CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst_Toelichting.pdf

Raadscommissie gecombineerd 15 juni 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Woongebied Meglo, voormalige Kwekerij Venhorst18.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een passende beoordeling wordt opgesteld als effecten op Natura 2000 gebieden mogelijk significant zijn, bijvoorbeeld ten gevolge van een te hoge stikstofdepositie. In 4.8 wordt toegelicht dat dit hier niet het geval is. Gelet op de geringe omvang van het plan, ruim onder de drempelwaarde (2.000 woningen) en de ligging van het plan, worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het milieubelang wordt in het kader van het bestemmingsplan in navolgende paragrafen in voldoende mate afgewogen. Een nadere beoordeling in een m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk. Volstaan kan worden met het opstellen van een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling (ook wel vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd). Deze verplichting vloeit voort uit het Besluit m.e.r.. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet: Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de (vergunning)aanvraag voegen. Voor het huidig initiatief is een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 4. Uit deze m.e.r. beoordeling wordt geconcludeerd dat geen m.e.r.-plicht aan de orde is.

4.2

Geluid

De mate waarin geluid het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Op basis van de Wet geluidhinder zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden, namelijk: wegverkeerslawaai railverkeerslawaai industrielawaai In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en bedrijven of inrichtingen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of bedrijven worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. TAUW heeft akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de voorgenomen herontwikkeling van de planlocatie (voor het volledige rapport zie Bijlage 5). Het akoestisch onderzoek dient om de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende doorgaande wegen, de aanwezige school en het sportpark inzichtelijk te maken. Railverkeer is niet aanwezig in de nabijheid van het plangebied. 26 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

4.2.1

Wegverkeerslawaai

Wettelijk kader In de Wet geluidhinder is bepaald dat iedere weg een geluidzone heeft, met uitzondering van 30 km / uur wegen en woonerven. De breedte van de zone wordt bepaald door het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Wanneer binnen een geluidzone van de weg nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen plaatsvinden (zoals woningbouw), dient middels een akoestisch onderzoek de geluidbelasting te worden bepaald. De normstelling in de Wet geluidhinder bestaat uit een voorkeursgrenswaarde en een maximale ontheffingswaarde. Als de berekende geluidbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde dan vormt de bron geen belemmering voor het plangebied. Voor een berekende geluidbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximale ontheffingswaarde is nieuwbouw alleen mogelijk wanneer ontheffing wordt verleend door Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het geluidbeleid van de gemeente. In het geval dat de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dient de betreffende gevel als een dove gevel te worden uitgevoerd. Een dergelijke gevel heeft geen te openen delen in geluidgevoelige ruimtes, waardoor toetsing aan de geluidnormen niet is vereist.

Resultaten onderzoek Voor de Wet geluidhinder zijn de Beuningstraat, de Hollandseweg, de Julianaweg, de Landerweg en de Nieuweweg gezoneerde wegen voor zover deze (delen van) wegen zijn gelegen buiten de bebouwde kom. Voor deze wegen dient de te verwachten geluidbelasting op de gevels van de nieuw te realiseren woningen te worden onderzocht en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De nieuw te realiseren woningen zijn ook gelegen binnen de invloedssfeer van een aantal 30 km/uur wegen. Het gaat daarbij om de delen van de Hollandseweg, de Julianaweg en de Nieuweweg die zijn gelegen binnen de bebouwde kom. In de Wet geluidhinder heeft een 30 km/u weg wettelijke geen geluidzone, waardoor er geen formeel toetsingskader is. De geluidbelasting vanwege het verkeer op deze wegen moet wel worden beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Toetsing van deze wegen heeft plaatsgevonden aan de richt- en grenswaarden van de Wet geluidhinder. Uit de resultaten volgt dat alleen vanwege het verkeer op de Julianaweg sprake is van een geluidbelasting van 50 dB, gering hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Omdat het hier het deel van de Julianaweg waarvoor een snelheid van 30 km/uur geldt betreft, hoeft met betrekking tot de Julianaweg geen hogere grenswaarde te worden vastgesteld.

De geluidbelasting vanwege het verkeer op de in het onderzoek betrokken wegen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. 4.2.2

Industrielawaai

4.2.2.1 Wettelijk kader Bedrijfsactiviteiten worden in het algemeen getoetst aan het Activiteitenbesluit. Omdat het hier gaat om nieuwe woningen (niet zijnde bedrijven), is het Activiteitenbesluit niet van toepassing. In deze situatie gaat het om de realisatie van nieuwe woningen gesitueerd op korte afstand van inrichtingen. Deze inrichtingen mogen niet in hun bestaande bedrijfsvoering worden beperkt, waardoor in het kader van het ruimtelijk spoor wel het stappenplan vanuit de VNG dient te worden gevolgd. Dit is een richtlijn, geen juridisch bindend kader. Gemotiveerd kan worden afgeweken van de richtlijn, mits sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het stappenplan van de VNG bestaat uit 3 stappen. Bij stap 1 wordt in dit geval een richtafstand van 50 meter gehanteerd. Omdat een deel van de nieuwe woningen binnen 50 meter gesitueerd zijn, moeten berekeningen aantonen dat voldaan wordt aan stap 2 dan wel stap 3. Wanneer aan de richtwaarden van stap 2 voldaan wordt, is het geven van vrijstelling mogelijk. Wanneer aan de richtwaarden van stap 3 voldaan wordt, is het geven van vrijstelling eveneens mogelijk, maar moet gemotiveerd worden waarom deze geluidbelasting in deze concrete situatie acceptabel is. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal vrijstelling doorgaans niet mogelijk zijn.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 27

4.2.2.2 Resultaten onderzoek Een deel van de nieuw te realiseren woningen grenst direct aan of is gelegen op korte afstand van basisschool Sint Martinus en/of de voetbalvelden van SVGG. Om te kunnen beoordelen of ter plaatse van de binnen het plan nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is de geluiduitstraling van zowel de basisschool als de voetbalvereniging inzichtelijk gemaakt. Het betreft hier zowel het stemgeluid van de buitenspelende kinderen als het stemgeluid van spelers, trainers, scheidsrechter en publiek en het geluid van de omroepinstallatie op het veld. Ook is rekening gehouden met het verkeer dat van en naar de voetbalvelden rijdt. Basisschool Uit de resultaten volgt dat het gemiddelde geluid veroorzaakt door de buitenspelende kinderen op de gevels van de nieuw te realiseren woningen voldoet aan de richtwaarden van de VNG. Uit de resultaten volgt ook dat de piekgeluiden veroorzaakt door de buitenspelende kinderen op de gevels van de nieuw te realiseren woningen ten hoogste 69 dB(A) bedragen.

