A04. bijlage Wegwijzer van de toekomst Oudewater.pdf
Tekst van het document
57
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
58
De gemeente Oudewater beschikt over een lijst met beeldbepalende, karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle panden. Deze zijn geïnventariseerd en vastgelegd op de cultuurhistorische waardenkaart. Er zijn nog geen beleid en/of criteria opgesteld voor de omgang met deze panden. Er zijn in de gemeente geen beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en/of verzamelingen aangewezen. Er is geen erfgoedbeleid waarmee ook aandacht besteed kan worden aan groen en landschappelijk erfgoed. In de erfgoedpraktijk wordt er echter wel aandacht aan besteed. Er wordt daarbij aandacht besteed aan de volgende thema‟s: bomenlanen, monumentale/waardevolle bomen, gedenkbomen, boeren tuinen en erven, historische landschapselementen, en cultuurlandschap.
Omgevingsvisie en omgevingsplan De gemeente Oudewater beschikt tot juni 2022 over een structuurvisie op grond van Wro, art. 2.1. Deze dateerde uit 2005. In de structuurvisie werd enige aandacht besteed aan cultureel erfgoed. Dit was voornamelijk gericht op gebouwd erfgoed. De gemeente beschikt over een gemeentelijke omgevingsvisie. Deze is in juni 2022 vastgesteld. In de visie verwoordt de gemeente dat ze trots is op de schoonheid van Oudewater, in stad en landschap en daar zuinig op wil zijn. In de omgevingsvisie wordt aandacht besteed aan cultureel erfgoed. De kernkwaliteiten op het gebied van erfgoed zijn goed in beeld voor de omgevingsvisie en vastgelegd op de cultuurhistorische waardenkaart (CHWK). Daarnaast is de er een regionale omgevingsagenda voor de Lopikerwaard opgesteld waar de gemeente Oudewater onderdeel van uit maakt. Hierbij wordt er ingezet op het behoud en de versterking van de landschappelijke kwaliteit van de Lopikerwaard. De gemeente beschikt nog niet over een omgevingsplan volledig in lijn met de Omgevingswet. De gemeente is bezig om een omgevingsplan op te stellen. Er wordt vooralsnog bijna altijd al rekening gehouden met de omgeving van het monument. De cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) dient daarbij als hulpmiddel. Hierbij wordt er ook rekening gehouden met de omgeving van het monument over de gemeentegrenzen heen.
Dit is nog niet op de wijze zoals dat verplicht wordt onder de Omgevingswet. De gemeente is sinds kort bezig om zich hierop voor te bereiden. Ze is zich ambtelijk goed bewust van deze wettelijke verplichting. Het is echter nog te onduidelijk hoe dit op de juiste manier geïmplementeerd kan worden in het omgevingsplan.
Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie De Erfgoedverordening uit 2009 is niet meer helemaal actueel aangezien hij nog niet is aangepast aan de Erfgoedwet en ook niet aan de Omgevingswet. In de verordening staan geen bepalingen voor het vragen van bouw-, cultuurof tuinhistorisch onderzoek bij aanpassingen van een monument. De mogelijkheid om te handhaven op instandhouding bij gemeentelijke monumenten (instandhoudingsplicht) is niet opgenomen in de verordening. Een nieuwe erfgoedverordening conform model VNG, waarin wel rekening
wordt gehouden met de Erfgoedwet en de Omgevingswet ligt echter wel klaar voor vaststelling. Het monumenten-/erfgoedregister van de gemeente is helaas niet actueel. In feite beschikt de gemeenten nog niet over een dergelijk register. In de Welstandsnota wordt aandacht besteed aan het cultureel erfgoed, zoals aan Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten en bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen of bouwplannen. Dit heeft een samenhangend verband met de regels voor cultureel erfgoed in de erfgoedverordening en de bestemmingsplannen. Bovendien kent de gemeente sinds 2007 ook een reclamebeleid met het oog op de waarden van het beschermde stadsgezicht. De archeologische verwachtings- en beleidskaart is in 2022 geactualiseerd. Waterbodem en conflictarcheologie zijn thema's die zijn meegenomen. Hiermee is het archeologiebeleid weer actueel. Er wordt enkel in de algemene toelichting aandacht gegeven aan de (niet archeologische) cultuurhistorie in bestemmingsplannen. De gemeente heeft een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK). Deze is gemaakt in 2018. De kaart is vastgesteld in 2018 als beleidsdocument door de gemeenteraad. De kaart is echter nog niet verankerd in de ruimtelijke ordening. In de bestemmingsplannen wordt er rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap het Groene Hart waar de gemeente in ligt.
De gemeente heeft zogenaamde polderbeschrijvingen laten opstellen door een externe partij. Deze beschrijvingen zijn ter aanvulling op de regionale landschapsbiografie over het Groene Hart. De uitkomsten worden gebruikt bij vraagstukken die invloed hebben op het landschap. De polderbeschrijvingen worden verankerd in het erfgoedbeleid. De gemeente heeft beeldkwaliteitsplannen voor specifieke gebieden waarbij ook nadrukkelijk aandacht is voor cultureel erfgoed. In de meeste gevallen wordt er bij een gebiedsontwikkeling een beeldkwaliteitsplan opgesteld in de gemeente Oudewater.
Groenbeleidsnota & landschapsontwikkelplan De gemeente heeft haar groenbeleid in 2021 vastgesteld. Daarin wordt aandacht besteed aan cultuurhistorisch groen/cultureel erfgoed. De gemeente heeft een landschapsontwikkelplan (LOP) vastgesteld in 2004. De gemeente heeft een bomenverordening. Deze is vastgesteld in 2018. Hierin wordt ook aandacht besteed aan monumentale bomen, gedenkbomen en historische bomenlanen.
Gemeentelijke adviescommissie De gemeente Oudewater heeft een gecombineerde (integrale)
59
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
60
gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit en erfgoed genaamd de Commissie Omgevingskwaliteit. Voorheen heette deze nog de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Voor de verzorging van de commissie is de gemeente aangesloten bij de provinciale adviesorganisatie stichting MooiSticht. De commissie, belast met de advisering over erfgoed en monumenten, heeft voldoende variëteit aan deskundigheid op het gebied van architectuurhistorie, bouwhistorie, cultuurhistorie, architectuur en stedenbouw, historische geografie en (cultuurhistorisch-) landschap. In het derde kwartaal van 2022 wordt de verordening voor de gemeentelijke adviescommissie vastgesteld op grond van de Omgevingswet. De gemeentelijke adviescommissie gaat onder andere adviseren over welstand, stedenbouw, cultuurlandschap, rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, cultureel erfgoed verankerd in het bestemmings-/omgevingsplan, beeldbepalende of karakteristieke panden, beleid ruimtelijke kwaliteit en beleid cultureel erfgoed.
Toezicht en Handhaving Het cultureel erfgoed komt aan bod in de integrale handhavingsnota en het uitvoeringsprogramma handhaving van de gemeente. In het uitvoeringsprogramma heeft de urgentie voor archeologie en groen erfgoed een gemiddelde prioriteit en is de prioriteit voor gebouwd erfgoed laag.
7.4 Kansen Erfgoedbeleid (algemeen) Het heeft zin om een gemeentelijk erfgoedbeleid op te stellen. Een breed en integraal beleid voor de langer termijn kan beter richting en duidelijkheid geven voor het bestuur, politiek en de gemeentelijke organisatie. Gelet ook op de integrale benadering en afweging onder de Omgevingswet van de verschillende onderdelen uit de fysieke leefomgeving, waaronder ook cultuurhistorie, is het zinvol om een vastgesteld erfgoedbeleid te hebben. Dit kan dan, ten aanzien van cultureel erfgoed, dienen als onderlegger en nadere uitwerking of verlengstuk van de omgevingsvisie. Het biedt daarnaast kansen om de cultuurhistorie beleidsmatig integraal beter te verweven met de actuele ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven zoals de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. Het is zinvol om de gemeentelijke monumentenlijst te actualiseren. Op basis van een inventarisatie en waardering kunnen belangrijke nog ontbrekende categorieën en objecten met hoge cultuurhistorische waarden worden toegevoegd. Hierdoor kan de lijst een evenwichtig en representatief overzicht geven van de historische bebouwing door de tijd heen die bepalend is voor de identiteit van Oudewater.
