CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.02.16 Raadsinformatiebrief 'Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening' - Merged.pdf

Forum Ruimte 2 maart 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Ter inzage liggende stukken62.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 8

Dit gaat altijd via overleg en participatie en door deze kwaliteiten mee te ontwikkelen gaat de provincie ervan uit dat er toch steeds weer een goede balans gevonden kan worden tussen opgaven, ambities en kwaliteiten.

Samenvatting zienswijze Complimenten voor het opstellen van een omgevingsvisie waarin een duidelijke, integrale en duurzame visie op de toekomst wordt geschetst. De visie is een bruikbaar kader waar we op kunnen voortborduren met onze nog op te stellen gemeentelijke omgevingsvisie. (053) Activiteiten die tot 2050 uitgevoerd worden, kunnen een grote impact hebben op de leefbaarheid van generaties na 2050. De belangen tot 2050 moeten gelijkwaardig gewogen worden t.o.v. de lange termijn effecten. (070) Door herhaaldelijk de nadruk te leggen op het rustige landelijke gebied in de provincie Utrecht wordt voorbij gegaan aan de werkelijke dynamiek in verschillende deelgebieden van het landelijke gebied en het eigen karakter van het landelijk gebied in het algemeen. (134) De Omgevingsvisie bevat 7 thema's. Voor al deze 7 thema's wordt een keuze beschreven. De vraag is wat er gebeurt op het moment dat keuzes elkaar in de weg zitten. Door de themagerichte benadering zijn dilemma’s en strijdigheden onvoldoende geduid en is onduidelijk wat prioriteit heeft. (139) De Omgevingsvisie beschrijft de ambities op hoog abstractieniveau en blijft weg van de concrete vraagstukken en dilemma’s. Het is niet mogelijk om alle

Reactie en eventuele aanpassing Dank voor deze ondersteuning. Mooi dat de Omgevingsvisie van de provincie een dergelijk kader voor uw gemeente kan zijn. De Omgevingsvisie bevat een Visie op 2050, dus een blik van 30 jaar vooruit. Daarbij bevat de Omgevingsvisie uitgangspunten voor omgevingsbeleid, waaronder het maken van toekomstgerichte en toekomstbestendige keuzes. Daarmee wordt ook de blik langer vooruit gelegd, in de zin dat keuzes langer houdbaar zijn dan tot 2050. In de visie is de ontwikkeling van de provincie op hoofdlijnen beschreven. De verschillen tussen gebieden met daarbij ook de verschillen in dynamiek komen deels in hoofdstuk 4 bij de beleidsuitwerking, en deels in hoofdstuk 5, bij de gebiedsuitwerking, terug. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht ruimte zoeken en bieden voor gebiedsgerichte, integrale toekomstgerichte oplossingen, waarbij een balans moet worden gevonden tussen opgaven en de afzonderlijke kwaliteiten. Dit is een complexe opgave. Om die reden is er voor gekozen om niet op voorhand de keuzes vast te leggen die mogelijke oplossingen beperken. Door de thema's,

Aanpassing in de visie: In de inleiding van paragraaf 2.2 een relatie leggen met de uitgangspunten voor omgevingsbeleid uit hoofdstuk 3. In H4 Groen groeit Mee een plek geven, zie ook hoofdstuk 4 van deze nota van beantwoording.

Toekomstvisie Nr. 053, 070, 134, 139, 172, 178

Indieners Gemeente Rhenen, ECO-DOE, Gemeente Stichtse Vecht, Gemeente Houten, Reizigersvereniging Rover, Gemeente Zeist

20

kwaliteiten te behouden of versterken. Het is goed dat de keuzes worden gemaakt op gebiedsniveau, maar de keuzes ontbreken. Centrale vraag is wanneer ergens wel of niet aan meegewerkt wordt. (178) In “Utrecht 2050” is de inzet vertaald in 7 beleidsthema's. Dit is doelgericht, maar daardoor is niet duidelijk dat sommige onderwerpen, zoals mobiliteit, in alle thema’s spelen. Mobiliteit, met name wandelen, fietsen en openbaar vervoer – en combinaties daarvan – kunnen helpen de gewenste effecten in andere beleidsthema's te verwezenlijken. (172)

kwaliteiten en gewenste ontwikkelingen naast elkaar te zetten en daarin nog niet te prioriteren, geeft de provincie ruimte voor initiatief en maatwerk. Om de Omgevingsvisie goed toegankelijk te maken heeft de provincie gekozen voor een thematische aanpak. Daarbij is er voor gekozen herhaling te voorkomen. Dit betekent wel dat niet alle verbanden tussen de thema’s aangegeven zijn. Uit de principes uit hoofdstuk 3 volgt dat de provincie per definitie zoekt naar combinatie en concentratie van opgaven en dat de verschillende thema’s elkaar dus kunnen versterken.

Integrale verstedelijkingsopgave Nr. 098, 109, 116, 134, 145, 149, 151, 163

Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Gemeente Bunnik, Stichting Beter Zeist, Gemeente Stichtse Vecht, Platform Bedrijven Utrecht West, Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties, Rijkswaterstaat Midden-Nederland, Werkgroep Natuurlijk Zeist-West

Samenvatting zienswijze Moet, gezien de daarmee in het geding zijnde waarden, de geprognosticeerde kwantitatieve groei wel (volledig) worden geaccommodeerd? Er zou veel breder naar de (milieu)effecten van de gegeven groeiscenario’s moeten worden gekeken, inclusief ook gevolgen voor stikstofproblematiek. Maak een andere keuze en kies voor kwalitatieve groei, dus vooral bouwen voor bepaalde doelgroepen en ook zorgen door maatregelen dat betreffende woningen voor die doelgroepen beschikbaar blijven, dus niet op de markt komen. Dit beschermt de Utrechtse kwaliteiten en geeft ze voorrang boven een almaar doorgaande groei van de bevolking, werkgelegenheid, etc... Kies er daarbij voor om de groei in overleg met andere provincies en ook het rijk op een andere wijze te accommoderen. (098) Indiener onderschrijft dat wonen, werken en bereikbaarheid in samenhang moeten worden bezien, maar geeft aan dat de praktijk een stuk weerbarstiger is. De woningbouwopgave staat hoog op de agenda bij provincie en rijk, maar men is tegelijkertijd terughoudend bij investeringen in nieuwe of het upgraden van bestaande weginfrastructuur. Deze zijn noodzakelijk voor de regionale en lokale groeiopgave. (109) In de Ontwerp Omgevingsvisie worden de provinciale netwerken op de voorgrond gezet.

Dit brengt het risico van een te eenzijdige uitwerking met zich mee terwijl wonen, werken, bereikbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid een onderling verweven integrale opgave vormen. Knooppunten spelen een grote rol, ruimtelijk maar ook verkeers- en vervoerkundig, bestaand maar ook nieuw, geredeneerd vanuit het OV maar ook vanuit het geleiden van autoverkeer vanaf de zwaardere autostromen. Het realiseren van multimodale overstappunten langs het hoofdwegennet lijkt daarbij kansrijk voor het beperken van onnodige druk op stedelijke gebieden en kan in combinatie met andere mobiliteitsoplossingen om eigen OV-structuren vragen. Kortom, de verstedelijking gaat grote druk opleveren. (151) Indiener heeft zorgen over het onderliggende uitgangspunt van het (extra) faciliteren van de economische en bevolkingsgroei. Dat betekent meer van alles met als keerzijde een verdere aantasting van open ruimte, groen, rust en een prettige woon- en leefomgeving. Inwoners willen dat niet, dat blijkt ook uit enquêtes en onderzoeken: natuur staat op de eerste plaats en werkgelegenheid pas op plaats 10. (116)

Reactie en eventuele aanpassing In het Koersdocument Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hebben PS op 10 december 2018 vastgelegd dat zij in de periode tot 2050 volledig willen voldoen aan de ruimtevraag voor verstedelijking. Zij kiezen ervoor om deze ruimtevraag op een duurzame wijze te accommoderen: met voorrang binnenstedelijk en nabij OV-knooppunten, zodat het extra ruimtebeslag zo beperkt mogelijk zal zijn. Dit is conform de ladder van duurzame verstedelijking. De keuze van het accommoderen van de verstedelijkingsvraag is dus eerder al vastgelegd, past ook bij het kabinetsstandpunt in de NOVI, en wordt nu bestendigd. Voor deze groeiopgave beziet de provincie wonen, werken en bereikbaarheid inderdaad in samenhang, om daarbij te komen tot een complete stedelijke ontwikkeling. Gezamenlijk zullen we moeten verkennen wat daarvoor nodig is en of de diverse in omloop zijnde locaties de juiste zijn in relatie tot bijvoorbeeld de bestaande infrastructuur. De provincie maakt die afweging ook breder, want er wordt niet alleen naar de bereikbaarheid van locaties met auto gekeken, maar ook met het OV en naar de ligging ten opzichte van de Utrechtse kwaliteiten. Daarmee komt de provincie tot een integrale afweging die soms inderdaad kan betekenen dat investeren in weginfrastructuur nodig is.

