Toelichting BP zwaluwstraat spoorlaan
Tekst van het document
Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het stedelijk gebied weer. Uit het overzicht blijkt dat deze woningen qua omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het stedelijk gebied. bandbreedte opgave woningvoorraad prognose periode 2020 2023 t/m 2032 4229 2033 t/m 2039 1695 Totaal 2022 t/m 2039 5.924 * inventarisatie augustus 2023
stedelijk gebied concrete model Oss capaciteit* 4724 4489 1875 0 6.599 4.489
Ook in kwalitatieve zin voldoen de nieuwe woningen aan de behoefte In de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss is een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm, woonmilieus en prijssegmenten2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Gezien de verwachte bevolkingsontwikkeling wordt er een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel appartementen of levensloopbestendige woningen. Belangrijk is ook de betaalbaarheid van wonen, met een blijvende behoefte aan betaalbare woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur. 2
De prijssegmenten 2023 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur > liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 240.000; koop middelduur, > € 240.000 < €405.000, koop duur > € 405.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens, de NHG grens en de consumentenprijsindex en zullen daarom per jaar meebewegen met deze landelijke standaarden.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 32 van 85 juni 2024
Dit is onder andere het gevolg van de sterk gestegen woningprijzen, de beperkte toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. In onderstaande figuren is de indicatieve behoefte voor het stedelijk gebied weergegeven. Het programma voor de Spoorlaan-Zwaluwstraat, met 268 woningen in diverse woningtypen, past binnen deze behoefte. Opgave tot 2040 versus capaciteit stedelijk gebied 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 sociale huur
vrije sector huur goedkope koop middeldure koop
prognose 2020
model Oss
dure koop
concrete capaciteit*
Totaal, stedelijk gebied appartementen -grondgebonden 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 prognose 2020
model Oss
appart./levensloopbestendig
concrete capaciteit* Grondgebonden
Duidelijk is dat het voorliggende plan in belangrijke mate voorziet in de behoefte aan woningen en appartementen in de sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Ook na realisering van dit plan blijven nog tekorten in deze segmenten. De conclusie is dan ook dat de beoogde woningen in de Vogelbuurt aansluiten bij de behoefte aan toekomstbestendige en duurzame woonmilieus in het stedelijk gebied Oss/Berghem. En daarmee voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijkingen aansluit bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 33 van 85 juni 2024
4.4.4
Welstandsbeleid
Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht. Aan de noordzijde, net buiten het plangebied, ligt een gemeentelijk monument: Leeuwerikstraat 2, schoolgebouw uit 1954. Dit monument is echter niet opgenomen in de welstandsnota 2020, waardoor er ook geen sprake is van een mogelijke ligging binnen het invloedsgebied monument van 25 meter met bijbehorende welstandstoets.
Voor het plan wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bouwplannen voor nieuwe bebouwing zal worden getoetst. De lanen en de typische architectuur van de Schadewijk (rode bakstenen, oranje pannendaken en elementen uit de Delftse School) komen op speelse wijze terug in het ontwerp. 4.4.5
Beleid aan huis gebonden activiteiten
Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels.
Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m².
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 34 van 85 juni 2024
Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m², andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 35 van 85 juni 2024
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
5.1
Landschap
5.1.1
Nota Landschapsbeleid
Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.
Doorwerking plangebied In onderstaande afbeelding is weergegeven dat het plangebied zich niet binnen een landschappelijk deelgebied zoals opgenomen in het Landschapsbeleid bevindt. Het plangebied bevindt zich wel zeer nabij dekzandruggen. Dit zijn hoger gelegen zandige afzettingen. Van oorsprong zijn deze gebieden begroeid met bos. De dekzandrug in de gemeente Oss is onder te verdelen in een gebied dat voor een groot deel bosbouwkundig in gebruik is (het stuifduinen- en boscomplex) en een deel dat agrarisch in gebruik is genomen (de kamp- en heideontginningen).Onderhavige ontwikkeling zal geen afbreuk doen aan de bestaande waarden van dit landschap.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 36 van 85 juni 2024
Figuur 5.1 Uitsnede Landschapsbeleid (plangebied rood omcirkeld)
5.2
Natuur
5.2.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2
Groen en natuur/biodiversiteit
Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 37 van 85 juni 2024
De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”.
