CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Verdistraat 81-81b Oss - 2023

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Verdistraat 81 81b Oss - 202322.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.4.10 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 30 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen in deze toelichting of bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven.

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 31 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Hoofdstuk 5 5.2

Omgevingsaspecten

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.

5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: • Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. • Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. • Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. • Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. • Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. In de nadere uitwerking van het plan zullen de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen meegenomen worden.

Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie van de regels en criteria voor een bijzondere boom is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 32 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Analyse Binnen het plangebied zijn geen bijzonder waardevolle bomen aanwezig.

5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.

Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.2.3.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling).

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 33 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Analyse Het voornemen is om met het bouwplan 39 appartementen te realiseren. De berekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS Calculator. Uit de berekening blijkt dat de sloop/bouwfase en de toekomstige gebruiksfase van de nieuwe woningen niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000- gebieden. Het onderzoeksrapport (Stikstofdepositie onderzoek Verdistraat 81-81B Oss, 25 oktober 2023) is als bijlage 2 bijgevoegd. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming vormt dan ook geen belemmering. 5.2.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Voor de sloop van de oude en realisatie van de nieuwe bebouwing is Verkennend Flora en fauna onderzoek uitgevoerd (15 mei 2023). Het onderzoek is als bijlage 3 bijgevoegd. In onderstaande tabel zijn de conclusies van het onderzoek samengevat:

Het nader onderzoek zal voor de sloop van de bestaande bebouwing worden uitgevoerd. Middels een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat dit onderzoek wordt uitgevoerd en eventueel daaruit voortvloeiende maatregelen worden gerealiseerd en indien nodig in stand gehouden. 5.2.3.3 Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 34 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.

Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten Historische stads-/dorpskern Hoge verwachtingswaarde Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv 35 m2 / 30 cm -Mv 50 m2 / 30 cm -Mv 100 m 2 / 30 cm -Mv 1000 m2 / 30 cm -Mv 5 hectare / 30 cm -Mv

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 35 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Reeds onderzocht Verstoord

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek. Geen onderzoeksplicht

5.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een hoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Voor de locatie is aangegeven dat een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd dient te worden. Toetsing van de plannen Omdat de bestaande situatie een bebouwde locatie betreft waar nu geen proefsleuvenonderzoek uitgevoerd kan worden is in de regels een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen waarmee geborgd is dat er wordt aangetoond dat met graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen ten behoeve van de bouw van gebouwen en andere bouwwerken geen verstoring van de mogelijke archeologische waarden. Daarvoor dient een archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven te worden uitgevoerd [of aangetoond dat niet dieper dan 30 cm wordt verstoord of de eerdere verstoringen door de huidige bebouwing reeds dieper reiken dan de nieuwe verstoringen zullen doen]. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels.

Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het gebied een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie verwachtingswaarde’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is.

5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 36 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.

De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen.

Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.

5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. In bijlage 4 is de ‘Memo verkeer en parkeren BP Verdistraat 81-81B te Oss’ (31 oktober 2023) opgenomen waarin op basis van de huidige en toekomstige functies binnen het plangebied de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte is berekend.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 37 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Verkeer: extra verkeersbewegingen Voor zorginstellingen en verpleeg- en verzorgingstehuizen geeft CROW geen kencijfer voor het berekenen van de verkeersgeneratie. Om die reden wordt aangesloten bij de categorie ‘Kamerverhuur, zelfstandig, nietstudenten’. Voor de sociale huurwoningen wordt aangesloten bij de categorie ‘Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. Met de CROW-kencijfers wordt de verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdagberekend. Deze wordt vervolgens omgerekend naar werkdaggemiddelden met behulp van de standaard omrekenfactor 1,11 voor woonfuncties en 1,33 voor werkfuncties (bron: CROW). Onderstaande tabel geeft een inschatting van de huidige en toekomstige verkeersgeneratie van het plangebied weer. Functie

Categorie CROW

Aantal

Huidige situatie Zorgappartementen GGZ

Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)

20 woningen

2,1 per woning

42 mvt/etm

47 mvt/etm

Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten) Huur, appartement, midden/goedkoop

20 woningen 19 woningen

2,1 per woning 3,6 per woning

42 mvt/etm 68 mvt/etm 110 mvt/etm

47 mvt/etm 76 mvt/etm 123 mvt/etm

68 mvt/etm

76 mvt/etm

Toekomstige situatie Zorgappartementen GGZ Sociale huurwoningen Totaal

Toename verkeersgeneratie

Kencijfer

Verkeersgeneratie Weekdag Werkdag

De verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt op basis van bovenstaande berekening geschat op circa +76 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde werkdag.