De status van gemeentelijk monument geeft een integrale bescherming (alle onderdelen), waardoor het risico op een ernstige verstoring van de cultuurhistorische waarden en het karakter van het beschermde object en de omringende omgeving verkleind wordt. Bij de beschermde stads- en dorpsgezichten is er nog ruimte om het beschermingsregime enigzins aan te scherpen. Zo kunnen de criteria voor vervangende nieuwbouw die nu zijn gesteld op welstandniveau ook op RO niveau verankerd worden. De toetsing op welstand kent namelijk enige beperkingen. In basis is de bescherming van de beschermde stadsen dorpsgezichten al goed op orde. Maar er kan nog wel de nodige aandacht besteed worden aan een integralere bescherming van de historische leefomgeving. Hierbij worden niet alleen historische objecten of bebouwing beschermd, maar ook alle andere onderdelen die bepalend zijn voor het beeld zoals infrastructuur, bestrating, groen, structuren, openbare ruimte, straatmeubilair, e.d.. Door naast de monumenten ook andere cultuurhistorisch waardevolle objecten (bv. beeldbepalende of karakteristieke panden) aan te duiden of op een lijst vast te leggen, is het beter mogelijk om op gebiedsgericht niveau te sturen op het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden en het karakter van de leefomgeving bij ontwikkelingen.
Dit kan ook goed aansluiten op het beschermingsregime van de beschermde stads- of dorpsgezichten. Cultuurhistorisch waardevolle objecten kunnen in verschillende gradaties worden vastgelegd, waarbij er ook navenant criteria of regels voor kunnen worden gesteld. Dit biedt mogelijkheden voor maatwerk en ruimte voor
61
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
62
ontwikkeling en voorkomt het onnodig (breed) opleggen van beperkingen. Zogezegd geeft het bescherming daar waar het er toe doet en meer ruimte voor ontwikkeling daar waar het minder van belang is. Het aanwijzen van cultuurgoederen en/of beschermde verzamelingen op gemeentelijk niveau biedt weliswaar geen juridische bescherming, maar geeft wel een symbolische erkenning van de cultuurhistorische waarde van het goed of de verzameling voor de gemeente en draagt ook bij aan draagvlak en de bekendheid van het erfgoed in het algemeen. Er valt winst te behalen door het beleid op het gebied van groen en landschap beter te verweven met het erfgoedbeleid. Zo kan cultuurhistorie goed helpen als onderlegger en inspiratie voor ontwikkelingen in het landschap en bij groen in de bebouwde omgeving. Door het groene en landschappelijke erfgoed beter inzichtelijk te maken, kan hier beter rekening mee gehouden worden bij ontwikkelingen en groeit de aandacht en het draagvlak hiervoor. Er kan nog wat meer aandacht besteed worden aan de volgende thema‟s binnen groen en landschappelijk erfgoed: zichtlijnen (bijvoorbeeld kerken, of buitenplaatsen), plantsoenen en/of parken, tuinen (bijv. kloostertuinen, gedenktuinen, arboretum), begraafplaatsen, boomgaarden, eendenkooien en verdedigingswerken.
Omgevingsvisie en omgevingsplan Erfgoed levert een belangrijk aandeel aan een prettige en kwalitatieve leefomgeving. Het draagt bij aan de culturele identiteit van mensen. Draagvlak en goede zorg van het erfgoed, juist ook op lokaal niveau, is van belang om het erfgoed te behouden voor latere generaties. De omgevingsvisie vormt de fundatie van waaruit dit uitgedragen wordt door de gemeente. Het is dus van belang om het erfgoed goed op te nemen in de omgevingsvisie en mogelijk zelfs als speerpunt of pijler te benoemen. Het erfgoed kan daarnaast heel goed als onderlegger en inspiratiebron dienen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, hetgeen veelal resulteert in een hogere kwaliteit. Daarvoor is het van belang dat het erfgoed al op visieniveau integraal verweven wordt met de andere beleidsdomeinen in de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is de plek waar vanaf 2023 alles geregeld wordt over erfgoed in de fysieke leefomgeving. Of het nu gaat om object gerichte monumentenzorg, de 'Omgeving van het monument', gebiedsgerichte erfgoedzorg, welstand, archeologie of cultuurhistorie in het landschap. De regels, maar ook de onderliggende motivatie daarvoor, staan in het omgevingsplan.
Dit biedt kansen om deze onderdelen integraal beter op elkaar af te stemmen, maar ook om het voor burgers en initiatiefnemers duidelijker te maken waar zij aan toe zijn en waar zij rekening mee moeten houden als het op erfgoed aankomt. Het is dus van belang voor de gemeente Oudewater om ook vanuit erfgoed veel aandacht te schenken aan de ontwikkeling en een juiste werking van het omgevingsplan. Met name (de voorbereiding op) de wettelijke verplichting onder de Omgevingswet om rekening te houden met de 'Omgeving van het monument' is een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente.
Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie De erfgoedverordening van de gemeente Oudewater is nog niet aangepast aan de Erfgoedwet en de Omgevingswet. Gelukkig ligt er een nieuwe erfgoedverordening klaar voor vaststelling. Hierin wordt wel de instandhoudingsplicht opgenomen maar niet de indieningsvereiste voor historisch onderzoek. In principe zijn er onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, geregeld in het Mor) en vanaf 2023 onder de Omgevingswet wel aanknopingspunten en haken om, indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling bij een vergunningaanvraag, te vragen om een bouw-, cultuur- of tuinhistorisch onderzoek. Toch ontstaat hier wel eens discussie over met aanvragers omdat het niet letterlijk zo benoemd is. Door hiervoor een indieningsvereiste op te nemen in de erfgoedverordening of in het omgevingsplan kan dit ondervangen worden. Tot op heden is de registratie van een monument in het Kadaster op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) bepalend of het juridisch ook daadwerkelijk de geldende status van monument heeft. Onder de Omgevingswet vervalt dit en dient het monument daarvoor geregistreerd te staan in het omgevingsplan. Daarbij is het dus van belang dat de gemeente goed een gemeentelijk erfgoedregister bijhoudt.
Het is dus ook voor de gemeente Oudewater van belang om deze zo snel mogelijk op te stellen om problemen hiermee te voorkomen. In basis is het welstandsbeleid al goed afgestemd op het erfgoedbeleid in de gemeente Oudewater. Er liggen nog wel kansen om dit aan te scherpen door cultuurhistorie breder te verankeren en mee te wegen bij de beoordeling op welstand in bijvoorbeeld het landelijk gebied. De cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) en/of een integraal opgesteld omgevingsplan kan daartoe als hulpmiddel dienen. Na de vaststelling van de cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) {(subst}} is een belangrijke vervolgstap de verankering daarvan in de ruimtelijke ordening via het bestemmingsplan of het omgevingsplan. Hierdoor kan het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gebiedsgericht en integraal in de uitvoering meegewogen worden bij ontwikkelingen en omgevingsvergunningsaanvragen.
