A04. bijlage Wegwijzer van de toekomst Oudewater.pdf
Tekst van het document
Zie „Instandhoudingsplicht rijksmonumenten, een handreiking voor gemeenten‟.
9.1.2 Gebouwd Erfgoed
Bouw- en cultuurhistorisch onderzoek De redengevende omschrijvingen van monumenten worden gebruikt bij de beoordeling van wijzigingen aan het monument. Ze zijn echter niet allesomvattend en bevatten alleen die informatie die juridisch nodig was ten tijde van de aanwijzing van het monument. Lang niet alle onderdelen van het monument worden (in detail) omschreven, terwijl het monument wel in zijn geheel beschermd is. Om echt inzicht te krijgen in de monumentale waarden van een rijksmonument is het vaak van belang om een cultuur- en bouwhistorisch onderzoek uit te voeren. Door in een vroeg stadium bouwhistorisch onderzoek te laten doen, voorafgaand aan de planvorming, wordt duidelijkheid verschaft aan de initiatiefnemer en ontwerper van de plannen met welke waardevolle onderdelen rekening gehouden moet worden. Bouwhistorisch onderzoek voorkomt dat door gebrek aan kennis waardevolle onderdelen worden aangetast en historische elementen verloren gaan. Inzicht in de bouwhistorische waarde van een object en de specifieke onderdelen vormt de basis voor de besluitvorming bij ontwikkelingen en omgevingsvergunningsaanvragen. Niet in alle gevallen is dit bij de beoordeling van bouwplannen een vereiste, bijvoorbeeld niet bij kleinschalige ingrepen aan overduidelijk niet historische onderdelen.
De afweging of bouw- en cultuurhistorisch onderzoek nodig is wordt gemaakt door de behandelende ambtenaar wanneer deze over voldoende inzicht en kennis beschikt, of door de monumentencommissie.
Voor het juist uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek zijn algemene richtlijnen opgesteld waaraan dit onderzoek moet voldoen.
Herbestemming Door de veranderingen in de tijd en in de maatschappij verandert ook het gebruik van gebouwen, terreinen en landschappen. Als de huidige functie verloren gaat dreigt het risico van leegstand en verval en daarmee het verloren gaan van belangrijke cultuurhistorische waarden. Het is dan ook van groot belang dat monumenten worden gebruikt. „Behoud door ontwikkeling‟ vormt al lange tijd het adagium. Het geven van een nieuwe functie aan een oud gebouw is van alle tijden. Vele monumenten kennen een roemrijk verleden waarin zij voor verschillende doeleinden zijn gebruikt. Bij een nieuwe functie horen ook vaak aanpassingen. Het vraagt om een soepel meebewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen en het vraagt om een goede afweging tussen het behoud van de cultuurhistorische waarden enerzijds en het voldoen aan de ruimtelijke en functionele eisen van het nieuwe gebruik anderzijds. Hierbij kan de transformatieruimte per object sterk verschillen. De cultuurhistorische waarden zijn daarbij geen last, maar kunnen juist als inspiratiebron worden gebruikt bij nieuwe ontwikkelingen. De rol van de gemeente Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen bij herbestemming, zonder dat dit direct geld hoeft te kosten. Bij het opstellen van bestemmingsplannen/omgevingsplannen kunnen stimulerende regels worden opgenomen die herbestemming vereenvoudigen.
Bijvoorbeeld door het mogelijk maken van het splitsen van vrijkomende agrarische bebouwing in twee wooneenheden. Ook is het mogelijk om flexibiliteit in te bouwen door aan monumenten of panden van cultuurhistorische waarde een ruime functieomschrijving toe te wijzen. Dit voorkomt langdurige en kostbare procedures om het bestemmingsplan te wijzigen. Of door in de regels afwijking van het bestemmingsplan mogelijk te maken als de cultuurhistorische waarden behouden blijven of zelfs worden versterkt.
