A04. bijlage Wegwijzer van de toekomst Oudewater.pdf
Tekst van het document
In de Bijlage 14 cultuurhistorie en Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap van de provinciale omgevingsverordening zijn beschrijvingen opgenomen wat daaronder allemaal wordt verstaan. Daarnaast zijn de cultuurhistorische gebieden van de CHS weergegeven op de bijgevoegde Cultuurhistorie en landschapskaarten 1 en 2.
Cultuurhistorische Atlas (CHAT) De online CHAT biedt een overzicht van cultuurhistorische data en het beleid dat de provincie hierop voert. Te denken valt aan de parken, zichtlijnen, moestuinen van buitenplaatsen (en de buitenplaatsbiotopen), maar ook eendenkooien, ontginningsrichtingen en boerderijlinten. Daarnaast heeft de provincie een leidraad specifiek voor buitenplaatszones. Deze leidraad wordt momenteel geactualiseerd.
6.2.2 Erfgoedmonitor en Parelfonds De provincie monitort sinds 2013 systematisch de staat van de rijksmonumenten in de provincie Utrecht. Hiermee wordt in kaart gebracht welke behoefte er is aan onderhoud- en restauratie en wordt bijvoorbeeld ook inzicht gegeven in leegstand, het huidige gebruik en eventuele herbestemmingen. De uitkomst van de monitor dient als input voor besluitvorming en het opstellen van beleid door de provincie en wordt ook gebruikt om te sturen in de bestedingen van het provinciale Parelfonds voor de instandhouding van rijksmonumenten.
35
6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)
36
In 2013 vond er een onderzoek plaats naar de kastelen, buitenplaatsen en landgoederen. In 2014 en 2018 werden er onderzoeken uitgevoerd in de volle breedte van het bestand aan rijksmonumenten, uitgezonderd woonhuizen. In 2022 vindt er weer een nieuwe monitor plaats.
6.2.3 Ondersteuning gemeenten en erfgoedsector Naast ondersteuning door de uitvoering van de Erfgoedmonitor en het Parelfonds, ondersteunt de provincie gemeenten en de erfgoedsector ook op andere manieren. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van onderzoeken, het delen van kennis en het verstrekken van subsidies. Ook het STAMU en Landschap Erfgoed Utrecht maken deel uit van de ondersteuningsinfrastructuur van de provincie op het gebied van cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Daarnaast faciliteert de provincie het Erfgoed Expert Team, waarbij eigenaren terecht kunnen voor advies en hulp om te komen tot een duurzame en rendabele instandhouding en exploitatie van hun erfgoed.
6.2.4 Provinciaal archeologisch depot Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet is de instandhouding van een archeologisch depot de taak van de provincie geworden. Het depot van de provincie Utrecht bestaat echter al sinds 1977. Vondsten afkomstig uit archeologisch onderzoek worden na conservering en onderzoek overgedragen in eigendom aan het depot. Hier worden ze op een duurzame wijze bewaard en beheerd. Op aanvraag kunnen vondsten beschikbaar worden gesteld voor presentatie en onderzoek. De gemeenten Utrecht en Amersfoort beschikken als enige over een eigen depot.
6.2.5 Interbestuurlijk toezicht provincie De provincie houdt toezicht op de uitvoering van de wettelijke taken door lokale overheden zoals de gemeenten en waterschappen. Naast het houden van toezicht richt de provincie Utrecht zich ook op het adviseren en de dialoog aangaan met de lokale overheden. Ook brengt de provincie gedeelde risico‟s en opgaven in beeld. De provincie hanteert een landelijke interventieladder die de verschillende processtappen weergeeft, vanaf de signalering, informatie vergaren en het voeren van de dialoog tot en met eventuele juridische interventie. Elke burger of organisatie kan incidenten en klachten melden bij de provincie indien een lokale overheid in strijd handelt met het recht, het algemene belang of nalaat om naar behoren de aan haar toe vertrouwde wettelijke taken uit te voeren. Om niet alleen afhankelijk te zijn van meldingen uit de samenleving, monitort de provincie ook actief de gemeenten door jaarlijks de nodige toezichtinformatie bij hen op te vragen, waaronder informatie over zaken die betrekking hebben op het omgevingsrecht. Archeologie en rijksmonumenten maken daar ook onderdeel vanuit.
7| Beleid & regelgeving gemeentelijk 7.1 Inhoudelijk Een breed en integraal erfgoedbeleid voor de langere termijn geeft richting en duidelijkheid voor bestuur, politiek, gemeentelijke organisatie en burgers. Dit kan ook zeer zinvol zijn gelet op de integrale benadering en afweging van de verschillende onderdelen uit de fysieke leefomgeving, waaronder ook cultuurhistorie onder de Omgevingswet. Het erfgoedbeleid van een gemeente kan worden benoemd in een erfgoednota, maar kan ook voor delen worden vastgelegd in andere beleidsnota‟s, regelgeving of overkoepelende visies. Ook kan het erfgoedbeleid soms minder tastbaar zijn als het niet concreet op papier is vastgelegd, maar er wel consequent een rode draad in de uitvoering wordt gevolgd. Het verschilt heel erg per gemeente hoe hier mee om wordt gegaan. De ene gemeente regelt alles op het niveau van de structuur- of omgevingsvisie en laat dat doorwerken in de erfgoedverordening en bestemmingsplannen, terwijl de andere gemeente al het erfgoedbeleid integraal opneemt in een erfgoednota. Er is echter ook erfgoed dat zich niet in de fysieke leefomgeving bevindt, maar dat wel een sterke samenhang heeft met het erfgoed in de fysieke leefomgeving. Om dat toch integraal met elkaar te kunnen verweven heeft het de voorkeur om een nota specifiek voor erfgoed op te stellen en te hanteren.
Een erfgoednota kan ook een rol vervullen als onderlegger én nadere uitwerking ten aanzien van erfgoed voor bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. Het biedt daarnaast kansen om de cultuurhistorie beleidsmatig integraal te verweven met de actuele ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven zoals de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie.
Kijk op de STAMU website voor meer informatie.
37
38
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
7.1.1 Erfgoedbeleid (erfgoednota) Een gemeentelijke erfgoednota (ook wel erfgoedvisie of programma genoemd) vormt de basis voor het gemeentelijk erfgoedbeleid. In de erfgoednota worden de gemeentelijke missie, visie en doelstellingen ten aanzien van het cultureel erfgoed uiteengezet. Dit kan gaan over alle soorten erfgoed: archeologisch, gebouwd, mobiel & varend, roerend, immaterieel. Meestal geeft de erfgoednota een inventarisatie van het lokale erfgoed weer, waarna er aangegeven wordt welke keuzes de gemeente maakt in de omgang daarmee. Belangrijk is dat er in het proces bij de totstandkoming van een nieuwe erfgoednota ruimte is voor participatie van burgers en belangeninstellingen. Voor een inclusief en divers erfgoedbeleid is er daarbij ook oog voor hetgeen wat erfgoed vormt voor burgers van alle geaardheden, overtuigingen en culturele achtergronden binnen de gemeente. Aan de hand van het lokale beleid zoals dat in de Erfgoednota verwoord en vastgesteld is door de gemeenteraad, vindt vervolgens verankering plaats in de lokale regelgeving. De volgende paragrafen geven weer welke basale zaken onderdeel zijn van het erfgoedbeleid. Overigens beperkt het zich daar zeker niet toe en hebben ook alle andere zaken uit de volgende paragrafen en hoofdstukken betrekking op of raakvlakken met het erfgoedbeleid.
