CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Bierbrouwerij.PDF

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Bierbrouwerij Oijen - 202029.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Archeologie Wetgeving en beleid De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet gaan (naar verwachting) in 2021 over naar de Omgevingswet. Voor deze laatste onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2021. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden.

Artikel 9.1 (overgangsrecht omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten) Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a. gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. Beleidsmatig heeft de gemeente Oss voornoemde wettelijke plicht vertaald in de nota 'Archeologiebeleid gemeente Oss 2010', vastgesteld door de gemeenteraad op 14 oktober 2010. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid (opnieuw) vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 52 van 81 19 februari 2021

herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss'. Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zelf zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere verwachtingswaarden (beleidscategorieën; zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd welke acties moeten worden ondernomen bij voorgenomen ontwikkelingen/werkzaamheden. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Geen onderzoeksplicht

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

Volgens de beleidskaart is aan het plangebied deels een hoge, deels een middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat voor deze gebieden een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm -Mv én de omvang van het gebied groter is dan 100 m², respectievelijk 1000 m2. Cultuurhistorie In 2004 heeft de gemeente het ‘Erfgoedplan gemeente Oss’ opgesteld. In dit Erfgoedplan wordt zo goed mogelijk in beeld gebracht welke monumentale, archeologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden de gemeente kent. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Een belangrijk aspect in dit beleid is een integrale aanpak van het erfgoed in de gemeente. Hieronder vallen monumentenzorg, archeologie en cultuurhistorische waarden in het landschap. Dat wil zeggen, het behoud en beheer van het monumentale gebouw of object blijft alle aandacht en zorg houden, maar de methoden om dit behoud te garanderen zijn in een groter verband geplaatst. Om deze reden is sprake van een ontwikkeling van zorg voor gebouwen naar integraal beheer van cultuurhistorisch erfgoed. De zorg en zorgvuldige omgang met archeologische en landschappelijke waarden speelt hierin mee.

Door deze gewijzigde benadering is het van belang in een vroeg stadium van stadsontwikkeling of gebiedsverandering de positie van monumenten en van archeologische en cultuurhistorische landschappelijke waarden zo optimaal mogelijk te bepalen. Positief gevolg hiervan is dat monumenten, archeologische gegevens en landschap meewegen en zo mogelijk het uitgangspunt gaan vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen. De bescherming van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten is geregeld in de Monumentenwet 1988 en in de Monumentenverordening Oss die in 2010 is vastgesteld. In de verordening zijn verbodsbepalingen met betrekking tot beschermde monumenten opgenomen. De beschermde monumenten staan vermeld in de gemeentelijke monumentenlijst. De monumenten zijn tevens opgenomen in de Welstandsnota gemeente Oss. Ze vallen als specifieke objecten onder welstandsniveau 1. De bescherming van monumenten vindt aldus via twee sporen plaats. Voor het bouwen op, bij, aan of in een monument is altijd een omgevingsvergunning nodig. De welstandstoetsing maakt deel uit van de omgevingsvergunningsprocedure. Wanneer een te verbouwen bouwwerk onder de werking valt van de Monumentenwet 1988 of van een gemeentelijke verordening is, naast een omgevingsvergunning voor het bouwen tevens een ‘monumentenvergunning’ nodig. Beide toetsen verschillen inhoudelijk.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 53 van 81 19 februari 2021

De ‘monumentale’ toetsing vindt plaats aan de hand van de redengevende beschrijving die ten grondslag heeft gelegen aan de aanwijzing tot monument. De wijziging aan het bouwwerk wordt beoordeeld binnen het kader van de monumentale en historische waarde ervan zoals vastgelegd in de beschrijving. In de welstandstoetsing wordt het te wijzigen bouwwerk beoordeeld naar redelijke eisen van welstand van het bouwwerk op zichzelf (aan de hand van de in de welstandsnota vastgelegde welstandscriteria) en in relatie tot zijn omgeving. Met betrekking tot dat laatste aspect is in de welstandsnota geregeld dat bij toetsing van een bouwplan aan omliggende panden, binnen een straal van 25 meter van een monument rekening dient te worden gehouden met de uitstraling van het monument. De bescherming van gemeentelijke stads- of dorpsgezichten is eveneens geregeld in de Monumentenverordening 2010. Hierin is opgenomen dat de gemeenteraad ter bescherming van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vaststelt. Binnen onderhavig plangebied bevinden zich géén cultuurhistorische elementen/gebouwen. Voor zover het gaat om cultuurhistorische landschapsstructuren, wordt hier via het inrichtingsplan rekening mee gehouden en sluit deze aan op wat er aan ambities is geformuleerd in de nota landschapsbeleid 2015.

