Boekwerk Jaarstukken 2020 26-5-2021 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Deelnemende partijen
•
Aalten
•
Ermelo
•
Apeldoorn
•
Harderwijk
•
Oost Gelre
•
Berkelland
•
Hattem
•
Oude IJsselstreek
•
Bronkhorst
•
Heerde
•
Putten
•
Brummen
•
Lochem
•
Voorst
•
Doetinchem
•
Montferland
•
Winterswijk
•
Elburg
•
Nunspeet
•
Zutphen
•
Epe
•
Oldebroek
Bestuurlijk belang
De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.
Ontwikkelingen
De Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (VNOG) streeft ernaar een toekomstbestendige veiligheidsregio te worden en te blijven. Hiervoor is op 15 januari 2020 de Toekomstvisie (en Opdrachten) door het Algemeen Bestuur VNOG vastgesteld. De Toekomstvisie en Opdrachten is de basis voor het Regionaal Beleidsplan. Hierin wordt ook de ontwikkeling van repressie naar meer risicobeperking en preventie aangegeven. Op 10 december is het Regionaal Risicoprofiel/Regionaal Beleidsplan vastgesteld en het bijbehorende dekkingsplan. In 2021 wordt het financieel herverdeelmodel dat in 2017 is ingevoerd voor het eerst geactualiseerd. Over de voortgang van de Toekomstvisie worden de raden geïnformeerd, onder andere in de komende jaarstukken 2020.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen
I.v.m. de nijpende financiële situatie is de gemeentelijke bijdrage met 10 % over 2018 en 2019 gestegen. De raad heeft een zienswijze ingediend op de financiële jaarstukken VNOG. Deze ontstane tekorten hebben in 2020 een structureel karakter gekregen. De portefeuillehouder heeft bij memo op 5 december 2019 al laten weten aan de raad dat de motie, ten aanzien van de begroting 2020-2024, niet kon worden uitgevoerd. De programmabegroting 2021-2024 van de VNOG is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kaderbrief en de vastgestelde Toekomstvisie en Opdrachten. De begroting is meerjarig sluitend. De begroting zelf is opgave-gericht opgebouwd; per programma wordt aangegeven wat het doel is (afkomstig uit de Toekomstvisie en Opdrachten) wat wil men bereiken, wat gaat men ervoor doen en hoe dat wordt gemeten. Dit wordt kritisch gemonitord.
46
Stichting Achterhoek Toerisme(Borculo)
Relatie met de programma's
3. De werkende gemeente
Doelstelling
Gemeenten en bedrijfsleven willen de vrijetijdssector ontwikkelen tot een grotere economische drager in de Achterhoek. Door middel van vernieuwende marketing en fysieke producten meer bezoekers te genereren die langer in de Achterhoek willen verblijven, meer willen besteden en een herhalingsbezoek plannen. Daarnaast draagt STAT zorg voor een goede infrastructuur qua routes ed.
Activiteiten
Ondersteuning voor de leden voor allerlei toeristische activiteiten. Daarnaast overkoepelend orgaan en sparring partner voor de gemeenten in de Achterhoek op het gebied van toerisme en recreatie.
Deelnemende partijen
• Aalten • Berkelland • Bronkhorst • Doetinchem • Lochem
Bestuurlijk belang
De acht Achterhoekse gemeenten plus Lochem nemen deel in het bestuur. Door formeel een besluit te nemen tot deelneming in de stichting werd een correcte juridische procedure gevolgd, waardoor gemeentelijke vertegenwoordigers niet meer op persoonlijke titel deelnemen.
Ontwikkelingen
Het COVID-19 virus heeft in de toeristische sector behoorlijke gevolgen gehad. Positief was dat veel Nederlanders in eigen land bleven tijdens de mei- en zomervakantie, waardoor met name de campings voldoende animo hadden. Negatief was dat alle evenementen afgelast werden door aanscherping van de regels m.b.t. tot afstand houden, dichtgaan alle horeca ed.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen
• Montferland • Oost Gelre • Oude IJsselstreek • Winterswijk
Risicovol voor de gemeente is dat ze de ondersteuning van Stichting Achterhoek Toerisme (STAT) op toeristisch gebied mist wanneer deze uit beeld verdwijnt. Met STAT worden meerjarige contracten afgesloten die voor de gemeente een risico betekenen wanneer STAT ophoudt te bestaan. De stichting is afhankelijk van de bijdrage van gemeenten voor de uitvoering van hun activiteiten. Mochten deze inkomsten teruglopen, door bijv. een steeds meer terugtredende overheid die meer aan de markt overlaat, of door een slechte financiële situatie bij gemeenten, dan loopt de stichting het risico om haar taken voor de gemeenten niet meer te kunnen uitvoeren. Ook spelen de politieke agenda’s van de verschillende gemeenten hierbij een rol. STAT moet van toegevoegde waarde blijven voor de gemeenten. De gemeente OIJ huurt bij STAT een regio coördinator in die ingezet wordt voor toeristische productontwikkeling en lokale promotie en marketing. De regio coördinator ondersteunt daarbij tevens de nieuwe toeristische organisatie in OIJ. Mocht STAT dit niet meer kunnen doen, dan heeft dit gevolgen voor deze inhuurstructuur en voor de toeristische organisatie in Oude IJsselstreek.
47
BNG Bank (Den Haag)
Primair doel
Bankier van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang.
Activiteiten
De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders.
Deelnemende partijen
De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, de andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap.
Financieel
Wij bezitten 161.460 aandelen. In de jaarrekening 2020 wordt een dividend verantwoord van € 205.054. De uitkering van het dividend heeft op dit moment nog niet plaatsgevonden. De BNG houdt nog steeds geld vast in verband met Corona, omdat banken door de Europese Centrale Bank (ECB) zijn geadviseerd om zoveel mogelijk vermogen te behouden. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2021-2024 € 358.000.
Bestuurlijk belang
Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.
Risico's
Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil. Alliander N.V. (Arnhem)
Primair doel
Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland.
Activiteiten
Kernactiviteit is het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit.
Deelnemende partijen
Provincie Gelderland en Noord Holland, Falcon BV en de gemeente Amsterdam bezitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over diverse gemeenten.
Financieel
Wij bezitten 580.414 aandelen. In de jaarrekening 2020 wordt een dividend verantwoord van € 481.999. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2021-2024 € 503.000.
Bestuurlijk belang
Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.
Risico's
Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil. Vitens (Utrecht)
Primair doel
Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,6 miljoen klanten.
Activiteiten
Verantwoordelijk voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.
