CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A21 - Ingekomen stuk Nationale Ombudsman - Jaarverslag 2020 - De burger verdient beter.pdf

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Lijst van ingekomen stukken29.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij de tweede schoolsluiting in december stelde Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat kwetsbare kinderen vaak niet in beeld zijn: «Waar ik buikpijn van krijg: er wordt nu gezegd dat kwetsbare kinderen naar school mogen, maar een van de grote problemen is dat we maar voor een deel weten wie zij zijn. Ze zullen niet snel zeggen dat het thuis niet veilig is, bijvoorbeeld omdat ze zich schamen of bang zijn uit huis geplaatst te worden»44.

44

Kaaden, A. (2020, 15 december). Kinderombudsvrouw over de schoolsluiting: er bekroop me een gevoel van schaamte. NRC Handelsblad.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

46

2.3 Ombudswerk Het hart van het werk van de Kinderombudsman is ons ombudswerk: het beoordelen en onderzoeken van meldingen van kinderen en volwassenen over kinderrechten die in het geding zijn. Bij het merendeel van deze contacten wordt om hulp of informatie gevraagd. Een voorbeeld. Geen individueel vervoer? Sophie (8) is meervoudig gehandicapt en heeft altijd gebruikgemaakt van groepsvervoer. Alle professionals die zijn betrokken bij Sophie geven aan dat ze baat heeft bij individueel vervoer met een vaste chauffeur. Haar moeder vraagt dit vervolgens aan bij de gemeente. De gemeente stemt in eerste instantie in met individueel vervoer met vaste chauffeur, maar 10 minuten later belt de gemeente terug dat ze dit individueel vervoer helemaal niet kunnen leveren. De gemeente geeft aan dat de moeder de oplossing binnen haar eigen netwerk moet zoeken. Dat helpt de moeder van Sophie niet verder, dus daarom vraagt ze de Kinderombudsman om advies. Binnenkort heeft zij een gesprek met de verantwoordelijk wethouder over het leerlingenvervoer van Sophie. De medewerker van de Kinderombudsman bespreekt de inhoud van het rapport «Als de weg naar passend onderwijs niet passend is» met de moeder. Dit rapport van de Kinderombudsman uit 2019 gaat over beleid en uitvoering van leerlingenvervoer conform de eisen van het IVRK.

Onze leidraad «Het beste besluit voor het kind» komt ook ter sprake en wij adviseren om beide publicaties onder de aandacht te brengen bij de wethouder en daarnaast een onderwijsconsulent in te schakelen. Het gesprek met de wethouder pakt positief uit en er komt een passende oplossing voor het leerlingenvervoer van de dochter. Mensen dienen ook klachten in over een individuele situatie, waarbij mogelijk kinderrechten zijn geschonden. Onderzoek moet aantonen of daar inderdaad sprake van is. Twee illustraties van individuele klachtrapporten, die de Kinderombudsman in 2020 opstelde. Het rapport «Afkoelen in de isoleercel»45 ging over een klacht over de fouillering van Pablo (17) bij zijn aanhouding en het feit dat de politie hem in een isoleercel plaatste. Over de fouillering kon de Kinderombudsman geen oordeel geven, omdat niet meer goed te achterhalen viel wat er was gebeurd. De klacht over de plaatsing in de isoleercel beoordeelde de Kinderombudsman als gegrond: de politie had niet genoeg redenen om dat te doen. In het rapport «Het beste besluit voor een thuiszitter»46 behandelde de Kinderombudsman de zaak van Kalil die in groep 3 van school af moest en daarna twee jaar thuis zat. De ouders van Kalil dienden een klacht in, omdat ze vonden dat het verantwoordelijke samenwerkingsverband te weinig deed om ervoor te zorgen dat Kalil weer naar school kon.

De Kinderombudsman vindt de klacht van de ouders van Kalil gegrond. De ouders van Kalil hebben zelf ook niet altijd even goed samengewerkt, toch vindt de Kinderombudsman dat het samenwerkingsverband een andere beslissing had kunnen nemen. 45 46

Kinderombudsman. (2020). Afkoelen in de isoleercel (KOM002/2020) Kinderombudsman. (2020). Het beste besluit voor een thuiszitter (KOM 008/2020)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

47

Werk in cijfers Algemeen – Totaal aantal zaken 2020: 1992 2019: 2106 2018: 1998 Onderwerpen – aantal zaken/aandeel in totaal Jeugdhulp Onderwijs Gezag en omgang Coronavirus Overig1

2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2020:

598/30% 743/35% 444/22% 393/19% 353/18% 318/15% 224/11% 373/19%

1 Onder meer zaken over politie & justitie, armoede, vreemdelingenrecht, gezondheidszorg en familierecht.

Wie nam er contact op? Ouders Professionals Kinderen

1172/58% 154/8% 121/6%

E-mail Telefonisch Post/werkbezoek Overig1

1072/54% 900/45% 20/1%

1 Onder meer directe familie zoals grootouders, broers en zussen. Maar ook mensen uit het netwerk van een kind, zoals vrienden of buren.

2.4 Publicaties in 2020 Naast onderzoek naar individuele klachten, kan de Kinderombudsman ook een onderzoek of project starten met betrekking tot een structureel thema rond kinderrechten. Dit jaar zijn daar de volgende publicaties uit voortgekomen. Contact tussen ouders en kinderen tijdens corona In april 2020 ontwikkelde de Kinderombudsman de brochure «Stappenplan afweging contact tussen ouders en kinderen tijdens corona»47. Hierin komen verschillende vragen aan de orde zoals: mogen kinderen of jongeren die niet thuis wonen, maar in een groepswoning of instelling hun ouders nog op bezoek krijgen of op verlof gaan? En welke keuze maak je als ouders met een omgangsregeling, bijvoorbeeld wanneer iemand ziek is geweest? Corona Quickscan Elke twee jaar zet de Kinderombudsman een vragenlijst uit onder kinderen om van hen te horen wat er goed gaat in hun leven, wat beter kan en wat ze zouden aanpakken als ze zelf de Kinderombudsman zouden zijn. Dit 47

Kinderombudsman. (2020). Stappenplan afweging contact kinderen en ouders tijdens corona.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

48

stond op de planning voor medio 2020, maar vanwege de coronamaatregelen hebben we de vragenlijst eerder opengezet om zoveel mogelijk ervaringen van kinderen over corona op te halen. In mei 2020 publiceerde de Kinderombudsman een eerste deelanalyse: de «Corona Quickscan»48, op basis van de respons van 556 kinderen ten tijde van de eerste lockdown. Uit de analyse bleek het volgende: • De meeste kinderen waren positief over de kwaliteit van hun leven, al misten ze het rechtstreekse contact met hun vrienden. • Kwetsbare kinderen leden meer dan de rest van de ondervraagde kinderen onder de coronamaatregelen. Zo ondervonden de meesten van hen meer problemen met schoolwerk, was er thuis meer ruzie en moeizaam contact met de ouder(s). • Kinderen gaven aan dat behandelingen voor psychische problemen niet altijd meer doorgingen. • Opvallend is dat een deel van de kinderen ook voordelen zag van de coronamaatregelen. Ze hadden bijvoorbeeld minder stress, minder jeugdhulp of werden minder gepest. Op basis van de verzamelde informatie formuleerde de Kinderombudsman een aantal aanbevelingen voor bestuurders, beleidsmakers en professionals. De Kinderombudsman vroeg hen om het coronabeleid zoveel mogelijk af te stemmen op de kinderen in kwetsbare situaties, bijvoorbeeld door ze de mogelijkheid te bieden naar school te gaan.

