2021.02.16 Raadsinformatiebrief 'Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening' - Merged.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
Van college van burgemeester en wethouders Vergadering van 16 februari 2021 Kenmerk Z/21/007864 / D/21/009189 Portefeuillehouder Bob Duindam Portefeuille Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting, inclusief implementatie Omgevingswet Opsteller Doggenaar, Reinard van Onderwerp Provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening: zorgen over provinciale regelgeving
Kennisnemen van Gemeente(n) bezorgt over negatieve effecten van de provinciale omgevingsvisie en interimverordening op lokale woningbouwplannen.
Inleiding Alle overheidslagen werken aan de implementatie van de Omgevingswet. Op provinciaal niveau werkt de provincie Utrecht aan een provinciale omgevingsvisie en -verordening en bijbehorende regionale programma's. Afgelopen jaar hebben de provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening van 22 september tot en met 2 november ter inzage gelegen. Tijdens de terinzagelegging hebben wij, samen met vele andere organisaties en instanties, een zienswijze ingebracht. Deze zienswijze is tijdens de gemeenteraad van 5 oktober 2020 behandeld. Op 26 januari jongstleden is de concept Nota van Beantwoording op de ingediende zienswijzen door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Deze concept Nota van Beantwoording is op 28 januari met ons gedeeld en wordt in maart 2021 gezamenlijk met de provinciale ontwerp omgevingsvisie en ontwerp interim omgevingsverordening aan Provinciale Staten voorgelegd. Via deze raadsinformatiebrief delen wij de concept Nota van Beantwoording én de zorgen die wij hebben over de strekking van de beantwoording met u.
Kernboodschap Na het indienen van onze zienswijze hebben wij meerdere malen, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau, met de provincie Utrecht gesproken over de provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening. Deze overleggen vonden vaak plaats in regionale gremia. Denk hierbij bijvoorbeeld aan overleggen in U16-verband. Terugkerend thema tijdens deze overleggen was de reikwijdte van de provinciale bevoegdheden. De opvattingen van een groot aantal U16gemeenten en de provincie Utrecht lopen op dit punt sterk uiteen. De provincie Utrecht dicht zichzelf een belangrijke rol toe voor het oplossen van de woningnood in onze regio. Deze rol uit zich op verschillende manieren. Enerzijds ondersteunt de provincie, door het delen van kennis en middelen, gemeenten bij het uitvoeren van binnenstedelijke woningbouwlocaties. Uiteraard zijn wij blij met deze steun voor over het algemeen lastig te ontwikkelen locaties. Anderzijds stelt de provincie in haar interim omgevingsverordening additionele eisen aan zowel binnenstedelijke als buitenstedelijke woningbouwlocaties. Met name deze additionele eisen roepen bij ons en
andere betrokken gemeenten veel weerstand op. In onze ogen past een (zeer) brede toepassing van de provinciale bevoegdheden, waarbij het soms zelf de vraag is of er überhaupt nog sprake is van provinciale bevoegdheden, niet bij de geest van de Omgevingswet. De Omgevingswet gaat immers uit van het principe ‘decentraal, tenzij’. Handelend naar dit principe zou de provincie Utrecht meer vertrouwen mogen hebben in de gemeentelijke overheden en meer ruimte moeten geven aan de lokale overheden. In onze zienswijze zijn wij al uitgebreid op dit onderwerp ingegaan. Uit de Nota van Beantwoording blijkt, dat de provincie hier geen boodschap aan heeft. Aangezien de zorgen over dit onderwerp bij veel gemeenten in de U16 groot zijn, is besloten om gezamenlijk een brief te sturen naar Provinciale Staten om aandacht te vragen voor dit probleem. Bijgevoegd bij deze raadsinformatiebrief vindt u naast de Nota van Beantwoording ook de brief die namens 11 wethouders uit de U16-regio naar Provinciale Staten is verstuurd. De komende periode zal naar alle waarschijnlijkheid in het teken staan van intensieve gesprekken over dit onderwerp met de provincie Utrecht. Wij vinden het belangrijk dat u hiervan op de hoogte bent en delen deze informatie daarom met u.
Financiën Niet van toepassing.
Vervolg 17 februari 2021: Commissie Omgevingsvisie van Provinciale Staten (brief van gemeenten geagendeerd). 10 maart 2021: Provinciale Staten vergadering over de provinciale omgevingsvisie en interim omgevingsverordening (behandeling/ vaststelling).
Bijlagen 1. Nota van Beantwoording (D/21/009258); 2. Brief van wethouders wonen naar Provinciale Staten (D/21/009257).
Ontwerp Omgevingsvisie, Ontwerp Interim Omgevingsverordening en bijbehorend milieueffectrapport (planMER) Concept nota van beantwoording over zienswijzen
Publicatiedatum Status Referentienummer
26 januari 2021 Besluit van Gedeputeerde Staten 821F0244
Inhoudsopgave 0.
Doel en opzet nota van beantwoording...............................................4 0.1
Doel en status van deze nota .............................................................4
0.2
Ontvangen adviezen ...........................................................................4
0.3
Leeswijzer ...........................................................................................5
0.4
Overzicht indieners zienswijzen op nummer .......................................6
0.5
Overzicht indieners zienswijzen op naam ...........................................9
1.
2.
2.2
Utrecht 2050 .....................................................................................19
2.3
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie ...............................24
3.
Sturingsfilosofie ................................................................................27
3.2
Uitgangspunten voor ons omgevingsbeleid ......................................29
3.3
Provinciale belangen.........................................................................29
3.4
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie ...............................30
4.
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie .........................................34 Stad en land gezond .........................................................................36 Milieu en gezondheid ...............................................................36
4.1.2
Recreatie en toerisme ..............................................................44
4.1.3
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.......................60
4.2
Klimaatbestendig en waterrobuust ....................................................63
4.2.4
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie ...................... 71
Duurzame energie ............................................................................ 72 Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie ...................... 96
Vitale steden en dorpen ................................................................... 98
4.4.1
Ruimte voor wonen en leven ................................................... 98
4.4.2
Ruimte voor werken en winkelen ........................................... 108
4.4.3
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie .................... 114
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar ......................................... 116
4.5.1
Een goed bereikbare provincie .............................................. 116
4.5.2
Ontwikkeling bij knooppunten ................................................ 120
4.5.3
Optimalisatie van netwerken wegen, OV en fiets .................. 121
4.5.4
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie .................... 131
Levend landschap, erfgoed en cultuur ........................................... 132
4.6.1
Aantrekkelijke landschappen ................................................. 132
4.6.2
Toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed ......................... 137
4.6.3
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie .................... 144
4.7
Gezonde en veilige leefomgeving ..............................................................32
4.1.1
Perspectief voor bodemdalingsgebieden ................................. 67
4.6
Omgevingsvisie: Beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving .32
4.1
4.2.3
4.5
Omgevingsvisie: Basis ......................................................................27 3.1
Klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving .................... 66
4.4
Omgevingsvisie: Visie .......................................................................17 Kwaliteiten, opgaven en positionering Utrecht ..................................17
4.2.2
4.3.1
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie ...............................14
2.1
Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem ..................... 63
4.3
Omgevingsvisie: Inleiding .................................................................12 1.1
4.2.1
Toekomstbestendige natuur en landbouw ...................................... 146
4.7.1
Robuuste natuur met hoge biodiversiteit ............................... 147
4.7.2
Duurzame landbouw .............................................................. 175
4.7.3
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie .................... 190
5.
