Boekwerk jaarstukken 2023 DEf 23-5-24.pdf
Tekst van het document
NCW GREX 2023
NCW GREX 2024
Verschil
Effect netto contant
Overige
per 01.01.2023
per 01.01.2024
per 01.01.2024
netto contant
tussentijdse winstneming
verschillen
Slawijkseweg
-46.716
-46.650
-29.807
17.843
4.904
12.939
Kromkamp
- 3.473
-3.543
-8.847
-5.304
-5.304
Kuipje
188.731
192.505
147.052
-45.453
-45.453
De Rieze V + VI
-466.637
-475.970
-339.411
136.559
Projecten
67
33.496
103.063
Hofskamp Oost II
-115.455
-117.764
-106.266
11.498
Het VIP
-49.164
-50.148
1.456.845
1.506.993
Totaal
-492.715
-502.569
1.119.567
1.622.135
33.076
-21.578
1.506.993 71.477
1.550.659
Uit het overzicht volgt een verschil van netto contant € 1.622.135,- op peildatum 1 januari 2024. Van het verschil is € 1.506.993,- toe te rekenen aan de grondexploitatie voor Het VIP. Van het restant verschil van € 115.142,- (€ 1.622.135 - € 1.506.993) is netto contant € 71.477 toe te rekenen aan de tussentijds genomen winst voor de drie eerder benoemde projecten. De tussentijds genomen winst komt ten goede aan de gemeente, maar wordt wel onttrokken aan de grondexploitatie (het bedrag wordt in de boekwaarde als een negatieve opbrengst verantwoord). Het restant verschil van € 43.665,- is op hoofdlijnen toe te rekenen aan de invloed van rente als gevolg van een gestegen rentepercentage (van 1,50% op jaarbasis naar 2,25% op jaarbasis), een wijziging in de verwachte kosten - en opbrengstenstijging, een gewijzigde fasering waardoor kasstromen anders uitpakken dan voorzien en een wijziging in de uitgaven en inkomsten. Het is niet exact te duiden hoe groot het effect van een wijziging in de kosten - en opbrengstenstijging is op het resultaat. Het effect is namelijk mede afhankelijk van de fasering (wanneer worden welke uitgaven en inkomsten verwacht) en van de hoogte van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten.
Maar om toch gevoel te krijgen in de verschillen worden in het nu volgende overzicht de in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2023 gehanteerde parameters vergeleken met de gehanteerde parameters in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024: Toelichting
2023
2024
2025
2026
2027 e.v.
Kostenstijging
6,00%
4,00%
4,00%
2,00%
2,00%
Opbrengstenstijging (Het VIP)
0,00%
0,00%
0,00%
2,00%
2,00%
3,80% - 4,30%
4,00%
3,00%
3,00%
2,00%
0,00%
0,00%
0,50%
2,00%
2,00%
Grondexploitatie 2023
Grondexploitatie 2024 Kostenstijging Opbrengstenstijging (Het VIP)
Uit het overzicht volgt dat de kostenstijging in 2023 gemiddeld genomen lager uitviel dan waarmee gerekend is in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2023 (geeft een positief effect). Voor de periode na 1 januari 2024 is de verwachting dat het iets langer duurt voordat de kostenstijging weer op de gewenste 2,00% op jaarbasis uitkomt. Voor wat betreft de opbrengstenstijging (alleen aan de orde voor Het VIP): deze komt nagenoeg overeen met de gehanteerde uitgangspunten in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2023. Zoals aangegeven, is ook de fasering van invloed van invloed op het resultaat. In het nu volgende overzicht worden de verwachte einddata per project weergegeven:
68
Project
GREX 2023
GREX 2024
Slawijkseweg in Netterden
31 december 2023
31 december 2025
Kromkamp in Sinderen
31 december 2024
31 december 2025
Kuipje in Breedenbroek
31 december 2023
31 december 2024
De Rieze V + VI in Ulft
31 december 2025
31 december 2025
Hofskamp Oost II in Varsseveld
31 december 2024
31 december 2024
Het VIP in Varsseveld
31 december 2032
31 december 2033
Hieronder volgt op hoofdlijnen per project een toelichting op het verschil tussen de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2023 en de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024. Een meer uitgebreide toelichting op de verschillen tussen de beide grondexploitaties is opgenomen in het Meerjaren Prognose Grondexploitaties.
Slawijkseweg in Netterden (woningbouw)
Het positieve resultaat van de grondexploitatie voor de Slawijkseweg in Netterden is afgenomen (er is sprake van een verschil van € 17.843,- netto contant per 1 januari 2024). Een deel van het verschil (€ 4.904 netto contant) is te verklaren door de tussentijds genomen winst in 2023. Ten opzichte van de gehanteerde uitgangspunten in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2023 wordt in de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 rekening gehouden met de ontwikkeling van 11 woningen. De verkoop van de gronden in eigendom van gemeente Oude IJsselstreek is conform vereisten met betrekking tot het Didam arrest op de markt gebracht en een marktpartij heeft hierop ingeschreven. Met deze marktpartij wordt momenteel aan de contractvorming gewerkt en aan de verdere planuitwerking. Het aangepaste plan resulteert in een langere doorlooptijd (+ twee jaar), gewijzigde uitgaven en gewijzigde grondopbrengsten. Dit alles leidt tot een gewijzigde kasstroom en in combinatie met een hoger rentepercentage (van 1,50% op jaarbasis naar 2,25% op jaarbasis) geeft dat per saldo een negatief effect op het resultaat van de grondexploitatie.
Kromkamp in Sinderen (woningbouw)
Het positieve resultaat van de grondexploitatie voor Kromkamp in Sinderen is licht verbeterd (er is sprake van een verschil van € 5.304,- netto contant per 1 januari 2024) en dit is per saldo te danken aan het opnieuw bepalen van de uitgifteprijs voor de vier nog uit te geven en resterende kavels in het plangebied.
't Kuipje in Breedenbroek (woningbouw)
Het project voorziet in de bouw van acht woningen (zes starters en twee seniorenwoningen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). De kavels zijn in 2022 ook daadwerkelijk verkocht. Het tekort op de grondexploitatie voor 't Kuipje in Breedenbroek is afgenomen. In 2023 is begonnen met het woonrijp maken van het plangebied en de verwachting is dat de kosten voor de inrichting van de openbare ruimte lager uitvallen dan voorzien was in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2023. Dit is dan ook de verklaring voor het afgenomen tekort van de grondexploitatie voor 't Kuipje. De openbare ruimte wordt in 2024 opgeleverd en de grondexploitatie zal naar verwachting eind 2024 afgesloten kunnen worden.
De Rieze V + VI in Ulft (bedrijventerrein)
De grondexploitatie voor De Rieze V + VI in Ulft laat nog altijd een overschot zien. Het overschot is weliswaar met € 136.559,- netto contant per 1 januari 2024 afgenomen. Onderdeel van het verschil is de genomen winst in 2023 van netto contant € 33.496,- op peildatum 1 januari 2024. Zoals al toegelicht is hier geen sprake van een negatief effect ten opzichte van de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2023. Het betreft hier het onttrekken van een deel van de winst aan de grondexploitatie. De rest van het verschil is toe te schrijven aan niet voorziene uitgaven met betrekking tot het onderzoeken en benaderen van niet gesprongen explosieven, een lager uitvallende exploitatiebijdrage, een wijziging in de kasstroom en een gestegen rentepercentage.
