CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A21 - Ingekomen stuk Nationale Ombudsman - Jaarverslag 2020 - De burger verdient beter.pdf

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Lijst van ingekomen stukken29.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarom heeft de ombudsman een handreiking opgesteld met de eerdere spelregels en drie

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

23

aanvullende tips17. Door goede communicatie aan het begin van het gesprek over geluidsopnamen kunnen spanningen worden weggenomen en duidelijke afspraken worden gemaakt. Daardoor verbetert de (werk)relatie met de burger. Dit is uiteindelijk ook in het belang van het kind. De tips zijn verspreid onder de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis. Maar ook voor andere (overheids)instanties kunnen deze tips van waarde zijn.

17

Nationale ombudsman. (2020). Koffie? Thee? Geluidsopname? Nationale ombudsman geeft aanvullende tips aan jeugdprofessionals

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

24

1.3 Fundamentele rechten In de Nederlandse rechtsstaat moet ook de overheid zich houden aan wet- en regelgeving. Dat betekent dat ook burgers rechten en vrijheden hebben die instanties, zoals de politie en OM, niet zomaar mogen beperken of afpakken. Toch gaat dit wel eens mis en komen burgers in de knel. De Nationale ombudsman doet daarom onderzoek naar de klachten van burgers omtrent bescherming van fundamentele rechten. Rechten van nabestaanden onduidelijk De positie en rechten van nabestaanden en familieleden van personen die door een misdrijf, ongeval of (een poging tot) zelfdoding ernstig gewond zijn of zijn omgekomen, zijn soms onduidelijk. In 2020 deed de Nationale ombudsman onderzoek naar twee verschillende zaken. De eerste zaak is van ouders die hun zoon door zelfdoding waren verloren. Voor de familie was vooral de rol van de familieagent onduidelijk. Hij/zij is voor nabestaanden het aanspreekpunt voor het geven van specifieke informatie over de rol en taak van de politie en het politieonderzoek. Daarnaast is hij/zij de contactpersoon voor vragen over persoonlijke eigendommen van de overledene. Ook helpt de agent nabestaanden bij het vinden en benaderen van instanties die bij de nasleep van het ongeval of misdrijf zijn betrokken.

De Nationale ombudsman kwam tot de conclusie dat de familie, de agent en collega’s een verschillend beeld hadden van de precieze verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de familieagent. De politie heeft de familie in deze zaak niet altijd even goed geïnformeerd. Binnen de politieorganisatie is er volgens de ombudsman onvoldoende duidelijkheid over de rol en de taken van de familieagent. In dit geval hebben de familie en de politie beiden een ander beeld van de wijze waarop het contact is verlopen. Daardoor is niet mogelijk om hier een oordeel over te geven. Het rapport van de Nationale ombudsman kan echter wel een eerste aanzet zijn om de rol van de familieagent in het algemeen verder te verduidelijken. Het tweede onderzoek betreft een klacht van een vader van een meerderjarige zoon die slachtoffer was van een steekincident.18 De vader diende een klacht in bij het OM over de manier waarop de zoon was behandeld door het OM. Die klacht zou volgens het OM niet behandeld hoeven te worden omdat de klacht niet zou voldoen aan de vereisten in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het OM ging in een brief wel inhoudelijk op de klachten in. Omdat de vader niet tevreden was met de reactie van het OM vroeg hij de Nationale ombudsman een onderzoek in te stellen. De ombudsman schrijft in dit rapport dat volgens de Awb19 iedereen mag klagen.

Een klacht van een «derde», in deze zaak dus een ander dan de benadeelde partij, moet daarom als klacht volgens de Awb behandeld worden. De wettelijke vereisten van de Awb voor klachtbehandeling gelden dan niet. Maar de overheid moet de klacht dan nog steeds op een behoorlijke wijze afhandelen. De ombudsman oordeelt dat het OM persoonlijk contact met de vader had moeten opnemen na ontvangst van de klacht. De ombudsman vindt het erg belangrijk dat bij klachten van

18

Nationale ombudsman. (2020). Een onderzoek naar de klachtbehandeling bij het Openbaar Ministerie (2020/025) 19 Artikel 9:1 Awb: Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

25

(familieleden van) slachtoffers van een misdrijf altijd persoonlijk contact plaatsvindt. Het OM heeft de ombudsman laten weten dat dit inderdaad beter was geweest. De ombudsman deed de minister van Justitie en Veiligheid (J&V) de aanbeveling om het OM in de toekomst altijd persoonlijk contact op te laten nemen in vergelijkbare zaken. De minister heeft deze aanbeveling opgevolgd. In aansluiting op deze onderzoeken riep de ombudsman de minister van J&V en de minister voor Rechtsbescherming op de zorg voor nabestaanden van slachtoffers van geweldsmisdrijven20 te verbeteren. Volgens de ombudsman kunnen het OM en politie een belangrijke bijdrage leveren aan het rouwproces van nabestaanden die een dierbare verloren door een misdrijf, ongeluk of zelfmoord. De ombudsman voerde in 2020 gesprekken met het OM en partijen die zich bezighouden met slachtoffers en nabestaanden. Hieruit blijkt dat informatieverstrekking en omgang met nabestaanden de aandacht heeft van het OM. Zo kwamen er in 2020 bijvoorbeeld extra slachtoffercoördinatoren bij. Hoewel de ombudsman dit een hoopvolle ontwikkeling vindt, ziet hij ook nog veel verbeterpunten.

Daarom riep hij de minister van J&V en minister voor Rechtsbescherming op om binnen het OM aandacht te vragen voor het volgende: • Informeer nabestaanden persoonlijk en zo volledig mogelijk, adviseer hen niet ongevraagd en beslis niet voor hen; • Zorg ervoor dat de informatie over het strafproces actueel is en geef deze informatie tijdig door aan de nabestaanden; • Houd er rekening mee dat nabestaanden vanwege stress niet alle informatie goed begrijpen; • Zorg dat bij nabestaanden in een vroeg stadium duidelijk is wat de taak en rolverdeling is van de familierechercheur/agent, de casemanager van Slachtofferhulp Nederland en de slachtoffercoördinator van het OM; • Neem altijd persoonlijk contact op bij klachten van nabestaanden. De Nationale ombudsman blijft de voortgang op dit dossier nauwgezet volgen. Hij gaat in vervolg op de brief aan de ministers in gesprek met vertegenwoordigers van onder meer politie, OM en het ministerie van J&V over de gesignaleerde aandachtspunten. Toegang tot recht onder druk De Nationale ombudsman ziet dat de toegang van de burger tot recht onder druk staat. Voor burgers wordt het steeds moeilijker om hun zaak aan een rechter voor te leggen. Dit komt onder andere door de verhoging van griffierechten, oplopende wachttijden en buitengerechtelijke procedures. De overheid moet ervoor zorgen dat iedereen toegang heeft tot recht.

Dit volgt ook uit wat door de Verenigde Naties wordt aangeduid als Sustainable Development Goal 16 (SDG 16)21. Een belangrijke voorwaarde voor toegang tot recht is dat de overheid burgers over hun rechten behoorlijk informeert.

20 21

Nationale ombudsman. (2020). Zorg voor nabestaanden van slachtoffers moet beter United Nations. (2015). Promote peaceful and inclusive societies for sustainable development, provide access to justice for all and build effective, accountable and inclusive institutions at all levels

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

26

In 2020 heeft de ombudsman onderzoek gedaan naar de informatieverstrekking aan burgers die verdacht worden van een strafbaar feit22, in het bijzonder de informatieverstrekking rondom strafbeschikkingen of sepotbeslissingen. Dit zijn strafrechtelijke beslissingen die worden genomen door de overheid. Met een strafbeschikking kan het OM een straf of een maatregel opleggen. De zaak wordt dan niet eerst voorgelegd aan een rechter. Een sepotbeslissing is een beslissing waarmee het Openbaar Ministerie besluit om een burger niet (verder) te vervolgen. Uit klachten en signalen die de ombudsman ontving blijkt dat het voor burgers vaak onduidelijk is wat een strafbeschikking of sepotbeslissing inhoudt. Dit komt meestal door het juridisch en ambtelijk taalgebruik. Ook weten burgers vaak niet wat de gevolgen zijn van een strafbeschikking of sepotbeslissing of wat ze ertegen kunnen doen. Terwijl deze beslissingen grote gevolgen kunnen hebben. Burgers kunnen bijvoorbeeld een strafblad krijgen, waardoor ze mogelijk geen Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) meer kunnen krijgen. Dat heeft grote gevolgen voor de kans op een nieuwe baan, een visum, een werkvergunning of emigratie. Voor burgers is het ook lastig om het juiste loket te vinden als ze hulp nodig hebben.