Omdat de piekgeluiden die optreden op de gevels van de bestaande woningen fors hoger zijn dan de piekgeluiden die optreden op de gevels van de nieuw te realiseren woningen, het treffen van maatregelen in de vorm van het aanbrengen van schermen rondom de school niet wenselijk is en de buitenspeeltijd beperkt is, achten wij de piekgeluiden veroorzaakt door het stemgeluid van de buitenspelende kinderen op de gevels van de nieuw te realiseren woningen acceptabel. Daarbij draagt de aanwezigheid van de school bij aan de algehele leefbaarheid van het dorp Megchelen. Voetbalvereniging Uit de resultaten blijkt dat zowel de gemiddelde geluidbelasting (ten gevolge van onder meer stemgeluid en het gedurende korte perioden het afspelen van muziek via de muziekinstallatie) als de piekgeluiden (ten gevolge van met name het fluitje van de scheidsrechter) niet voldoen aan stap 3. Opgemerkt wordt dat dit bij de reeds bestaande woningen eveneens het geval is. Bij de gemeente zijn geen meldingen bekend ten aanzien van overlast als gevolg van de activiteiten bij de voetbalvereniging. Omdat niet voldaan wordt aan stap 3 zijn maatregelen overwogen. Het plaatsen van een 3 meter hoog geluidscherm, direct grenzend aan het voetbalveld, zorgt ervoor dat de geluidbelasting op begane grond niveau flink gereduceerd wordt.

Een scherm van 8 meter hoog zorgt aanvullend voor reductie van de geluidniveaus op de verdieping, maar ook daarmee worden de richtwaarden van stap 3 niet behaald. Geconcludeerd wordt dat een scherm van 8 meter niet wezenlijk bijdraagt aan een verbetering van de woonkwaliteit in vergelijking met een 3 meter hoog scherm. Daarbij is een 8 meter hoog scherm niet gewenst vanuit landschappelijk- en stedenbouwkundig oogpunt. Vanuit het project wordt een scherm van 3 meter gerealiseerd aan de noord- en westzijde van de voetbalvereniging. Aanvullend worden de woningen met een te hoge geluidbelasting verplicht om een warmte-terug-win installatie te plaatsen. Deze installatie zorgt voor een continu binnenklimaat wat gezuiverd wordt. Hierdoor is het ventileren van woningen door het openen van ramen niet noodzakelijk. Op momenten dat de geluidbelasting te hoog is, kunnen ramen daardoor worden gesloten. Goed woon en leefklimaat Met de bovenstaand beschreven maatregelen wordt voldaan aan: Een goed woon- en leefklimaat op begane grond niveau, zowel in de binnen- als buitenruimte Een goed woon- en leefklimaat op de verdieping als gevolg van de WTW installatie Het plaatsen van het scherm en de WTW installaties zorgen zodoende voor een adequate oplossing en reductie van de geluidbelasting.

Aanvullend wordt opgemerkt dat de activiteiten van de voetbalvereniging gedurende beperkte perioden plaatsvinden. De reeds bestaande woningen kennen op dit moment een aanmerkelijk slechtere woonsituatie dan de nieuw te realiseren woningen, uitgaande van de situatie dat aan de noord- en westzijde van de voetbalvelden een geluidscherm met een hoogte van 3,0 meter wordt geplaatst en dat de woningen een WTW-installatie krijgen. Met een WTW-installatie is er sprake van een veel betere geluidisolatie dan bij (het merendeel van) de reeds bestaande woningen. Daarbij worden veel van de nieuw te realiseren woningen op grotere afstand gerealiseerd dan de reeds bestaande woningen. De 28 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

reeds bestaande woningen aan de noordzijde van de voetbalvelden hebben door het plaatsen van het scherm eveneens profijt van deze maatregel. Deze bewoners zullen ook een lagere geluidbelasting ervaren. 4.2.3

Conclusie

Het uitgevoerde onderzoek toont aan dat sprake is van hoge geluidbelastingen veroorzaakt door het buiten spelen van de basisschool kinderen en de activiteiten op het sportveld. Met name het gebruik van de geluidinstallatie zorgt voor een hoge geluidbelasting op de nieuw woningen. De hoogte van de geluidbelasting komt globaal overeen met de geluidbelasting op de bestaande woningen die eveneens op korte afstand van de instellingen aanwezig zijn. Daarnaast is het een feit dat geen alternatieve locaties voor het huidig plan in Megchelen aanwezig zijn voor woningbouw én er een duidelijke behoefte is aan woningbouw binnen het dorp. Doordat de woningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit wordt gegarandeerd dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor acceptabele geluidniveaus in binnenruimten. Door het plaatsen van een 3 meter hoog geluidscherm én de verplichting op te nemen van het plaatsen van een WTW installatie in de woningen met een te hoge geluidbelasting, wordt zowel in de binnen- als buitenruimte gezorgd voor een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat het plan hiermee uitvoerbaar is voor het thema geluid.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

4.3.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (2009) gehanteerd worden om de afstand te bepalen tussen woningen en de verschillende milieucategorieën van bedrijven. Deze afstemming beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Voor verschillende milieucategorieën zijn richtafstanden weergegeven. De milieucategorieën zijn ingedeeld in een range van 1 tot en met 6. Bedrijven met categorie 1 hebben een kleine hindercirkel. Categorie 6 bedrijven zijn in het algemeen zware industriële bedrijven met relatief grote hindercirkels. De hindercirkels zijn weergegeven in richtlijnen. Door het treffen van maatregelen kan het zijn dat de werkelijke hinderafstand kleiner is dan de afstanden uit de richtlijnen. Er kan dan ook gemotiveerd worden waarom wordt afgeweken van de richtlijnen. Omgevingstype Om over een gebied een milieuzonering te kunnen leggen, moet eerst de gevoeligheid van een gebied worden bepaald.