Rijksmonumenten Zaken die nationaal van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarden kunnen door het Rijk zijn aangewezen als monument. Deze van rijkswege beschermde onroerende monumenten zijn veelal de meest waardevolle historische objecten binnen een gemeente. Naast hun bovenlokale betekenis vormen ze een integraal onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorie. Rijksmonumenten zijn ingeschreven in het Monumentenregister. Het Monumentenregister is te vinden op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De aanwijzing van rijksmonumenten is voorbehouden aan de minister en is geregeld in de Erfgoedwet. De omgang met rijksmonumenten is vooralsnog, in het overgangsrecht naar de Omgevingswet, geregeld in de Monumentenwet 1988 in combinatie met de Wet algemene bepalingen omgeving (Wabo). De gemeente heeft de wettelijke taak om toe te zien op een goede zorg voor de rijksmonumenten en vormt het bevoegd gezag bij vergunningverlening.
Gemeentelijke monumenten Gemeentelijke monumenten zijn tastbare vertegenwoordigers van de plaatselijke ontwikkelingsgeschiedenis. Zij vormen het cultureel erfgoed van de gemeente en bepalen in belangrijke mate de identiteit van de plek of het gebied. Gemeentelijke monumenten onderscheiden zich van de rijksmonumenten, doordat hierbij het lokale belang van grote waarde wordt geacht.
De gemeente heeft sinds de decentralisatie van de bevoegdheden bij de Monumentenwet 1988 de mogelijkheid om zelf monumenten aan te wijzen. Een gemeente kiest dus zelf of zij objecten als gemeentelijk monument wenst te beschermen. Het is zinvol om doelstellingen met betrekking tot gemeentelijke monumenten vast te legen in de erfgoednota. Dit vormt dan mede het beleidskader en inhoudelijke motivatie bij de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. In de erfgoedverordening (of monumentenverordening) wordt juridisch de aanwijzing en de bescherming van gemeentelijke monumenten geregeld. Inventarisatie, selectie en actualisatie monumentenlijsten Om gemeentelijke monumenten te kunnen aanwijzen moet eerst de reeds aanwezige gebouwde culturele erfgoed geïnventariseerd en gewaardeerd worden. Dat noemen we het opstellen of het actualiseren van een gemeentelijke monumentenlijst. Vaak gebeurt dat door inventariserend historisch onderzoek, uitgevoerd door deskundigen, te combineren met de lokale kennis van de plaatselijke historische kring of een andere particuliere organisatie die zich bezig houdt met monumenten of cultuurhistorie. Na de inventarisatie volgt de waardering en selectie voor de gemeentelijke monumentenlijst. Dit gebeurt aan de hand van vooraf door de gemeente opgestelde of de landelijk gangbare selectiecriteria.
De gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit of monumenten heeft daarin, als onafhankelijk en deskundig adviesorgaan van de gemeente, een belangrijke rol om samen met erfgoedambtenaren, lokale deskundigen en partijen te komen tot een lijst. Het is van belang dat de lijst een evenwichtig en representatief overzicht geeft van de historische bebouwing door de tijd heen die bepalend is voor de identiteit van de gemeente. In de kennis en waardering van erfgoed is er sprake van voortschrijdend inzicht. Waar vanaf de jaren ‟80 het MIP (Monumenten Inventarisatie Project) de periode 1850-1940 voor het eerst op de kaart zette, krijgen nu andere perioden, gebouwtypen en ook structuren de aandacht. Naast de Wederopbouw zijn dit bijvoorbeeld historische industriële complexen, groenstructuren, waterwegen en stedenbouwkundige structuren. Ook de Post ‟65-periode (1965-1990) komt in de belangstelling te staan en is van grote invloed op onze hedendaagse stads- en dorpsbeelden. Daarom is het goed om de gemeentelijke monumentenlijst regelmatig tegen het licht te houden en te actualiseren. Doordat de monumentenlijsten per gemeente flink kunnen verschillen kan dit tot onevenwichtigheid leiden bij een samenvoeging van gemeenten. Harmonisatie van zowel de gemeentelijke monumentenlijst, als de selectiecriteria en het aanverwante beleid is dan noodzakelijk.
Beschermde stads- of dorpsgezichten In de Provincie Utrecht zijn er 44 van rijkswege aangewezen beschermde stads- of dorpsgezichten. Er zijn 28 van gemeentewege aangewezen beschermde stads- of dorpsgezichten. Een beschermd gezicht is een samenhangende groep van objecten, structuren en aanlegde zaken in
39
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
40
een stad of dorp die van cultuurhistorische-, bouw- en/of stedenbouwkundige waarde is. Binnen een beschermd gezicht gelden andere regels bij (ver)bouwen of slopen dan in niet beschermde gebieden, met als doel om het karakter en de waarden van het gezicht te behouden. Bij van rijkswege aangewezen beschermde gezichten zijn er (wettelijk verplicht) maatwerk regels opgenomen in het bestemmingsplan die moeten zorgen voor afdoende bescherming. De aanwijzing van beschermde gezichten kan op meerdere manieren. Gemeentelijk beschermde gezichten zijn vaak geregeld in de erfgoedverordening, maar het kan ook door middel van verankering in het bestemmingsplan. Veelal zijn er ook beeldbepalende of karakteristieke panden aangewezen. Daar gelden dan bij wijzigingen strengere regels voor dan bij neutrale panden binnen het gezicht. Ook kunnen er rijks- of gemeentelijke monumenten liggen binnen het gezicht, die hun eigen regels kennen. Bescherming Bij een van rijkswege beschermd gezicht geldt niet het vergunningsvrij zoals dat standaard van toepassing is. Alleen werkzaamheden aan zaken, niet liggend aan de openbare ruimte, of normaal onderhoud zijn vergunningsvrij. In een gemeentelijk beschermd gezicht geldt wel het standaard vergunningsvrij, tenzij dat specifiek anders is geregeld. Slopen kan bij rijksbeschermde gezichten alleen met een sloopvergunning en niet met een sloopmelding.
Bij gemeentelijk beschermde gezichten moet gemeenten zelf een sloopvergunningstelsel opnemen. Daarnaast is het zinvol om een vergunningplicht op te nemen voor de wijzigingen van objecten zichtbaar vanaf de openbare ruimte, criteria en weigeringsgronden voor nieuwbouw, aan- of verbouwingen of werkzaamheden geen bouwen zijnde.
Beeldbepalende of karakteristieke panden Veelal hebben gemeenten beeldbepalende, beeldondersteunende of karakteristieke panden aangewezen. Deze hebben zij beschermd middels de verankering van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening via het bestemmingsplan of via de erfgoedverordening. Deze panden liggen niet alleen in beschermde stads- of dorpsgezichten, waar zij integraal onderdeel van uitmaken, maar ook daarbuiten in het stedelijke of landelijke gebied. Beeldbepalende of karakteristieke panden zijn van zichzelf van cultuurhistorische waarde. Meestal geldt daarvoor echter geen integrale bescherming (ook interieur en achterkant) zoals bij monumenten, maar alleen een bescherming van de cultuurhistorische waarden die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Gemeenten nemen meestal minimaal een vergunningsplicht op voor gehele of gedeeltelijke sloop, maar het kan ook gaan om een vergunningsplicht, criteria of weigeringsgronden bij aan- of verbouwingen of werkzaamheden geen bouwen zijnde. Beeldondersteunende panden zijn meestal als individueel object niet van hele grote cultuurhistorische waarde, maar spelen een belangrijke rol als integraal onderdeel van een waardevol ensemble of structuur. Voor deze panden geldt meestal alleen een vergunningsplicht voor gehele of gedeeltelijke sloop.
