2021.02.16 Raadsinformatiebrief 'Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening' - Merged.pdf
Tekst van het document
59
4.1.3 Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie Overzicht van voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen en vanwege voortschrijdende ontwikkelingen / voortschrijdend inzicht. Hoofdstuk 4.1. 4.1.1
4.1.2
4.1.2
Originele tekst Een groene en rustige omgeving in de provincie, waar een gevoel van ruimte wordt ervaren, is belangrijk om te kunnen herstellen van de drukte elders. We werken met onze partners (gemeenten, omgevingsdiensten, veiligheidsregio) samen om risico’s in beeld te brengen en te zoeken naar maatregelen om die risico’s te beperken Bij inrichtingen en transport (wegen, spoorwegen, vaarwegen, luchtvaartterreinen en buisleidingen) dragen wij bij aan het voorkomen van normoverschrijdingen voor externe veiligheid via het provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid. Ook de bestuurlijke samenwerking op het gebied van recreatie (recreatieschappen) en het beheer en financiering van terreinen, routes en andere voorzieningen is hierin meegenomen. In het Programma Recreatie en Toerisme geven wij aan hoe en waar de gebieden en extra voorzieningen een plek kunnen krijgen. Daarbij kijken we allereerst naar het areaal aan (bovenlokale) dagrecreatieterreinen en recreatiezones die we willen behouden en stimuleren een optimale benutting en waar mogelijk vergroting van het areaal. Daarnaast kijken we naar mogelijkheden voor extra opvang van de recreatieve behoefte in gebieden die nu nog een beperkte opvangcapaciteit hebben. En Nieuwe tekst invoegen na ‘en de Grebbelinie te versterken’.
Aangepaste tekst Groene en rustige gebieden, waar een gevoel van ruimte wordt ervaren, zijn belangrijk om te kunnen herstellen van de drukte elders.
Reden en bron Aanpassing in de inleiding van paragraaf 4.1 op basis van ingediende zienswijzen.
We werken met onze partners (gemeenten, omgevingsdiensten, veiligheidsregio) samen om risico’s in beeld te brengen en te zoeken naar maatregelen om die risico’s te beperken en normoverschrijding voor externe veiligheid bij inrichtingen en transport te voorkomen. Dit geschiedt in vervolg op het provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid 2015-2020 in het kader van het Programma Gezond en Veilig dat wordt opgesteld.
De tekst over externe veiligheidsrisico’s wordt binnenkort ingehaald door de tijd. Het provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid houdt namelijk definitief op te bestaan per 1 januari 2021. De tekst hierover wordt aangepast aan deze actualiteit.
Ook de bestuurlijke samenwerking op het gebied van recreatie (waaronder de recreatieschappen) en het beheer en financiering van terreinen, routes en andere voorzieningen is hierin meegenomen.
Aanpassing in de tekst via het toevoegen van ‘waaronder de’ onder het kopje ‘vrijetijdsbesteding op basis van ingediende zienswijzen. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat in het Programma Recreatie en Toerisme aangegeven gaat worden waar en hoe de gebieden en voorzieningen een plek krijgen. Dit kan, gezien het centraal stellen van samenhang en samenwerking echter niet plaats vinden in een beleidsprogramma, maar via bijvoorbeeld het programma Groen Groeit Mee en via gebiedsprocessen. De tekst wordt hierop aangepast, dit naar aanleiding van ingediende zienswijzen.
Nieuwe gebieden en extra voorzieningen zullen naast de verstedelijking een plek moeten krijgen. Daarvoor kijken we allereerst naar het areaal aan (bovenlokale) dagrecreatieterreinen en recreatiezones, dat bedoeld is om bestaande (bovenlokale) recreatiefuncties te behouden en nieuwe (bovenlokale) recreatiefuncties een plek te kunnen geven. Hiervoor regelen we dat in de recreatiezones geen ontwikkelingen plaats kunnen vinden die behoud en realisatie van recreatief groen belemmeren. Daarbij willen wij in deze zones onder voorwaarden ruimte bieden voor nieuwe (bovenlokale) recreatievoorzieningen. De bestaande bovenlokale dagrecreatieterreinen houden, passend bij de andere provinciale belangen, ruimtelijke mogelijkheden om een kwaliteitsslag te kunnen maken om aan de (veranderende) vraag van recreanten te kunnen voldoen. Wij willen dit areaal van recreatiezones en dagrecreatieterreinen dan ook behouden en we stimuleren een optimale benutting. Uitbreiding is nodig om aan de groeiende behoefte te kunnen voldoen. We kijken ook naar mogelijkheden voor extra opvang in gebieden die nu nog een beperkte opvangcapaciteit hebben. En Een samenhangende aanpak is hiervoor noodzakelijk. Bij het proces van de verdere verstedelijking onderzoeken we samen met onze partners hoe we groen mee kunnen laten groeien. Hiervoor dient het programma ‘Groen Groeit Mee’.
60
4.1.2
Onder meer om te ondersteunen dat bij de totstandkoming van verstedelijking de ontwikkeling van het (recreatief) groen gelijke tred houdt, onderzoeken we samen met onze partners hoe we groen kwalitatief en kwantitatief mee kunnen laten groeien, zowel via groenblauwe dooradering in de kernen als via gebieden en routes buiten de kernen. Er lopen diverse initiatieven en programma’s met een ‘groene’ ambitie in de provincie Utrecht. Dit versnipperde landschap vormt een risico voor de ambitie om ‘groen’ in voldoende mate mee te laten groeien. Er is een samenhangende aanpak nodig. De manier waarop we dit kunnen bereiken en hoe dit bekostigd kan worden maken deel uit van dit onderzoek.
4.1.2
Wij zetten ons in voor behouden en versterken van het huidige recreatieve hoofd(route)netwerk voor onder andere fietsen, wandelen en het recreatietoervaartnet voor inwoners en bezoekers.
4.1.2
Ringpark – Groen Groeit Mee Groen is de kwaliteit van de provincie Utrecht, groei is de opgave. Maar hoe kunnen we groen (kwalitatief én kwantitatief) laten meegroeien? Met het Ringpark willen we groene waarden verstevigen in een groeiende regio. Maar ook ruimtelijkeeconomische meerwaarde creëren bij transities die zich voordoen in het landelijk gebied. Het Ringpark is een krachtig concept dat rode en groene belangen niet tegen elkaar uitspeelt, maar daarin balans aanbrengt.
Groen Groeit Mee Wonen in de provincie Utrecht, is wonen in een groene omgeving in het hart van Nederland. Bossen, parken, fiets- en wandelroutes zijn altijd dichtbij, zichtbaar en goed bereikbaar. Groen is een groot gemeenschappelijk goed, dat voor een essentieel deel bijdraagt aan de kwaliteit van leven én daarmee ook aan de economie. Groen Groeit Mee is de afspraak dat we gezamenlijk bij alle ruimtelijke plannen, projecten en gebiedsontwikkelingen, de groenontwikkeling in evenwichtige verhouding en volwaardig meenemen. Zo wordt groen meer zichtbaar, beleefbaar en bereikbaar. Er lopen diverse initiatieven en programma’s met een ‘groene’ ambitie in de provincie Utrecht. Dit versnipperde landschap vormt een risico voor de ambitie om ‘groen’ in voldoende mate mee te laten groeien. Er is een samenhangende aanpak nodig. In het programma Groen Groeit Mee werken partners samen aan het krachtig positioneren van groene opgaven. Om bij de totstandkoming van verstedelijking de ontwikkeling van het (recreatief) groen gelijke tred te laten houden, onderzoeken we samen met onze partners hoe we groen kwantitatief mee kunnen laten groeien. Dit kan zowel via groenblauwe dooradering in de kernen als via gebieden en routes buiten de kernen. Waar mogelijk wordt de verbinding met andere programma’s gelegd.