Deelnemende partijen
De aandeelhouders bestaan uit provincies en gemeenten.
48
Financieel
Wij bezitten 40.057 aandelen. In de jaarrekening 2020 wordt geen dividend verantwoord. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 begroten we voor 2021-2024 € 57.000.
Bestuurlijk belang
Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.
Risico's
Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.
Financieel overzicht Verbonden partij Regio Achterhoek GGD Noord- en Oost Gelderland
Bijdrage 2020
Bijdrage 2020
primitief
na wijziging 264
Eigen
Vreemd
Resultaat
1-1-2020
31-12-2020
1-1-2020
31-12-2020
264
5.688
6.229
17.609
22.523
183
616
616
2.877
2.970
2.529
7.036
69
VNOG
2.050
2.050
7.843
14.546
46.174
42.340
4.929
ODA
619
612
-389
645
2.242
1.883
538
Stadsbank ON
297
285
1.696
960
14.616
15.157
223
Laborijn
2.507
2.507
6.129
9.553
10.517
16.407
2.352
Erfgoedcentrum Ecal
167
167
154
199
680
768
-21
Stichting Achterhoek Toerisme
62
62
0
0
1.300
1.535
-92
6.582
6.563
23.998
35.102
95.667
107.649
8.181
Totaal
49
Paragraaf Lokale heffingen Inleiding De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is bestemd (rioolheffing, afvalstoffenheffing) als heffingen waarvan de besteding niet van te voren is bestemd (onroerende-zaakbelasting en toeristenbelasting). Uit het overzicht “algemene dekkingsmiddelen” blijkt overigens van welke omvang het budgettaire belang is van met name de niet-bestemde heffingen. Dat inzicht, gekoppeld aan het inzicht over omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang, omdat de budgettaire positie van de gemeente mede wordt bepaald door de wijze waarop het lokale belastinginstrument wordt gehanteerd.
Beleid Het beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de door de raad vastgestelde verordeningen. Om een goed overzicht te behouden in de actuele stand van zaken, stellen we jaarlijks een nieuwe verordening vast. De gemeente Oude IJsselstreek kent de volgende gemeentelijke belastingen en heffingen: Belasting/ heffing
Omschrijving
Marktgelden
Geheven voor innemen standplaatsen op warenmarkt Silvolde, Terborg, Ulft en Varsseveld.
Precariobelasting
Geheven voor het verlenen van een standplaats op gemeentegrond
Lijkbezorgingrechten Geheven voor gebruik algemene begraafplaatsen Varsseveld en Terborg. Eventuele overschotten of tekorten worden conform besluit verrekend met de reserve. Leges
Deze betreffen diverse gemeentelijke leges (bouwvergunning, uittreksels etc.)
Toeristenbelasting
Belastingheffing van personen die niet in de gemeentelijke bevolkings-administratie zijn opgenomen, maar die tegen betaling/vergoeding wel verblijf houden door overnachtingen in bijv. hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeermiddelen.
OZB niet - woningen Wordt geheven van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen. Woonlasten
Dit zijn de onroerende-zaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De opbrengsten OZB-woningen is conform besluit met 3% gestegen. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd.
Reinigingsrechten
Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden en de gemeente hebben verzocht afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen.
Precariorechten
Geheven voor het gebruik maken van een met vergunning verleende standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Reclamebelasting
Deze belasting is vanaf 2017 ingevoerd voor het centrum van Varsseveld en vanaf 2019 en 2020 ook voor bedrijventerrein Akkermansweide in Terborg, centrum Terborg en kerngebied Ulft voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten worden verrekend met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant wordt rechtstreeks doorbetaald aan de desbetreffende ondernemersfonds. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.
50
Tarieven Tarieven diverse heffingen
2019
2020
Eigenaren van woningen, in % van de waarde
0,16330%
0,16145%
Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde
0,16190%
0,15605%
Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde
0.19450%
0.19198%
Meerpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer
174,00
183,60
Meerpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer
258,00
271,80
Eénpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer
129,00
135,84
Eénpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer
213,00
223,92
Extra grote grijze container
258,00
271,80
Standaard containerset met kleine grijze container
210,36
210,00
Standaard containerset met een grote grijze container
295,68
294,00
237,00
231,00
1,27
1,30
Dagtarief
13,05
13,45
Jaartarief
540,00
555,00
Onroerende-zaakbelastingen
Afvalstoffenheffing
Reinigingsrechten
Rioolheffing Per aansluiting Toeristenbelasting Per overnachting Precariorechten
Opbrengsten Opbrengsten belastingen/ heffingen (x 1.000)
Werkelijk 2019
Begroot voor wijziging 2020
Begroot na wijziging 2020
Werkelijk 2020
OZB woningen
5.812
5.883
5.973
6.014
OZB niet-woningen
2.572
2.584
2.549
2.567
Afvalstoffenheffing
2.794
2.920
2.820
2.928
Rioolheffing woningen
4.014
3.892
3.892
3.911
Rioolrecht bedrijven
220
220
220
220
Leges
1.153
844
832
979
Lijkbezorgingrechten
290
125
125
120
Marktgelden
17
18
18
19
Reinigingsrechten
43
35
35
45
Toeristenbelasting
145
151
36
126
Precariobelasting
7
6
6
7
Reclamebelasting Totaal
36 17.103
18 16.678
16.506
16.954
51
Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven
Afvalstoffenheffing + reinigingsrecht Kosten Afval
Lijkbezorgingsrechten 2.650
Kosten begraafplaatsen
57
787
Opbrengsten begraafplaatsen
1
Reinigingsrechten
45
Netto kosten Begraafplaatsen
Netto kosten Afval
1.818
Opbrengsten afval excl. heffingen
Salaris + overhead
56 120
Salaris + overhead
468
Kapitaallasten
BTW
519
Onttrekking reserve
63
Rente
38
Totale kosten
121
Resultaat tbv reserve afval
114 121
Totale kosten
2.957
Opbrengst heffingen
Opbrengst heffingen
2.957
Dekking
Dekking
100%
Rioolheffing Kosten Riolering
8
100%
Omgevingsvergunning bouwen Kosten omgevingsvergunning bouwen
55
Opbrengsten Riolering excl. heffingen
2.583 28
Overige opbrengsten
0
Rioolheffing bij bedrijven
220
Netto kosten omgevingsvergunning bouwen
Netto kosten Riolering
2.335
Salaris + overhead
520
BTW
475
Rente
621
Onttrekking bufferfonds riolering
-39
Totale kosten
3.912
Opbrengst heffingen
3.912
Dekking
100%
Salaris + overhead
55 615
Totale kosten
670
Opbrengst heffingen*
663
Dekking
99%
*primitief begrote heffingen 450.000
Algemene dienstverlening
Markten
Kosten algemene dienstverlening
29
Kosten markten
37
Overige opbrengsten
0
Overige opbrengsten
3
Netto kosten algemen dienstverlening Salaris + overhead
29 346
Netto kosten markten Salaris + overhead
34 2
Totale kosten
375
Totale kosten
36
Opbrengst overige dienstverlening
247
Opbrengst heffingen
20
Dekking
66%
Dekking
56%
52
Kwijtschelding Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslagen van de woonlasten. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen per saldo niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. In 2020 is een totaalbedrag van € 302.318 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden. Dit is 3,85% van de totaal geraamde opbrengsten gemeentelijke belastingen die voor gemeentelijke kwijtschelding in aanmerking komt. In 2019 werd in totaliteit ruim € 322.000 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden.