Groenbeleidsnota & landschapsontwikkelplan Het gemeentelijke Landschapsontwikkelplan (LOP) is verouderd. Door alle nieuwe opgaven in de fysieke leefomgeving is deze op onderdelen mogelijk niet actueel meer. Indien het LOP nog actief wordt gebruikt, is het dus zinvol om deze of onderdelen hiervan te actualiseren. Dat biedt dan ook gelijk de koppelkans om de cultuurhistorie hierin meer integraal op te nemen en te verweven als onderlegger, inspiratiebron en ter behoud daarvan, voor zover dat niet al van toepassing was. De gemeente heeft een vastgestelde bomenverordening, waarbij ook aandacht is voor groen erfgoed. Het is een kans om de beschermde bomen en lanen in de cultuurhistorische waardenkaart mee te nemen als bijlage of in de kaart te verwerken.
63
64
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
Gemeentelijke adviescommissie Het kan een meerwaarde bieden als de gemeentelijke adviescommissie ook gaat adviseren over archeologie. Dit is dan niet in plaats van, maar in aanvulling op de advisering vanuit de eigen archeoloog. De commissie kan dan, nadat door de eigen archeoloog is geadviseerd over de ontwikkeling, vanuit de samenhang tussen het erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit bovengronds en de archeologie in de bodem meedenken en voorstellen doen om dit beter met elkaar te verbinden waar dat wenselijk is.
Toezicht en Handhaving Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk om toezicht en handhaving op erfgoed afdoende prioriteit te geven in de integrale handhavingsnota en het onderliggende uitvoeringsprogramma. Het spreekt voor zich dat zaken als veiligheid en gezondheid de hoogste prioriteit krijgen bij toezicht en handhaving. Het is echter ook goed mogelijk om, net als veel andere gemeenten, een hoge prioriteit toe te kennen aan erfgoed. In de praktijk kan het toezicht op erfgoed, zoals juist ook de bijbehorende signaleringsfunctie, heel goed door toezichthouders op andere disciplines worden meegenomen zonder dat dit significant meer tijdsinvestering vraagt.
8| Actuele onderwerpen 8.1 Inhoudelijk 8.1.1 Duurzaamheid & Energietransitie De overgang naar een duurzame energievoorziening is van groot belang om klimaatveranderingen tegen te gaan en de aarde leefbaar te houden. Daarom hebben de lidstaten van de Europese Unie in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs gesloten. Het kabinetsbesluit om de gaswinning in Groningen uiterlijk per 2030 te beëindigen, maakt deze energietransitie nog concreter. Inmiddels is duidelijk dat om de doelstellingen te behalen alle mogelijke maatregelen ingezet moeten worden. Sommige maatregelen om de energievoorziening te verduurzamen kunnen een grote impact hebben op cultureel erfgoed. Denk aan het effect van windturbines op het landschap en de kwaliteit van de leefomgeving of de impact van de aanleg van zonnevelden op het archeologische erfgoed. Verduurzaming en energiewinning hoeven echter niet altijd een negatief effect op het cultureel erfgoed te hebben, mits vooraf zorgvuldig naar de diverse erfgoedwaarden wordt gekeken en daarbij de juiste uitgangspunten of kader worden toegepast. Om invulling te geven aan de energietransitie spelen de gemeenten een belangrijke rol. De energietransitie houdt niet op bij de gemeentegrens. Daarom werken overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties op regionaal niveau samen aan een Regionale Energiestrategie (RES).
Op gemeentelijk niveau moeten gemeente bijdragen aan de energietransitie via de Transitievisie Warmte en het Wijkuitvoeringsplan. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verstrekt veel informatie en handreikingen ter inspiratie bij ruimtelijke opgaven in het kader van de energietransitie.
RES, Transitievisie Warmte, Wijkuitvoeringsplan (aardgasloze wijken) Regionale Energiestrategie (RES) In de Provincie Utrecht zijn er drie RES regio´s waar de gemeenten aan deel nemen. Dat zijn de U16, de Regio Amersfoort en Foodvalley. Regionaal moet worden afgestemd hoe de gemeenten gezamenlijk gaan bijdragen aan de energietransitie. Oplossingen moeten worden gezocht bij de industrie, bij woningen, in de gebouwde omgeving en in het landelijk gebied. De gekozen maatregelen kunnen van grote invloed zijn op de ruimtelijke omgevingskwaliteit, waar ook het cultureel erfgoed onder valt. Het is van belang dat cultuurhistorie, stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten belangrijke onderleggers vormen voor de maatregelen. Hiermee kan de negatieve impact op de leefomgeving beperkt worden. In sommige situaties kan zelfs een versterking van de ruimtelijke omgevingskwaliteit gerealiseerd worden. Omdat oplossingen voor energieopwekking (zoals windturbines) tot op grote afstand van invloed kunnen zijn, is het van belang om ook de impact op de
65
8| Actuele onderwerpen 66
ruimtelijke omgevingskwaliteit van aangrenzende gemeenten mee te nemen in de afwegingen. Transitievisie Warmte Gemeenten moeten de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving regisseren. In samenwerking met de vastgoedsector, bewoners, maatschappelijke organisaties, netbeheerders en medeoverheden moeten zij een Transitievisie Warmte klaar hebben liggen. Hierin staan voorstellen voor verwarmen en koken op duurzame en aardgasvrije wijze. De Transitievisie Warmte geeft in hoofdlijnen de aanpak weer. Het bevat daarbij eveneens een wijk-voor-wijk stappenplan dat houvast moet geven in de planning en bij de uitvoering. In gemeenten en wijken met veel historische bebouwing kan het lastig zijn om volledig aardgasvrij te worden. Verduurzaming van historische gebouwen en monumenten is meestal goed mogelijk maar kent ook beperkingen gelet op behoud van cultuurhistorische waarden en ruimtelijke kwaliteit. De uitgangspunten van de landelijke Routekaart verduurzaming monumenten kunnen hierbij een goede wegwijzer vormen en maat geven aan de gemeentelijke ambitie. Wijkuitvoeringsplan Het wijkuitvoeringsplan wordt samen met de bewoners en gebouweigenaren uit de wijk bepaald. De kosten voor gemeenten, kosten voor bewoners/gebouweigenaren en de lokale situatie worden daarin meegewogen.
Naast maatregelen voor energiebesparing is het ook zinvol om andere maatschappelijke opgaven in de leefomgeving mee te nemen. Denk bijvoorbeeld aan klimaatadaptieve maatregelen die op kleine schaal en in samenwerking met burgers genomen kunnen worden. Dit soort initiatieven, die vaak ook zorgen voor vergroening van de wijk, dragen niet alleen bij aan een meer prettige en kwalitatief goede leefomgeving, maar kunnen ook een bijdrage leveren aan de energietransitie. Door vergroening van de gebouwde leefomgeving kan namelijk hittestress worden tegengegaan (denk bijvoorbeeld aan de schaduwwerking van bomen). Dit kan het toenemend gebruik van airconditioning bij particulieren tegengaan. Ook vormt het wijkuitvoeringsplan een uitgelezen kans zijn om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het erfgoed te bevorderen. Met behulp van participatie kunnen gemeenten samen met burgers aan de slag om hun wijk leefbaarder te maken en kan deze doorgaans lastige opgave juist ook kansen bieden.
