CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A09.1 Rapport Evaluatie 2025.pdf

Gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken21.347 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zijn de samenwerkingspartners zorgvuldig in het nakomen van afspraken? Worden samenwerkingsafspraken gedocumenteerd en gevolgd? Spreken de samenwerkingspartners elkaar aan op het nakomen van gemaakte afspraken? Zijn er afspraken en procedures voor interactie en conflicthantering?

23

U10

Stelling 5: als U10-netwerkorganisatie beschikken wij over adequate processen. Proces Procesaanpak en timing

De mate waarin sprake is van een doordachte procesaanpak en timing, gericht op procesvertrouwen en effect  Zijn er duidelijke fasen in het proces onderscheiden?  Weten de samenwerkingspartners waar zij zich in het proces bevinden?  Worden de goede dingen op het goede moment gedaan?  Worden overgangen van fasen gemarkeerd en gecommuniceerd? Balans tussen inhoud en De mate waarin de balans wordt gevonden tussen de inhoudelijke proces en de procesmatige aandacht voor de samenwerking  Is in het samenwerkingsteam een balans gevonden tussen inhoudelijke en procesmatige aandacht en activiteiten?  Is in het samenwerkingsteam voldoende inhoudelijke kennis en kunde aanwezig?  Wordt de balans tussen inhoud en proces actief gevolgd?  Is de aandacht voor inhoud en proces in elke samenwerkingsactiviteit verweven? Netwerkleiderschap en De mate waarin er sprake is van een heldere rolverdeling in het procesregie netwerkleiderschap en duidelijke procesregie  Is er een duidelijke rolverdeling rond het netwerkleiderschap?  Zijn het netwerkleiderschap en systeemverantwoordelijkheid vertaald naar concrete taken en activiteiten op het gebied van regie?  Zijn rolverdeling en procesregie onderwerp van regelmatige evaluatie en heroverweging?  Geven de samenwerkingspartners elkaar feedback met betrekking tot de wijze waarop netwerkleiderschap wordt ingevuld? Proceseffectiviteit en De mate

waarin er aandacht is voor het daadwerkelijk realiseren impact van beoogde effecten en impact  Zijn de resultaatgebieden van de samenwerking geëxpliciteerd en voor alle deelnemers bekend?  Wordt er actief gestuurd op het realiseren van resultaat en impact?  Is het bereiken van ambities en doelen onderwerp van periodieke evaluatie?  Leidt de periodieke evaluatie tot interventies en bijstelling van de samenwerking?

24

U10

6.3 Uitkomsten collegepeiling: stellingen  In drie gevallen heeft een college zowel mee oneens als neutraal ingevuld. In alle gevallen is het antwoord als mee oneens opgenomen in de grafiek.  In twee gevallen heeft een college zowel neutraal als mee eens ingevuld. In beide gevallen is het antwoord als mee eens opgenomen in de grafiek.

Stelling 1: ambitie De gedeelde ambitie van ons als colleges in de U10netwerkorganisatie, zoals verwoord in (de uitvoeringsagenda van) het Integraal Ruimtelijk Perspectief, is voldoende richtinggevend voor de samenwerking.

2

1

Helemaal mee eens Mee eens

2

Mee oneens

1

Neutraal

10

Niet ingevuld

Bunnik (mee eens) IRP is voldoende richtinggevend. Er is veel commitment. Over de inhoud is goed nagedacht. Nu lijkt het meer een sluitstuk en spitst de uitwerking zich vooral toe op wonen en mobiliteit. Het kan zich ontwikkelen tot breed fundament voor integrale gebiedsgerichte aanpak die regionaal gedragen wordt. De vertaling naar buiten (naar inwoners, ondernemers en medeoverheden) komt nog niet goed uit de verf. “Het IRP is een mooi gebiedsgericht fundament. Het legt de basis voor gezamenlijke uitvoeringskracht” De Bilt (mee eens) In het IRP komt de ambitie van de regio duidelijk naar voren. Wat ontbreekt in de U10 en kan bijdragen aan het realiseren van de ambities en het enthousiasme voor de samenwerking is een regionale investeringsagenda waarbij gemeenten en het bedrijfsleven middelen vrijmaken voor regionale projecten. Met een regionale investeringsagenda is het veel makkelijker middelen op te halen bij provincie en Rijk voor de regionale projecten waarmee het enthousiasme voor de samenwerking groeit. De samenwerking en enthousiasme kan verder versterkt worden als we het bedrijfsleven ook gecommitteerd krijgen aan de IRP en de regionale investeringsagenda. Neem Braninport Eindhoven als voorbeeld. Ook valt er wat te winnen door colleges om het IRP meer uit te dragen in de eigen gemeente.

In de gemeente wordt het regionale belang bij partijen en inwoners niet altijd gezien. We

25

U10

moeten het ‘Europaeffect’ voorkomen waarbij we de regio en regionale belangen meer aanprijzen in plaats van de regio als zondebok gebruiken en zo het draagvlak voor regio ondermijnen. De naamgeving U10 draagt niet bij aan het enthousiasme en is met 16 gemeenten ook niet meer uit te leggen. Het wordt daarom tijd om de naam te wijzigen in Metropool regio Utrecht. De Ronde Venen (niet ingevuld) Houten (mee eens) Er zijn veel opgaven die om ruimte vragen (wonen, werken, mobiliteit, energietransitie) en waarvan effecten over gemeentegrenzen heen gaan. Het college van Houten ziet nut en noodzaak van het integraal aanpakken van deze opgaven. De samenwerking verdient nog extra aandacht in de uitvoering van het IRP. De allianties in oprichting zijn hiervoor een eerste goede stap, waarin lokale en regionale belangen, zoals de woningbehoefte, een goede bereikbaarheid een plek krijgen. De impact van de activiteiten van de EBU/Rom voor de gemeente en de regio, mogen explicieter terugkomen in de samenwerking. Het meenemen van de gemeenteraden bij de samenwerking is belangrijk voor draagvlak. IJsselstein (mee eens) Het IRP is zeker in de geüpdatete versie voldoende richtinggevend. In deze nieuwe versie worden deelgebieden onderscheiden waarop allianties gevormd kunnen worden. Dat is waardevol en leidt tot eigenaarschap. Periodiek updaten van het IRP is daarin aandachtspunt.

Lopik (neutraal) We zijn positief over de inhoud van de ambitie zoals verwoord in het IRP en vinden deze waardevol. Waar we kritischer over zijn is de mate van eigenaarschap om deze ambities ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Dat is niet zozeer toe te rekenen aan de individuele deelnemers maar eerder het gevolg van de organisatievorm. Er is niet één orgaan verantwoordelijk voor de realisatie van de ambities. Iedereen gaat erover maar niemand is (eind)verantwoordelijk. Nieuwegein (helemaal mee eens) IIRP heeft partijen gebonden aan opgaven en aan elkaar. Wel is het moeilijker dit vast te houden in de uitvoering en over collegeperioden heen. Om het IRP als drager te laten functioneren is het belangrijk om breed betrokkenheid te organiseren en regelmatig stil te staan bij de strategische inzet. Deze verandert in de tijd; er moet bovendien altijd ruimte zijn om de actualiteit met elkaar te bespreken. Oudewater (mee eens) De ambitie is voldoende richtinggevend; de optelsom op de inhoud is kloppend voor Oudewater. Stichtse Vecht (mee eens) (Uitvoeringsagenda) IRP is wat ons bindt in de regio. Deze is zorgvuldig tot stand gekomen en dat geldt ook voor de Uitvoeringsagenda IRP. Utrecht (mee eens) De ambities zijn helder en passen binnen de Utrechtse ambities (RSU). De uitvoering is de grootste uitdaging.

