Begroting 2023-2026 27-9-2022 Definitieve versie.pdf
Tekst van het document
Ook vinden we het belangrijk dat onze inwoners weerbaar zijn, dit in relatie tot de thema’s ondermijning en cybercrime. We richten ons op bewustwording onder de inwoners en bedrijven. Voor programma 4 zijn er een aantal concrete doelen geformuleerd: 1. Anders en beter monitoren 2. Doorontwikkelen dienstverlening Naast onze ambities en doelen in het programmaplan, hebben we uiteraard ook veel reguliere taken; de going concern. Hieronder is visueel weergegeven wat we aan reguliere taken binnen programma 4 uitvoeren.
51
Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 4 ongeveer € 6 miljoen uit. In onderstaand overzicht is te zien waar het geld naar toe gaat.
52
Waarmee In onze visie op dienstverlening geven we in 3 punten aan waar we als gemeente Oude IJsselstreek voor staan: - We werken vanuit de bedoeling; Vanuit de vraag van onze inwoners, op maat en oplossingsgericht. - De inwoner staat centraal; We sluiten aan bij de leefwereld van onze inwoners. We meten en weten waar de vraag ligt en spelen hierop in. - We werken vanuit vertrouwen; Voor, naast en met de inwoner. Informatie is de grondstof van onze dienstverlening. We verwerken informatie om beslissingen te nemen en we creëren zelf informatie om ons werk te monitoren. Hierbij is het belangrijk dat we op de juiste manier omgaan met die informatie. We kijken naar het veilig werken met informatie, informatie op de juiste plek bewaren en het opschonen van informatie wanneer dit kan. Hoe De vraag van de inwoner staat voorop als het om onze dienstverlening gaat. Het is dan ook van belang dat we altijd willen weten wat een inwoner wil, wat de echte vraag is en hoe een inwoner contact wil hebben. Onze uitgangspunten zijn daarbij dat we op tijd en helder informeren, altijd dichtbij zijn en partner zijn in dienstverlening. We zorgen er voor dat we digitaal te bereiken zijn door bijvoorbeeld zoveel mogelijk webformulieren aan te bieden waarbij we ook mensen de mogelijkheid blijven bieden tot direct contact. Op het gebied van digitale veiligheid zijn er veel ontwikkelingen.
De risico’s en gevaren die de samenleving, inwoners en bedrijven kunnen bedreigen, komen steeds meer ook vanuit de digitale wereld. Om dit te bereiken werken we met: • Afspraken over onze informatievoorziening. We zorgen voor een goede inrichting van onze processen en maken afspraken over het vastleggen en gebruiken van de informatie die we hebben. We hebben een duidelijk beeld van ons informatielandschap zodat we ook het beheer ervan kunnen verbeteren. Doordat we zelf een goed beeld hebben van ons informatielandschap, kunnen we de inwoner beter helpen bij het beantwoorden van vragen en het behandelen van aanvragen voor producten en diensten • Onderzoek naar dienstverlening. Door onderzoek te doen naar onze dienstverlening, zoals de telefonische bereikbaarheid van onze gemeente, kunnen wij onze dienstverlening concreet verbeteren. Met de aandachtspunten die wij van inwoners en bedrijven hebben opgehaald kunnen wij onze dienstverlening gericht optimaliseren. • De afwegingsdriehoek (geld, regels en maatschappelijk effect) als leidraad. Dit geeft richting aan de manier waarop we werken en hoe we mensen tegemoet treden. Daarbij staat betrouwbaarheid centraal. Het maakt daarbij niet uit of je bij STOER aanklopt, een vergunning aanvraagt, een klacht indient of een paspoort haalt. Overal doen we dit op dezelfde manier, met dezelfde 'look and feel'.
Vanuit warm contact, eerlijk, begrijpelijk en vanuit vertrouwen. Zoals we ook in onze visie 'Naar het hart van de beweging' en onze sturingsfilosofie uitdragen. Dit geldt niet alleen voor ons, maar ook voor onze samenwerkingspartners; het maakt niet uit met wie je te maken hebt, we staan allemaal voor hetzelfde.
Met het zijn van een betrouwbare overheid dragen we vooral bij aan de dimensies maatschappelijke betrokkenheid, subjectief welzijn en gezondheid. Als ‘medestander’ en onderdeel van onze gemeenschap in brede zin. Daarnaast zijn we ondersteunend aan de inhoudelijke programma’s. Met een goede basis als dienstverlener en werkgever dragen we daarmee ook indirect bij aan alle andere dimensies van de brede welvaart.
53
Maatschappelijke effecten - We zijn een open en toegankelijke overheid door goede dienstverlening te leveren. - We zijn een betrouwbare overheid door een veilige omgeving te bieden waarbinnen informatie kan worden gedeeld en verwerkt.
Doelen en acties 4.1- Anders en beter monitoren Als gemeente willen we sturen op effectief en efficiënt beleid. In het maken en uitvoeren van ons beleid willen we beter vast kunnen stellen dat we de juiste dingen doen om de juisten reden. We willen monitoren wat de gevolgen zijn van ons beleid, zowel inhoudelijk als wat de consequenties zijn voor tijd en financiën. Om hier goed op te kunnen sturen maken we gebruik van data, zoals cijfers uit (landelijke) monitors, informatie van partners als de GGD en van input die ons inwonerpanel ‘Oude IJsselstreek Spreekt’ ons geeft. Dit datagedreven werken betekent niet dat we enkel gaan sturen met (digitale) systemen, juist niet. Ons werk blijft mensenwerk. Datagedreven werken begint bij het stellen van de juiste vraag. Die vraag beantwoorden we door te zoeken naar informatie ('data') op de juiste plekken: door bijvoorbeeld inwoners te vragen of onderzoek te doen. We (h)erkennen dat we door meer datagedreven te werken, beter kunnen gaan sturen op integraliteit van de opgaven die voor ons liggen. Daardoor kunnen we de dimensies van de Brede Welvaart gebruiken om te zoeken naar meekoppelkansen in de dingen die we doen. In onze monitoring meten we dan of we de doelen behalen die we aan de voorkant gesteld hadden, of dat we moeten bijsturen op ons beleid.
Data helpt ons tevens om onze beleidskeuzes duidelijker te kunnen onderbouwen richting de raad en richting onze inwoners. We gebruiken data daarnaast om nieuwe ontwikkelingen in de samenleving te monitoren en om te onderzoeken op welke ontwikkelingen we wel moeten handelen, en hoe, en op welke (nog) niet. De raad krijgt met deze data beter inzichtelijk wat de gevolgen zijn van het vast te stellen beleid en kan dit gebruiken in zijn kaderstellende en controlerende taak. We zijn de afgelopen jaren voorzichtig begonnen om dit datagedreven werken verder vorm te geven. In enkele pilots oefenen we met het distilleren van de juiste data, het duiden en analyseren van die data en met het sturen met die data. Het regionaal ingerichte Datalab GO ondersteunt ons hierbij door bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van datasets en expertise. Het komende jaar staan we voor enkele keuzes in de doorontwikkeling van datagedreven werken. We willen een plan maken voor datagedreven werken, waarin we keuzes moeten maken over de manier waarop we datagedreven werken een plek willen geven in onze organisatie.
