Ontwerp RES 1.0 Achterhoek definitief.pdf
Tekst van het document
van opslag nog niet prominent meegenomen. Dat komt onder andere omdat de maatschappelijke kosten van het verzwaren van het net
tussen overheid, ondernemers en onderwijs essentieel.
momenteel in veel gevallen lager zijn.
Regionale netwerken en organisaties, zoals Achterhoek Onderneemt Duurzaam, Agem en de Achterhoek
In de RES 2.0 worden de mogelijkheden van opslag om lokale netcongestie tegen te gaan te verkend. De businesscases rond opslag zijn
Ambassadeurs kunnen hierin een centrale rol spelen.
op dit moment nog een aandachtspunt. Opslag is vooralsnog vaak niet de meest kosteneffectieve oplossing is.
46
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
7 Zoektocht naar de ruimte
Gemeente Winterswijk
47
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
7.1 Zon op dak
Vanwege deze voordelen heeft de Achterhoek een hoge doelstelling
op dak te realiseren is besloten om vooralsnog te streven naar in
voor het realiseren van zon op dak gesteld en zet de regio
ieder geval 0,35 TWh energieproductie. Blijken innovaties een hoger
De grootschalige opstelling van zonnepanelen op daken (meer dan
maximaal in om dit doel te bereiken. Naast het stimuleren van
productieniveau mogelijk te maken, dan zal niet nagelaten worden
15 kWp), waarvan de energieproductie meetelt in de RES, heeft de
de gebruikelijke opwekmethode, zonnepanelen op het dak, zet de
dit te realiseren.
nadrukkelijke voorkeur van de samenwerkende gemeenten, de
regio ook in op gebruik van innovatieve plaatsing van de panelen.
Uit de netimpact analyse van Liander volgt dat de opgave voor zon
provincie, en het waterschap. Zij streven immers naar meervoudig
De regio volgt nauwlettend de ontwikkelingen voor zonnepanelen
op dak, zeker in het buitengebied van de Achterhoek, niet zonder
ruimtegebruik bij de inpassing van energieopwekking in de
die zijn gekoppeld aan de gebouwde omgeving, zoals zon op
meer aangesloten kan worden op de bestaande en reeds geplande
omgeving. Bij zon op dak wordt optimaal gebruikt gemaakt
gevels, op ramen en in de openbare ruimte, zoals boven auto- en
middenspanningsinfrastructuur. Het net is verfijnder maar kan ook
van de ruimte en hoeven zonneparken niet landschappelijk
fietsparkeerplaatsen en parkeerterreinen.
minder capaciteit verwerken.
te worden ingepast. Tevens is het verlies aan biodiversiteit en
De bijdrage in de productie van duurzame energie van de Achterhoek
natuur en landbouwgrond minder groot. Ook kunnen bijvoorbeeld
zoals geformuleerd in de concept-RES omvat de opwekking van
Om de restopgave van 0,248 TWh voor zon op dak vóór 2030
elektrische auto’s dicht bij de bron worden opgeladen wat het
0,35 TWh via zonnepanelen op daken. Op dit moment wordt al 0,064
te realiseren geeft Liander handvatten in de vorm van een
elektriciteitsnetwerk zo min mogelijk belast.
TWh grootschalig op daken opgewekt, terwijl er ook projecten in de
‘systeemefficiëntieladder zon op bedrijfsdaken’ die de kans op
‘harde pijplijn’ zitten waarmee de productie op afzienbare termijn
realisatie zo groot mogelijk maken. Deze ladder kan worden
groeit naar 0,102 TWh.
gebruikt om een strategie en een plan van aanpak te ontwikkelen.
De zonneladder
Uiteindelijk moet dit leiden tot een uitvoeringsprogramma voor de Het streven naar de maximale benutting van de potentie voor de
realisatie van de opgave voor zon op dak.
opwekking van zonne-energie op daken, en daarmee de resterende De zonneladder is een belangrijk afwegingskader bij de
0,248 TWh aan duurzame energie op dak op te wekken, is een
Figuur 10 toont de handreiking voor het slim kiezen van locaties
RES. De gedachte is voortgekomen uit de maatschappelijke
reële maar geen eenvoudige opgave. Bedrijfsdaken en daken
voor zon op dak. Het gaat daarbij primair om daken met een
discussie over het benutten van landbouwgrond en natuur
van agrarische bebouwing bieden echter genoeg oppervlakte
grootverbruikaansluiting (groter dan 3x80A). Het doel is zoveel
voor opwek van duurzame energie, terwijl er daken onbenut
om deze opgave te realiseren. Een conservatieve schatting van
mogelijk duurzame opwek gerealiseerd te krijgen. Daarbij is de
blijven.
de maximale realistische potentie voor grootschalig zon op dak
netsituatie als uitgangspunt genomen, omdat dit in veel gevallen
De zonneladder brengt een prioritering aan in
bedraagt 0,49 TWh (Provinciale Basis studie zon, 2021). Vanwege
een beperkende factor in de realisatie is. De impact op het net neemt
opweklocaties voor zonne-energie. Er zijn verschillende
de aanzienlijke inspanningen die verricht moeten worden om zon
per trede toe. Daarmee neemt ook dat kans toe dat er onvoldoende
versies van de zonneladder, maar algemeen geldt dat zon op dak meer prioriteit krijgt dan zon op land. Ook geldt voor zon op land dat onbenutte bebouwde locaties en locaties langs infrastructuur prioriteit krijgen boven natuur- en landbouwgrond.
Gemeente Winterswijk
48
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
transportcapaciteit is voor teruglevering van elektriciteit. De tredes
Figuur 9: De systeemefficiëntie- ladder zon op bedrijfsdaken
zijn voorzien van een toelichting en voorbeelden hoe om te gaan met de betreffende situatie. Door het toepassen van de ‘systeemefficiëntie-ladder zon op
termijn nadere handvatten bieden voor de toepassing van deze
1
ladder. Door de ladder toe te passen is het mogelijk om snel het
NO REGRET
bedrijfsdaken’ is het mogelijk met minimale netaanpassing zo veel mogelijk zon op dak te realiseren. Netbeheer Nederland zal op korte
Geen teruglevering; opwek volledig voor eigen gebruik Als een klant panelen legt en de opwek volledig voor eigen gebruik inzet is de realisatie van een project altijd mogelijk. Contractueel betekent dit dat de eigenaar van de aansluiting een gecontracteerd transportvermogen voor teruglevering krijgt met de waarde van 0.
‘laaghangende fruit’ te plukken. Het gaat hierbij om het identificeren van de daken die hoog op de ladder staan en waarop zonnepanelen dus relatief eenvoudig kunnen worden geplaatst en snel worden gerealiseerd. Dit zijn bijvoorbeeld daken van bedrijven die het hele jaar door continu stroom gebruiken. Zonne-energie die daar geproduceerd wordt, wordt meteen lokaal gebruikt en heeft dus geen (extra) elektriciteitsnet nodig (trede 1 op de ladder).
2
Terugleveren waar al stevige infrastructuur ligt/de vraag het grootst is tijdens de plek van de zon, opwek en verbuik goed te matchen zijn •
De systeemefficiëntie-ladder is met name behulpzaam bij het
ZORGVULDIG
•
zoeken naar ruimte op bedrijfsdaken. Ook in het buitengebied
INPASSEN
•
van de Achterhoek, op agrarische bedrijfsbebouwing bestaat een
Als de infrastructuur al is berekend op grote energiestromen kan teruglevering van duurzaam opgewekte energie in veel gevallen plaatsvinden. Kan invoeden van piekproductie op elektriciteitsnetten en vraag naar stroom op elkaar worden afgestemd? Dan is inpassing van duurzame energie eerder mogelijk. Kijk niet alleen naar een zuid-opstelling (maximale plekopbrengst). Onderzoek opstellingen die het beste aansluiten bij het moment van energieverbruik en houd daarbij ook rekening met het aftoppen van de productie.
aanzienlijke potentie om grootschalige opstellingen voor zon op dak te realiseren. Juist in dit gebied zijn de aansluitmogelijkheden voor deze opstellingen momenteel beperkt. Ook het kunnen benutten
Gelre en Berkelland, is vanuit het toekomstperspectief belangrijk.
