Toelichting - BP Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg_Kromstraat en Dr_ Ruijsstraat Overlangel - 2023
Tekst van het document
Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van 19 nieuwe woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. De ontwikkeling leidt niet tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit: Ingevolge de Europese richtlijn milieukwaliteit, worden in de Wet milieubeheer de volgende grenswaarden gehanteerd: grenswaarde jaargemiddelde concentratie PM10 = 40 μg/m3. grenswaarde jaargemiddelde concentratie PM2.5 = 25 μg/m3. grenswaarde jaargemiddelde concentratie NO2 = 40 μg/m3.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 74 van 95 vastgesteld
Zoals op navolgende kaarten is te zien blijven de concentraties PM10, PM2.5 en NO2 ter plaatse van het plangebied ruim onder de aangegeven grenswaarden. Een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 75 van 95 vastgesteld
Bovenstaande tabel (bron: KRD Noord Brabant) laat zien dat de uitstootwaarden van fijnstof van een varkenshouderij aan de Vlierbosstraat 1, die ten noorden van het plangebied ligt, zeer laag zijn en dus klaarblijkelijk niet van significante invloed op de waarden, zoals weergegeven op de kaarten van de Atlas Leefomgeving (zie vorige bladzijden) zijn weergegeven. De waarde PM10 rond de varkenshouderij ligt tussen de 16 en 17 μg/m3, wat ver beneden de grenswaarde van 40 μg/m3 is. Conclusie Er worden vanwege het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen verwacht voor de beoogde ontwikkeling. 5.7.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt.
Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. In de nabijheid (op minder dan 80 m) van de beide deelgebieden van dit bestemmingsplan bevinden zich geen bovengrondse hoogspanningslijnen. Conclusie Straling vanwege laagfrequente electromagnetische velden vormt geen beperkte factor voor de woningbouwontwikkelingen die met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. 5.7.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren.
Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 76 van 95 vastgesteld
De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
Akoestisch onderzoek heeft als doel het bepalen van de geluidsbelasting ten gevolge van de nabijgelegen wegen en het beoordelen of er voldaan wordt aan de bepalingen van de Wet geluidhinder (Wgh). Dit onderzoek is nodig, wanneer een ontwikkeling is gelegen binnen de onderzoekszone van een weg of wanneer sprake is van een weg, die geen onderzoekszone heeft (bijv. 30 km-weg) maar wel een zodanige verkeersfunctie dat onderzoek noodzakelijk wordt geacht om te kijken of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er vindt nieuwbouw van 19 woningen plaats. In navolgende paragrafen zijn de onderzoeksresultaten voor de beide locaties samengevat.
5.7.8.1 Locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Maasdijk en een gedeelte van de Oude Graafsestraat buiten de bebouwde kom. Daarnaast is het plan gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen, waaronder: Dr. Ruijsstraat, Kerkstraat en de Oude Graafsestraat (binnen de bebouwde kom). Conclusie Voor alle wegen in onderhavig onderzoek geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Conform het geluidbeleid van de gemeente Oss is het gemeentelijk ambitieniveau op de onderhavige locatie lager dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde c.q. richtwaarde. Het ambitieniveau van 43-48 dB wordt op de gevels van het onderhavige plan echter door geen enkele weg overschreden. Derhalve wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting bepaald voor alle gemodelleerde wegen.
De cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de beoogde nieuwe woningen bedraagt ten hoogste 47 dB, exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh ter plaatse van toetspunt 5 (woning 3 en 4). Aangezien voor onderhavige woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde c.q. een overschrijding van de richtwaarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen voor nieuwbouwwoningen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 77 van 95 vastgesteld
5.7.8.2 Locatie Overlangelseweg/Kromstraat Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Kromstraat, de Maasdijk en een gedeelte van de Vlierbosstraat en de Overlangelseweg buiten de bebouwde kom. Daarnaast is het plan gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen, waaronder: Overlangelseweg, de Kerkstraat en de Vlierbosstraat (binnen bebouwde kom). Conclusie Voor alle wegen in onderhavig onderzoek geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde c.q. richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Conform het geluidbeleid van de gemeente Oss is het gemeentelijk ambitieniveau op de onderhavige locatie lager dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde c.q. richtwaarde. Het ambitieniveau van 43 dB wordt op de gevels van het onderhavige plan echter door geen enkele weg overschreden. Derhalve wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting bepaald voor alle gemodelleerde wegen.
De cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de beoogde nieuwe woningen bedraagt ten hoogste 48 dB, exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh ter plaatse van toetspunt 22 (woning 18 en 19). Aangezien voor onderhavige woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde c.q. een overschrijding van de richtwaarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen voor nieuwbouwwoningen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. 5.7.9
Gezondheid
Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. 5.7.9.1 Pluimvee- en varkenshouderijen De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit vrijkomende fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een belangrijk bestanddeel in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 2.0’ opgesteld.
Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 78 van 95 vastgesteld
De voorlopige onderzoekresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU/m³ eenvoudig bepaald kan worden. In de Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 2.0’ worden de volgende richtafstanden gehanteerd: Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- of verblijfsruimten van derden Overige veehouderijen: binnen afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. Dit plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een agrarisch bedrijf waarbinnen endotoxinen tot een risico voor de volksgezondheid kunnen leiden. Binnen een afstand van 250 m tot het plangebied komen geen veehouderijen voor. De dichtstbijzijnde veehouderij (Vlierbosstraat 1) ligt met de bestemmingsgrens op een kortste afstand van ongeveer 355 meter. Dit betreft een varkenshouderij.
Het dichtstbijgelegen pluimveebedrijf bevindt zich aan de Hoefstraat 7 te Herpen en ligt op 5.2 km afstand (bron: www.bvb.brabant.nl). Conclusie Beide delen van het plangebied liggen op ruim voldoende afstand van varkens- of pluimvee veehouderijen. Er zijn vanwege deze bedrijven geen risico’s voor de gezondheid voor de woonontwikkelingen, die met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. 5.7.9.2 Geitenhouderijen Uit VGO-onderzoek blijkt dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan.
Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen).
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 79 van 95 vastgesteld
Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Met de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van 19 nieuwe woningen. Er is 1 geitenhouderij aanwezig binnen 2 km afstand van het plangebied (geitenhouderij aan de Wooijstraat 9 te Herpen).
Deze ligt op ruim 900 m van de locatie Dr. Ruijsstraat/Kerkstraat en op ca. 1200 m van de locatie aan de Overlangelseweg/Kromstraat. Het college is van mening dat een stand-still van het aantal geiten binnen bestaande stallen wenselijk is, tenzij er op basis van gezondheidskundige redenen geen aanleiding is de ontwikkeling te weigeren. Zo besloot het college op 5 december 2017. Daarnaast stelt het college criteria vast hoe om te gaan met ontwikkelingen binnen de straal van 1,5/2 km rond een geitenhouderij. Dit betreffen tijdelijke maatregelen totdat het lopende onderzoek van het Rijk bekend en beoordeeld is. Afgesproken is om geen woningen dichterbij de geitenhouderij bouwen dan al bestaande woningen. De huidige gezondheidsrisico’s voor bestaande woningen worden vooralsnog aanvaard. Door niet dichterbij te bouwen wordt voorkomen dat eventuele toekomstige maatregelen om de gezondheidseffecten van geitenhouderijen te verminderen minder effectief worden of dat een grotere inspanning moet worden gedaan om te voldoen aan toekomstige eisen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gemeente beschouwt de woonontwikkeling aanvaardbaar, voor wat betreft de volksgezondheid in relatie tot geitenhouderijen, om de volgende redenen: - De relatief grote afstand tussen de geitenhouderij en het plangebied.
-
Gezien de recente bevindingen in het VGO-3 onderzoek blijkt dat de associatie vooral sterk is naarmate de afstand tussen plangebied en geitenhouderij kleiner is. In dit geval betreft de afstand circa 1.100 meter (kortste afstand), een relatief grote afstand. Informatiemogelijkheid bewoners. De (toekomstige) gebruikers/bewoners worden geïnformeerd over de aanwezigheid van de geitenhouderij en de (mogelijk) daaruit voortkomende gezondheidsrisico's.
