Toelichting - BP Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg_Kromstraat en Dr_ Ruijsstraat Overlangel - 2023
Tekst van het document
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 50 van 95 vastgesteld
Woningtype
Verkeersgeneratie (gemiddeld)
Koop halfvrijstaand Koop tussen-/hoekwoning
7.8 7.4
Er is sprake van 2 planlocaties in voorliggend bestemmingsplan: -
De locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat. De locatie Overlangelseweg/Kromstraat.
Voor de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat is de verkeersgeneratie als volgt: Woningtype Verkeersgeneratie Ontsluiten op: 2 x Koop halfvrijstaand 15.6 motorvoertuigen/etmaal Dr. Ruijsstraat 7 x Koop tussen-/ hoekwoning 51.8 motorvoertuigen/etmaal Kerkstraat Totale verkeersgeneratie
67.4 motorvoertuigen/etmaal
Voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat is de verkeersgeneratie als volgt: Woningtype Verkeersgeneratie Ontsluiten op: 10 x Koop halfvrijstaand 74 motorvoertuigen/etmaal Kromstraat Totale verkeersgeneratie 74 motorvoertuigen/etmaal
Zoals navolgende kaart laat zien, zijn de wegen waarop wordt ontsloten (net als alle wegen in de dorpskern van Overlangel), in het Mobiliteitsplan Oss 2020 aangemerkt als Erftoegangswegen, type II. Deze zijn qua capaciteit toegerust voor een verkeersstroom van maximaal 4000 motorvoertuigen/etmaal. Het betreft woonstraten met een functie voor de ontsluiting van de aan- en omliggende woningen. De huidige verkeersbelasting bedraagt (veel) minder dan 4000 mvt/etm. De beperkte toevoeging van het aantal motorvoertuigen/etmaal vanwege de nieuwe woonontwikkelingen zal dan ook niet tot problemen leiden.
Uitsnede kaart ‘Categorisering wegen’ uit de nota Mobiliteitsnota 2020 Oss.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 51 van 95 vastgesteld
5.4.1.2 Verkeer: ontsluitingswegen Ontsluiting locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat De bebouwing van deze planlocatie wordt ontsloten via de Kerkstraat, de centrale straat van Overlangel. Vanaf deze straat komt men via de Oude Graafsestraat en de Vingelenweg eenvoudig op de N277 naar bestemmingen buiten Overlangel. Ontsluiting locatie Overlangelseweg/Kromstraat De nieuwe erfachtige woonstraat in dit plandeel sluit aan op de Kromstraat. Voor langzaam verkeer is voorzien in een verbinding met de Overlangelseweg. Kortste route naar externe ontsluitingen verloopt ook voor deze locatie via de route Kerkstraat-Oude Graafsestraat-Vingelenweg.
5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft op 13 december 2016 de Nota Parkeernormen 2017 vastgesteld. Daarin zijn parkeernormen opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen, met ruimte voor de nodige flexibiliteit en maatwerk. Met dit parkeerbeleid is zo veel mogelijk vastgehouden aan de landelijke richtlijnen vanuit het CROW (Kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). Met behulp van parkeernormen wordt de parkeereis bepaald voor ruimtelijke ontwikkelingen. Parkeernormen worden niet gebruikt om bestaande parkeerdruk in beeld te brengen of te corrigeren. De parkeereis is het totaal aan parkeerplaatsen waar een ontwikkeling in moet voorzien. Op beide planlocaties (Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat en Overlangelseweg/Kromstraat) zijn halfvrijstaande woningen en aaneengebouwde woningen voorzien. Omdat het woningen zijn die door een CPO voor eigen gebruik worden gebouwd, betreft het uitsluitend koopwoningen. Hierop zijn conform de Nota Parkeren 2017 in de kleine kernen van de gemeente de volgende parkeernormen van toepassing: Woningtype Koop halfvrijstaand Koop tussen-/hoekwoning
Parkeernorm 2.2 2.0
De gemeente Oss beschouwt alle parkeerruimte op eigen terrein die voldoet aan de richtlijnen, als volwaardige parkeerplaatsen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een lange oprit (minimaal 11 meter) als twee parkeerplaatsen gezien wordt. Wanneer parkeerproblemen in de praktijk ontstaan, kunnen bewoners eerst worden gewezen op het juiste gebruik van de parkeerplaatsen op eigen terrein (optimaal benutten lange oprit). Hiermee worden de bewoners zelf verantwoordelijk voor het juiste gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen. Parkeren locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat De parkeeropgave voor deze locatie is als volgt: Woningtype 2 x Koop halfvrijstaand 7 x Koop tussen-/ hoekwoning Totale parkeerbehoefte
Parkeernorm 4.4 14 18.4 parkeerplaatsen, afgerond 19 parkeerplaatsen
Met 6 parkeerplaatsen naast elkaar op achterpercelen en 2 x 2 parkeerplaatsen op opritten van 11 meter, is voorzien in totaal 10 parkeerplaatsen op eigen terrein. Op een parkeerterrein achter de woningen zijn 9 algemene parkeerplaatsen gesitueerd. Er is derhalve voorzien in een totaal van 19 parkeerplaatsen, waarmee aan de parkeereis wordt voldaan.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 52 van 95 vastgesteld
Parkeren locatie Overlangelseweg/Kromstraat De parkeeropgave voor deze locatie is als volgt: Woningtype 10 x Koop halfvrijstaand Totale parkeerbehoefte
Parkeernorm 22 22 parkeerplaatsen
Er is voorzien in 18 parkeerplaatsen op eigen terrein. De parkeerplaatsen bij de woningen nummer 10 en 11 op de schets betreft een overbouwde plek, maar geen gesloten garage/berging. Ook deze plekken zijn als volwaardige parkeerplek meegerekend. In de openbare ruimte hoeft derhalve slechts voorzien te worden in 4 parkeerplaatsen om te voldoen aan de parkeereis. Zekerheidshalve zijn 6 parkeerplaatsen opgenomen om te voorzien in enkele bezoekersparkeerplaatsen, die algemeen toegankelijk zijn.
