CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Julianaweg ong., Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 13 september 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan ‘Julianaweg ong., Megchelen en Sniedersweg 8, Voorst’22.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.4.2

Woonvisie 2018 - Flexibel reageren op nieuwe en andere woonvragen

4.4.2.1 Algemeen In de Woonvisie 2018 ‘Flexibel reageren op nieuwe en andere woonvragen’ van de gemeente Oude IJsselstreek wordt de basis gelegd voor hoe de gemeente, samen met corporaties en huurders, de woningvoorraad bestendig wilt maken voor een duurzame toekomst. Er is een flinke slag gemaakt in het terugdringen van de voorraad nieuwbouwplannen. De volgende stap is de bevrijding van de beklemming dat er niets meer mogelijk lijkt (roep om meer contingenten terwijl er nog genoeg groene plannen te realiseren zijn). Er zal altijd nieuwbouw nodig blijven, maar daar zal sloop tegenover moeten staan om contingent te ‘kweken’. Want: • • •

de bevolkingssamenstelling verschuift, dus de vraag ook; er is niet altijd een passend aanbod voor beschikbaar; door deze verschuiving wordt een deel van het aanbod/de voorraad incourant en zal uit de markt vallen (of eruit genomen moeten worden); deze transitie gaat gepaard met de verduurzamingsoperatie van de voorraad, alleen woningen met een goede energieprestatie hebben toekomstwaarde.

4.4.2.2 Verduurzaming De gemeente is voornemens om een bijdrage te leveren aan het realiseren van klimaat-, energie- en duurzaamheidsdoelstellingen. In 2030 moet de gemeente energieneutraal zijn. Daarnaast laat de Woonmonitor na jarenlange stagnatie ook in de regio Achterhoek herstel van de woningmarkt zien. Verkooptijden dalen, prijzen stijgen en het aanbod van koopwoningen loopt terug. Er is echter sprake van een verschuiving in de woningvraag. Er is een tekort aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. 4.4.2.3 Woningvoorraad en waardebehoud Het gaat om het gereed maken voor de toekomst van de bestaande voorraad en het voorkomen van waardeverlies door het stimuleren van verduurzaming en levensloopbestendigheid. Het uitnemen van woningen aan onderkant van de woningmarkt moet worden voorbereid waarbij (beperkt) terugbouwen door toevoeging van ontbrekende kwaliteiten mogelijk wordt gemaakt. Bevolkingsdaling De bevolkingsprognoses voor de Achterhoek geven een bevolkingsdaling van ca. 10% in de komende 30 jaar aan. Voor de gemeente Oude IJsselstreek betekent dat een daling van 3.000 tot 4.000 inwoners, de omvang van een redelijk grote kern.

In Oude IJsselstreek is er vanaf 2009 een sterfteoverschot dat jaarlijks toeneemt: in 2016 overleden 1,5 maal zoveel personen als er werden geboren, jaarlijks verlaten veel jongeren de gemeente om een universitaire- of HBO-studie te volgen. De groei van het aantal huishoudens houdt echter voorlopig nog aan door de huishoudenverdunning (meer 1-persoons- en minder meerpersoonshuishoudens). Verschuiving in de woningbehoefte De Woonmonitor laat na jarenlange stagnatie ook in de regio Achterhoek herstel van de woningmarkt zien. Verkooptijden dalen, prijzen stijgen en het aanbod van koopwoningen loopt terug. Tijdens de voorbereiding van deze Woonvisie georganiseerde bewonersavonden is “er is niks meer te krijgen” geroepen. De gemeente kan dit leggen naast de zojuist beschreven toename van het aantal kleine huishoudens. Dit leidt tot een belangrijke verschuiving in de woningvraag, de gemeente lijkt verzeild te raken in een ander soort stagnatie: tekort aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die passen bij de toekomstige vraag. Om dit mogelijk te maken wil de gemeente flexibel om gaan met de nieuwbouwcapaciteit door nieuwbouw voor kleine huishoudens te realiseren. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2018 Hoewel op basis van de woonvisie in de gemeente Oude IJsselstreek sprake is van een overschot in de woningvoorraad, is er een duidelijke kwalitatieve mismatch tussen het aanbod van en de vraag naar woningen. Op deze manier wordt er een tekort aan starterswoningen en seniorenwoningen (kleine huishoudens) opgemerkt. Om dit tekort op te kunnen vangen dient de bestaande woningvoorraad te worden aangepast of dienen nieuwe woningen te worden gerealiseerd. In voorliggend geval worden twee woningen van het type twee-onder-één-kap met een maximale gezamenlijke inhoud van 1.000 m3 (maximaal 500 m3 per woning) gerealiseerd aan de Julianaweg ongenummerd. Deze woningen zijn geschikt voor kleinere huishoudens, met name voor de doelgroep starters.

