CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.02.16 Raadsinformatiebrief 'Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening' - Merged.pdf

Forum Ruimte 2 maart 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Ter inzage liggende stukken62.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 8

Om de gelijke ontwikkeling van groen met de verstedelijking te garanderen, is dit uitgangspunt opgenomen in de verordening. 5. In het programma Groen Groeit Mee worden de groene opgaven en ambities in 2021 in beeld gebracht, inclusief scheggen, groenblauwe verbindingen etc. Staatsbosbeheer wordt uitgenodigd om deze ambities in te brengen in het programma Groen Groeit Mee. 6. Mogelijk liggen er kansen in dit gebied voor Groen Groeit Mee en de Bossenstrategie. Deze worden verder onderzocht binnen deze programma’s. 7. In het programma Groen Groeit Mee worden de groene opgaven in beeld gebracht. Daar kan deze ambitie ingebracht worden. Aanpassing in de visie: Zie bovenstaand voorstel tekstaanpassing blz 62. onder kopje Vrijetijdsbesteding

47

Rol provincie / Financiën extra groen Nr. 050 055 120 130 134 168

Indieners U10 gemeenten Gemeente Utrecht Landgoed Lockhorst NV Landgoed Anderstein en BV Landgoed ’t Stort Gemeente Stichtse Vecht Vrienden van Amelisweerd

Samenvatting zienswijze Om groen in gelijke tred mee te laten ontwikkelen met stedelijke ontwikkeling wordt de provincie gevraagd om: 1. de inzet van het instrumentarium in de verordening (050) / het instrumentarium (financieel of planologisch) op te nemen om te borgen dat de uitbreiding van groene recreatiegebieden inderdaad volgens een gewenst tempo zal geschieden (168). 2. een programma, waaraan de U10 wil meewerken, maar waarbij de provincie nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid pakt (050). 3. het toepassen van een breed financieringsinstrumentarium (055) / nieuwe geldstromen (ook voor de landgoederen) (120, 130) / de verbetering van de stad- en land verbinding en gezond stedelijk leven is enkel te realiseren met investeringen in de benodigde infrastructuur en recreatieve groene voorzieningen (134) en zelf in financiële zin bij te dragen (050).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Dit instrumentarium is inderdaad nog niet opgenomen. Wel is er de koppeling met regionale programmering en is er de opstart van het programma Groen Groeit mee. In regionale programmering wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor groen en daar is dit wel opgenomen. Dit is het vertrekpunt/haakje in de verordening om ook de groene opgaven aan te verbinden. De provincie wil samen met de regio’s die groene opgaven in beeld brengen en koppelen aan gebiedsontwikkelingen. In het programma Groen Groeit Mee wordt in beeld gebracht op welke wijze de groene opgaven gefinancierd kunnen worden. 2. Het programma Groen Groeit Mee dient hiertoe. De U16 is een actief partner daarin. 3. Eén van de acties in het programma Groen Groeit Mee is het in beeld brengen van de mogelijke financiering. Daarbij wordt nadrukkelijk breed gekeken en is alles mogelijk. Vanuit die longlist met mogelijkheden worden de kansrijke financieringsinstrumenten nader uitgewerkt en een strategie. Bij deze inventarisatie worden ook mogelijke bijdragen vanuit de provincie meegenomen, evenals mogelijke bijdragen vanuit gemeenten etc. Aanpassing in de visie: Zie bovenstaand voorstel tekstaanpassing blz 62. onder kopje Vrijetijdsbesteding

Realisatie extra (recreatie)groen in de praktijk Nr. 066 067 084

Indieners Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Landgoed Eyckenstein Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist

Samenvatting zienswijze 1. Met de toename van het aantal woningen neemt de recreatiedruk op natuurgebieden verder toe, en daarmee ook de kosten voor het beheer. Dat is een legitiem argument om vanuit de bouw of het bewonen van die nieuwe woningen ook een bijdrage te leveren aan die voorzieningen. Het gaat dan niet om een eenmalige bijdrage, maar om het dekken van een deel van de jaarlijkse kosten voor onderhoud (066, 067). 2. Om de transformatie in het buitengebied succesvol te laten zijn, is het nodig dat overheden, beleggers en natuurorganisaties de handen ineen slaan en actief grondbeleid voeren. De provincie is voor de transformatie en het actief grondbeleid de meest aangewezen partij. Zij heeft de meeste en de beste sturingsinstrumenten om de transformatie te laten slagen (084).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De Omgevingswet biedt geen mogelijkheden om dit in een Omgevingsverordening te regelen. 2. Op 30 september 2020 hebben Provinciale Staten de Nota Grondbeleid 2020 vastgesteld. In deze nota is opgenomen dat de provincie Utrecht bij voorkeur gebruik maakt van faciliterend grondbeleid. Indien er echter dringende redenen zijn, kan de provincie ook gebruik maken van actief grondbeleid.

Ruimte voor (recreatie)groen Nr. 098 109 134

Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Gemeente Bunnik Gemeente Stichtse Vecht

Samenvatting zienswijze 1. De Regio Utrecht wil m.b.t. de verstedelijkingsopgave die zij ziet het groen mee laten ‘groeien’ maar hoe een en ander vorm moet krijgen blijft (nog) onduidelijk. In die zin zou daaraan in voorliggende: ‘Omgevingsvisie’, dus op basis van het programma: ‘Groen groeit mee’, dan mede nader vorm moeten worden gegeven, dat dus met name door daar ook echt ruimte voor te reserveren (098).

Reactie en eventuele aanpassing 1. In het programma Groen Groeit Mee wordt samen met o.a. de U16 gewerkt aan het kwantificeren van de opgaven. Deze opgave zal uiteindelijk moeten landen in gebieden. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe groot de groene opgave is en kan er nog geen ruimte voor gereserveerd worden. Dat volgt uit de uitwerking van het programma Groen Groeit Mee en zal ook een plek moeten krijgen i.r.t. regionale programmering.

48

2.

3.

4.

Op p. 63 staat: We willen, gelet op deze autonome groei van bezoekers, zorgen voor spreiding van voorzieningen met een goede match tussen vraag en aanbod. Dit pleit voor het loslaten van de recreatiezone zodat deze spreiding van voorzieningen (en daarmee bezoekers) ook echt mogelijk is (109). Door de toenemende druk is er aandacht nodig voor de samenhang tussen thema's. Recreatie en toerisme kunnen ingezet worden als middel om erfgoed, natuur en landschap te behouden. Werk daarom mee aan experimenten en zet in op integrale gebiedsontwikkeling. Verzocht wordt hiervoor de benodigde ruimte beschikbaar te maken in de verordening (134). Er moet zorgvuldig omgegaan worden met de ruimte. Daar zijn grenzen aan recreatieparken: het is nu wel voldoende. En aan mountainbike routes: het is nu wel voldoende (114).

2.

3.

4.

De recreatiezones zijn bedoeld om bescherming te bieden aan bestaande recreatie en om ruimte te bieden aan nieuwe recreatievormen, waaronder intensieve(re) vormen van recreatie. Kleinschalige recreatievoorzieningen zonder verstening vallen in principe buiten de verstedelijkingsdefinitie en zijn overal in het landelijk gebied toegestaan, zover zij in overeenstemming zijn met de andere geldende regelgeving (waaronder NNN). Het loslaten van de recreatiezone gaat voorbij aan het belang om grootschalige(r) recreatievoorzieningen dicht bij de gebruikers te willen ontwikkelen (recreatie nabij, voorkomen automobiliteit e.d.) en dat verstening van het landelijk gebied moet worden voorkomen, óók vanwege de recreatieve beleving. Wel is aanpassing van de zones mogelijk, in samenhang met het programma Groen Groeit Mee. De inzichten en wensen van de regio’s in dat kader kunnen desgevraagd en waar mogelijk tot aanpassingen in de verordening leiden. Via het programma Groen Groeit Mee wordt uitwerking gegeven aan de ambitie dat (recreatief) groen in gelijke tred ontwikkeld wordt met de verstedelijkingsopgave. De planologische ruimte voor groen, waaronder recreatie en toerisme, komt hierin aan de orde. Daarbij komen de thema’s samen in de uitwerking van het recreatief beleid in het PRenT. De recreatiedruk is hoog op bepaalde plekken in de provincie.