De manier waarop we dit kunnen bereiken en hoe dit bekostigd kan worden maken deel uit van dit programma. Naar aanleiding van de uitkomsten van het programma Groen Groeit Mee en de vraag vanuit de regio’s bepalen wij of en waar aanpassing of uitbreiding van de recreatiezones en (bovenlokale) dagrecreatieterreinen wenselijk is. Wij passen de Omgevingsverordening daarop dan aan. Zie ook de box ‘Groen Groeit Mee’. Wij zetten ons in voor behouden, versterken en verder ontwikkelen van het huidige recreatieve hoofd(route)netwerk voor onder andere fietsen, wandelen en het recreatietoervaartnet voor inwoners en bezoekers. De benodigde hoogte- en dieptematen van de vaarwegen leggen wij vast. Groen Groeit Mee Het programma Groen Groeit Mee brengt en houdt rode en groene ontwikkelingen in de provincie Utrecht in balans. Groen is de kwaliteit van de Utrechtse regio. Groei is de opgave. Hoe kunnen we dit samenbrengen? Groen Groeit Mee geeft hier invulling aan.
Vervangen tekst in Ontwerp blz. 62 ‘Onder meer … van dit onderzoek’ door een tekst over Groen Groeit Mee op basis van ingediende zienswijzen.
Aanpassing in de visie, p. 62/63: “Wij zetten ons in […] bezoekers.” Aanvullen met: “en verder ontwikkelen“ en “De benodigde hoogte- en dieptematen van de vaarwegen leggen wij vast”. Dit op basis van ingediende zienswijzen De box Ringpark wordt vervangen door een box over Groen Groeit Mee op basis van ingediende zienswijzen.
Met Groen Groeit Mee willen we samen met regionale partners in ruimtelijke zin komen tot een stevige positionering van (recreatief) groen, o.a. gekoppeld aan een regionale programmering. Daartoe worden opgaven in beeld gebracht, worden financieringsvormen geïnventariseerd en wordt vervolgens de stap gezet naar een
61
Het Ringpark biedt een groen, gezond en slim antwoord in een periode van groei (verstedelijking, mobiliteit) en transities (energie, klimaat, landbouw, circulair). De urgentie om ruimtelijke kwaliteit en groen centraal op de agenda te zetten is groot. Utrecht wil immers geen provincie zijn waar de verstedelijking en de groeiende mobiliteit ten koste gaat van het landschap en een gezonde leefomgeving. In het Ringpark komen al deze opgaven samen, met als sleutelbegrip ruimtelijke kwaliteit. Het Ringpark biedt perspectief, zowel in steden als in de dorpen. In de eerste en tweede ring speelt vooral de uitdaging van verdichting mét behoud van groene en blauwe kwaliteit. In de derde ring (stadsrand/dorpsrand) liggen er opgaven als omgevingskwaliteit en stad-landrelaties. In de vierde ring (het ‘ommeland’) wordt gezocht naar een nieuw evenwicht tussen recreatie, landbouw en natuur. Het gaat bij het Ringpark niet alleen om de ‘ringen’, maar ook om de verbindingen daartussen. Denk daarbij aan een groenblauw netwerk en routes. Door bijvoorbeeld de ontwikkeling van ‘missing links’ en de ontwikkeling van Ringparkpoorten worden stad en land verbonden en toegankelijk voor iedereen.
4.1.2
Programma-aanpak voor het Ringpark: bestaande programma’s en projecten in het perspectief van het Ringpark plaatsen en nieuwe thema’s agenderen en uitwerken
programmering van de groene opgaven, voor zover deze nog niet door andere programma’s wordt opgepakt. Groen groeit Mee geeft uitvoering aan de wens tot een meer strategische positionering van groene opgaven Groen Groeit Mee positioneert zich nadrukkelijk als een verbindende en brede opgave en dus anders dan meer sectorale programma’s, projecten en organisaties waarin overheden in Utrecht al samenwerken aan groene doelen. Hiermee geven we invulling aan de brede groene pijl in bijgevoegd figuur (volgt). De uitvoering van groene opgaven zal primair via bestaande (uitvoerings)programma’s plaatsvinden Groen Groeit Mee kijkt naar toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water, maar richt zich in de uitwerking vooral op de blinde vlekken. Dit zal naar verwachting vooral recreatief groen zijn, omdat hier geen duidelijke structurele financiering voor bestaat. De andere thema’s lijken al hun uitwerking te krijgen in bestaande programma’s. Groen Groeit Mee wil echter wel verbinden en daarmee ook helpen om (indirect) de bestuurlijke drukte te verminderen. In GGM wordt intensief samengewerkt met regionale partners, onder regie van de provincie Utrecht Uitgangspunt is mede-opdrachtgeverschap, waarbij de provincie de regie heeft.
De Regio U16, Regio Amersfoort, het Utrechtse deel van Regio Foodvalley, de vier waterschappen en de provincie Utrecht werken samen aan het Programma Groen Groeit Mee. Samen werken zij als één overheid, zoals bedoeld in de Omgevingswet. Maar hoe meer partijen dit onderschrijven hoe beter. De aanpak is afgestemd op het proces van regionale programmering Groen in evenwichtige verhouding laten meegroeien is de wens van Provinciale Staten. ‘Groen groeit mee’ is een fundamentele en grote opgave is, die stevig moet worden opgepakt. Veel doelen in de Omgevingsvisie zijn kwantitatief, maar voor groen is dat veel minder (m.u.v. de opgave voor het NNN). Daarom wordt de koppeling gelegd tussen regionale programmering van woningen etc. en Groen Groeit Mee. Dit wordt de komende tijd verder uitgewerkt in een aanpak voor Regionale programmering, waarin evenwichtige groei van groen onderdeel is. Programma Groen Groeit Mee
Actualisatie bij ‘Uitvoering geven aan beleid voor ‘recreatie en toerisme’.
62
4.2 Klimaatbestendig en waterrobuust 4.2.1 Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem Duurzaam en robuust water- en bodemsysteem Nr. 098, 171
Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis
Samenvatting zienswijze Goed dat er op systeemniveau, dus uitgaande van voorkomende bodem- en (grond)watersystemen, naar oplossingen wordt gezocht. Daarbij is het van belang dat nadrukkelijk met de op een bepaalde locatie aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, evenals bewoners, rekening dient te worden gehouden, bijvoorbeeld bij het eventueel verzwaren van de dijken. (098) Formuleer beleid om bodems met hoge waarde vanwege biodiversiteit, klimaatbeheersing en waterinzijging, vergaand te beschermen. Deze bodems met de daarop voorkomende vegetatie/bomen, zijn onderdeel van de oplossing voor de klimaatproblematiek. Hier vindt zuurstofproductie plaats, wordt CO2 vastgelegd, wordt regenwater in de bodem gezuiverd, en is sprake van een rijk bodemleven als onmisbaar onderdeel van biodiversiteit boven de grond. (171)
Reactie en eventuele aanpassing Dank voor de herkenning van de aanpak. In het vinden van oplossingen wordt integraal met partners samengewerkt om te komen tot een juiste afweging. In het beleid zet de provincie in op duurzaam gebruik van de ondergrond, waarbij gebruik en functies van de ondergrond in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken. Daarin is ook aandacht voor de ondergrond in bijvoorbeeld natuurgebieden.
Samenvatting zienswijze De ondergrond wordt steeds meer benut voor verschillende functies. Daarmee is inzicht in de bodem en het gebruik van groot belang. Pak als provincie de regie voor een bodeminformatiesysteem op regionale of provinciale schaal.
Reactie en eventuele aanpassing Er is nut en noodzaak bij een regionaal bodeminformatiesysteem. Dit is echter van een ander schaalniveau dan de Omgevingsvisie. In het in ontwikkeling zijnde Bodem- en Waterprogramma wordt uitgewerkt hoe hier samen met partners naar toegewerkt wordt.
Samenvatting zienswijze In de verordening (artikel 3.8) worden eisen gesteld aan het gemeentelijk omgevingsplan omtrent het saneren van de bodem in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Er wordt te snel wordt overgegaan tot een eis van het volledig verwijderen van de verontreiniging. Neem alle factoren die meespelen in het wegnemen van risico’s mee.