De voorgenomen ontwikkeling vindt daarnaast plaats ter compensatie van de sloop van circa 1.035 m 2 aan landschapsontsierende bebouwing (op twee verschillende locaties), waardoor er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en er een passende vervolgfunctie wordt gegeven aan het perceel Julianaweg ongenummerd. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de woonvisie van de gemeente Oude IJsselstreek. 4.4.3

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek

4.4.3.1 Algemeen De lokale kwaliteitscriteria voor woningbouw in de gemeente Oude IJsselstreek zijn een aanvulling op de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' die zijn vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2020. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. 4.4.3.2 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw De Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het meest recente Achterhoekse Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017. Binnen de Kwalitatieve toetsingscriteria zijn drie (hoofd)criteria benoemd waaraan woningbouwplannen in ieder geval moeten voldoen: • • •

De behoefte is aangetoond Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed Inbreiding gaat voor uitbreiding

Het is van belang dat een woningbouwplan voorziet in de bouw van de 'juiste' woningen zodat het een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad is. Dit wordt 'aantoonbare behoefte' genoemd. Deze aantoonbare behoefte is niet gemaximaliseerd op een aantal te bouwen woningen per gemeente of kern. Vanuit het AWLO blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. 4.4.3.3 Lokale kwaliteitscriteria Om een kader te bieden voor nieuwe woningbouwplannen is het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria noodzakelijk. Daarbij bieden deze een belangrijk instrument om als gemeente te kunnen sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt (lees: de bouw van de ‘juiste’ woningen, van voldoende kwaliteit, in de juiste hoeveelheden en op de juiste locaties). Er zijn vier typen woningbouwplannen te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: •

Bouwen op onbenutte inbreidingslocaties ‘van binnen naar buiten’;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld • • •

Buitengebied: woningsplitsing; Buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s); Buitengebied: landgoederen.

Voorliggend initiatief sluit aan op één van de voorgenoemde typen woningbouwplannen, namelijk op de functieverandering en het hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) in het buitengebied. 4.4.3.4 Buitengebied: Functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) De ruimtelijke kwaliteitswinst bij functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) bestaat uit het slopen van de buiten gebruik geraakte agrarische bedrijfsbebouwing. Het toestaan van woningbouw in de plaats van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing vormt een (economische) impuls op deze ‘op te ruimen’ bebouwing. De lokale kwaliteitscriteria voor het toepassen van de regeling voor functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) zijn: • • • • • • • •

alleen als de locatie in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek’ (of een opvolger daarvan) ligt. alleen bij een volledige beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteit. er dient minimaal 50% van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt te worden. voor het toevoegen van één woning dient minimaal 750 m 2 bebouwing te worden gesloopt voor het toevoegen van een tweede, resp. derde woning dient 1000 m 2 bebouwing per toe te voegen woning extra te worden gesloopt. het maximaal aantal toe te voegen per locatie bedraagt drie. per woning is maximaal 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige (erfprincipe) en landschappelijke inpassing. De initiatiefnemer dient hiertoe een erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen. Uitgangspunt hierbij is de ‘één erf-gedachte’. Het erf- en landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de nieuwe woning(en) gerealiseerd te zijn.

