Toelichting - BP Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg_Kromstraat en Dr_ Ruijsstraat Overlangel - 2023
Tekst van het document
Het toevoegen van woningen voor deze doelgroepen verbetert de leefbaarheid in de dorpen. Het draagvlak voor de voorzieningen neemt toe, en het verenigingsleven krijgt hiermee nieuwe
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 30 van 95 vastgesteld
impulsen. De veranderende agrarische structuur gericht op recreatie en landschapsontwikkeling is een extra motivatie om het wonen in de kernen te stimuleren. In het verlengde hiervan kiest de gemeente Oss ervoor om voor Ravenstein, Megen en Herpen groeimogelijkheden te bieden; in de overige kernen zal er alleen ruimte zijn voor inbreiding en beheer. De dorpen blijven leefgemeenschappen met een eigen dynamiek en kwaliteiten die gebaseerd zijn op de huidige kenmerken. De veranderingen zullen beperkt van tempo zijn om ook het sociale karakter niet rigoureus te veranderen. De woningdifferentiatie zal worden afgestemd op de vraag naar woningen uit de lokale gemeenschap. Dat betekent dat er een sterk accent wordt gelegd op woningen voor ouderen en voor jongeren. De huidige verschillen in ruimtelijk karakter tussen de kernen vormen de richtlijn bij veranderingen. Conclusie De woningbouw op de locatie aan de Kerkstraat betreft een inbreiding/intensivering in de bestaande bebouwingskern. Voor de woningbouw op de locatie aan de Overlangelseweg/Kromstraat betreft het een aanvulling van de dorpsrand, die eigenlijk binnen het bebouwingsbeslag van de bestaande kern plaatsvindt.
Voor een goede ruimtelijke samenhang en ontsluiting van deze woningbouwlocatie en om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte die aanwezig is bij BIO, een collectief van bewoners van Overlangel, valt deze inbreiding voor een klein deel buiten de contour van het stedelijk gebied. Bij de toetsing aan de Ladder Duurzame Verstedelijking in dit hoofdstuk is een verantwoording opgenomen, waarom deze contour overschreden wordt. In de Structuurvisie Oss is opgenomen dat de primaire groeimogelijkheden binnen Ravenstein, Megen en Herpen liggen, maar onder condities is selectief bouwen in en bij de dorpen mogelijk. Bij voorliggend initiatief is sprake van een gemotiveerde behoefte om in Overlangel te bouwen, zoals in de paragrafen inzake de Ladder voor Duurzame Verstedelijk (par. 4.1.2) en in navolgende paragraaf 4.4.3 is verduidelijkt. Er wordt in belangrijke mate gebouwd voor doelgroepen (jongeren en ouderen), waarmee wordt ingespeeld op de vraag vanuit de lokale gemeenschap. De 2 woonontwikkelingen sluiten aan op de structuur van Overlangel en passen bij het dorpse karakter van deze kern. De woningbouwlocaties zijn daarmee in lijn met het beleid van de Structuurvisie Oss. 4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren.
De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 31 van 95 vastgesteld
4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingenprioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen.
Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.
De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied -landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.
In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente.
1
Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 32 van 95 vastgesteld
-
Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.
Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw, die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Voor de verantwoording vanuit de Ladder Duurzame Verstedelijking wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.1.2 van deze toelichting. Het plan Het plan betreft een woningbouwontwikkeling op twee locaties in Overlangel met 9 woningen op de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat en 10 woningen op de locatie Overlangelseweg/Kromstraat. De locaties worden ontwikkeld door een initiatief van inwoners, gebundeld in de groep ‘Bouwen in Overlangel’ (BIO) op basis van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). In navolgende tabel is het woningbouwprogramma van het CPO-project weergegeven. Ook wordt in de tabel inzichtelijk gemaakt dat voorzien wordt in nieuwe starterswoningen (ten behoeve van de blauw gemarkeerde deelnemers) en dat door de woningbouw op de CPO locaties starterswoningen, goedkope en middeldure doorstroomwoningen vrijkomen, waarvan een belangrijk deel in Overlangel. 1 2 3 4 5 6 7
Plaats Overlangel Overlangel Overlangel Overlangel Overlangel Overlangel Overlangel
8 9 10
Ravenstein Overlangel Neerloon
11
Overlangel
12
Overlangel
13 14
Overlangel Overlangel
15 16 17
Wijchen Neerloon Overlangel
18
Overlangel
19
Cuijk
Huidige woning Doorstroomwoning Laat rijwoning (koop) achter Laat rijwoning (koop) achter Doorstroomwoning Starterswoning huur Laat rijwoning (koop) achter Starter thuiswonend (geen eigen woning) Starterswoning huur Doorstroomwoning Starter thuiswonend (geen eigen woning) Starter thuiswonend (geen eigen woning) Starter thuiswonend (geen eigen woning) Doorstroomwoning Starter thuiswonend (geen eigen woning) Starterswoning huur Starterswoning huur Starter thuiswonend (geen eigen woning) Starter thuiswonend (geen eigen woning) Starter thuiswonend (geen eigen woning)
Nieuwe woning in plangebied Levensloopbestendige woning Halfvrijstaande doorstroomwoning Halfvrijstaande doorstroomwoning Levensloopbestendige woning Starterswoning koop Halfvrijstaande doorstroomwoning Starterswoning koop Starterswoning koop Levensloopbestendige woning Starterswoning koop Starterswoning koop Starterswoning koop Levensloopbestendige woning Starterswoning koop Starterswoning koop Starterswoning koop Starterswoning koop Starterswoning koop
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 33 van 95 vastgesteld
De ontwikkeling van het programma voor woningbouw in dit bestemmingsplan is nadrukkelijk afgestemd op de uitgangspunten van de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss, zoals eerder weergeven. Ook is rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. Het plan kent de volgende programmering als uitgangspunt: 64% betaalbare koop (waarvan 32% goedkope koop en 32% middel dure koop); 36% dure koop. De woningbouwopgave voor het landelijk gebied is in vijf categorieën verdeeld. De indicatieve opgave heeft een iets groter aandeel duurdere woningen dan de opgave voor het stedelijk gebied: 20% soc. huur, 10% middeldure huur, 50% betaalbare koop (waarvan 25% goedkope koop en 25% middeldure koop) en 20% dure koop. Ook voor het landelijk gebied gaan we uit van een verdeling van 60% grondgebonden woningen en 40% appartementen/levensloopbestendige woningen. Juist omdat in de kernen minder appartementen in de bestaande woningvoorraad aanwezig zijn. Dit plan wijkt slechts ten dele af van de indicatieve opgave uit de woonvisie. In de bijlage bij deze toelichting is een verantwoording voor deze afwijking opgenomen. Met het oog op de behoefte van starters en senioren (doorstromers) bestaat het plan uit betaalbare rijwoningen, twee-onder-een-kap en levensloopbestendige woningen.
Het totale plan kent daarmee een voor Overlangel gevarieerde samenstelling naar zowel woningbouwtype, beoogde doelgroep als prijscategorieën. Regionale kader woningbouw Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale prognose is van september 2020. Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd op december 2020). Daarin bepaalt de subregio haar hoofdkoers voor wonen en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden. Dit geldt ook voor plannen die de opgave vanuit de prognose per gemeente overschrijden.
Als uitgangspunt voor de omvang van de gemeentelijke opgave geldt de provinciale woningbehoefteprognose. In kwalitatief opzicht wordt een nadruk gelegd bij de betaalbare woningen, zowel koop als huur, wonen voor ouderen en een inzet op nieuwe woonvormen. Kwantitatieve woningbehoefte gemeente Oss Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose 2020 moeten er tot 2032 nog circa 4.930 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw). Tot 2037 is volgens de prognose een totale toevoeging van circa 6.626 woningen nodig. De gemeentelijke programmering gaat uit van een verhoogde opgave met ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningprogrammering afgezet tegen de plancapaciteit in Oss.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 34 van 95 vastgesteld
De totale concrete capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss bedraagt circa 5.309 woningen (actualisatie april 2022). Dit is niet alleen de zogenaamde harde capaciteit (juridisch bindend, opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen of bouwvergunningen), maar ook woningbouw in concrete plannen, die nog in procedure zijn. Ook de concrete mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Duidelijk is dat Oss nog een forse opgave heeft om de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente uit te breiden binnen de kaders van de provinciale prognose. Daarom werkt Oss aan de (versnelde) planontwikkeling voor meerdere locaties in het stedelijke gebied en de landelijke kernen, waaronder het plan in Overlangel. De woningbehoefte in Overlangel De woningbouwprogrammering in Oss is gebiedsgericht, zodat ingespeeld wordt op de woonbehoefte in de verschillende delen (kernenclusters) van de grote gemeente. Woningbouw op de locatie in Overlangel, als onderdeel van het kernencluster Herpen, is primair gericht op de woningbehoefte van de kern zelf. Voor Overlangel wordt uitgegaan van een behoefte met een bandbreedte van 20 tot 24 woningen voor de periode 2022-2032. Naar omvang past het voorliggende plan in de bandbreedte van de behoefte van Overlangel en het totaal cluster Herpen tot 2037.