Reactie en eventuele aanpassing Het artikel 3.8 waar in de zienswijze aan wordt gerefereerd was opgenomen in de eerdere Omgevingsverordening, maar staat nu nog op gereserveerd. De nadere invulling van dit artikel zal plaatsvinden in een volgende versie van de Omgevingsverordening met werking onder de Omgevingswet. Het verzoek zal meewegen bij het opstellen van dit artikel.
Bodeminformatiesysteem Nr. 018
Indieners Gemeente IJsselstein
Bodemsanering Nr. 023
Indieners Gemeente Nieuwegein
Grond(water)verontreiniging Nr. 023
Indieners Gemeente Nieuwegein
Samenvatting zienswijze Bevoegd gezag voor grondverontreiniging zal bij gemeenten komen te liggen, en voor grondwaterverontreiniging ligt dit bij de provincie. Kunnen we procedurele afspraken maken voor integraal werken van gemeente en provincie over grond(water)verontreiniging.
Reactie en eventuele aanpassing De problematiek is herkenbaar. Hiervoor zijn samenwerkingsafspraken met de partners nodig. Hier is reeds mee gestart.
63
(grond)waterbeheer Nr. 026, 070, 098, 150, 163, 171
Indieners Particulier, ECODOE, Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Netwerkgroep Heuvelrug in Goede Banen, Werkgroep Natuurlijk ZeistWest, Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis
Samenvatting zienswijze Afgelopen decennia zijn gronden “optimaal” ontwaterd voor de landbouw. Om verdroging tegen te gaan is er meer variatie nodig, bijvoorbeeld in natte perioden vooral de hogere gronden gebruiken en in droge perioden de beekdalen. Dat vraagt om herverkaveling van gronden. (026) Herstel oude natuurlijke waterlopen. Deze worden vaak niet gebruikt en kunnen helpen bij een betere waterbeheersing en meer biodiversiteit. Zorg dat in hogere gebieden meer water vastgehouden wordt door beter om te gaan met sloten om langer water vast te houden. (070) Kijk naar de grondwaterbalans op met name de Heuvelrug. Uit diverse studies is naar voren gekomen dat juist door de grondwaterwinningen de kweldruk op aan de Heuvelrug grenzende lager gelegen gebieden zodanig is afgenomen, dat daardoor ook negatieve effecten op de natuur zijn ontstaan. In deze gebieden moet tot systeemherstel gekomen worden. (098) Versterk de natuur zodat robuustere gebieden ontstaan op de Utrechtse Heuvelrug. Essentieel daartoe is o.a. bescherming van de hydrologische structuur door paal en perk te stellen aan grootschalige wateronttrekking. (150) Benoem de kwelnatuur langs de flanken van de Utrechtse Heuvelrug als Utrechtse kwaliteit. Het gaat hier om bijzondere landschappelijke en natuurkwaliteiten.
Ook het effect van industriële waterwinningen op kwelgebieden komt onvoldoende aan de orde bij grondwater. (163) Hoe gaat de provincie voorkomen dat de kwelzone ten noorden van Maarsbergen versteent, dat daar water onttrokken moet worden om de woonwijken leefbaar te krijgen? Het is een verkeerde situering van stenen rond de Heuvelrug. Landgoederen komen in een ring van steen te liggen, wat maakt dat de leefbaarheid ver terugloopt, niet alleen de leefbaarheid voor de mens, maar ook die voor plant en dier. (171)
Reactie en eventuele aanpassing Het is inderdaad nodig om lokaal en in het gebied te zoeken naar oplossingen om om te gaan met zowel perioden van droogte als perioden van veel neerslag. Hier zijn verschillende manieren voor die per gebied zullen verschillen in effectiviteit. Via programma's en projecten werkt de provincie samen met partners aan een klimaatbestendiger landelijk gebied, waarbij ook gekeken wordt naar de mogelijkheden en kwaliteiten van het gebied om deze bestendig in te richten voor zowel droge als natte perioden. De beschreven knelpunten met betrekking tot afname van kwel zijn herkenbaar. Om het watersysteem op de Utrechtse Heuvelrug meer robuust te maken wordt in de Blauwe Agenda samengewerkt tussen provincie, gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en terreinbeherende organisaties aan integrale wateroplossingen.
Samenvatting zienswijze Neem het begrip beregening op in de Omgevingsvisie. Als het waterschap verbiedt om te beregenen uit oppervlaktewater dan bereidt beregening uit grondwater sterk uit. Ook hier is een verdringingsreeks nodig. Grondwater moet in droge perioden allereerst (en alleen?) voor drinkwater zijn. (026) Er wordt ongelimiteerd grondwater opgepompt, waarbij m.n. watergebruik door bedrijven en boeren een stevige impact heeft op grondwater niveaus. Dit maakt oude regionaal inheemse bomen kwetsbaar. (070) Het is nodig om structureel natuurlijke waterwinning door de landbouw, industrieën, zakelijke afnemers en particulieren met grote zwembaden terug te dringen en ingrijpend waterpeil te verhogen in de gehele provincie t.b.v. biodiversiteit. Deze waterwinning zorgt voor verdroging, bodemdaling e.d. Ook voor weidevogels is vernatting en ‘plas-dras’ weilanden nodig (116).
Reactie en eventuele aanpassing Het watersysteem staat inderdaad onder druk, juist door de droge perioden van afgelopen jaren. Daarom is de ambitie opgenomen voor werken aan een blijvend robuust bodem- en watersysteem, dat veerkrachtig om kan gaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. Hierin werkt de provincie samen met de waterschappen. De werkwijze wordt uitgewerkt in het Bodem en Water programma. Aanvullend is er een provinciale rol om samen met andere partijen te werken aan het beperken van het (drink)waterverbruik. De provinciale rol wordt eveneens beschreven in het bodem en waterprogramma.
Grondwater Nr. 026, 070, 116
Indieners Particulier, ECODOE, Stichting Beter Zeist
64
Waterwingebieden en strategische grondwatervoorraad Nr. 081, 096, 126
Indieners LTO Noord e.a., Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort, Gemeente Vijfheerenlanden
Samenvatting zienswijze In de Omgevingsvisie wordt genoemd dat de provincie de winning van grondwater in Eemland wil uitbreiden. Indiener is van mening dat het benoemen hiervan te voorbarig is. De agrarische sector is in gesprek over de uitbreiding van de winning van grondwater in het gebied. Het is op dit moment nog onduidelijk of dit daadwerkelijk zal plaatsvinden. (081) Waarom wordt de regio Amersfoort wordt aangewezen als toekomstige drinkwatervoorraad? (096) Er zijn twee locaties voor extra winning van grondwater voor drinkwater opgenomen. Deze zijn in de planMER opgenomen. niet geheel duidelijk is, of er als exacte locatie(s) bekend zijn er dan alsnog een meer specifieke ‘PlanMER’ noodzakelijk is. (098) Een groot deel van het gemeentelijk grondgebied is als beschermingszone drinkwater aangeduid, wat betekent dit en welke consequenties heeft dit? Verder wordt slechts ingegaan op een deel van de specifieke grondwaterwingebieden in de gemeente Vijfheerenlanden. (126)
Reactie en eventuele aanpassing In de Omgevingsvisie worden twee nieuwe gebieden aangewezen waar door drinkwaterbedrijven drinkwater gewonnen kan worden, dit betreft Eemdijk en Schalkwijk. Op die locaties kan de agrarische sector geen grondwater winnen. Aanvullend kent de provincie een strategische grondwatervoorraad. Deze voorraad is reeds aangewezen in de ruimtelijke structuurvisie en bijbehorende verordening. In deze voorraad kunnen drinkwaterbedrijven, bij een stijgende drinkwatervraag, een winlocatie starten. Hiervoor dienen nog wel de wettelijke procedures doorlopen te worden en zal het bedrijf een project MER starten, waarbij meer in detail een beoordeling zal plaatsvinden van de effecten op de omgeving. In de Interim Omgevingsverordening staan regels die gelden voor alle grondwaterbeschermingsgebieden. De voormalige winningen van Zuid-Holland zijn allen opgenomen. Er wordt gewerkt aan een handreiking waarin beschreven wordt wat in de beschermingszone drinkwater verwacht wordt van gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Kaderrichtlijn Water (KRW) Nr. 070, 098
Indieners ECO-DOE, Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
Samenvatting zienswijze Denk internationaal en integraal na over hoe met water omgaan wordt. De provincie zou ambitieus het voortouw moeten nemen. De KRW definities zijn al niet meer van deze tijd, door klimaat veranderingen vallen veel beken droog en voldoen dan feitelijk niet meer aan de KRW definities. Biodiversiteit en wellicht ook klimaatadaptatie zouden een kerndefinitie voor een KRW water moeten worden en beeklopen die potentieel van waarde zijn voor klimaatadaptatie en biodiversiteit moeten, zolang de KRW definities niet op de toekomst zijn afgestemd, een natuurdoel status krijgen. (070) Hopelijk worden bij de KRW-aanpak ook de waterparels meegenomen. (98)
Reactie en eventuele aanpassing Internationaal wordt samengewerkt binnen de KRW-opgaven. Daar waar initiatieven bijdragen aan opgaven in de provincie Utrecht participeren de provincie. De KRW is een Europese richtlijn die zich richt op de ecologische kwaliteit van het water en bevordert ook de biodiversiteit. Onlangs is door de EU besloten dat de richtlijn niet wordt aangepast. Dat betekent dat de methodiek de volgende planperiode vanaf 2022 ongewijzigd wordt toegepast. De effecten van klimaatverandering worden betrokken bij de KRW. Biodiversiteit is een zelfstandig Europees doel. Beide onderwerpen zijn onderdeel van een integrale aanpak. Naast de doelen van de KRW bestaan er dus nog meer opgaven en doelen, die in samenhang in het water- en natuurbeleid een plaats krijgen.