Om de ontwikkelingen mogelijk te maken werkt de provincie met de regio’s aan integrale ontwikkelbeelden, zoals het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij en gaat de provincie werken met regionaal programmeren voor wonen en werken. De ontwikkelbeelden bieden een basis voor verstedelijking vanuit een integrale visie, rekening houdend met en in balans met de Utrechtse kwaliteiten en de vele andere opgaven. De provincie ziet door het proces van regionaal programmeren meer flexibiliteit en samenwerking ontstaan. Ook is er meer ruimte om adaptief te zijn ten aanzien van veranderde omstandigheden. Dit zijn voordelen ten opzichte van de vroegere situatie (en planning) op het gebied van bedrijventerreinen en woningen. Aangezien het proces nieuw is, kost het in de opstartfase relatief veel tijd om goed afspraken te maken. De provincie verwacht dat dit in de loop van de tijd sneller zal gaan verlopen.

21

Aan de hand van een zevental samenhangende beleidsthema's schetst de Omgevingsvisie een beeld van een gezonde en veilige leefomgeving in de provincie Utrecht in 2050. De thema’s zijn duidelijk en logisch, maar bij de uitwerking ervan ontstaat wel de nodige spanning. Het gaat dan met name om het ruimtegebruik in het landelijk gebied. Er komt een grote ruimtelijke opgave op ons af. De behoefte aan woningen en extra ruimte voor werken is groot. Dit vraagt ook om infrastructuur, ruimte om dichtbij huis te werken en te recreëren. Ook de energietransitie en de intensivering van de mobiliteit zijn opgaven die in combinatie met nieuwbouw ruimte vragen. Dit vraagt extra ruimte om zo te kunnen streven naar een gezond stedelijk leven. Bij binnenstedelijk bouwen loopt indiener tegen de grenzen aan. Het streven naar een gezond stedelijk leven betekent ook dat binnenstedelijk voldoende groen aanwezig moet blijven voor een goed woon- en leefklimaat. Daarbij loopt de bereikbaarheid tegen zijn grenzen aan. Zeker in de kernen waar de aanwezigheid van openbaar vervoer minimaal is. Verzocht wordt hier maatwerk voor op te nemen en op zoek te gaan naar balans tussen binnenstedelijk en buitenstedelijk bouwen.

(134) Er is opnieuw een terughoudende/remmende opstelling bij het bedrijfsvestigingsbeleid, woningbouw en weginfrastructuur en vooral nog meer provinciale regelgevingen en verregaande bemoeienis met het gemeentelijk beleid c.q. bevoegdheden met alle vertragingen van dien. Dit klemt te meer, omdat dit strijdig is met het Coalitieakkoord van GS en met de verbeteringen van het nieuwe Omgevingsstelsel. Dit voorgenomen beleid dreigt economische groei, welvaart en werkgelegenheid, ook in onze regio op achterstand te zetten. (145) De provincie is voornemens de groei te faciliteren. Indiener heeft begrip voor de woningnood en woningbehoefte die er is in de provincie Utrecht, maar vraagt zich af of alle behoefte ook geaccommodeerd zou moeten worden in de provincie Utrecht. Dit vergt landelijke afstemming. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening gaan het makkelijker maken om uit te breiden in landelijk gebied. Indiener heeft grote zorgen over de mate waarin dat gebeurt, de manier waarop dat gebeurt en de mate waarin het landelijk gebied hierbij voldoende bescherming geniet. (149) Indiener is van mening dat er niet moet worden toegegeven aan de verstedelijkingsdruk in Utrecht; er is een alternatief.

Waarom speelt het thema sturing op economische groei als belangrijk gegeven geen duidelijke rol in de discussie over het omgaan met de schaarse ruimte in de provincie? Het meegaan met de groei is voor een groot deel een beleidskeuze. (163)

Gevolgen voor landbouw Nr. 081, 155, 160,

Indieners LTO Noord e.a., 2 x particulier, Firma P. Rodenburg, particulier

Samenvatting zienswijze De provincie wil veel woningen bouwen. Indiener vraagt om te zorgen voor het behoud van landbouwgrond, zodat ook de agrarische sector zicht heeft op een duurzaam perspectief. Zorg dat de concurrentie om de schaarse ruimte tussen stad en landbouw zoveel mogelijk wordt vermeden, voorkom dus uitbreiding buiten (stedelijke) kernen en zorg dat (kwalitatief goede) landbouwgrond behouden blijft voor voedselproductie.

Reactie en eventuele aanpassing In het Koersdocument Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hebben PS op 10 december 2018 vastgelegd dat zij in de periode tot 2050 volledig willen voldoen aan de ruimtevraag voor verstedelijking. Zij kiezen ervoor om deze ruimtevraag op een duurzame wijze te accommoderen: met voorrang binnenstedelijk en nabij OV-knooppunten, zodat het extra ruimtebeslag zo beperkt mogelijk zal zijn. Toch zal het invulling geven aan de ambities en opgaven ruimte innemen waar voorheen andere opgaven of kwaliteiten een plek

22

hadden. Dit gaat altijd via overleg en participatie en door deze kwaliteiten mee te ontwikkelen gaat de provincie ervan uit dat er toch steeds weer een goede balans gevonden kan worden tussen opgaven, ambities en kwaliteiten.

Visiekaart Nr. 054, 163

Indieners Gemeente Utrecht, Werkgroep Natuurlijk Zeist-West

Samenvatting zienswijze De visiekaarten zijn dusdanig klein (A4-formaat) en grof, dat daar ook onvoldoende op te zien is. Op deze kaart ontbreken: HOV wiel en concrete gebieden van groen om de stad/Ringpark (bijv. voormalige RodS gebieden). Daarnaast is de arcering ‘zoekrichting grootschalige integrale ontwikkeling’ grof ingetekend en gaat over Rivierenwijk heen. Daarbij gaat de ontwikkeling van de A12 zone niet over Laagraven. (054) Kaart 2.2. Versterken Stad-Land verbindingen. De kaart geeft ten zuiden en ten westen van Zeist ononderbroken stad-land verbindingen. Natuur en landschap kunnen worden overlopen als zo ongericht overal het landschap en de natuur worden geopend voor stedelingen. Schrap deze aanduidingen en vervang ze door een kaart met ecologische verbindingen. (163) Kaart 2.2 Vitale steden en dorpen aanduiding binnenstedelijke ontwikkeling: ten zuidwesten van de wijk Brugakker is de stedelijke contour erg ruim om de wijk genomen. Dit gebied ligt ook in het bestemmingsplan Buitengebied De Bilt-West en behoort qua karakteristiek tot het buitengebied. (163)

Reactie en eventuele aanpassing De visiekaart is bedoeld om in grote lijnen aan te geven hoe de provincie de ontwikkeling richting 2050 ziet. De themakaarten die in hoofdstuk 4 klein en achterin groter zijn opgenomen, zijn bedoeld voor de precieze begrenzing van objecten/gebieden. Het HOV-wiel is op de visiekaart 'om de zuid' ingetekend. Deze ring loopt van Zuilen/Leidsche Rijn Centrum via de A12-zone naar Utrecht Science Park. Dit is het deel waar de provincie de nadruk op legt. Deze verbeelding zal verduidelijkt worden en net als in het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij verbonden worden met Overvecht. De arcering van de zoekrichting A12-Zone is inderdaad, net als de andere aanduidingen, indicatief weergegeven. Daarmee raakt dit ook andere gebieden. Het groen om de stad tenslotte is met een groene arcering om de kernen weergegeven. Hiermee zijn de gebieden zelf niet aangegeven, maar wel het belang van deze gebieden en de ontwikkeling ervan. De kleine thematische kaarten in paragraaf 2.2 vormen samen de kaart 'Visie provincie Utrecht 2050'. De aanduidingen op deze kaart zijn indicatief en geven vooral een ontwikkeling op hoofdlijnen aan. Een deel van de objecten zijn specifieker aangegeven op de themakaarten. Bij de lokale invulling wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met de kwaliteiten ter plaatse om zo een balans te bereiken tussen kwaliteiten en opgaven.

