CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.02.16 Raadsinformatiebrief 'Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening' - Merged.pdf

Forum Ruimte 2 maart 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Ter inzage liggende stukken62.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 8

72

2.

manier in de omgevingsvisie op dat dit in onze provincie niet de bedoeling is en dat daar op gestuurd zal worden (105, 136). Verzocht wordt om bij het Rijk er op aan te dringen dat de energie die op zee (en land) wordt opgewekt ten goede komt van de eigen bevolking voor de noodzakelijke energietransitie, en niet van energieslurpende industrie en nieuwe activiteiten in de grote havenmonden en datacentra (044).

2.

accommoderen van de bovenregionale behoefte aan bedrijfsvestiging is de provincie selectief. Aan nieuwe bedrijven van elders wordt alleen ruimte geboden als deze een duidelijke meerwaarde opleveren voor het economisch ecosysteem. Het aspect van grootschalig energieverbruik zal meegenomen worden in het vestigingsbeleid. Helaas is het niet mogelijk om deze scheiding aan te brengen in de energiemarkt. De gezamenlijke overheden werken er hard aan dat ook de industrie zijn aandeel heeft in de energietransitie en besparing van energie.

In 2040 energieneutraal Nr. 109 134

Indieners Gemeente Bunnik Gemeente Stichtse Vecht

Samenvatting zienswijze 1. Onduidelijk blijft hoe de provincie de eigen opgave ziet om energieneutraal te zijn in 2040 in verhouding tot de opgave van de RES die werkt aan energieneutraliteit in 2050. De duurzame opwek wordt volgens de teksten bepaald in de RES’en, zou er in de tekst niet specifiek moeten worden benoemd dat er meer nodig is om een energieneutrale provincie te realiseren in 2040? Dus niet alleen naar de RES te verwijzen die op 2050 aansturen? Gaat de provincie iets extra doen boven op de RES? (109) 2. In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om in 2040 klimaatneutraal te zijn terwijl de visie betrekking heeft op de provincie Utrecht in 2050 (134).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De ambitie wordt aangepast naar ‘Zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal’. Dit sluit aan bij het Klimaatakkoord. En de ambitie voor 2030 wordt: ‘minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt hernieuwbaar opgewekt’. In plaats van een doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie, wordt een doelstelling opgenomen voor het aandeel hernieuwbare elektriciteit, omdat de provincie meer invloed op bereik hiervan kan hebben. Met de realisatie van de concept RES-boden en stimulering van zon op dak, lijkt een doelstelling van minimaal 55% in 2030 ambitieus maar haalbaar. 2. Dat klopt. De Omgevingsvisie is een visie op de provincie Utrecht in 2050. Daarom is er een doelstelling voor 2040 en 2050 benoemd. Aanpassingen: De ambitie wordt ‘Zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal’. En ambitie 2040 wordt aangepast naar: 2030: minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt hernieuwbaar opgewekt. De energievoorziening …..

Voorwaarden hoge energieambitie Nr. 114

Indieners Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen Leersum

Samenvatting zienswijze De hoge energieambitie wordt onderschreven. Wel met de volgende uitgangspunten, zoals geformuleerd door de NMU: energiebesparing en opwekking volgens een strakke routekaart ; zorgvuldige inpassing in natuur, landschap en leefomgeving ; participatie: betrokkenheid omwonenden en andere stakeholders bij de planvorming.

Reactie en eventuele aanpassing Deze lijn onderschrijft de provincie ook. De ambitie wordt aangepast naar ‘Zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal’. Hiermee wordt de scope verbreed tot meer dan energie, blijven we dichter bij het doel (klimaatneutraal) en sluiten we in lijn met advies van Ecorys/TNO aan bij tijdshorizon Klimaatakkoord. Ook wordt het doel om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik hernieuwbaar op te wekken in onze provincie. Samen met de gemeenten wil de provincie deze doelstellingen behalen.

Ambitie opnemen voor zon op dak Nr. 136

Indieners Federatie Groene Heuvelrug

Samenvatting zienswijze Er is een brede consensus dat het opwekken van duurzame energie in stedelijk gebied (inclusief agrarische bedrijfsgebouwen zoals grote schuren) de voorkeur heeft boven opwekken in landelijk gebied of natuur. Voorgesteld wordt om de ambitie op te nemen dat dit op termijn (2030?) leidt tot een maximale benutting

Reactie en eventuele aanpassing Een kwantitatief doel voor zon op dak is interessant maar bv 90% is niet realistisch vanwege beperkingen door netcapaciteit en dakconstructies. De ambitie voor 2030 wordt dat geschikte daken zoveel mogelijk benut worden voor energie-opwek of klimaatadaptatie. Dit past bij meervoudig ruimtegebruik

73

van deze locaties voor duurzame energieopwekking (bijvoorbeeld daken: benutting voor 90% van wat technisch mogelijk is). Ook energieneutraal en duurzaam bouwen moeten in deze ambitie en regels worden meegenomen.

(combineren van functies) en ons streven naar energieneutrale gebouwen en duurzaam bouwen. De provincie zal maximaal inzetten op het stimuleren van eigenaren van onroerend goed om hun daken te benutten voor energieopwekking, zie ook het Programma Energietransitie 2020-2025. Aanpassingen Toevoegen: Ambitie 2030: Geschikte daken worden zoveel als mogelijk benut voor energie-opwek en/of klimaatadaptatie. Tekst kopje Energie besparen. …gebouwde omgeving. We streven naar energieneutrale gebouwen en duurzaam bouwen. We ondersteunen …

Betekenis klimaat- en energieneutraal Nr. 087 109 158

Indieners Particulier Gemeente Bunnik Bewonerscomité Leersum Zuid

Samenvatting zienswijze 1. Kan een hoeveelheid (waarde) worden gehangen aan wat de provincie denkt te moeten opwekken om energieneutraal te worden? Dat zou de uitvoering van de visie namelijk veel meer op scherp zetten en concreter maken. Daardoor zou ook het gat tussen het provinciale en het RES doel duidelijker worden (109). 2. Is dit inclusief energie die gebruikt wordt voor mobiliteit van en naar functies in de provincie (wonen, werken, recreëren )? Noem dit s.v.p. expliciet. Geef ook helder aan hoe mobiliteit wordt toegerekend (bijvoorbeeld alles uitgestoten in de provincie of mobiliteit met herkomst of bestemming in de provincie) (087). 3. De klimaatopgave (2030) voor landbouw is slechts 2,5 megaton. Voor de gebouwde omgeving is dat 4 megaton. Dit is onevenwichtig en daarmee maatschappelijk onhoudbaar. Te verwachten is dat er een verschuiving nodig zal zijn, in de vorm van een beduidend grotere CO2-reductie door de landbouw, die meer uitstoot dan alle burgers bij elkaar (158).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Ecorys/TNO heeft recent de verwachte energievraag in de provincie Utrecht berekend (Rapport Ecorys en TNO: Scenario’s voor Energievraag en energieaanbod en doelstellingen, 7 oktober 2020). In het scenario dat maximaal ingezet wordt op energiebesparing wordt een energiegebruik van circa 85PJ in 2050 verwacht. De RES gaat echter over 2030 en over elektriciteit en warmte. De verwachting is dat er in 2030 21 PJ aan elektriciteit nodig is. De doelstelling van de provincie is om daarvan 55% duurzaam op te wekken. 2. Deze ambitie is inclusief de energie voor mobiliteit dat plaatsvindt op grondgebied provincie. 3. Dit speelt op Rijksniveau. Het kabinet heeft in het kader van het Klimaatakkoord aan de diverse sectoren, waaronder de landbouw- en landgebruiksectoren, een taakstellende opgave voor afname van broeikasemissies gesteld om te voldoen aan de kabinetsdoelstelling voor Nederland van 49% in 2030.

