CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Verdistraat 81-81b Oss - 2023

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Verdistraat 81 81b Oss - 202322.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Onderhavig plan omvat 39 woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat Op basis van de verkeersaantrekkende werking van het beoogd woonprogramma en het aandeel vrachtverkeer conform de richtlijnen van het CROW (publicatie 381 – Toekomstbestendig parkeren) is de NIBM-tool ingevuld. De uitkomst van de NIBM-tool geeft aan dat er geen nader onderzoek noodzakelijk is.

In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 52 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende criteria van toepassing: • 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2; • 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10; • 25 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5; • 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM10. Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Uit de NSL monitoringstool (waarbij het nabij het plangebied gelegen rekenpunt 35176 aan de Doctor Saal van Zwanenbergsingel als uitgangspunt is genomen) blijkt dat voor 2020 de jaargemiddelde grenswaarden van 40 μg/m³ (voor NO2 en PM10) en 25 μg/m³ (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. De daggemiddelde norm van 50 μg/m³ voor PM10 mag maximaal 35 dagen per jaar worden overschreden. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het meest nabij gelegen toetspunt 34825 aan de Dr. Saal van Zwanenbergsingel voor 2020 wat betreft het aantal overschrijdingsdagen voor PM10 sprake is van minder dan 35 overschrijdingsdagen (te weten 6,0). Om bovenstaande redenatie vormt het onderdeel luchtkwaliteit geen bezwaar tegen de beoogde ontwikkeling.

Conclusie Het aspect geurhinder luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.7.8 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Analyse Het plangebied is op circa 2,6 kilometer van het dichtstbijzijnde hoogspanningstracé gelegen en is hiermee ver buiten de invloed zone van een bovengrondse hoogspanningsleiding gelegen. Om deze reden vormt het onderdeel straling geen beperkende factor voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Straling van bovengrondse hoogspanningslijnen is geen beperkende factor voor het voorliggende initiatief.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 53 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

5.7.9 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.

De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Verkeerslawaai Akoestisch onderzoek wegverkeer Door Kragten is een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd.

De rapportage ‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Verdistraat 81-81b Oss’(16 mei 2023, 20230704-OSS034-AKO-WVL 1.1) is opgenomen als bijlage 11. Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Joannes Zwijsenlaan en de Vivaldistraat. Het plan is niet gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de andere (spoor)wegen of gezoneerde industrieterreinen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens de 30 km/uur-weg, de Verdistraat, beschouwd in dit onderzoek. Wet geluidhinder De geluidbelasting ten gevolge van de Joannes Zwijsenlaan bedraagt maximaal 54 dB ter plaatse van de noordgevel van het noordelijk bouwdeel. De voorkeurgrenswaarde (48 dB) wordt niet gerespecteerd, de maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt wel gerespecteerd. Ter plaatse van het zuidelijk bouwdeel wordt de voorkeursgrenswaarde wel gerespecteerd. Maatregelen ter reductie van de geluidbelasting zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren. De geluidbelasting inclusief aftrek artikel 110g ten gevolge van de Vivaldistraat bedraagt er plaatse van het gehele plangebied minder dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 54 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Maatregelen ter reductie van de geluidbelastingen hoeven voor deze weg niet te worden onderzocht en een hogere waarde hoeft niet te worden aangevraagd. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen vanwege de omliggende 30 km/uur-wegen inzichtelijk gemaakt. De geluidbelasting (incl. aftrek artikel 110g Wgh) bedraagt maximaal 46 dB ten gevolge van de Verdistraat. De normen uit de Wet geluidhinder zijn op deze wegen niet van toepassing. Ter vergelijk worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van het toetsingskader uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op basis van de cumulatieve geluidbelasting (inclusief 30 km/uurweg). Voor de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de ‘methode Miedema’ Ter plaatse van de noordgevel, oost- (alleen TA03) en de westgevel (alleen TA12 en TA13) van het noordelijk gebouwdeel wordt de cumulatieve geluidbelasting beoordeeld als matig, maatregelen ter reductie van de geluidbelasting zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren.

Ter plaatse van de overige toetspunten van het noordelijk gebouwdeel A en geheel zuidelijke gebouwdeel wordt de cumulatieve geluidbelasting beoordeeld als goed of redelijk, waardoor er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hogere waarde en gemeentelijk geluidbeleid In het gemeentelijk geluidbeleid zijn voorwaarden opgenomen voor het verlenen van een hogere waarde. Aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan. Na het verlenen van een hogere waarde voor de van toepassing zijnde gevels vormt het aspect geluid vanwege de Joannes Zwijsenlaan geen belemmering voor de realisatie van het plan. Akoestisch onderzoek gevelwering Door Kragten is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de gevelwering ten behoeve van de realisatie van het woongebouw. De rapportage ‘Akoestisch onderzoek gevelwering, Verdistraat 81-81b Oss’ (27 februari 2024, 202340227-OSS034-RAP-AKO-GWG 1.0) is opgenomen als bijlage 12. Onderzoek is uitgevoerd naar de gevelwering en de binnenniveaus, waarbij toetsing heeft plaatsgevonden aan de gestelde eisen (Bouwbesluit 2012). Uit het uitgevoerd onderzoek en berekeningen blijkt dat, uitgaande van de in paragraaf 2.3 van de rapportage omschreven opbouw, de karakteristieke geluidwering van de gevels van de verblijfsruimten en -gebieden van de beoogde appartementen voldoet aan de gestelde eisen.