4.4.3.5 Toetsing van het initiatief aan de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek In voorliggend geval worden twee woningen van het type twee-onder-één-kap gerealiseerd aan de Julianaweg ongenummerd ter compensatie van de sloop van circa 1.035 m2 aan landschapsontsierende bebouwing, waarvan circa 235 m2 aan de Julianaweg ongenummerd in Megchelen en circa 800 m 2 op een locatie elders, namelijk aan de Sniedersweg 8 in Voorst. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen het type woningbouwplan ‘Buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s)’. Beide deelgebieden vallen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek’. Tevens zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten op beide percelen volledig beëindigd, waardoor de wens bestaat om de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te slopen. Aangezien de te bouwen woningen een twee-aan-één opzet hebben, heeft de gemeente Oude IJsselstreek aangegeven voor deze ontwikkeling een minimale sloopnorm van totaal 750 m2 te hanteren. Met het slopen van circa 1.035 m2 aan landschapsontsierende bebouwing wordt ruimschoots voldaan aan het minimale aantal sloopmeters. Tevens past het aantal toe te voegen woningen binnen het maximum van drie woningen per locatie.

Per woning is op basis van de lokale kwaliteitscriteria maximaal 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan, echter wordt in voorliggend geval afgezien van het realiseren van bijgebouwen (gelet op de relatief kleine omvang van het bouwperceel aan de Julianaweg ongenummerd). Ten slotte is sprake van een zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, zoals weergegeven in bijlage 1 en bijlage 2 bij deze toelichting. De uitvoering en instandhouding van de landschapsmaatregelen zijn door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan geborgd. Hierin is tevens vastgelegd dat het erf- en landschapsinrichtingsplan binnen drie jaar gerealiseerd dient te zijn. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw van de gemeente Oude IJsselstreek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld 4.4.4

Visie op landschap, natuur en groene kernen

4.4.4.1 Algemeen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) van de gemeente Oude IJsselstreek biedt een samenhangend toekomstbeeld van het landschap en de groene kernen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de ken - merkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. 4.4.4.2 Landschapstype De deelgebieden aan de Julianaweg ongenummerd en de Sniederweg 8 in Voorst liggen allebei in het landschapstype ‘rivierenlandschap’. Dit landschapstype is ontstaan onder invloed van rivieren. De beplanting op de lagere delen bestaat uit hagen (knipheggen of struweelheggen), rietkragen met greppels en weteringen, elzensingels, knotwilgen en bomenrijen van onder andere es of populier. Op de hogere delen bestaat de beplanting uit elzensingels, knoteiken en hoogstamboomgaarden. De kwaliteiten van dit gebied bestaan onder andere uit steilranden die het verhaal van het waterrijke verleden en de rivierlopen vertellen.

Ook de hoogteverschillen in het landschap, de goede gronden voor het agrarisch gebruik en de openheid, ontvankelijkheid en geschiktheid als weidevogelgebied en de openheid van de groene grens (Nederland-Duitsland) zijn kwaliteiten van het rivierenlandschap. Knelpunten in dit landschapstype zijn het verdwijnen van hagen en elzensingels, waardoor het landschap opener is geworden. Bovendien is sprake van een afname van de zichtbaarheid van de hoogteverschillen in het landschap met kernen en omliggende lagere delen, door nieuwe bebouwing en het verdwijnen in verschil tussen beplanting en gelijk grondgebruik. Kansen voor het rivierenlandschap zijn het herstel van landschapsbeplanting en toevoegen van nieuwe landschapselementen zoals kruidenrijke grasstroken en hagen. 4.4.4.3 Visie op landschap Vanuit de overkoepelende visie staat het behoud en de bescherming van de bestaande basiskwaliteit van het landschap voorop. Echter behoud en bescherming is niet statisch, immers de komende jaren spelen de nodige ontwikkelingen en uitdagingen die hun ruimte in dit landschap vragen. Ontwikkelingen die kunnen worden aangegrepen om het landschap opnieuw vorm te geven en daarmee te versterken. Ten aanzien van ontwikkelingen in het agrarisch landschap is het van belang om de verdere perceelsverruiming in het landschap een halt te roepen door duidelijke spelregels.