Samenvatting zienswijze Gevraagd wordt om: 1. beleid in de visie nader uit te werken en in de verordening passende maatregelen en voorschriften op te nemen voor het verminderen van energieverbruik (072, 077). Het stellen van kaders voor gemeenten kan helpen (087). 2. een concreet doel op te nemen t.a.v. de hoeveel energie die er nodig is om met ons allen te gaan besparen. Dat kan de RES’en ondersteunen in hun doelstellingen (109). 3. uitputtend te onderzoeken wat op het gebied van energiebesparing door huishoudens en bedrijven is te behalen, en waar mogelijk toe te passen (177).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Er zijn geen maatregelen en voorschriften opgenomen in de verordening voor het verminderen van energieverbruik. Via de regionale programma’s wonen en werken worden met gemeenten afspraken gemaakt over onder meer energieneutrale woningbouw en verduurzaming van bedrijventerreinen. Dit is opgenomen in het op 30 september 2020 door Provinciale Staten vastgestelde Kader voor de regionale programmering van wonen en werken. Verder is dit ook uitgewerkt in het programma Energietransitie 2020-2025. 2. Zie ook het programma Energietransitie 2020-2025. Daarnaast heeft een doel op energiebesparing op korte termijn geen invloed op de doelstelling in de RES. Die gaat alleen over opwek. Op termijn natuurlijk wel omdat er dan minder opwek nodig is om op klimaatneutrale of duurzame opwek 55% elektriciteitsgebruik uit te komen. 3. Dit is uitgewerkt in het programma Energietransitie 2020-2025.

Energie besparen Nr. 072 077 087 109 177

Indieners Vechtplassencommi ssie Natuur- en milieuvereniging De Groene Venen Particulier Gemeente Bunnik Particulier

74

Energie duurzaam opwekken Nr. 086 112 134

Indieners Twee particulieren Gemeente Stichtse Vecht

Samenvatting zienswijze 1. Zorgen worden geuit over enorme ruimtebeslag en samenhang in windparken en zonnevelden. Omdat alle 30 RES-regio’s een eigen plan trekken dreigt een vorm van hagelslagbeleid vanwege het ontbreken van een integrale visie (niet alleen betreffende het energiebeleid maar ook in samenhang met andere doelen) (086). 2. Beide vormen van energieopwekking dragen juist bij aan de opwarming, intuïtief is dit logisch voor enorme zonneweides (eronder warmt het op) en wat betreft windparken tonen verschillende studies dit aan (hetgeen samenhangt met het mengen van luchtlagen in de atmosfeer door het draaien van de enorme wieken) (086). 3. Steeds duidelijker wordt dat het bij klimaatverandering draait om CO2reductie en hier wordt geen rekening mee gehouden: Cijfers over de CO2beperking zijn gebaseerd op computermodellen. In die modellen wordt de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het bouwen van de turbines niet meegenomen en staat ook niet staat centraal dat windenergie backup nodig heeft van gas- of kolencentrales die CO2 produceren (086). 4. Een kosten-batenanalyse van hoog (rijk) naar laag (gemeentes) voor de RES’en ontbreekt: In de Regionale Energie Strategie (RES) ontbreken maatregelen die daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het klimaatakkoord en de burger niet op hoge kosten jagen.

De maatregelen die in opdracht van de FNV zijn opgesteld en die hieraan wel voldoen worden genoemd. Bij het opstellen van de volgorde van de deze maatregelen is in opdracht van het FNV gekeken naar de meeste kans op reductie van CO2 en de minste kosten voor de burger (086). 5. Installaties voor duurzame energie (en in toenemende mate agrarische bedrijven) zijn grote industriële bedrijven en moeten in ruimtelijke zin ook zo behandeld worden (112). 6. Gevraagd wordt om oog te houden voor een reële doelstelling, voorzien van concrete maatregelen. Verzocht wordt om de beleidsthema's te onderbouwen met concrete maatregelen (134).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Op nationaal niveau is de keuze gemaakt om ruimte te laten voor regionaal maatwerk via de RES’en. De verschillende RES-regio’s komen zelf met een bod. Niet iedere regio zal eenzelfde aanbod doen, mede vanwege gebiedseigen verschillen. Naar verwachting zal dat leiden tot regionaal afgestemde opgave. De doelen worden hierop aangepast: ‘Zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal’: Hiermee wordt de scope breder dan energie, blijven we dichter bij het doel (klimaatneutraal) en sluiten we in lijn met advies van Ecorys/TNO aan bij tijdshorizon klimaatakkoord. Ook wordt het doel om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik hernieuwbaar op te wekken in de provincie. 2. Wij kunnen bevestigen, noch ontkennen, dat zonnevelden en windturbines lokaal een effect kunnen hebben op de temperatuur. Echter hebben de zonnevelden en windmolens mondiaal meer effect doordat er minder CO2 wordt uitgestoten in de atmosfeer, wat als broeikasgas zorgt voor een mondiale opwarming van de aarde. 3. De CO2 die vrijkomt bij de productie van een windturbine is een fractie van de CO2 die de windturbine ‘voorkomt’ als de energie die de windturbine levert uit ‘grijze’ stroom was gekomen. De term ‘transitie’ geeft aan dat de omschakeling naar duurzame energie nog bezig is.

Door koppeling met internationale verbindingen, het schakelen tussen zonne-, wind- en andere duurzame bronnen, de ontwikkeling van energie opslag, maakt dat de backup van fossiele centrales minder nodig zal zijn en mogelijk verdwijnen. De provincie Utrecht committeert zich aan het Klimaatakkoord en het rijksbeleid om ruimte te bieden aan de verdere ontwikkeling van duurzame energie. De focussen is nu vooral op hoe we meer duurzame energie kunnen opwekken/ energiegebruik kunnen reduceren. 4. Zie hiervoor de doorrekening van het Klimaatakkoord. De provincie Utrecht heeft zich gecommitteerd aan het leveren van onze bijdragen o.a. via RES’en, warmtetransitie en stimuleren van energiebesparing. 5. Installaties voor duurzame energie worden inderdaad aangemerkt als verstedelijking. De verordening bevat onder voorwaarden een uitzondering hiervoor, om dat in landelijk gebied te mogen realiseren. 6. Zie hiervoor het rapport van Ecorys/TNO studie: ‘Scenario’s voor Energievraag en energieaanbod en doelstellingen, 7 oktober 2020’. Dit is benoemd in het programma Energietransitie 2020-2025.

Samenvatting zienswijze 1. De ruimte voor de initiatieven voor duurzaamheid, energietransitie en klimaat-adaptatie, nieuwe technologieën en innovatieve ideeën t.a.v. duurzame energie wordt gewaardeerd (061). 2. Alle andere mogelijkheden moeten worden ingezet zodat het aantal nieuw in te zetten windturbines tot een minimum wordt beperkt. Als alternatieven

Reactie en eventuele aanpassing 1. Fijn dat dit ondersteund wordt. 2. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere regio een bod doet over de hoeveelheid op te wekken duurzame energie met behulp van zonne- en windenergie. De Omgevingsvisie biedt hiertoe de ruimtelijke mogelijkheden. De ambities zijn hiertoe aangepast, zie hiervoor. Duurzame energie kan

Innovaties Nr. 061 086 134 177

Indieners Gemeente De Bilt Particulier Gemeente Stichtse Vecht Particulier

75

3.

4.

worden o.a. aangedragen: het plaatsen van geothermische energiecentrales, het gebruik van waterkracht door inpassing van turbines in sluizen en stuwen, het terugwinnen van energie uit rioolwater (Riothermie), de vergisting van mest en kern-/thoriumcentrales. Gevraagd wordt om de alternatieven uitputtend te onderzoeken en waar mogelijk toe te passen (177). Kernfusiereactoren en thoriumreactoren hebben geen CO2 uitstoot, produceren minder (dan vroeger) tot geen radioactief afval en zijn volgens het Planbureau voor de Leefomgeving de goedkoopste optie per ton vermeden CO2 uitstoot. In 2030 kunnen mini- kernreactoren operationeel zijn die veel goedkoper is dan een traditionele kerncentrale, met een continu vermogen, die naast elektriciteit ook warmte produceren en een veel kleinere ruimtelijke impact hebben (086). Experimenten en nieuwe technieken zullen nodig zijn om invulling te geven aan de energieopgave. De provincie biedt ruimte aan experimenten. Verzocht wordt de randvoorwaarden voor deze experimenten zo flexibel mogelijk te formuleren, zodat daarvoor ook daadwerkelijk ruimte ontstaat, en uitputtende voorwaarden en langdurige procedures worden voorkomen (134).