5.5
Water
5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 20232029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).
Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.
In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin:
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 53 van 95 vastgesteld
-
schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger.
De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m 2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m 2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2.
De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 54 van 95 vastgesteld
Waterbeleid gemeente Oss De gemeente gaat uit van het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2023-2029 dat door de raad is vastgesteld op 15 december 2022. In het nieuwe gemeentelijke rioleringsplan wordt ervan uitgegaan dat bij een nieuwe ontwikkeling voor de gehele verharding in het plangebied wordt voorzien in een hemelwaterberging op eigen terrein van 25 mm. Ingevolge het beleid van het Waterschap moet worden voorzien in compenserende waterberging van 60 mm voor een verhardingstoename van meer dan 500 m2. Ingevolge het gemeentelijk beleid moet, in aanvulling op de vereiste berging vanuit het waterschapsbeleid dus worden voorzien in 25 mm voor bestaande verhardingen in gebied dat nieuw ontwikkeld wordt, alsook voor nieuwe verharding bij (her)ontwikkelingen waar de verhardingstoename minder dan 500 m2 bedraagt. 5.5.2 Watertoets Op onderstaande uitsnede van de Keurkaart is het plangebied aangeduid. Duidelijk is dat er geen speciale waterschapsbelangen in het geding zijn.
Uitsnede Keurkaart Waterschap Aa en Maas
Locatiestudie Het onderzoeksgebied betreft De locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat ( perceel, kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie E, nr. 442) met een oppervlakte van ca. 2.280 m2. De locatie Overlangelseweg/Kromstraat (percelen, kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie E, nr’s. 792, 847, 1020 en 1021 (allen gedeeltelijk) met een oppervlakte van ca. 5.940 m2. Toename verharding en noodzaak waterberging Door de ontwikkeling is er sprake van een verhardingstoename in het plandeel Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat van ca. 345 m2 en voor het plandeel Overlangelseweg/Kromstraat van ca. 3.055 m2.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 55 van 95 vastgesteld
Plandeel Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat Opbouw verharding
Huidige situatie (m2)
Toekomstige situatie (m2)
635
335
bebouwing
Woonpercelen met halfvrijstaande woningen
680
660
Verharde buitenruimte
Woonpercelen met aaneengebouwde woningen
665 Parkeerterrein + inrit en paden
Totaal verhard opp. Onverhard oppervlak Totaal plangebied
1315
1660
965
620
2280
2280
Plandeel Overlangelseweg/ Kromstraat Opbouw verharding
Huidige situatie (m2)
Toekomstige situatie (m2)
Totaal verhard opp. Onverhard oppervlak Totaal plangebied
170 m2
2140
bebouwing
Woonpercelen met halfvrijstaande woningen
205
1290
verharde buitenruimte
Woonstraat, parkeren, inrit woning 10 en 11
375
3430
6465
3410
6840
6840
* aanname is: 70% verharding voor de woonpercelen (woon- en tuinbestemming) van halfvrijstaande woningen, 80% voor de woonpercelen van aaneengebouwde woningen + de daadwerkelijke oppervlakte verharding die in de schets is opgenomen binnen de verkeersbestemming en de paden (achterpaden en paden in de openbare ruimte)
Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel, behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie per ontwikkelscenario berekend worden. Voor ontwikkelingen waarvan de toename van het verhard oppervlak meer dan 500 m2 bedraagt, is compenserende waterberging vereist. Op basis van het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in het VGRP, is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor verwerking van hemelwater op zijn eigen perceel. Hierbij geldt een bergingseis van 60 mm. Deze bergingseis stemt overeen met de bergingseis op basis van de Keur van het Waterschap Aa en Maas. Nieuwbouw wordt gezien als nieuw verhard oppervlak, ook als voordien reeds verharding aanwezig was. Voor een toename van het verhard oppervlak kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m 3). De gevoeligheidsfactor op de keurkaart geeft vervolgens aan of voor een specifieke locatie met minder compensatie volstaan kan worden. Deze kaart is gebaseerd op een combinatie van locatiespecifieke bodemkundige en hydrologische omstandigheden.