De gevoeligheid van een gebied wordt bepaald door het omgevingstype. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in twee omgevingstypen, namelijk 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Rustige woonwijk / rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. De richtafstanden bij dit omgevingstypen zijn opgenomen in tabel 5.1. Gemengd gebied Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Bij een gemengd gebied mogen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (zie tabel 4.1). In tabel 4.1 zijn de richtafstanden voor beide omgevingstypen weergegeven.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 29

Tabel 4.1: Richtafstanden per omgevingstype Milieucategorie

Richtafstand tot rustige woonwijk Richtafstand tot gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

4.3.2

Situatie plangebied

De omgeving waarin het plangebied zich bevindt, wordt beschouwd als een 'rustige woonwijk / rustig buitengebied'. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich diverse functies die raakvlakken hebben met het plangebied, namelijk: Basisschool Sint Martinus aan de Sportlaan 2 Voetbalvereniging SVGG aan de Rekenkamer 6 Boom en plantenkwekerij Venhorstplan gelegen aan de Julianaweg 37a (niet te verwarren met de initiatiefnemer Louis Venhorst en Zonen) Tillman chemische bouwstoffen gelegen aan de Julianaweg 12 De effecten van de basisschool en de voetbalvereniging zijn onderzocht in het geluidonderzoek (paragraaf 4.2). Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de overige bedrijven. Tillman chemische bouwstoffen Het bedrijf Tillman produceert hulpstoffen voor beton en mortel en valt in de VNG-handreiking onder categorie 4.1, overige chemische productenfabriek. De richtafstand hiervoor bedraagt 200 meter. Deze contour overlapt een groot deel van het plangebied (zie figuur 4.1). Om de daadwerkelijke milieueffecten te kunnen beoordelen is vervolgens de huidige milieuvergunning van het bedrijf opgevraagd en beoordeeld. Hieruit komt naar voren dat geluid de kritische parameter is wat betreft milieu-effecten. Bij de milieuvergunning hoort ook een geluidonderzoek.

Hieruit komt naar voren dat het bedrijf op alle in het onderzoek meegenomen woningen voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De afstand tussen de nieuw te realiseren woningen en Tillman is nagenoeg gelijk met de woningen die in de vergunning als toetswaarden zijn vastgelegd. Op de bestaande woningen wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Geconcludeerd wordt dat dit voor de woningen van met name Erve Brack, de meest nabij gesitueerde woningen in het plangebied, eveneens het geval is. De andere nieuw te realiseren woningen zijn gelegen op grotere afstand van het bedrijf en daarmee niet relevant. Geconcludeerd wordt dat Tillman geen belemmering is voor de nieuw te realiseren woningen. En eveneens dat het bedrijf niet wordt belemmerd door de komst van de woningen. Venhorstplant Boom- en plantenkwekerij Venhorstplant is ten noorden van het plangebied gelegen. De kwekerij grenst rechtstreeks aan het Arboretum. Het bedrijf valt in categorie 2 met een maximale richtafstand van 30 meter. In figuur 4.1 is de contour van het bedrijf geprojecteerd op het plangebied. Binnen deze contour ligt met name de groen bestemming. Een beperkt deel van de contour ligt over de recreatiebestemming, maar omdat hier geen sprake is van permanente bewoning, is aanvullend onderzoek hiernaar niet noodzakelijk.

Bij Villa Nieuw Berkenhof overlapt de contour de tuin, maar niet het bouwvlak, waardoor de 30 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

woning buiten de richtafstand blijft en beperkingen uitgesloten zijn.

Figuur 4.1: Milieuzonering in directe omgeving van Park Meghlo.

4.3.3

Conclusie

Delen van het plan bevinden zich binnen de contouren van Tillman en Venhorstplant. De beoogde ontwikkellocaties voor woningen binnen deze contour beperken de bedrijfsvoering van beide bedrijven niet. Uit een analyse van de milieuvergunning van het bedrijf Tillman blijkt dat het bedrijf een geluidbelasting kent die onder de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit ligt op bestaande woningen die op eenzelfde afstand liggen als de nieuw te realiseren woningen. Dit betekent dat Tillman geen belemmering vormt voor de nieuwbouw en andersom dat Tillman ook niet belemmerd wordt door de nieuwbouw. De overlap van het plangebied bij Venhorstplant blijft buiten de woonbestemmingen, waardoor ook dit geen knelpunten oplevert. Geconcludeerd wordt dat de nieuwbouw uitvoerbaar is wat betreft bedrijvenen milieuzonering.

4.4

Bodem

4.4.1

Wettelijk kader

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 31

4.4.2

Situatie plangebied

Om de voorgenomen planontwikkeling mogelijk te maken op de voormalige bedrijfslocatie is door Tauw in 2022 een vooronderzoek bodem uitgevoerd (zie Bijlage 6). Uit het onderzoek komt naar voren dat de bodem onverdacht is op het voorkomen van een sterke bodemverontreiniging. Wel zijn enkele verdachte deellocaties aanwezig, zoals de puinpaden (mogelijk asbest), de opslagloods waar in het verdere verleden gewasbestrijdingsmiddelen hebben gestaan en enkele locaties waar (inmiddels gesaneerde) opslagtanks hebben gelegen. Om de woningbouw mogelijk te maken is aanvullend een verkennend bodemonderzoek (zie Bijlage 7) uitgevoerd waarbij de huidige kwaliteit van grond en grondwater zijn bepaald. Hieruit is naar voren gekomen dat de kwaliteit van grond en grondwater geschikt is voor het realiseren van woningen en verkrijgen van een bouwvergunning. De conclusies uit het vooronderzoek, de locatie is onverdacht, worden hiermee bevestigd. 4.4.3

Conclusie

Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt de onderzoekslocatie onverdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Deze conclusie is bevestigd tijdens het verkennend bodemonderzoek waarbij de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn vastgesteld. Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is voor het thema bodem.

