2021.02.16 Raadsinformatiebrief 'Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening' - Merged.pdf
Tekst van het document
De gezonde en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door onze Omgevingsvisie. Wij werken hierin samen met gemeenten, dragen bij of ondersteunen waar gewenst
Aangepaste tekst Het motto van de Omgevingswet is ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en geeft mee dat lokale afwegingen mogelijk zijn als een veilige en gezonde omgeving daarbij gebaat is. In dit hoofdstuk beschrijven wij ons beleid voor die gezonde en veilige leefomgeving in zeven thema’s. Wij richten ons daarbij, in lijn met de wet, vooral op de fysieke leefomgeving. Dit heeft vanzelfsprekend ook alles te maken met de sociale en veilige leefomgeving. Daar start dit hoofdstuk mee en dit loopt als een rode draad door de zeven beleidsthema’s waarin wij ons beleid uitwerken. Wij hebben ons beleid uit diverse beleidsplannen samengenomen in deze Omgevingsvisie. We beschrijven dit beleid op hoofdlijnen in de rode draad en in zeven samenhangende beleidsthema’s. Verdieping is te vinden in de beleidsuitwerkingen, visies, programma’s en plannen waarnaar in de tekst verwezen wordt. Ieder thema start met enkele themakaarten. Deze themakaarten tezamen vormen de ingang van het digitale plan, zoals dat op https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ te raadplegen is. Hier is de tekst te lezen en te doorzoeken en zijn de themakaarten (en visiekaart) interactief gekoppeld aan de tekst.
De vetgedrukte tekstpassages in de paragrafen verwijzen naar de afzonderlijke objecten die op deze kaarten opgenomen zijn. Zie ook de leeswijzer. De thematische kaartbeelden zijn aangevuld met collages die een impressie geven van de beoogde ontwikkelingen. Deze collages zijn opgenomen aan het einde van dit hoofdstuk. De gezonde en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door onze Omgevingsvisie. Wij werken hierin samen met gemeenten, waterschappen en andere partijen, dragen bij of
Reden en bron De inleiding op hoofdstuk 4 wordt uitgebreid op basis van ingediende zienswijzen over de leesbaarheid van dit hoofdstuk en de samenhang tussen thema’s, kaarten en teksten.
Bij de samenwerking voor de gezonde en veilige leefomgeving zijn slechts een beperkt aantal
34
en volgen op welke manier gemeenten van hun bevoegdheden gebruik maken voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. De kennis en expertise van de GGD wordt hierbij benut. 4.0
We hanteren 6 hoofdprincipes waar we naar streven bij de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving:
4.0
n.v.t. En Voorzieningen in steden en dorpen bieden ontmoetingsplekken, zoals buurthuizen, bibliotheken en horeca.
4.0
Ringpark Economisch gezien groeit de Utrechtse regio en we blijven groeien. Bij de verdere ontwikkeling van de provincie willen we ook in de toekomst een leefbare omgeving behouden. Het concept Ringpark kan dienen als bron van inspiratie. We moeten de ruimte die nodig is voor wonen, bereikbaarheid en energie combineren met de andere ontwikkelingen, zoals recreatiemogelijkheden, benutten van erfgoed, transities in landbouw en landschap, voedselproductie en ecologische kwaliteit. In het Ringpark Utrecht komen al deze opgaven samen, waarbij het sleutelbegrip Omgevingskwaliteit is. Dit concept biedt een nieuw perspectief voor de relatie tussen stad en land. Het Ringpark is te omschrijven als een transitieopgave. Het biedt een groen, gezond en slim antwoord in een periode van groei (verstedelijking, mobiliteit) en transities (energie, klimaat, landbouw, circulair).
ondersteunen waar gewenst en volgen op welke manier gemeenten en waterbeheerders van hun bevoegdheden gebruik maken voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. De kennis en expertise van de GGD wordt hierbij benut. We hanteren 6 hoofdprincipes waar we naar streven bij de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving. De basis hiervoor wordt gevormd door het natuurlijke systeem van bodem, water en natuur:
Zie ook de paragrafen 4.4 en 4.5, daar waar het gaat om 'een woning voor iedereen', 'bedrijfsvestiging' en ‘Kwaliteit voor de OVreiziger’.
samenwerkingspartners benoemd. De waterschappen hebben gevraagd dit te verbreden.
De gezonde en veilige leefomgeving loopt als een rode lijn door de Omgevingsvisie. De waterschappen geven in ambtelijk overleg aan dat bij de 6 principes, die bij de uitwerking gehanteerd worden, het fysieke systeem ontbreekt. Zij vragen om een nieuw eerste principe toe te voegen over een houdbaar en klimaatbestendig bodem- en watersysteem met een goede waterkwaliteit. Deze reactie is aanleiding om de betreffende tekst aan te vullen, zodat deze beter past bij de gezonde en veilige leefomgeving in de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Tekst aanvullen met een verwijzing naar paragrafen waarin dit verder uitgewerkt is en de tekst over ontmoetingsplekken aanvullen op basis van ingediende zienswijzen.
En Voorzieningen in steden en dorpen bieden ontmoetingsplekken, zoals buurthuizen, bibliotheken, gebedshuizen en horeca. n.v.t.
De tekst over Ringpark wordt geschrapt, omdat aan paragraaf 4.1.2 een vervangende tekst over Groen Groeit Mee wordt toegevoegd. In die tekst worden de in de huidige tekst beschreven ambities en het concept Ringpark meegenomen en geïntegreerd.
35
4.1 Stad en land gezond 4.1.1 Milieu en gezondheid WHO advieswaarden luchtkwaliteit Nr. 004 052 098
Indieners Particulier Gemeente Utrechtse Heuvelrug Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
Samenvatting zienswijzen 1. Gevraagd wordt om een specificatie op te nemen dat met voorrang wordt gewerkt aan verbetering luchtkwaliteit waar die nu het verst van WHOniveau af ligt en waar grote aantallen mensen wonen en gebieden met kwetsbare doelgroepen, zodat de focus meer ligt op zo snel mogelijk zo veel mogelijk gezondheidswinst (004). 2. Bij het streven om in 2030 te kunnen voldoen aan de WHO adviesnormen voor luchtkwaliteit lijken concrete maatregelen te ontbreken (052). 3. Waarom worden deze ‘omgevingswaarden’ niet doorvertaald naar instructieregels in de Omgevingsverordening (098)?
Reactie en eventuele aanpassing 1. De grootte van het gezondheidseffect wordt bepaald door de hoogte van de belasting én de aantallen mensen die eraan blootgesteld worden. Ook de gevoeligheid van de mensen die blootgesteld worden speelt een rol. De provincie zet in op maatregelen die effectief zijn voor de gezondheid. Daar worden deze aspecten dus bij betrokken. De uitwerking hiervan vindt plaats in het programma Gezond en Veilig, dat de hoofdlijnen van het beleid uit de visie concretiseert en richting geeft aan de uitvoering. 2. De concrete maatregelen zijn opgenomen in de met de regio opgestelde Uitvoeringsagenda gezonde lucht en het Schone Lucht Akkoord, waarin op landelijk niveau wordt samengewerkt. De provinciale inzet in deze samenwerkingsprogramma’s wordt opgenomen in het op te stellen Programma Gezond en Veilig. Hierin wordt de hoofdlijn van beleid in de Omgevingsvisie verder geconcretiseerd. 3. De provincie werkt samen met rijk en gemeenten via de Uitvoeringsagenda gezonde lucht en het landelijke Schone Lucht Akkoord om het gewenste doel te bereiken. Derhalve is er voor gekozen om geen instructieregels op te nemen.
Samenvatting zienswijzen Vast staat dat houtrook ernstige gezondheidsschade veroorzaakt en voortijdige sterfte. In de visie wordt alleen ingegaan op geuroverlast (t.g.v. de veehouderij?). Verzocht wordt om op te nemen dat de maatregelen ten aanzien van geur ook rook van houtkachels, barbecues en vuurkorven zullen betreffen. Normering ligt hier voor de hand vanwege volksgezondheid en betekent niet dat alles verboden wordt, maar wel dat omwonenden veilig adem kunnen halen.