Leegstand Als gevolg van de huidige ontwikkelingen in de maatschappij dreigt er voor monumenten en historische gebouwen ook leegstand. Vooral veel kerken, boerderijen, industriële complexen, oude schoolgebouwen en winkels verliezen hun functie. Het zoeken naar nieuwe gebruikers vraagt inzicht in de mogelijkheden en kennis van wat er leegstaat en waar de vraag ligt. Het gevaar ligt op de hoek dat er al snel gekeken wordt naar herontwikkeling van de locatie zonder het behoud van de historische bebouwing. Een gemeente kan een faciliterende rol spelen bij het zoeken van nieuwe geschikte functies. Zo is er de mogelijkheid tot het instellen van een leegstandsverordening. Dit verplicht de eigenaar om leegstand te melden bij de gemeente, waarna de gemeente en de eigenaar samen op zoek gaan naar een oplossing. Andere mogelijkheden die de gemeente heeft zijn bijvoorbeeld: Het bijhouden van een leegstandsregister.
87
9| Erfgoed thema’s
Handhaven ter voorkoming van verkrotting. Vraag en aanbod bij elkaar brengen. Eventueel met behulp van daarin gespecialiseerde maatschappelijke organisaties. Het onderbrengen van eigen diensten en gesubsidieerde instellingen in leegstaande gebouwen. Zelf de leegstaande gebouwen aankopen en herbestemmen. Een financiële prikkel geven voor onderzoek naar nieuwe functies of voor nevenfuncties en herbestemming. Initiatiefnemers actief begeleiden of tijdelijk gebruik bevorderen. Een kerkenvisie opstellen (zie ook blz. 71).
Visie op leegstand en herbestemming Leegstand en herbestemming hebben een grote invloed op de ontwikkeling van een gebied. Dit alles vraagt om een visie op de wijze waarop met leegstand en herbestemming in de gemeente wordt omgegaan. Een beleidsmatige aanpak maakt het mogelijk te anticiperen op ontwikkelingen en proactief te reageren. Hierdoor kan de gemeente haar rol beter vervullen.
9.1.3 Archeologisch Erfgoed
88
De gemeente heeft de rol van bevoegd gezag in het archeologie stelsel. Daarmee draagt de gemeente bij aan de zorg voor archeologie en het behoud van archeologische waarden. Het is van belang dat de gemeente hiervoor voldoende kennis en expertise in huis heeft, of minimaal de kennis om beslissingen te kunnen nemen op basis van de adviezen van een archeoloog. Ook het strategische en praktisch nadenken over handhaving hoort hierbij evenals de maatschappelijke relevantie van archeologie. Het uitdragen van lokale en regionale geschiedenis aan de hand van archeologisch onderzoek zorgt onder meer voor draagvlak en betrokkenheid en valt hier ook onder.
Archeologische onderzoeksvragen Naast de archeologische beleidskaart vormen archeologische onderzoeksvragen een instrument om als gemeente archeologische aandachtspunten in beeld te brengen en bijvoorbeeld te sturen op ontbrekende kennis. Wat zijn bijvoorbeeld de lacunes in kennis of is er een periode die bepalend is voor de (identiteit van de) gemeente? Welke kennis is er nodig om het verhaal van de gemeente te vertellen? En wat is relevant voor nationaal en regionaal onderzoek? Archeologische onderzoeksvragen bestaan er op nationaal en provinciaal niveau, maar het is raadzaam als gemeente om ook eigen onderzoeksvragen op te stellen – al dan niet in samenwerking met buurtgemeenten vanuit een regioperspectief.
Erfgoedwet en archeologie In de Erfgoedwet is bepaald dat de eerste dertig centimeter zijn vrijgesteld van verplichting tot archeologisch onderzoek, waterbodems uitgesloten. Het argument is dat deze bodemlaag doorgaans niet meer intact is. Grondsporen zijn dan niet meer leesbaar, maar er kunnen wél vondsten aanwezig zijn. Het zoeken naar vondsten (aardewerk, glas, vuursteen, metaal, etc.) door particulieren is op en in deze bodemlaag daarom toegestaan, mits vondsten worden gemeld.