53
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf zijn conform de voorschriften in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen. De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren: Infrastructuur: •
Wegen
•
Civiel technische kunstwerken
•
Riolering
•
Gemeentelijke gebouwen
•
Water
Voorzieningen: •
Openbaar groen
•
Speelplaatsen
•
Openbare verlichting
Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner. Op beheerniveau werken we aan het opstellen van een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR).
54
Beleids- en beheerplannen De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier á vijf jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij. De volgende nota’s zijn vastgesteld: Beleidsstuk/ beheerplan
Planperiode
Inhoud/opmerking
Wegenbeleid
2019- 2023
Wegenbeleidsplan
Openbare verlichting beleid
2012 - 2016
De reserve wegen is uitgebreid met openbare verlichting. Nieuw beleidsplan wordt naar verwachting in de eerste helft van 2021 vastgesteld.
Gemeentelijk rioleringsplan
2017 - 2020
Waterplan
2010 - 2020
Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken
2018 - 2022
Waterbeleidsplan
Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen vanaf 2021
Verwachting is dat de Visie op Landschap,Natuur en Groene Kernen in 2021 gereed is.
Groenbeheerplan
2014 - 2020
In 2021 wordt er een nieuw beheerplan voor groenvoorziening opgesteld.
Bomenbeheerplan
2008 - 2020
Nieuw Bomenbeheerplan gereed in 2021.
Speelruimtebeleid
2007 - 2015
In 2021 wordt er een nieuw beleidsplan voor speelruimte en voorzieningen opgesteld.
Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud van kapitaalgoederen gemoeid zijn.
Wegen Beleid Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal, aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Één keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld.
55
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Jaar
Wat mag het kosten?
jaarlijks
Bestaand beleid
iedere 2 jaar
Bestaande budgetten
jaarlijks
Bestaande budgetten en formatie
Hoofddoelstelling
Schoon, heel, veilig Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)
Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie 2019
Subdoelstelling Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023 Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen
Opstellen en bijhouden jaarlijks meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen jaarlijks Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)
Bestaande formatie Bestaande formatie
Kwaliteit In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5). Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. De uitgevoerde weginspecties tonen aan dat de kwaliteit van de wegen een lichte stijging laat zien richting kwaliteitsniveau Basis. Op dit moment wordt de kwaliteitsambitie Basis nog niet overal bereikt. Met name de asfaltverhardingen blijven achter. Financiën In het beleidsplan Wegen, dat de raad in maart 2019 heeft vastgesteld, staat een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals: •
Omvang van het huidige areaal;
•
Berekening alleen voor verharde wegen;
•
In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
•
Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
•
In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.
Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis is in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Voorstel is om deze kosten in jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te brengen (jaarlijks ramen in de begroting). Hierdoor is de bestemmingsreserve komen te vervallen. Volgens de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) mogen de kosten voor vervangingen (reconstructies) niet meegeraamd worden in het onderhoudsbudget Wegen. Voor reconstructies van wegen en fietspaden vragen we een apart investeringsbudget aan. We houden hierbij voorlopig rekening met een bedrag van gemiddeld € 600.000 per jaar. Dit bedrag voeren we vanaf 2021 als investering op in de meerjarenbegroting. Ontwikkelingen Alle facetten die afgelopen jaren zijn besproken, zijn in het beleidsplan opgenomen. Ieder jaar bekijken we de onderhoudsplanning van de wegen opnieuw. En stellen we ze eventueel bij. Risico’s De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
56
Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte Beleid De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2018 heeft vastgesteld.
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Jaar
Wat mag het kosten?
Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.
jaarlijks
Bestaande formatie en budgetten
Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).
2020
Bestaande formatie en budgetten
Hoofddoelstelling
Schoon, heel en veilig
Kwaliteit In het beheerplan is opgenomen dat elke vijf jaar het volledige areaal door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd wordt. In de tussenliggende jaren voert de eigen dienst inspecties uit. Voor de kunst in de openbare ruimte is ervoor gekozen om de eigen dienst jaarlijks een globale inspectie uit te laten voeren. Door omstandigheden (Corona) is de vijfjaarlijkse inspectie door een gespecialiseerd bedrijf niet uitgevoerd. Deze inspectie is doorgeschoven naar het eerste kwartaal van 2021. Planning Aan de hand van de jaarlijks uit te voeren schouw, plannen we de onderhouds- en herstelwerkzaamheden in. Afhankelijk van de resultaten van de uit te voeren inspectie in 2021, maken we een meerjaren planning voor het herstellen van de geconstateerde gebreken. Financieel In de aanloop naar de begroting 2020 is het beschikbare budget naar beneden bijgesteld. Zoals eerder aangegeven heeft deze bijstelling druk gezet op de uitgangspunten "heel, doelmatig en schoon". Bij met name de kunst in de openbare ruimte, is duidelijk waar te nemen dat de jaarlijkse reinigingsronde niet meer wordt uitgevoerd. Uiteindelijk heeft dit zijn weerslag op het onderhoud in de toekomst. Aan het uitgangspunt "veilig", zijn geen concessies gedaan naar aanleiding van de bijstelling van het budget. De brug over de Akkermansbeek is in zijn geheel vervangen.
Met de betrokken partijen, het Waterschap Rijn en IJssel, de gemeente Doetinchem en Rijkswaterstaat, zijn afspraken gemaakt over de kostenverdeling en het beheer en onderhoud voor de toekomst. Risico’s De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Openbare verlichting Beleid Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud.
57
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Jaar
Wat mag het kosten?
Hoofddoelstelling Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.