Kiezen we bijvoorbeeld voor monitoren op de input, op de uitkomst, op het proces en/of op het effect? Stellen we de juiste vragen bij het opstellen en uitvoeren van ons beleid? En op welke manier willen we datagedreven werken in de organisatie verankeren? Hierbij maken we afwegingen tussen de kosten en de baten en houden we rekening met de andere opgaven die in onze gemeente de aandacht vragen. We worden in deze doorontwikkeling ondersteund door Datalab GO. Het Datalab zit zelf ook in een doorontwikkeling en wil, naast dataondersteuning, ook gemeentes ondersteunen in de transitie naar meer datagedreven werken. Wij zijn daarin niet de enige, want alle aangesloten Achterhoekse gemeenten zitten in deze doorontwikkeling. We leren daarbij van elkaar en pionieren samen verder via het Datalab. 4.2- Doorontwikkelen dienstverlening In de visie op dienstverlening stellen we dat inwoners overal en altijd hun zaken bij ons kunnen regelen op de voor hen meest logische manier. We zien veel ontwikkelingen op het gebied van onze online dienstverlening, maar wij vinden onze offline dienstverlening net zo belangrijk. Met offline dienstverlening verstaan wij onder andere dat wij fysiek via de balies op het gemeentehuis bereikbaar zijn en men kan communiceren via bijvoorbeeld de post of telefoon. In 2023 gaan we verder met het ontwikkelen van webformulieren.
Welke webformulieren we als eerste ontwikkelen, is afhankelijk van welke producten en diensten het meeste worden aangevraagd door inwoners en organisaties. Hoeveel webformulieren in 2023 afgerond zullen zijn, is onder andere afhankelijk van de capaciteit van onze medewerkers.
54
We streven ernaar dat in 2023 inwoners en organisaties hun aanvragen in kunnen zien op hun persoonlijke internetpagina, wat wij ook wel MijnOIJ noemen. Hierdoor kunnen inwoners en organisatie hun eigen aanvragen bekijken en inzien wat de stand van zaken is rondom hun aanvraag. Ook gebruiken we MijnOIJ zoveel mogelijk als digitaal communicatiemiddel, omdat dit veiliger is dan bijvoorbeeld het gebruik van email. In 2023 gaan we bezig met de uitkomsten van het onderzoek over onze dienstverlening die we eind 2022 of begin 2023 uitvoeren. Op basis van de uitkomsten gaan we nieuwe doelstellingen formuleren om onze dienstverlening te verbeteren als er knelpunten uit het onderzoek naar voren komen. Vervolgens gaan we met deze doelstellingen ook gelijk aan de slag.
Wat kost het?
Beleidsmatige ontwikkelingen.
55
Autonome ontwikkelingen.
Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.
56
Programma 5: Bedrijfsvoering / overhead Inleiding Waarom Naast inhoudelijke taken hebben we als gemeente een rol als werkgever te vervullen. De belangrijkste taak van het programma bedrijfsvoering is het ondersteunen en faciliteren van de inhoudelijke programma’s. Met een goede basis als werkgever dragen we daarmee ook indirect bij aan alle dimensies van de brede welvaart. Met ruim 340 werknemers werken we aan alle opgaven die de gemeente rijk is, en daar hoort een stabiele en gezonde organisatie bij, die beschikt over de juiste middelen om haar werk te vervullen. Sinds 2022 is onze focus verlegt van beheren naar ontwikkelen. Deze rol als ontwikkelgemeente kleurt de invulling van de rollen die we als gemeente vervullen en de wijze van uitvoering van taken, zowel op het primaire proces als in de bedrijfsvoering. Wat doen we hiervoor? Voor programma 1 zijn er een aantal concrete doelen geformuleerd: 1. Interne beheersing 2. Goede informatievoorziening 3. Wet open overheid(Woo) 4. Plaats- en Tijdonafhankelijk Werken 5. Communicatie en Participatie 6. Formatie 7. Inclusief werkgeverschap Naast onze ambities en doelen in het programmaplan, hebben we uiteraard ook veel reguliere taken; de going concern. Hieronder is visueel weergegeven wat we aan reguliere taken binnen programma 5 uitvoeren.
57
Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 5 bedrijfsvoering ongeveer € 20 miljoen uit. In onderstaand overzicht is zichtbaar waar het geld naar toe gaat. Zoals te zien, gaat het grootste deel naar de overhead. Dit wordt onder het kopje ‘toelichting overhead’, aan het eind van dit hoofdstuk, verder uitgewerkt.
Waarmee We zijn een betrouwbare en open overheid. Als gemeentelijke overheid zien wij ons als onderdeel en partner van de samenleving, van de gemeenschap. We staan er middenin en dragen ons steentje bij, vanuit de rol die ons gegeven is. Daarbij proberen we altijd te werken vanuit de bedoeling. Om dit te realiseren moeten financiën, informatiemanagement, faciliteiten voor flexibel werken, communicatie, personeelsbeleid en formatie op orde zijn. Hoe Met duidelijke afspraken en regels zorgen we dat we dingen op een goede manier inrichten zodat iedereen erop kan vertrouwen. Onze processen, informatie en interne beheersing moeten dan ook op orde zijn en ondersteunend zijn aan het zijn van een ontwikkelgemeente. Net als de manier waarop wij omgaan met veiligheid, privacy, data en met de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van onze informatie en communicatie. De afwegingsdriehoek ‘geld, regels en maatschappelijk effect’ vormt de leidraad. Dit geeft richting aan de manier waarop we werken en hoe wij als werkgever onze werknemers tegemoet treden. Daarbij staat betrouwbaarheid centraal. Het maakt daarbij niet uit of je een stagiair(e), externe inhuur of vast in dienst bent. Overal doen we dit op dezelfde manier, met dezelfde 'look and feel'. Vanuit warm contact, eerlijk, begrijpelijk en vanuit vertrouwen.
Zoals we ook in onze visie 'Naar het hart van de beweging' en onze sturingsfilosofie uitdragen.
58
Maatschappelijk effect Binnen onze gemeente zijn we één van de grotere werkgevers, met ongeveer 340 medewerkers in vaste en tijdelijke dienst en een flexibele schil. Daarmee dragen we bij aan de dimensies inkomen, werk, balans tussen werk en privé en sociale contacten. De mensen die voor de gemeente werken, moeten hun vak verstaan, midden in de samenleving (durven) staan, goed opgeleid en zo vitaal mogelijk zijn. Dit vraagt vanuit onze rol als werkgever om goed werkgeverschap. Als werkgever willen we onze medewerkers goede faciliteiten blijven bieden, zoals huisvesting, opleidingsmogelijkheden en mogelijkheden om flexibel en plaats- en tijdsonafhankelijk te kunnen werken. Deze faciliteiten dienen daarmee als middel om onze inwoners ten dienste te kunnen zijn. Komend jaar houden we als werkgever extra focus op het verbeteren van onze informatievoorziening, digitalisering, de interne beheersing en verantwoording. Tevens investeren we verder in het ‘hybride’ samen werken, in het borgen van een goede balans tussen fysiek en digitaal vanuit huis werken of een andere werkplek. Huisvesting en techniek zijn hierin optimaal faciliterend. We groeien verder als ontwikkelgemeente, met alle dynamiek en groeistuipen die daarbij horen. Met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt die maakt dat er niet (meteen) nieuwe medewerkers of tijdelijke inhuur beschikbaar zijn.