Reactie en eventuele aanpassing Onder het kopje ‘Verbeteren luchtkwaliteit’ staat houtrook als een belangrijke bron van luchtverontreiniging in de provincie Utrecht. In het nog op te stellen programma ‘Gezond en Veilig’ wordt verder uitwerking gegeven aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. In de regionale Uitvoeringsagenda gezonde lucht en het landelijke Schone Lucht Akkoord zijn maatregelen opgenomen om de overlast van houtrook te verminderen. Het ligt niet voor de hand dat de provincie een norm voor houtrook gaat bepalen. Die taak is voor het rijk en eventueel voor de gemeente.
Houtrook Nr. 044 098 116
Indieners Particulier Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Stichting Beter Zeist
Verminderen geluidsbelasting en bevoegdheden provincie Nr. 046 050 052 087 098 134 139
Indieners Gemeente Woerden U10 gemeenten Gemeente Utrechtse Heuvelrug Particulier Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
Samenvatting zienswijzen 1. De provincie wordt opgeroepen om samen met partners te werken aan een agenda geluid en te streven naar het handhaven van WHO normen, bijvoorbeeld rond provinciale wegen, mits de geboden mogelijkheid voor maatwerk naast in de agenda geluid ook in de verordening wordt omschreven (050). 2. Gevraagd wordt om geen extra aanvullende belemmerende regelgeving te ontwikkelen voor geluidsnormen rondom provinciale wegen. Het idee om
Reactie en eventuele aanpassing Geluidhinder is vooral een lokaal fenomeen. De afweging of geluidgevoelige functies in relatie tot geluidbelastende activiteiten kunnen worden toegedeeld vindt plaats in het gemeentelijke bestemmingsplan (onder de Omgevingswet omgevingsplan). Het streven naar het handhaven van de WHO waarden zal dan ook voornamelijk op lokaal niveau plaatsvinden. De provincie realiseert zich dat het realiseren van de WHO-advieswaarden voor geluid onder de huidige omstandigheden voor gemeenten een grote opgave kan zijn. Vanuit
36
Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Houten
3.
4. 5.
6.
7.
8.
een Agenda geluid op te stellen waarbij gemeenten en provincie afspraken maken over het verbeteren van het woon- en leefklimaat in relatie tot geluid wordt ondersteund. Geadviseerd wordt om het verlagen van de geluidsbelasting niet doorslaggevend te maken voor het realiseren van een gezond leefklimaat. Zeker als dit betekent dat andere gemeentelijke en provinciale ambities hierdoor belemmerd worden (134). Wat betreft het onderwerp geluid wil de provincie ernaar streven om in 2030 te kunnen voldoen aan de WHO adviesnormen. Voor geluid resulteert dit in de Omgevingsverordening in instructieregels bij provinciale wegen (art 4.58). Onduidelijk is welke rol bronmaatregelen daarbij spelen. De provincie kan een belangrijke rol spelen, maar die blijft wat onderbelicht (052). Waarom worden deze ‘omgevingswaarden’ niet doorvertaald naar Instructieregels in de Omgevingsverordening (098)? Het streven om de gezondheid te verbeteren wordt ondersteund. Dit hoeft echter niet per se te betekenen dat er geen geluidsgevoelige objecten meer kunnen worden gebouwd met een hogere geluidbelasting. In het adviesrapport van de WHO waarin de advieswaarden worden beschreven staat ook dat de focus moet liggen op het verbeteren van gezondheid, en niet per se op het verlagen van de geluidsbelasting tot de advieswaarden (134). Nieuwbouw wordt alleen toegestaan op locaties die voldoen aan de WHOadvieswaarden.
Voor de gemeente Stichtse Vecht heeft dit vergaande consequenties. De doelstelling ten aanzien van een gezonde leefomgeving botst voor de woningbouwlocatie "Planetenbaan" in Maarssenbroek heel nadrukkelijk met de wens om werk te maken van transformatie van leegstaande kantoorlocaties naar woningbouw en zorgvuldig stedelijke ruimtegebruik. Het betreft een eenzijdige aanpak omdat nabij infrastructuur, stedelijk gebied of vliegveld(en) bijna altijd hogere geluidsniveaus aanwezig zijn en niet alleen in geluidluwe gebieden geluidgevoelige bestemmingen zijn of worden gerealiseerd. In combinatie met de druk op de woningmarkt, is het de vraag of deze ambitie niet te ambitieus is (134). De voorgestelde WHO-normen voor geluid (Lden 53 en Lnight 45) zijn veel strenger dan de eerder genoemde normen van 61 dB (landelijk gebied) en 65 dB (stedelijk gebied). De visie is beperkender dan de Interim Omgevingsverordening. Het is niet wenselijk om voor nieuw te bouwen woningen strengere geluidsnormen toe te kennen dan wettelijk de norm is. Hoewel de gemeente Houten streeft naar het realiseren van een goed woon- en leefklimaat en daarbij een goede geluidskwaliteit, wordt in Houten ook een grootschalige binnenstedelijke ontwikkeling verwacht. Juist bij deze locaties is doorgaans sprake van hogere geluidswaarden. Daarom is het voldoen aan de WHO-normen te ambitieus en niet realistisch.
Goed dat de provincie de afwegingsruimte voor het bouwen van geluidsgevoelige bebouwing aan de gemeentes laat (139). De normen voor bebouwing in de geluidscontour van provinciale wegen zijn al in de door het Rijk opgestelde Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Daarnaast zijn uw normen strenger dan de normen
gezondheidsoogpunt is het echter belangrijk dat al het mogelijke wordt gedaan om de geluidsoverlast te verminderen. Samenwerking tussen de verschillende overheden is daarbij cruciaal. Om deze reden is het voorstel samen een agenda geluid op te stellen, waarin het verminderen van de geluidhinder centraal staat. Vanwege het lokale karakter van geluid wordt in de toekomstige Omgevingswet de beslissingsbevoegdheid voor het toestaan van nieuwe geluidgevoelige functies, ook langs provinciale wegen, toegekend aan de gemeenten. In de Interim Omgevingsverordening kunnen vanuit dat perspectief geen aanvullende regels worden gesteld. Het realiseren van nieuwe geluidgevoelige functies rond provinciale wegen kan botsen met het provinciale belang om zorg te dragen voor instandhouding van de provinciale infrastructuur en een adequaat provinciaal OV-netwerk. Ten aanzien van dit provinciale belang zal in de toekomstige Omgevingsverordening opgenomen worden dat het realiseren van nieuwe hoogbelaste woningen alleen is toegestaan tot een bepaalde geluidsbelasting op de gevel, dan wel tot een bepaalde binnenwaarde. Bij toekomstige overschrijdingen van de (onder de Omgevingswet) vastgestelde geluidproductieplafonds kunnen deze woningen voor aanzienlijke kosten zorgen. Op basis van de Wet geluidhinder kan dit echter nog niet gesteld worden en wordt artikel 4.58 op gereserveerd gezet.
Dit houdt in dat bij een volgende versie van de Verordening dit artikel ingevuld wordt. De WHO waarde van 53 dB als maximaal toelaatbare waarde voor dit moment is, gezien de huidige mogelijkheden voor geluidreductie en de stand der techniek een goed streven, maar nog niet in alle gevallen haalbaar. Overigens komt de huidige voorkeurswaarde van de Wet geluidhinder in grote lijnen overeen met de WHO advieswaarde. Dit betekent dat gemeenten en provincie nu ook al alleen gemotiveerd en onder bepaalde voorwaarden van deze voorkeurswaarde af mogen wijken. Aanvullend: Ad 3 en 4. De instructieregels voor provinciale wegen zijn ingegeven vanuit het provinciale belang ‘gezond en veilig bereikbaar’. In de Omgevingswet zijn normen opgenomen vanuit gezondheids- en leefbaarheidsbelangen. Ad 5. Dit klopt. De reden waarom de provincie aansluiting zoekt bij de WHOadvieswaarde voor geluid is dat hiermee de gezondheidsrisico’s voor de inwoners zoveel mogelijk beperkt worden. Dit betekent dat het accent ligt op het voorkomen van een hoge geluidbelasting bij woningen. Als dat niet lukt, wordt gekeken naar maatregelen die de gezondheidseffecten beperken. Ad 6. Benadrukt wordt dat de provincie ernaar streeft dat de gezondheidsrisico’s als gevolg van geluidsbelasting minimaal zijn, waarbij de WHO advieswaarden voor geluid een uitgangspunt is.