3
De vraag naar duurzame energie neemt alleen maar toe. Er liggen
COMBINEREN
van de potentie van het middengebied, ruwweg het gebied dat de oostelijke helft van Bronkhorst beslaat, en westelijke delen van Oost
Bij (dreigende) congestie slim combineren met andere verbruiksfuncties of opslag/conversie Is er een mogelijkheid om de plekbelasting tijdelijk op te slaan en op een ander moment terug te leveren? Dan kan dit de oplossing zijn om het project te realiseren. Hier is een aangepaste aansluit- en transportovereenkomst voor nodig.
in de regio ook een aantal zoekgebieden voor windenergie. Hier ligt wellicht een kans om de algehele aansluitsituatie voor dat gebied te verbeteren door middel van een extra netwerkmaatregelen. Dat zou één van de obstakels voor plaatsing van zon op dak weg kunnen nemen. Uiteindelijk zullen de noodzaak, kansen en impact in termen van (maatschappelijke) kosten en doorlooptijd van eventuele nieuwe infrastructuur moeten worden meegewogen in het plan van aanpak voor zon op dak.
4 GROOTSCHALIG ENKELVOUDIG
Grote daken en laag energieverbruik. Vermogen aan zonnepanelen op het dak is veel groter dan de vermogensvraag van het betreffende pand De kans is hier het grootst dat de infrastructuur in deze situaties ontoereikend is voor teruglevering. Door hier de stappen 1 t/m 3 toe te passen neemt de realisatie toe.
49
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Figuur 10: Inpassingsladder zon op dak
Hoe?
Zoals?
1 NO REGRET
sla op
stel machines af
maak warmte
koelhuizen
INPASSEN
4 GROOTSCHALIG
Continu hoge stroomvraag.
•
Vraag flexibel matchen met het moment van energieopwek.
•
Continu (hoge) stroomvraag.
•
Vraag flexibel matchen met het moment van energieopwek.
verwarm water
stel machines af
landbouw
maakindustrie
3 COMBINEREN
•
zware industrie
2 ZORGVULDIG
Wanneer?
•
Opwekprofiel afgestemd op verbruiksprofiel (niet alleen zuid-opstelling).
•
De stroomvraag vergroten om teruglevering te voorkomen.
sla op
conversie
kantoren
laadplein
•
het wel kan; uitgestelde levering.
•
sla op
verwarm water
distributiecentra
Het elektriciteitsnet benutten op het moment dat
Als de vorige stappen niet haalbaar zijn.
sporthallen
ENKELVOUDIG
50
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Het is ook zaak te zoeken naar innovaties die nu (nog) buiten het wettelijke kader van de netbeheerder liggen, maar waarmee wel
3. Opslag in batterijen tijdens opwekpiek; pilot wordt gestart met tweedehands batterijen.
meer zon op dak gerealiseerd kan worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de opslag van elektriciteit. Dit wordt onderzocht
Daarnaast is het wenselijk om gerichte acties te starten die
in het programma Zonnige Agrariërs in de Achterhoek (ZAA) in
toewerken naar de doelstelling voor zon op dak. Het opstellen
samenspraak met de Provincie Gelderland en Agem. Het onderzoek
van een concreet en zeker uitvoeringsprogramma zon op dak
is nog niet afgerond. Op basis van de handreiking van EnergieSamen
is noodzakelijk, zodat Liander doelgericht uitbreidingen aan
(2021) zoekt men het in drie oplossingsrichtingen:
het elektriciteitsnet kan realiseren. Dit kan neerkomen op investeringen aan zowel de (middenspannings) kabels als andere
1. Het beperken van het aan te sluiten vermogen; hierbij is ook
netinfrastructuur. Aansluiten met zon op dak bij uitbreidingen in het
de oost-westopstelling van panelen nadrukkelijk in beeld. Dit
middenspanningsnet die al gepland zijn, is uiteraard sowieso zinvol.
past beter bij het patroon van het elektriciteitsgebruik dan de traditionele zuidopstelling van panelen;
Samenvattend is het noodzakelijk om zon op dak met kracht te
2. Het delen van de aansluiting; dit kan met zon en wind (cable
stimuleren. In de fase van productie van de RES 2.0 wordt daarom
pooling) maar ook door afstemming van vraag en opwek;
het plan van aanpak zon op dak, in het tekstkader gepresenteerd, uitgewerkt en uitgevoerd.
Figuur 11: Verschil patroon zuidopstelling en oost-westopstelling (Een praktische handreiking over systeemintegratie; EnergieSamen, 2021)
Elektriciteitsverbruik Elektriciteitsgebruik Oost-westopstelling Elektriciteitsgebruik Zuidopstelling
Gemeente Winterswijk
51
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Contouren plan van aanpak zon op dak Voor opname in het plan van aanpak zijn al diverse componenten geïdentificeerd. Deze componenten zijn hieronder weergegeven. Visie
• Breng in kaart op welke daken (bedrijfscategorie, gasverbruik,
Als eerste stap is een integrale, bondige visie voor zon op dak
groot dak) een combinatie van zon thermisch en zon PV te
in de Achterhoek uit te werken waarin centraal staat hoe het
plaatsen is.
elektriciteitsnetwerk op de middellange termijn beter geschikt is te
• Monitor waar de gasgedreven warmte-installatie vervangen
Instrumentarium • Zorg voor een adequaat financieel instrumentarium om zon op bedrijfsdaken mogelijk te maken; Geef een ozb-ontheffing of een ‘groene’ heffingskorting op de ozb, daar waar de ozb
maken voor duurzame decentrale opwek in het algemeen en zon op
wordt door een elektrisch gedreven warmte/koelinstallatie. Toets
stijgt ten gevolge van het toepassen van zon op dak. Subsidieer
het dak in het bijzonder. Dit rekening houdend met technologische
of plaatsing van zon op dak mogelijk is.
kostenverhogende aspecten zoals het versterken van het dak of
ontwikkelingen waaronder opslag van elektriciteit.
het maken van draagconstructies boven parkeerterreinen daar
Vraagsturing en netwerkverbetering
Aansluitend op de visie zijn de volgende activiteiten te ontplooien: Inventarisatie van potenties voor zon op dak
• Maximaliseer vraagsturing op alle bedrijventerreinen met als doel het creëren van extra ruimte voor inpassing van zon op dak op die
besparing van de energievraag voor- of meegekoppeld te worden.
bedrijventerreinen. Vraagsturing is erop gericht om energievraag
• Dwing bij nieuwbouw van bedrijven af dat zon op dak in ontwerp
zoveel mogelijk te sturen naar momenten buiten periodes van
en uitvoering wordt gemaximaliseerd. Idem bij ingrijpende
piekbelasting van het net.
renovaties of vervanging van het dak. Verken welk beleids- en
• Het op basis van de provinciale basisstudie zon (gegevens van elk
• Maximaliseer deze vraagsturing ook bij particulieren.
dak) en de systeemefficiëntie-ladder identificeren van daken die
• Zoek in het bijzonder naar mogelijkheden om upstream
zonder netuitbreiding zon op dak kunnen realiseren. Bedrijven
vraagsturing te maximaliseren ten behoeve van plaatsing van
worden proactief benaderd door een uitvoeringsorganisatie om
zon op dak in de relatief zwakke middenspanningsstrengen waar
zon op dak te gaan realiseren.
mogelijkheden zijn voor zon op dak. Daar heeft de vraagsturing
• Inventariseer waar parkeerterreinen en parkeerplaatsen kunnen worden overdekt met zonnepanelen. Combineer daar waar mogelijk met het laadpalenplan voor elektrisch vervoer waardoor het netwerk zo min mogelijk gebruikt hoeft te worden. Toets of
waar nodig. • Bij het benaderen van bedrijven voor zon op dak dient de
het hoogste positieve effect. • Breng daar waar middenspanningskabels worden verzwaard
juridisch instrumentarium daarvoor het beste ingezet kan worden. • Geef als RES-eigenaren het goede voorbeeld en plaats op alle overheidsgebouwen zonnepanelen.
