Toelichting BP Bierbrouwerij.PDF
Tekst van het document
In bijlage 9 is de uitgevoerde marktanalyse en onderbouwing ladder duurzame verstedelijking met betrekking tot de beoogde planontwikkeling, opgenomen. In dit onderzoek is gekeken naar de behoefte en potentie van de uitbreiding van het totaalconcept Bierbrouwerij Oijen. De belangrijkste conclusies uit de analyse zijn als volgt: 1.
2. 3. 4.
5.
Het gebied rondom de Maas is een belangrijke drager voor de vrijetijdseconomie in de gemeente Oss. De Maas is één van de drie belangrijkste trekkers voor recreanten en toeristen. Het gebied kenmerkt zich door recreatieve bedrijvigheid (gericht op watersport, zwemmen, fietsen, wandelen, etc.) met de nadruk op dagrecreatie; Afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in routegebonden recreatie (fiets- en wandelpaden, fiets- en voetveren). Het project Meanderende Maas zorgt voor kansen om de natuur, recreatie, cultuurhistorie, leefomgeving en economie in het gebied verder te versterken; De gemeente Oss streeft ernaar de economische kracht van het gebied te vergroten door de vrijetijdseconomie te versterken. Een recreatief aantrekkelijk gebied van betekenis en allure is het uitgangspunt. Ook horeca, overnachtingen en recreatieve ondernemingen passen hierbij; De uitbreiding van Bierbrouwerij Oijen is een uniek en onderscheidend totaalconcept met verschillende voorzieningen dat inspeelt op routegebonden (dag)recreatie. Daarmee past het plan voor de uitbreiding van Bierbrouwerij Oijen bij de ambities van de gemeente Oss.
De ontwikkeling gaat uit van een uitbreiding van de huidige accommodatie en voorziening tot (maximaal) 900m² bvo voor brouwerij en horeca (maximaal 650m² bvo horeca), terras, speelvoorziening en kleinschalige verblijfsrecreatie (B&B, chalets, campingplaatsen); De ontwikkeling van Bierbrouwerij Oijen is een toevoeging op het toeristisch-recreatieve aanbod in het Maasgebied. Het betreft daarnaast een uitbreiding van een bestaand bedrijf. De bierbrouwerij heeft de afgelopen jaren bewezen dat het bedrijfsconcept succesvol is op de huidige locatie. De openheid, landelijke sfeer en koppeling met de Maas en haar dijken, alsook de goede bereikbaarheid
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 36 van 81 19 februari 2021
6. 7.
8. 9.
10. 11.
4.3
en parkeerruimte zijn essentiële voorwaarden voor de bierbrouwerij. Deze voorwaarden zijn niet voorhanden binnen het bestaand stedelijk gebied van Oss of de omliggende kernen. Het verplaatsen van de bierbrouwerij is daarom, en ook vanwege financiële en bedrijfsmatige redenen, geen optie; Het totaalconcept is een all-season concept: gasten zullen het jaar rond de bierbrouwerij en horeca bezoeken. In de zomer zullen het meer toeristen zijn die genieten van de omgeving tijdens mooi weer, terwijl bij slecht weer juist de brouwerij de trekker is; Horeca is een groeimarkt. De omzetontwikkeling in de restaurantbranche neemt al jaren sterk toe, ook in de meest recente cijfers (2% omzetgroei in 2019). Het omzeteffect van de beoogde horecaontwikkeling op nabijgelegen restaurants en horecavoorzieningen zal met maximaal 2% beperkt zijn. Ook ten aanzien van de ondersteunende recreatiefunctie die wordt toegevoegd zijn effecten op bestaande aanbieders verwaarloosbaar; Bovendien zal de doelgroep van Bierbrouwerij Oijen anders zijn dan die van regulier horeca-aanbod. Bierbrouwerij Oijen zal daardoor beperkt concurreren met bestaand aanbod in het centrum van Oss, maar juist een eigen en uniek publiek trekken; Het unieke, lokale concept van Bierbrouwerij Oijen is dan ook een verbreding van het huidige aanbod.
Het recreatieve totaalconcept met bierbrouwerij, restaurant en verblijfsaccommodaties voorziet in kwalitatieve behoefte aan routegebonden recreatie. Daarmee zal de Bierbrouwerij Oijen een ander type bezoeker trekken dan bijvoorbeeld het recreatieve aanbod in het centrum van Oss (gericht op winkelen, museumbezoek of uitgaan); Naar verwachting zullen effecten op het bestaande aanbod daarmee zeer beperkt zijn en zullen zich geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten voordoen; Omdat het hier gaat om een uitbreiding van bestaande activiteiten, die gekoppeld zijn aan en het recreatieve karakter van het Maasgebied versterken, is het niet logisch de totaalontwikkeling in te passen in het bestaand stedelijk gebied van Oss (bijv. in het centrum). De thans beoogde kavel (gelegen naast het huidige bedrijf) is de meest logische plek voor de uitbreiding van het bedrijf. Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse omgevingsvisie Provinciale Staten stelden op 14 december 2018 de Brabantse omgevingsvisie vast. De Omgevingswet, waar deze visie uit voortvloeit, treedt pas 2021 in werking. De provincie wacht dit niet af, maar start alvast met het werken in lijn met deze Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Het gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De provincie onderkent een vastgelopen praktijk, waarbij de stapeling van regelingen en inhoudelijke en procedurele vereisten menig goed initiatief heeft doen sneuvelen en die velen een doorn in het oog is. We staan aan de vooravond van een transitie van systeemwereld naar leefwereld. Met de huidige en volgende generaties op ons netvlies, grijpt het provinciaal bestuur de Omgevingsvisie aan als kans om privaat, maatschappelijk en publiek handelen en beslissingen over ontwikkelingen met elkaar in samenhang te brengen. De ruimte om te handelen ontstaat door te werken vanuit doelen in plaats van instrumenten. Door maatschappelijk gedragen waarden centraal te stellen in ons handelen.
