Toelichting+regels ontwerp-wijziging 6 BP Buitengebied Oss - 2020.PDF
Tekst van het document
WIJZIGINGSPLAN Wijziging 6 - BestemmingsplanBuitengebied Oss - 2020
Toelichting + regels
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 1 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Ontwerp
Toelichting
Gemeente Oss, 21 december 2021
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 2 van 72 Ontwerp 21 december 2021
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................ 6 Aanleiding en korte planbeschrijving ............................................................................................ 6 Plangebied .................................................................................................................................... 7 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ............................................................................................................. 10 Ontstaansgeschiedenis .............................................................................................................. 10 Bestaande situatie ...................................................................................................................... 12 Stedenbouwkundige karakteristiek ............................................................................................. 13 Functionele karakteristiek ...........................................................................................................
14 Groen en water ........................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ............................................................................................................. 15 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.......................................................................... 15 Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden ......................................................................................... 16 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 19 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 19 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 20 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 22 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 26 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ...........................................................................................................
33 Landschap .................................................................................................................................. 33 Natuur ......................................................................................................................................... 37 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 41 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 45 Water .......................................................................................................................................... 46 Defensie...................................................................................................................................... 48 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 48 Hoofdstuk 6 Toelichting op het wijzigingsplan ....................................................................................... 69 Algemeen....................................................................................................................................
69 Regels......................................................................................................................................... 69 Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 70 Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 71 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 71 Vooroverleg ................................................................................................................................ 71 Inspraak ...................................................................................................................................... 72 Zienswijzen ................................................................................................................................. 72
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 3 van 72 Ontwerp 21 december 2021
BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS Berekening Bijlage 2: Watertoets
SEPARATE BIJLAGEN:
LIR-berekening, MNP Advies (d.d. december 2021) Landschappelijk inpassingplan Hoekstraat ong. Huisseling (d.d. 12-10-2021 en 16-12-2021) Flora en Fauna inspectie, BNL Advies (kenmerk: 21122.QFF) Akoestische onderzoek wegverkeerslawaai, de Roever (kenmerk: 20210785.v01) Bodemonderzoek, Aeres milieu (kenmerk: AM21225) Omgevingsdialoogverslag (d.d. 18 augustus 2021) Brief ontwikkeling (d.d. 5 februari 2015, kenmerk: PVTH/SROL G 138560)
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 4 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 5 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Toelichting
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 6 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Hoofdstuk 1
Inleiding
Aanleiding en korte planbeschrijving Ten zuiden de kern van Ravenstein, ligt het dorp Huisseling. In het buitengebied tussen Ravenstein en Huisseling is de karakteristieke woonboerderij met bijgebouw van initiatiefnemers gelegen. De woonboerderij kent een rijke geschiedenis als hofstad (residentie van de vorst). Het bijgebouw is in 1860 renoveert waardoor de karakteristiek verloren is gegaan. Het ensemble waar de karakteristieke woonboerderij en het bijgebouw deel van uit maken staat bekend als “Hofstad de Gansheuvel”. De locatie waar de woonboerderij en het bijgebouw zijn gelegen is ruim van opzet en heeft een oppervlakte van circa 2,0 ha. De woonboerderij en het bijgebouw liggen aan het einde van de Hoekstraat en worden van elkaar gescheiden door een erf. Ten westen van de woonboerderij en het bijgebouw is een boscomplex gelegen welke in eigendom is van initiatiefnemers. Initiatiefnemers hebben jarenlang met veel plezier in de woonboerderij gewoond. Echter is de woonboerderij, met het oog op de toekomst, te groot geworden voor initiatiefnemers. Gezien de unieke locatie, te midden van het groen, willen initiatiefnemers graag op deze bijzondere plaats blijven wonen maar dan in een beter passende kleinere woning. Bij initiatiefnemers is daarom het idee ontstaan om op de plek van het bestaande bijgebouw een nieuwe kleinere woning te realiseren.
Per saldo is er dan sprake van twee solitaire woningen aan beide zijden van de Hoekstraat.