69
Hofskamp Oost II in Varsseveld (bedrijventerrein)
Ook de grondexploitatie voor Hofskamp Oost II in Varsseveld laat nog een overschot zien. Het resultaat is met € 11.498,- netto contant per 1 januari 2024 afgenomen. Ook hier vormt de tussentijds genomen winst in 2023 van netto contant € 33.076,- op peildatum 1 januari 2024. onderdeel van het verschil. Het restant verschil van positief € 21.578,- netto contant per 1 januari 2024 is per saldo te danken aan de lager uitvallende nog te realiseren uitgaven.
Het VIP in Varsseveld (bedrijventerrein)
De grondexploitatie voor de 1e fase van Het VIP laat een tekort zien. Zoals aangegeven is financieel een knip aangebracht in de ontwikkeling. In de grondexploitatie voor de 1e fase is rekening gehouden met de opbrengst voortvloeiend uit de verkoop van 9 hectare aan bouwrijpe grond (van de in totaal 25 hectare) en zijn vanuit het budgetrecht uitgaven in de grondexploitatie voor de 1e fase opgenomen die bedoeld zijn voor het gehele plangebied. Daarbij moet gedacht worden aan de uitgaven in relatie tot het slopen van alle aanwezige opstallen in het plangebied, maar ook aan planontwikkelingskosten (bijvoorbeeld het opstellen van een inrichtingsplan). Dit geeft per saldo een negatief effect op het resultaat van de grondexploitatie voor de 1e fase van Het VIP. De grondexploitatie voor de 1e fase van Het VIP heeft een resterende doorlooptijd van 10 jaar. Overzicht verloop verliesvoorzieningen grondexploitaties In het boekjaar 2023 hebben mutaties plaatsgevonden en zijn de verliesvoorzieningen geactualiseerd. In relatie tot de verliesvoorzieningen zijn wijzigingen aan de orde in het resultaat van de grondexploitatie voor 't Kuipje (tekort is afgenomen) en voor Het VIP (grondexploitatie voor de 1e fase laat een tekort zien). Het verloop van de voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht.
1 )Alle in deze paragraaf genoemde bedragen zijn in euro's en exclusief BTW Faciliterend grondbeleid Hiervoor is een toelichting gegeven op de lopende grondexploitaties van de gemeente. Dan hebben we het over actief grondbeleid: we kopen zelf de in exploitatie te nemen gronden aan, verzorgen de planvorming, maken het plangebied bouw - en woonrijp om vervolgens bouwrijpe grond te verkopen. In dat geval lopen we als gemeente zijnde een financieel risico waarvoor we dan ook separaat een risico - analyse opstellen (uitkomst wordt meegenomen in het bepalen van de benodigde weerstandsvermogen). Daarnaast faciliteren we als gemeente steeds meer ruimtelijke ontwikkelingen. In dat geval ligt het initiatief volledig bij anderen en daarmee ook het financieel risico. Wel zijn we verplicht om kostenverhaal te verzekeren en dat betekent dat we minimaal de ambtelijke kosten moeten verhalen bij de initiatiefnemers. Deze kosten worden voor het overgrote deel begroot met behulp van de plankostenscan. De te betalen exploitatiebijdrage ter dekking van de ambtelijke kosten worden meegenomen in de anterieure overeenkomst. De bijdragen zijn op de balans verantwoord onder overlopende activa dan wel overlopende passiva.
Risico’s Inleiding
70
Grondexploitaties kenmerken zich (onder meer) door het feit dat in een vroeg stadium kosten worden gemaakt, terwijl de opbrengsten (en dus de dekking van de exploitaties) veelal op een later moment worden geboekt. In dergelijke trajecten doen zich financiële risico’s voor (marktontwikkeling, tegenvallende opbrengsten, et cetera). Omdat de risico’s binnen de grondexploitaties zich waarschijnlijk nooit gelijktijdig en/of met een maximale omvang aandienen, kan voor de bepaling van de weerstandscapaciteit niet worden volstaan met een optelling van de afzonderlijke projectrisico’s. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich in hun maximale omvang aandienen. Met het actualiseren van de grondexploitaties worden ook de kansen en bedreigingen in beeld gebracht en met behulp van een rekenmodel worden middels simulatie willekeurige scenario's bepaald en gerangschikt van "bestcase" tot "worstcase". Het model levert een bandbreedte waartussen het financiële resultaat zich waarschijnlijk zal gaan begeven. Deze exercitie wordt per project (de lopende grondexploitaties) uitgevoerd en met de uitkomsten kan de omvang van de benodigde (vereiste) weerstandscapaciteit specifiek voor de grondexploitaties hierop afgestemd worden. Naast risico's op grondexploitaties kent de gemeente meerdere risico's.
Het totaal aan geïnventariseerde risico's vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Daarnaast wordt de aanwezige weerstandscapaciteit in beeld gebracht. De verhouding tussen de beschikbare capaciteit en de vereiste capaciteit vormt het weerstandsvermogen en dat zegt iets over de mate waarin de gemeente in staat is eventuele tegenvallers op te vangen. Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties zoals opgenomen in deze paragraaf. Hieronder volgt een overzicht waarin het percentage gerealiseerde uitgaven, inkomsten en einddatum per project (lopende grondexploitaties) worden weergegeven: Project
Percentage gerealiseerde uitgaven Percentage gerealiseerde inkomsten Verwachte einddatum
Slawijkseweg
90%
78%
31 december 2025
Kromkamp
98%
94%
31 december 2025
Kuipje
80%
100%
31 december 2024
De Rieze V + VI
95%
59%
31 december 2025
Hofskamp Oost II
99%
96%
31 december 2024
Het VIP
21%
0%
31 december 2033
Het overzicht geeft een beeld van de voortgang van de grondexploitaties. Hieruit volgt dat naar verwachting het overgrote deel van de huidige grondexploitaties binnen twee jaar afgesloten kunnen worden. Ook is zichtbaar dat voor een viertal grondexploitaties het percentage aan gerealiseerde uitgaven relatief hoog uit valt (varieert tussen 90% en 99%). Drie van de vier hiervoor benoemde grondexploitaties laten ook nog eens een relatief hoog percentage aan gerealiseerde inkomsten zien. Voor projecten in een dergelijke fase geldt over het algemeen dat de omvang van de risico's financieel te overzien zijn. Risico-analyse grondexploitaties Binnen de risico-analyse is een onderscheid te maken in algemene en projectspecifieke risico's. De algemene risico's gelden in principe voor alle projecten binnen de gemeente en daarbij moet gedacht worden aan risico's ten aanzien van de kosten - en opbrengstenstijging, de rente ontwikkeling, de fasering, maar ook aan risico's op de begrote uitgaven en inkomsten (spreiding). Projectspecifieke risico's zijn, zoals de naam al zegt, alleen geldend voor het specifieke project. Resultaat risico-analyse Zoals aangegeven in de inleiding voert het model simulaties uit waarbij een fysiek proces niet één keer maar vele malen wordt gesimuleerd, elke keer met andere startcondities.