Voorts zijn aan het plangebied archeologische waarden toegekend die middels een archeologisch onderzoek nader zijn onderzocht. Daarvoor wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1. 4.4.6

Verkeer

Mobiliteitsvisie, Balans in beweging In de mobiliteitsvisie (2009) staan drie begrippen centraal; bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Het centrale doel van de mobiliteitsvisie is het in balans brengen van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in de gemeente, nu en in de toekomst. Om deze balans te bereiken streeft de gemeente naar een verschuiving in het gebruik van vervoerswijzen. Een groter deel van de verplaatsingen moet plaats gaan vinden met de fiets of met het openbaar vervoer. Dit is nodig om Oss bereikbaar en leefbaar te houden. Oss wil de verschuiving bereiken door het gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren. Deze vervoerswijzen moeten veilig en comfortabel zijn en men moet snel op de plaats van bestemming kunnen komen. De goede bereikbaarheid is met name gericht op de economisch belangrijke gebieden van Oss. De bedrijventerreinen vallen hieronder. De doorstroming op de wegen naar de bedrijventerreinen (i.c. N329) moet optimaal zijn. Hoewel de bereikbaarheid van de economisch belangrijke gebieden voor alle vervoerswijzen goed moet zijn, streeft de gemeente wel naar een verschuiving van vervoerswijze. Korte verplaatsingen moeten bij voorkeur per fiets of te voet afgelegd worden en niet per auto. Voor het vervoer van goederen zal het gebruik van water en spoor verder gestimuleerd worden.

In de uitwerkingsfase zullen de doelstellingen uit de visie langs drie lijnen worden uitgewerkt: infrastructuur, gedrag en organisatie. Er heeft inmiddels een uitwerking plaatsgevonden in de deelplannen Wegen, Fiets, Openbaar Vervoer en Gedrag. Onderhavig initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen vanwege de beoogde uitbreiding van de brouwerij. Deze toename leidt niet tot verkeersproblemen. De Beatrixweg betreft een gebiedsontsluitingsweg (80 km/u) en kan voldoende verkeer afwikkelen. Door de entree van de brouwerij voor gemotoriseerd verkeer te verplaatsen van de Oijense Bovendijk naar de Kasteelstraat, kunnen bezoekers snel vanaf de Beatrixweg het terrein van de brouwerij bereiken en hoeft bezoekend verkeer niet meer op de dijk te komen. De beoogde planontwikkeling voorziet in een toename van het aantal verkeersbewegingen naar de brouwerij. Er wordt uitgegaan van de volgende bewegingen: - Op een maximaal representatieve dag is uitgegaan van maximaal 270 parkeerbewegingen in de dagperiode. 42 bewegingen in de avondperiode en 23 in de nachtperiode; - Ten behoeve van de chalets is sprake van ca. 20 bewegingen in de dagperiode, 4 in de avondperiode en 2 in de nachtperiode; - Voor de campers is sprake van 16 bewegingen in de dagperiode, 4 in de avond en 2 in de nachtperiode; - Personeel en leveranciers arriveren aan de Oijense Bovendijk.

Er is sprake van maximaal 3 leveringen of transporten met een vrachtwagen per dag (6 bewegingen) in de dagperiode; - Er is tevens een uitgegaan van 3 vrachtwagenmanoevres met achteruitrijsignalering; - Door personeel is sprake van maximaal 15 arriverende medewerkers per personenauto; - De medewerkers arriveren in de dagperiode en vertrekken in de avond- (10) of nachtperiode (5);

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 54 van 81 19 februari 2021

-

Door eigen transportmiddelen (laadbus en trailer) is sprake van maximaal 6 transportbewegingen per dag in de dagperiode, (3 vertrekken en 3 arriverend). Daarnaast is er transport op eigen terrein van 6 bewegingen in de dagperiode en 4 bewegingen in de avond.

ruimte Route 1 (parkeren) Route 1a (parkeren overloop) Route 2 (campers) Route 3 (parkeren chalets) Route 4 (transport eigen vervoer) Route 5 (intern transport) Route 7 (parkeren personeel brouwerij) Route 8 (vrachtwagens laden/lossen) Route 8b (vrachtwagens achteruit) Route 9 (indirect pers. Oijense Bovendijk) Route 10 (indirect wg Bovendijk) Route 11 (indirect Kasteelstraat) Route 12 (indirect campers Kasteelstraat)

Aantal bewegingen dag 180 90 16 20 6 6 15 6 3 15 6 290 16

avond 30 10 4 4 4 10 10 46 4

Nacht 14 9 2 2 5 5 25 2

Effecten op situatie Kasteelstraat De gegevens uit het akoestisch onderzoek zijn maximale waarden en dus worst-case. Qua bewegingen kom je uit op (306 + 74 + 70 + 6 vwgs) = 456 mvt/etmaal extra op de Kasteelstraat uitgaande van een maximale bezetting van de inrichting. Een inschatting van een jaargemiddelde, levert het volgende beeld op: De maximale aantallen gelden voor de zaterdagen en zondagen gedurende het seizoen. Op de weekdagen is er (slechts) 50% van het aantal motorvoertuigen aanwezig is: 2/7 * + 50% * 5/7 = 130 + 163 = 293 mvt / etmaal in het seizoen. Buiten het seizoen bedraagt het aantal motorvoertuigen ca. 30% van het bezoekers aantal = 137 mvt/etmaal. Jaargemiddeld (uitgaande van 50% seizoen en 50% buiten seizoen) dan kom je bij deze getallen dan op 215 mvt/etmaal. Het huidige aantal motorvoertuigen op de Kasteelstraat bedraagt 830 mvt/etmaal en daar komen er op grond van bovenstaande redenatie 215 mvt/etmaal bij. Dit maakt totaal 1045 mvt/etmaal. De Kasteelstraat kan deze capaciteit aan. Op basis van onderstaande figuur (28) blijkt dat de Kasteelstraat gecategoriseerd is als erftoegangsweg, type II (60 km/uur BuBeKo) met een gebruikelijke intensiteit kleiner dan 4.000 motorvoertuigen per etmaal.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 55 van 81 19 februari 2021