Vervuiling van oppervlaktewater Nr. 070, 098, 167
Indieners ECO-DOE, Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Stichting Behoud de Eemvallei
Samenvatting zienswijze Er is extra actie en handhaving nodig op diverse onderwerpen, zoals het juist gebruik van aparte regenwaterriolering, afvalwater wat in open water stroomt, verontreiniging van oppervlaktewater door afstroom van vervuilde infrastructuur en afvangen van zwerfafval wat in open water komt. (070) Het zou mooi zijn als er ook bijzondere aandacht zou zijn voor micro-plastics (en resten medicijnen) in waterlichamen. (098, 167) De verontreiniging van het drink- en oppervlaktewater door medicijnresten, hormonen en microplastics neemt toe. Dit leidt onder andere tot verschraling van natuurgebieden en afname van biodiversiteit. Daarbij staat de veerkracht van het bodem- en watersysteem onder druk vanwege een toenemende vraag naar drinkwater. Er zijn 2 soorten systemen nodig, één voor drinkwater en de ander voor toiletdoorspoeling, tuinbesproeiing e.d. (167)
Reactie en eventuele aanpassing De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het afvalwater en riolering in de bebouwde kom. Daarbij is het lozen van water in oppervlaktewater aan regels gebonden. Er is een Europese richtlijn van toepassing op de chemische kwaliteit van oppervlaktewater en ook nationale wetgeving stelt regels aan de kwaliteit en lozing op oppervlaktewater. Het waterschap ziet hierop toe. Daar waar de provincie een rol kan spelen in de gestelde problematiek en de beschreven uitdagingen wordt dit in samenwerking met de waterschappen opgepakt.
65
Fruitteeltsector en water Nr. 081, 155
Indieners LTO Noord e.a., particulier
Samenvatting zienswijze In Utrecht bevinden zich drie gezonde fruitclusters (Vechtstreek, ZuidoostUtrecht en Vijfheerenlanden) en een aantal verspreid liggende bedrijven. Het is belangrijk dat in de toekomst voldoende perspectief blijft bestaan voor de fruitteeltsector. Het stimuleren van een klimaatadaptieve landbouw dient een belangrijke plek te krijgen in de omgevingsvisie. Bij de te kiezen oplossingen hoort ook het robuuster maken van watersystemen. Zorg via maatwerk voor betere beschikbaarheid water. Denk hierbij aan het (lokaal) verbeteren van de infrastructuur en waterbuffering. Deze maatregelen zijn ook van belang voor tegengaan verdroging, risico’s van nachtvorst en hitte en voor de afvoer van water en kunnen samengaan met recreatie en verhoging van de biodiversiteit. Daar waar dit niet kan moet gedacht worden aan buffering in bassins en teeltondersteunende voorzieningen.
Reactie en eventuele aanpassing De waterschappen zorgen voor het juiste watersysteem dat past bij de functies in het gebied. Daarbij wordt ook de agrarische sector gefaciliteerd. Verder wordt in het Bodem- en waterprogramma het waterbeleid verder uitgewerkt, ook met betrekking tot de beschikbaarheid van water.
4.2.2 Klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving Dijkverzwaring Grebbedijk Nr. 053
Indieners Gemeente Rhenen
Samenvatting zienswijze Meer betrokkenheid bij dijkverzwaring vanuit de provincie Utrecht is gewenst. Gelderland is trekker van de dijkverzwaring van de Grebbedijk. Hier moet meer aandacht voor zijn in de omgevingsvisie in verband met de grote gevolgen van een dijkdoorbraak voor het Utrechtse achterland t/m Amersfoort.
Reactie en eventuele aanpassing Provincie Utrecht is één van de zes gebiedspartners die gezamenlijk het voorkeursalternatief gebiedsontwikkeling Grebbedijk, waarin de dijkversterking centraal staat, hebben vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat de veilige dijken langs de Nederrijn en Lek en de rol die de provincie daarin pakt via wettelijke taken en via het programma veilige en mooie dijken, inclusief de Grebbedijk.
Deltaprogramma en de Lek Nr. 098, 122
Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Vereniging Nederlandse Riviergemeenten
Samenvatting zienswijze De problematiek van hoog en laag water komt niet expliciet aan bod. Dat zijn wel de uitdagingen van nu, met impact op de korte en de lange termijn. In het Deltaprogramma wordt gekeken hoe de uitdagingen in de drie deelprogramma’s waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie, in samenhang regionaal uitgewerkt kunnen worden. Hoe ziet de provincie dit? En hoe ziet u uw rol i.r.t. de waterschappen en gemeenten? De Lek en het gebruik en de mogelijkheden van de rivier komt in diverse thema’s aan de orde. Dit schetst de veelzijdigheid van de mogelijkheden van een rivier. Het zou goed zijn als de provincie Utrecht een integraal beeld op de Lek (Panorama Lek) ontwikkelt. (122) Bij klimaat en Deltaprogramma moet het niet alleen gaan over de opgave om tot een dijkverzwaring te komen, waarbij met aanwezige waarden rekening moeten worden gehouden, maar ook om de problematiek in met name de steden van wateroverlast door heviger buiten en hittestress. Vergroening van de steden kan aan het klimaatbestendig maken hiervan een belangrijke bijdrage leveren. (098)
Reactie en eventuele aanpassing De samenhang tussen waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie voor de grote rivieren (Nederrijn en Lek) wordt voor de lange termijn onderzocht in het project Integraal Riviermanagement (IRM), getrokken door Rijkswaterstaat. Provincie Utrecht is hierin projectpartner. De VNR is hier ook projectpartner in. In dit project wordt de lange termijnvisie voor de grote rivieren uitgewerkt. Provincie Utrecht ziet het ontwikkelen van een dergelijke visie als een gezamenlijke opgave van de projectpartners. Daarnaast is provincie Utrecht projectpartner bij de huidige dijkversterkingen van de Nederrijn en Lek waarin we de waterschappen en de betrokken riviergemeenten ondersteunen bij het verhogen van (integrale) omgevingskwaliteit bij dijkversterking. Aanpak en rol staat beschreven in het programmaplan Mooie en Veilige dijken. Het programma klimaatadaptatie geeft onder andere invulling aan de ambitie voor een klimaatbestendige en waterveilige inrichting van de provincie. Acties in dit programma gaan ook over afspraken rond klimaatbestendig bouwen en groen-, blauwe inrichting van steden.