Door de meerwaardebenadering per definitie toe te passen, in plaats van als uitzondering. En door te redeneren vanuit casuïstiek en doelen in plaats vanuit regels. Bestuurlijke afwegingsruimte maakt van maatwerk de nieuwe standaard. De basisopgave in de omgevingsvisie betreft: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Dat draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit die Brabant mooi, aantrekkelijk en onderscheidend maakt. Voor mensen om in te wonen en voor bedrijven om zich te vestigen. De basis op orde houden is een essentiële opgave teneinde ook de internationale aantrekkelijkheid van Brabant te borgen.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 37 van 81 19 februari 2021
De wijze waarop voorliggend plan tot stand is gekomen, sluit goed aan op de ambitie(s) van de Brabantse omgevingsvisie. Uitgaande van meerwaardecreatie is zorgvuldig bezien hoe het ontwikkelplan voor de bierbrouwerij kan bijdragen aan een aantrekkelijkere leefomgeving voor zowel omwonenden, bezoekers, plant en dier. Door nadrukkelijk te investeren in landschappelijke inrichting ontstaat een mooie, aantrekkelijke en daarmee unieke plek. Het plan ziet toe op het creëren van een volwaardig en toekomstbestendige dagrecreatieve functie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities om de Maasoever-zone toeristisch-recreatief te versterken. De doorontwikkeling van de bierbrouwerij biedt bovendien de kans om verbeteringen/versterkingen door te voeren met betrekking tot ontsluiting, parkeren en landschappelijk-ecologische waarden. 4.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 Op 19 maart 2014 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 vastgesteld. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Met deze structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijke beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040.
De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten die de Wet ruimtelijke ordening biedt inzet. Naast de Structuurvisie stelt de provincie een verordening ruimte op. In deze verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Aanvullend zijn ook gebiedspaspoorten opgesteld. Deze vormen een uitwerking van de visie en bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. De provincie kiest met de structuurvisie voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie af komen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. Provinciale belangen en ruimtelijke keuzes De provincie wil sturen op ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke keuzes geven inhoud aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang. De belangrijkste keuzes voor de gemeente Oss zijn: - Regionale contrasten De provincie wil de contrasten tussen klei, zand en veenontginningen versterken.
- Een multifunctioneel landelijk gebied De provincie kiest voor een integrale aanpak. Waar de landbouw de drager van het landschap is wordt ruimte gegeven aan optimale en duurzame ontwikkeling van de aanwezige landbouwsector. In de jonge rivierkleigebieden moet de agrarische functie (rundveehouderij) behouden blijven. Op de oeverwallen langs de rivieren wordt ruimte geboden voor menging van landbouw, natuur, landschap, recreatie, wonen, werken en zorg. Dit is van belang voor de plattelandseconomie. - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem Het patroon van beken en kreken moet beter beleefbaar worden. De ecologische hoofdstructuur wordt versterkt door het natuursysteem nog beter aan het watersysteem te koppelen. - Een betere waterveiligheid door preventie Gestreefd wordt naar vergroting van de watervoerende capaciteit van het rivierbed in combinatie met het concept van de doorbraakvrije dijk. - Concentratie van verstedelijking Brabant heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau. De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur. - Sterk stedelijk netwerk De provincie wil een sterk stedelijk netwerk van Brabantse steden.
Goede bereikbaarheid tussen de steden onderling en andere omliggende stedelijke netwerken is belangrijk. - Groene geledingszones tussen steden De provincie zet in op behoud en ontwikkeling van groene geledingszones tussen de stedelijke kernen. - Gedifferentieerd aanbod goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen Een kwalitatief goede vrijetijdsbesteding is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 38 van 81 19 februari 2021
een goed leef-, werk- en vestigingsklimaat. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er een breed aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen is met een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid. Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bepaalt dat: -
er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; er rekening wordt houden met de omgeving; de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en wordt uitgewerkt in de Verordening ruimte 2012. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Nieuw ruimtebeslag moet zoveel mogelijk voorkomen worden. In eerste instantie krijgen initiatieven een plek binnen bestaand bebouwd gebied. Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek. Naast zuinig ruimtegebruik richt de provincie zich ook op herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied en op sanering van ongewenste functies in het buitengebied. Rekening houden met de omgeving Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag “waar” en “hoe” de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek.
Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur en maakt de principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk. De ruimtelijke onderbouwing van een besluit geeft aan welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit is geborgd. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie.
Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden. - De groenblauwe structuur - Het landelijk gebied - De stedelijke structuur - De infrastructuur
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 39 van 81 19 februari 2021
Figuur 25: Structurenkaart
De groenblauwe structuur Deze omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. Niet alleen in, maar ook buiten de natuurgebieden. Er is ruimte voor de ontwikkeling van een natuurlijk en robuust watersysteem. Het vormt de groenblauwe ruggengraat van het landschap en is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. Binnen deze groenblauwe structuur wil de provincie het volgende bereiken: 1. Positieve ontwikkeling van de biodiversiteit, natuur- en watersystemen zijn beschermd en worden verbeterd door een goede onderlinge verbinding; 2. Een robuuste en veerkrachtige structuur. 3. De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken. Versterken van de identiteit van de landschappen; 4. Gebruikswaarde van natuur en water verbeteren. De gebieden in de groenblauwe structuur zijn belangrijk voor recreatie en toerisme. In de groenblauwe structuur worden drie perspectieven onderscheiden: - Het kerngebied groenblauw Natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur, robuuste ecologische verbindingszones en belangrijke waterstructuren horen in dit perspectief. De hoofdfunctie is behoud en ontwikkeling van het natuur- en watersysteem. - De groenblauwe mantel Overwegend gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfunctie voor natuur en water.
Gebieden grenzend aan het kerngebied die bijdragen aan de bescherming van de waarden. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water(-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Vormen van grondgebonden agrarisch gebruik zijn van blijvend belang voor de ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Verder liggen er kansen voor recreatie en toerisme.
-
De gebieden voor waterberging Deze gebieden zijn van belang voor hoogwaterbescherming (ruimte voor de rivier) en waterberging (regionale waterberging).
Het landelijk gebied Het landelijk gebied omvat het gebied buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte. Naast land- en tuinbouw is er ruimte voor niet-agrarische functies. Binnen het landelijk gebied wil de provincie het volgende bereiken: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; 2. Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling; 3. Versterking van het landschap. Er worden binnen het landelijk gebied twee perspectieven onderscheiden: Gemengd landelijk gebied
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 40 van 81 19 februari 2021
-
De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. Binnen dit gebied wordt de agrarische functie vaak in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend. Hier kan worden voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie en ondernemingen in een groene setting. Daarnaast wil de provincie ook dat er ruimte beschikbaar blijft om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Dat betekent dat (stedelijke) functies die ten koste gaan van de ruimte voor agrarisch gebruik of die strijdig zijn met de landbouw in die gebieden geweerd worden. Hierdoor blijft er ruimte gereserveerd voor agrarische ontwikkelingen. De provincie vraagt aan gemeenten om deze gebieden vast te leggen en te beschermen. De landbouwontwikkelingsgebieden en de vestigingsgebieden glastuinbouw beschouwt de provincie in ieder geval als primair agrarisch gebied. Ook delen van het verwevingsgebied richten zich vaak primair op agrarische ontwikkeling. Accentgebied agrarische ontwikkeling Binnen deze gebieden ziet de provincie ruimte en kansen om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Op de structurenkaart zijn vanuit een regionaal schaalniveau vier accentgebieden agrarische ontwikkeling aangeduid.
De komgebieden van de gemeente Lith maken hiervan deel uit. Hier liggen mogelijkheden voor schaalvergroting en intensivering van de landbouw.
Transitie naar een zorgvuldige veehouderij De wens tot verduurzaming van de agrarische sector heeft geleid tot de denklijn ‘Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd’. De denklijn bestaat uit drie uitgangspunten: - ontwikkelruimte is alleen mogelijk als dit op bedrijfsniveau bijdraagt aan een verdere verduurzaming door het treffen van extra maatregelen; - de som van het effect van alle bedrijven in een gebied kan de draagkracht van een gebied te boven gaan; - door het bieden van een economisch perspectief aan de landbouw en agrofood door meer toegevoegde waarde van het product, transparantie en nieuwe verdienmodellen. De ontwikkeling van de agrarische sector is gericht op inpassing in het landschap en een transitie naar duurzame en zorgvuldige veehouderij. De stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. Binnen de stedelijke structuur heeft de provincie de volgende doelen: 1. Concentratie van verstedelijking 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen 3. Zorgvuldig ruimtegebruik 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur 6.
Versterking van de economische clusters Er worden binnen de stedelijke structuur twee perspectieven onderscheiden: - Stedelijk concentratiegebied In het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgave opgevangen. De groene ruimten tussen de steden worden open gehouden. - Kernen in landelijk gebied De kernen in het landelijk gebied worden zo veel mogelijk ontzien van verdere verstedelijking doordat daar alleen de opvang van de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen (migratiesaldo-nul). Conclusie: Onderhavig plangebied is gelegen binnen gemengd landelijk gebied. Het voorgenomen plan past in beginsel binnen de beleidsruimte die op basis van de provinciale structuurvisie wordt toegekend aan gemengd landelijk gebied. Zo biedt de structuurvisie ruimte voor de ontwikkeling van recreatie op de oeverwallen in het belang van de plattelandseconomie. Tevens is een gedifferentieerd aanbod van goed
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 41 van 81 19 februari 2021
bereikbare vrijetijdsvoorzieningen beoogd. Onderhavig initiatief geeft hier nadrukkelijk invulling aan. De doorontwikkeling van de bierbrouwerij doet geen afbreuk aan het stedelijk netwerk en de ambitie om verschil te behouden tussen steden en landelijk gebied. Het plan voorziet in de aanleg en versterking van een robuuste landschappelijke structuur. Hiermee wordt invulling gegeven aan een belangrijk ambitie uit de structuurvisie: zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap. 4.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de Interim omgevingsverordening vertaalt de provincie Noord-Brabant de kaderstellende elementen uit haar beleid en rijksbeleid, waaronder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig plangebied en relevant voor onderhavige planontwikkeling: Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat; a.
de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Onderbouwing: Zoals uit deze plantoelichting blijkt is er sprake van een uitbreiding van een stedelijke functie, niet van nieuwvestiging. Het thans geldende bestemmingsvlak/bouwvlak biedt onvoldoende ruimte om de beoogde doorontwikkeling van het bedrijf te realiseren. Dit bouwvlak betreft een zogenoemd ‘krap bouwvlak’ die strak om de huidige bebouwing is getrokken. Om de beoogde bedrijfsuitbreiding te kunnen realiseren, maar ook om de in de huidige situatie gewenste voorzieningen (zoals parkeerplaatsen) aan te kunnen leggen, is verruiming van het bestemmingsvlak noodzakelijk.