Meer inwoners geeft ook meer vraag naar recreatieve mogelijkheden. Daar moet een plek voor worden gevonden. Via extra recreatiegroen kan de druk verminderd worden. Uiteraard gebeurt dit in samenhang met andere functies, zoals natuur en wonen.

Aanpassing in de visie: Zie bovenstaand voorstel tekstaanpassing blz 62. onder kopje Vrijetijdsbesteding

Recreatiezones op kaart Nr. 022 098 109 126 139 163

Indieners Recreatiebedrijf Buitengoed de Boomgaard Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Gemeente Bunnik Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Houten Werkgroep Natuurlijk Zeist-West

Samenvatting zienswijze Verzorgd wordt om de volgende gebieden binnen de begrenzing van de Recreatiezone op te nemen: 1. recreatiebedrijf Buitengoed De Boomgaard (perceel Parallelweg 9) (022). 2. het Kromme Rijngebied. Niet alleen om de groen, blauwe kwaliteiten te versterken in de provincie, maar ook omdat het groen op die manier kan meegroeien met de regionale verstedelijkingsopgave. Het Kromme Rijngebied is daarbij een zeer logische plek om recreatief te ontwikkelen, omdat het praktisch grenst aan de A12-zone, dat u heeft gekwalificeerd als grootschalige woon- en werklocatie. Met name voor de recreatieve ondernemers in het Kromme Rijngebied werkt het niet opnemen in de recreatiezone belemmerend. De toezegging dat u dit meeneemt in het nog op te stellen programma Recreatie en toerisme biedt enig perspectief. Wij gaan uit van betrokkenheid bij de totstandkoming van dit document, het liefst op korte termijn (109). 3. recreatiezones langs de Lek bij Lexmond, Ameide/Tienhoven (campings en haven) en langs de Linge: vanwege transparante recreatieve waarden.

Reactie en eventuele aanpassing De recreatiezones zijn bedoeld om bescherming te bieden aan bestaande recreatie en om ruimte te bieden aan nieuwe recreatievormen, waaronder intensieve(re) vormen van recreatie. Kleinschalige recreatieve ontwikkelingen zijn overigens nu al mogelijk in het landelijk gebied. De recreatiezones worden niet per gemeente aangepast, maar in samenhang met het programma Groen Groeit Mee. De inzichten en wensen van de regio’s in dat kader kunnen desgevraagd en waar mogelijk leiden tot aanpassen van de verordening. In het Ontwerp is aangegeven dat in het PRenT de plekken aangewezen worden waar nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden, maar vanwege de huidige fase van het gezamenlijke programma Groen Groeit Mee, wordt dit aangepast. Ad 1. Hier geldt, naast bovenstaande, dat deze uitbreiding van de recreatiezone voor De Boomgaard in principe niet nodig is. Als De Boomgaard wil uitbreiden, kan dit onder voorwaarden op basis van de huidige ligging. Ad 2, 3 en 4. De gemeenten zijn betrokken bij het programma Groen Groeit Mee waar dit ingebracht kan worden.

49

4.

Vergelijkbare andere gebieden rond de Lek bij Vianen en gebied ten zuiden van Vianen zijn wel als recreatiezone opgenomen. De betreffende gebieden zijn gelegen in voormalig PZH. In de reactienota is hierop geantwoord dat deze gebieden bij PZH ook niet als zodanig zijn vermeld en mogelijk nog in overleg worden aangepast. Dit overleg heeft nog niet plaatsgevonden (126). gebied langs de oostelijke kern van Houten: in het kader van de woningbouwopgave en de toename aan inwoners wil de gemeente dit gebied ontwikkelen voor landschap en recreatie. Alleen de aanduiding landbouwgebied is hiervoor te beperkt (139).

Verzocht wordt om voor de volgende gebieden restricties op te nemen: 5. De zone tussen Utrecht- De Bilt en Zeist is als recreatiezone aangegeven, maar hier zou geen vrij baan aan recreatie moeten worden gegeven, maar juist bezien moeten worden hoe op basis van een zorgvuldig zonering recreanten/bezoekers toch op een gepaste wijze van het gebied kunnen genieten. Er loopt een belangrijke ecologische verbindingszone (098). 6. Zonder goede waarborgen is het aanwijzen van het gebied ten zuiden van Zeist en De Bilt als recreatiezone niet juist. Deze aanwijzing leidt tot het ontstaan van allerlei voorzieningen die schadelijk zijn voor de verbindingsen natuurfunctie en landschappelijke waarden. Dit mag niet plaatsvinden zonder helderheid over de borging daarvan (163).

Ad 5. De regels voor de recreatiezone houden niet in dat alle ontwikkelingen met betrekking tot recreatie zomaar mogen. Ook andere bestaande regelgeving moet worden gerespecteerd. Wanneer een bepaalde recreatieve ontwikkeling in de recreatiezone gewenst is, zal dit zorgvuldig tegen de andere functies en regels moeten worden afgewogen. Overigens hebben gemeenten bij het al dan niet faciliteren van bepaalde recreatieve ontwikkelingen een zeer belangrijke rol, aangezien zij de bestemmingsplannen vaststellen. Ad 6. De aanduiding recreatiezone betekent niet dat hier alle ontwikkelingen met betrekking tot recreatie zonder meer mogen plaatsvinden. Specifieke recreatieve ontwikkelingen mogen alleen in zoverre ze niet in strijd zijn met de vigerende andere regelgeving. Andere ontwikkelingen mogen hier echter alleen plaatsvinden, voor zover deze niet in strijd zijn met het recreatieve belang. Daar is in de genoemde voorbeelden vooralsnog geen sprake van. Ad 7. Het aanpassen van de recreatiezones gebeurt niet per gemeente, maar in samenhang met het programma Groen Groeit Mee. Naar aanleiding van de inzichten en wensen van de regio’s in dat kader kan desgevraagd en waar mogelijk de verordening aangepast worden. Aanpassing in de visie: Zie bovenstaand voorstel tekstaanpassing blz 62. onder kopje Vrijetijdsbesteding

T.a.v. het moment van aanpassing van de begrenzing: 7. De recreatiezone zoals deze nu is ingetekend is zeer beperkend. Gevraagd wordt om vanaf heden te starten met de uitbreiding (109).

Bovenlokaal dagrecreatieterrein Nr. 063

Indieners Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen

Samenvatting zienswijze Volgens provinciale definitie kan al snel sprake zijn van een "bovenlokaal dagrecreatiegebied" en kan een gemeente dus ook bebouwing toestaan voor horeca en/of sanitaire voorzieningen. Dat laat zich niet combineren met de natuurwaarden en zaken als foerageergebieden voor vogels. Ook ontstaat vervuiling van de natuur met etensresten en afval, wat ook weer schadelijk is voor de fauna. Verzocht wordt om een zeer terughoudend beleid betreffende het toestaan van facilitaire bebouwing op dagrecreatieterreinen.

Reactie en eventuele aanpassing Met de bovenlokale dagrecreatieterreinen worden de bestaande terreinen bedoeld. Deze terreinen zijn op kaart aangegeven. Daarbij zijn de volgende criteria aangehouden: een terrein dat voorziet in een dagrecreatiefunctie voor meer dan de aanliggende kernen of aantoonbaar meer dan 50.000 bezoekers per jaar trekt. Op de bestaande bovenlokale dagrecreatieterreinen is inderdaad, onder voorwaarden en wanneer noodzakelijk voor het in stand houden van het terrein, uitbreiding van rode functies toegestaan. Hierbij zal echter de geldende regelgeving moeten worden gerespecteerd (onder andere van het NNN).

Bovenlokaal dagrecreatieterrein van de kaart? Nr. 023 074 098

Indieners Gemeente Nieuwegein Vereniging Natuur en Milieu, IVNafdeling Wijk bij Duurstede,

Samenvatting zienswijze Verzorgd wordt om de volgende dagrecreatieterreinen van kaart 6, Recreatie en toerisme, te halen: 1. Het IJsselbos: dit is een belangrijke stapsteen in het Groenstructuurplan. Extensieve recreatie is mogelijk maar er is geen intensieve recreatie mogelijk (023).