Een andere aanbeveling betrof het zorgen voor continuïteit van contact met ouders bij uithuisplaatsingen en complexe scheidingen. Ook adviseerde de Kinderombudsman om kinderen te betrekken bij nieuw coronabeleid. Als je het ons vraagt – Thuis in 2020 Uiteindelijk hebben ongeveer 2.000 kinderen de vragenlijst volledig ingevuld. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen staan in het eindrapport dat in november49 uitkwam. In dit onderzoek50 stond de vraag centraal hoe kinderen die niet thuis wonen of opgroeien met een specifiek probleem in hun thuissituatie hun leven ervaren. En wat zij belangrijk vinden voor de toekomst. In de rapportage zijn de groepen kinderen die niet thuis wonen of die thuis een probleem hebben, vergeleken met kinderen die aangeven dat ze geen problemen hebben. Uit de rapportage blijkt onder meer dat: • Kinderen in Nederland zeer tevreden zijn over hun leven; • Er grote verschillen zijn tussen kinderen die zonder problemen opgroeien en kinderen die niet thuis wonen of een probleem in de thuissituatie ervaren. Zo geven kinderen die zonder grote problemen opgroeien hun leven gemiddeld een 8,3.

Van de kinderen die niet thuis wonen, geven kinderen in gesloten instellingen hun leven het vaakst een onvoldoende, hun gemiddelde score was een 5,6; • Kinderen in gesloten instellingen vinden dat de kwaliteit van de zorg die ze ontvangen, hun dagbesteding, onderwijs en opleiding onvoldoende aansluiten bij wat zij nodig hebben. Zij missen het zelf onderhouden van sociale contacten;

48

Kinderombudsman. (2020a). Als je het ons vraagt? Een QuickScan van de ervaringen van kinderen en jongeren ten tijde van Corona (KOM003/2020). De vragenlijst is ook uitgezet in Caribisch Nederland en heeft daar langer opengestaan dan in Europees Nederland. Het rapport met de analyse van de ingevulde vragenlijsten uit Caribisch Nederland komt in 2021 uit. 50 Kinderombudsman. (2020a). Als je het ons vraagt. Thuis in 2020 (KOM009/2020). 49

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

49

•

Kinderen die in een thuissituatie opgroeien waar sprake is van ruzie en/of geweld zijn beduidend minder tevreden dan kinderen die met andersoortige problemen thuis opgroeien. Zij geven hun leven een 6,6. Kinderen die met een zieke ouder opgroeien, geven hun leven toch nog een 8.

Net als in de «Corona Quickscan» bleek in het eindonderzoek in november opnieuw dat een deel van de kinderen ook voordelen van de door corona ontstane situatie ondervonden. Ze kregen bijvoorbeeld meer hulp bij hun huiswerk, hadden meer vrije tijd en leuk online contact met vrienden. De kwetsbare groepen in dit onderzoek, de kinderen die niet thuis wonen en de kinderen met een moeilijke thuissituatie, zeiden vaker dan kinderen die het thuis fijn hebben dat ze thuis veel minder leerden dan op school. De impact van de coronamaatregelen lijkt voor kinderen die in een instelling opgroeien erg groot. Zij hebben meer (en vrijwel alleen) negatieve aspecten ervaren van de coronamaatregelen dan andere kinderen. De lockdown heeft grote gevolgen voor hun dagelijks leven en sociale contacten. Ze zien hun familie in deze periode niet en hebben te maken met verveling, omdat onderwijs en (buiten)activiteiten minder plaatsvinden. De meeste kinderen die met problemen thuis opgroeien, ervaren ernstigere gevolgen van de lockdown dan kinderen zonder problemen. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen die te maken hebben met ruzie of geweld thuis. Deze groep kinderen wil dat de scholen open blijven.

Ten slotte willen zowel kinderen die niet thuis wonen als kinderen in een thuissituatie waar een probleem speelt bij een volgende lockdown het contact met vrienden behouden en meer gezamenlijke (buiten)activiteiten. Op basis van de analyses en de verbetersuggesties van kinderen heeft de Kinderombudsman diverse aanbevelingen gedaan: • De Kinderombudsman riep JeugdzorgPlus-instellingen op om met kinderen te bekijken hoe het woon- en leefklimaat in de instelling verbeterd kan worden. • De Kinderombudsman vroeg Veilig Thuis-organisaties, schoolartsen, schoolmaatschappelijk werkers, leerkrachten en de bredere sociale omgeving van kinderen extra alert te zijn op signalen van geweld en/of een onveilige thuissituatie. • Aan jeugdhulporganisaties, gemeenten en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de Kinderombudsman – wederom – gevraagd de toegang tot jeugdhulp te verbeteren. En zorg te dragen voor de continuïteit van de zorgprofessionals die betrokken zijn bij het leven van kinderen. • De Kinderombudsman heeft jeugdhulporganisaties en gemeenten geadviseerd om meer te letten op mentale problemen, met name bij kinderen die opgroeien in een thuissituatie waar problemen spelen.

• De Kinderombudsman heeft onderwijsinstellingen, schoolartsen en schoolmaatschappelijk werkers opgeroepen om zowel individueel als in groepsverband aandacht te besteden aan de mentale gezondheid van alle kinderen. Belangen van kinderen voorop? In juni 2020 deed de Kinderombudsman onderzoek naar het besluit van zorgorganisatie Pluryn om de jeugdzorginstelling De Hoenderloo Groep te sluiten. We publiceerden hierover het rapport «Belangen van kinderen

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

50

voorop?»51. De Kinderombudsman concludeerde dat de belangen van kinderen niet altijd goed genoeg zijn onderzocht en waren meegewogen in de verschillende fasen van het besluitvormingsproces. De zaak van De Hoenderloo Groep staat niet op zichzelf. Er zijn meer jeugdhulp-instellingen waarvoor sluiting dreigt. Bijvoorbeeld vanwege aanbestedingstrajecten. De aanbevelingen in het rapport richten zich dan ook op gemeenten en andere jeugdinstellingen. De Kinderombudsman heeft hen opgeroepen om bij dit soort ingrijpende processen de belangen van kinderen een eerste overweging te laten zijn. Het rapport gaat ook in op hoe in dit soort processen de belangen van de betreffende kinderen goed onderzocht en meegewogen kunnen en moeten worden. De ministeries van VWS en OCW en gemeenten hebben we geadviseerd een kwalitatief hoogwaardig zorgaanbod te ontwikkelen voor kinderen met complexe zorgvragen, zodat ook zij zo dicht mogelijk bij huis behandeld kunnen worden. Voor de kinderen waarvoor kleinschalig zorgaanbod in de regio niet passend is, hebben we aanbevolen ervoor te zorgen dat er landelijk een passend zorgaanbod beschikbaar blijft. Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan De Nationale ombudsman en de Kinderombudsman publiceerden in september 2020 gezamenlijk het rapport «Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan»52.

De basis voor het rapport vormde het onderzoek van beide ombudsmannen naar de armoede onder jongeren in Caribisch Nederland. En dan met name naar de knelpunten die zij ervaren in de overgang naar volwassenheid. Waar jongeren uit (Europees) Nederland in armoede in principe kunnen rekenen op beschermende faciliteiten, ontbreken deze vaak volledig voor jongeren uit Caribisch Nederland. De armoede is schrijnend en de ombudsmannen vroegen de overheid dan ook om snel in te grijpen. Een urgente en intensieve samenwerking tussen Rijksoverheid en de openbare lichamen is hierbij noodzakelijk. Verder benadrukken beide ombudsmannen dat in de integrale aanpak rekening gehouden moet worden met de lokale context, de cultuur op de eilanden en het bestaande gebrek aan vertrouwen in de overheid. Bovendien vinden zij het belangrijk dat jongeren gehoord worden en meedenken over oplossingen. Naast de maatregelen om armoede onder jongeren op de langere termijn te verbeteren – op gebieden als inkomen, onderwijs en naschoolse opvang – is ook op korte termijn actie nodig. En dan met name op het gebied van huisvesting en opvang, opleidingsmogelijkheden en activiteiten, beroepsonderwijs, stage- en werkervarings-plekken en toegang tot een buddy of vertrouwenspersoon. De ombudsmannen vinden dat het ministerie van BZK hier een regierol in moet nemen.