Omgevingsvisie: Gebieden............................................................. 194 5.1
Regio U16 ...................................................................................... 194
5.1.1
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie .................... 205
5.2
Regio Amersfoort ............................................................................208
12.
Interimverordening: Cultuurhistorie en landschap (H7) .................. 261
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................208
13.
Interimverordening: Landbouw (H8) ............................................... 266
Regio Foodvalley ............................................................................210
14.
Interimverordening: Wonen, werken, recreëren (H9) ..................... 268
Omgevingsvisie: Uitvoering ............................................................212
15.
Interimverordening: Uitvoering en procedures (H10)...................... 290
Samenwerken .................................................................................212
16.
Interimverordening: Gebruikte afkortingen ..................................... 290
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................213
17.
Milieueffectrapport (planMER) ........................................................ 291
6.2
Participatie ......................................................................................215
18.
Kaartbijlage met kaartaanpassingen .............................................. 299
6.3
Omgevingskwaliteit .........................................................................217
5.2.1 5.3 6. 6.1
6.1.1
6.3.1 6.4
Kaartaanpassingen Interim Omgevingsverordening .................. 304
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................221
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................222
6.6
Flexibiliteit in beleid .........................................................................224
6.7
Monitoring en evaluatie ...................................................................225
6.7.1
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................226
Vergunningverlening, toezicht en handhaving ................................227
6.8.1 6.9
18.2
Uitvoeren via Omgevingsverordening en programma’s ..................222
6.5.1
6.8
Kaartaanpassingen Omgevingsvisie .......................................... 299
Regionaal programmeren ...............................................................219
6.4.1 6.5
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................218
18.1
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................228
Uitvoering geven aan beleid via programma’s ................................229
6.9.1
Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie.....................229
7.
Interimverordening: Algemeen ........................................................231
8.
Interimverordening: Watersysteem, ondergrond en bodem (H2 en H3) 236
9.
Interimverordening: Bereikbaarheid en mobiliteit (H4) ....................241
10.
Interimverordening: Energie (H5) ....................................................246
11.
Interimverordening: Natuur (H6) .....................................................249 3
0. Doel en opzet nota van beantwoording 0.1 Doel en status van deze nota Deze Nota van Beantwoording gaat over de zienswijzen die zijn ingediend op de Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht (Omgevingsvisie), de opmerkingen die zijn ingediend op de Ontwerp Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (Interimverordening) en de zienswijzen die ingediend zijn op het Milieueffectrapport bij de Omgevingsvisie (Milieueffectrapport). Hierna wordt voor de duidelijkheid alleen gesproken over zienswijzen, waarbij de opmerkingen over de verordening zijn inbegrepen. Omgevingsvisie, Interimverordening en Milieueffectrapport De Ontwerp Omgevingsvisie en het bijbehorende Milieueffectrapport zijn op 17 maart 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Utrecht. De Ontwerp Interimverordening is op 4 september 2020 vastgesteld door GS. Vanwege het uitstel van de invoering van de Omgevingswet wat op 1 april 2020 bekend werd, was het nodig om een aangepaste verordening op te stellen die werking kan hebben onder de huidige wetten.
De Ontwerpen zijn door Provinciale Staten (PS) gedurende de periode 22 september t/m 2 november 2020 ter inzage gelegd, zowel op papier in het provinciehuis, de gemeentehuizen en de waterschapshuizen, als digitaal op de website https://omgevingswet.provincie-utrecht.nl en als ruimtelijk plan via ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl, en via de landelijke site www.ruimtelijkeplannen.nl. Terinzagelegging Tijdens de periode van terinzagelegging zijn 173 zienswijzen binnen gekomen. De lijst met indieners is aan het einde van deze inleiding opgenomen. Doordat sommige zienswijzen meerdere keren binnen zijn gekomen, telt de lijst tot 180 indieners. De dubbelen zijn in de lijst opgenomen als vervallen nummers. De zienswijzen komen van diverse partijen, zoals gemeenten, regio’s, het Rijk, de RUD, diverse belangenorganisaties, terreinbeherende organisaties en diverse burgers en bedrijven, waaronder agrariërs, landgoedeigenaren en bedrijven in de sector duurzame energie. Tijdens de periode van terinzagelegging zijn vier digitale informatieavonden georganiseerd. Hier hebben zo’n 75 mensen gebruik van gemaakt. Op 26 oktober 2020 is er een hoorzitting gehouden door PS. De 3 insprekers tijdens de hoorzitting hebben daarna allen ook nog een schriftelijke zienswijze ingediend.
Proces van vaststelling Deze Nota van Beantwoording is op 26 januari 2021 door GS in concept vastgesteld. PS stellen de definitieve Nota van Beantwoording op 10 maart 2021 vast. De wijzigingen die uit de Nota van Beantwoording voortvloeien, worden verwerkt in de Omgevingsvisie en Interimverordening die eveneens op 10 maart 2021 worden vastgesteld. Deze beide stukken treden daarna op 1 april 2021 in werking.
0.2 Ontvangen adviezen GS en PS hebben drie adviezen ontvangen over de Omgevingsvisie, de Interimverordening en het Milieueffectrapport. Advies PARK De onafhankelijk Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) heeft een advies uitgebracht over de Ontwerp Omgevingsvisie en Ontwerp Interim Omgevingsverordening. In het advies complimenteert hij de bestuurders, maar herhaalt wel enkele punten van zorg, waaronder de wijze waarop Groen Groeit Mee verwerkt is, de rol van de provincie in de uitvoering van de visie en de digitale leefomgeving. Over dit advies is een antwoordbrief opgesteld. Advies PCL De PCL heeft een advies uitgebracht op de Ontwerp Omgevingsvisie en Ontwerp Interim Omgevingsverordening. De PCL spreekt in haar advies haar zorgen uit over de aansluiting van visie en verordening op elkaar. De zorg zit met name op thema’s circulair en klimaatadaptatie, die in de visie voldoende aandacht krijgen, maar in de ogen van PCL nog onvoldoende terugkomen in de verordening. Over dit advies is een antwoordbrief opgesteld. Advies Commissie m.e.r. De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het Milieueffectrapport. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer.
De Commissie heeft over het definitieve Milieueffectrapport een advies uitgebracht. Als bevoegd gezag hebben Provinciale Staten van Utrecht het definitieve advies ontvangen. Eerder heeft de Commissie een advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het planMER en een tussentijds advies over tussentijdse documenten. De Commissie is in haar definitieve advies positief over het milieueffectrapport en concludeert dat het planMER alle essentiële 4
(milieu)informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de Omgevingsvisie.
0.3 Leeswijzer In de Nota van Beantwoording zijn de zienswijzen ingedeeld naar de inhoudelijke onderwerpen waar zij betrekking op hebben. Hiervoor is de indeling van de Omgevingsvisie als basis gebruikt. De inhoudelijke zienswijzen op de Interimverordening zijn bij de betreffende thema’s opgenomen. De zienswijzen die alleen betrekking hebben op de Interimverordening zijn na de inhoudelijke onderwerpen opgenomen, evenals de zienswijzen die betrekking hebben op het milieueffectrapport. Voor zover er nog aanleiding was om ambtshalve wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het Ontwerp, zijn deze vermeld bij het betreffende hoofdstuk. De zienswijzen zijn opgenomen in tabellen. Hierin zijn de volgende kopjes gebruikt: Nr. en Indieners: Hier wordt door een nummer en naam aangegeven wie de beschreven zienswijze heeft ingediend. Aan het einde van deze inleiding is een overzicht opgenomen van alle zienswijzen. Daarin zijn vanwege de Wet Bescherming Persoonsgegevens geen namen van particulieren opgenomen. Samenvatting zienswijze: Hier wordt de zienswijze inhoudelijk samengevat. Als er meerdere personen of instanties over eenzelfde onderwerp een zienswijze hebben ingediend, wordt alleen als daartoe aanleiding bestaat verduidelijkt wie welke argumenten heeft ingebracht.