Uit de praktijk van de Nationale ombudsman Corona-verrassing: strafblad Ondanks het advies om zoveel mogelijk thuis te blijven, spreekt Sita23 met een paar vrienden af. Nu eens niet online. Het is mooi weer, ze hebben elkaar al lang niet live gezien en het is wel heel aanlokkelijk om even op het gras in de zon te zitten. Er staan borden die waarschuwen dat grote groepen beboet worden met 390 euro. Sita denkt dat het niet zo’n vaart zal lopen. Maar dat heeft ze mis. De hele groep vrienden krijgt dan ook een boete. Dat tikt aan. Ze krijgen daarnaast nog een onaangename verrassing, namelijk een aantekening in de justitiële documentatie, in de volksmond «een strafblad». Net als Sita, is het voor veel mensen die zo’n strafbeschikking krijgen niet duidelijk dat je dan dus een «strafblad» krijgt. Ze denken dat het bijvoorbeeld slechts om een boete gaat. Maar een strafbeschikking kan grote gevolgen hebben. Wie voor zijn werk of stage een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moet aanvragen, loopt de kans die niet te krijgen. En een visum voor je studie in het buitenland kan je soms ook vergeten. De Nationale ombudsman vindt dat de overheid ook burgers die verdacht worden van een strafbaar feit behoorlijk moet informeren. Het moet duidelijk zijn in welke juridische situatie iemand is beland, wat de gevolgen zijn en wat diegene ertegen kan doen.

Het moet ook duidelijk zijn welke rol de overheid heeft. Met zulke grote mogelijke gevolgen, moeten burgers goed worden geïnformeerd. En niet opeens een onaangename verrassing krijgen. Deze column is verschenen in De Telegraaf van zaterdag 9 mei 2020.

22

Nationale ombudsman. (2020). Behoorlijke informatieverstrekking is de basis van toegang tot recht 23 Gefingeerde naam

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

27

In september 2020 heeft de minister van J&V besloten om overtreders van de coronaregels niet langer een justitiële aantekening te geven. Mensen die al een boete hebben gekregen, zullen hier geen nadeel van ondervinden als ze een VOG aanvragen. De ombudsman roept overheidsinstanties op om bij de informatieverstrekking rondom strafbeschikkingen en sepotbeslissingen in ieder geval aan drie voorwaarden te voldoen: 1. Zorg voor begrijpelijke en toegankelijke informatie; 2. Wijs in of bij de beslissing actief op de gevolgen en procedurele mogelijkheden; 3. Treed op als één overheid. Ook heeft de ombudsman een publieksflyer ontwikkeld24 waarin staat hoe burgers zich het beste kunnen laten informeren na ontvangst van een strafbeschikking of sepotbeslissing. Hij zal ook in 2021 aandacht houden voor het toegang tot recht. Inzet stroomstootwapens Kort na elkaar ontving de Nationale ombudsman twee klachten over de inzet van een nieuw geweldsmiddel, het stroomstootwapen, door agenten van de politie-eenheid Rotterdam.25 Beide klachten gingen over de inzet van het stroomstootwapen binnen een instelling of afdeling voor geestelijke gezondheidszorg (ggz). Een jongeman in een psychose en een demente man van 73 jaar werden door middel van het herhaaldelijke gebruik van het stroomstootwapen door de politie onder controle gebracht.

Het ging om burgers die zich niet schuldig hadden gemaakt aan een strafbaar feit en daar ook niet van werden verdacht. De ombudsman onderzocht de klachten om duidelijk te maken wat belangrijk is voor rechtmatig én behoorlijk gebruik van het stroomstootwapen. Uit het onderzoek is gebleken dat de politie bij de toepassing van het stroomstootwapen de proportionaliteit uit het oog is verloren door meerdere keren te taseren. De politie heeft zich ook niet voldoende gerealiseerd wat de impact van het wapen was op kwetsbare personen. Verder viel in beide zaken op dat de politie de familie of de contactpersoon van de getaserde personen niet heeft geïnformeerd over de toepassing van het stroomstootwapen. Dat had wel gemoeten, omdat beide betrokkenen zelf niet in staat waren met iemand buiten de zorginstelling te communiceren. Doordat de politie de klachten niet in behandeling had genomen, is hen bovendien de toegang tot het klachtrecht onthouden. De ombudsman vindt het belangrijk dat de politie zorgvuldig en terughoudend te werk gaat bij het gebruik van het stroomstootwapen, zeker als het wordt gebruikt tegen burgers die niets hebben misdaan. Tijdens het onderzoek heeft de ombudsman gezien dat er al een aantal dingen is verbeterd.

De minister van J&V heeft de instructie die geldt voor de toepassing van het stroomstootwapen aangescherpt en heeft de opleiding voor het gebruik van het stroomstootwapen uitgebreid.

24

Nationale ombudsman. (2020). Een strafbeschikking of sepotbeslissing ontvangen? Zorg ervoor dat u geïnformeerd bent in drie stappen 25 Nationale ombudsman. (2020). Nationale ombudsman: Politie moet stroomstootwapen terughoudend en zorgvuldig inzetten (2020/014)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

28

Vreemdelingenbewaring is geen straf Begin 2020 heeft de Nationale ombudsman het rapport «Grenzen aan vreemdelingenbewaring» uitgebracht26. Het onderzoek was gericht op Detentiecentrum Rotterdam (DCR). Vreemdelingenbewaring voorkomt dat mensen, die Nederland moeten verlaten, zich aan hun uitzetting onttrekken. Het is geen straf maar een bestuursrechtelijke maatregel die alleen in het uiterste geval mag worden opgelegd. Hoe vreemdelingenbewaring uitgevoerd moet worden is al jaren een discussiepunt. In 2012 oordeelde de ombudsman dat het regime in vreemdelingenbewaring niet passend is. In 2015 werd een wetsvoorstel ingediend voor een ander regime met twee afdelingen. Een afdeling met meer vrijheden en een afdeling met een strenger regime, de verblijfs- en beheersafdeling. Vooruitlopend hierop wordt in Rotterdam al gewerkt volgens dit nieuwe regime. Dit was voor de ombudsman aanleiding voor een onderzoek. Het detentiecentrum werd bezocht en er werden gesprekken gevoerd met medewerkers, vreemdelingen en betrokken belangenorganisaties. De ombudsman is van mening dat vreemdelingenbewaring zo min mogelijk beperkingen moet hebben. Nu zitten bewoners met twee personen in een cel en is er te weinig privacy. Veel bewoners zijn onzeker over hun toekomst en weten niet hoe lang ze in het detentiecentrum moeten blijven. Dit geeft spanningen.