Verkeer: ontsluitingswegen De toekomstige verkeersgeneratie zal volledig afwikkelen over de Joannes Zwijsenlaan. De verkeersintensiteit op de Joannes Zwijsenlaan bedraagt op basis van prognosegegevens uit verkeersmodel afgerond 5.300 mvt/etmaal (beide richtingen) in 2040. De verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling zal zich verspreiden over de dag, met een mogelijke piek rondom de spitsperiodes. Echter is de toename als gevolg van de beoogde ontwikkeling ten opzichte van de intensiteit op de Joannes Zwijsenlaan dermate beperkt dat verwacht wordt dat deze zal opgaan in het heersende verkeersbeeld. Er worden als gevolg van de ontwikkeling geen verkeersknelpunten verwacht op het omliggend wegennet. Er zullen maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er voor gemotoriseerd verkeer een directe verbinding tussen de Verdistraat en Johannes Zwijsenlaan ontstaat.

5.4.2 Parkeren Autoparkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Nota Parkeernormen Oss 2023 (mei 2023) geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. De parkeerbehoefte van de toekomstige functies in het plangebied wordt berekend aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. Voor zorginstellingen geeft het gemeentelijk parkeernormenbeleid normen voor intramurale zorgwoningen en extramurale zorgwoningen. De huidige en beoogde GGZ-instelling valt in de categorie ‘intramuraal’, aangezien cliënten geen eigen auto bezitten. Voor de sociale huurwoningen wordt aangesloten bij de categorie ‘Appartement, sociaal 50 - 75 m2 gbo’. De kantoorruimte is ondersteunend aan de zorgfunctie en wordt om die reden niet meegerekend in de parkeerbalans.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 38 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Onderstaande tabel toont de berekende parkeerbehoefte in de toekomstige situatie. Tabel 1 Parkeerbehoefte plangebied auto (toekomstig)

De totale parkeerbehoefte van het plangebied bedraagt 30 parkeerplaatsen, zonder rekening te houden met eventueel dubbelgebruik. Het is mogelijk om bij woningbouwontwikkelingen rekening te houden met het dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en hun bezoek. Binnen het plangebied wordt met de beoogde ontwikkeling een nieuw parkeerterrein gerealiseerd, ten noorden van het woon-/zorgcomplex. In onderstaande afbeelding blijkt dat in het ontwerp 28 parkeerplaatsen zijn ingetekend: 4 aan de zijde van de Verdistraat en 24 op het parkeerterrein aan de noordzijde. Wanneer met dubbelgebruik rekening wordt gehouden zijn de 28 parkeerplaatsen binnen het plangebied voldoende om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte.

Autoparkeren Fietsparkeren

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 39 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Fietsparkeren Het benodigd aantal stallingsplaatsen voor fietsen wordt berekend aan de hand van de gemeentelijke fietsparkeernormen. Voor zorginstellingen/intramurale zorg geven het gemeentelijk parkeernormenbeleid en de landelijke kencijfers geen normen voor het berekenen van het benodigd aantal stallingsplaatsen. Voor de zorgappartementen wordt aangesloten bij de laagste fietsparkeernorm voor woonfuncties (omvang < 50 m²). De sociale huurappartementen krijgen ieder een individuele berging, deze worden daarom buiten de fietsparkeerbalans gelaten. Bezoekers van de zorgappartementen en sociale huurappartementen stallen hun fiets in een gezamenlijke fietsenstalling, hiervoor geeft het gemeentelijk parkeernormenbeleid aparte normen. Voor wooncomplexen met meer dan 20 woningen wordt een korting toegepast. Onderstaande tabel toont de berekende fietsparkeerbehoefte in de toekomstige situatie. Tabel 2 Parkeerbehoefte plangebied fiets (toekomstig) Functie Toekomstige situatie Zorgappartementen GGZ Sociale huurwoningen Bezoekers Bezoekers Totaal

Categorie

Aantal

Woning < 50 m² Woning (50 - 75 m² gbo) met berging (minimaal 2,7 m²) Bezoekers woningen t/m 20 woningen Bezoekers woningen vanaf de 21e woning

20 woningen 19 woningen 20 woningen 19 woningen

Norm

Parkeerbehoefte fiets

2,0 per woning 0,0 per woning 0,5 per woning 0,25 per woning

40 fpp 0 fpp 10 fpp 5 fpp 55 fpp

Het benodigd aantal stallingsplaatsen voor de beoogde functies bedraagt totaal 55 stuks, zonder rekening te houden met eventueel dubbelgebruik. In de gebouwde gezamenlijke fietsenstalling wordt voorzien in 24 stallingsplaatsen. Aan de oostzijde van het plangebied is nog een fietsvoorziening voor 15 fietsen voorzien. Bewoners van de sociale huurappartementen stallen hun fiets in hun individuele fietsenbergingen. Aan de Verdistraat zijn fietsvoorzieningen gepland voor bezoekers. Zie bovenstaande afbeelding.