Utrechtse Heuvelrug (mee oneens) Het IRP redeneert vanuit de verstedelijkingsopgaven en sluit daarmee dus niet vanzelfsprekend aan op de opgaven waar wij als meer landelijke gemeente mee kampen. Ook wordt de relatie met de Bestuurstafel Duurzaamheid niet direct ervaren. Gemeenten voelen zich niet altijd gebonden aan het IRP. Vijfheerenlanden (mee eens) • Ambities kunnen concreter en scherper. Echter je hebt wel te maken met een gemene deler, waardoor ambities minder concreet kunnen worden gesteld. De balans vinden in het abstractieniveau om consensus en verbinding met inwoner en raad te behouden. 26

U10

• Voor onze gemeente zijn knooppunt Everdingen en hub Vianen van belang. Daarnaast ook de ontwikkeling van Gaasperwaard 3, echter Gaasperwaard 3 is direct ingewikkeld door regionale belangen. Wie neemt in dergelijke situaties het voortouw? • Is “Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen” nog de integrale ambitie? Dit in relatie met de MRY “Heart of Health”. Wij zien dit niet veel meer terug in de pijlers. De pijlers kunnen hierdoor eilandjes worden en mist mogelijke synergievoordelen door integraliteit. • U10-organisatie bepaalt wat er wordt meegenomen in de uitvoering van de ambities. Als de lokale ambitie niet past, dan wordt deze eruit gehaald. Transparantie, onderbouwing en communicatie zijn essentieel. • Aandacht houden voor het voorzien van de benodigde capaciteit en middelen, om de ambitie te kunnen realiseren. De uitvoeringsagenda kan een verankering bieden, hoe dit verder kan worden ingevuld, mogelijk met juridische grondslag. Wijk bij Duurstede (mee eens) In grote lijnen herkennen wij ons als gemeente in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) en de daarin gestelde doelstellingen. Hoewel niet in alle onderdelen van het IRP sprake is van een gedeelde ambitie, kan in algemene zin worden gesteld dat de doelen voldoende richtinggevend zijn. Op regionaal niveau zijn de ambities en werklijnen over het algemeen duidelijk.

Echter, de werklijn 'Vitale Kernen' dekt de woningbouwopgave waar onze gemeente voor staat niet voldoende. De nadruk en benadering van het IRP zijn overwegend gericht op grootstedelijke gemeenten en nog te weinig op middelgrote en kleine gemeenten. Zo hanteert het IRP een ruimtelijke benadering waarbij keuzes worden gemaakt op basis van de ladder van duurzame verstedelijking. Door deze ladder te volgen, worden keuzes eerst gemaakt in stedelijke knooppunten. Bepaalde ontwikkelingen zijn eenvoudigweg niet – of slechts indirect - van toepassing op kleinere gemeenten Ons voorstel is om ook thema's te agenderen die specifiek bijdragen aan de vitaliteit van kleinere gemeenten. Dit omvat onder andere het tegengaan van de ontgroening en vergrijzing. Een vitale demografische samenstelling van de bevolking kan worden bewerkstelligd, door het bouwen van voldoende woningen voor jongeren, gezinnen en ouderen. Voldoende woningen voor ouderen maakt doorstroom mogelijk, waardoor die woningen beschikbaar komen voor andere doelgroepen. Het bevorderen van mobiliteitsverbindingen, het behoud van culturele en winkelvoorzieningen, en het creëren van ruimte voor ondernemers en het MKB dragen ook bij aan de vitaliteit. Woerden (mee eens) Mee eens, het IRP helpt om het regionale gesprek op gang te brengen. Het pakt de grote vraagstukken op en plaatst het vraagstuk in de juiste context.

Dit versterkt de gesprekken aan tafel en het verbetert het gesprek met de provincie. Sowieso wordt het zeer waardevol gevonden dat de stad Utrecht en de provincie Utrecht aan tafel zitten. Op strategisch niveau missen de bestuurders de ruimte voor lokale inbreng. Er vindt veel binnen de U10 plaats, ook in relatie tot de MRU ontwikkelingen, waar wij als lokale bestuurders weinig zicht op hebben. Dat was in het verleden wel zo. Als voorbeeld is genoemd dat de voorbereidingen voor het BOL / BO Mirt maar beperkt worden gedeeld. Zeist (neutraal) • Deze ambitie is herkenbaar voor de totstandkoming van het IRP, de eerste fase. Voor de uitvoering ervan, de 2e fase, is het nodig dat de U10 gemeenten scherpe keuzes te durven maken. Concreet aangeven voor welke opgaven we gaan en wat daar vanuit de verschillende beleidsdisciplines voor nodig is. Daarbij ook duidelijk de randvoorwaarden meegeven waar rekening mee gehouden moet worden. Op dit moment komt dat nog niet duidelijk naar voren, bijvoorbeeld in de Programmalijn Vitale Kernen.

27

U10

• Een ander punt betreft de sectorale organisatie van de netwerkorganisatie, via bestuurstafels en de behoefte aan integraliteit bij de uitvoering van IRP-opgaven, als voorwaarde voor het kunnen samenwerken aan opgaven. Op dit moment ligt de nadruk binnen de U10 op een sectoraal georganiseerde overlegstructuur (bestuurstafels). Als proceslijn voor de uitvoering van IRP is er een andere overlegstructuur gecreëerd, het Ambtelijk overleg (AO), Directeurenoverleg (DO) en Bestuurlijk overleg (BO). Met name in het laatste genoemde overleg moeten de bestuurlijke lijnen uit de bestuurstafels samenkomen. Het college is met blij met dit integrale bestuurlijke overleg. Tegelijk heeft het college twijfels of de huidige structuur van bestuurstafels met blik op “eigen” domeinen zich goed verhoudt tot de nieuwe uitvoeringslijn van het IRP (AO-DO-BO) waarin de integraliteit en uitvoeringskracht centraal staat. Het college is daarom kritisch wat betreft de bijdrage van de huidige bestuurstafels aan de uitvoering van het IRP en spreekt de wens uit dat er goed gekeken wordt naar een bestuurlijke overlegstructuur die maximaal bijdraagt aan de uitvoering van IRP-opgaven. • Er is de wil bij gemeenten om harde afspraken met elkaar te maken om samen aan opgaven te werken maar de sterke (beleids-)rol van de provincie belemmert dat.

Stringente beleidskaders bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werklocaties en de beperkte invloed die gemeenten bij de totstandkoming van de RES hebben gehad, bemoeilijken het maken van harde afspraken, die de basis vormen voor uitvoering van het IRP. De U10 en provincie functioneren vanuit hun eigen rol soms los van elkaar, in plaats van met elkaar, aan gezamenlijk regionale opgaven. Dat is niet constructief.

Stelling 2: belangen Als colleges in de U10-netwerkorganisatie doen wij voldoende recht aan elkaars belangen.

2 6

Mee eens Mee oneens Neutraal

5

Niet ingevuld

3

Bunnik (mee eens) Ambtenaren werken goed samen. Binnen U10 en met U10. Thematafels functioneren wat los van IRP. Het lijkt nu soms een optelsom van individuele belangen. In de lobby neigen gemeenten hun eigen koers te kiezen. Er gaat niks fout, maar het gevoel van gezamenlijkheid

28

U10

in elkaars belangen kan verder groeien. Mogelijke oorzaken zijn de grote verschillen is aard en schaal tussen de gemeenten en de wisselingen van bestuurders. “We hebben in U10 inzicht in en respect voor verschillen en belangen van de deelnemende gemeenten.” De Bilt (neutraal) In het IRP is het goed gelukt rekening te houden met de verschillende belangen. Er zit vanuit De Bilt weinig spanning op dit onderwerp over verschillende belangen. Dit heeft ook te maken dat we in de U10 nog onvoldoende in staat zijn uitvoering te geven aan het IRP. Deze spanning is noodzakelijk om voortgang te boeken en ontstaat juist als er voortgang geboekt wordt in de uitwerking en uitvoering van onze regionale ambities uit het IRP. De Ronde Venen (niet ingevuld) Houten (neutraal) Bestuurstafels zijn vooral informatief van aard, iedere gemeente kan op sommige punten nog een kleine aanpassing voorstellen. Het echte gesprek wordt niet door de bestuurders gevoerd. Voor het goed naar voren brengen van ieders belangen, deze te wegen en elkaar hierop te vinden is tijdens de bestuurstafels weinig tijd. Dit vindt veel meer plaats in onderlinge bestuurlijke ontmoetingen. De waarde hiervan wordt door het college van Houten wel gezien, daarom wordt bestuurlijk en ambtelijk ingezet op de gebiedsallianties voor de realisatie van het IRP.