Subdoelstelling
Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)
Jaarlijks
Vervanging masten en armaturen
Jaarlijks
Uitvoeren regulier onderhoud
Jaarlijks
Jaarlijks
Afhandelen storingen en klachten
Jaarlijks Opstellen Beleidsplan/vervangingsplan 2021-2024 2021
Het vervangen van lampen (en bijbehorende armaturen) met hoog energieverbruik. Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak
2020 Jaarlijks
Bestaande budgetten en formatie Waar mogelijk vanuit de projecten Volgens Vervangingsplan Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie Bestaande budgetten en formatie Bestaande budgetten en formatie
Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie Bestaande budgetten en formatie
Kwaliteit In de periode 2017-2020 zijn alle SOX en SON armaturen en een groot deel van lichtmasten van 45 jaar en ouder vervangen. Het vervangen zorgt voor daling van veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat. Financieel In 2021 wordt het beleidsplan ge-updated. Hierin wordt ook het nieuwe vervangingsplan 2021-2024 meegenomen. Daaruit moet blijken of het huidige budget nog voldoende is om de doelstelling uit het vervangingsplan te halen (vervangen van armaturen van 25 jaar en ouder en lichtmasten van 45 jaar en ouder). Ontwikkelingen De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Doordat de SOX en SON armaturen duur in onderhoud zijn, worden deze in de eerste cyclus van 4 jaar door LED armaturen vervangen. Het is de verwachting dat we eind 2020 tussen circa 25% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur. Hierbij is het de bedoeling dat alle SOX en SON armaturen dan vervangen zijn. In 2021 stellen we een nieuw vervangingsplan op voor masten en armaturen.
Deze wordt in het nieuwe beleidsplan verwerkt. Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in. Dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. Het onderhoud van de openbare verlichting voeren we vanaf 2012 gezamenlijk met de gemeenten Montferland en Doetinchem uit. Het huidige onderhoudscontract loopt tot eind 2023. Risico’s Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Met de toevoeging van € 150.000 extra budget kunnen we tot nu toe de masten in tijdig vervangen . Daarmee blijft het risico beperkt. In 2021 gaan we met een nieuwe vervangingscyclus starten. Uit de berekening hiervoor moet blijken of het huidige budget nog steeds voldoende is om dit te realiseren.
58
Riolering Beleid Binnen de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017 - 2020 (GRP) is opgenomen hoe de gemeente denkt om te gaan met deze drie zorgplichten. Dit bevat: •
een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
•
een overzicht van de aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;
•
een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten;
•
een overzicht van de financiële gevolgen van het GRP.
Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn er verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan. Met de invoering van de Omgevingswet, vervalt de verplichting op het hebben van een Gemeentelijk Rioleringsplan. De invoering van deze wet stond gepland voor 1 januari 2021. De looptijd van het huidige GRP sloot hier naadloos op aan. Door problemen met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de invoering echter met een jaar uitgesteld. Om toch aan de wettelijke verplichting op het hebben van een GRP, te kunnen voldoen, heeft de gemeenteraad besloten het huidige plan met één jaar verlengen.
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor Jaar doen?
Wat mag het kosten?
Uitvoeren vGRP
2017-2020
Bestaande formatie en budgetten
Uitvoeren GRP
jaarlijks
Idem
Oplossen knelpunten
jaarlijks
p.m.
Uitvoeren vGRP
jaarlijks
Bestaande formatie en budgetten
Hoofddoelstelling Schoon, heel, veilig (Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater) Subdoelstelling Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering Voorkomen van “water op straat”
Kwaliteit Door middel van camera-inspecties bepalen we jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, stellen we met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning op. Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is er nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties stellen we hier ook een vervangingsplan voor op. Binnen het GRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen. Planning De vervanging van vrijvervalriolering en het aanleggen van infiltratievoorzieningen, wordt zoveel mogelijk afgestemd met de onderhoudswerkzaamheden aan de wegen. Dit om overlast te voorkomen en werk met werk te kunnen maken.
59
Financieel Uitgangspunt is het door de raad vastgestelde Rioleringsplan 2017-2020, waarvan de werkingsduur met een jaar is verlengd. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn: •
Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
•
Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
•
Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.
Op basis van bovenstaande uitgangspunten, stellen we voor de rioolheffing voor 2020 te laten dalen met € 6 per huishouden (van € 237 naar € 231). Dit, omdat de stand van de voorziening hoger is dan noodzakelijk. Ontwikkeling Dat het klimaat aan het veranderen is, is inmiddels duidelijk. Wat in alle scenario’s naar voren komt zijn hogere temperaturen, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Met name de heftigere buien leveren een uitdaging op. Het traditionele riool kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Hierbij kan gedacht worden aan infiltratie in de bodem, afvoer naar open water of kortdurende bering in de openbare ruimte. Daarnaast moeten we werken aan bewustwording bij inwoners. Zij zullen moeten accepteren dat er door de heftigere buien, vaker water op straat blijft staan. Het huidige (verlengde) GRP 2017 – 2020 speelt nog meer dan het vorige in op de gevolgen van klimaatverandering. Risico’s Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.
Groen, natuur en landschap Beleid Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden schouw (2018) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel aan de onderkant. Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Jaar
Wat mag het kosten?
Jaarlijks
Bestaande budgetten en formatie
Hoofddoelstelling Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke groene woon- en Uitvoeren planmatig onderhoud werkomgeving in Oude IJsselstreek Subdoelstelling Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan
Uitvoeren planmatig onderhoud
Jaarlijks
Bestaande budgetten en formatie
Kwaliteit Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt. Financieel De werkzaamheden voeren we uit binnen de huidige budgetten en formatie. Onzekere financiële factoren zijn: - nieuwe aanbesteding bestrijding eikenprocessierups, waarbij (door marktwerking) een toename van de kosten te verwachten is; - bestrijding eikenprocessierups door landelijk toenemende plaagdruk. 60
Ontwikkeling In 2021 ronden we de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen af. Zie ook 1.10.5 Beschermen en ontwikkelen van waarde op gebied van Landschap, Natuur en Groene Kernen. Risico’s Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Water Beleid Het Waterplan bestaat uit een inventarisatie en een analyse. Dit beleidskader zorgt dat al het water een duidelijke functie heeft voor inwoners, toeristen, bedrijven, natuur en milieu. Het gaat om waterbeleid, waardoor water en watergerelateerde raakvlakken gelijkwaardig zijn aan andere beleidsvelden. Het eindresultaat is een gezonde, "waterrijke" en milieuvriendelijke gemeente. Het plan is in 2009 vastgesteld, en loopt dit jaar af. We bekijken hoe, en in welke vorm, de inhoud van het huidige plan terug kan komen in bijvoorbeeld de omgevingsplannen. Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Jaar
Wat mag het kosten?