Afbeelding 1 Ligging plangebied ten opzichte van de kern Ravenstein (N) en de kern Huisseling (Z)
Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Oss - 2020”. De bestaande woning is hierin bestemd als ‘Wonen’, waarbij het bestemmingsvlak van de woning is gekoppeld aan het bestemmingsvlak van het bijgebouw welke is gelegen aan de overzijde van de weg. Het moet daarom gezien worden als één bestemmingsvlak. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. Een nieuwe woning ter vervanging van het bijgebouw is derhalve niet toegestaan. De overige gronden ter plaatse van het plangebied zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden - Landschap’.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 7 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Initiatiefnemers zijn voornemens beide woonvlakken van elkaar te splitsen zodat daarmee de mogelijkheid wordt gecreëerd om een nieuwe woning te realiseren. Het bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid (artikel 38.141) om dit juridisch-planologisch mogelijk te maken. Als tegenprestatie voor het realiseren van de nieuwe woning zal een bijdrage worden geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap door het aangrenzende boscomplex, thans in eigendom van de initiatiefnemers, ook als zodanig te bestemmen en de omliggende gronden landschappelijk in te passen. Het eigendom en beheer van het boscomplex zal daarbij worden overgedragen aan de gemeente zodat het boscomplex voor iedereen beleefbaar wordt. Deze toelichting is onderdeel van het wijzigingsplan dat bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. Dit wijzigingsplan toont aan dat voldaan wordt aan de voormelde wijzigingsbevoegdheid en een goede ruimtelijke ordening. Plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de kern Huisseling. Huisseling maakt onderdeel uit van de gemeente Oss en ligt in het oosten van deze gemeente. Direct aangrenzend ten noorden van het plangebied ligt de kern Ravenstein. Beide kernen worden met elkaar verbonden middels de Hongerveldstraat, Burgemeester van Wielstraat en de Gansheuvel. Het buitengebied tussen de beide kernen betreft een groene bufferzone.
Deze bufferzone betreft het gehele gebied tussen de kern Ravenstein en de kern Huisseling en vormt een groene verbinding tussen beide kernen. Kenmerkend voor de bufferzone is het groene karakter door boscomplexen en groen opgezette ruime woonpercelen omgeven door erfbeplanting. Onderhavig initiatief heeft betrekking op het bijgebouw thans behorende bij de woonboerderij met huisnummer 1 Het perceel waarop het bijgebouw ligt staat kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie D, nummer 2106 (ged.). Het perceel waarop de woonboerderij is gelegen staat kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie D, nummer 957. Het boscomplex staat kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie D, nummer 378 en 379.
Afbeelding 2 Luchtfoto plangebied en omgeving (perceel beoogde woning rood met in groen locatie nieuwe woning, boscomplex geel, perceel bestaande woning blauw)
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 8 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Het perceel waarop het bijgebouw is gelegen is daarnaast in gebruik als extensief weiland en thans beplant met diverse bomen en wordt begrensd door de bebouwde kom van Ravenstein (N/O), de Hoekstraat (Z) en een boscomplex (W). Geldende bestemmingsplannen Tot de inwerkingtreding van voorliggend wijzigingsplan Hoekstraat 1 Huisseling gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020 Parapluplan Geitenhouderijen – 2019
Datum vaststelling 16 april 2020 5 maart 2020
Na de inwerkingtreding van voorliggend wijzigingsplan blijven de geometrische planobjecten en de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' voor het overige onveranderd gelden. Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Oss - 2020”. De bestaande woning is hierin bestemd als ‘Wonen’, waarbij het bestemmingsvlak van de woning is gekoppeld aan het bestemmingsvlak van het bijgebouw welke is gelegen aan de overzijde van de weg. Het moet daarom gezien worden als één bestemmingsvlak. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. Een nieuwe woning ter plaatse van het bijgebouw is derhalve niet toegestaan. De omliggende gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Deze gronden zijn bestemd voor diverse doeleinden waaronder o.a. een agrarisch bedrijf en extensieve dagrecreatie maar ook voor de ontwikkeling, het behoud en het herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, waarvan hier geen sprake is.
Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Oss” (plangebied rood)
Voor het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding ‘Overige zone - bebouwingsconcentratie’, ‘Overige zone – beperking veehouderij’ en ‘Overige zone – oeverwal’.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 9 van 72 Ontwerp 21 december 2021
De gronden welke gelegen zijn ten oosten van de watergang zijn tevens voorzien van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3’ en ‘overige zone - bebouwingsconcentratie’. De gronden ten westen van de watergang geldt de dubbelbestemming ‘overige zone – stads- en dorpsranden’. Voor een groot deel van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’. Wijzigingsvoorwaarden Voor de gronden welke gelegen zijn in de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3’ is in artikel 38.141 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van de gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding in de bestemming ‘Wonen’, dan wel binnen de bestemming ‘Wonen’ een (andere) aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ op te nemen dan wel een bestemmingsvlak ‘Wonen’ te splitsen in meerdere bestemmingsvlakken voor de realisatie van nieuwe woningen met erf en tuin, anders dan als omzetting van uitsluitend bedrijfswoning in een burgerwoning.
Hierin wordt beschreven: Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Wetgevingszone – wijzigingsgebied 3’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ dan wel binnen de bestemming ‘Wonen’ een (andere) aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’ op te nemen dan wel een bestemmingsvlak ‘Wonen’ te splitsen in meerder bestemmingsvlakken ‘Wonen’, voor de realisering van nieuwe woningen met erf en tuin, anders dan als omzetting van uitsluitend een bedrijfswoning in burgerwoning mits: a. De wijziging betrekking heeft op gronden binnen de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden Landschap’, ‘Agrarisch met waarden – Landschap en natuur’, ‘Wonen’ of ‘Bedrijf’; b. De eventuele voorkomende agrarische of andere (bedrijfs)activiteiten blijvend worden gestaakt; c. Er geen sprake is van milieuhygiënische bezwaren; d. Alle voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die zijn aangeduid met ‘cultuurhistorische waarden’; e.