Werken is niet toegestaan en het volgen van een opleiding niet mogelijk. Daar komt nog bij dat vreemdelingen regelmatig disciplinair worden gestraft en in afzondering worden geplaatst. Dit is een grove inbreuk op het fundamentele recht op vrijheid en kan gezondheidsschade veroorzaken. Het veelvuldig en langdurig in afzondering plaatsen moet volgens de ombudsman daarom ook per direct stoppen. In het rapport komt de ombudsman met aanbevelingen om het leefklimaat in het Detentiecentrum Rotterdam te verbeteren: • Zorg voor een zinvolle dagbesteding; • Pas de accommodatie aan zodat die past bij het bestuursrechtelijke karakter van vreemdelingenbewaring en bied vreemdelingen de mogelijkheid voor verblijf in een eenpersoonscel; • Wees uiterst terughoudend met het plaatsen van vreemdelingen in afzondering; • Pas afzondering als strafmiddel niet langer toe als een vreemdeling een cel voor meerdere personen weigert; • Zorg voor standaard medisch toezicht bij alle gevallen waarin een vreemdeling in afzondering zit. Naar aanleiding van het rapport van de Nationale ombudsman heeft de staatssecretaris van J&V laten weten geen aanleiding te zien om de aanbevelingen op te volgen. Er ligt inmiddels een conceptwetsvoorstel Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Met deze wijziging worden de mogelijkheden om bij overlast op te treden uitgebreid.

De ombudsman blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen. Gedetineerd in coronatijd De coronamaatregelen hebben grote impact op het leven van alle burgers, ook op de mensen die in een justitiële inrichting zitten. De Nationale ombudsman ontving verschillende klachten van gedetineerden. Sommigen vinden de maatregelen niet ver genoeg gaan of zien dat deze 26

Nationale ombudsman. (2020). Onderzoek naar de uitvoering van vreemdelingenbewaring (2020/002)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

29

niet worden opgevolgd. Anderen komen door de vergaande maatregelen in de knel omdat contact met familieleden of hun advocaat moeilijker is geworden. De ombudsman maakte zich zorgen over het effect van de coronamaatregelen op ingeslotenen en heeft de minister voor Rechtsbescherming daarom een brief geschreven.27 Hij prijst daarin allereerst de inzet en opoffering van alle betrokkenen. In het bijzonder de medewerkers van de justitiële inrichtingen, ingeslotenen en hun familie. De ombudsman vindt dat de overheid zeker voor ingeslotenen heldere en zorgvuldige afwegingen moet maken als coronamaatregelen inbreuk maken op mensenrechten. Daarom heeft de ombudsman de minister de volgende uitgangspunten meegegeven bij de coronamaatregelen in justitiële inrichtingen: • Geef ingeslotenen en hun naasten duidelijke informatie, luister naar zorgen en wensen en zoek steeds naar alternatieven om daaraan tegemoet te komen; • Heb bijzondere aandacht voor ingeslotenen die een extra gezondheidsrisico lopen; • Voer de regie en lever maatwerk wanneer schrijnende situaties dat nodig maken, zeker wanneer er kinderen bij betrokken zijn. Inmiddels zijn de strenge maatregelen voor ingeslotenen versoepeld. De ombudsman heeft de minister ook gewezen op de waarde van klachten.

Deze bieden de kans om het perspectief van ingeslotenen en hun naasten beter te begrijpen, tot oplossingen te komen voor de betrokkenen en zijn een bron van informatie om de situatie te verbeteren. De ombudsman blijft dit onderwerp ook in 2021 in de gaten houden.

27

Nationale ombudsman. (2020). Ombudsman: houd oog voor mensenrechten van ingeslotenen in coronatijd

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

30

1.4 Participatie en invloed De fysieke leefomgeving verandert continu. Er komen bijvoorbeeld nieuwe woningen bij, bomen moeten gekapt, er komt een windmolenpark in de buurt. Burgers willen kunnen meepraten en meebeslissen over wat er in hun buurt, wijk of stad gebeurt. Tegelijk wordt er ook van gemeenten verwacht dat ze inwoners meer betrekken bij veranderingen in de fysieke leefomgeving. De Nationale ombudsman ontvangt regelmatig klachten van burgers die zich onvoldoende gehoord voelen bij veranderingen in hun leefomgeving. Participatie bij infrastructurele rijksprojecten De Nationale ombudsman heeft in 2018 en 2019 onderzoek gedaan naar de manier waarop burgers worden betrokken bij infrastructurele rijksprojecten. Op basis daarvan is oktober 2019 het rapport «Een goed begin is het halve werk»28 gepresenteerd. Conclusie: het vanaf het begin betrekken van burgers is van groot belang. De ombudsman geeft in het rapport de overheid de volgende randvoorwaarden mee: 1. Geef als bestuur duidelijkheid over de kaders; 2. Zorg voor een open houding en gedrag van ambtenaren; 3. Stel voldoende tijd en geld beschikbaar; 4. Evalueer en pas geleerde lessen toe. Een burger vertelt: «Steeds meer wordt van een inwoner verwacht dat hij zelf zijn zaakjes op orde heeft en regelt. De overheid trekt zich op steeds meer gebieden terug.

Dan kan het toch niet zo zijn dat diezelfde overheid nog paternalistisch bepaalt wat goed voor hem is?» De Nationale ombudsman is in juli 2020 vervolgonderzoek gestart hoe deze randvoorwaarden door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) in de praktijk worden toegepast. De uitkomsten van het onderzoek worden in 2021 gepubliceerd. Meldingen overlast vliegverkeer De Nationale ombudsman ontvangt regelmatig klachten en signalen van omwonenden van vliegvelden over (geluids)overlast van vliegverkeer. Ook in de media en in maatschappelijke discussies komt dit onderwerp vaak terug. Juist de stilte in het coronajaar 2020 staat in groot contrast met wat omwonenden eerder hebben ervaren. Burgers geven aan dat zij zich onvoldoende gehoord voelen als zij melding maken van de geluidsoverlast van vliegtuigen. Want: wat gebeurt er met een melding en is dat genoeg? En wat gebeurt er met het overzicht van alle meldingen? De ombudsman bewaakt of de overheid behoorlijk omgaat met signalen, klachten en meldingen van burgers. Daarom heeft hij in 2020 verkennende gesprekken gevoerd met bewoners, vertegenwoordigers van omwonendenorganisaties en van diverse meldpunten en commissies regionaal overleg bij luchthavens. Uit de telefonische interviews en contacten met bewoners en vertegenwoordigers van omwonendenorganisaties kwamen onder meer de volgende punten naar voren: 28

Nationale ombudsman. (2019). Een goed begin is het halve werk: onderzoek naar participatie bij infrastructurele rijksprojecten (2019/041).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

31

• • • • • •

• •

Onvrede met huidige mogelijkheden voor melden; Meldingen hebben te weinig effect; Onvoldoende terugkoppeling, alleen een weergave van de feiten; Klachten over de wijze waarop met meldingen wordt omgegaan; Mensen die vaak meldingen doen, worden niet of minder meegenomen in de overzichten; Als wordt gemeld dat eerder gemaakte afspraken bij overlegtafels – zoals te laag overvliegen of overvliegen buiten afgesproken tijdstippen – niet worden nagekomen, wordt op basis van die meldingen niet gehandhaafd; Het BAS (Bewonersaanspreekpunt Schiphol) is onvoldoende onafhankelijk en te veel gericht op (belangen) Schiphol; Melden kan enkel over feitelijke geluidsoverlast.

De meldpunten gaven aan dat mensen vooral moeten blijven melden. Dat is zinvol omdat dit inzicht geeft in waar de hinder plaatsvindt. De meldingen kunnen er soms toe leiden dat bepaalde situaties worden aangepast, waardoor specifieke overlast wordt voorkomen. Omwonenden zien dat anders, zij ervaren dat melden meestal geen zin heeft. Volgens de meldpunten duurt het vaak wel enige tijd voordat er iets gebeurt met meldingen, omdat met veel betrokken partijen afstemming nodig is. Wel geven meldpunten en omgevingsraden aan dat er bijna nooit sprake is van een overtreding, waardoor handhaving niet aan de orde is. Omwonenden ervaren dat niet zo. De ombudsman heeft in een brief29 aan de minister van I&W aangegeven wat burgers van de overheid mogen verwachten als zij overlast door vliegverkeer melden. Daarvoor is het belangrijk dat: • Het voor burgers duidelijk is wat zij mogen verwachten als ze een melding doen; • Burgers actief en adequaat worden geïnformeerd over hetgeen met hun meldingen en met meldingen in het algemeen gebeurt; • De informatie uit de meldingen wordt betrokken bij de keuzes rond vliegroutes, hoogtes en tijden en bij het toezicht en de handhaving. De ombudsman zal hier in 2021 over in gesprek gaan met de minister om ervoor te zorgen dat meldingen van omwonenden behoorlijk worden behandeld.