5.5

Water

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 20232029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).

Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 40 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod.

Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid.

De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 41 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 42 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: • Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; • Voorkomen van vervuiling van water; • Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: o Hergebruik o Infiltratie/bergen o Afvoer • Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: o De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; o De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; o Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; o De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; o Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

5.5.2 Watertoets Het doel van de Watertoets is in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. In de watertoets is gekeken naar de volgende aspecten: hemelwater; oppervlaktewater; grondwater en vuilwater en droogweerafvoer. De rapportage ‘Watertoets Verdistraat Oss’ (4 juli 2023)) is opgenomen als bijlage 5. Hierna is het resultaat beschreven. Het plan De oude bebouwing die wordt gesloopt heeft en oppervlak van circa 900 m2. Het ontwerp heeft een dakoppervlak van circa 1200 m2 en een verharding van onder andere de parkeervlakken van circa 800 m2. Dit betekent dat er een toename is van verhard oppervlak van circa 1.100 m2. De gemeente Oss heeft een strenger beleid voor het realiseren van waterberging dan het waterschap Aa en Maas. Hierom wordt er gerekend met de eisen van de gemeente Oss. De toename verharding van de nieuwbouw is circa 1.100 m2.

Dit wordt vermenigvuldig met een waterschijf van 60 mm en de bestaande bebouwing (900 m2) wordt vermenigvuldigd met een waterschijf van 25 mm. Daaruit volgt dat: 𝟏.𝟏𝟎𝟎 (𝐦𝟐) 𝐱 𝟔𝟎 𝐦𝐦 (𝟎,𝟎𝟔 𝐦𝐦) + 𝟗𝟎𝟎 𝐱 𝟐𝟓 𝐦𝐦 (𝟎,𝟎𝟐𝟓) = 𝟖𝟖,𝟓 (𝐦𝟑) Waterbergingsopgave & advies Ondergrondse oplossingen zijn in de regel financieel minder aantrekkelijk dan bovengrondse oplossingen. Bovengrondse oplossingen nemen echter meer ruimte in beslag aan het maaiveld.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 43 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Geadviseerd wordt echter om zoveel mogelijk bovengronds (zichtbaar) te bergen en te infiltreren in de vorm van een maaiveldverlaging en/of een zaksloot. Bovengrondse voorzieningen zijn namelijk makkelijker te onderhouden en daarmee ook robuuster. Het realiseren van een dergelijke voorziening kan worden gedaan door de terreinprofilering zodanig vorm te geven dat regenwater in de groenvoorziening kan worden geborgen en van daaruit kan infiltreren in de bodem. Mocht uit infiltratieonderzoek binnen het plangebied blijken dat de infiltratiecapaciteit van de bovenlaag niet voldoende is, kan mogelijk een infiltratiepaal (diepte-infiltratie) toegepast worden. Tussen de gebouwen en de sporthal met nummer 70a kan waterberging worden gerealiseerd zoals aangegeven in onderstaande afbeelding. Deze gemarkeerde locatie heeft een oppervlakte van circa 100 m2. Dit betekend dat het gemakkelijk is om een waterberging te realiseren van 88,5 m3. Er moet wel voor worden gezorgd dat de bodem van de waterberging hoger ligt dan de GHG van circa 5,3 m. Het gemiddelde maaiveld niveau is NAP + 7,47 m. Dit betekent dat de diepte van de waterberging niet meer mag zijn dan (7,47 – 5,3=) 2,1 m.

MOGELIJK LOCATIE BOVENGRONDSE BERGINGSVOORZIENING

Riolering Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater van de ontwikkeling wordt verwerkt met behulp van een vuilwater stelsel, welke wordt aangesloten op het stelsel op de huidige riolering. Hierbij moet rekening worden gehouden dat er inpandig verzameld wordt waardoor er met één (hooguit twee) aansluitleiding(en) op een bestaande inspectieput(ten) aangesloten kan worden. In overleg met de gemeente zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader besproken worden.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 44 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

5.6

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: • Radarverstoringsgebieden; • Obstakelbeheergebieden; • Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; • Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.

Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

5.7

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: • Bedrijven en milieuzonering • Bodem • Externe veiligheid • Geurhinder: agrarisch • Geur: industrieel • Luchtkwaliteit • Straling • Weg-, spoor-, en industrielawaai • Gezondheid • Spuitzones 5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 45 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Bedrijven en milieuzonering In het onderzoek bedrijven en milieuzonering is onderzocht of en welke ‘bedrijfs’-activiteiten in de omgeving van het plangebied een belemmering voor het plan vormen of belemmerd kunnen worden in hun bedrijfsactiviteiten. De rapportage ‘Bedrijven en milieuzonering Verdistraat 81-81B Oss’ (20230713OSS034-RAP-BMZ 2.0, 31 oktober 2023) is opgenomen als bijlage 6 Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek beschreven: Uit de uitgevoerde beoordeling blijkt dat de richtafstanden van de gronden met de bestemming Gemengd aan weerszijden van het plangebied reiken tot over de geprojecteerde wooneenheden binnen het plangebied. Er is derhalve niet zonder meer sprake van voldoende ruimtelijke scheiding en een goed woon- en leefklimaat. Uit een nadere beschouwing van de planologische en huidige feitelijke situatie blijkt dat aandacht moet zijn voor het milieuaspect geluid. Nader akoestisch onderzoek naar dit milieuaspect noodzakelijk. Voor de overige gronden met relevante bestemmingen nabij het plangebied is wel sprake van voldoende ruimtelijke scheiding.

Onderzoek industrielwaai Op basis van analyse van de directe omgeving van het plangebied (bovenstaand onderzoek) is nader geluidonderzoek uitgevoerd naar de gronden met de bestemming Gemengd aan weerszijden van het plangebied. De rapportage ‘Akoetsisch onderzoek industrielawaai, Verdistraat 81-81B Oss’ (20240617OSS034-RAP-AKO-IL 1.0, 17 juni 2024) is opgenomen als bijlage 7. . Kindcentrum Sterrebos Op basis van de representatieve bedrijfssituatie zullen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ter plaatse van de appartementen voldoen aan de richtwaarde voor een gemengd gebied en zijn er geen belemmeringen voor de woningbouw. De maximale geluidniveaus (78 dB(A) ten gevolge van schreeuwende kinderen op het schoolplein) bedragen in de dagperiode meer dan de richtwaarden uit stap 2 en 3 van de VNG-publicatie, echter kunnen in deze concrete situatie acceptabel worden geacht aangezien: • de activiteiten enkel in de dagperiode zullen plaatsvinden; • voor een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de nieuwe appartementen aangesloten kan worden bij de in tabel 2.17a uit het Activiteitenbesluit milieubeheer opgenomen waarde voor maximale geluidniveaus in- en aanpandige gevoelige gebouwen van 55 dB(A) in de dagperiode. Gelet op de geluidwering van de gevels zal dit geluidniveau gewaarborgd zijn.

Tevens zal er geen sprake zijn van beperking van de bedrijfsvoering aangezien conform artikel 2.18 lid 1h van het Activiteitenbesluit bij het bepalen van de geluidsniveaus het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting voor primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs buiten beschouwing blijft. Bedrijvigheid [eenmanszaken] en kantoorfuncties Op basis van de representatieve bedrijfssituatie zullen zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus ter plaatse van de appartementen voldoen aan de richtwaarde voor een gemengd gebied en zijn er geen belemmeringen voor de woningbouw. Tevens zal er geen sprake zijn van beperking van de bedrijfsvoering aangezien de geluidniveaus voldoen aan het Activiteitenbesluit.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 46 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Conclusie Uit het akoestisch onderzoek industrielawaai kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het initiatief.