IJsselstein (mee eens) We zijn van mening dat we de afgelopen tijd steeds meer naar elkaar toegegroeid zijn: de grote stad, stedelijk gebied en landelijk gebied. Er is nog wel een onderscheid tussen de stedelijke belangen en landelijke belangen. Maar er komt steeds mee toenadering. Utrecht let er heel nadrukkelijk op dat zij anderen ruimte en positie geven. Dat is plezierig. Lopik (mee eens) Het is lastig om voldoende recht te doen aan elkaars belangen. De U10 bestaat uit verschillende type gemeenten en men toch vaak vanuit zichzelf redeneert. Groot vs. klein. Stads vs. landelijk gebied. Daarnaast kijkt iedereen toch ook vaak nog tot aan de eigen gemeentegrens en is het lastig om gebied overstijgend te denken en werken. Maar ondanks dat zien we wel dat we ons best doen hierin. Nieuwegein (Mee oneens) We zoeken niet naar unanimiteit maar naar consent. Dat leidt soms tot te weinig bestuurlijk commitment voor gezamenlijke opgaven. Als ieder vanuit eigen belang redeneert lukt het ons niet altijd om de beoogde resultaten te bereiken. Oudewater (neutraal) Werken met de gebiedsallianties is goed. Dit gaat helpen, maar is nog wel wat pril. Naar de toekomst toe zit daar potentie in. De U10 zien wij als een Daily Urban System en Oudewater zit aan de rand.

Eigenlijk gaat het voortdurend niet over ons en dat is logisch want we zijn geen kernonderdeel -> dan is het ook wel weer makkelijk om ‘beleefd/braaf mee te doen’. Stichtse Vecht (neutraal) De waarde creatie is niet voor alle gemeenten gelijk. Althans zo wordt het (nog steeds) veel gevoeld. Utrecht (mee eens) De samenwerking is zo opgezet dat deze voor alle partijen de mogelijkheid biedt om voordelen te verzilveren al lukt dat niet alle deelnemende gemeenten even goed; We zouden onze (Utrechtse) belangen nog beter onder het voetlicht kunnen brengen bij het Rijk via onze MRU-samenwerking.

29

U10

Utrechtse Heuvelrug (mee eens) De sfeer is goed, er is ruimte voor gesprek. Maar het betreft voornamelijk kennisuitwisseling en informatie delen, en niet zozeer diepgaander elkaars belangen verkennen. Vijfheerenlanden (neutraal) • Meerwaarde van samenwerking wordt erkent in Vijfheerenlanden; de samenwerking hoeft niet altijd voor elke gemeente iets op te leveren, met zijn allen kom je verder. Dit kan wel beter worden benut en worden uitgestraald. • Deze stelling kan op meerdere manieren worden geïnterpreteerd en is ook situationeel. Soms zaken in gezamenlijkheid, maar hoe ‘gevoeliger’ het onderwerp, hoe lastiger het is om met alle gemeenten op 1-lijn te blijven. • Het gevoel dat we geen gelijkwaardige partners zijn leeft soms. Een grote gemeente heeft meer invloed en in bepaalde situaties geldt het recht van de sterkste. Aandacht blijven houden dat alle belangen meetellen voor het beste resultaat. • Aan de bestuurstafel wordt openheid, oprechtheid en vertrouwen ervaren, maar bestuurders hebben een opdracht vanuit de politiek. Lokale belangen versus regionale belangen blijft een punt. Helderheid in de afwegingen kan hierbij helpen en U10 kan op het gebied van regio een goede rol vervullen. Wijk bij Duurstede (mee oneens) De contacten binnen de U10 zijn waardevol.

Via de U10 en regionale samenwerking is het mogelijk om steeds beter zicht te krijgen op en afstemming te vinden tussen elkaars belangen. Daarbij is sprake van wederzijds respect en interesse, alsook de bereidheid om ervaringen uit te wisselen. Toch zijn er vanzelfsprekend ook binnen de U10 verschillende belangen, zoals die tussen grootstedelijke en middelgrote en kleine gemeenten. Of tussen voorlopers op het gebied van de energietransitie en gemeenten die niet of nauwelijks bijdragen aan dat thema. Ook zijn er gemeenten waar de belangen van de agrarische sector zwaarder wegen en zijn er aan de andere kant gemeenten waar natuur en landschap zwaarder wegen. De gemeente Wijk bij Duurstede draagt in relatief grote mate bij aan onze regionale opgave voor de energietransitie. Voor de gemeente Wijk bij Duurstede is het aan de andere kant van groot belang dat we meer woningen kunnen bouwen, zodat de gemeente vitaal kan blijven. Dat laatste lukt nog onvoldoende vanwege de houding van de provincie op dat vlak. Op dat gebied zouden we gebaat zijn bij het meer in gezamenlijkheid optrekken met de andere U10 gemeenten. Wijk bij Duurstede moet niet alleen goed zijn vanwege de aanwezige ruimte om duurzame opwek te doen of om als groen uitloopgebied voor de grote stad te fungeren. Het zal de ruimte moeten krijgen om toekomstbestendig te kunnen blijven.

Een betere balans van lusten en lasten is nodig voor het draagvlak bij de bevolking en is essentieel om voor de toekomst vitaal te kunnen blijven als samenleving in deze gemeente. In algemene zin is er sprake van overeenstemming in de na te streven doelen. Desondanks is ook te zien dat deelbelangen worden ingevuld wanneer de mogelijkheid zich aandient. Bijvoorbeeld bij nieuwbouwlocaties. De eerste ervaring met de gebiedsallianties zijn hoopvol om gedeelde doelen met draagvlak in te vullen. Er is een goede start gemaakt met het samenwerken met omringende gemeenten, wat begint met het leren kennen van elkaars belangen. Woerden (mee oneens) De U10 bedient een groot gebied, soms te groot. Zeker op economie zien we grote verschillen tussen Utrecht Oost en Utrecht West, wat het gevoel van samenwerken niet vergroot. Ook wij als college trekken het meest naar onze buurgemeenten toe. Tevens merken we dat een aantal gemeenten er vooral voor hun eigen lobby aan tafel zitten. Bijvoorbeeld voor het verkrijgen van extra ruimte voor woningbouw of bedrijven. Dat komt de kwaliteit van het gesprek niet ten goede. Aan de tafel wordt er door collega's weinig op gestuurd.

30

U10

Zeist (mee eens) Jazeker. U10 gemeenten hebben oog voor elkaars belangen en opgaven en weten elkaar te vinden om met elkaar (ook 1 op 1) het goede gesprek te voeren over opgaven en vraagstukken. Zeist heeft met regelmaat (informele) bestuurlijke overleggen over opgaven en vraagstukken met (buur)gemeenten.

Stelling 3: relatie

Als colleges in de U10-netwerkorganisatie besteden wij voldoende aandacht aan onze onderlinge relaties.

2

1 Helemaal mee eens Mee eens

3

Mee oneens

8

Neutraal Niet ingevuld

2

Bunnik (mee eens) De onderlinge relaties zijn goed, maar blijven vooral op inhoud en nogal reactief. Er is weinig feedback naar elkaar. Meer aandacht voor relatie en onze gezamenlijke lobbykracht kan U10 versterken. “Zonder inhoud lukt het niet, maar we mogen best meer aandacht besteden aan onze relatie.” De Bilt (mee oneens) In U10 verband zijn we op dit moment nog onvoldoende in staat grote stappen te zetten in de uitvoeringsagenda van het IRP. Uitvoering en aan relaties werken moet samen opgaan. Geen extra tijd investeren in relaties zonder eerst stappen te zetten in de uitvoering van het IRP. De Ronde Venen (niet ingevuld) Houten (neutraal) De U10 biedt goede ingangen om elkaar te ontmoeten, rond de bestuurstafels en op de jaarlijkse collegedag. Naar aanleiding van zaken die binnen de U10 spelen, wordt waar nodig bilateraal contact gezocht en gevonden. De presentaties aan de bestuurstafels nemen veel tijd. Daardoor is er te weinig tijd voor ontmoeting en informeel contact. IJsselstein (mee eens) We vinden elkaar vooral in de allianties. In het totale U10 verband is het wel van belang dat we breder op elkaar betrokken zijn. Maar dan zouden daar meer acties opgezet moeten worden. Lopik (mee eens) 31

U10

Deze netwerkorganisatie moet het voor een heel groot deel hebben van de relatie en het netwerk. We zien dat doordat we erg relatiegericht werken en veel minder taakgericht (zoals je dat in hogere mate ziet in een GR). Daarmee blijft het dóen en uitvoeren van ambities en projecten een uitdaging. Nieuwegein (helemaal mee eens) Alle wethouders geven prioriteit aan de bestuurstafels; collegedagen zouden nog beter benut kunnen worden. Oudewater (mee eens) Ook vanuit de gemeente Oudewater en aan sluiting op de ambities van de gemeente Woerden onderhouden wij relaties binnen het U10-netwerk. Stichtse Vecht (mee eens) Tijdens de bestuurlijke overleggen is er gelegenheid om elkaar op te zoeken en het gesprek aan te gaan. Deze bijeenkomsten zijn daarom waardevol. Utrecht (neutraal) Bestuurstafeldagen zijn vooral inhoudelijk van aard en dragen daarom weinig bij aan de onderlinge relaties. De jaarlijkse collegedag heeft ten doel de onderlinge relaties en samenwerking te versterken maar slaagt daar onvoldoende in. Utrechtse Heuvelrug (mee eens) Dat gebeurt voldoende. Zie ook het antwoord bij stelling 2. Vijfheerenlanden (neutraal) • Begrip voor elkaars belangen is essentieel om (boven)regionale initiatieven te kunnen realiseren.