Daarnaast zal het resultaat van het vervolgonderzoek in 2021 bekend worden gemaakt. Niet geïnformeerd over plannen windmolenpark In 2020 beoordeelde de Nationale ombudsman een zaak30 van een medewerker van de gemeente Hellendoorn. Deze medewerker was van plan een huis te kopen en informeert bij een collega naar de mogelijke plannen met het nabijgelegen munitiedepot. Deze collega vertelt dat daar lichte industrie is voorzien. Op basis van deze informatie besluit de medewerker van de gemeente om de woning te kopen. Enige tijd later leest hij in de lokale krant dat er mogelijk windmolens gaan komen. Had hij dit vooraf geweten, dan had hij de woning misschien niet gekocht. Na een klacht hierover oordeelt de gemeente dat zij juist heeft gehandeld. Want op het moment dat de man om informatie vroeg was er hooguit sprake van een oriënterend verzoek, was er geen concreet plan ingediend 29 30

Nationale ombudsman. (2020). Meldingen geluidsoverlast vliegverkeer (202004981) Nationale ombudsman. (2020). Gemeente Hellendoorn heeft inwoner niet goed geïnformeerd over planologische wijziging (2020/037)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

32

en was er door de initiatiefnemer van de windmolens om vertrouwelijkheid gevraagd. Uit nader onderzoek van de Nationale ombudsman bleek dat de initiatiefnemer van de windmolens bij de gemeente een zogenaamd principeverzoek had ingediend. Dat is nog geen officiële aanvraag, maar wel een belangrijke stap in het aanvraagproces om te onderzoeken of de gemeente wil meewerken aan een plan. In het principeverzoek in deze zaak waren de plannen over de windmolens nader uitgewerkt. De Nationale ombudsman vindt daarom dat de gemeente minstens had kunnen meedelen dát er mogelijke ontwikkelingen waren in de buurt van de woning. Verder is vertrouwelijkheid in deze zaak geen gegronde reden om informatie achter te houden. Informatie die de gemeente heeft, in dit geval het principeverzoek, is namelijk in principe openbaar. De klacht dat de gemeente de informatie niet had verstrekt, beoordeelt de ombudsman daarom als gegrond wegens schending van het vereiste van goede informatieverstrekking. Verrast door bouw biomassa-installatie Een inwoner van Winschoten ziet dat er in zijn buurt groen wordt gekapt. Via via komt hij erachter dat het groen wordt verwijderd vanwege de plaatsing van een biomassa-installatie vlakbij zijn tuin. Verzoeker – longpatiënt en gevoelig voor fijnstof – schrikt enorm van de komst en de omvang van het bouwwerk.

Hij was helemaal niet op de hoogte van de plannen en zoekt daarom contact met de gemeente. Hij vindt dat de gemeente hem niet goed heeft geïnformeerd in het voortraject. Als de installatie eenmaal in gebruik genomen is, krijgt de inwoner last van de stank en het geluid van de installatie. Hij neemt opnieuw contact op met de gemeente en wil dat er met spoed iets gedaan wordt om de overlast te stoppen. De overlast houdt echter aan en hij brengt het ter sprake tijdens een bezoek van de ombudsman aan de provincie Groningen in 2019. De ombudsman besluit de klachten te onderzoeken31 en oordeelt dat de klacht over de informatieverstrekking rondom de plannen voor de biomassa-installatie gegrond is. De afstand tussen het huis en de installatie is klein, dus de gemeente had kunnen verwachten dat dit voor onrust zou kunnen zorgen. Daarom was het logischer geweest om de bewoner in een eerder stadium over de plannen te informeren. Dan had hij invloed kunnen uitoefenen en zijn zorgen kunnen delen. Ook vindt de Nationale ombudsman de klacht gegrond over hoe de gemeente met de overlastmeldingen is omgegaan. Hoewel de ombudsman ziet dat er vanuit de gemeente een paar keer contact is geweest, is niet gebleken dat de gemeente de inwoner in het contact ook actief heeft meegenomen in haar handelen.

Daardoor wist hij na het doen van de meldingen niet waar hij aan toe was en wat hij van de gemeente mocht verwachten.

31

Nationale ombudsman. (2020). Hoe heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt gehandeld bij de plaatsing van een biomassainstallatie? (2020/021)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

33

1.5 Leefbaarheid Het handelen van de overheid kan grote gevolgen hebben voor de leefbaarheid. Burgers maken zich wel eens zorgen als er iets in hun leef-, werk- of woonomgeving verandert. Dan willen zij de kans krijgen om mee te praten en zich op z’n minst kunnen voorbereiden. Helaas komt het nog al te vaak voor dat zij verstrikt raken in onduidelijke regels, procedures en informatie. De Nationale ombudsman vindt dat de overheid haar dienstverlening toegankelijk moet maken, zodat iedereen kan meedoen en er geen kloof ontstaat tussen burgers die wel én niet kunnen meedoen. Gevolgen van de gaswinning in Groningen De grootschalige gaswinning in Groningen heeft nog steeds gevolgen voor de inwoners van het gebied. Ook in 2020 was de Nationale ombudsman betrokken bij de burgers in het bevingsgebied. Zo bezocht hij in februari en september het gebied opnieuw en ging hij in gesprek met de Groningers. Inmiddels is er een aantal stappen gezet en neemt de overheid verantwoordelijkheid voor de schadevergoedingen en de versterkingsoperatie. Toch zitten veel inwoners nog in onzekerheid over de vergoeding van de schade. Verder weten zij nog steeds niet of en wanneer hun woning voor versterking in aanmerking komt. En welke inbreng zij straks zelf hebben. Bovendien duurt het lang voordat een beslissing wordt genomen.

De Nationale ombudsman heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) daarom opgeroepen om niet eenzijdig te beslissen over de versterking, maar de Groningers zelf de touwtjes in handen te geven32. Met als uitgangspunt «de bewoner centraal» geeft de ombudsman drie aandachtspunten mee: • Communiceer helder, duidelijk en persoonlijk: houd de bewoners actief op de hoogte en geef duidelijkheid over proces, budget, tijdplanning en keuzes. Zorg voor een goed aanspreekpunt en wees helder over de rol van de bewonersbegeleider; • Doe wat je belooft: besteed aandacht aan de verwachtingen die gewekt zijn en voorkom tegenstellingen binnen gemeenschappen. Verander de spelregels niet tussentijds ten nadele van de bewoners. Laat beslissingen om te versterken niet afhangen van het toevallige moment van beoordeling; • Geef invulling aan de ruimhartigheid: geef iedere bewoner zelf de keuze over de mate en de manier van versterking; het is zijn of haar huis. Bied inwoners een helpende hand en houd daarbij rekening met hun mogelijkheden. De minister liet de ombudsman weten dat ook voor haar de bewoner centraal moet staan. Samen met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) bekijkt het ministerie van BZK hoe zij extra aandacht kan besteden aan heldere en duidelijke communicatie.