Reactie en eventuele aanpassing 1. Het IJsselbos is een bovenlokaal dagrecreatieterrein waar inderdaad, indien gewenst, intensievere recreatie plaats mag vinden, indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van het terrein. Het aanpassen van het vigerende bestemmingsplan is echter aan de gemeente, die deze aanpassing kan doen binnen de hier gestelde kaders. Wanneer de

50

Werkgroep groenberaad Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

2.

3.

Lunenburgerwaard en op de Gravenbol, onderdeel van het Natura 2000gebied Rijntakken. In een Natura 2000-gebied zou slechts kleinschalige recreatie met minimale voorzieningen moeten worden toegestaan. De ‘recreatiebol’ geeft een verkeerd signaal alsof het hier zou gaan om een gebied met de allure en omvang van het Henschotermeer of Laaggraven. Vooral de op dit moment in onderzoek zijnde uitbreiding van horecavoorzieningen, vergroting van een hondenlosloopgebied ver voorbij wat er vergund is en de mogelijke aanleg van struin- en fietspaden door de uiterwaard zullen veel extra druk geven op de natuur. Vergunningverlening is niet bij machte om het tij te keren, zoals ook al blijkt uit twee zeer herkenbare rapporten van het onderzoekscollectief Follow the Money’ (074). De Vliegbasis Soesterberg. Dit terrein kent een zeer hoge natuurwaarde, met voor recreatie zeer kwetsbare natuurwaarden, zoals de er voorkomende populatie aan veldleeuweriken, grauwe klauwieren en nachtzwaluwen.

2.

3.

gemeente geen wens of noodzaak ziet voor intensievere recreatie op deze specifieke plek, wordt dat niet door de provincie opgelegd. De aanduiding ‘bovenlokaal recreatieterrein’ geeft aan dat het een regionale functie heeft of meer dan 50.000 unieke bezoekers per jaar trekt. Gravenbol voldoet aan deze criteria en is daarom aangeduid als bovenlokaal recreatieterrein. Dat houdt in dat daar, ondanks dat het in het landelijk gebied ligt, onder voorwaarden rode toevoegingen voor recreatie mogelijk zijn om te zorgen voor de continuïteit van de recreatieve voorziening. Het concrete bestemmingsplan en de vergunningverlening gebeurt echter door de gemeente. Hierbij dient de andere vigerende regelgeving, zoals de regels voor Natura 2000 en het NNN, te worden gerespecteerd. Door de natuurregelgeving zal er in de praktijk overigens hier weinig ruimte zijn voor rode ontwikkelingen. Het feit dat in een gebied de grenzen van een vergunning niet worden gerespecteerd, is een gemeentelijke (handhavings)aangelegenheid. Niet alle bovenlokale recreatieterreinen hebben de omvang of allure van het Henschotermeer of Laagraven of hoeven die te hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de plas Middelwaard bij Vianen ook bij de criteria past. Vliegbasis Soesterberg voldoet aan de voorwaarden van een bovenlokaal recreatieterrein.

Dat betekent dat hier onder voorwaarden recreatieve ontwikkelingen mogelijk zijn. Het gebied kent naast hoge natuurwaarden, ook een belangrijke recreatieve en culturele functie. Ook die is belangrijk. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn, zal daarbij echter wel degelijk rekening gehouden moeten worden met de geldende regelgeving (o.a. NNN) en de specifieke kenmerken van dit gebied. De natuurwaarden in dit gebied vallen onder diverse beschermende regelgeving. Er zal daarom altijd een goed afgewogen en onderbouwd oordeel nodig zijn over wat hier wel maar ook wat hier niet mogelijk is.

Groenblauwe verbindingen Nr. 041 063 129

Indieners Gemeente Amersfoort Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Regio Amersfoort

Samenvatting zienswijze 1. Ondersteuning voor de ontwikkeling van een robuuste groenblauwe en recreatieve structuur langs bestaande doorgaande waterlopen. Wel is de vraag wat hierbij — behoudens eventuele verbetering van bestaande wandel- en fietspaden — inhoudelijk voorgesteld moet worden met betrekking tot de waterlopen Grote Heijcop, Bijleveld en Geer (063). 2. Goed dat het belang van de Grebbelinie als ruimtelijke drager herkend en erkend wordt (041, 129)

Reactie en eventuele aanpassing 1. De nadere uitwerking van de groenblauwe verbindingen moet nog plaatsvinden. Vooralsnog wordt het beleid uit de Omgevingsvisie eerst nader uitgewerkt in verschillende programma’s zoals Groen Groeit Mee en het Programma Recreatie en Toerisme. Zodoende is ook ons nog niet bekend wat de ontwikkeling van een robuuste groenblauwe en recreatieve structuur langs bestaande doorgaande waterlopen zou moeten betekenen voor de specifieke waterlopen die u noemt. 2. Fijn, dank dat u dit laat weten.

Recreatief hoofd(route)netwerk op kaart Nr. 019 038 045

Indieners Gemeente De Ronde Venen Particulier

Samenvatting zienswijze 1. Op pagina 62 van de visie spreekt de provincie over TOP’s: Volgens de Reactienota valt de ontwikkeling van de TOP’s onder het recreatief (hoofd)netwerk. Gevraagd wordt om dit netwerk vetgedrukt op te nemen in

Reactie en eventuele aanpassing 1. Het hoofd(route)netwerk, inclusief de TOP’s, is niet als vetgedrukt in de Omgevingsvisietekst en kaart 6 opgenomen, omdat voor het beleid ten aanzien van dit netwerk geen artikelen zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening en ze niet eenduidig op de kaart kunnen worden

51

Stichting Wandelnet en TeVoet, vereniging van wandelaars

2.

3.

de tekst en tevens op te nemen op themakaart 6 als houvast bij de ontwikkeling van dit netwerk (019). Gevraagd wordt om aan kaart 13 het provinciaal wandelroutenetwerk toe te voegen. De meest recente data van het gerealiseerde deel van het provinciale netwerk, alsmede het landelijke netwerk van lange afstandswandelpaden en streekpaden staat op de routedatabank (045). Creëer een stuk wandel-fietspad over mijn perceel, waarmee het westelijke wandelgebied van Vleuterweide (zuidkant spoorlijn Utrecht -WoerdenUtrecht) verbonden wordt met het noordelijke natuurgebied Haarzicht (038).

2.

3.

opgenomen. De status van de diverse onderdelen van dit netwerk verschilt onderling: zo is de provincie eigenaar van het fietsknooppuntennetwerk, maar niet van de wandelroutenetwerken. Het hoofd(route)netwerk ligt bovendien niet vast, maar kan bijv. door het Routebureau in overleg met de betrokken partijen worden aangepast. De provincie is hierbij één van de partijen, maar niet per definitie de bepalende partij. Het hoofd(route)netwerk, waaronder het wandelroutenetwerk, is niet opgenomen op de kaart, omdat dit geen vast netwerk is en voor netwerk geen artikelen opgenomen zijn in de verordening. Het wandelroutenetwerk is ook niet van de provincie en het is niet statisch: het kan bijv. door het Routebureau in overleg met de betrokken partijen worden aangepast. De provincie is hierbij één van de partijen, maar niet per definitie de bepalende partij. Hartelijk dank voor uw suggestie. Hierover is al ambtelijk contact geweest. De mogelijkheden worden verder besproken met het Routebureau en andere betrokken partijen bij het wandel- en fietsroutenetwerk, waaronder de gemeente. Mogelijk kan uw suggestie dan worden meegenomen in een aanpassing van het netwerk. Wel is het van belang bij voorbaat aan te geven dat het Routebureau in principe geen nieuwe paden aanlegt en dat hier vooralsnog waarschijnlijk geen financiering voor bestaat.