66
Klimaatadaptatie Nr. 109, 116, 124
Indieners Gemeente Bunnik, Stichting Beter Zeist, VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden
Samenvatting zienswijze Het aanpassen aan de klimaatverandering is een grote transitieoperatie. Nederland zal de komende tientallen jaren een steeds zuidelijker klimaat krijgen. Dat heeft gevolgen voor wonen, leven, werken, natuur, waterhuishouding, landbouw, recreatie etc. Aangezien in de Omgevingsvisie vooruit kijkt naar 2040/2050, hoort de voorbereiding hierop opgenomen te worden. Het is nu veel te weinig en vooral gericht op de kortere termijn. (116) Er wordt weinig genoemd waar landschap kan bijdragen, terwijl er voldoende kansen liggen. Waterberging bij droogte of overschot in landelijk gebied, klimaat beplanting om CO2 vast te leggen en hitte tegen te gaan. (109) Verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen kan bijdragen bij de vraagstukken rondom klimaatadaptatie. Dit is niet alleen van belang bij het voorkomen van hittestress maar ook relevant in het kader van risicoreductie bij extreme wateroverlast. Vergroening heeft ook andere voordelen, zoals minder energieverbruik en een gezondere werkomgeving. (124)
Reactie en eventuele aanpassing Onder andere via het programma klimaatadaptatie werkt de provincie aan de in de omgevingsvisie opgenomen ambitie van een provincie Utrecht die klimaatbestendig en waterveilig is ingericht. Daar is concreter opgenomen wat hiervoor nodig is. De samenwerkende partners staan inderdaad voor een grote opgave staan, waar de komende decennia op ingezet moet worden. Bij de uitwerking van de genoemde ambitie wordt ook gekeken naar de verschillende landschappen, die mede bepalend zijn voor de kansen en beperkingen voor een klimaatbestendige inrichting. De verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen dragen inderdaad bij aan een klimaatbestendigere inrichting. Via het programma klimaatadaptatie wordt hier nader invulling aan gegeven.
Samenvatting zienswijze De kaartjes met wateroverlast bij piekbuien en met droogteschade laten zien dat veel wateroverlast voorkomt in gebieden met de grootste droogteschade. Dan is het dus nodig om niet meer over afvoeren, maar over vasthouden en infiltreren te praten. Daarmee blijft het beschikbaar voor drogere perioden en zal het de kwelafhankelijke natuur aan de randen van de Heuvelrug versterken. (026) Ook buiten het veenweidegebied is verhoging van het grondwaterpeil nodig. Verdroging is naast mest een kritieke factor in biodiversiteitsverlies. (044, 105) Omdat de droogteproblematiek toeneemt, zijn maatregelen om droogte tegen te gaan nodig. Hiervoor zijn geen regels opgenomen, terwijl dit een gemeente overstijgend probleem is. (134) Het natuurlijker inrichten van ons watersysteem, dus gericht op het langer vasthouden van water, is nodig voor het realiseren van een robuust en klimaatbestendig natuurnetwerk en wordt gezien de afgelopen droge zomers steeds urgenter. Deze ambitie mist. (149)
Reactie en eventuele aanpassing Het op locatie vasthouden van water in natte periodes kan inderdaad helpen bij het voorkomen van nadelige effecten van droogte. Via het bodem en waterprogramma en het programma klimaatadaptatie geeft de provincie hier verder invulling aan. In de verschillende gebieden wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een meer toekomstbestendig waterbeheer, gericht op vasthouden, bergen en afvoeren. Mochten regels deze aanpak kunnen ondersteunen, dan zal dit via deze programma’s aangegeven worden.
Droogte Nr. 026, 044, 105, 134, 149
Indieners Particulier 2x, Vereniging Eemland300, Gemeente Stichtse Vecht, Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties
4.2.3 Perspectief voor bodemdalingsgebieden Bodemdaling in stedelijk gebied Nr. 019, 036, 046, 102, 124
Indieners Gemeente De Ronde Venen, Gemeente Oudewater, Gemeente
Samenvatting zienswijze De bodemdaling in het stedelijk gebied wordt summier en zeer vrijblijvend benaderd, terwijl de financiële gevolgen van bodemdaling in het stedelijk gebied een veelvoud zijn van de kosten die gemaakt worden in het landelijk gebied. (102) Bodemdaling stedelijke gebieden. Aangeven is dat door verzakking ingeschat wordt dat er in verstedelijkt gebied risico aanwezig is voor verzakking
Reactie en eventuele aanpassing Voor bodemdaling in het bestaand stedelijk gebied heeft de gemeente het primaat. Om die reden schenkt de Omgevingsvisie hier slechts kort aandacht aan. De provincie vindt het wel van belang dat nieuwbouw in veenweidegebied niet leidt tot extra bodemdaling. Deze bepaling is alleen van toepassing op het toevoegen van bebouwing en bevordert dat er bodemdalingsbestendig gebouwd
67
Woerden, Gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen U.A., VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden
van woningen. Dit geldt ook voor werk- en bedrijfslocaties en infrastructuur. Neem ook beleid op richting ondernemers (o.a. het in beeld brengen van risico’s van bodemdaling op/nabij bedrijventerreinen). (124) In de artikelen 9.12 — 9.16 van de verordening is de eis opgenomen dat geen extra bodemdaling mag ontstaan. Huidige formulering kan woningbouw in veel gebieden onmogelijk maken. Neem nuancering op dat compenserende of mitigerende maatregelen kunnen worden ingezet om te waarborgen dat het effect per saldo nihil is. Het is onduidelijk hoe dit te interpreteren en hoe de provincie wil toetsen. Zowel de verordening als de toelichting verschaffen geen duidelijkheid. (019, 036, 046)
wordt. Het is aan gemeente en/of initiatiefnemer om de manier waarop dit plaatsvindt vorm te geven. Aanpassing in de verordening: uitleg over de bepaling bodemdalingsbestendig bouwen in de toelichting opnemen.
Bodemdaling beperken met 50% Nr. 026, 084, 098, 105, 134, 144
Indieners Particulier, Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist, Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Vereniging Eemland300, Gemeente Stichtse Vecht, particulier
Samenvatting zienswijze Een doorkijk naar de periode na 2030 mist. Het grote risico is dat als 50% beperken niet voldoende is er in de komende jaren investeringen worden gedaan die over een aantal jaren niet voldoende blijken te zijn. Bij een grotere beperking horen andersoortige maatregelen. Peilverhoging in veenweidegebieden moet in grote gebieden uniform worden om versnippering te voorkomen. Dat betekent dat iedereen in zo’n gebied mee moet en er dus iets afgedwongen moeten kunnen worden. Bij schade door bodemdaling moet ook rekening worden gehouden met de uitstraling naar de omgeving. Peilverhoging in veenweidegebieden levert daar juist voordelen op. (026) Landelijk en regionaal is m.b.t. de bodemdaling in het westelijke veenweidegebied de vraag “volgt peil functie” of “volgt functie peil”? Neem de principiële keuze “functie volgt peil”, ook als sturingsinstrument. (084) Gezien de meervoudige opgaven waar de veenweidegebieden voor staan, zoals ook de aanpak van de klimaatproblematiek, maar ook de biodiversiteit, is het de vraag of hier niet echt naar veel fundamentelere oplossingen zou moeten worden gezocht dan 50% beperken van bodemdaling. Wellicht ook dat ook een programma als: ‘Valuta voor veen’ hier een bijdrage aan kan leveren, evenals natuurlijk de: ‘Regiodeal bodemdaling Groene Hart’. (098) De provincie wil bodemdaling in veenweidegebieden in 2020 met 50% afremmen.