3.

4.

opgewekt worden via bio-energie, (diepe) aardwarmte, aquathermie, warmte-koudeopslag, waterkracht en benutten van restwarmte. Mogelijk kunnen in de toekomst andere technologieën voor duurzame energieopwekking worden ingezet die gezien de kosten, opbrengst etc. interessant zijn. De ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie gaan snel met veel innovaties. Als nieuwe vormen van duurzame opwek zich aandienen die minder impact op de omgeving hebben, stimuleert en faciliteert de provincie deze nieuwe opwekvormen om de energieambities te behalen. Voor de RES’en wordt, conform afspraken in het Klimaatakkoord, uitgegaan van bewezen technieken (zonne-energie, windturbines etc.). De Omgevingsvisie en -verordening bieden ruimte voor de realisatie van zonnevelden en windenergie. Mochten er ontwikkelingen zijn, zoals kernenergie, dan worden die betrokken bij het behalen van de ambities. De provincie is geen bevoegd gezag voor kernenergie. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat: “Indien een nieuwe technologie zich aandient, is er ruimte om in pilots met deze technologie te experimenteren, mits de veiligheid voor de omgeving kan worden aangetoond en kan worden aangetoond dat er geen nadelig effect is op bodem, water en milieu.” Omdat op dit moment niet duidelijk is welke experimenten er gaan plaatsvinden, kan dit op dit moment niet flexibeler of concreter gemaakt worden.

Dit zal per situatie moeten worden beoordeeld.

Combineren met andere opgaven Nr. 063 109 175 177

Indieners Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Gemeente Bunnik Twee particulieren

Samenvatting zienswijze 1. De provincie heeft de wens om het ontwikkelen van duurzame energie te combineren met andere provinciale doelen. Dit biedt ruimte om hier op lokaal niveau invulling aan te geven. Dit moet lokaal dan wel mogelijk zijn, zonder dat het veel extra druk op de business case legt (109). 2. Kan het plaatsen van zonnepanelen worden gecombineerd met de dijkverbredingen, op de zuidhellingen van de Lekdijk? Deze grond (dijk) is niet van agrarisch noemenswaardig belang (175, 177). 3. Gevraagd wordt om zonnevelden bij voorkeur te plaatsen op gronden welke momenteel door bodemdaling van onvoldoende agrarische waarde zijn en/ of op bedrijven zonder bedrijfsopvolging (175). 4. Daar waar al zonnevelden worden overwogen bestaat er een grote kans op zowel daadwerkelijke als optische aantasting van het copelandschap. Is dan ook tegenstander van combinatie van zonnevelden en bodemdalingsbeheer als transformatiemogelijkheid voor de agrarische sector (063).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Deze combinaties moeten inderdaad mogelijk zijn binnen het toelaatbare van de businesscase en de Verordening. 2. Waterbeheerders in Nederland doen momenteel onderzoek naar de mogelijkheden om binnendijkse taluds te benutten voor energie-opwekking met zonnepanelen. Daaruit zal blijken of er combinatiemogelijkheden op dijkhellingen zijn die verenigbaar zijn met waterveiligheid, beheersaspecten en natuur-, cultuur- en landschapswaarden. 3. Het is inderdaad wenselijk om zonnevelden te plaatsen op locaties die minder een direct (nadelig) effect hebben op een hoogwaardig toekomstig gebruik. 4. Deze optie wordt opengehouden als mogelijk verdienmodel op locaties waar de landbouw minder toekomstbestendig is. Daarnaast is vanzelfsprekend het streven naar landschappelijke inpassing belangrijk.

Voorkeur wind boven zon of andersom Nr. 081 177

Indieners LTO Noord, Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt, Nederlandse Fruittelers

Samenvatting zienswijze Gepleit wordt voor het realiseren van (meer) (grootschalige) windturbines. Deze leggen niet alleen veel minder beslag op de beschikbare ruimte dan zonnepanelen maar zorgen, in combinatie met zonnepanelen op (agrarische) daken, ook voor een stabiele levering van duurzame energie (081).

Reactie en eventuele aanpassing De provincie geeft ruimte aan de Regionale energie strategieën voor de realisatie van duurzame energiebronnen, en spreekt derhalve geen voorkeur uit. Zonnevelden zijn nodig, naast energiebesparing en windturbines, om voldoende duurzame energie op te wekken.

76

Organisatie en Glastuinbouw Nederland Particulier

Het plaatsen van zonnevelden is een veel beter alternatief dan windturbines. Deze kunnen bijvoorbeeld in het open landschap, op voldoende afstand van bebouwing en ruim omzoomd met landschapseigen begroeiing (o.a. grienden, wilgen, riet) hoeven deze het landschap en de leefomgeving in het geheel niet aan te tasten. Op microniveau kunnen de omzomingen juist een aantrekkelijk leefklimaat voor allerhande flora en fauna vormen (177)

De combinatie van zowel zonne- als windenergie draagt daarnaast inderdaad bij aan een goede balans op het energienet.

Samenvatting zienswijze 1. Hoe is de kwaliteit van het landschap geborgd bij het aanleggen van zonnevelden en grote windturbines (001)? 2. Zorgen worden geuit over de zorgvuldige inpassing, gezien een aantal plekken waar de provincie opwekking wil toestaan (149). 3. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing is belangrijk. De provincie geeft, onder andere op pagina 32 van de Ontwerp Omgevingsvisie, aan dat ze hiervoor ‘enkele algemene en gebiedsspecifieke voorwaarden stelt, mede op basis van de Utrechtse kwaliteiten’. Gewenste aanpassing in de Omgevingsvisie: concretiseren wat hier bedoeld wordt met Utrechtse kwaliteiten. Gaat het dan om de kernkwaliteiten landschap, de Kwaliteitsgidsen, of in het algemeen Utrechtse kwaliteiten (149)? 4. Belangrijk punt dat als voorwaarde wordt genoemd, is het beschermen van de Utrechtse landschapskwaliteiten. Het is de vraag hoe je deze kwaliteiten met wind en zon, maar vooral met wind kan beschermen zonder dat de compensatie te veel druk legt op de business case. Die staat ook al onder druk vanwege de snel dalende SDE++. Moeten ontwikkelingen als wind en zon financieel gekoppeld worden aan het beschermen van dergelijke kwaliteiten, zeker gezien het doel van energieneutraliteit in 2040 en de doelen van de RES? (109). 5. Er wordt ruimte geboden voor lokaal maatwerk.

De Verordening biedt daarbij veel interpretatieruimte omtrent de begrippen kwaliteit en inpassing. Diverse gemeenten worstelen ermee om de hun opgelegde energieopgave in hun gemeenten invulling te geven (095).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De provincie geeft ruimte voor windenergie en zonnevelden onder voorwaarden. Het is daarbij belangrijk dat structuren in het landschap herkenbaar worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Zie ook artikelen 5.4 en 5.5 Omgevingsverordening. 2. Nationale wet- en regelgeving, de Interim Omgevingsverordening en eventueel gemeentelijk beleid over duurzame opwek vormen de kaders voor ruimtelijke inpassing, waarmee een zorgvuldige inpassing is verzekerd. Daarbij voeren gemeenten in participatietrajecten met inwoners gesprekken over de keuzes die binnen deze kaders gemaakt worden. 3. De voorwaarden voor de inpassing van duurzame energieopwek vloeien voort uit de Interim Verordening. Hoofdstuk 5 bevat algemene regels. Uit de overige artikelen over andere thema’s vloeien gebiedsspecifieke voorwaarden voort; enkele specifieke instructieregels bevatten regels voor het opwekken van duurzame energie uit zon en wind, zoals t.a.v. stiltegebieden en weidevogelkerngebieden. 4. De provincie kiest bij voorkeur voor goed landschappelijk inpassen, in plaats van compenseren. In de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse landschappen zijn overigens de kernkwaliteiten van de landschappen uitgebreid beschreven en handvatten opgenomen voor het omgaan met de kernkwaliteiten. Voor energie worden aangepaste ontwerpprincipes opgesteld.