Aanpassing in de visie: Verduidelijken visiekaart voor wat betreft het ingetekende deel van de ring en de verbinding naar Overvecht opnemen. Op de visiekaart de betekenis van de groene contour om de kernen verduidelijken. In de leeswijzer verduidelijken wat de term ‘indicatief’ betekent en welke samenhang er is met de themakaarten.

Visie- en themakaarten Nr. 096, 168

Indieners Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort, Vrienden van Amelisweerd

Samenvatting zienswijze Neem in de Omgevingsvisie concrete kaarten op in de hoofdtekst van de Natura 2000 gebieden, Natuurnetwerk Nederland gebieden en de aansluiting daarvan op gebieden in andere provincies, in plaats van in de bijlagen. (096) Neem op de plankaart een heldere aanduiding op van het belang van het gebied tussen de landgoederen Rhijnauwen en Oostbroek als essentiële verbindingszone tussen Kromme Rijn en Heuvelrug. Ga ervan uit dat de rode contour rond het Science Park ongewijzigd blijft. (168)

Reactie en eventuele aanpassing De in de Omgevingsvisie opgenomen kaarten zijn in de papieren versie klein opgenomen in de lopende tekst en voor de leesbaarheid nogmaals groot achter in het document. Deze kaarten vormen de basis van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is namelijk primair een digitaal document waarvan de kaarten de ingang zijn. Zie hiervoor https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/. Op het schaalniveau van de provincie wordt voor natuur het NNN, de groene contour en andere natuurcategorieën als geheel aangegeven. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar soorten gebieden op regionaal of lokaal schaalniveau. Het is aan de gemeenten om een eventuele nadere duiding te geven.

23

De grens tussen stedelijk en landelijk gebied ter plaatse van het Utrecht Science Park ligt op dit moment vast, maar kan, net als elders, gewijzigd worden als hiervoor een verzoek wordt ingediend en het provinciale bestuur hiermee instemt.

2.3 Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie Overzicht van voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen en vanwege voortschrijdende ontwikkelingen / voortschrijdend inzicht. Hoofdstuk 2.1

Originele tekst Het Groene Hart en de Utrechtse Heuvelrug zijn waardevolle landschappen van nationale betekenis. Dit is in de Ontwerp NOVI (Nationale Omgevingsvisie) ook zo aangegeven.

Aangepaste tekst Het Groene Hart, de Hollandse Waterlinies en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug zijn in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het Rijk aangewezen als waardevolle landschappen.

En

En

De provincie Utrecht is een gewilde plek om te wonen, werken, ontmoeten en ontspannen. De regio’s van U16 en Amersfoort maken onderdeel uit van het economisch kerngebied van Nederland.

De provincie Utrecht is een gewilde plek om te wonen, werken, ontmoeten en ontspannen. De regio’s U16, Amersfoort en Foodvalley maken onderdeel uit van het centrale deel van het Stedelijk Netwerk Nederland uit de NOVI. De groei van inwoners, bedrijven en arbeid is hier het meest manifest.

Reden en bron De verwijzing naar de NOVI en de daarin gehanteerde begrippen wordt op basis van ingediende zienswijzen aangepast aan het uitkomen van de definitieve NOVI.

En En De stationsgebieden Utrecht Centraal (inclusief Beurskwartier / Lombokplein) en Amersfoort Centraal (inclusief Langs Eem en Spoor) zijn belangrijke (inter)nationale knooppunten welke worden benut voor kwalitatieve binnenstedelijke verdichting. Merwedekanaalzone, A12 Zone, Utrecht Science Park / Rijnsweerd en Amersfoort Schothorst (De Hoef-West) zijn eveneens toplocaties voor wonen en werken. Iets wat met de Ontwerp NOVI wordt onderschreven. 2.1, kaart

n.v.t. (voor duidelijkheid hierna in 1 keer opgenomen)

De stationsgebieden Utrecht Centraal (inclusief Beurskwartier / Lombokplein en Merwedekanaalzone) en Amersfoort Centraal (inclusief Langs Eem en Spoor) zijn belangrijke (inter)nationale knooppunten welke worden benut voor kwalitatieve binnenstedelijke verdichting. Utrecht Leidsche Rijn, A12 Zone tussen de snelwegknooppunten Lunetten en Oudenrijn, Utrecht Lunetten-Koningsweg, Utrecht Science Park / Rijnsweerd en Amersfoort Schothorst (De Hoef-West) zijn eveneens toplocaties voor wonen en werken. Legenda opbouw: topografie en positionering omdraaien. Legenda onderdeel topografie: topografie spoornet niet duidelijk herkenbaar en steden en dorpen wordt beter onderscheidend weergegeven. Van 3 aanduidingen de naam aanpassen: • Van ‘economisch kerngebied’ naar ‘Stedelijk Netwerk Nederland’ • Van ‘topregio in de Randstad’ naar ‘topregio in midden Nederland’ • Van ‘benutten station Utrecht Centraal en Amersfoort Centraal’ naar ‘Benutten samenhang Utrecht en Amersfoort’ Toplocaties wonen en werken: • stip bij Leidsche Rijn en Lunetten-Koningsweg toevoegen • Bij Amersfoort handhaven De Hoef-West en Langs Eem en Spoor. Toelichten dat hier wordt afgeweken van de NOVI

Positioneringskaart wordt aangepast voor betere aansluiting op NOVI, Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij en Ontwikkelbeeld regio Amersfoort, dit mede op basis van ingediende zienswijzen.

24

2.2, kaart

n.v.t. (voor duidelijkheid hierna in 1 keer opgenomen)

2.2, inleiding

In 2050 hebben wij een provincie Utrecht:

Aanpassingen in diverse lagen: • stad en land gezond: toevoegen ‘groene gloed’ bij Haarzuilen, Noorderpark, Laak en beken Amersfoort. • vitale steden en dorpen: metropool poorten (Leidsche Rijn, A12 Zone, Lunetten, USP) en Langs Eem en Spoor op de kaart manifester maken als ’prioritaire locatie voor grootschalige integrale ontwikkeling rondom knooppunt’. • de overige knooppunten onveranderd in kaart en legenda. • duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: aanduiding ‘nader te verkennen verbinding hoogwaardig OV’ dikker (duidelijker) én indicatiever op de kaart opnemen. In 2050 hebben wij een inclusieve en circulaire provincie Utrecht: En

2.2, thema 1

ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen Amstel, Angstel, Vecht, Grote Heijcop / Bijleveld / Geer, Oude Rijn / Leidsche Rijn, Singel Utrecht, Kromme Rijn, Hollandsche IJssel, Inundatiekanaal Lunetten / Laagraven, Amsterdam-Rijnkanaal, Merwedekanaal, Nederrijn-Lek, Diefdijk, Linge, Zouweboezem, Eem / Grift en Valleikanaal. En wij bieden voldoende gelegenheid om te zwemmen.

De zeven thema’s zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor onze opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit bereiken we door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren, zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen Amstel, Angstel, Vecht, Grote Heijcop / Bijleveld / Geer, Oude Rijn / Leidsche Rijn, Singel Utrecht, Kromme Rijn, Hollandsche IJssel, Inundatiekanaal Lunetten / Laagraven, Amsterdam-Rijnkanaal, Merwedekanaal, Nederrijn-Lek, Diefdijk, Linge, Zouweboezem, Eem / Grift, Valleikanaal, Laak en de beken rond Amersfoort. En wij bieden voldoende gelegenheid om te zwemmen.

