CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting+regels ontwerp-wijziging 6 BP Buitengebied Oss - 2020.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Gebundelde procedure ontwerpbestemmingsplannen31.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 26 van 72 Ontwerp 21 december 2021

compensatie van de realisatie van de nieuwe woning worden de omliggende agrarisch perceel landschappelijk ingepast en wordt het achterliggende boscomplex, welke in bezit is van initiatiefnemers voorzien van de bestemming ‘Natuur’. Gesteld kan worden dat er een aanzienlijke een kwaliteitsverbetering aan het landschap wordt geleverd. Artikel 3.43 Afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. Binnen Stedelijke gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. Transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naast omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk gebied; Doorwerking plangebied In de nabije omgeving is de kern van Huisseling gelegen, het stedelijke gebied. Onderhavig initiatief vindt plaats aan de rand van dit stedelijke gebied.

Met het initiatief wordt een ruime woning op een riant perceel toegevoegd aan het buitengebied van Huisseling, een initiatief van deze omvang is niet wenselijk binnen het Stedelijke gebied. Er moet ook verantwoord worden hoe de regionale afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap worden nagekomen. De “notitie toepassingsbereik” vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio NoordoostBrabant. De notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale benodigde inspanning weer die regionaal is afgesproken. Op basis van de regeling voor kwaliteitsverbetering van het landschap is de voorwaarde dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Voorliggend initiatief is op basis van de notitie toepassingsbereik" als een categorie 2 ontwikkeling (wijziging agrarische bestemming met bouwvlak in een woonbestemming) te beschouwen. Dat betekent dat er een landschappelijke inpassing moet worden geleverd. Met de landschappelijke inrichting alsook de stedenbouwkundige inrichting wordt rekening gehouden met de omgevingskwaliteit en de structuren van het gebied.

Het toevoegen van de woonfunctie op deze locatie zorgt voor het terugbrengen van de historische erven van de kern en is een duurzame afronding van de locatie ter plaatse. Conclusie Met inachtneming van voorgaande wordt geconcludeerd dat het voorliggende initiatief past binnen de kader van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 27 van 72 Ontwerp 21 december 2021

motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in:  Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen;  Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid;  Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug;  Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen;  Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied;  Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij  De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers;  Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en

recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk;  Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit. De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:  Uiterwaarden;  Oeverwal;  Komgebied;  Dekzandrand;  Dekzandrug;  Primair agrarisch gebied. Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. Er wordt beschreven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast wordt er aangegeven welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn.

In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Onderhavige ontwikkeling is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand Ravenstein Huisseling’. Dit smalle gebied is gelegen tussen Huisseling en de zuidelijke rand van Ravenstein en scheidt dan ook de kernen Huisseling en Ravenstein van elkaar. In deze bebouwingsconcentratie wordt vooral gewoond, hoewel er nog enkele agrarische bedrijven zijn. Ten zuiden van het gebied loopt de snelweg A50. Door het smalle open gebied loopt de Grotestraat die, voordat de Dorpenweg werd aangelegd, Huisseling en Ravenstein met elkaar verbond. Woningen hebben binnen de bebouwingsconcentratie de overhand.

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 28 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Het gebied rond de bebouwingsconcentratie ligt op de oeverwal en wordt van het kleine dorpje Huisseling gescheiden door een oude rivierarm. Ook al loopt de rivierarm niet meer helemaal door, de rivierarm is als onderscheidend landschapsdeel nog altijd herkenbaar. De landschappelijke structuren van het gebied rond de bebouwingsconcentratie zijn typerend voor het oeverwallenlandschap. De kleinschalige verkaveling is op het reliëf gebaseerd en naar de oude rivierarm georiënteerd. Enkele historische boerderijen en bijgebouwen liggen rondom erven. Veel hiervan is verdwenen. Veel structurerende landschappelijke elementen zijn verdwenen. De bebouwingsconcentratie beschikt over de volgende kwaliteiten:  Meerdere functies aanwezig;  Historisch waardevolle bebouwing soms in clusters rondom een erf;  Landschap rondom Huisseling fungeert als buffer tussen stad en dorp. De bebouwingsconcentratie kent ook knelpunten:  Stedenbouwkundige structuur van bebouwing rondom erven staat onder druk of is verdwenen;  Oude rivierarm niet goed zichtbaar;  Landschapskenmerken veelal verdwenen;  Verrommeling door ligging dicht bij stadsuitbreiding. De visie voor de bebouwingsconcentratie ziet er als volgt uit. Behoud van het open middengebied en het terug brengen van de karakteristieke begroeiingselementen in het overige gebied geven het gebied de oorspronkelijke landschapskarakteristiek terug.