Programmatische aanpak en uitvoeringsorganisatie Werk de contouren van dit plan van aanpak na vaststelling van
in het kader van reguliere netwerkverbeteringen in kaart welke
RES 1.0 in de bestuursorganen uit tot een gedetailleerd plan van
extra mogelijkheden er ontstaan voor zon op dak.
aanpak inclusief een uitvoeringsprogramma voor de komende
dit kan worden ingepast. Over het algemeen liggen deze terreinen
• Onderzoek de haalbaarheid (technisch, financieel en juridisch)
jaren. Leg de uitvoering van dit plan in handen van een (project)
binnen de bebouwde kom, waar de geproduceerde zonne-energie
van een concept voor het delen van de kabel van wind en zon
uitvoeringsorganisatie. Houdt hierbij rekening met uiteenlopende
een grote kans heeft opgenomen te worden door de lokale vraag
op dak.
aan elkaar verbonden of deels overlappende initiatieven en
naar elektriciteit voordat die het onderstation bereikt. Gebruik een uitvoeringsorganisatie om dit te realiseren.
• Breng de potentie en vraag voor teruglevering in het middengebied van de Achterhoek in kaart. Onderzoek
• Doe dat ook voor geluidschermen, stortplaatsen en waterbassins.
vervolgens samen met Liander hoe dit aan de hand van de
• Zoek binnen gebieden waar nog geen netcongestie (Liander) is
systeemefficiëntie-ladder het meest efficiënt kan worden
op het middenspanningsniveau naar relatief grote en voldoende
ingepast. Op basis hiervan kan Liander in kaart brengen welke
sterke boerenschuurdaken, toets deze op inpassing: agrariërs
netuitbreidingen dan nog benodigd zijn. Breng daarbij ook de
met geschikte daken worden proactief benaderd door een
maatschappelijke kosten en baten in kaart.
ontwikkelingen en ga na waar deze te integreren zijn om efficiëntie in aanpak te verhogen.
uitvoeringsorganisatie.
52
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Het is de ambitie om met dit plan van aanpak na vaststelling van
Bij de opstelling van de RES 1.0 is daarom in het bijzonder aandacht
windenergie in het totale bod van 1.0 TWh duurzame energie op
de RES 1.0 te komen tot een gezamenlijk uitvoeringsprogramma
besteed aan de selectie van zoekgebieden waar windturbines
land kan ruimschoots in de Achterhoek worden geproduceerd. In
waarmee wordt geborgd waar, wanneer, hoeveel zonnepanelen in
zouden kunnen worden geplaatst. De Achterhoek is nauwkeurig
de Achterhoek is dus de mogelijkheid om de als meest geschikt
grootschalige opstellingen op daken kunnen worden gerealiseerd.
onderzocht, de vele factoren die van belang zijn voor de plaatsing
beoordeelde zoekgebieden voor windturbines te benutten en
van windturbines zijn in beeld gebracht en vervolgens systematisch
de andere zoekgebieden open te laten. Anders gezegd; er is
gewogen. Dit heeft geleid tot een overzicht van grotere en kleinere
‘schuifruimte’. Een luxepositie die veel andere RES-regio’s wellicht
zoekgebieden waar windturbines in beginsel kunnen worden
niet hebben.
7.2 Windenergie
geplaatst.
Zoekgebieden voor windturbines
Ontwikkelingen in de SDE-regeling
Windenergie in de totale productie van duurzame energie is
Van belang is aan te geven dat die zoekgebieden niet altijd voor de
van groot belang in de energiemix en het beperken van de
volle honderd procent kunnen worden benut, of dat het wenselijk is
maatschappelijke kosten van de energietransitie. Tegelijkertijd is
ze zo te benutten. Voor alle Achterhoekse gemeenten geldt wel dat
duidelijk dat windturbines een niet te ontkennen visuele impact op
in het kader van een integrale ruimtelijke belangenafweging, onder
hun omgeving hebben. Ook zijn ze hoorbaar tot op zekere afstand,
meer in het kader van de opstelling van omgevingsvisies, sommige
De werkgroep “SDE en maatschappelijke kosten” heeft
wat mensen als hinder kunnen ervaren. Sommige mensen vrezen
zoekgebieden die in beginsel geschikt zijn voor de plaatsing van
in haar rapport een aanbeveling opgenomen om een
dat laagfrequent geluid tot gezondheidsschade leidt. Dit is niet
windturbines toch anders worden ingezet.
kwaliteitsbudget te introduceren, gericht op de financiering
wetenschappelijk vastgesteld12. Wel is duidelijk dat mensen die zich
van de extra onrendabele top die regionaal kan ontstaan
erg storen aan windturbines eerder klachten ervaren dan mensen
De mogelijkheid om zoekgebieden voor windturbines niet
door het verbinden van lokale maatschappelijke wensen
die de aanwezigheid van windturbines hebben geaccepteerd.
daarvoor te benutten is in de Achterhoek aanwezig. Het aandeel
aan projecten. Momenteel wordt door dezelfde werkgroep een proces ingericht om deze en andere aanbevelingen
Windturbines en afstandsnormen
verder uit te werken. Op basis hiervan kunnen de
Om het woon- en leefklimaat te beschermen van inwoners die in de buurt van een windturbine wonen, zijn wettelijke normen
RES’en.
vastgelegd voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting en slagschaduw van windturbines op woningen of andere gevoelige objecten
Voor de Achterhoek kan dit betekenen dat bijvoorbeeld ook
en voor het plaatsgebonden veiligheidsrisico. Deze normen zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit onder de Wet Milieubeheer en
relatief kleine windturbines subsidiabel zijn.
verschillende overheden overwegen of een dergelijk budget een rol kan spelen bij de uitvoering van één of meerdere
worden na inwerkingtreding van de Omgevingswet overgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Hier moet elk windpark in Nederland aan voldoen.
Opstellingswijzen van windturbines Nederland kent geen vaste afstandsnorm voor de plaatsing van windturbines. De afstand wordt bepaald door de maximaal toelaatbare
Windturbines kunnen op uiteenlopende wijzen worden opgesteld,
geluidbelasting, de slagschaduw of het plaatsgebonden risico bij een woning. Ook de meeste omringende landen hebben geen
van solitaire turbines tot aan clusters van enkele tientallen turbines.
afstandsnorm maar een normering voor geluid, die soms strenger en soms ruimer is dan in Nederland. De norm is gebaseerd op de
Van een dergelijke grote opstelling is in de Achterhoek geen sprake.
meest recente wetenschappelijke inzichten en het RIVM houdt de bestaande kennis over gezondheid en windturbines up to date. Indien
Hiervoor is veelal niet de ruimte beschikbaar, dit met uitzondering
nieuwe wetenschappelijke inzichten aanleiding geven tot het herzien van de norm zal hiernaar worden gekeken door het Rijk.
van de zuidflank van de Achterhoek. 12
Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM-rapport 2020-0214
53
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
De ruimtelijke analyse is gebaseerd op twee verschillende typen
Het is uiteraard ook mogelijk om kleine clusters met 5,5 MW-
zoekgebieden:
turbines of grote clusters met 3,5 MW turbines te realiseren. In
• ‘Grote’ clusters:
het ruimtelijk onderzoek hebben we, op basis van argumenten
Een groot cluster is gedefinieerd als een windpark van 5 of meer
van stakeholders, gekozen om maat en schaal op elkaar aan te
turbines van 5,5 MW (tiphoogte 240 meter). In enkele gebieden in
laten sluiten: grote clusters met grote turbines, kleine clusters met
de Achterhoek kan zo’n relatief groot cluster worden geplaatst.
middelgrote, 3,5 MW turbines.
Figuur 12: De invloed van een open of gesloten landschap op de zichtbaarheid van windturbines
• ‘Kleine’ clusters in agrarisch gebied en kleine clusters bij bedrijventerreinen. De definitie van een klein cluster is een windpark van 3 of 4 turbines van 3,5 MW (tiphoogte 175 meter)13. Voor kleine clusters is op diverse plaatsen in de Achterhoek de ruimte.
13
In de huidige situatie is de business case voor de middelgrote turbines slechter is als die voor de grote turbines. De huidige SDE-regeling stimuleert grote turbines meer dan middelgrote; vandaar dat de landelijke werkgroep “SDE en maatschappelijke kosten” aanbevelingen doet om de regeling op dat punt aan te passen of te compenseren (zie het kader hieronder).