Hierover komt meer duidelijkheid in het 1e kwartaal van 2021. 5. Gemeenten en provincie zitten op dit moment allemaal in dezelfde zoektocht om voldoende duurzame energie te ontwikkelen en toch rekening te houden met de kwaliteiten. Hierover is ook overleg met gemeenten. In het begrip kwaliteit zit ruimte en flexibiliteit voor lokaal maatwerk. Op de kaart Kernkwaliteiten van het landschap staat welke landschapsstructuren belangrijk zijn voor inpassen van nieuwe ontwikkelingen.

Zorgvuldige inpassing Nr. 001 095 109 149

Indieners Gezamenlijke collectieven voor Agrarisch Natuurbeheer in Utrecht Stichting Groene Hart Gemeente Bunnik Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties

Duurzame energie als verdienmodel Nr. 066

Indieners Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

Samenvatting zienswijze Kansen worden gezien voor het realiseren van nieuwe natuur in combinatie met energieopwekking. De realisatie van natuur en aantrekkelijke recreatiemogelijkheden op de flanken van de Heuvelrug is goed voor de biodiversiteit én voor het spreiden van de recreatiedruk. Het kan daarmee tevens nieuwe economische dragers creëren voor de flanken.

Reactie en eventuele aanpassing Dit zou een interessante functiecombinatie kunnen zijn. Verstandig is om dit in gezamenlijkheid met de gemeente te onderzoeken. Hier zou ook een koppeling met het programma Groen Groeit Mee kunnen worden gezocht.

77

Begrip compensatie Nr. 023 024 066 097

Indieners Gemeente Nieuwegein Belangenvereniging Couwenhoven Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Particulier

Samenvatting zienswijze 1. Het realiseren van de energiedoelstellingen is een belangrijke en grote opgave. Compensatie en toevoegen van kwaliteit zal niet altijd haalbaar zijn. In de verordening (artikel 6.3, 6.5, 6.12) is opgenomen dat realisering van ruimtelijke ontwikkelingen slechts mogelijk is er sprake is van compensatie of toevoeging van kwaliteit. Verzoek: Wij zien graag een meer integrale en gelijkwaardige afweging (023). 2. Dat de provincie voorstelt eventueel compenserende maatregelen te nemen om aantasting te beperken, is slechts een papieren tijger: het woord “beperken” geeft al aan, dat er dus waarden gaan sneuvelen (024). 3. Mochten windturbines en zonnevelden in het NNN mogelijk blijvend, dan is het gerechtvaardigd om hier een substantiële compensatie tegenover te stellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een beheervergoeding voor de omliggende terreineigenaren die geen verdienmodel krijgen en die wel een beheerplicht hebben (066). 4. Indien in of in de buurt van natuurgebieden energieopwekking plaatsvindt, zal deze een negatieve impact op de rust en natuurbeleving in aangrenzende of dichtbijgelegen natuurgebieden hebben. Daar hoort een substantiële compensatie bij voor de aantasting van de beleving en de daarmee gepaard gaande economische waardevermindering tegenover moet staan (097).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De regels van artikel 6.3 en verder hebben betrekking op de bescherming van het NNN. Energieopwekking in die gebieden zal vanwege deze bescherming moeten voldoen aan de genoemde voorwaarden. Vanuit de bescherming van het NNN, die weer gebaseerd is op de rijksregels, is hierin niet meer afwegingsruimte. 2. Er mag geen sprake zijn van aantasting van het NNN. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij aantasting onder voorwaarden mogelijk is. In deze gevallen zal altijd eerst onderzocht moeten worden of deze aantasting ook nog verder beperkt kan worden. 3. De compensatieverplichtingen voor windturbines en zonnevelden zijn volgens artikel 6.5 van de Interim Omgevingsverordening weergegeven. Voor deze compensatie geldt dat ook het beheer gegarandeerd moet worden zodat de gewenste kwaliteit daadwerkelijk behaald wordt. 4. Er kunnen inderdaad kwaliteiten worden aangetast om een ontwikkeling mogelijk te maken. Het is een zoektocht om dit wel zoveel mogelijk te beperken en waar mogelijk kwaliteiten toe te voegen. Een financiële compensatie kan in sommige gevallen mogelijk zijn. Binnen het NNN gelden de regels uit het NNN en dient (natuur) compensatie, indien aan de orde, in natura plaats te vinden. Binnen en buiten NNN moet uit een natuurtoets blijken dat geen sprake is van strijdigheid met de Wnb (aantasting beschermde soorten).

Tijdelijke zonnevelden in Groene contour Nr. 081 105 121 155 157

Indieners LTO Noord, Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt, Nederlandse Fruittelers Organisatie en Glastuinbouw Nederland Vereniging Eemland300 Twee particulieren Stichting De Boom

Samenvatting zienswijze 1. Zonnevelden kunnen in de Groene Contour gerealiseerd worden. Bufferzones voor foeragerende ganzen in de nieuwe NNN gebieden (121). 2. Het realiseren van zonnevelden in Groene Contourgebieden is geen goed idee. Gezien de ruimtelijke uitdagingen voor de agrarische sector moeten Groene Contourgebieden beschikbaar blijven voor een combinatie van natuur en agricultuur (081, 155). 3. Verzoek om zonnevelden in Groene Contourgebieden uit te sluiten. Dit gaat ten koste van de mogelijkheden om nieuwe natuur te realiseren en/of waar dat wenselijk geacht wordt aangewezen locaties voor nieuwe natuur te verplaatsen naar de Groene Contour (157). 4. Het is niet meer dan goed rentmeesterschap om tijdelijke plaatsing (maximaal 25 jaar) van zonneparken te koppelen aan eisen voor natuur en milieu, dit met het oog op biodiversiteit en toekomstig hergebruik als landbouwgrond. Deze voorschriften ontbreken in de Ontwerpvisie. Verzoek om dit mee te nemen in het definitieve document (105).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Dit zijn mogelijke interessante combinaties, die per gebied uitgewerkt kunnen worden. 2. Zonnevelden in de Groene Contour zijn een mogelijkheid, indien de grondeigenaar denkt dat met zonnevelden de Groene Contourdoelstelling gerealiseerd kan worden. De andere opties blijven ook nog mogelijk. 3. Opwek van energie in de Groene Contourgebieden is alleen een optie om in combinatie daarmee nieuwe natuur te realiseren. Anders is dit ook niet mogelijk. 4. Bij tijdelijke plaatsing van zonnevelden in de groene contour moeten ze na uiterlijk 25 jaar worden verwijderd en het terrein zal dan omgevormd moeten worden naar natuur. Via art 5.5. in de Omgevingsverordening over bij een gebied passende bodemkwaliteit wordt rekening gehouden met het toekomstig gebruik.