Meldpunt Archeologie en Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) Vondstmeldingen kunnen heel waardevol zijn voor onze kennis over het verleden én voor de voorspelbaarheid van archeologische waarden. De vondsten kunnen van wetenschappelijk belang zijn, maar kunnen ook qua verhaalkracht binnen de gemeente van grote waarde zijn voor bijvoorbeeld publiek, educatie, recreatie, beleid en omgevingskwaliteit. De provincie Utrecht heeft de wettelijke taak voor het melden van vondsten belegd bij het Meldpunt Archeologie van Landschap Erfgoed Utrecht. Zij determineren en beoordelen vondsten en werken zoveel mogelijk met de vinders samen voor kwalitatief goede registraties in de nationale database voor vondstmeldingen: PAN (Portable Antiquities of the Netherlands). De vinders dragen zo bij aan het in kaart brengen van het Utrechtse erfgoed. Na de melding en vondstregistratie kan de vinder zijn of haar vondsten voortaan ook online bekijken, evenals het publiek. De vondsten blijven eigendom van de vinder. Bijzondere vondsten worden uitgelicht op het Utrechtse verhalenplatform UtrechtAltijd.nl.
Metaaldetectie Een gemeente mag afwijken van de erfgoedwet door bepalingen op te nemen in het APV waarin metaaldetectie wordt verboden. In sommige gevallen valt dit te rechtvaardigen. Denk bijvoorbeeld aan locaties waar in de Tweede Wereldoorlog veel is gevochten en waar een reëel risico bestaat voor de veiligheid van inwoners. Een APV instellen vanuit de motivatie om daarmee het behoud van vondsten in de bodem te waarborgen is ook een optie. Het verdient echter wel een kanttekening. Het is allereerst een afwijking van de landelijke erfgoedwet. Het is daarnaast niet gezegd dat vondsten uit de eerste dertig centimeter van de bovengrond altijd beter af zijn in de bodem. Door ploegen kunnen vondsten beschadigen en de grote toename van o.a. fosfaten en bemesting van de grond zorgt voor het sterk afnemen van de kwaliteit of zelfs het volledig verdwijnen van vondsten.
9.1.4 Cultuurlandschap en Groen Erfgoed
Tuin- of cultuurhistorisch onderzoek Net als bouwwerken hebben beschermde tuinen en parken vaak een lange geschiedenis met verschillende fasen van aanleg. Om de actuele cultuurhistorische waarden en de gevolgen van een plan bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen inschatten, is tuin- of cultuurhistorisch onderzoek van belang. Bij oude en grotere parken en tuinen op bijvoorbeeld buitenplaatsen of in een waardvolle structuur (Vecht, Stichtse Lustwarande) is tuinhistorisch onderzoek van belang. Voor het tuinhistorische onderzoek zijn landelijke richtlijnen opgesteld. Een cultuurhistorisch onderzoek is een breder onderzoek naar het gebouwde als ook de groene component en archeologie. Dit onderzoek is meer geschikt als het over een object of gebied gaat waar groen en rood samen komen, zoals een fort, dijk of een woonwijk. Aan een cultuurhistorisch onderzoek zijn geen richtlijnen verbonden.