Het resultaat van deze verzameling simulaties is een verdeling die het hele gebied van mogelijke uitkomsten weergeeft (simulatieresultaten als afwijking ten opzichte van het begrote resultaat). Dit betekent dat in percentages kan worden aangegeven hoe groot de kans is dat het resultaat zich binnen bepaalde waarden bevindt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit is dit een belangrijk gegeven. De uitkomst van de risico-analyse per project resulteert in een grafiek waarbij het totaal oppervlak onder de grafiek 100% bedraagt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit gaan we uit van een bandbreedte van 80% waarbinnen het resultaat van de grondexploitatie zich beweegt (de uiterste resultaten < 10% en > 90% worden buiten beschouwing gelaten). In de praktijk wordt het resultaat bij het 90e percentiel (de waarde waarbij slechts 10% van de trekkingen in de simulatie een slechter resultaat geeft) als voldoende zeker beschouwd.
71
Onderstaande tabel laat een samenvatting van de analyse per complex zien. Behalve het risico (risico ten opzichte van resultaat) is ook de vereiste weerstandscapaciteit per complex aangeduid indien geen rekening wordt gehouden met verevening met resultaten en risico’s van andere complexen. Wel wordt rekening gehouden met het resultaat van het betreffend complex zelf. De optelling van de aldus per complex bepaalde vereiste weerstandscapaciteit, is dus de totaal benodigde risicobuffer wanneer geen rekening wordt gehouden met verevening van positieve en negatieve risico’s en resultaten tussen de grondexploitatiecomplexen. Omschrijving
Formule Slawijkseweg Kromkamp Kuipje
De Rieze V + VI
Hofskamp Oost II
Resultaat grondexploitatie
A
- 31.011
- 9.204
149.993
- 353.123
-108.392
Resultaat plus voorziening
B
- 31.011
- 9.204
-
- 353.123
-108.392
Minimumresultaat (90% zekerheid)
C
51.375
68.477
154.472
- 136.703
Risico t.o.v. resultaat
D=CA
82.386
77.681
4.479
Risico (indien > 0)
E=D+ B
51.375
68.477
4.479
VIP
Totaal
1.775.886 1.424.149 -
Toelichting Negatief
- 501.730
Positief
-49.496
2.744.019 2.832.143
Negatief
216.420
58.896
968.13 1.407.994 3
Negatief
-
-
968.13 1.092.463 3
Negatief
Ter verduidelijking voor de leesbaarheid van het overzicht volgt hier een toelichting op de uitkomst van de risico-analyse voor Slawijkseweg: in de basis kent de grondexploitatie een overschot van € 31.011 op eindwaarde. En dus is voor het project geen voorziening getroffen (alleen aan de orde op het moment dat de grondexploitatie een negatief resultaat laat zien). Uit de risico-analyse volgt dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat het resultaat van de grondexploitatie niet lager dan - € 51.375 ( = tekort) zal uitvallen. Daarmee bedraagt het risico ten opzichte van het basisresultaat € 82.386 op peildatum 1 januari 2024. Het risico met de omvang van € 82.386 kan echter deels binnen de huidige grondexploitatie opgevangen worden omdat de grondexploitatie in de basis een overschot van € 31.011,- laat zien. Het verschil van € 51.375,- moet meegenomen worden in het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit. Het totaal aan vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot de lopende grondexploitaties van gemeente Oude IJsselstreek komt daarmee uit op € 1.092.463,- op peildatum 1 januari 2024. Naast de eigen grondexploitaties is de gemeente ook een samenwerking aangegaan in de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD.
In de paragraaf is aangegeven dat de geïnventariseerde risico's ten aanzien van de ontwikkeling van het Bedrijvenpark A18 binnen de huidige grondexploitatie opgevangen kunnen worden. Dat betekent ook dat we voor het bepalen van onze vereiste weerstandscapaciteit geen reservering voor deze ontwikkeling op hoeven te nemen. Daarmee komt het totaal aan de vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot grondexploitaties voor gemeente Oude IJsselstreek uit op een bedrag van € 1.092.463 op peildatum 1 januari 2024. Het bedrag wordt meegenomen in het bepalen van de weerstandsvermogen van de gemeente. Voor een nadere toelichting op het weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen van de jaarrekening.
72
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit). De hoogte van het gewenste weerstandsvermogen hangt van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie, waarbij we sinds 2022 als beleidsuitgangspunt hanteren dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 2,0 moet zijn.
Beleid Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.
Beleidsuitgangspunten:
Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.
Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee. Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per eind van het boekjaar 2023. Weerstandscapaciteit a. Begrotingsruimte (post onvoorzien)
Bedrag 49
b. Algemene reserves (na resultaatbestemming)
26.718
c. Stille reserves
1.000
Totaal weerstandscapaciteit per 31-12-2023
27.767
73
Toelichting
A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 49.000 opgenomen.
B. Algemene reserve Algemene reserve (x 1.000)
Algemene reserve (na resultaatbestemming)
Werkelijke stand 1-1-2023
24.018
Begrote Werkelijke stand stand 1-131-122023 2023
24.245
26.718
C. Stille reserves
Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000. Risico's Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en het bedrag ten hoogte van de maximale risico. In totaal is het risico voor Oude IJsselstreek berekend op ruim € 12,5 miljoen.
De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) in de jaarrekening 2023 (inclusief cijfers jaarrekening 2022 en begroting 2024): Risico's
Mate Beheersing inschatbaarheid
Risico Risico Risico Financieel jrek jrek begr gevolg '23 '22 '24
a. Aansprakelijkheid/eigendom/Bedrijfsvoering Schadeclaims
Slecht
Verminderen
400
40
40
40
Eigendommen
Slecht
Verminderen
450
45
45
45
Personeel/inhuur
Redelijk
Accepteren
1.000
500
500
500
ICT
Slecht
Verminderen
4.000
400
400
400
Bedrijfsvoering overig
Slecht
Accepteren
1.200
600
600
160
Bestuursdwang/proceskosten
Slecht
Verminderen
300
150
150
150
Renterisico
Redelijk
Accepteren
1.000
2.500
250
1.500
Algemene uitkering
Slecht
Accepteren
2.500
1.250
625
625
Redelijk
Accepteren
1.092
1.092
1.173
1.173
Goed
Verminderen
4.882
488
465
503
Slecht
Accepteren
4.000
2.000
1.000
1.000
b. Financiële risico's
c. Grondexploitatie Zie paragraaf grondbeleid d. Verbonden partijen Zie paragraaf verbonden partijen e. Sociaal Domein Sociaal Domein
74
f. Garant en borgstellingen Garant- en borgstellingen
Redelijk
Accepteren
187.517
1.876
1.753
1.756
Slecht
Verminderen
5.000
2.000
1.000
2.000
214.941 12.501
8.001
9.852
g. Overige (externe) factoren Overige factoren Totaal
Toelichting categorieën a. Aansprakelijkheid/ eigendommen /bedrijfsvoering Dit betreft onder andere aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. Daarnaast hebben we een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. Daarnaast lopen we risico op de personeelslasten/ inhuur. Het wordt steeds moeilijker om bepaalde vacatures te vervullen. Er zijn niet/ zeer moeilijk mensen meer te vinden. Dat kan leiden tot hogere personeelslasten, omdat er meer extern moet worden ingehuurd/ingekocht. Op dit moment is de markt dusdanig, dat zelfs dit niet meer altijd lukt, wat ook maakt dat de tarieven zeer sterk zijn gestegen. Dit leidt, naast extra kosten, ook tot een nog hogere druk op de staande organisatie, wat vervolgens tot hoger ziekteverzuim kan leiden. De risico’s ten aanzien van ICT worden de komende jaren steeds groter met betrekking tot bijvoorbeeld hacks, ransomware, DDOS-aanvallen. Natuurlijk zijn er de nodige maatregelen genomen om hackers zoveel mogelijk te weren, en worden medewerkers regelmatig gewaarschuwd om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, maar hackers zijn inventief en bedenken telkens nieuwe wegen om de beveiliging te omzeilen. De financiële gevolgen van een hack kunnen groot zijn.