Hierdoor treedt inderdaad een spanningsveld op met de principes van verstedelijking. Woningen alleen bouwen op relatief stille plekken kan ook veel andere nadelen hebben. Hierin wordt gezocht naar een balans via de eerder genoemde “Agenda geluid”, om de gezondheidsrisico’s ook in hoogbelaste nieuwbouwlocaties, zoveel mogelijk te beperken.
37
9.
10.
11.
12. 13.
opgenomen in het Bkl. De regels zijn hierdoor in strijd met hoger recht, wat in het Nederlandse rechtssysteem niet mogelijk is. Schrap daarom deze instructieregel (046). Voor wat betreft het onderwerp geluid is in artikel 4.58 de maximale geluidsbelasting ten gevolge van provinciale wegen op 65 Lden is vastgelegd. In dit artikel wordt de aandacht voor bronmaatregelen gemist. Een nadrukkelijke rol voor de provincie wordt gemist die zowel in de Omgevingsvisie als ook in de concrete uitwerking in de regels van de Omgevingsverordening onderbelicht blijft (052). De geluidhinder neemt toe in de provincie. Bij zo’n 12% van alle woningen in de provincie Utrecht is de geluidsbelasting hoger dan 60 dB. Dit is geen autonoom gegeven, maar een direct gevolg van de keuze om wonen, werken en recreëren niet dicht bij elkaar te plannen (087). Door in de visie te focussen op de decibellen wordt voorbijgegaan aan het feit dat een gezonde leefomgeving veel meer inhoudt. Ook wanneer alleen gekeken wordt naar het thema geluid zijn meerdere aspecten van belang dan alleen de hoogte van de geluidsbelasting. Cumulatie van het geluid ontbreekt bijvoorbeeld. Daarnaast kan gekeken worden naar akoestische maatregelen zoals een geluidluwe gevel. Of aan niet akoestische maatregelen, zoals een groene omgeving (134).
In de Omgevingsverordening wordt gesproken van een maximale belasting van 65dB in stedelijk gebied en 61 dB in het landelijk gebied; 60 dB wordt hierin niet genoemd. Handhaaf deze normen (139). De Geluidscontour 61 dB Lden is op enkele plaatsen in de gemeente Houten gelegen; te weten de N409 (bij Doornkade), N421 en N410 (Houten oost). De Geluidscontour 61 dB Lden beperkt de gemeente Houten in de ontwikkelingen die de gemeente in de toekomst wil uitvoeren; waaronder de realisatie van de Ruimtelijke Koers, ontwikkeling Doornkade en omgeving, etc. Leg daarom de stedelijke norm van 65 dB bij de N409 (139).
Ad 7. De WHO waarden zijn niet als norm maar als ambitie opgenomen. De WHO advieswaarde is overigens min of meer overeenstemmend met de huidige voorkeurswaarde, die onder de huidige geluidwetgeving ook door gemeenten gehanteerd moet worden. In overleg met gemeenten wordt geprobeerd om in ieder geval een zo laag mogelijke geluidbelasting te realiseren bij woningen en de gezondheidseffecten te beperken met maatregelen. Ad 8. Het opnemen van regels voor de maximale geluidhinder voor woningen langs provinciale wegen is ingegeven vanuit het provinciale belang ‘gezond en veilig bereikbaar’. Realisatie van hoogbelaste woningen kan dit in de weg staan. Deze regels kunnen onder de huidige wetgeving nog niet worden opgenomen, maar wel onder de Omgevingswet. Zie ook 12. Ad 9. De provincie is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het verminderen van de geluidsbelasting langs provinciale wegen. In het Actieplan geluid provinciale wegen Utrecht 2018-2023 is opgenomen op welke wijze de provincie de geluidhinder langs deze wegen willen verminderen. Hierin worden met name bron- en overdrachtsmaatregelen genoemd. De basis hiervan ligt in de Mobiliteitsvisie en het mobiliteitsprogramma provincie Utrecht. Zie ook 8. Ad 10. De komende jaren is er veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw.
Tegelijkertijd is het de ambitie van de provincie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Hierin wordt een goede balans gezocht, waarbij de gezondheid van inwoners een belangrijk goed is. Ad 11. In de visie wordt onder ander gefocust op een gezonde en veilige leefomgeving. Cumulatie en akoestische maatregelen zijn zeker onderwerpen die bij de verdere uitwerking van de eerder genoemde agenda geluid betrokken moeten worden. Ad 12 De regelgeving omtrent de normering van de maximale geluidbelasting voor nieuwbouw is opgenomen in de Omgevingswet. Aanvullend kan de provincie, vanwege het provinciale belang ‘gezond en veilig bereikbaar’, in de toekomstige Omgevingsverordening aanvullende normen opnemen. Art 4.58 is daarvoor gereserveerd. Ad 13. De normen voor nieuwbouw zijn opgenomen in de Omgevingswet. Aanpassing in de verordening: Art 4.58 op gereserveerd zetten.
WHO advieswaarden geluid en windturbines Nr. 132
Indieners Particulier
Samenvatting zienswijzen In 2030 zijn gezondheidsrisico's van geluidsbelasting minimaal. Daarbij wordt verwezen naar de WHO. De geluidsbelasting van windturbines is echter een directe aantasting van het woon- en leefgenot van mensen in hun eigen huis. De huidige geluidsregels voor windenergie zijn voor omwonenden een aanzienlijke verslechtering vergeleken met de situatie van voor 2011. Internationaal getoetst onderzoek wijst uit dat voor omwonenden de Nederlandse geluidsnormen de slechtste zijn van heel Europa. Bovendien voldoen ze niet aan de regels van de WHO. Geluidshinder kan tot slaapverstoring leiden en dit kan leiden tot gezondheidsklachten
Reactie en eventuele aanpassing Bij het plaatsen van windturbines moet voldaan worden aan de wettelijke geluidsnormen. De WHO advieswaarde voor windturbines is bepaald op 45 dB(A) Lden. Er wordt geen waarde geadviseerd voor de nacht. De maximaal toelaatbare geluidbelasting door windturbines viel tot 2011 onder de regelgeving voor industrielawaai, met een norm van 50 dB(A) overdag, 45 dB(A) ’s avonds en 40 dB(A) ‘s nachts. Voor windturbines werd in 2011 een aparte normstelling vastgelegd in de Wet milieubeheer en onderliggende regelgeving. Er werd gekozen voor de grenswaarden van 47 dB Lden en 41 Lnight. Een overzicht van geluidnormeringen in 29 Europese landen is recent in opdracht van de Interest
38
Group on Traffic Noise Abatement (IGNA) opgesteld. Hieruit komt het volgende beeld naar voren: 60% heeft normen voor windturbines die soepeler zijn dan de WHO-advieswaarden. Uiteindelijk wordt bij het beoordelen van de omgevingsvergunning bepaald hoe hoog de maximaal toelaatbare waarde voor de betreffende windmolens is.
Geluid overig Nr. 147 151 167
Indieners ProRail Rijkswaterstaat Midden-Nederland Stichting Behoud de Eemvallei
Samenvatting zienswijzen 1. Verzocht wordt om voor het aspect geluid in relatie tot railbeheer gebruik te maken van de meest recente gegevens (geluidproductieplafonds) (147). 2. Rijkswaterstaat Midden-Nederland gaat graag met de provincie in gesprek over de Agenda geluid omdat de daarin op te nemen doelen en mogelijke maatregelen alleen in goede samenwerking met de partners tot stand kunnen worden gebracht (151). 3. De provincie beslist mee met de ontwikkelingen voor paleis Soestdijk waarbij festivals en grote evenementen met versterkt geluid zullen plaatsvinden op het paleisterrein als het Ontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk wordt goedgekeurd. Dergelijke evenementen (tientallen per jaar) met grote regelmaat (en mogelijk binnenkort zelfs vergund via het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk) in de buitenlucht behoren niet in de NNN te worden gehouden. Dat is slecht voor mens, dier en milieu (167).