In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. De laatste actuele lijst van de bijzondere bomen is te vinden op www.oss.nl/bijzondereboom. Binnen het projectgebied of in de directe omgeving hiervan zijn geen bomen gelegen die zijn opgenomen op de kaart met bijzonder waardevolle bomen. Tussen de Spoorlaan en de spoorlijn zijn 4 bomen opgenomen op de kaart met bijzonder waardevolle bomen. Deze bomen worden niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Verderop in deze paragraaf wordt ingegaan op de uitgevoerde boom effect analyse. 5.2.3
Natuurtoets
Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 38 van 85 juni 2024
Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.2.3.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. Toets wettelijke gebiedsbescherming Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied van het projectgebied is “Rijntakken” is op circa 12,0 kilometer afstand gelegen. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof.
Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de sloop van bebouwing en de bouw van woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. Door BRO is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de gebruiksfase en de aanlegfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Toets gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’.
Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 39 van 85 juni 2024
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 1.500 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 5.2.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Ecologisch onderzoek fase 1 Uit het ecologisch onderzoek voor fase 1 (Zwaluwstraat en Spoorlaan), dat door Econsultancy is uitgevoerd, blijkt dat bij de voorgenomen werkzaamheden in totaal vijf nestgelegenheid van de huismus en twee paarverblijfplaatsen en mogelijk milde winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis worden verstoord en vernietigd. Hiervoor is een ontheffing verkregen (kenmerk: Z/121291 d.d. 22 december 2020) en het ecologisch werkprotocol (opgenomen als bijlage) is uitgevoerd.
De woningen fase 1 aan de Zwaluwstraat en Spoorlaan zijn inmiddels gesloopt. Quickscan flora en fauna fase 2 Door Econsultancy is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor fase 2. Het gehele onderzoek is opgenomen in de bijlage. Op basis van de quickscan dient voor uitvoering van de sloopwerkzaamheden van de bebouwing middels aanvullend onderzoek duidelijkheid te zijn verkregen omtrent de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter alsmede nestlocaties van huismus en gierzwaluw in de te slopen bebouwing. Verder dienen overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels op voorhand worden voorkomen door sloop en verwijdering van groen uit te voeren buiten het broedseizoen (globaal maart-half augustus) of de bebouwing voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedvogels. Dit nader onderzoek zal nog uitgevoerd worden in 2024. Indien nodig zullen mitigerende maatregelen worden getroffen en een ontheffing worden aangevraagd. Vanwege fase 1 zijn er nestkasten gehangen op gebouwen die in fase 2 gesloopt gaan worden. Deze nestkasten mogen pas weggehaald worden een jaar nadat de nieuwbouw van fase 1 met nieuwe verblijfplaatsen gerealiseerd is. Waar nodig zullen mitigerende maatregelen van de mitigerende maatregelen worden getroffen.
Bomen Effect Analyse Door Pius Floris is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd voor de bomen binnen en rond het plangebied. In het voorgenomen plan wordt uitgegaan van het behoud van 66 bomen binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling (zie onderstaande afbeelding). Voor behoud van 18 bomen zijn ingrijpende maatregelen noodzakelijk voor duurzame handhaving. Voor 4 bomen is duurzaam behoud in de huidige planvorming uitgesloten.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 40 van 85 juni 2024
Figuur 5.2: Overzichtskaart BEA advies (bron: Pius Floris)
Fatale belemmeringen Voor vier bomen (boom 49, 53, 84, 99) is duurzaam boombehoud in de huidige planvorming uitgesloten. Boom 49 valt volledig binnen ruimtelijk beslag van de ontwikkeling. Bij boom 53, 84 en 99 is sprake van een onhoudbare situatie in zowel de uitvoeringsfase als de uiteindelijke beheerfase. De bomen staan dermate dicht op de bebouwing dat zowel verlies van onder- als bovengrondse boomdelen resulteert in fataal boomverlies. Ingrijpende maatregelen en nadere analyse en afweging Rij moeraseiken langs woonflats Zwaluwstraat (12 stuks) Deze volwassen bomen (boom 11, 12, 15, 22, 23, 24, 41, 42, 66, 67, 68, 69) reiken met hun kroonprojectie tot aan (of over) de oorspronkelijk geprojecteerde nieuwe bebouwing. De bebouwing wordt op deze locatie ca. 15 meter hoog, uitgangspunt is dat een minimale werkruimte van 2 meter rondom de gevellijn noodzakelijk is voor de bouw. Daarnaast is uitgangspunt dat de geprojecteerde bebouwingslocatie een vast gegeven is. Met name de bouwbuffer conflicteert sterk met de bovengrondse boomdelen. Een kroonreductie gericht op het innemen van de radius van de boomkronen is in beperkte mate toegestaan (maximaal 1/5de deel van de radius). Snoei zal in dat geval weinig invloed hebben op de boomconditie, deze vorm van snoei is vergunningsplichtig.