Naast panden kunnen ook andere gebouwde objecten de aanduiding beeldbepalend of karakteristiek hebben.
Archeologisch erfgoed De ondergrond van de provincie Utrecht herbergt een rijk bodemarchief dat tot het collectief geheugen van een dorp, stad of gemeente en haar inwoners behoort. Dit bodemarchief is voor het grootste deel van de geschiedenis de enige bron om tot kennis te komen en daarom van groot belang. Tegelijk is dit bodemarchief beperkt voorradig en kwetsbaar. Opgravingen kunnen nooit over gedaan worden. In wetgeving is vastgelegd dat gemeenten zorg dragen voor archeologische waarden. Om daar invulling aan te geven moeten gemeenten een eigen archeologiebeleid ontwikkelen. De meeste gemeenten formuleren de kaders van hun archeologiebeleid in de Erfgoednota en gebruiken voor de nadere uitwerking van het beleid een archeologische beleidskaart die is verankerd in bestemmingsplannen (straks het Omgevingsplan).
Groen erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap Onder groen erfgoed vallen alle historische groen aanleggen zoals parken, tuinen, plantsoenen, woonwijken, bomenlanen, begraafplaatsen, verdedigingswerken, buitenplaatsen en landgoederen. Cultuurlandschappen zijn door de mens beïnvloede gevormde landschappen met groene erfgoedelementen zoals hakhoutbossen, houtwallen, agrarisch landschap, maar bijvoorbeeld ook verkavelingspatronen, sloten, legakkers, rivieren e.d.. Tussen groen erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap zit altijd een grote overlap. Het valt beiden onder cultuurhistorie. Ook de term landschappelijk erfgoed komt voor. Er zijn ook veel thema-onderwerpen die raakvlak hebben met cultuurlandschap en groen erfgoed, denk bijvoorbeeld aan buitenplaatsen en landgoederen, agrarisch erfgoed of de waterlinies. Door de woningbouwopgave, klimaatadaptatie en energietransitie is de druk op het landschap en binnenstedelijk groen de afgelopen jaren sterk toegenomen. Een gemeente kan ook voor historisch groen en landschappelijk erfgoed beleid opstellen. Dat kan worden opgenomen in de erfgoednota, maar ook in een landschapsontwikkelplan (LOP) of groenbeleidsnota. Het komt vaak ook overal in terug. Daarom is het van belang dat er een goede samenhang en integrale verwevenheid in zit.
Overige soorten erfgoed Naast gebouwd, archeologisch, groen en landschappelijk erfgoed komen we in de fysieke leefomgeving ook nog ander erfgoed tegen. Vaak in samenhang en ensemble met bovenstaande soorten erfgoed. Maritiem erfgoed is daar een goed voorbeeld van. Dat ligt vaak in historische havens, grachten en beschermde gezichten en speelt een belangrijke rol in het karakteristieke beeld daarvan. De bescherming hiervan is landelijk geregeld en niet locatie gebonden, maar door de gemeente moet er vaak
41
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
42
wel ondersteund en gestimuleerd worden om te zorgen dat het maritieme erfgoed op die specifieke locatie gehandhaafd blijft. Beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en/of verzamelingen Wanneer een gemeente een belangrijke collectie roerende (cultuur)goederen heeft en het behoud daarvan wil stimuleren, dan kunnen deze ook worden aangewezen worden en opgenomen in het erfgoedregister. Daarvoor moet deze mogelijk zijn opgenomen in de erfgoedverordening. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een waardevolle collectie met lokale kunst of een monumentale kerk met bijbehorende inventaris. Deze kan zijn waarde geheel of gedeeltelijk verliezen wanneer dit wordt gesplitst of de gemeentegrenzen verlaat. Hetzelfde geldt voor rijdend of varend gemeentelijk erfgoed. Het aanwijzen van cultuurgoederen en/of beschermde verzamelingen op gemeentelijk niveau, biedt weliswaar geen juridische bescherming, maar geeft wel een symbolische erkenning van de cultuurhistorische waarde van het goed of de verzameling voor de gemeente en draagt ook bij aan draagvlak en de bekendheid van het erfgoed in het algemeen.
7.1.2 Omgevingsvisie Met de komst van de Omgevingswet moeten gemeenten hun visie voor de gehele fysieke leefomgeving integraal vastleggen in hun omgevingsvisie. Hierbij wordt de oude gemeentelijke structuurvisie vervangen. Daarbij moet ze rekening worden gehouden met de provinciale omgevingsvisie en verordening. De omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn. Hierin moet een integrale afweging plaatsvinden tussen de verschillende onderdelen in het ruimtelijk domein. Ook bijvoorbeeld de natuurvisie gaat op in de Omgevingswet, evenals de strategische delen van het gemeentelijk milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoersplan en ook zaken die tot het sociaal domein worden gerekend, bijvoorbeeld aspecten van een gezonde leefomgeving. Gemeenten hebben (in de huidige planning) tot 2024 om een omgevingsvisie op te stellen. Eén onderdeel dat terug moet komen in de omgevingsvisie is het cultureel erfgoed. Het cultureel erfgoed vormt een belangrijk aspect voor de ruimtelijke kwaliteit en een gezonde leefomgeving. Bij het opstellen van de omgevingsvisie kan een gemeente er voor kiezen om het huidige vastgestelde beleid ten aanzien van het cultureel erfgoed zoals vastgelegd in de erfgoednota of structuurvisie één op één over te nemen.
Lang niet alle gemeenten beschikken echter over een erfgoednota en er wordt nog niet in alle erfgoednota‟s of structuurvisies gebiedsgericht op het cultureel erfgoed ingegaan (MoMo- proof, zie blz. 26 en 27). In zulke situaties is het zinvol om de cultuurhistorische waarden (alsnog) gebiedsgericht in kaart te brengen met behulp van een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK). Dit zorgt ervoor dat de gebiedsgerichte afwegingen over het cultureel erfgoed veel inzichtelijker en beter genomen kunnen worden.
Kernkwaliteiten In de omgevingsvisie moeten de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden beschreven. Die hoofdlijnen worden vaak kernkwaliteiten genoemd, ofwel het DNA, identiteitsdragers, etc.. Bij het opstellen, afwijken of bij wijzigingen van het omgevingsplan vormen deze kernkwaliteiten een richtsnoer voor de te maken afwegingen. Erfgoed vormt veelal een belangrijke pijler van deze kwaliteiten en van de identiteit van een gemeente. Het is dus zaak om goed in beeld te brengen wat er aan erfgoed is binnen de gemeente en welk gedeelte daarvan als kernkwaliteit of identiteitsdrager kan worden aangemerkt. Vervolgens kan de strategische visie ten aanzien van de kernkwaliteiten bepaald worden, inclusief de rol van het erfgoed daarin. Wat wil de gemeente met de kernkwaliteiten? Ze behouden, ontwikkelen of versterken? Wat is de doelstelling en ambitie? Een duidelijke visie hierop maakt voor initiatiefnemers duidelijk op welke wijze ze aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van kernkwaliteiten kunnen bijdragen en waar dit beleid ruimte laat voor afwijkingen.
Cultuurhistorische waarden in kaart brengen Om in het bestemmingsplan en straks het omgevingsplan rekening te kunnen houden met cultuurhistorie is het van belang om te inventariseren over welke cultuurhistorische waarden het dan gaat. Het opstellen of actualiseren van een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) is een eerste stap in dit proces.