• Vijfheerenlanden heeft behoefte aan het vaker samen met colleges van andere gemeenten af te stemmen op inhoud, om elkaar en elkaars belangen beter te leren kennen. • Onderlinge relatie met collega wethouders op alle pijlers, is goed. Het is belangrijk dat men goed in het netwerk zit, dit is essentieel voor de samenwerking. • Staan alle neuzen nog dezelfde kant op? Aandacht houden voor hoe we de verbondenheid over de besturen heen houden. • In de pijlers wordt ambtelijk verschillend ervaren hoe er met (onderlinge) reacties binnen het netwerk wordt omgegaan. Hier is de tip om de coördinatie en communicatie te verbeteren door te leren van elkaars successen in de afzonderlijke pijlers. Wijk bij Duurstede (mee oneens) We besteden voldoende aandacht aan de onderlinge relaties met andere colleges. De bijeenkomsten van de U10 dragen daaraan bij. Ook de bijeenkomsten die puur ter informatie dienen zijn een goede manier om het contact met de collega’s van andere gemeenten te onderhouden en te weten wat er speelt. Op ambtelijk niveau is kennisuitwisseling over het algemeen prima en is wederzijds interesse. Verder zijn er voldoende momenten waarop aandacht kan worden besteed aan de onderlinge relatie, voorafgaand of na bijeenkomsten bijvoorbeeld.

Woerden (mee oneens) Er wordt veel waarde gehecht aan de verbinding tussen de gemeenten en daar zou ook meer ruimte voor moeten kunnen gemaakt tijdens de bestuurstafels. De agenda zit gemiddeld genomen zo vol, dat deze onder tijdsdruk wordt afgemaakt. Ruimte om even te delen waar je in je gemeente mee bezig bent en/of tegenaan loopt is er niet, maar zou wel heel gewenst zijn. Dan kan er ook meer van elkaars kennis en kunde gebruik gemaakt worden. De vorm waarbinnen de samenwerking zich bevindt, de netwerksamenwerking, wordt tevens als zeer waardevol gezien. Je houdt je autonome positie, wat een groot voordeel is ten opzichte van een GR. Echter, dan moet je dat wel met elkaar goed benutten. Op het terrein

32

U10

van warmtetransitie wordt goed met elkaar opgetrokken en veel van elkaar geleerd. Echter, op andere terreinen lijkt deze interactie er minder te zijn (o.a. mobiliteit). Zeist (mee eens) • Het college hecht veel belang aan onderlinge relaties in de U10 netwerkorganisatie. In het bijzonder om elkaar te ontmoeten. De huidige overlegstructuur van de U10 biedt weinig ruimte en gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Daar liggen verschillende redenen aan ten grondslag: • De bestuurstafeldag is georganiseerd voor sectorale bestuurstafels. Het BO-IRP vindt plaats op andere momenten en “hangt” er wat los bij. Daarmee is er nog steeds een duidelijk onderscheid tussen sectorale en integrale wijze van werken binnen de netwerkorganisatie. Dit draagt niet bij aan het versterken van onderlinge relaties en de wens en noodzaak tot integrale samenwerking op thema’s en aan opgaven. • De gezamenlijke lunchbijeenkomst met themasessies op de bestuurstafeldag wordt gewaardeerd. Jammer is dat bestuurders die aan het einde van de dag deelnemen aan bestuurstafels vaak niet bij lunchsessies aanwezig zijn, in verband met andere afspraken. Ook bestuurders van het BO-IRP, voor zover deze niet deelnemen aan bestuurstafels, zijn vaak niet aanwezig bij lunchsessies. Daarmee wordt het doel van de lunchbijeenkomst, elkaar ontmoeten en bijpraten over een thema, ten dele bereikt.

• Er zou meer afwisseling/betere verdeling kunnen komen in tijden waarop sectorale bestuurstafels plaatsvinden. Niet dezelfde bestuurstafels op dezelfde tijden. • Het burgemeestersoverleg is vooral een bijpraatoverleg. Het is een enigszins losstaand overleg van de U10 governance- en overlegstructuur en sluit burgemeesters beperkt aan bij U10-ontwikkelingen. De burgemeesters staan daardoor op afstand van wat er in de U10 gebeurt. Meer betrokkenheid op inhoud en meer deel te kunnen zijn van het U10 netwerk is gewenst. • Raden hebben een belangrijke besluitvormende rol bij de uitvoering van IRP-opgaven. Colleges worden geacht om hun raden zelf te informeren over U10-ontwikkelingen. Zeist doet dat onder meer via een periodieke raadsbrief waarin de raad wordt geïnformeerd over uitkomsten van de bestuurstafels. Raden blijven echter vooral op hun eigen gemeente georiënteerd, terwijl het IRP nadrukkelijk kijkt naar gezamenlijke inzet op de uitvoering van opgaven. Vanuit dat perspectief vindt het college het belangrijk dat de U10 meer betrokkenheid van raden organiseert, bijvoorbeeld onderlinge ontmoetingen tussen gemeenteraden.

33

U10

Stelling 4: organisatie

Als colleges in de U10-netwerkorganisatie hebben wij ons passend georganiseerd.

2

1

Helemaal mee eens

3

Mee eens Mee oneens

4

Neutraal Niet ingevuld

6

Bunnik (mee eens/neutraal) U10 is een prettige netwerk organisatie, met trekjes van een GR. Het moet vooral een netwerkorganisatie blijven. De transparantie bij de verdeling van rollen en portefeuilles kan beter. Dit is een aandachtspunt in aanloop naar de verkiezingen. Let daarbij onevenredige verdeling m/v, groot/klein, partijkleuren en bestuurlijke ervaring. Op inhoud zijn we (te) goed georganiseerd, maar in uitvoering en lobby kunnen we ons verbeteren. De frequentie van de vergaderingen is (te) hoog. Door minder (detail)inhoud te agenderen en meer nadruk te leggen op punten die van gezamenlijk belang zijn kan met minder tijd meer bereikt worden. “Dankzij een strakkere agendering van gezamenlijke punten, worden we effectiever.” De Bilt (mee oneens) Het huidige sturingsmodel waarbij beslissingen altijd in colleges en of raden genomen moeten worden en het ontbreken van een dagelijks bestuur van de U10 maakt besluitvorming stroperig. De huidige netwerkstructuur faciliteert onvoldoende het regionaal denken helemaal m.b.t. de gemeenteraden door het ontbreken van het regionale debat en regionale besluitvorming. De Ronde Venen (niet ingevuld) Houten (mee oneens/neutraal) De netwerkorganisatie is vooral nog in opbouw en zal voor uitvoeringszaken anders georganiseerd moeten worden. De combinatie van een BO IRP gecombineerd met de allianties lijkt een verbetering.