De groene bufferzone tussen het dorp Huisseling en de stad Ravenstein heeft een recreatieve waarde voor de inwoners. Enige verrommeling hoeft niet perse een knelpunt te zijn. De bebouwingsconcentratie tussen Huisseling en Ravenstein biedt goede toekomstperspectieven. Het gebied heeft geen agrarisch karakter meer, wat de mogelijkheid tot het vestigen van andere functies versterkt. Deze functiemix kan mogelijk versterkt worden. Woningbouw is hier onder voorwaarden in zeer beperkte aantallen ruimtelijk voorstelbaar. Verdichten van de bebouwingslinten is bijna overal uitgesloten om het open karakter te behouden. Het stedenbouwkundige principe van boerderijen rondom een erf is afhankelijk van de situering een meerwaarde voor het gebied. Om het karakteristieke oeverwallandschap te versterken is het noodzakelijk de kwaliteit van natuurlijke en landschappelijke elementen te verbeteren. De oude rivierarm biedt kansen voor de ontwikkeling van hoogwaardige, natte natuur. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van één woning ter vervanging van een reeds bestaande schuur. In de huidige situatie is er sprake van een woning met schuur rondom een erf. Met de realisatie van de nieuwe woning, ter vervanging van de schuur, wordt dan ook het stedenbouwkundige principe ‘wonen rondom een erf’ ter plaatse versterkt.

Met de realisatie van slechts één woning, ter vervanging van bestaande bebouwing, is dan ook geen sprake van een verdere verdichting van het bebouwingslint maar enkel een op zichzelf staande ontwikkeling. Het toevoegen van slechts één woning is passend binnen de bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand Ravenstein - Huisseling’. De omliggende gronden worden voorzien van een degelijke landschappelijke inpassing waarmee de landschapskarakteristiek behouden en waar mogelijk versterkt wordt.

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 29 van 72 Ontwerp 21 december 2021

4.4.2 Woonvisie Gemeente Oss De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven:  Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma.  Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig.  Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen.  Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Doorwerking plangebied De behoefte van de nieuwe woning welke in onderhavig initiatief mogelijk gemaakt wordt is niet direct af te leiden uit de woningmarktanalyse, maar blijkt wel uit het feit dat initiatiefnemers binnen het plangebied een woning willen realiseren.

Gezien de leeftijd van de initiatiefnemers is een kleinere woning, met het oog op de toekomst, een beter passende woning dan de ruime eengezinswoning waar initiatiefnemers nu wonen. Derhalve is er sprake van bouwen naar reële ‘eigen’ behoefte. Hierdoor kunnen initiatiefnemers blijven wonen in Oss en hoeven ze niet uit te wijken naar een andere gemeente om een passende woning te vinden. Daarbij zorgt de realisatie van de nieuwe woning voor een vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. Enerzijds door de nieuwe woning, anderzijds door het vrijkomen van een grote eengezinswoning op een landelijk gelegen locatie, nabij de kern. Derhalve past dit initiatief binnen de Woonvisie Gemeente Oss. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt.

In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement wordt het woningbouwprogramma van Oss bepaald, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma wordt afgestemd op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuze en prioritering wordt bepaald op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen mee. • De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie Noord-Brabant. De meest recente prognose is van mei 2017 en geeft een bandbreedte voor de opgave: Laag (autonome opgave woningvoorraad vanuit bevolkingsprognose) en hoog (autonome opgave + inlopen

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 30 van 72 Ontwerp 21 december 2021

•

•

huidige tekorten). De focus ligt op de richting voor de komende 10 jaar periode van de opgave op basis van de hoge prognose. Dit is het kader waarbinnen de woningbouw in dit bestemmingsplan wordt afgewogen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. Deze wordt vertaald naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken.

Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast is ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Uitgangspunt is dat wonen geen kernfunctie is voor het buitengebied. Het toevoegen van een enkele woning is opzicht voorstelbaar als dat onderdeel is van andere ontwikkelingen met een duidelijke ruimtelijke-functionele meerwaarde. Bijvoorbeeld sanering van agrarische bedrijvigheid of oplossen van andere belemmeringen. Het omzetten van agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen is wat PFM betreft ‘neutraal’ (een bedrijfswoning is ook een woning, de woningvoorraad van Oss verander dus niet). De toevoeging van een enkele burgerwoning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar indien het onderdeel uitmaakt van een ruimtelijke of maatschappelijke meerwaarde-ontwikkeling in het buitengebied. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Huisseling.