4.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologisch erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde 'veroorzakerprincipe'. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt, financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. 4.5.1

Archeologisch bureauonderzoek

Transect b.v. heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Bijlage 8) in het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een hoge verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd aan de hand van de gemeentelijke kaarten. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een terrasrest-rug met rivierduin, waarop bewoning mogelijk is geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. In de omgeving van het plangebied zijn reeds vindplaatsen bekend op deze afzettingen die dateren vanaf de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen. Het plangebied bevindt zich bovendien in het buitengebied van Megchelen waar verscheidene erven bekend zijn uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. 4.5.2

Inventariserend veldonderzoek archeologie

Naar aanleiding van het bureauonderzoek is vervolgens een inventariserend veldonderzoek verricht (Bijlage 9). Hierbij zijn verspreid over het terrein boring verricht om vast te stellen of de ondergrond nog intact is waarmee kans is op aanwezige archeologie. Geconcludeerd wordt dat delen van het terrein reeds verstoord zijn. De archeologische verwachting is op basis hiervan bijgesteld. Op overige delen is de verwachtingswaarde gehandhaafd. Het onderzoek heeft voor de verschillende deelgebieden waar werkzaamheden plaatsvinden, maximale verstoringsdiepten aangegeven. In de regels van het bestemmingsplan zijn deze vrijstellingsdiepten vastgelegd. Daar waar dieper gegraven moet worden, zal bij vergunningverlening een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. In figuur 4.2 is de vastgestelde verwachtingswaarde van het plangebied weergegeven.Deze kaart is eveneens als bijlage opgenomen bij de regels van het bestemmingsplan.

32 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

Figuur 4.2: Verwachtingswaardekaart archeologie 4.5.3

Conclusie

Voor het plangebied is vastgesteld dat voor een deel van het plangebied sprake is van een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de Paleolithicum – Nieuwe tijd. Deze resten worden verwacht vanaf maaiveld in de top van de rivierduin en de top van rivierkleiafzettingen. Figuur 4.2 toont de diverse zones met verwachtingen voor het plangebied. Door bedrijfsactiviteiten (afgraven gronden en nieuwe gronden) hebben er op nagenoeg het gehele terrein verstoringen tot circa 1 meter onder maaiveld plaatsgevonden. De archeologische verwachting is daarmee gedaald, het verkennend booronderzoek zal deze hypothese bevestigen of ontkrachten. De consequenties hiervan worden opgevolgd tijdens de planontwikkeling. Voorlopig is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen waarmee geregeld is dat het graven in de grond slechts mogelijk is wanneer archeologisch onderzoek is uitgevoerd en aantoonbaar maakt dat geen verstoringen plaatsvinden.

4.6

Water

Voor de herontwikkeling van het plangebied is het noodzakelijk een watertoetsproces te doorlopen ten behoeve van het bestemmingsplan (het rapport met de watertoets is toegevoegd als Bijlage 10). De toepassing van het watertoetsproces vindt plaats op basis van bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Waterbeleid 21e eeuw (2001) en het laatst (her)bevestigd in het Nationaal Bestuursakkoord Water Actueel (2008). In deze verschillende bestuursakkoorden hebben partijen onderling afgesproken dat de watertoets van toepassing is op alle ruimtelijke plannen. Het doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 33

4.6.1

Plangebied

Het plangebied kent relatief weinig verhard oppervlak doordat het in gebruik is als kwekerij. In de toekomstige situatie blijft dit groen en onverhard karakter grotendeels bestaan. Uiteraard wordt verharding toegevoegd in de vorm van woningen en verhardingen voor wegen. Deze worden ook grotendeel middels halfverhardingsmateriaal vorm gegeven.Netto vindt een toename van verhard oppervlak plaats in vergelijking met de huidige situatie. Het is niet aannemelijk dat de toename van het verharde oppervlak tot grote risico's op wateroverlast leidt omdat er veel groen aanwezig is in de toekomstige situatie en de ondergrond goed doorlaatbaar is. Op deze manier kan er veel water infiltreren in het onverharde gebied. Figuur 4.3 geeft het verschil in verharding tussen de huidige en toekomstige verhardingssituatie.

Figuur 4.3: Totale oppervlak teverdeling binnen het plangebied (in m2) voor de huidige en toekomstige situatie. Negatieve waarde (-) geven een afname in oppervlak aan. Volgens de regels vanuit Waterschap Rijn en IJssel dient binnen het plangebied minimaal een bui van 55 mm per vierkante meter verharding geborgen te kunnen worden. Op dit moment is het hemelwaterontwerp op hoofdlijnen vastgesteld. Op basis van het stedenbouwkundig plan en het beleid van het waterschap is bepaald hoeveel waterberging benodigd is. Bij een verhard oppervlak in de toekomstige situatie van circa 22.000 m2 hoort een totale bergingsopgave van ruim 1.200 m3. Door de indeling van het gebied en de bergingsvoorzieningen kan de bergingscapaciteit niet over het totaal worden bekeken, maar per deelgebied. Binnen het plangebied zijn diverse wadi's voorzien. Deze vangen een belangrijk deel van de bergingsopgave op. Binnen een aantal deelgebieden is de beschikbare openbare ruimte beperkt, waardoor er een bergingstekort ontstaat. Dit is met name het geval bij Erve Brack, het Middengebied en bij het Arboretum. Binnen de deelgebieden Erve Brack en Arboretum is voldoende ruimte beschikbaar op de ruime percelen om de waterberging van de betreffende woningen daar plaats te laten vinden. In het Middengebied kan het noodzakelijk zijn om berging onder de verharding te realiseren. Hier is voldoende ruimte voor.