En

En

We versterken stad / land verbindingen en investeren in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Het concept Ringpark ondersteunt dat stad en land optimaal met elkaar worden verbonden en recreatieve landschappen bereikbaar en toegankelijk worden gemaakt.

We versterken stad / land verbindingen en investeren in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en terreinen. Belangrijke gebieden hiervoor zijn Haarzuilens, Oud Zuilen, Noorderpark, Amelisweerd, Laagraven, Park Oudegein en het gebied van de Hollandse IJssel. Rond Amersfoort en Veenendaal zullen een aantal gebiedseigen groene gebieden worden ontwikkeld. Ook de groene scheggen uit het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij zorgen voor betere verbinding tussen stad en land. In de groene scheggen groeien groen en landschap mee met de verstedelijking naar een meer robuuste structuur die tot diep in het stedelijk kerngebied beleefbaar is. De rivieren en waterwegen zijn de belangrijkste natuurlijke ruimtelijke dragers. Het programma Groen groeit Mee ondersteunt dat stad en land optimaal met elkaar worden verbonden en recreatieve landschappen bereikbaar en toegankelijk worden gemaakt.

Visiekaart wordt aangepast voor betere aansluiting op NOVI, Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij en Ontwikkelbeeld regio Amersfoort, dit mede op basis van ingediende zienswijzen.

In de inleiding van paragraaf 2.2 wordt de verbinding met hoofdstukken 3 en 4 verbeterd, mede op basis van ingediende zienswijzen.

Vanwege de aansluiting op het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij zijn enkele toevoegingen gedaan.

25

2.2, thema 4

Daarbij is een aantal locaties specifiek benoemd als potentiële locatie voor integrale ontwikkeling wonen en werken rond knooppunten. Het gaat om locaties rondom de stationsgebieden van Utrecht Centraal (Beurskwartier / Lombokplein en Merwedekanaalzone) en Amersfoort Centraal (Langs Eem en Spoor) en de knooppunten Woerden, Maarssen, Breukelen, Utrecht Zuilen, Utrecht Leidsche Rijn, Utrecht Overvecht, Utrecht Science Park / Rijnsweerd, Utrecht Lunetten-Koningsweg, Nieuwegein City, Houten, Bunnik, Driebergen-Zeist, Amersfoort Schothorst (De HoefWest), Amersfoort Vathorst, Veenendaal Centrum en Veenendaal-De Klomp.

2.2, thema 7

Daarnaast onderzoeken wij de kansen voor uitbreiding van houtopstanden die bijdragen aan CO2-reductie. Wij stimuleren de transitie naar een duurzame landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk is. Daarbij is de economische rentabiliteit van agrarische bedrijven een belangrijk uitgangspunt.

2.2, Box

Horizon Utrecht 2050 Horizon Utrecht 2050 is tot stand gekomen via een uitgebreid participatietraject. De horizon schetst een provincie Utrecht waarbij groei en leefbaarheid in evenwicht zijn en de diversiteit aan steden, dorpen en landschappen onveranderd groot is. De toegenomen bevolkingsomvang, economie en mobiliteit zijn goed ingepast en de opgaven voor energietransitie, klimaatverandering en gezondheid zijn voorzien van een Utrechts antwoord. Daarmee staat de provincie ook ten dienste van volgende generaties die hier een goed thuis kunnen vinden. De provincie Utrecht is in 2050 kortom nog steeds het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland. n.v.t.

Verklarende woordenlijst

Daarbij is een aantal locaties specifiek benoemd als potentiële locatie voor integrale ontwikkeling wonen en werken rondom knooppunten. Het gaat om de knooppunten Woerden, Maarssen, Breukelen, Utrecht Zuilen, Utrecht Overvecht, Nieuwegein City, Houten, Bunnik, Driebergen-Zeist, Amersfoort Schothorst (De Hoef-West), Amersfoort Vathorst, Veenendaal Centrum en Veenendaal-De Klomp. Een aantal locaties biedt meer kansen. Deze zijn benoemd als ‘prioritaire locatie voor grootschalige integrale ontwikkeling wonen en werken rondom knooppunten’. Het gaat om de locaties Utrecht Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier / Lombokplein en Merwedekanaalzone), Utrecht Lunetten-Koningsweg, Utrecht Science Park / Rijnsweerd en Amersfoort Centraal Station (Langs Eem en Spoor). Daarnaast onderzoeken wij de kansen voor uitbreiding van houtopstanden die bijdragen aan CO2-reductie. De stikstofproblematiek pakken we gebiedsgericht aan. Wij stimuleren de transitie naar een duurzame landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk is. Daarbij is de economische rentabiliteit van agrarische bedrijven en een duurzame toekomst van de glastuinbouwconcentratiegebieden een belangrijk uitgangspunt. Geen

Vanwege de aansluiting op het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij is er een extra onderscheid in ontwikkellocaties opgenomen.

Maatwerk: Bij maatwerk in de ruimtelijke ordening wordt de functionele wens aangepast aan de ruimtelijke mogelijkheden. De bestaande situatie stuurt daarmee de mogelijkheden voor het gebruik. Dit vraagt om een wil tot flexibiliteit van zowel de betrokkenen bij de te realiseren functie, als in geldend beleid en regels.

Op basis van ingediende zienswijzen wordt het begrip maatwerk toegevoegd aan de verklarende woordenlijst.

Bij het thema ‘Toekomstbestendige natuur en landbouw’ wordt een zin over de gebiedsgerichte aanpak van de stikstofproblematiek toegevoegd en wordt een toevoeging gedaan voor de glastuinbouwconcentratiegebieden op basis van ingediende zienswijzen. Uit de zienswijzen blijkt dat de box ‘Horizon Utrecht 2050’ verwarring oplevert i.r.t. de Visie 2050. Om die reden wordt deze box weggehaald.

26

3. Omgevingsvisie: Basis 3.1 Sturingsfilosofie Bescherming beter regelen Nr. 094

Indieners Stichting Houd Bunnik Groen

Samenvatting zienswijze De bovenliggende overheidslaag wil zoveel mogelijk bewegingsruimte bieden aan de lagere overheid, maar tegelijkertijd voor een goede ordening en borging van waarden duidelijk richting en koers geven. De provincie zou, om de waarden te beschermen voor die zaken waar zij een nadrukkelijke taak heeft, ook scherper mogen zijn in de formulering van de bescherming.

Reactie en eventuele aanpassing Via de verordening geeft de provincie de gemeenten instructieregels mee voor hun bestemmingsplannen / omgevingsplannen. De instructieregels voor de te beschermen kwaliteiten geven beperktere afwegingsruimte dan andere instructieregels, juist om die kwaliteiten te beschermen.

Terughoudend met reguleren Nr. 036, 046, 129

Indieners Gemeente Oudewater, Gemeente Woerden, Regio Amersfoort

Samenvatting zienswijze De Ontwerp Omgevingsvisie sluit goed aan op de doelstellingen en uitgangspunten van de Omgevingswet. Wel kiest de provincie relatief vaak een regulerende rol. Dit past dit niet bij de cultuurverandering van de Omgevingswet. Dit kan tot risicomijdend gedrag van overheden leiden. Initiatieven uit de samenleving krijgen in dat geval onvoldoende ruimte en maatschappelijke opgaven worden niet aangepakt. (036, 046) Perk met aanvullende voorwaarden en eisen gemeenten niet in bij bijvoorbeeld het voeren van het eigen milieu- en duurzaamheidsbeleid. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving komt voor uit lokale keuzes. Kies voor partnership en gelijkwaardigheid als vertrekpunt, faciliteren en niet reguleren en de opgave centraal en daarvan uit werken. Een ander voorbeeld is de manier van werken rondom de kernrandzones. Daarbij geeft de provincie aan dat de gemeenten uitgenodigd worden aan te geven hoe groot deze zones rondom de kernen moeten zijn, maar zij geeft ons vervolgens geen zeggenschap over wat je daar dan in mag doen. (129)

Reactie en eventuele aanpassing De provincie vindt het belangrijk dat opgaven centraal staan, maar wel in evenwicht met de te beschermen kwaliteiten. Die kwaliteiten zijn veelal gemeentegrensoverschrijdend, zie ook de provinciale belangen. Dit betekent dat de provincie een mix kiest tussen de vier in de Omgevingsvisie opgenomen rollen, waaronder samenwerken, faciliteren en reguleren, afhankelijk van wat een opgave, kwaliteit of provinciaal belang vraagt. Bij alle regels die in de Interim Omgevingsverordening zijn samengebracht is gekeken of de betreffende regel moet blijven en hoe deze regel ruimte kan bieden aan gemeenten. Deze ruimte is verwoord in de instructieregels. Het voelt wellicht als veel, maar het is een halvering van de huidige regels en vooral gericht op het beschermen van kwaliteiten en het kaders geven voor ontwikkelingen. Gemeenten kunnen hier zelf nadere invulling aan geven.