Er is behoefte aan meer inzicht in de totstandkoming van de agenda. Wie bepaalt wat er op de agenda komt en hoe teksten tot stand komen is niet altijd duidelijk. De behoefte bestaat om eerder bestuurlijk geconsulteerd te worden over agenda vanuit de ambtelijke organisatie van de U10. Bij de tafel BO IRP komt zoveel samen dat het voor Houten moeilijk is passend te organiseren. Soms ontbreekt het gevoel van grip op de uitvoering, terwijl deze wel onder verantwoordelijkheid van de colleges gebeurt. IJsselstein (neutraal) Er is sprake van verschillende schaalniveaus en thema’s. Op basis van de nieuwe structuur van het IRP ontstaan nieuwe allianties en nieuwe overleggen terwijl de oude ook doorlopen. 34

U10

Daarmee ontstaat er een wirwar aan bestuurlijke overleggen. We willen graag dat dubbelingen voorkomen worden tussen bestuurstafels, thema’s en gebiedsallianties. We hebben niet meteen een suggestie hoe dit beter in te regelen is. Bestuurlijke invloeden van provincie maken het niet overzichtelijker. Dit zijn dan thema’s die “invliegen” en ook een plek moeten krijgen, vaak door inregelen van nieuwe overleggremia. Lopik (mee oneens) Als kleine gemeente zijn we bestuurlijk aangehaakt bij de U10, maar ambtelijk niet tot nauwelijks. Dat draagt in ons geval niet bij aan draagkracht. Het blijft hard werken om dingen gedaan te krijgen. Omdat we een netwerkorganisatie zijn zien we dat het moeilijk is om elkaar aan te spreken op gemaakte afspraken die niet nagekomen worden. Wat een goed idee aan de U10 tafel lijkt, kan terug in je eigen gemeente toch minder prioriteit krijgen. Begrijpelijk, maar we hebben het hier te weinig over. Nieuwegein (helemaal mee eens) De vraag hoe de raad is/wordt aangehaakt is niet per sé een thema bij de U10 samenwerking maar speelt bij veel meer “verbonden partijen”. De raad in Nieuwegein is goed aangehaakt. Oudewater (mee oneens) Het verschilt per bestuurstafel; daar waar het erom gaat en geld zit loopt het wel goed.

Overige opmerkingen: Bestuurstafel Wonen en Economie: de balans slaat door naar Rijnenburg, begrijpelijk maar ook op kleinere schaal vinden mooie ontwikkelingen plaats. Daar zou meer aandacht op kunnen. De bestuurstafel Groen en landschap heeft eigenlijk te weinig massa. Stichtse Vecht (mee oneens) De verandering in de U10 samenwerking (van strategie naar uitvoering) en het verbreden van de naam (van U10 naar MRU) maakt dat er aanscherpingen nodig zijn. Zie bij de beantwoording van de 5 vragen. Utrecht (neutraal) De vraag is of de bestuurlijke en ambtelijke drukte, zeker met het in toenemende mate werken in gebiedsallianties (en versterking samenwerking in de MRU) niet te groot wordt. Daar moet deze evaluatie een antwoord op bieden. Utrechtse Heuvelrug (mee oneens) We hebben steun aan U10 als het gaat om belangen voor het voetlicht te brengen bij andere partijen/processen, zoals de provincie en BO-Mirt. Wel lastig: De rol van de provincie is diffuus: zit aan tafel, maar heeft een andere rol. Vijfheerenlanden (mee eens) • Op verschillende tafels komen dezelfde onderwerpen aan de orde en de wisselwerking tussen bestuurstafels en integraal (IRP) overleg niet duidelijk. Veel overlegmomenten over dezelfde onderwerpen, waarbij er vaak alleen kennis wordt uitgedragen in een kort tijdsbestek. • De gedeputeerde sluit (regelmatig) aan bij de bestuurstafels.

Dit is waardevol voor de samenwerking in het netwerk. • Aandacht voorbemensing vanuit U10. Het is goed dat we U10-organisatie op bepaalde thema’s vanuit de gemeenten bemensing voorzien. Wel is van belang dat vanuit die positie regionaal wordt geacteerd. Soms bekruipt het gevoel dat lokale belangen vermengd worden. We merken wel dat het lastiger wordt om mensen vanuit de gemeenten te laten werken bij U10 (bv vacature voor coördinatie Flexpool). Hoe spreken we elkaar aan op afspraken? • Er is een forse overlegstructuur opgebouwd. Op dit moment komen er overlegorganen bij, zonder te analyseren wat er nu nog werkt en zich tot elkaar verhoudt. Vooruitlopend veranderen in de samenwerking, voordat de huidige situatie is geanalyseerd, levert extra werkdruk met zich mee. Kan het eenvoudiger? • De hoeveelheid onderwerpen en de mate van zicht op belangen, geeft de zorg dat kwalitatieve advisering soms te kort schiet.

35

U10

• Gemeente Vijfheerenlanden hecht waarde aan het actief inzetten voor de samenwerking en is blij met de eigen vertegenwoordiging op posities binnen het netwerk. Wijk bij Duurstede (neutraal) Over het algemeen is de U10 passend georganiseerd. Wel wordt aandacht gevraagd voor het democratisch mandaat dat bij de lokale parlementen ligt en niet bij de bestuurstafels van de U10. Waar het gaat om het plaatsen van de stukken op de website is het soepel georganiseerd. Soms kent de U10 een (te) hoge mate van productie van ambtelijke stukken, waarbij het doornemen van stukken en kennisuitwisseling veel tijd vergt. Een verbeterslag kan wat dat betreft mogelijk gevonden worden in het meer ‘to the point’ maken van stukken en verslagen. Hierdoor blijven ambtenaren en bestuurders beter aangehaakt. Woerden (neutraal/mee eens) Dit wisselt sterk per tafel. Zoals gezegd wordt de netwerksamenwerking als systeem zeer gewaardeerd. Dat betekent ook dat de voorstellen waar je mee instemt moeten passen in het kader van de raad. Niet elk collegelid ervaart dit bewustzijn bij de U10. De U10 is zeer nauwkeurig in zijn voorbereiding en verslaglegging. Het is echter moeilijk om elkaar ook aan afspraken te houden. Verder zijn vooral GWL en Klimaatneutrale regio de tafels waar veel concrete afspraken op tafel liggen. Hier wordt naar besluitvorming toegewerkt.

Op de andere tafels is de agenda minder specifiek en zijn er vaak veel stukken ter informatie. Ook zijn niet alle onderwerpen op de agenda voor iedereen relevant. Bijvoorbeeld Woerden betaalt niet mee aan de EBU – ROM, maar dit komt wel als vast agendapunt terug. Concluderend: Het model past en is het meest effectief als de bestuurstafels ook een duidelijke agenda met doelen, besluiten en meetbare momenten kennen. Dat verschilt nu sterk per tafel. Zeist (mee eens) • Zoals bij stelling 3 is aangeven weten collegeleden van gemeenten elkaar onderling te vinden in en buiten het netwerk om, om met elkaar in gesprek te gaan over (gemeentegrens)overstijgende opgaven en vraagstukken. • Bij de uitvoering van het IRP is het van belang dat voor grote en complexe ruimtelijke opgaven, colleges met betrokkenheid van de U10 procesorganisatie, gezamenlijk proposities opstellen en lobbykracht organiseren. Veel gemeenten hebben daar geen of beperkt ervaring mee. Door als U10 gezamenlijk proposities op te stellen en lobbykracht te organiseren, komen gezamenlijke en individuele opgaven beter op het netvlies van rijksoverheid en belangrijke bestuurlijke overleggen (BO-MIRT). Dat vergroot de kans op (financiele) bijdragen aan opgaven en daarmee het kunnen uitvoeren van opgaven.

36

U10

Stelling 5: proces

Als U10-netwerkorganisatie beschikken wij over adequate processen.

2

1 Helemaal mee eens

4

Mee eens Mee oneens

5

Neutraal

Niet ingevuld

4

Bunnik (mee eens) De overlegstructuur is helder en strak georganiseerd. Dit geeft houvast. Het proces over toewijzing van bestuurlijke rollen en taken kan transparanter (zie hierboven). Aandachtspunt is de aanlevering van stukken. De tijd is nu soms erg beperkt tussen de publicatie en de vergadering. “U10 is een prettig en strak georganiseerd netwerk met heel veel kennis.” De Bilt (neutraal) Binnen de huidige netwerkstructuur denken wij dat hier weinig winst in te behalen is. Met een nieuw sturingsmodel kunnen er ook betere processen worden afgesproken waardoor we meer stappen kunnen maken in de uitvoering van het IRP. De Ronde Venen (niet ingevuld) Houten (neutraal) Het proces rondom het IRP is goed geregeld, de verbinding met de thema bestuurstafels is onvoldoende, omdat hier niet integraal wordt afgewogen. In de agenda’s van de IRP tafel ten opzichte van de thematafels kan de afstemming verbeterd worden. We realiseren ons dat we als Houten ook wat kunnen brengen. IJsselstein (mee eens) De vergaderstukken komen nog steeds erg laat en er ligt vaak grote druk op de besluitvormingsprocedures. Ook wordt je als bestuurder niet altijd tijdig of volledig meegenomen in de relevante dossiers. Wanneer het proces beter ingeregeld zou zijn, zou er meer ruimte kunnen ontstaan voor inhoudelijke inbreng. Frequentie van het overleg is relatief hoog. Dus mag wel minder vaak.