Daarnaast is het vergroten van de biodiversiteit in de landbouw, door middel van de aanleg van landschapselementen, kruidenrijk grasland en akkerrandvegetatie van belang. De regeling Landschap en Biodiversiteit speelt hierbij een belangrijke rol, maar anderzijds wordt onderzocht of een nieuw landschapsfonds een rol kan spelen. Verder wil de gemeente voor agrarische gronden die zij zelf verpacht in bos- en natuurgebieden de pachtvoorwaarden aanpassen, waardoor de landbouw hier meer te gast is. Bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, waarbij uitgangspunt is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe functies. Ook moet ruimte worden gegeven aan nieuw groen binnen deze nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Indien niet aan de spelregels kan worden voldaan, is het mogelijk een financiële bijdrage te doen in een landschapsfonds. Verder wil de gemeente ter aanvulling van de huidige concepten van woningbouw in het buitengebied (functieverandering) onderzoeken hoe het landschap verder versterkt kan worden in combinatie met het bouwen voor de doelgroepen jongeren en ouderen, dit onder de titel Es-wonen.

4.4.4.4 Toetsing van het initiatief aan de Visie op landschap, natuur en groene kernen Het initiatief betreft de realisatie van twee woningen van het type twee-onder-één-kap aan de Julianaweg ongenummerd ter compensatie van de sloop van circa 1.035 m2 aan landschapsontsierende bebouwing, waarvan circa 235 m2 aan de Julianaweg ongenummerd in Megchelen en circa 800 m2 op een locatie elders,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld namelijk aan de Sniedersweg 8 in Voorst. Vanwege de sloop van landschapsontsierende bebouwing vindt geen toename van het bebouwde oppervlak in het buitenbied plaats. Hierdoor wordt een verdere verstening van het buitengebied tegengegaan. Ten behoeve van de ontwikkeling zullen beide deelgebieden (zowel de bouwlocatie aan de Julianaweg ongenummerd als de slooplocatie aan de Sniederweg 8) landschappelijk worden ingepast. De landschappelijke inpassingsplannen voor de Julianaweg en de Sniedersweg zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2 bij deze toelichting. Bij de uitwerking van deze landschappelijke inpassingsplannen is rekening gehouden met de waarden van de ter plaatse aanwezige landschapstypen en de visie op landschap uit de VLNGK. Door middel van een voorwaardelijke verplichting is de uitvoering en instandhouding van de genoemde landschapsmaatregelen vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Visie op landschap, natuur en groene kernen van de gemeente Oude IJsselstreek. 4.4.5

Welstandsnota

4.4.5.1 Algemeen Het welstandsadvies in de gemeente Oude IJsselstreek wordt verstrekt door een onafhankelijke commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de toetsing wordt rekening gehouden met het gemeentelijk welstandsbeleid dat voor het betreffende gebied of bouwwerk is vastgesteld en is vastgelegd in de Welstandsnota. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. De woningbouwlocatie aan de Julianaweg ongenummerd te Megchelen ligt in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Ter plaatse geldt welstandniveau 2. Binnen dit gebied gelden onder andere de volgende criteria: • • • • •

Het landschap overheerst het beeld van het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Bebouwing in het buitengebied heeft een historische en/of actuele relatie met de functie van het landschap. Bebouwing in het buitengebied is geclusterd op kleinere en grotere bouwpercelen, die verspreid in het landschap voorkomen. Per bouwperceel zijn meerdere gebouwen gegroepeerd op een erf. Bebouwing en erfinrichting vormen met elkaar een samenhangend beeld.

4.4.5.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota In voorliggend geval wordt een twee-onder-één-kap gerealiseerd aan de Julianaweg ongenummerd te Megchelen. De voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt als vooroverleg besproken met de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de behandeling van aanvraag omgevingsvergunning zal het bouwplan nader beoordeeld worden aan de welstandseisen. Voor nu wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de welstandsnota. 4.4.6

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de hiervoor genoemde beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie en archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

Op grond van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Een woning behoort tot een geluidsgevoelig object. Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied Buiten stedelijk gebied

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken 350 m

600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2)