78

Aansluiting belangrijke structuren als snelwegen Nr. 081 118 171 175 177

Indieners LTO Noord, Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt, Nederlandse Fruittelers Organisatie en Glastuinbouw Nederland Werkgroep De Groene Driehoek Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis Twee particulieren

Samenvatting zienswijze 1. Duurzame energie moet zoveel mogelijk worden opgewekt in en rond bestaande structuren binnen de bebouwde kom en infrastructuur (118). 2. Wat betreft de grootschalige opwek via windturbines is het van belang dat deze langs bestaande infrastructuur worden gepositioneerd. Hierdoor neemt het areaal kostbare (agrarische) grond minimaal af (081). 3. Zorgen worden geuit om de landschappelijke aantasting door windmolens rond de snelweg nabij het nationaal park. Dat heeft een directe invloed op het gebied eromheen dat wél nationaal park is (171). 4. Kan er zonder afbreuk te doen aan het landschap langs N-wegen een strook panelen worden geplaatst? (175) 5. Er wordt al behoorlijk specifiek gesproken over zonnevelden en windmolenparken langs de infrastructurele werken. Met name het opwekken van windenergie langs de N210 tussen Benschop en IJsselstein is uitermate zorgwekkend. De kernwaarden van het open landschap worden aangetast, de windturbines veroorzaken (zeer) ernstige hinder en met name daar waar de turbines ten zuiden (van oost tot west) van de leefomgeving staan opgesteld ontstaan harde slagschaduwen van de molenwieken en ze zijn ook schadelijk voor de ganzenrustgebieden, weidevogelkerngebieden en de aanvliegroutes van en naar die gebieden (177).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De structuur van het landschap is niet het enige ordenende principe voor de ruimtelijke inpassing van duurzame energie opwek. Vandaar dat in de interim Omgevingsverordening naast algemene ook gebiedsspecifieke voorwaarden gelden. 2. Een van de zoekrichtingen binnen de RES-regio’s en van afzonderlijke gemeenten is plaatsing nabij infrastructuur. Hiervoor is onder voorwaarden ruimte. Het plaatsen van windturbines behoeft een agrarische functie niet te belemmeren. Daar waar agrariërs bij willen dragen aan de energietransitie door plaatsing van een windturbine is daar binnen de gestelde voorwaarden ruimte voor. 3. Bij de plaatsing van windturbines dienen de landschappelijk kwaliteiten betrokken worden, ook buiten het perceel waar de turbine wordt geplaatst. 4. Dit zal niet in alle gevallen mogelijk zijn. Echter moet dit van geval tot geval bekeken worden. 5. Er zijn geen concrete locaties in de Verordening opgenomen. De uitwerking ervan, zoals plaatsing en hoogte, vindt plaats door en met betreffende gemeenten. Voor de natuurgebieden zijn bepalingen opgenomen in de Verordening en geldt de Wet natuurbescherming. Voor slagschaduw etc. gelden wettelijke normen en zijn afspraken mogelijk met ontwikkelaar en gemeente. Voor landschap zijn eveneens bepalingen in de Verordening opgenomen ter bescherming van de kernkwaliteiten van het landschap.

De energie-transitie betekent een toevoeging van nieuwe activiteiten, waaronder windturbines. Dit kan niet onmerkbaar plaatsvinden en gebieden kunnen daardoor van karakter veranderen.

Duurzame energie bij gemeentegrenzen Nr. 044 114

Indieners Particulier Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen Leersum

Samenvatting zienswijze Gepleit wordt om plaatsing vlak bij de gemeentegrenzen niet toe te staan. Graag nadrukkelijker vastleggen dat oplossingen van gemeentes waarbij solitaire (groepjes) turbines vlak bij de gemeentegrenzen worden gepland zodat de overlast de buurgemeentes raakt niet toelaatbaar zijn.

Reactie en eventuele aanpassing Het in regionaal verband werken aan de RES’en werkt afstemming tussen gemeenten in de hand. Er is meer ruimte voor een eventuele plaatsing bij de gemeentegrens als dit in goed overleg met de buurgemeente plaatsvindt. Bij de nadere uitwerking van locatiestudies zal de provincie, voor zover nodig, bij gemeenten aandringen op het over de gemeentegrenzen heen bezien van deze ontwikkelingen. Dit betreft zowel de ruimtelijke implicaties als het betrekken van de inwoners bij de buurgemeenten.

Concentratie duurzame energiebronnen Nr. 149

Indieners Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties

Samenvatting zienswijze Gevraagd wordt om op te nemen dat de provincie bij beslissingen voor (concentratie van) duurzame energieprojecten oog heeft voor waar lokaal het meeste draagvlak voor te vinden is. Het is belangrijk dat de provincie bij alle duurzame energieprojecten en initiatieven oog blijft houden voor waar op die plek het meeste draagvlak voor is onder omwonenden en stakeholders.

Reactie en eventuele aanpassing Dit komt verderop in de Omgevingsvisie onder “Ruimte voor wind- en zonneenergie” aan de orde.

79

Van Peta Joules naar TWh Nr. 153

Indieners Gemeente Wijk bij Duurstede

Samenvatting zienswijze Pagina 79, plaatje “Ruimte voor energietransitie (bron: Posad, 2017)”. Als geen Peta Joules worden genoemd in de tekst voegt dit plaatje niets toe.

Reactie en eventuele aanpassing Er is inmiddels een plaatje in TWh beschikbaar via Nationaal Programma RES. Aanpassing: Vervanging van de opgenomen afbeelding door een afbeelding met TWh.

Ruimte aan RES-proces Nr. 018 036 039 046 050 069 109 146

Indieners Gemeente IJsselstein Gemeente Oudewater Nederlandse WindEnergie Associatie Gemeente Woerden U10 gemeenten Vattenfall Gemeente Bunnik Utrechtse energiecoöperaties

Samenvatting zienswijze 1. Op het gebied van energie geven de visie en verordening ruimte aan het RES-proces. Deze opvatting wordt gesteund. De ruime kaders en de rolopvatting bieden veel mogelijkheden voor gemeenten om projecten toe te staan en daarmee ook ruimte voor een lokale afweging. Dit kader en uw rolopvatting is in beginsel positief. Dit geeft een maximale kans op lokaal maatwerk in samenspraak met de omgeving (018, 036, 039, 046, 050, 069, 109, 146). 2. REP/U10 en provincie zijn met elkaar in overleg om zowel het provinciale als gemeentelijke energieprogramma’s naast elkaar te leggen en te kijken waar meerwaarde zit om gezamenlijk op te trekken. Verwacht wordt dat de provincie ten aanzien van haar regulerende rol in eerste instantie ruimte laat aan RES en REP om met 16 gemeenten het proces te doorlopen om daarna met de resultaten te komen tot een provinciaal programma (050).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Fijn dat dit ondersteund wordt. 2. De provincie laat ruimte, maar wel binnen kaders. Deze staan in de Omgevingsvisie (denk daarbij ook aan Utrecht Nabij) en Interim Omgevingsverordening opgenomen.

Centralere sturing in aanwijzing gebieden Nr. 059 063 072 074 077 084 098 112 118

Indieners Stichting Duurzaam Woudenberg Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Vechtplassencommissie Vereniging Natuur en Milieu, IVNafdeling Wijk bij Duurstede, Werkgroep groenberaad Natuur- en milieuvereniging De Groene Venen Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist

Samenvatting zienswijze 1. Verzocht wordt om meer centrale sturing van het beleid voor duurzame energiebronnen in de provincie en de energietransitie te bezien vanuit een hoger schaalniveau (084). Breng zelf concreter in beeld wat geschikte c.q. voorkeursgebieden zijn voor het opwekken van zon- en windenergie (074, 098). De impact van duurzame energievoorzieningen is dermate verstrekkend, zowel fysiek/ruimtelijk als maatschappelijk en economisch, en de materie dermate complex is, dat sturing vanaf een hoger niveau onontbeerlijk is. Op slechts een enkele uitzondering na is de gehele provincie opengesteld voor zon- en windvoorzieningen. Er zijn grote risico’s van schade aan landschap, cultuur, natuur en biodiversiteit in de provincie als gevolg van versnipperde en uiteenlopende lokale beleidsvorming in een financieel ondoorzichtig krachtenveld van initiatiefnemers en landeigenaren (072, 077). Onduidelijk: hoe wil de provincie hier dan op sturen vanuit de omgevingsvisie-verordening (vb. kaart 10)? De opgave per gemeente (ieder voor zich) via een inefficiënt proces leidt tot inefficiënte energieopwekking, verrommeling van het landschap en teloorgang van natuur en biodiversiteit (118). Het lijkt het erop alsof duurzame energieproductie lokaal het enige maatschappelijke vraagstuk is. Hier is een solide ruimtelijk plan en een coördinatie over de gemeente- c.q.