Nu lijkt het soms overleggen om te overleggen. Annuleren of schriftelijk informeren als er weinig te bespreken is, is ook een optie. Lopik (mee oneens) We ervaren de medewerkers van de U10 organisatie als prettige vakbekwame mensen. Maar hoe goed het ook bedacht wordt, we hebben te maken met 16 verschillende gemeenteraden en de staten. Geen enkel stuk blijft daarmee overeind en daarmee zijn het lange trajecten voordat we iets gezamenlijk kunnen vaststellen. 37

U10

Nieuwegein (helemaal mee eens) Het college is blij met de ambtelijke ondersteuning. Oudewater (mee eens) De bestuurlijke stukken zijn van goede kwaliteit. Bestuurlijk zijn we tevreden. N.B. Vanuit de ambtelijke organisatie krijgen wij wel het signaal dat de ‘voorspelbaarheid’ voor hen omhoog moet. Soms een hele stapel stukken en een te krappe voorbereidingstijd. Het ambtelijke proces knelt zo nu en dan. Stichtse Vecht (mee oneens) De processen van de bestuurstafels zijn goed ingeregeld. De processen van het Bestuurlijk overleg IRP moeten nog wel aangescherpt en geborgd worden. Utrecht (mee eens) Utrechtse Heuvelrug (neutraal) Het verschilt per bestuurstafel: bij de agenda-vorming wordt ervaren dat er te veel aandacht uitgaat naar kleine dingen, en te weinig naar daadwerkelijke besluitvorming en het uitdiepen van dilemma’s. Ook wordt het aanleveringen van de stukken ambtelijk vaak als laat ervaren. Vijfheerenlanden (neutraal) • Het proces van Ambtelijke voorbereiding en Bestuurstafels is strak georganiseerd en duidelijk. Een aandachtspunt blijft de voorbereiding voor overleggen, dit is (te) kort om het gedegen te doen voor zowel bestuurder als ambtelijk. • Behoefte aan duidelijkheid in agendering; wat is het bespreekpunt en welk besluit wordt gevraagd (en uiteindelijk genomen). o weinig tot geen ruimte voor inhoudelijke reflectie aan de tafel.

Op punten waar juist een regionaal belang ligt naar bijv. provincie met RES, is dit wel gewenst. o weinig concrete (besluit)voorstellen die aan de colleges kan worden voorgelegd. • Beslissingen waar de gemeente wat over zou kunnen vinden (BOL, BO MIRTH, Merwedelijn) komen nauwelijks of zo laat op de bestuurstafel, dat reactie niet meer is mee te nemen naar de bovenregionale overleg. • Processen zijn niet altijd voldoende transparant. Met name richting Rijk en Provincie. Dit kan negatief uitwerken, doordat posities worden uitgespeeld. • Hoe meten en/of checken we of we de goede dingen doen en of we deze efficiënt doen? • Adequate processen hangen af van de personen die ze uitvoeren. Bij de nieuwe fase waarin wij als U10 zitten, overgang naar meer uitvoerend, worden ook andere capaciteiten aangesproken van (regio)collega’s. Wijk bij Duurstede (neutraal) Niet altijd even adequaat vanwege het eerder genoemde ontbreken van bestuurlijk/democratisch mandaat enerzijds en vanwege soms bureaucratische insteek anderzijds (en daarmee niet zo slagvaardig als soms nodig is). De agenda’s voor bestuurlijke overleggen zijn vaak gericht op slechts kennisuitwisseling over uiteenlopende onderwerpen (bijvoorbeeld Human Capital Agenda of het Convenant EBUROM), hierdoor kunnen we de belangrijkste opgaven uit het oog verliezen.

Het vaker monitoren/ bespreken van de voortgang van de ambities uit het IRP is dan wellicht een beter onderwerp. Bij gebrek aan relevante onderwerpen kan soms gekozen worden voor het schrappen of verkorten van een bestuurstafel. De vergaderfrequentie is goed. Woerden (neutraal/mee eens) Voor de sectorale tafels is het proces op orde. Voor het IRP komen de stukken veel te laat, waardoor bestuurders onvoorbereid aan tafel zitten. Dat komt de kwaliteit van het gesprek niet ten goede. Verder ligt de frequentie van de bestuurstafels hoog, wat ten koste gaat van de 38

U10

voorbereidingstijd. Liever 3x per jaar een inhoudelijk goede tafel met beslispunten en ruimte voorbereidingstijd, dan 5x per jaar een tafel waar het gesprek vooral op hoofdlijnen blijft. Zeist (mee oneens) • Het IRP en de nu de uitvoering daarvan is de spil (geworden) waar de U10 netwerkorganisatie om draait. Het college vraagt zich af in hoeverre de bestaande governance structuur van de U10 bijdraagt aan een democratische en effectieve uitvoering van het IRP, waarbij ook de belangen/ambities van individuele gemeenten voldoende worden geborgd. Tijdens de sectorale bestuurstafels ontstaat soms agendavorming over onderwerpen die een gemeente belangrijk vindt, maar waar andere gemeenten zich niet altijd in herkennen. • Het college kijkt met belangstelling uit om in U10 verband te werken aan de uitvoering van het IRP, op basis van gebiedspakketten en gebiedsallianties.

39

U10

6.4 Uitkomsten collegepeiling: open vragen Vraag 1: waar moeten we mee doorgaan? Bunnik Thematafels en IRP zijn beide belangrijk en vullen elkaar goed aan. Het IRP zou nog meer gezamenlijk van colleges als geheel mogen worden. Regionale opgaven kunnen we meer regionaal oppakken. Gebiedsallianties zijn een goed idee, maar moeten goed gedragen blijven door alle gemeenten. We moeten vooral de netwerkkracht behouden en afstemming blijven zoeken op inhoud. “Dankzij U10 heb ik veel meer verbinding. Als U10 er niet was zou ik 80% van de wethouders niet kennen.” De Bilt Voor ons zijn Regiopoorten, RES, Schuifruimte bedrijvigheid, Woondeal en Groen groeit mee belangrijke onderwerpen. De Ronde Venen • We moeten elkaar blijven zien! Met elkaar samenwerken en elkaar op de hoogte houden van plannen en ambities. • Het IRP als kernpunt van de samenwerking behouden. • Goed om daarbij een gezamenlijke visie te vormen op ruimtelijke ontwikkelingen (mobiliteit, natuur, industrie, energie). • De lobby richting het Rijk en richting andere organisaties zoals de MRA is van groot belang. Houten Ondersteunen van de gebiedsallianties. Hier vooral aandacht en prioriteit aan blijven geven. IJsselstein Het werken in allianties. In wisselende samenstelling samenwerken door de gemeenten. Lopik • De U10! • 4 van de 5 tafels zijn waardevol en daar blijven we bij aangesloten.

Nieuwegein De sectorale bestuurstafels. Met inachtneming van de nieuwe interbestuurlijke samenwerking die wordt voorbereid vanuit het ministerie van KGG. Dat kan iets betekenen voor de bestuurstafel KNR. Oudewater • De U-10 geeft een stem aan de conglomeraat van gemeenten. Dat is goed voor de lobby • Het werken met gebiedsallianties • Verbinding zoeken met andere conglomeraten (bijvoorbeeld Groene Hart) • Vitale kernenbeleid Stichtse Vecht College van Stichtse Vecht is overwegend positief m.b.t. de regionale samenwerking. Door krachten te bundelen, kunnen we meer bereiken. Enkele kanttekeningen daarbij: • Destijds is gestart met 10 gemeenten, inmiddels zijn 16 Utrechtse gemeenten aangesloten. Dit is wat ons betreft het maximum. • Belangrijk om te realiseren dat naast de U10 er ook andere samenwerkingsverbanden zijn waar we ons op oriënteren, zoals MRA, Gooi & Vechtstreek, Utrecht-West, etc. • Belangrijk om focus aan te brengen en het doel van de samenwerking in U10 verband smart te formuleren. • Focus van het college SV ligt op uitvoeringsagenda IRP en uitvoering binnen de gebiedsallianties. Utrecht

40

U10

• Gemeenten bijeenbrengen (samenwerking initiëren) rond een bepaald thema; • Gezamenlijk visies opstellen (bv IRP); • Uitvoering opgaven stimuleren door werken in gebiedsallianties te faciliteren (bijvoorbeeld de gebiedsalliantie Zuidwest) Utrechtse Heuvelrug • Gemeentes en provincie zitten als gelijkwaardige partners aan tafel • Ambtelijke overleggen • Voorbereiding Vijfheerenlanden • De inzet op het ondersteunen in de aanpak van de regionale opgaven (aanjagen, ondersteunen in overleggen, adviseren en verbinden), de kennisopbouw en het bijbehorende netwerk met partners. Naast het faciliteren bouwt de U10 ook een goede informatiepositie op t.b.v. belangenbehartiging op de overlegtafels. • Positionering: samenwerking voor positionering richting Rijk en provincie(s). • Informeren: elkaar blijven informeren over voortgang en knelpunten. Wijk bij Duurstede • Bestuurstafels organiseren en verbinden van gemeenten op relevante overstijgende thema’s (mobiliteit, wonen, werken). • Als goede buren met elkaar overleggen en rekening houden met elkaar. • De opvolging van AO-DO-BO voortzetten, waardoor de juiste besluiten kunnen worden genomen die ook landen in de organisatie. • Bestuurlijk én ambtelijk overleggen en afstemmen. Woerden De structuur van de netwerksamenwerking an sich.