Aanvullend moet voor nog 25 mm een robuuste bergingsoplossing worden gevonden. Dit wordt in een later stadium, richting uitvoeringsontwerp, uitgewerkt. Het gebied kent voldoende onverharde terreindelen om hier een passende oplossing voor te vinden. Uitwerking hiervan vindt plaats in een waterhuishoudingsplan wat wordt voorgelegd aan waterschap en gemeente voor goedkeuring. 4.6.2

Conclusie

Op basis van de watertoets wordt geconcludeerd dat binnen de planvorming voldoende rekening is gehouden met de wateraspecten. Nadere gedetailleerde uitwerking vindt plaats in het waterhuishoudingsplan. Dit plan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het waterschap en gemeente. Hierdoor kan worden voldaan aan de gestelde eisen en normen voor wat betreft waterhuishouding.

34 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

4.7

Ecologie

Het terrein is op dit moment in bedrijf als productielandschap van bomen en planten. Belangrijk nevenproduct van deze jarenlange productie is een ongekende rijkheid en diversiteit aan flora en fauna: waaronder loof- en naaldbomen, heesters en rhododendrons uniek in zijn soort. Uitgangspunt is dat de beoogde ontwikkelingen zo veel mogelijk worden ingepast in de bestaande ecologische waarden. Toegevoegde elementen in het park worden daar geplaatst waar het geen of zo min mogelijk gevolgen heeft voor de ecologische waarden. Voor het beschermen van de ecologische waarden moet worden voldaan aan de wetgeving. Maar alleen voldoen aan de wetgeving doet geen recht aan de bescherming van de bestaande ecologische waarden. In dit project zal niet alleen moeten worden gekeken naar beschermingsregime's en wettelijke bepalingen uit de Wet natuurbescherming, maar vooral ook aandacht voor verregaande zorgplicht en kansen voor het versterken van biodiversiteit. 4.7.1

Wet- en regelgeving

Op voorgenomen initiatief is wetgeving met betrekking tot de bescherming van de natuur van toepassing. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming) en de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming). Beide thema's zijn vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Aanvullend zijn ook specifieke houtopstanden beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. 4.7.1.1 Soortenbescherming In de wet is een aantal planten en dieren aangewezen als beschermd. Deze beschermde organismen mogen niet zonder reden in hun bestaan worden aangetast. Belangrijk is het feit dat beschermde organismen ook buiten natuurgebieden voorkomen. De wet maakt een onderscheid tussen licht en zwaar beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik dan wel van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, gelden voor sommige, licht beschermde soorten, de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming niet. Deze soorten zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht. Voor (zwaar) beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de Provincie Gelderland. 4.7.1.2 Gebiedsbescherming en stikstofdepositie Ruimtelijke projecten kunnen niet zonder meer worden gerealiseerd in beschermde natuurgebieden, zijnde Natura 2000 gebieden en gebieden onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Projecten die in de nabijheid van Natura 2000 gebieden worden geprojecteerd, dienen te worden getoetst op de mogelijke negatieve effecten die zij op deze gebieden kunnen hebben en of zij verstoring zullen veroorzaken (externe werking). Als sprake is van externe werking kan het noodzakelijk zijn dat bij de provincie (het bevoegd gezag) een vergunning in het kader van de gebiedsbescherming aangevraagd moet worden. Tevens kan door de bouw van de woningen een toename van stikstofdepositie ontstaan op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de kwetsbare natuur. Wanneer het plangebied buiten de begrenzing van de NNN is gelegen, is toetsing hieraan niet noodzakelijk. 4.7.2

Situatie plangebied

TAUW heeft in 2021 onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet Natuurbescherming voor de herontwikkeling van de projectlocatie (Bijlage 11). Hierbij is onderzocht welke onderdelen uit de Wet natuurbescherming hier relevant zijn en in hoeverre het gebied geschikt is voor beschermde soorten.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 35

4.7.2.1 Gebiedenbescherming Het plangebied is in Nederland gelegen, maar ligt op korte afstand van Duitse Natura 2000-gebieden (Hetter-Millinger Bruch op circa 440 meter). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied in Nederland is gelegen op circa 15 kilometer (Rijntakken). Verstoringsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring van de aanlegfase en gebruiksfase zorgen vanwege de afstand tot de Natura 2000-gebieden en lokale aard van de werkzaamheden met zekerheid niet tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. Effecten van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zijn niet uitgesloten. Om deze reden is een stikstofonderzoek verricht. De resultaten hiervan zijn opgenomen in paragraaf 4.9. Conclusie van dit onderzoek is dat voldaan wordt aan de Nederlandse en Duitse wetgeving op dit gebied. De projectlocatie ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt geen deel uit van een weidevogelgebied, ganzenrustgebied, natte landnatuur of Groene ontwikkelzone. De bomen in het plangebied zijn onderdeel van een kwekerij, waardoor deze onder de categorie kweekgoed vallen. Toetsing van eventuele effecten op beschermde houtopstanden is niet aan de orde, omdat bescherming van houtopstanden niet geldt voor kweekgoed (Wet natuurbescherming, artikel 4.1e).

Geconcludeerd wordt dat geen effecten plaatsvinden op beschermde gebieden en beschermde houtopstanden, waardoor de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is. 4.7.2.2 Soortenbescherming Flora en fauna De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op door de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Omdat het gebied een hoge natuurwaarde kent door het groene karakter van het gebied en het huidig gebruik als kwekerij, is het gebied geschikt voor diverse flora en fauna. In figuur 4.4 is de samenvatting van de resultaten van de toetsing van effecten op beschermde soorten uit de quickscan opgenomen. Nader onderzoek naar diverse soorten vindt plaats tijdens de voor de soort geschikte periode in 2022. Het aanwezige groen blijft ook na realisatie grotendeels in tact. Hierdoor ontstaan directe mogelijkheden om, bij het aantreffen van eventuele soorten, compensatie- danwel mitigatiemaatregelen te treffen. Wel is in dat geval een ontheffing benodigd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ontheffing moet zijn verkregen bij start van de daadwerkelijke werkzaamheden.