provinciegrenzen heen vanuit de provincie essentieel (112).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Een groot deel van de provincie is opengesteld voor zonnevelden en windturbines, echter gelden wettelijke beperkingen, en de voorwaarden uit de Omgevingsverordening. Zo kunnen windturbines en zonnevelden niet zondermeer in NNN worden gerealiseerd en is landschappelijke inpassing altijd een vereiste. Vanwege te hanteren afstanden tot woningen is een groot deel van het grondgebied uitgesloten voor windenergie. Dit vraagt om afwegingsruimte elders. Er is dus ruimte voor lokaal maatwerk, binnen de voorwaarden in de interim omgevingsverordening die natuur, landschap en cultuurhistorie beschermen. Indien een project daar niet aan voldoet, kan de provincie ingrijpen. De RES is ingericht om van onderaf en met lokaal draagvlak te zoeken naar locaties voor windturbines en zonnevelden. Als provincie maken wij deel uit van de RES en steunen wij deze werkwijze en laten wij binnen onze voorwaarden zoveel mogelijk ruimte voor duurzame energie. De analyse voor de geschikte gebieden maken wij graag in RES verband, om daarbij ook de lokale kennis te combineren met provinciale voorwaarden. Er is daarbij oog voor regionale samenhang en afwegingen. 2. Volgens de afspraken in het Klimaatakkoord worden afwegingen over gebieden en locaties voor de opwek van energie uit wind- en zon gemaakt in (opeenvolgende versies van) de RES.

Nationale wet- en regelgeving, de Interim Omgevingsverordening en eventuele gemeentelijke beleidskaders

80

Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Particulier Werkgroep De Groene Driehoek

2.

3.

De aanbeveling uit de MER om concreter in beeld te brengen wat geschikte gebieden zijn voor het opwekken van zon- en windenergie wordt onderschreven. Dit is essentieel om eventuele aantasting van het landschap door deze duurzame energiebronnen tegen te gaan (063). De grootschalige opwekking van energie dient onder regie van de provincie plaats te vinden. Als er geen samenhangend vergelijk in de RES gebieden plaatsvindt dan dient de provincie de regie te pakken (059).

3.

vormen daarvoor het kader. Landschap is één van de aspecten van de inpassing van duurzame energieopwek, evenals natuur, de ondergrond etc. De provincie is een van de partijen in de RES. Samen met de betreffende gemeenten en waterschappen vormen zij de RES-regio. Nationale wet- en regelgeving en de Interim Omgevingsverordening vormt het kader voor alle RES-gebieden in de provincie. De RES’en zijn juist bedoeld om qua inpassing van duurzame energie opwek afwegingen ‘van onderop’ te maken in dialoog met inwoners en stakeholders.

Monitoring Nr. 109

Indieners Gemeente Bunnik

Samenvatting zienswijze Het is positief als de provincie een regierol neemt in de voortgang/monitoring van de RES’en.

Reactie en eventuele aanpassing De RES regio’s verzorgen de monitoring. De provincie is een van de partijen in de RES. Samen met de betreffende gemeenten en waterschappen vormen zij de RES-regio. De provincie ondersteunt dit verzoek en zal in samenwerking met de RES-regio’s een Energie- en Klimaatmonitor opzetten.

Provinciale rol bij niet halen doelstellingen Nr. 039 069 149

Indieners Nederlandse WindEnergie Associatie Vattenfall Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties

Samenvatting zienswijze 1. Verzocht wordt om de rol die de provincie voor zichzelf (pas) ziet op het moment dat de doelstellingen niet gehaald dreigen te worden nadrukkelijker te benoemen c.q. uit te werken zodat duidelijker wordt wanneer en hoe de provincie gebruik gaat maken van haar bevoegdheden (039). De provincie is in de regel bevoegd gezag voor windprojecten (zie artikel 9e Elektriciteitswet 1998). Onder welke omstandigheden en voorwaarden verlegt de provincie deze bevoegdheid naar de gemeente en waarom? Artikel 9e Elektriciteitswet bepaalt dat de provincie tevens bevoegd gezag is voor de aansluiting van de installatie op het net. Dit is een belangrijk argument om van uw bevoegdheid gebruik te maken, omdat er daarmee maar een procedure gevoerd hoeft te worden (één inpassingsplan). Dit maakt de besluitvorming integraler, scheelt veel tijd en bespaart kosten. Deelt de provincie deze opvatting? En is de provincie bereid gebruik te maken van uw bevoegdheden als een windproject in overeenstemming is met de kaders (ruimtelijk en inspanning voor participatie), maar de gemeente een aanvraag weigert (069)? 2.

Gevraagd wordt om nadrukkelijk aan te geven dat de provincie van plan is een regierol te pakken en wat die inhoudt, namelijk dat de provincie zal ‘ingrijpen’ als de processen rondom de RES’en niet tot de gewenste afspraken leiden en dat de provincie zelf de afweging gaat maken om tot een zorgvuldige inpassing van duurzame energie te komen (149).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De Elektriciteitswet geeft aan welke bestuurslaag in beginsel bevoegd gezag is voor de planologische realisatie van duurzame energie. Het artikel in de Elektriciteitswet geeft ons de mogelijkheid het bevoegd gezag aan de gemeente te laten voor de realisering van windenergie. Ons voornemen is om in samenwerking binnen en met de RES-regio’s te komen tot een afdoende bod teneinde te voldoen aan het Klimaatakkoord. Indien een dergelijk bod vanuit RES / gemeenten is gedaan en gemeenten verzaken alsnog, dan zullen wij ons beraden op eventuele inzet van ons instrumentarium. Dit kan ook ingezet worden indien gemeenten in hun RES onvoldoende ruimte willen bieden aan passende lokale initiatieven. Primair zullen wij in overleg treden met betreffende gemeenten. Wat aansluiting betreft gaan wij nauw samenwerken met de netbeheerders en betreffende gemeenten om te komen tot een goede netaansluiting. De Verordening biedt de ruimtelijke mogelijkheden om te voorzien in opwek locaties. 2. In het Klimaatakkoord hebben Rijk, gemeenten, waterschappen en provincies afgesproken via RES’en te komen tot afspraken het opwekken van duurzame energie en het maken van regionale afspraken over het gebruik van warmtebronnen.

De RES’en kennen een zorgvuldig proces om te komen tot afwegingen en aanzien van gebieden en locaties voor het opwekken van duurzame energie uit zon en wind en tot afspraken over het winnen van energie uit warmte. Zorgvuldigheid kost tijd en een al te snel ‘ingrijpen’ ondermijnt de RES’ en. Bovendien geeft ‘ingrijpen’ door de provincie geen enkele garantie dat duurzame energieprojecten sneller worden gerealiseerd.

81

RES’en en de betrokkenheid van overheden Nr. 063 086

Indieners Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Particulier

Samenvatting zienswijze 1. Binnen de gemeente Stichtse Vecht hebben enkele afstemmingsrondes met bewoners en bewonersorganisaties plaatsgevonden over de potentiële locatie van zonnevelden. Over een vervolgtraject en in hoeverre een en ander past in de visie is niets bekend. In ieder geval komen de resultaten van de gemeentelijke afstemmingsrondes niet in de visie terug (063). 2. De door de ministeries van BZK en EZK ingezette top-down benadering met betrekking tot de Regionale Energiestrategieën (RES’en) die nu voortgezet wordt in de Omgevingsvisie impliceert een dictaat, waarbij elke vorm van democratische legitimatie van onderop uitgesloten wordt en onvoldoende ruimte wordt gelaten om lokaal en regionaal de energieopgave te bepalen. De RES’en kennen geen staatsrechtelijkjuridische status of wettelijke grondslag. De democratische legitimatie is dus ver te zoeken. Het is belangrijk dat deelnemers aan RES’en niet een opgave vaststellen, waarmee ze zich binden aan Rijksdoelen en - als ze die doelen niet halen - risico’s lopen op EU-boetes. Het rijk kan EU-boetes doorzetten naar gemeenten, andere decentrale overheden én gemeenschappelijke regelingen (086).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De gemeente Stichtse Vecht is onderdeel van de RES U16. In dat verband zal afstemming plaatsvinden waarbij provinciale kaders en lokale processen samen komen. 2. Gemeenten en provincies hebben zich eigenstandig gecommitteerd aan Klimaatakkoord en daarin afgesproken proces voor de RES’en en hetzelfde geldt voor de RES’en zelf. De RES’en maken een bottom-up proces mogelijk. Participatie in dat proces is primair de verantwoordelijkheid van de desbetreffende gemeente.