Van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’ Nr. 155

Indieners Particulier

Samenvatting zienswijze Ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen is het de bedoeling dat met de nieuwe Omgevingswet de grondhouding ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen verandert van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. In theorie geeft dit agrarische ondernemers de mogelijkheden om te kunnen groeien en om zich dus te kunnen ontwikkelen. Deze veranderende grondhouding komt voor de landbouw in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening niet terug.

Reactie en eventuele aanpassing De provincie maakt in de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening een afweging tussen de diverse opgenomen provinciale belangen, zowel gericht op bescherming, als op ontwikkeling. Hiervoor is elke instructieregel tegen het licht gehouden. Gezien de balans tussen ontwikkelen en beschermen is ervoor gekozen om de regels voor de landbouw te handhaven. Dit is ook in lijn met de Landbouwvisie provincie Utrecht.

Regionale visie-/strategievorming Nr. 116

Indieners Stichting Beter Zeist

Samenvatting zienswijze Regio’s zijn geen bestuurslaag die openstaat voor directe invloed van de bevolking. Er is geen burgerparticipatie en inspraak. Dat klemt omdat op gemeentelijk niveau gemeenschappelijke compromissen van de regio worden gepresenteerd als

Reactie en eventuele aanpassing De sturingsfilosofie bevat 'de nadrukkelijke wens de doelen in samenwerking te halen'. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Omgevingswet. In overleg met de gemeenten geeft de provincie die samenwerking met de drie regio’s vorm. In de

27

onderhandelingsresultaten die alleen nog formeel ter discussie staan. Binnen een regio ontstaat vaak een politieke druk dat elke gemeente gelijkelijk op alle aspecten zou moeten deelnemen.

regionale samenwerking zijn gemeenten zelf aan zet om de participatie vorm te geven. Indien de provincie partner is in de samenwerking zijn wij mede verantwoordelijk voor de participatie. Voor de programmering voor wonen en werken organiseert de provincie inspraak op het provinciale programma.

Sturing en rol provincie Nr. 084, 095, 140

Indieners Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist, Stichting Groene Hart, Regioplatform Woningcorporaties Utrecht

Samenvatting zienswijze Pak de regierol in de sturing van de gemeenten en de waterschappen, en zorg voor het werken als één overheid. Nu denkt iedere gemeente vanuit het gemeentehuis tot aan de gemeentegrens, bedenken hun eigen oplossingen en missen integrale kennis over samenhangende nationale en regionale vraagstukken. Klimaatproblematiek maakt regionale sturing nodig. (084) In onze visie zou de provincie Utrecht zelf de rol moeten oppakken om op basis van een gedegen ruimtelijke en landschappelijke visie plekken te benoemen voor grootschalige energieopwekking, woningbouw of bedrijventerreinen. (095) Indiener vindt het positief dat provincie zich niet louter als ‘hoeder van de rode contouren’ opstelt, maar openstaat voor kansen en initiatieven van andere overheden en partijen in de samenleving. Uiteindelijk zullen er wel vaak (moeilijke) knopen moeten worden doorgehakt want niet altijd zullen keuzen in harmonie tot stand komen. Wees als provincie op die momenten naast samenwerkingspartner ook een partij die haar doorzettingsmacht inzet om ontwikkelingen richting te geven. Ook voor de gebiedsontwikkeling geldt dat samenwerking tussen partijen nodig is om moeilijke (nieuwe) locaties tot ontwikkeling te brengen.

Maar wie trekt de kar? Het zou een goede aanvulling zijn om in de visie aan te geven wie op welke wijze de regie voert en op essentiële onderdelen doorzettingsmacht kan inzetten. En in welke mate de provincie dat kan doen. (140)

Reactie en eventuele aanpassing De Omgevingswet legt de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk. Via de verordening geeft de provincie de gemeenten instructieregels mee voor hun bestemmingsplannen / omgevingsplannen. Maar de provincie gaat vooral uit van samenwerken. Samenwerken met de gemeenten aan de gebiedsgerichte uitwerking zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en aan regionaal programmeren. De klimaatproblematiek is hierin één van de onderwerpen. Het kan bij samenwerken soms inderdaad nodig zijn dat één partij de regie pakt en aangeeft wat de oplossing is of welke keuze gemaakt wordt. Bij de rolbeschrijving heeft de provincie aangegeven daartoe bereid te zijn. Dit is echter wel situatieafhankelijk en vergt maatwerk. Om die reden loopt de provincie hier niet op vooruit door nu al aan te geven waar en wanneer de provincie de regie gaat pakken. Bij samenwerken past het niet om als provincie al vooraf locaties voor grote opgaven te benoemen. Ook die moeten zoveel als mogelijk in gezamenlijkheid gevonden worden.

Werken met de basis van de omgevingsvisie Nr. 002

Indieners Gemeenten Lopikerwaard

Samenvatting zienswijze Indiener onderschrijft de basis van de Omgevingsvisie. Toepassing in regionaal programma Wonen en Werken verloopt goed, inclusief gezamenlijke kaderstelling. Gezamenlijk de lessen leren uit dit traject en toepassen in volgende trajecten. Voor de Utrechtse kwaliteiten past de rol regisseur voor de provincie het best. Normen hiervoor samen ontwikkelen zodat ze toepasbaar zijn binnen de gebiedseigen kwaliteiten. Samen verkennen welke ontwikkelkansen er zijn binnen de Lopikerwaard en welke procedurele hobbels daar voor zijn op lokaal en provinciaal niveau.

Reactie en eventuele aanpassing Dank voor de ondersteuning. Voor het programmeren wil ook de provincie graag op de ingeslagen weg verder. Bij concrete ontwikkelingen in de regio Lopikerwaard zoeken wij graag met u naar de mogelijkheden om te doen wat gedaan moet worden met oog voor zowel de lokale regionale als provinciale opgaven en waarden. Er zijn veel overeenkomsten tussen de Omgevingsagenda Lopikerwaard en de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Op onderdelen zijn er uiteraard ook verschillen, maar er is vertrouwen dat we gezamenlijk tot de juiste keuzes komen in het belang van onze inwoners, nu en later. Dat vereist een integrale blik, een open en constructieve samenwerking met respect voor elkaars belangen en rollen en gezamenlijke keuzes om de benodigde stappen te zetten in het aanpakken van de grote opgaven waar we voor staan. Hierover spreken partijen in diverse verbanden zoals overleggen in Regio U16-verband, bestuurlijke overleggen voor de Lopikerwaard en met de afzonderlijke gemeenten en het waterschap.

28

3.2 Uitgangspunten voor ons omgevingsbeleid Uitgangspunten Nr. 024, 109

Indieners Belangenvereniging Couwenhoven, Gemeente Bunnik

Samenvatting zienswijze In de Omgevingsvisie wordt aangegeven, dat het de provincie Utrecht gaat “om een gebiedsgerichte, integrale aanpak; om het bij elkaar brengen van kwaliteiten en ontwikkelingen in geconcentreerde en gecombineerde vorm”. Hoever gaat die integrale aanpak, en met name het bijeenbrengen van kwaliteiten en ontwikkelingen? De Ontwerp Omgevingsvisie mist voor relevante onderwerpen richtinggevende uitspraken en min of meer concrete uitwerkingen voor een bepaald stedelijk of landelijk gebied. De Omgevingsvisie biedt ook geen handvatten of een heldere voorwaarden stellend kader voor de ontwikkeling van specifieke regio’s/ gebieden. (024) De uitgangspunten voor omgevingsbeleid zijn positief. Hieruit is te lezen dat gemeenten ook zelf nog ruimte krijgen binnen nieuwe ontwikkelingen. (109)

Reactie en eventuele aanpassing De Omgevingsvisie bevat het beleid voor de gehele provincie Utrecht. In het hoofdstuk 'Gebieden' wordt dit beleid op hoofdlijnen bijeen gebracht. Hiermee geeft de provincie richting. Een richting die samen met de regio's ingevuld wordt.

