04%
11,42%
11,42%
0,18%
-0,03%
1,88%
Bunnik
1,88%
1,05%
0,02%
0,00%
1,07%
1,07%
Bunschoten
1,28%
0,02%
0,00%
1,29%
1,29%
De Bilt
2,91%
0,22%
-0,03%
3,10%
3,10%
De Ronde Venen
2,95%
0,09%
-0,02%
3,02%
3,02%
Eemnes
0,62%
0,03%
-0,01%
0,64%
0,64%
Houten
3,05%
0,12%
-0,01%
3,16%
3,16%
IJsselstein
2,01%
0,20%
-0,02%
2,20%
2,20%
Leusden
1,90%
0,10%
-0,01%
1,99%
1,99%
Lopik
0,95%
-0,08%
-0,01%
0,87%
0,87%
Montfoort
0,89%
0,01%
-0,01%
0,89%
0,89%
Nieuwegein
4,51%
-0,12%
0,04%
4,43%
4,43%
Oudewater
0,63%
0,04%
-0,01%
0,66%
0,66%
Renswoude
0,39%
-0,02%
0,00%
0,36%
0,36%
Rhenen
1,32%
0,04%
-0,02%
1,34%
1,34%
Soest
2,98%
0,21%
0,01%
3,19%
3,19%
Stichtse Vecht
4,22%
0,30%
-0,07%
4,46%
4,46%
Utrecht
33,55%
-2,23%
0,27%
31,59%
31,59%
Utrechtse Heuvelrug
3,34%
0,23%
-0,05%
3,53%
3,53%
Veenendaal
4,54%
0,02%
0,01%
4,58%
4,58%
Vijfheerenlanden
3,69%
-0,04%
0,01%
3,65%
3,65%
Wijk bij Duurstede
1,52%
0,12%
-0,01%
1,63%
1,63%
Woerden
3,41%
0,17%
-0,04%
3,54%
3,54%
Woudenberg
0,77%
0,04%
0,00%
0,81%
0,81%
Zeist
4,56%
0,20%
-0,05%
4,70%
4,70%
100,00%
0,00%
0,00%
100,00%
100,00%
Wijzigingen in de ijkpuntscores lopen synchroon met de hoeveelheidsmutatie van de algemene uitkering(2) die de individuele gemeenten van het rijk ontvangen. Dit betekent dat een wijziging in het relatieve aandeel in de ijkpuntscores indirect gecompenseerd wordt door een mutatie in de algemene uitkering. In tabel 14 is per gemeente de bijdrage aan het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) voor 2023 en 2024 opgenomen. Deze bijdrage is gerelateerd aan het relatieve aandeel in de ijkpuntscores. In tabel 15 is de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) voor 2023 en 2024 opgenomen. De vergoeding die gemeenten betalen voor dit pluspakket is gebaseerd op taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) die de VRU met individuele gemeenten heeft gesloten.
2 De mutatie als gevolg van de actualisatie van de maatstaven die gerelateerd zijn aan het cluster Brandweer- en rampenbestrijding,
gebaseerd op de septembercirculaire 2022.
Pagina
11
Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling(3). In tabel 2 is de stelpost voor loonontwikkeling weergegeven en het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen(4). Tabel 2 Stelpost loonontwikkeling en financieel effect loonaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Loonaanpassing GBTP
Totaal
Totaal
% € stelpost stelpost Loonontwikkeling
Stelpost loonontwikkeling begroting 2023
2,00%
1.371
Mutatie stelpost septembercirculaire 2022
2,50%
1.714
Financieel effect GBTP % Loonaanpassing
Actualisatie 2023
Begroting 2024
-
-
2,50%
1.714
1.714
-
-
2,50%
1.714
1.714
Mutatie stelpost lagere pensioenpremie 2023
1,00%
685
Stelpost loonontwikkeling 2023
5,50%
3.770
Aanvullende mutatie stelpost cao loonontwikkeling 2023
2,70%
2.048
2,70%
2.048
2.048
Stelpost loonontwikkeling/ loonaanpassing 2023
8,20%
5.818
5,20%
3.762
3.762
Stelpost loonontwikkeling begroting 2024
3,90%
2.726
3,90%
-
2.726
Stelpost loonontwikkeling/ loonaanpassing 2024
3,90%
2.726
3,90%
-
2.726
9,10%
3.762
6.488
Totaal effect loonaanpassing op bijdrage GBTP
In de begroting is voor 2023 en 2024 een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen die is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2022 van het rijk. Voor 2023 bedraagt deze stelpost 5,5% van de loonbudgetten en voor 2024 wordt deze stelpost verhoogd met 3,9%. Op 28 februari is een principeakkoord gesloten voor een nieuwe cao voor de veiligheidsregio’s met ingang van 2 januari 2023. Op basis hiervan is voor de VRU een loonontwikkeling berekend van 8,2% (gemiddeld gewogen). Dit betekent dat de stelpost voor 2023 op basis van de septembercirculaire 2022 ontoereikend is (tekort circa € 2 miljoen). Om te voorkomen dat de begroting voor 2023 nogmaals moet worden bijgesteld, is mede op advies van de bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën de stelpost voor de loonontwikkeling 2023 in de voorliggende begroting verhoogd naar het niveau van het principeakkoord voor de cao. Dit heeft tot gevolg dat de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) aanvullend met € 2 miljoen is verhoogd. Het percentage voor de loonontwikkeling vanaf 2024 is op basis van de indexcijfers voor loonontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 structureel + 3,9%. Zodra de premieontwikkeling ABP en sociale verzekeringslasten voor 2024 en de cao 2024 bekend zijn worden deze met de stelpost verrekend.
Vervolgens wordt een eventueel positief of negatief effect verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald.
3 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van
de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 4 Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de begroting VRU 2024 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De compensatie voor de gemeentelijke loonontwikkeling 2024 wordt bij de meicirculaire 2023 toegekend.