De post bedrijfsvoering overig betreft tot slot een aantal specifieke risico’s: • Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww. • Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders. • Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders. • Schadeclaim afgesloten bouwgrondexploitatie Centrumplan Ulft. b. Financiële risico’s • Bestuursdwang en proceskosten • Renterisico: dit is een (sinds begroting 2023) nieuw opgenomen risico. Met name door de situatie in Oekraïne zijn de rentetarieven voor langlopende leningen in 2022 en 2023 in korte tijd zeer sterk gestegen. In de begroting 2024 is dit risico fors verhoogd van 250.000 naar 1,5 miljoen. We hebben toen al aangegeven dat we in de begroting rekenden met een gemiddeld rentetarief van 2%, maar dat de werkelijke rente toen al ruim boven 3,5% lag. Nu we sinds de begroting 2024 ruim een halfjaar verder zijn, is de rente ongewijzigd hoog. Daarom hebben we in de jaarrekening dit risico verder verhoogd naar 2,5 miljoen. • Algemene uitkering: gezien de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de uitkeringen vanuit het Rijk, is er een reëel risico dat de hoogte van de algemene uitkering anders wordt dan zoals dit nu op basis van de circulaires 2023 in de begroting is verwerkt.
Tegelijkertijd kan dit ook een positief effect hebben, want de algemene uitkering zoals nu in de begroting verwerkt, is vanaf 2026 vele malen lager dan daarvoor en de insteek vanuit de VNG is om met het Rijk hierover betere afspraken te maken. Laatste nieuws op moment van schrijven is dat enerzijds de opschalingskorting van tafel gaat, maar dat Rijk ook van mening is dat gemeenten door een fors eigen vermogen best een jaar een incidentele forse korting in de algemene uitkering kunnen opvangen. Daarom hebben we in de jaarrekening 2023 zowel het financiële gevolg als het risico bedrag fors opgehoogd.
75
c. Grondexploitatie • zie paragraaf “Grondbeleid” d. Verbonden partijen • Zie paragraaf "Verbonden partijen", het risicobedrag is opgenomen ter hoogte van de begrote bijdrage voor 2023 e. Open-einde regelingen De uitgaven die gemoeid zijn met open-einde regelingen zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is.
Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO):
In het sociaal domein blijft sprake van belangrijke ontwikkelingen die kansen en onzekerheden meebrengen, waaronder: • In regionaal verband is verblijfszorg jeugd per 1 juli 2022 op een andere manier ingekocht. Onderdeel van deze inkoop is een andere manier van samenwerking met minder aanbieders en een andere bekostigingsvorm. In de begroting is een inschatting gemaakt van het financiële effect van deze nieuwe inkoop. Er werden in eerste instantie kostenbesparingen verwacht, maar de huidige situatie is dat dit niet op korte termijn gerealiseerd kan worden en de kosten juist stijgen. • De doordecentralisatie van Beschermd Wonen van centrumgemeenten naar alle gemeenten is enkele keren uitgesteld en staat momenteel gepland voor 1 januari 2025. Per dat moment wordt ook een ander bekostigingsmodel vanuit het Rijk ingevoerd, met een ingroeipad. Het financiële effect van dit hele proces is nog niet bekend; • Sinds 2022 is de gemeente waar een jeugdige staat ingeschreven verantwoordelijk voor de zorgvraag en de betaling ervan van de jeugdige, ook wanneer deze verblijft in een instelling in een andere gemeente. Het is nu nog moeilijk inzichtelijk te maken of en in hoeverre de huidige meerjarenbegroting bijgesteld moet worden.
• De invoering van het abonnementstarief in de Wmo (per 1 januari 2019) heeft een aanzuigende werking gehad en we zien de afgelopen jaren een nadrukkelijke stijging in de kosten voor met name huishoudelijke hulp. In hoeverre dit nog verder doorzet de komende jaren is niet bekend. Tegelijkertijd is het de bedoeling dat per 2025 wederom een aanpassing komt op het abonnementstarief, waarmee we mogelijk weer terug zouden gaan naar de situatie van voor 2019. Dit gaat wel gepaard met een korting op het gemeentefonds. Of en welk financieel effect dit per saldo voor ons heeft is nog niet bekend. • Er zijn in de Hervormingsagenda Jeugd afspraken gemaakt over de toekomst van de jeugdzorg en de financiering daarvan. Vanwege de val van het kabinet is op dit moment onduidelijk of en wanneer de Hervormingsagenda daadwerkelijk vorm en inhoud in de praktijk krijgt en welke financiële gevolgen dit heeft.
Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Participatie)
• Uitvoering Participatiewet in eigen beheer: De uitvoering van de participatiewet in eigen beheer per 1 januari 2021 door STOER brengt risico’s met zich mee, die voorheen onder primaire verantwoordelijkheid van Laborijn vielen. De hoogte van deze risico’s is in grote mate afhankelijk van de manier waarop de nieuwe werkwijze verder wordt doorontwikkeld. • De gemeente Oude IJsselstreek is al jaren een zgn. nadeelgemeente. Dit houdt in dat de gemeente al jaren minder Buig ontvangt dan dat zij werkelijk nodig heeft om de uitkeringen te betalen. De verwachting is dat dit ook de komende jaren zal zijn. Voor het ontvangen van een vangnetuitkering om dit nadeel deels te compenseren moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Op voorhand is niet zeker of de gemeente hieraan voldoet. Een aantal van deze voorwaarden zijn deels afhankelijk van politieke keuzes zoals het inzetten van boetes en maatregelen en het actief opleggen en innen terugvorderingen en verhaal. De keuzes die hierin gemaakt worden moeten we zien in het licht van de vastgestelde visie. Werken vanuit de bedoeling is niet louter gericht op handhaving maar zaken in perspectief zetten en integraal afwegen. • Exploitatiesubsidies • Leerlingenvervoer • ZIN (Zorg in Natura) Gezien de uitkomsten in de jaarrekening 2023 is het risicobedrag verdubbeld t.o.v. wat we eerder inschatten. f.
Garant/borgstellingen Het overzicht van de borg-/garantstellingen is opgenomen in de jaarrekening 2023.
76
g. Overige (externe) factoren • Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen. • Planschade. • Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden. • Leges. • Hypotheken personeel. • Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding. • Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF). • Vennootschapsbelasting (VPB). • Omgevingswet • Na-ijl effecten Corona • Algehele maatschappelijke en macro-economische (mondiale) ontwikkelingen
Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000) De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen. beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
=
----------------------------------------------benodigde weerstandscapaciteit (risico's)
27.767
=
----------
=
2,22
12.501
Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn:
Netto schuldquote
Solvabiliteitsratio
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden) Het is van belang deze kengetallen in breder perspectief te zien, aangezien deze op zichzelf staand maar een deel van het totale beeld van de gemeentelijke financiën weergeven.