Verder staan de gewekte verwachtingen en de tegenstellingen die binnen de Groningse gemeenschappen kunnen ontstaan, bij BZK op het netvlies. Dit zal ook in de bestuurlijke gesprekken aan de orde komen. De komende tijd zullen BZK en de NCG samen met de regionale partners verder werken aan het versnellen van de versterkingsoperatie en het bieden van duidelijkheid 32

Nationale ombudsman. (2020). Drie aandachtspunten voor minister van BZK rondom versterking in Groningen

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

34

aan de bewoners. De Nationale ombudsman zal in 2021 nauwlettend monitoren of de situatie van de Groningers verbetert. Behoorlijke klachtbehandeling door Rijkswaterstaat Een aantal buurtbewoners woont vlakbij een geluidswal naast een snelweg waarop de geluidsschermen zijn verhoogd. Door de verhoging hebben zij last van reflectiegeluid. Zij klagen over de wijze waarop Rijkswaterstaat (RWS) met hun overlastklachten omgaat, omdat RWS onvoldoende actie onderneemt om de geluidsreflectie terug te dringen. Ook klagen zij over het onderhoud van het talud en het geluidsscherm. De Nationale ombudsman heeft de zaak onderzocht33 en is tot de conclusie gekomen dat RWS behoorlijk heeft gehandeld. Hij ziet namelijk dat RWS zich acht jaar actief heeft ingespannen om het reflectiegeluid te verminderen en dat RWS in de communicatie richting bewoners altijd aan verwachtingsmanagement heeft gedaan. RWS heeft door de jaren heen verschillende bomen en planten geplant om de overlast te verminderen. Ze hadden de intentie om een oplossing te vinden. Het feit dat deze maatregelen in de praktijk niet het gewenste effect hebben, doet daar niet aan af. De Nationale ombudsman heeft de klacht van de bewoners ongegrond verklaard.

Klachtbehandeling over aanleg parkeerterrein Een inwoner van de gemeente Venlo belt met een gemeentemedewerker van handhaving over een parkeerterrein dat achter zijn huis wordt gebouwd. Hij heeft gezien dat er meer dan 60 cm diep in de grond wordt gegraven terwijl dit niet mag. De inwoner vraagt de gemeente dit te controleren. Dit gesprek verloopt niet goed. De medewerker van de gemeente vindt de gestelde vraag vervelend en geeft hier geen antwoord op. Daarop besluit de bewoner een klacht in te dienen. Niet alleen over het feit dat er geen antwoord komt, maar ook over de reactie van de medewerker. De gemeente oordeelt dat het niet goed was hoe de medewerker heeft gereageerd tijdens het gesprek. Maar de gemeente zegt dat hij hiervoor wel een goede reden had. De gemeente heeft namelijk als regel dat een verzoek om iets te controleren alleen maar schriftelijk kan, en niet (zoals in dit geval) in een gesprek. De inwoner laat het er niet bij zitten en belt de Nationale ombudsman over het uitblijven van een reactie van de gemeente en dat het allemaal veel te lang heeft geduurd. De Nationale ombudsman heeft onderzocht of de gemeente goed heeft gereageerd op de vraag en wat de gemeente met de klacht heeft gedaan34. Hij vindt dat de gemeente de inwoner niet goed heeft geholpen.

Ook wanneer een gemeente een mondeling verzoek tot handhaving niet in behandeling neemt, mag er van een gemeente worden verwacht dat zij de burger de juiste weg wijst. Stand van zaken Omgevingswet De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Deze wet moet het omgevingsrecht voor burgers toegankelijker en eenvoudiger maken. Denk aan kortere procedures en geen waaier aan wet- en regelgeving meer. Dit zijn mooie uitgangspunten, die tegelijkertijd veel van burgers vragen: omgaan met het Digitaal Stelsel Omgevingswet 33

Nationale ombudsman. (2020). Een onderzoek naar een klacht over de manier waarop Rijkswaterstaat is omgegaan met meldingen van overlast (2020/049) 34 Nationale ombudsman. (2020). Niet in behandeling? Een onderzoek naar het niet reageren op een mondeling handhavingsverzoek en naar de wijze van klachtbehandeling (2020/036)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

35

(DSO) bijvoorbeeld, zelf een participatietraject organiseren of daaraan deelnemen. De Nationale ombudsman ziet dat de burger meer verantwoordelijkheid krijgt en de overheid stappen terug doet. Terwijl lang niet alle burgers kunnen meekomen. Zij geven aan dat de overheid voor hen steeds verder uit het zicht verdwijnt en zij zich zorgen maken. Bij wie kunnen ze straks terecht als ze vastlopen? De Nationale ombudsman vindt dat iedereen mee moet kunnen doen, ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom heeft de ombudsman al in 2019 de overheid opgeroepen om door de bril van de burger naar de Omgevingswet te kijken, zodat zij haar nieuwe dienstverlening zo inricht dat die toegankelijk is voor burgers. Burgers moeten straks daadwerkelijk de kans krijgen om invloed uit te oefenen op hun directe leefomgeving. In januari 2020 voerde de ombudsman een gesprek met de minister van BZK over de uitvoering van de wet. Ook zijn er gesprekken gevoerd met omgevingsdiensten, waterschappen en provincies over de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de stand van zaken, ervaringen en praktijkvoorbeelden. We hebben stilgestaan bij verschillende aandachtspunten, waarvoor we ook in 2019 aandacht hebben gevraagd35.

• De toegankelijkheid van de informatie; • De nieuwe invulling van dienstverlening; • Participatie; • Informatieverstrekking; • De voorbereiding van burgers op hun nieuwe verantwoordelijkheden; • De klachtbehandeling als gevolg van overlast van vergunningsvrije activiteiten. Uit de gesprekken die de ombudsman voerde, blijkt dat de overheid hard werkt aan de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De aandachtspunten zijn nog steeds herkenbaar en relevant. Daarom blijft de Nationale ombudsman ook in 2021 in gesprek met de overheid, burgers en belangenorganisaties, zodat de overheid het burgerperspectief niet uit het oog verliest. Uit de praktijk van de Nationale ombudsman Bij wie moet ik zijn? Gerrit36 is vaak te vinden in zijn moestuin. Maar als het waterschap een sloot gaat uitbaggeren, ontstaat er schade aan zijn moestuin. Door schade aan de oever dreigt zijn tomatenkas in te storten. Gerrit vraagt een schadevergoeding aan bij het waterschap. In een brief laat het waterschap weten, dat hij bij de betrokken aannemer moet zijn. De aannemer en het waterschap hebben afspraken gemaakt over wie verantwoordelijk is als er schade ontstaat tijdens de baggerwerkzaamheden. Daarom krijgt Gerrit ook geen schadevergoeding van het waterschap. Gerrit is het niet eens met deze reactie en dient een klacht in.

35 36

Nationale ombudsman. (2020). Breng het burgerperspectief in de Omgevingswet Gefingeerde naam

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

36

Het waterschap bekijkt zijn klacht, maar verandert niet van mening. Niet het waterschap, maar de aannemer is verantwoordelijk voor de schade van Gerrit. Gerrit weet niet wat hij hoort. Het waterschap heeft toch de opdracht gegeven voor het uitbaggeren van de sloot? Dan moeten zij ook dit probleem oplossen, vindt Gerrit. Hij vraagt de Nationale ombudsman om hulp. Medewerker Minka bestudeert de klacht en de reactie van het waterschap. Ze belt met het waterschap om de klacht van Gerrit te bespreken. Ze vraagt onder andere of het waterschap onze schadevergoedingswijzer kent. Dat is een folder met belangrijke spelregels hoe je als overheidsinstantie behoorlijk kan omgaan met schadeclaims. Na dit gesprek besluit het waterschap nog eens goed te kijken naar alles wat er is gebeurd. Na nieuwe metingen en gesprekken met betrokken medewerkers concluderen ze dat de controle door het waterschap tijdens en na het baggeren niet voldoende is geweest. Ze bieden Gerrit excuses aan en bieden hem aan de schade alsnog te herstellen. We zijn blij met deze afloop. Regelmatig laten overheidsinstanties diensten uitvoeren door andere partijen zoals aannemers of toezichthouders. De Nationale ombudsman vindt dat ze daarbij het belang van burgers niet uit het oog mogen verliezen.