Verduurzaming bij gebouwd erfgoed Routekaart Verduurzaming Monumenten De monumentensector wil verduurzamen en daarbij bijdragen aan de energietransitie. Dat is niet alleen van belang voor het behoud van een leefbare wereld, maar ook voor het gebruik en daarmee de instandhouding van monumenten. De monumentensector heeft zijn krachten gebundeld voor dit doel. Met de routekaart wordt aangeven wat ze willen bereiken en hoe ze dat willen doen. De betrokken organisaties achter de routekaart willen een gemiddelde CO₂ reductie van 40% realiseren in 2030 en 60% in 2040 over de gehele monumentenvoorraad. Daarbij moet er een balans zijn tussen verduurzamingsmaatregelen, kostenefficiëntie en behoud van de
cultuurhistorische waarden. Zo gaat besparen bijvoorbeeld boven het opwekken van energie bij een monument. Hierbij is vanuit het belang en de uitgangspunten van de monumentenzorg een realistisch doel gesteld. Een gemeente kan de routekaart onderschrijven en benoemen als een eigen beleidsuitgangspunt. Dit helpt om een goede balans te vinden in de gemeente tussen behoud en verduurzaming van monumenten. Meer informatie is terug te vinden op de website duurzaamerfgoed.nl Duurzame monumentenzorg (DuMo) Waar aanvankelijk werd gedacht dat verduurzaming bij monumenten niet mogelijk was, wordt tegenwoordig in veel gevallen het tegendeel bewezen. Wel vraagt het om de specifieke denkwijze van duurzame monumentenzorg (DuMo). Bij DuMo gaat het erom dat bij aanpassingen aan het monument of historisch gebouw recht gedaan wordt aan de monumentale waarden én tegelijkertijd weloverwogen wordt verduurzaamd. Duurzaam staat namelijk niet alleen voor energiebesparing, maar ook voor het gebruik van materialen die duurzaam gewonnen of geproduceerd zijn en die duurzaam kunnen worden toegepast en gerecycled. Hiermee kan een bijdrage geleverd worden aan het behoud van een leefbare wereld voor onszelf en volgende generaties. Een historisch gebouw levert vaak zelf al een belangrijke bijdrage aan duurzaamheid.
Hoe langer het bouwwerk behouden blijft, hoe lager de ecologische footprint wordt van de bouwmaterialen en het bouwproces. Door een historisch gebouw op een verantwoorde wijze te verduurzamen en het verbruik van fossiele brandstoffen te beperken, kan de ecologische footprint nog verder verlaagd worden. Het kan lastig zijn om een balans te vinden tussen het behoud van monumentale waarden en de toepassing van duurzaamheidsmaatregelen. Methodes en technieken zoals toegepast bij nieuwbouw en renovatie kunnen soms haaks staan op de uitgangspunten voor monumentenzorg. De restauratie en instandhouding van historische gebouwen is altijd maatwerk. Er zijn veelal geen standaardoplossingen voorhanden. Toch zijn duurzaam bouwen en monumentenzorg prima te combineren. Gemeentelijk beleid Veel gemeenten ontwikkelen een duurzaamheidsbeleid. Het is van belang om monumenten en ander gebouwd erfgoed daar op de juiste manier in mee te nemen. Als een gemeente inwoners gaat stimuleren dat zij hun woningen gaan verduurzamen, worden ook de monumenteneigenaren daarmee geprikkeld. Het is zinvol om een specifiek DuMo-beleid te ontwikkelen met bijvoorbeeld uitvoeringsrichtlijnen, subsidies of een menukaart en ander voorlichtingsmateriaal voor een verantwoorde verduurzaming van monumenten.
Om eigenaren van monumenten al gelijk vanaf het eerste begin aan de hand te nemen of de juiste richting op te wijzen, is het zinvol om als gemeente een duurzaamheidsloket te bieden met specifieke deskundigheid op het gebied van monumenten. De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit (ERM) heeft veel informatiemateriaal en richtlijnen opgesteld voor een verantwoorde verduurzaming van
67
8| Actuele onderwerpen 68
monumenten. Dat kan gemeenten helpen bij het opstellen van beleid en de uitvoeringstaken zoals vergunningsverlening. Zonne-energie bij gebouwd erfgoed Vanuit het Rijk wordt er bij de energietransitie volop ingezet op zonne-energie in de gebouwde omgeving. Dat kan (negatieve) impact hebben op het aanzicht en de waarden van historische gebieden en gebouwen. Voor gemeenten is het lastig om een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor zonnepanelen op het dak van een monument of pand in een beschermd gezicht te beoordelen. Ook is het lastig voor gemeenten om eigenaren daarin voor te lichten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft sinds 2020 een versoepeling van hun adviesrichtlijn ten aanzien van zonnepanelen op rijksmonumenten doorgevoerd. Zo is het nu onder bepaalde condities mogelijk om ook zonnepanelen in het zicht te plaatsen. Een belangrijk aspect bij de interne richtlijn van de RCE is dat een eigen gemeentelijk beleid ten aanzien van zonne-energie op daken van rijksmonumenten voorgaat op de algemene uitgangspunten van het Rijk. Als gemeente heb je dus de nodige beleidsvrijheid om daarin andere keuzes te maken dan het Rijk.
Bij de ontwikkeling van maatwerkregels voor zonne-energie op monumenten of in beschermde gezichten is het van belang om het pand of het gezicht en haar cultuurhistorische waarden centraal te stellen en vandaaruit te bekijken welke ruimte er is voor zonne-energie op het dak of in de aanleg zonder dat daarmee de waarden verloren gaan. Voor het behoud van de monumentale waarden is het beter om niet te gaan voor maximalisatie van het aantal zonnepanelen per dak en ook hoeven er niet op elk monument zonnepanelen geplaatst te worden. In de praktijk komt het vooral neer op maatwerk waar ook de gemeentelijke adviescommissies een belangrijke rol spelen.
Energietransitie en archeologie Op het eerste gezicht lijkt een zonneveld of windturbine van weinig invloed op het archeologische erfgoed, maar niets is minder waar. De kabels of transformatorkasten van zonnevelden kunnen een behoorlijke negatieve impact hebben op archeologische waarden. Zowel tijdens de aanleg als bij het toekomstig verwijderen ervan. Bij de aanleg van een windturbine (-park) zorgen de funderingen van een windturbine en aanrijdroutes voor bodemverstoring. Bij het zoeken naar geschikte locaties is dat daarom van groot belang eerst te kijken naar de archeologische waarden, zodat aantasting kan worden voorkomen dan wel geminimaliseerd. De archeologische waarden- en beleidskaart bieden hiervoor een eerste instrument, maar bij de totstandkoming van de ondergrenzen van het archeologie beleid is vaak nog geen rekening gehouden met de energietransitie en de ingrepen die daarbij horen. Met name bij wat ouder archeologiebeleid is dit het geval. Vaak gelden er voor het buitengebied ruime ondergrenzen. Bij het maken van de kaarten is uitgegaan van het feit dat hier weinig ontwikkelingen plaatsvinden. Dit is veranderd met de energietransitie. Het is van belang om bij de planvorming (of toetsing) zo vroeg mogelijk een archeoloog mee te laten denken rondom energielandschappen om zo het behoud van archeologische waarden te
waarborgen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een aantal handreikingen opgesteld over de omgang met archeologie in de energietransitie.
Energietransitie en landschap Voordat een zonneveld of windturbine in het buitengebied wordt geplaatst, is onderzoek naar geschikte locatie en plaatsing van groot belang. Bij windturbines wordt vaak bedacht om deze in een rij langs een infrastructuur te plaatsen, maar ook daar is variatie in ruimtelijke kwaliteit mogelijk. Ook voor de mogelijkheid van het plaatsen van een kleine windmolen bij een agrarische bestemming, is onderzoek naar de geschikte locatie cruciaal. Daarbij moet ook worden gedacht dat aanrijroutes voor zonnevelden en windturbines effect kunnen hebben op de cultuurhistorische waarden van landschappen. Denk hierbij ook aan de geowaarden en aardkundige waarden. Ook kunnen „tijdelijke‟ bouwwerken onomkeerbare effecten hebben op het landschap. Bij ontwikkelingen in het landschap is het dan ook van belang om specialisten op het gebied van landschap, bodem en erfgoed mee te laten denken hoe de negatieve effecten op het landschap te beperken.