Ten aanzien van de onderhavige locatie is op basis van de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie sprake van een gevoeligheidsfactor met een nominale waarde van 1. Ten aanzien van de onderhavige locatie is op basis van de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie sprake van een gevoeligheidsfactor met een nominale waarde van 1.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 56 van 95 vastgesteld
De rekenregel luidt dus als volgt: ‘Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m)’ De verhardingstoename door nieuwbouw op de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat bedraagt 345 m2. Dit betekent dat op deze locatie vanuit het Waterschap Aa en Maas geen bergingsopgave aan de orde is. Wel is vanuit het gemeentelijk beleid een bergingsopgave van toepassing voor de totale verharding van het plangebied van 25 mm. Het verharde oppervlak bedraagt totaal 1.660 m 2. Er is derhalve een bergingsopgave van (1.660 m2 x 0.025 m1 =) 41.5 m3. De verhardingstoename door nieuwbouw op de locatie Overlangelseweg/Kromstraat bedraagt ca. 3.055 m2. Dit betekent dat hier op basis van de keur van het waterschap een bergingsopgave is van (3.055 m2 x 1 x 0.06 m1 =) 183,3 m3. Daarnaast is er vanuit het gemeentelijk beleid voor de bestaande verharding nog een bergingsopgave van 25 mm. Het verharde oppervlak bestaande verharding bedraagt 375 m2. De aanvullende bergingsopgave bedraagt derhalve (375 m2 x 0.025 m1 =) 9.4 m3. De totale bergingsopgave bedraagt derhalve 192,7 m3.
Grondwaterstand, infiltratiemogelijkheden De gemiddeld hoogste grondwaterstand is: voor de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat ca. 140 cm –mv voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat ca. 80 cm –mv (bron: www.bodemdata.nl) De bodem bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand. Alleen bij boring 03 is in het westelijk plandeel van de locatie aan de Overlangelseweg/Kromstraat een kleilaag aangetroffen op 1 m –mv van ca 70 cm dik. Bij de overige diepere boringen (oostelijk deel Overlangelseweg/Kromstraat en locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat) zijn geen klei of leemlagen aangetroffen (bron: rapport verkennend bodemonderzoek, opgenomen als bijlage bij deze toelichting). De infiltratiemogelijkheden zijn dus in principe voor beide locaties (Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat en Overlangelseweg/Kromstraat) goed, behalve in de nabijheid van de Kromstraat, waar zich een relatief dikke kleilaag onder het zandpakket bevindt. Deze bevindt zich op enige diepte (1,0 m –mv), dus water heeft wel de mogelijkheid om in deze zandlaag te infiltreren en zijdelings af te stromen.
Voorzover infiltratie boven de kleilaag nabij de Kromstraat wordt gerealiseerd, zal in de uitvoeringsfase bekeken moeten worden of deze afdoende is (k-waarde onderzoek) en of verbetering van de infiltratie nodig is, bijvoorbeeld door het maken van gaten in de kleilaag, waar deze vervangen wordt door waterdoorlatende grond (grof zand/grind). Waterberging hemelwater locatie Overlangelseweg/Kromstraat Het terrein van het plangebied aan de Overlangelseweg loopt vanuit het midden naar de noord- en zuidrand af. Ook loopt het enigszins af van het oosten naar het westen (bron: www.ahn.nl). De bergingsopgave bedraagt 192,7 m3. Uitgaande van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 80 cm –mv en een wakingshoogte van 10 cm, kan in principe over een hoogte van 70 cm water geborgen worden. Zoals aangegeven op navolgende kaartjes, kan voorzien worden in een wadi aan de noordzijde van de locatie Overlangelseweg/Kromstraat, waar het water van de openbare ruimte en de woonpercelen aan de weerszijden van het plein heengeleid kan worden. Hemelwater kan vanaf de straat via molgoten zonder kolken (langs de verharde bestrating) en via goten, die versterkt zijn met grastegels (door de bermen), naar de wadi geleid worden.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 57 van 95 vastgesteld
In de bestaande greppel langs de Overlangelseweg wordt een stuwtje/overloop aangebracht, zodat het water in de wadi wordt vastgehouden en de mogelijkheid heeft om te infiltreren. Alle woonpercelen moeten voorzien in waterberging op eigen terrein. Deze waterbergingen krijgen een oppervlakkige overloop op de openbare ruimte.