Kengetallen (x 1.000)
Begroting Rekening Rekening 2023 2023 2022 (stand 1- (stand 1) 31-12)
1a Netto schuldquote
85,7 %
109,9%
79,6 %
1b Netto schuldquote gecorrigeerd
77,2 %
99,6%
71,6 %
77
2 Solvabiliteitsratio
22,7 %
15,8%
21,0 %
3 Grondexploitatie
6,2 %
16,1%
2,5%
4 Structurele exploitatieruimte*
1,3 %
1,03%
-2,0%
5 Belastingcapaciteit **
93,3 %
91,2%
88,2%
6 Weerstandsvermogen
349 %
336%
222%
* Hierbij is het rekening resultaat (na reservemutaties) volledig als incidenteel aangemerkt. ** Gebaseerd op het landelijk gemiddelde van € 944 (2023) voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning.
Signaleringswaarden
Waarde Oude Categorie A IJsselstreek
Categorie B Categorie C
Netto schuldquote
79,6 %
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote, gecorrigeerd
71,6 %
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
21,0 %
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
2,5 %
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte*
-2,0 %
Belastingcapaciteit
88,2 %
<95%
95-105%
>105%
Weerstandsvermogen
222 %
>100%
80-100%
<80%
Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening >0% >0% <0%
* Dit kengetal en de classificering is bedoeld voor begroting en meerjarenraming en bij de jaarrekening minder bruikbaar.
78
Jaarstukken 2023 Jaarrekening
Inhoudsopgave Hoofdstuk 3 Balans ........................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 4 Toelichting op de balans ........................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 5 Waarborgen en garanties ....................................................................................................................... 37 Hoofdstuk 6 Niet uit de balans blijkende plichten, rechten en inzichten ............................................................... 38 Hoofdstuk 7 Algemene dekkingsmiddelen + onvoorzien ........................................................................................ 40 Hoofdstuk 8 Toelichting op baten en lasten............................................................................................................... 42 Hoofdstuk 9 Analyse saldo ten opzichte van de begroting 2023 ........................................................................... 43 Hoofdstuk 10 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen ............................................................................... 52 Hoofdstuk 11 SISA verantwoording .............................................................................................................................
53 Hoofdstuk 12 Verdeling van de taakvelden ................................................................................................................ 54 Hoofdstuk 13 Gerealiseerde baten en lasten per taakveld ...................................................................................... 55 Hoofdstuk 14 Investeringen .......................................................................................................................................... 57
2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor geeft. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden, tenzij anders vermeld. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. De baten en lasten worden slechts genomen zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Eigen bijdrage op grond van de WMO. Een inwoner met een Wmo voorziening en/of hulp is op grond van de Wmo, ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning, een vaste bijdrage per maand verschuldigd. De wetgever zegt dat dat het bepalen van de eigen bijdrage evenals de inning hiervan wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is.
Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het rekeningjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekken hebben, uitgezonderd de jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze lasten worden toegerekend aan de periode van uitbetaling. Overige grondslagen worden vermeld bij de toelichting op de diverse balansposten.
3
Hoofdstuk 3 Balans A CTIVA Vaste acti va Im m a t e r ie e l Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Bijdragen aan activa in eigendom van derden Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief Subtotaal immaterieel
3 1 -1 2 -2 0 2 3
3 1 -1 2 -2 0 2 2
€ € € € €
0 0 6.383.908 2.358.199 8.742.107
€ € € €
€ € € €
€
12.256 52.515.549 51.015.897 20.897.789 10.056.019 134.497.508
€
12.256 50.824.759 46.674.284 22.972.700 8.223.525 128.707.524
€ € €
274.955 0 3.750
€ € €
274.955 0 3.750
€ € € € € € € € € €
0 0 2.565.016 0 9.395.841 0 0 0 0 12.239.562
€ € € € € € € € € €
0 0 2.565.016 0 8.760.251 0 0 0 0 11.603.972
€
155. 479. 176
€
147. 398. 691
V oor r ade n Grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar: Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
€
3.672.456
€
8.068.120
Subtotaal voorraden
€
3.672.456
€
8.068.120
108.903 0 0 0 0 0 0 2.405.403 0 2.514.306
€ € € € € € € € € €
1.271.196 0 0 0 0 0 0 3.108.119 0 4.379.315
M a t e r ie e l Investeringen met economisch nut: - gronden uitgegeven in erfpacht - Investeringen economisch nut, dekking via diverse heffingen: - overige investeringen met economisch nut Investeringen met maatschappelijk nut < 2017 Investeringen met maatschappelijk nut vanaf 2017 Subtotaal materieel Fin anc ie e l Kapitaalverstrekkingen aan: 1. Deelnemingen 2. Gemeenschappelijke regelingen 3. Overige verbonden partijen Leningen aan: 1. Openbare lichamen als bedoeld in art. 1 ond. A. wet Fido 2. Woningbouwcorporaties 3. Deelnemingen 4. Overige verbonden partijen Overige langlopende leningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist > 1 jaar Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier > 1 jaar Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd > 1 jaar Bijdragen aan activa in eigendom van derden Subtotaal financieel T ot a al va s t e ac t iva
€ € € €
0 0 6.346.402 740.792 7.087.194
Vlo t ten d e acti va
Uit ze t t inge n m e t e e n r e nt e t ypis c h e loopt ij d kor t e r da n é é n j aa r Vorderingen op openbare lichamen € Verstrekte kasgeldleningen aan Openbare lichamenen € Overige verstrekte kasgeldleningen € Uitzettingen in 's Rijksschatkist < 1 jaar € Rekening-courant verhoudingen met het Rijk € Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen € Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier < 1 jaar € Overige vorderingen € Overige uitzettingen € Subtotaal uitzettingen € L iquide m idde le n Kas- banksaldi
€
782.946
€
24.047
Ove r lope nde ac t iva
€
9.512.930
€
8.170.330
T ot a al vlot t e nde a c t iva
€
16. 482. 637
€
20. 641. 812
T ot a al ge ne r aa l
€
171. 961. 814
€
168. 040. 503
4
BALANS PA SSIVA Vaste p assi v a Ei g en verm o g en
3 1 -1 2 -2 0 2 3
3 1 -1 2 -2 0 2 2
Algemene reserves Bestemmingsreserves Resultaat jaarrekening
€ € €
26.717.554 8.889.302 513.456
€ € €