8.1.2 Klimaatadaptatie Gevolgen van klimaatverandering kunnen zijn bodemdalingen, extreme droogte, funderingsproblemen bij gebouwen, wateroverlast en overstromingen. Deze gevolgen hebben ook effect op het cultureel erfgoed. Door droogte zien we bijvoorbeeld in het landschap oude bossen en bomenlanen sneller doodgaan of historische bruggen van buitenplaatsen scheuren vertonen doordat het waterpeil verandert. Net zoals bij de energietransitie, houdt klimaatverandering niet op bij de gemeentegrens. De provincie Utrecht heeft onder meer een programma Klimaatadaptatie 2020-2023 en houdt een klimaatmonitor bij voor de gehele provincie. Naast de provincie stellen gemeenten ook eigen klimaatadaptie plannen op voor de toekomst. Daarin moet ook zeker aandacht zijn welk erfgoed in de gemeente last heeft van de gevolgen van de klimaatverandering en welke oplossingen of maatregelen hier tegenover staan.
Waterhuishouding en waterschappen Waterschappen hebben een grote rol in de fysieke omgeving. Ze zijn zelf eigenaar van monumenten, maar hebben het erfgoed ook nog in gebruik, zoals een slotenpatroon, dijk of vaart. Ook met de stikstofaanpak en klimaatverandering in gedachten staat er veel op het spel om bijvoorbeeld waterbergingsgebieden aan te wijzen of de waterhuishouding van een gebied aan te passen. Het waterschap heeft met haar werk ook effect op het cultuurlandschap en monumenten van particulieren en gemeenten. Daarom is afstemming met het waterschap van belang om het cultureel erfgoed te behouden of te versterken. Daarbij kan het erfgoed ook als inspiratiebron en onderlegger worden gebruikt voor klimaatadaptieve ontwikkelingen.
69
8| Actuele onderwerpen 70
8.1.3 Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen De grote woningbouw opgaven en nieuwe/uitbreidingen van bedrijventerreinen of industrie hebben voor veel gemeenten gevolgen in het landschap en stedelijk gebied. Ook inbreiding, sloop of vernieuwing van panden en oude wijken (waaronder historische bebouwing) kan gevolgen hebben voor het cultureel erfgoed. Van belang is om voorafgaand aan woningbouwontwikkelingen het erfgoed goed te inventariseren en na te gaan hoe wordt omgegaan met het erfgoed in de nieuwe ontwikkeling. Erfgoed leent zich goed om als inspiratiebron te dienen voor nieuwe oplossingen.
8.1.4 Werelderfgoed In Nederland zijn 12 objecten of gebieden aangewezen als werelderfgoed. Dit is een programma van United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) dat is gestart in 1972 om onroerende goederen met een uitzonderlijke en universele natuur- en/of cultuurwaarde te beschermen. In de provincie Utrecht betreft dit momenteel drie UNESCOWerelderfgoederen: Het Rietveld Schröderhuis staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst. Het architectonische meesterwerk uit 1924 door Gerrit Rietveld is geënt op de idealen van De Stijl. De Neder-Germaanse Limes door Nederland en Duitsland is werelderfgoed sinds 2021. Deze noordelijke grens van het Romeinse Rijk heeft circa vijf eeuwen dienst gedaan. De Limes telt in Nederland 19 archeologische vindplaatsen, verspreid over 12 gemeenten in de provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland en is daarmee het grootste archeologische monument van Nederland. Het gedeelte van de Hollandse Waterlinies rondom Amsterdam (Stelling Van Amsterdam) is werelderfgoed sinds 1996. In 2021 is dit uitgebreid met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en gingen ze verder als één Werelderfgoed onder de naam „Hollandse Waterlinies‟. De linies hebben een lengte van meer dan 200 kilometer door met name de landschappen die onder water konden worden gezet als militaire verdediging (inundatiegebieden).
Aarden verdedigingswerken en forten beschermden de zwakkere infrastructuur zoals inundatiesluizen en keerkades en de hoger gelegen gebieden die niet onder water konden worden gezet. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn de linies versterkt met bunkers en loopgraven.
Beleidskaders en regels De provincie Utrecht is regisserend en faciliterend siteholder voor de NederGermaanse Limes en de Hollandse Waterlinies, voor het deel dat binnen de provincie Utrecht ligt. De provincie is daarbij hoofdverantwoordelijk voor de bescherming en instandhouding. Een belangrijk deel van de uitvoering, zoals vergunningverlening en toezicht, is decentraal belegd bij de gemeenten. In de (interim) Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is in een instructieregel een vertaling van de rijksregel overgenomen over werelderfgoederen, namelijk dat de Outstanding Universal Value (OUV) niet
mag worden aangetast. De gemeenten zijn verplicht om dit vervolgens weer door te vertalen in hun bestemmingsplannen of omgevingsplan. De OUV van de Hollandse Waterlinies is onderverdeeld in kernkwaliteiten. Deze verschillen per gebied en zijn door de provincie onderzocht en vastgelegd in gebiedsanalyses. De gebiedsanalyses geven (sectoraal) inzicht in waar en hoe de kernkwaliteiten manifesteren en bieden uitgangspunten voor ontwikkelingen per gebied. Zij dienen daarmee als handreiking, kennis- en inspiratiebron en vormen bouwstenen voor plan, beleids- en visievorming. Ten aanzien van de mogelijkheden voor grootschalige energieopwekking in de Hollandse Waterlinies, is door de vier provincies het gemeenschappelijk Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies opgesteld. Dit is een inhoudelijk kader waarin richting wordt gegeven voor mogelijke energieopwekkingvormen zonder dat daarbij een significante aantasting van de kernkwaliteiten ontstaat. Het werelderfgoed Hollandse Waterlinies heeft naast de cultuurhistorische waarden nog andere bijzondere waarden, zoals de openheid en het overwegend groene karakter. De waarden kunnen goed benut worden als inspiratiebron en aanjager van ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het geeft een meerwaarde voor het vestigingsklimaat en biedt ademruimte voor de stad en kansen voor ontspanning en recreatie.
Ander werelderfgoed Naast de onroerende goederen zijn er nog meer vormen van UNESCOwerelderfgoed binnen de provincie Utrecht. Dat gaat dan om zaken op de werelderfgoedlijsten voor documenten, de geschiedenis en maatschappelijke dragers van letteren en immaterieel erfgoed. Op dit moment is er een provinciale inventarisatie bezig voor een UNESCO nominatie voor het Geopark Utrechtse Heuvelrug. De combinatie van stuwwallen, de geologische formaties en het veenweidelandschap in een relatief klein gebied is uniek. De beschermde aardkundige monumenten in Utrecht liggen dan ook in of rondom dit geopark, zoals de Lange en Korte Duinen in Soest.
8.1.5 Landelijke programma’s
Kerkenvisies Van 2014 tot 2016 heeft het Rijk met de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed een verkenning gedaan naar de problematiek en de aard en omvang van de ontkerkelijking en het leeg komen van vele kerken en kloosters. Hieruit is het programma Kerkenvisie ontstaan dat een handreiking biedt om na te denken over de toekomst van het religieuze erfgoed in brede zin. Kerken, gebedshuizen en kloosters hebben niet alleen een grote cultuurhistorische waarde, maar vormen ook een belangrijk onderdeel van de identiteit van een gemeente en hebben tevens een stedenbouwkundige en sociaal-culturele waarde. Ook het interieur met onroerende en roerende onderdelen is vaak monumentaal. Dat geldt ook voor de omgeving van de kerk, met
71
8| Actuele onderwerpen
groen erfgoed zoals een begraafplaats, zichtassen op de kerk, e.d.. Daarnaast vormt de exploitatie en de energierekening ook een actueel thema voor kerken. De minister van OCW stelde vanaf 2019 tot 2021 middelen beschikbaar voor het opstellen van kerkenvisies voor gemeenten. Landelijk zijn er ruim 240 gemeenten die een decentralisatie uitkering hebben aangevraagd, waarvan 17 gemeenten in Utrecht. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed organiseert bijeenkomsten voor gemeenten die aan de slag willen gaan met een kerkenvisie. Ook vanuit het STAMU zijn een aantal bijeenkomsten en werktafels georganiseerd om met gemeenten te sparren waarover een kerkenvisie kan gaan en in welke vorm. Bij een kerkenvisie is het ook van belang om na te denken wat voor vervolg aan een kerkenvisie kan worden gegeven. Hierbij valt te denken aan (structurele) vervolggesprekken met kerkbesturen of taken voor een gemeente om op te pakken.