3.3 Provinciale belangen Provinciale belangen, algemeen Nr. 019, 041

Indieners Gemeente De Ronde Venen, Gemeente Amersfoort

Samenvatting zienswijze Het provinciaal belang is soms zo gedetailleerd ingevuld, dat de provincie gemeenten belemmert om hun rol goed te kunnen vervullen. De Omgevingswet biedt goede mogelijkheden om dit beter vorm te geven. Een scherpere omschrijving van het provinciaal belang, per terrein en met een duidelijke duiding van de afbakening van bevoegdheden is gewenst. (019, 041) Als elk provinciaal belang de ruimte krijgt die het nodig heeft om voldoende mogelijk te maken betekent dat iets voor de ruimteclaim op de provincie. De provincie is te klein om de combinatie van alle opgaven voldoende ruimte te bieden. Er moeten eisen gesteld worden aan de combinaties. (139)

Reactie en eventuele aanpassing Het provinciaal belang binnen de zeven onderscheiden thema's is kort aangegeven, gericht op het bovenlokale karakter ervan. Ook wettelijke taken zijn in het overzicht meegenomen. Of iets al of niet een provinciaal belang is, zegt op zichzelf nog niets over afwegingsruimte van de gemeente of het ruimtebeslag en de combineerbaarheid van de belangen. Dat volgt uit de verder invulling hiervan in het beleid en de regels. De provinciale en gemeentelijke belangen sluiten elkaar daarbij niet uit maar kunnen elkaar overlappen.

Provinciale belangen, specifiek Nr. 109

Indieners Gemeente Bunnik

Samenvatting zienswijze Bij de provinciale belangen voor “stad en land gezond” en “klimaatbestendig en waterrobuust” mist landschap als factor hiervoor. Bij “Levend landschap, erfgoed en cultuur” worden landschap, natuur en cultuur genoemd maar cultuurlandschap staat er niet expliciet in. Bij instandhouding cultuurlandschap hoort ook een stukje nieuwe ontwikkelingen van gebruik. Natuur en landbouw worden onder één noemer geschaard. Waarbij ¾ over natuur gaat en maar ¼ over landbouw. Dit helpt niet om de landbouw te stimuleren anders met de grond om te gaan.

Reactie en eventuele aanpassing De provinciale belangen moeten in samenhang gelezen worden, net als dat de beleidsuitwerking hiervan in samenhang gelezen moet worden. Landschap kan dus ook hieraan bijdragen. Het cultuurlandschap wordt gevat onder landschap, respectievelijk onder de cultuurhistorische hoofdstructuur voor het agrarisch cultuurlandschap. Ontwikkelingen zijn mogelijk met inachtneming van de kwaliteiten. Het aantal provinciale belangen per (deel)thema zegt daarbij niets over het belang wat er door de provincie aan gehecht wordt, maar meer over de verscheidenheid van dat thema.

29

3.4 Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie Overzicht van voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen en vanwege voortschrijdende ontwikkelingen / voortschrijdend inzicht. Hoofdstuk 3.2, Box

Originele tekst Het maken van een Omgevingsvisie en -verordening is een complexe taak. Het werken met geo-data en geo-toepassingen is hierbij onmisbaar. Het is de basis voor onder andere ontwerpend onderzoek, waarin we samen met andere partijen zoeken naar gebiedsgerichte oplossingen en slimme combinaties van functies.

Aangepaste tekst Het maken van een Omgevingsvisie en -verordening is een complexe taak. Het werken met geo-data en geo-toepassingen is hierbij onmisbaar. Het helpt bij het zoeken naar gebiedsgerichte oplossingen, het heeft een belangrijke communicatieve functie en het is noodzakelijk voor de publicatie van ons beleid en regelgeving.

Voor onze planMER gebruiken we geo-data in analyse- en 3Dsimulatiesoftware om de effecten van ons voorgenomen beleid inzichtelijk te maken. Zo komen we tot beter afgewogen keuzes en kunnen we ze beter overbrengen. Tijdens participatiebijeenkomsten heeft geo-data een belangrijke communicatieve waarde. Wij delen onze geo-data zo veel mogelijk via, http://geo-point.provincie-utrecht.nl, zodat ook anderen er gebruik van kunnen maken. Daarbij bieden we in veel gevallen ook geo apps aan, die het werken met de geo-data inzichtelijk maken.

Zowel bij ontwerpend onderzoek als in onze planMER gebruiken we geo-data in analyse- en 3D-simulatiesoftware om de effecten van keuzes inzichtelijk te maken. Zo komen we tot beter afgewogen beleid. Tijdens participatiebijeenkomsten en in de Omgevingsvisie en -verordening zelf heeft geo-data een belangrijke communicatieve waarde. Geo-data is ook een van de basisingrediënten van de digitale publicatie en dienstverlening die de Omgevingswet van ons vraagt. Alle geo-data die is vastgelegd in onze Omgevingsvisie en -verordening heeft juridische status. Aangezien de teksten van Omgevingsvisie en -verordening altijd worden gerelateerd aan geo-data is voor elke tekst altijd duidelijk op welke plek deze tekst van toepassing is. In het Omgevingsloket is via een klik op de kaart dan ook te vinden welke teksten op een bepaalde plek van toepassing zijn. Zo kan een belanghebbende sneller vinden wat hij/zij nodig heeft.

Geo-data is ook een van de ingrediënten van de digitale publicatie en dienstverlening die de Omgevingswet van ons vraagt. Alle geodata die is vastgelegd in onze Omgevingsvisie en --verordening heeft juridische status. Aangezien de teksten van Omgevingsvisie en -verordening altijd worden gerelateerd aan geo-data is voor elke tekst altijd duidelijk op welke plek deze tekst van toepassing is. Andersom is via een klik op de kaart duidelijk welke teksten op die ene plek van toepassing zijn en dus ook welke niet. Zo kan een belanghebbende sneller vinden wat hij nodig heeft.

3.2, Box

Geo-data is een krachtig hulpmiddel bij de taken waar wij voor staan, bij uitstek bij vraagstukken waar integraliteit en een gebiedsgerichte aanpak nodig zijn. De mogelijkheden worden in de toekomst alleen maar groter. Voor de uitvoering van ons omgevingsbeleid willen wij die kansen dan ook optimaal benutten. Dit doen we door te blijven innoveren. Samen met onze partners bepalen we hoe we onze rol voor de regio op dit gebied invullen en hoe we bedrijven en kennisinstellingen betrekken. Aanvullend op lopende gebiedsprocessen en uitvoeringsprojecten is in het Groene Hart ontwerpend onderzoek ingezet. In opdracht van het Bestuurlijk Platform Groene Hart zijn lange termijn ontwikkelingen verkend en mogelijke ruimtelijke oplossingen geschetst. Het ontwerpend

Reden en bron De box over Geo-data en geotoepassingen wordt bijgewerkt op basis van actuele ontwikkelingen.

Wij delen onze geo-data zo veel mogelijk via http://geo-point.provincieutrecht.nl, zodat ook anderen er gebruik van kunnen maken. Daarbij bieden we in veel gevallen ook geo-toepassingen aan, die het werken met de geo-data inzichtelijk maken. Geo-data is een krachtig hulpmiddel bij de taken waar wij voor staan, bij uitstek bij vraagstukken waar integraliteit en een gebiedsgerichte aanpak nodig zijn. De mogelijkheden worden in de toekomst alleen maar groter. Voor het ontwikkelen en uitvoeren van ons omgevingsbeleid willen wij die kansen dan ook optimaal benutten. Dit doen we door te blijven innoveren. Samen met onze partners bepalen we hoe we onze rol voor de regio op dit gebied invullen en hoe we bedrijven en kennisinstellingen betrekken. Aanvullend op lopende gebiedsprocessen en uitvoeringsprojecten wordt in het Groene Hart ontwerpend onderzoek ingezet. Zo zijn in 2019 in opdracht van het Bestuurlijk Platform Groene Hart de lange termijn ontwikkelingen van bodem, water en landgebruik verkend waarbij mogelijke ruimtelijke oplossingen zijn geschetst. Ook

De box over ontwerpend onderzoek Groene Hart wordt bijgewerkt op basis van actuele ontwikkelingen.