Hoofddoelstelling In 2020, een ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en ruimtelijke samenhang in het water in en om de gemeente Oude IJsselstreek
Uitvoering in overeenstemming met het jaarlijks uitvoeringsprogramma
Bestaande budgetten en formatie
Financieel De financiële aspecten van het onderdeel water zijn opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Ontwikkelingen Zoals al beschreven in het onderdeel Riolering, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden. Binnen het GRP 2017 - 2020 is hier ook aandacht voor. Planning Binnen het verlengde GRP 2017 – 2020 is ruimte opgenomen om het beheer en onderhoud van de watergangen meer vorm te geven. Risico’s Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.
Speelplaatsen Speelplekken en -toestellen Beleid Veilig houden van de speelvoorzieningen volgens de WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (= landelijke norm)). Kwaliteit Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen nog wel voldoen aan het WAS, maar verouderd zijn. Financieel In het huidige budget is er geen ruimte voor vervanging van speeltoestellen. Ontwikkeling Om de huidige speelsituatie, kwaliteit van de speelvoorzieningen en de financiële situatie in kaart te brengen zijn verschillende scenario's uitgewerkt. Hierop volgend wordt in 2021 een nieuw beleidsplan voor speelruimte en voorzieningen opgesteld. Voor 2021 is incidenteel €85.000,- beschikbaar gesteld, voor het schrijven van het beleidsplan en voor eventuele vervanging van toestellen die niet meer voldoen aan de WAS. 61
Risico’s Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar. Op het moment dat een speeltoestel niet meer voldoet aan de WAS verwijderen we deze. We vervangen niet, vanwege het huidige beschikbare budget. Het gevolg is een versobering van speelplekken.
Financieel overzicht Onderdeel (x 1.000)
Begroting primitief 2020 Uitgaven
Wegen
Begroting na wijziging 2020
Inkomsten
Uitgaven
Rekening 2020
Inkomsten
Uitgaven
Inkomsten
5.268
78
5.267
83
5.293
187
130
-
150
-
95
-
Riolering
7.949
8.288
7.949
8.288
7.682
8.157
Gebouwen
4.809
2.212
4.776
2.276
5.323
2.552
Groen
4.319
28
4.736
425
4.559
191
Speelplaatsen
12
-
18
-
17
-
Openbare Verlichting
470
-
470
-
492
11
Civiele kunstwerken
62
Paragraaf Grondbeleid Inleiding Inleiding Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, zorg en welzijn, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de (financiële) risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. Het bestaande beleid op het gebied van Grondbeleid is opgenomen in de volgende stukken: - Nota Grondbeleid; - In bestemmingsplannen; - Structuurvisie(s). Nota grondbeleid De nota grondbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek biedt naast faciliterend grondbeleid de mogelijkheid om actief te verwerven en te ontwikkelen, de nota anticipeert op wijzigingen en aangescherpte regelgeving vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Naast de reguliere P&C cyclus wordt gewerkt met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Gronduitgifte De gemeente heeft, binnen de daarvoor vastgestelde grondexploitaties voor woningbouw, nog maar een enkele bouwmogelijkheid, met name in twee kleine kernen, beschikbaar heeft. Ingevolge de beleidsnota ‘Woningbouwplanning gemeente Oude IJsselstreek’ zijn deze niet meer direct voor uitgifte beschikbaar maar kunnen met een daarvoor te volgen RO-procedure, en mits ze aan de huidige regionale en lokale criteria, voldoen alsnog uitgegeven worden. Net als in 2019 lijkt voor het boekjaar 2020, wat betreft de uitgifte van bedrijventerreinen, de economische crisis ver achter ons en dat komt tot uitdrukking in het verlenen van reserveringen en opties en de verkoop van bouwkavels, die vooral in het plan de Rieze in Ulft een vlucht hebben genomen. Daardoor is ook het eerder mogelijk verwachte verlies omgezet in een winstverwachting en ook een uitname in de vorm van een kleine winstneming. Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken De gemeente Oude IJsselstreek kent geen reserve(s) voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente.
Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich ook daadwerkelijk voordoen. Daarmee kan worden gesteld dat met verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s binnen de grondexploitatie in voldoende mate rekening wordt gehouden.
Wijziging in wet en regelgeving Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Op basis van handreikingen toetst de gemeente Oude IJsselstreek of en in hoeverre het “grondbedrijf” van de gemeente wordt belast met een afdracht in het kader van de vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van deze toets is het meest waarschijnlijke scenario nog steeds dat voor het “grondbedrijf” van de gemeente Oude IJsselstreek géén afdracht voor de Vpb zal plaats vinden. Het argument daarbij is dat de gemeente Oude IJsselstreek met het grondbedrijf géén onderneming drijft omdat niet wordt voldaan aan het criteria “winststreven”. De Vpb wordt echter bepaald aan de hand van toekomstige kasstromen en op basis van afwaarderingen in het verleden. De Belastingdienst Grote Ondernemingen Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen komt vervolgens tot de conclusie dat de gemeente inderdaad géén winstoogmerk heeft, maar geeft aan dat vanwege de aantrekkende markt het mogelijk is dat de gemeente op een later moment alsnog een winstoogmerk heeft. Daarom dient deze toets (de QuickScan) jaarlijks te worden uitgevoerd. 63
Winstneming Als onderdeel van de regelgeving is, in de Notitie Grondexploitaties uit 2016, de aanbeveling opgenomen dat volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winstnemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Duidelijk is geworden dat dit geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden. In navolging van de winstneming in het boekjaar van 2019 wordt ook in het boekjaar 2020 winst genomen als gevolg van de gerealiseerde grondverkopen op de 2e fase van Hofskamp-Oost in Varsseveld. Ook voor het bedrijventerrein de Rieze V&VI geldt dat nu voor het eerst winst kan worden genomen. Wetvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is nabehandeling in de Tweede Kamer inmiddels door de Eerste Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel voorziet in de integratie van de regels over onteigening, voorkeursrechten, landinrichting, stedelijke herverkaveling en kostenverhaal in de Omgevings-wet. De regeling van de grondexploitatie in de omgevingswet bevat enkele vernieuwingen, maar de kern van het stelsel is intact gebleven.