24.018.156 11.285.780 2.850.793
Subtotaal eigen vermogen
€
36.120.312
€
38.154.729
Voor zie ninge n Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Onderhoudsegalisatievoorzieningen
€ €
4.935.383 0
€ €
4.981.875 0
Door derden beklemde middelen met specifieke aanwendingsrichting€ Subtotaal voorzieningen €
381.369 5.316.752
€ €
798.774 5.780.649
€
0
€
0
€ € € € €
0 99.632.612 0 0 0
€ € € € €
0 106.078.301 0 0 0
€ €
1.750 99.634.362
€ €
1.550 106.079.851
€
141. 071. 4 26
€
150. 015. 229
N e t t o-vlot t e nde s c h ulde n m e t r e nt e t ypis c he loopt ij d kor t e r da n é é n j a ar Kasgelden € 12.000.000 Banksaldi € 1.633
€ €
0 2.116.242
Overige schulden
€
3.514.279
€
3.386.835
Subtotaal netto-vlottende schulden
€
15.515.911
€
5.503.076
Ove r lope nde pa s s iva
€
15.374.476
€
12.522.198
T ot a a l vlot t e nde pa s s iva
€
30. 890. 38 8
€
18. 025. 274
T ot a a l ge ne r aa l
€
171. 961. 8 14
€
168. 040. 503
Gewaarborgde geldleningen
€
187.517.432
€
175.579.107
Va s t e s c hulde n m e t e e n r e nt e t ypis c he loopt ij d van é é n j aa r of la nge r Obligatieleningen Onderhandse leningen van: 1. Binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen 2. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen 3. Binnenlandse bedrijven 4. Openbare lichamen als bedoeld in art.1 ond. A wet Fido 5. Overige binnenlandse sectoren 6. Buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige Waarborgsommen Subtotaal vaste schulden
T ot a a l vas t e pa s s iva
Vl otten d e p assi va
5
Overzicht van baten en lasten Ram ing voor wijziging 2023
1 De gemeente waar het goed wonen is 2 De leefbare gemeente (sociaal domein) 3 De werkende gemeente 4 De dienstverlenende gemeente 5 Overhead 99 Algemene dekkingsmiddelen Grondexploitatie(onderdeel pgr 1) Totaal progamma's
Ram ing na wijziging 2023
Realis atie 2023
baten 16.577.438 10.872.245 1.275.432 518.087 412.029 8.951.547
lasten 34.072.669 52.766.969 6.118.722 6.155.107 18.547.937 8.966.383
saldo 17.495.23141.894.7244.843.2905.637.02018.135.90814.836-
baten 20.267.623 16.876.553 1.408.156 618.087 565.029 8.951.547
lasten 39.238.499 58.691.492 7.225.495 6.882.675 22.189.586 8.966.383
saldo 18.970.87641.814.9395.817.3396.264.58821.624.55714.836-
baten 22.421.234 19.136.909 1.763.584 915.937 1.019.689 6.802.934
lasten 39.957.725 62.905.528 6.978.829 7.490.612 20.497.468 8.478.201
saldo 17.536.49243.768.6195.215.2456.574.67519.477.7791.675.267-
38.606.778
126.627.787
88.021.009-
48.686.995
143.194.130
94.507.135-
52.060.287
146.308.363
94.248.076-
77.724.730 700.000 8.892.960 108.308
80.554.603 750.000 9.092.960 108.308
80.554.603 750.000 9.092.960 108.308
82.099.027 751.148 9.255.228 108.256
87.425.998
90.505.871
90.505.871
92.213.659
Alge m e ne de kkings m idde len Algemene uitkering Dividend Lokale heffingen Overig
77.724.730 700.000 8.892.960 108.308
Totaal algemene dekkingsmiddelen
87.425.998
Onvoorzien Ge raam d/gerealis e erd totaal s aldo van bate n en las ten
48.858
48.858-
126.032.776
126.676.645
643.869-
1.323.151 75.000 38.916 635.639 -
735.549 749.59216.64338.916 635.639 -
2.072.706
587.602 824.592 16.643 1.428.837
128.105.482
128.105.482
-
82.099.027 751.148 9.255.228 108.256 -
92.213.659
8.858
8.858-
-
139.192.866
143.202.988
4.010.122-
144.273.947
146.308.363
2.034.417-
2.496.842 427.268 269.840 38.916 1.216.730 4.449.596
587.602 824.592 16.643 1.428.837
1.909.240 397.324253.197 38.916 1.216.730 -
1.252.005 1.037.479 86.769 48.187 913.278 -
478.803 1.037.479 70.126 48.187 913.278 -
3.020.759
3.337.718
773.202 16.643 789.845
143.642.462
144.631.825
989.363-
147.611.665
147.098.208
513.456
geraamd/gerealiseerde mutaties in reserves 1 De gemeente waar het goed wonen is 2 De leefbare gemeente (sociaal domein) 3 De werkende gemeente 4 De dienstverlenende gemeente 5 Overhead grondexploitatie 99 Algemene dekkingsmiddelen Totaal reservemutaties Ge raam d/gerealis e erd re s ultaat
643.869 -
2.547.873
6
Hoofdstuk 4 Toelichting op de balans
Activa
Vlottende activa 2,5 miljoen 2% Liquide middelen 0,78 miljoen 0%
Overlopende activa 9,5 miljoen 6%
Voorraden 3,7 miljoen 2%
Financiële vaste activa 12,2 miljoen 7%
(im)materiële vaste activa 143,2 miljoen 83%
7
4.1 Vaste Activa De vaste activa bestaan uit de bezittingen van de gemeente die zijn langdurig gebruikt voor haar bedrijfsvoering. Deze bestaan uit: a. b.
(Im)materiële vaste activa Financiële vaste activa
a. (Im)materiële vaste activa Totaal per 31 december
8
2023
2022
143.239.615
135.794.718
Immateriële vaste activa (IVA) betreft vaste activa die niet stoffelijk van aard zijn en tevens niet onder de financiële vaste activa worden begrepen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal 5 jaar afgeschreven. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd en gewaardeerd conform verstrekte bijdrage. - Er is een daadwerkelijke verplichting tot het verrichten van de investeringen door een derde. - Indien de derde in gebreke zal de bijdrage teruggevorderd worden. - Op bijdragen in de activa van derden wordt afgeschreven als ware het onze eigendommen. Materiële vaste activa (MVA) zijn stoffelijk van aard. Conform artikel 59 van de BBV worden materiële vaste activa onderverdeeld in investeringen met een maatschappelijk en economisch nut (investeringen die leiden of bijdragen aan verwerven van inkomsten). Investeringen waarvoor een heffing wordt geheven worden afzonderlijk gepresenteerd. In erfpacht gegeven gronden worden gewaardeerd tegen uitgifteprijs. Investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht. Op het saldo wordt afgeschreven. Op de balans moet een uitsplitsing worden aangebracht tussen investeringen met maatschappelijk nut die vanaf 2017 worden geactiveerd en alle investeringen die voor 2017 zijn geactiveerd.
Investeringen met maatschappelijk nut zijn gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen mogen in mindering worden gebracht. Op het saldo wordt afgeschreven. Alleen op investeringen met een maatschappelijk nut die voor 2017 zijn geactiveerd is vervroegd afschrijven nog toegestaan. Ook mogen reserves op die investeringen nog in mindering worden gebracht. Op activa wordt voor het eerst afgeschreven in het jaar volgend op de jaar waarin het actief gereed is gekomen. Activa met een verkrijgprijs minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. We schrijven alle activa lineair af. Wanneer bij uitzondering wordt gekozen voor een annuïteiten benadering wordt hier separaat een raadsbesluit over genomen. Bij een gecombineerde investering wordt gekeken naar een reële afschrijvingstermijn voor het hele project, waarbij de algemene afschrijvingstabel hierna als leidraad wordt gehanteerd. Bij de kredietaanvraag wordt al een verdeling qua BBV labelling gemaakt en wordt een onderverdeling gemaakt in economisch en maatschappelijk nut. Dit kan nog worden herzien op basis van nacalculatie als het project gereed is.