Pagina
12
Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau en gepubliceerd in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd(5). Tabel 3 geeft inzicht in het financieel effect van deze prijsaanpassing op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Tabel 3 Financieel effect prijsaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Prijsaanpassing GBTP
Financieel effect GBTP % Prijs-aanpassing Actualisatie 2023
Begroting 2024
Mutatie prijsaanpassing 2021
0,20%
67
67
Mutatie prijsaanpassing 2022
1,60%
536
536
Mutatie prijsaanpassing 2023 Mutatie prijsaanpassing 2023
3,00%
1.006
1.006
4,80%
1.609
1.609
Prijsaanpassing 2024 Prijsaanpassing 2024
2,50%
-
877
2,50%
-
877
Totaal effect GBTP
7,30%
1.609
2.486
FLO overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Het financiële kader van het FLO overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘FLO overgangsrecht’. Dat geldt ook voor de lasten voor het tweede loopbaanbeleid die samenhangen met het FLO overgangsrecht. Op termijn wordt verwacht dat de kosten voor het FLO overgangsrecht verder zullen dalen vanwege de uitstroom van deze groep medewerkers. Daar tegenover staat dat de groep medewerkers waarvoor het tweede loopbaanbeleid geldt steeds groter wordt. Op basis van de meest recente meerjarenraming voor zowel de lasten van het FLO overgangsrecht als de lasten voor het tweede loopbaanbeleid blijkt dat de bijdrage voor het FLO overgangsrecht vanaf 2024 structureel kan worden verlaagd met € 200K. De actualisatie van de kostenprognose is verwerkt in de meerjarenraming van de geactualiseerde begroting VRU 2023 en de ontwerpbegroting VRU 2024. De budgetten voor FLO overgangsrecht en tweede loopbaan worden alleen verhoogd met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 4 is de meerjarenraming van de lasten voor FLO overgangsrecht en tweede loopbaan weergegeven.
Tabel 5 geeft het verloop van de FLO-reserves weer en tabel 6 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor de jaren 2023 en 2024.
5 Het financieel effect van de prijsaanpassing zoals opgenomen in de begroting VRU 2024 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via
de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De compensatie voor de gemeentelijke prijsontwikkeling 2024 wordt bij de meicirculaire 2023 toegekend.
Pagina
13
Tabel 4 Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan 2023-2027 Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming FLO overgangsrecht & 2e loopbaan
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten FLO overgangsrecht en tweede loopbaan
3.127
3.127
3.127
3.127
3.127
Bijstelling via reguliere loon- en prijsaanpassing Bijstelling via reguliere loon- en prijsaanpassing
78
78
78
78
78
-
125
125
125
125
3.205
3.330
3.330
3.330
3.330
Subtotaal lasten FLO Verlaging bijdrage FLO overgangsrecht t.b.v. OMS
-
-200
-200
-200
-200
3.205
3.130
3.130
3.130
3.130
Lasten FLO overgangsrecht incidenteel Lasten FLO tweede loopbaan incidenteel
503
269
26
-78
-182
214
226
226
226
226
Lasten FLO incidenteel
717
495
252
148
44
Reserve FLO overgangsrecht
-503
-269
-26
78
-18
Reserve FLO tweede loopbaan
-214
-226
-226
-226
-26
Lasten FLO overgangsrecht en tweede loopbaan
3.205
3.130
3.130
3.130
3.130
Lasten FLO structureel
In paragraaf 2.2.2 wordt de structurele verlaging van het budget voor FLO overgangsrecht ten behoeve van het opvangen van de weggevallen OMS-opbrengsten nader toegelicht. Tabel 5 Verloop egalisatiereserve FLO overgangsrecht en tweede loopbaan 2023-2027 Bedragen x € 1.000
Egalisatiereserve FLO overgangsrecht & 2e loopbaan
2023
2024
2025
2026
2027
Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht per 1-1 Egalisatiereserve tweede loopbaan per 1-1
1.350
847
578
552
631
937
723
497
270
44
Reserve FLO overgangsrecht & 2e loopbaan per 1-1
2.287
1.570
1.075
823
675
Mutatie reserve FLO overgangsrecht
-503
-269
-26
78
-18
Mutatie reserve FLO 2e loopbaan
-214
-226
-226
-226
-26
Reserve FLO overgangsrecht & 2e loopbaan per 31-12
1.570
1.075
823
675
631
Tabel 6 Financieel effect mutatie FLO overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Bedragen x € 1.000
FLO overgangsrecht en tweede loopbaan
Financieel effect GBTP Actualisatie 2023
Begroting 2024
Lasten FLO overgangsrecht en tweede loopbaan structureel
3.205
3.130
Lasten FLO overgangsrecht en tweede loopbaan incidenteel
717
495
3.922
3.625
-3.205
-3.130
Totaal lasten FLO overgangsrecht en tweede loopbaan Dekking lasten FLO overgangsrechten tweede loopbaan begroting Structurele dekking begroting 2024 incl. loon- en prijsaanpassing Mutatie reserve FLO overgangsrecht & 2e loopbaan Totaal dekking lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan Totaal effect GBTP
-717
-495
-3.922
-3.625
-
-
Pagina
14
Brede doeluitkering rampenbestrijding De rijksbijdrage ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de geactualiseerde verdeelmaatstaven en een aanpassing voor de loon- en prijsontwikkeling. De bijstelling van € 0,37K voordelig in 2022 zoals opgenomen in de kadernota VRU 2024 werkt structureel door vanaf 2023. De verwachte loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage die medio 2023 en medio 2024 wordt toegekend, wordt normaliter pas (structureel) verwerkt bij actualisatie van de begroting VRU 2024 en de kadernota/ begroting VRU 2025. Met ingang van deze begroting wordt de systematiek van verwerking van de loon- en prijsaanpassing BDuR in de begroting van de VRU gewijzigd. Voorgesteld wordt om ook voor de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage te gaan werken met een stelpost voor de loon- en prijsontwikkeling. Dit sluit aan op de bestaande systematiek voor de indexering die op de rest van de begroting van toepassing is. De stelpost voor de loonontwikkeling op de rijksbijdrage wordt uiteindelijk via het reguliere begrotingsproces bijgesteld op basis van de vastgestelde beschikkingen. Tabel 7 geeft inzicht in het financiële effect van de bijstelling van de BDuR die wordt ingezet als algemeen dekkingsmiddel voor de lasten van het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Tabel 7 Financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Actualisatie 2023