5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Kragten een milieukundig bodem vooronderzoek uitgevoerd: Het rapport "Milieukundig bodem vooronderzoek (6 juli 2023) is bijgevoegd als bijlage 8. Resultaten vooronderzoek Op grond van het vooronderzoek worden geen verontreinigingen verwacht in de bodem. Naar verwachting zal de kwaliteit van de bodem overeenkomen met de kwaliteit op grond van de bodemkwaliteitskaart, namelijk klasse wonen. Binnen de onderzoekslocatie zijn echter verhoogde gehalten aan DDT/DDD/DDE niet uitgesloten. Daarnaast is de locatie verdacht ten aanzien van asbest, met name rondom het (gesloopte) trafohuisje, waar puin aanwezig is in de bodem. Het gebruik van de locatie (wonen) blijft daarbij ongewijzigd.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek vormt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ons inziens geen belemmering voor deze bestemmingsplanwijziging. Het enig voorbehoud is de mogelijke belasting van de bodem met asbest rondom het (gesloopte) trafo huisje. Onderzoek hiernaar adviseren wij te combineren met asbestonderzoek na de sloop van de gebouwen. De te verwachte verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen hebben wel gevolgen voor eventueel grondverzet dan wel hergebruik van grond van de locatie. Daarnaast is niet uit te sluiten dat met de sloop van de panden, ondanks zorgvuldig handelen, onbedoeld, asbest in de bodem terecht komt. We adviseren daarom om na sloop van de aanwezige bebouwing op het terrein een verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren om de te verwachten gehalten aan bestrijdingsmiddelen nader te duiden en om de verdenking ten aanzien van asbest te toetsen.

5.7.3

Onontplofbare oorlogsresten WOII

Onverdacht plangebied Het plangebied in onderstaand figuur is geheel onverdacht van ontplofbare oorlogsresten uit WOII op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerkzaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is. Het is niet nodig om hier onderzoek naar te doen.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 47 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Echter kan het voorkomen dat bij toeval toch een artikel wordt gevonden wat er uit ziet als een explosief of munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.

5.7.4 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.

In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 48 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Analyse Kragten heeft in het kader van het onderzoek naar het planvoornemen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving geïnventariseerd. In bijlage 9 is de rapportage ‘Quickscan externe veiligheid’ opgenomen.

Uit deze Quickscan blijkt dat het plangebied niet gelegen is binnen de invloedsgebieden van transport te water, buisleidingen of inrichtingen. Deze elementen vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de rijksweg A59 (wegvak B78). Deze ligt op een afstand van ruim 1.500 meter van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. De aspecten PR 10-6 risicocontour en het PAG vormen geen belemmering voor de planvorming, evenals de hoogte van het groepsrisico. Op circa 850 meter is de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Nijmegen (route 64) gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Ter hoogte van het plangebied kent deze spoorlijn geen PR 10-6 risicocontour en ook geen PAG. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de planvorming, evenals de hoogte van het groepsrisico. Conform de beleidsvisie dient bij initiatieven binnen het invloedsgebied maar die op meer dan 300 meter van een rijksweg of spoorlijn gelegen zijn, invulling gegeven te worden aan de standaardverantwoording. In bijlage 10 is de rapportage ‘Verantwoording Hoogte groepsrisico’ opgenomen waarmee invulling is gegeven aan de standaardverantwoording.

Hierin zijn enkele adviezen opgenomen om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten. Het bestemmingsplan met onderzoeken is voorgelegd aan de Veiligheidsregio. Deze adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen: • Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. • Deze informatie zorgt er voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 49 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

5.7.5 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss

1,0 Ou

B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij

2,0 Ou

C. Plangebied (bij kern A en B)

3,0 Ou

D. Woonkern met intensieve veehouderij

6,0 Ou

E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal

6,0 Ou

F. Recreatiegebieden

8,0 Ou

G. Extensiveringsgebieden

8,0 Ou

H. Bedrijventerreinen

8,0 Ou

I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk

12,0 Ou

J. Verwevingsgebied

14,0 Ou

K. Landbouwontwikkelingsgebied

14,0 Ou

Analyse De gemeente Oss heeft in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017' vastgesteld. Hieruit volgt dat de beoordeling omtrent het leefklimaat ter plaatse van onderhavig plangebied op basis van de indicatieve achtergrondbelasting ter attentie van geurhinder goed is. Daarnaast blijkt dat het initiatief geen belemmeringen geeft voor de omliggende veehouderijen, doordat er tussen de veehouderijen en het plangebied al woningbouw is gesitueerd. Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 50 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

5.7.6 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing.

Onderhavig planvoornemen is niet gelegen in de buurt van industrieterreinen of bedrijven die een geuremissie hebben die het planvoornemen kan schaden. Conclusie Het aspect ‘industriële geurhinder’ is geen beperkende factor voor het plan.

5.7.7 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is.

Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 51 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Analyse Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=4c58715b-84ac-4b33-a7d8-a93dabbf6430