Hoe kijken kinderen met een ondersteuningsbehoefte aan tegen passend onderwijs? In 2020 deed de Kinderombudsman onderzoek naar de ervaringen van kinderen met een meervoudige of complexe ondersteuningsbehoeften met passend onderwijs. Uit het rapport «Van passend naar inclusief:

51

Kinderombudsman. (2020). Belangen van kinderen voorop? Onderzoek naar de besluitvormingsprocessen rond de sluiting van De Hoenderloo Groep (KOM004/2020). 52 Nationale ombudsman & Kinderombudsman. (2020). Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan (2020/030).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

51

Kinderen over hun perspectief op passend onderwijs»53 blijkt dat de ondervraagde kinderen over het algemeen best tevreden zijn over het passend onderwijs dat ze krijgen. Maar de meest kwetsbare kinderen worden nu het minst goed ondersteund. Hulp sluit te weinig aan op hun specifieke behoeften en mogelijkheden. Zo vinden deze kinderen dat leraren en ander onderwijspersoneel te weinig kennis hebben van hun problematiek. Kinderen merken ook dat er bij leraren te weinig tijd is en dat klassen te groot zijn om genoeg aandacht te krijgen. Ook geven kinderen aan dat ze beter meegenomen willen worden in de keuzes die voor hen worden gemaakt en dat rust, structuur en deskundige aandacht belangrijk voor ze zijn. Op basis van het onderzoek deed de Kinderombudsman de volgende aanbevelingen: • Verantwoordelijke bewindspersonen: zorg ervoor dat de verdragsverplichtingen over onderwijs uit het IVRK en VN-verdrag Handicap beter nageleefd worden in het onderwijs.

Mede door inclusief onderwijs als einddoel voor passend onderwijs te kiezen en hiervoor een ambitieus plan te maken; • Docenten en andere volwassenen in het onderwijs: laat het onderwijs meer kennis opdoen over de problemen die kinderen hebben, zodat ze beter kunnen inspelen op wat een kind nodig heeft; • Scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden: versterk het pedagogische klimaat, waardoor leraren meer structuur, rust en individuele aandacht aan kinderen kunnen geven; • Scholen, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeentelijke jeugdhulp: maak de belangenafweging en besluitvorming over individuele ondersteuning transparanter en in lijn met de eisen van het IVRK. Kinderen en ouders moeten hier ook beter bij betrokken en over geïnformeerd worden; • Alle betrokken partijen: gezamenlijk concrete doelen opstellen en aangeven wat het onderwijs voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte kan bereiken. Belangrijk daarbij is dat effecten in de praktijk worden gemonitord en de mening en ervaringen van kinderen zelf worden gehoord. De onzichtbaarheid van kinderen met huisvestingsproblemen Het belang van kinderen moet een vaste plek krijgen in besluitvorming van gemeenten over huisvesting van gezinnen. Waar nodig moeten weten regelgeving, beleid en uitvoering hiervoor worden aangepast.

Tot deze conclusie kwam de Kinderombudsman in december in de publicatie «Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen met huisvestingsproblemen»54. Uit het onderzoek blijkt dat kinderen onvoldoende worden gevraagd wat zij nodig hebben bij problemen zoals huisuitzettingen, inschrijving in gemeenten en voorrang bij toewijzing van een nieuwe woning. En dat terwijl huisvesting cruciaal is voor een veilige en stabiele omgeving voor een kind om goed op te groeien en zich optimaal te ontwikkelen.

53

Kinderombudsman. (2020). Van passend naar inclusief. Kinderen over hun perspectief op passend onderwijs. (KOM006/2020). 54 Kinderombudsman. (2020). Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen bij huisvestingsproblemen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

52

De aanbevelingen in deze publicatie zijn gericht aan gemeenten en de ministeries van BZK, VWS en SZW: • Betrek het belang van kinderen structureel bij beslissingen rondom huisvestingsproblemen, zoals vastgelegd in het IVRK. De Kinderombudsman maakte hiervoor een handreiking55; • Betrek huisvesting in de ontwikkeling van het integrale armoedebeleid op Rijks- en gemeenteniveau. In 2017 heeft de Kinderombudsman onderzoek gedaan naar kinderen in armoede. Eén van de conclusies was toen dat armoede impact heeft op vele terreinen die voor kinderen belangrijk zijn, waaronder huisvesting. Zorgen over In 2020 heeft de Kinderombudsman voor verschillende onderwerpen aandacht van het kabinet gevraagd. In twee brieven56 heeft de Kinderombudsman minister van Justitie en Veiligheid gevraagd om een regeling, waarin het bezoekrecht voor ouders van buiten de EU wordt vastgesteld. Als basis dienen Europese afspraken en het Kinderrechtenverdrag. De minister bleef bij zijn standpunt dat ieder bezoek individueel beoordeeld moet worden. Ook heeft de Kinderombudsman de regering opgeroepen om de gestrande kinderen en hun naasten in Griekse vluchtelingenkampen te evacueren. En een deel van hen in Nederland op te vangen.

Eerder in het jaar spoorden de Kinderombudsmannen uit heel Europa (verenigd in het ENOC) de regeringen van hun landen aan kinderen uit de kampen weg te halen en de opvang te verdelen over de Europese landen.

55

Kinderombudsman. (2020). Handreiking «Het beste besluit voor het kind bij huisvestingsproblemen» 56 Brieven Kinderombudsman 14/12/2020 en 13/8/2020

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

53

3. HET WERK VAN DE VETERANENOMBUDSMAN Sinds de inwerkingtreding van de Veteranenwet in 2014 gaat de Nationale ombudsman ook over de taken én verantwoordelijkheden van de Veteranenombudsman. In die rol behandelt hij klachten van veteranen. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman de taak om de regering en de Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. In de Veteranenwet zijn de belangrijkste pijlers: • Veteranen moeten kunnen rekenen op goede zorg wanneer zij lichamelijk of psychisch letsel aan hun uitzending overhouden. De zorg moet blijvend zijn als dit nodig is. • Het beleid van de overheid moet zich richten op het actief bevorderen van de erkenning en waardering van veteranen. • Voorafgaand aan de uitzending moet er goede informatievoorziening zijn over mogelijke gezondheidsproblemen en over het zorgaanbod. • De Veteranenombudsman is onafhankelijk en niet verbonden aan het ministerie van Defensie. Wij kijken mee of overheidsinstanties veteranen correct bejegenen. Dit doen we ook voor privaatrechtelijke organen die zich bezighouden met (de zorg voor) veteranen. De taken en bevoegdheden van de Veteranenombudsman zijn opgenomen in de artikelen 7b, 11a, 11b en 11c van de Veteranenwet. Veteranen in Nederland Er zijn duizenden veteranen die niet in oorlogstijd, maar tijdens recente vredesmissies of crisisbeheersingsoperaties in het buitenland hebben gediend.

Nederlandse militairen dienden in Libanon (1979–1985) en meer recent in Bosnië, Kosovo, Irak, Afghanistan en Mali. Het aantal veteranen blijft redelijk stabiel door deze generaties «jonge» veteranen. In 2020 waren er naar schatting 107.250 Nederlandse veteranen. 3.1 Klachtenbeeld 2020 •

• •

• •

•

In 2020 zijn 300 verzoeken van veteranen en relaties afgehandeld. Ten opzichte van voorgaande jaren neemt het aantal verzoeken toe: 279 (2019), 208 (2018) en 152 (2017). De Veteranenombudsman heeft in 109 gevallen de klacht over de overheidsinstantie via een interventie behandeld. In 89 dossiers zijn klachten van veteranen door de Veteranenombudsman doorverwezen naar een overheidsinstantie of een instantie die een taak heeft ten aanzien van veteranen zoals het Veteraneninstituut of het ministerie van Defensie. Daarbij geeft de Veteranenombudsman meestal advies aan de veteraan. Bij 29 klachten was de zaak onder de rechter. In deze situaties is de Veteranenombudsman terughoudend. Er zijn 9 klachten terugverwezen voor interne klachtbehandeling door de (overheids)instantie. In deze gevallen krijgt eerst de instantie de gelegenheid om de klacht te behandelen, voordat de Veteranenombudsman zich inhoudelijk over de klacht kan buigen. De Veteranenombudsman blijft dan wel op de hoogte van de klachtenprocedure zodat de veteraan goed wordt geholpen. Op 1 januari 2021 waren er nog 27 klachtdossiers uit 2020 in behandeling.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