Begroting 2024
-369
-369
Prognose bijstelling BDuR 2023
-225
-225
Prognose bijstelling BDuR 2024
-
-225
Inzet stelpost t.b.v. opvangen weggevallen OMS-opbrengsten
-
450
Frictiekosten opvangen weggevallen OMS-opbrengsten
225
-
Totaal effect GBTP
-369
-369
Rijksbijdrage Bijstelling regulier Loon- en prijsbijstelling BDuR 2022 Stelpost loon- en prijsaanpassing rijksbijdrage
In paragraaf 2.2.2 wordt de structurele verhoging van de rijksbijdrage BDuR ten behoeve van het opvangen van de weggevallen OMS-opbrengsten nader toegelicht. In december 2022 heeft het rijk aanvullend via de rijksbijdrage BDuR ook de eerste reeks aan extra financiële middelen specifiek voor versterking crisisbeheersing toegekend op basis van de bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad (VB), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk. Voor de VRU betekent dit voor 2023 een extra (geoormerkte) bijdrage van € 1,85 miljoen die vervolgens oploopt tot een structureel bedrag van € 3,34 miljoen in 2026. In paragraaf 2.2.1 wordt verder in gegaan op de gestelde doelen voor de versterking van crisisbeheersing en de besteding van deze middelen.
Pagina
15
Samenvatting effect mutaties financieel kader Tabel 8 Effect financieel kader op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting mutaties financieel kader Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds*
Financieel effect GBTP Actualisatie 2023
Begroting 2024
-
-
Loonaanpassing
3.762
6.488
Prijsaanpassing
1.609
2.486
-
-
Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding
-369
-369
5.002
8.605
Loonaanpassing incidenteel
-
-
Totaal mutatie bijdrage GBTP
5.002
8.605
*De bijstelling van de ijkpuntscores heeft geen effect op de totale omvang van de bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). De bijstelling van de ijkpuntscores leidt wel tot onderlinge verschuivingen in het relatieve aandeel van gemeenten waarin zij bijdragen aan het GBTP (zie paragraaf 2.1.1).
Pagina
16
Beleidsontwikkelingen Versterking crisisbeheersing De veiligheidsregio’s hebben zich de afgelopen jaren fors moeten inspannen om tot een adequaat niveau van de crisisbestrijding te komen, onder meer als gevolg corona- en asielcrisis. Vanuit het rijk zijn eind 2022 daarvoor, gefaseerd, extra middelen in het vooruitzicht gesteld, in de periode 2023 – 2026. Deze middelen zijn structureel en komen beschikbaar via een ophoging van de rijksbijdrage BDuR. Voor de VRU oplopend van € 1,85 miljoen in 2023 tot € 3,34 miljoen vanaf 2026. De middelen zijn geoormerkt voor de volgende doelen: 1. Versterking cisisbeheersing. - Veiligheidsregio’s moeten beter in staat worden gesteld zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises door het fundament te versterken met voldoende capaciteit en te investeren in het netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast dient professionalisering plaats te vinden door te investeren in capaciteiten, onderzoek, opleiden, trainen en oefenen. - Het zwaartepunt van de aanpak van recente en toekomstige crises bevindt zich op het bovenregionale, landelijke en nationale niveau. Daar dienen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners zich gezamenlijk beter op voor te bereiden. Hiertoe zal in flexibele netwerksamenwerking worden geïnvesteerd. 2.
Versterking van de regionale informatievoorziening en informatieknooppunt, waarbij de aansluiting bij het informatieknooppunt van het rijk (KCR2) wordt geborgd. In 2023 worden de middelen incidenteel aangewend om een impuls te geven aan de doorontwikkeling van de crisisbeheersing in onze regio, overeenkomstig de visie die in het AB van 7 november 2022 is vastgesteld. Het betreft de onderwerpen: crisismanagement, informatiemanagement, netwerkmanagement en communicatiemanagement. Het voorstel is om de besteding van de structurele extra financiële middelen vanaf 2024 structureel in te zetten voor de doorontwikkeling van de crisisbeheersing en de voornoemde thema’s. Hiervoor wordt de in het AB vastgestelde visie de komende maanden uitgewerkt in zogenoemde ‘houtskoolschetsen’. Hierin worden de ambitie en contouren van de toekomstige robuuste crisisorganisatie nader verkend. Tevens dienen deze houtskoolschetsen om in overleg keuzes inzichtelijk te maken. De bestuurlijke besluitvorming hierover wordt medio 2023 aan het bestuur aangeboden, nadat deze is besproken in ambtelijke en bestuurlijke gremia (ROCU, AGV, GAFO en de BAC Crisisbeheersing & GHOR). De structurele bestedingsvoorstellen zullen worden verwerkt in de geactualiseerde begroting VRU 2024 en de meerjarenraming 2025/2026.
De structurele middelen vanaf 2024 zijn in voorliggende begroting VRU 2024 geraamd bij het programmaonderdeel ‘Crisisbeheersing en GHOR - Versterking Crisisbeheersing’. Bij de actualisatie van de begroting VRU 2024 worden de structurele budgetten concreet verwerkt binnen de diverse programmaonderdelen. In tabel 9 is de opbouw van de toegekende middelen voor versterking crisisbeheersing weergegeven.