Gezien het groene karakter van het plangebied en het feit dat dit vrijwel geheel in tact blijft en waar mogelijk verder versterkt wordt door het treffen van maatregelen om de biodiversiteit te vergroten, wordt geconcludeerd dat het treffen van eventuele mitigerende maatregelen mogelijk is en het plan daarmee uitvoerbaar is.

36 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

Figuur 4.4: Samenvatting van resultaten toetsing effecten beschermde soorten

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 37

4.7.3

Conclusie

Zowel wat betreft gebiedenbescherming als soortenbescherming is het plan uitvoerbaar. Voor de beschermde natuurgebieden wordt voldaan aan de wettelijke restricties. Ten aanzien van soortenbescherming wordt geconcludeerd dat het plangebied geschikt is voor diverse soorten. Nader onderzoek hiernaar wordt uitgevoerd. Na afronding van de soortgerichte onderzoeken kunnen de benodigde maatregelen en/of de noodzaak van het aanvragen van een ontheffing concreet worden bepaald. De maatregelen kunnen aanpassingen van de uitvoeringsplanning en -wijze omvatten, evenals het inpassen van natuurfuncties in het voornemen. De consequenties uit het soortgerichte onderzoek worden opgevolgd. Gezien het behoud en waar mogelijk versterken van de groene structuren in het plangebied en de aard van het initiatief om flora en fauna te versterken, is het aannemelijk dat mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden en daarmee een eventueel benodigde ontheffing kan worden verkregen. Met het succesvol doorlopen van dit proces is het plan redelijkerwijs uitvoerbaar wat betreft ecologie.

4.8

Stikstof

4.8.1

Beleid

Na realisatie van activiteiten of projecten kunnen er bronnen zijn die stikstofoxiden (NOx) en/of ammoniak (NH3) emitteren. De stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komen uiteindelijk weer op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. Vooral in natuurgebieden kan stikstofdepositie een probleem zijn, omdat hierdoor de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen waardoor de biodiversiteit afneemt. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Het is verboden zonder vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming (Wnb-vergunning) projecten te realiseren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Een vergunning wordt uitsluitend verleend, indien de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Daarom dient voor nieuwe of gewijzigde projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een mogelijk significant effect door depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.

Een project dat netto meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op een of meerdere voor stikstofdepositie gevoelige hexagonen1 in een (naderend) overbelaste situatie2, heeft in potentie een significant effect waarvoor een Wnb-vergunning moet worden aangevraagd. Wanneer er sprake is van een toename in stikstofdepositie kan in een ecologische voortoets of passende beoordeling onderzocht worden of effecten daadwerkelijk op gaan treden als gevolg van het project en of deze de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten. Als blijkt dat de toename in stikstofdepositie niet leidt tot aantasting van het gebied kan het project alsnog doorgang vinden. Effecten op Duitse Natura 2000-gebieden dienen beoordeeld te worden conform Duitse wet- en regelgeving. Wanneer in Duitsland de stikstofdepositie voor een (concreet) project kleiner is dan 21,4 mol/N/ha/jaar (0,3 kg), dan is het project voor wat betreft stikstofdepositie toegestaan en kunnen effecten onder de Duitse beoordelingsmethode worden uitgesloten4. Dit geldt onafhankelijk van de staat van instandhouding en de vraag of de Kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is per 1 juli 2021 in werking getreden.

Als gevolg daarvan zijn bouw- en sloopwerkzaamheden en werkzaamheden voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk vrijgesteld van natuurvergunningsplicht voor het aspect stikstofdepositie. De vrijstelling omvat ook de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval en transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats alsmede eventuele tijdelijke omrijeffecten als gevolg van de werkzaamheden. De vrijstelling geldt voor tijdelijke stikstofemissies en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase.

38 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

4.8.2

Stikstofdepositie-onderzoek

Tauw heeft een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 12. Voor het berekenen van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2021. In de berekeningen zijn voor de plansituatie de emissies van NOx en NH3 van de relevante bronnen meegenomen uitgevoerd om de stikstofdepositiebijdrage van het project op de Natura 2000-gebieden in kaart te brengen. Het gaat hierbij om verkeersgeneratie van en naar de projectlocatie in de beoogde situatie. Uit de berekeningen volgt een maximale stikstofdepositiebijdrage voor de plansituatie op de in Nederland gelegen Natura 2000-gebieden van 0,00 mol/N/ha/jaar. Op het Duitse Natura 2000-gebied Hetter-Millinger Bruch wordt een maximale stikstofdepositiebijdrage berekend van 0,05 mol/ha/jaar. Deze resultaten blijven ruimschoots binnen de grenswaarde van 21,4 mol/N/ha/jaar. Daarmee zijn voor de gebruiksfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in zowel Nederlandse als Duitse Natura 2000-gebieden ten gevolge van het project. Er is daarmee voor het aspect stikstofdepositie geen sprake van vergunningplicht voor het project in het kader van de Wet natuurbescherming. Omdat de aanlegfase vrijgesteld is van vergunningplicht, wordt geconcludeerd dat het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.8.3

Conclusie

Uit de stikstofdepositieberekeningen komt naar voren dat geen knelpunten aanwezig zijn op zowel de Nederlandse als de Duitse Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is wat betreft stikstof.