Onderdelen van de aanvullingswet zijn: Voorkeursrecht en onteigening De huidige instrumenten van het voorkeursrecht worden vervangen door instrumenten die zo dicht mogelijk blijven bij de oude grondslagen voor vestiging van een voorkeursrecht zoals de omgevings-visie (de oude structuurvisie) en het omgevingsplan (het voormalige bestemmingsplan). In de nieuwe wetgeving voor onteigening wordt een scheiding aangebracht tussen de onteigeningsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. Beide worden afzonderlijk van elkaar doorlopen. Het bestuur dat het aangaat neemt een onteigeningsbeschikking dat door de bestuursrechter moet worden bekrachtigd. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit. Nadat aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan wordt een onteigeningsakte ingeschreven. Kostenverhaal Gekozen is voor een herziene regeling die ook geschikt is voor gebiedsontwikkelingen met een onzeker eindbeeld en een onzeker tijdsverloop. Daarom kent de regeling in de Omgevingswet herziening voor kostenverhaal. Uitgangspunten voor kostenverhaal Omgevingswet Het wetsvoorstel kent meer flexibiliteit: kostenverhaal zowel geschikt voor actieve grondpolitiek als voor organische ontwikkeling met veel onzekerheden. Figuur exploitatieplan verdwijnt: kostenverhaalsbeschikking Als het kostenverhaal niet is verzekerd komt de verplichte publiekrechtelijke regeling in beeld.
Het kostenverhaal wordt in de Omgevingswet geïntegreerd in de kerninstrumenten van de Omgevings-wet, zoals een omgevingsplan of omgevingsvergunning, of het projectbesluit.
Actualisaties en herzieningen grondexploitaties Actualisatie grondexploitaties Alle gronden in exploitatie worden eens per jaar (peildatum 31 december) geactualiseerd. Deze actualisatie houdt het volgende in: •
Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar.
•
Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten.
•
Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen.
•
Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving.
•
Aanpassing parameters: •
De rente waarmee in de grondexploitatie in de grondexploitaties werd gerekend bedroeg voor 2020 2 % en bedraagt voor 2021 en volgende jaren 1,75 % (zoals ook begroot). Elk jaar wordt voor het herzien van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening berekend wat de rente moet zijn die over de boekwaarde aan de algemene middelen wordt vergoed, de zogenaamde ‘omslagrente’. De gemeenten zijn verplicht om de werkelijke rente over het vreemde vermogen toe te rekenen aan de grondexploitaties Op basis hiervan kon de huidige rekenrente in de grondexploitatieberekeningen worden verlaagd naar 1,75 %. Eventuele rentedalingen dan wel stijgingen in de komende jaren zijn meegenomen in de (risico)berekeningen van de grondexploitaties. 64
•
De kostenstijging is verlaagd naar 2 %. Grondexploitaties hebben grotendeels betrekking op Grond, weg- en waterbouw. Aangezien voor het merendeel van de huidige exploitaties geldt dat het bouw- en woonrijpmaken grotendeels is afgerond, is de hoogte van dit percentage slechts van geringe invloed. Daarentegen zijn er nog plankosten (verkooptraject, beheer- en administratiekosten) te maken maar deze betreffen dan weer (grotendeels) het doorberekenen van interne uren. Het gehanteerde percentage past binnen de bandbreedte zoals beschreven in ‘Outlook Grondexploitaties 2021’ van Metafoor.
•
Het percentage van de opbrengstenstijging wordt, opnieuw, gehandhaafd op 0 %. Om reden van de korte exploitatieduur voor de resterende plannen voor woningbouw wordt geen opbrengstenstijging toegepast. Voor de enkele kavels die nog beschikbaar waren, zijn inmiddels al (koop)afspraken gemaakt of pas weer beschikbaar na het doorlopen van een planologische procedure (als gevolg van de Woningbouwplanning). Ook voor bedrijventerreinen wordt vooralsnog uitgegaan van 0 % opbrengstenstijging. Enerzijds omdat voor bedrijventerreinen al (prijs)afspraken zijn gemaakt door reservering, optie, dan wel omdat onderhandelingen al lopen voor deze bouwkavels. Volledigheidshalve zijn er taxaties uitgevoerd. De gehanteerde verkoopprijzen passen nog binnen deze waardering van december 2020.
Resultaten van gronden in exploitatie Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd per peildatum 31 december 2020. Dat wil zeggen dat alle kosten van verwerving, bouw- en woonrijpmaken en plankosten (investeringen) en opbrengsten en winstnemingen (desinvesteringen), die zorgen voor de vermeerdering respectievelijk vermindering van de boekwaarden zijn verwerkt en dat de parameters zo nodig zijn aangepast (zie hiervoor onder Actualisatie grondexploitaties). De boekwaarden, de hoogte van de voorzieningen en de te verwachten resultaten van alle gronden in exploitatie zijn weergegeven in onderstaande tabel. Het resultaat is in 2020 ten opzichte van het vorige boekjaar, mede dankzij de verkoop van bouwterreinen binnen het plan van de Rieze in Ulft, van nadelig naar voordelig gegaan. De daarvoor getroffen verliesvoorziening komt daarmee te vervallen.
Verloop
Boek-
Gronden in
waarde
exploitatie
1-1-2020
Investeringen
Des-
Boek-
Investe-
waarde
ringen
31-12-2020
Gecorr.