54

3.2 Onderzoeken In 2020 zijn acht onderzoeken afgerond of gestart. Hierover schreven we brieven en rapporten aan bewindspersonen met een oordeel van de Veteranenombudsman. Deze brieven en rapporten staan ook op de website van de Nationale ombudsman. Stopzetting vergoeding medicinale cannabis Per 1 januari 2020 wordt het gebruik van medicinale cannabis niet meer door Defensie/ABP vergoed. De Veteranenombudsman ontving hierover een signaal van een veteraan bij wie het middel een positief effect heeft op klachten die zijn veroorzaakt door een dienstongeval. Op basis van de bijzondere zorgplicht én lopende onderzoeken van de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) en de universiteiten van Leiden en Utrecht vond de Veteranenombudsman dat stopzetten van de vergoeding van medicinale cannabis onvoldoende gemotiveerd is57. Deze wettelijk bepaalde bijzondere zorgplicht voor veteranen en de reguliere zorgverzekering zijn niet met elkaar te vergelijken. In maart 2020 liet de minister van Defensie per brief weten het besluit in te trekken en de vergoeding voort te zetten. Migratie met een Militair Invaliditeitspensioen De Veteranenombudsman vroeg de minister van VWS om een snelle oplossing voor een kleine groep veteranen, die met behoud van hun Nederlandse ziektekostenverzekering naar een ander EU-land of een verdragsland willen verhuizen58.

Zij moeten een wettelijke uitkering of pensioen uit Nederland ontvangen. Dit is geen probleem wanneer de veteraan WAO en WIA ontvangt, maar veteranen met alleen een Militair Invaliditeitspensioen (MIP) komen in de knel. Al eerder deed de ombudsman een beroep op de bijzondere zorgplicht voor deze veteranen. Naar aanleiding van een nieuwe klacht van een veteraan blijkt het nog steeds niet geregeld. Een wijziging kan zelfs nog geruime tijd op zich laten wachten. Een minderheid van de lidstaten blokkeert de goedkeuring van een pakket aan veranderingen. Zo blijft het voor veteranen met alleen een MIP volstrekt onzeker of en wanneer zij zich – met behoud van een Nederlandse ziektekostenverzekering – in een EU- of verdragsland kunnen gaan vestigen. De Veteranenombudsman houdt dit in 2021 nauwlettend in de gaten. Onderzoek behandelingsduur letselschadeclaims door Defensie De Veteranenombudsman is in april 2020 een onderzoek gestart (en afgerond in januari 2021) naar de behandelingsduur van letselschadeclaims door het ministerie van Defensie59. Veteranen die tijdens een uitzending psychische of lichamelijke letselschade hebben opgelopen, kunnen na het traject voor het vaststellen van het Militair Invaliditeitspensioen (MIP) en het bereiken van de medische eindtoestand een verzoek indienen voor volledige schadevergoeding van eventuele restschade.

Deze procedure bij het ministerie van Defensie duurt vaak jaren en dit zorgt voor veel stress en onzekerheid bij veteranen. De Veteranenombudsman ontvangt over de lange duur regelmatig klachten. 57

Veteranenombudsman. (2020). Veteranenombudsman: Zet vergoeding medicinaal gebruik cannabis door veteranen voorlopig voort Veteranenombudsman. (2020). Veteranenombudsman: emigrerende veteraan met Militair Invaliditeitspensioen in de problemen 59 Veteranenombudsman. (2020). Veteranenombudsman start onderzoek behandelingsduur letselschadeclaims door Defensie 58

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

55

Sommige veteranen beschrijven het contact met Defensie zelfs als een gevecht. Het is een complexe procedure waarin veel moet worden uitgezocht. «Dit moet uiteraard zorgvuldig gebeuren. De schadevergoeding wordt maar één keer vastgesteld en de uitkomst heeft grote gevolgen voor de financiële toekomst van de veteraan. Ik vind dat ook met inachtneming van de noodzakelijke processtappen de behandeling van een claim in beginsel nooit langer mag duren dan twee jaar,» aldus Reinier van Zutphen. In gesprekken met veteranen en hun belangenbehartigers en medewerkers van Defensie wijzen zij voor de reden van vertraging vooral naar elkaar. Om zicht te krijgen op de oorzaken van de vertraging, heeft de Veteranenombudsman met alle betrokken partijen om tafel gezeten over de vraag welke verbeteringen in de procedure mogelijk zijn. De Veteranenombudsman vindt dat Defensie en belangenbehartigers duidelijk en transparant met veteranen moeten communiceren over de behandelingsduur en de noodzaak van de verschillende stappen in de procedure.

Daarnaast doet hij enkele aanbevelingen om de duur van het traject te kunnen verkorten: • Versterk de rol van de zorgcoördinator in het herziene voorzieningenen uitkeringsstelsel; • Maak het mogelijk dat de medische dossiers digitaal aan de belangenbehartiger kunnen worden aangeleverd; • Ga in overleg met het UWV voor een betere afstemming tussen ABP/SMO/Defensie en het UWV; • Onderzoek of het juridisch mogelijk en uitvoerbaar is om in de vaststellingsovereenkomst een voorbehoud op te nemen. Zodat er ruimte is om bij bepaalde gewijzigde omstandigheden terug te komen op het eerder overeengekomen schadevergoedingsbedrag. Oplossing voor uitblijven indexatie Militair Invaliditeitspensioen De Veteranenombudsman ontvangt regelmatig klachten en signalen van veteranen voor wie het Militair Invaliditeitspensioen hun enige of voornaamste inkomstenbron is. Zij komen in toenemende mate in de financiële problemen, doordat het MIP sinds 2010 niet meer is geïndexeerd vanwege een koppeling met de ABP-pensioenen. Deze ABP-pensioenen kunnen al jaren niet stijgen, omdat er sprake is van onvoldoende dekkingsgraad. Het is echter vreemd dat daardoor ook het MIP niet kan stijgen. Het MIP komt namelijk niet ten laste van de pensioengelden van het ABP, maar wordt gefinancierd vanuit de Defensiebegroting.

Het zou logischer zijn aan te sluiten bij de lonen van het Defensiepersoneel of net als bij de andere uitkeringen en inkomensvoorzieningen een koppeling te maken met het wettelijk minimumloon. Voor de Veteranenombudsman reden om de minister te vragen om op korte termijn met een oplossing te komen voor het uitblijven van een indexatie60. Reinier van Zutphen: «Het MIP is al sinds 2010 niet meer geïndexeerd omdat er een koppeling is gemaakt met de ABP-pensioenen. Hierdoor verslechtert de inkomenssituatie van deze groep veteranen. De hoogte van het MIP zou moeten meestijgen met de prijsontwikkelingen zoals deze worden vastgesteld door het CBS.»

60

Veteranenombudsman. (2020). Veteranenombudsman: oplossing nodig voor uitblijven indexatie Militair Invaliditeitspensioen

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

56

Bijzondere zorgplicht voor mantelzorgers veteraan De vader van een Bosnië-veteraan meldde zich bij de ombudsman. Zijn zoon kreeg na zijn uitzending te kampen met ernstige psychosociale problemen als gevolg van PTSS. Voor zijn ouders aanleiding om hem bij hen thuis te verzorgen. Op den duur leverde dit steeds meer spanningen op. Dit escaleerde in een optreden van de politie. Opvang van de veteraan door zijn ouders was vanaf dat moment niet meer mogelijk. Zowel de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht als maatschappelijk werk Defensie stelden voor om de ouders een concreet geldbedrag te geven op grond van de kostenberekening mantelzorg. Dit als blijk van erkenning en waardering voor hun rol als mantelzorger. Naar aanleiding hiervan vraagt de Veteranenombudsman aan de minister welke mogelijkheden zij ziet voor het geven van erkenning en waardering aan relaties van een veteraan in hun rol als mantelzorger61. Volgens Reinier van Zutphen mag een beroep op precedentwerking nooit een reden zijn om het verzoek voor een financiële vergoeding op voorhand af te wijzen.