Locatie Overlangelseweg/Kromstraat: Voorzieningen voor berging hemelwater en afvoer hemelwater naar deze berging
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 58 van 95 vastgesteld
Locatie Overlangelseweg/Kromstraat: Stroomrichting bovengrondse afvoer hemelwater (HWA) en indicatie traject ondergrondse afvoer vuilwater (DWA)
De oppervlakte van de wadi aan de noordzijde van de woonlocatie bedraagt ca. 500 m2. De wadi heeft taluds die vanaf de insteek naar het diepste deel in het midden lopen. De wadi heeft in het midden een diepte van 55 cm, zodat de taluds flauw kunnen worden uitgevoerd (overwegend 1:5 of flauwer), waardoor de wadi zich voegt in het terrein aan de noordzijde van de woonlocatie en waardoor deze bespeelbaar en beplantbaar is. Bij een waking van 10 cm betekent dit dat de inhoud van de wadi (500 x (0.55 – 0.1)/ 2 =) 112,5 m3 bedraagt. Voor de wadi wordt voorzien in een overloop, ingeval het wateraanbod te groot is (zie groene pijl in bovenstaande tekening met HWA, DWA en afvoer overloop). Dit water wordt, met een IT-riool onder het pleintje en de langzaamverkeersverbinding, afgevoerd naar de sloot/greppel langs de Overlangelseweg. Uitgaande van een IT-riool met een diameter van (minimaal) 40 cm, die een lengte op eigen terrein van ca 75 m krijgt, voorziet dit riool in aanvullende waterberging ter grootte van (πr2 x lengte = 3.14 x 0.202 x 75 =) 9.4 m3. Overigens is het voor een riool met deze diameter mogelijk om hier ook rechtstreeks kolken op aan te sluiten, zodat niet alles naar de wadi afgevoerd hoef te worden. Bij nadere uitwerking van het watersysteem in de uitvoeringsfase zal nader bepaald worden of van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.
De sloot/greppel langs de Overlangelseweg staat nu rechtstreeks in verbinding met de b-watergang meer naar het westen langs deze weg. Door een overstortput/stuwtje aan te brengen tussen de sloot ten zuiden van het woongebied en het stuk dat als b-watergang op de legger staat, wordt het water hier langer vastgehouden in het gebied.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 59 van 95 vastgesteld
Voor de locatie Overlangelseweg resteert dan een bergingsopgave van (192.7 – 112.5 – 9.4 =) 70.8 m3. Deze resterende bergingsopgave moet op eigen terrein geïnfiltreerd worden. Het gaat voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat om 10 woonpercelen, derhalve om een bergingsopgave van ca. 7.1 m3 per woonperceel. Voor alle woningen op de woonlocatie Overlangelseweg/Kromstraat kan infiltratie plaatsvinden in de vorm van een wadi (verlaging in de tuin) of greppel, maar gezien de relatief beperkte perceelsgrootte is het de vraag of dit voor de bewoners een haalbare/wenselijke optie is. Daarom kan de infiltratie ook voorzien worden in de vorm van infiltratiekratten. Deze kan dan het beste onder terrassen of paden worden gelegd. Dit is efficiënter dan onder inritten, omdat paden en terrassen minder zwaar belast worden en dus een minder dikke afdekking van de infiltratiekratten nodig is (voor inritten is een afdekking van ca. 60 cm dik nodig, voor paden en terrassen slechts ca. 25 cm dik). Voor alle waterbergingen op eigen terrein wordt voorzien in een oppervlakkige overloop op de openbare ruimte. Van de 6 woningen aan de nieuwe woonstraat en het pleintje loopt het water naar de wadi aan de noordzijde van het plangebied. De berging op eigen terrein van de 2 woningen aan de Kromstraat krijgt een oppervlakkige overloop naar de openbare ruimte van de Kromstraat.
De berging van de 2 woningen aan de Overlangelseweg krijgt een oppervlakkige overloop naar de openbare ruimte van de Overlangelseweg. Conclusie is dat de bergingsopgave voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat volledig kan worden gerealiseerd op een manier die landschappelijk goed inpasbaar is. Waterberging hemelwater locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat De bergingsopgave bedraagt 41.5 m3, uitgaande van 0,025 m berging conform het gemeentelijk beleid, zoals eerder in deze paragraaf beschreven. Voor de woonpercelen zal voorzien worden in berging op eigen perceel met een oppervlakkige overloop naar de wadi/het parkeerterrein, die in dit plangebied voorzien worden. Voor het totale oppervlakte woonperceel (660 m2 + 335 m2 = 995 m2) betreft dit (995 m2 x 0,025 m1 =) 24,9 m3. Uitgaande van het totale perceelsoppervlak van deze woningen en een verhardingspercentage van 70% voor de halfvrijstaande woningen en 80% voor de aaneengebouwde woningen gaat het dan om bergingsopgaven per perceel die liggen tussen: 105 m2 x 80% x 0,025 m1 = 2.1 m3 voor het kleinste perceel van 105 m2 en 256 m2 x 70% x 0,025 m1 = 4.5 m3 voor het grootste perceel van 256 m2. De geringe bergingsopgave kan eenvoudig worden gerealiseerd d.m.v. infiltratiekratten onder terrassen en/of paden.