Open landschap
Aandachtspunten bij landschappelijke inpassing De inpassing van windturbines is altijd maatwerk. Keuzes moeten op projectniveau worden gemaakt, rekening houdend met de omgeving en met nabijgelegen windturbineparken. Belangrijke aandachtspunten bij de inpassing van windturbines zijn: • De compactheid van het windturbinepark. De onderlinge afstand van windturbines binnen een cluster is bij voorkeur zo klein als mogelijk zonder dat de turbines elkaars wind afvangen. Hierdoor neemt het cluster niet overbodig veel ruimte in en wordt de impact op de omgeving beperkt. Een belangrijk aandachtspunt bij de positionering van de windturbines is dat het gevoel van insluiting
Half open landschap
wordt voorkomen. Dit kan door te kiezen voor een compacte opstelling, zoals een zwerm. • De visuele dominantie. Dit is het gebied rondom een cluster waarin het cluster visueel dominant aanwezig is. In deze RES hebben we visuele dominantie met name beschouwd vanuit het aantal woningen in de omgeving. Op projectniveau is het mogelijk om hier strategischer naar te kijken, bijvoorbeeld om de zichtbaarheid vanuit woonbebouwing of belangrijke routes mee te wegen. • Horizonbeslag. Dit is de zichtbaarheid van de windturbines op grotere afstand. • Eenheid in silhouet. Idealiter wordt voorkomen dat turbines van verschillende typen in één cluster terecht komen. Eenheid zorgt voor een rustiger en duidelijker beeld. Door leeftijdsverschillen in turbines is niet altijd te voorkomen dat identieke molens worden geplaatst. • Het voorkomen van verdwerging. Door de omvang van windturbines kunnen andere elementen in het landschap ineens klein lijken. Het is belangrijk om hiervan bewust te zijn bij de inpassing in relatie tot belangrijke (cultuurhistorische) elementen in het landschap.
Gesloten landschap
54
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Ruimtelijke analyse windenergie
belemmering moet worden aangehouden, zijn deze meegenomen
Liander (april 2021) kwam naar voren dat het bod van 1,35 TWh
De ruimtelijke analyse rond de mogelijkheden voor plaatsing van
in de analyse.
aansluitbaar is op de huidige onderstations, mits voor een adequate zon-wind-verhouding gekozen wordt en de windenergie over de
windturbines had als doel te komen tot objectieve informatie over potentiële zoekgebieden. Omdat de Achterhoek in tegenstelling tot
• Per zoekgebied zijn beleidsmatige en planologische beperkingen
onderstations wordt verdeeld.
veel andere RES-regio’s geen duidelijke ruimtelijke structuur heeft
geïdentificeerd die de inpassing van windturbines kunnen
waarop zoekgebieden voor wind gebaseerd kunnen worden, is heel
bemoeilijken
bewust gekozen voor een systematische aanpak van de ruimtelijke
Beleidsbelemmeringen zijn belemmeringen die ontstaan op basis
De kwaliteit van zoekgebieden is beoordeeld aan de hand van:
analyse.
van beleidsmatige beperkingen (zoals bestemmingsplannen
• De te behalen energieopbrengst;
van gemeenten en provinciale omgevingsverordening) of
• De landschappelijke kwaliteit en gebiedskenmerken;
Deze aanpak omvatte de volgende stappen:
reeds in gang gezette ontwikkelingen. Dit is bijvoorbeeld de
• De impact op de omgeving/milieu (impact milieu):
• Op basis van technische en planologische belemmeringen is
aanwezigheid van een groene ontwikkelingszone of een in
− Aantal direct gehinderde woningen (hinder)
in kaart gebracht wat de potentiële zoekgebieden zijn voor het
een ver stadium gevorderde ontwikkeling van een woonwijk.
− Ruimtegebruik van de opstelling van windturbines (direct
opwekken van windenergie
Beleidsbelemmeringen maken het realiseren van een windpark
ruimtegebruik)
Technische belemmeringen zijn bijvoorbeeld geluidsnormen
in een zoekgebied niet onmogelijk maar zorgen wel voor extra
− Visuele dominantie
en veiligheidsnormen die een ondergrens stellen voor de
uitdagingen.
− Impact op natuurwaarden in en om de locaties (impact natuur)
• Een beoordeling van de kwaliteit van de zoekgebieden
• De impact op cultuurhistorische waarden: (impact
plaatsingsafstand van windturbines ten opzichte van onder meer woningen. Planologische belemmeringen bestaan onder meer uit
• Potentiële zoekgebieden zijn onderzocht op de mogelijkheid deze
cultuurhistorie).
ruimtereserveringen voor andere functies.
aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk van Liander
Op deze manier zijn zones in kaart gebracht waar belemmerings
De onderstations van Liander hebben beperkte aansluitruimte,
In bijlage 1 worden de geanalyseerde gebieden in meer detail
vrije ruimte is. Er is naar meerdere belemmeringen gekeken,
niet alle turbines kunnen op hetzelfde onderstation worden
beschreven.
waaronder woningen, gasleidingen, hoogspanningsleidingen
aangesloten. Een goede verdeling over de regio voorkomt
en natuurgebieden. Wanneer er wettelijke afstanden tot de
aansluitproblemen. Uit de netwerkimpactanalyse van
Maatschappelijk draagvlak Maatschappelijk draagvlak is één van de pijlers van de RES’en. Tegelijkertijd staat draagvlak niet gelijk aan 100% tevredenheid van iedere inwoner, dat is niet haalbaar in een drukbevolkt land als het onze. Draagvlak heeft bovendien meerdere verschijningsvormen. Zo kan het lokaal draagvlak, bezien vanuit direct omwonenden laag zijn, maar het nationaal draagvlak vanwege kosteneffectieve keuzes hoog.
Gemeente Aalten
55
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Beleidsmatige beperkingen: doorwerking natuurbeleid als voorbeeld Beleidsmatige beperkingen voor zoekgebieden voor windenergie zijn
ontwikkeling, waarbij het onderscheid tussen groot- en kleinschalig
geïdentificeerd, benoemd en hebben de rangorde van zoekgebieden
komt te vervallen. Beoogde datum inwerkingtreding is 1 juli 2022.
natuurgebieden snel met natuurdoelen conflicteert. In de praktijk
zoals weergegeven in het overzicht in bijlage 1 mede bepaald.
Voor alle gevallen geldt dan dat een windturbine of een zonneveld
beïnvloedt dit de haalbaarheid van hernieuwbare energieopwekking
mogelijk is als de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van de GO
sterk. Bovendien geldt bij N2000-gebieden dat deze gebieden
Bij de uitwerking van concrete projecten binnen zoekgebieden voor
per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt. Hierbij geldt
een externe werking kunnen hebben. Ook activiteiten buiten het
windturbines wordt de precieze doorwerking van die beperkingen
als extra eis dat de samenhang van de GO niet verloren mag gaan. Is
N2000-gebied (ook in Duitsland) kunnen invloed hebben op de
vertaald naar de uiteindelijke inrichting van een zoekgebied.
versterking niet mogelijk, of gaat de samenhang van de GO verloren,
natuurwaarden binnen het gebied. Dit betekent dat bij het bouwen
Navolgend staan voorbeelden van die doorwerking aangegeven.
dan kan de nieuwe ontwikkeling geen doorgang vinden.
dichtbij N2000-gebied zorgvuldig gekeken moet worden of dit geen
Gelders Natuurnetwerk (GNN)
Aandachtspunt ten aanzien van het GNN en de GO is dat gewaakt
Uitzonderingen daargelaten geldt voor alle ontwikkelingen (dus
moet worden voor ‘negatieve cumulatie-effecten’ van meerdere
Windturbines, zonnevelden en soortbescherming
ook voor nieuwe windturbines en zonnevelden) in het GNN dat
parken bij elkaar.
Naast gebiedsbescherming kent de Wnb ook soortenbescherming. Via
natuurwaarden binnen het N2000-gebied aantast.
energieopwekking* in aangewezen natuurgebieden snel met
de soortenbescherming beschermt de provincie plant- en diersoorten
natuurdoelen conflicteert en binnen de hoofdregels voor GNN
Ganzenrustgebieden
die in het wild voorkomen. Soortbescherming geldt overal, dus niet
niet inpasbaar zijn. In de praktijk zal dit de haalbaarheid van
Het plaatsen van een nieuwe windturbine of nieuw zonneveld is
alleen binnen N2000-gebieden. Een van de beschermde soorten is
hernieuwbare energieopwekking sterk beïnvloeden in deze gebieden.
alleen mogelijk als de functie als rustgebied voor overwinterende
de wespendief, die dus ook buiten N2000 beschermd is, net als alle
*Binnen het GNN in de Achterhoek zijn op enkele plaatsen langs
ganzen niet wordt aangetast. In de praktijk betekent dit zorgen dat
soorten inheemse vleermuizen.