Het aantal te realiseren woningen en/of de economische opbrengst van de woningbouw in een redelijke verhouding staat tot de waarde van het te saneren (agrarische) bedrijf en/of een eventuele landschappelijke en/of cultuurhistorische tegenprestatie, daaronder begrepen natuurontwikkeling; hierbij geldt dat de hoogte van deze tegenprestatie per woning minimaal gelijk moet zijn aan de waarde van een ruimte-voor-ruimterecht; f. Er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Interm Omgevingsverordening Noord-Brabant; g. Het bestemmingsvlak goed en zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast met inheemse beplanting; h. De inhoud van de woningen niet meer bedraagt dan 750 m³; i. Voor het overige voor de bouw- en gebruiksregels wordt aangesloten bij de regels zoals die van toepassing zijn ingevolge de bestemming ‘Wonen’, met dien verstande dat de daarvoor opgenomen afwijkingen rechtstreeks in de wijziging kunnen worden meegenomen; j. De toename van het aantal woningen in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid; k. De stedenbouwkundige/architectonische inpasbaarheid is aangetoond en er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een inrichtingsplan; l. Is bezien of een ruimte-voor-ruimteontwikkeling deel kan uitmaken van de kwaliteitsverbetering. Aan deze voorwaarden wordt voldaan (zie toetsing paragraaf 3.2).
Door middel van onderhavig wijzigingsplan worden de huidige bestemmingsvlakken van elkaar gesplitst (verwijderen koppelingsteken) en wordt het huidige bestemmingsvlak met het bijgebouw vergroot tot een oppervlakte van 1.500 m² (huidig circa 435 m²). Hierbij blijft de huidige woning zoals bestaand aanwezig en bestemd behouden, maar wordt de mogelijkheid gecreëerd om op het bestemmingsvlak met het huidige bijgebouw een nieuwe woning te realiseren, welke voldoet aan de woonwensen van initiatiefnemers. Om de noodzakelijke kwaliteitsverbetering die gepaard gaat met dit initiatief te waarborgen wordt de agrarische bestemming van de compensatiegronden (het boscomplex) gewijzigd in de bestemming ‘Natuur’, daarnaast worden omliggende agrarische percelen voorzien van een landschappelijke inpassing.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 10 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis De ontwikkeling van het gebied rondom Huisseling is in sterke mate bepaald door de rivier de Maas en de rivieren die hier voorheen stroomden. De rivieren zetten materiaal af (zand, lichte en zware klei). Bij overstromingen is de stroomsnelheid dicht bij de feitelijke rivier hoger dan verder van de rivier vandaan, hierdoor bezinken de grotere deeltjes (zand en lichte klei) dicht bij de rivier en de kleinere deeltjes (zware klei) op grotere afstand van de rivier. Hierdoor ontstonden parallel aan de rivier hoger gelegen rivierklei/zandgronden, ook bekend als stroomruggen of oeverwallen. Verder van de rivier af ontstonden lager gelegen, zwaardere komgronden. Huisseling is ontstaan op een dergelijke oeverwal aan een oude nevengeul van de Maas. Huisseling is zowel een dijkdorp als een donkdorp, waarbij de kenmerken van een dijkdorp overheersen. De bebouwde kom van Huisseling is ontstaan als lintbebouwing aan de wegen Woordstraat, Burgemeester Van de Wielstraat, Grotestraat en Hongerveldstraat. Van oudsher was de Hoekstraat een zijtak van de Grotestraat ter hoogte van een watergang (nr. 1042210). De Hoekstraat liep parallel met deze watergang in noordelijke richting en maakte een haakse hoek ter hoogte van het plangebied om daarna weer af te buigen naar de Grotestraat.
Het gedeelte van de Hoekstraat dat parallel liep met de watergang was vroeger een rivierarm, tegenwoordig maakt het onderdeel uit van het boscomplex. Derhalve eindigt de huidige Hoekstraat ter plaatse van de huidige woning.
Afbeelding 5 Plangebied omstreeks 1925
Afbeelding 5 Plangebied omstreeks 2000
Geschiedenis woonboerderij en bijgebouw De kern Huisseling staat bekend om zijn oude boerderijen die het beeld van het dorp bepalen. Van de 45 boerderijen zijn er nog 24 boerderijen in (bijna) originele staat bewaard gebleven. Kenmerkend voor Huisselingse boerderijen zijn de ‘uilengat’ en ‘oogvormige’ raampjes in de achterdeuren. Op de hoek van de Grotestraat met de Hoekstraat stond tot enkele decennia terug de oudste boerderij van Huisseling. Deze is inmiddels gesloopt vanwege de slechte bouwkundige staat. De betreffende woonboerderij maakt eveneens onderdeel uit van deze rijke geschiedenis. Echter niet als boerderij maar als hofstad (residentie van de vorst). De boerderij stond vroeger bekend als “Hofstad de Gansheuvel”. De oudste datering stamt uit 1477. In 1738 werd de Hofstad beschreven als “op den Gansheuvel” bestaande uit een huis, schuur, erf boomgaard en bouwland.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 11 van 72 Ontwerp 21 december 2021
In 1860 werd het oorspronkelijk karakteristieke bijgebouw verbouwd tot een schuur. Deze schuur werd volgens moderne bouwtechnieken gerenoveerd waardoor de karakteristiek en historie volledig verloren is gegaan. De karakteristiek van de woonboerderij is echter al die jaren behouden gebleven. Ondanks deze rijke geschiedenis zijn de woonboerderij noch het bijgebouw niet aangemerkt als zijnde ‘karakteristiek’ door de gemeente Oss.