Als er problemen ontstaan, moet het voor burgers duidelijk zijn, dat zij altijd bij de overheid terechtkunnen met hun vragen of klachten. Deze column is verschenen in De Telegraaf van 19 september 2020.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

37

1.6 Caribisch Nederland De bewoners van Bonaire, St. Eustatius en Saba kunnen bij de Nationale ombudsman terecht als zij klachten hebben over de overheid. Sinds 2010 helpt de ombudsman burgers in Caribisch Nederland met klachten over de Rijksoverheid. Vanaf 2012 is het ook mogelijk een klacht in te dienen over het lokale bestuur: de openbare lichamen. Dit laatste is bijzonder omdat, anders dan in Europees Nederland, de Nationale ombudsman ten aanzien van klachten over het lokale bestuur als eerste aan zet is. Coronavirus en de gevolgen voor de eilanden De gevolgen van het coronavirus zijn voor Bonaire, St. Eustatius en Saba als kleinschalige samenlevingen die sterk afhankelijk zijn van het toerisme, enorm. Het nagenoeg stilleggen van het vliegverkeer en het cruisetoerisme heeft grote economische impact. Veel inwoners hebben meerdere baantjes nodig om rond te komen. Deze inwoners met «losse jobs», vooral banen in de toeristensector met een nul-urencontract of tijdelijke bijverdiensten, zijn extra gevoelig voor het verlies van hun baan. Hoewel de overheid in Caribisch Nederland vergelijkbare maatregelen heeft genomen als in Europees Nederland, is het de vraag in hoeverre getroffen eilandbewoners de weg naar (tijdelijke) financiële regelingen weten te vinden. Dat is ook de ervaring bij andere uitkeringen.

De inwoners van de eilanden zijn er niet altijd van op de hoogte en soms is de drempel hoog door een gevoel van schaamte. Telefonische spreekuren Het coronavirus heeft ook gevolgen gehad voor de spreekuren die normaalgesproken op de eilanden plaatvinden. Omdat reizen niet mogelijk was, is de Nationale ombudsman in voorjaar 2020 gestart met telefonische spreekuren voor de inwoners van Caribisch Nederland. Via de website van de ombudsman en de plaatselijke media zijn de spreekuren aangekondigd en kon men zich aanmelden. Het beperkte aantal aanmeldingen is wellicht de oorzaak van de toename van het aantal klachten dat digitaal is binnengekomen. Desondanks is het aantal klachten lager dan in 2019. Het belang van fysieke aanwezigheid op de eilanden wordt hiermee nog eens onderstreept. Door het niet reizen in 2020 heeft de ombudsman een deel van de inwoners niet kunnen bereiken. En dat is nu juist net die kwetsbare groep die niet kan lezen en schrijven of die dat gewend is vanwege de spreekcultuur. En mensen die niet digitaal vaardig zijn of geen toegang hebben tot het internet. Papiaments De Nationale ombudsman vindt het belangrijk om burgers in hun eigen taal te woord te staan. Vorig jaar bleek dat steeds meer mensen die alleen Papiaments spreken de ombudsman weten te vinden. Daarom staat de ombudsman mensen graag in Papiaments te woord.

Dat doen medewerkers die van nature Papiaments spreken en medewerkers die via een cursus de taal hebben geleerd. Klachtbehandeling • De lange behandelingsduur van klachten door het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) staat bij de ombudsman hoog op de agenda. Dit was al eerder een probleem, maar corona lijkt dit te hebben versterkt. Met de komst van een nieuwe eilandsecretaris ziet de ombudsman uit naar een nieuwe aanpak.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

38

•

•

De Nationale ombudsman ontving dit jaar ook enkele klachten als gevolg van de coronacrisis. Het merendeel had betrekking op de repatriëring van inwoners naar de eilanden in het voorjaar en de vergoeding daarvan. Één klacht ging over de informatieverstrekking naar aanleiding van een verzoek om aanspraak op een financiële hulpmaatregel. De meeste klachten worden (nog steeds) door middel van interventie opgelost. Twee onderzoeken in individuele zaken resulteerden in een rapport: (1.) onderzoek naar de inval door het Korps Politie Caribisch Nederland in een woning op Bonaire (Rapport 2020/ 015) en (2.) onderzoek naar het handelen van het Openbaar Ministerie BES tijdens en rondom een strafproces (Rapport 2020/ 005).

Lopend onderzoek armoedebestrijding Sinds 2019 doen de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman thematisch onderzoek naar armoede onder kwetsbare groepen burgers in Caribisch Nederland. Armoede is namelijk een groot probleem in Caribisch Nederland. Bij dit onderzoek gaat het om de verhalen van de mensen zelf. Zo willen de ombudsmannen een beeld krijgen tegen welke problemen de inwoners aanlopen in hun contact met de overheid en wat hierbij de rol van de overheid is. In 2019 is het eerste onderzoek naar armoede onder ouderen afgerond.37 Het tweede onderzoek, het onderzoek naar armoede gerelateerde problematiek onder jongvolwassenen in Caribisch Nederland, werd in september 2020 met een rapport afgerond.38De Nationale ombudsman en de Kinderombudsman oordeelden daarin dat Caribisch Nederlandse jongeren die opgroeien in armoede vaak belanden in een vicieuze cirkel van problemen. Om die te doorbreken, is een urgente integrale aanpak van armoede onder deze jongeren noodzakelijk.39 Omdat de ernst van de problematiek urgent is, hebben de beide ombudsmannen erop aangedrongen dat er op korte termijn samenwerking en afstemming plaatsvindt tussen alle betrokken instanties die te maken hebben met de problematiek van kwetsbare jongeren. Hierin zien zij een regierol voor het ministerie van BZK en doen hierbij de volgende aanbevelingen: 1.

Huisvesting en opvang: er moet op korte termijn voldoende opvangmogelijkheid komen voor kwetsbare jongeren en in brede zin moet worden gewerkt aan het realiseren van betaalbare huisvesting. 2. Opleidingsmogelijkheden en activiteiten: er moeten meer opleidingsmogelijkheden en stimulerende naschoolse activiteiten komen, die laagdrempelig en betaalbaar zijn. 3. Beroepsonderwijs en stage- en werkervaringsplekken: er moeten voldoende stages en werkervaringsplekken gecreëerd worden en tevens moet meer gericht beroepsonderwijs gerealiseerd worden. 4. Buddy of vertrouwenspersoon: jongeren moeten toegang krijgen tot een buddy of vertrouwenspersoon bij wie zij hun verhaal kunnen doen of die hen kan ondersteunen bij problemen. Het tweede rapport heeft de Nationale ombudsman op Bonaire besproken tijdens twee rondtafelsessies, waarbij hij voornamelijk heeft gesproken met jongeren.

37

Nationale ombudsman. (2019). Oog voor ouderen in Caribisch Nederland (2019/045) Nationale ombudsman. (2020). Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan (2020/030) 39 Nationale ombudsman. (2020). Urgente integrale aanpak noodzakelijk voor bestrijding armoede onder jongeren in Caribisch Nederland 38

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

39

Het derde onderzoek naar alleenstaande ouders en hun kinderen zal in het eerste kwartaal van 2021 worden gestart. Aansluitend zullen de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman hun visie geven op armoedeproblematiek in Caribisch Nederland als afronding van dit drieluik. Onderzoek over studeren in Nederland In 2020 heeft de Nationale ombudsman onderzoek gedaan naar knelpunten waar studenten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk tegenaan lopen als zij in Nederland (gaan) studeren of in Nederland hebben gestudeerd. We kregen hierover verschillende signalen van en over studenten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk. Een van de respondenten vertelt: «Als ik een video kreeg van hoe het leven is in Nederland, waar je tegenaan kan lopen en hoe je daar mee om kan gaan, dan had dat erg geholpen. Het zou tenminste ervoor zorgen dat je minder stress hebt. Want zeker de voorbereidingsperiode, de periode waarin je allemaal dingen moet uitzoeken, was erg stressvol. De overheid, zowel hier als in St. Eustatius, zou studenten moeten contacteren die momenteel studeren in Nederland of daar hebben gestudeerd. Om hen te vragen hun verhaal te doen, te vertellen waar ze doorheen gingen. Je kan niet verwachten van een school dat zij eerlijk zijn over hoe het is om te studeren daar.