Resultaat 2020
Voorzie-
Balans-
Obv NCW
Resultaat 2019 Obv NCW
ningen
waarde
(BBV Discon-
(BBV Discon-
31-12-2020
teringsvoet)
teringsvoet)
De Rieze V + VI
5.069.909
144.540
514.815
4.699.634
0
4.699.634
-537.012
460.463
Hofskamp Oost II
2.506.652
153.474
-19.892
2.680.018
0
2.680.018
-356.407
-407.266
Hutten Noord
185.800
18.993
74.081
130.712
191.097
-60.385
191.097
188.854
Centrumplan Ulft
153.398
6.580
0
159.978
9.666
150.312
9.666
6.921
Slawijkseweg
37.968
4.596
70.955
-28.391
208
-28.599
208
881
Kromkamp
261.238
10.720
89.320
182.638
131.370
51.268
131.370
128.236
8.214.965
338.903
729.279
7.824.588
332.341
7.492.247
-561.078
378.089
(saldo voordelig)
(saldo nadelig)
Totaal
65
Afsluiting complexen en winstneming Afsluiting complexen Bij jaarrekening 2020 kunnen (nog) geen grondcomplexen worden afgesloten. Winstneming In de Notitie Grondexploitaties uit 2016 is een aanbeveling opgenomen die geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer aan de daaraan te stellen voorwaarden wordt voldaan. In onderstaand overzicht is een analyse opgesteld inzake de voorwaarden per complex en de gevolgen. Overzicht winstneming grondcomplexen Resultaat betrouw-
Complex
baar
Gronden
Kosten
verkocht
gerealiseerd
%
%
Gemaakte
Gerealiseerde
kosten
opbrengsten
%
Bedrag
winstneming Winstneming
De Rieze VI + V
Positief
nee
nee
96
11
11
47.923
Hofskamp-Oost
Positief
nee
nee
81
99
80
98.714
Hutten-Noord
Negatief
nee
nee
Geen
Centrumplan Ulft
Negatief
nee
nee
Geen
Slawijkseweg
Negatief
nee
nee
Geen
Kromkamp
Negatief
nee
nee
Geen
Resultaat van winstneming 2020
146.637
Ook in 2020 is er (verplicht) winstgenomen die voor dit boekjaar totaal € 146.637,-- bedraagt als gevolg van het doorzetten van de verkopen op met name de Rieze in Ulft. De hoogte wordt bepaald door de daarvoor geldende berekeningsmethodiek volgens de begroting- en rekeningvoorschriften gemeenten (BBV). Grondexploitaties bedrijventerreinen Bij de herziening van de grondexploitaties voor de bedrijfsterreinen De Rieze (V&VI) in Ulft en Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld waren de vooruitzichten destijds nog somber gestemd met als gevolg dat voor de verwachte nadelige resultaten verliesvoorzieningen waren getroffen. In 2019 bestond alleen nog een verliesvoorziening voor de Rieze in Ulft. Deze is bij jaarrekening 2020 komen te vervallen. Enerzijds wegens de gerealiseerde verkopen en anderzijds door de toegenomen belangstelling en de daaruit volgende reserveringen en opties. Mede daardoor zijn de door de voorschriften buiten de opbrengsten gehouden bouwpercelen weer ingebracht waardoor een omslag van verliesgevend naar winstgevend is ontstaan. Hoewel de uitgifte voor Hofskamp-Oost in Varsseveld achterbleef kunnen dit jaar de verleende opties worden verzilverd. Onderstaand overzicht van het verloop van de verliesvoorziening bedrijfsterreinen. Verloop verliesvoorzieningen
Balanswaarde
Bedrijfsterreinen
VVZ
Toevoeging
Vermindering
01-01-2020 De Rieze V + VI Ulft Hofskamp-Oost 2e fase Varsseveld Totaal
460.463
460.463
0 460.463
Balanswaarde
Vrijval
VVZ
(toevoeging
31-12-2020
alg. reserve) 0
460.463
0 460.463
0
460.463
66
Ontwikkeling bedrijventerrein Het Varsseveld Industriepark Al in het Gelders Streekplan van 1997 is een fasegewijze ontwikkeling van bedrijventerrein Hofskamp-Oost in Varsseveld opgenomen. Sindsdien heeft de innovatieve maakindustrie rond Varsseveld een forse ontwikkeling doorgemaakt. Dat blijkt ook uit de verkoop van bouwkavels binnen het bestemmingsplan Hofskamp-Oost 2e fase. Na vaststelling van het regionaal programma werklocaties (RPW) door de Provincie Gelderland, is de voorbereiding voor het benodigde bestemmingsplan van een derde fase gestart. Voor de kosten van voorbereiding van dit plan, het Varsseveld Industriepark, is een voorbereidingskrediet beschikbaar. Inmiddels is in januari 2020 bij vaststelling van het bestemmingsplan ook de kosten- en opbrengstenbegroting vastgesteld. De verantwoording van de (financiële) ontwikkelingen dit plan zal verder bij jaarrekening 2021 plaatsvinden. Inmiddels zijn ook de eerste aankopen gerealiseerd en is voor de aankoop van alle zich in het plan bevindende woningen overeenstemming bereikt. Alle bewoners hebben zich daarvoor elders kunnen vestigen. Naast de al in eigendom zijnde percelen resteren thans nog losse percelen landbouwgrond voor aankoop.
Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen de gemeenten. Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn. In 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtenlijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De uitwerking van deze gedachtenlijnen betekent voor het A18 BP dat het noordelijk deel weer in exploitatie wordt genomen door de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel. De recentelijke actualisatie van de grondexploitatie van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem laat, uiteraard ook door een toenemende vraag en verkoop van beschikbaar bedrijventerrein, wederom een lager nadelig resultaat zien dat nu uitkomt op € 415.816. Dat heeft ook te maken met de ontwikkelingen op DocksNLD waarvan het voordelige resultaat nog verder is toegenomen en als bijdrage in de exploitatie van Doetinchem is opgenomen.
Onderstaande overzichten geven cijfermatig het verloop van de voorzieningen en de risico’s voor het boekjaar 2020. Voor ons als deelnemende gemeente neemt de getroffen verliesvoorziening per saldo thans met ruim € 283.620,-- af tot € 83.000,--. Voor dit laatste bedrag zou onze gemeente nog aangesproken kunnen worden als de exploitatie van het grondcomplex BP A18 van Doetinchem uiteindelijk en definitief met dit verlies wordt afgesloten. De verwachting is dat deze verliesvoorziening nog verder zal afnemen. Nu de verliesvoorziening afneemt, nemen de risico’s binnen dit plan ook verder af en wel tot € 28.000,--.
Verloop verliesvoorziening Samenwerking WA (aandeel Oude IJsselstreek)
Balans-
Balans-
waarde
Toename
VVZ
waarde
Afname
Vrijval
VVZ
1-1-2020
31-12-2020
Bedrijvenpark A18
366.620
283.620
83.000
283.620
Totaal
366.620
283.620
83.000
283.620
Verloop Risico’s Samenwerking WA
Risico’s
(aandeel Oude IJsselstreek)
1-1-2020
Toename
Afname
Risico’s 31-12-2020
Bedrijvenpark A18
52.000
24.000
28.000
Totaal
52.000
24.000
28.000
Risicoprofiel Gewogen
Risico’s 31-12-2020 28.000 28.000
67
Financiële gevolgen Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (regionale woonagenda) Na het terugbrengen van de plancapaciteit als doel van de woningbouwplanning in 2016 is ondertussen regionaal het standpunt ingenomen vooral voor starters en senioren te blijven bouwen. Wel onder de voorwaarden van regionale en lokale kwaliteitscriteria waaraan (oude en nieuwe) plannen getoetst kunnen worden. Besluitvorming over deze criteria heeft inmiddels plaatsgevonden. Dit heeft vervolgens als resultaat dat eerder geschrapte bouwmogelijkheden binnen en buiten de gemeentelijke grondexploitaties alsnog (al dan niet in gewijzigde vorm) kunnen worden benut. De verliesvoorziening onder de naam “Verliesvoorziening woningbouwplanning Oude IJsselstreek 2016” is vorig jaar al komen te vervallen en gewijzigd in “Verliesvoorziening woningbouw” voor de gemeentelijke grondcomplexen en bedraagt thans € 332.340,-Overzicht verloop verliesvoorzieningen In het boekjaar 2020 hebben diverse mutaties binnen bestaande voorzieningen plaatsgevonden en zijn alle verliesvoorzieningen geactualiseerd. Het verloop van deze voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht.