Reactie en eventuele aanpassing: Hier is de reactie van GS/PS opgenomen en is aangegeven of er op basis van de zienswijze aanleiding is de tekst / kaarten van Omgevingsvisie of Interimverordening aan te passen en zo ja, wat de essentie van de wijziging is.
5
0.4 Overzicht indieners zienswijzen op nummer Nummer 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034
Naam indiender zienswijze Gezamenlijke collectieven voor Agrarisch Natuurbeheer in Utrecht Gemeenten Lopikerwaard Gemeente Renswoude Particulier Buren van Rijnenburg en Reijerscop Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Directie Garage van der Wind Particulier Particulier Particulier Gemeente IJsselstein Gemeente De Ronde Venen UMC Utrecht, Universiteit Utrecht, Prinses Maxima Centrum, Ronald McDonald Huis Utrecht Particulier Recreatiebedrijf Buitengoed de Boomgaard Gemeente Nieuwegein Belangenvereniging Couwenhoven Particulier Particulier Bedrijvenkring Scherpenzeel Woudenberg Regio Foodvalley Stichting Ruiteren en Mennen Utrechtse Heuvelrug Particulier Werkgroep Behoud Lopikerwaard Particulier Particulier Particulier
035 036 037 038 039 040 041 042 043 044 045 046 047 048 049 050 051 052 053 054 055 056 057 058 059 060 061 062 063 064 065 066 067 068 069 070 071 072
Particulier Gemeente Oudewater Utrechts Fietsoverleg Particulier Nederlandse WindEnergie Associatie Bewonersvereniging Maartensdijk-Zuid Gemeente Amersfoort Burgerinitiatief Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht Historische Kring IJsselstein Particulier Stichting Wandelnet en TeVoet, vereniging van wandelaars Gemeente Woerden Gemeente Baarn Zadelhoff Beheer namens Groenland Breukelen B.V. De Groene Buffer U10 gemeenten Particulier Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Rhenen Gemeente Utrecht (ambtelijk) Gemeente Utrecht Particulier Particulier Particulier Stichting Duurzaam Woudenberg TPSolar, Solarfields en GroenLeven Gemeente De Bilt Stichting Het Zuid-Hollands Landschap Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen TenneT TSO B.V. Particulier Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Landgoed Eyckenstein Rijksvastgoedbedrijf, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Vattenfall ECO-DOE Staatsbosbeheer, provinciale eenheid Utrecht Vechtplassencommissie 6
073 074 075 076 077 078 079 080 081 082 083 084 085 086 087 088 089 090 091 092 093 094 095 096 097 098 099 100 101 102 103 104 105 106 107 108
Particulier Vereniging Natuur en Milieu, IVN-afdeling Wijk bij Duurstede, Werkgroep groenberaad Adviesgroep BB+W Particulier Natuur- en milieuvereniging De Groene Venen Werkgroep Zeist Zoemt Duurzaam Particulier Particulier LTO Noord, Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt, Nederlandse Fruittelers Organisatie en Glastuinbouw Nederland Particulier Vereniging Harmelerwaard 3.0 Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Kracht van Utrecht Particulier Stichting Vrienden Soester Eng Stichting Houd Bunnik Groen Stichting Groene Hart Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort Particulier Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Van Westreenen namens Loon- en verhuurbedrijf Hoolwerf Van Doorne namens Aannemersbedrijf A. van Ooijen Woerden B.V. Particulier Gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen U.A. AIM Advocaten namens Wereldhave Nederland B.V. Vervallen Vereniging Eemland300 Vereniging Vrij Polderland Particulier Maatschap Zagt
109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147
Gemeente Bunnik Oasen Drinkwater Dorpsplatform Hekendorp Particulier VVE Park Waeterrijck Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen – Leersum Particulier Stichting Beter Zeist Particulier Werkgroep De Groene Driehoek Rhenam Wonen Landgoed Lockhorst Particulier Vereniging Nederlandse Riviergemeenten Cumela Nederland VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden Particulier Gemeente Vijfheerenlanden Vervallen Kernteam De Bilt 2050 Regio Amersfoort NV Landgoed Anderstein en BV Landgoed ’t Stort 't Schoutenhuis bv namens diverse landgoederen Particulier Vervallen Gemeente Stichtse Vecht Vervallen Federatie Groene Heuvelrug Vervallen Particulier Gemeente Houten Regioplatform Woningcorporaties Utrecht Vervallen Vervallen Natuurmonumenten Zuid-Holland Particulier Platform Bedrijven Utrecht West Utrechtse energiecoöperaties ProRail 7
148 149 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180
Particulier Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties Netwerkgroep Heuvelrug in Goede Banen Rijkswaterstaat Midden-Nederland Dorpscommisie Oud-Zuilen Gemeente Wijk bij Duurstede Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging Particulier Particulier Stichting De Boom Bewonerscomité Leersum Zuid Stichting Natuur en Landschap Lage Vuursche e.o. Firma P. Rodenburg Particulier Vervallen Werkgroep Natuurlijk Zeist-West Particulier Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie, Endurancevereniging Vervallen Stichting Behoud de Eemvallei Vrienden van Amelisweerd Particulier Particulier Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis Reizigersvereniging Rover Particulier RUD Utrecht Particulier Particulier Particulier Gemeente Zeist Particulier Weebers vastgoed advocaten namens Stichting Behoud Slagenlandschap Maartensdijk Oost
8
0.5 Overzicht indieners zienswijzen op naam Naam indiender zienswijze Adviesgroep BB+W AIM Advocaten namens Wereldhave Nederland B.V. Bedrijvenkring Scherpenzeel Woudenberg Belangenvereniging Couwenhoven Bewonerscomité Leersum Zuid Bewonersvereniging Maartensdijk-Zuid Buren van Rijnenburg en Reijerscop Burgerinitiatief Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht Cumela Nederland De Groene Buffer Directie Garage van der Wind Dorpscommisie Oud-Zuilen Dorpsplatform Hekendorp ECO-DOE Federatie Groene Heuvelrug Firma P. Rodenburg Gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen U.A. Gemeente Amersfoort Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente De Ronde Venen Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Nieuwegein Gemeente Oudewater Gemeente Renswoude Gemeente Rhenen Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Utrecht Gemeente Utrecht (ambtelijk) Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede Gemeente Woerden Gemeente Zeist
Nummer 075 103 027 024 158 040 005 042 123 049 014 152 111 070 136 160 102 041 047 109 061 019 139 018 023 036 003 053 134 055 054 052 126 153 046 178
Gemeenten Lopikerwaard Gezamenlijke collectieven voor Agrarisch Natuurbeheer in Utrecht Historische Kring IJsselstein Kernteam De Bilt 2050 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie, Endurancevereniging Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging Kracht van Utrecht Landgoed Eyckenstein Landgoed Lockhorst Landgoederen Het Kombos en het Blauwe Huis LTO Noord, Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt, Nederlandse Fruittelers Organisatie en Glastuinbouw Nederland Maatschap Zagt Natuur- en milieuvereniging De Groene Venen Natuurmonumenten Zuid-Holland Nederlandse WindEnergie Associatie Netwerkgroep Heuvelrug in Goede Banen NV Landgoed Anderstein en BV Landgoed ‘t Stort Oasen Drinkwater Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier
002 001 043 128 165 154 091 067 120 171 081 108 077 143 039 150 130 110 004 006 007 008 009 010 011 012 013 015 016 017 021 025 026 030 032 9
Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier
033 034 035 038 044 051 056 057 058 065 073 076 079 080 082 085 086 087 088 089 090 092 097 101 107 112 115 117 121 125 132 138 144 148 155 156 161 164 169
Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Platform Bedrijven Utrecht West ProRail Recreatiebedrijf Buitengoed de Boomgaard Regio Amersfoort Regio Foodvalley Regioplatform Woningcorporaties Utrecht Reizigersvereniging Rover Rhenam Wonen Rijksvastgoedbedrijf, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Rijkswaterstaat Midden-Nederland RUD Utrecht Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties Staatsbosbeheer, provinciale eenheid Utrecht Stichting Behoud de Eemvallei Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen Stichting Beter Zeist Stichting De Boom Stichting Duurzaam Woudenberg Stichting Groene Hart Stichting Het Zuid-Hollands Landschap Stichting Houd Bunnik Groen Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Stichting Natuur en Landschap Lage Vuursche e.o. Stichting Ruiteren en Mennen Utrechtse Heuvelrug Stichting Vrienden Soester Eng Stichting Wandelnet en TeVoet, vereniging van wandelaars 't Schoutenhuis bv namens diverse landgoederen TenneT TSO B.V. TPSolar, Solarfields en GroenLeven U10 gemeenten
170 173 175 176 177 179 145 147 022 129 028 140 172 119 068 151 174 096 149 071 167 063 116 157 059 095 062 094 098 066 159 029 093 045 131 064 060 050 10
UMC Utrecht, Universiteit Utrecht, Prinses Maxima Centrum, Ronald McDonald Huis Utrecht Utrechts Fietsoverleg Utrechtse energiecoöperaties Van Doorne namens Aannemersbedrijf A. van Ooijen Woerden B.V. Van Westreenen namens Loon- en verhuurbedrijf Hoolwerf Vattenfall Vechtplassencommissie Vereniging Eemland300 Vereniging Harmelerwaard 3.0 Vereniging Natuur en Milieu, IVN-afdeling Wijk bij Duurstede, Werkgroep groenberaad Vereniging Nederlandse Riviergemeenten Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen - Leersum Vereniging Vrij Polderland Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen vervallen Vervallen Vervallen VNO-NCW Midden en MKB-Nederland Midden Vrienden van Amelisweerd VVE Park Waeterrijck Weebers vastgoed advocaten namens Stichting Behoud Slagenlandschap Maartensdijk Oost Werkgroep Behoud Lopikerwaard Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist Werkgroep De Groene Driehoek Werkgroep Natuurlijk Zeist-West Werkgroep Zeist Zoemt Duurzaam Zadelhoff beheer namens Groenland Breukelen B.V.
020 037 146 100 099 069 072 105 083 074 122 114 106 104 127 133 135 137 141 142 162 166 124 168 113 180 031 084 118 163 078 048
11
1. Omgevingsvisie: Inleiding Zelfbindend Nr. 024, 053
Indieners Belangenvereniging Couwenhoven, Gemeente Rhenen
Samenvatting zienswijze In de Omgevingsvisie staat dat de inhoud ervan uitsluitend bindend is voor de provincie Utrecht zelf. Wat wordt hiermee bedoeld? Vormt de visie het kader voor regionale of lokale beleid- en planvorming of hoeven gemeenten zich weinig of niets gelegen te laten liggen aan wat er in de provinciale visie staat? Zo niet, waaraan dient de gemeente zich dan te houden? (024) De visie is te gedetailleerd. De gemeente wil meer vrijheid hebben om keuzes te maken in haar eigen Omgevingsvisie. (053)
Reactie en eventuele aanpassing In lijn met de huidige Wet ruimtelijke ordening en straks ook de Omgevingswet is een structuurvisie / Omgevingsvisie slechts bindend voor de overheid die deze opstelt. Voor de doorwerking er van naar andere overheden zijn andere instrumenten beschikbaar. Voor provincies betreft dat de verordeningen. Om die reden zijn de Ontwerp Omgevingsvisie en de Ontwerp Interim Omgevingsverordening gelijktijdig opgesteld. De gemeente heeft de vrijheid bij haar eigen Omgevingsvisie. In haar Omgevingsplan moet zij rekening houden met de instructieregels uit de verordening. Aanpassing in de visie: De term ‘zelfbindend’ nader toelichten in H1.
Uitstel Omgevingswet en Corona Nr. 096, 116, 134
Indieners Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort, Stichting Beter Zeist, Gemeente Stichtse Vecht
Samenvatting zienswijze Omgevingsvisie uit maart 2020 zo laat ter inzage leggen siert provincie niet en motiveert niet tot meedenken. (096) Goed dat de zienswijzetermijn is verruimd t/m 2 november. Dat maakt het mogelijk effecten van grote maatschappelijke betekenis, zoals de coronacrisis, mee te nemen bij de zienswijze. (116) De documenten zijn al op 17 maart 2020 vastgesteld. Daarna werd de Omgevingswet uitgesteld en werden we geconfronteerd met de gevolgen van Covid-19 virus. Houd hiermee rekening bij de definitieve vaststelling. (134) Er wordt nog niet ingespeeld op de recente coronacrisis. De teksten zijn geschreven tijdens zeer goede tijden met veel "luxewensen". Anticipeer hier alsnog op. (023)
Reactie en eventuele aanpassing De Ontwerp Omgevingsvisie, -verordening en planMER zijn inderdaad op 17 maart 2020 vastgesteld. Toen op 1 april 2020 bekend werd dat de invoering van de Omgevingswet uitgesteld werd, heeft de provincie de terinzagelegging gepland voor 8 april gestopt. De Omgevingsverordening kan namelijk alleen onder de Omgevingswet in werking treden. In plaats daarvan is een Interimverordening opgesteld, die kan werken onder de huidige wetten. Deze is op 4 september vastgesteld, waarna op 22 september alsnog de terinzagelegging is gestart. De Ontwerp Omgevingsvisie is in die periode niet aangepast. De provincie is niet van mening dat de Omgevingsvisie voor Covid19 aangepast moet worden. In tijden van pandemie is de kwaliteit van leven en leefomgeving van groot belang en hier is veel aandacht voor in de visie, evenals voor de ruimte die nodig is voor wandelen en fietsen. Bij verstedelijking is de eis opgenomen om een evenredige hoeveelheid groen mee te ontwikkelen. En tenslotte kan de provincie, door de flexibelere wijze van plannen van verstedelijking via regionaal programmeren, makkelijker meebewegen met toenemende en afnemende vraag. Aanpassing in de visie: Tekst H1 aanpassen aan latere inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Participatie Nr. 116, 149
Indieners Stichting Beter Zeist, Samenwerkende Utrechtse natuur- en milieuorganisaties
Samenvatting zienswijze Complimenten voor de aandacht die de provincie heeft gegeven aan de mogelijkheden voor participatie en inspraak over de componenten van de voorliggende visie. (116) Groot compliment aan de provincie over het proces en de participatiemogelijkheden rondom het opstellen van de Omgevingsvisie. (149)
Reactie en eventuele aanpassing Dank u voor deze ondersteuning van het gevoerde proces. Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing. Wel wordt de afronding van het participatieproces via de inspraak in de visie ogenomen.
