Toelichting BP Bierbrouwerij.PDF
Tekst van het document
Indien aan bovenstaand wordt voldaan, geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling, of kan worden afgeweken van de bepalingen, gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen. Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de nieuwe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000.
De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten, en zo ja in welke mate dit is. Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd. Onderzoek Door bureau Maerlant is een ecologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7) met betrekking tot de voorgenomen doorontwikkeling van de bierbrouwerij. De resultaten uit dit onderzoek zijn:
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 74 van 81 19 februari 2021
Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd); Theoretische kans op de vestiging van rugstreeppad indien water stagneert tijdens de voortplantingsperiode. Effecten en ontheffingen Door conform het advies rekening te houden met eventueel broedende vogels en te voorkomen dat de rugstreeppad zich vestigt gedurende de werkzaamheden, worden effecten eenvoudig voorkomen. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor de plannen niet noodzakelijk. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uitgesloten zijn. Advies Bij werkzaamheden in de periode 1 maart t/m augustus, bestaat de kans dat er vogels broeden op of nabij de plaats waar de ingrepen zijn voorzien. Door locaties van de ingrepen te controleren op eventueel aanwezige in gebruik zijnde nesten, kan worden voorkomen dat onverhoopt broedende vogels worden verstoord. Niet gebruikte en /of verlaten nesten van te verwachten algemene soorten, zijn niet beschermd.
Het opzettelijk verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Bij grondwerkzaamheden in de voortplantingsperiode van rugstreeppad (globaal april tot augustus, soms tot in september) dient men te voorkomen dat ondiepe waterplassen ontstaan en de rugstreeppad zich alsnog vestigt. Stikstof Voor het plan is een AERIUS berekening gemaakt van de aanlegfase en de gebruiksfase (zie bijlagen 7C). Er zijn hierbij een aantal worst case aannames gedaan. Uit de berekeningen blijkt de verwachte emissie NOx tijdens de aanlegfase 44,4 kg/jaar te bedragen en in de gebruiksfase is 69,75 kg/jaar. De ruimtelijke spreiding (verdeeld over een jaar) van deze hoeveelheid levert op nabijgelegen natuurgebieden een depositieresultaat op die niet boven 0,00 mol/hectare/jaar uitkomt. Er is dan ook geen sprake van een effect op omringende natuurgebieden. Er is voor het plan derhalve geen vergunningsplicht en/of meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Een nadere toetsing en/of passende beoordeling is voor het plan niet noodzakelijk. 5.2.3 Kwaliteitsverbetering van het landschap Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’. In 2010 is de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte (destijds art. 2.2, nu artikel 3.2) in werking getreden. In de IOV is dit gewaarborgd in artikel 3.9.
In het RRO van januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. In 2014 – 2015 is de regeling geëvalueerd en zijn aanbevelingen opgesteld voor bijstelling van het afsprakenkader. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is art. 3.9. altijd van toepassing. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die we regionaal hebben afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 75 van 81 19 februari 2021
Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Categorie 3: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen; dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen: uitbreiding bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen (>1500 m2), Horeca, Recreatie etc.; vergroten aantal m2 bebouwing binnen Bedrijf, Recreatie, Horeca etc.; vergroten inhoud van een (agrarische Bedrijfswoning boven 750 m3; vergroten inhoud van een burgerwoning boven 750m3; vergroten aantal m2 bijgebouwen bij een woning groter dan 100 m2; nieuwbouw (eerste) bedrijfswoning. Onderhavig plan moet worden beschouwd als een niet-planmatige ontwikkeling, categorie 3. Er dient derhalve een kwaliteitsverbetering van het landschap berekend te worden.
Uitgangspunt daarbij is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van grondwaardevermeerdering (bestemmingswinst). 20% van de grondwaardevermeerdering wordt geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van het landschap. Maatregelen kwaliteitsverbetering landschap In de evaluatie kwam onduidelijkheid over de maatregelen en kosten die kunnen worden ingebracht voor kwaliteitsverbetering van het landschap naar voren. Om de aanpak voor kwaliteitsverbetering binnen de regio gelijk te schakelen zijn de richtlijnen hieronder kort samengevat. Fysieke maatregelen Op basis van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Verordening ruimte is voorwaarde dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap.