Zelfbindend In het omgevingsplan wordt alles minder bindend dan het in het bestemmingsplan was. Daarom wordt de omgevingsvisie als strategische visie voor de lange termijn belangrijker dan de structuurvisie onder het huidige bestel. De Omgevingsvisie is overigens zelfbindend, dus alleen juridisch bindend voor het bestuursorgaan dat de visie opstelt.
De rol bij afwijkingen van het omgevingsplan Onder de Omgevingswet is het makkelijker van het omgevingsplan af te wijken dan van het bestemmingsplan. Indien zich een initiatief voordoet waarbij moet worden afgeweken, dan moet de gemeente een afweging maken, gebaseerd op de strategische visie van de gemeente die is vastgelegd in de omgevingsvisie. Deze krijgt dus een belangrijke rol. Dit geldt ook voor afwegingen rond erfgoed gerelateerde zaken. Het is dus van belang om het erfgoed goed te verankeren in de Omgevingsvisie.
7.1.3 Omgevingsplan Vergunningaanvragen voor nieuwe ontwikkelingen worden nu nog getoetst aan de regels in het bestemmingsplan en ruimtelijke verordeningen zoals de welstandsnota en erfgoedverordening. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan bestemmingsplannen op in het gemeentelijk omgevingsplan. Ook alle verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals
43
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
44
beheersverordeningen en de welstandsnota, gaan hierin op. Het deel van de erfgoedverordening dat betrekking heeft op de omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving gaat ook over naar het omgevingsplan. Delen die daar niet direct betrekking op hebben, zoals de aanwijzing van monumenten en het beschermen van cultuurgoederen gaan niet over. Ook een bomenverordening of een ligplaatsenverordening gaat niet automatisch over naar het omgevingsplan. Veelal mag dat wel aangezien ze ook betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan biedt bij voorkeur ruimte voor uitnodigingsplanologie. Met een omgevingsplan kan de gemeente er voor kiezen om alleen aan te geven wat er niet mag en daarbuiten aan initiatieven uit de maatschappij over te laten wat er gebeurt. De gemeente kan er echter ook voor kiezen om, zoals dat nu gangbaar is in het bestemmingsplan, meer gedetailleerde bestemmingen vast te leggen en te regelen wat er wel en niet kan. Het uitgangspunt is: „Alles kan, mits...‟ in plaats van „Het kan niet, tenzij....‟ Onder de Omgevingswet wordt afwijken van het omgevingsplan makkelijker. Bij afwegingen rond een vergunningsaanvraag tot afwijken zal de omgevingsvisie een belangrijke rol spelen.
Deadline 2029 voor omgevingsplan conform Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen alle bestemmingsplannen en ruimtelijke verordeningen van een gemeente samen automatisch de status van omgevingsplan. Dat voldoet op dat moment nog niet aan de eisen die de wet stelt aan een omgevingsplan. Daarom krijgen gemeenten tot (volgens huidige planning) 2029 om hun omgevingsplan op orde te brengen.
Verplichte opname cultuurhistorische waarden Voor een goede ruimtelijke ordening dienen alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte integraal te worden afgewogen, inclusief de cultuurhistorische waarden. De gemeente is verplicht een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden, het werelderfgoed en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Besluit kwaliteit leefomgeving, Bkl, art. 5.130 en art. 5.131). Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorische waarden in het gebied en daar conclusies aan verbinden die in het omgevingsplan verankerd kunnen worden. Wanneer bij het opstellen van het omgevingsplan voldoende aandacht wordt besteed aan de cultuurhistorische waarden in het plangebied kunnen deze bij nieuwe ontwikkelingen tijdig en op structurele basis worden meegewogen. Dat biedt helderheid en zekerheid aan de burgers, initiatiefnemers en belanghebbenden. In een omgevingsplan worden in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende beginselen:
Het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten en archeologische monumenten. Het voorkomen van verplaatsing van beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die monumenten. Het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden. Het voorkomen van aantasting van de omgeving van monumenten voor zover die monumenten daardoor worden ontsierd of beschadigd. Het voorkomen van aantasting van het karakter van beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen. Het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Bij verstoring van de bodem kunnen er regels worden gesteld aan het onderzoek naar de archeologische waarde of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding.
Participatie Bij het opstellen van een omgevingsplan is het van belang om burgers te betrekken om mee te denken over de wijze waarop cultuurhistorie wordt meegewogen in de ruimtelijke ordening.
Omgeving monument Onder de Omgevingswet wordt niet alleen een monument op zichzelf beschermd. De gemeente krijgt de (zorg)plicht om aantasting te voorkomen van de omgeving van rijks- en gemeentelijke monumenten, voor zover die aantasting een negatieve invloed heeft op het aanzicht of de waardering van die monumenten (AMvB, artikel 5.72 lid 4). Het gaat hierbij dus niet alleen om een visuele verstoring, maar ook om aspecten die van invloed zijn op de waardering van het monument. Dat kan dus ook gaan om de (openbare) inrichting van de directe omgeving of invloeden die het oorspronkelijk gebruik van het monument belemmeren. De gemeente kan rekening houden met de omgeving van het monument door daarvoor regels op te nemen in het omgevingsplan en bij vergunningverlening er op toe te zien dat er rekening mee wordt gehouden. Dat betekent dat ten aanzien van alle monumenten bepaald moet worden wat beschouwd dient te worden als de omgeving van het monument. Dit kan per monument verschillen. Een omgeving van een monumentaal pand in een gevelwand heeft een andere reikwijdte dan de omgeving van een kerktoren, boerderij of buitenplaats. Hoe ver deze monumentenbiotoop moet reiken en hoe streng deze regels kunnen of moeten zijn, moet nog op basis van jurisprudentie uitkristalliseren.
Dit benadrukt het belang om in de omgevingsvisie een duidelijke visie op het aanwezige erfgoed (inclusief monumenten en de „omgeving van monumenten‟) vast te leggen.
45
46
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
Aanduiden van monumenten in het omgevingsplan Vanwege het algemene integrale karakter van het omgevingsplan is het opnemen van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in het omgevingsplan verplicht. Dit is in het bestemmingsplan nog niet verplicht, al werd dat al wel veel gedaan. Opname in de verbeelding geeft veel meer helderheid bij initiatiefnemers en voorkomt verwarring bij de vergunningverlening. Ook kan er hierdoor betere rekening gehouden worden met de omgeving van het monument.
7.1.4 Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie
Erfgoedverordening Sinds 2009 is iedere gemeente verplicht om een erfgoedverordening (monumentenverordening) te hebben om daarmee ook het bevoegd gezag te kunnen zijn ten aanzien van rijksmonumenten. De Erfgoedverordening is geen beleidsnota maar bevat regels en voorschriften voor de bescherming en instandhouding van het gemeentelijke cultureel erfgoed. Dit betreft minimaal de gebouwde gemeentelijke monumenten en het vangnet archeologie. Ook regels voor karakteristieke panden, beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen, evenals gemeentelijke cultuurgoederen of verzamelingen (roerend erfgoed) kunnen in de Erfgoedverordening worden opgenomen. Het is aan de gemeente om hierin een keuze te maken, bij voorkeur ondersteund door een erfgoednota. Bij het ontbreken van een erfgoednota kunnen bepaalde beleidsmatige zaken ook worden aangegeven in de toelichting, zodat de regels uit de verordening op de juiste manier worden geïnterpreteerd. Actualisatie erfgoedverordening voor de Omgevingswet Het is niet noodzakelijk om de erfgoedverordening aan te passen vanwege de invoering van de Erfgoedwet uit 2016. Dat is echter wel aan te raden voor de invoering van de Omgevingswet als alle zaken uit het overgangsrecht in de Erfgoedwet overgaan van de Monumentenwet 1988 naar de Omgevingswet.