Hierbij gaat het zowel om het feit dat het draait op de collegesamenwerking en geen zwaardere samenwerkingsvorm alsmede de manier waarop de U10 is vormgegeven. Een kleine, procesgerichte organisatie. Zeist Met de uitvoering van het IRP. Dit is een zeer belangrijke gezamenlijke opgave voor en van de U10 gemeenten.

Vraag 2: waar moeten we mee stoppen? Bunnik Er is een disbalans tussen het opstellen van beleid (productie van papier) en de realisatie van projecten in de regio (“handjes”). De uitvoeringskracht moet sterker De nadruk op beleid geeft een sterk naar binnen gerichte focus, waarbij de U10 als Metropoolregio Utrecht de kracht kan halen uit een sterke en effectieve lobby naar buiten. “Door meer uitvoeringskracht en lobby kunnen we de stap zetten van U10 naar Metropool Regio Utrecht.” De Bilt Stoppen/minder inspiratie presentaties op de bestuurstafels en meer besluitvorming. Onderwerpen als Earth Valley en de Utrechtse Talent Alliantie spreken ons minder aan. Maar als andere gemeenten daar wel enthousiast over zijn dan moet die ruimte er wel zijn. De Ronde Venen • Het creëren van veel en uitgebreide stukken. De tekst hoeft niet uitputtend te zijn. Werk richting one pagers (misschien kom je dan op 3 concrete pagina’s uit). • Samenwerken in vrijwillige en onduidelijke structuren. • Oppassen dat de U10 een extra schakel richting de provincie wordt/is. Houten Dubbele agendering op de (thema) bestuurstafels. Het opstellen van overvolle agenda’s. IJsselstein 41

U10

Lopik • Tafel groen en landschap heeft geen toegevoegde waarde (meer) en kan wat ons betreft stoppen. • Vergaderen om te vergaderen, zonder dat er een robuuste agenda ligt. Positief is dat er al een goede aanzet wordt gemaakt om dit te veranderen. Nieuwegein Collegedagen waar steeds minder animo voor is. Oudewater Is het bestuurlijk niet te druk geworden? Stichtse Vecht De verandering in de U10 samenwerking (van strategie naar uitvoering) en het verbreden van de naam (van U10 naar MRU) maakt dat er aanscherpingen nodig zijn. Dat verwoorden we bij vraag 3 e.v. Utrecht Huidige frequentie bestuurstafeldagen (i.v.m. ambtelijke en bestuurlijke drukte naar beneden door opkomst gebiedsallianties). Utrechtse Heuvelrug • Bij Bestuurstafel Klimaatneutrale regio: vermenging van de RES-onderwerpen en de rol van de provincie. • Lange rapporten produceren. Ze kunnen veel beknopter en scherper gericht zijn op de bestuurlijke vraag. • Vergaderen als er niets te bespreken/besluiten valt. Vijfheerenlanden • Onderzoek na onderzoek en praten voor het praten. In actie gaan en daar leren we ook veel van. • Vage taal. Soms onnodig ingewikkeld en mist dan aansluiting op de uitvoering met praktijk. • Veelheid aan documenten en te volle agenda’s. Dit doet onrecht aan noodzakelijke zorgvuldige afstemming en daarmee voorbereiding binnen gemeenten.

Want er is verschil in grootte en daarmee ook de capaciteit van de deelnemende gemeenten. Wijk bij Duurstede • Het zou wenselijk zijn om de verdeling van prioriteiten en financiële middelen (vanuit het Rijk) meer in evenwicht te brengen, zodat ook de potentie van kleinere gemeenten beter wordt benut. Momenteel centreren de plannen en financiële middelen zich veelal op grote gemeenten. • Bij de overwegingen met betrekking tot het Provinciaal Programma Wonen en Werken zou meer aandacht moeten zijn voor een evenwichtige afweging van de belangen van alle betrokken partijen. Nu wordt teveel uitgegaan van het perspectief van de provincie. Woerden • Eigen projecten waar een aparte bijdrage van de gemeente voor wordt gevraagd. • Het bespreken van onderwerpen die niet alle gemeenten aangaan. • Teveel informeren, te weinig besluiten. Zeist • Met het laten plaatsvinden van (individuele) bestuurstafels als er geen concrete aanleiding is om een betreffende bestuurstafel te organiseren. Laat de aanleiding en inhoud bepalend zijn voor het wel of niet laten plaatsvinden van bestuurstafels. • Daarbij is het belangrijk dat er onderwerpen besproken worden waar de bestuurders ook daadwerkelijk wat over kunnen zeggen en invloed op kunnen hebben. Kortom duidelijke bespreek- en beslispunten die bijdragen aan de uitvoering van het IRP.

42

U10

Vraag 3: waar moeten we mee beginnen? Bunnik Bestuurders zouden meer agenderend kunnen zijn op onderwerpen waar we elkaar echt bij nodig hebben. Meer gezamenlijke sturing op grensoverschrijdende thema’s versterkt onze uitvoerings- en lobbykracht. Bij de nieuwe raadsperiode een transparante en evenwichtige verdeling van rollen en taken maken. “Begin de nieuwe raadsperiode goed, met een transparante verdeling van rollen en taken en leg bij de agendering vanaf nu meer nadruk op thema’s waar we elkaar echt bij nodig hebben.” De Bilt Werken aan een regionale investeringsagenda voor de uitvoering van het IRP. De Ronde Venen • Werk met noemen van de uitgangspunten van het stuk bovenaan een document (zie antwoord op vraag 2). Nu en later gaat niet iedereen het gehele stuk lezen en het filteren. • Beter en meer achterbannen en gemeenteraden informeren. Wat hebben we gedaan/wat gaan we doen? • Scherpte creëren over het doel. Zorg dat voor iedereen direct duidelijk is waar de U10 voor staat. • Weeg vooraf de tijdsinvestering af tegen de te behalen resultaten. • Concretiseer met projectmatig werken: leden uit verschillende organisaties in opdracht van die organisaties laten samenwerken aan een concreet doel. Houten Betere afstemming tussen de agenda’s voor de verschillende bestuurstafels. thema bijeenkomsten voor verdieping op onderwerpen van de bestuurstafels.

Alleen voorbereidende en besluitvormende onderwerpen op de agenda. IJsselstein • Een duidelijkere en strakkere planning van doorlooptijden van besluitvorming aan de voorkant maken. • De bemensing beter op orde hebben: per onderwerp een passend team organiseren met voldoende tijd. Lopik Afspraken maken en bespreekbaar maken hoe we aanspreekbaar zijn op onze gemaakte afspraken. Nieuwegein Dat de IRP tafel beter is verbonden aan de bestuurstafels en het goed vormgeven van de gebiedsallianties. Oudewater • Er zou meer ruimte voor bila’s en netwerken buiten de bestuurstafels om moeten zijn. • Trek de goede dingen ook fysiek door naar de randen van daily urban system en werk daarbij samen met de provincie. • De U10 is een mooi basisplatform voor bestuurders dus ook voor de Oudewaterse bestuurders. Het geeft toegang tot een informele circuit waar je gezien kan worden en dingen kan ophalen. Stichtse Vecht 1. Doelstelling van regionale samenwerking U10 smarter formuleren. Nu de samenwerking verandert van visievorming (IRP U10, Integraal Uitvoeringsplan) naar uitvoering (Uitvoeringsplan IRP, gebiedsallianties), is het moment daar om ook de doelstelling van de samenwerking aan te scherpen. Namelijk meer gericht op het realiseren van de plannen door bundelen/versterken van de uitvoeringskracht en gezamenlijke lobby richting het rijk en provincie. 43