Richtlijn inbreng kosten kwaliteitsverbetering landschap: Inrichting- en beheerkosten voor aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen baseren/ relateren aan gegevens (prijzen, minimale oppervlakten, soorten) die beschikbaar zijn vanuit STIKA dan wel andere gestandaardiseerde normbedragen voor maatregelen. Meerwaardeberekening Voor de beoogde ontwikkeling voor de brouwerij is een meerwaardeberekening uitgevoerd. Deze berekening is opgenomen in bijlage 10a. Als basis voor deze berekening zijn de bestemmingen in het thans nog geldende planologisch regime en die van het beoogde nieuwe planologisch regime, gehanteerd. Belangrijkste uitgangspunten daarbij: Bestemmingen ‘Recreatie - Dagrecreatie’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ Binnen de bestemmingen ‘Recreatie – Dagrecreatie’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ zijn verschillende functieaanduidingen opgenomen. Hierom is in de meerwaardeberekening een onderverdeling gemaakt. Daarbij is specifiek gekeken naar een realistische waarde per aanduiding. In eerste instantie is uitgegaan van € 100,- per m² voor alle gronden binnen de bestemmingen ‘Recreatie – Dagrecreatie’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Echter heeft een bedrijfswoning met groepsaccommodatie of het bedrijfsgebouw van de bierbrouwerij een andere waarde dan de gronden die alleen de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 76 van 81 19 februari 2021
hebben waar verder geen bebouwing staat. Voor het bepalen van de forfaitaire bedragen is gekeken naar andere gemeenten binnen Noord-Brabant (Sint Anthonis en Terheijden). Ook is gekeken wat in het verleden binnen de gemeente Oss voor bedragen zijn gebruikt. Daarnaast is sprake van een unieke locatie en activiteiten waardoor maatwerk van groot belang is. De volgende aanduidingen zijn van toepassing binnen de bestemmingen ‘Recreatie - Dagrecreatie’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. - Aanduiding ‘bedrijfswoning’ (incl. groepsaccommodatie): voor de bedrijfswoning is vastgehouden aan de € 100,- per m². - Aanduiding ‘horeca’ (bebouwd): voor de horeca is vastgehouden aan de € 100,- per m². - Aanduiding ‘terras’ (onbebouwd): een terras is onbebouwd en daarnaast niet heel het jaar in gebruik, een bedrag van € 50,- per m² is aangehouden. - Aanduiding ‘recreatiewoning’ of ‘recreatie-chalets’, ‘camperplaats’: voor de recreatiewoningen en camperplaats is aangesloten bij de locatie Langestraat 14 in Dieden. Deze locatie is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’. Voor de recreatiebestemming, waaronder ook verblijfsrecreatie, is € 40,- per m² opgenomen. Hier wordt bij aangesloten.
- Aanduiding ‘speelvoorziening’, ‘tuin’ en geen specifieke aanduiding binnen de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’: omdat hier geen sprake is van bebouwing en het gebruik specifiek is vastgelegd is gekozen om aan te sluiten bij de forfaitaire bedragen van de gemeente Anthonis. Aan ‘dagrecreatie/horeca onbebouwd/bestemmingsvlak’ wordt het forfaitaire bedrag genoemd van € 15,- per m². Voor ‘verblijfsrecreatie/horeca onbebouwd/bestemmingsvlak’ wordt het bedrag van € 22,- per m² genoemd. Omdat in dit bestemmingsplan zowel de bestemming ‘dagrecreatie’ als ‘verblijfsrecreatie’ wordt gebruikt is het bedrag van € 20,- per m² aangehouden. - Aanduiding ‘parkeren 1’, ‘parkeren 2’ en ‘overloop parkeren’: ook voor deze gronden is een specifiek gebruik vastgelegd. Daarnaast gaat het niet om parkeerterrein waarvoor geld wordt gevraagd. Daarom is aangesloten bij het bedrag voor onbebouwd ‘dagrecreatie’/’verblijfsrecreatie’. Het bedrag van € 20,- per m² is aangehouden. Bestemming ‘Agrarisch met waarde – Landschap’ en bijbehorende specifieke aanduidingen Ook binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarde – Landschap’ zijn verschillende specifieke aanduidingen opgenomen. Deze specifieke groenaanduidingen leggen de landschappelijke inpassing van het perceel vast. Op deze gronden is agrarisch grondgebruik niet meer mogelijk.