Daarnaast ziet het plan toe op een kwalitatieve verbetering binnen het gehele plangebied (zoals aanleg landschappelijke structuur en inpassing alsmede recreatieve voorzieningen) waarvoor meer ruimte is benodigd. Voor het plan is een onderzoek ‘ladder duurzame verstedelijking’ uitgevoerd (zie bijlage 9). Dit is in paragraaf 4.3.2. nader uitgewerkt. In dit onderzoek is onderbouwd waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Het gaat om de specifieke locatie die de bierbrouwerij heeft. De locatie draagt bij aan de ambitie van de gemeente Oss om toerisme en recreatie te versterken langs de Maas (project Meanderende Maas). Hierdoor is het logisch dat de recreatieve functie van het gebied een positieve impuls krijgt. Hier past ook een sterkere zelfstandige horecafunctie bij. Het plan gaat uit van een duidelijke concentratie van de hoofdgebouwen op de plek waar momenteel de bierbrouwerij is gesitueerd. Alleen de chalets worden op enige afstand van de hoofdbebouwing gerealiseerd. Dit was op basis van het huidige bestemmingsplan uit 2012 ook al het geval. Het plan voldoet aan artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 42 van 81 19 februari 2021
Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Onderbouwing: Bij de lagenbenadering gaat het om het in beeld brengen van de effecten op de omliggende functies en de effecten van een ontwikkeling elders. Bij het afwegen van deze effecten gaat het om het behoud van de levenskwaliteit in het hier en nu in economisch, sociaal en ecologisch opzicht. Ook is van belang of een functie binnen de toekomstige (gewenste) ontwikkelingsrichting van een gebied past.
Voor de locatie van de bierbrouwerij gelden specifieke regels voor de cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat. Deze specifieke regels zijn opgenomen in artikel 3.29 van de IOV. Door alle denkbare milieuaspecten vooraf goed te onderzoeken is een beeld ontstaan van de waarden binnen het plangebied enerzijds en de eventuele impact van de beoogde ontwikkeling op deze waarden zowel binnen het plangebied als die daarbuiten. In voorliggende plantoelichting zijn deze waarden (inclusief uitgevoerde onderzoeken) benoemd, uiteengezet en van conclusies voorzien. Er is géén sprake van waarden die vanwege de beoogde ontwikkeling onevenredig worden aangetast. Het plan gaat bovendien van een kwaliteitsverbetering als tegenprestatie van de economische waardevermeerdering die het plan met zich meebrengt. Op basis van een robuust landschapsplan, worden de waarden uit de eerste laag zoveel mogelijk versterkt. Er is gekeken naar het economisch, sociaal en ecologisch belang. Het economisch belang hangt samen met de ambitie van de gemeente Oss om meer toerisme en recreatie te willen ontwikkelen langs de Maas. Ook is de bierbrouwerij een plek waar toeristen en inwoners van de gemeente Oss kunnen genieten van de omgeving, het sociale aspect. Een belangrijk onderdeel van het plan is de landschappelijke inrichting.
Samen met de gemeente Oss en de provincie Noord-Brabant is gekeken naar het inrichtingsplan. Ook met omwonenden is hier meermaals over gesproken. Door het perceel op een dusdanige manier landschappelijk in te richten is gekeken naar het ecologisch aspect. Daarnaast is de uitbreiding van de bierbrouwerij een toekomstige ontwikkelingsrichting van het gebied. Zoals al eerder vermeld versterkt het plan het toerisme en recreatie langs de Maas. Zodoende wordt voldaan aan artikel 3.7 van de IOV. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten:
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 43 van 81 19 februari 2021
a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Onderbouwing: Als fundament voor het beoogde plan is een stevig landschappelijk raamwerk ontworpen. Deze gaat uit van het versterken van de landschappelijke (en cultuurhistorische) waarden. Op basis van een meerwaardeberekening is in het plan onderbouwd hoe deze voldoet aan de voorwaarden van de kwaliteitsverbetering van het landschap. In paragraaf 2.4 van deze plantoelichting is beschreven op welke wijze de kwaliteitsverbetering van het landschap is beoogd. Figuur 21 laat zien waar welke landschapselementen binnen het plangebied zij geprojecteerd.
De berekende kwaliteitsverbetering kan en zal worden gerealiseerd binnen het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de verplichting en is een bijdrage in een landschapsfonds niet aan de orde. Artikel 3.29 cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Onderbouwing: Het plangebied ligt volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) op de grens van het cultuurhistorisch waardevol gebied Beerse Overlaat. De locatie ligt in de oksel van de noordelijke begrenzing van de Oijense Bovendijk en de Kasteelstraat. De Kasteelstraat ligt op een verhoging. De provinciale begrenzing van de Beerse Overlaat is hier op de Maasdijk gelegd. Het plangebied ligt op een hoger gelegen zandige oeverwal. Hier is geen dijk parallel aan de Maasdijk aangelegd, omdat de oeverwal zelf het water tegenhield. Daarom is bij het opstellen van het inrichtingsvoorstel meer gekeken naar de kwaliteit die hoort bij de oeverwal. Het plangebied is nu één groot kavel. Dit past niet binnen de oeverwal. De oeverwal hoort een kleinschalige uitstraling te hebben.