Reactie en eventuele aanpassing 1. Akkoord. De provincie zal in voorkomende gevallen gebruik maken van de gegevens uit het geluidregister ex artikel 11.25 Wet Milieubeheer. 2. Rijkswaterstaat zal zeker bij het opstellen van de Agenda geluid worden betrokken. 3. De gemeente beoordeelt de voorwaarden waaronder een evenement mag plaatsvinden, waaronder de hoogte van het geluidsniveau.
Samenvatting zienswijzen 1. Verzocht wordt om de toenemende vlieghinder te voorkomen. Afgevraagd wordt waarom er niet kan worden teruggegaan naar de vorige luchtruimindeling die nauwelijks vlieghinder veroorzaakte boven Eemland/Eemvallei en de plaatsen Eemnes, Baarn, Soest, Amersfoort en Bunschoten-Spakenburg. 2. Verzocht wordt om geen toestemming/ontheffingen meer te geven voor rondvluchten boven Eemland/Eemvallei. Het is zeer verstorend voor de fauna. Het is zelfs voorgekomen dat er helicopter-rondvluchten plaatsvonden tijdens het broedseizoen en weidevogels zoals grutto, kievit, scholekster, tureluur, wulp en kemphaan ernstig verstoorden. 3. In Stiltegebieden worden recreatieve drones niet toegestaan. Gevraagd wordt om dit uit te breiden naar het hele Eemlandgebied (Eemvallei) tijdens het broedseizoen. Eemland staat bekend om zijn populaties weidevogels en is een van de weinige gebieden in Nederland waar de populaties niet verminderen.
Reactie en eventuele aanpassing 1. Het Rijk is het bevoegd gezag als het gaat om de zeggenschap over het gebruik van het luchtruim. Op dit moment wordt er door het rijk een herziening van het luchtruim voorbereid: zie ook https://luchtvaartindetoekomst.nl/herziening-luchtruim. Dit wordt door de provincie nauwlettend gevolgd, en door middel van bestuurlijk overleg en het indienen van zienswijze op deze luchtruimherziening wordt het item van minder hinder voor onze provincie bij het Rijk onder de aandacht gebracht. 2. Voor het starten en landen van luchtvaartuigen op niet voor luchtvaart aangewezen terreinen is ontheffing nodig van gedeputeerde staten. Op basis van het provinciale beleid worden aanvragen voor landingen gedurende het hele jaar in stiltegebieden en Natura 2000 gebieden geweigerd. Ook aanvragen voor landingen in het broedseizoen in weidevogelkerngebieden worden geweigerd. 3. Drones boven stiltegebieden zijn verboden in de Omgevingsverordening vanwege het belang stilte. Een algemeen verbod kan de provincie niet opleggen, dat is aan het rijk. Sinds 31-12-2020 gelden nieuwe regels van het Rijk voor de drones (zie https://www.dronewatch.nl/tag/kadaster/ (landelijke inzoomkaart per 7-11-2019 incl. N2000-gebieden en de belangrijkste regels), https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/drone/regels-hobby-drone en
Luchtvaart Nr. 167
Indieners Stichting Behoud de Eemvallei
39
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/drone/vraag-en-antwoord/vliegenmet-drone). Naast aan deze regels moet ook aan de Wet Natuurbescherming worden voldaan (niet enkel gebiedsbescherming, maar ook soortbescherming).
Stiltegebieden Nr. 106 134 167
Indieners Vereniging Vrij Polderland Gemeente Stichtse Vecht Stichting Behoud de Eemvallei
Samenvatting zienswijzen 1. Het is opvallend dat naast het belang voor natuur en landschap het belang van stiltegebieden voor de rustzoekende inwoner ook zo nadrukkelijk wordt vermeld. Is dit in de praktijk ook daadwerkelijk het geval, aangezien stiltegebieden matig toegankelijk zijn, nauwelijks tot niet bewoond zijn en ook in de toekomst geen uitsproken ontwikkeling zullen doormaken bij het voorzien in de recreatiebehoefte (134)? 2. Verzocht wordt om de regelgeving van het Stiltegebied Eemland te versterken. Nu is men bezig horeca/café aan de rand ervan (haventje bij Wakkerenweg) aan te vragen en mogelijk te vergunnen en zelfs nog een andere in het Stiltegebied zelf. Ook is er nu sprake van een illegale houtzagerij op het inrichtingsterrein van agrarisch bedrijf, gevestigd aan de Stammeweg te Eemnes. Dit veel geluid producerende bedrijf ligt nu in het Stiltegebied Eemland. De handhaving moet worden verbeterd (167). 3. Waarom steunt de provincie dat 700.000 bezoekers op het eeuwenoude en bijna ongerepte landgoed Paleis Soestdijk losgelaten worden om te genieten van openluchtconcerten. Deze bezoekers verstoren de natuur en komen niet voor de natuur maar voor de muziek die nu juist niet thuishoort vlakbij stiltegebied de Lage Vuursche dat daar 4km vanaf ligt. Verzocht wordt om geen verdere medewerking te geven aan de plannen op landgoed Paleis Soestdijk (106).
Reactie en eventuele aanpassing 1. De stelling dat de stiltegebieden matig toegankelijk zijn wordt niet onderschreven. Er is in diverse stiltegebieden geïnvesteerd in nieuwe wandelpaden en fietsroutes. De stiltegebieden zijn bedoeld voor het beleven van rust en natuur. Een bebouwde kom en intensieve recreatie past daarbij niet. 2. Ten behoeve van het al dan niet verlenen van een vergunning voor activiteiten in een stiltegebied, bevat de omgevingsverordening instructieregels voor gemeenten die bij de beoordeling van een vergunningaanvraag mee moeten wegen. Een te verlenen vergunning mag geen nadelige invloed hebben op de akoestische kwaliteit van het stiltegebied. 3. Lage Vuursche is niet aangewezen als stiltegebied.
Stiltegebieden en windturbines Nr. 018 059 063 084 097 098 136 149 158
Indieners Gemeente IJsselstein Stichting Duurzaam Woudenberg Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist Particulier Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Federatie Groene Heuvelrug
Samenvatting zienswijzen Voor de Lopikerwaard en de gemeente is de beperking voor energieopwekking in stiltegebieden een punt van aandacht. Dit zijn veelal gebieden die ruimtelijk gezien interessant zijn voor energie opwekking en die allicht ook op maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen. Opgeroepen wordt om tot een goede balans te komen tussen maatschappelijk draagvlak en lokale en provinciale belangen. Het zou daarmee passend zijn om niet te rigide om te gaan met de instructieregels voor zonnevelden en windturbines (018). Verzocht wordt om stiltegebieden uit te sluiten voor plaatsing van windturbines. Ook nabij die gebieden kan dit niet aan de orde zijn. Er is een zeer beperkt aantal stiltegebieden. In de MER wordt dit deels bevestigd, met het risico dat de geluidsbelasting in deze gebieden mogelijk groter wordt ten opzichte van de referentiesituatie. De stiltegebieden zijn niet voor niets aangewezen als stiltegebied. Energieopwekking in deze gebieden leidt altijd tot verstoring. Daarbij moet rekening worden gehouden met de stille kern van een stiltegebied (059, 063, 084, 097, 098, 136, 149, 158).