«De Veteranenwet en de bijzondere zorgplicht van de minister omvat zowel materiële als immateriële ondersteuning in ruime zin, voor veteranen maar ook voor hun relaties.» Rijbewijs problematiek bij buitenlandse plaatsing De Veteranenombudsman ontvangt met enige regelmaat klachten en signalen van militairen en hun gezinsleden die het civiele rijbewijs, dat tijdens hun verblijf in het buitenland verloopt, niet kunnen verlengen. Ook uitbreiding van het rijbewijs met een categorie is niet mogelijk. Dit komt doordat zij zich niet in hun woongemeente in het land van legering kunnen inschrijven, en zich bij vertrek wél moeten laten uitschrijven uit hun woonplaats in Nederland. De Veteranenombudsman heeft de minister van Defensie gevraagd om op korte termijn voor een structurele oplossing te zorgen62. Deze wordt in 2021 verwacht. Toegang tot zorg voor gedetineerde veteranen Medio 2019 ontving de Veteranenombudsman voor het eerst een signaal over de manier waarop er binnen de penitentiaire inrichtingen wordt omgegaan met veteranen. Er is nauwelijks informatie bekend over de situatie van gedetineerde veteranen. Daarom is de Veteranenombudsman een onderzoek gestart naar de toegang tot (na)zorg voor deze groep veteranen.

Om zicht te krijgen op wat een gedetineerde veteraan van Dienst Justitiële Inrichtingen mag verwachten als het gaat om de toegang tot (na)zorg, stelde de ombudsman in 2020 een aantal vragen aan de minister voor Rechtsbescherming. Hij gaat daarnaast in gesprek met (voormalig) gedetineerde veteranen, het Veteraneninstituut, het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) en met diverse onderdelen binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen. In de zomer van 2021 verschijnt het rapport. Publicatie Klachtenmonitor Defensie Het ministerie van Defensie bekijkt klachten van veteranen te vaak nog vanuit de organisatie. Niet alleen staat de veteraan onvoldoende centraal in de klachtbehandeling, er is ook te weinig centraal zicht op de binnen-

61

Veteranenombudsman. (2020). Bijzondere zorgplicht voor veteranen niet slechts juridisch begrip 62 Veteranenombudsman. (2020). Problemen met rijbewijs voor militairen

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

57

gekomen klachten en meldingen63. Deze worden veelvuldig nog buiten de afgesproken route van de Klachtenregeling afgehandeld. Mede daardoor schiet de registratie tekort en zijn er vrijwel geen handvatten voor een goede analyse van het klachtenbeeld. De Veteranenombudsman vindt dat teleurstellend, want structureel leren van de behandeling van klachten en meldingen blijft hierdoor uit. Het lijkt te ontbreken aan regie en doorzettingskracht om de Klachtenregeling uit 2016 daadwerkelijk gestalte te laten krijgen binnen de organisatie. Al een aantal jaren is de ombudsman bezig om dit op de rit te krijgen en wil daarbij graag helpen. Reinier van Zutphen: «Teleurstellend, want structureel leren van de behandeling van klachten en meldingen blijft hierdoor uit. Het lijkt te ontbreken aan regie en doorzettingskracht om de Klachtenregeling uit 2016 daadwerkelijk gestalte te laten krijgen binnen de organisatie. Al een aantal jaren zijn wij bezig om dit op de rit te krijgen en wij willen daarbij graag helpen.» Inmiddels zijn er vier jaar verstreken sinds het eerste rapport van de Veteranenombudsman over de klachtbehandeling bij Defensie. Ondanks het in 2018 gepresenteerde rapport «Onderzoek naar een sociaal veilige werkomgeving bij Defensie» van de commissie-Giebels, een interne evaluatie en rapporten van de ombudsman, is er weinig veranderd.

Behandeling van klachten en meldingen krijgt organisatiebreed binnen Defensie nog te weinig aandacht en een echte «eigenaar» met doorzettingsmacht voor de nodige veranderingen lijkt te ontbreken. Monitoring eerdere structurele onderzoeken De Veteranenombudsman verwacht dat er op een serieuze manier wordt omgegaan met zijn rapporten en aanbevelingen. In een aantal dossiers zagen we in 2020 verbeteringen of aandachtspunten naar aanleiding van onderstaande onderzoeken. Knelpunten in procedures Militair Invaliditeitspensioen In de afgelopen jaren heeft de Veteranenombudsman tientallen klachten en signalen ontvangen over de lange behandelingsduur van aanvragen voor een Militair invaliditeitspensioen en over verzoeken om een herbeoordeling of een voorziening. Een definitieve beoordeling geeft niet alleen rechtszekerheid, maar is voor betrokken veteranen ook een afsluiting van een doorgaans belastende en stressvolle periode die (her)beoordelingen met zich meebrengen. Eerder bracht de Veteranenombudsman openbare rapporten uit over een Bosnië- en een Afghanistan-veteraan die door jarenlange (her)keuringstrajecten, zonder uitzicht op een eindtoestand, eraan onderdoor gingen. De Veteranenombudsman heeft daarnaast zaken opgepakt van veteranen die tot wel negen jaar in onzekerheid werden gehouden door telkens opnieuw gekeurd te moeten worden.

Pas na bemoeienis van de ombudsman kwam er in hun dossiers een doorbraak en werd ambtshalve een eindtoestand vast gesteld. Al in 2018 stelde de Veteranenombudsman vragen over het verschuiven van de herbeoordelingstermijn met een jaar door het ABP. De minister gaf toen aan dat er te weinig verzekeringsartsen beschikbaar zijn. De ombudsman startte door de aanhoudende stroom van klachten en signalen in mei 2019 een onderzoek naar knelpunten in de procedures. 63

Veteranenombudsman. (2020). Klachtenmonitor Defensie (2020/035)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

58

De Veteranenombudsman beveelt in zijn rapport de minister van Defensie aan om de MIP-beoordeling uit te stellen tot na het bereiken van de medische eindtoestand. Hierdoor hoeft de veteraan maar één keer bij de verzekeringsarts te komen. In geval van financiële nood moet de veteraan in de tussentijd in aanmerking komen voor een voorlopige inkomensvoorziening of uitkering. Hoewel de minister heeft toegezegd dat er aan een stelselwijziging gewerkt wordt, is er in 2020 weinig bekend geworden. Hierover heeft de Veteranenombudsman opnieuw vragen gesteld. Onderzoek naar re-integratie door Defensie In april 2018 startte de Veteranenombudsman een onderzoek naar tientallen klachten en signalen over re-integratie van veteranen en actief dienende militairen. Uit het onderzoek blijkt dat gebrek aan kennis, late overdracht van hun taken en onzorgvuldige registratie de grootste problemen zijn in de re-integratieketen bij Defensie. Over het algemeen is de Veteranenombudsman positief over de recent ingezette verbeteringen die Defensie heeft toegezegd. Uiteindelijk moet dit leiden tot verbetering van kennis, ondersteuning en regie op de re-integratieketen. Het is aan Defensie om deze verbeteringen daadwerkelijk uit te voeren.