Dit is efficiënter dan onder inritten, omdat paden en terrassen minder zwaar belast worden en dus een minder dikke afdekking van de infiltratiekratten nodig is (voor inritten is een afdekking van ca. 60 cm dik nodig, voor paden en terrassen slechts ca. 25 cm dik). Uitgaande van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 1,40 m –mv minus de afdeklaag van 0,25 m kan over een hoogte van ca. 1,15 m water geborgen worden.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 60 van 95 vastgesteld
Locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat: Stroomrichting bovengrondse afvoer hemelwater (HWA)
Het afkomend water van de verharding buiten de woonpercelen (paden en parkeerterrein) wordt naar wadi’s aan de zijde van de Kerkstraat. Zoals aangegeven op voorgaand kaartje, kan voorzien worden in wadi’s in het groen dat wordt aangelegd langs de Kerkstraat. Dit groen wordt op eigen terrein gerealiseerd. De woningen die aan de wadi grenzen kunnen het hemelwater oppervlakkig laten afstromen naar de wadi. Een concrete oplossing hiervoor wordt in het uitvoeringstraject uitgewerkt. De parkeerplaats en de woningen aan de Dr. Ruijsstraat kunnen via de molgoot die langs de parkeerplaatsen op het achterterrein en de ontsluiting van dit terrein en oppervlakkig (via een molgoot of, als een grotere capaciteit vereist is, een lijngoot) op de wadi afwateren. De brede wadi aan de noordzijde heeft een grootste diepte in het midden van 35 cm en een waking van 10 cm. De oppervlakte bedraagt ca. 92 m2. De wadi heeft flauwe taluds. De bergingscapaciteit bedraagt (92 x (0.35 - 0.1)/2 =) 11.5 m3. Deze wadi kan door zijn formaat gebruikt worden als speelplek en zodanig worden ingericht dat hij zowel in droge als in natte toestand hiervoor gebruikt kan worden. De smallere wadi aan de zuidzijde heeft een grootste diepte in het midden van 35 cm en een waking van 10 cm. De oppervlakte bedraagt ca. 63 m2. De wadi heeft eveneens flauwe taluds. De bergingscapaciteit bedraagt (63 x (0.35-0.1)/2 =) 7.8 m3.
Deze beide wadi’s worden met elkaar verbonden met een lijngoot, die dus met de bovenkant vlak in de bestrating tussen de wadi’s ligt. De wadi’s worden voorzien van een oppervlakkige overloop naar de openbare ruimte.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 61 van 95 vastgesteld
Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg geen gebruik maken van uitloogbare materialen, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Het vuil water (of droogweerafvoer = DWA) zal aangesloten worden op het gemeentelijk rioolstelsel. De DWA van de 9 woningen op de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat kan worden aangesloten op het vrij vervalriool onder deze straten (rechtstreekse huisaansluitingen op het riool). De DWA is te ramen op 120 l per dag per persoon. Voor de DWA per woning moet deze vermenigvuldigd worden met de gemiddelde huishoudensgrootte in 2022. Deze bedraagt 2.13 personen (bron: CBS). De totale DWA voor de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat bedraagt dan ca. (2.13 x 120 x 9 =) 2.3 m3 per dag. Deze extra belasting is gering en geen probleem voor de huidige capaciteit van het riool. Voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat wordt voor de DWA gekoerst op een vermaasd stelsel, waarbij deels wordt afgewaterd op het bestaande riool onder de Kromstraat en deels op het riool onder de Overlangelseweg. De riolen staan met elkaar in verbinding. Er zijn geen doodlopende strengen. Op deze manier wordt de DWA verdeeld aangeboden op het bestaande gemengde stelsel onder de Kromstraat en Overlangelseweg en blijft de extra belasting zo beperkt mogelijk.
Het riool naar de Kromstraat kan onder de nieuwe woonstraat gesitueerd worden en het riool naar de Overlangelseweg onder de langzaamverkeersverbinding, die van het pleintje in het plangebied naar deze weg loopt. Voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat bedraagt de DWA-belasting vanwege de 10 nieuwe woningen (2.13 x 120 x 10 =) 2.6 m3 per dag. Ook hier zijn vanwege de geringe extra belasting geen problemen te voorzien. Conclusie In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water. Op basis van de Keur van het Waterschap Aa en Maas zijn de perceelseigenaren zelf verantwoordelijk voor verwerking van hemelwater op hun perceel. Voor de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat bedraagt de verhardingstoename minder dan 500 m 2 (nl. 345 m2). Hier is op basis van de Keur van Waterschap Aa en Maas geen bergingsopgave. Wel is vanuit het gemeentelijk beleid een bergingsopgave van toepassing voor de totale verharding van het plangebied van 25 mm. Het verharde oppervlak bedraagt totaal 1.660 m 2. Er is een bergingsopgave 41.5 m3. De verhardingstoename door nieuwbouw op de locatie Overlangelseweg/Kromstraat bedraagt ca.