Recreatief hoofd(route)netwerk Nr. 029 032 067 124 134 165

Indieners Stichting Ruiteren en Mennen Utrechtse Heuvelrug Particulier Landgoed Eyckenstein VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden Gemeente Stichtse Vecht Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie, Endurancevereniging

Samenvatting zienswijze 1. Verzocht wordt om bij het Recreatief hoofd(route)netwerk ook het paardrijden opnemen. Het grote maatschappelijke en economische belang van de paardensport en paardenhouderij in Utrecht is geheel onderbelicht gebleven, ook in het programma Recreatie en Toerisme (029, 032, 165). 2. Voor het recreatieve fietsnetwerk ligt er ook een ontwikkelopgave. Er zijn meerdere witte vlekken binnen dit netwerk om aan te pakken. De verkenningen die uitgevoerd zijn naar recreatie om de stad, bieden hier inzicht in. Verzocht wordt om de tekorten aan recreatieve routes, paden, recreatief groen en de verbindingen hiertussen ook een plek te geven binnen de Omgevingsvisie (134). 3. Verzocht wordt om aan de tekst over het hoofdroutenetwerk explicieter toe te voegen dat het routenetwerk ook ingezet kan worden voor het ontsluiten van werk-/bedrijfslocaties op bedrijventerreinen (124). 4. Fietspaden door natuurgebieden en vooral langs lanen worden veelvuldig door schoolgaande kinderen gebruikt. In combinatie met de droogteschade zijn de benodigde veiligheidsmaatregelen niet eenvoudig meer op te brengen. Voor grote delen van de Heuvelrug (het gebied van oude recreatieschap UHVK) is hiervoor een goede oplossing gevonden, echter in andere delen lukt dat niet. Dit voelt als ongelijkheid (067). 5.

Het faciliteren van de ontwikkeling in het elektrisch vervoer via benodigde infrastructuur is van belang. De doorontwikkeling van toeristische overstappunten (TOP) en recreatieve poorten op strategische locaties is hierbij noodzakelijk (134).

Reactie en eventuele aanpassing 1. In het nieuwe Programma Recreatie en Toerisme (PRenT) wordt nader uitgewerkt hoe het recreatief hoofd(route)netwerk behouden en verbeterd kan worden. De primaire focus van de provincie ligt hierbij op fietsen, wandelen en varen, omdat dit provinciebrede netwerken betreffen. Daarbij kennen deze activiteiten een hoge participatiegraad. Borging en uitbreiding van o.a. de ruiter- en menpaden zijn belangrijk voor de recreant en toerist. Dit is echter primair het werkgebied van de gemeenten. Waar dit nodig is en gewenst wordt, kan de provincie hier desalniettemin een faciliterende rol vervullen. 2. Verkenningen zoals Utrecht Buiten en Amersfoort Buiten zijn input voor het PRenT. Volgend jaar wordt een verkenning naar de upgrade van het Fietsroutenetwerk gedaan door Mobiliteit/Fiets in nauwe samenwerking met het Routebureau waarin dit ook zal worden meegenomen. 3. Het recreatief hoofdroutenetwerk is aangelegd met het oog op de recreant. Uiteraard kunnen fietsers en wandelaars daar ook gebruik van maken om naar hun werk of bedrijf te gaan. Er gelden voor een recreatief netwerk echter andere criteria dan voor utilitaire netwerken. Zo is niet de snelste route van A naar B het uitgangspunt, maar de recreatief meest aantrekkelijke route. Die loopt doorgaans niet naar of door bedrijventerreinen.

Het recreatieve routenetwerk is om die reden niet standaard geschikt om juist werk- en bedrijfslocaties op bedrijventerreinen mee te ontsluiten. Wanneer werk- en bedrijfslocaties op bedrijventerreinen

52

6.

Er dient blijvend aandacht te zijn voor uniform routebeheer, digitale ontsluiting en het creëren van inzicht door het monitoren van relevante data. Hiermee kan de groei van bezoekers in relatie tot de leefbaarheid in balans gehouden worden (134).

4.

5.

6.

niet voldoende ontsloten zijn voor langzaam verkeer, is het inzetten van het recreatieve netwerk daarom niet een voor de hand liggende keuze. Het recreatieve fietsroutenetwerk (bestaande uit routebordjes) wordt beheerd en onderhouden door het Routebureau, in opdracht van de provincie Utrecht, aangezien dit netwerk haar eigendom is. Het beheer en onderhoud van de onderliggende paden maakt daar geen onderdeel van uit, aangezien dit in principe de verantwoordelijkheid is van de eigenaar. Dit geldt ook voor de paden die in eigendom waren van het recreatieschap UHVK. Aangezien die paden na het opheffen van het recreatieschap eigendom zijn geworden van de gemeenten, hebben zij een aparte regeling moeten treffen om ze te laten beheren en onderhouden. Dit gebeurt ook door het Routebureau, maar wordt apart door de gemeenten betaald. Het Routebureau heeft de afgelopen periode gewerkt aan een evaluatie van de TOP’s. Deze zal binnenkort beschikbaar zijn. De resultaten zullen input vormen voor het nieuwe Programma Recreatie en Toerisme (PRenT) dat momenteel wordt opgesteld en dat een nadere uitwerking vormt van het beleid in de Omgevingsvisie. Uitgangspunt is dat de TOP’s samen met de partners worden doorontwikkeld.

Uniform routebeheer, digitale ontsluiting van de routes en het creëren van inzicht door het monitoren van relevante data ten aanzien van routes vormen taken die zijn belegd bij het Routebureau. Ze zijn inderdaad belangrijk en behoeven de nodige aandacht. Dit wordt onder de aandacht van het Routebureau gebracht.

Aanpassing in de visie: ‘verder ontwikkelen’ als volgt in de tekst toevoegen: Wij zetten ons in voor behouden, versterken en verder ontwikkelen van het huidige recreatieve hoofd(route)netwerk.

Recreatietoervaartnet Nr. 022 057 058 126

Indieners Recreatiebedrijf Buitengoed de Boomgaard Twee particulieren Gemeente Vijfheerenlanden

Samenvatting zienswijze 1. De focus bij het netwerk aan vaarwegen is gericht op wandelen en fietsen langs dit netwerk aan wateren, niet op recreatief varen op de wateren. Juist de combinatie van recreatie op en aan het water maakt een rivier een aantrekkelijke omgeving om te recreëren. Dat komt de ontwikkeling van een groenblauw netwerk ten goede. Bij varen gaat het niet alleen om de vaarbeweging zelf, maar ook over de aanwezigheid van voldoende voorzieningen als aanlegplaatsen en jachthavens. En over de veiligheid op het water, vooral de combinatie met de beroepsvaart. 2. Verzocht wordt om meer aandacht te besteden aan (water) recreatie en de betekenis van de verbetering Linge als onderdeel van het retourvaart netwerk in Nederland, dit alles in relatie met ontwikkelingen in het recreatiebeleid in ons land (057, 058). 3. Verzocht wordt om (naast de Linge) ook de Zederik op te nemen als recreatietoervaartnet: (in PZH ‘recreatieve vaarweg’ genoemd) (126).

Reactie en eventuele aanpassing 1. In het PRenT wordt nader uitwerking gegeven aan het beleid uit de visie. Daar komt ook de ambitie voor waterrecreatie aan de orde. 2. In het PRenT zal niet specifiek in worden gegaan op de verschillende waterwegen. In het PRenT wordt wel verwezen naar de nieuwe, nog vast te stellen, Basisvisie Recreatie Toervaart Net (BRTN). Daarin wordt de Linge genoemd: “Ook de Linge en de Hollandse IJssel zijn sfeerbepalend voor het landschap en worden gebruikt door de recreatievaart, terwijl het landschap zich leent voor wandelen en fietsen.” 3. De Zederik is niet opgenomen op de recreatiekaart, omdat deze vaarweg niet is opgenomen in de Basis Recreatie Toervaart Net (BRTN). De Zederik was dat ook niet toen het nog onderdeel was van PZH. De BRTN is een landelijk netwerk en omvat de belangrijkste verbindings- en ontsluitingswateren voor de recreatietoervaart in Nederland. Om ervoor te zorgen dat de verschillende klassen boten op de aangewezen routes kunnen doorvaren, moeten de vaarwegen voldoen aan brughoogten en vaarwegdiepten. Dis is vastgesteld in aparte besluiten.

53

Aanpassing in de visie, p. 62/63: “Wij zetten ons in […] bezoekers.”” Aanvullen met: “De benodigde hoogte- en dieptematen van de vaarwegen leggen wij vast”.