Huisseling valt in de PFM Wonen Oss onder het landelijk gebied. Uitgangspunt bij het toevoegen van een woning is dat deze onderdeel uit maakt van een ruimtelijke of maatschappelijke meerwaarde-ontwikkeling. In het kader van onderhavig initiatief is er sprake van een dergelijke ruimtelijke en maatschappelijke meerwaarde ontwikkeling. Met het wijzigen van het agrarisch perceel naar de bestemming ‘Natuur’ en het daarna overdragen aan de gemeente wordt een openbaar natuurgebied toegevoegd aan de omgeving. Hiermee wordt enerzijds een ruimtelijke meerwaarde gerealiseerd als mede een maatschappelijke meerwaarde. Het initiatief is derhalve passend in de PFM Wonen Oss. 4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld.

Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019). 1

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 31 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties:  bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten;  monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument);  bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt.  In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld.

Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest.

Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 32 van 72 Ontwerp 21 december 2021

omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 33 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Landschap 5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn:  Uiterwaarden;  Oeverwal;  Komgebied;  Dekzandrand;  Dekzandrug. Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

Het gebied waarin het plangebied is gelegen wordt aangeduid als ‘Oeverwal’. Het karakter van de oeverwal is kleinschalig en halfopen tot besloten. Het verkavelingspatroon is blokvormig en overwegend regelmatig. De bebouwing is veelal geconcentreerd in de kernen en in bebouwingslinten. De bebouwing, beplantingselementen en het grondgebruik bepalen in dit gebied de maat van de ruimte. In onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd ter vervanging van een bijgebouw. Het perceel is reeds voorzien van een woonbestemming in relatie tot het bestemmingsvlak aan de overzijde van de Hoekstraat met huisnummer 1. Door het verwijderen van deze relatie ontstaan er twee solitaire bestemmingsvlakken bestemd voor wonen. Daarbij zal het bestemmingsvlak ter plaatse van het bijgebouw worden uitgebreid ten behoeve van de ontwikkeling. Ter compensatie van deze ontwikkeling zullen de omliggende percelen landschappelijk worden ingepast en zal het achterliggende bosperceel worden voorzien van de bestemming ‘Natuur’. Een nadere uitwerking van deze landschappelijke inpassing wordt beschreven in paragraaf 5.1.2 en 5.1.3. 5.1.2

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 34 van 72 Ontwerp 21 december 2021

afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat.

1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van een nieuwe woning. Conform de notitie Toepassingsbereik wordt onderhavig initiatief ingeschaald onder een categorie 2 ontwikkeling. Dit houdt in dat de basisinspanning een landschappelijke inpassing betreft. Conform de wijzigingsvoorwaarden dient er sprake te zijn van een substantiële kwaliteitsverbetering. Er moet een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsen vinden ter hoogte van de waarde van één ruimte-voor-ruimterecht.

Hierdoor valt de ontwikkeling onder categorie 3. De uitwerking van deze kwaliteitsverbetering wordt nader toegelicht in 5.1.3. 5.1.3

Landschappelijke inpassing

Het landschappelijk inpassingsplan is als separate bijlage bij deze toelichting opgenomen. Deze kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van een landschappelijke inpassing van het perceel waarop de nieuwe woning is beoogd en het achterliggende boscomplex. Het vigerende bestemming van het boscomplex wordt hierbij gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden - landschap’ in de bestemming ‘Natuur’. De geldende bestemmingen op de overige gronden blijven ongewijzigd.

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 35 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Aangezien er sprake is van het omzetten van agrarische gronden naar natuur/openbaar is het noodzakelijk om een Landschaps investerings berekening (LIR) op te stellen. Hierin wordt de waarde van te leveren landschappelijke inpassing en tevens de waardestijging of daling van de gronden berekend na wijziging van de bestemming. Het deel van het perceel waarop de woning is beoogd wordt ingezet als bouwkavel en derhalve buiten beschouwing gelaten in de LIR berekening. Perceel D 2106 De bestaande bomen aan de noordzijde van het perceel worden behouden. Over het perceel verdeeld worden diverse hoogstamfruitbomen geplaatst. Om het erfgevoel te behouden en tevens te versterken wordt rondom de nieuwe woning én bestaande woning een haag geplaatst. De uitstraling van de voortuin bij de bestaande woning zal doorgezet worden naar de voortuin van de nieuwe woning. De haag die de voortuin omsluit wordt parallel aan de Hoekstraat doorgezet waardoor er een duidelijke scheiding ontstaat tussen de twee solitaire woningen. Tussen de woningen is een erf gecreëerd. Als onderdeel van dit erf worden aan de achterzijde van beide woningen parkeerplaatsen gerealiseerd. Door het parkeren achter de woningen staan de auto’s niet in het zicht. Dit komt de sfeer voor het erf ten goede. De bestaande toegangsweg is gemeentelijk eigendom.