Dit vraagt om extra aandacht voor werkdruk en werkplezier. Met voortdurende aandacht voor de vitaliteit van mensen. En om een formatieve omvang die past bij het uitvoeren van de prioriteiten, de (veranderende) wettelijke en het going concern taken en de bedrijfsvoering.
Doelen en acties 5.1- Interne beheersing Interne beheersing is gericht op het bereiken van doelstellingen in de volgende categorieën:
De komende jaren is versterking van de interne beheersing als geheel een belangrijk aandachtspunt. De speerpunten per onderdeel zijn als volgt: Strategische doelen Om beter te kunnen sturen is het noodzakelijk dat we de maatschappelijke doelstellingen in de begroting concreter maken en voorzien van indicatoren op basis waarvan effectmeting mogelijk wordt. Gezien de omvang en complexiteit doen we dit stapsgewijs in de komende jaren en in nauwe samenspraak met de auditcommissie. Belangrijk aspect hierbij is dat we vooral leren wat werkt en wat niet en dat we effectmeting niet gebruiken om op af te rekenen.
59
Effectiviteit/efficiency processen De (gemeentebrede) processen moeten bijdragen aan het behalen van onze (maatschappelijke) doelstellingen. Essentieel onderdeel hierbij is het versterken van het risicomanagement, op een zodanige manier dat we per proces weten wat het bereiken van onze politieke en beheersmatige doelstellingen in de weg kan staan. Op die manier zijn we in staat om de juiste beheersingsmaatregelen te treffen, of er bewust voor te kiezen een bepaald risico te lopen. Want voor het bereiken van doelen is het soms noodzakelijk om lef te tonen en risico’s te nemen. Dat doen we nu ook al, maar niet altijd volledig bewust. Door risicomanagement steviger te verankeren voorkomen we verrassingen zoveel mogelijk. Ook hierbij hanteren we voor de komende jaren een stapsgewijze aanpak. In het eerste begrotingsjaar (2023) ligt de prioriteit op het verbeteren de bedrijfsprocessen waarvan de accountant heeft geoordeeld dat deze op “rood” staan, het doel is deze zo spoedig mogelijk naar minimaal geel terug te brengen. Daarna (2023/2024) richten we ons primair op het beter verankeren van de beheersmatige bedrijfsprocessen die relevant zijn voor de financiële kant van de begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening. En secundair (2024/2025) op de processen die in relatie staan tot de maatschappelijke doelstellingen.
Betrouwbaarheid financiële informatievoorziening In het verlengde van het vorige punt maken we werk van het verbeteren van de kwaliteit van de (tussentijdse) financiële informatievoorziening. Dit richt zich enerzijds op de toegankelijkheid/duidelijkheid van deze informatie en anderzijds op de betrouwbaarheid/bruikbaarheid hiervan. Het streven is hierbij ook om verschillen tussen begroting en realisatie terug te brengen. Naleving wet- en regelgeving Vanaf begrotingsjaar 2023 (was eerst 2022) dient het college een zogenaamde rechtmatigheidsverklaring af te geven. Waar tot nu toe de accountant controleert of de gemeente rechtmatig handelt en daar een oordeel over afgeeft, is dat vanaf komend jaar de primaire verantwoordelijkheid van het college. Dit onderdeel wordt in 2023 nadrukkelijk meegenomen in het verbeteren van de bedrijfsprocessen, zodat het college ook in staat is die verantwoordelijkheid te dragen.
5.2- Goede informatievoorziening We zien informatie als belangrijke grondstof voor dienstverlening, participatie, transparantie, plaats- en tijdsonafhankelijk werken, bewaren van cultureel erfgoed en interne control. Er komt steeds meer informatie, die steeds meer digitaal toegankelijk is. Goede, juiste, volledige informatie die goed toegankelijk is, is één van de belangrijkste aspecten om een betrouwbare overheid en een fijne samenwerkingspartner te kunnen zijn. Uiteraard rekening houdend met de privacywetgeving. Het vraagt voortdurend aandacht en investeren om dit goed te (blijven) doen. Zo gaat in het komende jaar extra aandacht naar de Wet open overheid (Woo). Onderdeel hiervan is dat hierover in deze begroting een apart doel voor de Woo is opgenomen. In 2021 hebben we een I-visie (Visie op informatie) ontwikkeld met daarin de kaders voor een goede informatievoorziening. Komend jaren gaan we aan de slag met een I-strategie waarmee we voor de lange termijn bepalen hoe we de informatiehuishouding als basis op orde gaan krijgen. Tegelijkertijd gaan we aan de slag met het opschonen van informatie. Dit doen we door informatie die we niet meer nodig hebben te vernietigen, of over te brengen naar het streekarchief als de informatie blijvend bewaard moet worden.
Een goede informatievoorziening en ICT zijn de basis om te zorgen dat werkprocessen van de organisatie, het college en de raad goed lopen. De maatschappelijke ontwikkelingen vragen er om steeds meer digitaal te werken en te communiceren zodat we ook digitaal de verbinding met inwoners kunnen maken Dit pakken we onder andere op met een voortdurende rationalisatie van het applicatielandschap gericht op een effectievere en efficiëntere informatievoorziening zonder daarbij de menselijk maat uit het oog te verliezen.
60
5.3- Wet open overheid (Woo) De Woo heeft als doel overheden en semioverheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet is op 1 mei 2022 grotendeels ingegaan. Voor het actief publiceren, wat onderdeel is van de wet, volgen wij de landelijke implementatiestrategie voor de Woo. Dit betekent dat wij in 2023 beginnen met het actief publiceren van waarschijnlijk de volgende informatiecategorieën: • bereikbaarheidsgegevens van het bestuursorgaan en wijze waarop een verzoek om informatie kan worden ingediend; • vergaderstukken van vertegenwoordigende lichamen van decentrale overheden; • convenanten; • Woo-verzoeken, inclusief de schriftelijke beslissingen op die verzoeken en de daarbij verstrekte informatie.