Ruimte voor vakantieparken/recreatiewoningen Nr. 052 095 098 112 124 134 163

Indieners Gemeente Utrechtse Heuvelrug Stichting Groene Hart Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Particulier VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden Gemeente Stichtse Vecht Werkgroep Natuurlijk Zeist-West

Samenvatting zienswijze 1. Er moet meer aandacht/ruimte zijn voor verblijfsrecreatie in de regio. Zo zou het mogelijk/makkelijker moeten zijn om bijvoorbeeld een trekkerscamping en camperplaatsen te kunnen realiseren (053). 2. Vitalisering van vakantieparken op gebied van kwaliteit en kwantiteit verdient de aandacht. Hier geldt ook dat deze thematiek kan worden ingebracht in een platform gastvrijheid (124). 3. Belemmeringen worden ondervonden en voorzien bij het zoeken naar (toekomstige) oplossingen voor de niet-vitale recreatieparken, vanwege het huidige artikel 9.6 in combinatie met bijvoorbeeld de regelgeving voor de NNN. Een groot deel van de parken ligt in de NNN. Dit staat omzetting naar bijvoorbeeld woningbouw in de weg. In de Reactienota is aangegeven dat er aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek naar de vakantieparken, campings en jachthavens in overleg met gemeenten en andere betrokken instanties gekomen moet worden tot een integrale aanpak voor verblijfsrecreatie. En dat de relatie met woningbouw in de aanpak zal worden meegenomen. De gemeente vertrouwt er op dat zij samen met de provincie met een open en vernieuwende insteek tot goede creatieve en toekomstbestendige plannen voor deze gebieden kunnen komen .

Verzocht wordt om in overleg met de sector te bekijken of er afspraken (convenant) mogelijk zijn waarbij zowel de natuurkwaliteiten verbeteren als de ontwikkelmogelijkheden voor de terreinen, vergelijkbaar met de afspraken zoals de provincie Gelderland met recreatieondernemers gemaakt heeft. Ook het Bomenmuseum (arboretum) Gimborn, Doorn wordt in dit kader genoemd (052). 4. In de Omgevingsvisie lijkt de focus vooral te liggen op het vitaal houden van vakantieparken en recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie. Dit is echter slechts een deel van het (verblijfs-)recreatieve aanbod. Gevraagd wordt om ook oog te houden voor voldoende ontwikkelingsruimte voor alle vormen van (verblijfs-)recreatie. Alleen door bestaande recreatiebedrijven voldoende ruimte te bieden voor nieuwe en innovatieve ontwikkelingen, kan het aanbod blijvend aansluiten bij de vraag van de bezoeker. Bij dergelijke ontwikkelingen moeten kwalitatieve aspecten als uitstraling, landschappelijke inpasbaarheid, veiligheid en duurzaamheid de voorrang krijgen ten opzichte van kwantitatieve regels over oppervlakten en bouwhoogten (134). 5. Voor parken met weinig toekomstperspectief binnen de recreatieve sector wil de provincie met pilots zoeken naar oplossingen. Transformatie naar een andere bestemming kan dan een mogelijkheid zijn. De gemeente gaat

Reactie en eventuele aanpassing 1. Het is nu al mogelijk om op beperkte schaal en afhankelijk van de lokale omstandigheden in het landelijk gebied een trekkerscamping of camperplaatsen te faciliteren, aangezien dit in principe geen verstedelijking betreft. Wanneer deze ontwikkelingen echter andere provinciale belangen raken, zoals natuur, zal een evenwichtige afweging altijd nodig zijn. Dit kan het moelijker maken deze zaken te realiseren, maar dit is nodig voor een evenwichtig ruimtelijk beleid. Dit heeft niet te maken met een gebrek aan aandacht voor verblijfsrecreatie. De provinciale betrokkenheid bij de verblijfsrecreatie blijkt onder meer uit de aanpak vakantieparken, waarbij met gemeenten en de sector aan een gezamenlijke aanpak wordt gewerkt. 2. Het project vakantieparken heeft aandacht voor kwaliteit en kwantiteit van bestaande parken. U kunt dat uw ideeën betreffende het platform gastvrijheid inbrengen. 3. Een aantal verblijfsrecreatieterreinen is inderdaad gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hier ligt het primaat bij de natuur en gelden strikte regels ter bescherming van de natuurwaarden. De niet-natuurfuncties zoals verblijfsrecreatieterreinen liggen binnen het NNN vanwege de natuurwaarden op deze terreinen en de rol die deze hebben in o.a. de samenhang van het NNN.

Voor de bedrijven die zijn gelegen binnen het NNN is het vinden van ontwikkelruimte op bedrijfsniveau inderdaad lastig. Vitalisering van recreatieterreinen kan in sommige gevallen hand en hand gaan met het behoud van het NNN. De mogelijkheden en onmogelijkheden binnen de regels op de terreinen zelf worden onderzocht, hier zijn ook de gemeenten bij betrokken. Daarbij lijkt een gebiedsgerichte aanpak kansrijker te zijn. Vanuit de gezamenlijke integrale aanpak vitale vakantieparken met gemeenten en de sector wordt bekeken welke oplossingen zowel positief voor de sector als voor de natuur zijn. In welke vorm wordt gezamenlijk bepaald, met in achtneming van de kaders die de regelgeving geeft. Als de conclusie getrokken wordt dat revitaliseren van een niet-vitaal vakantiepark geen optie is wordt integraal bekeken welke transformatiekansen hier liggen, waarbij bijvoorbeeld gekeken wordt naar de omgeving (stedelijk, natuurlijk) en de huidige staat van het park en de bebouwing. Woningbouw, maar ook natuurontwikkeling, worden meegenomen in de overweging. Omzetting naar woningbouw is dus geen vanzelfsprekendheid, maar zal bij de integrale afweging van de mogelijke omvorming wel betrokken worden. 4.

Dit klopt, maar met vitaal wordt ook bedoeld dat een park voldoende flexibiliteit heeft om in te spelen op marktontwikkelingen, maar dat dient wel zorgvuldig te gebeuren, met in achtneming van de geldende regelgeving,

54

6.

7.

8. 9.

graag in gesprek over dit onderwerp, specifiek m.b.t. het gebied Scheendijk waarvoor reeds een toekomstvisie is opgesteld. (134). Het beleid omtrent plaatsing van recreatiewoningen is bijzonder ruimhartig. Vrijwel het hele Groene Hart is aangewezen als gebied waar recreatiewoningen kunnen worden gebouwd. De regels zoals genoemd in punt 9.3. in de verordening (artikel 9.21, lid 2 en 3) bieden nauwelijks een rem op de ontwikkeling van dergelijke woningen. Dat verdient aanscherping (095). Gevraagd wordt om te voorkomen dat (bepaal)de recreatieparken alsnog binnen het ‘Stedelijk gebied’ worden gebracht en dus uit het NNN, waardoor betreffende recreatieparken in de toekomst (naar verwachting) een woonwijk zullen worden. Ook wordt gevraagd of en hoe het verlies aan areaal NNN/natuur zal worden gecompenseerd (098). Voorgesteld wordt om verblijfsrecreatie in natuurgebieden (Natura2000 en NNN) niet toe te laten (112). Kaart 4.1.2 is zo opgezet dat er ook ruimte wordt geboden voor recreatiewoningen in de NNN- en Groene contourgebieden. Dat is onwenselijk gezien de verschraling van de ruimtelijke kwaliteit die gaat optreden (163).

5. 6.

7.

8.

9.

die de provincie in sommige gevallen (Europese/landelijke regelgeving) dient over te nemen in haar plannen. De regelgeving wordt opnieuw bekeken om een bepaalde mate van flexibiliteit te kunnen borgen. Er vinden al gesprekken plaats over deze pilot Scheendijk. Recreatiewoningen vallen onder de definitie van verstedelijking en kunnen niet zonder meer worden toegevoegd in het landelijk gebied (zie artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod Landelijk gebied). Het beleid omtrent de plaatsing van recreatiewoningen is dus niet ruimhartig. De artikelen waarnaar verwezen wordt betreffen de recreatiezones en de bovenlokale dagrecreatieterreinen. Het klopt dat bij de aangewezen bestaande dagrecreatieterreinen onder voorwaarden verstedelijking mag plaatvinden, mits dit aantoonbaar noodzakelijk is voor het behoud van de terreinen. Binnen de recreatiezones kan ook onder voorwaarden verstedelijking plaatsvinden ten behoeve van recreatie. Hierbij moet de vigerende regelgeving worden gerespecteerd. Het NNN heeft een beschermingsregime dat niet zomaar losgelaten kan worden. Bij mogelijke transformatie van een park zal de ligging in NNN dan wel tegen een stedelijk gebied aan meegenomen worden in de overweging. Omzetting naar woningen is dus geen vanzelfsprekendheid. Nieuwe ontwikkelingen moeten zowel aan de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 worden getoetst als aan de NNN regels.