De kwalitatieve behoefte In de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss is er een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm, woonmilieus en prijssegmenten2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Gezien de verwachte bevolkingsontwikkeling wordt er een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel
2
De prijssegmenten 2022 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur > liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 229.500; koop middelduur, > € 225.000 < €355.000, koop duur > € 355.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens en de NHG grens en zullen daarom per jaar meebewegen met deze landelijke standaarden.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 35 van 95 vastgesteld
appartementen of levensloopbestendige woningen. Belangrijk is ook de betaalbaarheid van wonen, met een blijvende behoefte aan betaalbare woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur. Dit is onder andere het gevolg van de sterk gestegen woningprijzen, de beperkte toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen.
Voorgaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het cluster Herpen, waar Overlangel toe behoort, weer versus de concrete plancapaciteit (bron PFM Wonen Oss, 2022). Zichtbaar is een tekort in met name het segment goedkope koop. Het plan in Overlangel voorziet in goedkope koopwoningen en zorgt daarnaast met onder meer een aandeel middeldure en dure woningen voor doorstroming, met gunstige effecten voor starters en senioren (doorstromers) uit de plaatselijke gemeenschap. Met het plan in Overlangel wordt op twee locaties voorzien in woningbouw. Eén locatie ligt volledig binnen stedelijk gebied, waarbij bovendien de voormalige schoollocatie opnieuw wordt ingevuld met woningbouw. De andere locatie ligt gedeeltelijk in stedelijk gebied en deels in landelijk gebied. Er is gekozen voor een kleinschalige aanvulling en herstructurering van de dorpsrand. Er ontstaat daarmee een nieuwe passende afronding die zich voegt in de oorspronkelijke dorpsrand en de bijzondere opbouw van Overlangel. Andere locaties zijn vanuit ruimtelijk, planologisch en stedenbouwkundig oogpunt ongeschikt gebleken. Tevens ondersteunt een beperkte aanvulling aan de dorpsrand meer de historische context van het dorp Overlangel.
Conclusie De ontwikkeling van 19 woningen in Overlangel in voorliggend plan sluit aan bij de woningbehoefte van gemeente Oss, en in het bijzonder het dorp Overlangel, zowel naar omvang, als naar type woningen. Daarmee is het programma verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss.
4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 36 van 95 vastgesteld
In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. Voor dit plan is een welstandstoets dus niet verplicht. Wel is afgesproken is dat de bouwplannen op vrijwillige basis worden aangeboden aan het Adviesteam Architectuur.
Uitsnede kaart ‘Welstandsbeleid’ uit de nota ‘Samen bouwen aan een mooi Oss’. Op het plangebied (rood omlijnd) rust geen plicht tot het inwinnen van een welstandsadvies
4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 37 van 95 vastgesteld
activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 38 van 95 vastgesteld
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 39 van 95 vastgesteld
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. De locatie Dr.
Ruijsstraat/Kerkstraat ligt in het dorpscentrum van Overlangel. De locatie Overlangelseweg/Kromstraat ligt op een knooppunt van een drietal landschapstypen (Dekzandrand, Oeverwal, Komgebied). Voor de locatie Overlangelseweg/Kromstraat is voorzien in inpassing in – en aansluiting op het omringende landschap. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat is opgenomen in het bijlagenboek bij deze toelichting. Op het landschappelijk inpassingsplan wordt in hoofdstuk 3 (paragraaf ‘Relatie met het landschap’) inhoudelijk ingegaan. De uitvoering en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan is publiekrechtelijk in het bestemmingsplan vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting en is privaatrechtelijk vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente.
5.1.2
Kwaliteitsverbetering van het landschap
Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 40 van 95 vastgesteld
Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1.
Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Ontwikkelingen, welke worden mogelijk gemaakt via een bestemmingsplanherziening, zoals een woonontwikkeling vallen binnen categorie 3. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied geldt een vaste afdracht per m2, te stellen op 1% van de uitgifteprijs. Omdat de ontwikkeling aan de Overlangelseweg/Kromstraat een deel van het landelijk gebied beslaat, zal ter compensatie een afdracht worden gedaan aan het gemeentelijk groenfonds ter grootte van 1% van de uitgiftesom van het plandeel dat in de Interim Omgevingsverordening tot het landelijk gebied wordt gerekend. De oppervlakte van dit plandeel beslaat ca. 3.070 m2. De uitgifteprijs per m2 bedraagt € 370,80. Totale uitgiftesom bedraagt derhalve € 1.138.356,00.