4.9

Klimaat

Dit bestemmingsplan maakt nieuwe activiteiten en ontwikkelingen mogelijk. Daarom is het verplicht om, conform de Omgevingsvergunning van de Provincie Gelderland, een beschrijving van maatregelen of voorzieningen om risico's van klimaatverandering te voorkomen op te nemen in de toelichting. Waterveiligheid Het plangebied bevindt zich op de hoge gronden aan de oorspronkelijke oevers van de Rijn, op circa 16-18m+NAP. De huidige loop van de Oude IJssel (en Issel in Duitsland) ligt op 1,7 kilometer afstand. Het zomerpeil is 15,1m+NAP. Op circa 6,5km (kortste afstand tot projectlocatie) loopt de Rijn. De maximale waterstand van de Rijn bij het nabij gelegen Lobith is gemiddeld ruim 11m+NAP met uitschieters tot 17m+NAP. Deze hoogtes, gecombineerd met de bestaande mogelijkheden van de Rijn om buiten de oevers te treden en de beperkte watervolumes van de Oude IJssel, betekenen een hoge mate van waterveiligheid in het projectgebied. Wateroverlast Megchelen, en daarmee ook het plangebied, is gelegen op hoge zandgronden. Dit type grond kenmerkt zich door hoge mate van infiltratiecapaciteit. In Park Meghlo zijn daarnaast diverse wadi's opgenomen, naast de bestaande vijver in het Arboretum. Zoals bij de watertoets (paragraaf 4.6) beschreven wordt een belangrijk deel van de waterberging gerealiseerd in de wadi's.

Het type verharding wordt zoveel mogelijk half verhard uitgevoerd om infiltratie te bevorderen. In een later stadium wordt dit ontwerp verder uitgewerkt. Gezien het vele groen en de goede doorlatendheid van de bodem, wordt geen wateroverlast verwacht binnen het plangebied. Droogte Door het significante aandeel groen en bomen op het terrein is het plangebied in staat om langdurig water vast te houden. Het terrein beschikt daarnaast over wadi's en een bestaande vijver die de waterbalans op orde houden. Langdurige droogte is daarnaast in verband met inklinking een gevaar voor veengebieden. Hier is echter sprake van zandgronden en dit effect is daarmee op voorhand uit te sluiten. Hitte bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 39

Het terrein beschikt in de huidige situaties over aanzienlijk hoeveelheden groen en bomen. Deze zorgen voor voldoende schaduwwerking. De bomen en groenstroken blijven gehandhaafd, en daarmee is het risico op hittestress uitgesloten.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader Volgens de Wet milieubeheer is het nodig een planontwikkeling te toetsen aan luchtkwaliteitseisen. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden, met als doel om alle overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen op te lossen. Het NSL omvat een omvangrijk pakket maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Niet in betekende mate Alleen projecten die 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging wanneer aannemelijk is (door berekening of motivering) dat de 3% grens niet wordt overschreden. Deze grens is 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Dit criterium is een 'of-benadering', wanneer een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit.

De 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: Woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; Kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Grenswaarden De Wet luchtkwaliteit stelt grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Sinds 2011 moet aan de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 worden voldaan. De jaargemiddelde concentratie mag maximaal 40 µg/m3 zijn en maximaal 35 dagen overschrijding van de 24 uurs gemiddelde concentratie PM10. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Het jaargemiddelde concentratie mag maximaal 40 µg/m3 zijn en maximaal 35 dagen overschrijding van de 24 uurs gemiddelde concentratie NO2. 4.10.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied worden 48 nieuwe woningen gebouwd. Het aantal woningen is ruimschoots minder dan de grens van 1.500 woningen in de ministeriële regeling. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Daarnaast blijven de achtergrondconcentraties in het plangebied ruimschoots binnen de hiervoor geldende grenswaarden. Voor NO2 bedraagt de achtergrond circa 12 µg/m3 (norm 40 µg/m3) en voor PM10 ook circa 12 µg/m3 (norm 40 µg/m3). Het is niet aannemelijk dat het plan een dusdanige verkeerstoename veroorzaakt dat een overschrijding van de norm plaatsvindt. 4.10.3 Conclusie Gezien het feit dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is en de achtergrondconcentraties ruimschoots binnen de grenswaarden blijven, is het plan vanuit het milieuthema luchtkwaliteit uitvoerbaar.

40 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Beleidskader Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten, distributieroutes of buisleidingen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI), geeft aan welke activiteiten/ bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet milieubeheer en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het BEVI heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Het doel wordt in het BEVI vertaald naar begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Naast de aanwezigheid van stationaire bronnen kan transport van gevaarlijke stoffen een rol van belang vormen bij externe veiligheid. 4.11.2 Situatie plangebied De landelijke risicokaart (www.risicokaart.nl) geeft inzicht in de aanwezige bronnen die relevant zijn ten aanzien van externe veiligheidsrisico's. In figuur 4.3 is een uitsnede weergegeven van de risicokaart ter hoogte van het plangebied. Op basis van deze figuur wordt geconcludeerd dat in de omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn.

Ook worden met de uitvoering van dit plan geen nieuwe risicobronnen aan de omgeving toegevoegd die van invloed kunnen zijn op bestaande kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 41

Figuur 4.3: Uitsnede risicok aart plangebied

4.11.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen risicobronnen in de directe omgeving van de projectlocatie aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de gewenste woningbouw ontwikkeling. Ook worden geen risicobronnen toegevoegd aan de omgeving met realisatie van dit plan. Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is voor het thema externe veiligheid.

4.12

Verkeer en parkeren

4.12.1 Parkeernormen Met de herontwikkeling van de projectlocatie tot een nieuwe locatie met 48 woningen ontstaat een vraag naar parkeerplaatsen. In het stedenbouwkundig plan is reeds ruimte gereserveerd voor de noodzakelijke parkeerplaatsen. Er is sprake van een gedifferentieerde norm. Binnen het plan is ruimte gereserveerd voor 133 parkeerplaatsen, waarvan 108 parkeerplaatsen ten behoeve van woningen en 25 voor bezoekers van het arboretum en bezoekerscentrum/museum. De parkeerplaatsen per woningtype in dit plan komen overeen met de gemeentelijke norm (GVVP Oude IJsselstreek 2010-2020, conform norm “rest bebouwde kom”). In tabel 4.2 is de vereenvoudigde berekening opgenomen, in bijlage 14 is de gehele berekening en verdeling van parkeerplaatsen opgenomen. Tabel 4.2: Parkeerplaatsen norm Park Meghlo