89
9| Erfgoed thema’s
Kleine landschapselementen
90
Vanuit het landelijke klimaatakkoord is sinds september 2022 het Aanvalsplan Landschap gelanceerd. Het doel is om 10% van het landelijk gebied in te richten voor groene en blauwe landschapselementen. Denk hierbij aan houtige elementen maar ook aan kruidenrijke akkerranden en natte elementen. Het plan verhoogt de landschappelijke kwaliteit en diversiteit van het Nederlandse landschap en draagt significant bij aan het halen van de Europese verplichtingen rondom biodiversiteit, de klimaatopgave en schoon water. Via het Nationaal Programma Landelijk Gebied en het ruimtelijke ordeningssysteem rond de Omgevingswet dient het Aanvalsplan concreet te worden gemaakt, met doelen, instrumenten en geld. Kleine landschapselementen zoals poelen, knotwilgen en lanen maken het landschap in de provincie Utrecht aantrekkelijk en afwisselend en geven het landschap haar eigen specifieke identiteit. De provincie Utrecht heeft dan ook beleid om waardevolle landschapselementen te beschermen. De provincie heeft een eigen landschapsuitvoeringsplan en subsidieregeling om kleine landschapselementen aan te leggen of te herstellen. De subsidie gaat naar de agrarische collectieven om dit mogelijk te maken. Een groot aantal gemeenten in Utrecht is al bij deze subsidieregeling van de provincie aangesloten.
Gemeenten die nog niet zijn aangesloten, kunnen in gesprek met de provincie gaan om alsnog aan te sluiten. Om als gemeente meer inzicht te krijgen welke landschapselementen er zijn binnen de eigen grenzen, kan gebruik gemaakt worden van het provinciale Dashboard Kleine Landschappen van Landschap Erfgoed Utrecht om alle landschapselementen binnen de gemeente in kaart te brengen en te monitoren.
9.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? Algemeen VTH Vooroverleg wordt door de gemeente sterk gepromoot. Dit vindt zowel intern plaats (vanuit ambtenaar monumenten met afdeling RO, met archeoloog en andere disciplines), alsook extern met de belanghebbende partijen (o.a. opdrachtgever, ontwerper, uitvoerder, adviseur). (2014) Vanwege intensief (en deskundig) toezicht en begeleiding van de bouwactiviteiten bij monumenten is er zelden sprake van de noodzaak tot handhaving. (2014) De gemeente hanteert uitvoeringsvoorschriften (Technische criteria Planbeoordeling Monumenten). (2014) Er zijn ooit kwaliteitseisen opgesteld, maar die zijn verder bij niemand bekend. Er wordt wel regelmatig een werkbeschrijving of bestek met gebrekentekening gevraagd ter beoordeling. Wel kunnen bij het verlenen van een vergunning nadere eisen worden gesteld aan de uitvoering en materialisering. (2018) Er is nog niet opgetreden in het kader van de instandhoudingsplicht. Door middel van goed overleg (en eventueel dreigen) wordt getracht de eigenaar tot onderhoud te bewegen. (2018)
Gebouwd Erfgoed Sinds 2014 zijn er geen gemeentelijke monumenten meer aangewezen. Er is er één afgebroken (bouwval Willeskop 162). Het is mogelijk dat naar aanleiding van het realiseren van de cultuurhistorische waardenkaart een actualisatie van de gemeentelijke monumentenlijst zal gaan plaatsvinden. Waterstaatkundige objecten en grotere structuren ontbreken op de lijst.
(2018) Er wordt bij de vergunningverlening steeds nadrukkelijk aandacht gegeven aan bouwhistorisch onderzoek. Dit wordt afgewogen door de ambtenaar. De ambtenaar voert soms ook al zelf een bouwhistorische QuickScan uit. (2014,2018)
Leegstand en herbestemming De gemeente beschikt niet over een register van leegstand. Door de kleine schaal, de intensieve aandacht van de ambtenaar monumenten voor wat er leeft ten aanzien van cultuurhistorie en de aanwezigheid van een centraal aanspreekpunt monumenten binnen de gemeente, is echter wel een overzicht van wat er leeg staat en wat er herbestemd wordt/ gaat worden. (2014,2018) Leegstand betreft vooral diverse boerderijen, een schoolgebouw, touwfabriek en postkantoor. (2014,2018) Inmiddels is de touwfabriek en het schoolgebouw herbestemd en is de
91
9| Erfgoed thema’s
herbestemming van het postkantoor in gang gezet. (2018) De gemeente draagt actief bij aan het verminderen van leegstand door een actieve begeleiding van initiatiefnemers (gesprekken, meedenken, suggesties doen) en handhaving ter voorkoming van verkrotting. (2014,2018)
Landschappelijk en Groen Erfgoed Het (cultuur)landschap wordt bedreigd door ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld het dempen van sloten (cope‟s), de bouw van serre- stallen en het winnen van schaliegas. (Recentelijk is de bedreiging door dijkverhoging langs de Hollandse IJssel afgewend). (2014) In het cultuurpact dat met de Provincie Utrecht op 13 juni 2018 is afgesloten is er ruimte gemaakt voor een groot onderzoek naar de ontwikkeling van het vestingplan van Oudewater in relatie tot de Oude Hollandse Waterlinie.