Op basis hiervan zal een afdracht gedaan worden van € 11.384,00. Op basis van artikel 3.9 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is tevens zorggedragen voor een plan voor de landschappelijke inpassing van de locatie aan de Overlangelseweg/Kromstraat (zie ook paragraaf ‘Interim Omgevingsverordening Noord Brabant in hoofdstuk 4 van deze toelichting).
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 41 van 95 vastgesteld
5.2
Natuur
5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.
5.2.2
Groen en natuur/biodiversiteit
Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd.
De locatie aan de Overlangelseweg/Kromstraat bevindt zich in de kernrand van Overlangel. Hier is met een beplatingsplan zorggedragen voor landschappelijke inpassing van de, hier voorziene, woonontwikkeling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inheemse en streekeigen beplanting. De Overlangelseweg is een weg met randsloten en –greppels, die zich plaatselijk verbreden. In het plangebied is opvang van hemelwater voorzien op de plaats waar een doorzicht vanaf het lint van de Overlangelseweg naar het buitengebied aanwezig is. Deze hemelwateropvang heeft voldoende omvang om interessant te zijn voor amfibieën. De diepte van deze poel kan zodanig zijn, dat deze bijna droogvalt bij de gemiddeld laagste grondwaterstand, zodat vissen (die amfibieënbroed eten) geen goede kansen hebben, maar amfibieën wel. Het grootste deel van het jaar staat er water in de poel/hemelwateropvang.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 42 van 95 vastgesteld
Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Op beide locaties, die deel uitmaken van het plangebied zijn geen waardevolle bomen aanwezig die moeten wijken voor de woningbouwontwikkeling. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming.
Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht.
Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek.
5.2.3.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 43 van 95 vastgesteld
In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden liggen op 12.5 km (“Rijntakken”, gebiedsnummer 38) en op 20 km (”Oeffeltermeent”, gebiedsnummer 141) afstand, derhalve relatief ver van het plangebied. Om te kijken of er al dan niet sprake is van een overschrijding van de stikstofdepositie, is door Van Empel Milieuadvies met de AERIUS Calculator 2022 een berekening gemaakt van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden voor de aanleg- en gebruiksfase van het project. Deze berekening is opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. Conclusie In de rapportage zijn de te verwachten effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in kaart gebracht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in de aanlegfase en de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie in de beoogde situatie bedraagt 0,00 mol/ha/jr.
Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie, geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Conform de “Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12 is geen passende beoordeling noodzakelijk.
5.2.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. In onderhavig plangebied heeft veldbezoek plaatsgevonden op 24 november 2021. De rapportage hiervan is opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. Zoals aangegeven in de rapportage, zijn in het plandeel aan de Overlangelseweg/Kromstraat er geen vindplaatsen of (potentiële) habitats van beschermde soorten flora en fauna aangetroffen. In het plandeel Dr.
Ruijsstraat/Kerkstraat is geconstateerd dat er sprake is van mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Om hier zicht op te krijgen is nader onderzoek naar het gebruik van het pand door vleermuizen noodzakelijk. Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 44 van 95 vastgesteld
De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen, dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen). Conclusie Conclusies plandeel Overlangelseweg/Kromstraat Op de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig en/of te verwachten. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Op de onderzoekslocatie zijn geen beschikbare broedplekken aanwezig voor algemeen voorkomende soorten vogels. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Grondbroedende vogelsoorten (zoals kieviet) kunnen het perceel als broedplek gebruiken.