Rijkssnelwegen onder strikte voorwaarden windturbines mogelijk.
de oppervlakte aaneengesloten rustgebied minimaal 500 ha is en de
Wel moeten de nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten,
activiteit zoveel mogelijk aan de randen of aansluitend aan bestaande
oppervlakte of samenhang van het Gelders Natuurnetwerk zoveel
bebouwing plaatsvindt.
mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Voor de oppervlakte aan natuur die verloren
Windturbines binnen Weidevogelgebieden
gaat geldt dat deze voor 200 procent moet worden gecompenseerd.
In de omgevingsverordening is bepaald dat nieuwe windturbines en nieuwe zonnevelden niet zijn toegestaan binnen Weidevogelgebieden.
Groene ontwikkelingszone (GO) Binnen de huidige regels voor de GO wordt onderscheid gemaakt
Natura 2000-gebieden
tussen grootschalige en kleinschalige ontwikkelingen. Nieuwe
Bepaalde natuurgebieden zijn ook beschermd omdat deze gebieden
functies toevoegen betekent ook een investering in versterking van
zijn aangewezen als Natura 2000 (N2000) gebied. Voor deze gebieden
de natuur (kernkwaliteiten). Voor beide soorten ontwikkelingen
geldt de gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming
gelden andere regels. Er zijn echter nieuwe regels voor de GO in
(Wnb). De ervaring leert dat energieopwekking in aangewezen
56
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
7.3 Zon op land
Daar waar toch ruimte in het buitengebied voor zonneparken aan
regionale ruimtelijke en ecologisch karakteristiek ten goede komt.
de orde is wordt nadrukkelijker dan voorheen de samenwerking
Daarnaast is een koppeling van locaties van zonneparken aan
De Achterhoek kan haar volledige elektriciteitsopgave voor zon
tussen gemeenten en provincie opgezocht. Door een samenspel van
de zoekgebieden voor windturbine, niet alleen bij toekomstige
niet op daken opwekken. Er zijn ook zonneparken nodig om
beide RES-partners en de gecombineerde inzet van hun ruimtelijk
maar ook bestaande turbines, zinvol. Dit bespaart enerzijds ruimte
de doelstelling te behalen. Op dit moment wordt er 0,015 TWh
instrumentarium – de gemeentelijke inpassingskaders voor
en drukt anderzijds de kosten van aansluiting op het netwerk.
met zonneparken opgewekt en zijn er meerdere initiatieven in
zonnepanelen op land en de provinciale verordening ruimte – komt
Daarnaast verbetert het de leveringszekerheid van beide duurzame
voorbereiding zodat het productieniveau op afzienbare termijn
een hoogwaardige ruimtelijke afweging tot stand wat vooral de
opties vanwege de complementariteit in de tijd van wind en zon.
oploopt naar 0,198 TWh. Door de gewenste wind-zon-verhouding en omdat er al relatief veel zonneparken gerealiseerd zijn (94% van de restopgave zon volgens de adequate zon-wind-verhouding van 1 op 3), dan wel in de pijpleiding zitten, is de restopgave voor zon op land relatief beperkt: 0,013 TWh. Deze opgave is binnen de Achterhoek qua beschikbare ruimte goed te realiseren. In de huidige situatie hebben de Achterhoekse gemeenten bestaand beleid (RODE-beleid) dat voorziet in de toelating van zonneparken. Gebieden zijn aangewezen waarbinnen zonneparken onder bepaalde voorwaarden kunnen worden ingepast. Dit beleid voor zonneparken, dat per gemeente enigszins uiteen kan lopen, kan grotendeels worden gecontinueerd omdat de relatief beperkte resterende opgave voor zonneparken binnen deze kaders ruimschoots kan worden gerealiseerd. Het is mogelijk om selectief om te gaan met locaties voor zonneparken. Dit maakt het mogelijk om met meer nadruk te zoeken naar gelegenheden om zonne-energie te winnen in openbare ruimten, nabij of op over-ruimtes op industrieterreinen of als overkappingen van busstations et cetera. Diverse gemeenten hebben deze analyse overigens al uitgebreid doorlopen.
Plannen met een duidelijke ecologische meerwaarde, plannen die de agrarische functie combineren met de opwek van zonnestroom, en plannen die van onderaf door de bewoners worden ontwikkeld verdienen vanwege de kwalitatieve meerwaarde de voorkeur. Het enkelvoudig benutten van (veelal agrarische) grond in het NP RES - Gemeente Oude IJsselstreek
buitengebied voor zonneparken wordt zoveel mogelijk beperkt.
57
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
8 Netwerkimpactanalyse
Liander
58
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
8.1 Ruimtelijke alternatieven productie duurzame energie verkend
• De zon-wind-verhouding in elk alternatief is goed, wat inhoudt dat het netwerk op een efficiënte wijze wordt gebruikt en geen onnodige investeringen (buiten de al geplande) hoeven te
Via een zogenaamde netwerkimpactanalyse uitgevoerd door Liander is nagegaan of de productie van duurzame energie, zoals verkend in deze RES 1.0, mogelijk is. In de aanloop naar de RES 1.0
worden gedaan; • De infrastructuur voor zon op dak is in geen van de varianten voor 2030 zonder meer realiseerbaar.
zijn daartoe drie alternatieve vormen van ruimtegebruik voor de productie van duurzame energie verkend:
Daarbij is wel van belang dat de hoeveelheid opwek per onderstation
• Een alternatief waarin locaties voor de productie van duurzame
Betrokkenheid netbeheerder Liander
wordt geborgd evenals de gewenste wind-zon-verhouding
Liander is de beheerder van het elektriciteitsnetwerk in
energie zoveel mogelijk zijn geplaatst passend binnen het
in elk alternatief. Het tijdspad voor inpassing van duurzame
de Achterhoek. Als zodanig is Liander ook een belangrijke
bestaande ruimtelijke beleid daarvoor:
energieproductie moet zijn afgestemd op de uitbreiding van
partner in het RES-proces. Liander verstrekt informatie
onderstations en vice versa.
over de status van het netwerk, waar liggen mogelijkheden
• Een alternatief waarin zoveel mogelijk wordt uitgegaan van grotere opstellingen van (grotere) windturbines en zonnepanelen (clustering); • Een alternatief waarin productielocaties gespreid zijn over de Achterhoek en is uitgegaan van kleinere turbines.
voor teruglevering aan het netwerk en waar niet. Liander Dat de opgave voor wind en zon op land aan te sluiten is op het
heeft ook de ruimtelijke alternatieven voor toekomstige
netwerk is mede te danken aan al voorgenomen investeringen
productie van duurzame energie door zon en wind verkend.
door Liander. Figuur 13 geeft voorgenomen uitbreidingen van
Dit onderzoek, de zogenaamde netwerkimpactanalyse, heeft
onderstations weer.
geresulteerd in inzicht in de kosten van duurzame energie en
Elk van de alternatieven bestond uit een combinatie van windturbines
de tijd die nodig is om die energie op het netwerk te kunnen
en zonneparken (een energiemix) die samen tot 1,35 TWh duurzame
aansluiten.
energie leiden. In elk alternatief is een productie door zonnepanelen
De opzet en resultaten van deze netwerkanalyse, verwoord
via grootschalige opstellingen op daken van 0,35 TWh opgenomen.
in het document “Impact van concept RES-scenario’s op de elektriciteits-en gasinfrastructuur RES-regio Achterhoek”
De opstelling van deze alternatieven, en vervolgens de doorrekening
(April 2021) zijn terug te vinden op de website van
van de effecten ervan op het elektriciteitsnetwerk, was nodig om
de RES Achterhoek. De resultaten zijn gebruikt
na te gaan wat de keuzeruimte is binnen de Achterhoek. Kan het
om de inhoud van deze RES 1.0 vorm te geven.
netwerk overal in de Achterhoek duurzame energie opnemen of is de inzet van bepaalde gebieden niet mogelijk omdat daar geen energie op het netwerk kan worden terug geleverd? Op basis van de doorrekening, de netwerkimpactanalyse, zijn de volgende conclusies te trekken: • In alle alternatieven past de opgave voor zon en wind op het bestaande netwerk in combinatie met reeds voorziene uitbreidingen daarvan. Dit houdt in dat de Achterhoek een ruime keuze heeft als het gaat om de inzet van de ruimte voor de productie van duurzame energie;
59
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Figuur 13: De planning van de uitbreidingen van onderstations in de Achterhoek
De omvang van deze uitbreidingen is gebaseerd op universele bouwstandaarden. Dat wil zeggen dat uitbreidingen altijd een minimale capaciteitstoename hebben, ongeacht de omvang van de dreigende overbelasting, omdat onderstations uitgebreid worden
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
met standaard ‘bouwblokken’.