Pagina
17
Tabel 9 Toegekende middelen voor versterking crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Toename Eindbeeld
Versterking crisisbeheersing
2023
2024-2028
structureel
Versterking crisisbeheersing
1.850
1.489
3.339
Rijksbijdrage versterking crisisbeheersing
-1.850
-1.489
-3.339
-
-
-
Totaal mutatie bijdrage GBTP
Opvangen wegvallen opbrengsten Openbaar Meldsysteem (OMS) Verschillende gebouwen hebben een directe doormelding van hun brandmeldinstallatie naar de regionale meldkamer van de brandweer via het openbaar meldsysteem (OMS). Tot 2022 ontving de veiligheidsregio een (concessie)vergoeding per OMS-aansluiting. Vanaf 2022 zijn de opbrengsten komen te vervallen vanwege het ontbreken van een juridische grondslag. In 2022 is het OMS-fonds ingesteld een stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2022 en 2023 te voorkomen. Vanaf 2024 is een structurele stijging van de gemeentelijke bijdrage met ruim € 1 miljoen in de begroting opgenomen om de weggevallen opbrengsten op te vangen. Bij de besluitvorming daarover in 2021 is afgesproken om in 2023 de bestuurlijke afweging te maken of de daling van de OMS-opbrengsten structureel via een bezuiniging moet worden opgevangen en zo ja, welke keuzes dit vergt in de taakuitvoering. Zoals door verschillende gemeenten is verzocht via de zienswijzen, is binnen de bestaande begroting gezocht naar mogelijkheden om de stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van het wegvallen de van opbrengsten voor het openbaar meldsysteem te voorkomen.
Dit is mogelijk door een bezuiniging door te voeren op de overhead (€ 0,35 miljoen) en twee bijstellingen in het financiële kader: wijziging systematiek indexering rijksbijdrage (€ 0,45 miljoen) en verlaging bijdrage lasten FLO overgangsrecht (€ 0,2 miljoen). In de kadernota 2024 werd rekening gehouden met de structurele stijging van de gemeentelijke bijdrage om de weggevallen OMS-opbrengsten op te vangen. Door de genoemde maatregelen daalt de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van de kadernota 2024 met 1 miljoen en is het wegvallen van de OMS-opbrengsten volledig binnen de bestaande begroting opgevangen. Tabel 10 geeft inzicht in de mutaties die van toepassing zijn op de begroting voor het structureel opvangen van de weggevallen OMS-opbrengsten. Tabel 10 Opvangen wegvallen opbrengsten Openbaar Meldsysteem (OMS) Bedragen x € 1.000
Openbaar Meldsysteem (OMS)
Financieel effect GBTP Actualisatie 2023
Begroting 2024
Structureel vanaf 2024
Afname personele kosten voor onnodige alarmeringen (begroting 2021a)
-50
-50
-50
Wegvallen concessievergoeding openbaar meldsysteem (begroting 2022)
1.079
1.079
1.079 -27
Vervallen beheerskosten openbaar meldsysteem (begroting 2022)
-27
-27
-1.052
-1.052
-
-50
-50
1.002
Wijziging systematiek loon- en prijsaanpassing rijksbijdrage
-
-
-450
Verlaging bijdrage FLO-overgangsrecht
-
-
-200
Vermindering overhead
-
-
-352
Totaal mutatie bijdrage GBTP
-
-
-1.002
Inzet OMS-fonds (begroting 2022) Totaal mutatie gemeentelijke bijdrage verwerkt in vastgestelde begroting
Pagina
18
Afname personele kosten voor onnodige alarmeringen Parallel aan de ontwikkeling van de landelijke OMS-voorziening zijn landelijke afspraken gemaakt voor de werkwijze bij automatische meldingen. Hiervoor is een beoordelingsprotocol automatische meldingen opgesteld. Het toepassen van dit protocol heeft tot een afname van personele kosten voor onnodige alarmeringen geleid. Hierdoor kon met ingang van 2021 de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket structureel verlaagd worden met een bedrag van € 50K. Deze verlaging is structureel verwerkt bij de geactualiseerde begroting 2021. Wijziging systematiek loon- en prijsaanpassing rijksbijdrage De verhoging van de rijksbijdrage als gevolg van de loon- en prijsaanpassing wordt in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Dit gebeurt tot op heden op basis van de meest recente beschikking. Concreet betekent dit dat in de kadernota VRU 2024 de loon- en prijsaanpassing op de rijksbijdrage tot en met 2022 is verwerkt. De verwachte loon- en prijsaanpassing op de rijksbijdrage voor 2023 en 2024 is dus nog niet verrekend met de gemeentelijke bijdrage. Voorgesteld wordt om ook voor de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage te gaan werken met een stelpost voor de loon- en prijsontwikkeling. Dit sluit aan op de bestaande systematiek voor de indexering die op de rest van de begroting van toepassing is.
De stelpost voor de loonontwikkeling op de rijksbijdrage wordt uiteindelijk via het reguliere begrotingsproces bijgesteld op basis van de vastgestelde beschikkingen. Hiermee zorgen we ervoor dat per saldo nooit te veel of te weinig wordt verrekend. De eenmalige inhaalslag (stelpost voor de loon- en prijsontwikkeling 2023 en 2024) werkt structureel voordelig door in de gemeentelijke bijdrage. Naast dit structurele positieve effect van de inhaalslag is er verder geen voor- of nadelig structureel effect op de gemeentelijke bijdrage, omdat uiteindelijk altijd alleen de daadwerkelijk ontvangen loon- en prijsaanpassing op de rijksbijdrage wordt verrekend. De loon- en prijsbijstelling op de rijksbijdrage bedroeg de afgelopen jaren gemiddeld € 225K. Het opnemen van een stelpost voor loon- en prijsontwikkeling van de rijksbijdrage voor 2023 en 2024 leidt tot een structureel voordeel van € 450K. Verlaging bijdrage FLO overgangsrecht Op 1 januari 2006 is het Functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft. Voor medewerkers die nog niet met FLO waren, maar wel onder deze regeling vielen, is landelijk het zogeheten FLO overgangsrecht afgesproken. Deze overgangsregeling loopt tot en met 2045. De begroting bevat een structureel bedrag van € 3,3 miljoen voor FLO overgangsrecht. De kosten fluctueren jaarlijks. Schommelingen worden opgevangen met de daarvoor ingestelde reserve.