Daarom is het perceel kleinschaliger gemaakt, waarbij de hoofdstructuur noord-zuid is. De houtwallen zorgen voor het noord-zuid raamwerk van het plangebied. Om de cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat meer in het plan te waarborgen is het inrichtingsvoorstel aangepast. Dit is gebeurd in overleg met de provincie. Aan de zuidkant van het perceel is nu meer rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat. Door openheid te creëren ontstaat vanaf het terrein een open zichtrelatie naar de Beerse Overlaat. Om de cultuurhistorische waarden van het gebied beter te waarborgen is ook in bestemmingen ‘Recreatie – Dagrecreatie’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 1’ een regel opgenomen voor het behoud en herstel van landschappelijke en cultuurhistorische waarden Artikel 3.71 bestaande niet-agrarische functies in landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 44 van 81 19 februari 2021
2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Onderbouwing: Onderhavig plan voorziet in de (door)ontwikkeling van een bestaande niet-agrarische functie in het landelijk gebied. In de structuurvisie buitengebied is onderbouwd hoe de gemeente Oss de Maaszone als toeristisch-recreatief gebied tot ontwikkeling wil brengen. In deze visie ziet de gemeente ruimte voor versterkingen voor zowel recreatie als (zelfstandige) horeca. De plannen voor de bierbrouwerij sluiten aan bij deze visie en zijn derhalve passend binnen de gebiedsgerichte benadering van de gemeente voor dit gebied. Voorliggende plantoelichting biedt de volledige afweging van de plannen in relatie tot relevante aspecten in de omgeving. Er wordt daarbij een beeld gegeven van de wijze waarop de planontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, met name via een adequate oplossing voor de verkeersafwikkeling in relatie tot omwonenden alsmede de robuuste landschappelijke inrichting die is beoogd. Dat het om een redelijke uitbreiding gaat vloeit onder ander voort uit het ladderonderzoek (zie bijlage 9).
Er is marktruimte wat de beoogde uitbreiding verantwoord. De uitbreiding leidt tot een bedrijf die qua maat en omvang vergelijkbaar is met andere niet-agrarische functies in het buitengebied van Oss. De beoogde nieuwe bebouwing is compact geprojecteerd en wordt met de bestaande bouw geïntegreerd in één gebouw. Alle andere benodigde voorzieningen worden op eigen terrein gerealiseerd, inclusief de ontsluiting en het parkeren. Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van verblijfsrecreatieve voorzieningen en daarmee geldt ook: Artikel 3.73: vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c.
overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Onderbouwing: Onderhavig plan is niet in strijd met dit lid. Het plan is gebiedsgericht ingegeven en uitgewerkt, zie ook reactie in relatie artikel 3.71 van de omgevingsverordening. Er is expliciet rekening gehouden met relevante omgevingsaspecten en het plan draagt bij aan een verbetering van de situatie ter plekke. De beoogde verblijfsrecreatie maakt integraal onderdeel uit van het totaalplan. Het totaalplan blijft in handen van initiatiefnemer, er vindt derhalve geen afsplitsing plaats. Er is géén sprake van overtollige bebouwing. Er is géén sprake van de vestiging van een kantoor, van lawaaisport of van mestbewerking. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 45 van 81 19 februari 2021
d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Voorliggend bestemmingsplan geeft de grenzen aan van de beoogde functies (gebruiksactiviteiten) en hun maximale omvang. Opslag en stalling vindt plaats in de gebouwen. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Onderbouwing: Onderhavig plan ziet toe op de uitbreiding van een vrije-tijds-voorziening en niet op een (nieuw)vestiging. Het beoogde plan overstijgt de maximale maatvoering van 1 hectare. Artikel 3.75 aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening Lid 2 In geval een bestemmingsplan de vestiging van verblijfsrecreatie, waaronder de bouw van een recreatiewoning, toestaat, geldt in aanvulling op artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied, tweede lid dat het bestemmingsplan borgt dat: a. het terrein en de woningen bedrijfsmatig worden beheerd; b. permanente bewoning is uitgesloten.
Onderbouwing: Voorliggend bestemmingplan biedt ruimte voor de ontwikkeling van verblijfsrecreatieve voorzieningen, waaronder camperplaatsen, recreatie-chalets en een groepsaccommodatie. De in de omgevingsverordening gestelde voorwaarden zijn geborgd in het voorliggende bestemmingsplan.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.
Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 46 van 81 19 februari 2021
-
-
De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit
De bovenstaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking.