Geadviseerd wordt om de bouwwerkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen uit te voeren. Op deze manier vindt er geen moedwillige verstoring plaats. De locatie vormt geen geschikt leefgebied (voortplantingsplekken) voor marterachtigen zoals steenmarter, hermelijn, bunzing en wezel. Het gebied is wel mogelijk onderdeel van het jachtgebied maar er zijn rond de locatie voldoende alternatieven gebieden met meer structuurrijke biotopen beschikbaar. Effecten op deze soorten zijn dan ook geheel uit te sluiten. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Effecten op vleermuizen zijn geheel uit te sluiten. Er komen mogelijk enkele algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren voor die het gebied gebruiken als foerageergebied/leefgebied. Hierbij valt te denken aan diverse muizensoorten, bruine rat, egel en mogelijk konijn. Echter kan geconcludeerd worden dat hier sprake is van werken onder voorwaarden van de Algemene Zorgplicht (zorgvuldig werken). Overtredingen van verbodsbepalingen op zwaarder beschermde soorten (zoals das) treden niet op. Beschermde en/of bijzondere soorten reptielen, vissen, dagvlinders, nachtvlinders, libellen, amfibieën en overige ongewervelden zijn binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie geheel niet te verwachten. Dit komt omdat er geen optimale habitats aanwezig zijn voor deze soort(groep)en.
Beschermde vaatplanten zijn eveneens op basis van het aanwezige habitat en het ontbreken van optimale groeiomstandigheden geheel uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen verdere vervolgonderzoeken en/of een ontheffingsprocedure noodzakelijk zijn. Een aanvullend onderzoek naar vleermuizen is inmiddels verricht. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting. Er zijn geen vleermuizen in de bebouwing aangetroffen. Conclusies plandeel Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat Er kan gesteld worden dat:
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 45 van 95 vastgesteld
-
-
-
5.3
Er voor de huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en andere broedvogels met jaarrond beschermde nesten geen mogelijke nestplaatsen aanwezig zijn. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde, evenmin als het aanvragen van een ontheffing of het treffen van mitigerende maatregelen. Effecten op aanwezige broedvogels in de directe omgeving voorkomen kunnen worden door de werkzaamheden zoveel mogelijk uit te voeren buiten de broedperiode, of te starten voorafgaande aan de broedperiode (met doorloop in het broedseizoen). Er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing. Er geen primaire vliegroutes of essentiële foerageergebieden aanwezig zijn. Hiervoor is geen nader onderzoek is aan de orde. Er op basis van de resultaten gesteld kan worden dat er in het kader van de Wet natuurbescherming geen effecten op andere soorten (zoals grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en overige ongewervelden) optreden en dat daarmee geen knelpunten ontstaan in het kader van de Wet natuurbescherming.
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 46 van 95 vastgesteld
archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
5.3.3 Archeologietoets Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente in een gebied met een hoge verwachtingswaarde (locatie Overlangelseweg/Kromstraat) en in de historische kern (locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat). Voor gronden die binnen de historische kern liggen geldt dat er archeologisch onderzoek aan de orde is, wanneer bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden van meer dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m –mv. Voor gronden met een hoge verwachtingswaarde is archeologisch onderzoek aan de orde, bij verstoringen die groter zijn dan 100 m2 en dieper gaan dan 0,3 m –mv. Voor beide plandelen in dit bestemmingsplan is het oppervlak aanmerkelijk groter dan 50 of 100 m2. Daarom is door Transect in januari 2021 een archeologisch vooronderzoek verricht (Korver, I., in concept. Overlangel, hoek Kromstraat – Overlangelseweg en hoek Kerkstraat – Dr. Ruijsstraat. Gemeente Oss. Archeologisch bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 3855. Transect, Nieuwegein). Het rapport is herzien op 29-09-2022, beoordeeld en als zodanig goedgekeurd. Op basis van de resultaten van het bureau- en booronderzoek is duidelijk geworden dat voor beide gebieden een hoge verwachting blijft gelden op het aantreffen van intacte archeologische resten.
Aangezien deze vanaf 15 cm -mv aangetroffen kunnen worden is het zeer waarschijnlijk dat bij de voorgenomen ingrepen intacte archeologische resten verstoord zullen worden. Mochten er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd, dan is archeologisch vervolgonderzoek (karterende fase, variant proefsleuven) dan ook noodzakelijk volgens Transect. Besluit ten aanzien van vervolgtraject: De gemeente Oss neemt het advies van Transect over. In beide deelgebieden is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Archeologische resten worden bovendien al vanaf 15 cm beneden huidig maaiveld verwacht.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 47 van 95 vastgesteld
Voor de verdere (plan)procedure betekent dit het volgende: Om versnippering te voorkomen, de totale kosten te beperken en de ambtelijke procedures te verkorten, is het wenselijk om het archeologisch vervolgonderzoek zo vroeg mogelijk in de planvorming-/uitvoering uit te voeren (1 integraal onderzoek voor het hele gebied). Liefst al bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan. Indien dit niet mogelijk is, dan dient deze integraliteit in het bestemmingsplan als voorwaarde te worden opgenomen. Het proefsleuvenonderzoek dient op zijn laatst vóórafgaand aan de vergunningsaanvraag te worden uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek kan namelijk leiden tot aanvullende voorwaarden in de vergunning (archeologische begeleiding, opgraving, bescherming). Gravend onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) dat dient te zijn goedgekeurd door de gemeentelijk archeoloog (mw. M. Peeters, gemeente Oss). De aanvang van het archeologisch onderzoek dient twee weken voor de start aan de gemeentelijk archeoloog te worden gemeld per email (m.peeters@oss.nl). Er geldt ten alle tijden een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten.