Reactie en eventuele aanpassing Voor windturbines komt de provincie tegemoet aan de vraag naar meer ruimte in en nabij stiltegebieden. Ter bescherming van de stiltegebieden staan er regels in de Omgevingsverordening. Hiermee worden geluidproducerende activiteiten beperkt. Hieronder vallen ook windturbines. De energietransitie is een grote opgave waar voldoende zoekruimte voor nodig is. Die zoekruimte wordt vooral beperkt door de vele kwaliteiten van de provincie. In een aantal gebieden is het stiltebeleid de belangrijkste beperkende factor voor plaatsing van windturbines. Dit zijn echter vaak ook open gebieden waarvoor concrete en qua draagvlak kansrijke initiatieven voorgesteld kunnen worden. Daarom is opgenomen dat gemeenten dit toe kunnen staan, mits de situering zodanig is dat de effecten op het stiltegebied zo beperkt mogelijk zijn en voor de effecten zoveel als mogelijk is aangesloten op geluidsniveau van de stiltegebieden. Het is daarbij belangrijk dat er regionale afstemming over heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld in het kader van de RES’en. Naar verwachting zullen en kunnen slechts in en nabij een zeer beperkt aantal stiltegebieden daadwerkelijk windturbines worden geplaatst. Zowel het belang van stiltegebieden als van energie-opwekking wordt
40
Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties Bewonerscomité Leersum Zuid
onderschreven. In het beleid is gezocht naar een goede balans tussen deze twee. Mogelijk komen in de toekomst stille typen windturbines op de markt, die geen nadelige invloeden hebben op de kwaliteit van het stiltegebied. Indien er op het moment van plaatsing geen stillere alternatieven voorhanden zijn en aan alle overige voorwaarden van plaatsing in een stiltegebied kan worden voldaan, kan overwogen worden om gebruik te maken van de hardheidsclausule. Met name door in te zetten op het stimuleren van het stiller worden van de windmolens worden de nadelige gevolgen zoveel mogelijk beperkt.
Stiltegebieden op kaart Nr. 052 063 126 150
Indieners Gemeente Utrechtse Heuvelrug Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Gemeente Vijfheerenlanden Netwerkgroep Heuvelrug in Goede Banen
Samenvatting zienswijzen 1. Voor wat betreft het bomenmuseum (arboretum) Gimborn, Doorn worden de ontwikkelingsmogelijkheden onder andere beperkt door de ligging in het stiltegebied. Gevraagd wordt om de grens van het stiltegebied te verleggen zodat in ieder geval een deel van het arboretum hier buiten valt (052). 2. Gevraagd wordt om te onderzoeken of naast het gebied zuiden van de N401 ook elders in de omgeving een stiltegebied kan worden gerealiseerd, bijvoorbeeld de polder Portengen Noordeinde of een deel ervan (063). 3. De provincie Utrecht heeft twee stiltegebieden overgenomen van de provincie Zuid-Holland, gelegen in de voormalige gemeenten Zederik en Leerdam. Graag begrenzingen aanpassen aan stedelijk gebied (126). 4. Gevraagd wordt het gebied ten zuiden van de A12, begrensd door Mollenbos, Rummelaar, Leersum en Doorn (nog) als stiltegebied te oormerken: dit gebied speelt een centrale rol in de ambities van de provincie voor versterken grote natuursystemen, waterbergingsgebied, aantrekkelijk landschap, historische buitenplaatsen en Natuurnetwerk Nederland (150).
Reactie en eventuele aanpassing 1. Het arboretum ligt geheel in de bufferzone stiltegebied. Deze buffer dient ter bescherming van de stille kernen die in de nabijheid van het arboretum aanwezig zijn en wordt gehandhaafd. Activiteiten in de bufferzone stiltegebied zullen moeten worden getoetst aan de invloed op de stille kern. Ook als het grondgebied niet in het stiltegebied zou zijn gelegen, maar in het aandachtsgebied bestaat deze verplichting op basis van de instructieregels. 2. Het gebied ten noorden van het stiltegebied Kockengen/Teckop ligt binnen de 40 dB L24 contour van Schiphol. Dit betekent dat de kwaliteit van het gebied niet voldoet aan de eisen die gesteld worden aan een stiltegebied. 3. Op de aangeduide locaties is geen overlap meer tussen stiltegebied en stedelijk gebied zoals nu opgenomen in de verordening (eerder is besloten om het stedelijk gebied aan te passen aan de begrenzing van het stiltegebied omdat er inderdaad overlap was). 4. De ligging in de nabijheid van de A12 en de spoorlijn Utrecht Arnhem maakt dat het gebied niet voldoet aan de eisen van een stiltegebied. Het geluidsniveau in het gebied is te hoog.
Vrijwaringszones stiltegebieden Nr. 129
Indieners Regio Amersfoort
Samenvatting zienswijzen Verzocht wordt u om het aandachtsgebied van 1500 meter uit de omgevingsverordening schrappen, of in ieder geval de bebouwde kom hiervan uit te zonderen. Deze begrenzing zorgt er niet voor dat er minder getoetst hoeft te worden: er is een wezenlijk verschil tussen in de nabijheid van of de begrenzing van 1500 m. Zeker omdat dit de gehele bebouwde kom van Eemnes betreft, vanaf het stiltegebied tot de A27. Hierin vallen veel locaties waar activiteiten geen of nauwelijks invloed hebben op het stiltegebied. Er sprake van een onevenredige inspanningsverplichting. Voor bijna alle activiteiten en gangbare evenementen dient onderzocht te worden in hoeverre er aan de richtwaarde kan worden voldaan.
Reactie en eventuele aanpassing Ook in de provinciale Milieuverordening moest worden getoetst of activiteiten buiten het stiltegebied van invloed zijn op de kwaliteit van het stiltegebied. Dit beleid wordt gecontinueerd, zij het dat het buiten de 1500m van de grens van het stiltegebied niet meer gevraagd wordt.
41
Externe veiligheidsrisico’s Nr. 147 151
Indieners ProRail Rijkswaterstaat Midden-Nederland
Samenvatting zienswijzen 1. Verzocht wordt om voor het aspect Externe veiligheid in relatie tot railbeheer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet) (147). 2. In de Ontwerp Interimverordening staat hoofdstuk 4.6 ‘Externe veiligheid basisnet’ als gereserveerd vermeld. Rijkswaterstaat is een belangrijke partner voor het transport van gevaarlijke stoffen over wegen en vaarwegen en wordt daarom graag betrokken bij de verdere invulling van dit onderwerp. Zeker nu de provincie, met de Omgevingswet in aantocht, een belangrijke coördinerende rol heeft over gebiedsinrichting met een extra categorie zeer kwetsbare gebouwen, aandachtsgebieden (brand, explosie, gifwolk) en voorschriftengebieden met bouweisen (151).
Reactie en eventuele aanpassing 1. De meest recente gegevens uit het basisnet zullen gebruikt worden voor de beoordeling van de risico’s voor het vervoer van gevaarlijke stoffen langs het spoor. Als de risico’s toe- of afnemen dan heeft dit gevolgen voor het nut en de noodzaak om regels te stellen. 2. De provincie maakt graag gebruik van het aanbod van Rijkswaterstaat om betrokken te worden bij de verdere invulling van dit onderwerp.
Indieners Gemeente Nieuwegein Particulier Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis
Samenvatting zienswijzen 1. Gevraagd wordt om een visie op lichtvervuiling op te nemen. Lichthinder spreidt zich vaak uit over een groot gebied, voorbij de gemeentegrenzen. Een regionale visie kan bewustwording stimuleren, zodat gemeenten zelf regels daarover kunnen opstellen (023). 2. Gevraagd wordt beleid en regelgeving opnemen om lichtvervuiling te beperken. Voor nacht- en dagdieren en om sterren te kijken is het zeer schadelijk. Het gaat dramatisch slecht met de biodiversiteit en lichtvervuiling. Licht wordt gauw vergeten als "vervuilingsfactor (092). 3. Gevraagd wordt om maatregelen te treffen die de lichtvervuiling van buiten landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis tegengaan zodat er ook minder licht de landgoederen binnendringt. Voor veel dieren is donkerte ook van groot belang voor hun voortbestaan (171).
Reactie en eventuele aanpassing 1. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van beleid. In programma’s kunnen die verder geconcretiseerd worden. Er zal een programma Gezond en Veilig worden opgesteld. Daarin komt het onderwerp lichthinder aan de orde. De suggestie voor een regionale visie op lichthinder zal in dit kader besproken worden. 2. Op dit moment wordt er al rekening gehouden met het voorkomen van lichthinder langs provinciale wegen. Dit is een afweging tussen voorkomen van lichthinder en sociale veiligheid. Voor natuur wordt er getoetst op effecten op natuur/soorten bij nieuwe infra en gebouwen in gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. Daarbuiten kan toetsing ook plaatsvinden als er melding gemaakt wordt van mogelijke effecten. In de verdere concretisering van het beleid worden de suggesties bekeken. 3. In de verdere concretisering van het beleid worden de suggesties bekeken.