Conclusie Er worden geen nieuwe woningen op kortere afstand van de geitenhouderij gesitueerd dan bestaande woningen. Door niet dichterbij te bouwen wordt voorkomen dat eventuele toekomstige maatregelen om de gezondheidseffecten van geitenhouderijen te verminderen minder effectief worden of dat een grotere inspanning moet worden gedaan om te voldoen aan toekomstige eisen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 80 van 95 vastgesteld
De gemeente beschouwt de woonontwikkeling aanvaardbaar, voor wat betreft de volksgezondheid in relatie tot geitenhouderijen, om de volgende redenen: De relatief grote afstand tussen de geitenhouderij en het plangebied. De mogelijkheid om bewoners vooraf te informeren over de gezondheidsrisico’s vanwege de geitenhouderij.
5.7.10 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector, de boomteelt en de glastuinbouw waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. In de directe omgeving van het plandeel aan de Overlangelseweg/Kromstraat bevinden zich verschillende akkers, die in gebruik zijn voor de vollegrondsteelt van gewassen en weilanden. Daarbij kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
Gewasbeschermingsmiddelen worden bij dergelijke activiteiten op een zodanige wijze gebruikt dat daarbij nauwelijks een spuitnevel ontstaat die de omgeving negatief kan beïnvloeden, dit in tegenstelling tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij bomen of fruitteelt. Op basis hiervan kan hierbij een kleinere afstand tot woningen worden aangehouden. Het is onwaarschijnlijk dat de akker naast de woning in de toekomst zal worden gebruikt voor bomen- of fruitteelt, waarbij gewasbeschermingsmiddelen op een andere manier worden gebruikt, omdat dit in het betreffende gebied geen gangbare teelt betreft. Ter plaatse van de woningen zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, ook bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de naastgelegen akkers. Conclusie Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 81 van 95 vastgesteld
5.7.11 Niet gesprongen explosieven De twee deelgebieden van voorliggend bestemmingsplan (groen gearceerd op onderstaande afbeelding) zijn geheel onverdacht van ontplofbare oorlogsresten uit WOII op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek uit 2016. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerkzaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is. Het is niet nodig om hier onderzoek naar te doen. Het kan echter voorkomen dat bij toeval toch een artikel wordt gevonden wat er uit ziet als een explosief of munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven en Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 82 van 95 vastgesteld
5.8
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Verantwoording Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- plichtig besluit, indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C-lijst of D-lijst van het Besluit m.e.r. In onderhavige situatie is er sprake van een ontwikkelingslocatie voor woningbouw. Dit betreft geen activiteit die voorkomt op de Clijst. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
De grenswaarde betreft hier gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op o.a. een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Onderhavig plan betreft de toevoeging van 19 nieuwe woningen. De ontwikkeling ligt derhalve ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Geconcludeerd kan worden dat het plan niet kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er dus geen plicht tot het opstellen van een MER. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 83 van 95 vastgesteld
Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Provinciale milieuverordening Noord Brabant 2010. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent. 5.9 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn, voorzover bekend, geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Binnen het plangebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten. Voor aanvang van werkzaamheden zal een KLIC-melding worden verricht.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 84 van 95 vastgesteld
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 85 van 95 vastgesteld
Hoofdstuk 6
6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen op twee woningbouwlocaties in Overlangel. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar aansluiting bij recente bestemmingsregelingen, zoals deze zijn toegepast voor de gemeente Oss. Voor de planregels zijn het beleid van de gemeente Oss en de daarop gebaseerde voorstellen voor de regels uitgangspunt geweest. Verder is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijk standaard voor bestemmingsplan: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uitsluitend een beschrijving in hoofdlijnen. Het onderhavige bestemmingsplan betreft een gedetailleerd bestemd plan. Er wordt enerzijds maximale flexibiliteit nagestreefd om te kunnen voldoen aan de vraag vanuit de woningmarkt, terwijl anderzijds de rechtszekerheid van de burger zo goed mogelijk wordt gewaarborgd. De planopzet is gericht op nieuwbouw van 19 woningen en de bijbehorende buitenruimte en naderhand op beheer en instandhouding van de ontstane situatie.
Een en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de, binnen het onderhavige bestemmingsplan gehanteerde, bestemmingen.