(2018)
9.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? Algemeen VTH
92
Van 2018 tot en met 2022 zijn er gemiddeld per jaar door de gemeente acht omgevingsvergunningen afgegeven voor gemeentelijke monumenten en zes voor rijksmonumenten. Hieronder vallen zowel gebouwde, groene en archeologische monumenten. Hierbij ging het slechts een enkele keer om een uitgebreide procedure. De gemeente biedt bij voorgenomen wijzigingen aan monumenten de mogelijkheid van vooroverleg aan initiatiefnemers en aanvragers. De gemeente hanteert kwaliteitseisen en/of uitvoeringsvoorschriften bij vergunningverlening voor monumenten. Dit heeft enkel betrekking op gebouwde monumenten. Sinds 2018 is er twee keer gehandhaafd bij monumenten (zowel Rijks- als gemeentelijke monumenten). Dat ging om het wijzigen van het monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Sinds 2018 is er twee keer gehandhaafd bij archeologie. Dat was omdat een initiatiefnemer niet wilde betalen voor de uitwerking en rapportage en dat men zonder vergunning aan het ontgraven was. Er wordt niet of weinig gehandhaafd omdat er te weinig capaciteit is en het geen prioriteit heeft. Sinds 2018 is er geen enkele keer gehandhaafd bij cultureel erfgoed anders dan monumenten en archeologie. De gemeente heeft sinds 2018 in het kader van de instandhoudingsplicht bij monumenten geen enkele keer opgetreden.
Gebouwd Erfgoed De gemeente maakt gebruik van (verkennend) bouwhistorisch onderzoek en/of quickscans bij gebouwd erfgoed/monumenten in eigen eigendom en bij omgevingsvergunningsaanvragen voor monumenten. In 50%-90% van de gevallen vindt er daadwerkelijk bouwhistorisch onderzoek plaats bij restauratie of wijzigingen aan een rijksmonument. De kwaliteit daarvan is meestal redelijk. De gemeente maakt bij monumenten in eigen eigendom en
bijvoorbeeld bij herbestemmingen gebruik van inspectierapporten van de Monumentenwacht. De gemeente Oudewater heeft het meeste te maken met herbestemming bij industrieel erfgoed. Er is geen specifiek beleid t.a.v. leegstand en herbestemming. De gemeente is trots op de herbestemming van de Oude Touwfabriek. Wel behoeft de touwbaan nog restauratie en wellicht herbestemming.
Archeologisch Erfgoed De gemeente ervaart haar rol als bevoegd gezag ten aanzien van archeologie vooral als een uitvoerende taak om archeologische waarden zoveel mogelijk te behouden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt nagedacht over inpassing. De gemeente heeft eigen archeologische onderzoeksvragen (of onderzoeksagenda). En maakt hier gebruik van. De gemeente is bekend met het Meldpunt Archeologie bij Landschap Erfgoed Utrecht, waar toevalsvondsten van particulieren worden geregistreerd in de nationale database voor vondstmeldingen (Portable Antiquities of the Netherlands, PAN). De gemeente heeft specifieke aandacht voor metaaldetectie die afwijkt van de Erfgoedwet. Er is contact tussen de gemeente en archeologische vrijwilligers en (metaal-) zoekers.