Dus het zou heel erg helpen als de overheid een platform creëert waarin deze verhalen worden gedeeld.» Ook is gesproken met betrokken (overheids)instanties, met organisaties die studenten begeleiden en met instellingen die veel met de doelgroep te maken hebben. Het onderzoek is afgesloten met twee rondetafelgesprekken. Vlak voor publicatie van het rapport heeft de ombudsman een ontbijtsessie met de minister van OCW en Caribische studenten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst is uitgebreid ingegaan op de problemen die de studenten ervaren. Het onderzoek is op 16 december 2020 afgerond.40 De ombudsman oordeelde dat Caribische studenten mogen verwachten dat de landen in het Koninkrijk zorgen voor een soepele overgang van het voorbereidend onderwijs op de eilanden naar het vervolgonderwijs in Nederland. Een overgang zonder belemmeringen. De landen en betrokken instanties aan beide kanten van de oceaan moeten meer en beter samenwerken. Daarom dringt de ombudsman erop aan dat de landen het initiatief moeten nemen tot samenwerking om praktische blokkades weg te nemen en studenten beter voor te bereiden op en begeleiden bij hun studie in Nederland.

De ombudsman heeft aanbevelingen gedaan om op de volgende aandachtspunten zo snel mogelijk actie te ondernemen: • Integrale informatieverstrekking in de voorbereiding; • Beschikking over een BSN; • Toegang tot de Nederlandse basiszorgverzekering en zorgtoeslag; • Informatie over (kwijtschelding) belastingen en over toeslagen; • Toegang tot psychologische begeleiding; • Integrale aflossing studieschulden; • Automatische draagkrachtmeting bij terugkeer. Aangezien deze aandachtspunten onder verantwoordelijkheid van verschillende ministeries vallen, heeft de ombudsman de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aanbevolen hierbij de staats40

Nationale ombudsman. (2020). Kopzorgen van Caribische studenten

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

40

secretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) te betrekken. Lopend onderzoek watervoorziening op St. Eustatius De drinkwatervoorziening op St. Eustatius is al jaren een probleem. Begin 2020 is de urgentie hoog omdat het handenwassen een van de belangrijkste manieren is om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Na verontrustende signalen van inwoners van St. Eustatius en een concrete klacht dat er al dagen achtereen helemaal geen water uit de kraan kwam, heeft de Nationale ombudsman een onderzoek uit eigen beweging gestart naar de problemen met drinkwater op St. Eustatius.41 Daarbij stelde de ombudsman de minister van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) onder meer de vraag waar burgers in de tussentijd op konden rekenen toen bleek blijkt dat pas tegen het einde van 2020 de drinkwatervoorziening structureel verbeterd zou zijn. De minister antwoordde dat er voorlopige maatregelen zijn genomen om de inwoners van voldoende drinkwater te voorzien. Zo kwam er sinds 8 juni 2020 in ieder geval van 5.00 uur tot 20.00 uur weer drinkwater uit de kraan. Verder liet de minister weten dat degenen die volledig afhankelijk zijn van de drinkwaterlevering via het drinkwaternet vanaf 1 juni 2020 niet voor de levering van drinkwater hoeven te betalen. De Nationale ombudsman blijft deze voorlopige en structurele maatregelen volgen.

Het onderzoek naar het ontstaan van deze situatie loopt nog. Werk in cijfers • In 2020: 145 klachten digitaal • In 2019: 220 klachten (digitaal + spreekuren) • Openbaar Lichaam Bonaire: 45 klachten • Openbaar Lichaam St. Eustatius: 5 klachten • Openbaar Lichaam Saba: 0 klachten

41

Nationale ombudsman. (2020). Nationale ombudsman opent onderzoek naar gebrek aan drinkwater op St. Eustatius

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

41

1.7 Internationaal De Nationale ombudsman heeft regelmatig contact met ombudsmannen uit andere landen. Met de kennis en kunde uit het buitenland kan de ombudsman burgers in Nederland nog beter helpen. Daarnaast ondersteunt hij, door het uitwisselen van kennis en ervaringen, andere ombudsmannen bij hun werk. Digitaal contact onderhouden Onder normale omstandigheden legt de Nationale ombudsman diverse internationale bezoeken af, binnen en buiten ons Koninkrijk. Maar door de coronapandemie zijn in 2020 bijna alle conferenties en internationale activiteiten afgezegd. Vanaf de eerste helft van 2020 hebben de ombudsmannen elkaar digitaal opgezocht via enkele webinars en een conferentie. Vooral de maatregelen die regeringen namen ter bestrijding van de pandemie riepen bij veel ombudsmaninstituten vragen op. Vaak maakten die regels inbreuk op fundamentele rechten, hoe moest daarop worden gereageerd? En de bijzondere klachten over de overheid, die niet meer eenvoudig zichtbaar en vaak evenmin toegankelijk was voor burgers, hoe daarmee om te gaan? De Parliamentary Health Service Ombudsman en de Europese Ombudsman hebben beiden een enquête uitgezet om informatie te verzamelen over hoe door ombudsmaninstituten werd omgegaan met de crisis en de bijzondere omstandigheden. Maar ook individuele verzoeken bereikten de Nationale ombudsman.

Zo werd hij gevraagd hoe in Nederland de plicht om mondkapjes te dragen was geregeld. Uit deze bijeenkomsten zijn twee rapporten voortgekomen. Een van de Engelse ombudsman en een van de Europese Ombudsman. Uit het Engelse rapport42 blijkt dat ombudsmannen wereldwijd te maken hebben met vergelijkbare uitdagingen. Deze uitdagingen zijn niet allemaal het gevolg van de coronacrisis, maar spelen al langer. Zo weten ombudsorganisaties kwetsbare doelgroepen niet altijd goed te bereiken, weten burgers niet wat de rol van de ombudsman is en zijn er meerdere ombudsorganisaties die kampen met een tekort aan personeel en financiële middelen. Gezamenlijke brief over problemen in Caribisch Nederland Ook de samenwerking met ombudsmannen in het Koninkrijk is vanwege de crisis beperkt gebleven tot digitaal contact. Wel hebben de ombudsmannen van Sint Maarten, Curaçao en Nederland een brief gestuurd aan de Koninkrijksregering.43 Zij vragen in deze brief aandacht voor het uitblijven van de herstelwerkzaamheden op Sint Maarten na orkaan Irma, de problemen rond de vluchtelingen uit Venezuela en de armoede in het Caribisch deel van het Koninkrijk. De coronacrisis maakt deze situatie voor velen nog schrijnender. De Nationale ombudsman wil graag, samen met de ombudsmannen van de eilanden, in gesprek met de minister-president over deze problematiek.

De ombudsman heeft nog geen reactie op de brief ontvangen.