6.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Agrarisch met waarden - Landschap a. uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik, met dien verstande dat in dit doel tuinen, niet-natuurlijke waterretentie, opslag (onder andere van mest en voer), sleufsilo's, kuilvoerplaten, paardenbakken, vis(kweek)vijvers en andere permanente voorzieningen niet mede zijn begrepen; b. ontwikkeling, behoud en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; c. extensieve dagrecreatie; d. (voorzieningen voor) waterkering en waterhuishouding alsmede herstel, ontwikkeling en instandhouding van watergangen, sloten en greppels, alsmede voor andere wateren met een kleinere oppervlakte dan 200 m²; e. erf- en randbeplantingen. met bijbehorende voorzieningen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 86 van 95 vastgesteld
Artikel 4: Groen Deze gronden zijn bestemd voor: De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speel- en verblijfsvoorzieningen en beeldende kunst; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. voorzieningen voor (langzaam) verkeer; e. nutsvoorzieningen en zend- en ontvangstinstallaties. Er is een regeling opgenomen voor bouwwerken en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voor kleine gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen. Artikel 5: Tuin Deze gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven als deel van het bouwperceel horend bij de voor 'Wonen – Halfvrijstaand’ dan wel 'Wonen - Rijen' bestemde gronden; b. andere functies die ter plaatse van de bestemmingen ‘Wonen – Halfvrijstaand’ en ‘Wonen – Rijen’ zijn toegestaan; c. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen zoals terrassen en paden en parkeervoorzieningen. Er is een regeling opgenomen voor bouwwerken en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voor overkappingen en carports. Artikel 6: Verkeer en verblijf De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en woonstraten met niet meer dan twee rijstroken; b. erven, pleinen en paden; c. parkeervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen en zend- en ontvangstinstallaties; e. groenvoorzieningen; f. speel- en verblijfsvoorzieningen en beeldende kunst; g.
terrein voor markten, standplaatsen en evenementen; h. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling en openbaar vervoer; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 7: Wonen – Halfvrijstaand De voor 'Wonen - Halfvrijstaand' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van halfvrijstaande woonhuizen en daarbij behorende bouwwerken; b. activiteiten die genoemd zijn in de 'Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten' met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m 2; c. een bed en breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 kamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; d. bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. Er is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de hoofdbebouwing moet worden gebouwd. In de regels zijn de maximale goot- en bouwhoogte bepaald. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ook buiten het bouwvlak toegestaan. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn regels opgenomen.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 87 van 95 vastgesteld
Artikel 8: Wonen - Rijen De voor 'Wonen - Rijen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van ten minste twee aaneengebouwde woonhuizen en daarbij behorende bouwwerken; b. activiteiten die genoemd zijn in de 'Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten' met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m 2; c. een bed en breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 kamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; d. bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. Er is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de hoofdbebouwing moet worden gebouwd. In de regels zijn de maximale goot- en bouwhoogte bepaald. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ook buiten het bouwvlak toegestaan. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn regels opgenomen. Artikel 9: Waarde – Archeologie historische kern Artikel 10: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog De voor 'Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van op of in de gronden aanwezige archeologische waarden.
Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 11:
Anti-dubbeltelregel
Artikel 12:
Algemene bouwregels
Artikel 13:
Algemene gebruiksregels
Artikel 14:
Algemene aanduidingsregels
Onder 14.2 zijn bepalingen opgenomen om de uitvoering van een landschappelijk inpassingsplan te borgen, dat als bijlage 3 bij de regels is gevoegd. Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – inrichtingsplan’ geldt het volgende: a. de gronden zijn tevens bestemd voor de inrichting conform bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan, met dien verstande dat de aanduiding van bouwwerken geen onderdeel vormt van de inrichting; b. er mag alleen worden gebouwd als is zekergesteld dat de inrichting van de gronden plaatsvindt conform bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan en de gronden duurzaam worden beheerd en in stand worden gehouden conform bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan, met dien verstande dat de aanduiding van bouwwerken geen onderdeel vormt van de inrichting; c. onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan gebruik, daaronder mede begrepen het doen en/of laten gebruiken, van gronden in afwijking van het inrichtingsplan dat als bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan onderdeel uitmaakt van deze regels, met dien verstande dat de aanduiding van bouwwerken geen onderdeel vormt van de inrichting en met dien verstande dat dit verbod uitsluitend geldt vanaf 1 jaar na de verlening van de eerste omgevingsvergunning voor het bouwen op deze gronden.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 88 van 95 vastgesteld
In bijlage 3 bij de regels is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen, dat voor de woningbouwlocatie aan de Overlangelseweg/Kromstraat is opgesteld.