Landschappelijk en Groen erfgoed De gemeente is actief in het stimuleren van beheer en aanleg van kleine landschapselementen in het cultuurlandschap (aangesloten bij het Platform Kleine Landschapselementen). Er is binnen de gemeente een beleidsmedewerker specifiek voor landschap en cultuurhistorie aanwezig. Bij omgevingsvergunningen voor groene monumenten worden tuinhistorische/cultuurhistorische onderzoeken gevraagd.
93
9| Erfgoed thema’s 94
9.4 Kansen Algemeen VTH Bij de vergunningverlening voor rijksmonumenten wordt er in de gemeente Oudewater maar in een heel klein percentage van de gevallen een uitgebreide procedure gevolgd. Voor de zogenaamde 'adviesplichtige ingrepen' moeten de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Provincie (buiten de bebouwde kom) om advies worden gevraagd en is de procedure uitgebreid. Het is belangrijk om goed in beeld te hebben welke ingrepen adviesplichtig zijn en welke niet, zodat altijd de juiste partijen om advies worden gevraagd en de juiste procedure doorlopen wordt. Het is ook zinvol om kwaliteitseisen en/of uitvoeringsvoorschriften bij vergunningverlening voor monumenten te hanteren als het gaat om archeologie of groene erfgoed. Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk om hierop pro-actief toezicht te houden. Naast het toezicht en handhaving op het gebied van monumenten en archeologie is het ook voor de gemeente Oudewater van belang dat er toezicht is op ander cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving om de ruimtelijke kwaliteit integraal te behouden. Het hangt immers allemaal met elkaar samen en vormt veelal een ensemble.
Denk daarvoor bijvoorbeeld aan cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen, wegen en aanleg, beeldbepalende of karakteristieke panden en groen erfgoed.
Gebouwd Erfgoed Het is in sommige gevallen zinvol om een inspectierapport van de Monumentenwacht te vragen bij omgevingsvergunningsaanvragen en subsidieaanvragen voor monumenten en beeldbepalende/karakteristieke panden. Bijvoorbeeld om te beoordelen of het vervangen van bepaalde authentieke materialen wel echt noodzakelijk is. Het formuleren van enig beleid ten aanzien van herbestemming van erfgoed kan een impuls geven bij het bestrijden van leegstand en vorm geven aan de (proactieve) rol die de gemeente daarin inneemt.
Archeologisch Erfgoed Het is een kans wanneer de gemeente zich in haar rol als bevoegd gezag niet alleen richt op de uitvoerende en toetsende taken van het archeologiebeleid, maar ook op de maatschappelijke relevantie ervan. Denk hierbij aan het in kaart brengen en uitdragen van de lokale en regionale geschiedenis, participatie met burgers en kennisvorming bij archeologisch onderzoek, wat weer gebruikt kan worden voor toekomstig beleid. Het is een kans wanneer de gemeente zich in haar rol als bevoegd gezag niet alleen richt op de uitvoerende en toetsende taken van het archeologiebeleid, maar ook op de maatschappelijke relevantie ervan. Denk hierbij aan het in kaart brengen en uitdragen van de lokale en regionale geschiedenis. De contacten die de gemeente onderhoud met vrijwilligers in de archeologie en metaalzoekers zijn hier een positief voorbeeld van. Voor de gemeente ligt de kans vooral
besloten in het creëren van draagvlak voor archeologie bij het grote publiek en haar inwoners. Het ophalen van lokale kennis bij inwoners (archeologische en historische verenigingen) versterkt de gebruikte onderzoeksagenda. Het is aan te raden periodiek de onderzoeksagenda tegen het licht te houden van afgerond onderzoek. Hierdoor kan het nodig zijn deze aan te vullen met nieuwe onderzoeksthema's of om thema's te laten vervallen. Het is belangrijk een koppeling te maken tussen de onderzoeksagenda en het gemeentelijk beleid. Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) biedt gemeenten de mogelijkheid om de kennis die opgedaan is door vondsten te registreren te gebruiken voor het aanscherpen van archeologisch beleid. Denk aan de voorspelbaarheid van vindplaatsen en bijdrage aan lokale kennisvorming. Het is raadzaam de aanvullende gemeentelijke bepalingen ten aanzien van metaaldetectie te heroverwegen. In de erfgoedwet is de bovengrond (met enkele uitzonderingen) vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Behalve waar het de fysieke veiligheid van inwoners in het geding komt, zijn aanvullende bepalingen (via APV of AMvB) niet wenselijk. Aanvullende bepalingen hebben als neveneffect dat vondsten ongemerkt verdwijnen. In de praktijk kan metaaldetectie niet goed gehandhaafd worden. Ook ploegen en oxidatie in de bovengrond zorgt voor aantasting of verdwijnen van bodemvondsten.