In voorliggend geval worden twee nieuwe woningen gerealiseerd aan de Julianaweg ongenummerd te Megchelen. Deze woningen worden in het kader van de Wet geluidhinder aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. De te realiseren woningen liggen op circa 24 meter afstand van de Julianaweg. Ter plaatse geldt een snelheidsregime van 60 km/uur. Doordat het plangebied binnen de wettelijke geluidszone van de Julianaweg ligt, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd door Adviesburo van der Boom. Het akoestisch onderzoek is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Onderzoeksresultaten akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld De hoogste geluidbelasting door de Julianaweg bedraagt 51 dB na aftrek van 5 dB ex art.110g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt op de oostgevel van één woning overschreden (rekenpunt 1). Er dient voor één woning een hogere waarde te worden aangevraagd voor de geluidbelasting door wegverkeer op de Julianaweg. Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron ligt niet voor de hand uit financiële overwegingen. Afscherming van alle woonlagen is landschappelijk ongewenst. Voor één woning dient een hogere waarde te worden aangevraagd van 51 dB voor wegverkeer op de Julianaweg. De geluidbelasting zonder aftrek op de oostgevel van één woning bedraagt 56 dB zonder aftrek, de benodigde karakteristieke geluidwering GA;k bedraagt dan 23 dB. Geluidwerende voorzieningen zijn noodzakelijk voor alle gevels met een geluidbelasting van meer dan 53 dB zonder aftrek. Voor de overige gevels, met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek, zijn daarom geen voorzieningen noodzakelijk. De benodigde karakteristieke geluidwering GA;k bedraagt dan 20 dB, dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Geconcludeerd wordt dat met het aanbrengen van een gevelwering van 23 dB voldaan wordt aan de maximale geluidwaarde. Wel dient een hogere waarde procedure doorlopen te worden.

Railverkeerslawaai In voorliggend geval is het aspect railverkeerslawaai niet van belang aangezien het plangebied niet binnen de wettelijke geluidszone van een spoorlijn ligt. De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op circa 8,5 kilometer ten noorden van het plangebied. Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen bedrijventerreinen met een geluidzone. Het uitvoeren van een onderzoek industrielawaai is daarom in voorliggend geval niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van de in de omgeving aanwezige individuele bedrijven/voorzieningen op de voorgenomen ontwikkeling, wordt verwezen naar de paragraaf milieuzonering. 5.1.3

Conclusie

In het kader van de Wet geluidhinder dient een hogere waarde procedure doorlopen te worden in verband met wegverkeerslawaai. Het ontwerpbesluit hogere waarde is gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Op het ontwerpbesluit zijn geen zienswijzen ingediend. Het definitieve besluit hogere waarde wordt gelijktijdig met het vastgestelde bestemmingsplan bekendgemaakt.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de bouw van twee woningen aan de Julianaweg ongenummerd in Megchelen. Bovendien wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Sniedersweg 8 in Voorst. Daarom is in voorliggend geval een verkennend bodemen asbestonderzoek uitgevoerd in beide deelgebieden door Montferland Milieu B.V. Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of er een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is welke mogelijk een belemmering kan vormen. Hieronder wordt nader ingegaan op de onderzoeksresultaten voor beide deelgebieden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld 5.2.2.1 Onderzoeksresultaten Julianaweg ongenummerd, Megchelen Montferland Milieu B.V. heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Julianaweg ongenummerd te Megchelen conform de normen NEN5740 en NEN5707. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 8 december 2021 en op 15 december 2021 is de peilbuis bemonsterd. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze toelichting. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken. • • •

•

•

•

•

•

Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. In de grond(meng)monsters zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijdt enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreiniging. De van tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ wordt aangenomen. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong Bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. In mengmonster ASMM02 (druppelzone) van de fijne fractie is een gehalte van 39 mg/kg d.s. aangetoond. Aangezien de bron van de verontreiniging al is vastgesteld (de verontreiniging is te relateren aan de uitspoeling van asbestvezels vanaf de asbestgolfplaten) wordt een nader asbestonderzoek niet zinvol geacht.