Verlaging gemeentelijke bijdrage De afgelopen jaren is gebleken dat de kosten voor het FLO overgangsrecht moeilijk te voorspellen waren. Aan de ene kant komt dit door de complexiteit en keuzemogelijkheden binnen de regeling zelf. Aan de andere kant zijn de kosten gestegen als gevolg van landelijke (reparatie)afspraken tussen werkgevers en werknemers. Op basis van de meest recente meerjarenraming blijkt de bijdrage voor het FLO overgangsrecht vanaf 2024 structureel kan worden verlaagd met € 200K.
Pagina
19
Communicerende vaten: FLO overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Op termijn wordt verwacht dat de kosten voor het FLO overgangsrecht verder zullen dalen vanwege de uitstroom van deze groep medewerkers. Daar tegenover staat dat de groep medewerkers waarvoor het tweede loopbaanbeleid geldt steeds groter wordt. Bij de afschaffing van het FLO overgangsrecht is vanaf 1 januari 2006 namelijk wettelijk vastgelegd dat brandweermedewerkers hun bezwarende werk voor de duur van maximaal 20 jaar mogen uitoefenen. Daarna volgt hun ‘tweede loopbaan’. Medio 2022 is de universiteit van Maastricht gestart met een vierjarig landelijk onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie, mede in het licht van het tweede loopbaanbeleid. Na afronding van dit zogeheten Semfire-onderzoek wordt een definitieve nieuwe regeling voor het tweede loopbaanbeleid vastgesteld. De eventuele financiële effecten daarvan zijn nog niet bekend. Binnen het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) zijn nu tijdelijke afspraken gemaakt over het te voeren tweede loopbaanbeleid. Het akkoord komt er op neer dat brandweermensen die 15 jaar in een repressieve functie werken nu al een verzoek kunnen doen om na 20 jaar werkzaam te blijven in een repressieve brandweerfunctie.
Een gevolg hiervan is dat een deel van de lasten voor het tweede loopbaanbeleid vanaf 2023 opschuift. De begrotingsruimte die hierdoor ontstaat benutten we door de FLO-reserve te voeden. Op deze wijze kunnen we de structurele verlaging van de FLO-lasten voor het overgangsrecht eerder inzetten waardoor we de gemeentelijke bijdrage voor het FLO overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid met ingang van 2024 structureel kunnen verlagen met € 200K. De lasten voor het FLO overgangsrecht en het tweede loopbaanbeleid worden jaarlijks op basis van de meest actuele meerjarenraming in samenhang gemonitord om te kunnen bepalen of en wanneer de omvang van de gemeentelijke bijdrage verder kan worden verlaagd. Vermindering overhead In het kader van het opvangen van het wegvallen van de OMS-opbrengsten heeft de VRU zich tot doel gesteld om het restant op te vangen door een besparing te realiseren op de overhead. We kiezen ervoor om te besparen op kosten die niet direct gerelateerd zijn aan onze kerntaken (€ 352K). Dit zijn kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van onze primaire taken. Dit raakt onze organisatie uiteraard wel, maar voorkomt dat we op dit moment moeten bezuinigen op onze operationele taken. Onze ontwikkelkoers vraagt juist om extra investeringen op dat vlak.
Samenvatting effect mutaties beleidsontwikkelingen Tabel 11 Effect mutaties beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting
Mutaties beleidsontwikkelingen Actualisatie
Begroting
Toename
Eindbeeld
2023
2024
2024-2028
structureel
Beleidsontwikkelingen Versterking crisisbeheersing
1.850
1.489
3.339
Rijksbijdrage versterking crisisbeheersing
-1.850
-1.489
-3.339
Opvangen wegvallen opbrengsten Openbaar Meldsysteem
-
-1.002
-
-1.002
Totaal mutatie bijdrage GBTP
-
-1.002
-
-1.002
Pagina
20
Effect mutaties financieel kader en beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Tabel 12 Effect mutaties beleidsontwikkelingen op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Mutatie bijdrage GBTP Mutatie financieel kader Mutatie beleidsontwikkelingen Totaal mutatie bijdrage GBTP
Financieel effect GBTP Actualisatie 2023
Begroting 2024
Structureel vanaf 2024
5.002
8.605
8.605
-
-1.002
-1.002
5.002
7.603
7.603
Tabel 13 Bijstelling bijdrage GBTP ten opzichte van begroting VRU 2023 en kadernota VRU 2024 Bedragen x € 1.000 Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting Structureel Mutatie bijdrage GBTP 2023 2024 vanaf 2024 Bijdrage GBTP begroting VRU 2023 (vastgesteld)
88.489
89.744
89.744
Bijdrage GBTP kadernota VRU 2024
88.489
8.605 98.349
8.605 98.349
Mutatie financieel kader
5.002
-
-
Mutatie beleidsontwikkelingen Subtotaal mutaties begroting VRU
5.002
-1.002 -1.002
-1.002 -1.002
Bijdrage GBTP begroting VRU
93.491
97.347
97.347
Mutatie GBTP Kadernota VRU 2024
-
Pagina
21
Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket Tabel 14 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2023 en 2024 per gemeente6 Bedragen x € 1.000
Actualisatie 2023
Gemeente
Bijdrage GBTP begroting VRU 2023
Amersfoort
10.189
135
Baarn
1.587
Bunnik
967
Bunschoten
Begroting 2024 Mutaties beleidsontwikkelingen 2023a
Bijdrage GBTP Actualisatie 2023
(7)
(8)
(9)
(10)
192
-
10.516
23
118
10.657
413
-
-114
10.956
119
85
-
1.791
3
18
1.813
70
-
-19
1.863
13
57
-
1.038
2
11
1.051
39
-
-11
1.079
1.162