Ondanks de voorgestelde (maximale) snoei zouden er ter hoogte van boom 23, 66, 67, 69 knelpunten met het pand en de benodigde bouwbuffer ontstaan. Behoud van deze bomen is om deze reden niet haalbaar. Daarom is een er door PiusFloris een aanvullende analyse uitgevoerd en is ervoor gekozen het bouwvlak voor de bouwblokken aan de Zwaluwstraat ca. 2 meter westwaarts op te schuiven met uitzondering van het bouwblok gelegen aan de Leeuwerikstraat. Dit deel van het pand kan niet worden verschoven vanwege de gevolgen voor de
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 41 van 85 juni 2024
Merelstraat. In de nieuwe analyse (zie bijlage V bij de BoomEffectAnalyse) is het meest actuele ontwerp opgenomen en zijn de kroonprojecties van de bomen nader ingemeten. Ook zijn benodigde buffers voor de werkzaamheden vastgesteld. Als uitgangspunt is een buffer van 1,8m (grijze buffer) rondom de gevels gehanteerd voor plaatsing van steigers. Daarnaast is een buffer van 4,5m (roze buffer) gehanteerd voor ontgraving voor het realiseren van de kelderbak. Uit nadere analyse en groeiplaatsonderzoek op de beoogde graafgrens bij boom 12, 23, 66, en 69 volgt dat er geen wortels zijn aangetroffen op deze locaties. Om deze reden is het aannemelijk dat er geen, of uiterlijk slechts beperkt, wortels verloren gaan bij het ontgraving onder talud. Bovengronds zijn er enkel nog knelpunten ter hoogte van boom 42, 66, 69, 24 en 15. Bij deze bomen hangen kroondelen boven het bouwvlak en/of de steigerbuffer. Beperkte snoei bij deze bomen is noodzakelijk om te zorgen voor voldoende vrije (werk)ruimte. Uitgangspunt is snoei tot maximaal de buitenzijde van de grijze buffer (1,8m uit zijkant gevel). Dit betreft in alle gevallen snoei van minder dan 20% (reguliere snoei). De duurzame instandhouding van de bomen wordt hierdoor niet aangetast.
Figuur 5.3: Analysetekening nieuwe situatie na bijstellen bouwvlak Zwaluwstraat (bron: Pius Floris)
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 42 van 85 juni 2024
Witte paardenkastanje en twee valse Christusdoorns aan Spoorlaan (appartementen) De paardenkanstanje (boom 88) en één van de twee valse Christusdoorns (boom 87) staan met de kroonprojectie binnen de bouwbuffer. Van deze bomen valt een essentieel deel van het doorworteld volume binnen de ontgravingsbuffer. Behoud van de bomen is enkel mogelijk indien de bouwbuffer opgeheven wordt of de bebouwing in zijn geheel 2 meter noordwaarts opschuift. Daarnaast dient een ontgravingswijze te worden gehanteerd die verticaal omlaag gaat en uiterlijk 1 meter van de gevellijn plaatsvindt. Deze bomen zijn uiteindelijk misschien dus niet te handhaven. Het aantal te rooien bomen is echter tot een minimum beperkt. Zuileik en twee zoete kersen nabij rijwoningen Deze zoete kersen staan in de Koekoekstraat (boom 56 en 63), de zuileik (boom 43) staat in de Merelstraat. Alle drie de bomen vallen voor bijna 40% binnen de bouwbuffer van de werkzaamheden. De bomen kunnen gehandhaafd worden bij plaatselijk wegnemen van de uitwendige bouwbuffer. Indien dit niet mogelijk wordt geadviseerd de bomen voor aanvang van het werk te vellen. Specifieke maatregelen Voor 9 bomen zijn specifieke maatregelen nodig om deze duurzaam te handhaven. Voor boom 45, 86 (zuileiken) en boom 57 (zoete kers) geldt dat een beperkt deel van de kroonprojectie/kwetsbare zone overlapt met de bouwbuffer of ontgravingsbuffer.