Spoorweglawaai De afstand tussen de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen is circa 1 kilometer. Gezien de afstand tot het spoor kan worden gesteld dat spoorweglawaai geen betekende mate zal bijdrage aan de gevelbelasting op de beoogde woningen. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. In dat kader is geen akoestisch onderzoek nodig. Het plangebied is wel gelegen binnen de richtafstand van naastgelegen school. Zie beoordeling in paragraaf 5.7.1 bedrijven en milieuzonering.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 55 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Conclusie Het aspect geluid vormt lijkt geen planologische belemmering voor het plan te zijn. 5.7.9 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.

Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 56 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 600 meter rondom het plangebied zijn geen (intensieve) veehouderijen actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect endotoxinen plaats te vinden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van endotoxinen. In een straal van 2 km rondom het plangebied zijn echter geen geitenhouderijen actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect geitenhouderijen plaats te vinden. Er is sprake van een goed woonen leefklimaat ten aanzien van geitenhouderijen. Om deze reden kan worden geconcludeerd dat de nabijheid van een geitenhouderij geen belemmeringen biedt voor het realiseren van de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.7.10 Spuitzones Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse De gronden rondom het plangebied zijn niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien ook niet zijn aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt. Conclusie Het aspect spuitzones vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.8

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 57 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Verantwoording Het project bestaat uit het opstellen van een bestemmingsplan voor maximaal 39 appartementen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, zoals vermeld in bijlage D van Besluit m.e.r. onder D11.2.

Omdat het project echter ruim onder de drempelwaarde zoals in onderdeel D11.2 opgenomen blijft, geldt geen verplichting voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Wel is de m.e.r-beoordelingsplicht van toepassing. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient namelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. Het doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten en het gebruik belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De voorgenomen ontwikkeling kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals omschreven in het Besluit milieueffectrapportage onder D11.2. Weliswaar blijft de omvang ervan onder de aangegeven drempelwaarden uit kolom 2, maar op grond van het Besluit m.e.r. is alsnog een m.e.r.- beoordeling noodzakelijk. In bijlage 13 is de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. De conclusie van deze m.e.r.-beoordeling is dat het plan, rekening houdend met de kenmerken van het project, de locatie van het project en de potentiële effecten, geen belangrijke nadelige gevolgen zullen hebben voor het milieu, voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon-en leefmilieu in de omgeving.

Er worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden en de kenmerken en de potentiële effecten van de ontwikkeling.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 58 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Hoofdstuk 6

6.1

Toelichting op de regels

Algemeen

Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Verdistraat 81-81b Oss – 2023’ is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 6 de algemene regels (artikelen 7 tot en met 12 en de overgangs- en slotregels (de artikelen 13 en 14). Bij de regels horen twee bijlagen, te weten een lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten en een milieuzoneringslijst. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht.

6.2

Regels

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Tuin De bestemming ‘Tuin’ is toegekend aan de voortuinen van de gebouwen met de bestemming ‘Wonen – Woongebouwen’. Binnen de tuinbestemming mogen enkel bouwwerken die geen gebouw zijn worden gebouwd. Artikel 4: Verkeer – Verblijf De bestemming verkeer - Verblijf is toegekend aan het openbaar gebied aan de toegangsweg en het parkeerterrein behorend bij de woongebouwen. Dit gebied richt zich primair op gemotoriseerde verkeersbewegingen en parkeren. Binnen deze bestemming zijn echter ook onder andere voet en fietspaden en groen mogelijk. Artikel 5: Wonen – Woongebouwen Binnen deze bestemming zijn woongebouwen toegestaan.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 59 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 7: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is erop gericht om grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing te laten. Artikel 8: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels worden voorwaarden gesteld aan ondergrondse bouwwerken en aan kleinschalige overschrijdingen van de bouwgrenzen van het bestemmingsplan. Tevens worden regels gesteld aan de parkeervoorzieningen zoals deze gerealiseerd dienen te worden bij de nieuw beoogde ontwikkelingen. Artikel 9: Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen van het gebruik van gronden en functies die in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Artikel 10: Afwijken van de bouwregels algemeen Deze afwijkingsmogelijkheden hebben tot doel flexibiliteit in het plan in te bouwen. Het afwijken van de bebouwingsregels, ten behoeve van bijvoorbeeld het oprichten van nutsvoorzieningen en het in beperkte mate afwijken van de voorgeschreven maatvoeringen, kan in veel gevallen plaatsvinden zonder dat hierdoor het belang van een goede ruimtelijke ordening wordt geschaad.