42 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

4.12.2 Conclusie Het stedenbouwkundig plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen per woningtype. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijk normering op dit punt. Vanuit thema verkeer en parkeren is het plan uitvoerbaar.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 43

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Inleiding

De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.2

Opbouw van de regels

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels, en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012. Het plan is tevens IMRO-gecodeerd. Navolgend wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 5.2.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.2.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen bestemmingen aan de orde. Het onderhavige bestemmingsplan bevat Groen, Maatschappelijk - 1, Maatschappelijk - 2, Tuin, Verkeer - Verblijfsgebied, Wonen - 1, Wonen - 2, Wonen - 3 en Waarde Archeologische Verwachting - 1. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Specifieke gebruiksregels: in dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijking van de bouwregels: Hierin zijn mogelijkheden opgenomen om in beperkte mate af te 44 ij Venhorst" (ontwerp)

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kweker

wijken van de opgenomen bouwregels indien aan de opgenomen voorwaarden wordt voldaan. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: Om de kwaliteiten van een bestemming te beschermen, is een aantal werken en werkzaamheden niet zonder meer toegestaan, maar alleen nadat een omgevingsvergunning is verkregen. De desbetreffende werken en werkzaamheden en de toetsingscriteria voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn hier opgenomen. 5.2.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: deze bepaling is opgenomen om voorwaarden te stellen ten aanzien van het bouwen op de grond behorende bij het bestemmingsplan waarin een overschrijding op bepaalde onderdelen is toegestaan. Daarnaast zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van de overschrijding van de bouw- en bestemmingsgrenzen. Algemene gebruiksregels: deze bepaling stelt voorwaarden ten aanzien van verboden gebruik en het voorzien in voldoende parkeergelegenheid door aan de geldende parkeerverordening te voldoen. Algemene aanduidingsregels: de aanduidingsregels bestaan uit bouwregels, afwijkingsregels en algemene bepalingen voor werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verleend dient te worden door burgemeester en wethouders. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan genoemde, regels. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid; Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro; Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen

In het bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor. 5.3.1

Enkel bestemmingen

Groen Binnen de bestemming Groen zijn naast groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en nutsvoorzieningen toegestaan. Nabij de Boswachters zijn de volgende aanduidingen mogelijk gemaakt in het groen: 1. Specifieke vorm van Groen - berging 1: hier is een berging toegestaan van maximaal 100 m2 voor de opslag van materiaal benodigd voor het groen onderhoud van het arboretum. 2. Specifieke vorm van Groen - berging 2: hier zijn bergingen toegestaan voor de nabij gelegen appartementen. Daarnaast is binnen deze bestemming een uitkijkpunt mogelijk gemaakt van maximaal 20 meter.

bestemmingsplan "Woongebied Meghlo, vml Kwekerij Venhorst" (ontwerp) 45

Maatschappelijk De bestemming Maatschappelijk is bedoeld om de maatschappelijke voorzieningen van de kiosk mogelijk te maken. Aanvullend zijn binnen deze bestemming horeca en detailhandel als nevenactiviteit, wegen en paden, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, water(voorzieningen), straatmeubilair en nutsvoorzieningen mogelijk. Op de verbeelding zijn de maximale bouwhoogte en het bebouwingspercentage opgenomen.

Tuin De bestemming Tuin is bij de woonpercelen toegepast op die delen waarvoor vergunningsvrij bouwen niet is toegestaan. Dit is specifiek geregeld door deze gronden uit te sluiten van een erf in de zin van artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Op deze manier is vergunningsvrij bouwen op deze gronden eveneens verboden. Hierdoor wordt geborgd dat bepaalde doorzichten in stand worden gehouden. Op het gebied Hetterpark is wonen alleen mogelijk gemaakt binnen het bouwvlak. Daarbuiten is voor de particuliere gronden tuin toegepast en voor de openbare gronden groen of verkeer, waar eveneens niet particulier gebouwd mag worden.

Verkeer - Verblijfsgebied Wegen en ondermeer parkeerplaatsen zijn mogelijk binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. Daarnaast biedt deze bestemming ruimte voor voet- en fietspaden, speel-, groen en watervoorzieningen en kunstwerken en ontmoetingsplekken en straatmeubilair. Ook zijn openbare vervoers- en nutsvoorzieningen hiermee mogelijk gemaakt. De bestemming is toepepast op de directe ontsluitingswegen van de woningen en woongebieden.

Wonen 1, 2 en 3 Om de woningen mogelijk te maken zijn drie (gering) verschillende woonbestemmingen mogelijk gemaakt, namelijk Wonen - 1, Wonen - 2 en Wonen - 3. Naast de woonfunctie zijn binnen deze bestemmingen ook aan huis verbonden beroepsactiviteiten, bijbehorende gebouwen en bouwwerken, tuinen en erven en opnieuw parkeer-, speel, groen- en watervoorzieningen mogelijk. Ook hier zijn straatmeubilair en nutsvoorzieningen toegestaan. De bestemming Wonen - 1 is gebruikt voor de meeste woningen in het plangebied. Op de verbeelding is vastgelegd of binnen het bouwvlak een vrijstaande, 2 onder 1 kap woning of gestapelde woning (appartement) is toegestaan. Daarnaast zijn de bouw- en goothoogten opgenomen en het aantal woningen per bouwvlak. Het plaatsen van reguliere erfafscheidingen in de vorm van schuttingen is nergens binnen het plangebied toegestaan. De erfafscheidingen moeten een groen karakter hebben of bestaan uit houtsingels. In de bestemmingsregels is daarom bij bouwwerken geen gebouwen zijnde opgenomen dat bebouwde erfafscheidingen, zoals schutting niet zijn toegestaan. Met Wonen - 2 zijn de buitenplaatsen mogelijk gemaakt. Deze kennen ruime percelen met een groot bouwvlak. In de regeling is een maximaal bouwoppervlak van 300 m2 toegestaan. De bouw- en goothoogten zijn vastgelegd op de verbeelding. Wonen - 3 betreffen de woningen bij het Hansmuys Hof.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4641/documents/26698