5.4- Plaats- en Tijdonafhankelijk Werken Met onze voorzieningen zoals onze gebouwen en ICT creëren we nieuwe mogelijkheden voor passende en innovatieve dienstverlening. Deze voorzieningen moeten op meerdere manieren en flexibel ingezet kunnen worden. Onze gebouwen moeten inspireren en gastvrij zijn. En ICT werkt niet alleen ondersteunend, maar is ook een aanjager voor innovatie en verandering. Daarnaast moet de kwaliteit hiervan voldoen aan duurzaamheids-, veiligheids- en Arbo-eisen. En dat alles in redelijkheid. We zitten, zoals aangegeven, in een doorontwikkeling van hybride werken. Dat betekent dat we werken op de plaatsen en momenten waar we de meeste toegevoegde waarde voor onze inwoners en ondernemers hebben. Onze gebouwen zijn en blijven een fysieke plek waar bestuur en ambtelijke organisatie elkaar of inwoners en partners ontmoeten en werkzaamheden verrichten. Dat doen we in combinatie met het werken elders (thuis of vanaf een andere werkplek). Deze hybride vorm van werken biedt een betere balans werk-privé, minder druk op verkeer en de basis om goed van buiten naar binnen te werken. Het gemeentehuis vraagt in de komende jaren forse investeringen in onderhoud aan zowel het gebouw als de installaties, conform het meerjarenonderhoudsplan.
Indertijd is bij het opstellen van dit onderhoudsplan geen rekening gehouden met de duurzaamheid die de gemeente ondertussen in haar beleid voorstaat. Tezamen met de consequenties van het hybride werken (denk aan behoefte aan minder vierkante meters werkplek en een ander gebruik van de vierkante meters) vraagt dit om een herbezinning op en onderzoek naar de opties voor de huisvesting. Want wat is de manier waarop we kunnen en willen werken? En is dit nog wel de plek waar we dat doen? Met de juiste omvang? Evenzo worden er andere zaken gevraagd van de inrichting van het gebouw, de faciliteiten en de hard- en softwarematige ondersteuning. In de eerste helft van 2023 willen we een voorverkenning met mogelijke scenario's voorleggen. 5.5- Communicatie en Participatie We communiceren als gemeente op veel verschillende manieren en veel verschillende momenten met onze inwoners, ondernemers en andere partners. Dat blijven we doen, vanuit de hoofdlijnen van de communicatievisie. In deze tijd waarin mensen overladen worden met informatie, zoeken we ook steeds naar nieuwe manieren om onze inwoners te bereiken, zowel naar online als offline mogelijkheden. De Praotbus is een voorbeeld van een nieuwe vorm, waarmee we naar de inwoners toe gaan. Daarbij gaan we steeds meer de dialoog aan in plaats van alleen informeren.
Met communicatie en participatie willen we ons imago versterken, waarbij inwoners meer vertrouwen krijgen in hun gemeente. We gaan daarvoor onder andere ons merkconcept doorontwikkelen en inzetten; we zorgen dat onze informatie begrijpelijk en toegankelijk is en we informeren onze inwoners actief over lopende projecten.
61
We willen waarde toevoegen voor onze inwoners en daarom moeten we weten wat de behoeftes zijn van onze inwoners. We zullen meer samenwerken met onze inwoners om plannen en beleid beter te maken. Hierbij geven we invulling aan het Participatiebeleid, dat geschreven is vanuit de denkwijze van de Omgevingswet. In een tijd, waarin polarisatie toeneemt en de gemeenschap steeds meer te maken krijgt met inwoners die ontwikkeling niet in hun eigen achtertuin (NIMBY) willen, vereist dit veel van de gemeente. En ook van de inwoners die meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leefomgeving. We willen ook transparant zijn over de mate van invloed vanaf het begin van het traject. We zullen niet altijd kunnen doen wat alle inwoners willen. Er zijn vaak tegenstrijdige belangen en de raad neemt een beslissing in het algemene belang. Transparantie van processen en een transparante en duidelijke terugkoppeling over wat we met de inbreng doen, is daarom belangrijk. We willen bouwen aan ‘communities’ rondom onderwerpen om een bredere groep te betrekken, bijvoorbeeld met de website OnzeOudeIJsselstreek. Om de stem van de jongeren te kunnen horen, zetten we een jongerenraad op. Daarnaast komt er een verordening Uitdaagrecht. Deze maakt het makkelijker voor inwoners om zelf verantwoordelijkheid te nemen. We gaan vaker de wijk in, naar de inwoners toe om met hen in gesprek te gaan.
5.6- Formatie Arbeidsmarktkrapte is momenteel één van de grootste uitdagingen en lijkt een steeds structureler probleem te worden; We groeien verder naar het zijn van een ontwikkelgemeente en netwerkorganisatie. De opgaven worden complexer (denk aan versnelling woningbouw, werken aan klimaatadaptatie, verder transformeren op het sociaal domein, vormgeven van 'n grote gebiedsopgave ed). Ze vragen om een innovatieve benadering, om intensievere samenwerking met partners en inwoners en om bewust inzetten op de dimensies Brede welvaart. Dit alles vraagt om verder investeren in mensen, zowel in denk- en uitvoeringskracht voor de nieuwe (beleids)ontwikkelingen als voor going concern en bedrijfsvoering. We zien ook dat we als organisatie vergrijzen, medewerkers sneller een andere werkgever vinden dan voorheen en ook dat veel medewerkers de komende jaren met pensioen gaan. Dit gaat niet alleen ten koste van de kwantiteit maar vooral ook van de kwaliteit. Niet alleen onze gemeente maar de hele overheid kampt met een schaarste op de arbeidsmarkt, zeker op bepaalde specialistische expertise. Dat betekent langere en lastigere wervingsprocedures en duurdere inhuurtarieven. De krapte op de arbeidsmarkt en complexere opgaven zorgen ook voor meer druk op de bestaande organisatie. We zien hierdoor het ziekteverzuim gedurende de afgelopen jaren toenemen.
Voor onze gemeente geldt dat, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, het aantal medewerkers is in 2022 opnieuw gestegen. Voor 2023 en verder blijft een investering in menskracht noodzakelijk. Voor de diverse doelen die in de andere programma’s zijn benoemd alsmede voor versterking binnen de going concern, is dan ook extra vakinhoudelijke expertise nodig.
62
Daarnaast blijven we investeren in de het werven en behouden van jong potentieel. We zien dat vijf dagen werken van negen tot vijf al lang niet meer de standaard is bij de overheid. Dit is niet alleen een instelling typisch voor de jongere generatie. Van álle ambtenaren werkt 42 procent in deeltijd. Daar is dus geen gigantisch verschil tussen de jonge en oudere generaties te bespeuren. De jonge generatie maakt wel een duidelijke afweging wat men belangrijk vindt. Een juiste afweging tussen privé en werk en wat men financieel nodig heeft. M.a.w. de arbeidsmarkt veranderd voortdurend. Daar moeten we op blijven inspelen door bijvoorbeeld jonge medewerkers op te laten leiden door de ouderen zodat de kwantiteit maar juist ook dat de kwaliteit op peil blijft. We blijven investeren in de samenwerking van onderwijs, ondernemers en overheid en kijken daarbij ook over de grens. Dit doen we niet alleen als gemeente, maar ook in regionaal verband. We sluiten hierbij aan bij Achterhoek ambassadeurs die de ambitie heeft om de stageregio van Nederland te worden. Met de innovatiekracht uit onze gemeente en de combinatie met onderwijs, zoals bij het CIVON, blijven we investeren in jong arbeidspotentieel. Tot slot werken we aan de duurzame inzetbaarheid en vitaliteit van onze medewerkers, maar ontkomen we er niet aan om het stijgende ziekteverzuim in de begroting te verwerken.