Het is dan zo dat oudere erfgoedverordeningen qua terminologie, wettelijke grondslagen en verwijzingen niet meer kloppen. Dit kan verwarring en onduidelijkheden veroorzaken. De VNG heeft in juli 2021 de modelverordening Erfgoedverordening 2016 gewijzigd om deze te actualiseren naar de terminologie, wettelijke grondslagen en verwijzingen van de Omgevingswet. Erfgoedregister en cultuurgoederen Vergelijkbaar met het rijksmonumentenregister in de Erfgoedwet benoemt de VNG in de model-Erfgoedverordening 2016 de verplichting tot het opstellen van een gemeentelijk erfgoedregister. Dit bevat gegevens over de inschrijving en identificatie van de gemeentelijke beschermde monumenten. De onderbouwing van de beschermde status, dat wil zeggen de belangenafweging en de redengevende omschrijving, staat niet in het register. De redengevende omschrijving blijft wel deel uitmaken van het besluit tot aanwijzing van het monument en houdt zijn functie als toetsingskader bij de vergunningverlening. Daarin verandert niets. Het gemeentelijk erfgoedregister heeft als primair doel om de plaats en omvang van de beschermde monumenten te registeren.
Wkpb: registratie in Kadaster en straks in het omgevingsplan Tot op heden is de registratie van een monument in het Kadaster op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) bepalend of het juridisch ook daadwerkelijk de geldende status van monument heeft. Wanneer een monument wèl in het rijksmonumentenregister staat vermeld, maar de beperking is niet vastgelegd in het kadaster, dan is de aanwijzing niet geldig en het monument niet beschermd. Het kadaster heeft dus het primaat boven de vermelding in het rijksmonumentenregister of het gemeentelijke monumentenregister. Onder de Omgevingswet vervalt dit voor het gemeentelijke monumenten en dient het derhalve geregistreerd te staan in het omgevingsplan. Daarbij is het dus van belang dat de gemeente goed een gemeentelijk erfgoedregister bijhoudt. Het is dus ook van belang om te zorgen dat dit actueel is om problemen hiermee te voorkomen. Instandhoudingsplicht Al onder de Monumentenwet 1988 is er in de loop der jaren jurisprudentie ontstaan (met name bij rijksmonumenten) dat de daarin opgenomen bepalingen over de omgang met het monument ook impliciet betekenen dat een eigenaar de verplichting heeft om zijn monument ook in stand te houden (gedegen onderhoud, wind en waterdicht). Inmiddels is dat ook wettelijk erkend en verankerd voor rijksmonumenten.
Deze jurisprudentie en erkenning hebben ook zijn doorwerking op gemeentelijke monumenten, maar toch is dit minder evident en uitgekristalliseerd dan bij rijksmonumenten. Om juridische discussie te voorkomen is het dus altijd zinvol om de instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten als expliciete bepaling op te nemen in de erfgoedverordening of het omgevingsplan.
Welstandsnota / Nota Ruimtelijke Kwaliteit Elke gemeente legt in een zogenaamde welstandsnota vast welke welstandscriteria er binnen de gemeente gelden. Als iemand wil gaan bouwen, moet dat bouwwerk architectonisch in de omgeving passen. In een welstandsnota kan dus ook vastgelegd worden dat een nieuw bouwwerk moet aansluiten bij de cultuurhistorische waarden van de straat of gebied. Zeker bij beschermde- stads of dorpsgezichten is dat van belang. De welstandscriteria uit de Welstandsnota mogen de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan toestaat (zoals het bouwvolume) niet onmogelijk maken. Bij de welstandsbeoordeling mag wèl een relatie worden gelegd met de planologische aspecten. Als het bestemmingsplan ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Om wèl echt te kunnen sturen op de bouwmogelijkheid kunnen er regels voor cultuurhistorie opgenomen worden in het bestemmingsplan. Daarbij kan ook geregeld worden dat de welstands- en/of monumentencommissie daarover moet adviseren.
47
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
48
Voor een integrale afweging en beoordeling van de gewenste ruimtelijke kwaliteit bij omgevingsvergunningsaanvragen en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving is het van groot belang dat het welstandsbeleid en erfgoedbeleid op elkaar zijn afgestemd en met elkaar verweven.
Ruimtelijke ordening en cultuurhistorie Een bestemmingsplan vormt een gemeentelijk instrument waarin de gebruiksen bouwmogelijkheden voor een gebied worden vastgelegd. Op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden voor een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen aan de aangewezen gronden in het plan (bestemming en verbeelding). Ook worden daarbij regels gesteld voor het gebruik van de grond en de daarop staande bouwwerken. De keuzes die een gemeente hierbij maakt moeten goed onderbouwd zijn (toelichting). Verplicht rekening houden met cultuurhistorische waarden Op grond van artikel 3.1.6 vijfde lid, onderdeel a. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten gemeenten een beschrijving opnemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige, of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hiermee zijn gemeenten uitdrukkelijk verplicht om de cultuurhistorische waarden mee te laten wegen bij het opstellen van het bestemmingsplan. De opname van deze verplichting komt voort uit de MoMo uit 2009 om de cultuurhistorische waarden breder in de ruimtelijke ordening te verankeren (blz. 26 en 27). Bij ingang van de Omgevingswet komt de Bro te vervallen en gaat dit artikel aangevuld en nader gespecificeerd over naar artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (zie blz. 44).
Het betekent dat gemeenten vooraf een inventarisatie en analyse moeten uitvoeren van de aanwezige cultuurhistorische waarden en moeten motiveren op welke wijze zij die meewegen en borgen in het bestemmingsplan. Dat kan de gemeente doen op basis van het vastgestelde beleid ten aanzien van cultuurhistorie en erfgoed zoals zij dat heeft vastgelegd in de gemeentelijke erfgoednota, structuurvisie, omgevingsvisie of andere beleidsdocumenten. Dat werkt twee kanten op. De gemeente moet goed motiveren waarom zij bijvoorbeeld de cultuurhistorische waarden niet of nauwelijks beschermt in het bestemmingsplan en zij moet motiveren waarom ze (bepaalde) cultuurhistorische zaken juist wel goed beschermt in het bestemmingsplan en daarmee regels en beperkingen oplegt. Verankering cultuurhistorische waarden Het bestemmingsplan biedt naast de erfgoedverordening goede instrumenten om de cultuurhistorische waarden van objecten, structuren en gebieden verankering en bescherming mee te geven. Het voordeel is dat er veel meer zaken gebiedsgericht geregeld kunnen worden. Naast het geven van aanduidingen kan er gewerkt worden met dubbelbestemmingen om aan te geven op welke wijze onderdelen gewaardeerd zijn en welke regels daarvoor gelden.