In juli 2019 ontving de Veteranenombudsman, na herhaald rappelleren, de gevraagde rapportage en brief van de minister van Defensie naar de re-integratie van gewonde veteranen. Daarin wordt ingegaan op de aanbevelingen van het rapport van de Veteranenombudsman. In 2021 volgt een terugblik op dit onderzoek om vast te stellen of de kennis, ondersteuning en regie daadwerkelijk zijn verbeterd. Ontslagbeleid drugsgebruik militairen Militairen die betrapt worden op drugsgebruik moeten niet automatisch «oneervol» worden ontslagen. De Veteranenombudsman benadrukte in 2016 dat hij niet tegen gebruik van de ontslagcriteria is, maar hij wil graag dat persoonlijke omstandigheden van veteranen worden meegewogen. In december 2018 kondigde het ministerie van Defensie aan om het beleid ten aanzien van ontslag bij drugs te heroverwegen en startte een werkgroep. In oktober 2019 liet de minister aan de Veteranenombudsman weten dat de werkgroep een aantal adviezen heeft opgesteld die nader moeten worden uitgewerkt. Op basis hiervan worden er voorstellen gedaan om het huidige zerotolerancebeleid aan te passen. Tot eind 2020 is daar verder niets meer over naar buiten gebracht door de minister van Defensie. De Veteranenombudsman blijft de ontwikkelingen volgen. Uit de praktijk van de Veteranenombudsman Veilig in eigen huis Marcel64 is veteraan en kampt met PTSS-klachten.

Zijn huis ligt in een omgeving waar regelmatig gejaagd wordt. Het rondsluipen en schieten van de jagers is voor Marcel een grote trigger. Het herinnert hem steeds weer aan de heftige en extreme situaties die zijn PTSS hebben veroorzaakt. Niet erg gunstig voor zijn herstel. Hij wil dan ook dat het jagen rondom zijn huis stopt. Marcel stapt als eerste naar de politie en spreekt later ook de gemeente nog aan. Helaas kunnen zij niets voor Marcel betekenen. De jagers moeten zich houden aan de voorwaarden van de jachtvergunning en dat doen ze ook. Zolang

64

Marcel is een gefingeerde naam.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

59

zij aan de voorwaarden voldoen, is het niet mogelijk om het jagen te verbieden. Een enorme domper voor Marcel. Een maat in het veteraneninloophuis tipt Marcel om contact op te nemen met de Veteranenombudsman. De ombudsman neemt contact op met de verschillende organisaties die bij de jacht in het gebied betrokken zijn. Niet alleen de gemeente en politie, maar ook Staatsbosbeheer, de plaatselijke Wildbeheerseenheid en de Koninklijke Jagersvereniging. Stuk voor stuk hebben zij begrip voor de situatie van Marcel. Ze vinden ook allemaal dat er «iets» moet gebeuren voor Marcel. Maar een eenvoudige oplossing is er niet. Er blijken bijvoorbeeld verschillende groepen jagers in het gebied rondom Marcels huis actief te zijn. Sommigen jagen om een teveel aan bepaalde diersoorten tegen te gaan. Met hen zijn goede afspraken te maken. Zij geven Marcel voortaan vooraf een seintje. Daarnaast beschermt een groep jagers de akkers van een boer. Zij lijken zich niet altijd aan de regels te houden en jagen ook als de akkers leeg staan. Dat zijn k steeds verschillende jagers dus die niet altijd op de hoogte van de situatie van Marcel. Het jagen in het gebied rondom Marcels woning helemaal verbieden is helaas niet mogelijk. Wel is het gelukt om de verschillende betrokken instanties te doordringen van de zwaarte van de herinneringen die het rondsluipen en schieten bij veteraan Marcel oproepen.

Herinneringen die zijn leven ernstig op zijn kop zetten en de weg naar zijn herstel nog moeilijker maken. Er zijn nu afspraken gemaakt en Marcel is in ieder geval op de hoogte als er weer gejaagd gaat worden. Op die manier heeft de ombudsman kunnen bijdragen aan een oplossing voor een veteraan die zich niet meer veilig kon voelen in zijn eigen huis. Deze column is verschenen in De Telegraaf van zaterdag 24 oktober 2020. 3.3 Werk in cijfers Wie doen een beroep op de Veteranenombudsman? Om zicht te krijgen op de groep veteranen die een beroep doet op de Veteranenombudsman, registreren we een aantal klachtenkenmerken, zo veel als mogelijk. We registreren aan welke missie is deelgenomen, het betreffende krijgsmachtonderdeel en de leeftijdsgroep van de veteraan. De grootste groep individuele veteranen die in 2020 een beroep deed op de Veteranenombudsman, heeft gediend in voormalig Joegoslavië (68), gevolgd door Afghanistanveteranen (25). Opvallend is het stijgend aantal klachten van Afghanistanveteranen, in 2017 waren dit er nog 11. Daarnaast is er een daling van Indië-veteranen zichtbaar. Gelet op de leeftijd van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog en NederlandsIndiëveteranen is de verwachting dat het aantal klachten van deze groep veteranen de komende jaren verder zal afnemen.

Veruit de meeste veteranen (139) die een beroep deden op de Veteranenombudsman dienden bij de Koninklijke Landmacht. Dit was ook het geval in voorgaande twee jaren. Gezien de bijdrage van de landmacht bij de langdurige missies in Libanon, voormalig Joegoslavië en Afghanistan is dit een logisch gevolg.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

60

Niet in alle dossiers is vastgelegd wat de leeftijd is van de veteraan. Van 140 dossiers is dat wel bekend. De meeste veteranen die zich in 2020 tot ons wendden, vielen in de leeftijdscategorie 41 tot 60 jaar oud. Waarover wordt geklaagd? De ingediende klachten bevatten soms meerdere klachtonderdelen. Ook hadden sommige klachten betrekking op meerdere instanties. De klachtdossiers in 2020 omvatten in totaal 419 klachtonderdelen, in 2019 waren dat er 350. Per klachtenonderdeel ontvingen we volgende aantallen klachten: Inkomensvoorzieningen Geneeskundige voorzieningen Erkenning Nazorg Schuldenproblematiek Behandeltermijn Corona Overig

2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2019: 2020: 2020: 2019:

111 127 28 24 58 50 44 43 9 12 64 40 10 84 49

Instanties Het grootste deel van de ontvangen verzoeken gaat over het ministerie van Defensie en het ABP, als uitvoeringsorganisatie voor de militaire invaliditeitspensioenen en voorzieningen voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Daarnaast werd geklaagd over andere overheidsinstanties, waaronder diverse gemeenten, uitkeringsinstanties en andere ministeries. Een gering deel van de klachten heeft ook betrekking op een privaatrechtelijke organisatie met een taak ten aanzien van veteranen, zoals het Veteraneninstituut en Stichting de Basis. 3.4 Vooruitblik Veteranenombudsman 2021 Onderzoek naar opvang van veteranen bij acute nood In 2021 start de Veteranenombudsman een onderzoek waarin de (toegang) tot acute opvang en noodzakelijke zorg centraal staat. Is in het huidige zorgsysteem voor veteranen het perspectief van de veteraan in acute nood geborgd? De afgelopen jaren heeft de Veteranenombudsman klachten ontvangen van veteranen of relaties over de wijze waarop omgegaan wordt met veteranen in acute nood. Hoewel het Veteranenloket een 24/7-functie heeft met onder andere maatschappelijk werk en zorgcoördinatie, zien wij in de praktijk dat noodopvang afwezig is. Volgens het loket behoort dit niet tot de taak. Denk hierbij aan veteranen met suïcidale neigingen, ernstige PTSS zoals bevriezing of agressie (in huiselijke sfeer).

Soms met huisuitzetting of opgelegde tijdelijke huisverbod tot gevolg. Het Leger des Heils of de Kessler Stichting zijn plekken waar mensen zonder onderdak terechtkunnen, maar dit zijn voor een psychisch (zwaar) beschadigde veteranen geen opties. In de praktijk zijn het de regionale veteraneninloophuizen die soms bijspringen en een veteraan opvangen. Met alle goede intenties, maar dit past niet in hun

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

61

taak en vaak ontbreken kennis en middelen. Ditzelfde geldt voor de locatie in Eelde waar veteranen beschermd kunnen wonen; deze is ingericht voor lang verblijf en biedt begeleid wonen maar zijn geen crisisopvang. Terugblik onderzoek re-integratie Defensie In 2018 deed de Veteranenombudsman onderzoek naar re-integratie bij Defensie. Defensie ondersteunt zwaargewonde veteranen met intensieve trajecten en opleidingen. Als deze re-integratietrajecten langer duren dan twee jaar, legt het UWV aan Defensie alsnog een loonsanctie op. Zowel de Nationale ombudsman als de Veteranenombudsman ontvingen de afgelopen jaren tientallen klachten over het gebrek aan aandacht en begeleiding bij ziekteverzuim, en ontvangen deze klachten nog steeds. Wanneer deze militairen en veteranen ziek zijn, hebben zij vaak het gevoel aan hun lot overgelaten te worden. Dit heeft grote invloed op hun persoonlijk leven. In april 2018 startte de ombudsman daarom een onderzoek naar deze klachten en signalen. Naast gesprekken met beide instanties hebben we in juli 2018 een rondetafelgesprek georganiseerd met betrokken bestuurders en deskundigen. Uit het onderzoek bleek dat gebrek aan kennis, late overdracht en onzorgvuldige registratie de grootste knelpunten zijn in de re-integratieketen bij Defensie.