Het is dan ook niet de bedoeling dat deze integraal onderdeel wordt van het erf. De verharding van de weg (asfalt) loopt door over het erf.

Afbeelding 14 Landschappelijke inpassing perceel D 2016

Perceel D 378 en 379 Het boscomplex is onderdeel van een oude maasmeander en heeft derhalve een langgerekte gebogen vorm, die hier van zuid naar noord loopt. De noord-zuidrichting zal benadrukt worden door insteken in het bos te realiseren waarmee deze noord-zuidrichting benadrukt wordt en waarmee de bestaande poel vrij

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 36 van 72 Ontwerp 21 december 2021

gezet kan worden van een groot deel bos. Ten zuiden van het perceel wordt een oost-west georiënteerd pad gerealiseerd met knotwilgen. Hierdoor wordt er een afwisseling van open en gesloten delen gecreëerd. Het westelijke deel van het boscomplex grenst aan de Burgemeester van de Wielstraat, hier is bestaande laanbeplanting aanwezig. Door ruimte te maken tussen het bos en de laan wordt deze laanbeplanting benadrukt. Aan de oostkant van het boscomplex loopt een bestaand wandelpad tussen de Grotestraat en Kromland, met een aftakking richting de Burgemeester van de Wielstraat. De bestaande waterlopen die hier lopen worden gehandhaafd. Dit gebied blijft bossig om zo een zachte, golvende overgang van de woning naar het bos te behouden. De percelen D 378 en 379 worden na functiewijziging over gedragen aan de gemeente. De inrichting van deze percelen moet nog worden bepaald. Het landschappelijke inpassingsplan voor de percelen D 378 en 379 is derhalve slechts indicatief.

Afbeelding 15 Landschappelijke inpassing perceel D 378 en 379

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 37 van 72 Ontwerp 21 december 2021

LIR berekening Conform de wijzigingsvoorwaarden dient er een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap plaats te vinden ter hoogte van de waarde van één Ruimte-voor-Ruimterecht. Op basis van de LIR berekening bedraagt de totale Landschaps investerings inclusief waardedaling van de gronden € 141.638,=. Derhalve voldoet de landschappelijke inpassing aan de gestelde eisen en waardes. Natuur 5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2

Groen en natuur/biodiversiteit

Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn:  Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'.  Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken.  Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'.  Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering.  Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat de natuur en de biodiversiteit verbeterd moet worden door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij worden de vijf gebieden onderscheiden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd.

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 38 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Doorwerking plangebied Als onderdeel van onderhavig initiatief wordt het boscomplex voorzien van de bestemming ‘Natuur’. Het boscomplex is thans in eigendom van de initiatiefnemer. Na ontwikkeling van onderhavig initiatief is het boscomplex in eigendom van de Gemeente Oss en derhalve openbaar gebied. De realisatie van het boscomplex draagt bij aan het ontwikkelen van een gemeentelijk natuurnetwerk. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Initiatiefnemers hebben reeds een groenstrook van 5 meter aangelegd tussen de bestaande woningen en perceel 2106. Deze groenstrook wordt in het kader van onderhavige ontwikkeling doorgetrokken tot in de hoek van het perceel. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is.

Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Op basis van de nota ‘Bijzondere bomen in Oss 2018’ is er binnen het plangebied geen sprake van waardevolle bomen. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat.

De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. Flora en fauna Om het voorkomen van Flora en Fauna aan te tonen ter plaatse van het plangebied ten aanzien van het effect van het slopen van de bedrijfsbebouwing en de bouw van het appartementencomplex te onderzoeken is er een flora en fauna 2 inspectie uitgevoerd. Vogels het jaarrond beschermde nesten

2

Flora en Fauna inspectie, BNL Advies (kenmerk: 21122.QFF)

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 39 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus. Naderonderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soort wordt dan ook niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boom bewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat. Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Het plangebied (de te slopen schuur) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels.

In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de schuur, bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren.

Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. Vleermuizen De voorgenomen ontwikkeling kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 van Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht. Overige habitatrichtlijnsoorten Overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Rijntakken, ligt op 11 kilometer afstand van het plangebied. In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 11 km of meer zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 40 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOx of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Voor ieder habitattype binnen een Natura2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Op 1 juli 2021 is tevens de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In de Wsn wordt een programma van maatregelen opgesteld om stikstofreductie te bereiken en eveneens natuurverbetering mogelijk te maken. In de Wsn zijn drie resultaatsverplichtingen opgenomen: 1. In 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermede Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; 2. In 2030 moet minimaal 50% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermede Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; 3. In 2035 moet minimaal 74% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermede Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben. De Wsn wordt verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn), waaronder de bouwvrijstelling.

De bouwvrijstelling betreft een vrijstelling van de natuurvergunningplicht van het aspect stikstofdepositie voor tijdelijke (bouw)werkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten, waar tijdelijke emissies voorkomen. Derhalve is het enkel nog noodzakelijk om in de nieuwe, beoogde, situatie (gebruiksfase) de uitstoot van NOx te bepalen. Met onderhavig initiatief wordt het bestaande bestemmingsvlak ‘Wonen’ gesplitst tot twee solitaire bestemmingsvlakken. Derhalve wordt de realisatie van een woning, ter vervanging van het bijgebouw mogelijk gemaakt. Conform de Bsn wordt enkel voor nieuwe situatie is de uitstoot van NOx bepaald. Uitstoot van NOx vindt plaats door enerzijds de verwarming van de woningen en anderzijds door het verkeer van en naar de woningen. Volgens AERIUS Calculator leidt het gebruik van één vrijstaande woning tot een emissie NOx van 3,0 kg/jaar. Per saldo is er in de toekomstige situatie sprake van twee vrijstaande woningen (de bestaande woning en de beoogde woning). Dit leidt tot een emissie NOx van 6,0 kg/jaar. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Er is uitgegaan van de functie ‘koop, huis, vrijstaand’ en het gebiedstype ‘rest bebouwde kom in niet stedelijk gebied’.

Op basis van de kencijfers genereert één vrijstaande woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereren de twee woningen dagelijks samen 17,2 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,6 voertuigen. Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat door de toename van het verkeer de emissie NOx 0,1 kg/jaar bedraagt. Met onderhavig initiatief is sprake van een toename van 6,2 kg NOx. De nieuwe situatie is uitgezet tegenover de huidige situatie. Met de ingevoerde gegevens geeft AERIUS Calculator aan dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura2000 gebieden. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden

een van

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 41 van 72 Ontwerp 21 december 2021

(inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Het Natuurnetwerk Nederland is veelal weer opgedeeld in provinciale natuurgebieden, zo ook Natuurnetwerk Brabant.

Afbeelding 16 Uitsnede natuurbeheerplan kaart net daarop NNB

In de omgeving van het plangebied is slechts één onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) gelegen. Het dichtbij gelegen onderdeel is gelegen op circa 800 meter ten oosten van het plangebied. Het plangebied maakt zelf geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant, dus ook niet van het Natuurnetwerk Nederland. Daar de nieuwe woning niet wordt opgericht in het NNN vormt het initiatief derhalve geen belemmering voor de aanleg of instandhouding van het NNN.

Archeologie en Cultuurhistorie 5.3.1 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 42 van 72 Ontwerp 21 december 2021

van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde

Vrijstellingsgrenzen

Archeologisch beschermd rijksmonument Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten Historische stads-/dorpskern Hoge verwachtingswaarde Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde Reeds onderzocht

0 m2 / 30 cm -Mv

Verstoord

35 m2 / 30 cm -Mv 50 m2 / 30 cm -Mv 100 m 2 / 30 cm -Mv 1000 m2 / 30 cm -Mv 5 hectare / 30 cm -Mv Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek. Geen onderzoeksplicht

Volgens de archeologische beleidskaart heeft het bestemmingsplangebied grotendeels een hoge verwachtingswaarde. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Het noordoostelijke deel van het plangebied is volgens de beleidskaart verstoord. Voor dit gebied geldt geen onderzoeksplicht. Hier is dan ook de nieuwe woning voorzien.