Behoud van deze bomen kan plaatsvinden bij toepassing van een beperkte snoei (niet vergunningsplichtig en de boom vervolgens te voorzien van een degelijke stamommanteling gedurende het werk. Concluderend Het belang van het behoud van bomen heeft zwaar meegewogen bij de totstandkoming van het (definitieve) plan. Het aantal te rooien bomen is tot een minimum beperkt. Echter dient ook rekening te worden gehouden met andere belangen, zoals een evenwichtige stedenbouwkundige situatie, het woonen leefklimaat voor omliggende woningen en het kunnen realiseren van voldoende woningen. Dat enkele bomen moeten wijken omwille van het kunnen realiseren van woningen is daarom aanvaardbaar geacht en er heeft een integrale afweging plaatsgevonden.
5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1
Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet
De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 43 van 85 juni 2024
Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
5.3.2
Archeologiebeleid
Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Tabel 5.1 archeologische verwachtingswaarde Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
5.3.3
Geen onderzoeksplicht
Archeologietoets
Het plangebied heeft volgens de archeologische beleidskaart een hoge verwachting. Het ligt binnen de Bebouwing Oss. Concreet betekent dit dat bodemingrepen die groter zijn dan 100 m² en dieper gaan dan 30 cm –Mv onderzoeksplichtig zijn. Volgens het beleid van de gemeente Oss moet er – binnen het bebouwd gebied, overig stedelijk – dan wel sprake zijn van een groter aaneengesloten onverstoord gebied. De plangebied heeft een omvang van circa 1,2 hectare. De bodemingrepen gaan bovendien dieper dan 30 cm –Mv. De vrijstellingsgrens wordt dus overschreden. Wanneer specifiek gekeken wordt naar de locaties waar de nieuwe bebouwing gaat komen, is er echter geen sprake van een groter aaneengesloten
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 44 van 85 juni 2024
onverstoord gebied. Bovendien komen de nieuwe bouwblokken ter plekke van de oude bouwblokken te liggen. Hierdoor zal met name worden gegraven in grond die eerder al geroerd is. De conclusie luidt daarom dat archeologisch onderzoek in beginsel niet nodig is voor de beoogde nieuwbouw. Omdat het plangebied meer omvattend is dan uitsluitend het toestaan van bebouwing ter plaatse van bestaande bebouwing, is een dubbelbestemming opgenomen voor die delen waar een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt. Dit betreft het gehele plangebied. Hiermee is het bodemarchief beschermd tegen ongewenste bodemingrepen. Tevens geldt in zijn algemeenheid volgende meldingsplicht: Het is mogelijk dat er in het plangebied archeologische vondsten of sporen worden gevonden tijdens de werkzaamheden. Er geldt dan een wettelijke verplichting (Erfgoedwet; paragraaf 5.4) om archeologische vondsten te melden. De vondsten kunnen worden gemeld bij de gemeentelijk contactpersoon van het project. 5.3.4
Cultuurhistorie
Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.
De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 45 van 85 juni 2024
bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang.