Figuur 28: capaciteit Kasteelstraat Oijen

Parkeren In de nota “parkeernormen 2017 gemeente Oss” staat beschreven welke parkeernormen gehanteerd moeten worden bij nieuwe projecten (zowel uitbreidingen als herstructurering). Uitgangspunt voor herontwikkeling is dat het parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. Voor het beoogde plan voor de bierbrouwerij is, op basis van de geldende parkeernormen, bepaald hoeveel parkeervoorzieningen op eigen terrein aanwezig moeten zijn. In bijlage 11 is de parkeeranalyse opgenomen. Hieruit volgt dat het plan 101 parkeerplaatsen voor bezoekers en 26 parkeerplaatsen voor personeel dient te bevatten. In het inrichtingsplan (figuur 21) is aangegeven waar en op welke wijze de parkeervoorzieningen zijn geprojecteerd. Er zal een permanent parkeerterrein worden gerealiseerd die ruimte geeft voor circa 105 parkeerplaatsen (zie figuur 28). Daarnaast zal een terrein worden gereserveerd die alleen kan worden ingezet ten behoeve van parkeren op momenten dat dit nodig is. Het overloopterrein heeft een capaciteit van circa 50 auto’s. Hiermee kan ruimschoots worden voldaan aan de berekende parkeeropgave

Figuur 29: beoogde parkeervoorzieningen

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 56 van 81 19 februari 2021

De parkeervoorzieningen voor personeel zijn voorzien op het huidige parkeerterrein ten oosten van de bierbrouwerij. 4.4.7 Natuur- en Landschapsvisie De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: - Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. - Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. - Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. - Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. - Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Het beoogde plan sluit aan bij de ambities in de natuur- en landschapsvisie. Dit is vertaald in het inrichtingsplan in figuur 21.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 57 van 81 19 februari 2021

Hoofdstuk 5

Verantwoording

5.1 Milieu- en omgevingsaspecten In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: - Bedrijven en milieuzonering (§ 5.1.1) - Bodem (§ 5.1.2) - Externe veiligheid (§ 5.1.3) - Geurhinder: agrarisch (§ 5.1.4) - Geur: industrieel (§ 5.1.5) - Luchtkwaliteit (§ 5.1.6) - Straling (§ 5.1.7) - Water (§ 5.1.8) - Weg-, spoor-, en industrielawaai (§ 5.1.9) 5.1.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.

Door De Roever is een onderzoek uitgevoerd met betrekking tot milieuzonering (zie bijlage 2). Hierbij zijn de richtafstanden van de milieubelastende functies behorende bij de gewenste inrichting aan de Oijense Bovendijk 61 te Oijen onderzocht.

Figuur 30: richtafstanden milieubelastende functies

Voor het horeca-gedeelte is uitgegaan van lichte horeca. Er is geen sprake van (versterkte) muziek. De richtafstand van 10 meter is gerechtvaardigd. Er is sprake van een kleinschalige (ambachtelijke) bierbrouwerij. De keuken is voorzien van een ontgeuringsinstallatie, waarmee wordt voldaan aan de eisen die het Activiteitenbesluit stelt ten aanzien van geur.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 58 van 81 19 februari 2021

De milieubelasting is niet te vergelijken met een bierbrouwerij van het formaat van de grote (Nederlandse) biermerken. Er wordt slechts op zeer kleine schaal gebrouwen. De brouwerij is vergelijkbaar met de brouwerij aan Brouwerspad 26 te Lith waarvoor de gemeente Oss in 2013 een vergunning heeft verleend (kenmerk W4471). Bij die brouwerij is sprake van een condensor welke alle geuren afvangt en afvoert naar het riool. Dat is bij de beoogde brouwerij aan Oijense Bovendijk 61 te Oijen ook het geval. Dezelfde installatie wordt toegepast. Er zijn geen grote hoeveelheden transportbewegingen, installaties en schoorstenen zoals bij een grote bierbrouwerij. De milieubelasting naar de omgeving is te vergelijken met de milieubelasting naar de omgeving door een ander ambachtelijk productieproces van dranken, zoals bijvoorbeeld de vervaardiging van wijn, cider e.d. Voor die bedrijven geldt een richtafstand van 10 meter voor geur, 0 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 0 meter voor gevaar. Aan die richtafstand wordt voldaan, met uitzondering van het aspect geluid. De destilleerderij heeft een capaciteit van 33 liter en wordt 2 keer in de maand gebruikt. De milieubelasting naar de omgeving is te vergelijken met de milieubelasting naar de omgeving door een ander ambachtelijk productieproces van dranken, zoals bijvoorbeeld de vervaardiging van wijn, cider e.d.