Onderstation +160 MVA
Doetinchem
8.2 Beschouwing door de netbeheerder
extra velden Ten aanzien van de keuzeruimte rond de productie van duurzame
Angerlo
energie binnen de Achterhoek heeft de netbeheerder nadere
+17 MVA
opmerkingen geplaatst.
extra velden
Voor windturbines en zonnepanelen op land stelt de
Elbergen
+34 MVA
netbeheerder dat: • De wind-zon-verhouding in de verschillende alternatieven goed
extra velden
is. Echter, deze kan verslechteren doordat er veel animo is om
Borculo
zonneparken aan te leggen waardoor zonne-energie de komende
+40 MVA
tijd onevenredig toeneemt (zon ontwikkelt immers sneller dan
extra velden
wind). Wat in dat geval betekent dat straks alleen nog maar wind moet worden toegestaan wil de regio goede zon-wind-verhouding
Winterswijk
Fase 1: +80 MVA
Fase 2: n.t.b.
behouden; • De energieproductie zoals opgenomen in de alternatieven
extra velden
2030 past op onderstations. Dringend aan te bevelen is wel dat
n.t.b.
Dale (Aalten)
een uitvoeringsprogramma wordt opgesteld voor wind- en zonneparken waarin tempo en hoeveelheid energieopwekking per onderstation worden geborgd. Wordt hiervan afgeweken, dan kan het noodzakelijk zijn om investeringen in het netwerk te
Ulft
+20 MVA extra velden
doen. Dit heeft zowel financiële als tijdsconsequenties waardoor de tijdige productie van duurzame energie onder druk kan komen te staan;
60
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
• Tot aan het moment dat een variant wordt gekozen, én een voldoende concreet en zeker uitvoeringsprogramma is opgesteld - totdat regie wordt gepakt - de kans op netcongestie aanwezig
Figuur 14: Windenergie in vergelijking met zonne-energie
Wat zijn de voordelen van windmolens t.o.v. zonnevelden? Wat zijn de voordelen van windmolens t.o.v. zonnevelden?
is. Zolang de regie ontbreekt kan opwek ontstaan (worden toegestaan) zonder dat een station al is uitgebreid, of kan de totale opwek de capaciteit van een station overschrijden. Om de infrastructuur efficiënt te benutten is het noodzakelijk dat er
Hogere opbrengst Hogere opbrengst 5,6 MW 5,6 MW
ook duurzame opwek plaatsvindt via windturbines. Met dezelfde
18 Ha 18 Ha
Inwoners profiteren meer Inwoners profiteren meer bij hogere opbrengst bij hogere opbrengst • Omgevingsfonds • Omgevingsfonds • Aandelen of obligaties • Aandelen of obligaties • Omwonendenregeling • Omwonendenregeling
infrastructuur kan door het gebruik van windenergie tot wel vier keer zoveel energie opgewekt worden als met alleen zon. Door niet te kiezen voor windenergie kan de energierekening van de Achterhoeker voor de infrastructuur dus tot wel vier keer zo hoog worden.
1 windmolen van 5,6 MW levert net 1 windmolen 5,6 MW net zoveel elektriciteitvan op als 18 Halevert zonnevelden zoveel elektriciteit op als 18 Ha zonnevelden
Hogere opbrengst Hogere opbrengst
Opbrengst het hele jaar rond Opbrengst het hele jaar rond 3500 vollast 3500uren* vollast uren*
950 vollast 950 uren* vollast uren*
* tijdsduur waarin de energiebron effectief op * tijdsduur waarinenergie de energiebron effectief op vol vermogen heeft geproduceerd. vol vermogen energie heeft geproduceerd.
Meer ruimte voor Meer ruimte voor landbouw, natuur landbouw, natuur en recreatie en recreatie
Zon en wind sámen: Zon en windesámen: goed voor goed voor de portemonnee portemonnee
1 x ruimte, 1 x netwerk, 1 x ruimte, 1 x netwerk, Samen langer en meer elektriciteit Samen langer en meer elektriciteit
61
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
9 Financiële participatie en lokaal eigendom
NP RES
62
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
9.1 Lasten en lusten
9.2 Wat betekenen lokaal eigendom en financiële participatie in de praktijk?
Samen, NWEA, Holland Solar, VNG, IPO, EZK, UvW) naar aanleiding van het Klimaatakkoord een participatiewaaier opgesteld. Deze waaier geeft een overzicht van de mogelijkheden om financiële
De productie van duurzame energie met windturbines en
participatie vorm te geven.
zonnepanelen op land heeft invloed op de leefomgeving van
Het realiseren van financiële participatie van partijen in een
omwonenden en op de omgeving in het algemeen. Dikwijls worden
initiatief voor de productie van duurzame energie, eventueel
wind- en zonneparken door projectontwikkelaars uitgewerkt en
leidend tot (mede)eigenaarschap ervan, betekent dat een vorm van
De waaier geeft aan dat er verschillende mogelijkheden zijn voor
gerealiseerd. Parken worden geregeld verkocht aan andere partijen
betrokkenheid van partijen moet worden gezocht bij de uitwerking
projectparticipatie:
zoals (buitenlandse) beleggers waardoor de financiële revenuen van
van een initiatief. Initiatiefnemers en omwonenden en andere
1. Mede-eigenaarschap
de productie van duurzame energie naar buiten de regio vloeien.
betrokken partijen moeten samen op zoek naar een wenselijk vorm
2. Financiële deelneming
Dit heeft een disbalans tot gevolg in de ervaren lusten en lasten van
van financiële participatie. Om dit proces te vergemakkelijken
3. Omgevingsfonds
de productie van duurzame energie. De regio, omwonenden ervaren
hebben een groot aantal stakeholders (onder meer de NVDE, Energie
4. Omwonendenregeling
de lasten; een verminderd uitzicht, mogelijk hinder van geluid of slagschaduw: Andere partijen ervaren de financiële lusten. Deze scheve verdeling tussen lusten en lasten draagt niet bij aan begrip voor en acceptatie van de productie van duurzame energie. Ook de
Procesparticipatie in het project
regionale economie is er niet bij gebaat.
De initiatiefnemer doorloopt samen met de omgeving een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare omgeving
Om deze disbalans te doorbreken is in het Klimaatakkoord
over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving.
van participatie. Hieruit volgen afspraken over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassing en/of
afgesproken dat ernaar gestreefd moet worden dat 50% van de productie van grootschalige hernieuwbare opwek op land, in handen komt van de lokale omgeving, van inwoners en bedrijven. In diverse gemeentelijke beleidskaders van Achterhoekse gemeenten zijn al bepalingen opgenomen die het streven naar lokale financiële participatie en eigendom van energieproductiemiddelen stimuleren. Ook is het al gangbaar dat projectontwikkelaars een bepaald percentage van de opbrengsten van de energieproductie ten goede laten komen aan de omgeving. De afspraak in het Klimaatakkoord gaat aanzienlijk verder dan dat. Deze grote ambitie betekent dat actief moet worden gezocht naar mogelijkheden om het lokaal eigendom of financiële participatie op andere wijze te vergroten. Een planmatig aanpak om dit te bereiken is essentieel.
Medeeigenaarschap
Financiële deelneming
Omgevingsfonds
Omwonendenregeling
Omwonenden profiteren
Omwonenden nemen
Een deel van de opbrengsten
Direct omwonenden
mee als mede-eigenaar van
risicodragend deel aan een
komt ten goede aan
ontvangen voordeel,
een wind- of zonneproject,
project, bijvoorbeeld door
maatschappelijke doelen in
bijvoorbeeld in de vorm van
via een vereniging of
aandelen, certificaten of
de buurt, zoals een sportclub
verduurzaming van hun
coöperatie.
obligaties.
of wijkvereniging.
woning of korting op groene stroom.