ErfgoedDeal De ErfgoedDeal is een afspraak voor en door dertien partners, bestaande uit maatschappelijke organisaties en overheden, met als ambitie een waardevolle leefomgeving voor de toekomst. De projecten of initiatieven richten zich op een drietal hoofdthema‟s: Klimaatadaptatie, Energietransitie en duurzaamheid en Stedelijke groei en krimp. 72
Het programmabureau heeft aansprekende voorbeelden gezocht van plekken die gaan veranderen en waar erfgoed een rol van betekenis kan spelen. Door hier cultuurhistorisch onderzoek naar te doen kan het verleden als inspiratie dienen voor nieuwe oplossingen, maar kunnen ook oplossingen uit het verleden weer hersteld of teruggebracht worden. Zoals bij de versterking van eeuwenoude rivierdijken of de aanleg van windmolenparken aan de rand van beschermde landschappen. Denk ook aan de transformatie van oude industriële gebieden naar nieuwe woonwijken. Of dat eeuwenoude waterpartijen op landgoederen kunnen helpen om overtollig water op te slaan. In Utrecht zijn vier projecten tot een ErfgoedDeal project uitgegroeid: Du Moments des Monuments in Stichtse Vecht, Post 65 scholen in Nieuwegein, het Hoornwerk Grebbedijk in Rhenen en Klimaatrobuuste landgoederen in Zeist. Ook al doet niet elke gemeente een aanvraag, de uitkomsten van de verschillende projecten kunnen wel als inspiratiebron dienen om aan de slag te gaan met soortgelijke vraagstukken in de eigen gemeente. De ErfgoedDeal loopt tot eind 2022. Mogelijk komt er komende jaren weer een vervolg op de ErfgoedDeal.
8.1.6 Divers en inclusief erfgoed Erfgoed is voor iedereen en vormt datgene wat mensen van belang vinden van hun geschiedenis en historische gedachtengoed om te vertellen, te behouden en te laten zien. Het is belangrijk dat het erfgoedbeleid van een gemeente niet alleen de nationale en lokale geschiedenis, maar ook de brede
diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert. Daarbij moet er ruimte zijn voor onderlinge verschillen en de herkenbaarheid daarvan. Het kan zijn dat er binnen de gemeente straatnamen of standbeelden voor een bepaalde groep mensen tot weerstand leiden of dat een koloniaal verleden van een buitenplaats niet goed wordt uitgelegd. Het opstarten van de dialoog en de thema‟s bespreekbaar maken is de eerste stap. Dit kan zorgen voor een breed gedragen uitwisseling van (elkaars) erfgoed en gedachtengoed vanuit meerdere perspectieven. Inclusie is de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Bij diversiteit gaat het om de verscheidenheid van de manieren hoe we van elkaar verschillen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zichtbare factoren, zoals geslacht en uiterlijke kenmerken e.d. en onzichtbare factoren, zoals cultuur, seksuele voorkeur, economische status, religie e.d.. De twee termen inclusie en diversiteit komen in de erfgoeddiscussie steeds vaker voor. Bij een aantal gemeenten heeft een wethouder deze thema‟s ook expliciet in de portefeuille. Bij groepen van verschillende culturele achtergronden of met verschillende levensovertuigingen kan het beeld over wat hun erfgoed is heel anders zijn.
Gemeenten doen er goed aan om bij de inventarisatie van hun erfgoed niet alleen te zoeken naar het erfgoed wat bij bredere groepen aansluit, maar ook bij het erfgoed van de minderheden. Hierbij kan worden gedacht aan groepen met een andere culturele achtergrond, verschillende leeftijdsgroepen of groepen met een lichamelijke beperking. Bijvoorbeeld in participatie met deze minderheden kan met hen over dit vraagstuk worden meegedacht.
73
8| Actuele onderwerpen
8.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? Duurzaamheid en energietransitie De gemeente voert geen specifiek beleid ten aanzien van duurzaamheid bij monumenten. Er worden de algemene regels gehanteerd en er wordt gebruik gemaakt van de folder van MooiSticht bij aanvragen voor zonnepanelen.
(2018) De gemeente heeft nog geen inzicht in de mogelijke consequenties voor archeologie bij de ontwikkeling van energielandschappen. (2018) Er wordt in de gemeente nog niet nagedacht over de opgave van de energietransitie in relatie tot het cultuurhistorisch erfgoed. (2018)
8.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? Duurzaamheid & Energietransitie
74
Het cultureel erfgoed wordt concreet benoemd in de RES. Er is hiervoor een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Het is niet bekend of het cultureel erfgoed wordt benoemd in de Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen. Er wordt wel rekening gehouden met het cultureel erfgoed bij ontwikkelingen rondom de energietransitie. De erfgoedambtenaar wordt daarbij betrokken. De gemeente heeft geen eigen beleid of regels ten aanzien van duurzaamheid bij gebouwde monumenten. De gemeente vindt het wel belangrijk dat eigenaren van monumenten zich goed oriënteren en zich adequaat laten informeren en adviseren bij de verduurzaming van hun pand. Dit wordt gestimuleerd middels een duurzaamheidsloket zonder deskundige kennis van monumenten. Er wordt in de gemeente bij de energietransitie rekening gehouden met archeologie, zoals bij verstoring van het bodemarchief door maatregelen. De gemeentelijke archeologische inventarisatie- en beleidskaart wordt hierbij geraadpleegd. Er is in de gemeente sprake van windturbines en zonnevelden. Daarbij wordt er in de situatie van windturbines ook over de eigen gemeentegrenzen heen gekeken. Bij windturbines en/of zonnevelden wordt er in de gemeente rekening gehouden met de impact op het cultuurhistorisch landschap.
Klimaat De gemeente ondervindt gevolgen van de klimaatveranderingen. Dit in de vorm van bodemdaling en funderingsproblemen bij historische bebouwing De gemeente heeft vooralsnog geen eigen beleid ten aanzien van klimaatadaptatie. Het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden houdt beperkt rekening met het cultureel erfgoed in de gemeente.
Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen De gemeente verwacht dat de woningbouwopgave grote invloed heeft op het lokale culturele erfgoed. Bijvoorbeeld bij inbreiding en verdichting in de historische kernen en kernrandzones, nieuwbouw in open cultuurlandschap en sloop van onbeschermd industrieel erfgoed voor een nieuwbouwwijk. De aanleg van nieuwe bedrijventerreinen of industriegebieden heeft beperkte invloed op het cultureel erfgoed en landschappelijke waarden in de gemeente.
Landelijke programma’s De gemeente heeft een vastgestelde Kerkenvisie. De gemeente blijft gesprekken voeren met geloofsgemeenschappen om het contact warm te houden. De gemeente heeft geprobeerd een project aan te dragen voor een bijdrage van de ErfgoedDeal, maar deze is niet gehonoreerd. Dit ging om het herontwikkelen van een gebied met een machinefabriek aan de Westerwal.