Figuur 5.4 Uitsnede CHW-kaart van Noord-Brabant (Merelstraat aangegeven met zwarte stip)
Op bovenstaande afbeelding is te zien dat er geen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied liggen. Er bevinden zich geen monumentale gebouwen, bomen, landschappen of bouwwerken in het plangebied. Ook is het plangebied niet gelegen in een cultuurhistorisch waardevol landschap of een molenbiotoop. Aan de noordzijde, net buiten het plangebied, ligt wel een gemeentelijk monument: Leeuwerikstraat 2, schoolgebouw uit 1954. Dit heeft echter verder geen gevolgen voor het plan en het plan heeft geen invloed op het gemeentelijk monument. Daarentegen ligt er wel zowel ten noorden (Berghemseweg) als ten zuiden (Spoorlijn) een cultuurhistorisch waardevol lijnelement. De gele lijnen vallen in de categorie: ‘Lijn van redelijk hoge waarde’. Met het beoogde plan wordt geen wijziging in deze lijnstructuur beoogd. Van een negatief effect op deze waarde is geen sprake. Daarnaast heeft de gemeente Oss ook haar eigen erfgoedbeleid. In het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal aan het geldende erfgoedbeleid worden getoetst. Hier worden geen belemmeringen verwacht.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 46 van 85 juni 2024
5.4
Mobiliteit en parkeren
5.4.1
Verkeer
De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald wat de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied is. Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROWkengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. De verkeersaantrekkende werking kan worden berekend aan de hand de kengetallen, in combinatie met de stedelijkheidsgraad van het plangebied, de ligging van het plangebied en de functie(s) die wordt mogelijk gemaakt. De gemeente Oss als geheel valt volgens het CBS in klasse 3, hetgeen ‘matig stedelijk’ inhoudt. Echter, tussen de stad Oss en de overige kernen bestaat volgens de gemeente (Parkeernormen Oss 2023) een groot verschil in stedelijkheid.
Gezien het grote verschil in stedelijkheid tussen de stad Oss en de overige kernen zijn er verschillende stedelijkheidsgraden. Voor de Schadewijk wordt de stedelijkheidsgraad 2 (‘sterk stedelijk’) aangehouden. Het plangebied ligt in de zone ‘Centraal Stedelijk Woonmilieu’ conform de Parkeernormen 2023 Oss, wat overeenkomt met ‘schil centrum’ uit de CROW. Tabel 5.2 Totale verkeersgeneratie oude situatie
Oude situatie Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Totale verkeersgeneratie (afgerond)
Aantal 57 78
Verkeersgeneratie 4,7 3,6
Totaal 267,9 280,8 549
Er komen met de sloop-nieuwbouw sociale huurwoningen, woningen in de middeldure huur en koopwoningen, zowel in rijwoningen als appartementen. Dit initiatief leidt volgens de kencijfers uit de CROW tot de volgende verkeersaantrekkende werking: Tabel 5.3 Totale verkeersgeneratie nieuwe situatie
Nieuwe situatie Huur, huis, sociale huur Huur, huis, vrije sector Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, midden Totale verkeersgeneratie (afgerond)
Aantal 43 14 181
Verkeersgeneratie 4,7 7,2 3,6
Totaal 202,1 100,8 651,6
21 9
7,2 5,5
151,2 49,5 1.155
Gemiddeld is er sprake van een verkeerstoenemende werking van (1155 - 549 =) 606 motorvoertuigen per etmaal ten opzichte van de bestaande situatie. Het initiatief zorgt daarmee voor een flinke toename van het aantal verkeersbewegingen.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 47 van 85 juni 2024
Ingrepen en maatregelen Met het plan komt de Zwaluwstraat te vervallen. Deze straat wordt in zijn geheel weggehaald. Hierdoor komt de nieuwe buurt direct aan het park te liggen en wordt het mogelijk het groen de buurt in te brengen. De Leeuwerikstraat wordt hierbij geen doodlopende straat, maar zal aansluiten op de Merelstraat. Voor het reguliere verkeer blijft er zo een mogelijkheid om vanuit de Leeuwerikstraat naar de Spoorlaan te rijden. Op de gedeelten van de Merelstraat tot aan de parkeergarages onder de appartementengebouwen is autoverkeer in twee richtingen mogelijk. Het tussenliggende deel is een éénrichtingsstraat (richting Spoorlaan). De Merelstraat wordt zo ingericht dat deze behalve voor gewone auto’s ook geschikt is voor busjes (onder andere pakketdiensten), vuilniswagen, ambulance en brandweer. Kleinere vrachtwagens kunnen in de nieuwe situatie ‘rondrijden’. Voor grotere vrachtwagens met opleggers geldt dit niet. Deze horen echter ook niet in de woonbuurt thuis en zullen zoveel mogelijk op de Spoorlaan of Lijsterlaan moeten blijven. Voor de bevoorrading van de voorzieningen in het wijkcentrum Schadewijk is het wenselijk om gebruik te maken van busjes en kleinere vrachtauto’s. Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Spoorlaan en de Lijsterlaan.