Figuur 15: Participatiewaaier (NVDE et al. 2019)
63
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Figuur 16: Aanpak maatschappelijke tender
Van eigenaarschap naar omwonendenregeling neemt de financiële
Deze aanpakken sluiten elkaar niet uit. De belangrijkste is het
betrokkenheid bij een initiatief af. Van een risicodragende financiële
maatschappelijk tenderen. Het oprichten van een publiek regionaal
inleg, met de kans op een zeker rendement, tot een kleinere
opererend ontwikkelbedrijf kan aanvullend worden ingezet en een
vergoeding zonder enig bijkomend risico of verplichting.
bredere doelstelling nastreven.
Het streven naar financiële participatie rond een initiatief, heeft
Maatschappelijk tenderen
in een communicatietraject met belanghebbenden als bijkomend
Maatschappelijk tenderen om een of andere vorm van lokale
voordeel dat door de betrokkenheid van belanghebbenden een zeker
projectparticipatie vorm te geven, komt neer op het creëren van
gevoel van emotioneel eigenaarschap ontstaat. Het ideaalbeeld is
schaarste; schaarste van publieke rechten om een energie-initiatief
hierbij dat draagvlak voor een initiatief ontstaat en misschien zelfs
te ontwikkelen: dus schaarste voor ontwikkelaars om een project te
trots op bijvoorbeeld ‘onze windturbine’.
kunnen realiseren.
3. Voorbereiden overeenkomsten
De uitdaging bij het verhogen van de financiële participatie van
In deze aanpak neemt bijvoorbeeld een gemeente de regierol bij de
4. Definitief besluit uitgangspuntennotitie
inwoners en partijen binnen de regio is het aanzetten van initiatief
ontwikkeling van energie-initiatieven op zich. Voor een bepaald
nemers en projectontwikkelaars om een groter deel van de revenuen
zoekgebied voor wind of zon vraagt de gemeente geïnteresseerde
van energieproductie te laten landen bij andere partijen in de regio
partijen (aanbieders) om een aanbod te doen dat aan de relevante
dan zijzelf. Hoe daadwerkelijk te komen tot het verdelen van de
ruimtelijke èn maatschappelijke criteria voldoet. Binnen de
financiële lusten?
maatschappelijke criteria zijn expliciet criteria opgenomen ten
Aanpak maatschappelijke tender 1.
Concept uitgangspuntennotitie
2. Marktconsultatie
5. Selectie vanuit ruimtelijk kader 6. Selectie vanuit maatschappelijke kader
aanzien van het niveau van financiële participatie waaraan
7.
kandidaat-projecten bij voorkeur moeten voldoen.
Gunning
9.3 Hoe hier te komen? Alternatieve aanpakken Uitgangspunt van de tender is dat een zoekgebied voor wind of zon In de mogelijke aanpakken voor de betere verdeling van de
bekend is. Stel er zijn vijf aanbieders die voldoen aan de ruimtelijk
Het proces en de te stellen eisen moeten worden vastgelegd in
financiële lusten die navolgend worden gepresenteerd, speelt
criteria om in het gebied een initiatief uit te werken, dan is de lokale
een uitgangspuntennotitie. Het GEA heeft met Energie Samen
de overheid een rol. Enerzijds is er de rol van ‘marktmeester’.
overheid juridisch gerechtigd om de aanvullende, maatschappelijke
Gelderland en Klimaatverbond, een handreiking opgesteld waarin
Van overheidswege worden de markt, ruimte om projecten voor
criteria te gebruiken bij de selectie van de aanbieder. Indien het
deze voorkeursroute verder is uitgewerkt in zeven concrete
duurzame energieproductie te realiseren afgebakend en worden
zoekgebied te groot is voor het creëren van schaarste kan het worden
stappen, zie figuur 1515. De omgevingswet maakt het volgens niet
de condities waaronder dat kan bepaald. Anderzijds neemt de
getenderd in tranches of in fasen. Om gelijke kansen te realiseren
anders, beschrijft mr. J.A. Timmerman in zijn notities over de
overheid zelf het heft in handen en treedt zij zelf op de voorgrond
voor de aanbieders “moet het bestuur duidelijkheid geven over: 14
maatschappelijke tender.
als ontwikkelaar. Op basis van deze noties staan navolgend twee aanpakken om tot collectief eigendom te komen gepresenteerd:
• De beschikbaarheid van de schaarse vergunning; • De verdelingsprocedure;
1. Maatschappelijk tenderen
• Het aanvraagtijdvak en;
2. Publiek regionaal opererend ontwikkelbedrijf
• De toe te passen criteria”.
14
Mr. J.A Timmerman in “De maatschappelijk tender en meer: handelingsperspectieven voor een gemeente in de energietransitie” 19 mei 2021. 15 (GEA et al. “De Maatschappelijke Tender als instrument voor de borging van lokaal eigendom bij de (grootschalige) elektriciteitsproductie op basis van wind en zonne-energie” april 2021).
64
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Vóór de vergunningverlening wordt in deze aanpak met de
Naast het bevorderen van lokaal eigendom zijn er nog een tweetal
aanbieder(s) een privaatrechtelijke overeenkomst afgesloten
belangrijke voordelen aan zo’n publiek ontwikkelbedrijf:
Gemeente Bronckhorst
waarin de maatschappelijke criteria juridisch houdbaar en handhaafbaar worden vastgelegd. Deze aanpak om een zo hoog
1. Het bedrijf breder inzetten dan alleen voor wind en zon op land
mogelijk aandeel lokaal eigendom en/of financiële participatie te
projecten; het kan ook ingezet worden voor zon op dak (zie het
bewerkstelligen wordt over het algemeen zowel door stakeholders
Plan van aanpak zon op dak) en – belangrijker zeker in het
als projectontwikkelaars ondersteund.
akkoord van Groenlo – voor diverse energiebesparingsopties. 2. Daarmee kan een portfolio-aanpak helpen om een groter
Publiek regionaal opererend ontwikkelbedrijf
potentieel te realiseren; immers winsten uit projecten met een
Een publiek regionaal opererend ontwikkelbedrijf geeft maximaal
hogere rentabiliteit kunnen gebruikt worden voor marginale
invulling aan regie op de realisatie van energieprojecten door
projecten die anders niet gerealiseerd zouden worden
de overheid. In een mogelijke opzet van zo’n ontwikkelbedrijf, dat mede uitvoering geeft aan de realisatie van de RES
Het regionaal opererend publiek ontwikkelbedrijf kan daarmee
Achterhoek, zijn de overheden die samen de RES Achterhoek
de energietransitie in den brede helpen versnellen en zal ook de
hebben opgesteld aandeelhouder van een Holding (NV)
duurzame, Achterhoekse economie verder versterken.
die het publiek ontwikkelbedrijf op afstand aanstuurt. Het ontwikkelbedrijf ontwikkelt daar waar mogelijk samen met andere initiatiefnemers (groepen burgers, agrariërs, energiecoöperaties,
9.4 Plan van aanpak lokaal eigendom
projectontwikkelaars, energiebedrijven) projecten (privaat-publieke samenwerking). Uiteraard is de RES 1.0 Achterhoek sturend op waar
Elementen van bovenstaande aanpakken komen beide in diverse
welke projecten worden opgepakt.
verschijningsvormen in de Achterhoek voor. Diverse overheden
Het ontwikkelbedrijf maakt jaarlijks een programma voor op te
hanteren elementen van deze aanpak, met name van het
pakken projecten die door de RES-partners worden vastgesteld.
maatschappelijk tenderen; andere organisaties in de Achterhoek
De aandeelhouders investeren in het ontwikkelbedrijf. Hiermee
bevatten soortgelijke elementen als die in het instrument
krijgt het bedrijf voldoende middelen om projectontwikkeling van
ontwikkelbedrijf.
begin tot het einde op te pakken. De projectontwikkelingswinsten
Uit een eerste inventarisatie blijkt dat de gebruikte instrumenten in
die daarbij ontstaan worden gebruikt om nieuwe projecten te
de Achterhoek divers zijn. Om op regionaal niveau op een uniforme
ontwikkelen. Zo krijgt het geïnvesteerde geld een revolverend
en slagvaardige wijze te kunnen handelen is het wenselijk om na te
karakter.
gaan waar harmonisatie van bijvoorbeeld gemeentelijke regelgeving zinvol is.