Artikel 15:
Afwijken van de bouwregels algemeen
Artikel 16:
Algemene wijzigingsregels
Artikel 17:
Overige regels
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 18: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 19: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage: milieuzoneringslijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 89 van 95 vastgesteld
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten. Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; nakoming van afspraken en naleving van regels.
In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.
7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 90 van 95 vastgesteld
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.
Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 91 van 95 vastgesteld
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemers is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 92 van 95 vastgesteld
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 93 van 95 vastgesteld
Hoofdstuk 9
9.1
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog
In 2018 is het project Bouwen in Overlangel (BiO) ontstaan, voortvloeiend uit een peiling van de woonbehoefte onder inwoners van Neerloon, Overlangel en Keent, op initiatief van de dorpsraad voor deze kernen. Vanaf oktober 2019 communiceert de initiatiefgroep haar onderzoek en bevindingen via de website overlangel.nl en zijn hiervan nieuwsberichten geplaatst in het dorpsblaadje de ‘Driesprong’. Begin 2020 -rondom de oprichting van de vereniging BiO- zijn alle inwoners van de drie dorpen schriftelijk benaderd of er interesse is voor lidmaatschap. Hierbij zijn beide locaties, waarvoor onderhavig bestemmingsplan is opgesteld, reeds benoemd als beoogde plekken voor woningbouwontwikkeling. Door de Coronapandemie zijn er daarna nog weinig fysieke bijeenkomsten geweest, maar via digitale wegen heeft BiO de planontwikkeling en berichtgeving doorgezet. Op het moment dat er een verkavelingsplan door de leden is goedgekeurd, zijn omwonenden uitgenodigd voor de eerste informatieavond op 24 januari 2022. Tijdens de informatieavond is er steun geuit en zijn er vragen gesteld.
Een klein aantal omwonenden aan de Overlangelseweg/Kromstraat (dorpsrand) gaf aan niet blij te zijn met de planontwikkeling: het aantal woningen was te groot in aantal de woningen waren te hoog de woningen waren te dicht bij bestaande woonpercelen gesitueerd er waren zorgen dat de nieuwe buren de rust van bestaande bewoners kwamen verstoren. De gewenste ontwikkeling zou beter zijn op een andere locatie in Overlangel. Er werd ook onvrede geuit over de communicatie vanuit de gemeente. Hierop heeft BiO besloten het plan aan de dorpsrand compacter te maken in verkaveling en de afstanden naar bestaande percelen te verruimen. Verder is gepoogd om zorgen weg te nemen door de architectuur van het plan nader toe te lichten (bebouwing in een agrarische typologie en daardoor zoveel mogelijk in overeenstemming met de bestaande bebouwing in de landelijke omgeving) en de landschappelijke inpassing. Ook is uitleg gegeven over de zoektocht naar geschikte locaties, waar de Overlangelseweg/Kromstraat logischerwijs uit is voortgekomen. Tijdens een tweede informatieavond op 21 maart 2022 -voor de locatie dorpsrand- is het aangepaste verkavelingsplan voor de dorpsrand toegelicht, met de concept-verbeelding van het bestemmingsplan.
Hierop hadden dezelfde omwonenden hun twijfels of de ruimtelijke opzet van het aangepaste plan niet te compact zou zijn en onrecht zou doen aan de karakteristiek van de rand van het dorp. Overige opmerkingen en zorgen zijn genoteerd om mee te nemen in de verdere planontwikkeling. Omwonenden hebben dit nog uitgebreid toegelicht via emailberichten. Onvrede over de gemeente werd opnieuw geuit, ook nadat is uitgelegd dat de gemeente in de dialoog geen inhoudelijke rol heeft. BiO heeft het verkavelingsplan aangevuld met een landschappelijk inpassingsplan om de landschappelijke inpassing te concretiseren. Na de eerste informatieavond zijn door omwonenden van de schoollocatie nog vragen gesteld over parkeergelegenheid, daar nu kan worden geparkeerd op het terrein van de oude school. Zij zouden graag zien dat er parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de straat. BiO neemt deze wensen mee in het overleg met de gemeente, maar heeft op eigen terrein aan de achterzijde reeds voldaan aan de parkeernorm zodat het niet voor de hand ligt om ook aan de voorzijde nog parkeren te realiseren.