30

onderzoek naar bodem en water in het Groene Hart is in 2019 afgerond en vormt de basis voor andere te onderzoeken transitiethema’s. Zie ook http://stuurgroepgroenehart.nl/ontwerpend-onderzoek/ Noodzaak: De bodem van het Groene Hart daalt door oxidatie van het veen, met de uitstoot van ongewenst CO2 tot gevolg. Dat komt onder andere door jarenlang intensief landgebruik en de lage grondwaterstanden. In de melkveehouderij zetten boeren veelal in op schaalvergroting. Waterschappen faciliteren de boeren met waterpeilen tussen de 30-60 cm onder het maaiveld. Tijdens droge perioden zal de bodemdaling, bij ongewijzigd beleid, versterkt doorzetten met als gevolg toenemende schade aan natuur, woningen en infrastructuur. Stel de ondergrond centraal: In het ontwerpend onderzoek zijn verschillende ondergronden onderscheiden naar type veen en kleigehalte. Om bodemdaling, verzilting en droogte tegen te gaan zijn drie mogelijke ambitieniveaus voor bodemdaling onderzocht: vertragen, stoppen of aangroeien. Het ontwerpend onderzoek laat zien welke vormen van grondgebruik hierbij passen en welke opbrengsten de boeren daarbij kunnen verwachten. De sleutel om het tij te keren is het waterpeil te enten op de ondergrond en het gebruik van de bodem vervolgens volgend te maken op dit waterpeil.

‘Mozaïek’ landschap: Maatwerk per type veenbodem en nieuwe bedrijfsmodellen kunnen in de toekomst een gevarieerd en natuurlijk veenlandschap opleveren. Maatschappelijke opbrengsten zoals CO2-reductie, waterberging, natuurontwikkeling en energieproductie bieden perspectief op nieuwe verdienmodellen. In het ontwerpend onderzoek is onderzocht hoe het watersysteem zou kunnen ontwikkelen tot casco en drager van een ‘mozaïek’ landschap met ruimte voor traditionele melkveebedrijven, alternatieve natte teelten en nieuwe natuurgebieden. De blokpolders rond Kamerik en Kockengen zijn verder uitgewerkt. Hier bieden gebieden met een dikke laag klei mogelijk kansen voor berging van zoetwater. In de gebieden met veel veen zijn ‘dorpsboezems’ met een hoog waterpeil uitgetekend. De toekomstige blokpolders vormen in de toekomst een aantrekkelijke schakel in Ringpark Utrecht.

hebben de drie provinciaal adviseurs ruimtelijke kwaliteit (PARK’s) van de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht in 2020 gereflecteerd op de relaties tussen energietransitie en landschapsontwikkeling. Verder is in 2020 door de Vereniging Deltametropool een analyse Groene Hart uitgevoerd, waarin de verschillende knelpunten en kansen op kaart zijn gezet. Bodem, water en landgebruik: De bodem van het Groene Hart daalt door oxidatie van het veen, met de uitstoot van ongewenst CO2 tot gevolg. Dat komt onder andere door jarenlang intensief landgebruik en de lage grondwaterstanden. Tijdens droge perioden zal de bodemdaling, bij ongewijzigd beleid, versterkt doorzetten met als gevolg toenemende schade aan natuur, woningen en infrastructuur. In het ontwerpend onderzoek zijn verschillende ondergronden onderscheiden naar type veen en kleigehalte. Om bodemdaling, verzilting en droogte tegen te gaan zijn drie mogelijke ambitieniveaus voor bodemdaling onderzocht: vertragen, stoppen of aangroeien. Het ontwerpend onderzoek laat zien welke vormen van grondgebruik hierbij passen en welke opbrengsten de boeren daarbij kunnen verwachten. De voorgestelde sleutel om het tij te keren, is het waterpeil te enten op de ondergrond en het gebruik van de bodem vervolgens volgend te maken op dit waterpeil.

Zie ook http://stuurgroepgroenehart.nl/ontwerpend-onderzoek/ Energietransitie en landschapontwikkeling: De drie PARK’s constateren dat de samenhang op de schaal van het Groene Hart van groot belang is. Versterking van het Groene Hart als geheel vergt dat er over grenzen heen wordt gekeken. Het is van belang om de energie-opgave te verbinden met de andere grote opgaven en daarmee te komen tot integrale gebiedsperspectieven. Resumerend bepleiten de PARK’s nader ontwerponderzoek naar goede locaties, concrete landschappelijke inpassing en het aanvullen van de kwaliteiten van het Groene Hart. Zie ook http://stuurgroepgroenehart.nl/ontwerpend-onderzoek/ Kaartanalyse: Het Groene Hart is in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgenomen als NOVI-gebied. Dit zijn gebieden met essentiële, complexe en urgente opgaven van nationaal belang. Samenwerking tussen alle overheidslagen is noodzakelijk om een succesvol antwoord te kunnen geven op de opgaven. Binnen het NOVI-gebied Groene Hart wordt gewerkt aan een Agenda 2050. De uitgevoerde kaartanalyse is bedoeld als input om de discussie tussen de betrokken partijen op te starten.

31

4. Omgevingsvisie: Beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving Gezonde en veilige leefomgeving Bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving Nr. 098

Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

Samenvatting zienswijze Op zich is het fantastisch dat bijzondere aandacht wordt gegeven aan milieu en gezondheid, dat ook gezien de aandacht die er gelukkig steeds meer voor gezondheidsaspecten (in brede zin) is. Graag per te onderscheiden ’gebiedstype’ duidelijke ‘omgevingswaarden’ aangeven, mede op basis van de in de ‘Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling – Vernieuwd instrumentarium leefbaarheid/duurzaamheid in de ruimtelijke plannen (provincie Utrecht, 2015)’ gegeven systematiek. Juist de Omgevingswet biedt hiertoe nu alle ruimte en het zou een gemiste kans zijn als de provincie Utrecht, waarbij in het verleden veel aandacht is geweest voor het bereiken van de bepaalde milieukwaliteiten en daartoe ook een specifiek instrumentarium is ontwikkeld, deze kans niet met beide armen oppakt.

Reactie en eventuele aanpassing Fijn dat u dit onderschrijft. Het vastleggen van (een bandbreedte in) de gewenste omgevingskwaliteit voor diverse gebiedstypen is zeker als kans die de provincie oppakt. Het genoemde instrument wordt verder ontwikkeld naar aanleiding van de Omgevingsvisie en zal ter ondersteuning van het maken van afwegingen voor een duurzame en gezonde leefomgeving ingezet blijven worden. In het programma Gezond en Veilig, dat de hoofdlijnen van het beleid in de Omgevingsvisie concretiseert, zal dit instrument en de inzet daarvan voor een duurzame en gezonde leefomgeving, opgenomen worden.

Samenvatting zienswijze Borg dat de arbeidsmarkt voor praktisch geschoolde inwoners niet uit de stad verdwijnt en dat er plek is en blijft voor toekomstbestendige (circulaire) maakindustrie. (041) Het bestaan van de inclusieve samenleving en het belang van kerkgemeenschappen en kerkgebouwen moet meer naar voren komen. Voeg kerkgebouwen en ontmoetingsmogelijkheden toe bij de beschrijving van de inclusieve samenleving, zodat deze herkenbaar aanwezig blijven in onze samenleving. (053) Schep voorwaarden voor een inclusieve samenleving, bijvoorbeeld op gebied van openbaar vervoer of woningbouwprogrammering en nabijheid wonen, werken, recreëren voor iedereen. (087)

Reactie en eventuele aanpassing De benoemde punten komen terug in de paragrafen 4.4 en 4.5, daar waar het gaat een 'een woning voor iedereen', 'bedrijfsvestiging' en ‘Kwaliteit voor de OVreiziger’. Met het beleid t.a.v. werklocaties is oog voor het gevestigd bedrijfsleven en een aanbod aan werkgelegenheid dat past bij de (toekomstige) beroepsbevolking. In de Omgevingsvisie staan verschillende ontmoetingsplekken. Ook kerkgebouwen passen in dit rijtje.