3.055 m2. Dit betekent dat hier op basis van de keur van het waterschap een bergingsopgave is van 183,3 m 3. Daarnaast is er vanuit het gemeentelijk beleid voor de bestaande verharding nog een bergingsopgave van 25 mm. Het verharde oppervlak bestaande verharding bedraagt 375 m2. De aanvullende bergingsopgave bedraagt 9.4 m3. De totale bergingsopgave voor deze locatie bedraagt derhalve 192,7 m3. In de waterparagraaf is aangetoond dat er voldoende bergingscapaciteit in het plangebied gerealiseerd kan worden. 5.6
Defensie
Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden;
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 62 van 95 vastgesteld
-
Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen.
Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 5.7
Milieuaspecten
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geurhinder: agrarisch Geur: industrieel Luchtkwaliteit Straling Weg-, spoor-, en industrielawaai Gezondheid Spuitzones Niet gesprongen explosieven 5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 63 van 95 vastgesteld
Uitsnede geldende bestemmingsplan ‘Negen Kernen – 2012’ en andere bestemmingsplannen rond het plangebied. Het plangebied (2 plandelen) zelf is met een rode omlijning aangegeven (Bron: Ruimtelijke Plannen).
In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied aan de Bucht wordt omgeven door de bestemming ‘Wonen’ en kan op basis daarvan worden aangemerkt als ‘rustig woongebied’. Daarom is gekeken naar de indicatieve afstanden die gelden tussen potentieel hinderlijke bestemmingen en gevoelige bebouwing binnen dit omgevingstype. De afstand tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van de woning tot de grens van de inrichting/de bestemmingsgrens. Direct rond het plangebied liggen alleen woonbestemmingen. Hier is middels afwijking aan huis gebonden bedrijvigheid mogelijk onder voorwaarden, die erop neerkomen dat geen hinder voor omliggende woningen plaatsvindt.
Conclusie In – of in de nabijheid van – het plangebied is geen sprake van hinderlijke bedrijvigheid die van invloed is op een goed woon- en leefklimaat. Ook heeft de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt geen beperkende invloed op omliggende bestemmingen waar bedrijvigheid wordt mogelijk gemaakt.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 64 van 95 vastgesteld
5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft voor beide plandelen (locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat en locatie Overlangelseweg/Kromstraat) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied en hierover in februari 2022 gerapporteerd. De rapporten zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De bevindingen zijn hieronder weergegeven.
5.7.2.1 Verkennend bodemonderzoek locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat De bevindingen uit de rapportage voor deze locatie zijn hieronder beschreven. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,7 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de bovengrond zijn lokaal bijmengingen van baksteen gevonden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In de grondmengmonsters MM1 en B11-2 (baksteenhoudende bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte lood aangetoond. In MM2 (ondergrond) is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Deze gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlagen indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 zijn analytisch geen verhoogde concentraties aangetoond. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden.
In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten, slechts licht verhoogde gehalten in de grond, formeel worden aanvaard. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 65 van 95 vastgesteld
5.7.2.2 Verkennend bodemonderzoek locatie Overlangelseweg/Kromstraat De bevindingen uit de rapportage voor deze locatie zijn hieronder beschreven. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,4 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. De bodemlaag van 1,0 - 1,7 m-mv bestaat uit sterk zandige klei. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In de grondmengmonsters van de boven- en ondergrond zijn analytisch geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlagen indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 zijn analytisch verhoogde concentraties aan barium en nikkel aangetoond. Deze overschrijden de streefwaarden, doch niet de interventiewaarden. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen.
Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten, slechts licht verhoogde concentraties in het grondwater, formeel worden aanvaard.
Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde.
5.7.2.3 Conclusie voor beide planlocaties: Middels het bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de geplande nieuwbouw in het plangebied. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek zijn de bovengrond en ondergrond indicatief bestempeld als klasse AW2000; Na sloop van het schoolgebouw op de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat dient de kwaliteit van tenminste de bovengrond binnen de contour van het schoolgebouw in beeld te worden gebracht. Wanneer hier aanleiding voor is, kan een verkennend asbestonderzoek alsnog noodzakelijk zijn. het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 66 van 95 vastgesteld
5.7.3
Externe veiligheid
Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan.
Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Toetsing Uit gemeentelijke gegevens blijkt dat het initiatief niet gelegen is in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en van transportroutes. De locatie aan de Kerkstraat bevindt zich aan de buitenrand van het invloedsgebied en van leidingen. Dichtstbijzijnd zijn de Maasdijk (overstromingsgevaar bij dijkbreuk) en een tracé voor aardgas-buisleidingen ten westen van Overlangel. Dit betreft een hoofdleidingtracé voor (inter)nationaal gastransport met 4 leidingen met een diameter van 610 tot 1219 mm, een wanddikte van 7 tot 20 mm en een werkdruk van 66,20 tot 79,90 bar. De Maasdijk betreft een zijarm van de Maas, waarvoor geen verdere verantwoording aan de orde is (alleen voor transport gevaarlijke stoffen, maar dit betreft de doorgaande route van de Maas: Het plangebied is gesitueerd buiten invloedsgebied van 1070 m vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de Maas).
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 67 van 95 vastgesteld
Ten aanzien van de aardgas-buisleidingen kan het volgende worden aangegeven De zwarte stippellijn op navolgende kaart geeft het gebied vanwege het plaatsgebonden PR-6 aan. Het plangebied (beide plandelen) ligt ruimschoots buiten deze PR-6 –contour.
Kaart externe veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving)
In de gemeentelijke Beleidsvisie externe veiligheid zijn beleidskaders voor de verantwoording van het groepsrisico gegeven. Volgens deze kaders is het mogelijk om in situaties waarbij sprake is van een grotere afstand vanaf de risicobron een standaardverantwoording toe te passen (volgens bijlage 2 van de Beleidsvisie externe veiligheid Oss). Hierbij gaat het om gebieden binnen de invloedsgebieden van spooren rijkswegen die op een afstand van 300 meter of meer van deze risicobronnen af liggen. Ook op het invloedsgebied van de Maas is deze standaard verantwoording van toepassing. Voor niet als route voor vervoer van gevaarlijke stoffen aangewezen provinciale en gemeentelijke wegen is in de beleidsvisie geen kader voor verantwoording van het groepsrisico opgenomen, vanwege de beperkte vervoersomvang van gevaarlijke stoffen op deze wegen. Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding dient volgens de beleidsvisie een uitgebreidere verantwoording ‘zwaarte 2’ plaats te vinden (volgens bijlage 2 van de Beleidsvisie externe veiligheid Oss).
Verantwoording zwaarte 2: Ingevolge bijlage 2 van de beleidsvisie externe veiligheid Oss: 1.
Er hoeft geen noodzaak te worden aangetoond om een voorziening te realiseren.
2.
De zelfredzaamheid is goed:
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 68 van 95 vastgesteld
Het betreft geen woningen, die speciaal bedoeld zijn personen met een verminderde zelfredzaamheid, bijv. door een fysieke of mentale beperking. Er kan dus van worden uitgegaan dat de zelfredzaamheid goed is. 3.
Bestrijdbaarheid: er is een goede verkeerskundige ontsluiting voor hulpdiensten Het plandeel Overlangelseweg/Kromstraat is zowel vanaf de Kromstraat als de Overlangelseweg bereikbaar via de nieuw aan te leggen woonstraat. Het plandeel Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat ligt zowel aan de Kerkstraat als de Dr. Ruijsstraat en is via beide straten bereikbaar. er wordt voldaan aan de Handleiding bluswatervoorziening of een gelijkwaardig voorstel van de brandweer Voorzover nog niet aanwezig op de vereiste afstand tot de nieuwe woningen, zal worden voorzien in bluswatervoorzieningen met een adequate doorzet van bluswater. er is voldoende opvang, afvoersloten Tussen de Kromstraat en de Veldweg loopt aan de noordzijde van het plangebied over de gehele lengte een greppel. er zijn minimaal twee vluchtroutes van de bron af Het plandeel Overlangelseweg/Kromstraat is zowel vanaf de Kromstraat als de Overlangelseweg bereikbaar via de nieuw aan te leggen woonstraat. Via de Overlangelseweg en de Kromstraat kan van de bron af gevlucht worden. Vanaf het zuidelijk plandeel zijn er vluchtroutes van de bron af via de Kerkstraat in zuidelijke richting en de Dr. Ruijsstraat in oostelijke richting. kwetsbare objecten moeten aan risicoluwe zijde worden gerealiseerd. De kwetsbare objecten (nieuwe woningen) bevinden zich aan de buitenrand van het invloedsgebied van de buisleidingen (ca.
550 m of meer van de buisleidingen verwijderd).
4
Maatregelen: maatregelen moeten in beschouwing worden genomen; privaatrechtelijk afdwingen is niet nodig aandacht voor organisatorische en communicatiemaatregelen Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (waarschuwings- en alarmeringssysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding.
De locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat is gelegen binnen het invloedsgebied van aardgastransportleiding A665. Het invloedsgebied van deze leiding (1% letaliteitscontour) bedraagt 580 m. De kortste afstand van woningen binnen deze locatie tot de leiding bedraagt ca. 550 m. Voor deze leiding is een Carolaberekening uitgevoerd om de effecten van de wijziging van het groepsrisico te onderzoeken. Zowel voor de huidige situatie als voor de situatie na uitvoering van de woonontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, wordt geen groepsrisico berekend. Er is dus geen sprake van een negatief effect door de ontwikkeling van de woningbouwlocatie. Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid worden geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling verwacht. 5.7.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 69 van 95 vastgesteld
de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: de burger beschermen tegen geurhinder; de veehouderijen niet onnodig beperken; ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woonen leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss 1,0 Ou B.
Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij
2,0 Ou
C. Plangebied (bij kern A en B)
3,0 Ou
D. Woonkern met intensieve veehouderij
6,0 Ou
E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal
6,0 Ou
F. Recreatiegebieden
8,0 Ou
G. Extensiveringsgebieden
8,0 Ou
H. Bedrijventerreinen
8,0 Ou
I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk
12,0 Ou
J. Verwevingsgebied
14,0 Ou
K. Landbouwontwikkelingsgebied
14,0 Ou
Ingevolge de Verordening geurhinder en veehouderij Gemeente Oss 2017 is voor het plandeel Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat een maximale waarde voor de geurbelasting toegestaan van 6,0 Ou (Odour units), zoals ook aangegeven op de kaart ‘Harmonisatie geurnormen gemeente Oss, die bij de verordening is gevoegd en die hieronder is afgebeeld. Voor de locatie Overlangselseweg/Kromstraat bedraagt de maximaal toegestane geurbelasting 8,0 Ou.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 70 van 95 vastgesteld
Kaart harmonisatie geurnormen gemeente Oss, met Overlangel blauw omcirkeld.
Uitsnede kaart achtergrondbelasting 2019 (bron: omgevingsdiensten Brabant). Plangebiedsdelen rood omlijnd.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 71 van 95 vastgesteld
Achtergrondbelasting Zoals aangegeven op de voorgaande kaart met achtergrondbelastingen uit de kaartbank van de Provincie Brabant, bedraagt de achtergrondbelasting in het plandeel Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat 3-7 Ou. Hier is sprake van een ‘Goed’ woon en leefklimaat. In het noordelijk plandeel ligt de achtergrondbelasting eveneens goeddeels tussen de 3 en 7 Ou. Alleen op de woningen in het noordoostelijk deel bedraagt deze belasting tussen 7 en 13 Ou. Omdat het gebied aan de buitenrand van de zone 7-13 Ou ligt, is aannemelijk dat de geurbelasting hier niet meer dan de toegestane 8,0 Ou zal bedragen (zie ook navolgende beschrijving inzake de voorgrondbelasting). De zone met een achtergrondbelasting 7-13 Ou komt overeen met een redelijk woon- en leefklimaat. Voorgrondbelasting Op een kortste afstand van ca. 355 m tot de nieuwe woningen op de locatie Overlangelseweg/Kromstraat ligt een varkenshouderij aan de Vlierbosstraat 1. Dit bedrijf heeft een aangepaste vergunning aangevraagd, die is toegekend op 7 oktober 2021 (bron: KRD Noord Brabant). In het kader van de vergunningswijziging heeft een onderzoek naar de voorgrondbelasting op de bestaande woningen in de omgeving van het bedrijf plaatsgehad. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in de navolgende tabel weergegeven.
Afst. tot agrarisch bouwblok: ca. 370 m Afst. tot agrarisch bouwblok: ca. 405 m Afst. tot agrarisch bouwblok: ca. 410 m Afst. tot agrarisch bouwblok: ca. 330 m Afst. tot agrarisch bouwblok: ca. 285 m
Voor woningen op vergelijkbare afstand als de woningen in het nieuwe woongebied die op de kortste afstand tot het agrarisch bedrijf liggen is de afstand van deze woningen naast de tabel aangegeven. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de voorgrondbelasting vanwege het bedrijf aan de Vlierbosstraat 1 voor de kortstbijgelegen nieuwe woningen in het plangebied tussen de 6 en 7 Ou zal liggen. Conclusie Geur vanwege agrarische bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de woonontwikkelingen, die met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 72 van 95 vastgesteld
5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing.
Zoals in de paragraaf ‘Bedrijven en milieuzonering’ in deze toelichting reeds inzichtelijk is gemaakt, bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen industrie of niet-agrarische bedrijvigheid die geurhinder veroorzaken. Conclusie Geur vanwege industrie of niet-agrarische bedrijvigheid vormt geen belemmering woonontwikkelingen, die met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt.
voor
de
5.7.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is.
Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 73 van 95 vastgesteld
blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Toetsing De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging: Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.