Voor dit soort gevallen is derhalve in het plan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Artikel 11: Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn voor burgemeester en wethouders enkele mogelijkheden gecreëerd om, via een voorgeschreven procedure, in iets ruimere mate dan bij de “algemene afwijkingsregels” af te wijken van de regels. Het gaat dan echt om een wijziging van het bestemmingsplan. De wijzigingsbevoegdheden dragen bij aan een meer flexibel plan. Artikel 12: Overige regels In dit artikel worden de verwijzingen naar andere wetten en regeling voor de toepasbaarheid van de bouwverordening geregeld.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 13: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 14: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlagen: • Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn bij aan huis gebonden activiteiten. • Milieuzoneringslijst

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 60 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Hoofdstuk 7

7.1

Handhaving

Beleidskader

Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: • het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; • het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; • zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.

Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: • het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; • nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.

7.2

Professionele handhaving en handhavingsprogramma

De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 61 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

7.3

Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht

De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.

Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.

Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 62 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 63 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

Hoofdstuk 9

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft in het voortraject, vooruitlopend op dit bestemmingsplan, de omgeving en direct omwonenden actief geïnformeerd en betrokken bij de planvorming. De wijze waarop deze dialoog heeft plaatsgevonden is in het in bijlage 14 opgenomen verslag toegelicht.

9.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Daarom is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Aa en Maas, Veiligheidsregio Brabant-Noord en de Dorpsraad. 9.2.1 Provincie Noord-Brabant De gemeente kan met behulp van een e-formulier een ruimtelijk plan elektronisch toezenden aan de provincie Noord-Brabant. Met dat formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten. Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan in veel gevallen worden volstaan met het invullen van het formulier. De gemeente ontvangt vervolgens via de e-mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond. In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpwijzigingsplan op 20 juli 2023 door middel van het e-formulier aangemeld bij de provincie NoordBrabant. De provincie heeft geen opmerkingen over dit plan.

9.2.2 Waterschap Aa en Maas Het waterschap heeft op 2 augustus 2023 een vooroverlegreactie gegeven op dit plan. Het Waterschap heeft geconcludeerd dat er geen ruimtelijke waterschap belangen van toepassing zijn in het plangebied. Daarnaast is ook op juiste wijze een beschrijving opgenomen van het actuele beleid. Er zijn daarom geen opmerkingen op het planvoornemen. 9.2.4 Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 26 juli 2023 de volgende reactie gegeven. Het relevante scenario i.r.t het plangebied is een toxische wolk. Voor het scenario toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er wordt een woonzorgfunctie gerealiseerd in het plangebied. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Om deze reden wordt ondanks de woonzorgfunctie de zelfredzaamheid als goed beoordeelt. Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. Naast de bestrijdbaarheid bij externe veiligheidsscenario's kijkt de veiligheidsregio ook naar de mogelijkheden voor het bestrijden van reguliere incidenten.

Een goede beoordeling van de bereikbaarheid is op dit moment nog niet mogelijk omdat er onvoldoende informatie beschikbaar is. De veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 64 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

•

Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie zorgt er voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.

9.3 Inspraak De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om een herontwikkeling van de locatie met woonzorgvoorziening naar een nieuw bouwplan met woonzorgeenheden en sociale huurappartementen. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplangemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd.

9.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Er zijn geen zienswijzen tegen het plan ingediend. Omdat het tijdens de terinzagelegging het akoestisch onderzoek ‘Gevelwering’ is uitgevoerd en daarmee is aangetoond dat de omschreven opbouw, de karakteristieke geluidwering van de gevels van de verblijfsruimten en -gebieden van de beoogde appartementen voldoet aan de gestelde eisen was de voorwaardelijk verplichting in artikel 5.2.4 niet meer nodig. Deze is als ambtshalve wijziging verwijderd. Na de tervisielegging is bekend geworden dat de gemeente voornemens is de gymzaal van Kindcentrum Sterrebos te vervangen door een nieuwe gymzaal. Deze zal in oostelijke richting opschuiven. De vrijkomende gronden ten westen van de gymzaal zullen na verplaatsing in gebruik worden genomen als tuin bij de zorgwoningen. Deze gronden worden daarom vooruitlopend hierop alvast in dezelfde bestemming ‘Wonen’ opgenomen. De plangrens van het plangebied is hier ook op aangepast.

De verbeelding en de toelichting zijn hier middels een ambtshalve wijziging op aangepast. Tevens is het onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai’ opgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek ‘Bedrijven en milieuzonering’. Middels het onderzoek is aangetoond dat omliggende activiteiten geen belemmering vormen voor de ontwikkeling en de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de omliggende activiteiten. De voorwaardelijk verplichtingen in artikel 5.2.6 en 5.2.8 zijn niet meer nodig. Deze zijn als ambtshalve wijziging verwijderd.

9.5 vaststelling Het bestemmingsplan ‘Verdistraat 81 – 81b Oss – 2023’ is gewijzigd vastgesteld op 12 september 2024. De wijzigingen aan toelichting, regels en verbeelding zijn in voorgaande paragraaf beschreven.

Verdistraat 81-81b Oss – 2023, pag. 65 van 65 Vastgesteld 12 september 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=4c58715b-84ac-4b33-a7d8-a93dabbf6430