13
60
-
1.235
3
13
1.251
47
-
-13
1.285
De Bilt
2.713
159
187
-
3.059
6
31
3.095
114
-
-31
3.179
De Ronde Venen
2.697
62
205
-
2.965
6
31
3.001
110
-
-30
3.081
Eemnes
583
20
33
-
635
1
7
643
23
-
-6
660
Houten
2.409
2
206
-
2.617
6
32
2.655
115
-
-32
2.739
IJsselstein
1.775
4
100
-
1.879
4
21
1.904
82
-
-22
1.964
Leusden
1.684
2
174
-
1.860
4
20
1.884
73
-
-20
1.937
Lopik
897
-54
39
-
883
2
10
895
30
-
-9
916
Montfoort
838
8
44
-
890
2
9
901
32
-
-9
924
Nieuwegein
3.884
-2
31
-
3.913
9
47
3.970
159
-
-44
4.084
Oudewater
599
29
31
-
659
1
7
667
24
-
-7
685
Renswoude
369
-12
16
-
372
1
4
377
13
-
-4
386
Rhenen
1.188
20
72
-
1.280
3
14
1.296
49
-
-13
1.332
Soest
2.750
172
124
-
3.046
6
31
3.083
118
-
-32
3.169
Stichtse Vecht
3.951
203
269
-
4.423
9
44
4.476
164
-
-45
4.595
Utrecht
28.741
-1.416
2.206
-
29.531
68
353
29.953
1.114
-
-317
30.750
Utrechtse Heuvelrug
3.161
165
228
-
3.555
7
35
3.597
130
-
-35
3.691
Veenendaal
3.302
1
132
-
3.434
9
48
3.491
165
-
-46
3.610
Vijfheerenlanden
3.580
8
94
-
3.682
7
39
3.728
131
-
-37
3.822
Wijk bij Duurstede
1.438
87
103
-
1.629
3
16
1.648
60
-
-16
1.692
Woerden
3.092
102
164
-
3.358
7
36
3.401
129
-
-35
3.495
721
34
43
-
798
2
8
808
30
-
-8
829
Zeist
4.212
125
105
-
4.443
9
48
4.500
171
-
-47
4.624
Totaal
88.489
-
5.002
-
93.491
203
1.052
94.746
3.603
-
-1.002
97.347
(1)
Woudenberg
Bijstelling Mutaties ijkpuntscores financieel kader gemeentefonds (o.a. loon- en prijs en verdeelmodel) (2) (3)
Wegvallen Wegvallen incidentele incidentele dekking 2023 CAO- dekking 2023 OMS loonaanp. 2022 concessieverg. (4) (5) (6)
Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel structurele basis kader kader 2024 structureel incidenteel
Mutaties beleidsontwikkelingen 2024
Bijdrage GBTP Begroting 2024
6 Hieronder is een toelichting opgenomen die betrekking heeft op de kolommen van tabel 14:
(1) Hier wordt de vastgestelde begroting 2023 weergegeven (AB 4 juli 2022) (2) De bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds gaat over de onderlinge verdeling op basis van de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds (zie par. 2.1.1) (3) De bedragen in deze kolom zijn een optelling van mutaties in het financieel kader en de doorwerking van het verdeelmodel inclusief compensatie voor 2023 (zie par. 2.1, tabel 8 en bijlage 7) (4) In deze kolom is de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket per gemeente voor de geactualiseerde begroting 2023 opgenomen (zie bijlage 2 voor een totaalbeeld incl. maatwerk per gemeente) (5) De doorwerking van de cao 2022 heeft een structureel effect dat in 2023 incidenteel gedekt is maar in de meerjarenraming vanaf 2024 reeds tot een verhoging heeft geleid (cf. vastgestelde MJR begroting 2023) (6) Het wegvallen van de concessievergoeding voor de OMS heeft een structureel effect dat in 2023 incidenteel gedekt is en vanaf 2024 tot een verhoging heeft geleid (cf.
vastgestelde MJR begr.2023, zie ook (9)) (7) In deze kolom staat de structurele basis voor 2024 (= meerjarenraming 2024 uit vastgestelde begroting 2023 (tabel 45) + mutaties financieel kader geactualiseerde begroting 2023) (8) De bedragen in deze kolom zijn een optelling van mutaties in het financieel kader en de doorwerking van het verdeelmodel inclusief compensatie voor 2024 (zie par. 2.1, tabel 8 en bijlage 7) (9) De structurele verhoging als gevolg van het wegvallen van de concessievergoeding voor de OMS is hiermee structureel teruggedraaid (zie ook (6) en paragraaf 2.2.2) (10) In deze kolom is de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket per gemeente voor de begroting 2024 opgenomen (zie bijlage 2 voor een totaalbeeld incl. maatwerk per gemeente)
Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket7 Tabel 15 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) personeel en materieel 2023 en 2024 Bedragen x € 1.000
Gemeente
Vergoeding IGPP begroting 2023
Mutatie TUO incl. loon- & prijsaanpassing 2023
Vergoeding IGPP geactualiseerde begroting 2023
Mutatie TUO incl. loon- & prijsaanpassing 2024
Vergoeding IGPP begroting 2024
Amersfoort
473
21
494
13
507
Baarn
25
1
26
1
27
Bunnik
-
-
-
-
-
20
0
20
1
21
De Bilt
-
-
-
-
-
De Ronde Venen
-
-
-
-
-
Eemnes
40
-8
32
1
33
Houten
63
4
67
-4
63
IJsselstein
16
1
17
-0
17
Leusden
-
-
-
-
-
Lopik
-
-
-
-
-
Montfoort
-
-
-
-
-
Nieuwegein
-
-
-
-
-
Oudewater
20
1
21
1
21
Renswoude
-
-
-
-
-
Rhenen
-
-
-
-
-
Soest
79
3
82
3
85
Bunschoten
Stichtse Vecht
-
-
-
-
-
1.021
37
1.058
33
1.091
Utrechtse Heuvelrug
102
1
103
0
104
Veenendaal
71
2
73
-1
72
Vijfheerenlanden
164
1
165
1
166
Wijk bij Duurstede
84
-74
10
0
10
Woerden
144
6
150
4
155
Utrecht
Woudenberg
-
-
-
-
-
Zeist *
937
115
1.052
26
1.078
Totaal
3.259
110
3.369
79
3.448
* De indexatiemethodiek van het maatwerkpakket (met betrekking tot de erfpachtovereenkomst) van de gemeente Zeist wijkt voor 2023 af van de systematiek van algemene prijsaanpassing die de VRU hanteert (paragraaf 2.1). Dit verklaart de relatief grotere mutatie voor 2023 voor de gemeente Zeist. Voor 2024 is vooralsnog uitgegaan van de algemene prijsaanpassing, omdat het specifieke indexcijfer voor dit jaar nog niet beschikbaar is.