Leesbaarheid documenten Nr. 109
Indieners Gemeente Bunnik
Samenvatting zienswijze Visie is onduidelijk, onoverzichtelijk en niet erg leesbaar. Redenen: onderwerpen worden op verschillende plekken belicht, er wordt op diverse plekken verwezen naar andere documenten, kaarten, kaders, bijlagen, etc. zonder linken en de inzoombare kaarten zijn lastig te vinden, er staan geen linkjes in het document die leiden naar een kaart die ook zonder speciaal programma te openen is. Verordening is zeer slecht leesbaar, totaal onduidelijk welke bijlagen bij welk artikel en welke kaart horen (verwijzing zou prettig zijn). Via https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ heb je uiteindelijk het beste overzicht (kaart + regel + toelichting bij elkaar).
Reactie en eventuele aanpassing Dank u voor deze feedback. In de pdf-versie van de visie is middels de leeswijzer op pagina 11 geprobeerd om zowel aan te geven hoe de visie in elkaar zit, als hoe de kaarten samenhangen met de tekst en gelezen kunnen worden en waar het digitale plan te vinden is. Ook is aangegeven waar voor professionele gebruikers de aparte kaartlagen te downloaden zijn. Het is jammer dat dit niet duidelijk genoeg overgekomen is. Het verwijzen naar andere documenten is inderdaad niet consequent via een actieve link gedaan. Soms is alleen een document genoemd. Dit zal verbeterd worden. In de verordening verwijzen de artikelen zowel naar de objecten op de kaart, als, waar relevant, naar de bijlagen, zodat ze in samenhang bekeken kunnen worden. Overigens is het zo dat van zowel visie als verordening het digitale plan leidend is. De documenten bekijken via https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ is dan ook de eerst aangewezen manier. De pdf-versie van beide documenten is een extra service waarmee naast een digitaal plan ook een bladerbare versie beschikbaar is. Aanpassing in de visie: In de tekst van H1 aandacht besteden aan het digitale plan via het verplaatsen en aanvullen van de leeswijzer. In de tekst van H4 aangeven hoe thema's, kaarten en tekst met elkaar samenhangen. In H4 onder de kleine kaarten een verwijzing naar de bijlage opnemen.
Verwijzen naar andere documenten via linken.
Betrokkenheid buurprovincies Nr. 143
Indieners Natuurmonumenten Zuid-Holland
Samenvatting zienswijze De provincie Utrecht verzuimt om de buurprovincies én daarin werkzame maatschappelijke organisaties en TBO’s op de hoogte te stellen van de ter inzagelegging van de stukken. De natuur houdt niet op bij de grens, dus laat de participatie niet enkel tot de provinciegrenzen lopen.
Reactie en eventuele aanpassing De buurprovincies zijn in het proces van totstandkoming van visie en verordening betrokken geweest en hebben bericht ontvangen van de terinzagelegging. De in die provincies werkzame maatschappelijke organisaties en TBO's zijn inderdaad niet apart geïnformeerd, maar hebben kennis kunnen nemen van de publicatie van de terinzagelegging. Verschillende partijen hebben dit gedaan en hebben gereageerd op de stukken. Aanpassing in de visie: In de beschrijving van de totstandkoming van visie en verordening ook de betrokkenheid van buurprovincies en het Rijk beschrijven.
13
Effecten Omgevingswet Nr. 070
Indieners ECO-DOE
Samenvatting zienswijze De Omgevingswet biedt een eenvoudiger kader voor burgers en ondernemers om met initiatieven en plannen te komen. Te verwachten is dat deze plannen voornamelijk een korte termijn wens gaan vervullen. Dit geeft een nog groter risico op verrommeling, afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit en een nog negatievere impact op ecologische systemen. Borg dit veel beter.
Reactie en eventuele aanpassing De manier waarop via de verordening de ruimte voor ontwikkelingen onder kwalitatieve voorwaarden wordt geboden en de bescherming die in de verordening opgenomen is voor natuur, is voldoende waarborg om te werken aan kwaliteitswinst en om daarmee verrommeling en aantasting van natuur te voorkomen.
1.1 Voorgestelde wijzigingen in de Omgevingsvisie Overzicht van voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen en vanwege voortschrijdende ontwikkelingen / voortschrijdend inzicht. Hoofdstuk Inhoudsopgave
Originele tekst n.v.t.
Aangepaste tekst ‘Gezonde en veilige leefomgeving’
1
De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die waarschijnlijk medio 2021 in werking treedt.
1
De Omgevingsvisie is op grond van de Omgevingswet zelfbindend voor de provincie Utrecht. Andere overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners zijn juridisch niet aan de Omgevingsvisie gebonden. Zij zijn wél gebonden aan de regels en normen die in onze Omgevingsverordening worden gesteld. Goed bestuur houdt in dat wij bij het opstellen van onze Omgevingsvisie rekening houden met het beleid van andere overheden (Rijk, buurprovincies, gemeenten en waterschappen) en dat andere overheden de Omgevingsvisie provincie Utrecht in ogenschouw nemen. Deze Omgevingsvisie beoogt dat we vertrouwen geven en denken in kansen. En dat wij kaders meegeven en verantwoordelijkheid nemen voor onze provinciale belangen. In de periode januari – februari 2020 hebben over beide documenten diverse overleggen met gemeenten, buurprovincies en maatschappelijke organisaties plaatsgevonden.
De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die volgens planning per 1 januari 2022 in werking treedt. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie is op grond van de Omgevingswet zelfbindend voor de provincie Utrecht. Zelfbindend betekent dat de Omgevingsvisie alleen voor de provincie Utrecht verplichtingen schept. De Omgevingsvisie werkt dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisies van gemeenten en waterschappen. Andere overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners zijn wél gebonden aan de regels en normen die in onze Omgevingsverordening worden gesteld. Goed bestuur houdt in dat wij bij het opstellen van onze Omgevingsvisie rekening houden met het beleid van andere overheden (Rijk, buurprovincies, gemeenten en waterschappen) en dat andere overheden de Omgevingsvisie provincie Utrecht meenemen in visievorming en beleid. Deze Omgevingsvisie beoogt dat we vertrouwen geven en denken in kansen. En dat wij kaders meegeven en verantwoordelijkheid nemen voor onze provinciale belangen.
In de periode januari – februari 2020 hebben over beide documenten diverse overleggen met maatschappelijke organisaties, waterbeheerders, gemeenten, buurprovincies en Rijk plaatsgevonden.
1
Reden en bron Voor de vindbaarheid en om het belang te benadrukken van de inleiding op hoofdstuk 4, wordt er een extra kopje in de inhoudsopgave opgenomen. Tekst wordt op basis van ingediende zienswijzen aangepast aan de latere inwerkingtreding van de Omgevingswet.
De term zelfbindend wordt op basis van ingediende zienswijzen nader toegelicht.
In de beschrijving van de totstandkoming van visie en verordening wordt op basis van ingediende zienswijzen ook de betrokkenheid van buurprovincies en het Rijk beschrijven.
14
1
Op 17 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Ontwerpen van beide documenten vastgesteld. Deze Ontwerpen leggen we ter inzage. In die periode kan iedereen die dat wil, reageren door een zienswijze in te dienen. Er wordt gedurende deze periode ook een hoorzitting georganiseerd. Op basis van ingekomen zienswijzen wordt een Nota van Beantwoording opgesteld. In het najaar van 2020 stellen Provinciale Staten de definitieve Omgevingsvisie en -verordening vast. De inwerkingtreding is voorzien op de inwerkingtredingsdarum van de Omgevingswet.