Hoe dit in het totaal van het personeelsbudget uitpakt, kunnen we op voorhand niet concreet inschatten, maar een bijstelling in de begroting is noodzakelijk. Dit omdat we zien dat we met de huidige inschatting niet uitkomen. We blijven dit zien als risico.
5.7- Inclusief werkgeverschap Er is krapte op de arbeidsmarkt en tóch blijven er mensen in onze samenleving aan de zijlijn staan. Als zich hierin kansen voordoen, dan bieden we inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt een vaste baan aan bij de gemeente. Daarnaast bieden we een aantal mensen een tijdelijke opstap, om zo door te groeien naar een vaste baan bij ons of elders. We blijven het inclusief werkgeverschap vormgeven binnen de bestaande personeelsbudgetten. Als werkgever sluiten we ons eveneens aan bij de pilot ‘maatschappelijke banen’. Ook betrekken wij STOER bij de participatie om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt naar een (vaste of tijdelijke) baan te leiden.
63
Wat kost het?
Beleidsmatige ontwikkelingen.
64
Autonome ontwikkelingen.
65
Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.
66
Toelichting overhead Overhead, zoals bedoeld in het BBV, wordt samengevat als bedrijfsvoeringskosten of als kosten die voortvloeien uit de PIOFACH-taken (personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting). Overhead mag wel worden toegerekend aan grondexploitaties, investeringen en kostendekkende activiteiten als (subsidie)projecten. In de Oude IJsselstreek wordt dit gedaan naar rato van de werkelijk geschreven uren van het laatste afgesloten boekjaar.
Indicatoren
67
Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Baten en lasten van de gemeente, die niet direct aan een programma zijn toe te rekenen, zijn in de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Het gaat hierbij om - lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; - de algemene uitkering uit het Gemeentefonds; - dividend; - rente converteerbare hybride obligatielening van Alliander; - het saldo van de financieringsfunctie; - de overige algemene dekkingsmiddelen; - het bedrag voor onvoorzien.
Beleid De beleidsruimte “Algemene dekkingsmiddelen” is beperkt. De belangrijkste regels zijn opgenomen in de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording, de Wet Financiering Decentrale Overheden en de Wet Waardering Onroerende Zaken. Voor zover de gemeente aanvullende lokale regels wil stellen voor het financiële beleid vindt dat plaats in een aantal verordeningen en nota’s. In Oude IJsselstreek zijn de volgende kaderstellende notities en verordeningen vastgesteld: • verordening financieel beleid, beheer en financiële organisatie (2016) • verordening controle financieel beheer en financiële organisatie (2005) • verordening periodiek onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid (2005) • treasurystatuut (financiering) (2017)
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
68
69
Autonome ontwikkelingen
Toelichting Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is. De lokale heffingen zijn uitgebreid beschreven in de betreffende paragraaf. Algemene uitkeringen uit het Gemeentefonds De berekening van de Algemene Uitkering is gebaseerd op de Meicirculaire 2022. Daarnaast zijn de compensatiegelden Jeugdzorg verwerkt volgens de voorgeschreven richtlijnen. Evenals alle andere posten is de raming van het gemeentefonds gebaseerd op constante lonen en prijzen. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de gevolgen die voortvloeien uit de bij de begrotingsuitgangspunten genoemde aantallen. De financiële uitgangspunten zijn benoemd in het betreffende hoofdstuk. De algemene uitkering valt uiteen in een algemeen deel en een deel wat betrekking heeft op de daarbij behorende onderwerpen (decentralisatie- en integratie-uitkeringen). •
•
Algemene deel Het algemene deel omvat het deel van het budget, waar de gemeente vrij over kan beschikken. De verschillen in de hoogte van de uitkering komen ten opzichte van eerdere ramingen op grond van de meicirculaire 2021 onder andere door: o
Compensatie voor loon- en prijsstijgingen en nieuw beleid.
o
Actualisering van aantallen (bv aantal inwoners, bijstandsgerechtigden, woningen, etc.).
o
Actualisering van de WOZ-waarden van ons onroerend goed.
o
Het zogenaamd ‘trap-op-trap-af’ principe. Als het Rijk minder uitgeeft, ontvangen de gemeenten ook minder algemene uitkering. Ook wel accres genoemd.
o
Het deel voor het sociaal domein is vanaf 2023 grotendeels opgenomen in de Algemene uitkering. Via een percentageberekening wordt een splitsing gemaakt naar het sociaal domein.
Integratieuitkeringen/ Decentralisatieuitkering Deze uitkeringen zijn bedoeld voor een specifiek doel, hieronder vallen uitkeringen als Impuls brede scholen/combinatiefuncties, voorschoolse voorziening peuters, armoedebestrijding kinderen en vergunningverlening/toezicht/handhaving.
Dividend Het bedrag aan te ontvangen dividend ramen we ten opzichte van de begroting 2022 structureel € 100.000 hoger. Vorig jaar hebben we in verband met de Corana crisis de dividenden negatief bijgesteld. De werkelijke ontvangsten dit jaar vielen uiteindelijk behoorlijk hoger uit.
70
Saldo financieringsfunctie Het saldo van de financieringsfunctie wordt bepaald door de verschillen in de geraamde rente en de gerealiseerde rente. Zie ook de paragraaf Financiering. Het percentage bespaarde rente dat wordt berekend over de stand van de eigen financieringsmiddelen per 1 januari is bepaald op 0%. De rentelasten van de vaste activa (investeringen) worden aan de programma's toegerekend tegen het omslagpercentage van 1,42 % (voor enkele geactiveerde kapitaaluitgaven gelden (historisch bepaalde) uitzonderingspercentages). Op rekeningbasis vindt nogmaals een (her)berekening plaats en worden op nacalculatorische wijze de kapitaallasten doorbelast. Rente converteerbare hybride obligatielening van Alliander Eind 2021 hebben wij Alliander een geldlening verstrekt van € 2.565 miljoen. Hiervoor ontvangen 0,10% rente (de marktrente van dat moment) met een opslag van 1,975%. Deze opslag is een vrij te besteden voordeel voor onze gemeente én wordt derhalve vanaf nu, tot het moment dat de lening is afgelost of geconverteerd, verantwoord bij de algemene dekkingsmiddelen.
71
Onvoorzien Op basis van wet- en regelgeving is in de begroting een stelpost onvoorzien opgenomen. Dit is ongeveer € 49.000 per jaar. Conform het meerjarenperspectief is het bedrag per inwoner € 1,25. Om van de stelpost onvoorzien gebruik te maken, moet het doel voldoen aan de 3 O’s, onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar.