Voor bestaande situatie moeten de bestaande rechten gerespecteerd worden. In gezamenlijkheid zal gekeken moeten worden waar de grenzen liggen en wat (on)mogelijkheden zijn vanuit de natuurwetgeving. Dit zal themakaart 6 zijn. Deze kaart geeft voor recreatiewoningen aan dat het betreffende beleid geldt in het hele landelijke gebied van de provincie. Het klopt dat er ruimte is voor recreatiewoningen in het NNN en Groene contour: dit geeft de huidige situatie weer. Nieuwe recreatiewoningen kunnen daar echter in principe niet gerealiseerd worden wanneer ze buiten het vigerende bestemmingsplan vallen. Recreatiewoningen vallen onder artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod Landelijk gebied. Daarbij kent het NNN een eigen beschermingsregime.

Vrije tijdseconomie/toerisme Nr. 067 072 109 124 134 163

Indieners Landgoed Eyckenstein Vechtplassencommi ssie Gemeente Bunnik VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden Gemeente Stichtse Vecht

Samenvatting zienswijze 1. Het valt op dat de provincie alleen kijkt naar de druk die voortkomt uit de eigen provinciale behoefte, en niet naar de druk van buiten de provincie Utrecht. Terwijl deze zeker vanuit Amsterdam aan de orde is. Dit blijkt ook uit de ringparkengedachte rondom de Utrechtse steden, maar waarbij de zone bij Amsterdam ontbreekt. Ook liggen er kansen net buiten de provincie. Door bijvoorbeeld de Loosdrechtse Plassen (provincie NoordHolland) beter te ontsluiten, kan de recreatieve druk op onze gemeente en die van de regio verminderd worden (134). 2. Het lijkt niet verstandig om recreatiestromen van buiten de provincie extra te vergroten door allerlei voorzieningen te creëren die door hun aard mede

Reactie en eventuele aanpassing 1. De Omgevingsvisie richt zich op het eigen beleid en grondgebied. De recreant en toerist heeft inderdaad geen boodschap aan (bestuurlijke) grenzen. Daar is oog voor. Daarom werken provincies ook samen op dit thema en wordt samengewerkt met regionale partners buiten de provincie Utrecht, bijvoorbeeld in het Plassenschap Loosdrecht en het programma Oostelijke Vechtplassen, maar ook in de regio’s Foodvalley en Amersfoort. Voor de verschillende vormen van samenwerking is aandacht in het beleid en de uitwerking daarvan in het Programma Recreatie en Toerisme (PRenT). 2. Vanwege de toenemende recreatiedruk is spreiding en zonering belangrijk. De uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het PRenT.

55

Werkgroep Natuurlijk Zeist-West 3.

4.

5.

6.

gericht zijn om instroom van buiten de provincie te bevorderen, zoals recreatiewoningen (163). Gehecht wordt zeer aan een natuurvriendelijk toerisme: fietsen voorrang geven op auto’s, wandelen voorrang op fietsen, kanoën voorrang op jetski, etc. De beleving en het behoud van het landschap voorrang geven op exploitatie van het landschap (072). De recreatieondernemers hebben profijt bij de mooie natuur en/of het Cultureel Erfgoed in hun omgeving. Indien een deel van hun meerwaarde naar het beheer van Natuur en Cultureel erfgoed terug vloeit, dan kan daarmee weer een kwaliteitsslag gemaakt worden die weer ten goede komt aan deze ondernemers en bezoekers. Dit lijkt echter alleen haalbaar als provincie hierin, met natuurbeheerders, de regie heeft (067). Vanuit de gemeenten bestaat een behoefte aan onderzoek en data zodat goed onderbouwde keuzes gemaakt kunnen worden om het bezoek van toeristen en recreanten te spreiden in ruimte en tijd. Hierin is een belangrijke rol voor de provincie weggelegd. Het is positief dat dit expliciet genoemd wordt in de visie (109). De waardering voor de rijkdom aan landschap, erfgoed en cultuur in de provincie Utrecht is groot en van belang voor de kwaliteit van wonen, leven en werken. Ondernemers willen zeker bijdragen aan het ontwikkelen van deze kwaliteit.

Afstemming met een gastvrijheidsplatform van ondernemersen natuurorganisaties zal daar zeker nog een steentje aan kunnen bijdragen (124)

3.

4.

5.

6.

De provincie stimuleert duurzame ontwikkeling van de vrijetijdseconomie. Dat houdt in het zoeken naar de balans tussen bezoeker en bewoner, kiezen voor passende doelgroepen en mogelijkheden zoeken om het bezoek van toeristen te spreiden in ruimte en tijd. Het ontzien van de natuur waar die onder druk staat, is daarbij ook een aandachtspunt. Dit wordt uitgewerkt in het PRenT. Behoud van het landschap hangt nauw samen met exploitatie/beleving van het landschap. Zonder kwalitatief landschap geen exploitatie. Ook hiervoor geldt dat de provincie overleg in dit kader aanmoedigt. De provincie moedigt overleg in het kader van voorgesteld verdienmodel zeker aan, maar heeft hierin geen regierol. Ondernemers en natuurbeheerders/grondeigenaren dragen inderdaad samen zorg voor de kwaliteit van het gebied. Voor wat betreft onderzoek en data pakt de provincie een faciliterende rol. De provincie doet zelf meerdere onderzoeken binnen de toeristischrecreatieve sector. Daarnaast heeft de provincie nauw contact met partners over mogelijke noodzaak voor aanvullende onderzoeken. Spreiden van toeristen en recreanten in ruimte en tijd heeft daarbij de komende tijd aandacht. Middels de Druktemonitor Utrecht is hiervoor een eerste aanzet gegeven, welke nog zal worden doorontwikkeld. Een gastvrijheidsplatform is een optie die zeker bekeken wordt.

De vraag is of via een bestaande overlegstructuur te ondervangen is of dat hiervoor iets nieuws voor moet worden opgetuigd. Advies hierover is welkom.

Grote recreatiedruk op natuur Nr. 071 097 149

Indieners Staatsbosbeheer, provinciale Eenheid Utrecht Particulier Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties

Samenvatting zienswijze 1. Er is een grote behoefte aan meer natuur en groen dichter bij de woonomgeving. De huidige ontwikkelingen en maatregelen als gevolg van het coronavirus, waarbij mensen geneigd of genoodzaakt zijn dichterbij huis te recreëren, laten zien dat er op plekken al flinke tekorten zijn. Maar ook de nog geplande groei van het aantal inwoners vraagt om het laten meegroeien van groene ‘nutsvoorzieningen’, in het bijzonder rondom steden en de plekken waar mensen (komen) wonen, conform de Ringparkgedachte / Groen Groeit Mee. Natuurgebieden krijgen steeds meer de functie van intensieve recreatiegebieden. Extensief recreatief medegebruik is uiteraard een prima nevenfunctie, maar dat is vaak niet meer aan de orde. Natuurgebieden zijn verstoringsgevoelig en daarmee niet geschikt voor extra openstelling of grote bezoekersstromen. Weinig verstoring maakt de natuur sterker, verhoogt de biodiversiteit, leidt tot duurzame populaties van soorten en biedt rust en ruimte aan liefhebbers daarvan. Dat vraagt dus ook om op andere plekken juist extra natuur en groen toe te voegen. Gevraagd wordt om deze ambitie concreter op te nemen omdat een goede sturing vereist is van de provincie (149). 2. De omvang van de huidige natuurgebieden is te klein om de toename in de behoefte aan recreatie in het groen op te vangen.