Licht Nr. 023 092 171
Aanpassing in de visie: In paragraaf 4.7 wordt opgenomen: Belangrijke maatregelen voor de verbetering van de natuurkwaliteit zijn de verdrogingsbestrijding, het verbeteren van de waterkwaliteit, de bestrijding van lichtvervuiling en het terugdringen van de stikstofdepositie.
Trillinghinder Nr. 147
Indieners ProRail
Samenvatting zienswijzen Het is gewenst dat aandacht wordt besteed aan trillinghinder. Als de provincie dicht bij het spoor bebouwing toestaat, kan deze ontstaan voor toekomstige bewoners/gebruikers.
Reactie en eventuele aanpassing Bij het opstellen van plannen voor nieuwbouw langs het spoor is het aspect trillingen nu en met de komst van de Omgevingswet een aandachtspunt dat ligt bij de gemeenten als bevoegd gezag en bij projectinitiatiefnemer(s). De landelijke Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen helpt gemeenten, projectinitiatiefnemers en andere stakeholders om bij nieuwbouw langs spoor tijdig en concreet rekening te houden met trillingen van het spoor als gevolg van treinverkeer. De handreiking biedt houvast en handvatten om trillinghinder voor toekomstige bewoners en gebruikers zoveel mogelijk te voorkomen.
42
Schoonste economie Nr. 167
Indieners Stichting Behoud de Eemvallei
Samenvatting zienswijzen Aangegeven wordt dat de provincie Utrecht per saldo de schoonste economie van Nederland is door het dienstverlenende karakter met relatief weinig vervuilende bedrijven. Dit is een gemiddelde, en derhalve plaatselijk onjuist gezien de uitstoot van verontreinigende stoffen door bedrijven.
Reactie en eventuele aanpassing Utrecht heeft de groenste economie van Nederland als de uitstoot van CO2, methaan en lachgas wordt afgezet tegen het BRP in € 1.000. Dit blijkt uit onderzoek van de ING Bank.
Diffuse loodverontreiniging Nr. 019
Indieners Gemeente De Ronde Venen
Samenvatting zienswijzen Gelet op de urgentie van de problematiek rond diffuse loodverontreiniging zou dit benoemd moeten worden in het hoofdstuk Stad en Land. Er is sprake van een regionaal probleem met serieuze gezondheidsrisico's.
Reactie en eventuele aanpassing In de Omgevingsvisie wordt problematiek op hoofdlijnen benoemd. In het programma Bodem en Water, dat de hoofdlijn van de visie uitwerkt, wordt het onderwerp diffuse verontreinigingen, waaronder de diffuse loodverontreiniging, opgenomen. De provincie werkt, samen met gemeenten, GGD en de Omgevingsdiensten, aan een aanpak om humane risico’s voor jonge kinderen, bij contact met grond met een diffuse loodverontreiniging, te beperken. Op dit moment wordt de problematiek in het gebied in beeld gebracht zodat bepaald kan worden waar met welke maatregelen de blootstelling van jonge kinderen kan worden voorkomen c.q. beperkt.
Samenvatting zienswijzen Door herhaaldelijk de nadruk te leggen op het rustige landelijke gebied in de provincie Utrecht gaat de provincie gedeeltelijk voorbij aan de werkelijke dynamiek in verschillende deelgebieden van het landelijke gebied en het eigen karakter van het landelijk gebied in het algemeen. Sommige delen van het landelijk gebied zijn voortdurend in beweging. Verzocht wordt deze nuance op te nemen in de Omgevingsvisie.
Reactie en eventuele aanpassing Een schone en rustige omgeving in de nabijheid van mensen is belangrijk voor hun gezondheid. De focus ligt daarbij op beiden in het landelijk gebied. In delen van het landelijk gebied is inderdaad een grotere dynamiek. De visie wordt aangepast waar deze nu onvoldoende genuanceerd is.
Samenvatting zienswijzen Te vaak wijken de theoretische berekende waarden (rekenmodellen en de gehanteerde normen) voor geluidshinder zeer sterk af van de praktijkmetingen. Deze praktijk is voor de burger echter bepalend. De metingen moeten worden gedaan met de werkelijk optredende piekwaarden over een kort tijdinterval, en dus niet gemiddelden en over lange periodes en/of grote gebieden. Met meenemen van cumulatie van meerdere bronnen (zoals luchtvaart).
Reactie en eventuele aanpassing Bij de bepaling van de geluidbelasting wordt de wettelijk vastgestelde rekenmethodiek gehanteerd. Deze gaat inderdaad uit van gemiddelde geluidniveaus over langere tijdperiodes maar deze gemiddelde waarden zijn wel een maat voor mogelijk ondervonden geluidhinder. Dit ook omdat hogere geluidniveaus tijdens korte tijdintervallen bijdragen aan het gemiddelde geluidniveau. Als deze veelvuldig optreden dan is de geluidbelasting ook hoger. De rekenmethode wordt regelmatig door het Rijk gevalideerd met geluidmetingen en als er aanleiding toe is, dan wordt de methodiek landelijk gewijzigd. In een recent project binnen de provinciezijn op een locatie langs de provinciale weg geluidmetingen en geluidberekeningen uitgevoerd en deze kwamen binnen de nauwkeurigheidsmarge goed overeen. Er is geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke rekenmethodiek. Piekwaarden, een onrustig
Rustige omgeving Nr. 134
Indieners Gemeente Stichtse Vecht
Aanpassing in de visie: Blz. 56: Groene en rustige gebieden, waar een gevoel van ruimte wordt ervaren, zijn belangrijk om te kunnen herstellen van de drukte elders.
Waarde rekenmodellen Nr. 112
Indieners Particulier
43
geluidbeeld of andere storende geluiden, kunnen bijdragen aan het ondervinden van geluidhinder en ook bij een geluidbelasting die voldoet aan de WHO advieswaarden kan er nog steeds geluidhinder optreden. De WHO advieswaarden voor verkeerslawaai komen voor een groot deel overeen met de nieuwe standaardwaarde in de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking zal treden en deze waarde is niet verouderd. Met de rekenmethode kunnen wat betreft cumulatie ook de bijdrage van de diverse verschillende geluidbronnen van elkaar onderscheiden worden. Tevens kan met de rekenmethode het effect van eventueel te treffen maatregelen deugdelijk voorspeld worden. Er is geen aanleiding om een andere werkwijze voor de beoordeling van de geluidbelasting te hanteren
Uitvoering Nr. 106
Indieners Vereniging Vrij Polderland
Samenvatting zienswijzen Voeg op bladzijde 61 aan “Vanuit de rol reguleren” toe: Beleidsregels opstellen om geen ondersteuning meer te geven aan het houden van massale evenementen (en al helemaal niet met geluidsversterking) in het NNN en in het bijzonder om geen vergunning af te geven voor evenementen in en rond 5 km van de stiltegebieden waar de Lage Vuursche bij zou moeten horen.
Reactie en eventuele aanpassing Dit past niet in het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Daarbij is Lage Vuursche niet aangewezen als stiltegebied.
4.1.2 Recreatie en toerisme Ambities en kwaliteiten Nr. 149
Indieners Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties
Samenvatting zienswijze Gevraagd wordt om de ambitie vast te leggen dat tegenover iedere investering in meer rood in de provincie ook een investering in de ontwikkeling en het beheer van meer groen in de provincie moet staan, waarbij een investering ook kan komen vanuit bijvoorbeeld het Rijk of vanuit ontwikkelende partijen.
Reactie en eventuele aanpassing De ambitie om gelijktijdig met rood ook te investeren in groen, is vastgelegd met de ambitie dat (recreatief) groen in gelijke tred wordt ontwikkeld met de stedelijke groei. Dit is ook vastgelegd in de verordening. De concrete (financiële) investeringen komen aan de orde bij het programma Groen groeit mee en maken onderdeel uit van de regionale programmering.
