CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Julianaweg ong., Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 13 september 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan ‘Julianaweg ong., Megchelen en Sniedersweg 8, Voorst’22.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de foeragerende diersoorten niet af. Wettelijke consequenties samengevat: • • •

Uitvoeren bouwwerkzaamheden buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Slopen bebouwing buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Geen geschermde dieren doden.

5.7.3.3 Situatie deelgebied Sniedersweg 8, Voorst Ter plaatse van het deelgebied aan de Sniedersweg 8 is een Quickscan flora & fauna uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 9 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Resultaten Quickscan flora & fauna Sniedersweg 8 De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied en gebruiken het ook niet als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Indien de rundveestal gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de foeragerende diersoorten niet af. Wettelijke consequenties samengevat:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld • • 5.7.4

Slopen bebouwing (rundveestal) buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Geen beschermde dieren doden. Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beleid gemeente Oude IJsselstreek Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad de archeologische waardenkaart, cultuurhistorische waardenkaart en de erfgoedverordening vastgesteld. Voor de gemeente is het belangrijk om in ruimtelijke plannen archeologische en cultuurhistorische waarden structureel te gaan meewegen. Daarvoor is een inventarisatie voor het gehele grondgebied van onze gemeente uitgevoerd. Er is gekeken waar al archeologische waarden bekend zijn en er is gekeken of er op andere plekken archeologische resten te verwachten zijn. Al deze gegevens (uit eerdere onderzoeken, literatuurstudie en kennis van de geologie en geomorfologie) zijn samengevoegd en verwerkt tot een archeologische waarden- en verwachtingenkaart en een daarop gebaseerde archeologische maatregelenkaart.

Archeologische waarden zitten ondergronds; cultuurhistorische waarden zijn juist zichtbaar bovengronds. De cultuurhistorische waardenkaart geeft een duidelijk overzicht van deze bekende en zichtbare waarden. Bekende waarden omdat het om reeds geïnventariseerde waarden gaat. Zichtbare waarden omdat het om elementen of herkenbare restanten van elementen gaat die in het huidige landschap zichtbaar zijn. De archeologische en cultuurhistorische waardenkaart vormen samen een geheel overzicht van het erfgoed van de gemeente. Eerder kenden de gemeente Oude IJsselstreek de monumentenverordening. Die beschermde slechts een klein deel van het cultureel erfgoed. De vastgestelde erfgoedverordening gaat breder, en neemt zo ook het archeologisch erfgoed mee. Daarbij gaat de erfgoedverordening een actueel toetsingskader vormen voor aanvragen die het cultureel erfgoed in de gemeente Oude IJsselstreek betreffen en kunnen aantasten. Hieronder wordt ingegaan op de situatie voor beide deelgebieden. 5.8.1.2 Situatie deelgebied Julianaweg ongenummerd De gemeente Oude IJsselstreek heeft de “Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen-, en maatregelenkaart als basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Oude IJsselstreek” doorvertaald naar archeologische waarden- en verwachtingsgebieden in het bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017”.

Op basis van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017” geldt ter plaatse van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd in Megchelen de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 2'. Op de voor ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’ geldt een archeologische onderzoeksplicht bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 waarbij de grondbewerking dieper is dan 30 cm.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld De exacte oppervlakte van de bodemverstoring is nog onbekend, maar de totale perceelsoppervlakte van dit deelgebied bedraagt circa 1.600 m2. Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd door Synthegra B.V. Dit onderzoek is uitgevoerd in december 2021. Het doel van het onderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het deelgebied. De volledige rapportage behorende bij het onderzoek is opgenomen in bijlage 10 bij deze toelichting. Uit de onderzoekresultaten wordt het volgende geconcludeerd: •

•

•

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? Van alle boringen is ongeveer de eerste 60 centimeter vanaf het maaiveld verstoord met een puinlaag. Onder deze laag ligt een bruine matig grof, matig siltig zand met grind aangetroffen, bodemkundig de B-horizont. Deze laag wordt geïnterpreteerd als een fluviatiele afzetting behorend tot de Formatie van Kreftenheye. Onder deze laag ligt een pakket geelbruin zwak siltig met enkele Fe vlekken, matig grof zand aangetroffen, bodemkundig de C-horizont. Het betreft waarschijnlijk fluviatiele beekafzetting behorende tot de Formatie van Kreftenheye. Onder de puinlaag is het bodemprofiel intact. Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.

Volgens de verwachting hadden de afzettingen van Kreftenheye afgedekt moeten zijn met dekzand, echter dit is niet aangetroffen en er is sprake van verstoring.

De middelhoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Paat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het deelgebied zoals omschreven geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. 5.8.1.3 Situatie deelgebied Sniedersweg 8 Op basis van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017” geldt ter plaatse van het deelgebied aan Sniedersweg in Voorst de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' (grotendeels) en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’ (gedeeltelijk). Op de voor ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ aangewezen gronden geldt een archeologische onderzoeksplicht bij het bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 250 m 2 waarbij de grondbewerking dieper is dan 30 cm Op de voor ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’ geldt een archeologische onderzoeksplicht bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 waarbij de grondbewerking dieper is dan 30 cm.

In totaal vindt ter plaatse van de Sniedersweg een bodemverstoring van circa 800 m2 plaats, waarvan grotendeels binnen een gebied dat is aangewezen als ‘Waarde - Archeologische verwachting 1. Daarom is in dit geval een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd door Synthegra B.V. Dit onderzoek is uitgevoerd in november 2021. Het doel van het onderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het deelgebied. De volledige rapportage behorende bij het onderzoek is opgenomen in bijlage 11 bij deze toelichting. Uit de onderzoekresultaten wordt het volgende geconcludeerd: •

Wat is de opbouw van de ondergrond en het verwachte bodemtype? De verwachte bodemopbouw bestaat uit dekzand waarin een podzolbodem kan zijn het ontwikkeld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

•

Het bodemtype kan dan een veldpodzolbodems, enkeerdgronden of vlakvaaggronden zijn; lemig fijn zand op een dekzandrug of -vlakte In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? Het is mogelijk dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden indien er sprake is van een intact bodemprofiel, dit is voor de bebouwde delen echter niet aannemelijk. De sloop zal zich beperken tot de bestaande gebouwen en de fundering hiervan. Hierdoor wordt enkel reeds verstoorde grond vergraven. Het is niet de verwachting dit er nog oudere funderingen onder de bestaande stal kunnen schuilen.

Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen sloop in het deelgebied geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de “Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Oude IJsselstreek”, in en rondom het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Tevens valt het plangebied niet binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ten slotte bevinden zich in het plangebied geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. Tevens is er geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld •

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Zoals is aangegeven in paragraaf 5.7.2.1 ligt is voor beide deelgebieden een AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase van de gewenste ontwikkeling. Uit de onderzoeksresultaten werd geconcludeerd dat er geen sprake is van rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j. Er is dan ook geen sprake van significant negatieve effecten op Natura-2000 gebieden. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig.

Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van ontwikkeling van een twee-onderéén-kap en de sloop van landschapsontsierende bebouwing. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.10

Kabels en leidingen

5.10.1 Deelgebied Julianaweg ongenummerd Op circa 7 meter ten oosten van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd bevindt zich een rioolleiding. De gronden ter plaatse van deze leiding zijn door middel van de dubbelbestemming ‘Leiding Riool’ beschermd in die zin dat ter plaatse geen nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd. Aangezien deze leiding zich niet binnen het deelgebied bevindt en er geen bebouwing wordt opgericht ter plaatse van deze dubbelbestemming, vormt de leiding geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. Verder zijn binnen het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. 5.10.2 Deelgebied Sniedersweg 8 Binnen het deelgebied aan de Sniedersweg 8 of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het NWP 20162021 op enkele onderdelen gewijzigd. Tezamen geven beide documenten op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de NOVI wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Gelderland wordt onder meer de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. 6.1.4

Waterschap Rijn en IJssel

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Gelderlandse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Rijn en IJssel heeft een waterbeheerplan opgesteld voor de periode 2016-2021. Dit plan beschrijft het beleid voor alle taakgebieden van Waterschap Rijn en IJssel. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak ze deze willen bereiken. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele stroomgebied van Rijn en IJssel en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten ze in de samenwerking met partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning wordt vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor de primaire taakgebieden: •

Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld • • • • 6.1.5

Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Gemeente Oude IJsselstreek

Het waterbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is onder andere vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek (vGRP 2017-2020). Perceeleigenaren zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van het hemelwater op eigen terrein. Bij nieuwbouw geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater gescheiden aan te bieden. Met het waterschap zijn afspraken gemaakt omtrent de waterhuishouding in nieuwbouwgebieden en de aanleg van waterberging. In situaties waarin redelijkerwijs niet van iemand kan worden verwacht om het hemelwater zelf te verwerken zorgt de gemeente voor de afvoer van het water, bijvoorbeeld als een (ingrijpende) wijziging van een bestaande situatie nodig zou zijn, vanwege ruimtegebrek of als de bodem ter plaatse ongeschikt is voor infiltratie. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient 10% van het oppervlak gereserveerd voor het realiseren van hemelwatervoorzieningen en/of waterberging. Bij nieuwbouw in bestaand bebouwd gebied is de beschikbare ruimte vaak echter beperkt waardoor maatwerk vereist is.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Hiertoe is een watertoets uitgevoerd voor zowel het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd als het deelgebied aan de Sniedersweg 8. Hieronder wordt voor beide deelgebieden ingegaan op de resultaten van de digitale watertoets. 6.2.2.1 Julianaweg ongenummerd De beantwoording van de vragen van de watertoets heeft ertoe geleid dat de ‘normale procedure’ van toepassing is. De uitgangspuntennotitie behorende bij de watertoets voor de Julianaweg ongenummerd is bijgevoegd in bijlage 12 bij deze toelichting. Naar aanleiding van correspondentie met het waterschap over de gewenste ontwikkeling heeft het waterschap het volgende geconcludeerd: “De wijziging heeft geen invloed op het waterbeheer, vandaar dat er in dit geval, de uitkomst had moeten zijn, dat er geen belangen spelen waarbij het waterschap is betrokken.” De volledige e-mail communicatie met het waterschap over de ontwikkeling is opgenomen in bijlage 12 bij de toelichting. Geconcludeerd wordt dat het waterschap akkoord gaat met de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld Opgemerkt wordt dat hemelwater en afvalwater gescheiden aangeboden worden. Daarnaast wordt hemelwater lokaal in het plangebied geïnfiltreerd. Tevens wordt opgemerkt dat slechts sprake is van een zeer geringe toename van bebouwing, aangezien de bestaande schuur in het deelgebied wordt gesloopt. Het deelgebied is van voldoende omvang om hemelwater lokaal in de bodem te laten infiltreren. Tevens worden meerdere landschapsmaatregelen genomen om de infiltratie van hemelwater te bevorderen en om het hemelwater lokaal op te vangen (het aanbrengen van een groen dak, halfverharding, kruidenrijk grasland, beplanting en twee wadi’s). 6.2.2.2 Sniedersweg 8 De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de ‘normale procedure’ van toepassing is. De uitgangspuntennotitie behorende bij de watertoets voor de Sniedersweg 8 is bijgevoegd in bijlage 13 bij deze toelichting. Naar aanleiding van correspondentie met het waterschap over de gewenste ontwikkeling heeft het waterschap het volgende geconcludeerd: “Deze ontwikkeling heeft geen invloed op het waterbeheer, vandaar dat in dit geval de uitkomst had moeten zijn dat er geen belangen spelen waarbij het waterschap is betrokken.” De volledige e-mail communicatie met het waterschap over de ontwikkeling is opgenomen in bijlage 13 bij de toelichting.

Geconcludeerd wordt dat het waterschap akkoord gaat met de voorgenomen ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat op het perceel aan de Sniedersweg 8 slechts sprake is van de sloop van bebouwing (voormalige agrarische schuren). Door de afname van verharding worden de mogelijkheden voor het infiltreren van hemelwater ter plaatse verbeterd. Bovendien is het deelgebied van ruim voldoende omvang om het hemelwater ter plaatse in de bodem te infiltreren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd

•

Wijze van meten (Artikel 2) In dit artikel is bepaald hoe de verschillende meetvoorschriften dienen te worden geïnterpreteerd.

7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwmogelijkheden; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig/toegestaan is;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld •

Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden;