Divers en inclusief erfgoed De gemeente heeft vooralsnog geen cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving dat raakvlakken heeft met diversiteit en inclusiviteit. Er zijn geen plannen om het erfgoedbeleid meer inclusief en divers te maken. De gemeente loopt er nog niet tegenaan dat (de presentatie van) historische elementen in de fysieke leefomgeving niet meer in lijn zijn met de huidige inclusiviteits- en diversiteitsgedachte.
75
8.4 Kansen Duurzaamheid & Energietransitie Het is aan te raden om na te gaan in de Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen of erfgoed wel voldoende wordt meegenomen en daar nadrukkelijk aandacht voor te vragen. Niet alleen kunnen de cultuurhistorische waarden dan beter behouden blijven of zelfs worden versterkt, maar het erfgoed kan ook als onderlegger en inspiratiebron dienen ontwikkelingen. Dit kan bijdragen aan een hogere kwaliteit en leefbaarheid van de leefomgeving. Om de energietransitie en verduurzaming van gebouwd erfgoed in goede banen te leiden en te voorkomen dat cultuurhistorische waarden verloren gaan, kan het helpen om hiervoor beleid en regels op te stellen. Te denken valt aan beleid specifiek ter stimulering van de (verantwoorde) verduurzaming van monumenten of maatwerkregels voor zonne-energie in beschermde gezichten. Daarnaast kan er gedacht worden aan het actief aanreiken van een informatiebrochure over na-isolatie van monumenten of stimuleren dat er een Duurzame Monumenten (DuMo) advies wordt opgesteld voorafgaand aan een subsidie- of omgevingsvergunningsaanvraag voor verduurzamingsmaatregelen. Het verduurzamen van een monument is maatwerk en vereist specifieke deskundigheid. Het is dus belangrijk dat eigenaren zich daarbij goed laten informeren en adviseren om verstoring van de monumentale waarden en schades aan hun monumenten te voorkomen.
Om eigenaren van monumenten al gelijk vanaf het eerste begin aan de hand te nemen of de juiste richting op te wijzen, is het zinvol om het duurzaamheidsloket uit te breiden met deskundigheid op het gebied van monumenten. Bij de energietransitie kunnen bepaalde maatregelen effect hebben op het bodemarchief, zoals kabels van zonnevelden of aanlegroutes voor windturbines. Het is belangrijk dat de gemeente oog heeft voor mogelijke archeologische verstoringen in het buitengebied bij de aanleg van zonnevelden en/of windturbines. De bestaande verwachting- en beleidskaart is qua instrumentarium waarschijnlijk niet toereikend als het gaat om de mate van verstoring. Ondergrenzen voor verstoringen zijn vaak niet bedacht met de energietransitie in gedachte. Bij planvorming is het daarom van belang archeologie mee te nemen.
Klimaat De gemeente heeft (nog) geen eigen beleid op het gebied van klimaatadaptatie. Bij eventuele ontwikkelingen van beleid op klimaat is het van belang dat er vanuit erfgoed meegedacht wordt bij het proces om het cultureel erfgoed mee te nemen bij toekomstige ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie, zoals aanleg van groen in beschermde stads- of dorpsgezichten of klimaatmaatregelen op landgoederen. Het waterschap heeft invloed op de waterhuishouding in de gemeente. Een kans is om in gesprek te gaan met het waterschap om te bespreken hoe om te gaan met bijvoorbeeld cultuurlandschap en de effecten van grondwaterstanden op archeologische en andere erfgoedwaarden.
77
8| Actuele onderwerpen 78
Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen Ontwikkelingen op gebied van wonen en bedrijventerreinen gaan vaak gepaard met bedreiging van open cultuurlandschap, historische kernen en lintstructuren. Het is zeker aan te raden om vanuit erfgoed nauw betrokken te zijn bij deze ontwikkelingen om het cultureel erfgoed te beschermen of als inspiratiebron te gebruiken.
Landelijke programma’s De gemeente geeft aan geen uitkering van de ErfgoedDeal te hebben gekregen voor een aanvraag. Andere projecten van de ErfgoedDeal kunnen mogelijk als alternatief worden gebruikt ter inspiratiebron voor eigen projecten.
Divers en inclusief erfgoed De gemeente geeft aan dat het aanwezige culturele erfgoed (vooralsnog) geen raakvlakken heeft bij divers of inclusief erfgoed. Nagedacht kan worden op welke vlakken erfgoed wel een rol kan spelen op het gebied van diversiteit en inclusiviteit. Een idee kan zijn in een erfgoedproject burgerparticipatie aan te gaan of met de lokale historische vereniging eens dit onderwerp te bespreken. Binnen de gemeente is het mogelijk dat (de presentatie van) historische elementen in de fysieke leefomgeving niet meer in lijn zijn met de huidige diversiteits- en inclusiviteitsgedachte. Dit kan gaan over bijvoorbeeld straatnamen, standbeelden of gedenktekens. Nagegaan kan worden op welke vlakken het cultureel erfgoed als aanstootgevend ervaren wordt en hoe in de toekomst een andere presentatievorm kan worden gevonden, mocht het een probleem worden.
80
Het cultuurlandschap en groene erfgoed van de gemeente Oudewater Karakteristiek voor Oudewater is het open veenweidegebied met lange percelen en vele sloten. De historische boerenerven en kleine landschapselementen, zoals knotwilgen langs sloten en houtwallen, maken het landschap meer kenmerkend en leesbaar.
81
9| Erfgoed thema’s 9.1 Inhoudelijk 9.1.1 Algemeen VTH
Omgevingsvergunningverlening Sinds 2010 is het vergunningenstelsel voor gebouwd erfgoed en archeologie (vallend onder het overgangsrecht van de monumentenwet richting de Omgevingswet) onderdeel van de Wabo (zie ook blz. 27). Gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor de monumentenzorg. Het is hun taak om eigenaren en beheerders van monumenten te informeren en te begeleiden bij een eventuele wens tot wijziging van het monument. Elk monument is anders en maatwerk is vereist. Een eigenaar vraagt misschien maar een of twee keer in zijn leven een vergunning aan en heeft begeleiding nodig bij deze vaak complexe en specialistische materie. Daarom zijn korte lijnen en een vast aanspreekpunt van belang. Dit kan een vergunningverlener zijn of een deskundige monumentenmedewerker. Het is aan de gemeente om achter de schermen tot een integrale visie op het verzoek van de eigenaar te komen en deze eenduidig te communiceren. Reguliere procedure en vooroverleg De omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten valt in de Wabo onder de reguliere procedure. Deze duurt 8 weken met een mogelijkheid tot éénmalige verlenging van 6 weken. Hetzelfde geldt voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, bij die activiteiten waarvoor geen adviesplicht van de RCE of provincie geldt.
Bij deze aanvragen moet wel altijd de gemeentelijke adviescommissie om advies worden gevraagd. Vanwege de korte termijnen is het houden van vroegtijdig vooroverleg zeer belangrijk. In een vroeg stadium kan door de gemeente en alle betrokken partijen worden afgetast wat de mogelijkheden zijn en waar nog knelpunten liggen. De definitieve aanvraag kan vervolgens sneller en gemakkelijker binnen de geldende termijnen worden gehonoreerd. Uitgebreide procedure en Bouwplanoverleg STAMU Is er bij een rijksmonument sprake van sloop, ingrijpende wijziging, herbestemming of reconstructie, dan moet ook verplicht advies worden gevraagd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Er geldt dan een uitgebreide procedure van maximaal 26 weken. Bevindt het rijksmonument zich buiten de rode contour dan moet er ook advies gevraagd worden bij de provincie Utrecht. Gaat het om een bestemmingsplanwijziging zoals verandering van functie en is het onderdeel van de Provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur, dan heeft de Provincie Utrecht ook een adviesrol. Het STAMU biedt hiervoor de mogelijkheid om adviesplichtige (vooroverleg / principe- en schets-) plannen in één keer aan alle adviserende partijen voor te leggen in het Bouwplanoverleg.