72
Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen (vpb) een feit. Dit betekent dat de belastingplicht ingevoerd is voor ondernemingen van overheden voor de vennootschapsbelasting. Het achterliggende doel van de wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, het scheppen van een gelijkwaardig speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Het is de bedoeling dat overheden die winst of structureel overschotten behalen met activiteiten die concurreren met de ‘markt’, vennootschapsbelasting gaan betalen. Overheidsondernemingen worden dus vpb-plichtig indien en voor zover zij een onderneming drijven. Dat betekent dat gemeenten vpb moeten betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. De inventarisatie van vpb-plichtige activiteiten, de vpb-druk, het inrichten van de financiële administratie, de juridische structuur en het uiteindelijke beheer van de vpb-geldstroom is cruciaal voor het beheersen van de (fiscale) risico’s. Op basis van de gedefinieerde en beoordeelde clusters en na afstemming met de Belastingdienst medio 2020 is voor gemeente Oude IJsselstreek in de programmabegroting 2023-2026 structureel € 3.000 opgevoerd voor het cluster bedrijfsafval.
Voor de overige clusters binnen de exploitatie en het grondbedrijf verwachten wij op dit moment dat, deze begrotingsperiode, geen of geringe afdracht zal moeten plaatsvinden. In september 2022 is de opdracht verstrekt aan een externe adviseur om alle clusters weer eens tegen het licht te houden. De resultaten hiervan zullen in het 4e kwartaal van 2022 bekend zijn. Een definitief oordeel volgt uiteindelijk, ieder jaar, na controle door de Belastingdienst.
73
Paragrafen Paragrafen In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle opgaven en programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende opgaven en programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de programma’s zelf. Zeven paragrafen zijn verplicht. De paragraaf bedrijfsvoering is ondergebracht bij programma 5 (bedrijfsvoering/overhead), aangezien vrijwel alle activiteiten feitelijk onderdeel uitmaken van de overhead. De gemeente is vrij om extra paragrafen toe te voegen.
74
Paragraaf Financiering Inleiding De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van geld. In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.
Beleid Bij het aantrekken en uitlenen van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten: •
Financiële verordening, artikel 212 (2005)
•
Treasurystatuut (2017) Het treasurystatuut heeft de raad in 2017 vastgesteld. Het treasurystatuut is de vertaling van het door de gemeente gehanteerde treasurybeleid. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
•
Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.
Financiering Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waarover is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Het komend jaar verwachten wij een financieringstekort. Daarnaast gebruiken we langlopende geldleningen om de voorraden te kunnen blijven financieren. We verwachten daarom ook aankomende jaren langlopende geldleningen aan te moeten trekken.
75
Financieringsbehoefte (x 1.000)
1-1-2023
Financieringsbehoefte boekwaarde (im)materiële vaste activa
138.886
boekwaarde financiële vaste activa
13.486
Totaal financieringsbehoefte
152.372
Financieringsmiddelen reserves
32.009
voorzieningen
6.134
vaste geldleningen
116.078
Totaal financieringsmiddelen
154.221
Financieringsoverschot
1.849
Leningenportefeuille De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.
76
Leningenportefeuille (x 1.000)
2023
Stand leningen per 1 januari
116.078
Reguliere aflossingen
17.321
Nieuwe leningen (*1)
30.000
Stand leningen per 31 december
128.757
(*1) met name door het doorschuiven van investeringskredieten en de verwachte kosten voor (nieuwe) bouwgrondexploitaties. Toekomstige leningen worden afgesloten voor een duur van 20 jaar. Renteschema In onderstaand overzicht presenten wij het rente schema van het 1e begrotingsjaar. De totaal verschuldigde rente over onze langlopende leningen en het kort geld, minus de rente die wij ontvangen vanuit de bouwgronden in exploitatie, worden middels de kapitaallasten uiteindelijk verdeeld over de diverse taakvelden. Renteschema
2023
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
2.451.047
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering
0
Saldo externe rentelasten en rente baten
c1. Doorberekende rente aan de grondexploitatie
2.451.047
-173.757
c2. Doorberekende rente van projectfinanciering aan taakvelden
0
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen
0
Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente
-173.757
d1. Rente over eigen vermogen
0
d2. Rente over voorzieningen
0 Aan taakvelden toe te rekenen interne rente
0
Totaal aan taakvelden toegerekende rente
-2.277.290
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-2.277.290
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury
77
0
Activa De activa bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen. Op het moment dat een investering volledig is afgerond, worden de kapitaallasten berekend en het eerstvolgende jaar meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten. In deze Programmabegroting houden we de komende jaren rekening met nieuwe kapitaallasten.
Risicobeheer Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten. In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Kasgeldlimiet Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortlopende geldleningen de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen overschrijdt. Wij benutten de kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen goedkoper is dan rente voor langlopende leningen. Kasgeldlimiet (x 1.000) Begrotingstotaal per 1 januari 2023 Vastgesteld percentage
2023 128.105 8,5%
Kasgeldlimiet
10.889
Verwacht gemiddelde op te nemen kortlopende leningen
8.500
Ruimte (+)
2.389
Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema laat de berekening over 2023 zien.
78
Renterisiconorm (x 1.000)
2023
Renterisiconorm Lasten begroting
128.105
Percentage risiconorm
20%
Totaal renterisiconorm
25.621
Aflossingen en renteherzieningen Reguliere aflossingen geldleningen
17.321
Geldleningen met renteherziening
0
Totaal aflossingen en renteherzieningen
17.321
Ruimte (+)
8.300
Op basis van de voorliggende begroting en het investeringsprogramma, met daarin ook opgenomen de restantkredieten uit voorgaande jaren, is de doorkijk voor de renterisiconorm voor de komende jaren als volgt:
Hierbij zijn de aflossingen in de jaren 2024 t/m 2026 globaal naar rato benaderd. Op basis hiervan is de verwachting dat we de komende jaren ruim onder de norm blijven. Dit komt onder meer door: • het verwachte positieve resultaat in de komende jaren • het verlengen van de aflossingstermijn voor nieuwe leningen van 10 naar 20 jaar • Hoger begrotingssaldo door het beter separaat ramen van baten en lasten op diverse plekken in de begroting (in plaats van alleen het saldo) • een voorlopige herijking van het investeringsprogramma, dat in aanloop naar de voorjaarsnota nader wordt verfijnd
79
Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin we een financieel belang hebben. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of we hebben vanwege eigendom van aandelen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.
Beleid Het BBV schrijft voor om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven en onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Conform onze financiële verordening (verordening op grond van artikel 212 gemeentewet), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. De paragraaf sluit af met het financieel overzicht. De wijze waarop de verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van onze maatschappelijke opgaven is in de programma's van deze begroting inzichtelijk gemaakt.
80
Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)
Relatie met de programma's
Doelstelling
1. De gemeente waar het goed wonen is.
•
Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
•
Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.
•
Het beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen conform de Archiefwet.
•
Het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek.
•
Het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.
•
Aalten
•
Montferland
•
Berkelland
•
Oost Gelre
•
Bronckhorst
•
Oude IJsselstreek
•
Doetinchem
•
Winterswijk
Activiteiten
Deelnemende partijen
Bestuurlijk belang
De burgemeester neemt namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.