Opslag en transport van energie Nr. 064

Indieners TenneT TSO B.V.

Samenvatting zienswijze 1. Verzocht wordt om op een passende wijze rekening te houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur van hoogspanningsverbindingen en -stations in de omgevingsvisie en eventuele doorwerking naar bestemmingsplannen, inpassingsplannen c.q. omgevingsplan(nen). 2. Er kunnen de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen plaatsvinden om de klimaatdoelstellingen na te komen. Er wordt van uitgegaan dat de provincie zich hiervan bewust is en hiervoor ruimte inpast. 3. Voor het aanwijzen van gebieden voor duurzame energie wordt verzocht om rekening te houden met voldoende afstand ten opzichte van hoogspanningsverbindingen en -stations.

Reactie en eventuele aanpassing 1. De provinciale rol is benoemd in de visie: Regierol in de regionale energieinfrastructuur. Hierbij worden de netbeheerders betrokken. Er is overigens geen milieuregelgeving op het gebied van hoogspanningslijnen. 2. De ruimtelijke consequenties hiervan worden besproken met de netbeheerders, zoals Tennet, en betreffende gemeenten. 3. Bij de nadere uitwerking zullen wij rekening houden met de wettelijke normering voor veiligheidsafstanden tot verbindingen en stations. Aanpassen: Invoegen bij kopje Opslag en transport van energie: …. uitgebreid, waarbij wij gezien de gemeentegrensoverstijgende functie, de regierol nemen in de regionaal te plannen energie-infrastructuur.

Ruimte voor wind- en zonne-energie Nr. 044 086 106 116 118 134

Indieners Twee particulieren Vereniging Vrij Polderland Stichting Beter Zeist Werkgroep De Groene Driehoek Gemeente Stichtse Vecht

Samenvatting zienswijze 1. Wat zonneparken/velden betreft is het verzoek deze alleen toe te staan op een manier die natuur-, biodiversiteit- en bodemvriendelijk is. Het College van Rijksadviseurs heeft zich uitgesproken tegen plaatsing van zonneparken in natuurgebieden en op landbouwgrond. De natuur in Nederland is in slechtere toestand dan in welke EU-lidstaat ook en de Nederlandse landbouwgrond is Europees gezien uitzonderlijk vruchtbaar. Zon op land is slecht voor het bodemleven en slecht voor het landschap, en landbouwgrond is hard nodig om bestaande bedrijven te extensiveren. Een

Reactie en eventuele aanpassing 1. De provincie zet zich in om te voldoen aan de afspraak uit het Klimaatakkoord om in Nederland in 2030 35TWh energie opwek via zonneen windenergie op het land te halen. Aan zonnevelden worden generieke voorwaarden gesteld (art 5.5. Omgevingsverordening) vanwege landschap en bodemkwaliteit, gebiedsgerichte voorwaarden vanwege natuur en spreken ons uit voor een voorkeursvolgorde voor zon. Met alleen de voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht is er onvoldoende oppervlak beschikbaar om de energie-ambities te behalen. Ook zonnevelden

82

2.

goed voorbeeld van hoe desastreus deze zonneparken uitpakken, is te zien in de noordelijke provincies. Hele gebieden hebben een geheel nieuw aanzien gekregen van levenloze monotone zonneveldparken. Verzocht wordt om locaties van windenergie binnen en op de grenzen van de gemeente Stichtse Vecht te verwijderen op de verschillende kaarten (134).

2.

gecombineerd met landbouw of op gronden met lage natuurkwaliteit zijn nodig. De inzet is daarbij wel om te kiezen voor de minder rendabele landbouwgronden. De provincie Utrecht heeft geen locaties aangewezen voor windenergie. De provincie heeft alleen aangegeven waar het volgens provinciaal beleid zou kunnen. Gemeenten en lokale initiatiefnemers zijn binnen deze kaders altijd nog zelf aan zet. Voor zover dit betrekking heeft op de ‘potentiële windenergielocaties’ die in de Provinciale ruimtelijke structuurvisie zijn opgenomen: deze worden niet overgenomen in de Omgevingsvisie. In de RES’en zoeken partners naar de meest geschikte locaties. De Interimverordening geeft hieraan beperkingen en randvoorwaarden mee, maar sluiten opweklocaties niet uit in specifieke gemeenten.

Opruimplicht Nr. 072 077 112 136

Indieners Vechtplassencommissie Natuur- en milieuvereniging De Groene Venen Particulier Federatie Groene Heuvelrug

Samenvatting zienswijze 1. Verheugd wordt gereageerd op het opnemen van de opruimplicht voor energie-infrastructurele voorzieningen nadat deze niet meer gebruikt worden. Aanbevolen wordt om deze opruimplicht nader te concretiseren in de zin dat voor die werkzaamheden een gegarandeerde financiële buffer moet worden opgebouwd. Denk even aan de situatie dat het exploiterend bedrijf failliet gaat of de aandelen verkoopt, mogelijk in een ver land. Het is opmerkelijk omdat dit bij andere (industriële of agrarische) installaties (nog) niet wordt geëist (072, 077, 112). 2. Scherp de verordening zodanig aan dat duidelijk wordt dat de gronden na beëindiging van de energieopwekking nog steeds geschikt moeten zijn voor de oorspronkelijke functie (natuur, landbouw) en intussen niet zodanig zijn aangetast dat deze oorspronkelijke functies niet, of pas na vele jaren, kunnen worden hersteld (136).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De opruimplicht zal moeten worden opgenomen in de te verlenen vergunning om de bouw te realiseren, meestal vergunningverlening door de gemeente. Energie wordt als een tijdelijk iets gezien. Daarom is de opruimplicht ingesteld. 2. Het is onwenselijk om ten alle tijden te eisen dat na beëindiging van de activiteit de oorspronkelijke functie mogelijk is. Dit betreft maatwerk. Soms kan de energiefunctie gebruikt worden om een gebied te transformeren.

Voorstellen gebiedsgerichte voorwaarden Nr. 084 156 168

Indieners Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist Particulier Vrienden van Amelisweerd

Samenvatting zienswijze 1. Recreatie in het landelijk gebiedt is tegenstrijdig met het plaatsen van windturbines en zonnevelden welke een doodsteek zijn voor het landschap waar bewoners van Utrecht en omstreken van genieten (156). Gevraagd wordt om af te zien van megaturbines en grootschalige zonnevelden rond stedelijke gebieden (084). 2. Verzoek om geen duurzame energie te realiseren in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur, met hooggewaardeerde landschappen (168) / in/nabij landschappelijk/cultuurhistorisch opzicht waardevolle gebieden (084).

Reactie en eventuele aanpassing Voor zonnevelden en windturbines komt de provincie tegemoet aan de vraag naar meer ruimte. De energietransitie is een grote opgave waar voldoende zoekruimte voor nodig is. Die zoekruimte wordt vooral beperkt door de vele kwaliteiten in de provincie. Er is per gebied en per beleidsdoel een afweging nodig. Er zijn geen gebieden zonder enige bijzondere kwaliteit. Gebieden geschikt voor energie-opwek zijn vaak ook open gebieden waarvoor concrete kansrijke initiatieven voorgesteld kunnen worden. Daarom is opgenomen dat gemeenten dit toe kunnen staan mits de situering zodanig is dat de effecten op andere beleidsdoelen zo beperkt mogelijk zijn. In delen van de provincie is op basis van de Verordening en wet- en regelgeving grootschalige energie-opwek niet toegestaan, dat geldt zeker voor wind. Bijvoorbeeld vanwege geluidsnormen of natuurdoelen. Het is daarbij belangrijk dat er regionale afstemming over heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld in het kader van de RES’en.