Omdat het soms lastig is om specifieke waarderingen, dubbelbestemmingen en objectaanduidingen goed weer te geven op de plankaarten kan er ook gewerkt worden met een algemene dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie voor grotere gebieden, wat vervolgens in een aparte cultuurhistorische beleidskaart in detail verder is uitgewerkt en aangeduid. Belangrijk is daarbij wel dat in het bijbehorende
artikel in de regels een duidelijke link naar deze cultuurhistorische beleidskaart wordt gelegd. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten hoef je niet direct iets te regelen in het bestemmingsplan, aangezien dat al geregeld is in de Wabo en de Erfgoedverordening, maar is het wel van belang om ze aan te duiden. Het is daarnaast mogelijk om in het bestemmingsplan aanvullende bepalingen op te nemen voor Rijks- en gemeentelijke monumenten die bijvoorbeeld betrekking hebben op de omgeving van monumenten, voorwaarden voor vervangende nieuwbouw na eventuele sloop of op woningsplitsing van bijvoorbeeld historische boerderijen. Een afgebakend gebied kan worden beschermd met een algemene bouwregel en gebruiksregel die als voorwaarde heeft dat de ruimtelijke karakteristiek en de cultuurhistorische waarden van het gebied of specifieke bouwwerken/objecten niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord of vernietigd. Voor specifieke bouwwerken/objecten kunnen ook specifieke bouwregels, regels die betrekking hebben op het 'uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' (voorheen aanleg) en/of regels voor sloop, worden opgenomen. Daarbij kunnen deze bouwwerken of objecten worden aangeduid in verschillende gradaties zoals beeldbepalend of karakteristiek en beeldondersteunend (zie ook blz. 40).
Bij de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is het van belang om aan te geven dat het alleen kan mits hiermee het bepaalde ten aanzien van de cultuurhistorie in acht wordt genomen. Naast de bovengrondse cultuurhistorische waarden wordt ook de gemeentelijke archeologie zoveel mogelijk opgenomen en verankerd in het bestemmingsplan. In de erfgoedverordening hoeven dan uiteindelijk alleen maar zogenaamde vangnet bepalingen te worden opgenomen voor archeologie.
Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart Om invulling te geven aan de wettelijke taak ter bescherming van de archeologische waarden moeten gemeenten een eigen archeologiebeleid ontwikkelen. Hierin moeten de wettelijk meegegeven uitgangspunten voor archeologie worden meegenomen (zie blz. 25).
De eerste stap hiervoor is het in kaart brengen van archeologische waarden. Deze wordt vastgelegd in een zogenaamde archeologische verwachtingskaart. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting van „aantoonbare‟ te verwachten waarden onder de Omgevingswet, dient dit alles goed onderbouwd te zijn. Meestal gebeurt dat in de vorm van een rapport. Op basis van de verwachtingskaart kan vervolgens een archeologische beleidskaart worden opgesteld, waarbij naast de wettelijke uitgangspunten ook de lokale beleidsmatige aspecten en bijvoorbeeld een eigen gemeentelijke archeologische onderzoeksagenda worden meegenomen. Op de kaart kunnen verschillende verwachtingen worden opgenomen, met navenante
49
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
50
oppervlaktegrenzen en bijbehorende regels. De archeologische beleidskaart dient vervolgens verankerd te worden in het bestemmings- of omgevingsplan.
De archeologische verwachtings- en beleidskaarten moeten afhankelijk van voortschrijdend inzicht periodiek worden aangepast of vervangen. Voorbeelden van voortschrijdend inzicht zijn naast afgeronde onderzoeken, nieuwe bodemkaarten, vondsten van particulieren en vrijwilligers en aandacht voor waterbodems en conflictarcheologie. Het voordeel van een actuele beleidskaart is tweeledig. Het zorgt voor het principe dat archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond worden behouden en het voorkomt onnodig onderzoek. Dat is gunstig voor inwoners (bedrijven en burgers) die op deze manier door het principe „de verstoorder betaalt‟ niet onnodig op kosten worden gejaagd.
Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart Om een goed inzicht te krijgen van het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving van de gemeente is het zinvol om een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) op te stellen. Op de cultuurhistorische waardenkaart wordt in beeld gebracht wat er aan cultuurhistorie aanwezig is binnen de gemeente en wat de waarde daarvan is. Dit biedt ook kansen voor participatie van burgers en belangenbehartigende organisaties. Met de komst van de Omgevingswet is het van belang dat de cultuurhistorische waardenkaart actueel en volledig is, zodat deze goed als onderlegger kan dienen voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De cultuurhistorische waardenkaart is een handig hulpmiddel bij de formulering voor beleid wat er mee te gaan doen (behouden, versterken, ontwikkelen). Vaststelling als beleid en verankering Het is van belang dat de cultuurhistorische waardenkaart ook wordt vastgesteld door de raad. Hierdoor dient deze niet enkel meer als informatiebron, maar geeft deze ook kaders en sturing bij het opstellen van beleid en ontwikkelingen. Een belangrijke vervolgstap is de verankering van de cultuurhistorische waardenkaart in de ruimtelijke ordening via het bestemmingsplan of het omgevingsplan.
Hierdoor kan het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving beer gebiedsgericht en integraal in de uitvoering meegewogen worden bij ontwikkelingen en omgevingsvergunningsaanvragen. Inhoud van een cultuurhistorische waardenkaart Het is belangrijk om als gemeente goed na te denken over de verschillende aspecten die zij wil opnemen op de cultuurhistorische waardenkaart en het benodigde detailniveau. Dit laatste is van belang voor de hoeveelheid (aanvullend) onderzoek die gedaan moet worden als zich een concreet initiatief voordoet. Voor het maken van een cultuurhistorische waardenkaart is veel informatie beschikbaar. In deze wegwijzer komen diverse bronnen aan bod en op de website van het STAMU zijn er ook veel terug te vinden. Op een goede waardenkaart staan in ieder geval de volgende zaken: Rijksmonumenten
UNESCO-Werelderfgoed Gemeentelijke monumenten Beeldbepalende/karakteristieke panden Beschermde stads- en dorpsgezichten Historische stedenbouwkundige structuren Historisch geografische structuren en elementen Cultuurlandschap en bijbehorende elementen Groen erfgoed Cultuurhistorische hoofdstructuur Provincie (CHS) Archeologische waarden (in geval van een aanwezige archeologische beleidskaart volstaat een heldere verwijzing of een koppeling)
Digitaal beschikbaar Het is zinvol om de cultuurhistorische waardenkaart te digitaliseren en in een GIS systeem te zetten. Dit biedt voordelen bij het toegankelijker maken daarvan. Op deze manier kunnen de gegevens als kaartlagen straks onder de Omgevingswet ook beter in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden ingevoerd.
Landschap & landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse Als een gemeente buitengebied heeft of er zijn waardevolle landschappen en bebouwde gebieden te vinden, dan is het raadzaam om een landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse op te laten stellen. Dit kan ter ondersteuning dienen bij het opstellen van visies, beleidsstukken en bestemmingsplannen of het omgevingsplan. Het kan enerzijds gaan over een groot gebied (zoals het Groene Hart), maar het kan ook specifiek gaan over een polder of een wijk. Met een dergelijke analyse kan met beeld en tekst belicht worden hoe onder invloed van mens en natuur in de loop der tijd een gebied of landschap zich ontwikkeld heeft. Het doel van een dergelijke biografie of analyse is dat de specifieke waarden van een gebied aan het licht komen. Het biedt een handig hulpmiddel bij het principe van behoud door ontwikkeling. Daarnaast is het aan te raden de uitkomsten van een landschapsbiografie of cultuurhistorische analyse mee te nemen in het erfgoedbeleid en/of in de cultuurhistorische waardenkaart (CHWK). Inhoud Een landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse bestaat niet alleen uit de landschappelijke of stedenbouwkundige component, maar is een integraal onderzoek vanuit de verschillende vakgebieden.