Samenvatting zienswijze 1. Wat is de status van Omgevingsvisie en -verordening in relatie tot Programma Recreatie en Toerisme? Op p. 62 staat: De beleidsdoelen zijn uitgewerkt in het vierjaarlijkse Programma Recreatie en Toerisme. En verderop: ‘In het Programma Recreatie en Toerisme geven wij aan hoe en waar de gebieden en extra voorzieningen een plek kunnen krijgen.’. Houdt dit in dat op een later moment in het Programma Recreatie & toerisme pas de echte kaders gesteld worden? In dat geval is het raadzaam om de recreatiezone in de themakaart nu achterwege te laten, anders schept dit alleen maar heel veel verwarring (109).
Reactie en eventuele aanpassing 1. De Omgevingsvisie en -verordening geven de kaders aan van het beleid. Het Programma Recreatie en Toerisme (PRenT) is een nadere uitwerking / specificering daarvan. De teksten over recreatiezones en de bovenlokale dagrecreatieterreinen zijn overgenomen van het huidig beleid, maar kunnen inderdaad verwarrend zijn i.r.t. het PRenT. Daarbij staat er dat in het PRenT aangewezen wordt hoe en waar de benodigde gebieden en extra voorzieningen een plek kunnen krijgen. Bij nader inzien vindt dit niet plaats via PRenT, omdat dit beter in afstemming met de regio’s en naar aanleiding van de discussies die nog lopen over de regionale opgaves opgepakt kan worden. De afstemming over extra groene gebieden en voorzieningen
Vrijetijdsbesteding Nr. 109 134
Indieners Gemeente Bunnik Gemeente Stichtse Vecht
44
2.
In het landelijk en stedelijk gebied is aandacht nodig voor recreatieve mixfuncties en de koppeling met de functies energie, natuur, erfgoed, landschap en landbouw (134). 2.
gebeurt via het programma Groen Groeit Mee. Daar wordt samen met de regio’s bepaald wat er waar nodig is. Waar nodig en mogelijk, wordt de verordening hierop aangepast, met inachtneming van de overige regelgeving. De tekst van de Omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoeken naar combinaties van functies is een speerpunt. Dit onderwerp komt dan ook terug in het nieuwe recreatieve beleid, net als de stad-land verbindingen.
Aanpassingen van de visie: − Vervanging tekst na: ‘We vinden het belangrijk dat de totstandkoming van het (recreatie)groen gelijke tred houdt met de verstedelijking’ door een tekst over locaties vinden voor nieuwe gebieden en extra voorzieningen − Invoeging na ‘en de Grebbelinie te versterken’: Een samenhangende aanpak is hiervoor noodzakelijk. − Bij het proces van de verdere verstedelijking onderzoeken we samen met onze partners hoe we groen mee kunnen laten groeien. Hiervoor dient het programma ‘Groen Groeit Mee’.
Samenwerking recreatieve- en vrijetijdsector Nr. 109 124
Indieners Gemeente Bunnik VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden
Samenvatting zienswijze 1. Gevraagd wordt om ook andere (bestuurlijke) samenwerkingsvormen serieus te nemen naast de recreatieschappen (109). 2. Suggestie is om nog nauwer met betrokken branches en koepels (o.a. HISWA/RECRON, KHN, ANWB, VNO-NCW Midden, MKB-Nederland Midden) en de cultuur-en natuurorganisaties te overleggen. In andere provincies zijn in platformverband zeer constructieve ervaringen mee opgedaan, onder andere op het gebied van samenwerking en het stimuleren en realiseren van cross-over-regelingen (124).
Reactie en eventuele aanpassing 1. De recreatieschappen zijn belangrijke samenwerkingsverbanden voor de provincie met betrekking tot recreatie, maar zeker niet de enige. Op dit moment is de wens van de besturen van de recreatieschappen om deze aan te passen. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar andere, bredere samenwerkingsvormen. Dit wordt opgepakt in de discussie binnen de schappen, in de uitwerking van het PRenT en binnen het programma Groen Groeit Mee, waar de governance van de groene initiatieven onder de loep zal worden genomen. 2. In het PRenT wordt opgenomen dat eigenaarschap en samenwerking een van de focuspunten is voor het R&T-beleid de komende jaren. Dit betekent dat de samenwerkingsverbanden verder uitgebouwd en verstevigd zullen worden. Deze suggestie wordt in dat kader meegenomen. Aanpassing in de visie: Tekst op p. 62: “Ook de bestuurlijke samenwerking op het gebied van recreatie (waaronder de recreatieschappen) en het beheer en financiering van terreinen, routes en andere voorzieningen is hierin meegenomen.”: toegevoegd: waaronder de
Uitleg (recreatie)groen evenwichtig laten meegroeien Nr. 036 066 067 071
Indieners Gemeente Oudewater
Samenvatting zienswijze 1. Het is heel positief dat het concept ‘groen groeit mee’ in de Omgevingsvisie en verordening is geïntroduceerd. Graag de oplossingen zoveel mogelijk decentraal laten plaatsvinden (066).
Reactie en eventuele aanpassing 1. Het programma Groen Groeit Mee is een samenwerking met de regio’s en de waterschappen. Gezamenlijk worden de groene opgaven in beeld gebracht, worden financieringsmogelijkheden onderzocht en wordt geprogrammeerd i.r.t. wonen en werken en andere opgaven.
45
Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Landgoed Eyckenstein Staatsbosbeheer, provinciale Eenheid Utrecht
2. 3.
Het is een gemiste kans dat niet een duidelijke kwantitatieve doelstelling wordt meegegeven aan de bestuurlijke regio’s voor Groen Groeit Mee (066, 067). Aangeraden wordt om bij rode uitbreiding naast o.a. de mobiliteitstoets ook een natuurtoets te doen voor Groen Groeit Mee, waarin getoetst wordt of de natuur bij de voordeur de aantallen nog wel aankan en op welke manier deze natuur versterkt moet worden om toekomstige bewoners veilig en gezond de weg naar de natuur buiten de stad te geleiden (071).
2.
3.
Essentieel onderdeel van het programma Groen Groeit Mee is de kwantificering van de groene opgaven. Deze wordt samen met de regio’s opgepakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van een studie van de provincie naar het kwantificeren van de groenopgave en het voorwerk dat hierop door de U16 al is gedaan. De focus ligt vooral op het in gelijke tred mee ontwikkelen van (recreatie)groen met de verstedelijkingsopgave. Bij het bepalen waar het groen ontwikkeld kan worden, zal meegewogen worden of natuur bij de voordeur de aantallen wel aankan. Vanuit recreatie en toerisme is er aandacht voor de drukte in gebieden. Hiervoor is een druktemonitor ingesteld om voor inwoners de drukte zichtbaar te maken, zodat ze kunnen kiezen voor ander gebied. Deze monitor kan ook benut worden bij het bepalen van de draagkracht van (natuur)gebieden. In het PRenT wordt dit verder uitgewerkt.
Aanpassing in de visie: Vervangen tekst blz. 62 ‘Onder meer … van dit onderzoek’ door een tekst over Groen Groeit Mee.
Scope (recreatief) groen Nr. 066 067 071 120 130 149
Indieners Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Landgoed Eyckenstein Staatsbosbeheer, provinciale Eenheid Utrecht Landgoed Lockhorst NV Landgoed Anderstein en BV Landgoed ’t Stort Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties
Samenvatting zienswijze 1. Staatsbosbeheer is blij met de ruime aandacht in de omgevingsvisie voor de rol van groen voor onder meer gezondheid, ontspanning en als vestigingsvoorwaarde. Graag wel een aanscherping opnemen, namelijk dat het niet gaat om gebruiksgroen (en blauw), maar om natuur. In het verstedelijkte Nederland liever geen harde grenzen tussen stadnatuur (groene gebruiksnatuur) en de natuur van het buitengebied. Laat deze semantisch discussie dan ook niet ontstaan (071). 2. Gevraagd wordt om in het programma Groen Groeit Mee een brede benadering van ‘groen’ opnemen, waarbij niet alleen gekeken wordt naar uitbreiding van recreatiegroen, maar ook naar een plus op bestaande ambities voor uitbreiding van ‘echte’ natuur en naar goede maatregelen voor beheer en instandhouding van dit ‘groen’. Gevraagd wordt om deze ambitie concreter op te nemen omdat een goede sturing vereist is van de provincie (149). 3. De ontwikkeling van groen en recreatiemogelijkheden staan niet op zichzelf, maar moeten bezien worden in regio-overschrijdend perspectief, bijvoorbeeld in relatie tot Nationaal park en het Ringparkconcept (120, 130). 4.