De landbouw kan hier op inspelen. Hoe dit precies gaat gebeuren wordt in integrale gebiedsprocessen nog nader uitgewerkt. De betreffende gebieden staan wel al op de visiekaart aangegeven. Hoe werkt dit door in het peilbeheer van de waterschappen? Voor herstel van biodiversiteit is grondwaterpeil verhoging in de landbouwgebieden nodig. (105) Binnen Stichtse Vecht wordt reeds geëxperimenteerd om de bodemdaling te remmen. Dit gebeurt in de polders Portengen, Spengen en Kortrijk. Ook het project Kockengen Waterproof is daar een goed voorbeeld van. Graag samen optrekken om deze problematiek aan te pakken. (134) Bodemdaling kan voor een groot deel verminderd worden met de volgende handelingen: een stabiel waterstand dus zomer en winter hetzelfde peil. Het stimuleren van onder waterdrainage. Geen maisteelt en zo min mogelijk grond bewerkingen. Bij droogte bagger op spuiten. Ook klei bagger is goede oplossing. (144)
Reactie en eventuele aanpassing Het aandachtsgebied bodemdaling in landelijk gebied is begrensd op alle gebieden met veen binnen 120 cm vanaf maaiveld buiten de bebouwde kom. Er is geen 1 op 1 relatie te leggen met een gewenst peilbeheer is deze gebieden. Veel hangt af van de lokale situatie. Of en hoe peilbeheer moet worden ingezet om de bodemdaling te verminderen, is aan de waterschappen, in overleg met de provincie. Verder is peilbeheer slechts één van de instrumenten om de bodemdaling aan te pakken. De provincie kiest er voor een helder doel te stellen (50% remmen bodemdaling) en daarvoor een heel scala van maatregelen in te zetten, niet alleen peilbeheer. De wijze waarop de reductie van bodemdaling bereikt gaat worden zal divers zijn. Genoemde zaken zullen daarbij ook een rol spelen. Daarbij zullen innovatieve oplossingen een belangrijke rol spelen. In het uitvoeringsprogramma bodemdaling, dat is september 2020 door PS is vastgesteld, wordt daartoe een breed kader gegeven. Op dit moment zijn wij bezig de Regionale Veenweidestrategie voor de provincie Utrecht op te stellen, samen met de waterschappen en gemeenten. Hierin wordt de aanpak van de bodemdaling verder uitgewerkt en wordt ook gekeken wat dit betekent voor de langere tijdshorizon. Bodemdaling wordt inderdaad indirect voorkomen door aanvoer van water.
Peilverhoging wordt op dit moment veelal indirect ingezet via het minder laten dalen van het polderpeil dan de bodemdaling. Meer nog wordt ingezet op verhoging van de grondwaterpeilen in de zomer, middels waterinfiltratiesystemen. Dit is op perceelniveau te implementeren. Er zijn nog vele onzekerheden rondom het terugdringen van de bodemdaling. Daarom is er bewust voor gekozen om nog geen doorkijk naar 2050 te geven. Het RLI-rapport is ruim na het vaststellen van het Ontwerp van de Omgevingsvisie gereedgekomen en heeft derhalve geen rol gespeeld bij de inhoud.
68
Bodembewerking in veenweidegebied Nr. 044, 098, 170
Indieners Particulier, Stichting Milieuzorg Zeist e.o., particulier
Samenvatting zienswijze In veenweidegebied is bodembewerking voor graslandvernieuwing of een andere teelt toegestaan. Dit is ongewenst met het oog op bodemgezondheid en emissie van broeikasgassen. Het is nodig bodembewerking helemaal te verbieden, want anders is het ploegverbod tandeloos. (044) Het is wel degelijk mogelijk tot graslandverbetering te komen zonder dat daarvoor bodembewerking/grondbewerking nodig is, bijvoorbeeld door doorzaaien. Dit beleid moet nog eens goed nader worden bekeken. (098) Graslandvernieuwing, rondleggen, greppelen en wisselende teelten moet mogelijk blijven voor agrarische bedrijven in de Utrechtse veenweidegebieden. Een verdere beperking zorgt ervoor dat de gebruiksfunctie in gevaar komt. (170)
Reactie en eventuele aanpassing Beleid en regels voor het aan de oppervlakte brengen van veen zijn in heel de provincie hetzelfde en waren ook al in de PRS en PRV opgenomen. Er is geen sprake van verdere beperking. Ze zijn er op gericht te voorkomen dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, waarmee extra oxidatie zou kunnen ontstaan. In het beleid en de bijbehorende regel is graslandvernieuwing en verandering naar een andere blijvende teelt wel toegestaan. Dit omdat dit een minder frequente ingreep is en agrarisch gebruik van de betreffende percelen mogelijk blijft.
Samenvatting zienswijze In de visie wordt de wenselijkheid van het combineren van functies en opgaven benoemd. Bijvoorbeeld het plaatsen van zonnevelden op als gevolg van bodemdaling economisch onrendabele agrarische percelen. Dit kan met name goed vooruitlopend op natuurontwikkeling. Neem de mogelijkheden voor een dergelijk stelsel in de verordening op. (072, 077) Zonnepanelen op gronden in het veenweidegebied, ook op gronden die onder water worden gezet om de bodemdaling te remmen, gaat ten koste van de biodiversiteit. (102)
Reactie en eventuele aanpassing De voorwaarden en kansen om zonnepanelen te plaatsen in het veenweidengebied zijn veel breder dan het aspect bodemdaling. Het voortouw lig bij de Regionale Energiestrategieën. Het plaatsen van zonnepanelen op gebieden waar het peilbeheer wordt aangepast is wel één van de mogelijkheden bij de aanpak van bodemdaling. De wenselijkheid hiervan, de mogelijke tijdelijkheid hiervan en de relatie met omgevingskwaliteiten (zoals biodiversiteit) in de verschillende gebieden bekijkt de provincie samen met de waterschappen en gemeenten via de nog op te stellen Regionale Veenweidenstrategie voor de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening (artikel 5.5.1b) staat dat veldopstellingen ruimte moeten bieden voor een bij het gebied passende bodemkwaliteit. Bij het opstellen van de Regionale Veenweidenstrategie wordt verkend hoe de toepassing van zonnevelden meerwaarde kan hebben voor het verminderen van bodemdaling, met name als mogelijk verdienmodel. Over de effecten van zonnevelden op biodiversiteit wordt momenteel op landelijke schaal wetenschappelijk onderzoek gedaan en worden reeds aangelegde zonnevelden gemonitord op de effecten voor flora, fauna en bodem. Wij volgen deze kennisontwikkeling. Resultaten worden meegenomen in verdere planvorming.
Combineren van functies Nr. 072, 077, 102
Indieners Vechtplassencommissie, Natuuren milieuvereniging De Groene Venen, Gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen U.A.