Afbeelding 6 Hofstad en boerderij voor 1860
Afbeelding 7 Boerderij en bijgebouw anno 2021 (huidige situatie), bijgebouw duidelijk aangepast
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 12 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Hoekstraat, in het buitengebied van Huisseling. De Hoekstraat ligt ten noorden van de bebouwde kom en ten zuiden van de bebouwde kom van Ravenstein. De locatie bestaat thans uit een woning met bijgebouw welke ruimtelijke van elkaar gescheiden worden door de Hoekstraat. Huisseling ligt ingeklemd tussen de Dorpenweg, de snelweg A50 en de kern van Ravenstein. Huisseling wordt gescheiden van Ravenstein door een bufferzone. Het plangebied is gelegen in deze zogenoemde bufferzone. Deze bufferzone heeft een groen en landelijk karakter. Het plangebied is gelegen aan de Hoekstraat. De Hoekstraat bestaat thans uit twee delen welke gescheiden worden door de Gansheuvel. Beide delen van de Hoekstraat hebben een landelijk karakter. Het deel van de Hoekstraat waaraan het plangebied is gelegen is doodlopend. Het andere deel van de Hoekstraat ligt ingeklemd tussen de Gansheuvel en de Grotestraat, hieraan is één woning gelegen.
Afbeelding 9 Hoekstraat met zicht op bestaande woning (nr. 1)
Afbeelding 8 Hoekstraat zuidelijke deel
Het plangebied kent een groen karakter. Zowel het perceel waarop het bijgebouw staat als het perceel waarop de bestaande woning is gelegen zijn ruim opgezet en voorzien van groene aanplant. Ten westen van de woning is een boscomplex gelegen, welke in bezit is van de initiatiefnemers. Het behoort daarbij tot het totale ensemble.
Afbeelding 10 Luchtfoto perceel bijgebouw
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 13 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Stedenbouwkundige karakteristiek Het plangebied ligt in het overgangsgebied tussen de kernen Huisseling en Ravenstein. Binnen dit overgangsgebied overheerst het groene karakter door boscomplexen en groen opgezette woonpercelen. De overgang van de kern Ravenstein naar het buitengebied is hard. Direct grenzend aan het weiland, welke deel uit maakt van het plangebied, zijn de tuinen van de woonwijken gelegen. De bebouwde kom van Huisseling kenmerkt zich door de kleinschaligheid en opmerkelijke opbouw. Het dorp ligt grotendeels op een oude oeverwal aan een oude nevengeul, op een kruispunt van wegen rondom de kerk. De Burgemeester Van de Wielstraat en de Hamstraat liggen parallel aan de oude nevengeul. De Woordstraat ligt er loodrecht op. Deze opbouw is kenmerkend voor een dijkdorp. In de huidige situatie is het perceel thans bebouwd met één woning en een bijgebouw op een groot landelijk perceel. De woonboerderij en het bijgebouw liggen aan het einde van de Hoekstraat en worden van elkaar gescheiden door een erf, de doodlopende feitelijke Hoekstraat.
Afbeelding 11 Bestaande situatie (rood woning nr.1, blauw huidig bijgebouw)
De landschappelijke structuren van het buitengebied rondom de bebouwing zijn typerend voor het oeverwallenlandschap. De kleinschalige verkaveling is op het reliëf gebaseerd en naar de oude rivierarm georiënteerd. Veel van de structurele landschappelijke elementen, zoals historische boerderijen en bijgebouwen rondom erven, zijn verdwenen. Het plangebied betreft een dergelijke bebouwing rondom een erf, echter is de woonboerderij en het bijgebouw niet aangeduid als historische element in de omgeving. Het buitengebied ligt op een oeverwal en wordt van de kern Huisseling gescheiden door een oude rivierarm. De rivierarm loopt niet meer volledig door, door de groei van de kern Ravenstein, maar is nog steeds goed zichtbaar als landschapselement. Deze oude rivierarm maakt nu grotendeels onderdeel uit van een boscomplex waaraan het plangebied grenst.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 14 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Kern Ravenstein
Oude rivierarm
Plangebied
Kern Huisseling
Afbeelding 12 Omgeving plangebied
Functionele karakteristiek Huisseling kent van oorsprong een agrarisch karakter. In de loop der jaren is dit agrarisch karakter volledig ‘verkleurd’ naar wonen. In de kern van Huisseling is slechts nog één agrarisch bedrijf gevestigd, voor de rest bestaat de kern uit woningen. Het open gebied, de bufferzone, tussen de kern Ravenstein en de kern Huisseling, bestaat overwegend uit burgerwoningen omgeven door agrarische gronden in gebruik als akkers en weilanden. Binnen de bufferzone zijn vrijwel geen agrarische bedrijven meer gevestigd.