83
9| Erfgoed thema’s
Vergunningsvrije werkzaamheden bij monumenten De MoMo heeft geleid bij rijksmonumenten tot het vergunningsvrij geven van gewone onderhoudswerkzaamheden waarbij vorm, kleur en materiaal niet wijzigen. Ook de wijziging of ontmanteling van niet-monumentale interieuronderdelen is mogelijk. Ontmanteling is vaak noodzakelijk bij bouwhistorisch onderzoek of in aanloop naar een restauratieplan. Alle ingrepen waarbij grootschalige vervanging van materialen plaatsvindt in exterieur of interieur, zijn echter niet vergunningsvrij, dat heet restauratie. Goede informatie geeft de brochure „Vergunningsvrij‟ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Gemeenten moeten de vergunningsvrije regels zoals die bij rijksmonumenten worden gehanteerd expliciet in hun erfgoedverordening opnemen wil het ook voor gemeentelijke monumenten gelden. Veelal is dat nog niet gebeurd. De meeste gemeentes werken echter wel in de 'geest' van het vergunningsvrij zoals dat bij rijksmonumenten geldt. Daarmee wordt een precedent geschapen waardoor het vergunningsvrij automatisch ook geregeld wordt. Interieur monumenten is beschermd De onroerende onderdelen van interieurs zijn wettelijk beschermd als deel van het rijksmonument. Zij maken immers deel uit van de beschermde onroerende zaak. Ook bij gemeentelijke monumenten is het interieur beschermd, tenzij de Erfgoedverordening dit expliciet uitsluit.
Dit is echter bij weinig mensen bekend, waardoor veel monumentale interieurwaarden ongemerkt verloren gaan. Interieurs verdienen daarom extra aandacht.
84
Uitvoeringsvoorschriften stellen Een gemeente kan kwaliteitseisen stellen aan de planvorming, onderhoud en restauratie van monumenten. Dat kan in de vorm van algemene of specifieke voorschriften. Deze kunnen worden gebruikt in het planvormingsproces, de omgevingsvergunning en tijdens de uitvoering. Voorschriften kunnen ook dienen als toetsingskader voor de gemeentelijke adviescommissie en zijn een hulpmiddel voor toezichthouders. Omdat het bij monumenten vaak noodzakelijk is met specialistische materialen en technieken te werken, is inzet op kwaliteit en duurzame oplossingen voor de lange termijn van extra groot belang. De meeste gevraagde kwaliteitseisen worden breed onderschreven door overheden, adviseurs en uitvoerenden in de monumentenzorg en zijn in onderling overleg tussen deze partijen tot stand gekomen. Algemene uitvoeringvoorschriften kunnen bijvoorbeeld in een nadere regeling (beleidsregel) worden vastgesteld op grond van artikel 14 lid 3 van de modelErfgoedverordening 2016, die de „nadere regels‟ betreft die de gemeente kan stellen. Algemene uitvoeringsvoorschriften kunnen gelden voor alle monumenten, maar ook voor specifieke groepen van monumenten of zelfs voor een enkel monument. Bij de aanwijzing van een gemeentelijk monument kan de gemeente in datzelfde besluit ook gelijk nadere regels stellen voor dat monument.
Dat kan bijvoorbeeld zin hebben bij de aanwijzing van een begraafplaats, die nog steeds wordt gebruikt voor de lijkbezorging, als gemeentelijk monument. De uitvoeringspraktijk daarvan is heel anders dan bij de meeste andere monumenten. Maar het kan ook gericht zijn op het beogen van kwaliteit bij planvorming en restauratie. De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit (ERM) heeft bijvoorbeeld URL‟s voor de werkwijze van
architecten en onderzoekers en er is een model-restauratiebestek. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld ook richtlijnen voor bouw- en tuinhistorisch onderzoek. Specifieke uitvoeringsvoorschriften kunnen worden gesteld in een omgevingsvergunning op basis van de Wabo artikel 2.2. Dat kunnen maatwerkvoorschriften zijn die enkel van toepassing zijn op die omgevingsvergunning. Het kunnen ook uitvoeringsrichtlijnen zijn (URL‟s) die meer gericht zijn op bepaalde werkzaamheden. De ERM heeft voor de meeste restauratiewerkzaamheden en verduurzaming van monumenten uitvoeringsrichtlijnen opgesteld. Ook de aanvrager van een omgevingsvergunning kan zelf het initiatief nemen om bij de aanvraag al uitvoeringsrichtlijnen op te nemen.
Toezicht en handhaving Zorgplicht De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op het verbod om een rijksmonument of het werelderfgoed te beschadigen of vernielen en om aan een rijksmonument het onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is. Dat geldt ook voor de bescherming van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Hiervoor is het van belang dat de gemeente proactief toezicht houdt op het erfgoed. Toezicht Voor de toezichthouders bij de gemeente is archeologie meestal een onbekend terrein. Dit terwijl zij de oren en ogen in het veld zijn en de grootste kans hebben om overtredingen op archeologie te signaleren. De archeologische deskundigheid bij de gemeente ligt echter vaak maar bij één persoon en is in veel gevallen zelfs uitbesteed. Het is dus belangrijk om voldoende aandacht te houden en te vragen voor het toezicht op archeologie. Enige kennis van en begrip voor dit specialistische erfgoed helpt hierbij. Het kan dan ook zin hebben om de toezichthouders daarin regelmatig voor te lichten of op te leiden. Ook toezicht bij de restauratie van monumenten is een wettelijke taak van de gemeente. Soms spelen subsidievoorwaarden een extra rol bij deze taak.
Bij monumenten is het niet alleen van belang om na gereedkoming van bouw/verbouw te controleren of alles volgens vergunning is verlopen, maar is het juist van belang om tijdens de uitvoering te controleren en overleg te blijven voeren. Om een goede beslissing te kunnen nemen is kennis nodig van bouwhistorie en restauratietechniek. Deze kennis moet aanwezig zijn bij de uitvoerende partij (aannemer), maar ook bij de gemeente. De gemeente moet immers kunnen bepalen of nog steeds wordt voldaan aan de verleende vergunning en of inderdaad geen monumentale waarden dreigen te worden aangetast.
85
9| Erfgoed thema’s 86
Handhaving Mocht er een fout of overtreding worden geconstateerd, dan kan handhavend worden opgetreden. Meestal wordt een bouwstop opgelegd en in overleg naar een oplossing gezocht, bijvoorbeeld door middel van een legalisatievergunning met terugwerkende kracht. Soms moet een boete of andere sanctie worden opgelegd. Omdat bij monumenten waardevolle bouwhistorische elementen onherstelbaar kunnen worden beschadigd, is een goed traject vooraf onontbeerlijk. Een duidelijke overdracht van vergunning naar toezicht, deskundige uitvoering (bijvoorbeeld met behulp van de URL‟s van Stichting ERM) èn regelmatig overleg gedurende de uitvoering, zijn van belang om tot een goed eindresultaat te komen. Instandhoudingsplicht Sinds de Erfgoedwet van kracht ging geldt er een expliciete instandhoudingsplicht. Voorheen gold dat ook al, maar berustte dit op jurisprudentie die was ontstaan onder de Monumentenwet 1988 bij artikel 11 waarin het verbod op beschadiging of vernieling van rijksmonumenten is opgenomen. Maar door de expliciete opname van de instandhoudingsplicht in de wet, gaat er nog meer verplichting uit naar de gemeente om hierop toezicht te houden en waar nodig te handhaven. Vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een brochure opgesteld over de instandhoudingsplicht met daarin een stappenplan preventie van verwaarlozing en handhaving van de instandhoudingsplicht.