Vervolgens via de Kapelsingel/Vijversingel, de Berghemseweg, de Megensebaan (N329) of de Singel 1940-1945. Gezien de korte afstand tot de Vijversingel is de verwachting dat het grootste deel van het verkeer kiest voor de Vijversingel. Deze ontsluitingsweg kan deze toename goed opvangen gezien de capaciteit van de weg. Dit blijkt uit onderstaande figuur met een plot uit het verkeersmodel met de situatie in 2030 weergegeven (aantal motorvoertuigen per etmaal per richting). Er worden dan ook geen problemen verwacht.
Figuur 5.5: plot verkeersmodel situatie 2030
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 48 van 85 juni 2024
Mobiliteitsplan 2020 Oss Op basis van het Mobiliteitsplan 2020 Oss blijkt dat de in de buurt gelegen Singel 1940-1945 een mogelijk toekomstig knelpunt vormt. Echter worden met onderhavige ontwikkeling 606 verkeersbewegingen extra per etmaal gegenereerd ten opzichte van de bestaande situatie. Deze extra verkeersbewegingen zullen zich over het bestaande wegennet verspreiden waardoor maar een klein deel hiervan via de Singel 1940-1945 zal gaan rijden. Dit aantal is zodanig klein dat niet in relevante mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van het afwikkelingsprobleem. 5.4.2
Parkeren
De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen Oss 2023’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. De gemeente Oss kent grote verschillen in stedelijkheidsgraad. In de nota parkeernormen is aangegeven dat voor de kern Oss de stedelijkheidsgraad 2 (sterk stedelijk) als uitgangspunt geldt. Binnen de kern Oss is onderscheid gemaakt in parkeernomen voor verschillende deelgebieden die zich qua mobiliteitsfactoren en -gedrag van elkaar onderscheiden. De Vogelbuurt ligt in de zone ‘Centraal Stedelijk Woonmilieu’ (zie onderstaande afbeelding).
Figuur 5.6 Gebiedsindeling kern Oss (uit: nota Parkeernormen Oss 2023)
Autoparkeren Op basis van deze normen is een parkeerbalans voor autoparkeren opgesteld voor zowel fase 1 als fase 2. In de bijlage is de volledige parkeerbalans opgenomen, uitgesplitst naar de verschillende bouwblokken gebaseerd op het beoogde richtprogramma (zie bijlage). In totaal zijn er voor fase 1 en 2 gezamenlijk 254 parkeerplaatsen benodigd (zie tabel 5.5). In het planontwerp voor de beide fases zijn ook 254 parkeerplaatsen voorzien (zie tabel 5.6). Onder de blokken aan de Zwaluwstraat is een stallingsgarage beoogd. Het overige parkeren gebeurt op maaiveld in centraal aangelegde parkeerkoffers en op bepaalde plekken langs de straat. Hiermee is aangetoond dat het richtprogramma aan de parkeernorm voldoet.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 49 van 85 juni 2024
Tabel 5.4: parkeernormen gemeente Oss (uit: nota Parkeernormen Oss 2023)
Tabel 5.5: Parkeerbalans totaal (Bron: De Witte Oss, oktober 2023)
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 50 van 85 juni 2024
Tabel 5.6: Indicatief overzicht te realiseren parkeerplaatsen (Bron: De Witte Oss, oktober 2023)
Fietsparkeren Op basis van deze normen is een parkeerbalans voor fietsparkeren opgesteld voor zowel fase 1 als fase 2. In de bijlage is de volledige parkeerbalans opgenomen, uitgesplitst naar de verschillende bouwblokken gebaseerd op het beoogde richtprogramma (zie bijlage). In de planuitwerking is rekening gehouden met de normen voor fietsparkeren. De woningen en appartementen beschikken over een berging van ten minste 5 m². Hiermee kan het bewonersfietsparkeren op eigen terrein worden opgevangen. Voor bezoekers is er ruimte voor fietsparkeervoorzieningen nabij de entrees van de woongebouwen. Conclusie Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect ‘verkeer en parkeren’ voor onderhavig plan. In de regels is opgenomen dat voldaan dient te worden aan de nota parkeernormen Oss 2023 bij aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen.