42

Parliamentary and Health Service Ombudsman. (2020). The Ombudsman, coronavirus and crisis management 43 Nationale ombudsman. (2020). Ombudsmannen vragen aandacht voor problemen in Caribisch deel Koninkrijk (1494586)

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

42

Samenwerking met Indonesië Het samenwerkingsproject met de ombudsman van Indonesië is in 2020 digitaal van start gegaan. Het doel van het project is om de mediationtraining die medewerkers van de ombudsman van Indonesië eerder kregen, vast te leggen in interne processen en opleidingen. Deze mediatonvaardigheden leren medewerkers te gebruike in gesprekken met burgers die klachten hebben over de dienstverlening van de overheid. Daarmee kunnen ze precies vaststellen waarover wordt geklaagd. Het doel is dat burgers zich gehoord voelen en de ombudsman van Indonesië hen snel verder kan helpen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

43

2. HET WERK VAN DE KINDEROMBUDSMAN IN 2020 2.1. Voorwoord Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer 2020 stond ook voor kinderen in het teken van het coronavirus. Met name de sluiting van de scholen baarde mij enorme zorgen, omdat we daardoor een deel van de kwetsbare kinderen uit het oog verloren. En dat terwijl school hen juist de veiligheid biedt die er thuis niet altijd is en een cruciale rol speelt in hun ontwikkeling. We hebben in 2020 twee keer uitgebreid gevraagd hoe het met kinderen gaat en wat ze merkten van de coronamaatregelen. In mei gaf het overgrote deel aan dat het goed met ze ging, maar kinderen hadden ook last van de coronamaatregelen. Soms was er meer ruzie thuis, was het moeilijker om schoolwerk te maken. En sommige kinderen zagen één van hun ouders niet meer als gevolg van een echtscheiding. Opvallend was dat een deel van de kinderen ook voordelen zag van de coronamaatregelen. Ze hadden bijvoorbeeld minder stress, minder jeugdhulp of werden minder gepest. In november zagen we een vergelijkbaar beeld. De coronacrisis brengt de kloof in levensgeluk tussen Nederlandse kinderen scherp in beeld. Kwetsbare kinderen worden in het algemeen harder getroffen dan kinderen die zonder problemen opgroeien. En dat is een zorgelijke kloof die van mij als Kinderombudsvrouw en van alle verantwoordelijke partijen aandacht verdient.

Volgens het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties zijn belangen van kinderen een eerste overweging bij alle besluiten die hun raken. Dat we dit nog niet altijd in de praktijk brengen, bleek helaas ook weer in 2020. Ik roep daarom alle verantwoordelijke bestuurders, volksvertegenwoordigers, beleidsmakers, organisaties in het jeugdveld en uitvoerende professionals op om in 2021 de focus te verleggen. En bij besluiten die voor het dagelijks leven en het ontwikkelingsperspectief van kinderen belangrijk zijn, eerst stil te staan bij wat werkelijk het beste besluit is voor deze kinderen en dit als uitgangspunt te nemen voor beleidskeuzes en de ontwikkeling van wetgeving. Vanuit mijn rol blijf ik partijen ondersteunen waar dit kan en hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid waar dat moet. Margrite Kalverboer, Kinderombudsvrouw

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

44

2.2 Het werk van de Kinderombudsman Ieder kind kan in zijn of haar leven in een kwetsbare situatie belanden. Een situatie waarin kinderrechten in het geding raken. De Kinderombudsman bevordert de naleving van kinderrechten in Europees en Caribisch Nederland. Het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) en het belang van het kind zijn voor de Kinderombudsman de belangrijkste leidraden. Missie De missie van de Kinderombudsman is dat alle kinderrechten van alle kinderen en jongeren in Nederland, Bonaire, St. Eustatius en Saba altijd worden nageleefd. Dit betekent dat alle kinderen in een geweldvrije en stimulerende omgeving opgroeien. Hun welzijn, ontwikkeling en perspectief tot een gezonde groei naar volwassenheid dienen hiertoe maximaal gewaarborgd te worden. Dit komt overeen met de kern van het Kinderrechtenverdrag. Taakinvulling De Kinderombudsman bevordert de naleving van rechten van kinderen in Nederland. Deze wettelijke taak vervult de Kinderombudsman als volgt: 1. Geven van voorlichting over kinderrechten aan kinderen én aan volwassenen. Belangrijk is kwetsbare kinderen te bereiken. 2. Adviseren van kinderen en volwassenen over kinderrechten. De Kinderombudsman bemiddelt, voert interventies uit, doet onderzoek en verwijst waar nodig door naar het juiste loket. 3. Signaleren wat er niet goed gaat bij de naleving van kinderrechten. 4.

Thematisch onderzoek en adviseren kabinet, parlement, gemeenten, beleidsmakers en uitvoerende professionals gevraagd en ongevraagd over hoe vanuit het kinderrechtenperspectief te handelen. De Kinderombudsman spreekt hen aan als ze kinderrechten niet naleven. Hierin richt de Kinderombudsman zich specifiek op beleid rond kwetsbare kinderen. 5. De Kinderombudsman houdt zoveel mogelijk rekening met de mening, belangen en belevingswereld van kinderen. Daarom vraagt de Kinderombudsman kinderen hun mening, zowel over kinderrechtelijke thema’s als over andere onderwerpen. Focus op kwetsbare kinderen In Nederland wordt ongeveer 5 tot 10% van de kinderen in meer of mindere mate in hun ontwikkeling bedreigd. Dit komt omdat ze opgroeien in moeilijke situaties of in aanleg kwetsbaar zijn. De meest kwetsbare kinderen blijken vaak te maken te hebben met problemen op meerdere levensgebieden. Kinderen die in moeilijke situaties opgroeien en kinderen die in aanleg – bijvoorbeeld door een beperking of gedragsprobleem – kwetsbaar zijn, lopen het grootste risico dat hun (kinder)rechten onder druk staan. Daarom richt de Kinderombudsman zich bij uitstek op hen.

Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt De Kinderombudsman richt zich in zijn werk altijd op hoe de overheid en andere organisaties of instanties waarover de Kinderombudsman bevoegd is de belangen van kinderen in kaart brengen en meewegen in hun besluitvorming en bij het opstellen en uitvoeren van beleid en wetgeving. En in hoeverre kinderen daarbij worden betrokken en gelijk

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 743, nr. 2

45

worden behandeld. In 2019 hebben we de leidraad «Het beste besluit voor het kind» ontwikkeld. Deze bestaat uit een stappenplan, dat is gebaseerd op richtlijnen van het Kinderrechtencomité over besluitvorming in het belang van kinderen. De leidraad is bedoeld voor wetgeving of beleid dat kinderen raakt. De Kinderombudsman wil dat beleidsmakers, politici, instanties en uitvoerende professionals de leidraad gebruiken om zo tot de beste besluitvorming voor het kind te komen. Impact coronamaatregelen op ons werk De coronamaatregelen hebben vanzelfsprekend ook invloed gehad op de werkzaamheden van de Kinderombudsman. In sommige gevallen hebben onderzoeken en projecten vertraging opgelopen of werden werkwijzen aangepast. Voor het overgrote deel is het werk «gewoon» doorgegaan. In september en oktober zou Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer met haar team op kinderrechtentour gaan om met kinderen in het land te praten over hun leven. Vanwege corona konden alleen de eerste twee geplande werkbezoeken fysiek doorgaan. Een bezoek aan een asielzoekerscentrum en een jeugdgevangenis. Daarnaast is gekozen voor een paar digitale werkbezoeken, onder andere aan kinderen in zorginstellingen. Het periodieke bezoek aan Caribisch Nederland kon helaas niet doorgaan.

Als alternatief heeft de Kinderombudsman eind november vele online gesprekken gevoerd met stakeholders uit de jeugdzorg en uit het onderwijs in Caribisch Nederland, zoals met medewerkers jeugdzorg, directeuren van instellingen waar kinderen wonen, maatschappelijk werkers, directeuren van scholen, een leerplichtambtenaar. De openingstijden van ons telefonische spreekuur zijn verruimd, zodat we beter bereikbaar waren. Daarnaast hebben we online gesproken met kinderen, via een één op één gesprek met de Kinderombudsvrouw en spraken we met leerlingen van één van de scholen. Activiteiten en publicaties gerelateerd aan corona Vanaf het moment dat de coronamaatregelen werden ingevoerd, heeft de Kinderombudsman nauwgezet gevolgd wat voor effect dit had op kinderen. Op basis van eigen signalen en signalen van professionals en kinderen zijn verschillende activiteiten ondernomen. Zo heeft Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer bij de sluiting van scholen in maart 2020 gemeenten en scholen opgeroepen extra aandacht te geven aan kwetsbare kinderen. Ze vroeg hen te onderzoeken of deze kinderen toch naar school konden gaan. Verder plaatste de Kinderombudsman in maart op zijn website een informatiepagina voor kinderen over corona.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/393/documents/12021