Voor die bedrijven geldt een richtafstand van 10meter voor geur, 0 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 0 meter voor gevaar. Aan die richtafstand wordt voldaan, met uitzondering van het aspect geluid. In de koffiebranderij wordt op zeer kleine schaal koffie gebrand met een tafelmodel koffiebrander. Er wordt 1 keer per maand ongeveer 10 kg koffie gebrand. De koffiebranderij heeft geen relevante milieubelasting. Uit figuur 30 blijkt dat niet wordt voldaan aan de richtafstand voor het aspect geluid. Volgens het stappenplan in hoofdstuk 4 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering is een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk om de werkelijke geluidbelasting door de gewenste inrichting mogelijk te maken en of er maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn om het planvoornemen mogelijk te maken. In het akoestisch onderzoek wordt het geluid afkomstig van de gehele inrichting (dus horeca, kamperen en parkeren) betrokken. De resultaten van dat geluidsonderzoek zijn in paragraaf 5.1.9 opgenomen. Aan de richtafstanden behorende bij de overige aspecten (geur, stof en gevaar) wordt wel voldaan. Deze aspecten vormen geen knelpunt voor het planvoornemen. 5.1.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies.

In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Door Milon BV is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (NEN 5740, zie bijlage 3). Er zijn 2 deellocaties binnen het plangebied die qua bodemgesteldheid zijn onderzocht te weten: Locatie 1: uitbreiding bierbrouwerij (1.000 m2) Dit betreft het buitenterrein rondom de huidige bebouwing en is plaatselijk verhard met klinkers, stelconplaten en split met lokaal een fundering van puin en/of leistenen. Deze locatie is altijd als buitenterrein in gebruik geweest. Locatie 2: realisatie chalets en camperplaatsen (2.850 m2) Deze locatie is in gebruik als weiland en is ook altijd agrarisch in gebruik geweest. Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom is conform NEN 5740 de hypothese ‘onverdachte locatie’ opgesteld. De oppervlakte van locatie 1 bedraagt circa 1.000 m2 en locatie 2 circa 2.850 m2. Onderzoeksresultaten Tijdens de veldwerkzaamheden zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging.

Specifiek wordt vermeld dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Gelet op een sterk verhoogde concentratie zink in het grondwater van één van

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 59 van 81 19 februari 2021

de peilbuizen, heeft herbemonstering plaatsgevonden van het grondwater. De daarbij gemeten waarden zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Conclusie en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocaties. Er zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten of concentraties aangetroffen. Wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit bestaat er geen belemmering voor de toekomstige ontwikkelingen en het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Vervolgonderzoek naar de licht verhoogde gehalten in de grond en licht verhoogde concentraties in het grondwater wordt niet zinvol geacht. Dit verkennend bodemonderzoek is geen bewijsmiddel zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn. 5.1.3

Externe veiligheid

Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRNVGS) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.

In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 60 van 81 19 februari 2021

Beoordeling De bierbrouwerij, zeker in de nieuwe beoogde vorm, betreft een kwetsbaar object conform het hierboven beschreven beleidskader. Om te bepalen of dit kwetsbaar project is gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6/jaar), is gekeken naar de Beatrixweg (provinciale weg) en de Maas ten behoeve van waterverkeer. Op basis van onderstaande kaart is onderhavig plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van wegen én die van vaarwegen.

Figuur 31: De signaleringskaart met invloedsgebieden in de gemeente Oss

Alleen de Maas (waterweg) heeft op basis van de risicokaart Noord-Brabant een risicocontour 10-6/jaar (zie figuur 31) maar deze reikt niet tot aan het plangebied van de brouwerij. Derhalve is er geen sprake van een belemmering van uit het aspect externe veiligheid voor de voorgenomen doorontwikkeling van de bierbrouwerij.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 61 van 81 19 februari 2021

Figuur 32: Uitsnede risicokaart Noord-Brabant

Binnen een straal van 1000 meter rondom het plangebied liggen geen risicobronnen waarbij sprake is van een EV-scenario. Door AVIV is een notitie opgesteld die nader ingaat op de risicobronnen in de nabijheid van het plangebied en de gevolgen daarvan (zie bijlage 12). Maascorridor Op ca. 650 m ten noorden van het plangebied ligt de Maas, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De Maas is onderdeel van de Maascorridor zoals opgenomen in bijlage 3 van de regeling Basisnet. Tabel 1 toont de vervoersaantallen per stofcategorie en het bijbehorende invloedsgebied.

Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Water gelden de afstanden die in bijlage 3 bij de regeling Basisnet zijn opgenomen. Voor de Maas geldt een PR-plafond van 0 m. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op de begrenzing van de vaarweg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Omdat het plangebied buiten 200 m van de binnenvaartroute ligt, kan de berekening van het groepsrisico achterwege blijven. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van stofcategorie GT3 (toxische gassen zoals ammoniak). Er zullen maatregelen getroffen worden, in overleg met de Veiligheidsregio en bevoegd gezag, om de bestrijdbaarheid op het benodigde niveau te brengen. Daarbij moet gedacht worden aan bluswatervoorziening(en) en de aanrijtijden. Zowel de bebouwing (in de beoogde nieuwe situatie) als het buitenterrein worden dusdanig ingericht/ontworpen dat ook de zelfredzaamheid op een geaccepteerd niveau komt. Bij zelfredzaamheid

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 62 van 81 19 februari 2021

kan gedacht worden aan het sluiten van ramen en deuren bij een calamiteit met toxisch gas. In de (omgevings)vergunningsfase worden de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader (in detail) afgewogen en beoordeeld. Artikel 7 uit het Bevt is van toepassing. Beatrixweg Het plangebied grenst aan de Beatrixweg (N626). Provinciale wegen vallen niet onder het Basisnet Weg. In de spreadsheet van Rijkswaterstaat met resultaten van de tellingen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over (regionale) wegvakken, wordt de N626 evenmin genoemd. Mogelijk fungeert de Beatrixlaan als bevoorradingsroute voor het LPGtankstation aan de N329. De vergunde jaardoorzet van dit tankstation is maximaal 500 m3. Dat betekent dat maximaal 35 keer bevoorrading plaatsvindt. Ervan uitgaand dat de tankauto zowel heen als terug dezelfde route neemt, resulteert dit in maximaal 70 transporten LPG (stofcategorie GF3). Plaatsgebonden risico Volgens de vuistregels vervoer over de weg heeft een weg buiten de bebouwde kom met minder dan 500 GF3-transporten per jaar geen 10-6-contour [6]. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Gelet op de omgeving (incidentele bebouwing) zal de vervoerstroom van maximaal 70 transporten niet leiden tot een groepsrisico groter dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. De berekening van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven.

5.1.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2013”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder - de veehouderijen niet onnodig beperken ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Beoordeling Er is een geuronderzoek uitgevoerd (bijlage 13) waarin de volgende 2 vragen zijn gesteld en beantwoord: 1.

Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? De bierbrouwerij betreft een geurgevoelig object voorzover er bezoekers ter plekke verblijven in relatie tot de horeca en de verblijfsrecreatie. Er bevinden zich enkele (agrarische) bedrijven in nabijheid van onderhavig plangebied. Voor de individuele geurbeoordeling (afstanden en voorgrondbelasting) is de veehouderij aan Hoogveldsestraat 19 maatgevend. Afstanden Voor de afstanden dient 50 meter te worden aangehouden. Dit levert onderstaande situatie op. Conclusie: dit geeft geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 63 van 81 19 februari 2021

Figuur 33A: afstanden

Voorgrondbelasting Op basis van de vergunning van 6 februari 1990 met kennisgeving verandering inrichting van 22 april 1993 is voor de veehouderij aan Hoogveldsestraat 19 een geurberekening uitgevoerd. De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks Gebied. Dit levert onderstaand beeld op:

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 64 van 81 19 februari 2021

Figuur 33B: voorgrondbelasting

De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II. De veehouderij is overbelast op de woning aan Hoogveldsestraat 21 (waarvoor een geurnorm van 14 ouE/m3 geldt) en op de woning aan Dorpenweg 1 (waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 geldt). De vergunde geurcontouren zijn daarom ook de worst-case geurcontouren. Geurgevoelige objecten binnen het plangebied (waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 geldt) liggen buiten de worst-case geurcontour van 8 ouE/m3. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat en de belangen van de veehouderij worden niet geschaad. In het onderzoek is toegelicht dat het plangebied buiten de geur- en afstandscontouren van veehouderijen in de omgeving ligt. Verder is toegelicht dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat en dat veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad. Ook ten aanzien van de achtergrondbelasting is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Geurhinder van veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan. 5.1.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder.

Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 65 van 81 19 februari 2021

geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Beoordeling: Onderhavig initiatief is niet gelegen in de buurt van industrieterreinen of bedrijven. De industriële geurhinder is derhalve geen beperkende factor voor het initiatief. 5.1.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit.

Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan.

Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Beoordeling Om te bepalen of onderhavig initiatief ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is aan de hand van de NIBM-tool een berekening gemaakt. Deze berekening is opgenomen als bijlage 14. Daarbij zijn de gegevens (verkeersaantallen) uit het akoestisch onderzoek (opgenomen in bijlage 5) als uitgangspunt genomen. De conclusie op deze berekening is dat er sprake is van de volgende bijdrage: - NO2 in μg/m3: 0,38 - PM10 in μg/m3: 0,06 De grens voor ‘niet in betekende mate, betreft 1,2. Het effect van onderhavig plan blijft onder deze drempelwaarde.

Er is geen nader onderzoek nodig.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 66 van 81 19 februari 2021

5.1.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Beoordeling: Onderhavig initiatief is niet gelegen binnen een zone van 80 meter van een bovengrondse hoogspanningslijn. Daardoor is straling van bovengrondse hoogspanningslijnen geen beperkende factor voor het initiatief. 5.1.8 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit.

Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGRP een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Onderzoek Door MILON bv te Schijndel is een watertoets uitgevoerd (zie bijlage 4).

Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Hierna zijn de onderzoeksresultaten samengevat. Ruimtelijk plan Op de onderzoekslocatie heeft men het voornemen om de bestaande horecagelegenheid uit te breiden met aansluitende bebouwing. Aan de oostzijde gebeurt dit door het verlengen en recht trekken van de daklijn en aan de westzijde vindt bebouwing plaats ten behoeve van onder andere de distilleerderij en koffiebranderij. Tevens wordt een nieuwe entree gerealiseerd, parkeerplaatsen aangelegd en chalets opgericht en wordt nieuwe een aanrijroute aangelegd van west naar oost over het nieuwe terrein aan de westzijde. Het beoogde ontwikkelingsplan zorgt voor een toename van het verhard oppervlak met 3.677 m2. Hemelwatervoorziening en dimensionering Als oplossingsrichting voor hemelwaterberging wordt gedacht aan het aanleggen van een zaksloot én een helofytenfilter. Tezamen dienen deze een bergingsvermogen te hebben van 221 m3. De nieuw te graven zaksloot wordt circa 3 meter breed, 0,3 meter diep en circa 160 meter lang. Hierdoor heeft de nieuwe zaksloot grofweg een volume van 144 m3. In de nieuw te graven helofytenfilter wordt de overige 77 m3 geborgen, zodat in zijn geheel wordt voldaan aan de bergingseis.

Op het moment dat er géén vergunning kan worden verleend voor de helofytenfilter, dan zal op deze plek een waterretentievoorziening worden getroffen. Door het graven van helofytenfilter en/of zaksloot wordt tegemoet gekomen aan de uitgangspunten van het Waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkeld.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 67 van 81 19 februari 2021

zaksloot

Aanduiding helofytenfilter

Figuur 35: aanleg zaksloot als waterretentievoorziening.

Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater dat vrijkomt bij de toekomstige bebouwing kan, gelet op te beperkte capaciteit, niet afgevoerd worden naar het gemeentelijke drukriool.. Daarom wordt er op eigen terrein een helofytenfilter aangelegd. In figuur 34 is te zien waar de helofytenfilter is beoogd. Op de verbeelding, behorende bij voorliggend bestemmingsplan is een aanduiding opgenomen op de plek waar de filter is beoogd. De beoogde activiteiten met betrekking tot de koffiebranderij en de destilleerderij zijn dusdanig kleinschalig dat deze de samenstelling van het afvalwater niet substantieel beïnvloeden. Riooltransportleiding In het zuidelijke gedeelte van het plangebied is een persleiding gesitueerd. Bij riooltransportleidingen dient een zakelijk rechtsstrook van 7 meter breed in acht te worden genomen (3,5 meter aan weerszijden, gemeten vanuit het hart van de leiding). Deze strook dient vrijgehouden te worden voor eventuele onderhoudswerkzaamheden. Het betreffende tracé is opgenomen op de verbeelding en de planregels. In de nieuwe situatie zijn geen bomen of andere objecten beoogd in deze strook, Beschermingszone (vrijwaringszone) primaire waterkering: In de verbeelding en regels is de beschermingszone van de primaire kering in opgenomen. Werken en activiteiten binnen deze zone zijn watervergunning-plichtig.

5.1.9 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 68 van 81 19 februari 2021

De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden.

Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Beoordeling en onderzoek: De bierbrouwerij Oijen is voornemens haar activiteiten uit te breiden. Onderdeel van deze uitbreiding betreft de realisatie van een parkeerterrein, een camperveld en het realiseren van enkele chalets ten behoeve van de verhuur en het uitbreiden van de bebouwing met hierin een uitbreiding van de brouwerij als de horeca gelegenheid.

De horeca activiteiten van de brouwerij zullen toenemen evenals de terrascapaciteit. Door de toevoeging van het parkeerterrein zullen de routes van en naar de inrichting wijzigen. Het huidige parkeerterrein wordt de leveranciersingang en de parkeerplaats voor het personeel. De nieuwe entree zal voortaan via de nieuw aan te leggen parkeerplaats worden bereikt. Er is hierdoor sprake van een afname van het verkeer op de Bovendijk als gevolg van de bezoekers van de inrichting. Bijlage 5 geeft inzicht in de geluidbelasting ter plaatse van de omliggende woningen. Er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen uitgaande van de omschreven bedrijfssituatie. Voor de woningen aan de Kasteelstraat 4 is hier wel een motivering en afweging voor noodzakelijk waarin ook de cumulatieve geluidbelasting wordt meegewogen. Gezien de specifieke situatie, ligging en het feit dat het binnenniveau kan worden gewaarborgd, zijn hiervoor voldoende gronden. Een definitieve beoordeling is aan het bevoegd gezag. De geluidbelastingen zijn tevens lager dan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ten aanzien van indirecte hinder is er sprake van geluidbelastingen die voldoen aan de richtwaarden uit de VNG publicatie. Er kan gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen.