1
n.v.t.
1
Ter ondersteuning van de visievorming en de besluitvorming over de Omgevingsvisie en verordening hebben wij een milieueffectrapport (planMER) laten opstellen.
Op 17 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Ontwerpen van beide documenten vastgesteld. Omdat de Omgevingswet 1 jaar later dan gepland wordt ingevoerd (namelijk op 1 januari 2022), was het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening. kortweg Interimverordening, te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden; dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. De Ontwerp Omgevingsvisie en de Ontwerp Interimverordening hebben in de periode van 22 september tot en met 2 november 2020 ter inzage gelegen. In die periode kon iedereen die dat wilde reageren door een zienswijze in te dienen. Er is gedurende deze periode ook een hoorzitting georganiseerd. Op basis van de 173 ingekomen zienswijzen is een Nota van Beantwoording opgesteld. Hierin zijn op basis van de zienswijzen diverse wijzigingsvoorstellen voor de Ontwerp Omgevingsvisie en Interimverordening opgenomen. Na vaststelling door Provinciale Staten is de inwerkingtreding van de definitieve Omgevingsvisie en Interimverordening voorzien op 1 april 2021. n.v.t. Ter ondersteuning van de visievorming en de besluitvorming over de Omgevingsvisie en -verordening hebben wij een milieueffectrapport (planMER) laten opstellen. Deze hebben Gedeputeerde Staten op 17 maart 2020 in definitieve vorm vastgesteld.
Totstandkomingsproces aanvullen met de periode van terinzagelegging.
Afbeelding tijdlijn aanpassen aan langere looptijd project als gevolg van uitstel Omgevingswet én opstellen extra Omgevingsverordening. Alinea “Milieueffectrapport” aanvullen met processtappen na ter inzage legging en wat met zienswijzen en advies van de Commissie m.e.r. is gedaan.
En En Het PlanMER leggen we tegelijkertijd met de beide Ontwerpen ter inzage.
Leeswijzer
n.v.t.
Het planMER is tegelijk met de beide Ontwerpen ter inzage gelegd. Ook heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage een toetsingsadvies gegeven op het planMER. De Commissie is van oordeel dat het planMER de essentiële informatie bevat om een besluit te nemen over de Omgevingsvisie, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. Op de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Commissie is een reactie gemaakt. Dit heeft niet geleid tot een aanvulling op het planMER of wijziging in de teksten van de Ontwerp Omgevingsvisie en Interimverordening. n.v.t.
Leeswijzer
De Omgevingsvisie bevat meerdere kaarten. In hoofdstuk 2 (Visie) zijn kaarten opgenomen voor de Utrechtse kwaliteiten, de positionering van Utrecht in Midden Nederland en de hoofdlijnen van de
De Omgevingsvisie bevat meerdere kaarten. In hoofdstuk 2 (Visie) zijn kaarten opgenomen voor de Utrechtse kwaliteiten, de positionering van Utrecht in Midden Nederland en de hoofdlijnen van de provinciale visie op de ontwikkeling tot 2050. In hoofdstuk 5
De leeswijzer wordt op basis van ingediende zienswijzen verplaatst naar het einde van hoofdstuk 1. Op basis van ingediende zienswijzen wordt verduidelijkt wat de term ‘indicatief’ betekent.
15
provinciale visie op de ontwikkeling tot 2050. In hoofdstuk 5 (Gebieden) is een aantal uitsneden van deze visiekaart opgenomen. De kaarten in hoofdstuk 4 (Beleid) bieden een meer gedetailleerde uitwerking van het beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving op basis van de zeven beleidsthema’s.
Leeswijzer
De Omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/. Hier is de tekst te lezen en te doorzoeken en zijn de themakaarten en visiekaart gekoppeld aan de tekst. De digitale vindplaats van deze kaartlagen is ook opgenomen in bijlage 2 bij deze Omgevingsvisie, zodat de bestanden te downloaden zijn.
Leeswijzer
n.v.t.
(Gebieden) is een aantal uitsneden van deze visiekaart opgenomen. De aanduidingen op deze kaarten zijn indicatief. Dit betekent dat de aanduidingen bij benadering op de kaart zijn opgenomen. Bij de uitvoering van de Omgevingsvisie zal waar nodig een meer precieze ligging worden bepaald. Enkele aanduidingen zijn overgenomen uit de themakaarten van hoofdstuk 4. Het betreft bijvoorbeeld het stedelijk gebied en het Natuurnetwerk Nederland. De kaarten in hoofdstuk 4 (Beleid) bieden een meer gedetailleerde uitwerking van het beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving op basis van de zeven beleidsthema’s. Deze aanduidingen zijn grotendeels precies op de kaart weergegeven conform de geografische ligging ervan. De thematische kaartbeelden zijn aangevuld met collages die een impressie geven van de beoogde ontwikkelingen. De collages zijn tevens samengevoegd tot Panorama Utrecht 2050. De vetgedrukte tekstpassages in de betreffende hoofdstukken verwijzen naar de (legenda van de) bijbehorende kaartbeelden. De Omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/. Hier is de tekst te lezen en te doorzoeken en zijn de themakaarten en visiekaart gekoppeld aan de tekst. De digitale vindplaats van deze kaartlagen is ook opgenomen in bijlage 2 bij deze Omgevingsvisie, zodat de bestanden te downloaden zijn.
Bij een geconstateerd verschil tussen de pdf-versie en het digitale plan, is het digitale plan leidend. Zodra de Omgevingswet wordt ingevoerd, is de Omgevingsvisie te raadplegen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De vetgedrukte tekstpassages worden in het DSO opgenomen als hyperlinkjes.
Ter verduidelijking wordt op basis van ingediende zienswijzen een zin toegevoegd over de status van het digitale plan.
De Omgevingsvisie wordt voor de Omgevingswet t.z.t. ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgenomen. Er wordt vast aangegeven dat het digitale plan dan anders werkt.
16
2. Omgevingsvisie: Visie 2.1 Kwaliteiten, opgaven en positionering Utrecht Kaart Utrechtse kwaliteiten Nr. 098, 163
Indieners Stichting Milieuzorg Zeist e.o., Werkgroep Natuurlijk Zeist-West
Samenvatting zienswijze Kijk voor de kaart met Utrechtse Kwaliteiten ook naar de (digitale) ‘Kwaliteitskaart’ uit de: ‘Visie Ruimte en Mobiliteit’ van de provincie Zuid-Holland. Hierin kan op basis van diverse ‘lagen’, zoals ‘Laag van de ondergrond’, ‘Laag van cultuur- en natuurlandschappen’, ‘Laag van stedelijke occupatie’, ‘Laag van de beleving’ en ‘Gebiedsprofiel grenzen’ op diverse relevante ruimtelijk kwaliteiten (letterlijk) worden ingezoomd. (98) De kaarten met kwaliteiten en positionering zijn erg onduidelijk. Is dit bedoeld voor toepassing richting bestemmingsplannen e.d.? Dan kan deze beter worden geschrapt. (163)
Reactie en eventuele aanpassing Dank voor deze feedback. Met de opgenomen kaart van Utrechtse kwaliteiten zijn de zeven thema's uit de Omgevingsvisie van een kwalitatieve duiding voorzien. De kaart positionering verbindt de visie van de provincie Utrecht aan haar omgeving. Aangezien de Omgevingsvisie alleen zelfbindend is, speelt deze geen rol richting gemeenten. Voor de doorwerking is de Interimverordening opgesteld. Zuid-Holland heeft samen met een stedenbouwkundig bureau een mooie en zeer uitgebreide kaartenreeks gemaakt waarin GIS-data zijn opgewerkt tot heldere kaarten. In Utrecht hebben we ervoor gekozen de visie 2050 op hoofdlijnen te formuleren en in kaart te brengen. In hoofdstuk 4 is dit vervolgens in een separate kaartenreeks verder uitgewerkt. Voor de eventuele doorontwikkeling hiervan zal gekeken worden wat geleerd kan worden van de aanpak van de provincie Zuid-Holland. Aanpassing in de visie: ter verduidelijking van de gekozen werkwijze en voor verbetering van de leesbaarheid van de kaarten zelf worden de titels van de 7 thema's toegevoegd aan de deelkaarten 5 t/m 17 in hoofdstuk 4.