Zolang terreinen een (te verwachte) archeologische waarde hebben en deze terreinen nog niet volledig zijn onderzocht (definitief vrijgegeven), dienen deze planologisch beschermd te blijven door middel van een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie verwachtingswaarde hoog / historische kern’ in het betreffende bestemmingsplan. Hierbij dient een diepte vrijstellingsgrens van 15 cm te worden opgenomen. Het volledige ‘Besluit t.a.v. Transect rapport 3855’ is opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. Om bovenstaande te waarborgen is aan beide gebieden in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde – Archeologie (hoog/historische kern) toegekend. Om de integraliteit van het onderzoek te borgen is bovendien voor het gehele plangebied een voorwaardelijke verplichting archeologie opgenomen (zie artikel 14.1 Algemene aanduidingsregels). 5.3.4
Cultuurhistorie
Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 48 van 95 vastgesteld
Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010.
Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
Topografische kaart uit 1870
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 49 van 95 vastgesteld
Zoals op de topografische kaart uit 1870 is te zien, lag er ruim 150 jaar geleden reeds bebouwing aan de straten, waaraan de woonontwikkelingen uit onderhavig bestemmingsplan grenzen. De Kerkstraat is het meest intensief bebouwd en vormt het dorpshart. De Overlangelseweg en Kromstraat ontsluiten ruime agrarische percelen met bebouwing. Kenmerkend voor deze oude bebouwingslinten is een bebouwing die divers is in maat: soms wat groter van schaal, waar het bebouwing voor gemeenschappelijk gebruik betreft (bijv. kerk, school) of bijvoorbeeld bedrijvigheid (in Overlangel niet aan de orde), maar verder overwegend kleinschalig. De bebouwing varieert in leeftijd en functie en er is sprake van een organische groei, die zich uit in variërende perceelsmaten en een variërende afstand tot de weg. De bebouwingslinten in het landelijk gebied (in dit geval Overlangelseweg en Kromstraat) staan regelmatig in visueel contact met het buitengebied (doorzichten). De woningbouwontwikkelingen, die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, passen binnen de lintbebouwde structuren, waar zij onderdeel van uitmaken of tegenaan liggen. Locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat: De bebouwing oriënteert zich op de Kerkstraat in twee blokjes, waarvan de rooilijn verspringt.
De bebouwing ligt wat verder van de straat, zodat er ruimte is voor een brede bermstrook waarin enkele bomen kunnen worden geplant, die de straat een groener aanzien geven. Door de verwijding in het profiel is er ruim zicht op de kerk, die het belangrijkste gebouw vormt aan deze centrale straat in het dorp. Locatie Overlangelseweg/Kromstraat. Zowel vanaf de Overlangelseweg als vanaf de Kromstraat blijven bestaande doorzichten naar buiten bestaan. De bebouwing ligt tegen de achterpercelen van de Overlangelseweg aan en wordt ontsloten vanaf de Kromstraat met een erf, waarop de bebouwing oriënteert. Er is derhalve geen sprake van bebouwing in tweede lijn achter het lint. De bebouwing heeft een architectuur die is afgeleid van agrarische bebouwing en heeft daarmee aansluiting op de bebouwing in de directe omgeving. Met een landschappelijk inpassingsplan is voorzien in een landschappelijke inpassing van de nieuwe woningen in de omgeving.
Conclusie Door de wijze waarop de nieuwe woningen zijn gesitueerd, de oriëntatie, de ruimte voor groen, de instandhouding van bestaande doorzichten en de bebouwingstypologie, worden bestaande cultuurhistorische waarden in en om het plangebied gerespecteerd. 5.4
Mobiliteit en parkeren
5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. 5.4.1.1 Verkeer: extra verkeersbewegingen In de kleine kernen van de gemeente worden per woning de volgende hoeveelheden verkeer gegenereerd (bron: CROW brochure 381: Toekomstbestendig parkeren):