Zie bijlage 5 voor de totale rapportage geluid. In dit akoestisch onderzoek is er nog van uitgegaan dat Kasteelstraat 4 onderdeel uit zou gaan maken van het nieuwe bestemmingsplan. Dit is niet het geval. Aangezien toch moet worden aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de woning Kasteelstraat 4, voldoet bijgevoegde rapportage. 5.2 Waarden Binnen het plangebied voorkomende waarden op het vlak van natuur, archeologie of cultuurhistorie dienen te worden gerespecteerd en beschermd, mogelijk zelfs bevorderd. Bij ontwikkelingen moet proactief rekening worden gehouden met de aanwezige waarden. Achtereenvolgens komen aan bod:

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 69 van 81 19 februari 2021

-

Archeologie en cultuurhistorie (§ 5.2.1) Natuur (§ 5.2.2) Kwaliteitsverbetering van het landschap (§ 5.2.3) Defensie (§ 5.2.4) Milieueffectrapportage (§ 5.2.5)

5.2.1 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie In 2010 heeft de gemeente de nota 'Archeologiebeleid gemeente Oss 2010' vastgesteld. Op basis van de daarbij behorende archeologische beleidskaart heeft het plangebied deels een hoge, deels een middelhoge verwachtingswaarde. Concreet betekent dit dat voor deze gebieden een archeologisch onderzoekplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm -Mv én de omvang van het gebied groter is dan 100 m², respectievelijk 1000 m2. Uitgevoerd onderzoek Om het aspect archeologie te waarborgen heeft Bureau voor Archeologie een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase, uitgevoerd (zie bijlage 6): Boer, A., de, 2019. Oijense Bovendijk 61, Oijen, gemeente Oss: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase. Bureau voor Archeologie Rapport 484. Bureau voor Archeologie, Utrecht. Het onderzoek had betrekking op de 2 plandelen waar werkzaamheden zijn voorzien. Het onderzoek is reeds in 2017 door de gemeente beoordeeld en op basis hiervan is het volgende besluit ten aanzien van het vervolgtraject genomen: Het ingediend archeologisch onderzoek geeft aan dat in het zuidelijke plandeel (deel B) waar parkeerplaatsen, camperplaatsen en chalets gerealiseerd worden, rekening gehouden moet worden met archeologische waarden.

Indien in dit gebied graafwerkzaamheden, dieper dan 30 cm plaatsvinden dient aanvullend sleufonderzoek uitgevoerd te worden. Dit kan met de aanvraag omgevingsvergunning als voorwaarde opgenomen worden. N.B. Voor het noordelijke plandeel (realisatie bebouwing rondom huidige bierbrouwerij; deel A) werd vervolgonderzoek niet nodig geacht (zie figuur 35).

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 70 van 81 19 februari 2021

Figuur 35. Planschets. Het archeologisch rapport heeft zich beperkt tot de blauw omkaderde terreindelen A en B.

Om het archeologisch traject te borgen is aan het plangebied (met uitzondering van terreindeel A; zie figuur 35) een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog en hoog’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen – groter dan 100 m², respectievelijk 1000 m2 en dieper dan 30 cm – Mv – archeologisch onderzoek nodig is (zie bijlage 1 voor standaardregels gemeente Oss). Cultuurhistorie Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart (herziening 2016) is onderhavig plangebied gelegen binnen de aanduidingen: - Archeologische landschappen - Cultuurhistorisch waardevol gebied De volgende omschrijving wordt daarbij gegeven:

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 71 van 81 19 februari 2021

De regio Maaskant maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met zandige oeverwallen en donken en lager gelegen open komgronden. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door een brede dekzandrug die de overgang met het Brabant van het zand markeert. De oude dorpen en steden in de regio liggen op de oeverwallen en donken en op de flanken van de dekzandrug in het zuiden. De laaggelegen komgebieden werden extensief gebruikt. In de middeleeuwen zijn de rivierkleigronden bedijkt. Om de wateroverlast in de komgebieden tegen te gaan zijn grote weteringen aangelegd, zoals de Hertogswetering. Door de aanleg van dijken resteerde minder ruimte voor het water van de Maas en is een complex stelsel van overlaten ontwikkeld. Een deel van het Maaswater stroomde binnendijks door de lage komgebieden naar het westen (de Beerse Maas). De nederzettingen en de oude cultuurgronden werden door dijken tegen overstromingen van de Beerse Maas beschermd. Door verbeteringen in het stroombed van de Maas kon de Beerse Overlaat in 1942 worden gesloten. De komgronden waren vanouds als grasland in gebruik. Vanwege de regelmatige overstromingen was het gebied onbebouwd. Er liggen meerdere eendenkooien. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de komgebieden goed ontwaterd en zijn nieuwe boerderijen gebouwd.