Figuur 26: Structuurvisie Buitengebied Oss 2015
Het buitengebied heeft een belangrijke functie voor recreatie en toerisme. Zowel door de bewoners van het buitengebied zelf, de inwoners van de kernen als door mensen van buiten de gemeente wordt er volop
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 47 van 81 19 februari 2021
gerecreëerd. Fietsen en wandelen komen veruit het meeste voor. Maar ook voor waterrecreatie, overnachtingen, horeca en actieve sportbeleving wordt het buitengebied gebruikt. De recreatieve routes voor fietsen, wandelen en paardrijden zijn de afgelopen jaren goed ontwikkeld, wat het gebruik gestimuleerd heeft. De zwaartepunten van het recreatief gebruik liggen onder andere op de Maasdijk. Verspreid over het buitengebied, maar met nadruk op de oeverwal, komen kleinschalige voorzieningen voor verblijfsrecreatie voor. De gemeente Oss heeft recreanten en toeristen veel te bieden. De ligging aan de Maas, watersportmogelijkheden, historische nederzettingen en natuurgebieden als Herperduin zijn hier voorbeelden van. Recreatie en toerisme kunnen een belangrijke rol spelen bij de revitalisering van het platteland. Het belangrijkste doel van de nota ‘verbonden aan de Maas 2005’ is een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling en behoud van de leefbaarheid van met name het landelijk van de gemeente Oss.
Volgens de nota moet de gemeente Oss inspelen op de volgende onderwerpen: • De toename in buitenrecreatie • De toename in toervaren • De trend van meer verwennerij • De groei in het ‘einde-van-de-wereld’-gevoel • De mogelijkheden voor plattelandstoerisme vanuit de reconstructie Op basis van ruimtelijk-functionele kenmerken en de occupatiegeschiedenis is in de nota een aantal ontwikkelingszones aangewezen waaronder de Maasrand. Voor dit gebied zijn mogelijkheden en kansen aangegeven. Tussen de Maasrand en de stad Oss moet de Maasband op termijn een manifeste verbindende schakel vormen. Op het gebied van toerisme en recreatie zijn verschillende trends waar te nemen: vergrijzing, individualisering, efficiënter, emotie & beleving, veeleisender, authenticiteit, wellness, duurzaamheid, en behoefte aan ruimte. Het concept van de brouwerij scoort hoog als het gaat om emotie & beleving, authenticiteit en het gevoel van ruimte. Het aanbieden van ‘beleving’ is big business geworden (‘mood management’). De sector speelt hierop in door thematische ontwikkeling door te voeren (concepting). Er is een toenemende belangstelling voor alles wat authentiek en oprecht is. Men gaat op zoek naar ‘echtheid’. Met betrekking tot recreatie en toerisme wordt dit vertaald in drie stromingen: ‘terug naar de natuur’, ‘terug in de tijd’ en het ‘streekgevoel’.
Ten aanzien van ruimte is het zo dat de consument in zijn vrije tijd niet alleen de stress en de gejaagdheid van het dagelijkse leven maar ook de drukte en de congestie wil ontvluchten. Gebieden met vergezichten, een horizon, weidsheid en een schone lucht appelleren aan deze behoefte. De gemeentelijke ambitie met betrekking tot recreatie en toerisme is om die potentie beter te benutten. De structuurvisie biedt ruime mogelijkheden voor toeristisch-recreatieve ontwikkelingen. Vooral in het gebied langs de Maas ligt het ambitieniveau hoog. Hierbij kunnen horeca, dagrecreatie en kleine verblijfsaccommodaties in het buitengebied mogelijk worden gemaakt. Verder staat de gemeente open voor initiatieven die nieuwe verbindingen leggen. Zo zien we kansen om de stad Oss beter met het buitengebied en de Maas te verbinden. Initiatieven moeten altijd goed ingepast worden. De regeling kwaliteitsverbetering van het landschap kan ondersteunend werken, bijvoorbeeld door de aanleg van recreatieve routes of herstel van oude paden. Kwaliteitsverbetering van het landschap draagt bij aan de aantrekkingskracht voor recreatie en toerisme. In het verleden is altijd vastgehouden aan de aspecten rust en ruimte. Het beleid was gericht op het beleven van natuur en landschap (routes) en daarbij passende kleinschalige recreatieve initiatieven. Die zijn en blijven belangrijk.
Maar om de vrijetijdssector echt een impuls te kunnen geven, staat de gemeente open voor grootschaliger initiatieven. Horeca in het buitengebied Het landelijk gebied is in principe horecaluw. De nadruk ligt in het landelijk gebied op landbouw. Het buitengebied heeft ook een toeristisch-recreatieve functie. Binnen het landelijk gebied is er een verschil tussen gebieden met hoofdzakelijk een agrarische functie en gebieden waar meer de nadruk ligt op (routegebonden) recreatie en toerisme. Een voorbeeld is het gebied langs de Maas.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 48 van 81 19 februari 2021
Horeca vormt een belangrijk onderdeel van de toeristisch-recreatieve sector. Het sluit aan bij het gastvrije karakter dat we willen uitstralen. In sommige gevallen kan horeca zelfs een belangrijke trekker zijn voor een gebied. De verschillende vormen van horeca moeten echter wel passen bij de locatie en de omgeving. Ook zelfstandige horeca kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van toerisme en recreatie in een gebied. In deze vorm is horeca de hoofdbestemming. Op basis van de structuurvisie zijn horecabestemmingen in het buitengebied dan ook voorstelbaar, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Een dergelijke voorziening moet naar aard en schaal passen in het gebied, aansluiten bij toeristisch-recreatieve routestructuren en passen in het beleid voor toerisme en recreatie. Bij het beoordelen van mogelijkheden voor zelfstandige horeca in het landelijk gebied is altijd sprake van maatwerk. Maatwerk is ook van toepassing op gevallen waar ondersteunende horeca feitelijk is uitgegroeid naar een zelfstandige horecafunctie. Uiteraard spelen aspecten zoals geluid, een goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen hierbij een rol. Bebouwingsconcentratie Boveneind Het plangebied maakt onderdeel bebouwingsconcentraties.