Het is aannemelijk dat de verontreiniging zich niet verder heeft verspreid dan de druppelzone. Normaliter is dit een strook van maximaal 1,0 m uit de bebouwing. Omdat deze verontreiniging is ontstaan na 1993, is er sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging en deze dient bij de ontwikkeling te worden gesaneerd. Hiervoor kan een plan van aanpak worden ingediend bij de gemeente of omgevingsdienst. Na goedkeuring van het plan van aanpak, kan de verontreiniging worden verwijderd. Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest, die zijn ontstaan vanaf 1993, moeten (ongeacht het asbestgehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is, volledig verwijderd worden.

Op basis van het vorenstaande is er uit milieukundig oogpunt, na het saneren van de asbesthoudende druppelzone, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanherziening. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 5.2.2.1 Onderzoeksresultaten Sniedersweg 8, Voorst Montferland Milieu B.V. heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Sniedersweg 8 te Voorst conform de normen NEN5740 en NEN5707. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 oktober 2020, 1 december 2020 en 8 januari 2021. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze toelichting. Uit de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: • • • •

•

Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. Onder de klinkerverharding is geen (ondefinieerbaar) puin aangetroffen. In geen van de geanalyseerde parameters in grond is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De tevoren gestelde hypothese voor deellocatie A (voormalig bovengrondse dieseltank) en D (voormalige (zak) sloot) ‘De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient te worden verworpen. In het verkennend asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is geen asbest aangetroffen. In mengmonster B-ASMM02 van de fijne fractie is een gehalte van 14 mg/kg aangetoond en in C-ASMM01 van de fijne fractie is een gehalte van 0,9 mg/kg aangetoond. De mengmonsters bevinden zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld •

De tevoren gestelde hypothese “verdacht” op basis van het vooronderzoek voor de onverharde afwateringszone wordt verworpen.

Op basis van het vorenstaande is er uit milieukundig oogpunt geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanherziening, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld 5.3.2

Situatie plangebied

In paragraaf 5.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen beschreven, die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van slechts twee nieuwe woningen mogelijk. Tevens wordt opgemerkt dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Geconcludeerd wordt dat door de ontwikkeling, die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, de luchtverontreiniging niet "in betekenende mate" zal verslechteren. Aan het bepaalde omtrent het aspect luchtkwaliteit wordt dan ook voldaan. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; de circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations; de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In voorliggend geval worden twee nieuwe gevoelige objecten (woningen) toegevoegd ter plaatse van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd in Megchelen. Tevens wordt de bestaande

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld agrarische bedrijfswoning aan de Sniedersweg 8 in Voorst omgezet naar reguliere woning. Hieronder wordt getoetst aan de risicobronnen in de omgeving van beide deelgebieden. 5.4.2.1 Deelgebied Julianaweg ongenummerd In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het deelgebied Julianaweg ongenummerd (blauwe ster) en de omgeving weergegeven.

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart ArcGIS)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

5.4.2.2 Deelgebied Sniedersweg 8 In afbeelding 5.2 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het deelgebied Sniedersweg 8 (blauwe ster) en de omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Afbeelding 5.2

Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart ArcGIS)

Buisleiding Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) Uit de inventarisatie blijkt dat op circa 1.200 meter ten oosten van het deelgebied een DPO-leiding ligt. Dit is een ondergrondse leiding van defensie waar, volgens de laatste informatie, stikstof door wordt vervoerd. Het kan voorkomen dat een dergelijke buisleiding ook voor andere stoffen wordt gebruikt. Het maximale invloedsgebied is 30 meter. Gelet op de afstand is dit geen relevante risicobron in het kader van externe veiligheid. Overige risicobronnen liggen op grotere afstanden en zijn niet relevant. Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het plangebied: • • • •

5.4.3

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het aspect externe veiligheid voor dit project geen belemmeringen oplevert.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In voorliggend geval wordt slechts ingegaan op het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd te Megchelen, aangezien ter plaatse milieugevoelige objecten (woningen) worden gerealiseerd.