U10

2. Duidelijke rolverdeling tussen bestuur (bestuurstafels) en management/directie (uitvoering) en de governance daar op aanpassen. Dit vloeit voort uit het vorige punt. De samenwerking in de gebiedsallianties wordt steeds belangrijker om tot concrete uitvoering van het IRP te komen. De focus verschuift daarmee van de bestuurstafels (thema gericht) naar de samenwerking binnen de allianties (gebiedsgericht). Goed om de organisatie/ structuur daar op aan te passen. Belang van de netwerkdirectie en vooral directieoverleg IRP wordt steeds groter. Belang van Bestuurstafels lijkt kleiner te worden. Dat zien we door kortere agenda’s of zelfs annuleren van bestuurstafels. 3. MRU Belangrijke ontwikkeling is de presentatie naar buiten toe als MRU. Hoe zorgen we voor goede aansluiting van alle U10 gemeenten op de Amersfoortse regio en in hoeverre voorziet de governance daarin? Voorkeur voor één merk; de merknaam U10 zorgt voor verwarring nu er 16 Utrechtse gemeenten zijn aangesloten. Utrecht • Samenwerking op Rijk-regioniveau versterken. De MRU, waar U10 onderdeel van is, wordt onvoldoende benut. De MRU is voor het Rijk in toenemende mate een gesprekspartner en herkenbaar label. Het grotere schaalniveau maakt ons aantrekkelijk maar aan de 'achterkant van de etalage' missen we een heldere organisatiestructuur.

Door daar meer op in te zetten kunnen we als stad en regio succesvoller worden in onze proposities richting het Rijk en kunnen we de samenwerking tussen de EBU en de MRU versterken. • MRU ook voor andere gemeenten ‘openstellen’: dit is nu nog te veel iets van Amersfoort en Utrecht en de provincie; • Het aantal bestuurstafeldagen naar beneden bijstellen, maar als deze plaatsvinden ze qua inhoud en relatie (bijvoorbeeld een externe spreker en/of afsluiten met een borrel) versterken. Utrechtse Heuvelrug • Meer integraal werken, verbinding over de tafels heen. • Breng zaken die met elkaar wringen (dilemma’s) op één tafel om daadwerkelijk knopen door te hakken. Vijfheerenlanden • Reset: schep heldere verwachtingen, mandaten en opdrachten. • Bestuurlijk/ambtelijk duo aan de bestuurstafel. • Nadenken over bestuurlijk boegbeeld namens U10. Er is nu geen bestuurlijk ‘gezicht’ bij de U10 in de media en bij bestuurlijke overleggen. Zeker gelet op de grotere regionale belangen kan dat wel verstandig zijn. Wijk bij Duurstede • Monitoring en sturen op resultaten van het IRP. • De vitaliteit van het landelijk gebied gaan zien als even belangrijk als die van stedelijke gebieden. • Een meer eenduidig regionaal geluid richting provincie en Rijk geven.

• Werklijn Vitale Kernen omvormen tot Werklijn Fair Game of iets soortgelijks, waarbij de U10 de kleine en middelgrote gemeenten helpt bij een gelijkwaardigere samenwerking met de provincie. Met aandacht voor een ‘Fair Share’. Zorg dat iedere gemeente ‘een keer aan de beurt komt’ zodat de toegevoegde waarde evenredig over de deelnemende gemeenten wordt verdeeld. • Nadenken over het meer organiseren in kleinere subregio’s (zoals in Kromme Rijn verband) met vergelijkbare gemeenten. • Nadenken over het beter betrekken van aanpalende domeinen, zoals het sociaal domein. Woerden Voor de tafels die, mede door bovenregionale ontwikkelingen, op dit moment een weinig concrete agenda hebben, moet deze agenda gemaakt worden.

44

U10

Zeist Het zorgen voor een uitvoerings- en overlegstructuur voor het IRP waarbinnen de U10 gemeenten op basis van heldere structuur efficiënt en effectief met elkaar samenwerken.

Vraag 4: wat moeten we veranderen? Bunnik Gezamenlijkheid van de gehele colleges kunnen we vergroten. We mogen wat meer aandacht hebben voor de relatie en feedback op gedrag en effecten daarvan. We zouden meer op zoek kunnen naar de balans tussen de thema’s en de gebiedsgerichte benadering van het IRP (in de gebieden gaat het schuren). Welke thema’s spelen per gebied? En hoe maken we in de gebieden samen de keuzes op de thema’s? We moeten meer gebruik maken van het schaalvoordeel van U10. Het accent zou mogen verschuiven naar versterking van uitvoering en lobbykracht. Gebruik daarvoor bij voorkeur niet de naam U10, maar Metropoolregio Utrecht (MRU). Uitvoeringskracht bundelen door afsluiten van gezamenlijke contracten (bijvoorbeeld op het gebied van deelmobiliteit). Door concrete uitvoeringsplannen, kunnen we elkaars capaciteit beter benutten. “Met het beleid zitten we goed, de vertaling naar uitvoering en lobby kunnen we verbeteren.” De Bilt Starten met de zoektocht voor een nieuw samenwerkingsmodel die discussie, (snelheid) besluitvorming, investeringen op regionaal niveau beter faciliteert en de naam U10 wijzigen in Metropoolregio Utrecht. De Ronde Venen • Meer concreetheid en daadkracht. • Maak zaken niet onnodig ingewikkeld, houd het simpel en kort. • Naast de lijnstructuur gemeente-provincie-rijk alleen bezighouden met organisatieoverstijgende projecten.

Houten De bestuurstafel IRP meer status geven t.o.v. de thematafels, hier komen alle onderwerpen samen. Overwegen om meerdere bestuurders toe te laten, voor een betere integrale afweging. IJsselstein • Bij vorming van een team niet automatisch de bestuurlijk trekker en de ambtelijke ondersteuning uit dezelfde gemeente laten komen. • Bestuurlijk-ambtelijk opdrachtgeverschap vanaf de start van een thema/bestuurstafel goed inregelen. Lopik • Onze lobby niet alleen richten op Den Haag, maar ons er ook van bewust zijn dat we richting de provincie ook een lobby te voeren hebben. Nu zien we de provincie vaak als samenwerkingspartner, omdat ze onderdeel uitmaken van de U10, terwijl dat in sommige gevallen helemaal niet handig is. • De toegankelijkheid van de vergaderlocaties. Deze opmerking komt van een raadslid die in een rolstoel zit en welke we van harte ondersteunen. Nieuwegein De collegedagen opnieuw vormgeven. (USP was leuk en Woerden was leuk). Oudewater • Intensiveren van het zoeken van verbinding met andere conglomeraten (bijvoorbeeld Groene Hart) • Intensiveren van vitale kernenbeleid Stichtse Vecht

45

U10

1. Meer transparantie bij de benoemingen van voorzitters en trekkers van de U10 Bestuurstafels. Het college hecht waarde aan meer transparantie bij de benoemingen van voorzitters en bestuurlijke trekker van U1-tafels. Soms is er iemand benoemd maar is dit nooit geagendeerd of in een voorstel hiertoe voorgelegd bij een bestuurstafel. 2. Efficiënt vergaderen. In verband met volle agenda’s van bestuurders zorgen voor efficiënt vergaderen en daar waar mogelijk gebruik maken van digitaal vergaderen. 3. Efficiënte inzet van capaciteit Door focus aan te brengen kunnen we de beschikbare (krappe) formatie efficiënter inzetten. Het is een goede zaak dat we steeds meer in gebiedsallianties gaan werken. Het is namelijk niet nodig dat alles wordt besproken met alle gemeenten (op ambtelijk en bestuurlijk niveau). Wel van belang dat dit gestructureerd en transparant wordt opgezet. Goed kijken naar bestuurlijke en ambtelijke belasting. Wat is de rol van de U10 organisatie hierin? 4. Meer duidelijkheid over de reikwijdte van de samenwerking. Samenwerking is nu alleen gericht op het ruimtelijke domein, terwijl bij het ondertekenen van het convenant in 2019-2020 ook het sociaal domein in beeld was (Bestuurstafel Gezonde en inclusieve regio, BT GIR). Dit is uit beeld geraakt toen de BT GIR is opgeheven. De ontwikkelingen in het sociaal domein gaan snel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/699/documents/20805