Toetsing van de plannen Gezien de korte doorlooptijd van deze bestemmingsplanprocedure, zijn de plannen als omschreven in deze ruimtelijke onderbouwing nog niet getoetst op een archeologische onderzoeksverplichting. Deze toetsing zal bij de vergunningsprocedure plaats vinden. Op dat moment kan blijken dat er nog een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, of dat de vergunning kan worden verleend zonder nader archeologisch onderzoek. Ook zal op dat moment worden bepaald of aan de vergunning archeologische voorwaarden worden gekoppeld.

Borging archeologie middels bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaald de wet en het archeologische beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologische traject te borgen is aan het gebied met een hoge verwachtingswaarde een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoring groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. 5.3.2

Cultuurhistorie

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 43 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningsvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.

De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen.

Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 44 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is onderhavige locatie gelegen in de regio Maaskant. Deze regio maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met zandige oeverwallen en donken en lager gelegen open komgronden. Een gedeelte van regio Maaskant is onderdeel van het cultuurhistorisch landschap Beerse en Baardwijkse Overlaat. Zo ook onderhavig plangebied. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is:  Behoud open landschap;  Behoud en beleefbaar maken van eendenkooien, dijken, waterlopen, wielen, en terpen;  Natuurontwikkeling, waterberging en stedelijke uitbreiding afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van de Beerse Overlaat;  Vergroten cultuurhistorische waardering door vergroting van beleving. Onderhavige ontwikkeling tast de cultuurhistorische waarden in en rondom het plangebied niet aan. Het initiatief voorziet juist in het behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden in en rondom het plangebied. De woonboerderij kent van oudsher een rijke geschiedenis. Door de jaren heen is de karakteristiek van de woonboerderij, zoveel mogelijk, behouden gebleven. Het bijgebouw heeft door renovatie helaas de historische karakteristiek verloren. De nieuwe woning, die ter vervanging van het bijgebouw wordt gerealiseerd, zal qua stijl en vorm aansluiten bij de karakteristiek van de woonboerderij.

Hierdoor wordt deze cultuurhistorische waarde ter plaatse behouden en versterkt. Ook zal het boscomplex aan de achterzijde van de woningen een kwaliteitsverbetering ondergaan. Het boscomplex is onderdeel van een oude maasmeander, met de ontwikkeling, wordt dit benadrukt door het terugbrengen van zichtlijnen en de karakteristiek van de oude maasmeander terug te laten komen.

Derhalve is er met onderhavig initiatief sprake van behoud en, waar mogelijk, versterking van de cultuurhistorische waarde ter plaatse.

Afbeelding 17 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant

Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 45 van 72 Ontwerp 21 december 2021

Mobiliteit en parkeren 5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen Het realiseren van één woning, zoals in onderhavig initiatief, heeft een beperkt effect op het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. In de huidige situatie is er sprake van één woning. Na het splitsen van het bestemmingsvlak zijn er twee woningen, hierdoor veranderd het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. Voor het bepalen van de nieuwe verkeersgeneratie is gebruikt gemaakt van de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parken en verkeersgeneratie’. Er is uitgegaan van de functie ‘Koop, huis, vrijstaand’ en het gebiedstype ‘buitengebied in niet stedelijke gebied’. Op basis van de kencijfers genereert één woning per etmaal minimaal 7,8 verkeersbewegingen en maximaal 8,6 verkeersbewegingen.

Uitgaande van een worstcase benadering geneert de nieuw te realiseren woning dagelijks 8,6 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 4,3 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereerd dus per saldo 2 verkeersbewegingen). De toename aan verkeersbewegingen is een toevoeging op de bestaande situatie, derhalve zijn er dagelijks 17,2 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,6 voertuigen. Het plangebied is ontsloten via de Hoekstraat. De Hoekstraat betreft een doodlopende straat die uitkomt op de Grotestraat. Conform het Mobiliteitsplan 2020 Oss zal deze weg de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen goed kunnen verwerken. Verkeer: ontsluitingswegen De ontsluiting van het plangebied vindt plaats middels het bestaande erf die tussen de bestaande woning en de beoogde woning is gelegen. Het erf is direct gelegen aan de Hoekstraat. Beide woningen worden ontsloten middels het bestaande erf. Het aantal verkeersbewegingen neemt toe met 8,6 verkeerswegingen (nieuwe situatie 17,2 minus oude situatie 8,6). Deze toename is op een weg als de Hoekstraat, een erftoegangsweg, type II welke geschikt is voor een intensiteit tot 4000 mvt/etmaal, verwaarloosbaar. De ontsluiting voldoet aan de normen van het Mobiliteitsplan 2020 Oss. 5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e9031fb1-218d-44fa-ba1e-635f18e8c45e