Verbinding met NOVI Nr. 063
Indieners Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen
Samenvatting zienswijze Minister Ollongren heeft aangegeven dat het kabinet in aanvulling op de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie scherpere keuzes wil maken over de toekomstige ontwikkeling binnen het Stedelijk Netwerk Nederland, wil sturen op de vestiging van distributiecentra en wil werken aan een nationale strategie voor het landelijk gebied, zodat alle regio's optimaal benut worden. Ook heeft de minister aangegeven geen voorstander te zijn van het opofferen van landelijk gebied aan grootschalige zonnevelden en opgemerkt dat (grote) windmolens en -parken bij voorkeur op zee moeten worden gerealiseerd. Wat betekent dit kabinetsstandpunt voor de planning en implementatie van de Omgevingsvisie en hetgeen erin is opgenomen?
Reactie en eventuele aanpassing Deze uitspraken heeft de minister gedaan naar aanleiding van de bespreking en vaststelling van de NOVI. De NOVI is net als de Utrechtse Omgevingsvisie zelfbindend, in dit geval voor het Rijk. Wil de Minister dit kabinetsstandpunt door laten werken, dan zal ze dit in samenwerking met de andere overheden op moeten pakken, dan wel via algemene rijksregels door moeten laten werken. De uitspraken in de Utrechtse Omgevingsvisie zijn mede gebaseerd op afspraken met het Rijk rondom woningbouw (woondeal), energietransitie (RES'en), Klimaatakkoord, e.d. Dit is ook op die manier terug te vinden in de NOVI. Daarmee benoemt ook de NOVI de noodzaak van zonnevelden en windmolens op land (naast o.a. wind op zee en zon op dak). Het kabinet heeft niet aangegeven deze afspraken te willen herzien op basis van de uitspraken van de minister. Daarmee hebben deze uitspraken geen invloed op de Omgevingsvisie. Aanpassing in de visie: de verwijzing naar de Ontwerp NOVI vervangen door de verwijzing naar de vastgestelde NOVI.
17
Beschrijving opgaven Nr. 071
Indieners Staatsbosbeheer, provinciale Eenheid Utrecht
Samenvatting zienswijze Complimenten voor heldere opzet en de aandacht voor de vele transities van de komende jaren op het vlak van onder meer klimaat, energie, mobiliteit en landbouw. Doet recht aan de urgentie van de vele maatschappelijke opgaven in de provincie Utrecht. Het belang van richting en regie in het beleid van de provincie bij deze transities is evident. De complexiteit en de enorme hoeveelheid aandachtsgebieden vraagt om scherpe keuzes die nodig zijn om ook in de praktijk de problemen te kunnen aanpakken.
Reactie en eventuele aanpassing Dank voor deze ondersteuning. Als provincie willen wij deze rol graag pakken. Om deze rol te kunnen pakken hebben we een sturingsfilosofie, rolbeschrijving en uitgangspunten voor omgevingsbeleid opgenomen.
Samenvatting zienswijze De Omgevingsvisie kijkt goeddeels 30 jaar vooruit naar 2050, om vervolgens plannen te maken voor problemen die naar verwachting op die tijdshorizon gaan spelen. In het heden zijn er al voldoende problemen die naar een oplossing zoeken, met name de stikstofcrisis. Hier wordt geen oplossing voor geboden, het probleem wordt alleen vanuit de verschillende invalshoeken benoemt. Bovendien vindt hierover geen burgerparticipatie plaats.
Reactie en eventuele aanpassing De stikstofproblematiek is inderdaad benoemd in de Omgevingsvisie, waarbij aangegeven is dat dit opgepakt wordt via zowel generieke maatregelen, als een gebiedsgerichte aanpak. Een aanpak die gekoppeld wordt aan andere opgaven in de betreffende gebieden. De nadere invulling hiervan vindt in een programma plaats. De hoofdlijn hiervan is beschreven in de Omgevingsvisie. Zie verder ook paragraaf 4.7.1 en hoofdstuk 6 uit deze nota.
Stikstofcrisis als opgave Nr. 096
Indieners Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort
Aanpassing in de visie: In 2.2. bij thema 7 staat de opgave stikstof reeds genoemd. Onder keuze wordt de gebiedsgerichte aanpak opgenomen.
Klimaatverandering als opgave Nr. 116
Indieners Stichting Beter Zeist
Samenvatting zienswijze Vele ingrijpende ontwikkelingen komen op ons af. De meest algemene daarvan is klimaatverandering. Die zal de komende tientallen jaren doorgaan, ook al zouden de emissies van broeikasgassen gaan dalen. Er zijn grote effecten van de klimaatverandering te verwachten op de economie, het landgebruik, de samenleving en de mens. Alleen al de coronacrisis laat zien wat een enkel virus voor effecten op samenleving en mens kan hebben.
Reactie en eventuele aanpassing Klimaatverandering heeft inderdaad effect op veel aspecten van onze samenleving. Om die reden is het opgenomen in één van de zeven samenhangende thema’s en werkt het door in diverse andere thema’s.
Samenvatting zienswijze Indiener betreurt het dat bij de Utrechtse kwaliteiten (p. 16) de natuur niet expliciet genoemd wordt. Natuur is in de ogen van de indiener een belangrijke kwaliteit van de provincie, denk aan het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.
Reactie en eventuele aanpassing In de afbeelding op pagina 16 is natuur inderdaad niet expliciet als kwaliteit opgenomen, omdat daar de Utrechtse kwaliteiten gezamenlijk benoemd worden. In de tekst van de visie is uitgelegd wat onder Utrechtse kwaliteiten wordt verstaan en daar is natuur expliciet opgenomen, omdat ook de provincie van mening is dat dit een belangrijke kwaliteit van de provincie is.
Utrechtse kwaliteiten Nr. 114
Indieners Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen Leersum
18
Onderliggend uitgangspunt van groei Nr. 116
Indieners Stichting Beter Zeist
Samenvatting zienswijze Zorgen over het onderliggende uitgangspunt van het (extra) faciliteren van de economische en bevolkingsgroei. Dat betekent meer bedrijven, werkgelegenheid, huizen, distributiecentra, wegen, drukte en overlast, windmolens, zonnevelden etc. De keerzijde van extra investeren in de randstad, de provincie Utrecht en de regio Utrecht is een verdere aantasting van open ruimte, groen, rust en een prettige woon- en leefomgeving. Inwoners willen dat niet, dat blijkt ook uit enquêtes en onderzoeken: natuur staat op de eerste plaats en werkgelegenheid pas op plaats 10.