Gevraagd wordt om voldoende aandacht en financiële middelen voor herstel, beheer en behoud van bestaande natuur en onderhoud / beheer van recreatieve voorzieningen, waaronder recreatievoorzieningen in de natuur zelf: het onderhoud van paden, veiligheidsmaatregelen, toezicht en herstel schade (nu zijn er al structurele tekorten) (066, 067) en toezicht. Met de toename van het aantal woningen en recreatiewoningen neemt de recreatiedruk toe en daarmee ook de kosten van beheer en toezicht (097). 5. Utrecht realiseert binnenstedelijk een groot deel van de bouwopgave voor de regio en de provincie. Hiervoor is het nodig dat we als stad vergroening
Reactie en eventuele aanpassing 1. Groen Groeit Mee richt zich op groen in brede zin. In de inventarisatiefase van het programma wordt breed gekeken naar alle groene opgaven en ambities. Echter, voor natuur bestaat al een goed lopend programma (NNN). De verwachting is dan ook dat uit de inventarisatiefase voor Groen Groeit Mee vooral naar voren komt dat de opgaven voor recreatief groen aandacht behoeven. Een scherp onderscheid tussen verschillende soorten natuur is inderdaad niet opportuun voor de opgave. Ditzelfde geldt ook voor groen en natuur. In het kader van de regelgeving wordt overigens wel onderscheid gemaakt. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden. 2. Groen Mee kijkt breed naar groen, (landschap, natuur, water, cultuurhistorie en recreatie). Maar gezien de voortgaande verstedelijking ligt de nadruk op recreatief groen, ook omdat hier geen duidelijke structurele financiering voor bestaat. Een belangrijke plus in de Omgevingsvisie op de ambitie voor natuur is het versnellen van de realisatie van de Groene Contourgebieden. In de visie is hiertoe o.a. het jaartal 2040 aan de realisatie van de Groene contour gekoppeld. 3. Dit klopt, daarom wordt vanuit Groen Groeit Mee ook breder gekeken en is er samenwerking met de regio’s in de provincie Utrecht, maar ook met de omliggende provincies en het Rijk. 4.
Het programma Groen Groeit Mee richt zich primair op nieuwe opgaven en ambities. Het is dus geen antwoord op de vraagstukken die er nu al zijn inzake beheer van bestaand groen. Hieraan wordt gewerkt via diverse programma’s. In het PRenT zal aandacht worden gegeven aan het beheer van recreatiegebieden en de lasten die voor het toenemend gebruik van natuur door recreatie. Uitgangspunt is dat er geen nieuwe voorzieningen komen als het beheer en onderhoud niet gelijktijdig is geregeld.
46
binnenstedelijk voortvarend oppakken. Tegelijkertijd is het van belang dat er voor de inwoners een goede verbinding tussen het groen in en om de stad wordt versterkt en dat het landelijk gebied voldoende mogelijkheden biedt voor de beleving van natuur en recreatie (055).
5.
In het programma Groen Groeit Mee wordt naast het landelijk gebied ook gekeken naar het stedelijk groen (met de scheggen en stad – landrelaties). Deze groene opgaven worden in beeld gebracht en waar mogelijk verbonden aan de verstedelijkingsopgave.
Aanpassing in de visie: Zie bovenstaand voorstel tekstaanpassing blz. 62. onder kopje Vrijetijdsbesteding
Waar extra groen? Nr. 067 071 084 109
Indieners Landgoed Eyckenstein Staatsbosbeheer, provinciale Eenheid Utrecht Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist Gemeente Bunnik
Samenvatting zienswijze 1. Op themakaart 6 die hoort bij recreatie en toerisme zijn de groene scheggen waarover vanuit landschap U16 over wordt gesproken totaal niet meegenomen, terwijl de titel Groen Groeit mee van de U16 over het programma dat vanuit U16 op groen en landschap moet komen hier wel genoemd wordt (109). 2. Er zal zorgvuldig bekeken moeten worden welke gebieden nu al overbelast zijn, waarbij de beheerder de meest deskundige partij zal zijn (067). 3. Er zou nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden met reeds aanwezige waarden, zoals van diverse landgoederen (zoals Amelisweerd en Rhijnauwen), de NHW, en de robuuste ecologische verbinding ten westen van de stad Utrecht tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied. Juist ook in de zin is dus een goede zonering van o.a. recreatieve activiteiten van groot belang (098). 4. Essentieel is vooral dat de natuur al bij de voordeur moet beginnen als een “groene” nutsvoorziening”. Als de natuur bij de voordeur goed verbonden wordt met de natuur in het buitengebied kan de reis naar buiten al direct onderdeel worden van een totale belevenis (071). 5. Graag (potentiële) “groene vingers” die vanuit groengebieden de stad in gaan beter op de kaart zetten en beschermen. Deze groene vingers zijn de natuur bij de voordeur van waaruit de bewoners ook de stad uit kunnen.
Behalve het versterken van de biodiversiteit in en door deze linten is het nodig de linten meer te verknopen met het buitengebied. De linten worden dan niet alleen de groene vingers de stad in, maar vooral ook de groene vingers de stad uit! Het programma Groene Metropool draagt bij aan deze verknoping van stad aan het buitengebied (071). 6. Aanbevolen wordt om een deel van de landbouwgrond rond de stad Utrecht, en in het bijzonder voor het gebied tussen de stad en de gemeenten Bunnik, De Bilt, Zeist en de Utrechtse Heuvelrug, te transformeren tot gebied ten behoeve van biodiversiteitsherstel, bebossing waaronder voedselbossen, stadslandbouw en recreatie (084). 7. Het is belangrijk dat de totstandkoming van (recreatie)groen gelijke tred houdt met verstedelijking. Ook bij Odijk-West en eventueel andere plekken waar gebouwd gaat worden, is behoefte aan recreatie, dus ook daar moet ontwikkelingsruimte voor recreatie zijn (buiten de recreatiezone) (109).
Reactie en eventuele aanpassing 1. Op Kaart 6 ‘Recreatie en toerisme’ staan diverse onderwerpen met beleid en regelgeving. De groene scheggen zijn een voorstel vanuit de U16 dat uitgewerkt kan worden in het programma Groen Groeit Mee. Wanneer dat nodig en gewenst blijkt, worden waar mogelijk de recreatiezones – en daarmee de verordening – hierna aangepast. 2. Het voorkomen van overlast door betere spreiding van de recreanten en toeristen is een van de focuspunten voor het in het PRenT opgenomen beleid. Samen met betrokkenen wordt bekeken welke informatie nog nodig is om tot een betere spreiding te komen. 3. Het programma Groen Groeit Mee is in plaats van het Ringpark gekomen. Bij het mee laten groeien van groen met de rode ontwikkelingen wordt uiteraard ook naar de aanwezige waarden gekeken. De bestaande recreatieve zonering is voor nu gehandhaafd. Aangeven is dat dit in het PRenT zal gebeuren, maar ook dat is nog niet opportuun. De uitbreiding van groen en voorzieningen wordt gekoppeld aan het programma Groen Groeit Mee. Hier kunnen de partijen samen beoordelen wat waar gepast is. Daarom volgend kan de verordening waar mogelijk worden aangepast. 4. Het groen zou inderdaad vanaf de voordeur moeten starten. Met gemeenten en andere partijen wordt samengewerkt in Groen Groeit Mee aan de uitbreiding van groen.