Overzicht van investeringen in 2023 boven de € 10.000 (onze gehanteerde activeringsgrens) Immateriële vaste activa Kosten van onderzoeken en ontwikkeling
Bijdragen aan activa van derden Materiële vaste activa met economisch nut In erfpacht gegeven gronden Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen
Grond, weg en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen
Machines apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Activa Eco. nut binnen de riool- en afvalstoffenheffing Riolering – dekking middels rioolheffing
Afval – dekking middels afvalstoffenheffing Materiële vaste activa met maatschappelijk nut, geactiveerd voor 2017. Grond, weg en waterbouwkundige werken Machines apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
9
Investering/bijdragen, locatie en eventuele cofinanciering
Toekomst de Wesenthorst Bijdrage Provincie Gelderland Woningbouwplannen de Tuit, Varsseveld Bijdragen Regio Achterhoek en Provincie Gelderland Woningbouwplannen Varsseveld Noord Woningbouwplannen Biezenakker, Ulft Woningbouwplannen Lenteleven, Gendringen AGEM, bijdrage aankoop Zonnepark Braamt Scouting Gendringen, accommodatie scoutingsgebouw Investering, locatie en eventuele cofinanciering Geen mutaties Gronden het VIP (Varsseveld Industriepark) – fase 2 Bouwkundige aanpassing pomphuis Bongerstraat Ulft Opstal Aaltensweg Varsseveld – (aankoop rondom VIP) Bouw project IKC Gendringen Procesbegeleiding project IKC Silvolde Geen mutaties Houtversnipperaar, TP 215 Mobile Iveco 50C16 Weideman Telelader Tractor Fendt 209 Multihog NXC130 + opvangcontainer – blad, zuig unit Geen mutaties Speeltoestellen, diverse locaties Tuinmeubilair en kleine aanpassingen Gemeentehuis Investering, locatie en cofinanciering
Project renovatie 9 gemalen (gemeente breed) Riool Vogelbuurt, Ulft Riool Zeddamseweg, Etten Bijdrage Waterschap Rijn en IJssel Riool IJsselweg, Gendringen Riool van Gelderstraat, Terborg Riool Walstraat, Terborg Riool De Overtuin – De Laegte, Terborg Riool Oranjestraat, Varsseveld Riool Prinses Irenestraat, Varsseveld Riool Bontebrug Riool Thorbeckestraat – Dr. Dreesstraat, Silvolde Riool Heuvelstraat, Silvolde Regio Achterhoek, stichting Wonion, Vitens, Waterschap Rijn en IJssel Aanschaf containers en uitvoering project VANG-beleid Investering, locatie en cofinanciering
Beveiliging spoorwegovergangen Bijdrage Prorail Geen mutaties
Geen mutaties
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut, geactiveerd vanaf 2017 Grond, weg en waterbouwkundige werken
Investering, locatie en cofinanciering
Bijdrage parkeerplaatsen, de Gaarden BV Reconstructie Fietsbrug Hogebrug, Ulft Fietsverbinding Oost-West, Heelweg Reconstructie Gravenpad, Terborg Voetpad Paasberg-Schuylenburch, Terborg Herinrichting Kerkplein, Gendringen Kruispunt Heidedijk-Kapelweg, Sinderen Toekomstbestendig bedrijventerrein IJsselweide, Ulft Fietspad Ulft-Silvolde – Almende college Bijdrage Provincie Gelderland Bodemsanering zwembad de Paasberg, Terborg Fietsverbinding Megchelen – Gendringen, Landfort Fietsverbinding Landgoed Voorst Voetpad Paasberg-Schuylenburch, Terborg Reconstructie Zeddamseweg, Etten
Uitvoering vervangingsplan openbare verlichting Geen mutaties
Machine apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
10
Herstructurering Vogelbuurt, Ulft
Verloop IVA en MVA Immateriële vaste activa Kosten onderzoek en ontwikkeling Bijdragen in activa van derden Subtotaal IVA MVA economisch nut zonder heffing In erfpacht gegeven gronden Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werk. Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa MVA economisch nut met heffing Riolering (grond-wegwaterbouw) Vervoersmiddelen Afval (gronden en terreinen) Afval (overige materiële vaste act.) Sub. MVA economisch nut MVA maatschappelijk nut geactiveerd < 2017 Grond-, weg- en waterbouwkundige w.
Boekwaarde 01-01-2023
Investering
DesInvestering
Afschrijving
740.792
1.734.776
17.301
6.346.403
312.895
275.390
7.087.195
2.047.671
0
292.691
Duurzame Waarde vermindering
Bijdragen van derden
100.069
Boekwaarde 31-12-2023
2.358.198 6.383.908
0
100.069
8.742.107
12.256
12.256 9.093.774
5.066.870
21.530
14.139.114
33.312.005
1.156.901
1.298.158
33.170.748
7.403
19.721
27.124 1.246.813
477.458
169.092
520.739
19.650
110.911
409.828 1.740.957
1.832.228
164.855
256.126
49.007.785
2.883.027
1.807.643
113.200
12.997
51.989
1.535.529
49.969.969 38.992 450.837
450.837 1.955.753
258.790
97.511.303
10.007.902
20.788.837
444.140
158.793 0
3.842.653
2.055.750 0
2.001.084
132.850 103.543.701
221.604
19.010.289
Machines, apparaten en installaties
113.920
22.784
91.136
Overige materiële vaste activa MVA maatschappelijk nut geactiveerd vanaf 2017 Grond-, weg- en waterbouwkundige w. Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Sub. MVA maatschappelijk nut
2.069.943
273.579
1.796.364
Totaal IVA en MVA
11
477.579
159.377
9.538.431
7.885.050
2.290.337
282.437
184.994
56.038
0
31.196.225
2.919.471
0
2.780.907
0
380.981
30.953.809
135.794.723
14.975.044
0
6.916.251
0
613.900
143.239.615
467.431 5.881
50.157
Algemene afschrijvingstabel Investeringen met een economisch nut
termijn
Duurzame bedrijfsmiddelen ICT hard en software ICT telecommunicatieapparatuur en infrastructuur Kantoorinrichting en meubilair Kantoormachines Gereedschappen, instrumenten en kleine werktuigen Riolering (op basis van gemiddelde levensduur conform gemeentelijke rioleringsplan 2012-2023)
Riolering, bergbezinkbassins en IBA’s (individuele behandeling afvalwater) Herbestrating na rioleringswerken, waarbij het een afzonderlijke en dus geen gemengde investering betreft Terreinen en gronden
Verwerving gronden
3 5 10 5 5 40 20
NIET
Tractiemiddelen (op basis van gemiddelde economische levensduur tractiemiddelen) Tractoren, vrachtwagens, bestelauto’s, pick-up, zoutstrooiers en overige machines en werktuigen Afvalinzameling
8
Ondergrondse containers Plastic inzamelingcontainers (mini) Gebouwen en (sport) accommodaties
20 15
Nieuwbouw, bouwkundige aanpassingen en uitbreidingen Nieuwbouw van tijdelijke gebouwen (niet woning) Nieuwbouw van tijdelijke gebouwen (wooneenheden) Renovatie en restauratie Technische installaties Hekwerken en terreinafrastering Slopen van (tijdelijke) gebouwen
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
40 10 20 20 15 10 1 Termijn
Openbaar groen Duurzame recreatieve voorzieningen (uitkijktoren, rondvaartboot) Herstructurering buitengebied en bossen Plantsoenen, parken en groenstroken, aanleg en renovatie Plantsoenen, parken en groenstroken, meubilair Speelplaatsen
Aanleg en speelvoorzieningen
20 20 15 10 15
Openbaar ruimte Herstructurering omgeving naar aanleiding van (centrum) plannen Bodemsanering Sportparken en terreinen
25 1
Atletiekbanen Sportvelden (gras) aanleg en renovatie Sportveld (kunstgras) aanleg en renovatie Verkeer
15 20 20
Wegen, straten, pleinen en parkeerplaatsen, aanleg en renovatie Recreatieve fietspaden en zandwegen, aanleg en renovatie Verkeersinstallaties, straatmeubilair en overige fysieke maatregelen Bewegwijzering en verkeersborden Openbare verlichting (gemiddelde economische levensduur diverse elementen) Immateriële activa
12
Kosten van onderzoek, planvorming en ontwikkeling Bijdragen in activa van derden: deze schrijven we af als ware het ons eigen actief.