83

Ad 1. Bij de plaatsing van energie-opwek moet rekening gehouden worden met o.a. het landschap en recreatieve mogelijkheden. Ad 2 Duurzame energie is mogelijk, mits voor de zonnevelden wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, windturbines in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines worden opgesteld of solitair met onderbouwing conform artikel 5.4 lid 3 van de verordening, en rekening wordt gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur.

Gebiedsgerichte voorwaarden en integrale afweging Nr. 019

Indieners Gemeente De Ronde Venen

Samenvatting zienswijze Hoewel de provincie vrijwel geen locaties op voorhand uitsluit voor duurzame energie projecten, blijft de stapeling van voorwaarden toch problematisch. De insteek is niet integraal. Het realiseren van klimaatdoelstellingen is net zo belangrijk als het beschermen van wat waardevol is. (Volledige) compensatie zal niet altijd haalbaar zijn. Gelijkwaardige en integrale afwegingen brengen dan met zich mee dat soms een duurzaam project niet door zal kunnen gaan, maar óók dat soms een inbreuk op een aanwezige waarde wordt geaccepteerd. De omgevingsvisie en -verordening moet deze integrale afweging ondersteunen. In dit geval zou het aanpassen van het type instructieregel dat hier wordt gehanteerd op zijn plek zijn. Graag onnodige beperkingen voorkomen.

Reactie en eventuele aanpassing Dit is een heldere redenering die ook terug te vinden is in visie en verordening. De integrale afweging (waarbij ook de rijksregels betrokken zijn) heeft er toe geleid dat realisatie van grootschalige opwek in sommige gebieden niet mogelijk is (Natura2000, ganzenrustgebied), onder strikte voorwaarden vanuit het lokale belang (zoals NNN, groene contour), of meer mogelijk is. De locaties met stapeling van randvoorwaarden zijn niet op voorhand uitgesloten maar vragen maatwerk in realisatie en te behouden waarden. Ook de provincie streeft naar voorkomen van onnodige beperkingen. De bepalingen ten aanzien van compensatie hebben overigens alleen betrekking op het NNN.

Uitsluiting diverse gebieden Nr. 044 063 067 095 116 118 132 167 168 171 175 176 180

Indieners Particulier Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Landgoed Eyckenstein Stichting Beter Zeist Stichting Groene Hart Werkgroep De Groene Driehoek Particulier Stichting Behoud de Eemvallei Vrienden van Amelisweerd Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis Twee particulieren Weebers vastgoed advocaten namens Stichting Behoud

Samenvatting zienswijze Gevraagd wordt om windturbines en/of zonnevelden uit te sluiten in de volgende gebieden: 1. het westelijk veenweidegebied / Groene Hart: er zijn geen mogelijkheden voor adequate landschappelijke inpassing voor windturbines vanwege het authentieke kenmerkend agrarisch cultuurlandschap en de openheid, een kernkwaliteit van veenweidegebied. Ook zonnevelden laten zich maar zeer beperkt combineren met de kernkwaliteit veenweidekarakter en de cultuurhistorische waarden (063, 095, 175, 176). 2. het gebied op en rond de Heuvelrug: dit gaat ernstig conflicteren met de natuurwaarden en de beleving van ons Cultureel Erfgoed (067). 3. het gebied van de Langbroeker Wetering, vanaf de stuwwal tot aan de Kromme Rijn: een energielandschap is in dit unieke middeleeuwse landschap zeer ongewenst. Gevraagd wordt plaatsing van windturbines uit te sluiten, en plaatsing van zonneparken alleen toe te staan onder strenge voorwaarden van Iandschappelijke inpassing en compensatie in de vorm van biodiversiteitsmaatregelen (044, 116). 4. het buitengebied Zuidwest Zeist: windturbines staat niet in verhouding tot grote landschappelijke en natuurlijke waarden, het gebied is tegelijkertijd klein en kwetsbaar, en zal leiden tot onomkeerbare industrialisering (118). 5.

Vijfheerenlanden: grootschalige opwekking van zon- en windenergie zal de landschappelijke kwaliteit ernstig aantasten: een prachtig landelijk gebied met een stiltegebied, Natura 2000 gebied nabij de Zouwe en uitgestrekte

Reactie en eventuele aanpassing De opgave voor de energietransitie, de afspraken uit het Klimaatakkoord en de ambitie van de provincie om te komen tot duurzame energie maken dat locaties nodig zijn voor de opwek van duurzame energie. De opgave van de energietransitie vraagt om het benutten van zoveel mogelijk geschikte locaties. Er is ruimte voor windenergie en zonnevelden onder voorwaarden. Het is daarbij belangrijk dat structuren in het landschap herkenbaar worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Zie ook artikelen 5.4 en 5.5 Omgevingsverordening. Op de kaart Kernkwaliteiten van het landschap is aangegeven welke essentiële landschapsstructuren belangrijk zijn om nieuwe ontwikkelingen goed in te passen. Bovendien wordt de Kwaliteitsgids voor het landschap geactualiseerd, waarbij deze aangevuld wordt met ontwikkelingsprincipes voor de energietransitie. T.a.v. landschap en cultuurhistorie zijn verder bepalingen opgenomen in de Omgevingsverordening (bij 7, Cultuurhistorie en landschappen). Het landschap is niet statisch. Het landschap zal door transities veranderen, o.a. vanwege duurzame energie, maar ook verstedelijking, transities in de landbouw, klimaatadaptatie en recreatiebehoefte. Door hierbij de landschappelijke structuren te respecteren kan er een nieuwe laag in het verhaal van het landschap worden toegevoegd.

De Verordening wijst geen locaties aan voor windenergie en zonnevelden, maar geeft de voorwaarden (vanuit andere beleidsdoelen) mee voor de zoektocht naar geschikte locaties. De Verordening geeft hiertoe vanuit andere beleidsdoelen, zoals natuur, de grenzen aan. Behalve in ganzenrustgebieden en Natura2000 zijn in andere natuurdoelen enkele mogelijkheden voor windenergie en

84

Slagenlandschap Maartensdijk Oost

NNN gebieden in de vorm van uiterwaarden langs de Lek, en openheid van het landschap als kernkwaliteit (132). 6. kleinschalig cultuurlandschap, bv. het landschap Rivierengebied: enorme windturbines gaan hier niet samen mee (044). 7. Eemland/ Eemvallei: wind- en zonne-energie past hier niet vanwege de kernkwaliteiten van o.a. extreme openheid, en gebiedsidentiteit (167). 8. het terrein van de Rioolwaterzuiveringsinstallatie Amersfoort, Neonweg 30 te Amersfoort, aan de Eem gelegen: vanwege zeer negatieve impact op extreme openheid en fauna van Eemland/Eemvallei (167). 9. de waardevolle omgeving van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen (168). 10. de kwetsbare ecologische kwelzone tussen Maarsbergen en Woudenberg: geen windturbines en zonnevelden (171). 11. slagenlandschap in het buitengebied rondom de kern Maartensdijk, in het bijzonder Maartensdijk Oost buitengebied omdat dit uniek en waardevol is en vanwege het behoud van de karakteristieke waarden van het gebied waaronder de openheid en (het behoud van) rust en stilte (180).

zonnevelden. Denk hierbij aan locaties waar op dit moment geen waarden aanwezig zijn. Hierbij zullen altijd de regels van de bescherming van het NNN moeten worden gevolgd. Overeind blijft dat ook in die gebieden de Wet natuurbescherming geldt en de gebiedsspecifieke voorwaarden niet worden aangetast. Het is mogelijk dat om die reden deze kansen uiteindelijk niet benut kunnen worden. Deze uitwerking vindt nu plaats binnen de RES’en. Ad 2 Er zijn inderdaad vele hectaren zonneveld nodig om de doelstellingen voor 2030 te behalen. Het is echter nog niet zeker of dat op en rond de Utrechtse Heuvelrug gaat gebeuren. Daarover wordt in RES-verband nagedacht. De projecten die uit de RES komen, dienen altijd te voldoen aan de in de Interim Omgevingsverordening opgenomen voorwaarden met betrekking tot natuur en cultuurhistorie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/380/documents/11311