5.5
Water
5.5.1
Wetgeving en beleid
De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 20232029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 51 van 85 juni 2024
goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3.
Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: a. schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; b. de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; c. de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; d. de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen.
Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m²
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 52 van 85 juni 2024
kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m²) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1) Hergebruik 2) Infiltratie/bergen 3) Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: o De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; o De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; o Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; o De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; o Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. 5.5.2
Watertoets
Het bestemmingsplan maakt de gefaseerde herontwikkeling van een gedeelte van de Vogelbuurt mogelijk. Eén van de doelstellingen van de herontwikkeling is vergroening van de buurt om daarmee onder andere een klimaat adaptievere situatie te krijgen. Na gedeeltelijke sloop worden binnen dit deel van de Vogelbuurt nieuwe woningen en appartementengebouwen gerealiseerd. Dit gebeurt in fases. In de bestaande situatie is de woonwijk voor 80-90% verhard. Door aanvullend groen te realiseren, wordt bij de ontwikkeling minder verhard oppervlak aangelegd. Uitgangspunt is dat de ontwikkeling op een duurzame wijze gerealiseerd dient te worden en niet mag leiden tot wateroverlast binnen of buiten het plangebied. Concreet zijn er geen in het plangebied knelpunten bekend. Het grondwater zit voldoende diep en er zijn geen gevallen van wateroverlast bekend. Het plangebied kent weinig hoogteverschil en heeft een maaiveldhoogte van ca. 7,9-8,2 m +NAP. Ter plaatse wordt reeds voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte (GHG ca. 2 m-mv). Door het aanhouden van een vloerpeil van minimaal 30 cm boven de kruin van de weg is bij de nieuwbouw geen grondwateroverlast of instroming te verwachten.
Hemelwaterberging Om inzicht te krijgen in de (veranderingen van de) hoeveelheid verharding en de effecten op de waterhuishouding is door Aeres Milieu een watertoets uitgevoerd, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Uit deze watertoets blijkt dat met de nieuwe inrichting met woningen de verharding zal gaan afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. Het gedeelte van het plan dat als ‘Woongebied’ bestemd is (fase 2 van de planontwikkeling) is hierbij als 80% verhard gerekend, de woongebouwen, bergingen, verkeer en ontsluiting van fase 1 zijn als 100% verhard meegenomen, de parkeerplaatsen zijn als 90% verhard meegenomen en voor het oppervlak ‘tuin/erf’ is 30% verhard aangehouden (voortuin zonder parkeren zuidelijk waarvan woonblok en achtertuin 100% verhard geteld zijn). Onder de woongebouwen aan de Zwaluwstraat is een parkeerkelder gepland.
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 53 van 85 juni 2024
Bij een gedeeltelijke/gefaseerde ontwikkeling (<10.000 m²) is waterberging vanuit het waterschap Aa en Maas niet verplicht maar wel geadviseerd. Vanuit het gemeentelijk beleid dient op eigen terrein minimaal 25 mm geborgen te worden. Voor een klimaatbestendige ontwikkeling waarbij hemelwater geheel lokaal verwerkt wordt, is geadviseerd om voorzieningen groter (60 mm) te realiseren. Voor dit initiatief gelden dan ook vanuit het waterschap geen nadere eisen met betrekking tot de waterhuishouding. Beide retentiebehoeftes voor de verwachte toekomstige verharding bij het planvoornemen zijn opgenomen in onderstaande tabellen. Hierbij is een opsplitsing gemaakt in openbaar gebied en woongebied (de te herontwikkelen gronden van Brabant Wonen). In bijlage 2 van de watertoets is een overzichtstekening van de verschillende deelgebieden en bijhorende oppervlaktes opgenomen. De waterbergingsopgave voor het woongebied bedraagt circa 410,2 m³ bij de minimale bergingseis van 25 mm en circa 984,6 m³ bij een berging van 60 mm. De waterbergingsopgave voor het openbaar gebied bedraagt circa 217,2 m³ bij een berging van 60 mm. Tabel 5.7: Overzicht verwacht toekomstig verharde oppervlakken woongebied met benodigde waterberging (uit: Watertoets Vogelbuurt, Aeres Milieu)
Tabel 5.8: Overzicht verwacht toekomstig verharde oppervlakken openbaar gebied met benodigde waterberging (uit: Watertoets Vogelbuurt, Aeres Milieu)
De nadere uitwerking van de afkoppeling van het regenwater zal in samenspraak met de gemeente worden bepaald op basis van de planuitwerkingsvarianten zoals opgenomen in de watertoets en op onderstaande afbeelding weergegeven. De waterbergingsopgave per bouwblok, inclusief omliggend verhard terrein (zoals rijbanen, parkeervakken en loopstroken) is onderstaand weergegeven (tabel 5.9).