In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk bestaat uit: •

•

•

•

•

•

7.2.5

Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven. Dit artikel bevat regels omtrent bestaande maatvoeringen en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel worden vormen van strijdig gebruik beschreven. Tevens wordt beschreven dat voldaan dient te worden aan specifieke parkeernormen. Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) Deze bepaling bevat diverse afwijkingsbevoegdheden. Aan de bevoegdheid zijn diverse beoordelingscriteria gekoppeld. Algemene wijzigingsregels (Artikel 12) In de algemene wijzigingsregels zijn de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders om het plan te wijzigen beschreven. Overige regels (Artikel 13) In de overige regels zijn de onderlinge relaties tussen dubbelbestemmingen beschreven. Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Wonen (Artikel 3) De gronden van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd zijn, conform het ter plaatse reeds geldende bestemmingsplan, voorzien van de bestemming ‘Wonen’. Tevens is het woonerf ter plaatse van de Sniedersweg 8 te Voorst voorzien van de bestemming ‘Wonen’. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor maximaal één vrijstaande woning per bouwvlak, dan wel maximaal twee aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’. Tevens zijn onder meer een aan huis verbonden beroep, bed en breakfast en hobbymatig agrarisch gebruik van gronden en opstallen toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld Voor wat betreft de bouwregels is grotendeels aangesloten bij het geldende bestemmingsplan. Echter is ter plaatse van het deelgebied Julianaweg ongenummerd vastgelegd dat geen bijgebouwen mogen worden gebouwd door middel van de aanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’. Tevens is ter plaatse door middel van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwvolume: 500 m3’ vastgelegd dat de inhoud per woning niet meer dan 500 m3 mag bedragen (1.000 m3 voor de volledige twee-onder-één-kap-woning). Door middel van een voorwaardelijke verplichting zijn de uit te voeren landschapsmaatregelen en de sloopopgave vastgelegd in de regels van de woonbestemming. Agrarisch (Artikel 4) De agrarische gronden in het westen van het deelgebied aan de Sniedersweg 8 te Voorst zijn voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor agrarische doeleinden, alsmede voor water, extensief (dag)recreatief medegebruik en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen, toegangswegen en nutsvoorzieningen. In de bouwregels is opgenomen dat het bouwen van gebouwen niet is toegestaan (vanwege het ontbreken van een agrarisch bouwvlak).

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is aangesloten bij de regels van het geldende bestemmingsplan. Door middel van een voorwaardelijke verplichting zijn de uit te voeren landschapsmaatregelen vastgelegd in de regels van de agrarische bestemming. ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ (Artikel 5) Een gedeelte van het deelgebied Sniedersweg 8 te Voorst is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologische verwachting 1’. De voor 'Waarde - Archeologische Verwachting 1' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. In de bouwregels is bepaald dat bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 250 m2 waarbij de grondbewerking dieper is dan 30 cm, een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’ (Artikel 6) Een gedeelte van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’. Tevens is een gedeelte van het deelgebied aan de Sniedersweg 8 voorzien van deze dubbelbestemming.

De voor 'Waarde - Archeologische Verwachting 2' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. In de bouwregels is bepaald dat bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 waarbij de grondbewerking dieper is dan 30 cm, een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. ‘Waarde - Archeologische verwachting 3’ (Artikel 7) Een gedeelte van het deelgebied aan de Julianaweg ongenummerd is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 3’. De voor 'Waarde - Archeologische Verwachting 3' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. In de bouwregels is bepaald dat bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 5.000 m2 waarbij de grondbewerking dieper is dan 30 cm, een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten worden verhaald op de initiatiefnemer middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Dit is opgenomen in de planschadeovereenkomst die is afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

HOOFDSTUK 9

VOOROVERLEG, INSPRAAK, ZIENSWIJZEN EN PARTICIPATIE

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Gelderland

Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling wordt het plan ter overleg voorgelegd aan de provincie Gelderland. 9.1.3

Waterschap Rijn en IJssel

Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd middels de digitale watertoets. Deze toets resulteerde in de ‘normale procedure’. Er is contact opgenomen met het waterschap Rijn en IJssel over de vervolgprocedure, waaruit geconcludeerd wordt dat er vanuit het plan geen belangen spelen voor het waterschap.

9.2

Inspraak

Op basis van de gemeentelijke inspraakverordening kan de gemeente bepalen of al dan niet een voorontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 13 oktober 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. De beantwoording op de zienswijzen en de (ambtshalve) wijzigingen zijn te vinden in de nota van zienswijzen in bijlage 14.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan Julianaweg ongenummerd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Sniedersweg 8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

61

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek Julianaweg ongenummerd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

62

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek Sniedersweg 8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

63

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 6

AERIUS-berekening Julianaweg ongenummerd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

64

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 7

AERIUS-berekening Sniedersweg 8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

65

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 8

Quickscan flora & fauna Julianaweg ongenummerd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

66

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 9

Quickscan flora & fauna Sniedersweg 8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

67

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek Julianaweg ongenummerd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

68

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek Sniedersweg 8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

69

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 12

Watertoetsresultaat Julianaweg ongenummerd

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

70

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 13

Watertoetsresultaat Sniedersweg 8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

71

Bestemmingsplan Julianaweg, Megchelen & Sniedersweg 8, Voorst Vastgesteld

Bijlage 14

Zienswijzennota

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4566/documents/27198