Door de toename van het aantal woningen en meer recreatievoorzieningen neemt de recreatiedruk op

Reactie en eventuele aanpassing 1. In het programma Groen Groeit Mee worden deze nieuwe opgaven en ambities in beeld gebracht en afspraken gemaakt over de programmering daarvan. De Oostbroekorganisaties kunnen daarbij input leveren om zo tot locaties, een kwantificering van de opgaven en een programmering te komen in Groen Groeit Mee. 2. De combinatie recreatie en (kwetsbare) natuur biedt kansen, maar kan ook leiden tot een te hoge recreatiedruk. Via zonering, spreiding en monitoring wordt ervoor gezorgd dat gericht kan worden ingegrepen als dat nodig blijkt. Het beleid daarvoor wordt uitgewerkt in het Programma Recreatie en Toerisme (PRenT). De mogelijkheden voor groei van recreatief groen wordt bekeken in het Programma Groen Groeit Mee. Dit is een proces met de regio’s. Het is zeker niet de bedoeling om recreanten massaal in natuurgebieden te laten komen, maar wel om te zoeken naar passende combinaties, bijv. in gebieden waar uitbreiding van natuur en recreatie elkaar kunnen versterken. 3. De vraag voor een extra beheerpakket is een interessante suggestie. De Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer (SVNL) op basis waarvan de subsidies voor natuurbeheer worden verleend, kent nu al een vergoeding voor het onderhouden van recreatievoorzieningen (de voorzieningenbijdrage) en voor toezicht (de toezichtsbijdrage). De

56

3.

4.

5.

de natuurgebieden verder toe. De provincie wil meer ruimte bieden voor rode ontwikkelmogelijkheden voor recreatie. Toename recreatie leidt tot verstoring natuur en stiltegebieden. Conclusie milieueffectrapport is: ongunstige trend en ongunstige invloed door omgevingsvisie op natuur en stiltegebieden en toename autogebruik door recreatie (097). Staatsbosbeheer pleit voor een extra beheerpakket “recreatiepakket druk” in het subsidiestelsel voor Natuur en Landschap (SNL). Dit moet de lasten en lusten tussen stad en platteland beter verdelen, met name voor het beheer en onderhoud van recreatievoorzieningen. De Omgevingsvisie zou dan de terreinen moeten aangeven waarop deze subsidie van toepassing is. In de ogen van Staatsbosbeheer komen terreinen rondom de stad en in het Nationaal Park de Heuvelrug daarvoor in aanmerking (071). Grote recreatiedruk leidt tot schade aan de natuur. Het zou gelet op de rollen maatschappelijke bijdrage van terreineigenaren en particuliere landgoedeigenaren gerechtvaardigd zijn om ook op hun eigendom ontwikkelingen toe te staan die als economische drager kunnen dienen voor hun lasten van beheer en de toegenomen ruimtedruk op hun eigendom. Ook zou het gerechtvaardigd zijn op grond van het profijtbeginsel gemeenten, ondernemers en andere medegebruikers een financiële bijdrage te laten leveren aan de beheerders/eigenaren (097).

Samenwerking met terreinbeheerders en particuliere landgoedeigenaren is noodzakelijk vanwege recreatiedruk. Zij zijn immers degenen die de recreanten ontvangen op hun eigendom. Daarbij geldt dat eigenaar/beheerder degene is die bepaalt of en voor wie zijn terrein toegankelijk is en als deskundige bepaalt wat en waar op zijn eigendom mogelijk en toelaatbaar is (097). 4.

5.

vergoedingen bedragen (net zoals de vergoedingen voor het beheer) 75% van de zgn. Standaard Kostprijzen (SKP’s). De SKP’s zijn de gemiddelde kosten over geheel Nederland. Deze SKP’s worden eens in de zoveel jaar bepaald voor de verschillende natuurtypen, de voorzieningen en het toezicht door een groep van deskundigen (waarin ook de TBO’s zijn vertegenwoordigd). Op basis van deze systematiek bedraagt de voorzieningenbijdrage en toezichtbijdrage voor 2021 (75% van de SKP’s) resp. € 39 per ha en € 18 per ha. Binnen de provincie Utrecht ontvangen Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten daarnaast voor een deel van hun gebieden (drukbezochte recreatiegebieden/RodS-gebieden) geen subsidie natuurbeheer, maar een subsidie vanuit de sector recreatie. De subsidiebedragen zijn hiervoor veel hoger dan voor natuurbeheer. Gelet op het bovenstaande is het niet vanzelfsprekend dat er een extra vergoeding komt voor recreatie. Je zou kunnen zeggen dat voor bepaalde gebieden, weliswaar buiten de SVNL, we als provincie Utrecht nu al het ‘recreatiepakket druk’ kennen. Voor de andere terreinen is een subsidie mogelijk gebaseerd op de gemiddelde kosten landelijk (SKP’s). Daar zou (juist) Staatsbosbeheer (landelijk) mee uit de voeten moeten kunnen. De provincie Utrecht kan binnen de subsidiëring van de SVNL bovendien niet zomaar eigenstandig een eigen pakket invoeren.

De SVNL is een landelijk uniforme regeling. Voor de invoering van een extra pakket is overeenstemming met de andere provincies nodig. Tevens behoeft de toevoeging van dit extra pakket, om staatssteun te voorkomen, goedkeuring vanuit de EU. Indien ondanks het bovenstaande overwogen wordt extra subsidies voor drukbezochte terreinen te verstrekken, dan ligt het meer voor de hand hiervoor, net zoals nu voor de RodS-gebieden, een aparte regeling te maken, los van de SVNL. Ook deze aparte regeling behoeft overigens goedkeuring door de EU. De terreineigenaren kunnen al een subsidie ontvangen voor natuurbeheer. Deze bedraagt nu 75% van de SKP. Binnenkort zal deze verhoogd worden naar 84% als het Rijk hiervoor geld beschikbaar heeft gesteld. Komende periode onderzoekt het Rijk of een eventuele verdere verhoging mogelijk is. Zie verder het antwoord op de vorige vraag. In het PRenT wordt ook het beleid voor samenwerking nader uitgewerkt. Ook binnen het programma Groen Groeit Mee is samenwerking belangrijk.

Aanpassing in de visie: Zie bovenstaand voorstel tekstaanpassing blz. 62. onder kopje Vrijetijdsbesteding

Knelpunten recreatie en toerisme benoemen Nr. 072

Indieners Vechtplassencommi ssie

Samenvatting zienswijze Gevraagd wordt om in de visie en de verordening de knelpunten die recreatie en toerisme opleveren te benoemen, en oplossingsmaatregelen op te nemen. Er ontstaan op steeds meer momenten en locaties onveilige en onleefbare situaties als gevolg van de toestroom van bepaalde categorieën recreanten zoals

Reactie en eventuele aanpassing In 4.1 onder Stad en land gezond staat ‘Ook de diversiteit van het gebruik neemt toe’. Concrete onveilige en onleefbare situaties moeten worden opgelost binnen het gemeentelijke beleid. Het beleid van de provincie, zoals dat wordt uitgewerkt in het Programma Recreatie en Toerisme (PRenT), richt zich op het monitoren van drukte en het bevorderen van spreiding. Hierbij moet onder meer worden

57

motorrijders, sport- en recreatiefietsers, Solextours, klassieke auto’s etc., bv. in de zuidelijke Vechtstreek.

gedacht aan het bevorderen van bezoek aan minder drukke plekken, die ervoor moeten zorgen dat de drukst bezochte gebieden worden ontlast. Ook zal het PRenT aandacht besteden aan de verbetering van routes en verbindingen tussen stad en ommeland om de druk op bepaalde drukbezochte gebieden te verminderen. In de uitwerking van het beleid is het nodig dat bij aanleg van nieuwe of verbetering van bestaande fietspaden rekening gehouden wordt met toenemende differentiatie in snelheid. Dit zal de provincie samen met de wegeigenaren en wegbeheerders uitwerken en oppakken.