Groen en water Direct grenzend ten westen van het plangebied stroomt een primaire watergang (nr. 1042200) van het waterschap. Op de watergang is de Keur van het waterschap van toepassing. Met onderhavig initiatief wordt ter plaatse van het plangebied groen en water toegevoegd. Voor de inpassing van het groen en water is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin zal de uitstraling van de percelen worden gewaarborgd. Voor een nadere uitwerking van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 15 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Het uitgangspunt van dit wijzigingsplan is het mogelijk maken van de realisatie van een nieuwe woning ter vervanging van een bestaand bijgebouw ter plaatse van de Hoekstraat 1 Het reeds bestaande bijgebouw behoord bij de karakteristieke woonboerderij aan de overzijde van de weg. De woonboerderij en het bijgebouw worden van elkaar gescheiden door een erf c.q. de Hoekstraat. De locatie waar de woonboerderij en het bijgebouw zijn gelegen is ruim van opzet en heeft een totaal oppervlakte van circa 2,0 ha. De woonboerderij kent een rijke geschiedenis en karakteristiek. Deze karakteristiek is al die jaren behouden gebleven en nu nog duidelijk zichtbaar. Van oudsher kende ook het bijgebouw eveneens een rijke karakteristiek en deed deze samen met de woonboerderij dienst als hofstad. In 1860 heeft het bijgebouw een renovatie ondergaan, hierbij zijn de karakteristieke elementen van het bijgebouw verloren gegaan door het toepassen van moderne bouwtechnieken gerenoveerd. Derhalve is de karakteristiek en historie van het bijgebouw helaas volledig verloren is gegaan. Initiatiefnemers zijn thans woonachtig in de woonboerderij. Met het oog op de toekomst is de woonboerderij te groot geworden en voldoet deze niet meer aan de huidige woonwensen en eisen. Derhalve staat de woonboerderij sinds enkele maanden te koop.
Het bijgebouw is echter uitgesloten van deze verkoop. Gezien de unieke locatie te midden van het groen willen initiatiefnemers graag op deze plaats blijven wonen maar dan in een beter passende kleinere woning. Het idee is dan ook ontstaan om een nieuwe kleinere woning te realiseren op het perceel en wel ter plaatse van het bijgebouw. Hierdoor worden de woonmogelijkheden op deze unieke locatie verdubbeld, de woonwensen van initiatiefnemers vervult en komt een unieke ruime eengezinswoning vrij nabij de kern. De nieuwe woning wordt in dezelfde richting als de thans bestaande schuur gerealiseerd. Hierbij blijft de historische context van dit ensemble ook na nieuwbouw behouden. Gezien de rijke geschiedenis van de bestaande woonboerderij en de omgeving zal de uitstraling en vormgeving van de nieuwe woning aansluiten bij de karakteristiek van de woonboerderij. Hiermee wordt er eenheid en rust gecreëerd op het erf. Door het verder van de weg positioneren van de nieuwe woning hebben beide woningen veel privacy op deze unieke, groene locatie. Tegenprestatie Conform het beleid dient er een kwaliteitsverbetering als tegenprestatie voor het oprichten van de nieuwe woning plaats te vinden. De waarde van deze kwaliteitsverbetering dient tenminste de waarde van een Ruimte-voor-Ruimterecht te bedragen.