De volgende aanduidingen zijn van toepassing binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarde – Landschap’. - ‘Agrarisch met waarde - Landschap’ zonder aanduiding: gronden die geen specifieke groenaanduiding hebben, kunnen worden gebruikt voor agrarische doeleinden. Er is geen agrarisch bouwvlak aanwezig. Een bedrag van € 7,50,- per m² is aangehouden. - Aanduiding ‘specifieke vorm van groen’ (sg-1 t/m sg-4): het gaat hier om de gronden waar de houtwallen voor de landschappelijke inpassing worden gerealiseerd. Dit is vastgelegd in de regels met deze specifieke aanduiding en daarnaast nog in het inrichtingsplan. Een ander gebruik of inrichting is op deze gronden niet mogelijk. Daarom is een bedrag van € 2,- per m² aangehouden. - Aanduiding ‘specifieke vorm van groen’ (sg-5): deze aanduiding is opgenomen voor de boomgaard. Een bedrag van € 4,- per m² is aangehouden. - Aanduiding ‘waterzuiveringsinstallatie’: deze aanduiding is opgenomen voor het realiseren van de helofytenfilter en/of waterberging. Daarom is een bedrag van € 2,- per m² aangehouden. Resultaat van deze berekening is dat sprake is van een meerwaarde van € 149.540,-. De verplichte investering in kwaliteitsverbetering bedraagt 20% van de berekende meerwaarde en bedraagt dus € 29.908,-.
Daarnaast is een kostenindicatie opgesteld voor de aanleg van het landschappelijk raamwerk zoals opgenomen in de randvoorwaarden (bijlage 1). Deze kostenindicatie is opgenomen in bijlage 10b. Hieruit volgt een benodigde investering van € 36.092,-. Via aanleg van het landschappelijk raamwerk wordt derhalve (ruimschoots) voldaan aan de verplichte investering in kwaliteitsverbetering.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 77 van 81 19 februari 2021
5.2.4 Defensie Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.
Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 5.2.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. - Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Dit is gedaan via het opstellen van een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 8). Uit deze notitie volgt dat er geen m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Vóór de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan heeft het college besloten dat er géén nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn en dat daarom voor dit bestemmingsplan geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 78 van 81 19 februari 2021
Hoofdstuk 6
6.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctieen gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhaving programma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de voorschriften en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 6.2
Professionele handhaving en handhaving programma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingorganisatie. Elke vier jaar wordt er een handhaving programma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma. 6.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 79 van 81 19 februari 2021
Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling.
Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor. Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 80 van 81 19 februari 2021
Hoofdstuk 7
Haalbaarheid
7.1 Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m².
Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is én er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Voor onderhavig initiatief is met de initiatiefnemer een exploitatie/anterieure overeenkomst gesloten. Na de terinzagelegging van het bestemmingsplan zal nog een aanvullende overeenkomst worden gesloten Middels deze overeenkomst(en) is de economische uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan verzekerd. 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties. 7.2.1 Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft diverse gesprekken gevoerd met de omwonenden van het plangebied. Tijdens deze zogenoemde omgevingsdialogen is aan de omwonenden toegelicht hoe het ontwikkelplan van initiatiefnemer eruit ziet.
Omwonenden hebben deze gesprekken gebruikt om vragen te stellen en hun potentiële bezwaren naar voren te brengen. Omwonenden zien graag dat de parkeerproblematiek op de Oijense Bovendijk wordt opgelost en vragen aandacht voor de effecten van bezoekend publiek op hun woongenot. 7.2.2 Vooroverleg In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners: Waterschap Aa en Maasen, provincie Noord-Brabant en de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Naar aanleiding van het vooroverleg is het bestemmingsplan op enkele punten aangepast/aangevuld. De nota wettelijk vooroverleg is opgenomen in bijlage 15. 7.2.3 Zienswijzen en beroep De vaststellingsprocedure van dit bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. In dat kader is het ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken (lopende van 19 maart tot en met 29 april 2020) ter inzage gelegd. Gedurende deze periode is eenieder in de
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 81 van 81 19 februari 2021
gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken ten aanzien ontwerpbestemmingsplan. Binnen deze termijn zijn er 3 zienswijzen ingediend. Daarnaast heeft het Waterschap Aa en Maas nog een reactie gegeven die ook is behandeld in de Nota van zienswijzen. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de nota van zienswijzen (zie bijlage 16) en hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het besluit gepubliceerd en staat deze open voor beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De beroepsperiode is 6 weken.