Ontwikkelingen
Het ECAL richt zich de komende jaren vooral op het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van archieven. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties. Voor 2023-2026 is een bijdrage vastgesteld voor vier jaar.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen
Geen.
81
GGD Noord- en Oost Gelderland(Warnsveld) Relatie met de programma's
2. Een leefbare gemeente (sociaal domein) 4. De dienstverlenende gemeente
Doelstelling
Het op regionaal niveau vaststellen en uitvoeren van gezondheidsbeleid. Dit betreft met name activiteiten op het gebied van preventie zoals gezondheidsbevorderende en –beschermende maatregelen.
Activiteiten
Deelnemende partijen
Bestuurlijk belang
•
Preventieve en uitvoerende taken vanuit de Wet publieke gezondheid, genoemd in de artikelen 2, 4, 5, 5a, 6 en 7. Dit betreft o.a. de taken op het gebied van jeugdgezondheidszorg en preventieve ouderengezondheidszorg.
•
Het uitbrengen van hygiëneadviezen aan instellingen.
•
Het uitvoeren van inspecties bij kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang.
•
Het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma.
•
Het uitbrengen van medisch milieukundige adviezen.
•
Het vaccineren en voorlichten van reizigers.
•
Het verrichten van taken op het terrein van de forensische geneeskunde.
•
Overige uit te voeren taken op het terrein van de volksgezondheid die van een GGD verwacht mogen worden ten behoeve van gemeenten, personen, instellingen en organisaties.
•
Aalten
•
Epe
•
Oldebroek
•
Apeldoorn
•
Ermelo
•
Oost Gelre Oude IJsselstreek
•
Berkelland
•
Harderwijk
•
•
Bronckhorst
•
Heerde
•
Putten
•
Brummen
•
Lochem
•
Voorst
•
Doetinchem
•
Montferland
•
Winterswijk
•
Elburg
•
Nunspeet
•
Zutphen
De portefeuillehouder volksgezondheid vanuit het college van B&W neemt deel aan het algemeen bestuur. •
De begroting is een uitwerking van de Uitgangspuntennota 2022. Met de uitgangspuntennota biedt de GGD meer kans aan gemeenten op sturing van de jaarlijkse begroting. De begroting bevat drie inhoudelijke programma's: Jeugdgezondheidszorg, Algemene Gezondheidszorg en Kennis en Expertise.
•
De GGD werkt middels de Bestuursagenda 2019-2023 aan 4 prioriteiten: NOG gezondere jeugd, NOG gezondere leefomgeving, NOG gezonder ouder worden en NOG gezondere leefstijl.
Voor alle vier prioriteiten geldt: Ontwikkelingen
82
•
De GGD sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en bij het gezondheidsbeleid en de preventieagenda’s van de gemeenten.
•
Gemeenten dragen bij aan het NOG gezonder laten worden van hun inwoners en aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Door meer te investeren in preventie en gezondheidsbevordering kan gezondheidswinst worden behaald.
•
De GGD besteedt specifieke aandacht aan het bereiken van kwetsbare groepen (mensen met een lage sociaaleconomische status, in armoede, laaggeletterdheid, nieuwkomers en psychisch kwetsbare mensen).
•
De GGD zoekt innovatieve strategieën om het bereik en de effecten van gezondheidsprogramma’s te vergroten.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen
De beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de strategische visie. Kern van deze visie is dat de gemeenten hebben gekozen voor een GGD die zich versterkt als een gemeentelijke gezondheidsdienst.
Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.) Relatie met de programma's
4. De dienstverlenende gemeente
Doelstelling
Het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.
Activiteiten
Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen.
Deelnemende partijen
•
Gemeente Aalten
•
Gemeente Berkelland
•
Gemeente Bronkhorst
•
Bestuurlijk belang
Gemeente Doetinchem
•
Gemeente Lochem
•
Gemeente Montferland
• •
•
Gemeente Winterswijk
Gemeente Oost Gelre
•
Gemeente Oude IJsselstreek
Gemeente Zutphen
•
Provincie Gelderland
Wethouder Hiddinga neemt namens de gemeente deel aan het Algemeen Bestuur. Bij de invoering van de Omgevingswet gaan provinciale bodemtaken over naar gemeenten en maken deel uit van het basistakenpakket. Het gaat om een omvangrijk takenpakket dat bij de ODA zal worden belegd.
Ontwikkelingen
Risico's en getroffen beheersmaatregelen
83
De ODA draagt op een efficiënte manier bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. De ODA is in 2022 gestart met de opzet van een data lab en data-analyse om meer risicogericht en efficiënter te kunnen werken. Waar mogelijk sluiten ze aan bij het Achterhoeks data lab. De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die - met de Gelderse Maat als uitgangspunt - conform wet- en regelgeving uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zgn. VTH-taken). Formeel blijven de deelnemende organisaties hiervoor verantwoordelijk. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.
Regio Achterhoek (Doetinchem) Relatie met de programma's
1. De gemeente waar het goed wonen is 2. Een leefbare gemeente 3. De werkende gemeente 4. De dienstverlenende gemeente
Doelstelling
De Regio Achterhoek samenwerking richt zich op een regionaal ruimtelijk-economische agenda, de Visie 2030 is daarvoor het kompas. Het is een samenwerking tussen overheid, ondernemers en maatschappelijke organisaties, dit vindt plaats onder de naam 8RHK Ambassadeurs. Kern is een sterke economie, uitgaande van de eigen kracht en inzet op open innovatie, ruimte te geven aan experimenten, een uitstekend werk- en leerklimaat en het verhogen van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Belangrijke opgaven daarin zijn: zorgen voor voldoende arbeidskrachten, verhogen van de arbeidsproductiviteit, betaalbaar en betrouwbaar vervoer, een energie neutrale en circulaire Achterhoek, een passende woningvoorraad, een hoge score op leefbaarheid en een gezonde regio. Onder de 8HRK Ambassadeurs vallen de entiteiten Achterhoek Raad, Achterhoek Board en Achterhoek Thematafels. De Achterhoek Raad heeft de Visie 2030 vastgesteld. Op basis van deze visie bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Thematafels de inhoudelijke activiteiten, die worden beschreven in de jaarplannen. De Achterhoek Raad ziet toe op de voortgang. De uitvoering van deze inhoudelijke activiteiten gebeurt aan de volgende zes Thematafels:
Activiteiten
•
Smart werken en Innovatie
•
Onderwijs en Arbeidsmarkt
•
Wonen en Vastgoed
•
Mobiliteit en Bereikbaarheid
•
Circulaire energie en Energietransitie
•
De Gezondste Regio
De Regio Achterhoek is de juridische entiteit van deze structuur en voert de volgende taken uit:
Deelnemende partijen
Bestuurlijk belang
84
•
Voert de regie op de algehele samenwerking
•
Faciliteert het opstellen en uitvoeren van de Achterhoek Visie 2030, de jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda
•
Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit
•
Aalten
•
Berkelland
•
Bronckhorst
•
Doetinchem
•
Oost Gelre
•
Oude IJsselstreek
•
Winterswijk
Burgemeester Van Dijk heeft zitting in het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn we bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels.