Deze kwaliteitsverbetering kan plaats vinden in de vorm van sanering van bebouwing en/of landschappelijke en/of cultuurhistorische inpassing. Initiatiefnemers zijn voornemens om het, thans in eigendom zijnde, boscomplex ten westen van de woning, ook als zodanig te bestemmen. Derhalve krijgt het boscomplex de bestemming ‘Natuur’. Het behoud van het boscomplex wordt daarmee planologisch gewaarborgd. Om deze landschappelijke kwaliteitsverbetering planologisch te borgen is er een Landschaps investerings berekening (bijlage 2) gemaakt. Het boscomplex wordt daarmee eigendom van de gemeente en derhalve publiek toegankelijk. Met het herinrichten van het boscomplex worden de natuurkundige waarden behouden en waar mogelijk versterkt. Het versterken van het boscomplex heeft dan ook een grote meerwaarde voor het behoud en tevens het versterken van de bufferzone waarin het plangebied is gelegen. Daarnaast worden de omliggende agrarische gronden voorzien van een gedegen landschappelijke inpassing. Voor nadere uitwerking van de landschappelijke kwaliteitsverbetering wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 16 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden De reeds voor wonen bestemde bouwvlakken dienen in het kader van onderhavig initiatief van elkaar gesplitst te worden waardoor op beide bouwvlakken een woning toegestaan is. Daarnaast dient het naastgelegen voor ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ bestemd perceel te worden gewijzigd in de bestemming ‘Natuur’ ten behoeve van natuurontwikkeling. Het perceel zal overgedragen worden aan de gemeente ten behoeve van onderhavige ontwikkeling. Het vigerende bestemmingsplan biedt voor zowel het splitsen van de bestemming ‘’Wonen’ alsmede voor het wijzigingen naar de bestemming ‘Natuur’ een wijzigingsbevoegdheid. Beide wijzigingsbevoegdheden worden hieronder getoetst. Splitsen van het bouwvlak In het vigerende bestemmingsplan is in artikel 38.141 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van de gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3’ in de bestemming ‘Wonen’, dan wel binnen de bestemming ‘Wonen’ een (andere) aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ op te nemen dan wel een bestemmingsvlak ‘Wonen’ te splitsen in meerdere bestemmingsvlakken voor de realisatie van nieuwe woningen met erf en tuin, anders dan als omzetting van uitsluitend bedrijfswoning in een burgerwoning. Hierin wordt beschreven: a.
De wijziging betrekking heeft op gronden binnen de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden Landschap’, ‘Agrarisch met waarden – Landschap en natuur’, ‘Wonen’ of ‘Bedrijf’; b. De eventuele voorkomende agrarische of andere (bedrijfs) activiteiten blijvend worden gestaakt; c. Er geen sprake is van milieuhygiënische bezwaren; d. Alle voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die zijn aangeduid met ‘cultuurhistorische waarden’; e. Het aantal te realiseren woningen en/of de economische opbrengst van de woningbouw in een redelijke verhouding staat tot de waarde van het te saneren (agrarische) bedrijf en/of een eventuele landschappelijke en/of cultuurhistorische tegenprestatie, daaronder begrepen natuurontwikkeling; hierbij geldt dat de hoogte van deze tegenprestatie per woning minimaal gelijk moet zijn aan de waarde van een ruimte-voor-ruimterecht; f. Er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Interm Omgevingsverordening Noord-Brabant; g. Het bestemmingsvlak goed en zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast met inheemse beplanting; h. De inhoud van de woningen niet meer bedraagt dan 750 m³; i.
Voor het overige voor de bouw- en gebruiksregels wordt aangesloten bij de regels zoals die van toepassing zijn ingevolge de bestemming ‘Wonen’, met dien verstande dat de daarvoor opgenomen afwijkingen rechtstreeks in de wijziging kunnen worden meegenomen; j. De toename van het aantal woningen in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid; k. De stedenbouwkundige/architectonische inpasbaarheid is aangetoond en er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een inrichtingsplan; l. Is bezien of een ruimte-voor-ruimteontwikkeling deel kan uitmaken van de kwaliteitsverbetering. In onderstaande motivering wordt getoetst aan deze voorwaarden. Ad. a. De gronden waarop dit wijzigingsplan betrekking heeft zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ en/of de bestemming ‘Wonen’. Ad. b. In zowel huidige als toekomstige situatie is er geen sprake van agrarische of andere (bedrijfs) activiteiten ter plaatse. Derhalve is deze voorwaarde niet van toepassing. Ad. c. Er is geen sprake van milieuhygiënische bezwaren ten aanzien van de realisatie van de nieuwe woning. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Ad. d. Ter plaatse van het plangebied is sprake van één voormalig bedrijfsgebouw, zijnde de schuur waar onderhavige ontwikkeling betrekking op heeft.
Dit bijgebouw is niet voorzien van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarde’. In het kader van onderhavige ontwikkeling wordt dit
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 17 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Ad. e.
Ad. f. Ad. g.
Ad. h. Ad. i.
Ad. j.
Ad. k.
Ad. l.
bijgebouw gesloopt en wordt ter plaatse een nieuwe woning gerealiseerd. Derhalve wordt er voldaan aan deze voorwaarden. Als tegenprestatie voor het realiseren van de nieuwe woning wordt een kwaliteitsverbetering gerealiseerd welke qua kosten gelijk staat aan de kosten van één Ruimte-voor-Ruimterecht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Interm omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.3.3. Ten behoeve van de realisatie van de nieuwe woning wordt het plangebied voorzien van een gedegen landschappelijke inpassing met inheemse beplanting. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3. Conform de bestemmingsplanregels zal de inhoud van de nieuwe woning maximaal 750 m³ bedragen. Voor de overige bouw- en gebruiksregels wordt aangesloten bij de regels zoals deze van toepassing zijn voor de bestemming ‘Wonen’ conform het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Oss - 2020” Conform het gemeentelijk beleid is er in ‘landelijk gebied’ ruimte voor kleinschalige toevoegingen, die een aanvulling vormen op de aanwezige woningvoorraad en aansluiten op de behoefte of herontwikkeling van bestaande bebouwing.