Bodemdaling en de agrarische sector Nr. 063, 081, 102, 155
Indieners Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen, LTO Noord e.a., Gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen U.A., particulier
Samenvatting zienswijze De vraag is wat de toekomstbestendigheid van de melkveehouderij is in delen van het westelijk veenweidegebied. Dan moet dus ook niet het stimuleren van schaalvergroting (pagina 46), maar juist stimulering en mogelijk maken van circulair en natuur inclusieve landbouw centraal staan. (063) De agrarische sector is een groot grondgebruiker in de Utrechtse veenweiden. In het betreffende gebied in West-Utrecht zijn voornamelijk melkveehouderijen actief. Met name voor hen kan de aanpak van bodemdaling veel onzekerheid met zich meebrengen. Goed te lezen dat de provincie gezamenlijk met haar partners, waaronder de agrarische sector, het vraagstuk bodemdaling wil
Reactie en eventuele aanpassing Pagina 46 betreft de Box ontwerpend onderzoek in het Groene Hart. Hierin wordt aangegeven dat boeren nu inzetten op schaalvergroting en dat er een omslag nodig is om in het veenweidegebied voort te kunnen als boer. Dit is ook in lijn met het provinciaal belang ‘het bevorderen van een duurzame en economisch rendabele landbouw’. Als provincie vinden we het belangrijk dat de agrarische sector vitaal blijft en haar rol als beheerder van landelijk gebied kan blijven vervullen. Wij zijn ons er zeer van bewust dat draagvlak bij de agrarische ondernemers van groot belang is. Om die reden is de agrarische sector een natuurlijke partner in de aanpak van het bodemdalingsvraagstuk. Via de
69
oppakken. Betrek de agrarische sector ook echt bij het nemen van maatregelen die bodemdaling moeten remmen. Draagvlak onder agrarische ondernemers is cruciaal voor succes. (081, 155) De provincie geeft aan dat bij een verhoging van het grondwaterpeil de landbouw moeten extensiveren of transformeren De aanleg van veenweideinfiltratiesystemen remmen de bodemdaling door een kunstmatige verhoging van het grondwaterpeil maar leidt niet per definitie en automatisch tot een extensivering of transformering van de landbouw. De stelling geldt alleen voor gebieden waar veenweide-infiltratiesystemen niet mogelijk zijn dan wel waar men d.m.v. een veenweide-infiltratiesystemen de grondwaterstand bewust tot een agrarisch onwerkbare hoogte brengt. (102)
gebiedsprocessen heeft de agrarische sector een rol bij het bepalen van het maatregelenpakket. Er zijn diverse instrumenten om de bodemdaling aan te pakken. Peilbeheer is er daar één van. Peilbeheer en de aanleg van veenweideinfiltratiesystemen hangen niet noodzakelijkerwijs met elkaar samen. Per gebied zal gekeken worden met welke maatregelen het beste toekomstperspectief voor het gebied bereikt kan worden en hoe de agrarische sector daar bij past.
Samenvatting zienswijze van waterpeil/grondgebruik heeft effect op de CO2-uitstoot, CO2-vastlegging, waterberging, watervraag, waterverdamping, waterkwaliteit, watercompensatie, N2-uitstoot, N2-vastlegging en uitstoot/vastlegging van andere broeikasgassen zoals N, fosfaat, N2 en methaan. weeg beslissingen omtrent verandering van waterpeil/grondgebruik zorgvuldig tegen elkaar af. Belangrijk bij dit dossier is dat er gekeken wordt naar grondwaterpeil i.p.v. naar slootpeil. Waterinfiltratie systemen moeten gestimuleerd worden. (081, 155) Het remmen van de bodemdaling door middel van het verhogen van het sloot en grondwaterpeil wordt continu in een adem genoemd met het reduceren van CO2. In het inmiddels bekende RLI advies over bodemdaling wordt uitdrukkelijk gewaarschuwd voor een te hoge grondwaterstand. Reductie van CO2 slaat dan om in productie van CH4, een broeikasgas wat 25x erger is dan CO2. (102)
Reactie en eventuele aanpassing Het is inderdaad zo dat zeer hoge grondwaterstand tot uitstoot van methaan kan leiden. Helaas zijn er nog geen methoden om dit goed te kunnen kwantificeren voor de Utrechtse situatie. Over het algemeen wordt aangenomen dat bij zomergrondwaterstanden van minder dan 20 cm onder maaiveld methaanuitstoot kan optreden. Dit gegeven wordt meegenomen bij het uitwerken van de Regionale Veenweidenstrategie voor de provincie Utrecht. De uitstoot van broeikasgassen uit veenweidengebieden hangt inderdaad vooral samen met de grondwaterstand (die overigens wel wordt beïnvloed door de slootpeilen). Bij het nemen van maatregelen wordt altijd een afweging gemaakt tussen de verschillende belangen. Daarbij is het streven ook de partijen die het betreft een rol te geven bij het bedenken van het maatregelenpakket.
Samenvatting zienswijze Op basis van verschillende reacties zijn nuanceringen aangebracht voor Bunschoten. Zo is aangegeven dat de restricties voor bodemingrepen ter hoogte van De Kronkels-Zuid hier niet van toepassing zijn. Kaart 9 ‘Perspectief voor bodemdaling’ is echter niet aangepast en artikel 8.6 ‘instructieregel beperken bodembewerking’ uit de verordening evenmin. Het is wenselijk dat er een ontheffing wordt opgenomen bij deze behoorlijk vergaande instructieregel. Dit bijvoorbeeld voor energietransitie (bijvoorbeeld plaatsing grote WKO), de transitie in de landbouw of de woningbouwopgave.
Reactie en eventuele aanpassing De beperkingen ten aanzien van bodembewerking gelden niet voor het plangebied De Kronkels-Zuid. Deze locatie is in de PRS al ruimtelijk afgewogen. Dit betekent echter niet dat dit geen bodemdalingsgevoelig gebied meer is en ook betekent dit niet dat bij andere ontwikkelingen dan de geplande bouw geen rekening gehouden hoeft te worden met de ligging in bodemdalingsgevoelig gebied. Vandaar dat de ligging in het gebied beperken bodembewerking gehandhaafd blijft. Daarbij is het nodig om bij de realisatie van De Kronkels-Zuid er “bodemdalingsbestendig” wordt gebouwd.
Visie aanpassing: De toevoeging van de zinssnede "Hier zal de landbouw moeten extensiveren en transformeren" in de tekst over regio U16 (5.1) volgt niet uit de tekst onder 4.2.3. We passen de tekst aan: “Dit kan gevolgen hebben voor de gebruiksfuncties in die gebieden.”.
Uitstoot broeikasgas Nr. 081, 102, 155
Indieners LTO Noord e.a., Gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen U.A., particulier
De Kronkels-Zuid Nr. 129
Indieners Regio Amersfoort
Begrenzing gebied beperken bodembewerking Nr. 063, 170
Indieners Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen, particulier
Samenvatting zienswijze Een deel van de polder Kortrijk is niet aangemerkt als gebied voor tegengaan bodemdaling, terwijl (ook) daar juist met Europese steun onderwaterdrainage wordt geïmplementeerd. Is dit zo omdat de bodemdaling in de betreffende polder geringer is dan elders in onze omgeving? (063)
Reactie en eventuele aanpassing Het deel van polder Kortrijk waar onderwaterdrainage wordt aangelegd valt wel degelijk binnen het aandachtsgebied bodemdaling landelijk gebied, In de rest van de polder is de bodemdaling geringer.
70
Kaart 9 > “beperken bodembewerking” is onterecht groot aangewezen rond de Kooijdijk in Westbroek. Bodemdaling speelt hier eigenlijk geen rol. (170)
Uit metingen is wel degelijk gebleken dat rond de Kooijdijk sprake is van bodemdaling. Wel is het zo dat bodemsamenstelling in dit gebied ruimtelijk nogal heterogeen is en dus ook de mate van bodemdaling.
4.2.4 Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie Overzicht van voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen en vanwege voortschrijdende ontwikkelingen / voortschrijdend inzicht. Hoofdstuk 4.2.1
Originele tekst 2040: Wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen.
4.2.1
We werken samen met waterbeheerders, gemeenten, drinkwaterbedrijven en andere partners aan een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater). Hiermee geven we ook invulling aan de KRW-doelen en beschermen we het grondwater voor menselijke consumptie, waaronder drinkwater. Dit vraagt om slim realiseren van nieuwe opgaven in een optimale combinatie met de kwaliteiten van het bodem- en watersysteem en een duurzaam gebruik van de ondergrond. Daarmee blijft een aantrekkelijke leefomgeving gewaarborgd, ook in 2050.