Verloop verliesvoorzieningen
Balans-
Toevoeging
waarde
voorzieningen
01-01-2020
(onttrekking alg. reserve)
Inzet / onttrekking
Vrijval
waarde
(toevoeging
3-12-2020
alg. reserve)
VVZ Woningbouw O IJ
322.892
VVZ bedrijventerreinen O IJ
460.463
460.463
VVZ Samenwerking WA A18 BP
366.620
283.620
83.000
283.620
744.083
415.341
744.083
Totaal
1.149.975
9.449
Balans-
9.449
332.341 460.463
1 Alle in deze paragraaf genoemde bedragen zijn in euro’s en exclusief BTW
68
Risico’s Inleiding Grondexploitaties zijn ramingen van het financiële verloop van ruimtelijke projecten, zoals woningbouwprojecten, bedrijventerreinen en herstructureringsplannen. Grondexploitaties hebben vaak een langere looptijd. Gedurende deze looptijd kunnen allerlei veranderingen plaatsvinden die zowel positief als negatief kunnen uitpakken voor het financiële resultaat van de exploitatie. De veranderingen die op kunnen treden, kunnen van velerlei aard zijn. De inflatie kan oplopen, de rente kan veranderen, er kunnen zich omstandigheden voordoen die niet waren voorzien, zoals een financiële en economische crisis of juist een opleving daarvan. Een grondexploitatie is dan ook niet alleen een raming, maar bovenal een dynamisch proces. De paragraaf grondbeleid in de jaarrekening geeft de stand van zaken per 31 december van het betreffende (boek)jaar, alsmede de verwachte financiële uitkomst (resultaat) bij het beëindigen van de exploitatie in het eindjaar op Netto Contante Waarde (NCW). Zekere risico’s, zowel positief als negatief, zijn voor zover mogelijk in de exploitatieberekeningen meegenomen. Er kunnen zich echter ook onzekere gebeurtenissen voordoen. Met behulp van een risicomodel worden zowel mogelijke positieve als negatieve ontwikkelingen financieel vertaald.
Voor alle lopende grondexploitaties is met behulp van het risicomodel berekend wat het financiële resultaat wordt wanneer de veronderstelde gebeurtenissen zich zouden voordoen. Basis voor de berekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties. Uitgangspunten Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de huidige grondexploitaties zoals opgenomen in deze jaarrekening. Uitgangspunten zijn het begrote resultaat, de gehanteerde parameters, de looptijd van de exploitaties en de kosten en opbrengsten die nog gerealiseerd moeten worden. ▪
Begroot resultaat grondexploitaties Uitgangspunt voor de berekeningen zijn de begrotingen van de grondexploitaties, zoals gepresenteerd in deze jaarrekening.
▪
Kosten en opbrengsten nog te maken. In de grondexploitaties zijn de totaal nog te maken kosten geraamd op € 0,76 miljoen ( inclusief kostenstijging en rente). De nog te realiseren opbrengsten zijn geraamd op € 9,2 miljoen. In de risicoanalyse wordt berekend hoe kosten en opbrengsten zich kunnen ontwikkelen op basis van de veronderstelde onzekere gebeurtenissen.
•
Parameters In de grondexploitaties wordt vanaf 2021 gerekend met de volgende parameters: •
Kostenstijging 2 % per jaar
•
Opbrengstenstijging 0,0 % per jaar
•
Rente 1,75 % per jaar
In de risicoanalyse worden bandbreedtes geformuleerd. Daarmee kan uitgerekend worden wat het resultaat van de grondexploitaties is wanneer de parameters zich de komende jaren wijzigen. •
Looptijd van de grondexploitaties Elke grondexploitatie kent een bepaalde looptijd. Dat wil zeggen het aantal jaren dat nog nodig is om alle geraamde kosten en geraamde opbrengsten te realiseren. In de risicoanalyse wordt berekend wat de invloed op de resultaten is, wanneer de geraamde looptijd, door bijvoorbeeld planvertraging, verlengd moet worden of juist door de oplevende economie kan worden verkort.
Risico’s in de berekening De volgende algemene risico’s zijn benoemd en toegepast op alle grondexploitaties in de risicoanalyse. Deze risico’s hebben dus invloed op alle grondexploitaties. •
Kostenstijging In de grondexploitatie wordt gerekend met een kostenstijging van 2 % per jaar. Voor de grondexploitaties met een korte looptijd is het risico van verdere kostenstijging geschat als een “positief” risico, dit wil zeggen dat wordt geschat dat de kans groot is dat er geen of beperkt sprake is van een verdere kostenstijging, lager dan geraamd in de grondexploitaties.
69
•
Opbrengstenstijging In de grondexploitaties is rekening gehouden met een opbrengstenstijging van 0,0 % per jaar. Een stabilisatie van de uitgifteprijzen is nog steeds op zijn plaats. In de risicoanalyse is er vanuit gegaan, afhankelijk van nog vrij uitgeefbaar terrein en de exploitatieduur, nog een geringe opbrengstenstijging gerealiseerd kan worden. Het risico op eventuele minderopbrengsten als onderhandelingsresultaat is ook meegenomen onder grondopbrengsten.
•
Rente In de grondexploitatieberekeningen wordt een rekenrente van 1,75 % rente per jaar gehanteerd dat wordt toegerekend aan het vreemd vermogen. Dit is nagenoeg gelijk aan de omslagrente zoals deze wordt toegerekend aan de grondexploitaties. Op de middellange termijn ( < 5 jaar) kan mogelijk nog een afname van de rente worden verwacht. Ook kan zich dit op de lange termijn ( > 5 jaar) verder doorzetten, in de risicoanalyse is, afhankelijk van de looptijd, daarmee rekening gehouden.