Dit zijn wetenschappelijke analyses zoals geologie, ecologie, archeologie en cultuurhistorie, maar ook juist de sociale analyses kunnen hiervan onderdeel uitmaken. Bijvoorbeeld economie, religie en verhalen van mensen uit de omgeving. Inzicht in de wetenschappelijke en sociale kwaliteiten kan dienen als inspiratiebron bij ontwerpopgaven en voor het opstellen van randvoorwaarden voor behoud en inpassing. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft handreikingen over een landschapsbiografie of gebiedsbiografie opgesteld, zoals de „Gebiedsbiografie als basis voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving‟. Ook ter inspiratie voor gemeenten is er het „Panorama
51
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
52
Landschap‟ van de RCE. Zij hebben het Nederlandse landschap in 78 regio‟s verdeeld en voor allen een karakterschets en geschiedenis van het landschap geschreven. Dit kan onder meer als basis dienen voor een landschapsbiografie.
Beeldkwaliteitsplannen Bij grotere, maar soms ook kleinere gebiedsontwikkelingen wordt vaak een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hierin wordt in een vroeg stadium de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling vastgelegd in tekst en beeld. Ook dient het vaak als verlengstuk van de welstandsnota. Het is van belang om ook het aanwezige cultureel erfgoed nadrukkelijk een plaats te geven in beeldkwaliteitsplannen. Zowel voor het behoud alsook voor de versterking daarvan. Een cultuurhistorische waardenkaart, maar juist ook een gedetailleerdere landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse kan als input dienen voor een beeldkwaliteitsplan. Veelal kan het cultureel erfgoed juist ook als onderlegger dienen voor het beeldkwaliteitsplan en de verdere uitwerking van de ontwikkeling.
7.1.5 Groenbeleid & landschapsontwikkelplan Oude groenelementen maken het verleden beter zichtbaar. Ze accentueren de historische structuren en geven de omgeving sfeer en karakter. In alle gemeenten komt cultuurhistorisch waardevol groen voor. Vaak in de vorm van historische groenstructuren en park-/en tuinaanleggen, maar ook in de vorm van individuele historische bomen of lanen, houtwallen of houtopstanden. In de klassieke monumentenzorg werd hier veelal minder aandacht aan besteed en lag de focus meer op gebouwde elementen. Toch staat of valt de beleving van de gebouwde cultuurhistorische omgeving vaak met de tussengelegen of omringende groenstructuren. Vandaar dat we in de hedendaagse erfgoedzorg, waarbij we integraal naar het gebied en de omgeving kijken, ook het groenaspect meenemen in beleid en regelgeving. Voor het behoud en de bescherming van groen erfgoed is het van belang om het als integraal onderdeel op te nemen in het gemeentelijk groenbeleid. Dat kan in diverse beleidsstukken verwerkt worden zoals de omgevingsvisie, groenbeleidsnota, het landschapsontwikkelplan en/of groenstructuurplan.
Groenbeleid Gemeentelijk groenbeleid gaat over het bestaande (historisch) groen, maar ook over groen dat nog (verder) ontwikkeld kan worden. Hierbij kan gekeken worden naar de van oorsprong aanwezige groenstructuren, maar ook naar de samenhang tussen groen, water, historische structuren en de gebouwde omgeving. Groen, water, landschap en erfgoed dragen bij aan een aantrekkelijke, gezonde, veilige en klimaatbestendige omgeving. Groenstructuren spelen veelal ook een verbindende rol tussen straten en wijken en tussen de naburige stedelijke omgevingen. Ze vervullen daarbij een belangrijke stedenbouwkundige en landschappelijke functie. In het groenbeleid kunnen voorwaarden worden gesteld om het cultuurhistorische groen als een belangrijke pijler mee te nemen bij het beheer en de ontwikkeling van het gemeentelijk groen. Ook kan gestimuleerd worden dat particulier historisch waardevol groen in stand wordt gehouden en wordt versterkt.
Er zijn een aantal onderdelen voor het behoud van cultuurhistorisch waardevol groen belangrijke om op te nemen in het groenbeleid. Dit zijn:
Een groenvisie geeft een beeld waar je naar toe wil als gemeente met het groen in de gemeente. Dit hoeft niet alleen te gaan over groen in eigen eigendom, maar ook groen in de bebouwde kom en het buitengebied of de aanleg van nieuw groen. Hierin is ook plaats voor cultuurhistorisch groen en wat dit bijdraagt aan het groene karakter van een stad/dorp of buitengebied. Een groenstructuurkaart maakt als geheel en op wijkniveau inzichtelijk wat de belangrijkste (historische) groenelementen en structuren zijn. Een bomenkaart of bomenregister geeft aan waar de cultuurhistorisch waardevolle bomen staan, zowel in de openbare ruimte als op particuliere grond.
Daarnaast kan ook in de gemeentelijke omgevingsvisie en het omgevingsplan cultuurhistorisch groen worden benoemd als onderdeel van het landschap en erfgoed. Het is aan te raden bij de cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) een laag of onderliggende (thema)kaart toe te voegen met de aanwezige cultuurhistorische groen elementen.
Beschermingsmogelijkheden De provincie Utrecht heeft instructieregels in de provinciale omgevingsverordening met betrekking tot landschap en groen erfgoed. Die moeten worden opgevolgd en/of doorvertaald naar het gemeentelijke beleid. Voor groen erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap kunnen regels worden opgesteld, bijvoorbeeld in een bomenverordening, bestemmingsplannen of het omgevingsplan. Denk daarbij aan regels om beeldbepalende en/of monumentale bomen te beschermen via een kapvergunning of aanlegvoorwaarden rondom houtopstanden, landschapselementen en –structuren. Ook kunnen historische groenaanleggen zoals structuren, landgoederen en buitenplaatsen, erven, tuinen en parken beschermd worden als monument.
7.1.6 Gemeentelijke adviescommissie Het college van burgemeester en wethouders is in vrijwel alle gevallen het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Om de deskundigheid bij de beoordeling van omgevingsvergunningen voor rijksmonumenten te borgen, is een gemeente verplicht om een commissie in te stellen die daarover adviseert. De traditionele term voor een dergelijke adviescommissie was de monumentencommissie. Veel gemeenten hebben naast rijksmonumenten ook gemeentelijke monumenten, beschermde gezichten en cultuurhistorie verankerd in de ruimtelijke ordening. Ook is er advisering voor de welstand, hetgeen belegd is/was bij de welstandscommissie. De adviestaak van de commissies is in de loop der jaren steeds breder geworden. De meeste commissies zijn dan ook overgegaan naar één geïntegreerde adviescommissie. Een geïntegreerde adviescommissie wordt vaak CRK,
53
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
54
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit genoemd maar ook wel Commissie Beeldkwaliteit of Commissie Omgevingskwaliteit. Niet alleen voorkomt dit dubbele en soms tegenstrijdige welstands- en monumentenadviezen, maar het bevordert ook de integrale visie op de leefomgeving zoals de Omgevingswet dit vraagt. Gemeenten kunnen een eigen monumentencommissie en/of welstandscommissie hebben, maar zijn ook vaak aangesloten bij een provinciale organisatie die de monumenten en welstandsadvisering verzorgt, zoals MooiSticht in de provincie Utrecht. De bestaande regels voor de commissies voor welstand, monumenten en ruimtelijke kwaliteit worden per 1 juli 2023 bij ingang van de Omgevingswet opgevolgd door een nieuw stelsel van onafhankelijke advisering. Hierbij gaat de bestaande commissie niet automatisch over. Het is verplicht om opnieuw een gemeentelijke adviescommissie in te stellen. Hiervoor hebben o.a. de VNG en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit in 2020 een modelverordening en een handreiking opgesteld. Het model is zo opgesteld dat de bestaande commissies zo naadloos mogelijk in het nieuwe adviesstelsel kunnen worden opgenomen.