7 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) gaat met betrekking tot de looncomponent nog iets
wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de doorwerking van de cao 2023. In de geactualiseerde begroting 2023 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +5,5% voor 2023 en op basis van de kadernota 2024 +3,9% vanaf 2024.
3
Beleidsbegroting – programmaplan Brandweer– Toekomstbestendige brandweerzorg Waar gaan we voor? Binnen de Veiligheidsregio Utrecht is sprake van een fijnmazigheid van brandweerposten. Die kazernedichtheid koesteren we en hebben we nodig om de brandweerzorg te kunnen leveren. Maar de omgeving verandert. Nieuwe technologieën en maatschappelijke ontwikkelingen brengen zowel nieuwe risico’s als nieuwe mogelijkheden voor de brandweer. De uitdaging is om de samenleving veilig en veerkrachtig te houden, met een brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en toekomstbestendig is. Brandweerzorg is mensenwerk. Het vinden van de juiste mensen is nu soms al lastig, en de verwachting is dat dit alleen maar moeilijker wordt. Het is van belang om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven. Bij alles wat nu en de komende jaren ontwikkeld wordt, moet rekening gehouden worden met die schaarste. Daarom is het nodig te investeren in technologische ontwikkelingen. Nu investeren in innovaties, om voorbereid te zijn op de toekomst. Investeren in vakbekwaamheid is nodig om geprepareerd te zijn op nieuwe risico’s die op ons afkomen door onder andere energietransitie en klimaatverandering. De woningbrand blijft, maar het blussen van een elektrische auto of buurtbatterij is erbij gekomen.
De VRU wil toonaangevend en aantrekkelijk zijn in vakbekwaamheid; er moet aandacht zijn voor het vinden, binden en boeien van onze vrijwilligers. Niet alleen de brandweer staat voor uitdagingen zoals schaarste van personeel. Daarom liggen er kansen bij het verkennen van slimme samenwerkingen met andere hulpdiensten en partners in de regio. Ook investeren wij in de jeugdbrandweer als kweekvijver. Wat gaan we doen om daar te komen? Paraatheid Zoals gezegd koesteren we de fijnmazige kazernedichtheid. Voor de paraatheid in de avond en nacht is het huidige model van brandweerzorg, ingevuld met beroeps en vrijwilligers, nog steeds passend voor het grootste deel van de posten. Voor de paraatheid overdag zien we dat het steeds meer gaat knellen. Dit vraagt dus om aanpassingen en ingrepen om ook overdag brandweerzorg te kunnen blijven leveren. Technische voorzieningen gaan ons helpen om tijdig inzicht te krijgen of een post paraat is. In de huidige situatie wordt op een aantal posten gebruik gemaakt van roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers. Op basis van Europese wetgeving is dit in de toekomst waarschijnlijk niet meer mogelijk. Vrijwilligers moeten volgens deze wetgeving te allen tijde nee kunnen zeggen. Dit betekent dat met vrijwilligers uitsluitend op basis van ‘vrije instroom’ gewerkt kan worden en dat op sommige plekken wellicht extra beroepspersoneel nodig is.
Er moet nagedacht worden over nieuwe paraatheidsmodellen en aanstellingsvormen om te voldoen aan de wettelijke opkomsttijden. Pagina
24
Om hier invulling aan te geven stellen wij een nieuw dekkingsplan op, conform de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Daarbij wordt ook rekening gehouden met de bouwopgave, de groei van het aantal inwoners en de mogelijke gevolgen van de uitbreiding van het aantal 30 km/uur gebieden en autoluwe wijken. Wij streven ernaar dat dit nieuwe dekkingsplan eind 2025 gereed en bestuurlijk vastgesteld is. Vanwege een afname van beschikbaarheid op de dag wordt bij de totstandkoming van dit dekkingsplan de inrichting van continuïteitsposten meegenomen. Andere activiteiten die wij in 2023 en 2024 uitvoeren in het kader van paraatheid, zijn onder andere: - Het harmoniseren van de roosters - De implementatie van Uitruk op maat - Het actualiseren van de operationele grenzen - Structureel verbeteren van de dekking in Amersfoort op basis van de uitgevoerde proef - Het vervangen van de operationele informatievoorziening De implementatie van de tweewegpagers Meldkamer De meldkamers van de veiligheidsregio’s Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland gaan samenwerken op één locatie in Hilversum. Deze nieuwe meldkamer Midden-Nederland wordt operationeel in het voorjaar van 2025.