Kenmerkend voor de ontwatering van de oostelijke Maaskant is het stelsel van weteringen, sluizen en gemalen bij Gewande. In het westelijke deel van de Maaskant zijn de monding van de Dieze en het Drongelens Kanaal opvallende elementen. Zij vormen met de vele kunstwerken een illustratie van de strijd tegen het water. De open rivierkleipolders worden geflankeerd door oeverwallen en donken. Het grondgebruik op deze hogere delen is gevarieerder dan in de polders. Het landschap vormt door de bebouwing en opgaande begroeiing een groot contrast met de open kleipolders. In de oostelijke Maaskant wordt de overgang met de dekzandrug gemarkeerd door de lintbebouwing van Kruisstraat, Heeseind en Geffen. De westelijke Maaskant wordt scherp begrensd door het Drongelens Kanaal. Binnen de overstromingsvlakte van de westelijke Maaskant -Gement, Baardwijkse Overlaat, polder Bokhoven en Vlijmen- ligt het omdijkte Eiland van Heusden. Deze zandopduiking te midden van de overstromingsvlakte is een landbouwkundig intensief gebruikt gebied (tuinbouw). In het gebied liggen verdedigingswerken uit verschillende perioden. We vinden er vestingsteden als Heusden, 's-Hertogenbosch, Ravenstein en Grave. Ten noorden van 's-Hertogenbosch liggen diverse forten, inundatiegebieden en sluizen. De verdedigingswerken maakten deel uit van de Zuiderwaterlinie.

Bij Grave staan diverse kazematten van de Peel-Raamstelling en de Maaslinie. De buitendijkse gebieden zijn grotendeels als landbouwgrond in gebruik, maar de uiterwaarden worden steeds belangrijker voor natuurontwikkeling en recreatie. De afwisseling van open en meer besloten gebieden is ook nu nog kenmerkend voor het landschap van de oeverwallen. In de kommen zijn na de landinrichting moderne, grootschalige veehouderij bedrijven ontstaan. Het eiland van Heusden is uitgegroeid tot een relatief sterk verstedelijkt gebied: de ruimten tussen de lintbebouwing zijn grotendeels gevuld met bedrijventerreinen, woonwijken en glastuinbouw. Het contrast met de omliggende open gebieden is daardoor toegenomen, de scherpe begrenzing met dijken is markant. De A59 doorsnijdt dit landschap. Stedelijke ontwikkelingen van Den Bosch in de rivierkleipolders tot aan de Maas hebben het gebied van de Maaskant in tweeën verdeeld. Meest recente stedelijke uitbreidingen zijn de Groote Wielen aan de oostkant, in het laagst gelegen deel van de Polder Maaskant, en de woonkastelen van Haverleij aan de westkant van Den Bosch. Cultuurhistorisch belang De strijd tegen het water en de voortdurend terugkerende overstromingen van de Beerse Maas hebben de inrichting en het gebruik van het gebied bepaald.

De regio heeft een grote cultuurhistorische betekenis doordat de strijd tegen het water zich nog zo goed in het huidige landschap laat herkennen. Daarnaast verlenen de vele verdedigingswerken het gebied een grote cultuurhistorische waarde. Essentiële aspecten Dragende structuren in de regio zijn: - De openheid in de polders - De dijken - De weteringen - De sluizen en gemalen - De oude Maasmeanders en wielen - De eendenkooien; De kloostercomplexen - De verdedigingswerken

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 72 van 81 19 februari 2021

Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden in de Maaskant in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor het cultuurhistorisch landschap: “Beerse en Baardwijkse Overlaat” (voor een klein deel ook in gebiedspaspoort Maasvallei); 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van het archeologisch landschap: “Maaskant”.

Figuur 36. Uitsnede cultuurhistorische waarden kaart (herziening 2016)

Bij de inrichting van het plangebied is nadrukkelijk gekeken naar de cultuurhistorische waarden en karakteristieken van het gebied en de omgeving. Het plangebied ligt volgens de Cultuurhistorische Waarden Kaart (CHW) op de grens van het Cultuurhistorisch Waardevol gebied Beerse Overlaat. Het plangebied ligt in de oksel van de noordelijke begrenzing de Oijense Bovendijk en de Kasteelstraat. De Kasteelstraat ligt op een verhoging. De provinciale begrenzing van de Beerse Overlaat is hier op de Maasdijk gelegd. Het plangebied ligt op de hoger gelegen zandige oeverwal. Hier is geen dijk parallel aan de Maasdijk aangelegd, omdat de oeverwal zelf het water tegenhield. In die zin kan de oeverwal niet als onderdeel van de Beerse Overlaat wordt beschouwd, omdat deze niet of nauwelijks onder water liep bij hoogwater. De openheid van de Beerse Overlaat is een waardevolle kwaliteit. Deze openheid is gerelateerd aan het komgebied. Dit komgebied ligt ca. 250 meter ten zuiden van het plangebied. In het komgebied dient terughoudend te worden omgegaan met de aanplant van beplanting. Op de oeverwal is het wenselijk beplanting toe te voegen in de vorm van houtsingels, bosjes, boomgaarden etc. Voorliggend plan voldoet hieraan. De cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals deze zijn opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) worden met voorliggend plan versterkt.

Het is dan ook niet nodig om in het bestemmingsplan regels op te stellen ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken ter plekke.

Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 73 van 81 19 februari 2021

5.2.2 Natuur Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=53cc2755-0cbb-40f7-8dd0-9c5869e91c31