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 54 van 85 juni 2024
Tabel 5.9: Overzicht verwachte bergingsopgave per bouwblok (bron: Aeres Milieu, mei 2024)
Op basis van de voorgenomen planontwikkeling is op de navolgende afbeelding een hemelwatervoorstel met de te verwerken hoeveelheden opgemaakt. De berging voor het woongebied is rood aangegeven en het openbaar/gemeentelijk is in blauw aangegeven.
Figuur 5.7 Mogelijke invulling aanleg hemelwatervoorzieningen op de regiekaart (uit: Watertoets Vogelbuurt. Aeres Milieu)
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 55 van 85 juni 2024
Watervergunning en nadere uitwerking waterberging Omdat het een grote herontwikkeling betreft (afkoppeling > 1ha) zal een watervergunning aangevraagd worden voorafgaand aan de planrealisatie. Hiervoor is tevens een waterhuishoudkundig onderzoek benodigd. In deze fase zijn reeds de lokale uitgangs- en aandachtspunten bepaald (inclusief het verwachte ruimtebeslag). Er dient (indien mogelijk) 60 mm lokaal verwerkt te worden. Vanuit het oogpunt klimaatbestendig ontwikkelen wordt geadviseerd om alle voorzieningen op een bui-neerslag van 60 mm te ontwerpen. Voorafgaand aan de planrealisatie / vergunningsaanvraag zal in overleg met de gemeente en het waterschap een nadere (civiel)technische uitwerking opgemaakt worden. Afhankelijk van de uiteindelijke voorziening kan bij bovennormatieve neerslag tijdelijk water op straat staan. Bij de verdere maaiveldprofilering die opgemaakt wordt in samenspraak met de gemeente (ook i.v.m. de openbare invulling) dient rekening gehouden te worden met een afstroming naar het centrale groen waarbij tevens een overloopmogelijkheid naar de bestaande vijver oostelijk ingepast kan worden zodat bij extreme situaties geen overlast ontstaat door de lokale hemelwaterverwerking. Voorgaand is reeds inzichtelijk gemaakt hoe er ruimtelijk invulling wordt gegeven aan het beoogde hemelwatersysteem.
Door de afkoppeling van het gemengd stelsel, aanleg van een gescheiden stelsel, de afname in verhard oppervlak met bijkomend groen, de inpassing van de benodigde hemelwatervoorzieningen voor de toekomstige verharding met lokale infiltratie en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt klimaat robuust ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling. Dit wordt nog verder gedetailleerd uitgewerkt maar ter plaatse is reeds afdoende rekening gehouden met het wateraspect waarbij door de ontwikkeling geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten is. Riolering Ter plaatse is momenteel gemengd stelsel aanwezig. Bij de herontwikkeling wordt in de wijk naast het bestaande en te handhaven gemengd stelsel een IT-riool aangelegd in het openbaar gebied. Door de voorgenomen woningbouw neemt de verwachte vuilwaterhoeveelheid licht toe. In de Koekoekstraat zal als gevolg van het verplaatsen van een rij woningen de riolering verlegd moeten worden. Gezien de lokale hemelwaterverwerking neemt de piekhoeveelheid af en zijn verderop in het ontvangend rioolstelsel geen wijzigingen noodzakelijk geacht. Het openbaar gebied wordt in samenspraak met de gemeente vormgegeven. Voor een nieuwe of wijziging aan de rioolaansluiting van de panden dient te zijner tijd bij de gemeente Oss een aanvraag ingediend te worden.
Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan
5.6
Defensie
Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114
Spoorlaan/Zwaluwstraat Oss - 2024, pag. 56 van 85 juni 2024
meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.