7.1.7 Toezicht en Handhaving Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk om toezicht en handhaving op erfgoed afdoende prioriteit te geven in de uitvoering en om dit beleidsmatig goed vast te leggen. Dat kan in de integrale handhavingsnota en het onderliggende uitvoeringsprogramma.
7.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? Erfgoednota en erfgoedverordening De erfgoedverordening dateert van 2009. Deze is niet aangepast aan de Wabo, en ook (nog) niet aan het vergunningvrije bouwen. Dit is geen bewuste keuze. Bij gemeentelijke monumenten zijn daarmee juridisch meer activiteiten vergunningplichtig dan bij rijksmonumenten. De erfgoedverordening is daarmee tevens niet aangepast aan de Erfgoedwet (uit 2016). De gemeente is hierdoor niet voorbereid op de invoering van de omgevingswet. Hierdoor is er geen koppeling gelegd met de zorgplicht en is het optreden in het kader van de instandhoudingsplicht juridisch niet geborgd. Ook bestaat er hierdoor niet de mogelijkheid van het aanwijzen van gemeentelijke cultuurgoederen (een los element wat van specifieke waarde is voor de geschiedenis van de gemeente, zoals bijvoorbeeld losse interieuronderdelen van een kerk of het gemeentehuis).
(2014,2018) In de erfgoedverordening is het vragen van bouwhistorisch onderzoek niet verankerd. (2014,2018) De gemeente heeft geen specifiek beleid opgesteld ten aanzien van erfgoed. Hier is wel behoefte aan. (2018)
Bestemmingsplan In de bestemmingsplannen is aandacht voor archeologie en voor de gebouwde monumenten en voor het cultuurlandschap. Er is weinig tot geen aandacht voor historische stedenbouw en historische geografie en bouwhistorische waarden. (2014)
Gebouwd erfgoed Er is geen beleid opgesteld voor het gebouwde cultureel erfgoed. (2014) De MIP-lijst is gehanteerd als lijst van karakteristieke panden. Hier is geen verder beleid voor opgesteld (ook niet in bestemmingsplannen). (2014) In de bestemmingsplannen waren in het verleden alle MIP panden aangegeven. In de meest recente plannen zijn deze van de verbeelding verdwenen en ontbreekt hier beleid voor. (2014) Er is geen specifieke aandacht voor interieurensembles en waardevolle interieurs. Naar interieurs wordt wel gekeken bij aanvragen bij monumenten, voor zover deze onder de bescherming vallen (vast zitten). Voor zover bekend zijn er geen waardevolle interieurensembles in de gemeente aanwezig. (2018) Er is geen specifiek beleid ten aanzien van herbestemming. (2014) De gemeentelijke monumentenlijst is tot stand gekomen in de jaren 1997-1999. Sindsdien is een enkele afgevoerd. Er heeft sindsdien geen actualisatie plaatsgehad. (2014)
55
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
56
In de gemeentelijke monumentenlijst is geen aandacht geschonken aan de Wederopbouw. (2014,2018) In de gemeentelijke monumentenlijst is geen aandacht geschonken aan grotere structuren, zoals groen- of waterstructuren. (2014)
Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart De gemeente beschikt over een archeologische beleidskaart die is geïmplementeerd in een deel van de bestemmingsplannen. De gemeente wil een parapluplan opstellen na actualisatie van alle bestemmingsplannen.
(2014) De gemeente is afgelopen periode bezig geweest met de evaluatie van het archeologie beleid. Er waren plannen de bouwblokken geheel vrij te geven en een verruiming van ondergrenzen door te voeren op locaties met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde. Deze plannen zijn in strijd met de monumentenwet en niet te onderbouwen door de archeoloog van de ODRU die is ingehuurd door de gemeente. (2014) De gemeente heeft geen eigen onderzoeksvragen met betrekking tot archeologie, maar denkt er wel over na in het kader van de evaluatie van het beleid. (2014) De gemeente heeft sinds 2014 archeologische waarden in alle bestemmingsplannen opgenomen. De meer op maat gerichte aanpak, waarmee archeologische waardevolle „kansgebieden‟ preciezer kunnen worden aangeduid, heeft de kans op „overbodig‟ onderzoek inderdaad verkleind. (2018) Conflictarcheologie en in het bijzonder archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog zijn meegenomen in het gemeentelijk archeologiebeleid. Het betreft puntlocaties. (2018) Waterbodems zijn meegenomen in het archeologische beleid van de gemeente. Deze kennen dezelfde beleidsvoorwaarden als behorende bij een „gewone‟ archeologische verwachting. (2018)
Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart De gemeente beschikt (nog) niet over een cultuurhistorische waardenkaart. De wens hiertoe bestaat wel nadrukkelijk bij de ambtenaren. (2014) Voor informatie over de aanwezige cultuurhistorie in het gebied wordt onder meer gebruik gemaakt van het “Handboek Linten in de leegte”. Daarnaast staan een aantal karakteristieke landschapselementen als beschermd vermeld in het bestemmingsplan. (2014) Er is een cultuurhistorische waardenkaart gemaakt (in concept klaar in mei 2018, wordt mogelijk vastgesteld in het najaar van 2018). Ten behoeve van de cultuurhistorische waardenkaart heeft een inventarisatie plaats gevonden van karakteristieke panden, historische stedenbouw, historische geografie en
cultuurlandschap, parken en tuinen. (2018) In de nieuwe cultuurhistorische waardenkaart zijn karakteristieke panden aangegeven. Hier is verder nog geen beleid voor opgesteld (ook niet in bestemmingsplannen). (2018) In het kader van Oudewater 750 jaar wordt cultuurhistorie breed gedragen door de bevolking. Dit heeft zich (nog) niet vertaald in beleid.
(2014) Landschap & landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse De gemeente kent een lijst met beschermde bomen waar waardevolle en karakteristieke bomen in de kern en omliggende landschap (ook particulieren bomen) beschermd zijn incl. de knotbomen. (2014,2018)
Omgevingsvisie en omgevingsplan De gemeente beschikt nog niet over een omgevingsvisie. De pilot voor een omgevingsplan voor de binnenstad is inmiddels stopgezet. (2018)
Gemeentelijke Adviescommissie De gemeente is aangesloten bij MooiSticht (voorheen Welstand en Monumenten Midden Nederland) die werkt met een geïntegreerde commissie ruimtelijke kwaliteit. (2014,2018)
7.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? Erfgoedbeleid (algemeen) De gemeente heeft geen vastgesteld erfgoedbeleid. Er is enige behoefte aan, maar de capaciteit ontbreekt om dit op te pakken. De gemeentelijke monumentenlijst is voor het laatst geactualiseerd in 2020. Bij een actualisatie vindt er een evaluatie plaats van de bestaande lijst en wordt er geïnventariseerd welke categorieën en/of objecten er nog aan toe gevoegd kunnen worden. Sinds 2018 is er één nieuw (gebouwd) gemeentelijk monument aangewezen. Sinds 2018 zijn er geen geen gemeentelijke en rijksmonumenten afgevoerd van de lijst (incl. verleende omgevingsvergunningen voor sloop). De gemeente verwacht de komende twee jaren ook geen nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Er zijn nog diverse categorieën monumenten die ontbreken op de gemeentelijke monumentenlijst zoals archeologie, industrieel, Wederopbouw, Post 65 (1965-1990), stedenbouwkundige structuren en groen. De gemeentelijk en/of van rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten hebben een gemiddeld beschermingsregime. Hierbij zijn er welstandscriteria voor vervangende nieuwbouw en zijn er op cultuurhistorische gronden een sloopvergunningsstelsel en regels voor wijzigingen aan het exterieur.