Het deelgebied Sniedersweg 8 te Voorst wordt buiten beschouwing gelaten aangezien ter plaatse geen nieuwe milieugevoelige objecten worden opgericht. Het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd ligt in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Er is sprake van een mix van functies in de omgeving van het deelgebied, waaronder woningen, agrarische bedrijven en overige bedrijven. Het plangebied ligt dan ook in een omgevingstype dat wordt gekenmerkt als ‘gemengd gebied’. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden voor zowel het gemengd gebied als het omgevingstype rustige woonwijk weergegeven. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld 5.3 6

1.000 m 1.500 m

5.5.3

Situatie plangebied

700 m 1.000 m

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Ten aanzien van het deelgebied aan de Sniedersweg 8 te Voorst wordt bovendien opgemerkt dat de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Als gevolg hiervan is theoretisch gezien sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden, vanwege het verdwijnen van eventueel overlast als gevolg van de agrarische bedrijfsvoering. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In de directe omgeving van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd zijn een aantal milieubelastende functies aanwezig. Op circa 34 meter ten zuidoosten van het deelgebied (gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe twee-onder-één-kap-woningen en de bestemmingsgrens van de milieubelastende functie) bevindt zich een boom- en plantenkwekerij/tuincentrum.

Deze functie is gelegen aan de Julianaweg 37a. Op basis van de VNGuitgave “Bedrijven en Milieuzonering” wordt een dergelijke functie aangemerkt als zijnde milieucategorie 2 (omschrijving: ‘Grth in bloemen en planten’). De grootste bijbehorende richtafstand bedraagt 10 meter in het gemengd gebied voor het aspect ‘geluid’. De te realiseren woningen liggen op voldoende afstand ten aanzien van de feitelijke situatie. Echter wordt opgemerkt dat op basis van het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de Julianaweg 37a tevens grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’, de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn, in het geval van veehouderijen, echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. De overige van toepassing zijnde aspecten, stof, geluid en gevaar worden hierna getoetst. Bij een grondgebonden of niet-grondgebonden agrarisch bedrijf is sprake van een maximale milieucategorie 4.1. Hierbij geldt een grootste richtafstand van 30 meter in het gemengd gebied (met uitzondering van het aspect ‘geur’).

Gezien de onderlinge afstand van 34 (gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe twee-onder-één-kap-woningen en de bestemmingsgrens van de milieubelastende functie) bevinden de woningen zich daarom tevens op voldoende afstand van de Julianaweg 37a ten aanzien van de maximale planologische mogelijkheden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld Op circa 52 meter ten zuidwesten van het deelgebied (gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe woningen en de bestemmingsgrens van de milieubelastende functie) bevindt zich een hoveniersbedrijf. Deze functie is gelegen aan de Julianaweg 22. Op basis van de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” wordt een dergelijke functie aangemerkt als zijnde milieucategorie 3.1 (omschrijving: ‘plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²’). De grootste bijbehorende richtafstand bedraagt 30 meter in het gemengd gebied voor het aspect ‘geluid’. De te realiseren woningen liggen op voldoende afstand. Op circa 250 meter ten zuidoosten van het deelgebied (gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe twee-onder-één-kap-woning en de bestemmingsgrens van de milieubelastende functie) bevindt zich een gemaal. Deze functie is gelegen aan de Julianaweg ongenummerd (ten zuiden van nr. 22). Op basis van de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” wordt een dergelijke functie aangemerkt als zijnde milieucategorie 2 (omschrijving: ‘rioolgemalen’). De grootste bijbehorende richtafstand bedraagt 10 meter in het gemengd gebied voor het aspect ‘geur’. De te realiseren woningen liggen op voldoende afstand.

Op ten minste 260 meter ten zuiden van het deelgebied (gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe twee-onder-één-kap-woning en de bestemmingsgrens van de milieubelastende functie) bevinden zich een aantal bedrijven (Julianaweg 21, 31 en 33). Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn ter plaatse milieubelastende functies met een maximale milieucategorie 3.2 toegestaan. De grootste bijbehorende richtafstand voor dergelijke functies bedraagt 50 meter in het gemengd gebied. De te realiseren woningen liggen op voldoende afstand. Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende functies niet belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. 5.5.4

Conclusie milieuzonering

Het aspect milieuzonering levert geen belemmering op voor de in dit plan besloten ontwikkeling.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 5.6.2