Onderhavig initiatief voorziet een het toevoegen van één woning die voorziet in ‘eigen’ woonbehoefte en een aanvulling is op de aanwezige woningvoorraad. Derhalve is het initiatief in overeenstemming met het gemeentelijke beleid. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.4.2 en 4.4.3. Ten behoeve van de realisatie van de nieuwe woning wordt het perceel voorzien van een gedegen landschappelijke inpassing met inheemse beplanting. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3. Als tegenprestatie voor het realiseren van de nieuwe woning wordt een kwaliteitsverbetering gerealiseerd welke qua kosten gelijk staat aan de kosten van een Ruimte-voor-Ruimterecht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3.
Derhalve wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden. Wijzigen in de bestemming ‘Natuur’ In het vigerende bestemmingsplan is in artikel 40.18 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de agrarische percelen te wijzigingen naar de bestemming ‘Natuur’ voor natuurontwikkeling, mits voldaan wordt aan de voorwaarden: a. Wijziging vindt niet plaats op gronden binnen de zone ‘overige zone - komgebied’; b. De belangen van omliggende, al dan niet agrarische, bedrijven en aangrenzende percelen worden niet onevenredig aangetast; c. Er is sprake van vrijwilligheid van de grondeigenaren; d. Er dient te zijn zeker gesteld dat de inrichting van de nieuwe natuur passend is gelet op de waarden die de betreffende zone beschermt. In onderstaande motivering wordt getoetst aan deze voorwaarden. Ad. a. Het plangebied is niet gelegen binnen de zone ‘overige zone - komgebied’. Derhalve kan worden voldaan aan deze voorwaarden. Ad. b. Alle aangrenzende percelen betreffen ofwel eveneens voor ‘Natuur’ bestemde percelen of tuinen van woningen. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving van het betreffende perceel weinig tot geen bedrijven. Derhalve worden met de wijziging van ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ naar de bestemming ‘Natuur’ geen belangen van omliggende, al dan niet agrarische, bedrijven en aangrenzende percelen onevenredig aangetast.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 18 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Ad. c. Grondeigenaren zijn in een vroeg stadium in gesprek gegaan met de gemeente over het overdragen van het eigendom van het betreffende perceel. De grondeigenaren hebben samen met de gemeente afspraken gemaakt betreffende de overdacht van het perceel. Ad. d. In het kader van de totale ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Met het opstellen van dit inpassingsplan is zeker gesteld dat de nieuwe natuur passend is gelet op de waarde van de betreffende zone (oeverwal). Voor een nadere uitwerking van het landschappelijk inpassingsplan wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er voldaan wordt aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 19 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Hoofdstuk 4
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader 4.1.1 Wet ruimtelijke ordening Op 1 juli 2018 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. 4.1.2 Grondexploitatiewet Tegelijk met de Wet ruimtelijke ordening is de nieuwe Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden.
De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatieeisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2.
De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 20 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Doorwerking plangebied Dit wijzigingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedures als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemers. Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijk meerkosten voor gemeente én initiatiefnemers tot gevolg heeft. Rijksbeleid 4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn:
Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zo inrichten wordt dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat de functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; De overgang naar een circulaire economie, waarbij er teven een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het havenen industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden. Zo worden de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland gebruikt. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Doorwerking plangebied Gezien de kleinschaligheid van het initiatief, in relatie tot Rijksniveau, zijn geen nationale belangen uit de NOVI in het geding. 4.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 21 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro.
Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Geconcludeerd kan worden dat het Barro niet van toepassing is op onderhavig plan. 4.2.3 Besluit ruimtelijke ordening en “Ladder voor duurzame verstedelijking” Vanaf 1 oktober 2012 is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). Gemeenten moeten plannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving.
Per 1 juli 2017 is de Ladder vereenvoudigd, en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Doorwerking plangebied Gelet op de kleinschaligheid van het initiatief volgt uit de jurisprudentie dat het initiatief niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling en dat daarvoor de ladder niet van toepassing is. Waar de grens precies ligt hangt af van de omstandigheden van het geval. Een plan van 8 woningen vindt de Afdeling bestuursrechtspraak bijvoorbeeld kleinschalig (ABRvS, 24 december 2014, 201405237/1/R2), maar een plan met 14 woningen is dit niet meer (ABRvS 9 april 2014, 201307658/1/R4). Voor de 'grensbepaling' is
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 22 van 72 Ontwerp 21 december 2021
uiteindelijk aansluiting gezocht bij de minimumnorm van twaalf woningen uit de Crisis- en herstelwet. Hier voldoet het initiatief voor de realisatie van één woning ruimschoots aan. Provinciaal beleid 4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen.