De banden met metaalzoekers is ook van dien aard dat zij op een verantwoorde manier kunnen meehelpen met het borgen van vondsten voordat deze mogelijk verdwijnen.
Landschappelijk en Groen erfgoed Bij groene monumenten in eigen eigendom wordt nog geen tuinhistorisch/cultuurhistorisch onderzoek door de gemeente uitgevraagd. Het is aan te raden dit type onderzoek bij ontwikkelingen van groene monumenten wel te vragen om inzicht te krijgen over het monument zelf en de afweging van keuzes te verantwoorden.
95
10| Participatie, beleving en draagvlak 10.1 Inhoudelijk De afgelopen jaren is de aandacht voor participatie enorm gegroeid. Het wordt met de komst van de omgevingswet een vaste taak van de gemeenten met bijhorende regelgeving. Er moet een volwaardig participatiebeleid worden ingericht, waarbij ook erfgoed een aandachtspunt is. Beleving en daaruit voortkomend het draagvlak voor erfgoed zijn vaak een onderdeel van participatieve trajecten.
10.1.1 Beleving
De Open Monumentendag De Open Monumentendag is een uitgelezen moment om als gemeente monumenten onder de aandacht te brengen. Inwoners worden uitgenodigd te genieten van de bijzondere erfgoedwaarden die de gemeente rijk is. Dit draagt bij aan waardering en draagvlak en ondersteunt op die manier het beleid van de gemeente. De organisatie van het evenement is vaak in handen van historische verenigingen en vrijwilligers, al dan niet in samenwerking met de gemeente. Het kan dan ook de band tussen de gemeente en de historische verenigingen versterken. Ook kan het een moment zijn om de contacten met de eigenaren en bewoners van monumenten aan te halen en deze te informeren en te betrekken bij het gemeentelijk beleid en (gezamenlijke) zorg voor het erfgoed.
De Nationale Archeologiedagen De Stichting Nationale Archeologiedagen wil met een evenement van drie dagen per jaar het grote publiek kennis laten maken met archeologie. Dat gebeurt op allerlei manieren. Denk bijvoorbeeld aan het vertellen van verhalen, openstelling van depots, lezingen, publieksopgravingen, of een „gewone‟ open dag bij een opgraving. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan artikel 9 van het verdrag van Malta. Namelijk „bewustmaking van het publiek‟ om de waarde van archeologie onder de aandacht te brengen. Publieksbereik is een belangrijke manier om draagvlak te creëren. Alle partijen die betrokken zijn bij archeologie worden uitgenodigd om een programma te bieden en zo bij te dragen aan het evenement. Denk aan bedrijven, instellingen uit de erfgoed- en museale sector, universiteiten, provincie en heel veel vrijwilligers (van de AWN, Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie). Voor steeds meer gemeenten zijn deze dagen een kans en vast moment in het jaar om draagvlak voor archeologie te creëren.