Samenvatting zienswijze De maatschappelijke opgaven worden mede beïnvloed door de snelle digitalisering van de samenleving. Dit geeft uitdagingen en kansen. Zo kan een dekkend netwerk van laadpalen bijdragen aan de keuze van een automobilist voor elektrisch rijden en een betrouwbaar aanbod van digitale diensten aan het langer zelfstandig wonen van ouderen. Bied (fysieke) ruimte om deze kansen te benutten. (061) Juist een verdergaande digitalisering van de samenleving, met werken op afstand, maakt het veel eenvoudiger mogelijk nu duidelijke (ruimtelijke) keuzen te maken, aangezien bepaalde trends al in de samenleving waarneembaar zijn.

Reactie en eventuele aanpassing De digitalisering is één van de trends die benoemd is in de Omgevingsvisie. Het belang hiervan voor de toekomst van de provincie kan inderdaad groot zijn. Het beschrijven van de veelheid aan kansen die dit biedt en de daarbij passende provinciale rol voert te ver voor een Omgevingsvisie op hoofdlijnen. Digitalisering kan wel deel uitmaken van programma’s waarmee het beleid in de Omgevingsvisie wordt uitgewerkt. In het eerste kwartaal van 2021 komt een brede monitor van werklocaties (bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel) beschikbaar met daarin expliciet

Inclusiviteit Nr. 041, 053, 087

Indieners Gemeente Amersfoort, Gemeente Rhenen, particulier

Aanpassing in de visie: Opnemen van verwijzing naar waar inclusiviteit in de visie uitgewerkt wordt en kerkgebouwen onder de noemer ‘gebedshuizen’ opnemen als een voorbeeld van een ontmoetingsplek.

Digitalisering Nr. 061, 098

Indieners Gemeente De Bilt, Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

32

Zoals het toch verder op afstand van je werk wonen, zeker nu het digitaal werken vanwege de Coronacrisis een enorme vlucht heeft genomen. (098)

aandacht voor de ruimtelijke effecten van de coronacrisis. Op deze manier komt er een objectief beeld van de effecten. Dit zullen we blijven monitoren.

Samenvatting zienswijze Goed dat gekomen wordt tot integraal beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving in de provincie Utrecht, met veel aandacht voor duurzaamheid, klimaat, natuur, landschap en cultuurhistorie. (093) Het overkoepelende thema voor de Omgevingsvisie, een ‘gezonde en veilige leefomgeving’, is te beperkt. Dit is primair op de mens gericht, terwijl het niet zozeer de mens is die onder druk staat, maar veeleer de vele ecosystemen. Beter zou het centraal overkoepelend thema ‘gezonde leefomgeving voor al dat leeft’ zijn, waardoor ook aandacht kan worden gegeven aan kwetsbare waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie. (098)

Reactie en eventuele aanpassing Een gezonde en veilige leefomgeving vult de provincie in aan de hand van de 4 b’s: beschermen (milieukwaliteit), bevorderen (bewegen, ontspannen, ontmoeten), basis op orde (functioneren van het natuurlijk systeem: bodem, water, natuur, grondstoffen/afval) en betrokken/beter leven (sociale kant). Voor de gezondheid van de mens is natuur, het natuurlijk systeem, essentieel. De grenzen die dat aan het gebruik stelt, worden dus in het realiseren van een gezonde leefomgeving meegenomen. Vanuit een gezonde en veilige leefomgeving is hier dus aandacht voor. Ook vanuit ons natuurbeleid is hier aandacht voor, en dan primair met als doel om natuur te behouden/te ontwikkelen. Met dit geheel wordt bekeken wat de waarden van het groen in de provincie zijn en hoe die ontwikkeld kunnen worden, zodat ze voldoen aan de behoefte van natuur/biodiversiteit, gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie etc.

Overkoepelend thema Nr. 093, 098

Indieners Stichting Vrienden Soester Eng, Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

Thematisch opbouw beleid Omgevingsvisie Nr. 098

Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

Samenvatting zienswijze Wil de provincie bij de toekomstige ontwikkelingen duurzaamheid en (ruimtelijke) kwaliteit voorop stellen, dan dient de provincie bij de opbouw van de themaparagrafen de lagenbenadering toe te passen. Daarmee wordt het ook mogelijk om de voorwaarden die natuur en landschap aan ontwikkelingen stellen als harde voorwaarde aan toekomstige ontwikkelingen mee te geven. Hiermee waarborg je beter dat met kwetsbare (omgevings)waarden meteen vanaf het begin rekening kan worden gehouden. De vigerende PRS en PRV en ook de Ontwerp Interim Omgevingsverordening zijn beter geordend.

Reactie en eventuele aanpassing Dank voor deze suggestie. Er is echter gekozen voor een andere ratio achter de opbouw van de visie. Eerst de thema’s die overal in de provincie een rol spelen, daarna de meer stedelijke en dan de meer landelijke thema’s.

Samenvatting zienswijze In hoofdstuk 4 mist veelal een concrete invulling van de thema’s. Dit maakt het ook moeilijk om op concrete zaken te reageren. Een hulpmiddel daarbij zou kunnen zijn, dat de provincie in haar visie opneemt dat zowel de provincie als de gemeente verplicht is de verschillende ontwikkelingen op een vroegtijdig moment bij belangenorganisaties aan de orde te stellen. (114) Er worden vele maatregelen voorgesteld om de genoemde ontwikkelingen te ‘managen’. Met uitzondering van het ruimschoots faciliteren van economische groei zijn die vooral gericht op voortgaande ontwikkeling met een geleidelijke, relatief beperkte aanpassing. (116)

Reactie en eventuele aanpassing In de Omgevingsvisie heeft de provincie het beleid voor de gehele fysieke leefomgeving bij elkaar gebracht. Voor de leesbaarheid van dit document is ervoor gekozen om dit beleid op hoofdlijnen te beschrijven en de verdere uitwerking op te nemen in programma’s die aan de Omgevingsvisie verbonden worden. Daar staan ook de maatregelen aan die ingezet worden om de doelen uit de Omgevingsvisie te bereiken.

Concreetheid beleid Nr. 114, 116

Indieners Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen – Leersum, Stichting Beter Zeist

33

Gezondheid als thema Nr. 129

Indieners Regio Amersfoort

Samenvatting zienswijze Gezondheid als thema komt niet voldoende terug. Er wordt wel veel over gezondheid geschreven, maar dan enkel in relatie tot milieunormen. Positieve gezondheid en brede welvaart zouden meer hun plek moeten hebben, zeker in relatie tot vergroening, groenblauwe structuren, ontmoetingsruimte, etc.

Reactie en eventuele aanpassing De beschrijving van het beleid in de Omgevingsvisie start met een duiding van de gezonde en veilige leefomgeving. Hierin staan zes hoofdprincipes waar de provincie naar streeft bij de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving. Deze geven een duiding die ook positieve gezondheid genoemd kan worden.

Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie Overzicht van voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen en vanwege voortschrijdende ontwikkelingen / voortschrijdend inzicht. Hoofdstuk 4.0

4.0

Originele tekst Het motto van de Omgevingswet is ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en geeft mee dat lokale afwegingen mogelijk zijn als een veilige en gezonde omgeving daarbij gebaat is. In dit hoofdstuk beschrijven wij ons beleid voor die gezonde en veilige leefomgeving. Wij richten ons daarbij, in lijn met de wet, vooral op de fysieke leefomgeving. Dit heeft vanzelfsprekend ook alles te maken met de sociale en veilige leefomgeving. Daar start dit hoofdstuk dan ook mee. Wij hebben ons beleid uit diverse beleidsplannen samengenomen in deze Omgevingsvisie. We beschrijven dit beleid op hoofdlijnen in zeven samenhangende beleidsthema’s. Verdieping is te vinden in de opgenomen beleidsuitwerkingen, visies, programma’s en plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/380/documents/11311