Het is aan Defensie om uitvoering te geven aan de verbetertrajecten die werden ingezet, zo was de reactie van Defensie. Al deze trajecten moeten leiden tot verbetering van kennis, ondersteuning en regie op de re-integratieketen. Daarnaast deed de Veteranenombudsman aan Defensie én het UWV de aanbeveling om samen te onderzoeken welke ruimte de Veteranenwet en de Wet verbetering poortwachter bieden om maatwerk toe te passen. In 2021 volgt een terugblik op dit onderzoek om vast te stellen of de kennis, ondersteuning en regie daadwerkelijk zijn verbeterd. Dit vanuit de «monitorende» taak die de ombudsman heeft. Structurele ondersteuning veteranenontmoetingscentra In Nederland zijn ruim 30 regionale inloophuizen voor veteranen en hun relaties. Veteranen kunnen er terecht voor een gesprek met lotgenoten, voor dagbesteding en/of hulpvragen. Ook helpen de inloophuizen de gemeente bij activiteiten, zoals herdenkingen of scholenprojecten. De financiering is per inloophuis verschillend en afhankelijk van subsidies, giften en donaties. Dat maakt het soms lastig om financieel rond te komen, om toekomstgericht te werken. Dat zorgt voor onzekerheid. In 2018 riepen Tweede Kamerleden Bruins Slot/Kerstens in een motie de regering op hier werk van te maken. In september 2019 vond een inspiratiebijeenkomst plaats met Defensie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Eind 2020 had dit nog tot weinig concrete resultaten geleid. De inloophuizen blijven afhankelijk van giften en subsidies. De Veteranenombudsman blijft in 2021 actief op dit dossier. 3.5 Internationale activiteiten Veteranenombudsman De Veteranenombudsman maakt deel uit van een internationaal netwerk van militaire ombudsinstanties. Jaarlijks vindt een internationale conferentie plaats, de International Conference of Ombuds Institutions for the Armed Forces (ICOAF). ICOAF richt zich op het uitwisselen van ervaringen over het behandelen van klachten en het doen van onderzoek naar de mensenrechten en welzijn van krijgsmacht personeel. Aan de conferentie

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

62

wordt deelgenomen door 50 landen en vertegenwoordigers van internationale organisaties als de EU, NAVO, OVSE en VN. In oktober 2020 werd de 11e ICOAF digitaal gehouden. De Veteranenombudsman was key-spreker tijdens deze conferentie.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

63

4. ONZE MENSEN De Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman vinden het belangrijk dat medewerkers zich voortdurend ontwikkelen en zoveel mogelijk in contact staan met burgers en overheidsinstanties. Alleen zo kunnen ze de klachten van burgers op een professionele manier behandelen en hun kennis delen met de overheid en professionals. Dit hoofdstuk gaat over de mensen in de organisatie. Hoeveel medewerkers zijn er en wat zijn hun kenmerken? Hoe besteden we aandacht aan persoonlijke ontwikkeling en ziekteverzuim? Ook beschrijven we wat we doen om in contact te blijven met de organisaties om ons heen. Daarnaast geven we een overzicht van de nevenfuncties van de ambtsdragers. Personeelsbestand In 2020 werden de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman ondersteund door 190 medewerkers (175 fte). Opbouw personeel Al jaren werkt er een hoog percentage vrouwen binnen onze organisatie: 67,4 procent vrouwen tegenover 32,6 procent mannen. De leeftijdsopbouw van het personeel in aantallen is als volgt:

2019 2020

20–24

25–34

35–44

45–54

55–59

60+

1 0

29 31

47 51

54 61

26 28

19 19

Bij de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman werken veel hoogopgeleiden. Veel medewerkers zitten in loonschaal 11. Dit is de schaal van de grootste functiegroep: die van onderzoeker. Hieronder staat de bezetting in de verschillende loonschalen, exclusief de ambtsdragers.

2019 2020

vrouw man vrouw man

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

2 0 3 0

7 4 7 4

2 0 1 0

6 3 7 2

4 1 3 3

18 12 23 12

47 18 49 20

22 8 22 11

7 5 8 7

5 4 4 3

0 0 0 0

1 0 1 0

Stagiairs In 2020 hebben zeven studenten stage gelopen binnen onze organisatie. De stagiairs kwamen van opleidingen bestuurskunde en communicatie en van juridische opleidingen. Ontwikkeling medewerkers We geven medewerkers de mogelijkheid om zich te ontwikkelen door het volgen van opleidingen en cursussen. Er zijn in 2020 onder meer opleidingen aangeboden op het gebied van conflicthantering, schrijven op B1-niveau, professioneel adviseren, professionele klachtbehandeling, omgaan met complex klaaggedrag, werkplezier en het organiseren van het werk. Daarnaast konden medewerkers ook buiten onze organisatie een opleiding of training volgen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

64

Ziekteverzuim en vitaliteit In 2020 is het ziekteverzuim licht gestegen naar 5,8 procent (2019: 5,7 procent). Vitaliteit is een belangrijk aandachtspunt voor de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman. We willen een werkgever zijn met vitale medewerkers die veilig kunnen werken. Hier hebben we ook beleid voor opgesteld. Verder organiseren we workshops over ziekteverzuim en vitaliteit voor het management en kunnen medewerkers het hele jaar door deelnemen aan sportieve activiteiten, tijdens de lunchpauze en na werktijd. In dit coronajaar was dit vrijwel niet mogelijk. Wel hebben we in 2020 een online training werkplezier aangeboden en extra aandacht besteed aan thuiswerken. We bieden medewerkers daarbij ook praktische ondersteuning, onder meer door hen extra informatie te geven over werkhouding en videobellen. Daarnaast kunnen ze kantoormaterialen lenen, zoals stoelen, beeldschermen en toetsenborden. Medewerkers naar buiten We ontvangen dagelijks klachten van burgers over verschillende overheidsinstanties. Kennis van die instanties en hoe zij werken, is daarom erg belangrijk. Ook is het van belang dat de medewerkers die die klachten behandelen weten wat er in de samenleving speelt en waar burgers tegenaan lopen. Hier werken we als volgt aan: • Medewerkers brengen werkbezoeken aan uiteenlopende overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties.

Zij volgen, organiseren en geven uiteenlopende workshops, lezingen en cursussen die gaan over de relatie tussen burger en overheid aan tal van groepen, onderwijsinstellingen en instanties. Zo heeft een aantal medewerkers meegelopen met de politie om te ervaren waar agenten in hun werk mee te maken krijgen. Ook heeft een van onze medewerkers deelgenomen aan een bijeenkomst van het UWV over de NOW en andere coronaregelingen. Verder zijn er verschillende online workshops over professionele klachtbehandeling en complex klaaggedrag gegeven, onder meer bij de RDW, Defensie en het CIZ. • We detacheren medewerkers bij andere (overheids)organisaties. • Medewerkers van andere organisaties worden ook regelmatig gedetacheerd bij de Nationale ombudsman. Dit levert voor beide partijen nieuwe kennis en inzichten op. Nevenfuncties ambtsdragers In 2020 bekleedden de ambtsdragers de onderstaande nevenfuncties. Dit is de stand van zaken op 31 december 2020. De nevenfuncties worden ook gepubliceerd op onze website.