uit
van
één
van
de
in
de
structuurvisie
benoemde
Figuur 27: plangebied i.r.t. bebouwingsconcentratie Boveneind
De belangrijkste uitgangspunten voor bebouwingsconcentratie Boveneind zijn het behouden van de stedenbouwkundige structuur en de relatie met het landschap. Door de ligging aan de Maas, de historische bebouwing en het kasteel is het gebied interessant voor recreanten. De toeristisch-recreatieve potentie van het kasteel zou beter benut moeten worden. Er zijn verschillende soorten horeca in het gebied aanwezig. Eventueel nieuw toe te voegen bebouwing moet passen binnen de stedenbouwkundige structuur. Dit wil de gemeente zeer beperkt toestaan en alleen onder strenge randvoorwaarden. Nieuwe bebouwing moet een meerwaarde zijn voor het bebouwingscluster. Bijvoorbeeld door het substantieel versterken van het landschap, de aanleg van paden of het substantieel slopen van ongewenste bebouwing. Bebouwing in een moderne architectuur is mogelijk indien landschappelijk ingepast en in een passende bebouwingstypologie is gebouwd. Om toerisme en recreatie in het gebied te bevorderen en om de cultuurhistorische waarden te versterken is het belangrijk de fijnmazigheid van het gebied te vergroten door de aanleg van paden volgens de
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 49 van 81 19 februari 2021
historische structuur. Waardevolle zichtlijnen en open plekken moeten bewaard blijven en zo mogelijk worden hersteld. Conclusie: Het initiatief sluit aan op de ambities voor het buitengebied zoals deze in de structuurvisie ‘Buitengebied Oss - 2015’ zijn geformuleerd ten aanzien van (routegebonden) recreatie en toerisme. Met de beoogde doorontwikkeling van de bierbrouwerij wordt geanticipeerd op de kansen die in de structuurvisie worden gezien voor recreatie en horeca in het buitengebied en in relatie tot de Maasband in het bijzonder. Via maatwerk is bezien in welke vorm en omvang de bierbrouwerij tot ontwikkeling kan komen, mede gelet op de omliggende reeds aanwezige functies. Rekening houdend met de ambitie om de duurzame structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied te behouden en versterken, is er een balans gezocht en gevonden in het plan. Hierbij wordt enerzijds ruimte geboden voor economische ontwikkeling en anderzijds een tegenprestatie geleverd in de vorm van een robuuste landschappelijke inrichting en het oplossen van het ontsluiting- en parkeervraagstuk. Er is, met onderzoeken onderbouwd, bepaald welke ontwikkelruimte aan de bierbrouwerij geboden kan worden zonder dat omliggende functies daar onevenredige overlast van ondervinden.
4.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 De toekomstvisie ‘Oss op weg naar 2020’ (2004) is richtinggevend voor de beleidsontwikkeling op de langere termijn. Eén van de potenties van Oss ligt volgens deze visie in het gevarieerde landelijk gebied waarin zich tal van kleine kernen bevinden. Uitgangspunt is het werken aan het behoud van het platteland met zijn rust en ruimte, aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorzieningen en aan de ontplooiing van levenskrachtige dorpen. Een andere potentie ligt in het werken aan een duurzame gemeente. Duurzame ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie draagt bij aan de leefkwaliteit. De toekomstvisie stelt dat Oss vele ‘kostbare’ plekjes kent en een groots landschap, met ruimte voor landbouw en natuur. ‘Het bewaren van dat kostbare voor de toekomst is een opdracht die we onszelf stellen’. Eén van de potenties van Oss ligt in het weidse, landelijke buitengebied van de gemeente waarin tal van kleine kernen uitgestrooid liggen in een gevarieerd landschap. Daar wil de gemeente werken aan het behoud van het schilderachtige platteland met zijn rust en ruimte, aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorzieningen en aan de ontplooiing van levenskrachtige dorpen met een bruisend ondernemersklimaat en verenigingsleven.
De gemeente ambieert een gemeente te zijn die een toeristische sector heeft, die met kleinschalige voorzieningen in en om de dorpen en langs de Maasoever aan eigen inwoners en bezoekers de gelegenheid biedt om te genieten van rust en ruimte in het buitengebied. Conclusie: Het initiatief sluit aan op de ambities die ten aanzien van recreatie in het buitengebied zijn geformuleerd. Het beoogde plan draagt bij aan duurzame ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie, zie daarvoor hetgeen is beschreven in paragraaf 2.4 (en verbeeld in figuur 21). Het terrein wordt voorzien van een robuuste landschappelijke structuur met ecologisch toegevoegde waarde. Een deel van het plangebied vormt in de beoogde situatie een ‘stepping stone’ voor flora en fauna. Het plan geeft voorts ontwikkelruimte aan eigen inwoners (ondernemers) en draagt bij aan de beoogde ontwikkeling van de toeristische sector gelieerd aan de Maasoever. 4.4.3 Nota Landschapsbeleid - 2015 Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid -2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving.
Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 50 van 81 19 februari 2021
In de Nota Landschapsbeleid - 2015 wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Onderhavig plangebied is gelegen binnen het deelgebied ‘oeverwal’. In de nota landschapsbeleid is het volgende beschreven met betrekking tot de oeverwal: De oeverwal is een hoger gelegen rug in het landschap en ligt hoog en droog, binnendijks op enige afstand van de rivier de Maas. Het karakter van de oeverwal is kleinschalig en halfopen tot besloten. Het verkavelingspatroon op de oeverwal is blokvormig en overwegend regelmatig. Bebouwing (veelal geconcentreerd in kleine kernen en in bebouwingslinten), beplantingselementen (houtwallen, een enkele boomgaard) en grondgebruik (grasland, bouwland) bepalen hier de maat van de ruimte. Ruimtelijk gezien is het wenselijk om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Met name in en rond de kernen wordt gestreefd naar een verdichting met beplanting. In de kernen worden de kleinschalige groenelementen als hagen, boomgaarden en grote tuinen gehandhaafd en versterkt.
Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven. Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. Streven naar kleinschaligheid en een groen karakter kan op verschillende manieren: door het weren van grootschalige bebouwing en grote percelen, maar ook door de schaal te verkleinen, door de aanleg van houtwallen, houtsingels, bosjes, laanbeplanting en (hoogstam)boomgaardjes en door het behoud (en versterking) van bestaande landschapselementen (zoals grienden, wielen, houtwallen en hakhoutbosjes). Hierdoor ontstaat een afwisseling tussen open en besloten gebieden. Het onregelmatige, kleinschalige verkavelingspatroon moet versterkt te worden. Door de aanleg van kavelgrens- en erfbeplantingen wordt het kleinschalige verkavelingspatroon benadrukt en kunnen droge ecologische verbindingszones ontstaan. Door het versterken van verkavelingspatronen wordt het oorspronkelijke karakter van het landschap op de oeverwal verduidelijkt. Het aanleggen van hoogstamboomgaarden zal bijdragen aan een afwisselend beeld op de oeverwal. Herstel van oude padenstructuren (bijvoorbeeld kerkpaden) draagt daar ook aan bij. Dit laatste heeft tevens recreatieve waarde.
Conclusie: Het opgestelde inrichtingsplan voor onderhavig initiatief sluit aan bij de landschappelijke ambities uit het gemeentelijk landschapsbeleid. Zie hoofdstuk 2 en bijlage 1 voor een uitgebreide toelichting op het inrichtingsplan. 4.4.4 Verbinden en vertellen - Visie op recreatie en toerisme Op 29 oktober 2020 is de visie ‘Verbinden en vertellen’ vastgesteld. Het recreatief-toeristisch landschap van Oss is de afgelopen tijd veranderd. In het Maasgebied speelt heel veel met het Meanderende Maas project waar recreatie en toerisme als koppelkans is gedefinieerd. Ondernemers spelen hier ook op in met nieuwe initiatieven. Daarnaast is er behoefte aan duidelijkheid over waar de verantwoordelijkheid van de gemeente ligt, welke rol de gemeente wil vervullen en over wat er de komende jaren verwacht kan worden van zowel de stakeholders als van de gemeente. In deze visie worden de hoofdlijnen voor de periode 2020-2023 weergegeven. Het huidige aanbod binnen de gemeente Oss is veelzijdig. Zowel in de stad, in de kernen als in het buitengebied is van alles te doen en te beleven voor inwoners en toeristen. Voor het recreatief-toeristisch aanbod is een driedeling gemaakt, namelijk Maashorst, stad Oss en Maas.
Bestemmingsplan Bierbrouwerij - Oijen - 2020, pag. 51 van 81 19 februari 2021
Binnen Oss zijn enkele trends relevant. Voorbeeld hiervan is het ‘van ontspanning naar beleving naar zingeving’. Mensen willen meer dan alleen ontspanning en iets beleven. Ze willen dat een vakantie/workshop iets met ze doet. Ook is er behoefte aan authenticiteit. Er is behoefte aan bijzondere ervaringen. Lokaal is belangrijk. Daarnaast is de recreatief-toeristische markt een verzadigde markt. Het aanbod aan bedrijven en voorzieningen en daarmee de concurrentie is groot. Onderscheidend vermogen is noodzakelijk om te overleven. Dit is aan de andere kant ook een sterk punt. Er is namelijk al van alles te doen. De Maas met zijn natuur, landschap, cultuur(historie) en water is belangrijk voor de recreatieve beleving van het gebied. Er is al veel recreatieve bedrijvigheid aanwezig, veelal kleinschalig en met een nadruk op dagrecreatie. Daarnaast zijn er voldoende kansen vanuit het project Meanderende Maas (ontwikkeling natuur en recreatieve routes). Ook kan recreatie en toerisme een bijdrage leveren aan de vitaliteit van het platteland. De ambitie van de gemeente Oss is het streven naar groei van toerisme en recreatie (kwantiteit) en naar meer kwaliteit van het aanbod (kwaliteit). Conclusie De bierbrouwerij ligt in het deelgebied ‘Maas’. In de visie is de locatie opgenomen als een trekpleister van het gebied.
Het is dan ook een unieke locatie binnen de gemeente Oss op het gebied van recreatie en toerisme. Door het aanbieden van workshops, recreatieve activiteiten en horeca is het een locatie die vrijwel alle facetten van het thema recreatie en toerisme heeft. Door de uitbreiding van de verblijfsrecreatie wordt er breder ingezet dan alleen dagrecreatie. Met de ontwikkelingen van het project Meanderende Maas wordt recreatie en toerisme voor dit gebied nog belangrijker. Hierdoor is de uitbreiding van de bierbrouwerij een koppelkans voor het project. 4.4.5
Archeologie en Cultuurhistorie