Het bedrijf krijgt een taakstelling mee op het gebied van de ontwikkeling van projecten voor duurzame energieproductie met
Om snelheid hierin te maken is een planmatige aanpak wenselijk.
minimaal 50% lokaal eigendom en financiële participatie. Hierdoor
Het tekstkader geeft de contouren van een plan van aanpak om
wordt eigendom maximaal bevorderd.
lokaal eigendom te bevorderen weer.
65
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
Contouren plan van Aanpak Lokaal eigendom Als eerste stap is wenselijk dat de partners in de RES-
Na regionale besluitvorming over de kadernota moet de aanpak
Achterhoek tot een gedeelde stellingname komen rond het
‘aan de man worden gebracht’; de invoering ervan houdt
bevorderen van lokaal eigendom.
activiteiten in zoals: • Het uitwerken van concrete voorbeelden waarin het
In dit kader is het als eerste opstellen van een kadernota Maatschappelijke duurzame energieprojecten zinvol. Deze geeft
maatschappelijk tenderen is gehanteerd; • Het per gemeente opstellen van een tender volgorde van
richting aan uniform handelen door alle RES-partners. Deze
gebieden (indien nodig tranches) waarmee voldoende
nota bevat onderdelen als:
schaarste gecreëerd wordt en vaststelling ervan door de
• De gehanteerde definitie van financiële projectparticipatie en
gemeenteraad. De RES 1.0 Achterhoek is hierbij uiteraard het
lokaal eigendom in hernieuwbare energieprojecten;
ankerpunt;
• De doelstelling van minimaal 50% financiële participatie en
• Het opzetten van een regionaal kennisplatform voor het delen
lokaal eigendom voor hernieuwbare energieprojecten;
van kennis en ervaring ten aanzien van maatschappelijk
• De reikwijdte van deze participatie (overeenkomend met de inhoud van de eerdergenoemde participatiewaaier);
tenderen in de Achterhoek; • Het delen van succesverhalen met een breed publiek.
• Succes- en faalfactoren huidig beleid en instrumentarium
Maak daarbij gebruik van de ervaringen die bij de diverse
voor het stimuleren van lokaal eigendom en financiële
gemeenten reeds zijn opgedaan met het bevorderen van het
participatie;
lokaal eigendom en/of financiële participatie.
• De mogelijke maatschappelijke randvoorwaarden die meegenomen kunnen worden voor individuele projecten via
In een tweede, aanvullende stap kan de haalbaarheid van een
de maatschappelijke tender;
publiek regionaal opererend ontwikkelbedrijf nader in beeld
• Het beschrijven van een modelovereenkomst voor een
worden gebracht.
privaatrechtelijke overeenkomst (“Green Deal”) die de maatschappelijke randvoorwaarden juridisch houdbaar en
De uitvoering van dit plan van aanpak is projectmatig op te
handhaafbaar borgt;
pakken als onderdeel van de verdere stappen op weg naar de
• Het ruimtelijke domein dat binnen de Achterhoek kan
RES 2.0.
vallen onder deze kadernota. Dit is het gebied dat binnen de Achterhoek in beginsel kan worden benut voor wind- of zonne-energieprojecten. Uiteraard is de RES 1.0 Achterhoek hiervoor het vertrekpunt.
66
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
10 Regionale Structuur Warmte
NP RES - Gemeente Oude IJsselstreek
67
Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek
10.1 De Regionale Structuur Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW) in deze RES 1.0 brengt de vraag en het aanbod van warmte op basis van bestaande bronnen in kaart. Ook wordt er aandacht gegeven aan kansrijke koppelingen
10.3 Aardgasvrije bebouwde omgeving
De Achterhoekse woningvoorraad
van de warmtevraag en –aanbod. Dit geeft inzicht in potentiële
CO2-reductie opgave gebouwde omgeving Nederland streeft naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Het Klimaatakkoord verwoordt diverse doelstellingen en nader in te vullen afspraken tussen partijen. Zeven miljoen huizen en één miljoen
kansen voor collectieve warmtenetten in de regio. Naast collectieve
De Achterhoek kenmerkt zich als een plattelandsregio
gebouwen moeten worden aangepast. De landelijke opgave voor CO2-
warmtenetten zijn er ook individuele warmteoplossingen nodig.
(dorpenlandschap) met enkele wat grotere kernen,
reductie voor de sector gebouwde omgeving is 3,4 Mton minder CO2-
Er wordt een doorkijk gegeven op welke manier de Achterhoek
zoals Doetinchem en Winterwijk. Daarnaast zijn er
uitstoot in 2030.
stap voor stap aardgasvrij kan worden. Tot slot wordt er aandacht
veel kleinere kernen en buurtschappen en een groot
gegeven aan mogelijke warmtekansen in de toekomst en met het
buitengebied met veel verspreide bebouwing. In
Met een ambitieuze regionale opgave om de aardgasvraag flink
oog op de RSW 2.0 worden aandachtspunten aangestipt.
januari 2019 stonden er in totaal 129.795 woningen in
te reduceren zijn we er nog niet: de resterende warmtevraag moet
de 8 gemeenten, waarvan 66% koop en 34% huur (bron:
anders, en duurzamer worden ingevuld. Hoe de gemeenten de
Woonmonitor Achterhoek, 2019)*. Zowel bij de huur- als
gebouwde omgeving aardgasvrij gaan maken en in welk tempo dit
koopwoningvoorraad zijn de meeste woningen gebouwd
gebeurt, wordt aangegeven in de Transitievisie Warmte (TVW) en de
10.2 Energie besparen
in de periode 1970-1990. (34%). Woningen gebouwd vóór
wijkuitvoeringsplannen (WP). In de TVW geeft de gemeente aan welke
Een belangrijke eerste stap in het verduurzamen van de gebouwde
1970 (vóór 1945: 18% en 1945-1970: 22%) zijn potentieel
wijk wanneer van het aardgas af gaat. Elke gemeente moet uiterlijk in
omgeving is het reduceren van de warmtevraag van woningen
het meest kwetsbaar vanuit het oogpunt van technische
2021 een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld.
en gebouwen, bijvoorbeeld door te isoleren. Energiebesparing
kwaliteit (o.a. energetische kwaliteit) en wooncomfort.
Transitievisie Warmte en wijkuitvoeringsplannen
dus. Warmte die niet wordt verbruikt, hoeft immers ook niet te worden geproduceerd. Ook leidt het beter isoleren van woningen en
Het aantal relatief jonge woningen is zowel in de
Voor het opstellen van de Transitievisies Warmte en de wijkuitvoerings
gebouwen tot een lagere energierekening voor de bewoner/gebruiker
huur- als koopwoningvoorraad het kleinste aandeel
plannen is de informatie uit de RSW zeer bruikbaar. Maar ook andersom:
en neemt het comfort toe.
(na 1990: 2,24% en na 2010: 2%). Dit geeft een indicatie
de RSW wordt aangevuld en aangepast op basis van eerste inzichten
dat er een grote verbeteropgave ligt in de bestaande
van de Transitievisies Warmte van de verschillende gemeenten. Dit
Zo’n 60% van de woningen in de Achterhoek is gebouwd tussen
woningvoorraad en daarmee ook een grote kans voor
geldt ook voor nadere informatie die beschikbaar komt over omvang en
1951 en 1990. Deze woningen zijn destijds onvoldoende of
energiebesparing.
beschikbaarheid van mogelijke bronnen (o.a. geothermie, aquathermie).
minimaal geïsoleerd, waardoor er veel warmte verloren gaat en
Op basis van de eerste verkenningen in RES 1.0 kan inzicht gegeven
er relatief hoge temperaturen (70-90°C) nodig zijn om het in de
Naast het bouwjaar is ook het woningtype een bepalende
woningen comfortabel warm te krijgen en te houden. Daarom is
factor van de warmtevraag van een woning. Vrijstaande
het besparingspotentieel bij woningen die voor 1990 zijn gebouwd
woningen (25%) hebben de hoogste warmtebehoefte,
Voor de TVW hebben de gemeenten van de RES-regio gezamenlijk een
het grootst. Dit inzicht was al bekend in de Achterhoek en dus zijn
appartementen (13%) de laagste. Het meest voorkomende
data-analyse laten uitvoeren. Deze analyse heeft geresulteerd in een
woningeigenaren van woningen van voor 1990 de afgelopen jaren