Reactie en eventuele aanpassing PS hebben met het Koersdocument Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in 2018 besloten tot het faciliteren van de voorspelde groei. Het is ook een keuze die het Rijk maakt. Het Rijk geeft in de NOVI aan dat elke regio haar eigen (groei)opgave moet faciliteren. Omdat de inwoners natuur en duurzaamheid belangrijk vinden, is in de Omgevingsvisie aangegeven dat de gezonde en veilige leefomgeving centraal staat én dat bij de ontwikkelingen groen mee moet groeien. Ook stelt de provincie kwalitatieve voorwaarden aan de ontwikkelingen. Daarmee wordt zowel de opgave een plek gegeven, als dat er gewerkt wordt aan een goede woon- en leefomgeving van de huidige en toekomstige bevolking.
Praktische vertaling opgaven Nr. 129
Indieners Regio Amersfoort
Samenvatting zienswijze Een punt van aandacht was en is de stapeling van ambities versus de grenzen aan meervoudig ruimtegebruik. Ruimte is eindig en ambities niet, dat begrijpen we. Maar in de praktische vertaling naar ruimtelijke ontwikkeling moeten keuzes worden gemaakt. Wij vragen in dat kader maatwerk.
Reactie en eventuele aanpassing De provincie gaat via samenwerking en programma's uitvoering geven aan de Omgevingsvisie. Dit wordt ondersteund door regels in de (Interim) Omgevingsverordening. In deze samenwerking en programma's is de provincie voornemens gebiedsgericht te werken. Daarmee is maatwerk naar gebied mogelijk. Aanpassing in de visie: Bij de toelichting op samenwerken in H6 ook de begrippen gebiedsgericht en maatwerk opnemen. Gebiedsgericht werken staat al in de begrippenlijst. Maatwerk wordt hier voor de volledigheid aan toegevoegd.
2.2 Utrecht 2050 Verbinding kwaliteiten en opgaven Nr. 035, 084, 091, 096, 097, 098, 116, 173
Indieners Particulier, Werkgroep Biodiversiteit Buitengebied gemeente Zeist, Kracht van Utrecht, Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort, Particulier, Stichting Milieuzorg Zeist e.o.,
Samenvatting zienswijze De Ontwerp Omgevingsvisie is een (te) ambitieus plan: bouwen van huizen, wegen aanleggen of verbreden, verduurzaming en energieopwekking, natuur, landbouw. Is er wel genoeg ruimte in de provincie Utrecht om al deze plannen te realiseren? (035, 173) De Omgevingsvisie is vooral mensgericht en er ontbreekt de opgave 'het redden van het Klimaat en de Biodiversiteit'. Zet dit bovenaan en actualiseer de ambities en doelstellingen naar aanleiding van het recent vastgestelde Europees en landelijk beleid hiervoor. (084) Benoem in visie en verordening de ‘sense of urgency´ inzake de klimaatopgave en de klimaatopgave als randvoorwaarde en werk dat uit in een programma voor 2021- 2030 en daarna. (091) De Omgevingsvisie heeft een sterk economisch karakter. Een Omgevingsvisie dient zich echter te richten op de veiligheid van de fysieke leefomgeving en daaruit voortvloeiend de gezondheid van de burgers. Hiervoor moeten het
Reactie en eventuele aanpassing In het Koersdocument Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hebben PS op 10 december 2018 vastgelegd dat zij in de periode tot 2050 volledig willen voldoen aan de ruimtevraag voor verstedelijking. Zij kiezen ervoor om deze ruimtevraag op een duurzame wijze te accommoderen: met voorrang binnenstedelijk en nabij OV-knooppunten, zodat het extra ruimtebeslag zo beperkt mogelijk zal zijn. Ook voor duurzame energie hebben PS met dit besluit vastgelegd dat ze de ambitie hebben dat op termijn in de provincie de benodigde duurzaam energie opgewekt wordt. Daarnaast hebben PS in het Koersdocument diverse andere ambities uitgesproken, onder andere voor de groene, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en voor bodem, water en klimaat. In de Omgevingsvisie is in samenhang invulling gegeven aan al deze ambities.
19
Stichting Beter Zeist, Particulier
Natuurnetwerk en de Natura 2000 gebieden meer uitgangspunt van de visievorming zijn. Het denken uit het belang van de natuur wordt steeds meer noodzaak. Daarbij kunnen economie en natuur elkaar versterken om te komen tot een hoog niveau van leefbaarheid. (096) Door de woningbouwopgave en energieopwekking door windturbines en zonnevelden ontstaat een grote ruimtedruk. Die heeft gevolgen voor de natuur en stiltegebieden, particulier landgoedeigenaren en andere terreineigenaren in de provincie Utrecht. (097) Zijn de per thema gegeven ‘opgaven’ ook echt samen met elkaar te realiseren, dus zonder dat daardoor de ‘Utrechtse Kwaliteiten’ en dan in het bijzonder de kwetsbare waarden wezenlijk worden aangetast? In de ‘Plan-MER’ is aangegeven dat het tegemoet komen aan alle opgaven voor wonen, werken en energie, naar verwachting een negatief effect heeft op met name de kwaliteiten van de ‘Utrechtse Landschappen’. Indiener is het daarmee eens en verzoekt om te kiezen voor een duurzame ontwikkeling, bijvoorbeeld op basis van het model van de ‘doughnut economics’. En dat met bijzondere aandacht voor zowel een inclusieve samenleving, als de grenzen die de aarde/natuur/biodiversiteit aan bepaalde ontwikkelingen stelt. En met in het bijzonder aandacht voor de ‘Utrechtse landschappen’, inclusief ook bijhorende natuurlijke (eco)systemen.
(098) Het onderliggende uitgangspunt is het (extra) faciliteren van de economische en bevolkingsgroei. Dit gaat de leef- en woonomgeving van de bevolking bedreigen en aantasten. Een onderliggende aanname is dat alles met elkaar valt te combineren, vrijwel zonder verlies van kwaliteiten en waarden. Indiener deelt die aanname niet en pleit voor duidelijker keuze voor een duurzame samenleving en omgeving. (116)
Daarbij is niet de keuze gemaakt om één thema of ambitie centraal te stellen of randvoorwaardelijk te maken, noch om vanuit één ontwikkelingsmodel de visie te formuleren. Er is voor gekozen om alle ambities in samenhang op te nemen en uit te werken. Wel is hierbij de gezonde en veilige samenleving als rode draad gehanteerd. Dit is inclusief thema’s als circulariteit, inclusiviteit en duurzaamheid. De samenhangende aanpak zorgt er voor dat in alle thema’s ook vanuit dit oogpunt geredeneerd wordt. Dit zorgt er voor dat duurzaamheid niet alleen gaat over de al aanwezige kwaliteiten, maar bijvoorbeeld ook over het vinden van een betaalbare woning. En dit zorgt er voor dat leefbaarheid niet alleen gaat over de directe leefomgeving, maar bijvoorbeeld ook om het mee ontwikkelen van verderaf gelegen recreatief groen via Groen groeit Mee. Alle doelen tezamen kunnen inderdaad spanning opleveren. Om die reden zijn de uitgangspunten voor omgevingskwaliteit geformuleerd die bij het werken aan de doelen uit de visie altijd centraal zullen staan. Deze kunnen ter verduidelijking ook in hoofdstuk 2 benoemd worden. Het invulling geven aan de ambities en opgaven zal ruimte innemen waar voorheen andere opgaven of kwaliteiten een plek hadden.