Ringpark / Groen Groeit Mee Van 098 109 126 139 153 163 178

Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Gemeente Bunnik Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Houten Gemeente Wijk bij Duurstede Werkgroep Natuurlijk Zeist-West Gemeente Zeist

Samenvatting zienswijze Diverse reacties gaan over de tekst Ringpark en de box Ringpark – Groen groeit mee: 1. Graag een ander begrip dan ‘Ringpark’: het begrip ‘park’ doet denken aan focus op menselijk gebruik en sterke menselijke invloed. Ook invullen met natuur, met als doel de natuur en de biodiversiteit te versterken. Het begrip ‘ring’ doet denken aan een cirkel rond de stad Utrecht, en doen weinig recht aan de zelfstandige betekenis van de Utrechtse Heuvelrug, de Stichtse Lustwarande en het Kromme Rijngebied en de zone langs de Vecht (163) 2. Term Ringpark: wellicht kan beter over ‘Ringlandschap’ kan worden gesproken (098) of landschapszone: De term Ringpark refereert te veel aan de transformatie naar een parkfunctie, naar benutting vanuit het perspectief van de stad (178) 3. Pagina 60: Term Ringpark graag vervangen door Groen groeit mee (153). 4. Graag termen als ringen vanuit Utrecht uit de tekst weghalen. Het is sterker dat u visie dient vanuit vogelvlucht beschouwd en niet vanuit de stad Utrecht (153). 5. Op blz. 60 staat een passage met een kaart over het Ringpark. De relatie tot de tekst is niet duidelijk; zo wordt er gesproken over ringen, maar deze zijn niet terug te vinden op de kaart (126) 6. Wat wordt hier verwacht vanuit de gemeente? Op welke wijze moeten ze hier rekening mee houden bij ruimtelijke ontwikkelingen? (126) 7.

Het is niet duidelijk wat de kaart probeert weer te geven. 8. In de vierde ring (het ‘ommeland’) wordt gezocht naar een nieuw evenwicht tussen recreatie, landbouw en natuur. Dit is positief! Op themakaart wordt slechts heel beperkt ruimte gegeven aan het vinden van dat nieuwe evenwicht (verstedelijking – groen), omdat ontwikkeling van nieuwe recreatiebedrijven alleen binnen de recreatiezone mogelijk is (109) 9. Houten-Zuid is niet opgenomen in de kaart (139). 10. De gemeente Vijfheerenlanden is op deze kaart slechts half aangegeven terwijl het gehele grondgebied van gemeente Vijfheerenlanden dient te worden opgenomen (126) 11. Op pagina 60 is geen legenda weergegeven (139).

Reactie en eventuele aanpassing Sinds de vaststelling van de Ontwerp Omgevingsvisie in maart 2020 is gewerkt aan een gezamenlijke aanpak ‘Groen Groeit Mee’ door de Regio U16, Regio Amersfoort, het Utrechtse deel van de Regio Foodvalley, de vier waterschappen (vertegenwoordigd door Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en de provincie Utrecht. Met deze aanpak is in het najaar 2020 ingestemd door de verschillende partijen. Deze aanpak wordt dan ook opgenomen in de Omgevingsvisie in de plaats van Ringpark. De tekst in de box Ringpark - Groen groeit mee wordt hiertoe geactualiseerd en de tekst Ringpark in de inleiding van paragraaf 4 wordt geschrapt. De gedachte onder het concept Ringpark wordt voortgezet via het programma Groen Groeit Mee. Het concept, dat via een advies van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Paul Roncken is geïntroduceerd, heeft hiermee dienst bewezen. De beelden over het concept liepen uiteen, terwijl er wel veel consensus bestond over het onderliggende uitgangspunt om groen te laten meegroeien met de groeiende steden en dorpen. Daarom is samen met de regiopartners het programma Groen Groeit Mee gestart. Ad 8: Hierop wordt verder ingegaan het kopje ‘Vrijetijdsbesteding’, waar een nieuw tekstvoorstel voor de Omgevingsvisie is opgenomen.

Voorgestelde aanpassing visie: Schrappen tekst Ringpark in de inleiding van hoofdstuk 4 en actualisatie box Ringpark. In plaats van de box Ringpark wordt een box Groen groeit mee opgenomen.

58

Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Van 052 067 098

Indieners Gemeente Utrechtse Heuvelrug Landgoed Eyckenstein Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

Samenvatting zienswijze Zonering Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug 1. Wat betreft die Utrechtse Heuvelrug zou het goed zijn de ambities zoals deze in het document: ‘NPUH - Ruimtelijke ambities voor het gebied (NPUH, 2017)’) zijn vastgelegd, door te vertalen in de Omgevingsvisie en verordening, in het bijzonder geldend voor de ‘Zoneringskaart’ zoals deze thans voor de Heuvelrug wordt opgesteld, vanwege de al maar toenemende recreatiedruk op dit gebied en gezien het belang voor de natuur, met bijzondere aandacht voor in dat opzicht kwetsbare natuurgebieden (098) 2. De insteek zoals weergegeven in de Reactienota bij het concept Ontwerp wordt ondersteund (052). 3. De hoge recreatiedruk op de Utrechtse Heuvelrug en de noodzaak van passende zonering worden terecht als bedreiging en mogelijke oplossing gezien. Goede samenwerking om dit te realiseren lijkt essentieel (067).

066 150

Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Netwerkgroep Heuvelrug in Goede Banen

Nationaal Park, divers 1. Het Nationaal Park en de Utrechtse Heuvelrug worden op een groot aantal plekken in de Omgevingsvisie benoemd, als gebied en als partner, dat is goed. Goed ook dat de provincie de samenwerking binnen het NPUH ziet als een goed platform om een rol in te spelen in een aantal in de Omgevingsvisie opgenomen ambities (066). 2. Hoe gaat de provincie vanuit de Omgevingsvisie sturen op realisatie van de ambities van het Nationaal Park. En hoe wil de provincie dat organisatorisch, in de samenwerking met gemeenten, terreinbeherende organisaties, particuliere eigenaren en andere betrokkenen invullen (066)? 3. De Utrechtse Heuvelrug met zijn biodiversiteit raakt echter steeds verder onder druk door versnippering als gevolg van verkeersaders, bouwen buiten de rode contour en vervuiling waardoor kritische grenzen van de levensvatbaarheid van talloze soorten overschreden worden. Gebrek aan consistent beleid blijkt uit lokale en provinciale politieke besluiten zoals het faciliteren van ruimte opeisende lage toegevoegde waarde bedrijvigheid, bouwen buiten de rode contouren en het snel, volgens de kortste route, willen kunnen laten verplaatsen van passanten. Hierdoor verbrokkelt het gebied stapsgewijs en zal het uiteindelijk verdwijnen. Alleen door expliciete keuzes is de Utrechtse Heuvelrug te redden en te versterken.

Gevraagd wordt om 1) het gebied de speciale status te geven die beleidsmakers de ruimte biedt om, 2) het verkeer te verluwen, 3) het gebied te ontsnipperen en 4) het gebied herkenbaar duurzaam te maken zodat iedereen betrokken wordt bij de bijzondere en belangrijke functie (150).

Reactie en eventuele aanpassing 1. De zonering zoals aangegeven door het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug wordt niet in de Omgevingsvisie en – verordening opgenomen, omdat deze een te laag abstractieniveau heeft voor provinciaal beleid en regelgeving. Uitwerken van de visie verloopt via programma’s. De zonering op de Heuvelrug past bij het Programma Recreatie en Toerisme. Bij het voorbereiden hiervan wordt de constatering overgenomen dat goede zonering en geleiding nodig is die in verhouding staat tot de draagkracht van het gebied. Het opstellen van de zoneringskaart is belangrijk, maar vastlegging hiervan is een gemeentelijke aangelegenheid die via bestemmingsplannen kan verlopen. Daarnaast geeft de provincie in eigen beleidsprogramma’s invulling aan de specifieke ambities voor de Heuvelrug, zoals in het Programma Recreatie en Toerisme, in het natuurbeleid en bijv. in de Blauwe Agenda. 2. Hartelijk dank voor uw reactie. 3. De provincie steunt de Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, die actief de samenwerking met particulieren, terreinbeherende organisaties en andere overheden en partners faciliteert en stimuleert. 1. Dank voor deze steunbetuiging. 2. De Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug wordt actief ondersteund door de provincie om deze samenwerking vorm te geven.

De provincie zal de verbindende ligging van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug in de regionale uitwerkingen aan de orde stellen. De deelnemers/partners in het Nationaal Park UH worden gevraagd vanuit de eigen organisaties hier actief bij aan te sluiten. 3. De Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug probeert in haar werkzaamheden deze elementen aandacht te geven en samen met de overheden te kijken naar mogelijkheden om het gebied als uniek gebied te behouden. De provincie participeert hierin en werkt en denkt mee over de diverse onderwerpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/380/documents/11311