20 15 15 10 25 termijn 5 div.
2023
2022
12.239.562
11.603.972
b. Financiële vaste activa Totaal per 31 december
Financiële vaste activa (FVA) betreffen: Verstrekte langlopende geldleningen met een maatschappelijke bestemming Verstrekte hypotheken aan eigen personeel en overname hypotheken van voormalig ISWI medewerkers (sinds 2009 zijn nieuwe hypotheekverstrekkingen niet meer toegestaan) Aandelen in gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en effecten Onder de langlopende leningen staan onder andere: Starters-,duurzaamheidleningen- en toekomst bestendig wonen leningen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland (SVN) Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en verstrekte leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde. Indien nodig wordt een voorziening voor oninbaarheid in mindering gebracht. Het aflossingsbedrag van de langlopende geldleningen in het opvolgende boekjaar wordt gezien als kortlopende vordering en wordt derhalve afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Alle aandelen zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs ervan. Bij waardedaling van de aandelen tot onder de verkrijgingprijs zal afwaardering plaatsvinden.
Overzicht van de mutaties in 2023 Kapitaalverstrekkingen Deelnemingen
Geen mutaties
Overige verbonden partijen
Geen mutaties
Overige langlopende leningen
Verstrekte hypotheken
Leningen aan deelnemingen
Diverse mutaties rondom de verschillende SVN leningen. Lening á 2,20% aan stichting Westendorphuus, € 325.392. Lening á 2,46% aan stichting Westendorphuus, € 209.608. Kortlopende vorderingen, te weten de aflossing in 2024: Lening Willem Tell, € 5.923 Leningen diverse sportverenigingen, € 5.452 Leningen Westendorphuus, € 0 Kortlopende vorderingen, te weten de aflossing in 2024: Diverse leningen € 28.415 Geen mutaties Kortlopende vorderingen, te weten de aflossing in 2024: Lening Alliander, € 0
Leningen
Verloop FVA
Kapitaalverstrekkingen Deelnemingen Overige verbonden partijen Leningen Overige langlopende leningen Verstrekte hypotheken Leningen aan deelnemingen Totaal FVA
13
Boekwaarde 1-1-2023
Investering
Aflossing regulier
Extra aflossing Boekwaarde 31-12-2023
274.955 3.750 6.002.726
274.955 3.750 857.842
2.757.525
37.886
6.822.682
28.715
155.651
2.573.159
66.601
155.651
12.239.562
2.565.016 11.603.972
2.565.016 857.842
4.2 Vlottende Activa De vlottende activa zijn bezittingen met een looptijd korter dan een jaar. Deze zijn te verdelen in: a. Voorraden b. Vlottende vorderingen (korter dan een jaar) c. Liquide middelen d. Overlopende activa a. Voorraden Totaal per 31 december
2023
2022
3.672.456
8.068.120
Voorraden bestaan enkel uit bouwgronden in exploitatie. De bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen vervaardigingprijs, zoals aankoop, bouw en woonrijp maken, rente, administratie en beheerskosten. De rente voor de gronden in exploitatie is bij begroting vastgesteld op 1,50%. In de notitie “grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023” is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel (percentage of completion), wanneer voldoende zekerheid voor winstnemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Wij hebben in 2023 tussentijds winst genomen uit de grondexploitaties voor de Slawijkseweg in Netterden, De Rieze in Ulft en Hofskamp Oost II in Varsseveld, Rente voor de gronden in exploitatie wordt berekenend over de boekwaarde per 1 januari. Over de tussentijdse winstnemingen wordt gedurende de looptijd geen aanvullende rente toegerekend. Wanneer het verwachte verlies voor een afzonderlijke exploitatie onder de € 5.000 blijft én deze exploitatie niet behoort bij de reeds beschikbare verliesvoorzieningen, wordt er geen aparte verliesvoorziening gevormd. De afwikkeling dient dan wel in volgende jaar plaats te vinden. De eventuele verliesvoorzieningen “Bedrijventerreinen” en “Woningbouw” worden niet afzonderlijk negatief gepresenteerd onder de vlottende activa.
Het resultaat van de grondexploitatie en een eventueel te treffen verliesvoorziening wordt met ingang van 1 januari 2024 op eindwaarde gepresenteerd.
Verloop Gronden in exploitatie
Boekwaarde 1-1-2023
Investeringen
DesInvesteringen
Boekwaarde 31-122023
Voorzieningen
Gecorr. Balanswaarde 31-12-2023
Resultaat obv Eindwaarde
Resultaat obv Netto contante waarde (NCW)
Slawijkseweg Kromkamp ’t Kuipje Breedenbroek De Rieze V + VI Hofskamp Oost II Varsseveld Industriepark (VIP) Totaal
166.520
1.183
-4.881
172.584
0
172.584
-31.011
-29.807
104.593
3.988
0
108.581
0
108.581
-9.204
-8.847
-145.492
201.939
0
56.447
149.993
-93.546
149.993
147.052
2.061.057
54.886
213.867
1.902.075
0
1.902.075
-353.123
-339.411
1.433.138
4.123
1.067.605
369.656
0
369.656
-108.392
-106.266
4.637.035
3.418.828 5.066.870#
2.988.993
1.775.886
1.213.106
1.775.886
1.456.845
8.256.851
3.684.946
5.598.335
1.925.880
3.672.456
1.424.149
1.119.567
6.343.462
(Saldo nadelig) (Saldo nadelig) # betreft de balansboeking van de gronden voor fase 2 naar de materiële vaste activa – gronden en terreinen.
14
Op grond van de BBV geven wij hieronder per complex aan welke toekomstige uitgaven we nog gaan maken en welke opbrengsten we nog verwachten te realiseren. Uitgaven bestaan uit te maken kosten, inclusief kostenstijging en rente.
De boekwaarde per 31-12-2023/1-1-2024 is het startpunt voor de verwachte eindewaarde.
Resultaat gronden in exploitatie Slawijkseweg Kromkamp ’t Kuipje Breedenbroek De Rieze V + VI Hofskamp Oost II Varsseveld Industriepark (VIP) Totaal
Boekwaarde 1-1-2024
Nog te realiseren kosten
Nog te realiseren opbrengsten
Resultaat op eindwaarde *
Resultaat op NCW **
172.584
151.625
355.221
-31.011
-29.807
108.581
73.120
190.905
-9.204
-8.847
56.447
93.546
0
149.993
147.052
1.902.075
297.944
2.553.142
-353.123
-339.411
369.656
135.553
613.600
-108.392
-106.266
2.988.993
10.949.285
12.162.391
1.775.886
1.456.845
5.598.335
11.701.073
15.875.259
1.424.149
1.119.567
(Saldo nadelig ) ( Saldo nadelig) Rentetoerekening op basis van: * de omslagrente bedraagt met ingang van 1 januari 2024 2,25% op jaarbasis ** de vastgestelde disconteringsvoet bedraagt conform BBV vereisten 2,00% op jaarbasis