Tot die tijd worden alle meldkamerprocedures zoveel mogelijk geharmoniseerd en de bestaande locaties aangesloten op de landelijke IV- en ICTmeldkamerinfrastructuur om de continuïteit van de meldkamers te verbeteren en de 24/7 beschikbaarheid te kunnen waarborgen. Het beheer van de meldkamers is vanaf 2020 overgedragen aan de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS), dat onderdeel uitmaakt van de nationale politie. De veiligheidsregio’s blijven verantwoordelijk voor de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. De centralisten voor deze taken zijn en blijven in dienst van de veiligheidsregio’s. Hiervoor wordt de komende jaren een samenwerkingsverband gevormd tussen de drie veiligheidsregio’s in Midden-Nederland. Innovatie Door ons te richten op innovatie, investeren we in het ambacht brandweer. De veiligheid van het werk wordt daarmee vergroot en er wordt ingezet op aantrekkelijk werkgeverschap. Naast de schaarste van personeel hebben we te maken met nieuwe risico’s zoals beschreven in ons risicoprofiel. We willen daarom investeren in innovatie (waaronder robotica) om de brandweerzorg te ondersteunen en effectiever en veiliger te maken.
Nieuwe risico’s zoals klimaatverandering en energietransitie vragen ook iets anders van ons en we moeten zorgen dat onze medewerkers hiervoor beschikken over de juiste kennis en het juiste materieel. Voorbeelden van activiteiten waar wij in 2023 mee starten, zijn: - Het opzetten van een proefperiode van 2 jaar voor het gebruik van een onderwaterdrone bij waterongevallen door beroeps duikteams. - De inzet van kleine drones in de beginfase van de bestrijding van incidenten. - Het inrichten van een ruimte voor virtual reality trainingen in Veenendaal. Ook onze werkprocessen kunnen we verbeteren door nieuwe technische mogelijkheden. Met name informatiegestuurd werken zal een belangrijke verandering gaan betekenen. Denk
Pagina
25
hierbij aan het versterken van de informatiepositie van de meldkamer(processen), de initiële opschaling en de informatievoorziening van alle operationele functionarissen en teams. Natuurbrandbestrijding Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met omstandigheden waarin onbeheersbare natuurbranden kunnen voorkomen, zo ook op de Utrechtse Heuvelrug. Dit heeft mogelijk grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg. De huidige aanpak van het natuurbrandrisico in Nederland is onvoldoende toekomstbestendig. De VRU werkt mee in een landelijke taskforce natuurbrand die een toekomstvisie ontwikkelt op natuurbrandbeheersing, op drie thema’s: proactie / preventie slimme repressie en slagkracht onderzoek en kennisontwikkeling Met de negen betrokken gemeenten overlegt de VRU over prioritering en (her)inrichting van het gebied. Dit leidt tot een actieplan met in elk geval de volgende onderdelen: Advies over meer preventieve maatregelen en de waar nodig wettelijke verankering. Advies over hoe bij te dragen aan veerkracht op dit gebied in de samenleving. Advies over passende repressieve slagkracht voor onze regio en bovenregionaal optreden. Vakbekwaamheid Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. Veilig werken zit in ons DNA, maar blijft wel continu aandacht en scherpte vragen.
We investeren in een doorontwikkeling van onze brandweerschool (vakbekwaam worden), zodat we onze mensen een goede basis meegeven voor het uitoefenen van het brandweervak. We verzorgen een robuust en gevarieerd oefenprogramma zodat we vakbekwaam blijven, steeds beter worden en onze medewerkers de taak veilig kunnen blijven uitvoeren. We blijven ons structureel inzetten om het veiligheidsbewustzijn bij onze repressieve medewerkers op een steeds hoger niveau te krijgen. We zorgen ervoor dat de capaciteit en inrichting van de afdeling Vakbekwaamheid goed passend is bij de veranderende vraag. Op landelijk niveau stimuleren wij de externe waarde van brandweerdiploma’s en zijn we een belangrijke speler bij de doorontwikkeling van Vakbekwaamheid. Wij werken actief mee aan de verbetering van het brandweeronderwijsstelsel. Wij verkennen de mogelijkheden voor de doorontwikkeling van de brandweerschool en een eigentijds oefencentrum MiddenNederland. Onze brandweermensen Wij zijn trots op onze mensen. Wij investeren in het vinden, boeien en binden van brandweermensen. Daarbij hebben wij nadrukkelijk aandacht voor diversiteit op het gebied van leeftijd, gender, cultuur en opleidingsrichting voor een goede samenstelling van onze organisatie.
Pagina
26
Wij gaan de mogelijkheden verkennen van operationele samenwerking tussen politie, ambulancedienst en brandweer. Met deze vorm van samenwerking hopen wij gezamenlijk een oplossing te vinden voor de schaarste van personeel. Onder de huidige regelgeving volgt voor brandweermensen na twintig jaar hun tweede loopbaan. Dit houdt in dat wettelijk is vastgelegd dat repressieve medewerkers in een bezwarende functie hun bezwarende werk voor de duur van maximaal 20 jaar mogen uitoefenen. Daarna volgt hun ‘Tweede Loopbaan’. Binnen het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) zijn tijdelijke afspraken gemaakt over het te voeren tweede loopbaanbeleid. Het akkoord komt er op neer dat brandweermensen die 15 jaar in een repressieve functie werken nu al een verzoek kunnen doen om na 20 jaar werkzaam te blijven in een repressieve brandweerfunctie. De universiteit van Maastricht doet een vierjarig onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie. Op basis van dit landelijk onderzoek wordt het huidige beleid wellicht heroverwogen. Wij dragen bij om te komen tot een landelijke oplossing. Wij vinden het van belang dat onze brandweermensen mensen gezond, goed en veilig hun pensioen bereiken en daarna ook nog een fijne tijd hebben. Daar zetten wij ons landelijk voor in.
Waarop sturen we? Tabel 16 Productie-indicatoren Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg Nr. Productie-indicatoren
5 6 7
Incidenten bestrijden Het totaal aantal incidenten Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMSmeldingen Het aantal incidenten voor hulpverlening 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen Het aantal geredde slachtoffers Het aantal inzetten voor en in buurregio’s
8 9
Vakbekwaamheid Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond
1 2
3
4
Meldkamer 10 Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen meldingen 11 Verwerkingstijd