4.2.1
4.2.1 4.2.2
4.2.2
Illustratie ‘Bodem- en watersysteem provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht, 2019)’ Ook zetten we samen met de waterbeheerders in op een toekomstbestendig watersysteem (hoofd- en regionaal watersysteem), waarbij de verbinding tussen het beheer van de wateren en de ruimtelijke ordening, bodemdaling, landbouw en natuurontwikkeling in het invloedsgebied centraal staan. Uitvoering geven aan beleid (…) Samen met waterschappen en gemeenten stresstesten verbeteren in deelgebieden. (…)
Aangepaste tekst 2040: Wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. We werken samen met waterbeheerders, gemeenten, drinkwaterbedrijven en andere partners aan een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater). Hiermee geven we ook invulling aan de KRWdoelen en beschermen we het grondwater voor menselijke consumptie, waaronder drinkwater en voor verdrogingsgevoelige natuurgebieden. Dit vraagt om slim realiseren van nieuwe opgaven in een optimale combinatie met de kwaliteiten van het bodem- en watersysteem en een duurzaam gebruik van de ondergrond. En dit vraagt om bewust omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van het bodem- en watersysteem in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. Daarmee blijft een aantrekkelijke leefomgeving gewaarborgd, ook in 2050. Nieuwe illustratie opnemen: ‘Bodem- en watersysteem provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht, 2020)’ Ook zetten we samen met de waterbeheerders in op een toekomstbestendig watersysteem (hoofd- en regionaal watersysteem), waarbij de verbinding tussen het beheer van de wateren en de ruimtelijke ordening, bodemdaling, landbouw en natuurontwikkeling in het invloedsgebied centraal staan.
Ook ruimtelijke keuzes rond de gebruiksfuncties zullen nodig zijn voor een toekomstbestendige provincie, omdat het watersysteem tegen zijn beperkingen aan loopt. Uitvoering geven aan beleid (…) Samen met waterschappen en gemeenten stresstesten verbeteren in deelgebieden. Het hiervoor voeren van risicodialogen en het maken van uitvoeringsprogramma’s bij de regionale adaptatiestrategieën. (…)
Reden en bron De waterschappen hebben ambtelijk verzocht om in de ambitie voor drinkwater ook het beperken van de watervraag op te nemen. Hiervoor is een toevoeging gedaan. Op basis van een zienswijze 171, opgenomen in paragraaf 4.7.1 van deze nota, wordt een toevoeging gedaan over de aanpak bij verdroogde natuur.
De waterschappen hebben ambtelijk verzocht om in de ambities ook de ruimtelijke ontwikkelingen en gebruiksfuncties te noemen. Er is voor gekozen dit in de tekst, als toelichting op de ambities, op te nemen.
De illustratie van het bodem- en watersysteem is in opdracht van GS aangepast aan de actualiteit. De waterschappen hebben ambtelijk aangegeven dat ze de ambitie voor klimaatbestendig en waterrobuust te veel eenzijdig gericht is op het water- en bodemsysteem vinden en deze te weinig doorvertaling kent richting gebruiksfuncties, zeker ook met het oog op de grenzen van het watersysteem. De toelichting op de ambitie in de tekst is hierop aangevuld. De waterschappen hebben ambtelijk verzocht om de risicodialogen die we samen met gemeenten en waterschappen voeren met externe partners toe te voegen, evenals het opstellen van uitvoeringsprogramma’s Ruimtelijke Adaptatie.
71
4.3 Duurzame energie Ambitie: Op Utrechts grondgebied opgewekt Nr. 044 072 077 086 106 116 118 132 136
Indieners Particulier Vechtplassencommissie Natuur- en milieuvereniging De Groene Venen Particulier Vereniging Vrij Polderland Stichting Beter Zeist Werkgroep De Groene Driehoek Particulier Federatie Groene Heuvelrug
Samenvatting zienswijze 1. De ambitie om energieneutraal te zijn op eigen grondgebied is in strijd is met het advies van het college van Rijksadviseurs (via Parijs, 2019). Ook minister Ollongren heeft zich onlangs in die zin uitgesproken (044, 116). 2. Het Ontwerp stelt vrijwel het hele grondgebied van provincie Utrecht, zo’n 95% open voor plaatsing van windturbines en zonnevelden. Dat gaat niet samen met de Utrechtse kwaliteiten. 3. Andere delen van Nederland, waaronder m.n. de Noordzee of het IJsselmeer beschikken over relatief meer opwekkingscapaciteit en tenslotte gaat het genoemde streven voorbij aan de alleszins logische optie om duurzame energie te importeren (vb. uit Sahara) en/of innovatievere opties in te schakelen. Die stroom is veelal goedkoper dan die van windturbines op land die hoofdzakelijk op subsidie draaien (072, 077, 106, 118). Dit is een onhaalbare en irreële doelstelling. De provincie is daarvoor te klein, te intensief bebouwd en anderszins in gebruik. De vele kleinschalige (cultuur)landschappen, open veenweidegebieden en natuurgebieden verdragen onmogelijk de voor energieneutraliteit benodigde hoeveelheden windturbines en zonnevelden (072, 077, 118). 4.
De energie opbrengsten van wind- en zonneparken zijn een fractie van het totale verbruik en dit probleem zal met enorme stappen toenemen wanneer de elektrificatie van Nederland doorzet en alles en iedereen van het gas af moet. Het zal onmogelijk zijn om huishoudens van stroom te voorzien, laat staan dat bedrijven en industrieën er ook gebruik van moeten maken (086). 5. In de visie wordt niet aannemelijk gemaakt dat dit haalbaar is (132).
Reactie en eventuele aanpassing 1. De provincie gaat uit van de afspraken die in het kader van het Klimaatakkoord zijn gemaakt. Via de RES levert het provinciaal grondgebied de bijdrage van 35 TWh aan de opwek op land. 2. De Utrechtse kwaliteiten worden geborgd via de Interim Omgevingsverordening. De windturbines en zonnevelden worden met het afgeven van een vergunning hieraan getoetst. Hierdoor zijn delen van het grondgebied uitgesloten voor windturbines of zonnevelden. 3. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere RES-regio bijdraagt en een passend bod doet over de hoeveelheid op te wekken duurzame energie in haar regio met behulp van zonne- en windenergie. De Omgevingsvisie biedt hiertoe de ruimtelijke mogelijkheden. De ambitie wordt aangepast. Het doel wordt om zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn. Hiermee wordt de scope verbreed tot meer dan energie, blijven we dichter bij het doel (klimaatneutraal) en sluiten we in lijn met advies van Ecorys/TNO aan bij tijdshorizon van het Klimaatakkoord. Ook wordt het doel om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik hernieuwbaar op te wekken in de provincie. Hiervoor moet slim met de ruimte omgegaan worden en gezocht worden naar slimme functiecombinaties. 4. In de provincie Utrecht proberen we met windturbines en zonnevelden zoveel mogelijk van de energie op te wekken.
Echter dient er natuurlijk ook gekeken te worden naar slimme oplossingen voor het verwarmen van gebouwen en het voorzien van de industrie van energie. Dit is opgenomen in deze visie en wordt onder andere opgepakt in het programma Energietransitie. 5. Door de doelen te herdefiniëren sluit de Omgevingsvisie qua scope en zichtjaren aan bij het Klimaatakkoord. Dit vergroot de haalbaarheid. Aanpassingen: De ambitie wordt ‘Zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal’. En ambitie 2040 wordt aangepast naar: 2030: minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt hernieuwbaar opgewekt. De energievoorziening …..
Energie opwekken voor grootgebruikers Nr. 044 105 136
Indieners Particulier Vereniging Eemland300 Federatie Groene Heuvelrug
Samenvatting zienswijze 1. Dat de provincie streeft naar een mix van besparing en „zelf" opwekking is prijzenswaardig. Verzocht wordt om vestiging van nieuwe datacenters en andere grootverbruikers van energie in de provincie te verbieden. Het draagvlak bij de inwoners voor ruimtelijke beslissingen over wind- en zonne-energieopwekking gaat verloren wanneer de opgewekte energie niet wordt gebruikt voor de eigen gemeenschappen. Neem op de één of andere
Reactie en eventuele aanpassing 1. Als land en als provincie hebben wij naast woningen ook bedrijvigheid nodig. Omschakeling naar duurzame energie betreft alle energievragers, daarmee ook de industrie, grote en kleine. Er zijn inderdaad kanttekeningen te plaatsen bij grote energievragers. De meest duurzame vorm van energie is bespaarde energie. Hiertoe ondersteunt de provincie grootschalige projecten op het gebied van de verduurzaming van energievragers. Bij het