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 94 van 95 vastgesteld
9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereidingen van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Daarom is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Aa en Maas en Veiligheidsregio Brabant-Noord. Ook is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan Dorpsraad Herpen. Het vooroverleg heeft het volgende opgeleverd. 9.2.1 Provincie Noord-Brabant In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, is het concept ontwerpbestemmingsplan op 29 september 2022 door middel van het e-formulier aangemeld bij de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft bij brief van 22 december 2022 aangegeven dat het plan voldoende aanvaardbaar is en er geen aanleiding is tot het maken van opmerkingen.
9.2.2 Waterschap Aa en Maas Het waterschap heeft op 8 november 2022 aangegeven dat er geen waterschapsbelangen van toepassing zijn binnen de twee plangebieden. Ook wordt er verwezen naar het actuele beleid van het waterschap. Er zijn daarom geen opmerkingen op het planvoornemen.
9.2.3 Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 28 oktober 2022 het volgende advies gegeven.
U hebt op 21 oktober jl. de Veiligheidsregio Brabant Noord in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerp bestemmingplan Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel - 2023. In het plan wordt in paragraaf 5.7.3 ingegaan op het aspect Externe veiligheid. Deze paragraaf inclusief de hierin opgenomen groepsrisicoverantwoording gebaseerd op het verantwoordingkader beschreven in de beleidsvisie Externe veiligheid van de gemeente Oss geeft geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen. Om deze reden zien wij geen aanleiding voor het geven voor een advies conform artikel 12 Bevb. Wij hebben de plannen ook beoordeeld t.a.v. de mogelijkheden voor de reguliere hulpverlening. Uit de stedenbouwkundige opzet van het plangebied aan de Kromstraat blijkt dat er sprake is van een eenzijdige ontsluiting (lengte ca 80 m vanaf de Kromstraat). Voor situaties waar geen sprake is van een 2-zijdige ontsluiting, waarbij de afstand > 40 meter bedraagt en geen keer mogelijkheid is, geldt dat bij een wegbreedte van minimaal 5 meter sprake is van voldoende bereikbaarheid voor de hulpdiensten1. Wij adviseren in het definitief ontwerp van het plangebied rekening te houden met een wegbreedte van >5 meter.
In antwoord op het advies van de Veiligheidsregio kan het volgende worden aangegeven: Voor de betreffende doodlopende woonstraat is een verkeersdoeleindenbestemming opgenomen met een breedte van 8 m. Hiervan is 2 meter bedoeld voor parkeren en onverharde bermstrook. De overige 6 m kan geheel uit rijbaan bestaan. Thans is in het inrichtingsplan, dat als bijlage is opgenomen bij deze plantoelichting, voorzien in een verharde rijbaan met een breedte van 3.5 m met daarlangs een
Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel 2023, pag. 95 van 95 vastgesteld
loopstrook van 2 m. Deze loopstrook bestaat uit klinkers en is derhalve goed berijdbaar voor hulpdiensten. Totale breedte van de berijdbare strook verharding bedraagt daarmee 5.5 m, derhalve breder dan de door de Veiligheidsregio aangegeven minimumbreedte van 5 m. Het advies van de Veiligheidsregio is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.
9.2.4 Dorpsraad Herpen De Dorpsraad Berghem is op 24 oktober 2022 via de wijkcoördinator geïnformeerd. Er zijn geen vragen of opmerkingen ontvangen van de Dorpsraad Herpen.
9.3
Inspraak
De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om een bestemmingsplan voor een beperkt aantal woningen. Hierover heeft reeds een uitvoerige omgevingsdialoog met omwonenden/belanghebbenden plaatsgevonden, waarin duidelijk is aangegeven in hoeverre men al dan niet kan instemmen met het plan. De gemeente heeft daarom in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplan gemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd.
9.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.
9.5
Ambtshalve wijzigingen
Het bestemmingsplan bevat ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de volgende ambtshalve wijzigingen: - Op 15 juni 2023 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Parapluplan Wonen – 2023’ vastgesteld. Dit parapluplan is, voor zover relevant, verwerkt in de regels van voorliggend bestemmingsplan. - Aanpassing van paragraaf 9.4 Zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het plan en toevoegen van paragraaf 9.5. - Redactionele aanpassingen in de toelichting en regels.