Nationale ombudsman: Reinier van Zutphen • Docent Studiecentrum Rechtspleging (sinds 1 april 2005, bezoldigd) • Voorzitter Raad van Toezicht Juridisch Loket (sinds 5 juli 2012, bezoldigd) • Voorzitter Raad van Toezicht Center for International Legal Cooperation (sinds 20 december 2013, onbezoldigd) • Voorzitter Raad van Toezicht Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (bezoldigd) • Lid Raad van Advies Instituut Gak (sinds 1 juli 2018, bezoldigd) • Lid Board of Advisors Master programma Law & Society, Van Vollenhoven Instituut (sinds 2020, onbezoldigd)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

65

Substituut ombudsman: Joyce Sylvester • Lid Landelijke Selectiecommissie Rechters (sinds 1 oktober 2020, bezoldigd) • Voorzitter Raad van Toezicht Slot Zuylen (sinds september 2019 lid, sinds juni 2020 voorzitter, onbezoldigd) • Voorzitter Raad van Toezicht van het VSB fonds (sinds 1 januari 2018, bezoldigd) • Voorzitter Raad van Toezicht PCOU/St. Willibrord Utrecht (sinds 2015 lid, en sinds augustus 2018 voorzitter, bezoldigd) • Ambassadeur Stichting duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname (d’ONS) (sinds 2006, onbezoldigd) Kinderombudsman: Margrite Kalverboer • Hoogleraar kind, (ortho)pedagogiek, kinderrechten en vreemdelingenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (onbezoldigd)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

66

Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon (070) 356 35 63 www.nationaleombudsman.nl

de Kinderombudsman Antwoordnummer 10870 2501 WB Den Haag Telefoon 0800 876 54 32 www.dekinderombudsman.nl

Veteranenombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon (070) 356 35 63 www.nationaleombudsman.nl/veteranen

Foto voorzijde: ANP/Hollandse Hoogte/Robin Utrecht

Verzoeken per beleidsterrein Cijferbijlage jaarverslag 2020

Inhoud Voorwoord

3

Ontvangen en behandelde verzoeken

4

Onderzoek uit eigen beweging

4

Overige activiteiten

5

Klachten over de organisatie

5

Verzoeken per beleidsterrein

6

Ministerie van Algemene Zaken

6

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

7

Ministerie van Buitenlandse Zaken

7

Ministerie van Defensie

8

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

8

Ministerie van Financiën

9

Belastingdienst

9

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Dienst Wegverkeer

10

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

11

Ministerie van Justitie en Veiligheid Centraal Justitieel Incasso Bureau

11 12

Gerechtsdeurwaarders

12

Immigratie- en Naturalisatiedienst

13

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

13

Openbaar Ministerie

14

Politie

14

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

15

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

15

Dienst Uitvoering Onderwijs Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

16 16

Sociale Verzekeringsbank

17

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

17

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Centraal Administratie Kantoor Medeoverheden

Cijferbijlage jaarverslag 2020

10

18 18 19

Gemeenschappelijke regelingen

19

Gemeenten

19

Provincies

20

Waterschappen

20

2

Voorwoord Ontvangen en behandelde verzoeken In 2020 heeft de Nationale ombudsman 25.640 verzoeken van burgers ontvangen. Dit zijn er 5.135 minder dan in 2019. We doen geen onderzoek naar stijging of daling van het aantal verzoeken. Wel zien we soms ontwikkelingen die daar mogelijk invloed op hebben. In 2020 zien we dat de daling en stijging van het aantal klachten en vragen redelijk gelijk verdeeld is over de verschillende ministeries en overheidsinstanties. Een aantal instanties wijkt hiervan af. Bij de Belastingdienst en het CBR is sprake van een sterkere daling. Bij het CBR gaat het om een daling van 4.405 naar 2.024 verzoeken. En bij de Belastingdienst om een daling van 3.447 naar 2.413 verzoeken. Van de ontvangen verzoeken heeft de Nationale ombudsman 1.169 zaken opgelost door interventie. In 15 zaken heeft de ombudsman bemiddeld. Hij schreef 285 brieven en 40 rapporten waarin na onderzoek een oordeel werd gegeven. In alle overige zaken (24.218) heeft de Nationale ombudsman mensen een luisterend oor geboden, informatie gegeven, op weg geholpen en doorverwezen, of een lopend onderzoek tussentijds beëindigd, bijvoorbeeld omdat de indiener van de klacht geen prijs stelde op voortzetting van het onderzoek.

Versterking klachtbehandeling en dienstverlening Naast het behandelen van verzoeken zet de Nationale ombudsman ook in op het verbeteren van de dienstverlening aan de burger door de overheid. Dit doet hij door inzet van een breed scala aan activiteiten. Een belangrijk instrument in dit kader is het onderzoek uit eigen beweging van de ombudsman. In 2020 zijn er 16 onderzoeken uit eigen beweging afgerond met een openbaar rapport of met een brief aan de betrokken bewindspersoon. Ook zijn vanuit de Nationale ombudsman andere activiteiten ondernomen om de klachtbehandeling en dienstverlening van de overheid te versterken. Zo zijn in 2020 21 presentaties en workshops gegeven over professionele klachtbehandeling en complex klaaggedrag om overheidsinstanties te helpen hun klachtbehandeling te verbeteren. Verder zijn er meer dan 30 lezingen, interviews en presentaties gegeven om aandacht te vragen voor (structurele) problemen en het werk van de Nationale ombudsman.

Cijferbijlage jaarverslag 2020

3

Ontvangen en behandelde verzoeken Wijze van behandeling

Totaal

Ontvangen

25.640

Behandeld

25.727

Oordeel rapporten

Wijze van behandeling a. Oplossing door interventie

1.169

b. Bemiddeling of goed gesprek

15

c. Onderzoek, waarvan met rapport:

40

Gegrond

25

Deels gegrond

8

Niet gegrond

6

Geen oordeel

1

Aanbeveling

14

d. Onderzoek, waarvan met brief

285

Aanbeveling

4

e. Tussentijds opgelost of beëindigd

203

f. Informatie of doorverwijzing

24.015

Onderzoek uit eigen beweging1 Wijze van behandeling

Totaal

Gestart in 2020

27

Afgerond in 2020

28

Wijze van behandeling a. Oplossing door interventie

1

c. Onderzoek, waarvan met rapport:

7

Aanbeveling

2

d. Onderzoek, waarvan met brief Aanbeveling e. Tussentijds beëindigd

1

9 0 11

De ombudsman kan niet alleen op verzoek maar ook uit eigen beweging een onderzoek instellen naar de wijze waarop de overheid zich heeft gedragen.

Cijferbijlage jaarverslag 2020

4

Overige activiteiten Aantal

Advies over wetsvoorstel

5

Zorgenbrief2

23

Presentaties en workshops over professionele klachtbehandeling en complex klaaggedrag

21

Lezingen, interviews en presentaties

30

Kabinetsreactie op rapport of brief

8

Kamervragen n.a.v. rapporten of brieven

6

Kamervragen met verwijzing naar rapport of brief

19

Aantal unieke bezoekers Nationaleombudsman.nl

533.902

Webcare: aantal binnengekomen berichten via Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram

30.087

Aantal webcare-contacten via WhatsApp

439

Klachten over de organisatie Wijze van behandeling

Totaal

Ontvangen in 2020

73

Behandeld

70

Oordeel rapporten

Wijze van behandeling a. Informeel

44

b. Formeel

26

Gegrond

15

Deels gegrond

4

Niet gegrond

11

Geen oordeel

40

2

Brief van de ombudsman aan bv een minister of staatssecretaris waarin hij zijn bezorgdheid uit over een bepaald onderwerp.

Cijferbijlage jaarverslag 2020

5

Verzoeken per beleidsterrein In het overzicht hieronder zijn alle instanties opgenomen waarover honderd verzoeken of meer zijn ontvangen.

Ministerie van Algemene Zaken Wijze van behandeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/393/documents/12021