De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Doorwerking plangebied In dit plan wordt de huidige woonlocatie gesplitst waardoor er twee solitaire bestemmingsvlakken ontstaan en er derhalve een nieuwe woning kan worden opgericht ter plaatse van, het te slopen, bijgebouw. Het oprichten van één nieuwe woning past binnen de visie van Noord-Brabant omdat het, als is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave. 4.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld.
Belangrijke beleidswijzigingen ten opzichte van de structuurvisie van 2010 hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. Deze structuurvisie blijft gelden tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 23 van 72 Ontwerp 21 december 2021
De structuurvisie is een schakel tussen de structuurvisies van Rijk en gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening. De structuurvisie geeft helderheid over de ruimtelijke belangen en doelen van de provincie en de wijze waarop zij haar instrumentarium inzet. De provincie kiest met de structuurvisie voor een duurzame ontwikkeling, waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en de identiteit, aan het vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant. De visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, uit een multifunctioneel landelijk gebied waar functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen, en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied, met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden. Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden.
De groenblauwe structuur Het landelijk gebied De stedelijke structuur De infrastructuur Onderhavig plangebied is gelegen binnen het landelijk gebied en daarbij specifiek in het perspectief gemengd landelijk gebied. Daarnaast is het plangebied aangeduid als zoekgebied verstedelijking. De provincie beschouwt dit gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is.
Afbeelding 13 Uitsnede structurenkaart plangebied rood
In de gemengde plattelandseconomie is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten, maar ook als zelfstandige
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 24 van 72 Ontwerp 21 december 2021
functie, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de groenblauwe structuur is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Doorwerking plangebied Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties. Met onderhavig initiatief wordt een het mogelijk gemaakt om ter plaatse van een reeds bestaand bijgebouw één nieuwe woning te realiseren. De grond waarop deze woning is beoogd is reeds voorzien van een woonbestemming in relatie met de woning aan de overzijde van de Hoekstraat. Derhalve mag er binnen het plangebied al gewoond worden.
Onderhavig initiatief is daarmee in overeenstemming met het de structuurvisie Ruimtelijke Ordening. 4.3.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.
Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat volgends de Intern omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘landelijk gebied – gemengd landelijk gebied’ heeft met de nadere toelichting: ‘Verstedelijking afweegbaar’. In eerste instantie is de relatie van een woning binnen het landelijke gebied niet toegestaan. Echter in gebieden waarbij ‘verstedelijking afweegbaar’ is het realiseren van een woning onder voorwaarden mogelijk. In Artikel 3.78 Kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties is opgenomen dat:
Wijziging 6 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 25 van 72 Ontwerp 21 december 2021
Lid 1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Verstedelijking afweegbaar kan voorzien in de nieuwvestiging van één of meer woningen als uit de ontwikkelingsvisie blijkt dat: a. De woningen worden opgericht binnen een bebouwingsconcentratie; b. Er geen sprake is van een aanzet van een stedelijke ontwikkeling; c. De nieuwvestiging: 1. Bijdraagt aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit van de bebouwingsconcentratie; 2. Gepaard gaat met een fysieke tegenprestatie die in evenredige verhouding staat tot ontwikkeling van de woningen; 3. Is bezien of een ruimte voor ruimte ontwikkeling deel kan uitmaken van de kwaliteitsverbetering; Lid 2. Er is sprake van een evenredige verhouding als de fysieke tegenprestatie vergelijkbaar is met de regeling ruimte voor ruimte, bedoeld in artikel 3.80; Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het toevoegen van een woning ter vervanging van het reeds bestaand bijgebouw behorende bij de woning Hoekstraat 1. Conform het vigerende bestemmingsplan is de beoogde locatie aangeduid als ‘overige zone - bebouwingsconcentratie’, derhalve is er sprake van het toevoegen van een woning binnen een bebouwingsconcentratie. Conform het gestelde in artikel 3.80 is wordt er geenszins een aanzet geleverd tot een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er wordt slecht één woning toegevoegd in het kader van onderhavig initiatief.
Tevens draagt de ontwikkeling bij aan het behoud en de ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, door het toevoegen van een woning op deze locatie wordt leegstand tegen gegaan en wordt een nieuwe woongelegenheid op een unieke locatie geboden. Als tegenprestatie zal het aangrenzende agrarische perceel herbestemd worden naar een natuurbestemming en daarbij zal eveneens landschappelijke inpassing worden gerealiseerd. Deze tegenprestatie heeft ten minste een waarde van één ruimte-voor-ruimterecht, zoals in samenspraak met de gemeente is overlegd. De hoogte van deze tegenprestatie is vastgelegd in een LIR berekening. Voor een nadere toelichting van de LIR berekening wordt verwezen naar paragraaf 5.1.3. In Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap is het volgende opgenomen: Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. Dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. De afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3.
Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. De op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. Het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. Het wegnemen van verharding; e. Het slopen van bebouwing; f. De realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. Het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Doorwerking plangebied In artikel 3.9 lid 3 is opgenomen dat een verbetering van de landschappelijke kwaliteit het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van het landschapscultuur kan omvatten. Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van een nieuwe woning. Ter