Erfgoededucatie Bij erfgoededucatie onderzoeken kinderen erfgoed, het liefst in hun eigen gemeente. Ze worden uitgedaagd om hun eigen omgeving met andere ogen te bekijken. Erfgoed verbindt leerlingen met hun omgeving, met hun achtergrond en het ontwikkelt hun identiteitsbesef en cultureel (zelf)bewustzijn. Rondom erfgoededucatie is een groot aantal
97
10| Participatie, beleving en draagvlak
98
professionals, waaronder medewerkers van Landschap Erfgoed Utrecht en Kunst Centraal actief. Daarnaast vele vrijwilligers in onder andere musea, historische verenigingen, kastelen, landgoederen, kerken, molens en andere. Zij maken deel uit van de culturele omgeving van de school. Kortom erfgoededucatie vormt een belangrijke schakel om leerlingen bewust te maken van en draagvlak te creëren voor erfgoed. Gemeenten spelen hier een rol bij die heel goed integraal kan worden opgepakt.
Recreatie en Toerisme Erfgoed vormt een meerwaarde voor inwoners, toeristen en recreanten, maar ook voor het vestigingsklimaat van ondernemers in de gemeente. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken. Het kan interessant zijn om de potentie van cultuurhistorie voor toerisme onder de aandacht te brengen bij bijvoorbeeld plaatselijke ondernemers. Een ander product dat helpt bij het onder de aandacht brengen van erfgoed is een publieksversie van de cultuurhistorische waardenkaart. Hierop kan erfgoed worden aangegeven in combinatie met bijvoorbeeld verhalen, routes, uitstapjes en horeca. Zo worden bijzondere monumenten, het cultuurhistorisch landschap en wellicht (ook in beeld gebrachte) archeologisch waardevolle locaties onder de aandacht gebracht van toeristen, recreanten en inwoners. Erfgoed wordt daarmee een gewaardeerd element binnen de gemeente, waar indirect inkomsten mee kunnen worden gegenereerd.
Erfgoedprikken Erfgoedprikken is een integrale manier om het erfgoed van de gemeente te benaderen. Het past bij het gedachtengoed van de Omgevingswet. Alles wat een gemeente rijk is aan erfgoed wordt gezien als één grote collectie. Roerend erfgoed (inclusief museum- en privé collecties, archieven en na opgraven bewaarde archeologische vondsten), onroerend erfgoed (monumenten en archeologische waarden in de grond), landschappelijk erfgoed en immaterieel erfgoed (verhalen, tradities etc. ). Door deze collecties inzichtelijk met elkaar te verbinden ontstaan er verhaallijnen. Deze bieden houvast bij het opstellen van gemeentelijk erfgoedbeleid en citymarketing.
10.1.2 Participatie Het wordt steeds gebruikelijker dat burgers, eigenaren, organisaties en vrijwilligers participatief betrokken worden bij zaken die spelen in de gemeente. Deze ontwikkeling zet door met de uitwerking en implementatie van de Omgevingswet. Participatie bij projectbesluiten voor grotere projecten is hierbij zelfs verplicht. Concreet betekent dit dat gemeenten, maar ook provincies en waterschappen, bij het vaststellen van een omgevingsvisie, een omgevingsplan en omgevingsverordening moeten aangeven op welke wijze zij invulling hebben gegeven aan hun eigen participatiebeleid. Een inzichtelijk instrument hiervoor is de participatieladder. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe zij dit vormgeven, maar dit is niet vrijblijvend. In een projectbesluit is kennisgeving van het participatietraject aan betrokkenen een eerste stap. De gemeente als bevoegd gezag moet denken aan de volgende vragen. Wie worden er betrokken? Waar worden inwoners bij betrokken en wanneer? Wie heeft welke rol? En welke informatie is beschikbaar? Dit wordt gevolgd door een motiveringsplicht over de gemaakte keuzes. Het is hierbij niet onverstandig om een netwerk op te