In 2020 en 2021 is de samenwerking geëvalueerd. De hoofdconclusie van de evaluatie is dat het goed gaat met de samenwerking. Er liggen geen wezensvragen op tafel. De brede wens is om de samenwerking voort te zetten overeenkomstig de ingezette lijn. Er zijn 12 aanbevelingen meegegeven. Deze richten zich met name op het optimaliseren van de samenwerking op onderdelen. De Achterhoek Board heeft de aanbevelingen vertaald naar 12 actiepunten. Deze zijn voorgelegd aan de partners, zoals de Achterhoek Raad en de Thematafels. De partners hebben de actiepunten onderschreven. Naar aanleiding van de reacties heeft de Board vijf actiepunten toegevoegd. De actiepunten worden in 2022 en de daaropvolgende jaren uitgevoerd. Ontwikkelingen
Op dit moment is de Regio Achterhoek bezig met de herijking van de Visie 2030. Na de evaluatie en met alle data uit de Achterhoek Monitor blijken een aantal doelstellingen aanpassingen te behoeven. Ook is de wereld sterk veranderd ten opzichte van 2018, toen de vorige Visie 2030 is geschreven. Bij de herijking van de Visie wordt ook gewerkt aan een financiële doorvertaling van de ambities uit de Visie. Besluitvorming van de herijking vindt plaats in de Achterhoek Raad van september 2022. De Regio Achterhoek is de eerste SDG-regio van Nederland. De Achterhoek zet de komende jaren samen met de provincie Gelderland stappen om de SDG's (Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties) in te zetten voor toekomstige regionale beleidskeuzes. De SDG's worden ook meegenomen in de herijking van de Visie 2030.
Risico's en getroffen Geen beheersmaatregelen
85
Stadsbank Oost Nederland (Enschede) Relatie met de programma's
2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)
Doelstelling
Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze: • voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet; • regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; • voorzien in budgetbeheer;
Activiteiten
• kredietverlening • budgetbeheer • schuldhulpverlening • verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen
Deelnemende partijen
Bestuurlijk belang
Ontwikkelingen
Risico's en getroffen beheersmaatregelen
86
•
Almelo
•
Berkelland
•
Borne
•
Bronckhorst
•
Dinkelland
•
Enschede
•
Haaksbergen
•
Hellendoorn
•
Hengelo (O)
•
Oude IJsselstreek
•
Hof van Twente
•
Rijssen-Holten
•
Lochem
•
Tubbergen
•
Losser
•
Twenterand
•
Montferland
•
Wierden
•
Oldenzaal
•
Winterswijk
•
Oost Gelre
Portefeuillehouder sociale zaken is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur, een lid van het college is plaatsvervangend lid. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingegaan per 1 juli 2012. In algemene zin zien we een verslechterende financiële positie voor een deel van onze inwoners. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van financiële ondersteuning om (dreigende) schulden op te lossen. Sinds 2018 voeren we de intake voor de dienstverlening van de Stadsbank uit in eigen beheer. De Stadsbank is actief met de gemeenten in gesprek om de dienstverlening beter in te richten en aan te sluiten bij de behoeften van de gemeenten. De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom vormt een vast onderdeel van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.
Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland(Zutphen) Relatie met de programma's
4. De dienstverlenende gemeente
Doelstelling
Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief. •
inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
•
adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen als ook in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
•
adviseren van het college van burgemeester en wethouders over:
Activiteiten
Deelnemende partijen
Bestuurlijk belang Ontwikkelingen Risico's en getroffen beheersmaatregelen
87
o
het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
o
het beperken van brandgevaar;
o
het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
o
het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;
o
voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
o
instellen en in stand houden van een brandweer;
o
instellen en in stand houden van een GHOR;
o
voorzien in de meldkamerfunctie;
o
aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
o
inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.
•
Aalten
•
Ermelo
•
Apeldoorn
•
Harderwijk
•
Oost Gelre
•
Berkelland
•
Hattem
•
Oude IJsselstreek
•
Bronkhorst
•
Heerde
•
Putten Voorst
•
Brummen
•
Lochem
•
•
Doetinchem
•
Montferland
•
Winterswijk
•
Elburg
•
Nunspeet
•
Zutphen
•
Epe
•
Oldebroek
De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.
Stichting Achterhoek Toerisme(Borculo) Relatie met de programma's
3. De werkende gemeente
Doelstelling
Gemeenten en bedrijfsleven willen de vrijetijdssector ontwikkelen tot een grotere economische drager in de Achterhoek. Door middel van vernieuwende marketing en fysieke producten meer bezoekers te genereren die langer in de Achterhoek willen verblijven, meer willen besteden en een herhalingsbezoek plannen. Daarnaast draagt STAT zorg voor een goede infrastructuur qua routes ed.
Activiteiten
Ondersteuning voor de leden voor allerlei toeristische activiteiten. Daarnaast overkoepelend orgaan en sparring partner voor de gemeenten in de Achterhoek op het gebied van toerisme en recreatie.
Deelnemende partijen
•
Aalten
•
Berkelland
•
Bronkhorst
•
Doetinchem
•
Lochem
•
Montferland
•
Oost Gelre
•
Oude IJsselstreek
•
Winterswijk
Bestuurlijk belang
De acht Achterhoekse gemeenten plus Lochem nemen deel in het bestuur. Door formeel een besluit te nemen tot deelneming in de stichting werd een correcte juridische procedure gevolgd, waardoor gemeentelijke vertegenwoordigers niet meer op persoonlijke titel deelnemen.
Ontwikkelingen
In de visie van STAT over de huidige periode staat vermeld dat STAT zich bezighoudt met doorontwikkeling van regiomarketing, versterking van de route infrastructuur, het opzetten kennisontwikkelingstraject en grip op Gastheerschap en informatievoorziening in de regio.
Met STAT worden meerjarige contracten afgesloten. De stichting is afhankelijk van de bijdrage van gemeenten voor de uitvoering van hun activiteiten. Mochten deze inkomsten teruglopen, door bijv. een steeds meer terugtredende overheid die meer aan de markt overlaat, dan loopt de stichting het risico om haar taken voor de gemeenten niet meer te kunnen uitvoeren. Ook spelen de politieke agenda’s van de verschillende gemeenten hierbij een rol. STAT moet van Risico's en getroffen toegevoegde waarde blijven voor alle gemeenten. beheersmaatregelen De gemeente OIJ huurt bij STAT een regio coördinator in die ingezet wordt voor toeristische productontwikkeling en lokale promotie en marketing. De regio coördinator ondersteunt daarbij tevens de nieuwe toeristische organisatie in OIJ. Mocht STAT dit niet meer kunnen doen, dan heeft dit gevolgen voor deze inhuurstructuur en voor de toeristische organisatie in Oude IJsselstreek.