Activiteitenbesluit

Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden. 5.6.3

Situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het toevoegen van twee aaneengebouwde woningen ter plaatse van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd te Megchelen, welke worden aangemerkt als geurgevoelig objecten als bedoeld in de Wgv. Aangezien ter plaatse van het andere deelgebied (Sniedersweg 8, Voorst) geen geurgevoelige objecten worden gerealiseerd, wordt uitsluitend ingegaan op het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd. Het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd bevindt zich buiten de bebouwde kom. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf bevindt zich op een afstand van circa 34 meter (gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwe twee-onder-één-kap-woningen en de bestemmingsgrens van de milieubelastende functie). Echter wordt opgemerkt dat het agrarisch bouwvlak, waarbinnen de enige mogelijkheid bestaat om agrarische bedrijfsgebouwen op te richten, zich op ten minste 108 meter van de dichtstbijzijnde woning bevindt. Overige agrarische bedrijven bevinden zich op ten minste 410 meter van de te realiseren woningen. Hiermee wordt ruimschoots aan de minimale afstand voor geurgevoelige objecten voldaan. Gezien de ruime afstand van de woonbestemming tot aan agrarische bedrijven is het te verwachten dat in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De agrarische bedrijven worden omgekeerd niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 5.6.4

Conclusie

Op basis van de Wgv en een goede ruimtelijke ordening zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Hieronder wordt nader ingegaan op de situatie voor beide deelgebieden. Deelgebied Julianaweg ongenummerd, Megchelen Het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd ligt op een afstand van circa 22 kilometer van het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied, betreffende ‘Korenburgerveen’. Op een afstand van circa 1,2 kilometer ligt het meest nabijgelegen Duitse Natura 2000-gebied, betreffende ‘Vogelschutzgebiet Unterer Niederrhein/ NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’. Om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden te berekenen heeft VanWestreenen B.V. een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting. De berekening is geactualiseerd naar aanleiding van de laatste uitgebrachte versie van AERIUS. Uit de resultaten blijkt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j zijn. Er is dan ook geen sprake van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling aan de Julianaweg ongenummerd.

Deelgebied Sniedersweg 8, Voorst Het deelgebied aan Sniedersweg 8 ligt op een afstand van circa 19 kilometer van het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied, betreffende ‘Korenburgerveen’. Op een afstand van circa 5 kilometer ligt het meest nabijgelegen Duitse Natura 2000-gebied, betreffende ‘Vogelschutzgebiet Unterer Niederrhein/ NSG HetterMillinger Bruch, mit Erweiterung’. Om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden te berekenen heeft VanWestreenen B.V. een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 7 bij deze toelichting. De berekening is geactualiseerd naar aanleiding van de laatste uitgebrachte versie van AERIUS. Uit de resultaten blijkt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j zijn. Er is dan ook geen sprake van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling aan de Sniedersweg 8 in Voorst. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vormt de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

In de provincie Gelderland wordt ook wel gesproken over het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het plangebied ligt niet binnen het concreet begrensde GNN. In afbeelding 5.3 wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) ten opzichte van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd (rode ster) en de Sniedersweg 8 (blauwe ster) weergegeven. Het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd bevindt zich op ten minste 750 meter van het GNN. Het deelgebied Sniedersweg 8 bevindt zich op ten minste 400 meter van het GNN. Gelet op deze afstand en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling kunnen negatieve effecten op wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN worden uitgesloten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Afbeelding 5.3

5.7.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van het GNN (grijze vlakken) (Bron: Atlas Leefomgeving)

Soortenbescherming

5.7.3.1 Algemeen Wat betreft soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. In beide deelgebieden is sprake van sloop van bebouwing. Daarom is voor beide deelgebieden een Quickscan flora & fauna uitgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten voor de afzonderlijke deelgebieden. 5.7.3.2 Situatie deelgebied Julianaweg ongenummerd Ter plaatse van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd is een Quickscan flora & fauna uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Resultaten Quickscan flora & fauna Julianaweg ongenummerd De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.

Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de schuur gesloopt wordt en de bouwwerkzaamheden plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4566/documents/27198